CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025 Definitief.pdf

Gemeenteraad 14 november 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 6: Programmabegroting 202532.652 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Boven die grens is sprake van een zeer hoge schuld en kan de houdbaarheid van de gemeentefinanciën in gevaar zijn. De gemeente zou dan terughoudend moeten zijn met investeringen en voorraden bouwgrond en leningen moeten afbouwen.

86

De schuldquotes laten evenals vorig jaar een stijgende lijn zien als gevolg van de benodigde financiering voor het omvangrijke investeringsprogramma. Beide schuldquotes bevinden zich ruimschoots in categorie B. Ten opzichte van vorig jaar is het investeringsprogramma verder toegenomen en van een structurele verbetering van de schuldquotes is de komende vier jaar geen sprake. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente (op langere termijn) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de solvabiliteitsratio geldt: hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Een solvabiliteit van 100% zou inhouden dat de gemeente geen schulden heeft. De solvabiliteitsratio bevindt zich normaal gesproken in categorie B (tussen 20% en 50%). Een solvabiliteitsratio in categorie A (< 20%) geeft een scheefgroei in de verhouding eigen / vreemd vermogen aan. De solvabiliteitsratio laat in de begroting een structureel beeld zien in categorie C. Ook dit beeld komt grotendeels overeen met het beeld uit de begroting 2024.

Hoewel de ratio nog ver verwijderd is van de grens met categorie B, is er wel sprake van een lichte verbetering. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De kengetallen moeten daarbij in samenhang worden bezien. Wanneer bijvoorbeeld de grondexploitatie er niet toe bijdraagt om de schuldpositie te verminderen en de structurele exploitatie ruimte negatief is, geeft het kengetal belastingcapaciteit inzicht in de mogelijkheid tot hogere baten.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en dit uit te drukken in een percentage. De structurele exploitatieruimte bevindt zich de komende jaren, met uitzondering van 2026, in categorie A. Dit geeft aan dat in die jaren de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In andere woorden: er is nog wat ruimte om een mogelijke stijging van de structurele lasten te dekken of een daling van de structurele baten op te vangen. In 2026 is dat niet het geval. Grondexploitatie In het verleden is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico.

Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lager solvabiliteitsratio. Voor de berekening van dit kengetal worden bouwgronden in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage. Het kengetal grondexploitaties bevindt zich structureel in categorie A. Vanaf 2026 is de waarde van de grondexploitaties € 0.

87

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij wordt uitgegaan van de woonlasten voor een gezin, bestaande uit de OZB voor een woning met een gemiddelde waarde, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing, omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut). De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De gemiddelde lastendruk laat de komende vier jaar een stijgende lijn zien. Deze wordt afgezet tegen het landelijk gemiddelde van vorig jaar. Enige nuancering is hierbij op zijn plaats, omdat het landelijke gemiddelde geen jaarlijkse stijging laat zien. In dit opzicht is ook de vergelijking met de andere De6 gemeenten zinvol die in de paragraaf lokale heffingen is opgenomen. Desalniettemin kan in algemene zin worden gesteld dat de woonlasten weinig tot geen ruimte bieden om, indien nodig, de financiële positie van de gemeente bij te sturen. Samenvattend oordeel Het beeld van voorgaande jaren is niet veranderd.

De kengetallen schuldquote en solvabiliteit worden in grote mate beïnvloed door het investeringsprogramma. Het was al omvangrijk en is in financiële zin nog iets verder toegenomen. Daardoor is de komende vier geen sprake van structurele verbetering van de kengetallen. De kengetallen inzake grondexploitaties en structurele exploitatieruimte laten zien dat er op die gebieden weinig ruimte is om bij te dragen aan verbetering van de financiële positie van de gemeente Halderberge. Datzelfde geldt voor de belastingcapaciteit, die zich in 2025 en 2026 nog onder het landelijk gemiddelde bevindt, maar daarna erboven. In het collegewerkprogramma 2022-2026 heeft het college de ambitie opgenomen om tot de goedkopere gemeenten in de regio te behoren. Hoewel definitieve cijfers over 2025 van de regiogemeenten ontbreken, lijkt dit vooralsnog het geval.

