CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bovenstraat 43, Hoeven vastgesteld 1 Toelichting.pdf

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7: Vaststelling bestemmingsplan Bovenstraat 43 in Hoeven13.670 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bovenstraat 43, Hoeven

Bovenstraat 43, Hoeven, vastgesteld

2

Inhoudsopgave Toelichting

5

Bovenstraat 43, Hoeven, vastgesteld

3

Bovenstraat 43, Hoeven, vastgesteld

4

Toelichting

Bovenstraat 43, Hoeven, vastgesteld

5

Bestemmingsplan ‘Bovenstraat 43, Hoeven’ Gemeente Halderberge

samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Stantec Document Classification: Stantec Internal

Projectdossier Titel

:

Toelichting bestemmingsplan

:

Bovenstraat 43, Hoeven

IDN

:

NL.IMRO.1655.BP2011-C001

Opdrachtgever

:

C.A. Dekkers

Projectnummer

:

20170151

Versie / status

:

D04

Datum

:

13 januari 2023

Opgesteld door

:

T-E van Dalen / M. Kraaijeveld

Gecontroleerd door

:

K. Jansen

Akkoord projectcoördinator

:

M. Staps

Paraaf: . . . . . .

Stantec (Voorheen AGEL) Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Stantec Document Classification: Stantec Internal

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding .................................................................................................................. 1

1.2

Plangebied ................................................................................................................. 1

1.3

Planologisch kader ...................................................................................................... 2

1.4

Leeswijzer .................................................................................................................. 3

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................... 4 2.1

Beschrijving bestaande situatie .................................................................................... 4

2.2

Beschrijving beoogde situatie ...................................................................................... 4

BELEID ......................................................................................................................... 7 3.1

Rijksbeleid .................................................................................................................. 7

3.2

Provinciaal beleid ........................................................................................................ 8

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................................... 10

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 10

OMGEVINGSASPECTEN .............................................................................................. 13 4.1

Bodem ..................................................................................................................... 13

4.2

Geluid ...................................................................................................................... 14

4.3

Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................... 14

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 17

4.5

Externe veiligheid ..................................................................................................... 19

4.6

Water ...................................................................................................................... 21

4.7

Mobiliteit .................................................................................................................. 23

4.8

Natuur ..................................................................................................................... 24

4.9

Stikstof .................................................................................................................... 27

4.10

Agrarische geurhinder ............................................................................................ 27

4.11

Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................ 27

4.12

Technische infrastructuur ....................................................................................... 31

4.13

M.e.r.-beoordelingsplicht ........................................................................................ 31

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ............................................................................ 32 5.1

Inleiding ................................................................................................................... 32

5.2

Algemene toelichting verbeelding .............................................................................. 32

5.3

Algemene toelichting planregels ................................................................................ 32

5.4

Toelichting bestemmingen ......................................................................................... 33

UITVOERBAARHEID ................................................................................................... 34 6.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................................... 34

6.2

Maatschappelijke haalbaarheid .................................................................................. 34

Stantec Document Classification: Stantec Internal

Bijlagen BIJLAGE 1

AGEL ADVISEURS, VERKENNEND BODEMONDERZOEK BOVENSTRAAT 43 TE HOEVEN, PROJECTNUMMER 20170151, D01 D.D. 12-10-2017

BIJLAGE 2

AGEL ADVISEURS, QUICKSCAN NATUURWETGEVING BOVENSTRAAT 43 TE HOEVEN, PROJECTNUMMER 20170151, D02, D.D. 28-08-2017

BIJLAGE 3

TRANSECT RAPPORT 2824 HOEVEN, BOVENSTRAAT 43 GEMEENTE HALDERBERGE (NB), PROJECTNR. 20040028, D.D.24 JULI 2020

BIJLAGE 4 RESULTATEN OMGEVINGSDIALOOG BIJLAGE 5 STANDAARD ADVIES GEMEENTE HALDERBERGE 2021 BIJLAGE 6 ZIENSWIJZENNOTA ONTWERPBESTEMMINGSPLAN ‘BOVENSTRAAT 43 HOEVEN’

Stantec Document Classification: Stantec Internal

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De familie Dekkers-de Graaf is eigenaar van de woning het adres Bovenstraat 43 in Hoeven en het bijbehorende perceel grond dat achter deze woning ligt. De woning ligt op een zeer royaal perceel maar kent vanwege historische ontwikkelingen een onlogische positionering, met onder andere de entree aan de achterzijde van de woning. Het achterliggende perceel grond wordt momenteel niet benut als tuin, maar is in gebruik als grasland. De familie is van plan het woonperceel van Bovenstraat 43 te splitsen, en op het zuidelijke deel een nieuwe woning mogelijk te maken. Om de situatie ter plaatse verder te verbeteren en te komen tot een optimalisatie van de mogelijkheden van de bestaande woning, heeft de familie het aanvullende plan om deze woning te splitsen en te transformeren in een tweetal wooneenheden. De familie heeft voor deze plannen een principeverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge. Het college heeft op 29 oktober 2019 het verzoek voor de extra wooneenheid op adres Bovenstraat 43 meegenomen in de overwegingen in het kader van het woningbouwprogramma. Er is besloten 1 extra woning op te nemen in dit programma voor de gevraagde locatie. In eerdere besluitvorming was reeds 1 woning opgenomen en gereserveerd voor het perceel naast nr. 43.

Verder is er besloten om de gevraagde ontwikkelingen mogelijk te maken met een ruimtelijke ordeningsprocedure. Het geldende bestemmingsplan (Kom Hoeven) maakt deze wijzigingen niet mogelijk, waardoor een ruimtelijke procedure dient te worden doorlopen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling voor de plannen ter plaatse van het perceel.

