CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Groenbeleid 2021-2025.pdf

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 6: Groenbeleid 2021 - 202511.246 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Het groene doorgroeimodel

binnen de bebouwde kom

GROENBELEID 2021-2025 (CONCEPT) GEMEENTE HALDERBERGE 15 april 2021 Vastgesteld d.d.

juni 2021

1

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE

2

1.

4

2.

3.

4.

5.

6.

INLEIDING 1.1.

Aanleiding

4

1.2.

Doel

4

1.3.

Afbakening

4

1.4.

Leeswijzer

5

HET BELANG VAN GROEN

6

2.1.

Gezondheid & welbevinden

6

2.2.

Leefbaarheid

6

2.3.

Leefomgeving

7

ONTWIKKELINGEN

8

3.1.

Zonnepanelen op daken versus bomen

8

3.2.

Veranderend klimaat

8

3.3.

Verbetering van de biodiversiteit

9

3.4.

Bijenconvenant West-Brabant/ nationale bijenstrategie

9

3.5.

Verandering in groenbeheer

10

3.6.

Bestrijding Japanse duizendknoop

10

3.7.

Bestaande bomen versus nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

10

3.8.

Wet natuurbescherming

10

GEBIEDBESCHRIJVING (binnen de bebouwde kom)

11

4.1.

Gebieden

11

4.2.

Areaal te onderhouden openbaar groen (binnen de bebouwde kom)

12

4.3.

Onderhoud van het openbaar groen (binnen de bebouwde kom)

12

4.4.

Omgaan met meldingen

13

KWALITEIT VAN HET OPENBAAR GROEN

14

5.1.

Kwaliteit

14

5.2.

Beleving

15

5.3.

Beoordeling openbaar groen

15

5.4.

Oorzaken van afname van de kwaliteit

15

HET GROENBELEID

16

6.1.

Visie voor het groen

16

6.2.

Ambities voor het groen

16

2

7.

MAATREGELENPAKKET

19

7.1.

Voor te zetten bestaande maatregelen

19

7.2.

Nieuwe maatregelen

20

8.

SCENARIO MODELLEN

23

8.1.

Standaardmodel

23

8.2.

Standaard + model

23

8.3.

Standaard ++ model

24

9.

FINANCIËN

25

9.1.

Geraamde kosten per jaar

25

9.2.

Risicoparagraaf

26

10.

PARTICIPATIE

27

10.1.

Participatie bij nieuwe plannen of renovaties

27

10.2.

Participatie bij de uitvoering

27

10.3.

Initiatieven vanuit de samenleving

28

11.

COMMUNICATIE

29

11.1.

Doel

29

11.2.

Communicatie bij nieuwe projecten en bij uitvoering van werkzaamheden

29

11.3.

Middelen

29

BIJLAGEN

31

BIJLAGE 1 Gebiedsbeschrijving per kern in kaart gebracht

32

BIJLAGE 2 Onderhoud van het openbaar groen (binnen de bebouwde kom)

37

3

1. INLEIDING 1.1.

Aanleiding

Op 11 oktober 2012 heeft de gemeenteraad de nota ‘Groenbeleidsvisie 2020 voor openbaar groen binnen de bebouwde kom‘ vastgesteld. De ‘Groenbeleidsvisie 2020’ is een op hoofdlijnen beschreven groenbeleid, dat inzicht geeft in de uitgangspunten en doelstellingen voor de inrichting en het beheer van het openbaar groen binnen de bebouwde kom. De nota diende als leidraad en toetsingskader voor de dagelijkse werkzaamheden, onderhoudsbestekken en (her)inrichtingsplannen voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom in de periode 20132020. De gemeenteraad heeft in 2018 het onderhoudsniveau voor plantsoenen bijgesteld door de onderhoudsfrequentie te verhogen. Het collegewerkprogramma 2018 – 2022 zet gefaseerd in op kwaliteitsverbetering van het openbaar groen en spreekt zich uit over de uitdaging van een veranderend klimaat.

De nota ‘Groenbeleidsvisie 2020’ is toe aan actualisatie

1.2.

Doel

De nota ‘Groenbeleid 2021 -2025’ zal een leidraad en toetsingskader zijn voor de inrichting en het beheer van openbaar groen binnen de bebouwde kom in de periode 2021 – 2025 bij dagelijkse werkzaamheden en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast dient de nota als intern en extern communicatiemiddel om inzicht, begrip en draagvlak te bereiken voor gemaakte beleidskeuzes.

1.3.

Afbakening

Deze nota richt zich op het groen binnen de bebouwde kom. Het beleid voor groen buiten de bebouwde kom is vastgelegd in het tot en met 2025 vigerende landschapsplan ‘Het landschap in beweging‘. Dit document is gericht op het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een groen samenhangend landschap. Omdat binnen en buiten de bebouwde kom vanwege het geheel andere schaalniveau om een andere benadering vraagt, zijn er twee afzonderlijke nota’s. Geen onderdeel van deze nota is

de onkruidbeheersing op de verhardingen.

4

1.4.

Leeswijzer

De nota “Groenbeleid 2021-2025” is opgebouwd uit 11 hoofdstukken. Na de inleiding wordt in het tweede hoofdstuk het belang van het groen beschreven. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de ontwikkelingen die van invloed zijn op het te voeren beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de verschillende gebieden en het areaal te onderhouden openbaar groen binnen de bebouwde kom. Het openbaar groen is te beoordelen op kwaliteit en op beleving, dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 5. De visie voor het groen en de ambities voor het groen worden verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 worden de ambities door vertaald naar een maatregelenpakket. Dit maatregelenpakket dat gaat uit van het voortzetten van de bestaande maatregelen en nieuwe maatregelen. In hoofdstuk 8 worden drie scenario’s uitgewerkt. De financiële consequenties worden in hoofdstuk 9 in beeld gebracht, aangevuld met een risicoparagraaf. In hoofdstuk 10 wordt ingegaan op het begrip participatie. Tot slot, eindigt deze nota “Groenbeleid 2021-2025 “met een communicatie paragraaf.

5

2. HET BELANG VAN GROEN Het groen is van belang voor onze gezondheid, welbevinden, leefbaarheid en leefomgeving.

2.1.

Gezondheid & welbevinden

Een groene leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Groen trekt jong en oud naar buiten om te spelen, te bewegen en te recreëren. Groen draagt op die manier bij aan de geestelijke en lichamelijke gezondheid en het sociale contact.

Een groene leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen

2.2.

Leefbaarheid

Leefbaarheid heeft alles te maken met balans. De balans , tussen open ruimte en massa ofwel bebouwing en wegen. Leefbaarheid hangt nauw samen met de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de openbare ruimte en de functies die daarin een plaats hebben, waaronder groen.

6

2.3.

Leefomgeving

2.3.1. Positief effect op de biodiversiteit Biodiversiteit staat voor de graad van verscheidenheid aan levensvormen. Veel verschillende soorten en typen groen in de stedelijke omgeving, zorgen voor een hoge biodiversiteit. Hoe gevarieerder het aanbod van groen, des te meer leven het aan zal trekken. Veel bestuivende insecten en een gevarieerd aanbod aan groen scheppen op hun beurt weer een voedselbron voor vogels en andere dieren. Bestuivers vormen dus een belangrijke schakel in ecosystemen en zijn daarmee essentieel voor de biodiversiteit. Biodiversiteit hangt nauw samen met het klimaat. De biodiversiteit staat onder druk. Er is sprake van afname van diverse leefgebieden. Goed ingericht groen is belangrijk voor de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Uit onderzoek blijkt dat 10 % gevarieerd groen al bijdraagt aan een prima leefgebied voor vlinders en bijen.

Groen levert een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit

2.3.2. Positief effect op de klimaatverandering Groen verhoogt de waterbergingscapaciteit. Dit is belangrijk in tijden van extreme regenval. Een (klein) deel van de door het groen opgevangen neerslag wordt vastgehouden en verdampt weer vanaf het oppervlak van dat groen. Hierdoor is het deel van de neerslag dat moet worden afgevoerd iets lager. En een deel van de neerslag wordt opgenomen in de bodem van het groen en komt niet tot afspoeling. Dit leidt tot ontlasting van de riolering. Verlaagd aangelegd groen (wadi’s) bieden extra bergings-vermogen. Groen stimuleert de infiltratie doordat begroeide en goed doorwortelde grond veel beter water opneemt dan kale grond. Het zorgt voor een beter microklimaat in de bebouwde omgeving op warme en koude dagen.