88

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

2.3.1 Inleiding De gemeente Halderberge heeft 7.524 hectare aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten, zoals wonen, werken en recreëren, vinden binnen deze openbare ruimte plaats. Daarvoor zijn kapitaalgoederen vereist wegen, riolering, openbaar groen, verlichting, gebouwen, enz. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud van is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Het beleid van de gemeente Halderberge voor het onderhoud van kapitaalgoederen is voor een belangrijk deel vastgelegd in nota’s, te weten: • Gemeentelijk Water Programma (2024 - 2027); • Beleidsnota Wegbeheer (2022 - 2026); • Beleidsplan Openbare Verlichting (2021 - 2025); • Groenbeleid (2021-2025); • Landschapsplan (2016 - 2025); • Kadernota parkeren (2023 - 2027); • Mobiliteitsvisie (2023 - 2027); • AVOI, vastgesteld in 2024; • Beleidsnota Civieltechnische kunstwerken (2022 – 2031); • Speelbeleid "Samen naar buiten" (2021 - 2025). 2.3.2 Gemeentelijk Water Programma (GWP) Het Gemeentelijk Water Programma (GWP) is het resultaat van een planproces. Het GWP omvat de doelen die aan de gehele waterketen worden gesteld, de maatregelen om deze doelen te bereiken en de daarvoor in te zetten middelen. Met de komst van de Omgevingswet is de verplichting voor het hebben van een vastgesteld Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) komen te vervallen.

Echter, de assets vanuit de waterketen moeten goed beheerd worden. Daarnaast wordt door klimaatverandering steeds vaker de hele openbare ruimte aangepakt om een klimaatadaptieve buitenruimte te creëren. Daarom is gekozen om een Gemeentelijk Water Programma op te zetten, waarbij breder naar stedelijk water wordt gekeken. Het nieuwe GWP heeft een looptijd van 4 jaar en is geldig van 2024 tot 2027. Deze opzet is gekozen om iedere raadsperiode een nieuw plan te laten vaststellen. De speerpunten van beleid worden ook in de programmabegroting vertaald. Naast het beleid en de taken op het gebied van riolering is ook de zorg en het beheer van het hemelwater en grondwater binnen dit plan betrokken. Dit GWP is binnen de Waterkring West opgesteld waarbij zoveel mogelijk gezamenlijke beleidsuitgangspunten voor de samenwerkende gemeenten en het waterschap zijn gehanteerd. Naast het reguliere beheer van de afvalwaterketen is er in het nieuwe GWP steeds meer aandacht voor klimaatadaptatie. Door maatregelen te nemen om wateroverlast te verminderen wordt nadrukkelijk ook hitte en droogte meegenomen in de afwegingen. Effectieve maatregelen hiervoor zijn om water zoveel mogelijk te bergen en vast te houden waar het valt. Effectieve maatregel hiervoor is het vergroenen/ ontharden van de buitenruimte in zowel openbaar gebied als particulier terrein.

De combinatie van groen en blauw helpt om wateroverlast te voorkomen, waarbij het voorkomen van hittestress en tegengaan van droogte meeliften.

89

2.3.3 Beleidsnota wegbeheer In de gemeenteraadsvergadering van 5 juni 2021 is het beleid voor de jaren 2022 tot en met 2026 vastgesteld. Voor het opstellen van het plan zijn eind 2020-begin 2021 wegeninspecties uitgevoerd. Het uitvoeringsplan 2024 en verder is op basis van de wegeninspectie 2023 aangepast. Met het vaststellen van het huidige beleidsplan is er gekozen voor een kwaliteitsmodel, waarbij op basis van de ernst en omvang de reparaties, onderhoud en reconstructies aan verhardingen worden uitgevoerd en er dus geen prioriteitsstelling wordt aangehouden voor bepaalde wegen. De ondergrens voor het onderhoudsniveau van alle verhardingen is C-kwaliteit, zoals vastgesteld door het CROW (het kenniscentrum voor regelgeving beheer en onderhoud van verhardingen). Bij het vaststellen van het beleidsplan werd toen niet uitgegaan van extra investeren op trottoirs en fietspaden. Echter, aanvullend op het collegewerkprogramma 2022-2026 en op basis van de wegeninspectie begin 2023 is er in de raadsvergadering van 13 juli 2023 besloten om toch extra middelen beschikbaar te stellen voor het verhogen van het onderhoudsniveau op trottoirs, voet- en fietspaden naar B-kwaliteit. In 2024 wordt er begonnen met de eerste werkzaamheden voor het verhogen van de kwaliteit.