1.2

Plangebied Het plangebied ligt in het zuiden van de kern Hoeven, op de grens met het buitengebied. De locatie wordt begrensd door het Heiligstraatje in het zuiden, het bedrijventerrein aan de Korte Bunder in het oosten. Aan de noordzijde en het grootste deel van de westzijde zijn kadastrale scheidingen van de naastgelegen woonpercelen de begrenzing, voor een deel vormt de Bovenstraat de begrenzing. Het plangebied wordt gevormd door de kadastrale grenzen van meerder percelen, die in eigendom zijn van verschillende (mede)eigenaren. Deze percelen zijn kadastraal bekend als de kadastrale gemeente Hoeven, sectie D, nummer 4466, 4467, 4469, 4474 en 4475. De percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van ca. 6720 m2.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 1 van 34

Luchtfoto met plangebied in rood aangegeven

1.3

Planologisch kader Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kom Hoeven’, dat op 14 maart 2013 door de gemeenteraad van Halderberge gewijzigd is vastgesteld. In dit bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming ‘Wonen’. Uitsluitend ter plaatse van het aanwezige bouwvlak is een vrijstaande woning (hoofdgebouw) toegestaan, met een maximum bouw- en goothoogte van respectievelijk 7 en 3 meter. Aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en overkappingen mogen enkel worden gerealiseerd binnen het bouwvlak of binnen de aanduiding ‘bijgebouwen’. Het perceel kent daarnaast de volgende dubbelbestemmingen- en aanduidingen: ▪ Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2: gehele perceel ▪ Gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone – 7: gehele perceel Initiatiefnemer is voornemens ten zuiden van de bestaande woning/ bouwvlak een nieuwe woning mogelijk te maken. Omdat hier geen bouwvlak aanwezig is, is dit op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Het toevoegen van een extra woning binnen het bestemmingsvlak behoort wel tot de mogelijkheden. De splitsing van de bestaande vrijstaande woning in twee wooneenheden met bijbehorende vergroting van het pand ten behoeve van een nieuwe entree, is op basis van de regels van het geldende bestemmingsplan, en de vorm van het bouwvlak, niet mogelijk.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 2 van 34

Uitsnede bestemmingsplan ‘Kom Hoeven’ (plangebied aangegeven in rood)

In het voorliggende bestemmingsplan is het voornemen om de bestaande woning te vergroten, te splitsen in 2 wooneenheden en een tweede bouwvlak op te nemen verder juridisch vertaald en geborgd. 1.4

Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving waarin de bestaande en toekomstige situatie worden beschreven. Vervolgens zijn de beleidskaders van de diverse overheden uiteengezet in hoofdstuk 3. De omgevingsaspecten met betrekking tot de ontwikkeling worden in hoofdstuk 4 besproken. In hoofdstuk 5 zijn de planregels nader toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt tot slot aandacht besteed aan de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 3 van 34

2

Planbeschrijving

2.1

Beschrijving bestaande situatie De Bovenstraat is van oudsher één van de toegangswegen vanuit het agrarische buitengebied naar de kern Hoeven. Vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw heeft de nieuw aangelegde Bovendonksestraat de verkeerskundige functie overgenomen. De bebouwing langs de Bovenstraat bestaat uit overwegend vrijstaande woonbebouwing en is gelegen binnen de bebouwde kom van Hoeven Voorliggend plangebied heeft een oppervlakte van ca. 6.720 m2. Het deel van het perceel dat grenst aan de Bovenstraat, en waarop de woning staat, wordt benut als woonperceel. De woning betreft een vrijstaande woning die dateert uit jaren ’70 van de vorige eeuw. Het pand heeft een inhoud van circa 1.100 m3. De voordeur en entree van de woning bevinden zich aan de achterzijde van de woning. Dit als gevolg van nooit gerealiseerde plannen tot de aanleg van een nieuwe weg uit het verleden. De woning ligt hierdoor op een zeer royaal perceel en kent een, ten opzichte van de overige woningen aan de Bovenstraat, onlogische positionering. Op het perceel achter de woning Bovenstraat 43 staat een oude, in onbruik geraakte landbouwschuur. Het grootste deel van dat (achterliggend) perceel is echter in gebruik als weide. In het zuiden vormt het Heiligstraatje, een oud zandpad, een harde scheiding met het agrarische buitengebied.

Een kleinschalig bedrijventerrein aan de Korte Bunder vormt de oostelijke begrenzing van het plangebied. In het noorden en westen worden deze gevormd door enerzijds de omliggende woonpercelen en anderzijds de weg Bovenstraat.

2.2

Beschrijving beoogde situatie Het initiatief omvat twee planologisch relevante wijzigingen. Ten eerste het toevoegen van een bouwvlak om een nieuwe woning op het meest zuidelijke gedeelte van het plangebied mogelijk te maken. Ten tweede het uitbreiden van het bouwvlak van de bestaande woning en daarnaast de (bouwkundige)splitsing van deze woning in twee woningen. Toevoegen nieuwe woning Het oorspronkelijke woonperceel van Bovenstraat 43 was al dusdanig ruim bemeten dat dit zich prima leent om een extra woning toe te voegen. Hiermee ontstaan twee ruime woonkavels, waarvan het af te splitsen deel een oppervlakte heeft van ca. 1.200 m². Dit biedt voldoende ruimte voor de bouw van één ruime woning met bijgebouwen. De voorgevel van de nieuwe woning wordt gepositioneerd in lijn met die van de bestaande bebouwing, waarmee aansluiting wordt gevonden op de stedenbouwkundige structuur van de Bovenstraat. De woning krijgt een goothoogte van 6,50 meter en een bouwhoogte van 10,00 meter. De exacte vorm en omvang van de woning is op moment van opstelling van het bestemmingsplan nog niet bekend. Er wordt een bouwvlak opgenomen dat dat voorziet in voldoende oppervlakte voor het gewenste bouwvolume, maar qua ligging en afmetingen in overeenstemming met de stedenbouwkundige structuur in de omgeving.