2.3.3. Positief effect op de vastgoedwaarde van woningen Uit onderzoek is bewezen dat de aanwezigheid van groen de waarde van onroerend goed verhoogt. De waarde van onroerend goed stijgt bij zicht op water (15 %), open ruimte (10 %), park (6 %) of plantsoen (5 %).

7

3. ONTWIKKELINGEN 3.1.

Zonnepanelen op daken versus bomen

Mede dankzij een subsidieregeling is het aantal woningen met zonnepanelen afgelopen jaren fors gegroeid. Het kabinet heeft op 26-04-2019 aangekondigd dat het de groei van het aantal zonnepanelen verder wil stimuleren door de sinds 2004 bestaande subsidieregeling tot 2023 te verlengen en deze dan tot 2031 te laten afbouwen. De interesse voor zonnepanelen kan daardoor misschien wel nog verder toenemen. De aanwezigheid van zonnepanelen op daken in de nabijheid van bomen levert nogal eens discussie op in verband met schaduwvorming op de zonnepanelen.

3.2.

Veranderend klimaat

Het klimaat verandert. Dit zien we overal om ons heen en metingen tonen dit ook aan. In 2016 vielen er zeer zware regen– en hagelbuien en die hebben we sindsdien vaker gehad. En 2018 en 2019 kenmerkte zich door hittegolven en droogte.

3.2.1. Droogte Er is meer kans op droogte, maar het is nog niet helemaal duidelijk hoeveel precies. Er wordt daarom momenteel veel onderzoek gedaan om meer inzicht te krijgen in de kans op drogere zomers in de toekomst. We zien namelijk dat Zuid-Europa droger wordt en dat er in NoordEuropa meer neerslag valt. Nederland zit daar precies tussenin zodat de prognose minder zeker is. In twee van vier scenario’s van het KNMI uit 2014 wordt Nederland droger. De andere twee scenario’s geven weinig of geen toename van droogte. Er is daarmee dus in de toekomst in elk geval meer kans op droogte.*

3.2.2. Neerslag Door de opwarming van de aarde zal de lucht in Nederland meer waterdamp bevatten, ongeveer 6-7% meer per graad opwarming. Dit geeft een toename van neerslagextremen. In de meeste statistieken zijn neerslagextremen in Nederland toegenomen. Zo is bijvoorbeeld het aantal dagen met meer dan 50 millimeter op een weerstation in Nederland gemiddeld bijna verdubbeld in de laatste 50 jaar. Vanwege de grilligheid van de weerverschijnselen die zorgen voor deze extremen zijn deze toenames echter nog niet altijd statistisch met zekerheid vast te stellen, zeker voor de meest heftige buien. Op grond van de opwarming van de aarde , en de daarmee gepaard gaande toename van de hoeveelheid vocht, wordt een verdere intensivering van de neerslag verwacht. Dit leidt tot zwaardere extremen en het vaker voorkomen van extreme hoeveelheden neerslag. *

*bron: KNMI 5-10-2020

8

3.2.3. Hitte Door de opwarming van de aarde neemt niet alleen de gemiddelde temperatuur, maar ook de temperatuur van de warmste dagen van het jaar toe. De temperatuur van de warmste dag van het jaar is sinds 1900 ruim 3 graden toegenomen, zowel de daggemiddelde temperatuur als de maximumtemperatuur. Hierdoor neemt ook het aantal hittegolven toe.*

3.2.4. Koude Koudegolven nemen af. De koudste dagen per jaar warmen zelfs sneller op dan andere dagen doordat we in de winter vaker westenwind hebben. Bovendien, op koude dagen als de wind uit het noordoosten komt, is de aangevoerde noordpoollucht niet meer zo koud als vroeger. Het noordpoolgebied warmt namelijk veel sneller op dan het wereldgemiddelde. De hoeveelheid sneeuw neemt ook af door de opwarming. *

3.2.5. Bliksem, hagel, windstoten Uit de toename van de hevigheid van de onweersbuien volgt dat ook de bliksem, hagel en windvlagen van deze buien extremer worden. *

3.2.6. Storm Klimaatmodellen laten geen toename zien in winterstormen, de waarnemingen laten een afname zien boven het binnenland. *

De aanpassing van het klimaat vraagt om een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte

3.3.

Verbetering van de biodiversiteit

Biodiversiteit gaat niet alleen over verscheidenheid tussen soorten maar ook over de verscheidenheid binnen soorten. Biodiversiteit is een onderwerp wat de laatste jaren steeds meer onder de aandacht komt. Er is een groeiend bewustzijn van het belang van de biodiversiteit. Steeds meer plant- en diersoorten lopen in aantal achteruit of verdwijnen, onder andere het aantal insecten en wilde bloemen. Ook in het college- werkprogramma van 2018 2022 wordt gevraagd om aandacht voor het belang van het leveren van een bijdrage aan het herstel van de biodiversiteit. Er is een afspraak gemaakt dat Halderberge zich inzet voor het tegengaan van de teruggang van bijen en vlinders.

3.4.

Bijenconvenant West-Brabant/ nationale bijenstrategie

Op 12 december 2018 hebben 19 partijen , waaronder de gemeente Halderberge, het bijenconvenant West-Brabant ondertekend. Onder de noemer ‘bijenlandschap West-Brabant‘

*bron: KNMI 5-10-2020 9

gaan zijn zich samen actief inzetten om het leefgebied van bijen en andere bestuivers te verbeteren. Op 1 februari 2020 hebben nog 15 partijen zich aangesloten bij het Bijenlandschap West-Brabant. Met 34 partijen is het nu de grootste netwerkorganisatie voor bijen en bestuivers in Nederland. Tijdens de jaarlijkse netwerkbijeenkomst van het bijenlandschap is de ambitie uitgesproken om West-Brabant te ontwikkelen tot de bij-vriendelijkste regio. Op 12 december 2018 heeft de gemeente Halderberge ook de Nationale Bijenstrategie medeondertekend.

3.5.

Verandering in groenbeheer

Het overgrote deel van de beplantingen binnen de bebouwde kom in Halderberge worden op traditionele wijze onderhouden. We ontvangen de laatste jaren steeds meer signalen om ook binnen de bebouwde kom de beplanting of het gazon ecologisch te gaan onderhouden. Met ecologisch groenbeheer wordt in het algemeen gestreefd naar het creëren van meer ruimte voor de natuur in de bebouwde omgeving. De beheermaatregelen worden hierop afgestemd. Ecologisch groenbeheer bevordert de biodiversiteit en is dus aantrekkelijk voor bijen en vlinders.

3.6.

Bestrijding Japanse duizendknoop

Japanse Duizendknoop kan vanwege zijn omvang en woekerende eigenschap schade veroorzaken aan bestrating en aangrenzende beplanting. Ook in Halderberge ondervinden we hinder van de aanwezigheid van de Japanse Duizendknoop. Sinds 2019 is er een landelijk protocol ‘omgaan met Aziatische duizendknopen’. Dit biedt handvatten om verspreiding tegen te gaan en de duizendknopen te beheersen en verwijderen. In de gemeente Halderberge wordt volgens dit protocol gewerkt.

3.7.

Bestaande bomen versus nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

Bij aanvang van een ruimtelijke ontwikkeling worden de bomen die binnen de invloedsfeer van de ontwikkeling staan in kaart gebracht. Daarbij wordt bezien wat de consequenties zijn van deze bomen op de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Deze toets draagt bij aan een zorgvuldige en vroegtijdige belangenafweging tussen behoud of kap van de bomen.

3.8.

Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998 (bescherming van natuurgebieden), de Floraen faunawet (bescherming van alle in het wild levende soorten) en de Boswet (behoud van houtopstanden). Deze Wet natuurbescherming heeft gevolgen voor het onderhoud van houtige gewassen (snoeien, dunnen en kappen). Aanwezige flora en fauna mag niet worden verstoord tenzij kan worden aangetoond dat deze verstoring het voortbestaan van de soort op die plek niet in gevaar brengt. Door het toetsen aan de gedragscode van de Vereniging Stadswerk Nederland kan worden aangetoond dat mogelijke verstoring van de flora en fauna wordt voorkomen of tot een minimum wordt beperkt. Er is dan sprake van zorgvuldig handelen. Per december 2020 is de nieuwe ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten’ goedgekeurd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Daarin zijn de voormalige gedragscode ‘Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting’ en ‘Bestendig beheer en onderhoud’ samengevoegd.