In 2025 worden deze werkzaamheden afgerond, waarbij er dan in de komende jaren nog wel extra budget is voor het op peil houden van dit kwaliteitsniveau. In het huidige beleid wordt ingegaan op de aanpak van klein onderhoud op wegen (met name op elementenverhardingen), waardoor groot onderhoud en mogelijk ook investeringen worden uitgesteld. We zitten momenteel in de jaren 3-4-5 van het wegenplan. In deze jaren komt het vaker voor dat na inspectie overgegaan wordt van groot onderhoud uitvoeren, naar reconstrueren van wegen. In de voorziening van het achterstallig onderhoud zien we enige onderuitputting. Aan het einde van het jaar volgt een nieuwe inspectie waarna we verder kunnen analyseren welke wegen aan achterstallig onderhoud lijden. 2.3.4 Openbaar groen Het onderhoud van het openbaar groen in de vijf kernen is gebaseerd op het Groenbeleidsplan “Het groene doorgroeimodel”. Het Groenbeleidsplan biedt een praktische leidraad en toetsingskader voor de inrichting en het beheer van het openbaar groen binnen de bebouwde kom in de periode 2021-2025 bij de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gaan voor duurzame instandhouding met oog voor kwaliteit, aandacht voor herstel van de biodiversiteit en het klimaatbestendige.

Het beheer van het openbaar groen buiten de bebouwde kom is gebaseerd op de visie verwoord in het Landschapsplan Halderberge ‘Het landschap in beweging’ (2016- 2025). Een document dat gericht is op het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een groen samenhangend landschap. Enerzijds vormt het een beleidsstuk en anderzijds een doorvertaling naar uitvoeringsprojecten. 2.3.5 Beleidsplan openbare verlichting Voor de beleidsperiode 2021 - 2025 is in oktober 2020 het nieuwe beleidsplan vastgesteld. De ambities en doelstellingen opgenomen in het beleidsplan zijn gerelateerd aan het Energieakkoord wat in 2013 is ondertekend door de verschillende overheden, de VNG en hiermee ook de gemeente Halderberge. Dit Energieakkoord loopt nog door tot en met 2030 en de gemeente Halderberge wil hieraan invulling geven. Door het vaststellen van het beleidsplan kan in 2026 het verduurzamen van de openbare verlichting worden afgerond en wordt de bovengrens behaald van wat aan verduurzaming en energiebesparing mogelijk is. In de nieuwe beleidsperiode na 2025 wordt er verder gezocht naar innovatieve oplossingen die het nog meer mogelijk maken om openbare verlichting aan te passen aan de wensen van bewoners, maar daarbij ook oog te houden voor het niet verlichten waar dit ook niet is gewenst.

Het volgende beleidsplan zal zich focussen op het anders onderhouden en beheren van de openbare verlichting. 2.3.6 Waterhuishouding Gebiedsproces Halderberge Het uitvoeringsprogramma Water zoals in het verleden altijd opgesteld samen met het waterschap wordt niet meer als zodanig geactualiseerd. Samen met het waterschap is dit uitvoeringsprogramma opgegaan in het Gebiedsproces Halderberge. Samen met het waterschap, agrariërs, inwoners van het stedelijk gebied en natuurorganisaties is men bezig om gezamenlijk naar de wateropgave in het gebied te kijken. Maatregelen voortkomend uit het gebiedsproces worden binnen de beschikbare rioleringsbudgetten uitgevoerd. In 2024 worden vanuit het waterschap de peilbesluiten herzien. Zowel het belang van agrariers, stedelijk gebied, natuur en klimaat worden hierin meegenomen. Hiervoor is een participatieproces vanuit het waterschap opgezet.