De afbeeldingen hieronder geven een indruk van het volume en de uitstraling van deze nieuwe woning.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 4 van 34

Impressie uitstraling nieuwe woning

Schetsontwerp nieuwe woning (Johan Kas arch. B.N.A.)

Transformatie en splitsing Bovenstraat 43 De bestaande woning op nummer 43 wordt getransformeerd in twee wooneenheden. Het karakter/de uitstraling van het pand – een vrijstaande woning – hoeft hiervoor niet te worden gewijzigd; het betreft grotendeels inpandige aanpassingen. Wel wordt voorzien om de entree te verplaatsen naar de voorzijde van de woning, waarvoor een uitbouw met enige meters van het pand nodig zal zijn. De afbeeldingen hieronder geven een indruk van de gewenste uitstraling en mogelijkheden om grotendeels binnen de contouren van een bestaande vrijstaande woning te komen tot een transformatie en splitsing naar twee wooneenheden, in de vorm van een twee-onder-éénkapwoning.

Impressie uitstraling te transformeren woning Bovenstraat 43

Om ruimte te creëren voor de bouwkundige aanpassingen die hiermee samenhangen, wordt het bouwvlak van de woning Bovenstraat 43 aangepast. Mogelijkerwijs wordt de landbouwschuur op het achterliggende perceel afgebroken om de bouw van een nieuw bijgebouw mogelijk te maken.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 5 van 34

Inrichting en bijgebouwen Voor deze locatie is gekomen tot een passende inrichting die aansluit op de bestaande stedenbouwkundige structuren ter plaatse, zie de volgende afbeelding. De ligging in het bebouwingslint en op het grensvlak met het openlandschap vraagt om een landelijk-dorp karakter. De erfbeplanting werkt als een filter en draagt met doorzichten bij aan de belevingswaarde. De beplanting onttrekt (delen van) de bebouwing aan zicht, waardoor het landschap de mal vormt en de woonerven de (verborgen) contramal. Op de westelijke en zuidelijke perceelgrenzen van de locatie wordt het hoog opgaande groen behouden, om het verscholen karakter te waarborgen. Indien nodig wel met onderhoudsbeurt of omvorming van het bestaande groen. De gebouwen zijn evenredig aan de Bovenstraat georiënteerd met een lichte verspringing in de rooilijnen. De woningen ontsluiten via een eigen oprit op de Bovenstraat en parkeren bevindt zich op eigen terrein. De opritten liggen bij beide percelen aan de noordzijde (zie oranje pijl op de tekening), waardoor er geen brede onderbreking in het groen aan de straatzijde ontstaat. Deze uitgangspunten zijn vervat in het kavelpaspoort zoals is opgenomen als bijlage bij de regels.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 6 van 34

3

Beleid Dit hoofdstuk gaat in op het beleid dat de verschillende overheden voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben opgesteld. Ten eerste het rijksbeleid, vervolgens het provinciale- en regionale beleid en tot slot het gemeentelijke beleid. De relevante beleidsstukken zijn beschreven, waarna is toegelicht welke onderdelen hiervan betrekking hebben op voorliggende ontwikkeling.

3.1

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. In de structuurvisie schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 rijksdoelen geformuleerd: ▪ de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; ▪ de bereikbaarheid verbeteren; ▪ zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.

Beoordeling

De structuurvisie benoemt uitsluitend rijksdoelen en nationale belangen. De (boven) lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking wordt overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen de provinciale kaders. De sturing op verstedelijking, zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, heeft het Rijk een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Conclusie

De ladder voor duurzame verstedelijking dient doorlopen te worden bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit is het enige onderdeel dat relevant is voor voorliggende locatieontwikkeling en wordt in de volgende paragraaf beschreven. Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Toetsingskader

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Per 1 juli 2017 is het besluit ruimtelijke ordening geactualiseerd. In de 'ladder' is vastgelegd dat een bestemmingsplan dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient het bestemmingsplan te voorzien in een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Art 1.1.1 van de Bro beschrijft een stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Beoordeling en conclusie

De ladder hoeft alleen te worden doorlopen als sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 7 van 34

Op grond van jurisprudentie wordt een woningbouwontwikkeling vanaf circa 12 woningen gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan betreft de toevoeging van 2 woningen. Dit aantal ligt lager dan de drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een nadere verantwoording in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking is voor dit plan niet benodigd. 3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving

Toetsingskader

De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. Deze wet gaat zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving regelen. De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Beoordeling

Dit plan levert geen belemmeringen op voor de beoogde doelen zoals die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 – partiële herziening 2014

Toetsingskader

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) vastgesteld. De SVRO is opgebouwd uit twee onderdelen. In onderdeel A wordt de kern van de visie verwoord op ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Brabant. Het landschap en de wijze waarop dit moet worden versterkt, staan in dit onderdeel voorop. Deel B van de structuurvisie beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uitwerkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.