10

4. GEBIEDBESCHRIJVING (binnen de bebouwde kom) 4.1.

Gebieden

Het beeld van de openbare ruimte is steeds het gevolg van een specifiek stedenbouwkundig ontwerp. Het gekozen straatprofiel is dan meestal maatgevend voor de toepassing van het groen. Om een duidelijk beeld te geven zijn kaarten gemaakt en opgenomen in de bijlage 1 van deze nota. Op deze kaarten van de kernen zijn gebieden weergegeven met een specifiek karakter.

4.1.1. Centrumgebied Het centrumgebied is het gebied in en rond het centrum van de kern. In dit gebied zijn wonen en werken doorgaans belangrijke functies. Bedrijvigheid in de vorm van winkels en horeca vinden daar een plek. Gelet op het ruimtegebruik in de kern is het groen ondersteunend aan de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van het centrumgebied.

4.1.2. Woongebieden Het woongebied is het gebied waar de kwaliteit van de openbare ruimte in de straat en rondom woningen in grote mate de leefbaarheid van dit gebied bepaalt. Het betreft de woonwijken. Het woongebied kent een veelheid aan groene elementen.

4.1.3. Bedrijventerreinen De functionaliteit van de bedrijfsvoering is leidend en de openbare ruimte is daaropvolgend. Het aanwezige groen draagt bij aan het aspect leefbaarheid. Daarbij is aandacht voor een representatieve kwalitatief waardige uitstraling van het groen.

4.1.4. Hoofdontsluitingswegen Dit is het gebied waar buiten de bebouwde kom geleidelijk over gaat naar het centrumgebied en gebieden die de woonwijken ontsluiten. Het betreft hier over het algemeen bredere straatprofielen.

4.1.5. Parken Parken zijn locaties waar de ruimtelijke structuur en de ruimtelijke beleving bijzonder is. Ze vervullen een belangrijke functie in de kernen als verblijfsruimte en of wandelgebied voor onze inwoners.

4.1.6. Waardevolle groenelementen (waardevolle bomen/historisch groen) Waardevolle bomen zijn binnen de bebouwde kom van de kernen geïnventariseerd. Deze bomen zijn om reden van historische , ecologische en beeldbepalende waarde van belang. Deze bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke inrichting, de leefomgeving, de cultuurhistorie. Ze verhogen de aantrekkelijkheid van de kern.

11

4.2.

Areaal te onderhouden openbaar groen (binnen de bebouwde kom)

Wij beschikken sinds eind 2019 over een geautomatiseerd beheerprogramma: Obsurv. Het jaar 2020 is benut om de data van het openbaar groen te verwerken in het beheerprogramma. Door dit beheerprogramma wordt het voor de toekomst eenvoudiger om vergelijkingen te kunnen maken tussen nu en in de toekomst. Hieronder treft u een overzicht van het te onderhouden openbaar groen binnen de bebouwde kom.

Bomen, aantal stuks Beplantingen, aantal m2

bosplantsoen heesterbeplanting struikrozen bodembedekkers vaste planten

Hagen, aantal m1 Grassen, aantal m2

gazon, kort gras ruw gazon, lang gras

Overige groenelementen, aantal stuks

gesponsorde bloembakken in gemeentelijk beheer zijnde bloembakken aan lantaarnpaal hangende bloembakken tijdelijk plaatsen van bladkorven

Bestrijding Japanse Duizendknoop, aantal m2

2020

2011

10.608

8.960

46.325 116.233 1.350 231 5.015

35.809 144.752 1.802 18.501 770

7.592

6.671

436.296 45.621

325.555 -

32 4 95 79

84 102 50

1578

-

Uit bovenstaande tabel blijkt een afname in omvang van de heesterbeplanting, bodembedekkers en toename in omvang van het gazon in de periode tussen 2011 en 2020. Dit is een gevolg van de opgelegde versoberingsopdracht van juni 2012. In de eerste jaren die volgden na vaststelling van de Groenbeleidsvisie 2020 op 11 oktober 2012 zijn diverse heesterbeplantingen en bodembedekkers vervangen door gras. In de afgelopen jaren is er weer in geïnvesteerd om het groen een kwalitatief hogere uitstraling te geven.

4.3.

Onderhoud van het openbaar groen (binnen de bebouwde kom)

Hoe gaan we in Halderberge om met het onderhoud van het groen binnen de bebouwde kom? En waar moeten we vakmatig op letten? In bijlage 2 wordt hier uitgebreid op ingegaan , waarbij we onderscheid maken in de volgende categorieën: • Bomen • Beplantingen • Gazons • Bloembakken • Bestrijding Japanse Duizendknoop

12

4.4.

Omgaan met meldingen

In 2020 ontvingen we in het totaal 1.349 meldingen over het openbaar groen. In 2019 waren dat in totaal 1.075 meldingen. Hieronder zijn de meldingen onderverdeeld naar onderwerp.

Meldingen groen 2020

Meldingen groen 2019

Bladeren / bladkorf

Bladeren / bladkorf

Bomen

Bomen

Maaien

Maaien

Overhangend particulier groen

Overhangend particulier groen

Plantsoen

Plantsoen

Veruit de meeste meldingen gaan over bomen vanwege bladafval, boomwortels, takken die overhangen, schaduwvorming enz. De meldingen over de bomen worden gedurende het gehele jaar ontvangen. De afdoening wordt zowel door derden gedaan als onze buitendienstmedewerkers. Deze meldingen worden zoveel mogelijk gebundeld en dan uitgezet in de uitvoering. Het werken met zowel derden, via een onderhoudsbestek, als met onze buitendienstmedewerkers kan wellicht efficiënter en prijstechnisch gezien voordeliger door het oprichten van een eigen gemeentelijke bomenploeg. Een eigen gemeentelijke bomenploeg die gedurende het gehele jaar wordt ingezet voor zowel het reguliere boomonderhoud als het afdoen van boommeldingen. Een verkenning naar haalbaarheid zou wenselijk zijn.

13

5. KWALITEIT VAN HET OPENBAAR GROEN Het openbaar groen is te beoordelen op kwaliteit (schoon, heel en veilig) en op beleving (kleur en fleur).

5.1.

Kwaliteit

De kwaliteit wordt bepaald door het ontwerp, de aanleg en de daarop gebaseerde onderhoudsprogramma’s. De kwaliteit van het openbaar groen staat veelal onder druk.

5.1.1. Visueel Visueel heeft betrekking op aanzicht en netheid en wordt aangeduid met de term visuele kwaliteit. Het al of niet realiseren van de visuele kwaliteit heeft over het algemeen geen invloed op het technisch functioneren van het groenobject.

5.1.2. Technisch Groenobjecten in de openbare ruimte worden aangelegd met een bepaalde functie. Het beheer en onderhoud van deze objecten is in eerste instantie gericht op het duurzaam in stand houden van de technische kwaliteit van het groenobject, zodat het kan functioneren voor het doel waarvoor het is aangelegd. Hierbij wordt vakmatig gedacht aan de vitaliteit van de bomen, geslotenheid van een beplanting vak of haag en vlakheid en bedekkingsgraad van gazons. Om inzicht te krijgen in de actuele fysieke kwaliteit van de groenobjecten is jaarlijks monitoring van het groen noodzakelijk. Naast regulier onderhoud (cyclisch en groot onderhoud) zijn gebruiksdruk, ziektes en aantastingen, aanleg van kabels en leidingen en klimaat van invloed op de kwaliteit en levensduur van het groen.

5.1.3. Meten van de kwaliteit Vakmatig worden er vijf kwaliteitsniveaus onderscheiden, te weten: zeer laag, laag, basis, hoog en zeer hoog. Deze niveaus sluiten aan op de landelijke standaard van de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). Elk kwaliteitsniveau komt overeen met een bepaalde norm. Het is van belang de norm goed te interpreteren om een zo objectief mogelijk beeld te krijgen van de kwaliteit van het openbaar groen.

14

Kwaliteitsniveaus zeer hoog: uitstekend onderhoud, als nieuw hoog: goed onderhoud (bijna niets op aan te merken) basis: voldoende onderhouden (wel iets op aan te merken.) laag: sober tot voldoende Zeer laag: onvoldoende onderhoud (behoorlijke achterstanden )

5.2.

CROW- niveau A+ A B C D

Beleving

De beleving wordt nogal eens als onvoldoende beschouwd. Al krijgt het betreffende beplanting vak vaktechnisch gezien veelal wel een voldoende. De inrichting van het openbaar groen is met name bepalend voor de beleving van het openbaar groen. Bij de bepaling van het niveau van de beleving kan wederom gebruik worden gemaakt van de standaard niveaus: hoog, basis en laag. Belevingsniveaus

soort gebruik

hoog

divers, veel kleur en fleur

basis

eenvoudig, bepaalde mate van kleur en fleur eenzijdig, weinig kleur en fleur

laag

CROW-niveau A B C

In hoofdstuk 6 ‘onderhoud van het openbaar groen‘ wordt nader ingegaan op de huidige kwaliteit (schoon, heel en veilig) en de belevingswaarde (kleur en fleur) van het openbaar groen.

