CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeentelijk Water Programma (GWP) Halderberge (20230712 definitief).pdf

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 8: Gemeentelijk Water Programma 2024-202721.471 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

wateroverlast wordt zoveel mogelijk in het openbaar gebied tegengegaan. Afkoppelen moet een meerwaarde opleveren voor het totale (stedelijke) watersysteem. Dankzij klimaatverandering komen extreme wolkbreuken vaker voor. Het huidige en toekomstige rioolstelsel is hier niet op berekend. Aanpassen van het rioolstelsel op klimaatextremen is zeer kostbaar. Bij afkoppelen wordt het accent verlegd naar het benutten van de bovengrondse ruimte.

Waterberging bij ontwikkelingen

Voor de omgang met hemelwater is het vertrekpunt dat we willen voorkomen dat hemelwater tot afstroming komt. Vervolgens hanteren we de volgende voorkeursvolgorde: 1. Hergebruik Hergebruik van regenwater, om zuiniger om te gaan met water en minder drinkwater te verspillen 2. Bergen en infiltreren op eigen terrein Niet afwentelen van privaat naar publiek, tenzij een centrale voorziening in het werkgebied doelmatiger is. 3. Tijdelijke opslag in openbaar gebied met uitloop naar groen Bij voorkeur bovengrondse opslag. Uitloop naar groen om schadelijke neveneffecten zoveel als mogelijk te beperken. 4. Afvoeren op bovengrondse hemelwatervoorziening Af te voeren water slim verdelen door waar het kan te lozen op bovengrondse hemelwatervoorziening (watergang, weg met afwateringsfunctie, etc.) 5. Afvoeren op een ondergrondse hemelwatervoorziening 6. Afvoeren op een gemengd rioolstelsel richting RWZI Bij ontwikkelingen zetten we in op niet afwentelen om het stedelijk watersysteem niet zwaarder te belasten en waar het kan de sponswerking te bevorderen. We volgen de landelijk maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en bouwen op verstandige locaties. Grootschalige bodemafdekking voor woningbouw, industrie en infrastructuur zorgt voor problemen met waterafvoer en het veroorzaakt hittestress in versteende gebieden.

Door nu bij de inrichting slimme keuzes te maken, kunnen we al veel doen om straks schade, extra kosten als gevolg van klimaatverandering te voorkomen. Zowel bij nieuwbouw als bij ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied wordt van de perceeleigenaar verlangt dat deze zijn/haar verantwoordelijkheid neemt om wateroverlast te voorkomen. Hierbij maken we onderscheid in de grootte van het oppervlak en/of de toename ervan en hanteren we de volgende bergingseis.

56

Idem gezamenlijke visie, aangevuld met: ▪ Kunstgrasvelden en halfverharding beschouwen we als 50% verhard oppervlak. Groene daken beschouwen we als onverhard oppervlak. Toelichting bij en aanvullingen op de tabel: ▪ Het onderscheid tussen kleine (<500m2) en grote (>500 m2) ontwikkelingen betreft het totale oppervlak van de ontwikkeling; ▪ Herbouw na sloop beschouwen we als nieuwe ontwikkelingen. Inbreidingen, verbouwingen en herstructureringen beschouwen we als ontwikkelingen in bestaand gebied;

Oppervlak <500 m² >500 m²

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (uitbreiding) 60 mm in het werkgebied 60 mm op openbaar terrein + 20 mm op eigen terrein

Ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied (inbreiding) Gescheiden aanleveren en 20 mm bergen op eigen terrein 60 mm op openbaar terrein + 20 mm op eigen terrein

▪ ▪

▪

▪

▪

Een eis van 60 mm betekent ten minste 60 liter berging per m2 oppervlak; Het oppervlak waarover deze bergingseis berekend dient te worden, betreft het totale verhard2 oppervlak (alle daken en 50% van de rest van het perceel) in de nieuwe situatie; De bergingseisen zijn van toepassing op het werkgebied als geheel (particulier en openbaar terrein). De voorkeur gaat uit naar een centrale voorziening in openbaar gebied. Indien er geen openbare ruimte bij komt bij een ontwikkeling van >500 m2, dan dient de waterbergingsopgave geheel op eigen terrein gerealiseerd te worden. Indien er wel openbare ruimte bij komt (bijv. bij een nieuwbouwwijk) wordt 60 mm in openbaar gebied geborgen en 20 mm op particulier terrein.