Beoordeling en conclusie

Het plangebied is gelegen in de stedelijke structuur, meer in het bijzonder in het accentgebied ‘kernen in het landelijk gebied’. Voor deze gebieden geldt dat hierin de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen wordt (wonen, werken en voorzieningen). Gemeente worden gevraagd om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen, werken en voorzieningen. De ontwikkeling past derhalve binnen het beleid van Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. In de Verordening ruimte is dit beleid verder uitgewerkt in bindende regels, die in acht genomen moeten worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hierop wordt in de volgende paragraaf nader ingegaan. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Toetsingskader

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Dit is een eerste stap om te komen tot een definitieve omgevingsverordening. In deze Interim omgevingsverordening worden bestaande regels uit een aantal verschillende verordeningen samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening staan zowel regels voor burgers en bedrijven

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 8 van 34

–de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten – als voor bestuursorganen van de overheid – de instructieregels.

Beoordeling

Hierna wordt ingegaan op deze regels en in hoeverre die van toepassing zijn op het bestemmingsplangebied. Vervolgens wordt beoordeeld in hoeverre voorliggend plan hierop aansluit. Stedelijk gebied, landelijke kern Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit om zorgvuldig ruimtegebruik zoveel mogelijk te stimuleren. Binnen het als zodanig aangewezen stedelijk gebied is de gemeente vrij –binnen de grenzen van andere wetgeving– om te voorzien in een stedelijke ontwikkeling. Het plangebied ligt binnen het gebied waar deze regels van toepassing zijn.

Uitsnede themakaart regels stedelijke ontwikkeling, plangebied rood omkaderd

Algemene regels voor bevordering ruimtelijke kwaliteit Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is een belangrijk onderdeel binnen de verordening. Doel hiervan is om het bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas wanneer dit niet mogelijk is, kan worden gezocht naar een geschikte plek om een nieuwe ontwikkeling in het buitengebied mogelijk te maken. De provincie wil tevens verouderde locaties in het stedelijk gebied opnieuw opvullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren. In de verordening is vastgelegd dat iedere ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gepaard moet gaan met een fysieke kwaliteitsverbetering. Hoe deze kwaliteitsverbetering er uit moet zien en welke waarde deze moet vertegenwoordigen, hangt af van de impact van het plan op het landschap en de te verwachten grondwaardevermeerdering. Toepassing planontwikkeling De begrenzing van de nieuwe woonbestemming volgt de contour van het bestaand stedelijk gebied. Uitsluitend binnen deze woonbestemming en dus binnen het bestaand stedelijk gebied worden nieuwe bouwmogelijkheden toegestaan. Daardoor is deze ontwikkeling in overeenstemming met de verordening.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met de regels die in de Interim omgevingsverordening zijn gesteld.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 9 van 34

3.3

Regionaal beleid Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant 2020

Toetsingskader

De subregio West-Brabant West heeft een regionaal perspectief op wonen en woningbouw opgesteld. Stuurgroep Wonen-West is het resultaat van een regionaal samenwerkingsproces, waarbij de gemeenten samen met de provincie een visie opstellen op de (ruimtelijke) ontwikkelingen op de subregionale woningmarkt. De bredere betekenis die het wonen en het woningbouwprogramma heeft, onder andere gelet op tal van (toekomstige) ruimtelijk - kwalitatieve opgaven, vormt hierbij een centraal aspect. Vernieuwde regionale afspraken over de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering maken onderdeel uit van het perspectief, waarbij de geactualiseerde provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose (mei 2017) als richtinggevend uitgangspunt geldt.

Beoordeling

Volgens de actuele prognose groeit de regionale bevolking nog met ruim 17.000 personen, tot ruim 715.000 inwoners in 2050. Vergeleken met de prognose uit 2011 ligt de bevolkingsgroei iets hoger en ligt het omslagpunt van groei naar krimp wat later in de tijd. Verwacht wordt dat er in WestBrabant rond 2030 ruim 333.000 woningen staan, circa 33.000 meer dan aan het begin van 2015. Tot 2030, en met name in de eerste 10-jaarsperiode, ligt er daarmee nog een behoorlijke bouwopgave voor de regio. Daarbij komt een groot deel van deze opgave terecht in de steden, met een accent op Breda. In het Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant 2020 is de woningbouwprognose voor de gemeente Halderberge voor de periode 2018 t/m 2028 gesteld op 650 woningen (scenario ‘laag’). Voor de periode tot 2025 kan 70% hiervan worden voorzien in de zogenaamde harde plancapaciteit (vastgestelde bestemmingsplannen). Behalve afspraken over de kwantitatieve woningvoorraad zijn er ook afspraken gemaakt over de kwalitatieve woningvoorraad. In de afgelopen jaren was er een mismatch tussen de kwaliteit van het programma (teveel dure koopwoningen, teveel appartementen) en de woonwensen. Vastgelegd is dat gestreefd wordt aan te sluiten op de gedifferentieerde en bovendien veranderende vraag van de woonconsument. Het woningbouwprogramma wordt halfjaarlijks afgestemd in de subregionale stuurgroep Wonen.

Conclusie

Dit initiatief betreft het planologisch mogelijk maken van één extra woning en het splitsen van een bestaande woning in twee wooneenheden. Dit aantal past binnen de regionale woningbouwafspraken (zie ook paragraaf 3.4.2, de ‘Woonvisie Halderberge’). 3.4

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Halderberge 2025

Toetsingskader

In de Structuurvisie Halderberge 2025, vastgesteld op 20 juni 2013, wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Halderberge op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naar toe gaat in 2025. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied waardoor voor eenieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. In de structuurvisie wordt per kern het toekomstbeeld geschetst.