5.3.

Beoordeling openbaar groen

De beoordeling van het openbaar groen vindt jaarlijks plaats door eigen gemeentelijk personeel. Op basis van deze beoordeling vindt wel of geen vervanging van de beplanting plaats. In 2020 is de kern Stampersgat beoordeeld door eigen gemeentelijk personeel en leden van de Samenstichting Stampersgat. Ook is in 2020 één van de wijken in Hoeven beoordeeld door eigen gemeentelijk personeel en leden van de Samenstichting Hoeven.

5.4.

Oorzaken van afname van de kwaliteit

De kwaliteit kan afnemen als gevolg van leeftijd van de beplanting, de mate van onderhoud en/of uitgestelde noodzakelijke vervanging. Vervanging van beplantingen is de afgelopen jaren gefaseerd uitgevoerd.

15

6. HET GROENBELEID Als al het voorgaande wordt ‘getrechterd’ komen we aan bij de visie en vanuit de visie bij de ambities.

6.1.

Visie voor het groen

GAAN VOOR EEN AANTREKKELIJKE KLIMAATBESTENDIGE GROENE OPENBARE RUIMTE Een verzorgde, schone, hele, veilige en kwalitatief goed op orde zijnde groene omgeving met aandacht voor versterking van de biodiversiteit en het moet klimaatbestendig zijn. De aanwezige groenstructuren zijn belangrijke groene dragers die functioneren als een groene kapstok voor het overige groen binnen de bebouwde kom. Samen met onze inwoners, wijkverenigingen, Samenstichtingen, ondernemers en andere organisaties wordt er gewerkt aan het realiseren van de visie. Een visie met de volgende aandachtspunten: • • • • • •

Gaan voor een verzorgde leefbare, groene en veilige leefomgeving Versterken van de kwaliteit van het openbaar groen Gaan voor een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving Het leveren van een bijdrage aan het herstel van de biodiversiteit Zorgen voor een samenhangende groenstructuur Gaan voor een weloverwogen groene inrichting

6.2.

Ambities voor het groen

In de vorige paragraaf is de visie verwoord, met de daaraan gekoppelde aandachtspunten. In deze paragraaf vindt het omzetten van de visie, met de daaraan gekoppelde aandachtpunten, naar de ambities plaats.

6.2.1. Gaan voor een verzorgde leefbare groene en veilige leefomgeving Het openbaar groen in de centra, doorgaande routes en pleinen wordt goed onderhouden en voldoet aan het niveau hoog (CROW-niveau A). Het resterende openbaar groen ligt met het onderhoud niveau net onder het onderhoud niveau van het groen in de centra, doorgaande routes en pleinen. Het wordt onderhouden op het basisniveau (CROW-niveau B). Bij de entrees van de kernen, op pleinen en in de winkelstraten staan bloembakken. Het geheel krijgt nog een extra groene uitstraling door de aan lantaarnpalen hangende bloembakken (hanging baskets) op de doorgaande routes en pleinen.

16

6.2.2. Versterken van de kwaliteit van het openbaar groen Er wordt geïnvesteerd in goede groeiomstandigheden voor boom, heester, haag en vaste plant. Jonge aanplant krijgt de kans om tot volle wasdom te komen. Er is zowel aandacht voor het visuele als het technische aspect van de kwaliteit van het openbaar groen. Inwoners, wijkverenigingen, Samenstichtingen en ondernemers worden betrokken bij de beoordeling van het openbaar groen. Op basis van deze visuele inspectie en de technische inspectie wordt een vervangingsplanning opgesteld. De in slechte conditie verkerende beplanting wordt vervangen door nieuwe beplanting. Hierbij is aandacht voor zowel de bomen, heesters, vaste planten als de gazons.

6.2.3. Gaan voor een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving Het klimaat verandert. Hierdoor wordt het weer extremer. Hevige regenbuien en lange perioden van hitte en droogte worden verwacht. Er wordt een plantensortiment toegepast die zoveel mogelijk bestand is tegen wateroverlast, verdroging en hitte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt gezorgd voor een juiste balans tussen de component groen, verharding en bebouwde oppervlakte. Niet functionele verharding wordt vervangen door beplanting. De aanleg van geveltuinen wordt gestimuleerd. Het straatbeeld wordt groener. Het kappen van vitale bomen om groene energie te genereren wordt voorkomen. Bij het planten van nieuwe bomen wordt rekening gehouden met de zonkant in verband met eventuele zonnepanelen op daken. Bestaande bomen worden duurzaam onderhouden en bij uitval vervangen door nieuwe boomaanplant.

6.2.4. Het leveren van een bijdrage aan het herstel van de biodiversiteit Alle planten en dieren zijn op een bepaalde manier afhankelijk van elkaar voor voedsel, maar bijvoorbeeld ook voor voortplanting. Zodra er te veel soorten verdwijnen of uitsterven of juist één soort te veel overheerst, verdwijnt de balans. In belang voor bijen, vlinders en andere insecten worden daar waar haalbaar pollen- en nectarrijke bomen, struiken en vaste planten aangeplant. Een gevarieerde aanplant is ook in het belang van de vogels en kleine zoogdieren. Daar waar de kansen liggen, wordt traditioneel groenonderhoud omgevormd naar ecologisch groenonderhoud. Denk hierbij aan de omvorming van het beheer van bosplantsoen vakken en een verder gaande gedifferentieerd maaibeheer van de gazons. Bloemrijke graszones versterken de biodiversiteit. Insecten (bijen) hotels worden geplaatst, niet alleen vanuit het belang van herstel van de biodiversiteit maar ook gelet op de educatieve waarde.

6.2.5. Zorgen voor een samenhangende groenstructuur Het doel is gericht op een ruimtelijke samenhang van het openbaargroen binnen de bebouwde kom. Een ruimtelijke samenhang tussen het groen in de centrumgebieden, hoofdontsluitingswegen, parken en waardevolle groenelementen. Bij waardevolle groenelementen denkende aan onder ander historisch groen. Genoemde groengebieden vormen de groene hoofdstructuur. De groene hoofdstructuur is de drager van het groen. Gestreefd wordt naar zoveel mogelijk aaneengesloten, grotere groenoppervlaktes. Versnipperde kleine groenoppervlaktes zijn relatief kostbaar in beheer en dienen zoveel als mogelijk te worden voorkomen.

17

6.2.6. Gaan voor een weloverwogen groene inrichting Uitgangspunt is de juiste plant (boom en struik) op de juiste plaats. Dat wil zeggen dat onderhoudsvriendelijke beplanting, passend binnen de functie, locatie en het gebruik van de openbare ruimte wordt toegepast. Tegelijkertijd wordt gestreefd naar kleur, variatie en seizoen beleving. Vanzelfsprekend spelen ook veiligheid, overzichtelijkheid, beheersbaarheid, klimaatbestendigheid en herstel van de biodiversiteit een rol.

18

7. MAATREGELENPAKKET De in hoofdstuk 7 verwoorde ambities worden in dit hoofdstuk verwerkt in een maatregelenpakket. Dit maatregelenpakket gaat uit van het voortzetten van de al bestaande maatregelen en nieuwe maatregelen.

7.1.

Voor te zetten bestaande maatregelen

7.1.1. Verzorgde leefbare groene en veilige leefomgeving o

Voortzetting van de mogelijkheid van sponsoring van bloembakken. Zowel de aanplant als het volledige onderhoud blijft een aangelegenheid van de sponsor. o Het blijven ophangen van aan lantaarnpalen hangende bloembakken (hanging baskets), waarbij de mogelijkheid wordt bekeken om het onderhoud te laten uitvoeren door onze eigen buitendienst medewerkers. o Voortzetten van het blijven plaatsen van bladkorven in de bladval periode. - Gedurende de periode van bladval, zal de gemeente daar waar de kans bestaat dat er hinder wordt ondervonden van de bladval van gemeentelijk bomen een bladkorf worden geplaatst. - Het plaatsen van een bladkorf op een locatie die goed bereikbaar is voor de vrachtauto voor het ledigen van deze bladkorf. - De bladkorven zijn alleen bestemd voor het verzamelen van blad. - De bladkorf wordt verwijderd bij constatering van ander afval dan blad in de bladkorf. o Voortzetten van de huidige aanpak van de Japanse Duizendknoop.

