CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bovenstraat 43, Hoeven vastgesteld 1 Toelichting.pdf

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7: Vaststelling bestemmingsplan Bovenstraat 43 in Hoeven13.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Advies Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

De Brandweer Midden- en West-Brabant heeft, als onderdeel van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant geconcludeerd dat het plangebied voldoet aan de criteria van het standaardadvies. Verder voldoet het plan aan de beleidsregels inzake bereikbaarheid en bluswater. Het standaardadvies is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd.

Conclusie In de omgeving van het plangebied komen meerdere risicobronnen voor die echter geen belemmering opleveren voor het initiatief. Het plaatsgebonden risico levert geen beperkingen op. Het initiatief leidt niet tot een toename van het groepsrisico. Het plangebied ligt echter wel binnen het invloedsgebied van zowel de spoorlijn Roosendaal – Breda en de snelweg A58. Om die reden is ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. 4.6

Water

Toetsingskader

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht, mede in relatie tot de watertoets. Hierna is het relevante waterschapsbeleid beschreven. Daarnaast wordt op beknopte wijze ingegaan op de (eventuele) invloeden welke de beoogde plannen op de aanwezige waterhuishouding heeft, en middels welke maatregelen/ voorzieningen deze invloeden kunnen worden geminimaliseerd. Waterschapsbeleid Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Halderberge. Het gaat dan om het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheersplan 2016-2021, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 21 van 34

Het waterbeheerplan houdt rekening met de toekomst: klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot de volgende accenten: ▪ het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; ▪ het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; ▪ inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; ▪ helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; ▪ het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); ▪ afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; ▪ een duurzame energiewinning. Het waterschap heeft een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is.

Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen.

Beoordeling

Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen hebben de drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hun keuren geharmoniseerd, genaamd “Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabants waterschappen”. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn; minder dan 2.000 m², tussen de 2.000 m² en 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Advies behandeling regenwater Dit initiatief voorziet in de toevoeging van een woning binnen een reeds bestaande woonbestemming. Tegelijk wordt de bestaande bebouwing, in de vorm van een schuur, met een oppervlakte van circa 120 m² verwijderd. In zijn algemeenheid is voor de waterhuishouding bij nieuwbouwprojecten de realisatie van een duurzaam gescheiden systeem uitgangspunt. Dit betekent dat schoon hemelwater, wat valt op daken en (niet vervuilde) terreinverhardingen, zoveel als mogelijk apart dient te worden ingezameld en dat alleen het vervuilde afvalwater via het riool wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 22 van 34

Met het beoogde nieuwbouwplan vindt een geringe wijziging plaats in de oppervlakteverharding. Hierdoor zal, zonder het nemen van aanvullende maatregelen, de lokale waterhuishouding beperkt tot niet worden beïnvloed. Met dit plan is sprake van een toename van verhard oppervlak die kleiner is dan de 2.000 m² waarvoor vanuit het waterschap geen compensatie-eis geldt. Vanaf 1 januari 2020 is het Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2023 van kracht. Hierin is opgenomen dat, met het oog op klimaatverandering, bij iedere ruimtelijke ontwikkeling waterberging gerealiseerd moet worden. Vanuit het gemeentelijk beleid geldt dat, bij een toename tot 1.000 m 2 aan verhard oppervlak, minimaal 7 mm berging vereist is (70 m3 per ha). Het plangebied lijkt geschikt voor infiltratie (bron: wateratlas Noord-Brabant), zodat het hemelwater in de bodem kan intrekken. Indien infiltratie tot de mogelijkheid behoord, kan voor de benodigde bergings-/ infiltratievoorziening een bovengrondse of ondergrondse voorziening worden gekozen. Als uit onderzoek of vergunningen is gebleken dat verwerking van regenwater op eigenterrein niet kan, dan mag worden aangesloten op de riolering. Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen wordt geadviseerd duurzaam te bouwen.

Dit houdt in dat het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout voorkomen dienen te worden. Toe te passen duurzame materialen: • Hellende daken: dakpannen van beton of keramisch materiaal. • Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. • Dakgoten en afvoerpijpen: PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat. • Ontsluitingspaden, wegen, terrassen: voorzien van niet uitloogbare materialen zoals beton of keramische producten. Advies behandeling afvalwater De toekomstige bebouwing binnen het plangebied zal worden aangesloten op het aanwezige gemeentelijk riool. Voor de nieuw te bouwen woning dient een nieuwe rioolaansluiting gemaakt te worden. Deze moet op de perceelsgrens gescheiden worden aangeleverd. De verdere uitwerking hiervan dient in samenspraak met de gemeente Halderberge te worden uitgevoerd.