Beoordeling

De Structuurvisie doet in basis geen uitspraken over kleinschalige, particuliere initiatieven anders dan dat op zorgvuldig ruimtegebruik ingezet wordt. Bij dit initiatief is sprake van het toevoegen van 20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 10 van 34

één woning binnen een reeds bestaande woonbestemming. Daarnaast wordt een bestaande woning gesplitst en omgevormd tot twee wooneenheden. De plannen vinden plaats binnen de bebouwde kom van Hoeven. Er wordt dus voldaan aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. In de Structuurvisie Halderberge 2025 wordt geconstateerd dat als gevolg van de daling van de gemiddelde huishoudensgrootte (toename van het aantal eenpersoonshuishoudens), het aantal huishoudens tot 2025 in Halderberge nog wel met bijna 5% zal toenemen en daarna zal gaan dalen. Dit leidt volgens de provincie tot een uitbreiding van de woningvoorraad van maximaal 750 woningen. Verder wordt vastgesteld dat starters en senioren aandacht in iedere kern verdienen. In kwalitatieve zin is er in Halderberge sprake van een kwalitatieve discrepantie tussen de bestaande voorraad (vooral grondgebonden rijwoningen) en de te verwachten vraag vanuit kleinere huishoudens als gevolg van de vergrijzing en ontgroening. Er dient te worden ingezet op andere typen woningen, waarbij creatieve oplossingen nodig zijn en waarbij de eigen kwaliteit en identiteit van de kernen niet in het geding zijn. Het plan waarbij de bestaande woning gesplitst en verbouwd wordt, draagt bij aan een verkleining van de geconstateerde kwalitatieve discrepantie.

Het leidt tot een grotere diversiteit in het woningaanbod omdat er nu juist een ander type woning gerealiseerd wordt dan de (standaard) grondgebonden rijwoning of twee-onder-een kapwoning.

Conclusie

Dit plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Halderberge 2025. Het betreft een kleinschalige particulier initiatief dat aansluit bij de kwaliteiten en karakteristiek van het gebied. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan het versterken van het woonmilieu ter plaatse. Woonvisie Halderberge De Woonvisie Halderberge, vastgesteld in december 2016, beschrijft de doelen en ambities ten aanzien van het aspect ‘wonen’ voor de looptijd van 5 jaar. Als een rode draad lopen door deze Woonvisie de volgende vier gemeentelijke randvoorwaarden: ▪ Goed wonen voor iedereen in een groen, rustig en landelijk woonmilieu: ▪ De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten; ▪ Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; ▪ Ruimte voor initiatief en samenwerking. Voor de kern Hoeven worden onder andere als kansen geformuleerd: ▪ diversiteit in het woningaanbod en ▪ vraag naar betaalbare koopwoningen. Voorliggend initiatief, waarbij één vrijstaande woning wordt toegevoegd en een bestaande woning wordt gesplitst in twee wooneenheden, past binnen deze geformuleerde kansen en sluit aan bij het karakter van het woonmilieu ter plaatse. Met realiseren van de bouwtitel voor een vrijstaande woning op een passende locatie wordt aangesloten op de vraag in de woningmarkt. In de Woonvisie wordt (onder andere) ingezet op het benutten van mogelijkheden van het bestaand vastgoed.

Dit initiatief gaat tevens uit van de transformatie van een bestaande, vrijstaande woning. Er wordt dus gebruik gemaakt van bestaand vastgoed. Hierbij zullen de twee wooneenheden in de bestaande woning worden gebruikt door de initiatiefnemer zelf in verband met de verzorging van een familielid. Geconcludeerd wordt derhalve dat voldaan wordt aan de Woonvisie Halderberge.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 11 van 34

Woningbouwprogramma 2018 - 2028 De nieuwbouwopgave voor de gemeente Halderberge is vastgelegd in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Het huidige woningbouwprogramma 2018 – 2028 is gericht op de ambitie om ruim 1.000 woningen te realiseren. Het woningbouwprogramma is dynamisch en flexibel van opzet en is daarom niet integraal opgenomen in de woonvisie. De gemeenteraad heeft het college flexibiliteit gegeven in fasering, aantal en locaties binnen het totale woningbouwprogramma. In het vastgestelde woningbouwprogramma 2018-2028 is 1 extra woning gereserveerd voor onderhavig plan. Dit is in overeenstemming met het voorliggende initiatief. Gemeentelijke welstandsnota In het kader van de omgevingsvergunning voor bouw zal de omgevingsvergunning worden getoetst aan de eisen vanuit de welstandsnota. Het plangebied ligt binnen het welstandsgebied ‘Woongebieden’, waardoor de daarbij behorende welstandsregels van toepassing zijn.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 12 van 34

4

Omgevingsaspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij planologische procedures verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. Door rekening te houden met deze aspecten kan een goed leefklimaat worden ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor het plangebied plan nader toegelicht.

4.1

Bodem

Toetsingskader

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen naar een meer gevoelige bodemfunctie dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Voor locaties waar nieuwe (woning)bouwmogelijkheden zijn opgenomen, dient middels een verkennend bodemonderzoek inzicht te worden verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van een verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

Beoordeling en conclusie

AGEL adviseurs heeft, op het westelijk deel van het plangebied, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Dit onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd: ▪ De bovengrond is licht verontreinigd met PCB. De gemeten gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn kleiner dan de achtergrondwaarden; ▪ In de ondergrond zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden gemeten; ▪ In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan nikkel aangetoond; ▪ Middels onderhavig verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek; ▪ De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor het voorgenomen gebruik van de locatie en de voorgenomen bouwactiviteiten. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, in het onderzochte westelijk deel van het plangebied, vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Voor het overige oostelijk deel van het plangebied is geen bodemonderzoek uitgevoerd. Hier vinden vooralsnog dan ook geen bouwwerkzaamheden plaats. In een eerder stadium is ten oosten van het plangebied aan de Korte Bunder in 1999 een verkennende bodemonderzoek uitgevoerd voor de bouw van woningen met bedrijfsruimten. Hier zijn toentertijd geen overschrijdingen aangetroffen van toenmalige streefwaarden. Aan de hand van de in dit rapport opgenomen historie en de resultaten van de bodemonderzoeken op omliggende percelen wordt geen bodemverontreiniging verwacht op het oostelijk deel van het plangebied.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 13 van 34

