Bovenstraat 70 vastgesteld Toelichting.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BOVENSTRAAT 70 GEMEENTE HALDERBERGE
Opdrachtgever Bouwonderneming Hoendervangers B.V. Auteur Bureau Dhondt Projectnummer 21031 IMRO-identificatie NL.IMRO.1655.BP2016-C001 Status vastgesteld Datum 27 juni 2023
Toelichting
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen
5 5 5 6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie
8 8 8
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
12 12 14 17
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Water 4.4 Ecologie 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Archeologie en cultuurhistorie 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Geur 4.9 Parkeren 4.10 Externe veiligheid 4.11 M.e.r.-beoordeling
23 23 24 24 27 30 31 35 36 38 40 41
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Opzet regels 5.3 Verbeelding
43 43 43 45
Hoofdstuk 6 Financiële uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding 6.2 Toepassing grondexploitatie
46 46 46
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Omgevingsdialoog 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen 7.4 Beroep
48 48 48 49 49
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Algemeen
Bouwonderneming Hoendervangers BV is voornemens om op het onbebouwde perceel, gelegen achter de woning aan de Bovenstraat 70 te Hoeven, 6 nieuwbouwwoningen te realiseren. De realisatie van het planvoornemen is niet mogelijk binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan 'Kom Hoeven' van de gemeente Halderberge. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen. Derhalve is voorliggend bestemmingsplan opgesteld waarmee de realisatie van het planvoornemen mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied bestaat grotendeels uit een gedeelte van het perceel kadastraal bekend als Gemeente Hoeven, Sectie H, nummer 962 (HVN00-H-962) en ter plaatse van de Pinksterbloemlaan deels een gedeelte van het perceel nummer 2341 (HVN00-H-2341). De zuidoostelijke hoek van het perceel blijft in de bestaande staat behouden en maakt derhalve geen onderdeel uit van het plangebied. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.450 m2
Figuur 1.1 Weergave plangebied
Het plangebied bevindt zich in het zuidelijke deel van het Noord-Brabantse dorp Hoeven. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Pinksterbloemlaan en in het noorden enerzijds door de Wilgenroos en anderzijds door twee woonkavels aan de Pinksterbloemlaan en de Wilgenroos. Verder is het plangebied in het oosten en zuiden begrensd door omliggende woonpercelen gelegen aan de Bovenstraat.
5
Figuur 1.2 Ligging plangebied in Hoeven
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied zijn twee bestemmingsplannen van toepassing, te weten: 'Kom Hoeven', vastgesteld op 14 maart 2013; en 'Opperstraat', vastgesteld op 24 februari 2011. Het bestemmingsplan 'Kom Hoeven' is daarmee van toepassing op de gronden binnen perceel HVN00-H-962 en ter plaatse van perceel HVN00-H-2341 is het bestemmingsplan 'Opperstraat' van toepassing.
Bestemmingsplan 'Kom Hoeven' Ter plaatse van het plangebied zijn de gronden, welke zijn gelegen binnen bestemmingsplan 'Kom Hoeven', bestemd als 'Wonen' met de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. Binnen het plangebied is geen bouwvlak aanwezig. De gronden zijn daarnaast ook voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2', ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de grond. Ten behoeve van de luchtvaartverkeerszone van Breda International Airport zijn de gronden ter plaatse van het plangebied ook voorzien van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 5'.
Bestemmingsplan 'Opperstraat' De westelijke strook van het plangebied aan de Pinksterbloemlaan is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Opperstraat'. Ter plaatse van het plangebied zijn de gronden bestemd als 'Verkeer- Verblijf'.
6
Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan
Toetsing bestemmingsplan Onderhavig planvoornemen omvat de realisatie van 6 woningen ter plaatse van het onbebouwde perceel achter de Bovenstraat 70 te Hoeven. Conform het bestemmingsplan 'Kom Hoeven' is het oprichten van hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan ter plaatse van een bouwvlak. Op de beoogde locatie van de nieuwbouwwoningen is geen bouwvlak aanwezig. De realisatie van 6 woningen is dan ook niet direct mogelijk. Ter plaatse van de archeologische dubbelbestemming zijn grondroerende werkzaamheden groter dan 500 m2 en dieper dan 0,6 m-mv onderzoeksplichtig. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek dan ook verplicht. De gebiedsaanduiding 'luchtvaartsverkeerszone - 5' heeft betrekking tot de maximale bouwhoogte ten behoeve van het obstakelvrije start- en landingsvlak. Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan 46,56 m en 55,7 m boven NAP. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt die deze maat overschrijdt. De beoogde ontwikkeling van het plangebied is niet passend binnen de vigerende bestemmingsplannen. Derhalve is besloten om voor onderhavige ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen.
7
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
De locatie van de beoogde nieuwbouwwoningen betreft een onbebouwd perceel te midden van een bestaande woonwijk. Het plangebied maakt in de bestaande situatie deel uit van de tuin behorende bij de Bovenstraat 70 te Hoeven. Met het ook op onderhavige ontwikkeling zijn de meeste bomen binnen het plangebied, welke in slechte staat verkeerden, inmiddels gekapt. De omgeving van het plangebied wordt voornamelijk gekenmerkt door woningen in diverse typologieën. Aan de Bovenstraat bevinden zich vooral vrijstaande woningen van één laag met kap. Aan de Pinksterbloemlaan, Klaproos en Wilgenroos is een mix van patiowoningen, twee-onder-één-kapwoningen, vrijstaande en aaneengebouwde woningen aanwezig hoofdzakelijk bestaande uit twee lagen met kap. Aan de overzijde van de Bovenstraat zijn ook agrarische functies te vinden.