Conclusie

Om te voldoen aan de watertoets wordt deze waterparagraaf formeel ter beoordeling voorgelegd aan het waterschap voor een wateradvies. De uitkomst hiervan wordt te zijner tijd in het bestemmingsplan opgenomen. 4.7

Mobiliteit Verkeer Van de voorliggende ontwikkeling gaat geen onevenredig grote verkeersaantrekkende werking uit, die niet door de bestaande wegenstructuur kan worden opgenomen. Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de planvorming. Parkeren De gemeente Halderberge hanteert de kadernota Parkeren 2017 - 2021, met als doel het waarborgen van een hoogwaardige kwaliteit van onder andere parkeervoorzieningen door parkeren de aandacht te geven die het verdient. De nota maakt gebruik van een gebiedsindeling. In de bijlage van de nota zijn de concrete normen opgenomen voor het benodigde aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 23 van 34

Beoordeling en conclusie

Het plangebied ligt binnen het gebiedstype ‘Gebied C, overig’. De parkeernorm voor een woning met een oppervlakte > 90 m2 bedraagt 2,3 per woning. Er wordt uitgegaan van 0,3 parkeerplaats (openbaar toegankelijk) per woning voor bezoekers. Deze norm is verwerkt in de parkeernorm van 2,3 per woning. De percelen zijn voldoende ruim om in eigen parkeervoorzieningen te voorzien. De openbare ruimte ter plaatse biedt geen ruimte voor parkeren in openbaar gebied. Parkeren wordt derhalve totaal op eigen terrein te opgelost. Het aspect parkeren vormt geen belemmering. 4.8

Natuur

Toetsingskader

De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor en een gebiedsgericht spoor. De bescherming van deze twee sporen is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de natuurwetgeving.

Beoordeling

AGEL adviseurs heeft in augustus 2017 een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies aangehaald. Omdat de regelgeving inzake het aspect stikstof inmiddels is gewijzigd, wordt dit apart beoordeeld.

Gebiedsbescherming

Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen in het kader van de Europese Natura 2000-gebieden. Op een afstand van 15,2 kilometer ten oosten van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied “Ulvenhoutse bos”. Het Natura 2000-gebied betreft een habitatrichtlijngebied. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft de realisatie van een extra woning. Andere verstorende factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging en verstoring door trilling, licht en geluid zijn met de voorgenomen planontwikkeling niet van toepassing. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Nationaal natuurnetwerk (NNN) of Natuurnetwerk Brabant (NNB). Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op het Nationaal Natuurwerk of Natuurnetwerk Brabant is geen sprake. In het plangebied staan geen beschermde houtopstanden.

Soortenbescherming

In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat voorafgaand aan de ingreep alle maatregelen dienen te worden getroffen om nadelige gevolgen op flora en fauna voor zover mogelijk te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht geldt altijd en voor alle soorten, ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. Planten Binnen het plangebied zijn geen potentiële natuurlijke groeiplaatsen voor beschermde (vaat)planten aanwezig. Beschermde (vaat)planten worden dan ook niet binnen het plangebied verwacht. Aangeplante of gezaaide exemplaren van beschermde soorten zijn niet beschermd in de Wet natuurbescherming (Wnb), omdat het geen natuurlijke groeiplaatsen betreft. Een ontheffing van de Wnb en/of compensatie is daarom niet noodzakelijk. 20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 24 van 34