90

Bruggen en duikers De gemeente heeft een onderhoudsverantwoordelijkheid voor de civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen en duikers die in eigendom zijn van de gemeente Halderberge. Hierbij kennen we 75 grotere bruggen, duikers en andere civieltechnische kunstwerken (damwanden, aanlegplaatsen) en meer dan 300 kleinere duikers onder de verschillende wegen in met name het buitengebied. Onder de grotere kunstwerken zijn er een aantal bruggen en duikers van de provincie, rijkswaterstaat en het waterschap, waarbij de gemeente in veel gevallen een onderhoudsplicht heeft voor wat betreft de wegconstructie en de afwatering van hemelwater. In het beleidsplan civiele kunstwerken 2022-2031 is aangegeven welke civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen, beschoeiingen en aanlegsteigers er in de komende periode aan vervanging en/of (kleinschalig) onderhoud toe zijn en dus door de gemeente moeten worden aangepakt. Het onderhoud aan de Markbrug is afgerond. De verschillende damwandconstructies in de haven van Oudenbosch krijgen de nodige aandacht. Ook de Lamgatsebrug is inmiddels vervangen en weer opengesteld voor het langzaam verkeer. De aanpak van de Markbrug en de Lamgatsebrug zijn in samenwerking met de gemeente Moerdijk gedaan omdat deze twee kunstwerken ook voor de helft in eigendom zijn van de gemeente Moerdijk.

2.3.7 Gebouwen Voor alle gemeentelijke gebouwen is een Meerjaren Onderhouds Plan gebouwen (hierna: MJOP) 2023-2027 opgesteld en vastgesteld op 13 juli 2023 door de gemeenteraad. In het MJOP is opgenomen dat het volledige onderhoud zoveel mogelijk wordt uitgevoerd, maar er wordt wél rekening gehouden met bijzondere omstandigheden bij een gebouw. Door de gemeenteraad is ingestemd met het scenario waarbij basis onderhoud wordt gepleegd inclusief een taakstelling als gevolg van de hogere kosten en het mogelijk afstoten van enkele gebouwen. Aan achterstallig onderhoud is bij Kapel van Sint Anna en Kapel van Saint Louis een groot gedeelte van het achterstallig onderhoud weggewerkt in het nog (lopende) verbouwingsproject. Bij Fidei is het achterstallig onderhoud al voor een gedeelte uitgevoerd, voor het overige zijn we in afwachting van uitvoering Fidei 2.0. Naar verwachting zal dit in 2025 uitgevoerd worden. 2.3.8 Budgetten begroting 2025 - 2028 In onderstaande tabel is het verloop van de onderhoudskosten van de kapitaalgoederen weergegeven (x € 1.000). Deze kostenontwikkeling is opgenomen in de meerjarenbegroting 2025 - 2028. Omschrijving

2025

2026

2027

2028

Wegbeheer

1.665

1.698

1.720

1.743

Civieltechnische kunstwerken

219

254

254

254

Openbare verlichting

77

80

82

84

Waterkering en afwatering

145

149

154

158

Openbaar groen

790

814

838

863

Gebouwen

569

569

569

569

Riolering

724

745

768

791

Totalen

4.189

4.309

4.385

4.463

91

92

Paragraaf Financiering

2.4.1 Inleiding De paragraaf Financiering geeft aan hoe invulling is gegeven aan het treasurybeleid van de gemeente Halderberge, zoals dat is vastgelegd in het treasurystatuut. In deze paragraaf wordt onder meer ingegaan op de financieringsbehoefte, de daaraan verbonden rentelasten en –baten, het renteresultaat en het risicobeheer, nader geconcretiseerd in de ruimte boven/onder de kasgeldlimiet en de ruimte boven/onder de renterisiconorm. Bij de toelichting op het renteresultaat is aangegeven welke rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Bovendien worden in deze paragraaf de mutaties in de portefeuille van verstrekte en opgenomen geldleningen weergegeven. Als laatste wordt in deze paragraaf ingegaan op de afspraken met de financiële instellingen. Het financierings- of treasurybeleid van de gemeente Halderberge is vastgelegd in het Treasurystatuut. Dit is gebaseerd op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg Wet fido) die in 2001 van kracht is geworden. Het huidige Treasurystatuut is op 23 maart 2023 vastgesteld door de gemeenteraad.

Het treasurystatuut heeft de volgende doelstellingen: • het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; • het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en de richtlijnen • van het treasurystatuut; • het inrichten en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem; • het realiseren van de informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasurybeleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarvan. 2.4.2 Rentebeleid De rentelasten worden verantwoord op het aparte taakveld Treasury. Dit betreft alleen rente over de externe financieringsmiddelen. Er wordt geen rente berekend over de eigen financieringsmiddelen. Toerekening van de rentelasten aan de andere taakvelden vindt plaats op basis van een renteomslag. In deze paragraaf treft u de berekening daarvan aan. Om grote schommelingen en onverwachte negatieve effecten in de exploitatie van stijgende rente te voorkomen is een egalisatiereserve rente beschikbaar.