Rekenvoorbeelden Ter indicatie, een grote ontwikkeling met een omvang van 600m2 heeft en waterbergingsopgave van: ▪

▪

“nieuwe ruimtelijke ontwikkeling”: ▪ 0,06*600= 36 m3 op openbaar terrein ▪ 0,02*600 = 12 m3 op particulier terrein “ontwikkeling in bestaand gebied”: ▪ 0,06*600= 36 m3 op openbaar terrein ▪ 0,02*600 = 12 m3 op particulier terrein

Ter indicatie, een kleine ontwikkeling met een omvang van 200m2 heeft en waterbergingsopgave van: ▪

2 Kunstgrasvelden beschouwen we als 50% verhard oppervlak. Groene daken beschouwen we als onverhard oppervlak.

57

“nieuwe ruimtelijke ontwikkeling”: ▪ 0,06*200= 12 m3 op openbaar en/of particulier terrein

▪

Afkoppelambitie en tempo

Taakverdeling en verantwoordelijkheden

Bestaande bouw De gemeente streeft naar een gescheiden afvoer van hemelwater en weegt bij projecten/herstructurering af of afkoppelen in bestaande stedelijk gebied doelmatig is. Nieuwbouw (geldt ook voor nieuwbouw in bestaand gebied): Bij nieuwbouw in bestaand gebied blijft de perceelseigenaar verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater. Als de perceeleigenaar aantoonbaar heeft gemaakt dat verwerking van hemelwater op eigen terrein niet doelmatig of technisch mogelijk is, dan pas kan een aansluiting op de gemeentelijke riolering worden overwogen. Particuliere eigenaar De particulier is primair verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater. Waar dit redelijkerwijs niet mogelijk is kan een aansluiting op de gemeentelijke riolering worden overwogen. In gescheiden gerioleerde wijken en bij nieuwbouw (Bouwbesluit 2012) zal de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater moeten aanbieden. Het gescheiden aanbieden geldt ook bij grootschalige verbouwingen (omgeving vergunningplichtig). In drukrioleringsgebieden dient de particulier het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken en niet op de riolering. Ontwikkelaar Bij nieuwbouw is de initiatiefnemer (projectontwikkelaar, particulier of gemeente) verantwoordelijk voor het gescheiden verwerken van hemelwater en hydrologisch neutraal houden van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling.

Gemeente De gemeente onderhoudt en verbetert het stedelijk watersysteem en toetst de gevoeligheid van het rioolstelsel op overlast met behulp van modelberekeningen: ▪ Bestaand gebied: geen water-op-straat bij een belasting met bui08 van de Kennisbank Stedelijk water (herhalingstijd van eens in de twee jaar) ▪ Nieuwe gebieden: geen water-op-straat bij een belasting met bui10 van de Kennisbank Stedelijk water (herhalingstijd van eens in de twee jaar)

58

“ontwikkeling in bestaand gebied”: ▪ 0,02*200 = 4 m3 op particulier terrein

Idem gezamenlijke visie

Idem gezamenlijke visie

Regierol en loketfunctie (communicatie, meldingen en klachten) Definitie hemelwateroverlast

Waterschap Permanent watervoerende retentievoorzieningen komen in aanmerking om door het waterschap te worden onderhouden. zie stedelijk afvalwater

Idem gezamenlijke visie

Het verschijnsel dat ‘water op straat’ overgaat in: ▪ hemelwater dat vanaf de straat gebouwen in loopt (materiële schade). ▪ afvalwater dat in grote mate uit de riolering op straat stroomt (risico’s voor de volksgezondheid) ▪ water op straat dat hoofdwegen blokkeert (belemmering voor hulpdiensten en economische schade). In het GRP zijn visualisaties opgenomen met voorbeelden van situaties van hinder en van overlast.