Figuur 2.1 Straataanzicht van het plangebied vanuit de Pinksterbloemlaan (bron: Google Maps Street View)
2.2
Nieuwe situatie
Het planvoornemen bestaat concreet uit de splitsing van het perceel HVN00-H-962 in 6 kavels ten behoeve van woningbouw. In figuur 2.2 is het verkavelingsplan van het plangebied weergegeven. Het verkavelingsplan is tevens als Bijlage 1 toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan. Het plangebied wordt in de nieuwe situatie ontsloten via de Pinksterbloemlaan en via een verlenging van de Wilgenroos. Het verkavelingsplan gaat uit van 2 vrijstaande geschakelde woningen en 1 vrijstaande woning aan de Pinksterbloemlaan en 3 vrijstaande woningen gelegen aan een verlenging van de Wilgenroos. De woonkavels aan de Pinksterbloemlaan hebben een gemiddeld oppervlak ongeveer 355 m2. De woningen worden geschakeld en vrijstaand gebouwd met een voorgevellijn overeenkomstig met de reeds bestaande woningen aan de Pinksterbloemlaan ten noorden van het plangebied. Het trottoir aan de oostzijde van de Pinksterbloemlaan wordt doorgetrokken in het plangebied en vormt de westelijke begrenzing van de woonpercelen. Tussen het trottoir en de weg is voldoende ruimte voor groen en openbare parkeerplaatsen.
8
Aan de Wilgenroos komen drie vrijstaande woningen met een grotere kaveloppervlak van 372 m2 tot 608 m2. De Wilgenroos zal worden verlengd binnen het plangebied in lijn met de bestaande straat met aan de oostzijde ruimte voor een wadi. De zuid-oostelijke hoek van het plangebied blijft gehandhaafd en in gebruik als tuin bij de bestaande woning gelegen aan de Bovenstraat 70. Dit deel van het perceel maakt derhalve geen onderdeel uit van onderhavig plangebied. Aan de noordzijde van het plangebied komt een doorsteek voor langzaam verkeer tussen de Pinksterbloemlaan en de Wilgenroos. Het pad grenst aan de woonpercelen binnen het plangebied, waardoor er voldoende ruimte ontstaat om een grote wadi aan te leggen ten noorden van het pad. De wadi zal optimaal worden benut met groen in de vorm van een grote diversiteit aan bomen, struiken en/of een bijvriendelijke kruidlaag. Het groen en openbaar gebied binnen het plangebied zal in eigendom en beheer komen van de gemeente Halderberge.
Figuur 2.2 Verkaveling nieuwe situatie (bron: Bureau Dhondt)
Parkeren Het benodigde aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt berekend op basis van de 'Kadernota Parkeren 2017-2021' van de gemeente Halderberge. In de nota is de locatie van het plangebied aangeduid als 'gebied C'. Conform de nota geldt voor woningen van 90 m2 of groter een parkeernorm van 2,3. In het plangebied worden 6 woningen gerealiseerd, derhalve dienen er binnen het plangebied 14 (6 x 2,3 = 13,8) parkeerplaatsen te worden gerealiseerd om te voldoen aan de gestelde parkeereis. De nota stelt dat de benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied dienen gerealiseerd te worden. Om te voorkomen dat bezoekers van het gebied geen gebruik kunnen maken van de private parkeerplaatsen wordt een deel van de gerealiseerde parkeerplaatsen openbaar toegankelijk. Binnen het plangebied worden in totaal 15 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan 4 openbaar toegankelijk zijn. In de werkelijke situatie komt de capaciteit van een parkeerplaats echter niet altijd overeen met de theorie. Grote auto's en scheef parkeren zijn voorbeelden van factoren die van invloed zijn op de werkelijke parkeercapaciteit. In de
9
parkeernota zijn derhalve de onderstaande rekenfactoren opgenomen om de werkelijke parkeercapaciteit per parkeervoorziening te berekenen.
Tabel 2.1 Rekenfactoren parkeervoorzieningen bij woningen (Kadernota Parkeren 2017-2021)
De drie nieuwe vrijstaande woningen aan het verlengde van de Wilgenroos worden voorzien van een dubbele oprit zonder garage. Van de drie woningen aan de Pinksterbloemlaan, wordt één woning voorzien van een garage met enkele oprit. De andere twee woningen aan de Pinksterbloemlaan worden beiden voorzien van een garage met dubbele oprit. Naast de private parkeerplaatsen worden er in het openbaar gebied nog vier openbare toegankelijke parkeerplaatsen gerealiseerd. Alle parkeerplaatsen binnen het plangebied worden minimaal 2,5 meter breed en 5 meter diep. De dubbele opritten binnen het plangebied worden derhalve minimaal 5 meter breed. Daarmee voldoen de parkeervoorzieningen binnen het plangebied aan de gestelde minimale afmetingen uit de Kadernota Parkeren 2017-2021. In de onderstaande tabel is te zien hoe er in het onderhavig plan wordt voldaan aan de parkeereis van de Kadernota Parkeren gemeente Halderberge.
Tabel 2.2 Tabel parkeervoorzieningen plangebied
Conclusie Uit de bovenstaande beoordeling blijkt dat er kan worden voldaan aan de Kadernota Parkeren 2017-2021 van de gemeente Halderberge. De parkeervoorzieningen binnen het
10
plangebied voldoen aan de minimale afmetingen en de gestelde parkeernorm. Daarnaast wordt het parkeren binnen het plangebied opgelost en deels openbaar toegankelijk.