Deze reserve bedraagt maximaal € 1 miljoen. Voor de juiste inschatting van de rentelasten en -baten én de verwachte ontwikkeling van de leningenportefeuille is een vierjarig kasstroomoverzicht opgesteld. Naast het feit dat het kasstroomoverzicht een goede basis biedt voor de berekening van de verwachte rentelasten en de ontwikkeling van de leningenportefeuille, geeft het inzicht in de kasstromen die in de komende vier jaar naar verwachting plaats gaan vinden. 2.4.3 Renteschema en renteresultaat Conform het advies van de Commissie BBV is onderstaand renteschema opgenomen in de begroting en de jaarrekening. Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en -baten van de gemeente Halderberge en het verwachte renteresultaat.

93

2025

2026

2027

2028

1.790.757

2.486.677

2.956.690

3.045.069

119.240

118.381

117.586

116.791

1.671.517

2.368.296

2.839.104

2.928.278

0

0

0

0

Projectfinanciering Gemeentehuis (-)

355.787

350.160

344.302

338.203

Projectfinanciering Markland College (-)

128.164

125.255

122.324

119.373

0

0

0

0

1.187.566

1.892.881

2.372.477

2.470.703

Rente over eigen vermogen

0

0

0

0

Rente over voorzieningen

0

0

0

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.187.566

1.892.881

2.372.477

2.470.703

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1.519.224

1.832.145

2.084.940

2.113.189

Renteresultaat taakveld Treasury

331.658

-60.736

-287.537

-357.514

Externe rentelasten over korte en lange financiering (+) Externe rentebaten (-) Saldo rentelasten en rentebaten

Toerekening bijzondere rentes: Facilitaire grondexploitaties (-)

Rentebaten verstrekte leningen (projectfinanciering) (+) Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

In het schema komen twee bijzondere rentes voor. De leningen voor het gemeentehuis en het Markland College zijn bij uitzondering aangegaan als projectfinanciering. De rentelasten daarvan worden geheel toegerekend aan respectievelijk het taakveld Overhead (huisvesting) en het taakveld Huisvesting voortgezet onderwijs. De overblijvende rentelasten en -baten zijn toegerekend aan de overige investeringen. Om grote schommelingen in de toegerekende rente te voorkomen, is conform het bestaande financiële beleid, voor de komende periode van vier jaar hetzelfde rentepercentage in de begroting gehanteerd. Dat percentage is het gemiddelde van de komende vier jaar, waarbij de uitkomst is afgerond op een veelvoud van 0,25%. Dit betekent dat een gemiddeld rentepercentage van 1,50% is toegerekend aan de investeringen. Het verschil met de berekende rente (= het renteresultaat) is verrekend met de egalisatiereserve rente. 2.4.4 Renteontwikkelingen Als gevolg van economische en politieke ontwikkelingen vertonen de tarieven op de geld- en kapitaalmarkt sinds medio 2022 een stijgende lijn. Het rentetarief voor een lening met een looptijd van 30 jaar bedraagt momenteel ca. 3,0%. Dankzij de gestegen rentetarieven wordt ook weer rente vergoed over de tegoeden bij de bank en bij het schatkistbankieren. Over het tegoed bij het schatkistbankieren wordt momenteel een rente vergoed van ca. 3,4%.

Een voorspelling van de rente is zoals gebruikelijk erg lastig en is sterk afhankelijk van de economische en politieke situatie in de wereld. Naar verwachting zal de rente voorlopig blijven oplopen, maar onvoorziene gebeurtenissen kunnen dit heel snel beïnvloeden.

