Programmabegroting 2023 DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
Het kengetal grondexploitaties fluctueert, maar bevindt zich structureel in categorie A. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij wordt uitgegaan van de woonlasten voor een gezin, bestaande uit de OZB voor een woning met een gemiddelde waarde, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing, omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut). De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage.
83
De gemiddelde lastendruk laat de komende vier jaar een stijgende lijn zien. Dit is ook aangegeven in voorgaande begrotingen. Toen was als oorzaak aangegeven de stijgende lasten voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing en het uitgangspunt dat deze heffingen 100% kostendekkend moeten zijn. Dat geldt nog steeds. De stijging van de belastingcapaciteit in 2023 wordt getemperd door de daling van de onroerendezaakbelasting voor woningen. Mede daardoor bevindt de belastingcapaciteit van 2023 zich in categorie A. De belastingcapaciteit van de komende vier jaar wordt afgezet tegen het landelijk gemiddelde van vorig jaar. Enige nuancering is hierbij op zijn plaats, omdat het landelijke gemiddelde geen jaarlijkse stijging laat zien. In dit opzicht is ook de vergelijking met de andere De6 gemeenten zinvol die in de paragraaf lokale heffingen is opgenomen. Desalniettemin kan in algemene zin worden gesteld dat de woonlasten weinig tot geen ruimte bieden om, indien nodig, de financiële positie van de gemeente bij te sturen. Samenvattend oordeel Het beeld van voorgaande jaren is niet veel veranderd. De kengetallen schuldquote en solvabiliteit worden in grote mate beïnvloed door het investeringsprogramma. Dat is de komende jaren erg omvangrijk, waardoor er vooralsnog geen sprake is van verbetering van de kengetallen.
De kengetallen inzake grondexploitaties en structurele exploitatieruimte laten zien dat er op die gebieden weinig ruimte is om bij te dragen aan verbetering van de financiële positie van de gemeente Halderberge. Datzelfde geldt voor de belastingcapaciteit, die zich in 2023 nog onder het landelijk gemiddelde bevindt, maar daarna erboven. In het Collegewerkprogramma 2022-2026, Samen aan de Slag! heeft het college de ambitie opgenomen om tot de goedkopere gemeenten in de regio te behoren. Hoewel definitieve cijfers van de regiogemeenten ontbreken, lijkt dit vooralsnog het geval.
84
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
2.3.1 Inleiding De gemeente Halderberge heeft 7.524 hectare aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten, zoals wonen, werken en recreëren, vinden binnen deze openbare ruimte plaats. Daarvoor zijn kapitaalgoederen vereist wegen, riolering, openbaar groen, verlichting, gebouwen, enz. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud van is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Het beleid van de gemeente Halderberge voor het onderhoud van kapitaalgoederen is voor een belangrijk deel vastgelegd in nota’s, te weten: • Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP 2020 - 2023); • Beleidsnota Wegbeheer (2022 - 2026); • Beleidsplan Openbare Verlichting (2021 - 2025); • Groenbeleid (2021-2025); • Landschapsplan (2016 - 2025); • Kadernota parkeren 2017 - 2021; • Mobiliteitsvisie 2018-2023; • AVOI, vastgesteld in2017; • Beleidsnota Civieltechnische kunstwerken (2022 – 2031) 2.3.2 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) is het resultaat van een planproces. Het GRP omvat de doelen die aan de riolering worden gesteld,de maatregelen om deze doelen te bereiken en de daarvoor in te zetten middelen. Het nieuwe GRP heeft een looptijd van 4 jaar en is geldig van 2020 tot 2023. Deze opzet is gekozen om iedere raadsperiode een nieuw GRP te laten vaststellen. De speerpunten van beleid worden ook in de programmabegroting vertaald.
Naast het beleid en de taken op het gebied van riolering is ook de zorg en het beheer van het hemelwater en grondwater binnen dit plan betrokken. Dit GRP is binnen de Waterkring West opgesteld waarbij zoveel mogelijk gezamenlijke beleidsuitgangspunten voor de samenwerkende gemeenten en het waterschap zijn gehanteerd. Naast het reguliere beheer van de afvalwaterketen is er in het nieuwe GRP steeds meer aandacht voor klimaatadaptatie. Door maatregelen te nemen om wateroverlast te verminderen wordt nadrukkelijk ook hitte en droogte meegenomen in de afwegingen. Effectieve maatregelen hiervoor zijn om water zoveel mogelijk te bergen en vast te houden waar het valt. Effectieve maatregel hiervoor is het vergroenen/ ontharden van de buitenruimte in zowel openbaar gebied als particulier terrein. De combinatie van groen en blauw helpt om wateroverlast te voorkomen, waarbij het voorkomen van hittestress en tegengaan van droogte meeliften. 2.3.3 Beleidsnota wegbeheer In de gemeenteraadsvergadering van 5 juni 2021 is het beleid voor de jaren 2022 tot en met 2026 vastgesteld. Voor het opstellen van het plan zijn eind 2020-begin 2021 wegeninspecties uitgevoerd. Naar aanleiding van de kaderstellende uitspraken door de raad is er een vijfjarenplanning opgesteld.
Gekozen is voor een kwaliteitsmodel waarbij op basis van de ernst en omvang de reparaties aan verhardingen worden uitgevoerd en waarbij er dus geen prioriteitsstelling wordt aangehouden voor bepaalde wegen. Hierbij is de ondergrens voor het onderhoudsniveau C- kwaliteit, zoals vastgesteld door het CROW. Er wordt niet extra geïnvesteerd op trottoirs en fietspaden. In het huidige en nieuwe beleid wordt met name ingegaan op de aanpak van klein onderhoud waardoor groot onderhoud en mogelijk ook investeringen worden uitgesteld.
