Regels.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN DE GROENE VAART GEMEENTE HALDERBERGE vastgesteld februari 2022 ruimte voor ideeën
De Groene Vaart
Inhoudsopgave Regels
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
5 5 13
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening Artikel 4 Gemengd Artikel 5 Groen Artikel 6 Verkeer Artikel 7 Water Artikel 8 Wonen Artikel 9 Woongebied - 1 Artikel 10 Woongebied - 2 Artikel 11 Leiding - Hoogspanningsverbinding Artikel 12 Waarde - Archeologie - 1
15 15 16 18 20 21 22 24 27 30 32
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 13 anti-dubbeltelregel Artikel 14 algemene bouwregels Artikel 15 algemene gebruiksregels Artikel 16 algemene aanduidingsregels Artikel 17 algemene afwijkingsregels Artikel 18 overige regels
35 35 36 37 38 39 40
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 19 Overgangsrecht Artikel 20 Slotregel
43 43 44
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
2 - 44
Regels
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
3 - 44
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
4 - 44
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'De Groene Vaart' met identificatienummer NL.IMRO.1655.BP1022-C001 van de gemeente Halderberge.
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5 a. b. c. d. e.
aan-huis-verbonden beroep of bedrijf het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk; niet-publieksgericht aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit: een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publieksgericht zijn; publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn; de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; de brutovloeroppervlakte gebruikt voor beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten niet meer mag bedragen dan 35% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 50m².
1.6
achtergevel
een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel;
1.7
achtergevellijn
de lijn waarin de achtergevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd;
1.8
antennedrager
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;
1.9
antenne-installatie
een antenne-installatie betreft het geheel van één of meerdere antennes, antennedrager, bedrading en apparatuur- of techniekkast met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt voor het verzenden en/of ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden;
1.10
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA);
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
5 - 44
1.11
archeologische verwachtingswaarden
gronden met verwachtingswaarden, die kunnen bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed kunnen vertegenwoordigen;
1.12
archeologische waarden
de aan gebieden toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;
1.13
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.14
bed and breakfast
een aan de woonfunctie ondergeschikte recreatieve verblijfsvoorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed and breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;
1.15
beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlak
het totale vloeroppervlak van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein dat wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
1.16 a. b.
bestaand
bij gebruik: aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van dit plan; bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
1.17
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
1.18
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.19
Bevi-inrichtingen
inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
1.20
bevoegd gezag
het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.21
bijbehorend bouwwerk
de uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
1.22
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
6 - 44
1.23
bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
1.24
bouwlaag
een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. Bij de bepaling van het aantal bouwlagen worden de ruimten in de kap (zolder) en de bouwlagen die onder de begane grond zijn gelegen (kelder e.d.) niet meegerekend;
1.25
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.26
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel;
1.27
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
1.28
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.29
bouwwijze
de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, te weten vrijstaand, twee-aaneen, aaneengebouwd of gestapeld, waarbij: onder “vrijstaand” wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen; onder “twee-aaneen” wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd; onder “aaneengebouwd” wordt verstaan dat het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdgebouwen, die naar twee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdgebouwen zijn begrensd, met uitzondering van de hoofdgebouwen die de aldus gevormde rij beëindigen; onder “gestapeld” wordt verstaan een gebouw, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; onder "patiowoning" wordt verstaan een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof, gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige gebouwen. onder 'tiny house' wordt verstaan: een volledig uitgeruste woning, met een zeer klein oppervlakte en is bedoeld om het hele jaar door bewoond te worden;
1.30
bruto vloeroppervlak
de som van de oppervlaktes van alle bouwlagen van een gebouw, gemeten op de vloer van de bouwlaag, tussen de binnenzijde van de gevelmuren, met uitzondering van: 1. de oppervlaktes van de bouwlagen voor half-verdiept parkeren; 2. de oppervlaktes van de bouwlagen van aan-uitbouwen en bijgebouwen.