Het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek voor dit deel van het plangebied wordt op dit moment nog niet zinvol geacht. Verder heeft dit deel van het plangebied in de huidige situatie de bestemming ‘Wonen’, waarmee deze gronden gebruikt mogen worden ten behoeve van woningen met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden e.d.. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. 4.2

Geluid

Toetsingskader

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met geluidsgevoelige gebouwen (waaronder woningen), nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is alleen noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg en waarbij sprake is van geluidgevoelige bestemmingen.

Beoordeling Wet geluidhinder

De wegen rondom de planlocatie hebben een 30 km/u-regime, waardoor voor deze wegen geen zone geldt als bedoeld in de Wgh. Een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is op grond van deze regelgeving dus niet noodzakelijk.

Beoordeling goede ruimtelijke ordening

De wegen rondom de planlocatie hebben een 30 km/u-regime, waardoor voor deze wegen geen zone geldt als bedoeld in de Wgh. Gezien de diepte van het perceel, de afstand tot de Bovenstraat waarop de nieuw toe te voegen woning wordt gesitueerd en het snelheidsregime, is het aannemelijk dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse.

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.3

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen milieuhinderlijke functies en gevoelige functies. Wonen is een milieugevoelige functie. Daarom dient te worden bekeken in hoeverre de ontwikkeling resulteert in belemmeringen voor de omliggende bedrijven en activiteiten. Anderzijds dient bekeken te worden in hoeverre de hindercirkels rond deze bedrijven en activiteiten het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bouwblokken in het plangebied beïnvloeden. Richtafstanden In de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn de richtafstanden opgenomen. In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een verschillende milieuaspecten (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) 20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 14 van 34

een indicatie gegeven van de afstand tussen milieuhinderlijke functies en hindergevoelige objecten (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van wegverkeer. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. De richtafstanden genoemd in de VNG-handreiking zijn gebaseerd op het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één (afstands)stap worden verlaagd.

Beoordeling

Het plangebied is gelegen aan de Bovenstraat. Ten noorden van het plangebied liggen een viertal woonbestemmingen en ook aan de overzijde van de Bovenstraat bevinden zich woonbestemmingen. Ten zuiden van het plangebied begint het agrarisch buitengebied. Ten oosten van het plangebied bevinden zich aan de Korte Bunder een aantal bedrijfsbestemmingen die deel uitmaken van een kleinschalig bedrijventerrein. Ondanks de ligging nabij diverse bedrijfsbestemmingen en het agrarisch buitengebied, wordt in onderstaande beoordeling de omgeving van het plangebied aangemerkt als een rustige woonwijk. Met het plan worden twee extra woningen mogelijk gemaakt: ▪ Eén extra woning door het toevoegen van een bouwblok op een als ‘Wonen’ bestemd perceel ▪ Eén extra woning door de reeds bestaande woning met nummer 43 te splitsen in twee wooneenheden. Wonen is een milieugevoelige functie. In de directe omgeving van het plangebied zijn zoals hierboven al aangegeven milieubelastende functies in de vorm van rechtstreeks bestemde bedrijven gelegen. Er dient daardoor te worden bepaald of enerzijds als gevolg van dit plan het functioneren van de omliggende bedrijven beperkt wordt en anderzijds of het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is.

Hierbij wordt voor het vaststellen van afstanden tussen de milieubelastende activiteit en een milieugevoelige functie de afstand bepaald vanaf de gevel van de woning tot de grens van de inrichting. De onderstaande inrichtingen zijn in de omgeving van het plangebied gesitueerd. Korte Bunder 8A Op basis van het geldende bestemmingsplan is op dit perceel naast de maximale milieucategorie 2 tevens een metaalconstructiebedrijf toegestaan, dat ingedeeld is in milieucategorie 3.2. De richtafstand bedraagt daardoor 100 meter voor het aspect geluid. Voor de aspecten geur, stof en gevaar geldt een richtafstand van 30 meter. Voor de bestaande woning nummer 43 geldt dat de afstand van het bouwblok tot de inrichtingsgrens circa 55 meter bedraagt. Voor de nieuwe woning geldt dat de afstand tussen het (nieuwe) bouwblok en de inrichtingsgrens circa 70 meter zal bedragen. Voor beide situaties geldt dus dat niet aan de richtafstand voor geluid wordt voldaan. Wel wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor de aspecten geur, stof en gevaar. Korte Bunder 10A Ter plaatse van dit perceel is op basis van het geldende bestemmingsplan bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Vanwege de specifieke aanduiding is op dit adres ook een timmerwerkbedrijf toegestaan. Op dit adres is feitelijk een bedrijf gevestigd dat zich bezig houdt met machinale timmerwerken.