85
Voor het behalen van het minimale onderhoudsniveau van c (CROW) is de wegenplanning leidend om eventueel werk met werk te maken. Een ideale combinatie van werk met werk maken kan dan alleen als de desbetreffende weg ook voorkomt op de onderhoudsplanning voor groot onderhoud 2022-2026. Verder worden bij elementenverhardingen alleen die gedeelten aangepakt die ook echt in slechte staat zijn. Een aantal gebreken in deze wegen worden geaccepteerd tenzij de verkeersveiligheid in het gedrang komt. Doordat het budget voor klein onderhoud ook wordt verhoogd kunnen er veel kleinschalige oneffenheden worden weggehaald en kan er ook worden geïnvesteerd op het voorkomen van groot onderhoud aan wegen. 2.3.4 Openbaar groen Het onderhoud van het openbaar groen in de vijf kernen is gebaseerd op het Groenbeleidsplan “ Het groene doorgroeimodel”. Het Groenbeleidsplan biedt een praktische leidraad en toetsingskader voor de inrichting en het beheer van het openbaar groen binnen de bebouwde kom in de periode 2021-2025 bij de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gaan voor duurzame instandhouding met oog voor kwaliteit, aandacht voor herstel van de biodiversiteit en het klimaatbestendige. Het beheer van het openbaar groen buiten de bebouwde kom is gebaseerd op de visie verwoord in het Landschapsplan Halderberge ‘Het landschap in beweging’ ( 2016- 2025 ).
Een document dat gericht is op het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een groen samenhangend landschap. Enerzijds vormt het een beleidsstuk en anderzijds een doorvertaling naar uitvoeringsprojecten. In 2023 wordt uitvoering gegeven aan het stimuleren van agrarisch particulier landschapsbeheer en een vervolg op het verbeteren van de verbinding tussen verschillende ( groen ) elementen door het versterken van landschappelijke beplantingen in het buitengebied. Tevens verder gaande omschakeling van traditioneel beheer naar bijvriendelijk beheer. 2.3.5 Beleidsplan openbare verlichting Voor de beleidsperiode 2021 - 2025 is in oktober 2020 het nieuwe beleidsplan vastgesteld. De ambities en doelstellingen opgenomen in het beleidsplan zijn gerelateerd aan het Energieakkoord wat in 2013 is ondertekend door de verschillende overheden, de VNG en hiermee ook de gemeente Halderberge. Dit Energieakkoord loopt nog door tot en met 2030 en de gemeente Halderberge wil hieraan invulling geven. Door het vaststellen van het beleidsplan kan in 2026 het verduurzamen van de openbare verlichting worden afgerond en wordt de bovengrens behaald van wat aan verduurzaming en energiebesparing mogelijk is.
In de nieuwe beleidsperiode na 2025 wordt er verder gezocht naar innovatieve oplossingen die het nog meer mogelijk maken om openbare verlichting aan te passen aan de wensen van bewoners, maar daarbij ook oog te houden voor het niet verlichten waar dit ook niet is gewenst. 2.3.6 Waterhuishouding Gebiedsproces Halderberge Het uitvoeringsprogramma Water zoals in het verleden altijd opgesteld samen met het waterschap wordt niet meer als zodanig geactualiseerd. Samen met het waterschap is dit uitvoeringsprogramma opgegaan in het Gebiedsproces Halderberge. Samen met het waterschap, agrariërs, inwoners van het stedelijk gebied en natuurorganisaties is men bezig om gezamenlijk naar de wateropgave in het gebied te kijken, zoals bijvoorbeeld het Gastels Laag. Maatregelen voortkomend uit het gebiedsproces zullen binnen de beschikbare rioleringsbudgetten worden uitgevoerd. Bruggen en duikers De gemeente heeft een onderhoudsverantwoordelijkheid voor de civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen en duikers die in eigendom zijn van de gemeente Halderberge. Hierbij kennen we een 50-tal grotere bruggen en duikers en meer dan 300 kleinere duikers onder de verschillende wegen in met name het buitengebied.
Daarnaast is er een aantal bruggen en duikers van de provincie, Rijkswaterstaat en het waterschap, waarbij de gemeente in veel gevallen een onderhoudsplicht heeft voor wat betreft de wegconstructie en de afwatering van hemelwater. In het beleidsplan civiele kunstwerken 2022-2031 is aangegeven welke civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen, beschoeiingen en aanlegsteigers er in de komende periode aan vervanging en/of onderhoud toe zijn. Aandachtspunten voor nu zijn het vervangen van de aanlegsteiger in Stampersgat en de aanpak van een gedeelte van de damwand in de haven van Oudenbosch. De basis voor het vervangen van de aanlegsteiger blijft het vervangen van de huidige steiger en dus geen uitbreiding. De grootschalige vervanging van een gedeelte van de damwand in de haven van Oudenbosch is in 2022 voorbereid, waarbij de uitvoering mede afhankelijk zal zijn van de bouwactiviteiten langs de haven. Vanuit de gemeenten Moerdijk wordt nu ook meegedacht over de aanpak van de brug over de Mark (Markweg).
