CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Koersplan Bomen voor de toekomst 2025 - 2035.pdf

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 5: Actualisatie Boombeleid 2025-203518.272 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

KOERSPLAN 2025 - 2035 ‘Bomen voor de toekomst’ GEMEENTE HALDERBERGE Team Realisatie – vakgroep groen Vastgesteld d.d. (17 oktober 2024)

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 2. Basis voor boombeleid ........................................................................................................................ 7 2.1 Evaluatie bestaand boombeheer en boombeleid ......................................................................... 7 2.2 Verankering in ander gemeentelijk beleid .................................................................................... 9 2.3 Digipanel ...................................................................................................................................... 10 2.4 Informatiebijeenkomst gemeenteraad ....................................................................................... 11 3. Een volwaardig bomenbestand ......................................................................................................... 13 3.1 Onderscheid in bomen ................................................................................................................ 13 3.2 Volwaardig bomenbestand binnen de kom ................................................................................ 14 3.3 Volwaardig bomenbestand buiten de kom .................................................................................

17 3.4 Ambities voor bomen .................................................................................................................. 18 4. Professioneel boombeheer ............................................................................................................... 21 4.1 Zorgplicht..................................................................................................................................... 21 4.2 Snoeien ........................................................................................................................................ 22 4.3 Overig boombeheer .................................................................................................................... 25 4.4 Boomziektes ................................................................................................................................ 26 4.5 Plagen .......................................................................................................................................... 27 4.6 Hinder en overlast ....................................................................................................................... 28 5. Regelgeving voor kap en herplant .....................................................................................................

32 5.1 Bomenverordening...................................................................................................................... 32 5.2 Andere kapregels......................................................................................................................... 33 5.3 Waardevolle bomenlijst .............................................................................................................. 34 5.4 Kap van niet-vergunningplichtige bomen ................................................................................... 35 5.5 Herplant ....................................................................................................................................... 36 5.6 Kap in de uitvoering..................................................................................................................... 37 6. Bomen in de openbare ruimte .......................................................................................................... 39 6.1 Werkprotocollen voor bomen ..................................................................................................... 39 6.2 Beslisboom ..................................................................................................................................

40 6.3 Boombescherming ...................................................................................................................... 41

1

6.4 Aanplant van bomen ................................................................................................................... 43 6.5 Bomen bij projecten en werken .................................................................................................. 46 7. Communicatie over bomen ............................................................................................................... 48 7.1 Communicatiedoelen .................................................................................................................. 48 7.2 Beter communiceren over bomen .............................................................................................. 48 8. Uitvoeringsplan ................................................................................................................................. 51 8.1 Voorstellen .................................................................................................................................. 51 8.2 Financiële pakketten ................................................................................................................... 58

Bijlage 1: Omgevingsvisie .................................................................................................................... 644 Bijlage 2: Wettelijke kapregels buiten de kom.................................................................................... 666 Bijlage 3: 3-30-300 per dorpskern ....................................................................................................... 677 Bijlage 4: Ambitiekaart buitengebied .................................................................................................. 699 Bijlage 5: Ambitie- en hittekaarten binnen de kom ............................................................................ 711 Bijlage 6: Amendement aanplant bomen ........................................................................................... 822

Populieren en iepen langs de Bredestraat

2

1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING Aandacht voor het belang van bomen Tot een aantal jaren geleden werden bomen in de openbare ruimte vooral gezien als aankleding van de omgeving. Inmiddels is het algemeen bekend dat bomen veel meer functies vervullen: 1. Bomen dragen bij aan de gezondheid van mensen. Onder andere doordat bomen de lucht filteren, UV-straling op de huid verminderen en het stressniveau verlagen. 2. Bomen zorgen voor meer biodiversiteit, doordat ze belangrijke schakels vormen in ecosystemen. Ze bieden plaats en voedsel aan allerlei planten, dieren, vogels, insecten en micro-organismen. Zowel boven als onder de grond. 3. Bovendien vervullen bomen een belangrijke taak bij het klimaatadaptatief inrichten van de openbare ruimte. Ze zorgen onder meer voor verkoeling en de opname van regenwater. Kortom: Er is toenemende aandacht voor het belang van bomen als onmisbaar onderdeel van een toekomstbestendige openbare ruimte.

Bundelen en concretiseren boombeleid In verschillende gemeentelijke beleidsplannen, waaronder de Omgevingsvisie, het klimaatbeleid en het groenbeleidsplan, zijn de afgelopen jaren doelen gesteld voor groen en bomen. Voor de uitvoering van het boombeheer en boombeleid wordt gebruik gemaakt van de bomenverordening, de waardevolle bomenlijst en praktische werkafspraken. Er is behoefte aan om alle doelen, ambities, afspraken en uitgangspunten overzichtelijk te bundelen, te actualiseren en te concretiseren in een praktisch toekomstplan voor boombeleid en boombeheer in Halderberge. Ontwikkelingen Andere ontwikkelingen die hebben geleid tot deze actualisatie van het gemeentelijk boombeleid zijn:  De bestuurlijke ambitie om meer bomen te planten  De oprichting van een gemeentelijk serviceteam bomen in 2023 en de wens om de daaruit voortkomende ervaringen mee te nemen in een geactualiseerd boombeleid  Het in werking treden van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de daarmee samenhangende gevolgen voor o.a. de kapregelgeving

3

1.2 DOELSTELLING

In dit Koersplan ‘Bomen voor de toekomst’ worden doelen, afspraken en uitgangspunten vastgelegd, op basis waarvan we in Halderberge uitvoering geven aan gemeentelijke taken en aandachtsvelden op het gebied van bomen. Het doel van dit Koersplan is een gezond en volwaardig Halderbergs bomenbestand, als onmisbaar onderdeel van de openbare ruimte. Dit doel rust op drie peilers: 1. Bomen voor een betere klimaatadaptatie 2. Bomen voor meer biodiversiteit 3. Bomen voor een gezonde en prettige leefomgeving Omdat volwassen bomen door hun omvang en kroonvolume het meeste bijdragen aan klimaat, biodiversiteit en de leefomgeving, begint het bereiken van deze doelen bij het behoud van bestaande bomen. Daarnaast is er aandacht voor verdere vergroening door de aanplant van toekomstbomen: bomen die de kans hebben om uit te groeien tot gezonde, volwassen exemplaren.

1.3 AFBAKENING

Het Koersplan heeft betrekking op gemeentelijke bomen, binnen en buiten de bebouwde kom, langs woonstraten, wegen, in parken en in groenstroken. Het beheer van bossen, bosschages, groensingels en houtwallen blijft in dit plan buiten beschouwing. De kapregelgeving heeft ook betrekking op waardevolle particuliere bomen. Het Koersplan is in 2024 ontwikkeld als beleidsplan voor de periode 2025 – 2035. In 2030 vindt een tussentijdse evaluatie plaats.

1.4 TOTSTANDKOMING

Het Koersplan ‘Bomen voor de toekomst’ is een product van de vakgroep groen in samenwerking met het serviceteam bomen van team Realisatie. Voor de inhoud heeft er intern afstemming plaatsgevonden met verantwoordelijk portefeuillehouder Thomas Melisse en andere interne vakdisciplines en teams. Om de mening en ideeën van inwoners te peilen is er in het voorjaar van 2024 via het digipanel een online vragenlijst uitgezet, wat heeft geleid tot bijna 800 reacties. Medio juni 2024 is er een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de gemeenteraad.

1.5 LEESWIJZER

In hoofdstuk 2 wordt de basis voor de actualisatie van het boombeleid uiteengezet. Het brengt verbeterkansen, ambities en relaties met andere beleidsvelden in beeld. Ook de resultaten uit het digipanel zijn op een rij gezet. In hoofdstuk 3 wordt het Halderbergse bomenbestand beoordeeld. De Ambitiekaart bomen geeft weer op welke locaties vergroening gewenst is. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe en op basis van welke uitgangspunten we uitvoering geven aan het boombeheer.