94

2.4.5 Financieringsbehoefte De gemeente Halderberge kent diverse inkomstenbronnen om uitgaven te financieren. De belangrijkste inkomstenbronnen op een rij: • uitkeringen uit het gemeentefonds (algemene uitkering, integratie- en decentralisatie-uitkeringen); • specifieke uitkeringen van het Rijk en andere overheden (provincie); • gemeentelijke heffingen (belastingen en retributies). Met deze zogeheten lopende (= jaarlijkse terugkerende) inkomsten kunnen niet alle uitgaven gedaan worden. De lopende inkomsten dienen in beginsel de lopende uitgaven te dekken. Omdat het tijdstip waarop de inkomsten worden ontvangen niet altijd gelijk loopt met het tijdstip waarop de uitgaven worden gedaan, ontstaat er behoefte aan financieringsmiddelen. Een andere oorzaak voor het ontstaan van financieringsbehoefte zijn (grote) investeringen en rente- en aflossingsverplichtingen van al opgenomen geldleningen. In de Begroting wordt een inschatting gegeven van de financieringsbehoefte in de komende vier jaar. Op basis van een kasstroomoverzicht wordt de behoefte aan externe financiering en de daarmee gepaard gaande rentelasten geraamd. Het kasstroomoverzicht is opgebouwd vanuit de verwachte operationele kasstromen en met de beschikbare gegevens van oktober 2024 (bedragen x € 1.000). Voorcalculatorisch kasstroomoverzicht gemeente Halderberge

2025

2026

2027

2028

Inkomende kasstromen

101.812

100.757

103.884

107.350

Uitgaande kasstromen

-97.499

-95.118

-95.364

-97.467

4.313

5.639

8.520

9.882

Investeringen in (im)materiële vaste activa

-29.408

-14.685

-4.892

-3.435

Kasstromen uit grond aan- en verkopen

9.711

28

0

0

0

0

0

0

-19.697

-14.657

-4.892

-3.435

Kasstromen uit verstrekte leningen

147

137

136

136

Kasstromen uit aangegane leningen

-8.064

-9.208

-9.778

-8.679

Saldo kasstroom uit financieringsactiviteiten

-7.917

-9.071

-9.641

-8.544

Verwachte mutatie liquide middelen

-23.300

-18.089

-6.013

-2.096

Kasstroom uit operationele activiteiten

Saldo kasstroom uit operationele activiteiten

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

(Des)investeringen in financiële vaste activa Saldo kasstroom uit investeringsactiviteiten

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Het kasstroomoverzicht geeft een (afgeronde) financieringsbehoefte aan van resp. € 23,3 miljoen in 2025, € 18,1 miljoen in 2026, € 6,0 miljoen in 2027 en € 2,1 miljoen in 2028. De gevolgen daarvan zijn zowel verwerkt in de meerjarige balans die is opgenomen in de Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing als in het renteoverzicht van deze paragraaf.

95

De gemeente Halderberge hanteert net zoals veel andere gemeenten voor de financiering van haar activiteiten het systeem van totaalfinanciering. Dit betekent dat niet voor afzonderlijke projecten en activiteiten financiering wordt aangetrokken, maar dat er wordt gekeken naar de gezamenlijke financieringsbehoefte voor alle activiteiten van de gemeente. Hierop wordt vervolgens de daadwerkelijke financiering afgestemd. Deze vorm van financiering heeft tot gevolg dat jaarlijks een beperkt aantal geldleningen wordt aangegaan. Kortlopende leningen Kortlopende leningen kunnen worden aangegaan tot het bedrag van de kasgeldlimiet. De hoogte daarvan staat verderop in deze paragraaf vermeld. Onder kortlopende leningen vallen ook de rekening courant saldi met de bank. Deze saldi laten over het algemeen een zeer schommelend verloop zien. Kortlopende leningen worden doorgaans alleen afgesloten ter overbrugging van een periode tussen grote uitgaven en inkomsten. Langlopende geldleningen In onderstaand overzicht geven wij het verwachte verloop van de portefeuille aan langlopende opgenomen geldleningen weer. Hierbij is de eindstand van 2023 als uitgangspunt genomen, met inachtneming van alle bekende en nog te verwachten mutaties van 2024 en 2025. Bedrag leningen Stand per 1-1-2025