86
2.3.7 Gebouwen Voor alle gemeentelijke gebouwen is een Meerjaren Onderhouds Plan gebouwen (hierna: MOP) 2020-2024 opgesteld en vastgesteld op 6 februari 2020 door de gemeenteraad. In het MOP is opgenomen dat het volledige onderhoud zoveel mogelijk wordt uitgevoerd, maar er wordt wél rekening gehouden met bijzondere omstandigheden bij een gebouw. Door de gemeenteraad is ingestemd met het scenario waarbij basis onderhoud wordt gepleegd inclusief een verduurzamingsslag bij een aantal gebouwen. Het streven naar duurzaam is ook een onderdeel van het collegewerkprogramma 2022-2026. 2.3.8 Budgetten begroting 2023 - 2026 In het hierna opgenomen overzicht is het verloop van de onderhoudskosten van de kapitaalgoederen weergegeven. Deze kostenontwikkeling is opgenomen in de meerjarenbegroting 2023 - 2026. Omschrijving
2023
2024
2025
2026
1.663.000
1.691.000
1.720.000
1.751.000
Openbare verlichting
64.000
61.000
63.000
65.000
Waterkering en afwatering
109.000
114.000
116.000
120.000
Openbaar groen
692.000
719.000
748.000
778.000
Gebouwen
162.000
186.000
186.000
186.000
Riolering
609.000
560.000
583.000
606.000
Totalen
3.299.000
3.331.000
3.416.000
3.506.000
Wegbeheer
87
88
Paragraaf Financiering
2.4.1 Inleiding De paragraaf Financiering geeft aan hoe invulling is gegeven aan het treasurybeleid van de gemeente Halderberge, zoals dat is vastgelegd in het Treasurystatuut. In deze paragraaf wordt onder meer ingegaan op de financieringsbehoefte, de daaraan verbonden rentelasten en –baten, het renteresultaat en het risicobeheer, nader geconcretiseerd in de ruimte boven/onder de kasgeldlimiet en de ruimte boven/onder de renterisiconorm. Bij de toelichting op het renteresultaat is aangegeven welke rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Bovendien worden in deze paragraaf de mutaties in de portefeuille van verstrekte en opgenomen geldleningen weergegeven. Als laatste wordt in deze paragraaf ingegaan op de afspraken met de financiële instellingen. Alle bedragen in deze paragraaf zijn in euro’s. Het financierings- of treasurybeleid van de gemeente Halderberge is vastgelegd in het treasurystatuut. Dit is gebaseerd op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg Wet fido) die in 2001 van kracht is geworden. De huidige versie van het treasurystatuut dateert van 2 juli 2015 en is in werking getreden op 1 augustus 2015.
Het treasurystatuut heeft de volgende doelstellingen: • het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; • het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en de richtlijnen van het treasurystatuut; • het inrichten en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem; • het realiseren van de informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasurybeleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording ervan. 2.4.2 Rentebeleid De rentelasten worden verantwoord op het aparte taakveld Treasury. Dit betreft alleen rente over de externe financieringsmiddelen. Er wordt geen rente berekend over de eigen financieringsmiddelen. Toerekening van de rentelasten aan de andere taakvelden vindt plaats op basis van een renteomslag. In deze paragraaf treft u de berekening daarvan aan. Om grote schommelingen en onverwachte negatieve effecten in de exploitatie van stijgende rente te voorkomen is een egalisatiereserve rente beschikbaar.
Deze reserve bedraagt maximaal € 1 miljoen. Voor de juiste inschatting van de rentelasten en –baten én de verwachte ontwikkeling van de leningenportefeuille is een vierjarig kasstroomoverzicht opgesteld. Naast het feit dat het kasstroomoverzicht een goede basis biedt voor de berekening van de verwachte rentelasten en de ontwikkeling van de leningenporteuille, geeft het inzicht in de kasstromen die in de komende vier jaar naar verwachting plaats gaan vinden.
89
2.4.3 Renteschema en renteresultaat Conform het advies van de Commissie BBV is onderstaand renteschema opgenomen in de begroting en de jaarrekening. Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en –baten van de gemeente Halderberge en het verwachte renteresultaat. 2023
2024
2025
2026
1.460.233
1.906.168
2.117.942
2.102.770
10.959
10.100
9.240
8.381
1.449.275
1.896.068
2.108.702
2.094.389
Grondexploitaties (+)
48.809
21.305
28.010
5.393
Gemeentehuis (+)
366.382
361.191
355.787
350.160
Markland College (+)
125.838
128.164
128.164
125.255
0
0
0
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
541.029
510.660
511.961
480.808
Saldo
908.246
1.385.407
1.596.741
1.613.581
Rente eigen vermogen
0
0
0
0
Rente over voorzieningen met contante waarde
0
0
0
0
Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
908.246
1.385.407
1.596.741
1.613.581
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
990.160
1.305.050
1.394.915
1.407.331
Renteresultaat taakveld Treasury
81.914
-80.358
-201.826
-206.250
Externe rentelasten over korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
Toerekening bijzondere rentes:
Rentebaten verstrekte leningen (projectfinanciering) (-)
In het schema komen drie bijzondere rentes voor. De grondexploitaties krijgen een rente toegerekend die is gebaseerd op de gemiddelde rente over de externe financiering en de verhouding van het vreemd vermogen / totaal vermogen. De leningen voor het gemeentehuis en het Markland College zijn bij uitzondering aangegaan als projectfinanciering. De rentelasten daarvan worden geheel toegerekend aan het resp. het taakveld Overhead (huisvesting) en het taakveld Huisvesting voortgezet onderwijs. De overblijvende rentelasten- en baten zijn toegerekend aan de overige investeringen. Om grote schommelingen in de toegerekende rente te voorkomen, is conform het bestaande financiële beleid, voor de komende periode van vier jaar hetzelfde rentepercentage in de begroting gehanteerd. Dat percentage is het gemiddelde van de komende vier jaar, waarbij de uitkomst is afgerond op een veelvoud van 0,25%. Dit betekent dat een gemiddeld rentepercentage van 1,25% is toegerekend aan de investeringen. Het verschil met de berekende rente (= het renteresultaat) is verrekend met de egalisatiereserve rente. 2.4.4 Renteontwikkelingen Aan de extreem lage tarieven is medio 2022 een eind gekomen. Als gevolg van economische en politieke ontwikkelingen zijn de tarieven op de geld- en kapitaalmarkt in korte tijd een flink stuk gestegen.