Idem gezamenlijke visie

Het verschijnsel bij ‘water op straat’ dat het water in openbaar gebied blijft staan waardoor wegen tijdelijk niet begaanbaar zijn maar niet leidt tot schade aan gebouwen. Waterhinder zal door klimaatverandering ook vaker voor gaan komen en geaccepteerd dienen te worden. De grootste investeringen in het rioleringsbeheer hangen samen met de omgang van overtollig hemelwater in de bebouwde omgeving. De meest doelmatige aanpak van overlast bij hevige regenval vraagt integratie van de ondergrond (rioolbuizen) en de bovengrond (inrichting openbare ruimte). Voorbeelden hiervan zijn: het tijdelijk bergen van overtollig hemelwater tussen de stoeprand, goten, wadi's, waterpleinen e.d. Investeringsbeslissingen in de riolering moeten dus in samenhang met investeringen in de openbare ruimte worden genomen. Zo houden we de publieke kosten voor risicomitigatie en schadelijke neveneffecten beperkt. Zie bovenstaand punt. Bij buien groter dan de ontwerpbui wordt het overtollige hemelwater verwerkt in de bovengrond van de openbare ruimte met als uitgangspunt dat wateroverlast wordt voorkomen.

Idem gezamenlijke visie

GRONDWATER

Referentielijn gezamenlijke (lange termijn) visie

Beleidskeuzen gemeente Halderberge

Visie op het grondwaterbeheer

Bij ruimtelijke ontwikkelingen zetten we in op water en bodem als sturend element. We werken vanuit de randvoorwaarden die het water- en bodemsysteem stellen. De grondwatervoorraad in Brabant staat al lange tijd onder druk, wat zich vertaalt in toenemende waterschaarste in droge tijden, afname van grondwaterstanden en diepte stijghoogten en droogvallende beeksystemen in de zomer.

Idem gezamenlijke visie

Definitie Waterhinder

Criteria doelmatige maatregelen (incl. risico analyse / MKBA)

Rol openbare ruimte en hemelwaterverwerking

Binnen de gemeente kunnen de grondwaterstanden binnen de gestelde randvoorwaarden natuurlijk fluctueren zonder dat hierdoor overlast wordt ervaren als gevolg van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden.

59

Idem gezamenlijke visie

Idem gezamenlijke visie

Alle woningen voldoen aan de bouwkundige eisen om vocht- en gezondheidsproblemen binnenshuis te voorkomen. Het grondwaterbeleid is gericht op het zo min mogelijk verplaatsen van grondwater, ofwel een zogenaamde hydrologisch neutrale inrichting. Indien grondwater toch wordt verplaatst verdient het de voorkeur dit niet af te voeren naar de rwzi, maar naar oppervlaktewater of op een geschikte locatie weer in de bodem te infiltreren. De gemeente beschikt over voldoende inzicht in de grondwaterhuishouding om klachten en meldingen goed te beoordelen.

Taakverdeling en verantwoordelijkheden

Structurele grondwaterproblemen op nieuwbouwlocaties worden voorkomen door de wijze van bouwen en bouwrijp maken. Het herstel van de grondwaterbalans is een gedeeld belang van partijen. Het vraagstuk van droogte en verdroging zal in een brede maatschappelijke context moeten worden geplaatst, waar diverse sectoren, overheden en bedrijfsleven mee te maken hebben en/of zullen krijgen. Het probleem wordt als ernstig en urgent gezien in Brabant en daarbuiten. In het Grondwaterconvenant 2021-2027 hebben partijen afspraken gemaakt die zich richten op het vraag stuk van droogte en verdroging en het gewenste effect in 2027. Particulier De verantwoordelijkheid voor het tegengaan van grondwateroverlast en/of -onderlast in stedelijke gebied ligt primair bij de perceelseigenaar. Deze draagt zorg voor het verhelpen van bouwkundige gebreken en treft waar redelijkerwijs mogelijk op eigen perceel maatregelen om grondwateroverlast te verminderen. Stem bij twijfel af met de gemeente.