4

Hoofdstuk 5 gaat in op de bescherming van bomen via regelgeving voor kap en herplant. Er wordt ingegaan op de Bomenverordening, het Omgevingsplan, de waardevolle bomenlijst en het onderwerp herplant. Hoofdstuk 6 beschrijft verschillende werkprotocollen en voorschriften die zijn ontwikkeld om de plek en groeimogelijkheden van bomen in de openbare ruimte veilig te stellen. Hoofdstuk 7 zet uiteen hoe we meer en beter kunnen communiceren over boombeheer en boombeleid. Het uitvoeringsplan in hoofdstuk 8 vertaalt de voorstellen uit de voorgaande hoofdstukken in concrete maatregelen, een meerjarenplanning en financiële consequenties. De voorstellen zijn vervolgens gebundeld in 3 keuzemodellen met verschillende ambitieniveaus, om ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad.

Esdoorns langs de Standdaarbuitensedijk

5

Vangt per jaar 45 vuilniszakken fijnstof weg

Zorgt voor een mooie, prettige leefomgeving

Levert per jaar zuurstof voor 4 personen

Vormt herkenningspunten en herinneringen

EEN BOOM …

Dempt lawaai

Is een leefplek voor dieren, vogels en insecten

Neemt per jaar 25kg CO2 op

Verhoogt de waarde van huizen en bedrijven met duizenden euro’s Geeft schaduw

kan 8.000 liter regenwater opslaan

Zorgt voor 8 graden verkoeling onder een boom

Zorgt ervoor dat mensen gezonder zijn en zich gelukkiger voelen:    

Het stressniveau van mensen neemt af bij meer bomen Bomen verlagen de blootstelling aan UV-straling waardoor de kans op huidkanker afneemt Een groene omgeving leidt tot minder gebruik van antidepressiva en ADHD-medicatie, een sneller herstel van ziekte en herstelt het aandachts- en concentratievermogen Een groene omgeving zet aan tot bewegen, wat de kans op overgewicht, diabetes en harten vaatziekten vermindert

6

2. BASIS VOOR BOOMBELEID Als basis voor de actualisatie van het boombeleid is het huidige boombeheer en boombeleid tegen het licht gehouden. De hieruit voortkomende verbeterkansen worden in de volgende hoofdstukken nader uitgewerkt. Dit geldt ook voor aandachtspunten uit andere beleidsplannen en de uitkomsten van een enquête onder inwoners.

2.1 EVALUATIE BESTAAND BOOMBEHEER EN BOOMBELEID Bomenbestand Halderberge Evaluatie en verbeterkansen  Het belang van voldoende bomen in de openbare ruimte wordt steeds meer onderkend.  Er is behoefte aan een meetbare norm om de hoeveelheid en plek van bomen in de openbare ruimte te kunnen sturen en toetsen.  Vanuit het gemeentebestuur is er de wens om te vergroenen en meer bomen te planten. Het is wenselijk om dit planmatig aan te pakken.  Er liggen kansen voor vergroting van de (bio)diversiteit. Boombeheer Evaluatie en verbeterkansen  Sinds 1 januari 2023 heeft Halderberge een gemeentelijk serviceteam bomen die het boomonderhoud verzorgt en meldingen over bomen afhandelt.  Het serviceteam bomen is door hun efficiëntere werkwijze bezig om het niveau van snoeien op te tillen naar een nieuw basisniveau, dat uitstijgt boven de minimale zorgplicht. Dit komt ten goede aan de ontwikkeling van de boom en boomveiligheid.  Het duurt nog een aantal jaar voor het volledige bomenbestand op dit nieuwe basisniveau is gebracht. Bomen en overlast Evaluatie en verbeterkansen  Hinder door normale natuurlijke eigenschappen zoals blad- en vruchtval is acceptabel.  Er wordt conform werkafspraken gehandeld bij hinder en overlast. Er is behoefte aan om deze afspraken beleidsmatig vast te leggen.

7

Kap en herplant Evaluatie en verbeterkansen  De Bomenverordening moet voor 2029 worden geïntegreerd in het Omgevingsplan.  Door een beschrijving van weigeringsgronden in de kapregelgeving op te nemen, kan een vergunning of weigering voor kap juridisch beter onderbouwd worden.  Het is wenselijk om de methode om de herplantplicht te bepalen beleidsmatig te verankeren.  De waardevolle bomenlijst is toe aan actualisatie.  Het is wenselijk dat de geactualiseerde waardevolle bomenkaart online geraadpleegd kan worden.  Bomen die niet op de waardevolle bomenlijst staan worden weleens beschouwd als waardeloos, terwijl dat uiteraard niet het geval is. Het kapbeleid voor deze bomen is niet overal duidelijk. Bomen, projecten en werken Evaluatie en verbeterkansen  Vooral in de ontwerpfase kunnen kansen worden gecreëerd voor bomen.  Ruimte voor bomen en herplant staan bij projecten onder druk door de vele belangen die er spelen en de druk op de bovengrondse en ondergrondse openbare ruimte.  De bescherming van bestaande bomen bij projecten en werken kan beter. Zowel in de planvorming als in de uitvoering.  Het is belangrijk om met kennis van bomen te kijken naar inrichtingsplannen, bestekken en de uitvoering van werkzaamheden.

Bomen, kabels en leidingen Evaluatie en verbeterkansen  Om wederzijdse problemen te voorkomen liggen kabels en leidingen beter niet aan dezelfde kant van de weg als de bomen staan. Bomen moeten op voldoende afstand van rioleringen staan.  Met name in oudere wijken ontstaan er problemen tussen bomen en rioleringen doordat er bomen op de riolering staan en/of verouderde rioolbuizen.  De aanwezigheid van kabels, leidingen of riolering is een beperkende factor bij het planten van bomen. Groeiplaats van bomen Evaluatie en verbeterkansen  Nieuwe bomen hebben aanzienlijk meer kans om uit te groeien tot gezonde, volwassen exemplaren bij voldoende ruimte en goede groeiplaatsomstandigheden.  Een goede bodem kan beheerproblemen zoals wortelopdruk en taksterfte voorkomen.  Bij nieuwe aanplant wordt steeds vaker geïnvesteerd in groeiplaatsomstandigheden. Het is belangrijk om dit te blijven doen.  Ook in bestaande situaties kan een impuls in de groeiplaats de groei van de boom stimuleren.

Communicatie over bomen Evaluatie en verbeterkansen  Communicatiemiddelen, zoals de website en sociale media, kunnen beter benut worden om meer te communiceren over het belang van bomen, boombeheer en boombeleid.  Het educatieve aspect van Boomfeestdag kan meer naar voren worden gebracht.

8

2.2 VERANKERING IN ANDER GEMEENTELIJK BELEID Collegewerkprogramma 2022 - 2026 Vanuit het collegewerkprogramma hebben de volgende speerpunten betrekking op het boombeleid:  Een groene omgeving draagt bij aan het welzijn van mensen  Een kwalitatief goed onderhoudsniveau van de openbare ruimte  Een klimaat-robuuste inrichting van de buitenruimte  Bewoners betrekken bij veranderingen in de openbare ruimte en daar helder en duidelijk over communiceren. Als concrete uitwerkingen worden genoemd het extra aanplanten van bomen (ook in het buitengebied), het voortzetten van de subsidieregeling klimaatbestendig Halderberge en het gerichter communiceren over projecten en onderhoud. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie verwoord in 9 algemene speerpunten de toekomstvisie voor Halderberge. Daarnaast worden per kern en landschapstype doelen gesteld (zie bijlage 1). De algemene deler van deze speerpunten en doelen met betrekking tot bomen en groen zijn:    

Klimaatadaptatie en hittebestendigheid Een groene, aantrekkelijke en uitnodigende leefomgeving Versterken van biodiversiteit Een aantrekkelijk buitengebied

Groenbeleid 2021 – 2025 In het Groenbeleid 2021-2025 zijn de volgende visie en ambities voor groen beschreven:      

Een verzorgde leefbare groene en veilige leefomgeving De kwaliteit van het openbaar groen versterken Een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving Een bijdrage leveren aan het herstel van de biodiversiteit Zorgen voor een samenhangende groenstructuur Een weloverwogen groene inrichting

Essen langs de Veerkensweg

Landschapsbeleidsplan 2016 – 2025 ‘Het landschap in beweging’ Het landschapsbeleid is gericht op duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een groen en samenhangend landschap. Een groen en aantrekkelijk landschap draagt onder andere bij aan de recreatieve waarde van de gemeente. Een van de speerpunten in het landschapsbeleid is dat ontbrekende schakels in groene structuren worden gerealiseerd door de aanplant van bomen.