11
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking zal treden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020 en biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die er zijn. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden om te bouwen aan een mooier en sterker Nederland. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonden steden en regio's Toekomstig bestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Beoordeling en conclusie Gezien de aard en omvang van voorliggend initiatief heeft bovengenoemd rijksbeleid niet direct invloed op onderhavige ontwikkeling. De inhoudelijke keuzes en afweging ligt bij de
12
gemeente. Zij zullen daarbij uiteraard de richtlijnen en vier prioriteiten van het Rijk als leidraad gebruiken.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen etc.. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Figuur 3.1 Weergave radarverstoringsgebieden, Rarro 1 december 2020
Beoordeling en conclusie Zoals te zien is in figuur 3.1 is het plangebied gelegen binnen een radarverstoringsgebied. In dit gebied dient rekening te worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom radarstations mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. Binnen het radarverstoringsgebied geldt een maximale bouwhoogte van 90 meter ten opzichte van het NAP. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt die deze maat overschrijdt. Voor het plangebied geldt verder dat er regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van het vliegverkeer vanaf luchthaven Breda International Airport. Er dient sprake te zijn van een obstakelvrij (start- en landings)vlak. De aanduidingen 'luchtvaartverkeerzone - 5'. Ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak mag de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van 46,56 m en 55,70 m boven NAP. De beoogde nieuwe bebouwing
13
overschrijdt deze maat niet.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 oktober 2012 is artikel 3.1.6 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. Bij toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' dient antwoord gegeven te worden op een aantal vragen. Indien een vraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een vraag niet positief kan worden beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. 1. 2. 3. 4. 5.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
Beoordeling 1. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie kan geconcludeerd worden dat een woningbouwontwikkeling van meer dan 12 woningen gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling. Onderhavig planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 6 woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Er is derhalve ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.
Conclusie Uit de bovenstaande beoordeling wordt geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen qua aard en omvang geen stedelijke ontwikkeling betreft. Een verdere verantwoording aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet aan de orde.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de Provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt welke op 14 december 2018 is vastgesteld. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De basisopgave voor de provincie is: 'werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit'. Hierbij heeft de provincie als doel gesteld voor de middellange termijn, 2030: Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Voor de lange termijn, 2050, wil men een goede leefomgevingskwaliteit hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als
14
minimumniveau is bepaald. Om de basisopgave te behalen heeft men vier hoofdopgaven verwoord: 1. Werken aan de Brabantse energietransitie; a. Doel 2050: 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. b. Doel 2030: ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% duurzame energie. 2. Werken aan een klimaatproof Brabant; a. Doel 2050: Brabant is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. b. Doel 2030: Brabant handelt al sinds 2020 klimaatbestendig en waterrobuust; in 2030 zijn de eerste grote gebiedsopgaven daartoe al gerealiseerd. 3. Werken aan de slimme netwerkstad; a. Doel 2050: Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur. b. Doel 2030: Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant.
Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en met elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving. 4. Werken aan een concurrerende, duurzame economie; a. Doel 2050: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. Producten, materialen en grondstoffen worden op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate hergebruikt. Niet hernieuwbare hulpbronnen worden behouden. Het streven naar waardecreatie voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. De Brabantse economie is verregaand circulair. b. Doel 2030: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. We werken aan een circulaire economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen. We verminderen daartoe samen met maatschappelijke partners het gebruik van niet vernieuwbare grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) volgens de landelijke afspraken met 50%. c. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen.
De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, Structuurvisie RO, BRUG, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks (soms verplicht) thuis in een programma zoals het natuurbeheerplan en het waterprogramma. De komende tijd wordt dit sectorale beleid afgestemd op de Omgevingsvisie en al dan niet uitgewerkt in de programma's en/of omgevingsverordening. Beoordeling en conclusie Gezien de aard en omvang van voorliggend initiatief heeft bovengenoemd provinciaal beleid geen directe invloed op de ontwikkeling. De inhoudelijke keuzes en afweging ligt bij de gemeente. Zij zullen daarbij uiteraard de richtlijnen en prioriteiten van de provincie als leidraad gebruiken.
15
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV)
Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving, staan voortaan bij elkaar in de Interim Omgevingsverordening (IOV). Deze Omgevingsverordening is vastgesteld op 25 oktober 2019. De Interim Omgevingsverordening vervangt diverse provinciale verordening, waaronder de verordening Ruimte. De Interim Omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter en vooral is bedoeld om bestaande regelingen samen te voegen, heeft er ook (nog) geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald thema gecontinueerd moet worden. Uitgangspunt van deze Interim Omgevingsverordening is dat de huidige regels met het huidige beschermingsniveau zijn gehandhaafd.
Figuur 3.2 Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie 15 april 2022)
Beoordeling Het projectgebied is gelegen binnen het stedelijk gebied 'Landelijke kern'. Er is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat een plan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen Stedelijk gebied, past binnen de regionale afspraken en het een duurzame stedelijke ontwikkeling betreft. Een duurzame ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen houdt in: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij een duurzame, concurrerende economie. Binnen het bestaand stedelijk gebied geldt, bij de toedeling van functies, daarnaast het basisprincipe van zorgvuldig ruimtegebruik. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: 1. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor
16
bebouwing, behalve in de gevallen dat: a. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk (in de omgevingsverordening); b. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk (in de omgevingsverordening) is toegestaan; 2. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); 3. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Conclusie Er wordt voldaan aan het basisprincipe zorgvuldig ruimtegebruik. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en er is toepassing gegeven aan de Ladder (zie paragraaf 3.1.3). Er vindt geen uitbreiding plaats van het ruimtebeslag. Daarnaast is in het plan rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, waaronder de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de ecologische waarden en andere relevante milieuaspecten. De verantwoording hiervan bevindt zich in hoofdstuk 4 van voorliggend bestemmingsplan.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Halderberge
Op 10 februari 2022 heeft de gemeente Halderberge de 'Omgevingsvisie Halderberge' vastgesteld. Met de omgevingsvisie laat de gemeente Halderberge zien wat ze belangrijk vinden in de omgeving waarin ze wonen, werken en recreëren. De omgevingsvisie helpt om samen te blijven werken aan een aantrekkelijke gemeente en vooruit te kijken naar ontwikkelingen waar ze mee te maken (gaan) krijgen. Het karakter van Halderberge wordt gekenmerkt door de grote verschillen in de gemeente. Elke kern heeft z'n eigen karakter. En ook het buitengebied is erg divers. Uniek voor Halderberge is de overgang van klei naar zand. Daardoor kan binnen de gemeente genoten worden van zowel polderlandschap en bosgebieden. De gemeente wil het bijzondere karakter van gebieden en kernen met hun eigen identiteit koesteren en versterken. Daarom willen ze met elk initiatief ervoor zorgen dat de waarden en het karakter van dat deelgebied of kern versterken. de waarden per deelgebied zijn in de omgevingsvisie beschreven. Het behoud van de kwaliteiten van de ondergrond zijn een essentiële voorwaarde voor alle thema's die in de omgevingsvisie aan de orde komen. Een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem is nodig om de waarden in alle deelgebieden te kunnen behouden. In de omgevingsvisie worden negen algemene speerpunten voor de gemeente Halderberge uitgewerkt.