7.1.2. Kwaliteit van het openbaar groen o o o o

De huidige mate van onderhoud van de plantsoenen blijven voortzetten. Voorzetten gefaseerde vervanging van in slechte conditie verkerende beplanting door nieuwe aanplant. Voortzetten gefaseerde herstel van in slechte conditie verkerende gazons. Voldoen aan de minimale wettelijke zorgplicht bij onderhoud van de bomen.

7.1.3. Een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving o o

Bij het opstellen van beplantingsplannen aandacht blijven houden voor het klimaatbestendige van de nieuwe aanplant. Voorzetten van de aanpak zoals nu plaatsvindt bij aanwezige bomen versus nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij aanvang van een ruimtelijke ontwikkeling worden de bomen die binnen de invloedsfeer van de ontwikkeling staan in kaart (ingemeten) gebracht. Hierbij wordt op dat moment de kwaliteit, conditie, waarde en de kroonprojectie in beeld gebracht. Om vervolgens aan te geven welke consequenties de ontwikkeling hebben op de bomen en of er als de bomen behouden moeten blijven, alternatieven zijn. Op basis daarvan wordt aangegeven welke maatregelen worden getroffen met betrekking tot de bomen. Deze toets draagt bij aan een zorgvuldige en vroegtijdige belangenafweging tussen behoud of kap van de bomen in

19

het te ontwikkelen gebied en het herplanten van bomen. Het is wel van belang dat gedurende de ontwikkeling de te handhaven bomen worden beschermd om schade aan de bomen te voorkomen.

7.1.4. Leveren van een bijdrage aan herstel van de biodiversiteit o

o o o

o o

Het stimuleren van de aanleg van geveltuintjes, waarbij de geveltuintjes in beheer komen bij de aangrenzende particulier. De gemeente faciliteert in de vorm van het beschikbaar stellen van materiaal en grond. Aanleg van mini-bosjes in iedere kern. Deels tijdelijk inzaaien van braakliggende gronden met een bloemenmengsel. Stimuleren deelname aan Stichting Steenbreek (actie: tegel eruit en groen erin). Stimuleren dat de particulier bewuster omgaat met het verstenen van zijn of haar tuin. Door actief te communiceren over de nut en noodzaak van een minder versteende particuliere tuin. Voorzetting van gedifferentieerd maaibeheer van de gazons. Daarbij aandacht voor een grotere verscheidenheid tussen gazon en ruw gazon (lang gras) Voorzetting ecologisch beheer van een aantal bosplantsoenvakken

7.1.5. Een samenhangende groenstructuur o o

Duurzame instandhouding van de huidige groenstructuren Waken voor het belang van de samenhang tussen de verschillende groenstructuren.

7.1.6. Een weloverwogen groene inrichting o

7.2.

De juiste plant op de juiste plaats

Nieuwe maatregelen

7.2.1. Een verzorgde leefbare groene en veilige leefomgeving Meer inzetten op: o

Ook bloembakken plaatsen in de openbare ruimte die worden voorzien van beplanting en worden onderhouden door de gemeente

7.2.2. Kwaliteit van het openbaar groen Meer inzetten op: o o o o

De vervanging van beplanting versnellen. Het vervangen van in slechte conditie verkerende gazons versnellen. De kwaliteitsverbetering van het groen van de entrees van de kernen. Creëren van optimale groeiomstandigheden voor bomen, heesters, hagen en vaste planten. Dit komt niet alleen een optimale ontwikkeling van de beplanting ten goede maar is ook van belang op momenten van grote droogte. Een bodem met voldoende organische stof houdt het water langer vast in de bodem. Denk ook aan voldoende grote plantvakken. Dit geeft de plantenwortels een groter volume waaruit ze bij droogte langer kunnen putten. Uit onderzoek blijkt dat het aanbrengen van een mulchlaag voordelen heeft. De bovenste grondlaag houdt het water dan langer vast.

20

Nieuwe maatregel: o

Inwoners, wijkverenigingen, Samenstichtingen en ondernemers betrekken bij de schouw van het openbaar groen. Op basis van deze visuele inspectie en de technische inspectie kan dan een vervangingsplanning worden opgesteld en benodigd vervangingsbudget worden bepaald.

7.2.3. Een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving Meer inzetten op: o o o

Extra bomen planten, die zorg kunnen dragen voor schaduwwerking. Verder vergroenen van de openbare ruimte. Verder toepassen van klimaatbestendige beplanting. Het meest ideale is de toepassing van een gevarieerdheid in beplanting. De juiste plant op de juiste plaats die aansluit bij de aanwezige grondsoort, de hoeveelheid licht en vocht. In de zomer van 2018 en 2019 is ervaring opgedaan over de droogtetolerantie van struiken en bomen. De struiken en bomen gaan er verschillend mee om. Bijvoorbeeld, diverse boomsoorten laten tijdig hun blad vallen. Daardoor droogt de boom minder snel uit. Bij kleine struiken en vaste planten maakt bij droogte uit of de lage planten een deel van de dag schaduw hebben. Dat verhoogt hun overlevingskans. Bij het maken van een juiste beplantingskeuze is het lastig om zowel rekening te houden met zowel droogte als wateroverlast. Over het algemeen, ervan uitgaande dat de grond redelijk doorlatend is, kunnen de meeste plantensoorten wel tegen tijdelijke wateroverlast. Is de ondergrond van dien aard dat het water minder snel de bodem intrekt is het raadzamer om, bij hevige regenbuien, beplanting toe te passen die enkele dagen een grote hoeveelheid water aankunnen. Beplanting die zowel droogte als veel water aankunnen zijn bijvoorbeeld geschikt om toe te passen in wadi’s.

7.2.4. Herstel van de biodiversiteit Meer inzetten op: o

o

o o

Het benutten van de ecologische kansen door het realiseren van een bloemrijke graszone tussen het kort gemaaid gras en de hoog opgroeiende beplanting (bosplantsoen). Met name kansrijk aan de zuidzijde van hoog opgroeiende beplanting (bosplantsoen). Dit is niet alleen aantrekkelijk in de beleving maar ook de bloem bezoekende insecten zijn hiermee gebaat. Een bloemrijke graszone van 1,50 meter kan al zeer gunstig zijn voor wilde bijen. Een bredere strook, van 3 – 4 meter is voor de algemene natuurontwikkeling en versterking van de biodiversiteit aantrekkelijker. Meer opgaande beplantingen (bosplantsoen) op ecologische wijze onderhouden. Het betreft hier min of meer aaneengesloten bosplantsoenvakken van voldoende omvang die minimaal 2 meter hoog zijn. Bestaande uit inheemse bomen en struiken en ten minste in het voorjaar een kruidachtige onder begroeiing hebben. Van belang is dat het beheer van dit soort beplantingen op dusdanige wijze wordt uitgevoerd dat, in belang van het verkrijgen van een kruiden laag, er sprake is van voldoende lichtinval. Verder vergroenen van de openbare ruimte. Meer aanplant van pollen- en nectarrijke bomen, struiken en vaste planten

21

o o o o

o

Een grotere verscheidenheid van plantsoorten toepassen Een verdergaande verruiging van de gazons. Meer inzet op het inzaaien van bloem- en kruidenrijke zones binnen de bebouwde kom. Het tijdelijk inzaaien met een bloemenmengsel van braakliggende gronden. Bij braakliggende gronden van ruim voldoende omvang en die naar verwachting voor geruime tijd braak zullen blijven liggen kan het ook voor de biodiversiteit aantrekkelijk zijn om de ‘natuurontwikkeling’ gewoon zijn gang te laten gaat. Spontaan zullen allerlei bomen en struiken zich ontkiemen. Planten van bloembollen in de gazons.

Nieuwe maatregel: o o o

Het deels beplanten van wadi’s Het plaatsen van insecten/(bijen)hotels Realiseren van voedselbosjes binnen de bebouwde kom van beperkte omvang. Hierbij denkend aan de aanplant van onder andere bessenstruiken en fruitbomen

7.2.5. Een samenhangende groenstructuur Nieuwe maatregel: o

Ten behoeve van de niet groene hoofdstructuur opstellen checklist inwoners initiatieven in het groen.

7.2.6. Een weloverwogen groene inrichting Meer inzetten op: o

Daar waar de verharding aantoonbaar geen functie vervult voor een mogelijke gebruiker van deze verharding, deze verharding vervangen door groen.