9

Klimaatadaptatie-strategie In de Klimaatonderlegger Halderberge en de Klimaatadaptatiestrategie is in beeld gebracht welke uitdagingen er in Halderberge liggen op het gebied van klimaatadaptatie. Als uitdagingen worden genoemd hittestress, verstening, verdroging, wateroverlast en afname van biodiversiteit. De oplossingen worden onder andere gevonden in meer groen en bomen. In dit stuk wordt als maatlat daarvoor de 3-30-300-regel benoemd. Speelbeleid Halderberge In het speelbeleidsplan ‘Samen naar buiten’ is de ambitie opgenomen dat op elke speellocatie bomen staan voor voldoende schaduw. Raakvlakken met andere beleidsvelden Het beleidsveld groen en bomen heeft daarnaast raakvlakken met andere beleidsvelden:  Welzijn en gezondheid: bomen dragen positief bij aan de gezondheid en het welbevinden  Sociale cohesie: groene plekken nodigen uit tot ontmoeten  Wonen: bomen zorgen voor een aantrekkelijke woonomgeving  Recreatie: bomen zorgen voor een recreatief aantrekkelijke omgeving

2.3 DIGIPANEL Respons In het voorjaar van 2024 zijn 7 stellingen en vragen voorgelegd aan het digipanel en op sociale media. In totaal vulden 788 inwoners de vragenlijst in.

Spelen en elkaar ontmoeten onder de bomen

De invullers van de vragenlijst zijn unaniem over het belang van voldoende bomen binnen de gemeente Halderberge. Zij vinden het belangrijk dat de hoeveelheid bomen op peil blijft en dat de gemeente zich inzet voor de aanplant en het onderhoud van deze bomen. Vragen en antwoorden 1. Ik wil dat de gemeente meer bomen plant die kunnen zorgen voor schaduw en verkoeling in woonstraten. 75% eens – 11% oneens – 12% neutraal – 4% weet niet/geen mening

10

2. Ik wil dat de gemeente meer bomen plant waar je eetbaar fruit of noten van kunt plukken. 39% eens – 36% oneens – 16% neutraal – 9% weet niet/geen mening 3. Ik wil dat elke boom die gekapt wordt door minimaal één nieuwe boom wordt vervangen 82% eens – 6% oneens – 10% neutraal – 2% weet niet 4. Ik vind het belangrijk dat de gemeente investeert in de aanplant en het onderhoud van bomen. 91% eens – 2% oneens – 6% neutraal – 1% weet niet 5. Ik vind mogelijke overlast geen reden om een boom te kappen 52% eens – 30% oneens – 13% neutraal – 5% weet niet 6. Ik wil een boom in mijn tuin planten en onderhouden, zodat er meer schaduw en verkoeling komt. Kies het antwoord dat het best bij uw mening past. a) 29% Ja, dat wil ik b) 7% Ja, maar alleen als de gemeente mij een boom cadeau geeft c) 10% Ja, maar alleen als: [open invulveld, meestal: als de boom niet te groot wordt] d) 42% Nee e) 11% Weet ik niet / geen mening 7. Heeft u nog ideeën of tips voor ons als het gaat om bomen en boombeheer? Deze vraag resulteert in ongeveer 450 geanonimiseerde reacties van uiteenlopende aard. Hieruit kunnen de volgende algemene conclusies worden getrokken: Veel voorkomende reacties:  Veel mensen willen meer bomen en denken mee over plantlocaties en sortiment. Er is veel vraag naar inheemse soorten en een roep om aandacht voor biodiversiteit.  Veel mensen willen dat er minder gekapt wordt.

 Herplant moet consequent en vlot na de kap plaatsvinden.  Uit sommige reacties maken we op dat er onduidelijkheid is over het boombeleid en de reden van kapactiviteiten. We kunnen hierover beter communiceren.  Overlast door bomen wordt vaak benoemd. De reacties gaan met name over schaduw op zonnepanelen, bladval en opdrukkende verharding.  Mensen vragen meer aandacht voor het onderhoud, met name snoeien en blad ruimen.

2.4 INFORMATIEBIJEENKOMST GEMEENTERAAD

Op 13 juni 2024 is een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de gemeenteraad. Het doel van deze bijeenkomst was om de raadsleden te informeren over de aanpak die gevolgd wordt bij de actualisatie van het boombeleid. Daarnaast is een indruk gegeven van het te verwachten eindresultaat.

11

12

3. EEN VOLWAARDIG BOMENBESTAND Het doel van het boombeleid is gericht op een gezond en volwaardig bomenbestand in Halderberge. Binnen dit bomenbestand wordt onderscheid gemaakt in structuurbomen, sfeerbomen en waardevolle bomen. Om te bepalen wat een volwaardig bomenbestand is, is er behoefte aan een meetbare norm voor voldoende bomen in de openbare ruimte: de 3-30-300-regel. Door deze norm te projecteren op de Halderbergse kernen wordt duidelijk waar meer bomen gewenst zijn. Buiten de kernen wordt dit bepaald door de aanwezigheid van boomstructuren.

3.1 ONDERSCHEID IN BOMEN Op dit moment beheert de gemeente Halderberge ruim 17.000 gemeentelijke bomen. Er wordt onderscheid gemaakt in structuurbomen, sfeerbomen en waardevolle bomen: Structuurbomen

Boomstructuren zijn lijnvormige elementen zoals bomenlanen en bomenrijen, veelal langs wegen in het buitengebied en tussen de kernen. Ze zijn van belang voor de herkenbaarheid, karakteristiek en oriëntatie.

Sfeerbomen

Sfeerbomen zijn de bomen buiten de boomstructuren, in groengebieden, groenstroken en woonstraten. We noemen dit sfeerbomen, omdat ze praktisch en/of visueel bijdragen aan de plaatselijke sfeer. Een sfeerboom kan meerdere functies hebben, bijvoorbeeld aankleding van de woonomgeving, schaduw op een speelterrein, een groene buffer et cetera. Het gaat zowel om solitaire bomen, boomgroepen als bomenrijen.

Waardevolle bomen

Waardevolle bomen zijn bomen die door hun bijzondere omvang, standplaats, geschiedenis en/of uiterlijk van belang zijn voor de Halderbergse identiteit. Dit kunnen zowel gemeentelijke als particuliere bomen zijn. Gemeentelijke waardevolle bomen kunnen zowel structuurbomen als sfeerbomen zijn.

Alle bomen zijn belangrijk voor de openbare ruimte en dragen bij aan de doelen voor klimaat, biodiversiteit en leefbaarheid. Daarmee verdient elke boom bescherming en zorg. Gezien de uniciteit van waardevolle bomen en boomstructuren, wordt met deze bomen wel anders omgegaan in het boombeheer, kapbeleid en bij hinder.

13

3.2 VOLWAARDIG BOMENBESTAND BINNEN DE KOM De 3-30-300-regel In 2021 heeft prof. dr. Cecil Konijnendijk de 3-30-300-regel bedacht als vuistregel voor voldoende bomen in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom. Deze regel pleit voor:  Vanuit elke woning zicht op minimaal 3 bomen 1  30% van de ruimte rondom gebouwen is bedekt met bladerdek voor voldoende schaduw 2  Binnen 300 meter van elke woning ligt een park, bos of ander groen verblijfsgebied met bomen van minimaal 0,5 hectare groot Een openbare ruimte die op deze manier is ingericht bevat voldoende bomen om te kunnen spreken van een klimaatbestendige, gezonde, leefbare woonomgeving. De 3-30-300-regel is een helder meetinstrument, waarmee concreet sturing gegeven kan worden aan voldoende bomen in de openbare ruimte. Steeds meer gemeentes, in binnen- en buitenland, omarmen inmiddels de 3-30300- regel voor boom- en groenbeleid binnen de bebouwde kom.