Zoogdieren Er zijn tijdens het oriënterende veldbezoek geen zoogdieren waargenomen. Gedurende het veldbezoek is grondig gezocht naar sporen zoals uitwerpselen, vraatsporen zoals afgebeten veren of loopsporen van marterachtigen. Deze zijn niet aangetroffen. Verwacht wordt dat enkele soorten waarvoor door de provincie Noord-Brabant vrijstellingen is verleend zoals haas, konijn en een aantal muissoorten voor kunnen komen binnen de onderzoeklocatie. De eekhoorn zal sporadisch gebruik maken van het siertuin, maar dit zal meer in de vorm zijn van het oppikken van afgevallen eikels. In de eikenbomen van de houtwal zijn geen nesten van de eekhoorn aangetroffen. Vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn mogelijke rust- en verblijfplaatsen van boom- en gebouwbewonende vleermuizen, op basis van de checklist inschatting vooronderzoek vleermuizen (vleermuisprotocol), onderzocht. Met de voorgenomen planontwikkeling zullen er geen wijzigingen plaatsvinden aan het bestaande woonhuis en bijgebouw. Wel zal er een houten tuinhuisje worden gesloopt. Dit betreft een houten prefab enkelwandig tuinhuisje met dakleren leien. Dit gebouwtje is niet geschikt als vaste rust-, verblijf-, kraam of paarplaats van gebouwbewonende vleermuissoorten. Met de voorgenomen planontwikkeling zal er een volgroeide Cedrus atlantica worden gerooid.

Deze boom was gedurende het veldbezoek goed te inventariseren op eventuele holtes, loshangende schors etc. Op twee meter hoogte zit een ondiep spechtengat. Deze holte is te ondiep om als vaste rust-, verblijf-, kraam of paarplaats van boombewonende vleermuissoorten te dienen. Overige spleten, holtes etc. zijn niet aanwezig. Met het rooien van de boom is geen sprake van het aantasten van vaste verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten. Naast verblijfplaatsen zijn ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden beschermd. Vliegroutes zijn lijnvormige elementen, vaak een bomenrij, waaraan vleermuizen zich oriënteren. Vleermuizen hebben deze oriëntatie nodig om zich van hun verblijfplaats naar hun foerageergebied te verplaatsen. Foerageergebieden kunnen onder andere bestaan uit bomen, opgaande gewassen en open water. Met de voorgenomen planontwikkeling zullen de eikenbomen in de houtwal niet worden gerooid. Hierdoor is het aantasten van vliegroutes en foerageergebieden niet aan de orde en in de directe omgeving zijn voldoende alternatieve aanwezig. Indien er eikenbomen in de houtwal worden gerooid, waarbij er een grote onderbreking ontstaat (kruinruimte >10m) of bomen met een grote stamdiameter (>3dm) zal er nader onderzoek naar vliegroutes, foerageergebied en/of eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen dienen plaats te vinden.

Vogels Gedurende het veldbezoek zijn er geen vogels waargenomen. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd in het kader van de Vogelrichtlijn. In het plangebied is het mogelijk dat algemene vogelsoorten tot broeden komen (broedtijd circa half maart tot en met half juli). Broedende vogels in en direct rond het plangebied mogen niet verstoord worden met de voorgenomen planontwikkeling. Verstorende activiteiten zoals bouwwerkzaamheden (bijv. heien) dienen daarom gestart te worden buiten de broedperiode. Als deze vogels bij het zoeken van een nestlocatie merken dat het plangebied en/of de directe omgeving te verstorend is door activiteiten, zullen ze elders een geschikte nestlocatie zoeken. Indien binnen de broedperiode gestart dient te worden met de voorgenoemde werkzaamheden, is dit mogelijk als aantoonbaar is vastgesteld dat er geen broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek is specifiek aandacht besteed aan de aanwezigheid van roofvogels en rusten verblijfplaats van deze roofvogels. Nesten (of nesten van voorgaande jaren) van in bomen broedende jaarrond beschermde (roof)vogels zijn ten tijde van het oriënterende veldbezoek niet waargenomen. Nesten van gebouwbewonende jaarrond beschermde vogelsoorten (zoals kerkuilen) 20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 25 van 34