1.31
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
7 - 44
1.32
dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;
1.33
deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg
een door het college van Burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon of organisatie die beschikt over de in de beroepsgroep geldende kwalificaties;
1.34
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.35
dienstverlening
dienstverlening door een bedrijf met uitsluitend of in hoofdzaak een verzorgende taak met een publieksaantrekkende functie zoals wasserette, kapsalon, schoonheidssalon, autorijschool, videotheek, uitzendbureau, reisbureau, bank, hypotheekverstrekker, postkantoor, telefoon-/telegraaf-/ telexdienst, internetdiensten, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), kopieerservicebedrijf, schoenreparatiebedrijf, alsmede door naar aard en uitstraling overeenkomstige bedrijven;
1.36
energieneutraal
het bouwen op een bouwperceel waarbij het aan het gebouw gebonden energieverbruik wordt gereduceerd tot EPC=0;
1.37
erfafscheiding
een bouwwerk dat dient ter gehele of gedeeltelijke omheining van een bouwperceel, bouwvlak of ander stuk grond;
1.38
erotisch getint bedrijf c.q. inrichting:
bedrijf c.q. inrichting, waarvan voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard plaatsvinden. Hieronder worden mede begrepen: seksautomatenhal: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid, waarin door middel van automaten filmvoorstellingen van porno-erotische aard wordt gegeven; seksbioscoop: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid, waarin filmvoorstellingen van porno-erotische aard worden gegeven; seksclub: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid, waarin vertoningen van porno-erotische aard worden gegeven c.q. gelegenheid wordt geboden voor het verrichten van handelingen van porno-erotische aard, al dan niet gecombineerd met het bedrijfsmatig ten behoeve van gebruik ter plaatse verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken en/of kleine etenswaren;
1.39
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.40
gevellijn
ter plaatse van de op de verbeelding aangeduide gevellijn, dient het hoofdgebouw met de voorgevel in of evenwijding aan de gevellijn gebouwd te worden.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
8 - 44
1.41
gesloten verharding
een gesloten verharding, dat anders dan bij elementenverharding, is opgebouwd uit materiaal, dat na het aanbrengen een solide geheel vormt, en waarin geen losse elementen zijn te onderscheiden met een oppervlakte van meer dan 0,21m², met dien verstande dat verharding met een waterdoorlaatbaarheid van ten minste 5,4.10-5 m/s hiervan is uitgezonderd;
1.42 a. b.
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; een tiny house wordt aangemerkt als hoofdgebouw, ook als dat door constructie en/of afmetingen niet als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
1.43
huishouden
een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren;
1.44
kamerverhuur
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft;
1.45
kap
een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden met een nader in de regels bepaalde helling. De dakschilden dienen tenminste 60% van het dak te bedekken;
1.46
kelder
een geheel ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorende bovengronds bouwwerk;
1.47
klimaatadaptatie
bouwwerken, maatregelen, voorzieningen die de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen;
1.48
kunstwerken
bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke;
1.49
laadpaal
voorziening met een of meer oplaadpunten, inclusief alle daarbij behorende en achterliggende installaties, en waarmee een elektrisch voertuig van stroom kan worden voorzien;
1.50
logies
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft.
1.51
maaiveld
de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein dat gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden;
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
9 - 44
1.52
maatschappelijke voorziening
voorzieningen ten behoeve van medische, sociale, culturele of religieuze activiteiten, voorzieningen ten dienste van onderwijs, sport- en gymnastieklokalen, kinderopvang, alsmede overheidsdiensten met een overwegend openbaar karakter;
1.53
mantelzorg
het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een huishouden, die hulpbehoevend is, respectievelijk zijn, op het fysieke, psychische en/of sociale vlak;
1.54
nutsvoorzieningen
gebouwde voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van water, elektriciteit, gas e.d.;
1.55
ondersteunende horeca
een openbare horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren;
1.56
ondergeschikte bouwdelen
ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, antennes, liftopbouwen en andere ondergeschikte (dak)opbouwen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
1.57
open constructie
constructie met een doorkijk, voor minimaal 80 % voorzien van open delen, zoals een constructie met gaas;
1.58
onzelfstandige wooneenheid
woonruimte die niet is voorzien van een eigen toegang, van een eigen keuken en van een eigen toilet dan wel een woonruimte waar deze voorzieningen met één of meerdere bewoners gedeeld worden, waaronder worden verstaan kamers in studentenhuizen, kamers in het huis van een hoofdbewoner in de vorm van hospitakamers en hiermee vergelijkbare woonruimtes;
1.59
overkapping
bouwwerken, met één dakvlak en maximaal één gesloten wand, eventueel gedeeltelijk omsloten door wanden die niet tot de constructie behoren;
1.60
perceelsgrens
de grens van een perceel;
1.61
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding;
1.62
rijwoning
bebouwing bestaande uit meer dan twee aaneengebouwde grondgebonden woningen;
1.63
ruimtelijke kwaliteit
de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte;
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
10 - 44
1.64
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.65
stedenbouwkundig beeld
het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n);
1.66
straatmeubilair
openbare, op of bij de weg behorende voorzieningen c.q. bouwwerken, van geringe afmetingen, zoals verkeersgeleiders, rampalen, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut en daarmee vergelijkbare objecten;
1.67
telecommunicatiemast:
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
1.68
verdieping
de bouwlagen van een gebouw gelegen boven de begane grondlaag;
1.69
voorgevel
een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw;
1.70
voorgevellijn
de lijn waarin de voorgevel van het gebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan;
1.71
warmte-koude-opslag
een open bodemenergiesysteem, waarbij grondwater wordt onttrokken en opgewarmd grondwater na gebruik terug in de bodem geïnfiltreerd wordt;
1.72
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop;
1.73
werk
een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde;
1.74
wonen
Hieronder wordt verstaan: a. het geheel van aan huis verbonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden e.d. ten dienste van het verblijven door mensen. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven; b. huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur), tijdelijke huisvesting van personen in
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
11 - 44
c.