Met de speerpunten wordt aangegeven op welke thema's er opgaven liggen voor de gemeente om mee aan de slag te gaan. De algemene speerpunten zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Werken aan een duurzame en klimaatbestendige omgeving; Werken aan een gezonde en veilige leefomgeving; Versterken van biodiversiteit; Behoud en (her)ontwikkeling van bijzonder cultureel erfgoed; Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied; Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen; Zorgen dat het in Halderberge goed wonen is voor iedereen, Behoud van vitale kernen en een actieve samenleving; Bieden van een aantrekkelijk economisch klimaat.
17
Waarden kern Hoeven Hoeven kent een hechte gemeenschap. De inwoners van Hoeven zijn betrokken en het is gezellig en gemoedelijk. Er is een actief verenigingsleven met als een van de hoogtepunten het jaarlijkse carnaval en de optocht. De inwoners hebben zorg voor elkaar en kijken naar elkaar om, bijvoorbeeld door middel van buurtpreventieapps en whatsappgroepen. De inwoners van Hoeven wonen in een mooie, gevarieerde, landelijke en bosrijke omgeving. Er is een combinatie van rust en groen en een diversiteit aan bebouwing (zonder hoogbouw). Over het algemeen hebben de wijken in Hoeven een groen karakter, die aansluit bij de stedenbouwkundige opzet en de tijdsgeest waarin de wijk is ontwikkeld. Het rijksmonument Bovendonk trekt de aandacht. Dit is het voormalige seminarieklooster dat nu dient als conferentiecentrum en priesteropleiding. De voorzieningen in Hoeven liggen op een hoog niveau met het kindcentrum Uniek, diverse speel- en sportvoorzieningen, winkels en eetgelegenheden en de diverse ontwikkelingen binnen het centrum van Hoeven. Ook kent Hoeven één lokaal bedrijventerrein: De Hoge Akker. De kern wordt aan de noordzijde begrensd door de provinciale weg richting Oudenbosch en Etten-Leur; de N640.
Waarden: Hechte en actieve gemeenschap met oog voor elkaar; Diversiteit aan bebouwing zonder hoogbouw*; Goed voorzieningenniveau; Bosrijke, gevarieerde en landelijke omgeving; Bijzondere monumenten zoals Bovendonk; Gastvrij en open karakter door o.a. recreatie; Vloeiende overgang van de kern naar het buitengebied; Behoud grondwaterkwaliteit in boringsvrije zone aan de zuidkant van de kern *Onder hoogbouw wordt verstaan: vanaf 4 bouwlagen.
Aanvullend op de algemene speerpunten van de gemeente Halderberge gelden voor de kern Hoeven de volgende opgaven: Samenwerken met ondernemers en andere partijen in de kern aan de verbetering van het centrum tot een centrum waar het goed toeven is, gezellig, dorps, goed bereikbaar en compact. Faciliteren van projecten die invulling geven aan de relatief grote vraag naar woningen in Hoeven. Daarbij vormt het voorzien in voldoende parkeerbehoefte in het centrum en de directe omgeving een belangrijk aandachtspunt. Behouden en ontwikkelen van rijksmonument Bovendonk. Streven naar het versterken van het groene karakter en ruimte in het groen voor sport en spel. De realisatie van een nieuw multifunctioneel dorpshuis dat bijdraagt aan de versterking van het centrum van Hoeven. Verbeteren van de kwaliteit van het verblijfsgebied rondom het hertenkamp. Verbeteren van de kwaliteit van bedrijventerrein De Hoge Akker, samen met ondernemers- en brancheverenigingen. Werken aan passende huisvesting van arbeidsmigranten elders en het weer helemaal recreatief gebruik van de verschillende recreatieparken. Beoordeling en conclusie De gemeente Halderberge kenmerkt zich als een echte woongemeente en streeft naar een blijvend goed woonklimaat en woonmogelijkheden voor jong en oud. Eén van de opgave voor de kern Hoeven is om projecten te faciliteren die invulling geven aan de grote vraag
18
naar woningen. Middels onderhavig plan wordt er binnen het plangebied deels invulling gegeven aan de vraag naar woningen binnen de kern Hoeven. Daarnaast zullen de nieuwbouwwoningen bijdragen aan een prettig, veilig en gezond woonmilieu van de omgeving.