en eventuele sporen (braakballen, roestplaats etc.) zijn door de afwezigheid van geschikte gebouwen niet aangetroffen in het plangebied. De mogelijkheid bestaat dat (roof)vogels op een andere manier gebruik maken van het plangebied, bijvoorbeeld als foerageergebied en/of als vaste aanvliegroute tussen verblijfplaats en foerageergebied. Direct buiten het plangebied zijn meerdere groene elementen aanwezig welke met de voorgenomen planontwikkeling ongewijzigd blijven. Het aantasten van het foerageergebied en/of groene elementen zal gezien de aard van de voorgenomen ruimtelijke ingreep, ligging binnen de bebouwde kom en het omliggend groen geen negatieve invloeden uitoefenen op het leefgebied van (roof)vogels. Daarnaast is er voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de omgeving van het plangebied. Er zijn geen gierzwaluwen dan wel huismussen waargenomen. De gebouwen binnen het plangebied zijn niet voorzien van dakpannen en relatief laag. De gebouwen zijn ongeschikt voor gierzwaluwen dan wel huismussen om in te nestelen. Gezien de gebouwen in de directe omgeving, de aanwezige vegetatie (ontbreken ruigte, voedselbronnen) binnen het plangebied en het groen buiten het plangebied is niet te verwachten dat het plangebied een essentiële functie vervult voor huismussen als foerageergebied.

Amfibieën Het plangebied vormt een zeer marginaal leefgebied voor reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelde. Geschikte leef biotopen ontbreken. Het mogelijk aantasten van de leefomgeving van deze soortgroepen is met de voorgenomen planontwikkeling niet aan de orde. Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn geen insecten waargenomen. De habitateisen van beschermde soorten binnen deze groep zijn vaak zeer locatie specifiek en gebonden aan zeer bijzondere biotopen. Iedere soort is afhankelijk van een bepaald habitat. Deze habitats (met name heide en (laag)veen, grote rivieren (rivierrombout) en oude, rottende eiken) liggen niet in het plangebied. Het groen in het plangebied is sterk gecultiveerd. Hierdoor is het niet aannemelijk dat er in het plangebied beschermde ongewervelde voorkomen.

Conclusie

Het aspect natuur vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling. Eventueel broedende vogels in en rondom het plangebied mogen bij de uitvoering van de werkzaamheden echter niet verstoord worden. Verstorende activiteiten dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels aanwezig zijn. Verder kunnen buiten het broedseizoen ook nog incidenteel broedende soorten aanwezig zijn waarop ook gelet moet worden. Indien er eikenbomen in de houtwal worden gerooid, waarbij er een grote onderbreking ontstaat (kruinruimte >10m) of bomen met een grote stamdiameter (>3dm) zal er nader onderzoek naar vliegroutes, foerageergebied en/of eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen dienen plaats te vinden. Vooralsnog heeft de ontwikkeling geen betrekking op het rooien van de eikenbomen in de houtwal. Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de bouw alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 26 van 34

4.9

Stikstof

Toetsingskader

De Wet natuurbescherming (Wnb, per 1 januari 2017) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Voor de Wet natuurbescherming heeft de Europese regelgeving als uitgangspunt gediend. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor het behalen van de Natura 2000instand¬houdingsdoelstellingen. In 118 van de Nederlandse Natura 2000-gebieden bevinden zich stikstofgevoelige habitattypen.

Beoordeling en conclusie

De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft de realisatie van een woning en de splitsing met een verbouwing van een bestaande woning. Het plangebied ligt op een afstand van circa 14 kilometer van een Natura 2000-gebied. Dit is in overeenstemming met de conclusie uit de landelijke Handreiking woningbouw en AERIUS, waaruit blijkt dat de ontwikkeling van minder dan 50 woningen op een afstand van 7 kilometer of meer van een Natura 2000-gebied niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr. 4.10 Agrarische geurhinder De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit veehouderijen. De Wgv stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. In de omgeving van het plangebied zijn volgens de kaartbank van de provincie Noord-Brabant diverse veehouderijen gelegen. Tussen deze veehouderijen en de beoogde toe te voegen woning zijn echter altijd reeds bestaande woningen gelegen. Deze woningen zijn reeds bepalend voor de bedrijfsvoering van de veehouderijen, waardoor de nieuw toe te voegen woningen geen belemmering vormen voor deze veehouderijen. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.11 Archeologie en cultuurhistorie Cultuurhistorische waardenkaart Noord-Brabant

Toetsingskader

In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. De gemeente, waarbinnen de betreffende ontwikkeling plaatsvindt, is hierbij het bevoegd gezag. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in potentie) aanwezig zijn.

