CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1655.BP4012-C001 Toelichting.pdf

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 5: Vaststelling bestemmingsplan Margriethof Bosschenhoofd23.788 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

telefoon email internet kvk Breda

Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 - 37 4811 GB Breda 076 – 5225262 info@c5s.nl www.c5s.nl 20083802

Gemeente Halderberge Bestemmingsplan "Margriethof Bosschenhoofd", Halderberge

Projectnummer: 162242.01 Datum: 22-04-2021

Gemeente Halderberge Bestemmingsplan "Margriethof Bosschenhoofd", Halderberge

Verbeelding id-nr : NL.IMRO.1655.BP4012-C001 d.d. : 22-04-2021 Planstatus Datum:

: vastgesteld : 22-04-2021

Inhoudsopgave Toelichting

bestemmingsplan "Margriethof Bosschenhoofd"

3

Gemeente Halderberge

4

Toelichting

bestemmingsplan "Margriethof Bosschenhoofd"

5

Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon

076 – 5225262

email

info@c5s.nl

internet

www.c5s.nl

kvk Breda

20083802

Gemeente Halderberge Bestemmingsplan “Margriethof Bosschenhoofd”

Projectnummer: Datum:

162241.02 22 april 2021

Gemeente Halderberge Bestemmingsplan “Margriethof Bosschenhoofd”

Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr. : NL.IMRO.1655.BP4012-C001 d.d. : 22 april 2021

Projectleider: Collegiale toets: Status:

Dhr. drs. T. van Baast Dhr. ir. P.H.A.H. Damen vastgesteld

Toelichting

INHOUD

1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Aanleiding en doel Ligging plangebied Vigerende bestemmingsregeling Leeswijzer

5 5 5 5 6

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE Inleiding Bosschenhoofd Voorzieningenstructuur Bosschenhoofd Bebouwingstypologie omgeving plangebied Ruimtelijke karakteristiek plangebied Functionele karakteristiek plangebied

7 7 7 8 8 8 9

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

BESCHRIJVING NIEUWE SITUATIE Inleiding Ruimtelijke hoofdopzet Programmatische aspecten en fasering Verkeer en parkeren Groen- en waterstructuur Beeldkwaliteit Duurzaamheidsambities

11 11 12 12 12 14 15 17

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

21 21 21 25 35 36

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15

MILIEU- EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN Inleiding Bodem Waterhuishouding Archeologie Cultuurhistorie Natuur Flora en fauna Weg-, rail- en vliegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Geurhinder Gezondheid en endotoxinen Luchtkwaliteit Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpaden Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

41 41 41 42 48 50 52 53 55 57 58 60 60 62 65 65

6 6.1 6.2 6.3 6.4

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING Inleiding Vergunningverlening en handhaving Opbouw van de regels Regels

69 69 69 70 71

1

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

7 7.1 7.2 7.3 7.4

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid Conclusie

75 75 75 75 75

8 8.1 8.2 8.3 8.4

PROCEDURE Vooroverleg Inspraak Zienswijzen Beroep

77 77 79 79 80

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

2

stedenbouwkundig plan, Compositie 5 stedenbouw laddertoets, Stec Groep bodemonderzoek, Wematech watertoets, Milon archeologisch onderzoek, ADC Archeoprojecten stikstofdepositieberekening, Compositie 5 stedenbouw quickscan flora & fauna, De Roever Omgevingsadvies akoestisch onderzoek weg-, rail- en vliegverkeer, Wematech standaard advies en standaard verantwoording, Veiligheidsregio aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, Compositie 5 stedenbouw vooroverlegreacties zienswijzenota

Gemeente Halderberge

3

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

Topografische kaart, plangebied aangeduid met een ster (bron: kadaster top 25 kaart, 2012).

Luchtfoto, plangebied aangeduid met rode omlijning (bron: Bing maps, 2017).

4

Gemeente Halderberge

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel Aan de zuidwestzijde van Bosschenhoofd, direct ten noorden van de Margrietstraat, ligt een potentiële ontwikkelingslocatie voor woningbouw. Een ontwikkelaar heeft een stedenbouwkundige planstudie voor deze locatie laten vervaardigen ten behoeve van de ontwikkeling van maximaal 26 grondgebonden woningen. De gemeente Halderberge heeft per 16 maart 2017 besloten om in principe medewerking te verlenen aan een bestemmingsplan om de ontwikkeling mogelijk te maken. De voorwaarden die aan de principemedewerking gekoppeld zijn, zijn: • Het uitvoeren van nader onderzoek naar de haalbaarheid van het project op het gebied van de landschappelijke inrichting en de ladder voor duurzame verstedelijking in verband met de ligging in het zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling; • De uitwerking om te komen tot de meest duurzame en energie neutrale buurt in de gemeente Halderberge; • Nadere stedenbouwkundige en volkshuisvestelijke onderbouwing en uitwerking. Aangezien het plan niet past binnen het vigerend bestemmingsplan “Kom Bosschenhoofd” is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderhavig plan voorziet in deze herziening, waarmee de gewenste ontwikkeling juridischplanologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied wordt begrensd door de Margrietstraat in het zuiden, de achtererfgebieden van de woningen aan de Eikenlaan in het oosten, de achtererfgebieden aan de Berkenlaan in het noorden en een weiland met versnipperde bebouwing in het westen. Zie voor een globale begrenzing van het plangebied de luchtfoto hiernaast. Het gebied is momenteel niet intensief in gebruik.