Ter indicatie: een lening met een looptijd van 30 jaar kon omstreeks 1 september 2021 worden afgesloten tegen een rentetarief van ca. 0,25%. Momenteel is dat ca. 2,5%. Ook de negatieve rentetarieven voor leningen met een korte looptijd zijn verleden tijd. Ondanks de stijgende rentetarieven, wordt over tegoeden bij de bank of uit hoofde van het schatkistbankieren nog geen rente vergoed.
90
Een voorspelling van de rente is zoals gebruikelijk erg lastig en is sterk afhankelijk van de economische en politieke situatie in de wereld. Bij het opstellen van de begroting 2022 waren er geen aanwijzingen dat de situatie zou gaan veranderen. Inmiddels is gebleken dat onvoorziene gebeurtenissen dit heel snel kunnen beïnvloeden. Om forse rentestijgingen voor te zijn, zijn in het eerste halfjaar van 2022 leningen aangegaan voor de financiering van een groot deel van het investeringsprogramma. Door de nieuwe leningen is de gemiddelde rente die over de langlopende leningen moet worden betaald, gestegen van 1,24% (jaarrekening 2021) naar 1,47% (begroting 2023). In de begroting 2022 was nog de verwachting opgenomen dat de gemiddelde rente in 2022 verder zou dalen naar 1,14%, maar dat is dus inmiddels veranderd. Gezien de onzekere economische en politieke vooruitzichten kan een verdere prognose niet worden gegeven. 2.4.5 Financieringsbehoefte De gemeente Halderberge kent diverse inkomstenbronnen om uitgaven te financieren. De belangrijkste inkomstenbronnen op een rij: • uitkeringen uit het Gemeentefonds (algemene uitkering, integratie- en decentralisatie-uitkeringen); • specifieke uitkeringen van het rijk en andere overheden (provincie); • gemeentelijke heffingen (belastingen en retributies).
Met deze zogeheten lopende (= jaarlijkse terugkerende) inkomsten kunnen niet alle uitgaven gedaan worden. De lopende inkomsten dienen in beginsel de lopende uitgaven te dekken. Omdat het tijdstip waarop de inkomsten worden ontvangen niet altijd gelijk loopt met het tijdstip waarop de uitgaven worden gedaan, ontstaat er behoefte aan financieringsmiddelen. Een andere oorzaak voor het ontstaan van financieringsbehoefte zijn (grote) investeringen en rente- en aflossingsverplichtingen van al opgenomen geldleningen. In de begroting wordt een inschatting gegeven van de financieringsbehoefte in de komende vier jaar. Op basis van een kasstroomoverzicht wordt de behoefte aan externe financiering en de daarmee gepaard gaande rentelasten geraamd. Het kasstroomoverzicht is opgebouwd vanuit de verwachte operationele kasstromen en met de beschikbare gegevens van medio september 2022.
91
Voorcalculatorisch kasstroomoverzicht gemeente Halderberge
2023
2024
2025
2026
Inkomende kasstromen
83.198
86.304
90.002
87.724
Uitgaande kasstromen
-77.303
-78.838
-79.979
-80.461
5.895
7.465
10.023
7.263
Investeringen in (im)materiële vaste activa
-36.435
-16.045
-4.784
-3.318
Kasstromen uit grond aan- en verkopen
6.412
1.916
2.282
0
0
0
0
0
-30.024
-14.129
-2.502
-3.318
Kasstromen uit verstrekte leningen
47
46
37
27
Kasstromen uit aangegane leningen
-8.344
-11.960
-9.651
-9.281
Saldo kasstroom uit financieringsactiviteiten
-8.297
-11.914
-9.615
-9.254
Verwachte mutatie liquide middelen
-32.426
-18.577
-2.094
-5.308
* (bedragen in euro’s en x € 1.000) Kasstroom uit operationele activiteiten
Saldo kasstroom uit operationele activiteiten
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
(Des)investeringen in financiële vaste activa Saldo kasstroom uit investeringsactiviteiten
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Het kasstroomoverzicht geeft een (afgeronde) financieringsbehoefte aan van resp. € 32,4 miljoen in 2023, € 18,6 miljoen in 2024, € 2,1 miljoen in 2025 en € 5,3 miljoen in 2026. De gevolgen daarvan zijn zowel verwerkt in de meerjarige balans die is opgenomen in de Paragraaf weerstandsvermogen als in het renteoverzicht van deze paragraaf. De gemeente Halderberge hanteert net zoals veel andere gemeenten voor de financiering van haar activiteiten het systeem van totaalfinanciering. Dit betekent dat niet voor afzonderlijke projecten en activiteiten financiering wordt aangetrokken, maar dat er wordt gekeken naar de gezamenlijke financieringsbehoefte voor alle activiteiten van de gemeente. Hierop wordt vervolgens de daadwerkelijke financiering afgestemd. Deze vorm van financiering heeft tot gevolg dat jaarlijks een beperkt aantal geldleningen wordt aangegaan. Kortlopende leningen Kortlopende leningen kunnen worden aangegaan tot het bedrag van de kasgeldlimiet. De hoogte daarvan staat verderop in deze paragraaf vermeld. Onder kortlopende leningen vallen ook de rekening courant saldi met de bank. Deze saldi laten over het algemeen een zeer schommelend verloop zien. Kortlopende leningen worden doorgaans alleen afgesloten ter overbrugging van een periode tussen grote uitgaven en inkomsten.