Beoordeling en conclusie

Het provinciaal cultuurhistorisch belang bestaat uit 5 kaartlagen: regio's, cultuurhistorische landschappen, cultuurhistorische vlakken, archeologische landschappen en complexen van 20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 27 van 34

cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit en om de meest waardevolle gebieden en ensembles. Uit navolgende uitsnede van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat het plangebied zelf niet als cultuurhistorisch waardevol is aangemerkt. Wel is het gelegen binnen een molenbiotoop. De houtwal die ligt langs het Heiligstraatje is als historisch groen aangemerkt. Molenbiotoop In het gebied dat is aangeduid als molenbiotoop is al zeer veel bebouwing aanwezig. Gezien de hoogte van de toe te voegen bebouwing, de afstand tot de molen en de reeds aanwezige bebouwing in de omgeving, kan gesteld worden dat dit initiatief geen gevolgen heeft voor deze cultuurhistorische waarde. Historisch groen Vanwege het initiatief hoeven er geen ingrepen gedaan te worden aan deze reeds bestaande houtwal. Het initiatief heeft geen gevolgen voor dit historisch groen.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Noord-Brabant met plangebied rood omcirkeld

Conclusie

De ontwikkeling heeft weinig tot geen invloed op het versterken dan wel aantasten van waardevolle landschappelijke structuren. Binnen het plangebied zijn volgens deze kaart verder geen waardevolle cultuurhistorische elementen, structuren of monumenten aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor de planvorming. Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Halderberge

Toetsingskader

De gemeente Halderberge beschikt over een eigen cultuurhistoriekaart die een actueel overzicht van het bovengrondse cultuurhistorische erfgoed biedt. Hieronder is een uitsnede van deze kaart weergegeven.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 28 van 34

Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Halderberge met plangebied rood omcirkeld

Beoordeling

Op deze kaart is de Bovenstraat aangeduid als een waardevol lijnelement, namelijk een drift of steeg. De nieuwe woning en de aanpassing van het bouwvlak van de bestaande woning nr. 43 worden zodanig gepositioneerd dat deze passen binnen het ritme van de bestaande bebouwing langs de Bovenstraat en passend bij de bestaande rooilijn. De ontwikkeling heeft weinig tot geen invloed op het waardevolle lijnelement.

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor de planvorming. Beleidsnota Cultureel Erfgoed

Toetsingskader

Op 22 september 2011 heeft de gemeenteraad de beleidsnota cultureel erfgoed Halderberge “Inspirerend verleden” vastgesteld. Cultuurhistorie is een belangrijke drager van de identiteit van Halderberge en maakt integraal onderdeel uit van de ruimtelijke ontwikkeling van Halderberge, waardoor ontmoetingen van heden en verleden gelden als uitdaging en inspiratiebron voor de toekomst. Monumentenzorg omvat meer dan alleen het beschermen en instandhouden van objecten. In toenemende mate dringt het besef door dat in veel bredere zin rekening gehouden moet worden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Monumenten zijn namelijk, in welke aard dan ook, geen solitaire verschijningen. De omgeving waarin ze tot stand kwamen, de context, speelt een hoofdrol. Omgekeerd is het zo dat de ontwikkeling van de ruimte niet plaatsvindt op basis van een compleet lege ruimte die zonder meer nieuw is in te richten. Elk stukje grond in Halderberge heeft geschiedenis: er is sprake van een culturele biografie. Dit geldt voor de dorpen en het buitengebied.

Beoordeling en conclusie

De ontwikkeling betreft de verbouwing van een bestaande vrijstaande woning naar een twee-onderéén kapwoning en het toevoegen van een extra grondgebonden woning. In het plangebied of in de omgeving van het plangebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig, welke worden geschaad en/of benadeeld door het voorgestane initiatief.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 29 van 34

Archeologie

Toetsingskader

De gemeente is verplicht om archeologische randvoorwaarden mee te nemen in planologische afwegingen. Om inzicht te krijgen welke archeologische vondsten in Halderberge verwacht kunnen worden, heeft de gemeente in 2005 een archeologische verwachtingskaart op laten stellen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebieden met een lage, middelhoge en hoge verwachting voor vindplaatsen. Voorts hanteert de gemeente haar beleidsnota ‘Ons ongeschreven verleden’ die een koppeling maakt met deze verwachtingskaart. De archeologische verwachtingskaart en de beleidsnota moeten gebruikt worden als informatiebron en sturingsinstrument voor de gemeente in haar planvorming evenals voor plannen van projectontwikkelaars, bouwondernemingen en burgers.