1.3

Vigerende bestemmingsregeling Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Kom Bosschenhoofd”, vastgesteld door de gemeenteraad van Halderberge, op 11 oktober 2012. In het vigerend bestemmingsplan “Kom Bosschenhoofd” is het plangebied deels bestemd als ‘wonen’ zonder bouwmogelijkheden voor nieuwe woningen (geel in onderstaande figuur) en deels als ‘agrarisch’ (lichtgroen). Tevens zijn een deel van de gronden binnen het plangebied mede bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, ter bescherming van de ter plaatse aanwezige hoge archeologische verwachtingswaarden. Vanwege de aanduiding ‘luchtvaartverkeerszone 5’ mag de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer bedragen dan de bouwhoogte van 46,56 en 55,7 m boven NAP in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.

5

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

Ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ zijn aangewezen gronden bestemd voor de bescherming van de grondwaterkwaliteit ten behoeve van de openbare drinkvoorziening.

Verbeelding vigerend bestemmingsplan, plangebied aangeduid met rood (bron: ruimtelijke plannen, 2017).

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 ‘Beschrijving bestaande situatie’ wordt het plangebied en zijn omgeving beschreven. In hoofdstuk 3 ‘Beschrijving nieuwe situatie’ wordt de ontwikkeling verwoord en verbeeld. In hoofdstuk 4 ‘Beleidskader’ wordt het relevante ruimtelijke beleid van het rijk, de provincie en de gemeente beschreven. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 ‘Milieuen planologische aspecten’ de sectorale milieuaspecten zoals, water, bodemkwaliteit, externe veiligheid en ecologie aan bod. In hoofdstuk 6 is de juridische planbeschrijving opgenomen. In dit hoofdstuk wordt de wijze van bestemmen uiteengezet en is een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven. Tot slot is hoofdstuk 8 ‘Procedure’ gereserveerd voor de uitkomsten van het vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, evenals een beschrijving van de verdere procedure.

6

Gemeente Halderberge

2

BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE

2.1

Inleiding In dit hoofdstuk zijn de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied uiteengezet en wordt beschreven hoe het plangebied op dit moment is opgebouwd en hoe dat zo is ontstaan.

Vogelperspectief met aanduiding plangebied (bron: cyclomedia, 2017).

2.2

Bosschenhoofd Het plangebied maakt onderdeel uit van de kom van Bosschenhoofd. Dit dorp ligt in de gemeente Halderberge, hemelsbreed tussen Oudenbosch aan de noordzijde, Roosendaal aan de westzijde en Etten-Leur aan de oostzijde. Het dorp wordt aan de 7

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

zuidzijde doorkruist door de spoorlijn Roosendaal – Tilburg en ligt ten noorden van de autosnelweg A58 en het vliegveld Seppe. Bosschenhoofd telt circa 2.200 inwoners en is daarmee de op één na kleinste kern binnen de gemeente Halderberge. 2.3

Voorzieningenstructuur Bosschenhoofd Bosschenhoofd is een dorp waar voornamelijk wordt gewoond. Het dorp heeft een lokaal voorzieningenniveau. Nagenoeg alle detailhandel, horeca, bedrijven, kantoren, maatschappelijke- en dienstverlenende instellingen liggen aan de doorgaande weg Pastoor van Breugelstraat. In het dorp ligt een beperkt aantal winkels, voornamelijk langs de Pastoor van Breugelstraat. Bewoners van Bosschenhoofd zijn voor de dagelijkse voorzieningen grotendeels aangewezen op de omliggende kernen. In de kern Bosschenhoofd zijn enkele horecabedrijven, een slager en een bakker aanwezig. De maatschappelijke functies zijn geconcentreerd in een klein gebied rond de kerk. Ten noorden van de kerk zijn enkele clubgebouwen gelegen van plaatselijke verenigingen. In het zuidoostelijke deel van Bosschenhoofd zijn de sportvelden gesitueerd.

2.4

Bebouwingstypologie omgeving plangebied Aangrenzende woonwijk ‘Berkenlaan’ Het plangebied ligt ten westen van woongebied ‘Berkenlaan’. Dit woongebied heeft een grillig stratenpatroon, waarbij rechte en gebogen straten elkaar afwisselen. Een deel van de straten is doodlopend. Het groen is geconcentreerd in groene ruimten van beperkte omvang. De bouwrichtingen binnen het deelgebied variëren sterk, waarbij een eenduidige structuur ontbreekt. Het woongebied kent een sterke menging van woningtypen: rijwoningen, 2-onder-1 kapwoningen en vrijstaande woningen. Met name bij de vrijstaande woningen zijn verschillende architectonische stijlen te vinden. Deze woningen zijn met name aan de rand van de wijk gesitueerd. Vergeleken met de overige woonwijken van Bosschenhoofd heeft dit deelgebied een krappe opzet. De onderlinge afstand tussen de woningen is beperkt. Agrarisch buitengebied oude ontginningen Het lint langs de Bosschenhoofdsestraat is aan te merken als ‘agrarisch buitengebied, oude ontginningen’. Deze ontginningen bestaan uit halfopen landschappen met microreliëf en een kleinschalig patroon van weg- en erfbeplantingen. Bebouwingslinten met woningen en (agrarische) bedrijfsgebouwen zijn beeldbepalend voor de oude ontginningen. Het gebied kent een vrij sterke dynamiek, wat heeft geleid tot een mix van functies en een hoge mate van verstedelijking.

De linten worden vaak begeleid door laanbeplanting.

2.5

Ruimtelijke karakteristiek plangebied Het plangebied ligt aan de westzijde van Bosschenhoofd, op de overgang met het buitengebied. De bebouwde kom wordt aan de westzijde begrensd door de Bosschenhoofdsestraat en een oude turfvaart. Het gebied direct ten oosten daarvan heeft met name een agrarische functie of is geoccupeerd door enkele vrijstaande woningen op ruime kavels, mede enkele kavels nabij het plangebied. Het plangebied ligt binnen een gebied met veel groen.