Omdat het productieoppervlak van dit bedrijf groter is dan 200 m 2, valt 20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 15 van 34

deze bedrijvigheid onder milieucategorie 3.2. De grootste richtafstand is ook hier 100 meter voor het aspect geluid. Voor het aspect stof geldt een richtafstand van 30 meter. Voor de aspecten geur en gevaar bedraagt de richtafstand 0 meter. Voor de bestaande woning nummer 43 geldt dat de afstand van het bouwblok tot de inrichtingsgrens circa 50 meter bedraagt. Voor de nieuwe woning geldt dat de afstand tussen het (nieuwe) bouwblok en de inrichtingsgrens circa 60 meter zal bedragen. Voor beide situaties geldt dus dat niet aan de richtafstand voor geluid wordt voldaan. Wel wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor de aspecten geur, stof en gevaar. Mogelijke aanvullende beperking in bedrijfsvoering Voor de beoordeling of de bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering als gevolg van deze ontwikkeling, is de bestaande situatie die wordt bepaald door huisnummer 43 reeds maatgevend en daardoor bepalend voor de bedrijfsvoering. Als gevolg van de ontwikkelingen die door dit plan mogelijk wordt gemaakt, worden de bedrijven niet aanvullend of nader beperkt in de bedrijfsvoering. Goed woon- en leefklimaat Voorts dient te worden bepaald of er ter plaatse van de bouwblokken binnen het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat omdat –zoals hierboven al is beschreven – ontwikkeld wordt binnen de richtafstanden.

Hierbij geldt dat het laten voortbestaan van een bestaand historisch gegroeide situatie onder omstandigheden in strijd kan zijn met een goede ruimtelijke ordening, indien blijkt dat de nadelige gevolgen hiervan zo groot zijn dat deze in redelijkheid niet langer aanvaardbaar geacht kunnen worden. Voor beide bedrijven geldt dat ten opzichte van de huidige woning op nummer 43 al voldaan dient te worden aan geluidsnormering die geldt op basis van de milieuwetgeving. De nieuwe woning is op grotere afstand gelegen dan de woning op nummer 43, waardoor de situatie van deze nieuwe woning als gunstiger kan worden beoordeeld. Voor beide bedrijven geldt dat het grootste deel van de milieubelastende- en geluidproducerende activiteiten inpandig plaatsvinden. De buitenactiviteiten, zoals bevoorrading/laden/lossen, vinden overwegend aan de oostzijde van de bedrijfsbebouwing plaats. De bedrijfsbebouwing schermt geluid als gevolg van deze activiteiten af en beperkt in aanzienlijke mate de geluidsemissie naar het plangebied. Voor het bedrijf op het adres Korte Bunder 10A geldt dat aan de achterzijde van het bedrijfspand een uitbouw is gemaakt voorzien van een gevelopening. Dit maakt het mogelijk dat ook aan die zijde van het bedrijfsgebouw laad- en losactiviteiten plaatsvinden.

De achterzijde van het pand is in de praktijk niet bereikbaar voor zwaar vrachtverkeer gelet op de afmetingen en draaicirkels rondom het pand. Uitsluitend licht verkeer in de vorm van bestelbusjes maken incidenteel gebruik van de uitbouw aan de achterzijde voor laad- en losactiviteiten. Mogelijke geluidsbronnen zijn motorgeluiden, dichtslaan van portieren en de laad- en loshandelingen zelf. Voor het laden en lossen van bestelbusjes wordt overwegend geen gebruikt gemaakt van heftrucks of vergelijkbaar materieel, maar dit gebeurt handmatig of met gebruikmaking van handmatige pompwagens. De omvang van deze activiteiten zijn daardoor niet van dien aard dat dit gepaard gaat met een hoge geluidemissie. Concluderend kan worden gesteld dat beide bedrijven weliswaar bestemd zijn tot milieucategorie 3.2. Maar vanwege de omvang en de terreinindeling zijn deze bedrijven eerder te vergelijken met een lichtere milieucategorie zoals categorie 3.1, waardoor een kleinere hindercontour dan wel richtafstand van toepassing is, waaraan wel wordt voldaan ten opzichte van de toe te voegen woning. Gelet hierop, in combinatie met de afstand tot de woning nummer 43 en de nieuwe woning, is het niet aannemelijk dat er ter plaatse van het plangebied geen sprake zou zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 16 van 34

Om deze redenen kan worden verondersteld dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is.

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Enerzijds worden de bestaande bedrijven niet aanvullend beperkt in hun bedrijfsvoering en anderzijds is er geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat te plaatse van het plangebied. 4.4

Luchtkwaliteit Wet milieubeheer

Toetsingskader

Bij ruimtelijke ontwikkeling dienen de gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. Uitzondering hierop zijn opgenomen in de regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM). Hierin is bepaald wanneer de mate van de bijdrage aan de luchtverontreiniging verwaarloosbaar klein is, dat hier geen nader onderzoek voor plaats hoeft te vinden. Een project kan als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is, dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde. De NIBMregeling van 3% is gekoppeld aan de vaststelling van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) omdat in dit programma hiervoor maatregelen tegenover staan die het tijdig behalen van de grenswaarden waarborgen.

Beoordeling

Om het beoordelen van plannen voor overheden eenvoudiger te maken is in de Regeling NIBM het percentage van 3% uitgewerkt in concrete getallen. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. Dit initiatief betreft het toevoegen van twee nieuwe woningen, zodat de ontwikkeling als NIBM kan worden beschouwd. Een toetsing aan de grenswaarden kan daardoor achterwege blijven.