Omdat kortlopende financiering over het algemeen aanzienlijk goedkoper is dan langlopende financiering, zal de ruimte onder de kasgeldlimiet ook in 2023 worden benut voor zover het nodig is. Langlopende geldleningen In onderstaand overzicht geven wij het verwachte verloop van de portefeuille aan langlopende opgenomen geldleningen weer. Hierbij is de eindstand van 2021 als uitgangspunt genomen, met inachtneming van alle bekende en nog te verwachten mutaties van 2022 en 2023.
92
Bedrag leningen Stand per 1-1-2023
86.637.922
Nieuwe leningen
32.100.000
Aflossingen
7.172.400
stand per 31-12-2022
111.565.522
De portefeuille met langlopende leningen bestaat momenteel (september 2022) uit 25 leningen die allemaal een vaste rente hebben die gedurende de looptijd niet kan worden herzien. Een lening van € 12 miljoen is in 2022 aangegaan met een uitgestelde storting in 2023. Van twee leningen wordt in 2023 de laatste termijn afgelost. Het schuldrestant per 1 januari 2023 van deze leningen bedraagt in totaal € 1,1 miljoen. 2.4.6 Verstrekte geldleningen In het treasurystatuut staat vermeld dat de gemeente alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak mag verstrekken. Met het verstrekken van nieuwe leningen aan stichtingen, instellingen e.d. wordt zeer terughoudend omgegaan, aangezien dit niet tot de kerntaken van de gemeente behoort. In deze paragraaf zijn alle leningen en regelingen opgenomen die bij het opstellen van deze paragraaf (september 2022) formeel waren geregeld. Naar verwachting zullen in 2023 de volgende regelingen en leningen actueel zijn: • hypothecaire leningen ambtelijk personeel; • lening eigenaar sporthallen De Parrestee en De Beuk; • fondsen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland voor: - startersleningen; - duurzaamheidsleningen; - blijversleningen; - duurzaamheidsleningen zakelijk. Tevens loopt er een afbetalingsregeling met een lokale tennisvereniging.
Hoewel dit formeel geen lening is, is de regeling net als alle leningen wel verantwoord onder de langlopende vorderingen 2.4.7 Uitzetten van overtollige middelen Door de komst van het schatkistbankieren (zie hierna) gebeurt het uitzetten van (tijdelijk) overtollige middelen van de gemeente niet meer. Sowieso mag dit alleen indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico. Naar verwachting zullen er buiten het schatkistbankieren geen middelen worden uitgezet. 2.4.8 Schatkistbankieren Sinds eind 2013 zijn decentrale overheden verplicht om tegoeden op bankrekeningen aan te houden bij het Rijk: het schatkistbankieren zonder leenfaciliteit. Bij een positief saldo van het banktegoed dient het saldo overgemaakt te worden naar de bankrekening bij het Rijk. Het gebruik is afhankelijk van de fluctuaties op de bankrekening. In 2015 is een faciliteit van de huisbankier afgenomen, waardoor tegoeden van meer dan € 0,4 miljoen automatisch worden doorgestort naar de bankrekening bij het Rijk. Sinds de ingebruikname van de faciliteit is dat zeer regelmatig gebeurd. Terugboeking gebeurt als voor zover de middelen nodig zijn. De faciliteit loopt naar wens en aanpassing daarvan zal in 2023 naar verwachting niet nodig zijn.
2.4.9 Garanties en borgstellingen In het verleden heeft de gemeente Halderberge garanties verstrekt in het kader van de woningbouw en aan sportverenigingen, stichtingen en sinds enkele jaren ook aan enkele verbonden partijen. De gemeente Halderberge hanteert een terughoudend beleid ten aanzien van het verstrekken van gemeentegaranties. Het verstrekken van garanties is wel mogelijk, maar alleen uit hoofde van de publieke taak en onder vastgestelde voorwaarden.
93
Momenteel lopen garanties en borgstellingen voor de volgende kredieten: 1. kredietfaciliteit van maximaal € 5 miljoen van de BNG Bank aan het Werkplein Hart van West-Brabant. De gemeente Halderberge staat borg voor het aandeel van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling. In 2021 bedroeg dit 11,2% x € 5 miljoen = € 560.000. 2. kredietfaciliteit bij de Kredietbank Nederland voor de ondersteuning van inwoners van Halderberge op het gebied van inkomensbeheer en schuldhulpverlening. De overeenkomst loopt van 1 juli 2022 tot 30 juni 2024. 3. overige leningen die door de gemeente voor 100% worden gewaarborgd. Het saldo hiervan bedroeg eind 2021 ca. € 260.000. Achtervang Naast leningen met een directe borging heeft de gemeente afspraken lopen over leningen waarvoor een achtervangovereenkomst bestaat. In het verleden zijn achtervangovereenkomsten aangegaan op het gebied van woningbouw met het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). De achtervangovereenkomsten met het WEW betrof overeenkomsten uit 1994 met de gemeenten die in 1997 zijn opgegaan in de gemeente Halderberge en wijzigingsovereenkomsten in 1998 en 2010 met de gemeente Halderberge. De laatste wijzigingsovereenkomst betrof de overname van de achtervang van gemeenten door het Rijk per 1 januari 2011. Sinds die datum zijn er geen nieuwe leningen meer bijgekomen.