8

Gemeente Halderberge

2.6

Functionele karakteristiek plangebied Het plangebied is momenteel deels in gebruik als agrarisch gebied en deels als achtererfgebied van een woning. Aan de noord- en oostzijde van het plangebied wordt gewoond. Aan de westzijde is het gebruik qua karakter wat gemengder.

9

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

10

Gemeente Halderberge

3

BESCHRIJVING NIEUWE SITUATIE

3.1

Inleiding Op basis van de wensen van de gemeente Halderberge, initiatiefnemer en een uitgevoerde inventarisatie van het plangebied is een stedenbouwkundig plan vervaardigd dat op hoofdlijnen inzicht geeft in de gewenste ruimtelijke ontwikkeling, het woningbouwprogramma, de ontsluitingsstructuur en parkeren, de groen- en waterstructuur en de inrichting van de openbare ruimte. Het stedenbouwkundig plan is op schaal toegevoegd als bijlage 1 bij onderhavige toelichting.

Stedenbouwkundig plan, indicatief (bron: C5s, 2020).

11

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

3.2

Ruimtelijke hoofdopzet Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Margrietstraat en de Eikenlaan. Centraal in het plangebied is een openbare groene ruimte gelegen waarop het grootste deel van de woningen is georiënteerd. Deze groene ruimte vormt een belangrijke bijdrage in het kader van de waterhuishouding en kan mogelijk fungeren als ontmoetingsplek. Er zijn planologische mogelijkheden voor een verhoogde vlonder op palen boven de wadi. De ontwikkeling sluit naadloos aan op de omgeving. Aan de noord- en oostzijde wordt het plangebied begrensd door de achterzijden van bestaande bebouwing waarop aangesloten wordt met de nieuwe woningen. Het profiel van het oostelijke deel van de Margrietstraat, bestaande uit woningen die met hun achterzijden grenzen aan de Margrietstraat, wordt ter hoogte van het plangebied doorgezet. De westelijke rand krijgt een zachte en groene overgang met een groene landschappelijke zone bestaande uit lage- en hoge begroeiing. Bij de verkavelingsopzet is tevens rekening gehouden met het verkavelen op de zon, zodat een groot deel van de woningen een dakvlak op het zuidwesten/zuidoosten hebben. De overige woningen kunnen eventueel op beide dakvlakken voorzien worden van zonnepanelen.

Door de gebogen straatprofielen ontstaat een enigszins organische verkavelingsopzet waarbij er sprake is van licht verspringende rooilijnen wat het buurtje een informeel karakter geeft.

3.3

Programmatische aspecten en fasering De programmatische invulling betreft een gevarieerde mix van 26 grondgebonden woningen rondom een groenvoorziening. De kavels hebben een omvang die varieert van 150 m2 tot 450 m2. Het woningbouwprogramma omvat: • 2 vrijstaande woning • 14 twee-onder-een kapwoningen; • 10 rijwoningen. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van de maximale planologische mogelijkheden, namelijk 26 grondgebonden woningen. De feitelijke opgave kan afwijken van het stedenbouwkundig plan (minder woningen). De woningtypologieën zijn inwisselbaar binnen de bouwvlakken in de bestemming ‘Wonen’. Dit is gedaan voor het behouden van enige flexibiliteit in het woningbouwprogramma. Een uitzondering hierop vormt het noordelijke bouwvlak, waarbinnen uitsluitend twee-onder-één-kap woningen, geschakelde woningen en vrijstaande woningen zijn toegestaan. Aaneengebouwde woningen worden daar uitgesloten. Afhankelijk van de marktbehoeften kan gekozen worden voor een bepaalde balans van rijwoningen, twee-onder-een kapwoningen en half vrijstaande woningen. De woningen worden in de koopsector gerealiseerd. De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen bedragen respectievelijk 7 en 11 meter.

3.4

Verkeer en parkeren Ontsluitingsstructuur Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Margrietstraat en de Eikenlaan. Het is niet noodzakelijk dat beide ontsluitingsmogelijkheden geschikt zijn voor autoverkeer. Een van beide kan fungeren als langzaamverkeersverbinding en calamiteitenroute door deze af te zetten met uitneembare afzetpaaltjes. Vooralsnog is gekozen de ontsluiting voor het autoverkeer plaats te laten vinden via de Margrietstraat. De grens van de bebouwde kom wordt verlegd in westelijke richting om het gebied als erf of 30 km/u gebied te kunnen

12

Gemeente Halderberge

ontsluiten binnen de bebouwde kom. Conform het CROW genereert een vrijstaande woning in de ‘rest bebouwde kom’ en in een ‘weinig stedelijk’ gebied gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per dag. Voor een twee-onder-een-kapwoning en rijwoning is de verkeersgeneratie 7,8 respectievelijk 7,4 per etmaal. De totale verkeersgeneratie van de nieuwe ontwikkeling bedraagt 200 motorvoertuigen per etmaal. De capaciteit van het bestaande omliggende wegennet is toereikend voor de afwikkeling van deze extra verkeersstromen. Verkeersgeneratie Typologie

Aantal

Kencijfers

Verkeersgeneratie

Rijwoning

10

7,4 per woning

74,0

Twee-onder-een-kapwoning

14

7,8 per woning

109,2

Vrijstaande woning

2

8,2 per woning

16,4

Totaal

199,6

Parkeren Binnen het plangebied zijn voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein en in de openbare ruimte aanwezig om aan de gemeentelijke parkeernorm te voldoen. In de “Kadernota Parkeren 2017-2021” van de gemeente Halderberge (vastgesteld op 15 december 2016) geldt voor onderhavige locatie, gelegen in gebied C (Bosschenhoofd) een parkeernorm van 2,3 parkeerplaats per woning. Bij een woningaantal van 26 woningen betekent dit een totale parkeerbehoefte van 60 parkeerplaatsen. Benodigde parkeerplaatsen Grootte woning (in m2 bvo)