Idem gezamenlijke visie, aanvullend met: ▪

We willen structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk (blijven) voorkomen of beperken. Daartoe treffen we als gemeente doelmatige maatregelen voor zover er een gemeentelijke verantwoordelijkheid bestaat.

▪

Met structurele grondwateroverlast bedoelen we een situatie waarbij de minimaal benodigde ontwateringsdiepte gedurende vier weken per jaar wordt overschreden. Voor nieuwbouwgebieden gelden daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 3. Bestaande gebieden worden afzonderlijk beoordeeld, omdat destijds nog geen ontwateringsdiepten waren geformuleerd. In alle gevallen betreft het een omstandigheid die voor een langere termijn geldt en geen incidentele situatie die bijvoorbeeld kan optreden na extreme neerslag. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceeleigenaar.

▪

Met doelmatige maatregelen bedoelen we maatregelen waarbij de mate van inspanning en uitgaven

Gemeente De gemeente heeft de loketfunctie en regierol voor het afhandelen van de melding. De gemeente is verantwoordelijk voor het ondiepe grondwater in openbaar gebied (perceelseigenaar). Hiervoor gelden algemene richtlijnen voor de aan de bestemming gebonden ontwatering, maar dit maakt de gemeente geen grondwaterbeheerder. De gemeente treft enkel dan maatregelen indien er sprake is van overlast veroorzaakt door afwijkende grondwaterstanden in openbaar gebied én indien dit doelmatig is. De zorgplicht voor grondwater betreft nadrukkelijk een inspanningsverplichting. De gemeente kan de particulier adviseren over mogelijk te nemen maatregelen voor het opheffen van grondwateroverlast.

60

Indien structurele grondwateroverlast blijft bestaan nadat de particulier aan zijn eigen verplichtingen heeft voldaan en het grondwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, zal de gemeentelijke zorgplicht inwerking treden. De gemeente zal dan-voor zover doelmatig - voorzien in een afvoermogelijkheid van het overtollige grondwater. De gemeente legt grondwaterhuishoudkundige eisen op bij nieuwbouwplannen. Deze worden in overleg met het waterschap geformuleerd en vastgelegd in het watertoetsproces. Waterschap Het waterschap beheert het water in beken, sloten, rivieren en kanalen (het zogenoemde 'oppervlaktewater'). Via het oppervlaktewater wordt het aangeboden overtollig water afgevoerd. Door het instellen van het oppervlaktewaterpeil beïnvloedt het waterschap indirect ook het grondwaterpeil. Andere taken op het gebied van het waterschap voor grondwater: ▪ permanent onttrekken van grondwater tot een hoeveelheid van 150.000 m3/jaar en niet bedoeld voor bodemenergiesystemen of openbare drinkwatervoorziening ▪ tijdelijk onttrekken van grondwater ten behoeve van b.v. bronbemalingen, beregeningen en bodemsaneringen. ▪ registreren van onttrekkingen van grondwater in een landelijk registratiesysteem en het uitoefenen van toezicht en actieve handhaving op overtredingen. ▪ beoordeelt ook de ruimtelijke plannen van gemeenten of er voldoende rekening wordt gehouden met (grond)water.

Deze ‘watertoets’ vormt de verbindende schakel tussen waterbeheer en ruimtelijke ordening. Provincie De provincie is strategisch grondwaterbeheerder. Dat wil zeggen dat de provincie in de gaten houdt of er nog voldoende grondwater van de gewenste kwaliteit is. In dit kader geeft de provincie vergunningen af, aan de drinkwaterbedrijven, voor grote industriële onttrekkingen en voor bodemenergiesystemen.