Voor bestaande leningen blijft de oude regeling van kracht. Met het WSW zijn sinds 2018 meerdere achtervangovereenkomsten aangegaan. De meeste recente is van oktober 2021 en was nodig door wijzigingen in het borgstelsel. Geldleningen die volgens de nieuwe achtervangovereenkomst worden afgesloten, worden niet meer aan één gemeente toegerekend. Deze leningen worden verhoudingsgewijs toegerekend aan alle gemeenten waar een corporatie actief is. Als verhouding geldt de waarde van de sociale huurwoningen in de deelnemende gemeenten, het zogenaamde DAEB bezit (DAEB staat voor Diensten van Algemeen Economisch Belang). Leningen die volgens de oude achtervangovereenkomsten zijn afgesloten, worden nog wel geheel aan één gemeente toegerekend. In onderstaand overzicht treft u het overzicht per 31 december 2021 aan van de woningcorporaties die gebruik hebben gemaakt van de achtervangovereenkomst met het WSW om hun activiteiten binnen de gemeente Halderberge te financieren. Bij de jaarrekening 2022 vindt een actualisatie plaats. Woningcorporaties (bedragen x 1 miljoen)
Aandeel DAEB bezit in Halderberge
Schuldrestant leningen per 31-12-2021
waarvan toegerekend aan Halderberge
Stichting Woonkwartier
44,50%
146,8
131,095
Thuisvester
0,20%
21,6
0,035
Woningstichting Geertruidenberg
0,00%
32,7
32,700
201,1
163,8
Totaal
In de tabel ziet u de totale omvang van de leningen die een corporatie heeft afgesloten waarvoor de gemeente Halderberge een achtervangpositie inneemt. Voor leningen die vóór 1 augustus 2021 zijn afgesloten is dat voor 100% van het schuldrestant, voor leningen na die datum is dat voor het aandeel in het DAEB-bezit zoals dat in de tabel is aangegeven. In de leningen die na 1 augustus zijn afgesloten is ook bij iedere corporatie een obligolening opgenomen. De obligolening is een lening met een variabele hoofdsom die voortvloeit uit het stelsel van achtervang vanaf 1 augustus 2021. Op deze lening wordt alleen een beroep gedaan als in bepaalde situaties het risicovermogen van het WSW aangevuld moet worden. Hoewel de obligoleningen dus niet daadwerkelijk zijn opgenomen, maken ze wel deel uit van de achtervangpositie. De totale omvang van de obligoleningen was eind 2021 ca. € 23,9 miljoen, waarvan € 3,4 deel uitmaakt van de achtervangpositie van de gemeente Halderberge. Per saldo nam de gemeente Halderberge eind 2021 een achtervangpositie in voor ca. € 163,8 miljoen. Op grond van de gelaagde en gedeelde zekerheidsstructuur van het WSW staat de gemeente Halderberge borg voor ongeveer een kwart hiervan. Indien daar aanspraak op wordt gemaakt, vindt een actuele berekening plaats en dient de gemeente renteloze leningen te verstrekken aan het WSW.
De werkelijke borgstelling kan dan iets afwijken van deze 25%. Zie meer voor informatie over de zekerheidsstructuur de website van het WSW.
94
2.4.10 Risicobeheer De Wet fido hanteert twee instrumenten die grenzen stellen aan het renterisico op korte financiering en lange financiering: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de financiering op korte termijn, de renterisiconorm stelt grenzen aan de financiering op lange termijn. 2.4.11 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de grens aan voor de financiering op korte termijn. Het doel van de kasgeldlimiet is het renterisico op korte financiering te beperken. Fluctuaties in de korte rente hebben namelijk een relatief grote invloed op de rentelasten. De kasgeldlimiet heeft betrekking op de financiering met een oorspronkelijke looptijd korter dan 1 jaar (korte financiering). De limiet wordt berekend door de totale begrotingslasten te vermenigvuldigen met een door het rijk vastgesteld percentage. De gemiddelde omvang van de netto vlottende schuld (= rekening courantsaldo plus uitgezette kortlopende geldleningen minus opgenomen kortlopende geldleningen) per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. De gemeente is verplicht de toezichthouder (ic. de provincie Noord Brabant) te informeren als de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Hierbij moet dan een plan worden ingediend om de overschrijding teniet te doen.
Het rentepercentage van de kasgeldlimiet blijft in 2023 onveranderd ten opzichte van voorgaande jaren, nl. 8,5%. De berekening van de kasgeldlimiet voor 2023 is als volgt: Berekening kasgeldlimiet
Bedrag
Totale lasten volgens de begroting 2023
90.849.404
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
8,50%
Kasgeldlimiet 2023
7.722.199
Een overschrijding van de kasgeldlimiet wordt niet verwacht. 2.4.12 Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan de financiering op lange termijn. Het doel hiervan is om tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen wordt beperkt. Indien een leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld in de tijd gelijkmatig zijn gespreid. De renterisiconorm heeft betrekking op de financiering met een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm wordt sinds 1 januari 2009 berekend door de totale begrotingslasten te vermenigvuldigen met een door het rijk in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden vastgesteld percentage. Het percentage is in 2023 evenals voorgaande jaren 20%. Indien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder deze norm blijven, is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. In onderstaand overzicht staat de berekening vermeld van het renterisico op de vaste schuld, de berekening van de renterisiconorm en de toetsing van het renterisico aan de renterisiconorm.