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit levert dan ook geen beperkingen op voor de beoogde ontwikkeling. Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Toetsingskader

Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient beoordeeld te worden of het aanvaardbaar is om het project op deze locatie te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan de ter plaatse bestaande luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project zelf ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur onder andere bij een woning, school of sportterrein. Om inzicht te geven in de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging wordt gebruik gemaakt van de, door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, beschikbaar gestelde digitale monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Met de jaarlijkse monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit gevolgd en wordt de uitvoering van de maatregelen en projecten (die zijn opgenomen in het NSL) bijgehouden. De Monitoringstool is het instrument waarmee de stand van zaken in de uitvoering van de projecten en maatregelen in het NSL wordt gevolgd, en de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden 20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 17 van 34

berekend voor het achterliggende kalenderjaar en de toekomstige jaren die relevant zijn voor het NSL. De kaart van de monitoring van het NSL biedt de mogelijkheid om de verschillende resultaten van de monitoring zichtbaar te maken. Via de NSL-monitoringstool zijn voorts de concentraties voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen.

Beoordeling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt op basis van de gegevens in de NSL-monitoringstool. In deze tool is onder andere de Sprangweg en de Bovendonksestraat opgenomen. In de volgende afbeelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 nabij het plangebied weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSLmonitoringstool 2019.

Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 peil jaar 2020 (NSL-monitoringstool 2019)

Uit de voorgaande afbeelding blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 21 ìg/m3, 19 ìg/m3 en 12 ìg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 ìg/m3) en PM2,5 (25 ìg/m3) worden niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 7, waardoor het maximum van 35 dagen eveneens niet wordt overschreden. De

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 18 van 34

algemene trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen. Overschrijdingen van de grenswaarden zijn dan ook niet te verwachten.

Conclusie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ter plaatse van het plan de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Vanwege de algemene trend dat de emissies en achtergrondconcentraties zullen dalen, worden er in de toekomst geen overschrijdingen verwacht. 4.5

Externe veiligheid

Toetsingskader

Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt.

Inventarisatie

Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied verschillende risicobronnen aanwezig zijn, waarbij de volgende relevant zijn: • De transportroute over de spoorlijn Roosendaal – Breda; • De transportroute over de snelweg A58.

Uitsnede risicokaart waarin het Basisnet Spoor in geel, het Basisnet Weg in groen en het plangebied in rood zijn aangegeven.

Onderzoek

Dit initiatief voorziet in het planologisch mogelijk maken van extra woningen. Doordat een woning in de regelgeving met betrekking tot externe veiligheid als een kwetsbaar object wordt beschouwd, speelt dit aspect een rol bij de haalbaarheid van het initiatief.

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 19 van 34

Transportroute spoorlijn Roosendaal – Breda (groen op de kaart) Deze spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ligt op circa 950 meter ten zuiden van het plangebied. Omdat het plangebied dus niet gelegen is binnen het verantwoordingsgebied van 200 meter van deze transportroute, is voor deze risicobron het bepalen van de hoogte en toename van het groepsrisico niet aan de orde. Het plangebied is echter wel gelegen in het invloedsgebied van verschillende stofgroepen, waardoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico benodigd is, die ingaat op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Transportroute snelweg A58 (geel op de kaart) De A58 maakt deel uit van het Basisnet waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd en ligt op circa 1,5 kilometer ten zuiden van het plangebied. Omdat het plangebied dus niet gelegen is binnen het verantwoordingsgebied van 200 meter van deze transportroute, is voor deze risicobron het bepalen van de hoogte en toename van het groepsrisico niet aan de orde. Het plangebied is echter wel gelegen in het invloedsgebied van verschillende stofgroepen, waardoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico benodigd is, die ingaat op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Groepsrisico

Als gevolg van deze ontwikkeling - het toevoegen van twee woningen – is er sprake van een zeer beperkte toename van de personendichtheid. Hierdoor is er geen sprake van een toename van het groepsrisico. Het plan leidt evenmin tot de aanwezigheid van zeer of verminderd kwetsbare personen. Daarom kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Die verantwoording gaat in op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Beschrijving maatgevend scenario

Gelet op de afstand van het plangebied tot de risicobronnen en de vervoerde stofgroepen is een toxisch scenario het maatgevende scenario. Een toxisch incident met giftige gassen treedt op wanneer als gevolg van een brand toxische dampen vrijkomen. Deze dampen worden meegevoerd door de wind.

Bestrijdbaarheid

Incident toxische stoffen Bronbestrijding is bij een incident met een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen.

Zelfredzaamheid

Onder zelfredzaamheid wordt verstaan: de mogelijkheid van personen om zichzelf, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten, in veiligheid te brengen. De fysieke eigenschappen van personen, gebouwen en omgeving zijn van invloed op de zelfredzaamheid. Met het voornemen worden geen functies mogelijk gemaakt die gericht zijn op personen die niet of verminderd -zelfredzaam zijn. In het algemeen kunnen er wel personen aanwezig zijn met een

20170151| Bovenstraat 43, Hoeven Toelichting vast te stellen bestemmingsplan

Stantec Document Classification: Stantec Internal

| 20 van 34

verminderde zelfredzaamheid, maar daarbij zijn altijd wel zelfredzame personen aanwezig die verminderde zelfredzame personen in veiligheid te brengen. Voor het aspect zelfredzaamheid wordt eveneens geadviseerd wordt om de Veiligheidsregio Middenen West-Brabant in een vroegtijdig stadium van de bestemmingsplanprocedure te betrekken en om advies te vragen. Incident toxische stoffen Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident met toxische stoffen is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-havenprincipe). Indien dit niet mogelijk is, kan ervoor gekozen worden om te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk, waarbij de meest voorkomende windrichting in Nederland vanuit het zuidwesten komt. Om de zelfredzaamheid te vergroten bij het vrijkomen van toxische stoffen (niet zichtbaar) is het van belang dat het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) wordt ingezet. Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt, wordt aangenomen dat de dekking van het WAS geheel over het plangebied is gelegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/548/documents/15980