Nieuwe maatregel: o

Hoe om te gaan met vragen over de bomen in relatie met geplaatste zonnepanelen op daken. - Bij nieuwbouwlocaties wordt bij de positionering van de bomen zoveel mogelijk rekening gehouden met de mogelijke plaatsing van zonnepanelen. - In bestaande situaties is het uitgangspunt om de (vitale) bomen te behouden. De aanwezigheid van of voornemen tot plaatsing van zonnepanelen is geen reden voor kap of (drastische) snoei van een (vitale) boom - Bij herinrichting van de openbare ruimte waarbij bomen gekapt moeten worden gelden dezelfde regels als voor nieuwbouwlocaties. Als het vanuit de herinrichting niet nodig is bestaande bomen te kappen, gelden dezelfde regels als voor bestaande situaties.

22

8. SCENARIO MODELLEN Er zijn 3 scenario’s uitgewerkt, die bestaan uit een combinatie van het voortzetten van het huidige onderhoud en een aantal verbeterkansen. Hieronder treft u een nadere uitwerking aan van deze scenario’s. In hoofdstuk 10 worden de financiële gevolgen in beeld gebracht. 8.1.

Standaardmodel

Het standaardmodel gaat uit van het voortzetten van het huidige onderhoud niveau van het openbaar groen, inclusief extra boomonderhoud. Daarbij rekening houdend met een duurzame instandhouding van hetgeen we beheren aan groen. Bij de vervanging van het groen en/of de aanplant van nieuw groen wordt ook rekening gehouden met de biodiversiteit en de klimaatbestendigheid. Voortzetting huidig onderhoud niveau Het onderhoud van het openbaar groen vindt gemiddeld genomen plaats op basisniveau (CROWniveau B). Met uitzondering van het openbaar groen op de doorgaande routes, centra en pleinen. Daar ligt het niveau hoger (CROW-niveau A). Extra boomonderhoud Om blijven te kunnen voldoen aan de minimale zorgplicht dient de al in de begroting opgenomen onderhoud budget structureel te worden verhoogd.

8.2.

Standaard + model

Het standaard + model zet meer in op de kwaliteitsverbetering van het te beheren areaal en levert een extra bijdrage aan herstel van de biodiversiteit en de klimaatbestendigheid. Gelijk aan model Standaard, met als extra maatregelen met de nodige financiële consequenties: Vervanging (renovatie) van beplanting Meer inzet op kwaliteitsverbetering betekent de structurele noodzaak tot een grotere toename van de vervanging van in slechte conditie verkerende beplanting. Bij de vervanging van in slechte conditie verkerende beplanting wordt nog wel steeds uitgegaan van een gefaseerde uitvoering. Bloembakken ook in eigen beheer Het beplanten, onderhouden en watergeven van de niet gesponsorde bloembakken. Optimaliseren groeiomstandigheden beplanting. Meer inzet op kwaliteitsverbetering betekent structureel extra aandacht voor een duurzame instandhouding van de beplanting. Extra inzet op verbetering van de groeiomstandigheden van de beplanting, zowel bovengronds als ondergronds. Door beluchten/bemesten/mulchen wordt de levensduur van de beplanting verlengd. Herstel gazons

23

Op diverse locaties binnen de verschillende kernen zijn de gazons aan het verzakken/ beperkt in grasvegetatie dat, met het oog op versterking van de kwaliteit, de uitvoering van herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn. Herstelwerkzaamheden in de vorm van het weer op hoogte brengen van de betreffende gazons inclusief opnieuw inzaaien en daar waar noodzakelijk het doorzaaien van de bestaande grasmat. Een gefaseerde aanpak in de periode 2022- 2025. Extra groenaanplant De aanplant van extra beplanting op locaties daar waar de kansen liggen om een bijdrage te leveren aan de versterking van de waarde van het huidige groenareaal. Een gefaseerde aanpak in de periode 2022- 2025.

8.3.

Standaard ++ model

Het standaard ++ model is een verder gaande model met aandacht voor kwaliteitsverbetering en het treffen van verder gaande extra maatregelen ten behoeve van herstel van de biodiversiteit en de klimaatbestendigheid. Gelijk aan de modellen Standaard en Standaard +, met als extra maatregelen met de nodige financiële consequenties. Omvorming traditioneel onderhoud opgaande beplanting (bosplantsoen) naar ecologisch groenbeheer. Het gefaseerd omvormen van hoog opgaande beplantingen (bosplantsoen) naar gevarieerde beplantingsvakken. Gevarieerd in de vorm van een duidelijke bomenlaag, struiken laag en kruiden laag. Een en ander is te bereiken door reguliere dunning in de betreffende beplantingsvakken en een aangepaste vorm van onderhoud, ecologisch groenbeheer. Planten van bloembollen in de gazons In de periode 2022-2025, diverse gazon locaties te voorzien van een bloembollenmengsel. Deels beplanten taluds van bestaande wadi’s Het deels beplanten van de taluds van bestaande wadi’s in de periode 2022-2025 levert een extra bijdrage aan herstel van de biodiversiteit. Realisatie bloemrijke graszones tussen kort gras en hoog opgroeiende beplanting ( bosplantsoen ) Ter versterking van de biodiversiteit, het realiseren van smalle overgang zones tussen het kort gemaaid gras en aanwezig hoog opgroeiende beplanting (bosplantsoen). Een gefaseerde aanpak gedurende de periode 2022-2025.

Inzaaien van bloem- en kruidenrijke zones binnen de bebouwde kom. Het stimuleren van de biodiversiteit, door het gefaseerd deels inzaaien van diverse gazons met een bloem- en kruidenrijk mengsel gedurende de periode 2022 -2025. Plaatsen van insecten ( bijen ) hotels Het plaatsen van insecten (bijen) hotels op een aantal locaties in 2022. Enerzijds omdat ‘natuurlijke nestelplekken’ veelal ontbreken en anderzijds vanwege de educatieve waarde van het plaatsen van insecten (bijen) hotels. Daarmee laten we zien hoe een bijdrage kan worden geleverd aan het overleven van de insecten (bijen).

24

Realiseren van voedselbosjes ( binnen de bebouwde kom ). Versterken van de biodiversiteit door op een aantal locaties in de periode 2022-2025 verloren gegane beplanting te vervangen door onder andere bessenstruiken en fruitbomen.

9. FINANCIËN De voorstellen uit dit plan met de al beschikbare financiële middelen worden in dit hoofdstuk in tabelvorm uiteengezet. Een financiële uiteenzetting in verschillende scenario’s. Ook wordt in deze paragraaf ingegaan op enkele risico’s die samenhangen met het beheer en onderhoud van het openbaar groen.

9.1.

Geraamde kosten per jaar

Standaardmodel 2021

2022

2023

2024

2025

voortzetting huidig onderhoud niveau extra boomonderhoud (binnen de bebouwde kom)

€ 805.000

€ 817.075 € 15.500

€ 829.331 € 15.733

€ 841.770 € 15.968

€ 854.397 € 16.208

Totaal

€ 805.000

€ 832.575

€ 845.064

€ 857.738

€ 870.605

2021

2022

2023

2024

2025

€ 805.000

€ 817.075 € 15.500 € 14.500

€ 829.331 € 15.733 € 14.718

€ 841.770 € 15.968 € 14.938

€ 854.397 € 16.208 € 15.162

bloembakken in beheer en onderhoud bij gemeente.