de vorm van het verstrekken van logies aan seizoenarbeiders, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvesting en andere vormen van beschermd/begeleid wonen, alsmede bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen (en ruimten) c.q. verzorgingsfaciliteiten; beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden beroep of bedrijf:', zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning en/of bijbehorend bijgebouw;
1.75
woning
een (gedeelte van) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding, niet zijnde een bijzondere woonvorm of kamerverhuur/logies voor meer dan drie personen inclusief de huishouding, dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht;
1.76
zendmast
een vrijstaande mast die gebruikt kan worden voor meerdere antenne-installaties met verschillende toepassingen.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
12 - 44
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
De afstand van een gebouw tot de perceelsgrens
de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens;
2.2
De diepte van aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw
de diepte van een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw wordt loodrecht vanaf de gevel van het hoofdgebouw, waaraan de aan- of uitbouw wordt gebouwd, of het verlengde hiervan, gemeten tot het uiterste punt van de achtergevel van de aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw;
2.3
De goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of daarbij gelijk te stellen constructiedeel;
2.4
De inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.5
De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.6
De oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.7
Peil
voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
13 - 44
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
14 - 44
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf - Nutsvoorziening
Bestemmingsomschrijving
De voor Bedrijf - Nutsvoorziening aangewezen gronden zijn bestemd voor nutsvoorzieningen, één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 3.2.2 Gebouwen Voor gebouwen van openbaar nut gelden de volgende regels: de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
15 - 44
Artikel 4 4.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sport; b. recreatie; c. ondersteunende horeca; d. groenvoorzieningen; e. speelvoorzieningen met bijbehorende verhardingen; f. beeldende kunstwerken; g. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. evenementen; i. parkeervoorzieningen; j. een zend/ontvangstinstallatie, uitsluitend ter plaats van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie'; k. banen voor de uitoefening van petanque, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd petanque'; één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals erven en paden.
4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen a. Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming, zoals gebouwen en aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen en overige bouwwerken. 4.2.2 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. het bebouwingspercentage bebouwd terrein mag niet meer bedragen, dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven. 4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken welke direct verband houden met de sportbeoefening mogen niet meer bedragen dan 8 m, alsmede masten voor de verlichting van sportvelden en banen, zoals genoemd onder 4.1 onder k, met een bouwhoogte van niet meer dan 10 m; c. de bouwhoogte van beeldende kunstwerken mag niet meer bedragen dan 5 m; d. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m; f.
de afstand van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte groter dan 4 m tot aan de bestemmingsgrenzen bedraagt minimaal 5 m.
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Omgevingsvergunning nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen buiten het bouwvlak toe te staan, mits wordt voldaan aan het volgende: a. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de ligging van het gebouw mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen; d. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
16 - 44
4.3.2 Omgevingsvergunning zend/ontvangstinstallatie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van een zendmast en de daarbij behorende antenne-installaties toe te staan, mits wordt voldaan aan het volgende: a. bouwwerken uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'zend/ontvangstinstallatie'; a. de hoogte van de zendmast bedraagt ten hoogste 40 m; b. de bouwhoogte van andere daarbij behorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 5 m; c. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2.