Aantal woningen

Parkeernorm

Aantal parkeerplaatsen

Woning > 90 m2

26

2,3 pp/woning

59,8 (60) pp

In het huidige concept zijn, rekening houdende met de berekeningsaantallen conform de kadernota, 32 parkeerplaatsen in de openbare ruimte en 36 parkeerplaatsen op eigen terrein gesitueerd (die tellen als 28,1 volgens de normen uit de parkeernota van Halderberge). In totaal zijn dit 60,1 parkeerplaatsen, waarmee voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernorm. Hierna is de parkeerbalans voor de planontwikkeling weergegeven. Geprojecteerde parkeerplaatsen Locatie parkeerplaatsen

Aantal parkeerplaatsen

Openbare ruimte (rijwoningen)

32,0 pp

Eigen terrein 8 woningen, 2 opstelplaatsen naast elkaar (1,8pp)

14,4 pp

Eigen terrein 9 woningen, 2 opstelplaatsen achter elkaar (1,3pp)

11,7 pp

(hoekwoningen, vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap woningen) Eigen terrein 2 woningen, 1 opstelplaats (1,0pp) Totalen

13

2,0 pp 60,1 (60) pp

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

In de regels wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Gezien de oppervlakte aan openbare ruimte en de opzet van het plan zal dit geen probleem vormen.

Landschappelijke inpassing (bron: C5s, 2020).

3.5

Groen- en waterstructuur Hierna is een uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan te zien. Het landschappelijk inpassingsplan inclusief de berekening van de investering in kwaliteitsverbetering van het landschap is op schaal toegevoegd als bijlage 2 bij de regels. Centraal in het plangebied is een aaneengesloten groene ruimte gesitueerd die enerzijds ruimte biedt aan een grote wadi en anderzijds aan een ontmoetingsruimte. De

14

Gemeente Halderberge

westelijke rand, grenzende aan de openheid van het belendende perceel, wordt landschappelijk ingepast en vormgegeven door bomen. Hetzelfde geldt voor de overgang naar de westelijke belendende woning aan de Margrietstraat. Het profiel en het bijbehorende groene karakter van de Margrietstraat wordt gecontinueerd. Door de groene opzet en de daarbij behorende openbare ruimte is er voldoende ruimte om water te bergen. Het openbaar groen in het plangebied zal door de gemeente worden onderhouden. Dat wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Het groen in de achtertuinen van het westelijke woonblok zal privaat worden onderhouden. Dat zal in een koopovereenkomst worden opgenomen. 3.6

Beeldkwaliteit Sfeer en karakteristiek Doel is te komen tot een gevarieerde doch samenhangende woonbuurt. Eenheid in verscheidenheid is hierbij het motto. De grondgebonden woningen hebben een kleine schaal en korrelmaat door een individuele benadering van de gevels en een gevarieerde massaopbouw van de woningen. De samenhang wordt bereikt door een eigentijdse architectuur met een herkenbare signatuur die de buurt een eigen identiteit geeft. Het kleur- en materiaalgebruik van de woningen is hierbij op elkaar afgestemd. Duurzame materialen met een natuurlijke uitstraling zijn bepalend voor de uiteindelijke verschijningsvorm van de woningen. Criteria beeldkwaliteit Voor de architectonische uitwerking van de woningen en de inrichting van de openbare ruimte zijn per deelaspect criteria opgesteld.

Woningtypologie ▪ de woonbuurt biedt ruimte aan maximaal 26 grondgebonden woningen en wordt gevormd door een mix van woningtypologieën (rijwoningen, twee-onder-één kapwoningen, (half)vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen) die elkaar op ontspannen wijze afwisselen ▪ de beukmaten van de woningen mogen variëren ter bevordering van het individuele karakter van de woningen en ter versterking van het dorpse karakter Situering en oriëntatie ▪ om het informele karakter te versterken zijn de woningen in een licht verspringende rooilijn ten opzichte van de gemeenschappelijke groene ruimte georiënteerd ▪ hoekwoningen grenzende aan het openbare gebied hebben een dubbele oriëntatie (zijgevel behandelen als voorgevel) ▪ aangebouwde bijgebouwen in de vorm van garages mogen niet op hoeken (met twee zijden grenzende aan de openbare ruimte) gesitueerd worden Massaopbouw ▪ de bouwmassa’s hebben een heldere en eenvoudige hoofdvorm en zijn voorzien van een kap

15

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

▪ ▪ ▪

de woningen bestaan uit minimaal één bouwlaag met kap en maximaal twee bouwlagen met kap zodat aangesloten wordt bij de dorpse karakteristiek er mogen maximaal 6 rijwoningen binnen één bouwmassa gerealiseerd worden kleinschalige toevoegingen zoals schoorstenen, dakkapellen, erkers en andere aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa vormgegeven en doen geen afbreuk aan de heldere opbouw van de hoofdmassa

Gevelkarakteristiek ▪ de architectonische uitwerking betreft een eigentijdse uitstraling waarbij een goede balans gevonden wordt tussen variatie en samenhang (‘eenheid in verscheidenheid’) ▪ (kop)gevels die vol zichtbaar zijn (hoekbebouwing), hebben een verzorgde gevelindeling waarin ramen, uitbouwen en/of entreepartijen een rol spelen ▪ eventuele erkers, balkons en dakkapellen vormen een architectonisch geheel met de gevel ▪ zonnepanelen dienen bij voorkeur geïntegreerd te worden in het dakvlak Kleur-, materiaalgebruik en detaillering ▪ het materiaalgebruik, kleurgebruik en texturen mogen divers zijn en behouden hun natuurlijke uitstraling en kleuren ▪ materialen die gebruikt mogen worden zijn hout, baksteen, stucwerk, groene (levende) gevels, leien, keramische elementen, hergebruikte materialen en glas ▪ tussen de woningen mogen lichte kleurnuances aangebracht worden, het kleurgebruik is wel op elkaar afgestemd om de samenhang te borgen ▪ relatie tussen binnen (intern) en buiten (extern) versterken door het toepassen van veel glas in combinatie met een plattegrond met een actief programma aan de voorzijde ▪ de daken bestaan uit een mat antraciet/zwart pannendak.