3.3.2
Woonvisie 2021-2025
In 2021 is de woonvisie 2021-2025 opgesteld en deze is in oktober 2022 vastgesteld. De woonvisie van 2021-2025 zet de ambities van 2016-2020 voort. In de nieuwe woonvisie wordt wel meer aandacht gevraagd voor duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen. De woonvisie omvat het woonbeleid van de gemeente Halderberge. Halderberge is een woongemeenten met een unieke diversiteit aan kernen, bijzonder cultuurhistorisch erfgoed en een recreatieve en toeristische trekpleister. Op het gebied van wonen zijn er vier Halderbergse woonwaarden die als een rode draad door de woonvisie lopen: 1. 2. 3. 4.
goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu; de vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten; duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; ruimte voor initiatief en samenwerking.
In de woonvisie worden doelen en ambities voor de komende 5 jaar geschetst. Deze zijn gekoppeld aan de woonagenda voor 4 thema's, te weten; goed wonen voor iedereen, toekomstbestendig wonen, sociaal wonen en wonen en zorg. Halderberge is het "groene hart" van West-Brabant. Gezamenlijk met partners op het gebied van wonen realiseert de gemeente de doelen en ambities van de woonvisie. De ambitie is om de bevolkingsprognose waarin een afname van het aantal inwoners verwacht wordt te gaan beïnvloeden. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan een evenwichtige bevolkingsopbouw en een vitale en draagkrachtige samenleving door het bieden van gevarieerde woonmilieus en brede keuzemogelijkheden aan woningzoekenden en aan de verschillende doelgroepen in de woonvisie. De ambities luiden dan ook: Goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu; De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten; Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; Ruimte voor initiatief en samenwerking. De afgelopen jaren zijn stappen gezet in de projecten die zijn opgenomen in het woningbouwprogramma 2018-2028 en zijn woningen gerealiseerd. In 2022-2031 wordt een nieuwe strategie vastgesteld. In de praktijk blijkt dat niet alle locaties ontwikkeld gaan worden die zijn opgenomen of nog opgenomen gaan worden in het woningbouwprogramma.
Er wordt dan ook ingezet op een overprogrammering, zodat er uiteindelijk voldaan kan worden aan de woningbouwopgave die de gemeente Halderberge heeft. Rekening houdend met planuitval en –vertraging is de theoretisch benodigde plancapaciteit 130%. Per kern wordt gekeken welke strategie toegepast kan worden om kwalitatief en kwantitatief woningen toe te voegen aan de woningvoorraad.
Woningbouwprogramma 2018-2028 Op 14 december 2017 heeft de gemeenteraad het woningbouwprogramma 2018-2028 vastgesteld. Hierin zijn de woningbouwplannen opgenomen die voor de komende jaren op het programma staan. Ze passen bij de geprognotiseerde behoefte aan woningen in die periode. Het gaat hierbij om ruim 1000 woningen. In het programma zijn zowel de projecten van de gemeente als van ontwikkelaars en de woningcorporatie opgenomen.
19
Binnen het vastgestelde woningbouwprogramma is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Maatschappelijke ontwikkelingen als gewijzigde marktomstandigheden en veranderende demografische prognoses en behoeften vragen om monitoren en, waar nodig, het bijstellen van opgaven en daarmee flexibiliteit in programmering. Ten aanzien type woningen wordt in Hoeven het aanbod aan sociale huurwoningen als beperkt ervaren (woningbehoeftepeiling 2019, halderberge). Voornamelijk voor de groeiende groep éénpersoonshuishoudens (jongeren en senioren) is deze woonvraag herkenbaar. Voor woningzoekende buiten de regio is Hoeven een aantrekkelijke woonkern. Voor jongeren en starters is er in de koopsector weinig aanbod. Appartementen zijn zeer beperkt aanwezig en kunnen een goede aanvulling zijn op het woningaanbod.
Beoordeling en conclusie De nieuwbouw opgave voor Halderberge is vastgelegd in het gemeentelijk woningbouwprogramma, het huidige woningbouwprogramma 2018-2028 is gericht op de ambitie om ruim 1000 woningen te realiseren. Voor de kern Hoeven zijn 120 woningen opgenomen in zowel harde als zachte plannen. Het woningbouwprogramma is dynamisch en flexibel. De gemeenteraad heeft het college flexibiliteit gegeven in fasering, aantal en locaties binnen het totale woningbouwprogramma. Met de ontwikkeling van het plangebied worden er 6 woningen toegevoegd de kern Hoeven. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte binnen de gemeente Halderberge en is het planvoornemen passend binnen de uitgangspunten uit het gemeentelijke woonbeleid.
3.3.3
Welstandnota, 2017
In de gemeente Halderberge wordt gestreefd naar een aantrekkelijke gebouwde omgeving. De gevels van de gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving van onze inwoners. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar van een bouwwerk alleen. Het doel van het welstandstoezicht is, om in alle openheid, een bijdrage te leveren aan die aantrekkelijkheid van de dagelijkse leefomgeving. De welstandsnota, welke is vastgesteld op 28 maart 2017, vormt daarvoor de basis. In de nota zijn diverse welstandsgebieden met een eigen beschrijving en criteria opgenomen. De indeling is tot stand gekomen vanuit de stedenbouwkundige kenmerken van het gebied.