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. de verkoop van motorbrandstoffen; b. detailhandel in volumineuze goederen en detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; c. buitenpandige opslag.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
17 - 44
Artikel 5 5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. paden; c. speelvoorzieningen met bijbehorende verhardingen; d. beeldende kunstwerken; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. hondenuitlaatplaats uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - hondenuitlaatplaats'; h. ontsluitingswegen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; i. calamiteitenroute, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteit / hulpdienst; j. parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren'; k. banen voor de uitoefening van petanque, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd petanque'; l. tuin bij de aangrenzende woningen: uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ' tuin'; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m; b. de bouwhoogte van beeldende kunstwerken mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van lichtmasten, ten dienste van de verlichting van de banen, zoals genoemd onder 5.1 onder k, mag niet meer bedragen dan 10 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; f. in afwijking van het bepaalde onder e, mag ter plaatse van de aanduiding 'tuin' de daar genoemde bouwhoogte niet meer bedragen dan 2 m.
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Omgevingsvergunning nutsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toe te staan, mits wordt voldaan aan het volgende: a. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de ligging van het gebouw mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen; d. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast.
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. de verkoop van motorbrandstoffen;
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
18 - 44
b. c.
detailhandel in volumineuze goederen en detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; buitenpandige opslag.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
19 - 44
Artikel 6 6.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, voet- en fietspaden; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. verblijfsvoorzieningen; f. beeldende kunstwerken; g. geluidwerende voorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. evenementen; j. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen;
6.2
Bouwregels
6.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming, alsmede gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m. b. de bouwhoogte van terrasafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,5 m. c. de bouwhoogte van beeldende kunstwerken mag niet meer bedragen dan 5 m. d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Omgevingsvergunning nutsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toe te staan, mits wordt voldaan aan het volgende: a. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de ligging van het gebouw mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen; d. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
20 - 44
Artikel 7 7.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. groenvoorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen, bruggen, kademuren e.d.
7.2
Bouwregels
7.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van een permanente ligplaats.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
21 - 44
Artikel 8 8.1 a. b. c.
8.2
Wonen
Bestemmingsomschrijving wonen; tuinen, erven en verhardingen; water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Bouwregels
8.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 8.2.2 Bijbehorende bouwwerken a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', met dien verstande dat de bestaande gebouwen buiten deze aanduidingen worden geacht aan het plan te voldoen; b. de diepte van aan- en uitbouwen dan wel aangebouwde bijgebouwen aan de achtergevel en/of het verlengde hiervan mag niet meer bedragen dan 4 m; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m dan wel 30 cm boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m, met dien verstande dat: 1. de hoogte wordt begrens door de formule (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3 = maximale bouwhoogte (daknokhoogte); 2. de bouwhoogte nooit meer mag bedragen dan de woning of het woongebouw. 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet meer bedragen dan 2 m en daarbuiten niet meer dan 1 m.
8.2.4 Bebouwde oppervlakte Voor de bebouwde oppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' geldt het volgende: de bebouwde oppervlakte ter plaatse van de aanduiding "bijgebouwen” mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 60 m2 met dien verstande dat de gronden ter plaatse van de aanduiding "bijgebouwen” met niet meer dan 50% mogen worden bebouwd.
8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Omgevingsvergunning oppervlakte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.4 teneinde een grotere oppervlakte aan bijgebouwen toe te staan mits: a. de bebouwde oppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet meer dan 75 m2 bedraagt; b. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de gronden met niet meer dan 65% worden bebouwd; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast.
8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het plaatsen van caravans;
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
22 - 44
c. d.