94.146.947

Nieuwe leningen

23.500.000

Aflossingen

6.643.034

Stand per 31-12-2025

111.003.913

De portefeuille met langlopende leningen bestaat momenteel (oktober 2024) uit 23 leningen die allemaal een vaste rente hebben die gedurende de looptijd niet kan worden herzien. Van twee leningen wordt in laatste termijn afgelost in 2024 en van één lening in 2025. Op basis van de liquiditeitsplanning is er in 2025 een financieringsbehoefte van € 23,5 miljoen (afgerond op € 0,5 miljoen). 2.4.6 Verstrekte geldleningen In het treasurystatuut staat vermeld dat de gemeente alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak mag verstrekken. Met het verstrekken van nieuwe leningen aan stichtingen, instellingen e.d. wordt zeer terughoudend omgegaan, aangezien dit niet tot de kerntaken van de gemeente behoort. In deze paragraaf zijn alle leningen en regelingen opgenomen die bij het opstellen van deze paragraaf (september 2024) formeel waren geregeld. Naar verwachting zullen in 2025 de volgende regelingen en leningen actueel zijn: • hypothecaire leningen ambtelijk personeel • lening eigenaar sporthallen De Parrestee en De Beuk • fondsen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland voor: - startersleningen - duurzaamheidsleningen - duurzaamheidsleningen zakelijk - stimuleringsleningen duurzaamheid 2.4.7 Uitzetten van overtollige middelen Door de komst van het schatkistbankieren (zie hierna) gebeurt het uitzetten van (tijdelijk) overtollige middelen van de gemeente niet meer.

Sowieso mag dit alleen indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico. Naar verwachting zullen er buiten het schatkistbankieren geen middelen worden uitgezet.

96

2.4.8 Schatkistbankieren Sinds eind 2013 zijn decentrale overheden verplicht om tegoeden op bankrekeningen aan te houden bij het Rijk: het schatkistbankieren zonder leenfaciliteit. Bij een positief saldo van het banktegoed dient het saldo overgemaakt te worden naar de bankrekening bij het Rijk. Het gebruik is afhankelijk van de fluctuaties op de bankrekening. In 2015 is een faciliteit van de huisbankier afgenomen, waardoor tegoeden van meer dan € 0,4 miljoen automatisch worden doorgestort naar de bankrekening bij het Rijk. Sinds de ingebruikname van de faciliteit is dat zeer regelmatig gebeurd. Terugboeking gebeurt voor zover de middelen nodig zijn. De faciliteit loopt naar wens en aanpassing daarvan zal in 2025 naar verwachting niet nodig zijn. 2.4.9 Garanties en borgstellingen In het verleden heeft de gemeente Halderberge garanties verstrekt in het kader van de woningbouw en aan sportverenigingen, stichtingen en sinds enkele jaren ook aan enkele verbonden partijen. De gemeente Halderberge hanteert een terughoudend beleid ten aanzien van het verstrekken van gemeentegaranties. Het verstrekken van garanties is wel mogelijk, maar alleen uit hoofde van de publieke taak en onder vastgestelde voorwaarden. Momenteel lopen garanties en borgstellingen voor de volgende kredieten: 1. kredietfaciliteit van maximaal € 5 miljoen van de BNG Bank aan het Werkplein Hart van West-Brabant.

De gemeente Halderberge staat borg voor het aandeel van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling. In 2024 bedraagt dit aandeel 11,8% x € 5 miljoen = € 590.000. 2. kredietfaciliteit bij de Kredietbank Nederland voor de ondersteuning van inwoners van Halderberge op het gebied van inkomensbeheer en schuldhulpverlening. 3. overige leningen die door de gemeente voor 100% worden gewaarborgd. Het saldo hiervan bedroeg eind 2023 ca. € 124.000. Achtervang Naast leningen met een directe borging heeft de gemeente afspraken lopen over leningen waarvoor een achtervangovereenkomst bestaat. In het verleden zijn achtervangovereenkomsten aangegaan op het gebied van woningbouw met het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). De achtervangovereenkomsten met het WEW betrof overeenkomsten uit 1994 met de gemeenten die in 1997 zijn opgegaan in de gemeente Halderberge en wijzigingsovereenkomsten in 1998 en 2010 met de gemeente Halderberge. De laatste wijzigingsovereenkomst betrof de overname van de achtervang van gemeenten door het Rijk per 1 januari 2011. Sinds die datum zijn er geen nieuwe leningen meer bijgekomen. Voor bestaande leningen blijft de oude regeling van kracht. Met het WSW zijn sinds 2018 meerdere achtervangovereenkomsten aangegaan. De meeste recente is van oktober 2021 en was nodig door wijzigingen in het borgstelsel.