61

daadwerkelijk bijdraagt aan de realisatie van het beoogde doel, en waarbij de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten (bron: Kennisbank Rioned).

Regierol en loketfunctie (communicatie, meldingen en klachten)

Criteria gewenste grondwaterstand

Definitie structurele grondwater overlast Definitie structurele grondwater onderlast

De gemeente voorziet in de loketfunctie bij vragen en/of meldingen over grondwater in stedelijk gebied. Daarnaast heeft de gemeente de regierol bij het zorgvuldig afhandelen van de meldingen. Dit betekent dat: ▪ vragen en klachten in ontvangst worden genomen ▪ de gemeente beoordeelt of er sprake is van overlast ▪ de gemeente beoordeelt of de overlast is gerelateerd aan afwijkende grondwaterstanden ▪ waar nodig er aanvullend onderzoek plaatsvindt ▪ op basis van de vergaarde informatie een besluit wordt genomen of er doelmatig maatregelen getroffen kunnen worden De regierol van de gemeente maakt niet dat de gemeente alle bovenstaande acties zelf moet uitvoeren, dit kan ook liggen bij de verantwoordelijkheid van de particulier of het waterschap. Dit geldt eveneens voor het treffen van doelmatige maatregelen. De gewenste grondwaterstanden is in het beleid geformuleerd als een gewenste ontwateringsdiepte, waarbij de ontwateringsdiepte is gedefinieerd als het verschil tussen maaiveld het de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG). In het beleid is onderscheid gemaakt naar de volgende bestemmingen: ▪ Woningen met kruipruimte ▪ Woningen zonder kruipruimte ▪ Secundaire wegen en woonstraten ▪ Primaire wegen ▪ Bedrijventerreinen Afhankelijk van de bodemkenmerken en ervaringen kan iedere gemeente eigen gewenste ontwateringsdieptes per kern/gebied hanteren.

Structurele afwijking van de gewenste grondwaterstand (zoals per bestemming en/of gebied vastgelegd) waarbij aantoonbaar schade en/of overlast optreedt als gevolg van deze afwijking. De gemeente gaat over tot nader onderzoek van mogelijke grondwateronderlast indien grondwaterstanden 3 jaar achtereen een dalende trend laten zien. Deze trend maakt onderdeel uit van een periodiek grondwaterverslag van de gemeten grondwaterstanden.

62

Idem gezamenlijke visie

Idem gezamenlijke visie

Idem gezamenlijke visie

Idem gezamenlijke visie

Criteria doelmatige maatregelen (incl. risico analyse / MKBA)

Voorkómen grondwater overlast en onderlast bij huidig gebruik

Voorkómen grondwater overlast en onderlast bij nieuwbouw

In de doelmatigheidsafweging bij maatregelen tegen grondwateroverlast worden de volgende aspecten meegenomen: - de voorgenomen maatregel moet in verhouding staan tot de overlast ▪ de voorgenomen maatregel moet in verhouding staan tot andere mogelijke maatregelen om de overlast te verminderen ▪ waar mogelijk worden maatregelen gecombineerd met andere werken in de openbare ruimte ▪ de voorgenomen maatregel leidt niet tot nieuwe overlast en/of knelpunten ▪ de voorgenomen maatregel moet passen binnen het geheel aan uitgaven van de gemeente aan de rioleringszorg Naast het zorgvuldig afhandelen van meldingen vergaart de gemeente structureel inzicht in de grondwaterhuishouding met behulp van een grondwatermeetnet. In een periodiek grondwaterverslag worden trends van stijgende of dalende grondwaterstanden over de jaren gesignaleerd. Bij werken in de openbare ruimte zoals het vervangen van oude riolering bepaalt de gemeente vooraf of dit ongewenste wijzingen van de grondwaterstand tot gevolg kan hebben, en houdt hier rekening mee bij de uitvoering. De gemeente vertegenwoordigt de belangen van bewoners in geval van (voorgenomen) wijzigingen in grootschalige grondwateronttrekkingen (drinkwater, industrie e.d.).