95
Berekening risico op de vaste schuld en de renterisiconorm. 2023
2024
Jaar T
Jaar T + 1
Jaar T + 2
Jaar T + 3
2025
2026
0
0
0
0
1
Renteherzieningen
2
Aflossingen
7.172.400
10.288.575
7.509.701
7.181.187
3
Renterisico (1+2)
7.172.400
10.288.575
7.509.701
7.181.187
4
Renterisiconorm
18.169.881
18.169.881
18.169.881
18.169.881
5a
Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
10.997.481
7.881.306
10.660.180
10.988.693
5b
Overschrijding renterisiconorm (3>4)
0
0
0
0
Renterisiconorm
18.169.8810
Berekening renterisiconorm 4a
Begrotingstotaal jaar T
4b
Percentage regeling
Renterisiconorm (van alleen jaar T)
90.849.404 20%
18.169.881
4 = 4a *4b/100
Minimumbedrag
2.500.000
Het renterisico over de vaste schuld van de komende vier jaar wordt afgezet tegen de renterisiconorm van 2023. Zoals uit het overzicht blijkt, blijft de gemeente Halderberge onder de norm. 2.4.13 Kasbeheer De afspraken met de huisbankier van de gemeente Halderberge, de BNG Bank (BNG), zijn vastgelegd in een financieringsovereenkomst. De huidige overeenkomst is van kracht sinds 1 januari 2019 en is in 2020 geactualiseerd. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over onder meer de kredietfaciliteiten en de rentetarieven in rekening courant. Medio 2015 is besloten gebruik te gaan maken van een faciliteit van de BNG om de bankrekeningen van de gemeente Halderberge bij de BNG boven een gezamenlijk bedrag van € 400.000 dagelijks automatisch af te romen. Hierdoor kan de Regeling schatkistbankieren goed worden nageleefd. Dit zal in 2023 worden voortgezet.
96
Paragraaf Bedrijfsvoering
2.5.1 Visie op bedrijfsvoering Vanuit de basisgedachte “dienstverlening staat voorop” is het van belang onze werkprocessen, bedrijfsvoering zo efficiënt en lean mogelijk in te vullen. Dit moet echter niet ten koste gaan van onze dienstverlening. Een goede balans daarin is van belang. Onder bedrijfsvoering verstaan wij de sturing en beheersing van onze bedrijfsprocessen. Dit betreft zowel de primaire (o.a. vergunningverlening of het verstrekken van een voorziening, de ontwikkeling en de uitvoering van beleid) als de ondersteunende processen (o.a. personeel, informatisering en automatisering, juridische ondersteuning, financiën, huisvesting en communicatie). Halderberge streeft naar een bedrijfsvoering die: • Rechtmatig is, handelt volgens de geldende wet- en regelgeving; • Sober is, zorgt voor adequate uitvoering met doordachte, efficiënte middeleninzet; • In regie is, gestuurd en trefzeker de doelstellingen bereikt; • In balans is (dienstverlening). 2.5.2 Dienstverlening Burgerzaken Het functioneren van de overheid wordt in toenemende mate bepaald door digitalisering. Ook het werk bij burgerzaken verandert. Er komen minder mensen aan de balie en de mensen die wel komen, hebben vaak complexe vragen die brede kennis en kunde vergen van de medewerkers. Het vraagt ook om inzicht in de problematiek van de klant: zaken die logisch bij elkaar horen in samenhang afhandelen.
Door samen te werken als één overheid kan dienstverlening écht vanuit vragen van inwoners en ondernemers ingericht worden. Het vaststellen van de juiste identiteit wordt hiermee steeds meer noodzaak om o.a. identiteitsfraude en adresfraude te voorkomen. Het betreft een van de kernopgaven van Burgerzaken om het vaststellen van de identiteit op een juiste manier te doen. Dit lijkt een repeterende activiteit, maar is een uiterst belangrijke schakel in de dienstverleningsprocessen. Het belang hiervan neemt met de digitalisering alleen maar toe. Het voorkomen van identiteitsfraude en het opsporen van adresfraude is dan ook een belangrijk thema voor de komende jaren. De doorontwikkeling van Burgerzaken (samen met de InformatieDesk/snelbalie) is nodig om onze inwoners de dienstverlening te blijven bieden die zij nodig hebben. Digitalisering Diverse relevante processen zijn (deels) geautomatiseerd. Dat hebben we deels gedaan door steeds meer E-diensten aan te bieden op onze website waardoor het mogelijk is om via elk type device, producten en diensten te regelen, 24/7 op een intuïtieve manier, tijds- en plaats onafhankelijk. Ook hebben we een nieuw afspraken systeem geïmplementeerd wat beter past bij de wensen en behoefte voor het maken van gerichte afspraken. Het is nu bijvoorbeeld mogelijk om gericht voor meerdere producten tegelijk een afspraak in te plannen.