20
Figuur 3.3 Uitsnede kaart Welstandnota (plangebied is rood omlijnd)
Beoordeling en conclusie De locatie valt binnen het welstandsgebied 'woongebieden'. In de loop van de 20e eeuw is men begonnen om naast het bouwen van individuele woningen ook groepen van woningen te realiseren. Vanaf de tweede wereldoorlog is binnen de gemeente Halderberge een eerste start gemaakt met het oprichten van complete woonwijken. Verschillende delen van deze woonwijken kennen vaak een specifieke samenhang vanwege de kenmerkende architectuur van de bebouwing. Deze architectuur vindt vaak zijn oorsprong in de tijdsperiode van realisatie. Ondanks het onderscheid in maat, schaal of architectuur hebben de woongebieden een belangrijk samenhangend kenmerk: grote aanwezigheid van reguliere woningbouw. Voor de woongebieden gelden de volgende criteria: Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving 1. Binnen woonwijken zijn de woningen vaak in onderlinge samenhang met elkaar en met de openbare ruimte ontworpen. Waar deze samenhang, bestaande uit meer dan twee lossen bouwvolumes, aanwezig is, dient deze behouden te blijven. 2. Gebouwen met bijzondere functies mogen afwijken van de ligging en de gebruikelijke massa, opbouw en vorm, mits geen afbreuk wordt gedaan aan het straatbeeld. 3. Bij individuele woningbouw (veelal vrijstaand, tweekappers of korte rijen): behoud van het individuele karakter van de afzonderlijke panden of series van panden, zonder dat dit afsteekt tegen de omgeving.
4. Bebouwing dient met de representatieve gevel gericht te zijn naar de openbare ruimte. 5. Bebouwing op korte afstand van een monument dient ingetogen en terughoudende architectuur te hebben, waarbij de waarde van het monument overeind dient te blijven. Deelaspecten: Massa, opbouw, gevel en onderdelen 1. Bij wijzigingen van bebouwing die onderdeel uitmaakt van een grotere bouwmassa (aaneengesloten bebouwing), dient afstemming plaats te vinden met de samenhang van de rij en/of het cluster. 2. Op-, bij-, en aanbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven in lijn met de architectuur van het geheel.
21
3. De naar de openbare ruimte gerichte voor- en/of zijgevel van de bebouwing heeft geen dichte vlakke gevels. 4. Er dient zorgvuldig te worden omgegaan met het toevoegen van kenmerkende dakoverstekken, brede goten, erkers, dakopbouwen, uitbreidingen van de 2e bouwlaag en/of entree overkappingen. 5. Specifiek voor twee-onder-één-kapwoningen geldt dat aanpassingen aan de voorkant van de woningen dienen te worden afgestemd op de naastgelegen woning aan de zijde van de aanbouw. Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal 1. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik moeten passen bij de architectuur van het pand en geen (extreem) contrast vormen met de naastgelegen panden. 2. Het gebruik van felle en contrasterende kleuren is niet toegestaan. Reclame: 1. Reclame uitingen zijn een ondergeschikt deel van de gevel en zijn niet beeldbepalend voor het gevelbeeld. Verder mogen reclame uitingen niet worden aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming. 2. Permanent mechanisch bewegende delen, lichtkranten of lichtreclame met veranderlijk of intermitterend licht mogen niet worden toegepast. Die nieuwe woningen zullen voldoen aan bovengenoemde aspecten. De toetsing hiervan zal plaatsvinden bij de later aan te vragen omgevingsvergunning Bouwen.
22
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met milieuhychiënische aspecten. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieuhychiënische aspecten die van belang zijn voor het plangebied nader toegelicht.
4.1
Bodem
De bodemkwaliteit is in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van belang indien er sprake is van functieveranderingen en/of een ander gebruik van de gronden. De bodem moet geschikt zijn voor de functie. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient voor vaststelling van een plan en/of het nemen van het besluit inzichtelijk gemaakt te worden of de bodemverontreiniging de voorgenomen functie- en/of bestemmingswijziging in het kader van gezondheid en/of financieel gezien in de weg staat. Hierbij dient inzichtelijk gemaakt te worden of sprake is van een te verwachten of feitelijke verontreiniging. Ten behoeve van onderhavig planvoornemen heeft Tritium Advies een verkennend bodemen asbestonderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor het voorgenomen initiatief. Hieronder volgen de conclusies uit het onderzoek, de volledige rapportage is als Bijlage 2 toegevoegd aan dit bestemmingsplan.
Beoordeling Tijdens de uitvoering van de terreinverkenning is gebleken dat op de onderzoekslocatie een opstal aanwezig was met een asbestverdachte dakbedekking die afwatert op de onverharde bodem. In de bodem zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond niet verontreinigd is met de onderzochte stoffen. Het grondwater blijkt licht verontreinigd te zijn met barium, cadmium en zink, hiervoor geldt dat er geen locatiespecifieke bron aanwezig is. Ter plaatse van het opstal met asbestverdachte dakbedekking is asbest in de inspoelzone aangetoond met een gewogen gehalte van 7 mg/kg d.s.. Aangezien een gehalte onder de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) zijn aangetoond, dient de hypothese dat de deellocatie verdacht is op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest te worden verworpen. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling en in het vervolg de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen. Indien grond wordt afgegraven en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen.
Conclusie Op basis van de resultaten uit het onderzoek blijkt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
23
4.2
Geluid
In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald, dat bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, of het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen geluidzones van (spoor)wegen, middels een akoestisch onderzoek dient te worden aangetoond of ter plaatse de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient namelijk te worden voorkomen. Woningen betreffen geluidsgevoelige functies. Onderhavig plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de Bovenstraat, waar een maximale snelheid van 60 km/uur geldt. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling heeft Wematech Milieu Adviseurs BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de gevelbelasting op de beoogde woningen. Hieronder volgen de conclusies uit het onderzoek, de volledige rapportage is als Bijlage 3 toegevoegd aan dit bestemmingsplan
Beoordeling Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de nieuwe woningen als gevolg van het wegverkeer ter plaatse van de Bovenstraat ten hoogste 41 dB berekend wordt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt derhalve niet overschreden in onderhavige situatie. Het aanvragen van hogere grenswaarden is hierdoor niet aan de orde. Het treffen van geluidreducerende maatregelen is hierdoor eveneens niet noodzakelijk. In het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) dient voldaan te worden aan het Bouwbesluit, welke eisen stelt aan de geluidwering van uitwendige scheidingsconstruties. Op grond van artikel 3.2 van het Bouwbesluit dient een gevel van een nieuwe woning te voldoen aan een geluidwering van ten minste 20 dB. In onderhavige situatie is het vaststellen van hogere grenswaarden niet aan de orde, waardoor op grond van het Bouwbesluit geen aanvullende eis wordt gesteld aan de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van het voorliggend bestemmingsplan.