Via het instrument van de watertoets (waterparagraaf in bestemmingsplan) en via het programma van eisen van de Openbare Ruimte geeft de gemeente actief sturing aan het proces van bouwrijp maken. De ontwikkelaar zorgt voor minimaal 1 jaar aan metingen van de grondwaterhuishouding (middels peilbuizen, minimaal 2 meetmomenten per maand) als input voor de waterparagraaf van een ontwikkeling.

Idem gezamenlijke visie

Idem gezamenlijke visie

Idem gezamenlijke visie

Het uitgangspunt voor nieuwbouw is dat er zo min mogelijk gebruik gemaakt wordt van ontwateringsmiddelen. Indien mogelijk verdient “ophogen” de voorkeur. Dit wordt onderzocht in een geohydrologisch onderzoek. Bij het afwegen van alternatieve werkwijzen worden zowel investeringskosten als beheerkosten meegenomen.

(basis) Grondwater meetnet

Bij inbreidingen stuurt gemeente door voorwaarden te verbinden aan de bouwvergunning. Deze zullen veelal echter minder uitgebreid van aard zijn dan bij uitbreidingen. De gemeente beheert en onderhoudt een grondwatermeetnet om voldoende inzicht te verkrijgen in de grondwaterhuishouding om meldingen en klachten te kunnen beoordelen. Er zijn minimaal 2 meetmomenten per maand. De gemeente verwerkt de gegevens periodiek in een grondwaterverslag.

63

Idem gezamenlijke visie

Beheer/onderhoud en monitoring (incl. analyses, etc.)

Grondwatervoorzieningen in het beheerpakket dienen volledig en actueel te zijn. Op basis van deze informatie onderhoudt de gemeente de objecten systematisch. Indien voorzieningen nog niet volledig in beeld zijn start de gemeente een inventarisatie om op termijn een compleet beeld te verkrijgen.

Idem gezamenlijke visie

Particuliere voorzieningen vallen hier buiten.

SAMENWERKING EN AFSTEMMING TAKEN

Referentielijn gezamenlijke (lange termijn) visie

Beleidskeuzen gemeente Halderberge

Samenwerking in de keten

De Water- en Klimaatkring West (WKW) is een werkregio in het kader van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). De werkregio heeft als doel: ▪ Klimaatadaptatie: de regio klimaatbestendig en waterrobuust maken, zodat we in 2050 goed om kunnen gaan met het steeds vaker voorkomend extreem weer en voorbereid zijn op watertekorten, wateroverlast, overstromingsrisico’s en een warmer klimaat. ▪ Waterketen: Het verder professionaliseren van de beheertaken in de waterketen en de (personele) kwetsbaarheid verminderen.

Idem gezamenlijke visie

Visie op de lange termijn: Een gezamenlijke invulling van beleid en strategie, met behoud van verschillen per bestuurlijke organisatie. Specifieke taken worden centraal binnen de Water- en Klimaatkring West/SWWB uitgewerkt op basis van doelmatigheid. De waterketen bestaat uit alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. De waterketen bevat ook het oppervlakte watersysteem. De primaire doelen betreffen: ▪ Beschermen van de volksgezondheid ▪ Bijdragen aan voldoende schoon water ▪ Zorgen voor droge voeten ▪ Bijdragen aan een goed en duurzaam leefmilieu De keten vertegenwoordigd veel zorgplichten die worden ingevuld door meerdere overheidsorganisaties. De invulling van de zorgplichten vindt vaak nog individueel plaats, waardoor we de integraliteit tussen de zorgplichten soms missen. De bekostiging van de zorgplichten vindt plaats middels belastingen. Om de publieke kosten zo laag mogelijk te houden is het van belang om te kijken of we maatregelen treffen met de grootst mogelijk winst voor de gehele waterketen. Bij missende integraliteit tussen de zorgplichten zal eerst op ambtelijk niveau worden geëscaleerd en indien nodig bestuurlijk niveau worden beslecht.