detailhandel, behoudens voorzover de detailhandel uitdrukkelijk is toegestaan op grond van de regels; zelfstandige bewoning van vrijstaande bijgebouwen.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
23 - 44
Artikel 9 9.1
Woongebied - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden woningen; b. gestapelde woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'; c. aan-huis-verbonden beroep of bedrijf één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals: d. tuinen, erven en verhardingen; e. wegen, voet- en fietspaden; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. verblijfsvoorzieningen; j. beeldende kunstwerken; k. geluidwerende voorzieningen; l. nutsvoorzieningen; m. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1 Algemeen a. Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming, zoals hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken; b. Bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten'; c. Het aantal woningen binnen het bestemmingsvlak 'Woongebied - 1' mag niet meer bedragen dan: 1. maximaal 75 wooneenheden; 2. het totaal aantal gestapelde woningen binnen het aanduidingsvlak 'gestapeld', mag niet meer bedragen dan 25 wooneenheden; 3. het totaal aantal rijwoningen voor 'Woongebied - 1' en 'Woongebied - 2', niet meer mag bedragen dan 33% van de som van de aangegeven aantallen wooneenheden; 9.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de afstand van een vrijstaande woning tot aan de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; b. de goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage mag per woningtype niet meer bedragen dan zoals aangegeven in de onderstaande tabel: woningtype goothoogte (m) bouwhoogte (m) bebouwingspercentage (%) vrijstaand 7 11 50 twee-ondereen-kap 7 11 50 patio 4 9 75 rijwoning 7 11 50 gestapeld 11 100 c. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden afgedekt met een kap met een dakhelling van tenminste 35° en ten hoogste 80°; d. in afwijking van het bepaalde onder c. zijn ook platte daken toegestaan: 1.
voor ten hoogste 30% van het dakvlak per bouwperceel voor grondgebonden woningen; 2. voor ten hoogste 50% van het dakvlak per bouwperceel voor gestapelde woningen, met dien verstande dat de bovenste bouwlaag ter plaatse van de voorgevel dient te worden uitgevoerd met een dakhelling zoals genoemd onder c. e. de voorgevel van een hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd in of achter de op de verbeelding aangeduide 'gevellijn';
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
24 - 44
f.
de breedte van de gezamenlijke dakkapellen op het dakvlak van de voorgevel van een gebouw bedraagt ten hoogste 50% van de breedte van dat dakvlak.
9.2.3 Erkers Erkers dienen aan de volgende eisen te voldoen: a. de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de breedte mag niet meer bedragen dan 3 m. 9.2.4 Aangebouwde bijbehorende bouwwerken Voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht achter de voorgevelrooilijn, waarbij geldt dat de afstand tot de voorgevelrooilijn niet minder mag bedragen dan 3 m; b. de diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achtergevel en/of het verlengde hiervan mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m dan wel 0,30 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. 9.2.5 Vrijstaande bijbehorende bouwwerken Vrijstaande bijbehorende bouwwerken dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. vrijstaande bijgebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan achter de voorgevelrooilijn, waarbij geldt dat de afstand tot de voorgevelrooilijn niet minder mag bedragen dan 3 m; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.
9.2.6 Bebouwde oppervlakte Voor de bebouwde oppervlakte van de bebouwing als bedoeld in de leden 9.2.4 en 9.2.5 geldt het volgende: de bebouwde oppervlakte mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 75 m2, met dien verstande dat voldaan moet worden aan het bepaalde in artikel 9.2.2 onder b. 9.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woningen Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woningen op een bijbehorend bouwperceel, dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 m bedragen en daarachter maximaal 2 m; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de overige gronden mag niet meer bedragen dan 3 m. 9.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in openbaar gebied Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in het openbaar gebied, met uitzondering van overkappingen, dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m; b. de bouwhoogte van beeldende kunstwerken mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
9.3
Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Afwijken aantal woningen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.2.1 ten behoeve van een hoger aantal woningen met dien verstande dat: het totaal van het aantal woningen voor Woongebied - 1 en Woongebied - 2 tezamen niet meer mag bedragen dan de som van de aangegeven aantallen wooneenheden.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
25 - 44
9.3.2 Dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties Ten behoeve van gestapelde woningen zijn dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties toegestaan, mits deze niet hoger zijn dan 3,5 m van het dak van het gebouw waarop zij worden geplaatst en zij geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw waarop zij worden geplaatst. 9.3.3 Afwijken tiny houses Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 9.1 onder b ten behoeve van een andere locatie voor de woningtypen zoals genoemd onder 9.1 onder a, met dien verstande dat: a. het aantal woningen zoals genoemd onder 9.2.1 gelijk blijft, danwel het aantal woningen niet meer mag toenemen dan zoals bepaald in 9.3.1; b. de tiny houses tenminste in een cluster van 2 wooneenheden worden gerealiseerd; c. er tevens wordt voldaan aan de bouwregels, zoals bepaald in 9.2; d. er sprake is van een goede stedenbouwkundige inpassing in de omgeving.