4.3
Water
Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water een sturende factor in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit en verdroging te voorkomen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen dan ook verplicht. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is door Econsultancy een watertoets opgesteld waarin de effecten van het planvoornemen aan bod komen. De volledige watertoets is als Bijlage 4 toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Hieronder volgt enkel een beknopte samenvatting.
Beleid Waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente
24
Halderberge. Het beleid van het waterschap is opgenomen in het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027', welke is vastgesteld op 1 december 2021. De 'Keur Waterschap Brabantse Delta 2015' bevat vervolgens regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van het oppervlaktewater en grondwater. De drie Brabantse waterschappen (Aa en maas, De Dommel en Brabantse Delta) hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de 'beleidsregel Hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater'. Bij toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat de plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 500 m2 is er vanuit het waterschap een compensatieverplichting. Tot 500 m2 is de gemeente het bevoegd gezag.
GRP Halderberge, 2020-2023 Op 29 mei 2020 is het Gemeentelijk Rioleringsplan Halderberge (GRP) in werking getreden. In dit plan wordt beschreven hoe de gemeente het stedelijk watersysteem in de huidige situatie functioneert en met welke uitdagingen en ontwikkelingen men in de nabije toekomst te maken krijgt. Dit dient als vertrekpunt voor de visie op lange termijn en de strategie op korte termijn.
Zorgplicht Hemelwater De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren.
Bergingseisen voor nieuwe ontwikkelingen Voor iedere ontwikkeling die leidt tot nieuwe verharding, ongeacht de omvang van deze ontwikkeling, geldt een bergingseis van 7 mm voor de eerste 1.000 m2. Voor verharding boven de 1.000 m2 geldt een bergingseis van 60 mm, conform de keur. Voor ontwikkelingen op bestaande verharde locaties (inbreidingen, verbouwingen, herstructureringen) met een oppervlak groter dan 1.000 m2 geldt een bergingseis van 60 mm voor het totale oppervlak.
Tabel 4.1 Bergingseisen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
Voorkeursvolgorde: De voorkeur bij retentievoorzieningen gaat uit naar vasthouden. De gemeente heeft een voorkeur voor retentievoorzieningen die infiltratie van regenwater bevorderen of realisatie van oppervlaktewater (sloten, greppels en vijvers). Slechts in het geval dat bovengrondse
25
retentie niet mogelijk blijkt te zijn, kunnen maatregelen zoals ondergrondse bergingskelders (bergen) of verruimen van de (regenwater)riolering (afvoeren) worden toegepast.
Waterbergingsopgave Verhard oppervlak Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan van de gegevens uit de onderstaande tabel. In het kader van de watertoets wordt 60% van het netto perceeloppervlak (perceeloppervlak - bebouwing) beschouwd als aanname voor het toekomstig verhard oppervlak van bijbouwen en tuin/erfverharding. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 2.192 m2. Type verharding Bebouwing Erfverharding Verharding overig Totaal * 60% van het netto perceeloppervlak
Toekomstig (m²) ± 587 ± 1.151* ± 454 ± 2.192
Tabel 4.2 Gegevens toekomstig verhard oppervlak
Waterbergingscapaciteit Conform het beleid van waterschap Brabantse Delta en de gemeente Halderberge bedraagt de totale waterbergingsopgave voor de planlocatie 132 m3 (2.192 m2 x 0,060 m). Het plan voorziet in de aanleg van enkele wadi’s. Bij de berekening van de beschikbare waterbergingscapaciteit is uitgegaan van een diepte van 0,8 meter, een talud van 1 op 1, en een waterhoogte van 0,65 meter (= waking 15 cm). De wadi's in het plangebied hebben een gezamenlijke waterbergingscapaciteit van 135 m3 bij een waterhoogte van 0,65 m en bij volledige invulling een capaciteit van 173 m3. Het plangebied voorziet daarmee in ruim voldoende waterbergingscapaciteit, waarmee er voldaan wordt aan de gestelde waterbergingsopgave. De wadi’s worden onderling met elkaar verbonden middels een duiker onder de weg. De wadi’s worden in het plan optimaal benut wordt met groen, waarbij een grote diversiteit aan bomen, struiken en/of een bij vriendelijke kruidlaag wordt toegepast.
26
Figuur 4.1 Situering wadi's
Tabel 4.3 Gegevens wadi's
Conclusie Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd hydrologisch positief uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de ruimtelijke procedure en uitvoering van het plan.
4.4
Ecologie
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming ziet zowel op de bescherming van waardevolle gebieden (waaronder de Natura 2000-gebieden) als op de bescherming van planten- en diersoorten. Voor gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen ecologische hoofdstructuur) is daarnaast sprake van planologische bescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of beschermde planten- en diersoorten. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving.
27
4.4.1
Flora en fauna
Vanuit Europese- en nationale regelgeving dient onderzocht te worden welke effecten de voorgenomen ingreep heeft op beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en op beschermde flora en fauna.
Natura 2000-gebieden Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden. Dit Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) / Natuurnetwerk Brabant (NNB) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Ook alle grote wateren en de gehele Noordzee behoren tot het NNN. Voor deze gebieden is het Rijk verantwoordelijk. De provincies zijn verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland op het land. Het Natuurnetwerk Brabant maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland.