Bron: Cobra Groeninzicht

1

De 3-regel gaat officieel uit van bomen met een kroonprojectie van minimaal 28 m2 (dit is een boom met een kroondiameter van ruim 5,5 meter) binnen 25 meter van het pand. In de praktijk wordt doorgaans uitgegaan van zicht op bomen vanuit de woonkamer. 2

Het zicht op 3 bomen en 30% bladerdek gaan hand in hand. Alleen met voldoende bomen van voldoende omvang is het mogelijk om 30% bladerdek te bereiken.

14

3-30-300 in Halderberge Door het bomenbestand in de Halderbergse kernen te beoordelen aan de hand van de 3-30-300regel, wordt zichtbaar hoe Halderberge scoort op het gebied van bomen en waar kansen liggen voor vergroening. De conclusies per dorpskern zijn opgenomen in bijlage 3. Samenvattend kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Algemeen  De omvang en aard van de groene inrichting hangt samen met de tijdsgeest waarin een wijk stedenbouwkundig is ontwikkeld.  Het niet voldoen aan de 3-30-300-regel heeft vooral impact in woonstraten waar ook weinig particulier groen aanwezig is.  De 3-30-3000-regel is niet goed toepasbaar bij bebouwingslinten binnen de komgrenzen, zoals de Stoof in Oud Gastel en de Gastelsedijk West in Stampersgat. Hier is de hoeveelheid bomen en groen vooral afhankelijk van (vaak relatief grotere) tuinen, erven en het buitengebied.  Bedrijventerreinen zijn niet in de beschouwing meegenomen.  Als aanvulling op de 3-30-300-regel is per kern een vergelijking gemaakt met hittekaarten. Hierin is overlap te zien: daar waar weinig bomen staan is de gevoelstemperatuur hoger. De 3-regel  De meeste woonstraten in Halderberge zijn voorzien van bomen.  Straten zonder of met weinig gemeentelijke bomen zijn er vooral in de wijk kom noord in Oudenbosch en in Bosschenhoofd.

De 30-regel  Het behalen van 30% bladerdek is in de praktijk lastig, met name in wijken waar weinig openbare ruimte en dus weinig ruimte voor grotere bomen is.  Bomen met een transparante kroon en kleine bladeren hebben minder effect hebben op de verkoeling. Vanzelfsprekend geldt dit ook voor jonge aanplant en klein blijvende bomen. De 300-regel  Als groengebieden voor de 300-regel zijn bossen, parken, parkstroken en speelterreinen aangemerkt. Hoewel niet alle groengebieden minimaal 0,5 hectare groot zijn, betreft het wel plekken die een (toekomstige) functie kunnen vervullen als centraal groen verblijfsgebied.  Het ontbreekt aan grotere groengebieden in Stampersgat, Bosschenhoofd, het centrum van Oudenbosch en aan de noordkant van Oud Gastel. Ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen om dit alsnog te realiseren.  Bij vergelijking met de hittekaarten valt op dat er ook groene plekken zijn met relatief hogere temperatuur, doordat er weinig bomen staan.  Grote groengebieden zoals het bosgebied tussen Hoeven en Bosschenhoofd en het Dorpsbos in Oud Gastel hebben een functie voor een groter (woon)gebied dan binnen een afstand van 300 meter.

15

Hoe gaat de beoordeling in zijn werk:

Beoordeling aan de hand van de luchtfoto

Controle aan de hand van de hittekaart

Controle aan de hand van de situatie buiten

In kaart brengen situatie:  Grotere groengebieden  300-cirkels (aanwezig en zoekgebieden)  Zoekgebieden voor boomaanplant

16

3.3 VOLWAARDIG BOMENBESTAND BUITEN DE KOM Geen norm maar boomstructuren De 3-30-300-regel is een maatstaf voor bomen binnen de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom wordt de volwaardigheid van het bomenbestand bepaald door boomstructuren langs openbare wegen. Boomstructuren zijn lijnvormige elementen zoals bomenlanen en bomenrijen. Ze zijn van belang in het landschap voor de herkenbaarheid, karakteristiek en oriëntatie. Daarnaast zijn deze elementen van ecologische waarde en dragen bij aan de recreatieve aantrekkelijkheid van het buitengebied. Boomstructuren in Halderberge Voor Halderberge is in kaart gebracht welke bomenlanen en bomenrijen de landschappelijke boomstructuur vormen, waar deze versterkt kunnen worden en waar ontbrekende schakels liggen. Per gebiedstype kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Open polderlandschap: rond Oud Gastel, Stampersgat, ten noorden van Oudenbosch en Hoeven  Er zijn opvallend veel bomenlanen van essen.

 Essentaksterfte kan voor veel bomenlanen een bedreiging vormen  Door iepziekte zijn veel boomstructuren van iepen sterk uitgedund of bijna verdwenen  Er zijn een heel aantal wegen zonder bomen  Behalve bomenlanen zijn ook solitaire bomen waardevolle blikvangers in het open landschap  De bomen en bermen langs de Goudbloemsedijk zijn geen gemeentelijk eigendom  Het waterschap stelt regels en beperkingen aan de aanplant van bomen op dijken  In dit type landschap zijn boomsoorten als iep, es, wilg en populier passend Kleinschalig landschap: rond Hoeven, Bosschenhoofd en tussen Oudenbosch en Oud Gastel  De meeste wegen zijn voorzien van boomaanplant.

Er zijn vooral bomenlanen van eiken  De lanen zijn niet overal aaneengesloten en van een soort, maar dat is passend bij het landschapstype  In dit type landschap zijn boomsoorten als eik, berk en den passend Bebouwingslinten: uitlopers van de kernen  In de bebouwingslinten zijn soms restanten van oorspronkelijke boomstructuren aanwezig  Het groenbeeld wordt vooral bepaald door particulier groen in tuinen en op erven  De inrichting biedt ruimte voor her en der een solitaire boom of korte rij bomen Algemeen  Boomaanplant moet qua boomsoort en plantwijze passen bij het landschapstype  Niet alle bermen zijn gemeentelijk eigendom  Boomaanplant kan beperkt worden door kabels en leidingen, smalle bermen, steile taluds  Het moet bij boomaanplant mogelijk blijven om machinaal slootonderhoud uit te voeren  Bij smalle wegen is het belangrijk dat verkeer elkaar kan blijven passeren bij boomaanplant  Bij volgroeide laanbomen is het alleen zinvol om jonge bomen terug te planten als er een ruimte is ontstaan voor het planten van 4 of meer bomen. Een enkele jonge boom in een bestaande laanstructuur is kansloos door de hoeveelheid schaduw en doorworteling.

17

3.4 AMBITIES VOOR BOMEN Ambitiekaarten Op basis van de 3-30-300-regel, hittekaarten en de boomstructuurkaart is per kern en voor het buitengebied een Ambitiekaart gemaakt (bijlage 4 en 5). De Ambitiekaarten zijn vlekkenplannen die in kaart brengen waar meer bomen gewenst zijn en naar welk bomenbestand we toe willen groeien. De Ambitiekaarten zijn gericht op:  realiseren, herstellen en versterken van boomstructuren  vergroenen van buurten waar relatief veel verharding en weinig groen is  vergroenen van plekken met hittestress  vervangen van bomen door exemplaren met betere groeikansen en/of een groter kroonvolume  verder vergroenen en opwaarderen van bestaande groene verblijfsplekken  op iedere speelplek zorgen voor bomen voor voldoende schaduw  waar mogelijk groene verblijfsplekken realiseren daar waar deze ontbreken Van ambities naar realisatie De vervolgstap is om de Ambitiekaarten te vertalen naar concrete plannen: Gebiedsgerichte groene aanpak De ambities voor bomen worden gecombineerd met andere groene en klimaatadaptieve projecten in de openbare ruimte zoals tegelwippen en groenrenovaties. Waar mogelijk wordt aangehaakt bij andere (civieltechnische) projecten in de openbare ruimte. De aanpak is zoveel mogelijk wijkgericht en uitgezet in een meerjarenplanning. In het buitengebied is de aanpak gebiedsgericht en per weg.