9.4
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing indien dit noodzakelijk is: a. voor een verantwoorde en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld, zoals bepaald in 18.1; b. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. ter bevordering van de verkeers- en brandveiligheid en sociale veiligheid; d. ter voorkoming dat bebouwing de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en inrichtingen, woningen en bouwwerken onevenredig aantast.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
26 - 44
Artikel 10 Woongebied - 2 10.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden woningen; b. tiny houses, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tiny houses'; c. aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; d. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' zijn grondgebonden woningen niet toegelaten; met de daarbij behorende voorzieningen, zoals: e. tuinen, erven en verhardingen; f. wegen, voet- en fietspaden; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. verblijfsvoorzieningen; k. beeldende kunstwerken; l. geluidwerende voorzieningen; m. nutsvoorzieningen; n. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen;
10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen a. Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming, zoals hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken; b. Het aantal woningen binnen het bestemmingsvlak 'Woongebied - 2' mag niet meer bedragen dan: 1. maximaal 40 wooneenheden; 2. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - tiny houses' maximaal 4 tiny houses; 3. het totaal aantal rijwoningen voor 'Woongebied - 1' en 'Woongebied - 2', niet meer mag bedragen dan 33% van de som van de aangegeven aantallen wooneenheden. 10.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de afstand van een vrijstaande woning tot aan de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; b. de afstand tussen tiny houses onderling bedraagt ten minste 10 m; c. de goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage mag per woningtype niet meer bedragen dan zoals aangegeven in de onderstaande tabel: woningtype goothoogte (m) bouwhoogte (m) bebouwingspercentage (%) vrijstaand 7 11 50 twee-ondereen-kap 7 11 50 patio 4 9 75 rijwoning 7 11 50 tiny house 4 5 50 d. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden afgedekt met een kap met een dakhelling van tenminste 35° en ten hoogste 80°; e. in afwijking van het bepaalde onder d. zijn ook platte daken toegestaan voor ten hoogste 30% van het dakvlak per bouwperceel; f.
de breedte van de gezamenlijke dakkapellen op het dakvlak van de voorgevel van een gebouw bedraagt ten hoogste 50% van de breedte van dat dakvlak. 10.2.3 Tiny houses Tiny houses dienen behalve het bepaalde in 10.2.1 en 10.2.2 tevens aan de volgende eisen te voldoen:
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
27 - 44
a. b. c.
het bebouwd oppervlak mag niet meer bedragen dan 60 m² per tiny house; bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan, uitgezonderd 1 gezamenlijk vrijstaand voorzieningengebouw van ten hoogste 100 m² per cluster van tiny houses; het voorzieningengebouw genoemd onder a. mag niet hoger worden gebouwd dan 5 m.
10.2.4 Erkers Erkers dienen aan de volgende eisen te voldoen: a. de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de breedte mag niet meer bedragen dan 3 m. 10.2.5 Aangebouwde bijbehorende bouwwerken Voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht achter de voorgevelrooilijn, waarbij geldt dat de afstand tot de voorgevelrooilijn niet minder mag bedragen dan 3 m; b. de diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achtergevel en/of het verlengde hiervan mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m dan wel 0,30 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. 10.2.6 Vrijstaande bijbehorende bouwwerken Vrijstaande bijbehorende bouwwerken dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan achter de voorgevelrooilijn, waarbij geldt dat de afstand tot de voorgevelrooilijn niet minder mag bedragen dan 3 m; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.
10.2.7 Bebouwde oppervlakte Voor de bebouwde oppervlakte van de bebouwing als bedoeld in de leden 10.2.5 en 10.2.6 geldt het volgende: de bebouwde oppervlakte mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 75 m2, met dien verstande dat voldaan moet worden aan het bepaalde in artikel 10.2.2 onder c. 10.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woningen Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woningen op een bijbehorend bouwperceel, met uitzondering van overkappingen, dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. de hoogte van erf- of terreinafscheidingen mag voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 m bedragen en daarachter maximaal 2 m; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de overige gronden mag niet meer bedragen dan 3 m. 10.2.9 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in openbaar gebied Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in het openbaar gebied, met uitzondering van overkappingen, dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 8 m; b. de bouwhoogte van beeldende kunstwerken mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
10.3
Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Afwijken aantal woningen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 10.2.1 ten behoeve van een hoger aantal woningen met dien verstande dat: het totaal van het aantal woningen voor Woongebied - 1 en Woongebied - 2 tezamen niet meer mag bedragen dan de som van de aangegeven aantallen wooneenheden.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
28 - 44
10.3.2 Dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties Ten behoeve van gestapelde woningen zijn dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties toegestaan, mits deze niet hoger zijn dan 3,5 m van het dak van het gebouw waarop zij worden geplaatst en zij geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw waarop zij worden geplaatst. 10.3.3 Afwijken tiny houses Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 10.1 onder b ten behoeve van een andere locatie voor de woningtypen zoals genoemd onder 10.1 onder b, met dien verstande dat: a. het aantal woningen zoals genoemd onder 10.2.1 gelijk blijft. danwel het aantal woningen niet meer mag toenemen dan zoals bepaald in 10.3.1; b. de tiny houses tenminste in een cluster van 2 wooneenheden worden gerealiseerd; c. er tevens wordt voldaan aan de bouwregels, zoals bepaald in 10.2; d. er sprake is van een goede stedenbouwkundige inpassing in de omgeving.