Quickscan Soortenbescherming Om inzicht te krijgen in de aanwezige ecologische waarden is door Florauna Natuuradvies een quickscan soortenbescherming uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 5 toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan. Hieronder worden enkel de conclusies weergegeven.
Gebiedsbescherming Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied 'Hollands Diep' is gelegen op circa 13 km ten noorden van het plangebied. De afstand tot het Natuurnetwerk is ongeveer 110 meter. Deze beschermde gebieden zijn op dusdanige afstand gelegen dat negatieve effecten van het plan kunnen worden uitgesloten voor wat betreft verstoring door licht, geluid en trillingen op beschermde habitattypen. Daarnaast zijn geen effecten te verwachten voor wat betreft vernatting en verdroging.
Houtopstanden Binnen het plangebied worden bomen geveld. De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van gemeente Halderberge. Daaruit volgt dat het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is voor de voorgenomen plannen. Wel geldt dat de gemeentelijke bomenverordening moet worden geraadpleegd en mogelijk een kapvergunning moet worden aangevraagd bij de gemeente.
Soortenbescherming Binnen de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd. In het plangebied bevinden zich mogelijke nestplaatsen in het broedseizoen. Het is aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels of te werken op een manier waarbij vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er, met
28
het werken volgens een werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Zo'n werkprotocol dient te worden opgesteld door een ter zaken deskundige, en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Ook zijn werkzaamheden binnen het broedseizoen mogelijk zonder werkprotocol, indien ter plaatse door een deskundige wordt vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk gebleken. De in het plangebied te verwachten soorten genieten lichte bescherming onder de Soortenbescherming; een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht is onverminderd van toepassing. Daarnaast blijven voor vleermuizen geschikte holtebomen en bomen met losse bast (de eiken in het noordelijke deel van het plangebied) zoveel mogelijk behouden, waardoor nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen niet noodzakelijk is, omdat potentiële verblijfplaatsen behouden blijven.
Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
4.4.2
Stikstofdepositie
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Hiervoor is sinds 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) van kracht.
Beoordeling De voorgenomen ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Dit geldt voor zowel de aanlegfase (sloop- en bouwwerkzaamheden) als de gebruiksfase (na realisatie) van het plangebied. Middels voorliggend bestemmingsplan worden er 6 grondgebonden woningen toegevoegd binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen op zandgronden en op een ruime afstand van circa 12 en 15 kilometer tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden: 'Hollands Diep' en 'Ulvenhoutse bos'.
Aanlegfase Gezien de geringe omvang van het project, de ruime afstand tot Natura 2000-gebieden en de ligging op zandgronden, heeft de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) beoordeeld dat negatieve effecten van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase van onderhavig plan kunnen worden uitgesloten. In overleg tussen de gemeente Halderberge en het OMWB is derhalve afgestemd dat ten behoeve van de ruimtelijke procedure een Aeriusberekening van de aanlegfase niet is vereist. Het advies van het OMWB met betrekking tot de stikstofberekening van de aanlegfase is als Bijlage 6 toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan.
Gebruiksfase Aangezien het OMWB heeft beoordeeld dat negatieve effecten van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase kunnen worden uitgesloten, wordt voor het plan uitsluitend het projecteffect van de toekomstige gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. De relevante emissie
29
tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plangebied. De berekening van het projecteffect van de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2021.1). In Bijlage 7 is de berekening en bijbehorende rapportage opgenomen. Uit de uitgevoerde berekening kan geconcludeerd worden dat gedurende de gebruiksfase van de 6 te realiseren nieuwbouwwoningen de bijdrage 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Significante, negatieve effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase van het plangebied zijn derhalve uitgesloten.
Conclusie Op basis van de bovenstaande beoordeling wordt geconcludeerd dat negatieve effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van onderhavig planvoornemen zijn uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
In de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) wordt informatie gegeven over de gemiddelde milieubelasting van de verschillende typen bedrijven en instellingen. De milieucategorie geeft daarbij een indicatie over de afstand, die tussen de diverse bedrijfstypen en een rustige woonwijk of een milieugevoelig object dient te worden aangehouden, om hinder uit te sluiten of althans tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen is echter sprake van een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een ontsluitingsweg ligt of een gebied in het buitengebied met meerdere functies. De afstanden tot de milieucategorieën zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Milieu categorie
Richtafstand tot "rustige woonwijk" 1 10 2 30 3.1 50 3.2 100 4.1 200 4.2 300 5.1 500 5.2 700 5.3 1000 6 15000 Tabel 4.4 Richtafstanden VNG-publicatie
Richtafstand tot "gemengd gebied" 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1000
Beoordeling Omdat het plangebied wordt omringd door voornamelijk woonpercelen en de ontwikkeling aansluit op een bestaande woonwijk, wordt de omgeving van het plangebied omschreven als een 'rustige woonwijk'. Ten zuiden van het plangebied zijn aan de Bovenstraat meerdere bedrijfspercelen gelegen.
30
Figuur 4.2 Relevante bedrijven/ functies met de aan te houden afstanden
Aan de bovenstaande afbeelding en bijbehorende tabel is te zien dat enkel ten opzichte van het bedrijf aan de Bovenstraat 51a er niet kan worden voldaan aan de VNG-richtafstand. Tussen het plangebied en het bedrijf aan de Bovenstraat 51a zijn meerdere woningen gelegen. Derhalve kan ervan worden uitgegaan dat ter plaatse van het plangebied geen hinder wordt ondervonden door de uitvoering van het bedrijf. De realisatie van het plangebied zal andersom ook geen belemmering vormen voor de bedrijfsuitvoering van de omliggende bedrijven.