Geldleningen die volgens de nieuwe achtervangovereenkomst worden afgesloten, worden niet meer aan één gemeente toegerekend. Deze leningen worden verhoudingsgewijs toegerekend aan alle gemeenten waar een corporatie actief is. Als verhouding geldt de waarde van de sociale huurwoningen in de deelnemende gemeenten, het zogenaamde DAEB bezit (DAEB staat voor Diensten van Algemeen Economisch Belang). Leningen die volgens de oude achtervangovereenkomsten zijn afgesloten, worden nog wel geheel aan één gemeente toegerekend. In onderstaand overzicht treft u het overzicht per 31 december 2023 aan van de woningcorporaties die gebruik hebben gemaakt van de achtervangovereenkomst met het WSW om hun activiteiten binnen de gemeente Halderberge te financieren. Bij de Jaarrekening 2024 vindt een actualisatie plaats. Woningcorporaties (bedragen x 1 miljoen)

Aandeel DAEB bezit in Halderberge

Schuldrestant leningen per 31-12-20223

waarvan toegerekend aan Halderberge

Stichting Woonkwartier

45,3%

217,2

161,5

Woningstichting Geertruidenberg

0,0%

32,7

32,7

249,9

194,2

Totaal

In de tabel ziet u de totale omvang van de leningen die een corporatie heeft afgesloten waarvoor de gemeente Halderberge een achtervangpositie inneemt. Voor leningen die vóór 1 augustus 2021 zijn afgesloten is dat voor 100% van het schuldrestant, voor leningen na die datum is dat voor het aandeel in het DAEB-bezit zoals dat in de tabel is aangegeven. Per saldo nam de gemeente Halderberge eind 2023 een achtervangpositie in voor ca. € 194,2 miljoen.

97

Op grond van de gelaagde en gedeelde zekerheidsstructuur van het WSW staat de gemeente Halderberge borg voor ongeveer een kwart hiervan. Dat is ca. € 48,6 miljoen. Indien daar aanspraak op wordt gemaakt, vindt een actuele berekening plaats en dient de gemeente renteloze leningen te verstrekken aan het WSW. De werkelijke borgstelling kan dan iets afwijken van deze 25%. Zie meer voor informatie over de zekerheidsstructuur de website van het WSW. 2.4.10 Risicobeheer De Wet fido hanteert twee instrumenten die grenzen stellen aan het renterisico op korte financiering en lange financiering: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de financiering op korte termijn, de renterisiconorm stelt grenzen aan de financiering op lange termijn. 2.4.11 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de grens aan voor de financiering op korte termijn. Het doel van de kasgeldlimiet is het renterisico op korte financiering te beperken. Fluctuaties in de korte rente hebben namelijk een relatief grote invloed op de rentelasten. De kasgeldlimiet heeft betrekking op de financiering met een oorspronkelijke looptijd korter dan 1 jaar (korte financiering). De limiet wordt berekend door de totale begrotingslasten te vermenigvuldigen met een door het rijk vastgesteld percentage.

De gemiddelde omvang van de netto vlottende schuld (= rekening courantsaldo plus uitgezette kortlopende geldleningen minus opgenomen kortlopende geldleningen) per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. De gemeente is verplicht de toezichthouder (ic. de provincie Noord-Brabant) te informeren als de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Hierbij moet dan een plan worden ingediend om de overschrijding teniet te doen. Het rentepercentage van de kasgeldlimiet blijft in 2025 onveranderd ten opzichte van voorgaande jaren, nl. 8,5%. De berekening van de kasgeldlimiet voor 2025 is als volgt: Berekening kasgeldlimiet

Totale lasten volgens de Begroting 2025 Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

Kasgeldlimiet 2025

Bedrag

112.476.253 8,50%

9.560.482

Een overschrijding van de kasgeldlimiet wordt niet verwacht. 2.4.12 Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan de financiering op lange termijn. Het doel hiervan is om tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen wordt beperkt. Indien een leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld in de tijd gelijkmatig zijn gespreid. De renterisiconorm heeft betrekking op de financiering met een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm wordt sinds 1 januari 2009 berekend door de totale begrotingslasten te vermenigvuldigen met een door het rijk in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden vastgesteld percentage. Het percentage is in 2025 evenals voorgaande jaren 20%. Indien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder deze norm blijven, is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. In onderstaand overzicht staat de berekening vermeld van het renterisico op de vaste schuld, de berekening van de renterisiconorm en de toetsing van het renterisico aan de renterisiconorm.

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/594/documents/17390