10.4
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing indien dit noodzakelijk is: a. voor een verantwoorde en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld, zoals bepaald in 18.1; b. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. ter bevordering van de verkeers- en brandveiligheid en sociale veiligheid; d. ter voorkoming dat bebouwing de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en inrichtingen, woningen en bouwwerken onevenredig aantast.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
29 - 44
Artikel 11 Leiding - Hoogspanningsverbinding 11.1
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een bovengrondse hoogspanningsverbinding; b. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt.
11.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde in lid a mag ten behoeve van andere daar voorkomende bestemmingen worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en bouwhoogte niet wordt vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
11.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder 11.2 ten behoeve van bebouwing als toegestaan ingevolge de overige bestemmingen van deze gronden, mits door de bouw en situering van de betreffende bebouwing geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de leiding en vooraf schriftelijk en positief advies is ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanbrengen en/of verwijderen ven beplanting en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveld door het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. f. opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen; g. het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur, anders dan ten dienste van deze in artikel 11.1 omschreven bestemming; h. het aanleggen van zonneparken 11.4.2 Uitzonderingen Het in lid 11.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; b.
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
30 - 44
11.4.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 11.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding zijn gewaarborgd; b. alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk en positief advies in bij de betreffende leidingbeheerder.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
31 - 44
Artikel 12 Waarde - Archeologie - 1 12.1
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie - 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de ter plaatse aanwezige hoge archeologische verwachtingswaarden.
12.2
Bouwregels
Op de gronden is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a. bouwwerken die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,40 m en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m².
12.3 a. b.
c.
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 12.2 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. Op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. Op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt voorts verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 0,40 m, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 12.4.2 Uitzonderingen Het in lid 12.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
32 - 44
b. c. d. e. f. g. h.
worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 500 m² of smaller zijn dan 1,5 m; zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,40 m kunnen worden uitgevoerd; er reeds een omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning is verleend; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
12.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaalde is dat de in lid 12.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, waarin de archeologische waarde van de grond en waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. naar aanleiding van de resultaten van het onder a. uitgevoerde onderzoek een door het bevoegd gezag af te geven selectiebesluit; c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. d. de verplichting tot het doen van opgravingen of; e. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
12.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen door: de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 1’ geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
33 - 44
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
34 - 44
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 13 anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
35 - 44
Artikel 14 algemene bouwregels 14.1
Afwijkingenregeling
In afwijking van het bepaalde in de bouwregels van dit bestemmingsplan geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd in overeenstemming met de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het volgende: a. indien de bestaande maatvoering, afstanden en/of oppervlaktes van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de voorgeschreven minima of maxima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering, afstand of oppervlakte als maximum respectievelijk minimum; b. indien de bestaande situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, afwijkt van de in de regels voorgeschreven situering, is ook de bestaande situering toegestaan.
14.2
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van (half)ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd, mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m. 14.2.1 Afwijken ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 14.2 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw, mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast.
(vastgesteld) De Groene Vaart NL.IMRO.1655.BP1022-C001
36 - 44
Artikel 15 algemene gebruiksregels 15.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de in de bestemming aangegeven gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van: a. een seksinrichting; b. een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, behoudens: 1. indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend op grond van 17.1; 2. bestaande publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten. 15.1.1 Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit Het gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, tot ten hoogste en in totaal 50 m² mag worden gebruikt voor een niet-publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteit aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het daarbij behorende bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. uitsluitend bedrijfsactiviteiten die vallen onder categorie 1 of 2 van de als bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; d.