Kansen benutten Ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructurele werken bieden kansen voor opwaardering van het bomenbestand. De Ambitiekaarten zijn daarbij richtinggevend met de 3-30-300-regel als norm. Opwaardering van groengebieden Niet alle groengebieden functioneren momenteel als groen verblijfsgebied. Door deze gebieden aan te kleden met bijvoorbeeld zitbanken wordt de aantrekkelijkheid vergroot. Bomen in tuinen Op sommige plekken is er als gevolg van de stedenbouwkundige opzet (te) weinig openbare ruimte voor (meer) bomen. Op die locaties kunnen bomen in particuliere tuinen zorgen voor zicht op bomen en meer bladerdek. Aan het digipanel is de vraag gesteld of inwoners interesse hebben om een boom in de eigen tuin te planten. Ongeveer de helft van de ondervraagden heeft aangegeven dit graag te doen. Mensen die geen belangstelling hebben geven meestal aan dat ze al bomen in de tuin hebben of dat de tuin te klein is. Boomaanplant door particulieren kan wellicht gestimuleerd worden door bomen beschikbaar te stellen. De vervolgstap is om een verkennend onderzoek te doen naar de haalbaarheid, voor- en nadelen, spelregels en financiële consequenties van het idee om bomen beschikbaar te stellen aan inwoners. Daarvoor wordt onder andere contact gelegd met lokale boomkwekers. De resultaten van dit onderzoek worden ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.

18

Bomen zorgen verkoeling. Enerzijds doordat bomen zorgen voor schaduw. Anderzijds doordat bomen water verdampen. Door verdamping koelt het bladoppervlak af, waardoor ook de langsstromende lucht en de omgeving afkoelen. In een straat met bomen kan het daardoor al snel 5-10 graden koeler zijn dan in een straat zonder bomen. Uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen blijkt dat een volwassen boom in een bebouwde omgeving op een zonnige dag hetzelfde koelvermogen heeft als 10 airco’s. Bron: Trees for All

19

Aandachtspunten De ambities voor vergroening, en daarmee de doelen voor klimaat, biodiversiteit en leefbaarheid, worden niet bereikt als de focus alleen ligt op het planten van zoveel mogelijk nieuwe bomen: Behoud bestaande bomen Nieuwe aanplant is een aanvulling op het bestaande bomenbestand. Om de 3-30-300-norm te kunnen behalen en behouden, is het noodzakelijk om te zorgen voor het duurzaam behoud van bestaande bomen. Dit doen we door middel van boombeheer (hoofdstuk 4), het kapbeleid (hoofdstuk 5) en bescherming van de plek van bomen in de openbare ruimte (hoofdstuk 6). Investeren in kwaliteit Bij het planten van bomen staat kwaliteit voorop. Door te investeren in groeikansen en groeiruimte, krijgen jonge bomen de kans om uiteindelijk volwaardig uit te groeien. Alleen dan kunnen bomen bijdragen aan de doelen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Kroonvolume Zicht op minimaal 3 bomen is de norm. Maar belangrijker dan het aantal bomen is de omvang van de boom, het kroonvolume. Hoe groter de boom, hoe meer bladerdek en des te groter de bijdrage aan de groene kwaliteit en verkoeling. Het doel is daarom in de eerste plaats om ruimte te creëren en te benutten voor zo groot mogelijke bomen. Dit kan ertoe leiden dat er voorkeur wordt gegeven aan zicht op 2 grote bomen in plaats van op 3 kleine bomen.

Dat is een concessie in aantal, maar winst in het kroonvolume en daarmee het bereiken van 30% bladerdek. Variatie Voor klimaat, biodiversiteit en leefbaarheid is gelaagdheid en variatie in groen belangrijk. Dat wordt niet bereikt door alleen bomen te planten, maar ook door andere typen groen toe te passen. Het is de combinatie en afwisseling die zorgt voor kwaliteit. Haalbaarheid Bij het uitwerken van de ambitiekaarten moet de vertaalslag naar de praktijk gemaakt worden. Dit kan betekenen dat er op bepaalde locaties wel bomen gewenst zijn, maar dat dit niet mogelijk is. Bijvoorbeeld door de ligging van kabels, leidingen of riolering. Tijd De ambities voor bomen zijn niet allemaal voor 2035 te realiseren. Bovendien hebben bomen vele jaren nodig om uit te groeien tot volwassen exemplaren, waardoor het ook vele jaren duurt voor de beoogde verkoelingsdoelen worden bereikt.

Voorstellen uit dit hoofdstuk   

De 3-30-300-regel als norm voor bomen binnen de kom in Halderberge; De Ambitiekaarten vertalen naar concrete plannen voor de aanplant van bomen en opwaardering van groene verblijfsgebieden; Een verkennend onderzoek naar de aanplant van bomen in particuliere tuinen.

20

4. PROFESSIONEEL BOOMBEHEER Een gezond en volwaardig bomenbestand begint bij het behoud van de bestaande bomen. Een professioneel boombeheer, dat binnen de kaders van de wettelijke zorgplicht voor bomen wordt uitgevoerd, is daarbij een vereiste.

4.1 ZORGPLICHT Zorgplicht Op grond van het Burgerlijk Wetboek heeft elke eigenaar de plicht om er zorg te dragen voor zijn/haar eigendommen. Dit geldt ook voor boomeigenaren. Deze zorgplicht kent 3 gradaties: 1. Algemene zorgplicht

Bomen moeten aantoonbaar regulier onderhouden en periodiek gecontroleerd worden op uitwendig zichtbare gebreken.

2. Verhoogde zorgplicht

De intensiteit van onderhoud en controle moet verhoogd worden bij een verhoogde kans op gevaar.

3. Onderzoeksplicht

Als er in stap 1 of 2 wordt geconstateerd dat er mogelijk maatregelen nodig zijn om een verhoogd risico te minimaliseren, is het verplicht om nader onderzoek uit te (laten) voeren.

Algemene en verhoogde zorgplicht Iedere boom wordt periodiek gecontroleerd op uitwendig zichtbare gebreken. Dit wordt Visual Tree Assessment (VTA) genoemd, ofwel visuele boominspectie. Aan de hand van uiterlijke kenmerken van de boom als takaanzetting, wortelgroei, stam en bladontwikkeling, kan veel afgeleid worden over de conditie van de boom. Bomen die aanleiding geven voor een verhoogde zorgplicht worden vaker gecontroleerd. De bevindingen uit de visuele inspecties worden bijgehouden in het digitale beheerprogramma Obsurv. Ook uitgevoerd boomonderhoud wordt hierin genoteerd. Hierdoor bestaat er per boom een digitaal logboek. In het geval van schade kan aan de hand van dit logboek worden aangetoond dat er voldoende zorg is besteed aan de boom. De gemeente is dan wel risicoaansprakelijk, maar niet schuldaansprakelijk. Onderzoeksplicht Als uit de visuele inspecties een mogelijk risico naar voren komt, is het verplicht om nader onderzoek te verrichten. In dat geval wordt een gespecialiseerd onderzoeksbureau ingeschakeld om een boomtechnisch onderzoek uit te voeren en onafhankelijk advies uit te brengen. Dit advies, dat kan variëren van onderhoudsmaatregelen tot directe kap, is bindend met het oog op aansprakelijkheid.