Zonnepanelen mogen het gehele (of een gedeelte) van het dakvlak beslaan ▪ de detaillering past bij de architectuurstijl en is eenvoudig en ingetogen ▪ aan- en uitbouwen, bijgebouwen en dakkapellen sluiten in kleur- en materiaalgebruik aan bij het hoofdgebouw en worden meeontworpen ten tijde van het woningontwerp, zodat de samenhang met het hoofdgebouw gewaarborgd is wanneer deze in een later stadium toegevoegd worden Zonnepanelen/-collectoren Het toepassen van zonnepanelen en -collectoren mag niet tot afbreuk leiden van de sfeer en de kwaliteit van de buurt. Bij de woningontwerpen wordt de positie van zonnepanelen en -collectoren meeontworpen. Bij de keuze en plaatsing van zonnepanelen en -collectoren dient rekening gehouden te worden met: ▪ ontwerp de zonnepanelen/-collectoren mee in het woningontwerp ▪ zonnepanelen en -collectoren kunnen ook als luifel / afdak worden toegepast of op daken van aanbouwen of bijgebouwen worden geplaatst ▪ maak bij voorkeur gebruik van geïntegreerde systemen (de zonnepanelen liggen in het dakvlak in plaats van erop en vervangen de waterkerende functie van dakpannen)

16

Gemeente Halderberge

▪

plaats zonnepanelen en -collectoren in een regelmatig patroon in overeenstemming met de dakvorm en in samenhang met andere elementen in het dakvlak zoals dakkapellen en dakramen, evenwijdig aan de dakvoet of nok en niet uitstekend

Overgang privé/openbaar ▪ erfafscheidingen aan de voorzijde ontbreken of worden laag en met natuurlijke materialen vormgegeven ▪ de overgang naar het buitengebied (westzijde) wordt gevormd door achtertuinen die voorzien zijn van natuurlijke en lage erfafscheidingen Openbare ruimte ▪ gebruik van verantwoorde en natuurlijke materialen in de openbare ruimte (niet alleen milieuvriendelijk maar ook materialen die een bijdrage leveren aan de natuurlijke omgeving) ▪ inritten op eigen terrein en parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden vormgegeven door een open (groene) verharding zodat zoveel mogelijk water op eigen terrein geïnfiltreerd/gebufferd kan worden 3.7

Duurzaamheidsambities De ontwikkeling van het woongebied kenmerkt zich door duurzaam en energieneutraal wonen rondom een gezamenlijke groene ruimte met de kernwoorden: groen, rust, afwisseling, vriendelijke gevarieerde bebouwing aan het groen, afwisseling met hoge/lage begroeiing, open ruimte, water, begroeiing die fauna aantrekt. Karakteristieken woonbuurt: • Dorpse sfeer van woningen en openbare ruimte; • Woningen worden levensloopbestendig en BENG (bijna energieneutraal gebouwd) uitgevoerd waarbij in de huidige behoefte voorzien kan worden en toekomstige generaties niet beperkt worden; • De achterzijden van de bestaande woningen/percelen worden aan het zicht onttrokken; • De verkavelingsrichting van de woningen is geënt op die uit de directe omgeving.

De woningen staan in een speelse rooilijn en zijn bijna allemaal gesitueerd rondom een open, groene ruimte; • Eenvoud en bescheidenheid in vormgeving; • Centrale ruimte als een gezamenlijke ontmoetingsplek, spelen etc.; • Groene uitstraling met aandacht voor waterhuishoudkundige aspecten en een doorkijkje naar het aangrenzende buitengebied; • Zachte overgang naar buitengebied door groenstrook in combinatie met achtertuinen die voorzien zijn van een lage haag; • Gebruik van verantwoorde en natuurlijke materialen in de openbare ruimte (niet alleen milieuvriendelijk maar ook materialen die een bijdrage leveren aan de natuurlijke omgeving); • De overgang naar het buitengebied (westzijde) wordt gevormd door achtertuinen die voorzien zijn van natuurlijke lage erfafscheidingen; • Erfafscheidingen aan voorzijde ontbreken of worden laag en met natuurlijke materialen vormgegeven.

17

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de visie en ambities van de initiatiefnemer met betrekking tot het aspect duurzaamheid. De ambities zijn ondergebracht in de volgende 3 thema’s: • Sociale duurzaamheid; • Technische duurzaamheid; • Ecologische duurzaamheid. Sociale duurzaamheid De gemeente en ontwikkelaar maken ten tijde van de uitvoeringsfase concrete afspraken over de invulling van het aspect sociale duurzaamheid. Om de gemeenschapszin te stimuleren is de ambitie om centraal in het plangebied een ontmoetingsruimte op een verhoogde vlonder te realiseren. De ontmoetingsplek moet de sociale cohesie stimuleren, waardoor buren nader tot elkaar komen en elkaar helpen met individuele zaken of het letten op elkaars woning wanneer iemand op vakantie is. Verder kunnen gezamenlijke activiteiten worden ontplooid, zoals: een buurtfeest, lezingen, cursussen, voorstellingen, spelletjes, koken etc. Technische duurzaamheid Uitgangspunt is gezonde en bijna energieneutrale gebouwen (BENG) te produceren. Deze duurzaamheidseisen zijn ten eerste gericht op de energiebehoefte die wordt bepaald door de ‘schil’ van een gebouw (isolatie). Daarnaast worden eisen gesteld voor primair energiegebruik, dus voor verwarming, koeling, wamtapwaterbereiding en ventilatie. Ten derde dient te worden ingezet op hernieuwbare energie, denk aan bijvoorbeeld zonnepanelen.