Aan verdere digitalisering en uitbreiding van deze e-diensten wordt gewerkt. Van het Rijk worden ook verdere digitaliseringen verwacht, zoals de overgang naar een digitale identiteitencentralisering van de basisregistratie personen. Digitaal aanvragen rijbewijs Op 1 oktober 2018 is er door de Rijksoverheid gestart met een experiment voor het digitaal aanvragen van het rijbewijs. Een rijbewijs kan dan online worden verlengd via de website van de RDW. De aanvrager kan dit rijbewijs vervolgens al na twee werkdagen ophalen op het gemeentehuis. Per 2024 wordt dit wettelijk verplicht voor gemeentes.
97
Het online verlengen van het rijbewijs zal medio oktober 2022 al mogelijk zijn voor inwoners van de gemeente Halderberge, die in het bezit zijn van een geldig Nederlands rijbewijs. Nu moet je nog een afspraak maken op het gemeentehuis om de verlenging van je rijbewijs te regelen. In de nieuwe situatie kunnen mensen zelf eenvoudig hun rijbewijs online verlengen en afhalen bij de snelbalie. Online aanvragen kan alleen in geval van verlenging van het rijbewijs of bij uitbreiding van categorieën. Iemand die voor het eerst een rijbewijs aanvraagt, moet hiervoor dus nog wel naar de balie van de gemeente. Dienstverlening aan de balie Bij de afdeling burgerzaken was de eerste dip in de dienstverlening in het voorjaar 2019 al te merken. In maart 2014 ging de geldigheidstermijn van reisdocumenten voor meerderjarige van vijf naar tien jaar, met minder werk voor gemeenten als gevolg in de front-office. Tegelijk zien gemeenten het werk veranderen. Vanaf 2019 is er sprake van een daling in het aantal aanvragen van paspoorten en identiteitskaarten. In de periode 2019 tot en met 2023 wordt ruim 75% minder aanvragen verwacht, afhankelijk van onder andere de demografische omstandigheden. Vanaf 2024 herstelt het aantal vragen zich weer tot 2029, waarna de aanvraagdip zich vervolgens herhaalt.
Dit patroon van piek- en daljaren wordt veroorzaakt doordat in 2014 de geldigheidsduur voor paspoorten en identiteitskaarten voor personen van 18 jaar en ouder is verlengd van vijf naar tien jaar. Hierdoor worden gedurende vijf jaar bijna alle “18+ documenten” in omloop vervangen. Gevolgd door vijf jaar waarin vrijwel alleen “-18 documenten” worden uitgegeven of documenten voor bij eerste aanvragen en vermissingen. Naar verwachting gaat er ruim 50 jaar overheen voor de cyclus van piek- en dipjaren is uitgevlakt. De snelbalie is een groot succes. Het voordeel van onze snelbalie is dat burgers zonder afspraak in het gemeentehuis terecht kunnen voor diverse burgerzakenproducten. Ook is het voordeel dat de snelbalie open is tijdens de openingstijden van het gemeentehuis. Samenwerking Samenwerken binnen de gemeente en met andere instanties blijft van belang. Er moet meer worden samengewerkt tussen burgerzaken en o.a. het sociale domein (maatschappelijke ondersteuning) en handhaving (fraudebestrijding). Lastig daarbij is dat er een spanningsveld is tussen dienstverlenend zijn en alert op fraude zijn. Samenwerken met andere gemeenten, bijvoorbeeld op het terrein van complexe vragen en adresfraude, is belangrijk. Regie over de gegevens door de burger Burgers zullen meer regie nemen over wie hun gegevens mogen inzien, zoals bv. via ‘mijnoverheid’.
Dat burgers zelf hun eigen gegevens bij gaan houden is een mogelijkheid, maar of dit doorgaat en op welke termijn van Rijkswege, is onbekend. Het effect op de gemeente Halderberge is daarom vooralsnog onduidelijk. Wat betekent dat voor de medewerkers? Medewerkers van burgerzaken hebben veel kennis nodig, bijvoorbeeld meer juridische kennis en kennis van digitale systemen. Daarnaast zijn veel vaardigheden nodig; richting burgers aan de balie en richting collega's. Opleiden, omscholen en nieuwe medewerkers aantrekken én houden zijn belangrijke uitdagingen en een continu proces. Zowel mbo als hbo medewerkers zijn van belang, afhankelijk van de context: op de juridische kennis of meer op de sociale vaardigheden, herkennen signalen fraude en beoordelen documenten. E-Mail Vanuit de Wet Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (1 januari 2023) en de Wet Open Overheid wordt email op een gestructureerde manier ingeregeld en gearchiveerd. Dit geldt ook voor de andere communicatiekanalen met de gemeente. Huis van Halderberge Voor het Huis van Halderberge hebben we opdracht verleend aan een architect om de bepaalde uitgangspunten te vertalen in beeld en een raming van de bouwkosten. Vervolgens wordt een aanbestedingsprocedure voorbereid.
Nadat de raad haar goedkeuring heeft gegeven en bijbehorende middelen beschikbaar heeft gesteld, kan in 2023 gestart worden met de uitvoering van de werkzaamheden. 2.5.3 Informatisering en automatisering Als we kijken naar de toekomst dan is de cloud en het gebruik van Saas applicaties geen keuze, maar de enige vorm die leveranciers nog aan gaan bieden. We hebben al ervaring opgedaan, door kleine applicaties naar de cloud te brengen. De volgende stap is met onze leveranciers te bekijken wat er nodig is om de overgebleven applicaties volledig vanuit te cloud als SAAS oplossing af te gaan nemen. Dit kan niet allemaal in 1 keer en daarom benutten we Q3 en Q4 van 2022 om een zo goed mogelijk beeld (inclusief de financiële gevolgen) te krijgen van de te nemen stappen richting de cloud. 98