Beoordeling

Op basis van de archeologische advieskaart buitengebied, gemeente Halderberge, blijkt het plangebied te zijn gelegen in een gebied met een ‘Hoge archeologische verwachting’. Hiertoe is in het vigerend bestemmingsplan ‘Kom Hoeven’ ter plaatse van het plangebied reeds een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Op basis hiervan dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd indien grondwerkzaamheden plaatsvinden die dieper gaan dan 0,60m onder het maaiveld en die een oppervlakte hebben groter dan 500 m2. In aanvulling hierop heeft de gemeente Halderberge in de beleidsnota ‘Ons ongeschreven verleden’ opgenomen dat, voor het grondgebied van de gemeente, archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd indien grondwerkzaamheden plaatsvinden die dieper gaan dan 0,40m onder het maaiveld en die een oppervlakte hebben groter dan 500 m2.

Uitsnede archeologische advieskaart buitengebied Halderberge: alle perioden (plangebied rood omcirkeld)

Transect B.V. heeft in juni 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen.

Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten vanaf een diepte van 40-65 cm -Mv (5,1-5,6 m +NAP). Geadviseerd wordt daarom om de hoge verwachting te handhaven in het nieuwe bestemmingsplan. Dit kan betekenen dat eventuele toekomstige ingrepen in het plangebied die de ondergrond verstoren tot een diepte van meer dan 40 cm -Mv vooraf moeten worden gegaan door een archeologisch vervolgonderzoek. Dit kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), dat moet worden uitgevoerd volgens een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 30 van 34

Op basis van deze onderzoeksresultaten wordt de archeologische dubbelbestemming overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Indien bij de bouwwerkzaamheden blijkt dat bovenstaande normen worden overschreden, zal voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden archeologisch onderzoeken dienen plaats te vinden.

Conclusie

Het aspect archeologie vormt derhalve geen belemmering voor de planvorming. 4.12 Technische infrastructuur

Toetsingskader

Planologisch relevante kabels, leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en straalpaden dienen te worden beschermd tegen ingrepen die de werking ervan kunnen bedreigen. Aan de andere kant dient de omgeving te worden beschermd tegen het gevaar dat van bestaande en toekomstige leidingen, kabels en hoogspanningslijnen kan uitgaan.

Beoordeling en conclusie

Het plangebied ligt binnen een obstakelvrije zone vanuit het vliegveld Seppe. Middels de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone - 7’ zijn hoogtebeperkingen aan bouwwerken gesteld. Dit betreft echter bouwwerken met een hoogte vanaf circa 65 meter. Gezien hiervan in dit plan geen sprake is, vormt dit geen belemmering voor de planvorming. De gebiedsaanduiding wordt overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. In of nabij het plangebied bevinden zich geen overige planologisch relevante kabels, leidingen en/of straalpaden. Derhalve zijn er geen belemmeringen ten aanzien van technische infrastructuur. 4.13 M.e.r.-beoordelingsplicht

Toetsingskader

Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De vormvrije mer-beoordeling voor activiteiten beneden de grenswaarde is vervangen door de mer-beoordelingsplicht. De merbeoordelingsplicht is van toepassing indien: i. de activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 valt (ongeacht de omvang van die activiteit) én ii. sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4, waaronder het bestemmingsplan.

Beoordeling

Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de beoordeling van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen.

Conclusie Het plan heeft geen belangrijke negatieve gevolgen het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een mer-plicht.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 31 van 34

5

Juridische planbeschrijving

5.1

Inleiding Een bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding, vergezeld met een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor de bebouwing geldt dat aangesloten moet worden bij de stedenbouwkundige randvoorwaarden, zoals aangegeven in het bij de regels opgenomen kavelpaspoort. Indien de stedenbouwkundige randvoorwaarden zoals aangegeven in het kavelpaspoort in strijd zijn met de bouwregels uit het bij het wijzigingsplan behorende moederplan, gelden de bouwregels uit het kavelpaspoort zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de regels. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Voor de plansystematiek is aansluiting gezocht bij de standaard systematiek van de gemeente Halderberge en de vigerende regels van het bestemmingsplan “Kom Hoeven”.

5.2

Algemene toelichting verbeelding Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.