€

2.100

€

2.132

€

2.163

€

2.196

optimaliseren groeiomstandigheden beplanting

€

9.500

€

9.643

€

9.787

€

9.934

herstel gazons

€

8.600

€

9.284

€ 10.205

€ 14.558

extra groen (vergroenen openbare ruimte )

€ 13.000

€ 13.195

€ 13.393

€ 13.594

€ 880.275

€ 894.034

€ 908.226

€ 926.049

Standaard + model voortzetting huidig onderhoud niveau extra boomonderhoud (binnen de bebouwde kom) vervanging (renovatie ) van beplanting

incidentele werkzaamheden tot en met 2025:

Totaal

€ 805.000

25

Standaard + + model 2021

2022

2023

2024

2025

€ 805.000

€ 817.075 € 15.500

€ 829.331 € 15.733

€ 841.770 € 15.968

€ 854.397 € 16.208

vervanging (renovatie ) van beplanting

€ 14.500

€ 14.718

€ 14.938

€ 15.162

bloembakken in beheer in onderhoud bij gemeente

€

2.100

€

2.132

€

2.163

€

2.196

optimaliseren groeiomstandigheden beplanting

€

9.500

€

9.643

€

9.787

€

9.934

omvorming beplanting ( bosplantsoen ) naar ecologisch beheer incidentele werkzaamheden tot en met 2025: herstel gazons extra groen (vergroenen openbare ruimte) planten bloembollen in gazons deels beplanten taluds bestaande wadi’s realisatie bloemrijke graszones tussen kort gras en bosplantsoen inzaaien van bloem- en kruidenrijke zones binnen de bebouwde kom plaatsen van insecten (bijen) hotels realiseren voedselbosjes (binnen de bebouwde kom) Totaal

€

6.500

€ 6.598

€

6.696

€

6.797

€ 8.600 € 13.000 € 6.000 € 3.650 € 1.000

€ 9.284 € 13.195 € 6.090 € 3.705 € 1.015

€ 10.205 € 13.393 € 6.181

€ 14.558 € 13.594 € 6.274

€

1.030

€

1.046

€

2.600

€ 2.639

€

2.679

€

2.719

€ 750 € 3.300 € 904.075

€ 3.350 € 917.430

€ 3.400 € 928.212

voortzetting huidig onderhoud niveau extra boomonderhoud (binnen de bebouwde kom)

9.2.

€ 805.000

€ 3.451 € 946.336

Risicoparagraaf

In deze paragraaf wordt ingegaan op enkele risico’s die samenhangen met het beheer en onderhoud van het openbaar groen Gezamenlijke monitoring: de jaarlijkse gezamenlijke monitoring en de daaruit voortvloeiende vervangingsplan kan erin resulteren dat de benodigde middelen niet passen binnen de in dat jaar beschikbare budget voor vervanging. Om dit risico tot een minimum te beperken biedt in een dergelijke situatie een gefaseerde uitvoering, verspreid over meerdere jaren, de oplossing. Boomonderhoud: het huidige budget om te kunnen voldoen aan de minimale zorgplicht, op basis van het resultaat van de meest recent uitgevoerde boom inspectie, is ontoereikend. Bij onvoldoende investeren wordt niet meer voldaan aan de verplichting van minimale zorgplicht. Droogteschade: op basis van de opgedane ervaringen van de afgelopen jaren krijgt op gestructureerde wijze nieuwe aanplant, op het moment van droogte, water. Het watergeven is gebaseerd op het begrip watergeven in alle redelijkheid. De kans op droogteschade blijft aanwezig op het moment dat er sprake is van langdurige extreme hoge temperaturen.

26

10.

PARTICIPATIE

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het belang van het betrekken van inwoners, wijkverenigingen, Samenstichtingen en ondernemers bij het openbaar groen. Participatie is mogelijk daar waar de inwoners invloed hebben. In april en mei 2019 heeft in Halderberge een burgerpeiling plaatsgevonden. Daaruit kwam naar voren dat inwoners van Halderberge de zorg van de gemeente voor de woon- en leefomgeving waarderen met gemiddeld een 6,2. Dit is iets lager dan het gemiddelde van de referentiegemeenten (gemiddeld 6,5). Het verbeteren van het onderhoud van perken en plantsoenen en het betrekken van inwoners bij de leefbaarheid in de buurt op dit terrein blijken de belangrijkste verbeterpunten te zijn. We passen participatie op verschillende manieren toe. Het is belangrijk om vooraf de grenzen waarbinnen invloed mogelijk is af te bakenen en hierover duidelijk te communiceren.

10.1. Participatie bij nieuwe plannen of renovaties Bij nieuwe plannen of renovaties die zich daarvoor lenen, worden inwoners uitgenodigd om hun ideeën of mening kenbaar te maken. Dit kan op een bewonersavond (fysiek of online), bij een inloopmoment met de ‘keet in de wijk’ of door correspondentie. Per onderdeel wordt bekeken welke vorm van participatie wordt ingezet.

10.2. Participatie bij de uitvoering Er zijn de afgelopen jaren enkele pilots met participatie in de uitvoering gedaan. Zoals bijvoorbeeld in het Oranjehof in Oud Gastel, waar de bewoners een beplantingsplan hebben gemaakt voor het plantsoen, het plantwerk hebben gedaan en het onderhoud voor hun rekening nemen. De gemeente heeft de planten gefaciliteerd. Ook een voorbeeld is het geven van toestemming om boomspiegels aan te planten en te onderhouden. Deze pilots hebben aangetoond dat zelfbeheer door inwoners de sociale betrokkenheid bevordert, bijdraagt aan de leefbaarheid van een wijk en het verantwoordelijkheidsgevoel van inwoners vergroot. Het is daarom wenselijk om zelfbeheer te faciliteren en laagdrempelig te houden. Ook is het belangrijk dat deze mogelijkheid bij de inwoners, ondernemers, wijkverenigingen en Samenstichtingen bekend is en hierover actief te communiceren. Inwoners, wijkverenigingen, Samenstichtingen en ondernemers worden in de toekomst betrokken bij de schouw van het openbaar groen. Op basis van deze visuele inspectie en de technische inspectie kan dan een vervangingsplanning worden opgesteld en benodigd vervangingsbudget worden bepaald. Zelfbeheer is mogelijk van (gedeelten van de) groenvoorzieningen in gebieden die niet onder de groene hoofdstructuur vallen.

27

Stappenplan zelfbeheer: o Geïnteresseerden kunnen telefonisch of via een formulier op onze website een aanvraag doen om een gemeentelijke groenvoorziening zelf te beheren. o Er vindt een gesprek op locatie plaats om het zelfbeheer te bespreken o Er wordt een contractje opgesteld met daarin de hoofdpunten waaraan moet worden voldaan o De percelen in zelfbeheer worden in het beheerssysteem vermeld en gecommuniceerd aan de aannemer die groenonderhoud uitvoert o De gemeente stelt materieel beschikbaar o Er vindt een jaarlijkse controle en overlegje met de initiatiefnemer plaats Voorwaarden zelfbeheer: o Het initiatief draagt bij aan het gemeentelijk groene kapitaal o Het initiatief laat bomen met rust o Er mag geen schade ontstaan aan planten en dieren o Het initiatief mag niet leiden tot onveilige situaties o Hoe groter het effect op de omgeving, hoe meer de initiatiefnemer zijn draagvlak moet kunnen aantonen. Bijvoorbeeld met verzamelde handtekeningen o Randvoorwaarde: als het initiatief weer stopt, brengt de initiatiefnemer de locatie weer terug naar de oude toestand. Of in een toestand die door de gemeente is goedgekeurd.

10.3. Initiatieven vanuit de samenleving Initiatieven vanuit de samenleving worden zoveel mogelijk gestimuleerd en indien mogelijk gefaciliteerd. Zo zijn er diverse rotondes door sponsoren aangeplant, die ook door hen worden onderhouden. Ook is er door Stichting Groen Ontmoet een natuurlijke speelplek gerealiseerd, waar inwoners ook zelf groente en fruit mogen aanplanten en/of oogsten.

28

11.

COMMUNICATIE

Afsluitend in deze nota volgt een hoofdstuk communicatie, waarbij wordt ingegaan op het doel en de middelen die worden ingezet om dat doel te bereiken.

11.1. Doel Door actuele ontwikkelingen zoals genoemd in hoofdstuk 3 verandert het groene vakgebied. Communicatie over het groenbeleid en over de uitvoering van werkzaamheden aan het openbaar groen is daarom erg belangrijk en willen we inzetten om de volgende doelen te bereiken: 1. Draagvlak vergroten o inzicht, begrip en draagvlak creëren voor onze visie en werkwijze in het openbaar groen. o Het nut van groen en natuur overbrengen. o Meer begrip voor eventuele overlast, doordat bewoners beter zijn voorbereid op werkzaamheden. 2. Bewonersparticipatie vergroten o Actievere rol van bewoners bij planvorming en uitvoering van groene werkzaamheden. o Een beter inzicht krijgen in wat bewoners belangrijk en mooi vinden in het groen. o Een grotere tevredenheid met de woonomgeving o Betrokkenheid, waardering en verantwoordelijkheidsgevoel voor het openbaar groen vergroten. o Gebruik van het gemeentelijk groen vergroten. 3. Vragen voor zijn o Transparante actieve informatieverstrekking o Aantal meldingen over groen verminderen o Vergroten van klantvriendelijkheid en klanttevredenheid

11.2. Communicatie bij nieuwe projecten en bij uitvoering van werkzaamheden Gezien de grote verscheidenheid aan projecten en soort werkzaamheden in het groene vakgebied is de communicatie hierover maatwerk. Per project en uit te voeren werk wordt beschreven welk doel en welke doelgroep we willen bereiken, welke communicatiemiddelen worden ingezet en wordt de werkwijze en planning opgesteld.