FINANCIËN EN PERSONELE INVULLING

Referentielijn gezamenlijke (lange termijn) visie

Beleidskeuzen gemeente Halderberge

64

Heffingsgrondslagen (verbrede rioolheffing buitengebied, grondslagen afvalwater- hemelwatergrondwaterzorgplicht)

Personele bezetting en kwetsbaarheid

Door de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) is de modelverordening Riool- en waterzorgheffing geïntroduceerd als opvolger van de rioolheffing. De uitvoering van de brede gemeentelijke watertaken gaat verder dan de klassieke functie van rioleren (transport, afvoer). Om die reden heeft de modelverordening een benaming die meer recht doet aan het gehele takenpakket. Een adequate uitvoering van de zorgplicht is een collectief goed, alle percelen hebben profijt en kunnen niet worden uitgesloten. Het doel van de belasting is een doeltreffende belasting voor bekostiging van de gemeentelijke watertaken. De rioolheffing wordt per organisatie geheven op basis van verschillende uitgangspunten. Formatie dient afgestemd te zijn op de invulling van de zorgplichten in dit GRP. Basis is invulling van de formatie volgens Kennisbank Stedelijk water voor zover deze actueel is voor de huidige zorgplichten.

65

We hanteren dezelfde systematiek als in de vorige planperiode, waarbij Belastingsamenwerking West-Brabant de rioolheffing heft en int.

Idem gezamenlijke visie

Bijlage E Waterketenvisie Water- en Klimaatkring West Samen schakelen Klimaatkring West

naar

een

toekomstbestendige

Water-

en

Als water- en klimaatpartners binnen Water- en Klimaatkring West werken we samen aan beleid, wisselen we kennis, innovaties en waar wenselijk capaciteit uit en verbinden we partijen. Wij werken samen aan een optimale inrichting van de totale waterketen en bouwen verder aan een veerkrachtig zoetwatersysteem. We stellen de leefbaarheid van de omgeving centraal, besparen water en streven naar een zo hoog mogelijke waarde van water en een vitale bodem. Met deze gezamenlijke waterketenvisie laten we zien wat we uiteindelijk willen bereiken. Met een verdere uitwerking en doorvertaling van de visie in o.a. de gemeentelijke programma’s Water en Riolering en de visie Bath zorgen we voor synergie en een doelmatige werking. Samen schakelen De regio Midden- en West-Brabant is een sterke economische regio waarin internationale bedrijven zich graag vestigen. Niet alleen vanwege de strategische positie, maar ook vanwege de goede woon- en leefomgeving. Niet te veel, niet te weinig en schoon water speelt in deze regio een belangrijke rol, net als de lange afvalwaterpersleiding naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Bath in beheer bij waterschap Brabantse Delta. Een groot deel van het stedelijk en industrieel afvalwater vindt zijn weg via deze afvalwaterpersleiding (AWP) richting de Westerschelde.

Ook bij de lokale zuiveringen van Dinteloord, Halsteren, Nieuw-Vossemeer, Willemstad, Ossendrecht en Putte zuivert het waterschap afvalwater. De drinkwaterbedrijven Evides en Brabant Water pompen in deze regio grondwater op uit de bodem om er daarna drinkwater van te maken. De gemeenten spannen zich in om zo doelmatig mogelijk het afval- hemel- en grondwater in te zamelen, lokaal te verwerken en te transporten. Een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting is een samenspel van verantwoordelijkheden en vereist breed maatschappelijk partnerschap. De integrale doorontwikkeling van de regio via de verstedelijkingsstrategie West Brabant West kan hierbij als het vehikel functioneren. Ook de hulp van particulieren is hierbij nodig. Bodem en water zullen steeds meer sturend worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. We