21

Boom met verhoogde zorgplicht

Factoren buiten het boombeheer Ook factoren buiten het boombeheer kunnen invloed hebben op de conditie van een boom en daarmee op de zorgplicht. Schade aan bomen moet zoveel mogelijk voorkomen worden, omdat dit kan leiden tot achteruitgang van de conditie van de boom. Soms wordt dit pas jaren later zichtbaar omdat dit proces geleidelijk verloopt. Het is belangrijk dat iedereen die werkzaamheden uitvoert rondom bomen, zich hiervan bewust is. Om bij bomen in gras te voorkomen dat de maaimachine schade toebrengt aan de stam, wordt gras daarom niet meer bijgemaaid rond bomen. Dit betekent dat (berm)gras op 20 cm afstand rondom de stam blijft staan, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Het weghakken van wortels, bij bijvoorbeeld wegwerkzaamheden, kan leiden tot instabiliteit. Ook grond ophogen, afgraven of grondwateronttrekking in de omgeving kan negatieve gevolgen hebben. Er zijn daarom voorwaarden opgesteld om weloverwogen te werk te gaan en daarmee de gevolgen voor bomen tot een minimum te beperken (zie hoofdstuk 6.4).

4.2 SNOEIEN Verschillende soorten snoei Begeleidingssnoei Begeleidingssnoei is het periodiek snoeien van jonge bomen tot een volwassen vorm is bereikt. Het doel is het krijgen van een takvrije rechte stam en een goed ontwikkelde kroon. Hiervoor wordt de boom gemiddeld om de 3 jaar gesnoeid. Snoei richt zich op het verwijderen van:  Dode, aangetaste en gebroken takken  Ongewenste takken (dubbele toppen, zuigers, elleboogtakken, takparen, takkransen)  Relatief dikke takken  Waterlot, stamschot en uitlopers uit de onderstam

Onderhoudsnoei Bij volwassen bomen wordt er idealiter alleen gesnoeid om takken te verwijderen die voor problemen zorgen, beschadigd of afgestorven zijn. De snoeifrequentie ligt rond de eenmaal per 4-10 jaar, mits de bomen vrij kunnen uitgroeien en er op de juiste wijze begeleidingssnoei is toegepast.

Uitvoering van snoeiwerkzaamheden met de hoogwerker

22

Onderdelen van onderhoudssnoei: Dood hout verwijderen

Het verwijderen van afgestorven takken. Sommige boomsoorten zijn gevoeliger voor dood hout in de kroon dan andere. Dood hout kan ook een teken zijn van moeilijke groeiomstandigheden en aftakeling.

Beschadigde takken verwijderen

Het verwijderen van takken die beschadigd zijn door bijvoorbeeld aanrijding of storm.

Opkronen

De onderste takken weghalen voor voldoende doorgang voor het verkeer. Uitgangspunt is dat er voldoende doorrijhoogte moet zijn voor hulpdiensten en plaatselijk (werk)verkeer. Voor wegen met autoverkeer betekent dit een vrije doorgang van 4,5 meter. Bij voet- en fietspaden is een vrije doorgang van 2-2,5 meter voldoende.

Uitdunnen van de kroon

Enkele takken uit de kroon weghalen voor een meer transparante kroon. Vaak wordt dit alleen gedaan bij ernstige overlast door schaduw.

Stamschot en waterlot verwijderen

Het weghalen van jonge scheuten op de takvrije stam en bij de stamvoet. Voorkomen moet worden dat deze scheuten uitgroeien tot takken. Overmatige snoei kan leiden tot meer vorming van stamschot en waterlot.

Uitgangspunten voor snoei  bij snoei wordt de natuurlijke groeivorm en hoogte van de boom gerespecteerd  door snoei mag maximaal 20% van het kroonvolume verminderd worden  regelmatig snoeien voorkomt grote snoeiwonden  de boomsoort bepaalt in welk seizoen snoei kan plaatsvinden  de snoeifrequentie is afhankelijk van de boomsoort en standplaats Intensieve onderhoudsvormen Kandelaberen, knotten, leisnoei en vormsnoei zijn intensieve onderhoudsvormen, die bovendien om de 2-3 jaar herhaald moeten worden. Om de werkbelasting niet onnodig te vergroten, heeft het de voorkeur om boomsoorten te planten die een regulier boomonderhoud vragen. Daarom worden alleen in centrumgebieden lei- of vormbomen nog bij uitzondering toegepast, in situaties waar te weinig ruimte in het straatprofiel is voor een ‘gewone’ boom. Ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen om onderhoudsintensieve bomen te vervangen door andere boomsoorten. Kandelaberen

Het inkorten van takken, waarna deze op het punt van afzagen opnieuw uitlopen in meerdere vertakkingen.

Knotten

Het tot de stam afzagen van takken, waarna deze weer uitlopen. Op de plek waar de takken steeds worden afgezaagd verdikt de stam tot een knot.

Leisnoei

Het in de lengterichting begeleiden en snoeien van takken, waardoor zich een platte boomkroon vormt.

Vormsnoei

Het snoeien van de boomkroon in bijvoorbeeld een blok-, bol- of kegelvorm.

23

Onderhoudsniveau snoeien Voor 2023 Voor 2023 werd het snoeien van bomen uitgezet bij de aannemerij. Er werd zorggedragen voor een onderhoudsniveau waarmee werd voldoen aan de minimale wettelijke zorgplicht. Dit betekende dat er vooral werd ingezet op zorgen voor voldoende doorrijhoogte, veiligheidssnoei en het wegnemen van hinderlijke takken. Het verwijderen van stamschot werd uitgevoerd als onderdeel van het plantsoenonderhoud. Na 2023 Sinds 2023 wordt het snoeien van bomen uitgevoerd door het gemeentelijk serviceteam bomen. Dit heeft geleid tot de volgende veranderingen:  Alle snoeiwerkzaamheden aan een boom worden in 1 werkronde meegenomen.  Er is meer aandacht voor begeleidingssnoei, wat ten goede komt aan de boomontwikkeling.  Bij het snoeien van de boom wordt meteen een visuele veiligheidscheck uitgevoerd.  Alle werkzaamheden en bevindingen worden gerapporteerd in het beheersysteem.  Het team voelt een grote betrokkenheid bij het gemeentelijk bomenbestand.  Het contact met de inwoners verloopt laagdrempeliger, omdat het team meldingen over bomen zelf afhandelt.  Bij de afhandeling van een melding over een boom worden indien nodig ook bomen in de buurt meteen meegenomen.

Dit alles resulteert in een efficiëntere manier van werken. Bovendien wordt het niveau van snoeien opgetrokken naar een nieuw basisniveau, wat ten goede komt aan de kwaliteit en veiligheid van het bomenbestand. Momenteel is het serviceteam nog bezig om het gemeentelijk bomenbestand, dat bestaat uit circa 17.000 bomen, op te tillen naar dit nieuwe basisniveau. Als dit niveau bereikt is, kan gewerkt gaan worden op basis van een meerjarenplanning om op niveau te blijven. Sinds 2023 heeft Halderberge een serviceteam bomen Dit betekent dat het snoeien van bomen de komende jaren wat meer inzet vraagt, omdat werken naar een nieuw basisniveau meer tijd kost dan het continueren van een regulier niveau. Om dit te versnellen is het te overwegen om het serviceteam bomen te ondersteunen door de inzet van een aannemer, tot het nieuwe basisniveau bereikt is.