De woningen worden gebouwd op basis van een milieubewuste en zuinige omgang met energie. Dit gaat zomer en winter samen met een comfortabel en gezond binnenklimaat. waarbij het energieverbruik zoveel mogelijk beperkt wordt. Er wordt duurzame energie gebruikt waarmee het verbruik van fossiele grondstoffen zover mogelijk teruggedrongen wordt. Resultaat: minder energieverbruik en minder CO2-uitstoot. Uitgangspunt is milieubewust en comfortabel wonen. De woning is uitstekend geïsoleerd en alle ramen zijn voorzien van meerlaags isolatieglas. Geen cv-ketel maar een duurzame warmtepomp die warmte uit de buitenlucht haalt. Zo min mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen waardoor de woningen dus geen gasaansluiting hebben. De combinatie met de vloerverwarming biedt een zeer comfortabel binnenklimaat. Het dak is grotendeels bekleed met zonnepanelen waarmee eigen energie wordt opwekt. De warmtepomp verwarmt de woning en zorgt voor warmwater om te douchen. De door co² sensoren gestuurde ventilatie meet continu hoeveel lucht er moet worden aan- en afgevoerd. Door dit slimme systeem gaat er geen energie verloren aan het verwarmen van overtollige lucht. De energiemonitor geeft continu aan hoeveel energie er verbruikt én opwekt wordt. Dankzij deze maatregelen hebben bewoners die bewust met energie omgaan geen energiekosten meer.

18

Gemeente Halderberge

• De woningen worden gasloos en BENG (bijna energieneutraal) uitgevoerd; • Er worden 2-5 oplaadpunten voor elektrische auto’s gesitueerd in de openbare ruimte; • Inritten op eigen terrein en parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden vormgegeven door een open (groene) verharding zodat zoveel mogelijk water op eigen terrein geïnfiltreerd/gebufferd kan worden. Ecologische duurzaamheid De ambitie is om zorgvuldig om te gaan met water; het gebruik van water en de wijze van afvoeren c.q. bergen van gebruikt water en hemelwater. Het gebruik van leidingwater kan worden beperkt door waterbesparende toiletsystemen, kranen en douches. Hemelwater kan deels ingezet worden voor tuingebruik. Water wordt zoveel mogelijk op eigen erf gebufferd en geleidelijk afgegeven aan bodem en/of oppervlaktewater. De benodigde water bufferende capaciteit kan gerealiseerd worden onder opritten en parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Het aandeel verharde oppervlakten wordt zoveel mogelijk beperkt (hierdoor wordt de warmte instraling in de zomer ook beperkt, gunstig t.a.v. het aspect klimaatadaptatie). Inritten en parkeerplaatsen worden dan ook voorzien van een open verharding. • Zoveel mogelijk bufferen water op eigen terrein; • Beperken verharding door het toepassen van een open verharding voor inritten en parkeerplaatsen;

19

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

20

Gemeente Halderberge

4

BELEIDSKADER

4.1

Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

4.2

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.

Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande 21

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt hierna getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt hierna getoetst. Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst.

Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht.

Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van het N.A.P.

22

Gemeente Halderberge

Ligging van het radarverstoringsgebied behorend tot het radarstation Woensdrecht en Herwijnen. Met de rode ster wordt de ligging van het plangebied aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2016).

Voor het radarverstoringsgebied Woensdrecht geldt een maximale hoogte van 113 meter t.o.v. N.A.P. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtematen en wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor de radarstations. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn genoemd. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de algemene regels gesteld in het Barro en de Rarro. Ladder voor duurzame verstedelijking Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden.

Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art.

23

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Beoordeling a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling van 26 woningen in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het plan voorziet derhalve in een stedelijke ontwikkeling. b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Ja, met dit plan is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, er is immers sprake van nieuw ruimtebeslag. c. is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Ter plaatse van het plangebied Margriethof wordt een woningbouwlocatie van maximaal 26 grondgebonden woningen ontwikkeld, onderscheidenlijk in de typen vrijstaand, tweeaaneen en aaneen gebouwd. Ter bepaling van de actuele behoefte dient te worden gekeken of de voorziene woningen passen binnen de kwantitatieve woningbouwopgave voor de gemeente Halderberge, alsmede of de voorziene woningen passen binnen de kwalitatieve opgave. Stec Groep heeft de behoefte aan 26 grondgebonden woningen onderzocht (mei 2018).

De onderzoeksrapportage is als bijlage 2 bij onderhavige toelichting gevoegd. Onderstaand worden de belangrijkste resultaten weergegeven. Het plan Margriethof kan met 26 woningen voorzien in een kwantitatieve behoefte aan minimaal 360 en maximaal 505 woningen in de marktregio Halderberge de komende tien

24

Gemeente Halderberge

jaar. Ook kwalitatief voorziet het plan Margriethof in een behoefte. Het plan kan met maximaal 26 grondgebonden woningen voorzien in een behoefte aan minimaal 95 en maximaal 260 grondgebonden woningen in Halderberge de komende tien jaar. Daarnaast kan het plan met diverse grondgebonden woningen ook voorzien in een kwalitatieve behoefte aan diverse typen grondgebonden woningen op een goed ontsloten locatie nabij diverse voorzieningen en centra. Ook kan met het plan worden ingespeeld op de maximale behoefte aan koopwoningen van zo’n 165 woningen in Halderberge in de periode 2018-2028. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? De ontwikkeling ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Het gebied is in de Verordening ruimte Noord-Brabant aangeduid als ‘zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling – kern in landelijk gebied’. Bestemmingsplannen ter plaatse van deze aanduiding, kunnen voorzien in een stedelijke ontwikkeling. Maar gezien de ligging en het huidige gebruik van het plangebied (deels agrarisch), is de locatie slechts deels gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Een afweging van alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied is hierdoor nodig voor de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. e.

Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Stec Groep heeft onderzocht of er geschikte locaties zijn in het bestaand stedelijk gebied van Bosschenhoofd en omliggende kernen in de gemeente Halderberge (mei 2018). De onderzoeksrapportage is als bijlage 2 bij onderhavige toelichting gevoegd. Op basis van dit onderzoek wordt geconstateerd dat er op dit moment geen reële alternatieve locaties zijn voor het plan binnen bestaand stedelijk gebied in Halderberge. De behoefte binnen de marktregio Halderberge kan niet volledig binnen bestaand stedelijk gebied worden opgevangen. Conclusie Het woningbouwprogramma van 26 woningen voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Het plan ligt deels buiten bestaand stedelijk gebied, maar er zijn geen geschikte alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied voorhanden. Daarmee voldoet het plan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.3

Provinciaal beleid Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010, partiële herziening 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Belangrijke beleidslijnen in de SVRO zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden. Sinds de vaststelling in 2010 hebben Provinciale Staten diverse besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de partiële herziening van de structuurvisie in 2014, vastgesteld op 7 februari 2014 en in werking op 19 maart 2014. Op onder andere de volgende onderdelen vindt bijsturing van het beleid plaats: transitie van stad en platteland,

25

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

intrekken reconstructie- en gebiedsplannen, groenbeleid, samenhangend beleid voor de ondergrond en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. De, met de partiële herziening ongewijzigde, provinciale sturingsfilosofie is gebaseerd op vijf rollen: ontwikkelen, ordenen, beschermen, regionaal samenwerken en stimuleren. Twee rollen zijn relevant voor onderhavig plan: de ordenende en de beschermende rol. De ordenende rol gaat uit van het behartigen van ruimtelijke belangen en keuzes. Deze zijn geordend in vier ruimtelijke structuren. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier onderscheidende structuren zijn: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. De provincie wil nieuw stedelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen.

Beoordeling Het plangebied is op de visiekaart van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening aangeduid als ‘Economisch kenniscluster’, ‘Geledingszone’ en ‘Mozaieklandschap’. De provincie onderscheidt de volgende economische kennisclusters: high-tech systems en materialen (inclusief automotive en solar), life sciences/health, agrofood, logistiek, maintenance en biobased economy. De opgave is om een goede balans te vinden tussen rode en groene ontwikkelingen en het contrast tussen stad en land, het mozaïek, te behouden en verder te ontwikkelen (groene geledingszones) en door meer in te zetten op verstedelijking die de eigen identiteit van stad of dorp in relatie tot het landschap versterkt.

Uitsnede visiekaart SVRO, partiële herziening 2014. Het plangebied is weergegeven met het rode kader (bron: provincie Noord-Brabant).

De visiekaart heeft de provincie doorvertaald naar de stucturenkaart. Het plangebied is op de structurenkaart van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening aangeduid als ‘Kernen in landelijk gebied’ en ‘Zoekgebied voor verstedelijking’ in het ‘Gemengd landelijk gebied’.

26

Gemeente Halderberge

Uitsnede structurenkaart SVRO, partiële herziening 2014. Het plangebied is weergegeven met het rode kader (bron: provincie Noord-Brabant).

In de kernen in het landelijk gebied met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen (wonen, werken en voorzieningen). De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen, werken en voorzieningen. De kernen in het landelijk gebied bouwen voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo-nul'. Er is ruimte beschikbaar voor specifieke verbeterprojecten van enige omvang. Het gaat om kwalitatieve verbeteringen in bestaand stedelijk gebied zoals het saneren van milieuhinderlijke bedrijvigheid in de kern en het behouden van vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle complexen. Regionale afstemming vindt plaats in de regionale agenda's voor wonen. Het aansnijden van nieuwe ruimte voor verstedelijking is pas aan de orde, als gebleken is dat de bouwopgave voor wonen niet binnen bestaand bebouwd gebied kan worden gerealiseerd, ook niet in andere kernen binnen de betreffende gemeente, wat betreft wonen,. Als toch nieuw ruimtebeslag nodig is, kan dit alleen daar waar, gelet op de ruimtelijke kwaliteiten binnen dat gebied, verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden liggen. Ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten worden dus meer bepalend voor de wijze waarop de (economische) dynamiek in de landelijke regio’s haar plek krijgt.

De aanduiding zoekgebied verstedelijking geeft aan dat het transformeren van buitengebied naar stedelijk gebied (wonen, werken, voorzieningen, stedelijk groen) afweegbaar is als dat nodig is om in de stedelijke ruimtebehoefte te voorzien. Daarvoor heeft de provincie een aantal toetsingskaders opgenomen in de Verordening ruimte. Binnen het landelijk gebied onderscheid de provincie het gemengd landelijk gebied en accent agrarische ontwikkeling. In het gemengd landelijk gebied wordt voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie, toerisme en ondernemen in

27

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

groene omgeving. Wel moet ruimte beschikbaar blijven om de agrarische productiestructuur te behouden en te versterken. Onderhavig plan voorziet binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’ in de realisatie van 26 woningen. Deze ontwikkeling heeft geen nadelig effect op de agrarische productiestructuur in die zin dat omliggende agrarische bedrijven door de ontwikkeling worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Conclusie Het plan is passend binnen het beleid van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant. De Verordening ruimte vormt het toetsingskader wanneer nieuw ruimtebeslag wordt gebruikt ten behoeve van woningbouw. Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ Toetsingskader Op 14 december 2018 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is overheid bindend en loopt vooruit op de invoering van de Omgevingswet in 2021. In de omgevingsvisie verwoordt de provincie haar visie op de toekomst van Brabant tot aan 2050. Centraal staan hierbij de kernwaarden die de provincie geformuleerd heeft ten aanzien van haar handelen. De kernwaarden zijn: 1. Meerwaarde-creatie; 2. Technische- en sociale innovatie; 3. Kwaliteit voor kwantiteit; 4. Steeds beter; 5. Pro-actief. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen.

Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de bouw van 26 grondgebonden woningen binnen het zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling aan de westzijde van Bosschenhoofd. Hiermee biedt het planvoornemen een duidelijk een kwalitatieve verbetering van de leefomgeving en past daarmee binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant. Interim Omgevingsverordening (vastgesteld, 2019) Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening

28

Gemeente Halderberge

Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2021 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening NoordBrabant. De regels zijn eenvoudiger opgeschreven en omgezet naar een nieuw digitaal systeem, met een meer gebruiksvriendelijke opbouw. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze. Waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Voorliggend plangebied is binnen de Omgevingsverordening gelegen binnen het landelijk gebied. Het gebied is tevens aangewezen als ‘verstedelijking afweegbaar’-gebied.

Als er vanuit kwaliteit of kwantiteit in Stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is, dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar wordt gerealiseerd. Deze gebieden zijn in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering en afweging aangeduid als gebieden waar –onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. In het verleden werd hierbij onderscheid gemaakt in Zoekgebied verstedelijking en Integratie stad-land gebieden. In deze verordening zijn beide aanduidingen onder het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar gebracht. Zorgvuldig ruimtegebruik is als basisprincipe opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit. Dat betekent onder andere dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Indien er binnen bestaand stedelijk gebied op een bepaald moment geen mogelijkheden zijn voor inbreiding, kan gekeken worden naar “gebieden voor afweging duurzame verstedelijking” (artikel 3.43 interim omgevingsverordening Noord-Brabant). Navolgend is dit toetsingskader opgenomen, met daarin de onderbouwing van de voorwaarden.

Voor het overige is getoetst aan regels voor kwaliteitsverbetering landschap (3.9) en de basisprincipe voor een evenwichtige toedeling van functies (3.5 t/m 3.8). Ten slotte zijn er in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones aangewezen. Beide aanduidingen zijn van toepassing op het plangebied. Deze informatie is afgeleid van Kaart 5 Iov: ‘Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en – berging.

29

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, uitsnede stedelijke ontwikkeling en erfgoed. Het plangebied is weergegeven met het rode kader (bron: provincie Noord-Brabant).

Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar Toetsingskader In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Beoordeling Binnen de kom in Bosschenhoofd is feitelijk geen ruimte beschikbaar voor de ontwikkeling van 26 grondgebonden woningen. Op dit moment staat er geen vastgoed leeg in Bosschenhoofd dat voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woningbouw. Aan de regionale woningbouwafspraken en het gemeentelijk woningbouwprogramma wordt navolgend getoetst. De duurzame afronding van het Stedelijk Gebied wordt besproken bij het toetsingskader van artikel 3.9: kwaliteitsverbetering landschap.

30

Gemeente Halderberge

Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Toetsingskader Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Beoordeling In het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap’ (18 december 2014, met gemeentelijke uitwerking 30 oktober 2014) van de regio West-Brabant zijn, in samenwerking met de provincie Noord-Brabant, eenduidige regionale afspraken gemaakt met betrekking tot de toepassing van het principe kwaliteitsverbetering van het landschap. De regio hanteert in dit afsprakenkader een drietal categorieën ruimtelijke ontwikkelingen op basis waarvan een bepaalde inspanning in het landschap noodzakelijk is. Voorliggende ontwikkeling valt binnen categorie 3. Deze ontwikkelingen hebben over het algemeen een beduidende invloed op de omgeving door vergroting van de geldende bouwmassa/-oppervlakte, vergroting van het geldende bestemmingsvlak en/of substantiële bestemmingswijzigingen. De kwaliteitsverbetering dient voor woningbouwontwikkeling in de gebieden ‘Verstedelijking afweegbaar’ berekend te worden op basis van de gronduitgifteprijs. Deze is €245,- per m2. De uitgeefbare vierkante meters woonbestemming bedraagt 6.750 m2.

31

Bestemmingsplan ‘Margriethof’

Kwaliteitsverbetering van het landschap kan op meerdere manieren plaatsvinden, bijvoorbeeld door een landschappelijke inpassing, aanleg andere groen- of landschapselementen, sloop van bebouwing, verwijderen van verharding, omzetting van agrarische grond in natuur enz. Onderhavige ontwikkeling dient voorzien te worden van een landschappelijk inpassingsplan. Daarnaast wordt een bedrag gestort in het landschapsfonds van de gemeente Halderberge. De investering die met het landschappelijk inpassingsplan gemoeid is dient op te wegen tegen de som die voortkomt uit de berekening kwaliteitsverbetering. In bijlage 2 bij de regels is het landschappelijke inpassingsplan toegevoegd en voorzien van een argumentatie op grond van de gebiedseigen kenmerken. De kwaliteitsverbetering wordt deels geïnvesteerd in het landschap in het plangebied en deels in het gemeentelijke landschapsfonds gestort. De gemeente heeft hierover financiële afspraken gemaakt met initiatiefnemer. Artikel 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik (3.6) 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1) nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2) er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering (3.7) 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/487/documents/14696