11.3. Middelen We gebruiken de volgende communicatiemiddelen om deze doelen te bereiken: Website Op de gemeentelijke website worden nieuwsberichten geplaatst over werk in uitvoering of bijzondere omstandigheden, zoals de aanwezigheid van de spinselmot. Ook staat daar specifieke uitgebreide informatie in themapagina’s over diverse onderwerpen, zoals Japanse Duizendknoop, bladkorven, groenbeleid en de uitvoeringskalender. In de nabije toekomst wordt een aanmeldingspagina voor zelfbeheer op de website geplaatst.

29

Social media Social media wordt ingezet voor nieuwsberichten over bijzondere omstandigheden, zoals aanwezigheid van de spinselmot, boomfeestdag. Ook om zaken te promoten en voor beeldvorming wordt social media ingezet. Bode De Bode kan worden ingezet voor actuele onderwerpen, de gemeentelijke visie te delen over onderwerpen zoals bewonersparticipatie. Digitale nieuwsbrief Inwoners kunnen zich aanmelden voor een digitale nieuwsbrief. Hier vindt men nieuwsberichten over bijzondere omstandigheden, zoals werk in uitvoering, bijzondere omstandigheden en boomfeestdag. Keet in de wijk/bewonersavonden Deze worden ingezet om inwoners te betrekken bij nieuwe aanleg of renovatie. Bewonersbrieven Bij ingrijpende veranderingen in de inrichting van het groen wordt aan omwonenden een planvoorstel toegestuurd. Reacties worden meegenomen in de definitieve planvorming.

30

BIJLAGEN

31

BIJLAGE 1 Gebiedsbeschrijving per kern in kaart gebracht

1. Bosschenhoofd

32

2. Hoeven

33

3. Oudenbosch

34

4. Oud Gastel

35

5. Stampersgat

36

BIJLAGE 2 Onderhoud van het openbaar groen (binnen de bebouwde kom)

BOMEN BINNEN DE BEBOUWDE KOM In de bebouwde kommen in Halderberge staan in totaal 10.608 stuks bomen. Deze bomen zijn de dragers van het openbaar groen. Door hun omvang en levensduur zijn het de belangrijkste groenelementen. Vitale en gezonde bomen zorgen voor verkoeling, wateropname na regenval, vangen fijnstof en CO2 op en zijn van betekenis voor de flora en fauna. Om deze functies goed te kunnen vervullen is een vitaal bomenbestand van belang. Voor een vitaal bomenbestand is de juiste boom op de juiste plaats belangrijk, is een goed ingerichte bovengrondse- en ondergrondse groeiplaats noodzakelijk en moet planmatig beheer van de bomen een constante aandacht krijgen. Een niet vitaal bomenbestand vraagt continu aandacht en zorg. Boomeigenaren hebben een wettelijke zorgplicht voor hun bomen. De zorgplicht houdt in dat de boomeigenaar de plicht heeft om voldoende zorg te besteden aan zijn boom. Onder ‘voldoende zorg’ wordt verstaan: aantoonbaar regulier onderhoud en aantoonbare controle op gebreken en uitvoering van de noodzakelijke maatregelen, voortkomend uit de controle. Er zijn drie categorieën zorgplicht: • Algemene zorgplicht Dit is de plicht om bomen regelmatig en systematisch te onderhouden en periodiek te inspecteren op mogelijke gebreken en zo nodig actie te ondernemen. Het doel is om risico’s zoveel mogelijk te minimaliseren en de kans op (letsel)schade te voorkomen.

• Verhoogde zorgplicht Deze geldt bij verhoogde gevaarzetting en doet zich voor afhankelijk van de toestand, de grootte (omvang), de locatie van de boom en de verkeersintensiteit. Een verhoogde gevaarzetting kot bijvoorbeeld voor op plaatsen waar veel schade kan ontstaan wanneer een tak afbreekt of boom omvalt. Bij verhoogde zorgplicht moeten de bomen minstens één keer per jaar worden gecontroleerd. • Onderzoek plicht Dit is van toepassing wanneer bij bomen uitwendige gebreken of symptomen voor verborgen gebreken zijn vastgesteld, waardoor het vermoeden is dat mogelijk gevaar kan optreden. De algemene zorgplicht is voldoende om dit vast te stellen. Aard en ernst van de gebreken en de mogelijke maatregelen moeten dan zo snel mogelijk onderzocht worden. Door het uitvoeren van planmatig boombeheer kan aan deze zorgplicht worden voldaan. Een periodieke visuele controle (VTA: Visual Tree Assessment) dient daarbij gericht te zijn op het opsporen van potentiële risico- of attentiebomen. Een attentieboom is een boom met een zichtbaar gebrek, maar nog geen verhoogd risico. Een risicoboom is een boom met zichtbaar gebrek en verhoogd risico. Vaststelling en registratie van de VTA dient systematisch te gebeuren. Een richtlijn voor de controlefrequentie is mede afhankelijk van de hoogte van de gevaarzetting.

Is een boom aangemerkt als attentie- of risicoboom dan kan het noodzakelijk zijn de controle te verhogen naar jaarlijks tot 2x per jaar. Op basis een visuele controle, al of niet aangevuld met een nader boomtechnisch onderzoek, vindt regulier boomonderhoud nagenoeg volledig plaats op basis van een onderhoudsbestek uitgevoerd door derden.

37

Kwaliteit en conditie bestaande bomen De kwaliteit en conditie van de boom wordt bepaald door meerdere factoren. Daarbij is het van belang dat de boom een goede groeiplaats heeft. Een te kleine of slecht doorwortelbare ondergrondse groeiplaats zorgt na verloop van tijd voor stagnatie in de groei. Ook graafwerkzaamheden voor kabels en leidingen in de directe omgeving van de boom, langdurige wateronttrekking en een hoge grondwaterstand hebben een negatieve invloed op de kwaliteit en conditie van een boom. Daarnaast zijn er diverse ziektes en aantastingen die zorgen voor afname van kwaliteit en conditie. VTA controle 2020 (van de bomen binnen de bebouwde kom) goed redelijk matig slecht zeer slecht dood

ca. 35,5 % ca. 54 % ca. 9 % ca. 1 % ca. 0,2 % ca. 0,3 %

3.766 5.728 955 106 21 32 10.608

stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks

Voor de indeling in veiligheidscategorie na VTA-controle 2020 (van de bomen binnen de bebouwde kom). veilig attentie risico

ca. 74 % ca. 1 % ca. 25 %

7.850 stuks 106 stuks 2.652 stuks 10.608 stuks

Uit de VTA-inspectie blijkt dat voor ca. 26 % van de bomen binnen de bebouwde kom aanvullende maatregelen genomen moet worden in de periode 2020-2021 om te voldoen aan de wettelijke zorgplicht. De maatregelen zijn met name snoei en ca. 0,3 % van de bomen binnen de bebouwde kom dienen te worden verwijderd. Ca. 1 % van de bomen binnen de bebouwde kom moeten in de periode 2020-2021 een nader onderzoek ondergaan. Met de uitvoering van deze werkzaamheden zijn we eind 2020 gestart.

Groeiplaatseisen Om een robuuste en duurzame boom te verkrijgen moet de ondergrondse groeiplaats voldoende groeiruimte bieden. Hiervoor moet in veel situaties extra ondergrondse voorzieningen getroffen worden, maatregelen die noodzakelijk zijn om te zorgen dat de bomen tot gezonde volwassen exemplaren kunnen uitgroeien. Het is een investering voor een lange periode. Voor een goede groeiplaats is een goed functionerende en kwalitatieve goede waterhuishouding van groot belang. Voldoende ondergrondse groeiruimte houdt naast de grote van de ruimte ook de ondergrondse obstakelvrije ruimte in, oftewel voldoende afstand van kabels en leidingen. Door de toenemende ondergrondse infrastructuur is de afstand tot een boom vaak beperkt. Bij graafwerkzaamheden is er grote kans op schade aan wortels. Wonden aan wortels zijn potentiële infectiebronnen, door aantasting van wortels komt ook de stabiliteit en de voedselopname in gevaar. De conditie en stabiliteit van de boom wordt aangetast. Bij nieuwe aanplant is aandacht voor de groeiplaats een steeds terugkerende punt van zorg. Al is de aandacht voor een goede groeiplaats van bomen de laatste jaren al sterk toegenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/491/documents/14790