24

4.3 OVERIG BOOMBEHEER Watergeven Nieuw geplante bomen hebben nog niet genoeg wortels om veel water op te nemen. Daarom krijgt nieuwe aanplant in principe gedurende 1 jaar na aanplant water bij langdurige droogte, om te voorkomen dat te boom afsterft door verdroging. Om ervoor te zorgen dat het water ook daadwerkelijk de boomwortels bereikt, wordt rondom nieuwe bomen een gietrand, drain of grondwalletje aangebracht. Bomen die in het najaar worden geplant zijn minder gevoelig voor verdroging dan bomen die in het voorjaar worden geplant, omdat ze al een paar maanden de tijd hebben gehad om nieuwe wortels te vormen. Daarom heeft het de voorkeur om alleen bomen te planten in het najaar. Dit vermindert de noodzaak tot watergeven en vergroot de aanslagkansen van de boom. Ook de grootte van de boom bij aanplant speelt een rol. Grote bomen hebben meer bladoppervlak en daardoor een grotere verdamping. De boom heeft dan meer vocht nodig om dit verlies aan te vullen, maar na aanplant zijn er nog onvoldoende wortels om dit vocht vanuit de bodem op te nemen. Het planten van grotere bomen vraagt daardoor om meer watergeven dan het planten van een kleinere maat bomen. Desondanks blijft er bij de aanplant van grotere bomen een grotere risico op afsterven of stagnatie in de groei. Inboet Inboeten is het vervangen van zieke of afgestorven exemplaren.

In principe worden gekapte bomen binnen een jaar vervangen. De situatie bepaalt of dezelfde boomsoort terugkomt of dat er gekozen wordt voor een andere boomsoort. Ook spelen kansen voor vergroting van de biodiversiteit een afweging bij de soortkeuze bij inboet. Ploffen Incidenteel wordt bij bestaande bomen geïnvesteerd in ploffen. Met deze methode wordt lucht in de bodem gebracht voor meer zuurstof en doorwortelbaarheid. Deze vorm van groeiplaatsverbetering komt ten goede aan de groeikansen van de boom en kan bovendien helpen om wortelopdruk te verminderen. Omdat ploffen erg kostbaar is, wordt dit alleen incidenteel gedaan in situaties waar de bomen voor ernstige problemen zorgen, bij bomen die gezond en beeldbepalend zijn. Boompalen Bij aanplant wordt de boom voorzien van boompalen, die de boom staande houden totdat het wortelstelsel zichzelf heeft verankerd in de bodem. Gemiddeld kunnen de boompalen na 3 jaar verwijderd worden.

25

Jonge aanplant

4.4 BOOMZIEKTES Algemeen In Halderberge hebben we momenteel te maken met de volgende boomziektes: iepziekte, kastanjebloedingsziekte, watermerkziekte (wilgen) en essentaksterfte. Uit de VTA controles blijkt welke bomen ziek zijn. Bij kastanjebloedingsziekte, essentaksterfte en watermerkziekte wordt kap zo lang mogelijk uitgesteld, tot het moment dat een boom dusdanig verzwakt is dat deze een mogelijk gevaar vormt voor de omgeving. Wilgen met watermerkziekte worden geknot, omdat dit kan helpen om verdere aantasting te stoppen. Bij iepziekte geldt regelgeving vanuit de Plantenziektenwet. Om besmetting richting andere iepen te voorkomen, worden aangetaste bomen gekapt en wordt het hout conform de richtlijnen verwijderd. Bij nieuwe aanplant wordt gekozen voor andere boomsoorten of cultivars die beter ziekteresistent zijn. Aanschrijving krachtens Plantenziektenwet In de Bomenverordening is vastgelegd dat de gemeente eigenaren van zieke bomen kan verplichten om een boom te kappen om verspreiding van de boomziekte te voorkomen. In dat geval is geen Omgevingsvergunning vereist. Bedreiging De afgelopen tientallen jaren is het aandeel iepen in het buitengebied van Halderberge sterk uitgedund. Nog steeds zorgt iepziekte regelmatig voor aantasting en uitval van bomen. Essentaksterfte is een relatief nieuwe boomziekte die zich de afgelopen jaren steeds meer uitbreidt.

Gelet op het grote aantal essen langs wegen in het buitengebied, vormt dit een serieuze bedreiging.

Zieke iepen moeten worden gekapt

26

4.5 PLAGEN Algemeen In Halderberge hebben we momenteel te maken met de volgende plagen in bomen: bladluizen, eikenprocessierupsen en spinselmot. Er is geen wettelijke verplichting om plagen in bomen te behandelen. De boom zelf ondervindt geen schade door plagen. Bestrijding van plagen is vooral bedoeld om overlast te verminderen. Uitgangspunt is dat daarbij geen chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Bladluizen Bladluizen komen vooral voor in lindes en eiken. De luizen zorgen voor een plakkerige vloeistof (honingdauw) die terecht komt op auto’s, gevels, verharding, beplanting. Er worden in principe geen bomen gekapt bij overlast van bladluizen. We zijn terughoudend met het planten van nieuwe luisgevoelige bomen nabij parkeerplaatsen of dichtbij woningen. In het verleden werden in straten waar veel overlast was door luizen lieveheersbeestjes uitgezet. Deze natuurlijke vijand van bladluizen hielp de overlast te reduceren. Het meest doeltreffend is nog altijd een flinke regenbui die de luizen wegspoelt. Eikenprocessierupsen Eikenprocessierupsen komen voor in eiken. De brandharen van de rupsen zorgen voor ernstige irritatie van huid en luchtwegen. Om ervoor te zorgen dat mensen zo min mogelijk in contact komen met de rupsen worden bomen met actieve rupsennesten herkenbaar gemaakt met afzetlint rond de boomstam.

De rupsennesten worden vervolgens weggezogen, weggebrand of verlijmd om ze onschadelijk te maken. Op de gemeentelijke website wordt informatie verstrekt over de bestrijding van eikenprocessierupsen met daarbij een verwijzing naar de website van de GGD. Daarnaast is er aandacht voor preventie door nestkastjes voor vogels op te hangen. Met name koolmezen lusten de rupsen graag. Ook wordt er geëxperimenteerd met het effect van ecologisch bermbeheer. Ook hierdoor wordt ingezet op herstel van het natuurlijk evenwicht. In het verleden werden eikenprocessierupsen bestreden met een biologisch afbreekbaar bestrijdingsmiddel dat in de boomkronen werd gespoten. Met deze methode is enkele jaren geleden gestopt, omdat de plaag onder controle was en is. Deskundigen verwachten echter dat er waarschijnlijk in 2027 weer een opleving zal zijn van de plaag. Wellicht is het dan nodig om over te gaan tot grootschaligere bestrijding. Overwogen moet worden of het wenselijk is om dan weer gebruikt te maken van bestrijdingsmiddel. Dit middel is namelijk ook schadelijk voor andere rupsen en komt in vogels terecht als zij de rupsen eten.

27

Een nest eikenprocessierupsen

Spinselmot De rupsen van de spinselmot maken gezamenlijke webben van spinseldraden waarin ze verpoppen tot nachtvlinders. Ze hebben een voorkeur voor appelbomen, maar komen ook voor bij boomsoorten zoals perenbomen, lijsterbessen, sleedoorns en krentenboompjes. Spinselmotten vormen geen risico voor mens of dier. Ook voor de boom zelf vormen ze geen bedreiging. De rupsen bedekken de boom met webben en eten de bladeren op, maar nadat de vlinders zijn uitgevlogen herstellen de bomen zich weer.