5.3

Algemene toelichting planregels De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: • Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; • Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; • Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene afwijkings-, bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; • Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 32 van 34

5.4

Toelichting bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen en gebiedsaanduidingen voor: Artikel 3: Wonen Binnen de bestemming ‘Wonen’ is wonen toegestaan. Er mogen uitsluitend hoofdgebouwen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’. Bijgebouwen zijn zowel binnen de aanduiding ‘bouwvlak’ als de aanduiding ‘bijgebouwen’ toegestaan. Het noordelijke bouwvlak heeft de aanduiding ‘twee-aaneen’, waarbinnen twee wooneenheden zijn toegestaan. Het zuidelijke bouwvlak heeft de aanduiding ‘vrijstaand’. Hierbij zijn op de verbeelding de maximum bouw- en goothoogte vastgelegd. Binnen de bestemming ‘Wonen’ zijn daarnaast ondergeschikte voorzieningen zoals groen, nuts, parkeer- en speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De bouwregels voor vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen (artikelen 3.2.3) zijn in die zin aangepast dat een bouwhoogte van 6 meter mogelijk wordt gemaakt. Ook wordt er in deze bouwregels verwezen naar het kavelpaspoort, zodat dit kavelpaspoort juridische werking krijgt. Een bouwhoogte van 6 meter laat meer functionaliteiten in die bijgebouwen toe. Gelet op de grote oppervlakte van de betrokken percelen is de grotere oppervlakte aanvaardbaar.

Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 Deze bestemming is opgenomen mede ter bescherming van ter plaats aanwezige (hoge) archeologische verwachtingswaarden. Dit overeenkomend de dubbelbestemming in het vigerende bestemmingsplan. Artikel 8.1: Gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone – 7 Deze aanduiding is opgenomen in verband met het beschermingsgebied van de in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen van en naar Breda Internationale Airport. Deze aanduiding beperkt de maximale bouwhoogte.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 33 van 34

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Halderberge en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin planschade en bovenwijkse voorzieningen zijn meegenomen. Het plan is voor de gemeente Halderberge derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. De economische uitvoerbaarheid van het plan is hiermee gewaarborgd.

6.2

Maatschappelijke haalbaarheid Voorbereiding Gedurende de initiatieffase van het plan, heeft initiatiefnemer vanaf eind 2018 de direct omwonenden geïnformeerd over de planvorming. Zij zijn derhalve gekend met het initiatief. Een verslaglegging van deze participatie is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Vooroverleg Voor de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Bovenstraat 43, Hoeven’’ wordt het plan conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betrokken vooroverleg instanties. De ontvangen vooroverlegreacties gaven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Zienswijzenprocedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Bovenstraat 43, Hoeven’, werd ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij de gelegenheid werd geboden tot het indienen van zienswijzen. Het plan heeft van 1 april 2021 tot 12 mei 2021 als ontwerp ter inzage gelegd. Er zijn zienswijzen ingediend zoals aangegeven in de zienswijzennota. De zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen zoals de bouw- en nokhoogte in enkele bewoordingen. Ook vond er heeft naar aanleiding van een recente stikstofuitspraak nog een wijziging plaats voor de stikstofparagraaf, zie paragraaf 4.9.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 34 van 34

Bijlage 1 AGEL adviseurs, Verkennend bodemonderzoek Bovenstraat 43 te Hoeven, projectnummer 20170151, D01 d.d. 12-10-2017

Stantec Document Classification: Stantec Internal

Bijlage 2 AGEL adviseurs, Quickscan natuurwetgeving Bovenstraat 43 te Hoeven, projectnummer 20170151, D02, d.d. 28-08-2017

Stantec Document Classification: Stantec Internal

Bijlage 3 Transect rapport 2824 Hoeven, Bovenstraat 43 Gemeente Halderberge (NB), projectnr. 20040028, d.d.24 juli 2020

Stantec Document Classification: Stantec Internal

Bijlage 4

Resultaten omgevingsdialoog

Stantec Document Classification: Stantec Internal

Bijlage 5

Standaard advies gemeente Halderberge 2021

Stantec Document Classification: Stantec Internal

Bijlage 6 Zienswijzennota ontwerpbestemmingsplan ‘Bovenstraat 43 Hoeven’

Stantec Document Classification: Stantec Internal

samen onze omgeving creëren Stantec Document Classification: Stantec Internal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/548/documents/15980