beschouwen stad en land in samenhang om bij te dragen aan een aantrekkelijk landschap ter bevordering van een goede omgevingskwaliteit. Bedreigingen Al met al ligt er in West-Brabant een unieke en robuuste waterinfrastructuur waar we nog decennia profijt van kunnen hebben. Maar in hoeverre is het aannemelijk dat we over 30-50 jaar het water nog steeds op dezelfde manier winnen, gebruiken, inzamelen, transporteren en verwerken? In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie hebben we als overheden met elkaar afgesproken om klimaatbewust te handelen en de openbare ruimte voor 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Klimaatbestendig wil zeggen dat de risico's vanwege weersextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar, en beheersbaar zijn. De lozingspunten riolering binnen de afvalwaterketen hebben mogelijk een effect op de lokale waterkwaliteit, maar beïnvloeden mogelijk ook de waterkwaliteit van de grotere watersystemen. Denk hierbij aan de blauwalgenproblematiek in het VolkerakZoommeer en PFAS-problematiek in de Westerschelde. Ook komen er vanuit Europese wetgeving (steeds) strengere lozingseisen op ons af. Met name gericht op het terugdringen van microverontreinigingen zoals medicijnresten, hormoonstoffen, PFAS en microplastics. Met een gecoördineerde aanpak zijn in te zetten acties het meest effectief.

Verder zijn er aanbevelingen van de Adviescommissie Droogte gericht op het vasthouden en aanvoeren van water, minder onttrekken van grondwater ten behoeve van o.a. drinkwatergebruik en bedrijfsprocessen en minder verdampen om dat te kunnen doen of de gevolgen te beperken. Op de hogere gronden in West-Brabant gaat het om robuuste beekdalen en het vergroten van de sponswerking van de bodem. Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan de versterking van bossen en groen die bijvoorbeeld CO2 vastleggen en een basis voor de versterking van biodiversiteit vormen. In de poldergebieden ligt het accent meer op een robuuste zoetwatervoorziening en opvangen van verzilting. Tot slot leidt de energietransitie tot een toename van alternatieve energiebronnen zoals WKO-installaties. Deze kunnen echter ook een bedreiging vormen voor de drinkwatervoorziening, bijvoorbeeld bij het doorboren en niet professioneel afdichten van afsluitende lagen. Ook vergen alternatieve 66

energiebronnen aanzienlijk meer ruimtebeslag, niet alleen bovengrondse windmolenen zonneparken, maar ook ondergrondse warmwaterleidingen en het verzwaren van het elektriciteitsnet zorgen dat het steeds drukker wordt in de boven- en ondergrond. Kansen Het tempo waarmee technologische ontwikkelingen plaatsvinden maakt dat het lastig is om een beeld te vormen van de toekomst, vrijwel alles lijkt mogelijk. Zeker op het vlak van zuivering, hergebruik en terugwinning van afvalwater zien we kansen. Ook door aanpassingen in de waterketen of het watersysteem en behoeften en belangen van partijen ontstaan nieuwe kansen. Kansen die we kunnen benutten om bij te dragen aan lange termijn doelen zoals verbetering van de leefomgeving, verbetering van de waterkwaliteit, de energietransitie en digitalisering van de samenleving. Bijvoorbeeld door meer water lokaal vast te houden, groen terug te brengen in de gebouwde omgeving, zoet water te conserveren, energie en grondstoffen terug te winnen en digitaal te werken. Wel ervaren we dat we meer afhankelijk worden van systemen, dit maakt ons ook kwetsbaar. Denk hierbij aan veiligheids-issues of uitval van energie/communicatie.

Binnen Waterkring West werken we aan een optimale inrichting van de totale waterketen en werken we aan een veerkrachtig zoetwatersysteem waarbij: ▪ We besparen op watergebruik en duurzame waarden creëren ▪ We afvalwater nog gerichter gaan inzamelen ▪ Hemelwater optimaal benutten ▪ Rekening houden met weersextremen ▪ Bovengrondse oplossingen nastreven ▪ Gebiedsgericht te werk gaan ▪ Toewerken naar een circulaire grondstoffenbenadering en emissieloos werken ▪ En onze kennis blijven delen en doorontwikkelen

67

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/561/documents/16358