4.6 HINDER EN OVERLAST De meeste meldingen over bomen gaan over hinder en overlast. Hoewel elke situatie uniek is, wordt er gewerkt op basis van juridische kaders en werkafspraken om te zorgen voor een uniforme afweging. Het is wenselijk om dit afwegingskader beleidsmatig vast te leggen. Juridisch kader Op grond van het Burgerlijk Wetboek mag een eigenaar geen ‘onrechtmatige hinder’ toebrengen aan een andere eigenaar. Hinder is echter een subjectief criterium. Gelukkig is er inmiddels veel jurisprudentie over bomen en overlast. Natuurlijke eigenschappen van bomen zoals bladval, vruchtval of schaduwwerking worden niet als onrechtmatig beschouwd. De meeste overlast zal dus in beginsel geaccepteerd moeten worden. Uit jurisprudentie volgt bovendien dat bomen een algemeen belang dienen wat meegewogen moet worden. Om overlast van bomen als onrechtmatig te beschouwen moet er dus sprake zijn van zwaarwegende en buitenproportionele hinder. Daarbij zijn de aard, ernst en duur van de hinder doorslaggevend. Een paar voorbeelden ter illustratie:  

Als de boom al op locatie stond voordat bewoners hier kwamen wonen (of bijvoorbeeld zonnepanelen plaatsten), dan hebben die bewoners meer hinder te accepteren Woont degene die hinder ondervindt in een bosrijke omgeving, dan zal de hinder minder snel onrechtmatig zijn

Overlastsituaties Vanzelfsprekend is het bij overlast door gemeentelijke bomen belangrijk om begrip te tonen voor de situatie, mee te denken en waar mogelijk mee te werken aan een oplossing. Om transparant, objectief en uniform om te gaan met overlastsituaties bij gemeentelijke bomen, zijn de meest voorkomende situaties op een rij gezet: Vruchtval Vruchten zoals sierappeltjes of sierpeertjes kunnen overlast veroorzaken als rijpe vruchten op de grond vallen. Dit kan insecten aantrekken en zorgen voor vervuiling van de straat. Alleen bij extreme omvang en op drukbezochte plaatsen wordt vruchtval opgeruimd als dit overlast veroorzaakt. Harde vruchten zoals eikels en kastanjes kunnen schade veroorzaken aan auto’s. Daarom worden er in principe geen nieuwe eiken en kastanjes geplant bij parkeerplaatsen. In bestaande situaties zijn er doorgaans voldoende alternatieven om de auto elders te parkeren in de periode van vruchtval.

28

Bladval Om overlast door bladeren te verminderen worden er bladkorven geplaatst. Inwoners kunnen hier zelf het blad in deponeren. De korven worden regelmatig door de gemeente geleegd. Daarnaast worden in de herfst rondes gemaakt om blad te ruimen van wegen, gazons en deels uit plantsoenen. Dit wordt uitgevoerd als onderdeel van het regulier plantsoenonderhoud. Bladeren op eigen terrein, in dakgoten et cetera zijn de eigen verantwoordelijkheid van inwoners.

In het Groenbeleid 2021 – 2025 zijn de volgende uitgangspunten opgenomen voor bladkorven: 

in de periode van bladval worden bladkorven geplaats, daar waar overlast is van blad van gemeentelijke bomen;

bladkorven zijn alleen bedoeld voor blad, niet voor ander (groen)afval;

bij andere (groen)afval dan blad, wordt de bladkorf verwijderd;

de locatie van de bladkorf moet goed bereikbaar zijn voor de vrachtwagen om de korf te kunnen legen.

Vogels Vogels in bomen, en daarmee gepaard gaande overlast zoals vogelpoep op auto’s, is geen reden om bomen te kappen of snoeien. Allergie De pollen van bomen zoals de berk en hazelaar kunnen een allergische reactie veroorzaken bij mensen met hooikoorts. Hooikoorts is heel vervelend, maar geen reden om een boom te kappen. Het kappen van een boom biedt namelijk uiteindelijk geen oplossing, omdat er ook pollen van bomen die verder weg staan in de lucht zitten. Schaduw Het creëren van schaduw en daarmee verkoeling is een van de doelen van boomaanplant. Ernstige en langdurige beperking van licht in woning kan echter leiden tot vochtproblemen in de woning. In die situaties worden indien mogelijk enkele takken uit de kroon verwijderd voor meer lucht en licht. Alleen in zeer extreme situaties wordt kap overwogen. Scheefstand en vallende takken Alle bomen worden periodiek geïnspecteerd op stabiliteit en veiligheid. Indien nodig worden er maatregelen getroffen, zoals het verwijderen van dood hout in de kroon. Scheefstand is niet per definitie risicovol. Bij een boom die al langer scheef groeit is het wortelstelsel hierop aangepast. Als inwoners melding maken van een mogelijk risicovolle situatie vindt er een extra inspectie plaats.

29

Zonnepanelen Schaduw op zonnepanelen is geen reden om bomen te kappen of te snoeien. Dit is reeds in het groenbeleidsplan vastgelegd. Omgevallen boom of uitgebroken tak Ondanks zorgvuldige inspectie en beheer kan het gebeuren dat er een boom omvalt of tak afbreekt, bijvoorbeeld door storm. Vooral zomerstormen zijn risicovol omdat bomen dan vol in blad staan. Bij langdurige regen is de kans op windworp groter omdat een verzadigde bodem minder stevigheid biedt. Een omgevallen boom of uitgebroken tak wordt zo snel mogelijk opgeruimd. De boom wordt daarbij altijd geïnspecteerd. Als de boom inwendig aangetast blijkt te zijn, vindt er nadere inspectie en indien nodig een boomtechnisch onderzoek plaats. Dit geldt ook voor vergelijkbare bomen in de nabijheid. Over de perceelsgrens groeiende takken en wortels In het burenrecht (Burgerlijk Wetboek art. 5.44) is geregeld hoe omgegaan moet worden met over de perceelsgrens groeiende takken en wortels. Het burenrecht geldt hierbij tussen particulieren onderling maar ook tussen de gemeente en particulieren. Bij hinderende overhangende takken moet de eigenaar van de boom (schriftelijk) worden aangemaand om de takken binnen redelijke termijn te snoeien. Een termijn van 6 weken is doorgaans redelijk, hoewel rekening gehouden moet worden met het snoeiseizoen van de betreffende boomsoort.

Als de eigenaar geen actie onderneemt mag men de takken zelf (laten) verwijderen, waarbij eventuele kosten voor rekening van de eigenaar zijn. De omvang van de snoei moet redelijk zijn en mag de boom niet onherstelbaar beschadigen of verminken. Doorschietende wortels mogen weggehakt worden. Daarbij hoeft niet te worden aangemaand. Ook wortelsnoei moet redelijk zijn en mag de boom niet onherstelbaar beschadigen. Bomen en de buren Overlastsituaties tussen particulieren moeten inwoners onderling oplossen. Als gemeente verwijzen we inwoners wel naar een website waar ze informatie kunnen vinden over hun rechten en plichten inzake het burenrecht en de zorgplicht. Wortelopdruk Een vorm van overlast die om meer toelichting vraagt is wortelopdruk bij bomen in verharding: Oorzaak en gevolg Boomwortels zoeken naar ruimte, voedsel, water en zuurstof. Als dit ondergronds onvoldoende te vinden is gaan boomwortels in de oppervlakte op zoek, waardoor asfalt en tegels omhoog worden gedrukt. Opdrukkende verharding is vrijwel altijd het gevolg van slechte ondergrondse groeiplaatsomstandigheden. Door hierin al bij aanplant in te investeren kunnen veel problemen voorkomen worden.

30

Een (veel) te kleine boomspiegel, veel verharding en druk op het wortelpakket zorgen voor verdichting, verdroging en verarming van de bodem. Als er ondergronds niets meer te vinden is gaan boomwortels aan de oppervlakte op zoek naar ruimte, voedsel, water en zuurstof met als gevolg dat de verharding wordt opgedrukt.

Oplossingen Bestaande overlastsituaties zijn meestal niet eenvoudig op te lossen. Het is namelijk niet wenselijk om boomwortels door te hakken, omdat de boom daardoor een stuk verankering en daarmee stabiliteit verliest. Bovendien zullen boomwortels blijven zoeken, waardoor het probleem na verloop van tijd terugkeert. Wat kan wel helpen: overbodige verharding verwijderen aanpassing van de weginrichting, waardoor er meer ruimte voor bomen wordt gecreëerd halfverharding toepassen, dit is goedkoper te herstellen bij terugkerende wortelopdruk groeiplaatsverbetering door bijvoorbeeld ploffen of bemesting een luchtbrug creëren over de wortels heen (voorbeeld: Pagnevaartdreef, Bosschenhoofd) eventueel kunnen enkele wortels vakkundig verwijderd worden om het probleem tijdelijk op te lossen. Belangrijk is om dit beperkt te doen, onder toeziend oog van de boombeheerder, en alleen bij boomwortels dunner dan 5 centimeter. plaatsen van een wortelscherm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/591/documents/17285