Bovenstraat 43, Hoeven vastgesteld 1 Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
< 0.001
< 0.0022
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
mg/kg ds
0.005
< 0.015
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 2 van 4
Pagina 3 van 4 Monsterreferentie
5499074
Monsteromschrijving
MM2
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
3.4
10
Lutum
% (m/m ds)
1.2
25
%
92.8
92.8
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.23
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
8.7
17
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.05
0.07
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
27
41
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 32
-
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 72
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.08
0.08
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.41
0.41
-
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0021
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0021
PCB - 101
mg/kg ds
0.002
0.0059
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0021
PCB - 138
mg/kg ds
0.004
0.012
PCB - 153
mg/kg ds
0.004
0.012
PCB - 180
mg/kg ds
0.002
0.0059
mg/kg ds
0.014
0.041
2.1 AW
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 3 van 4
Pagina 4 van 4 Monsterreferentie
5499075
Monsteromschrijving
MM3
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
1.1
10
Lutum
% (m/m ds)
1.0
25
%
92
92.0
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 7.2
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
26
41
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 33
-
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
-
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
mg/kg ds
0.005
< 0.024
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7) Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
x AW
x maal Achtergrondwaarde
-
<= Achtergrondwaarde
Pagina 4 van 4
Project
20170151-Bovenstraat 43 te Hoeven
Certificaten
700103
Toetsing
T.1 - Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem BoToVa 3.0.0
Toetsversie Monsterreferentie
5499072
Monsteromschrijving
03-2
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
Toetsdatum: 9 oktober 2017 13:32
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
2.4
10
Lutum
% (m/m ds)
2.8
25
%
94.4
94.4
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 49
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.23
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 6.8
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
8.1
16
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
15
23
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 32
-
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 100
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
-
1.5
6.8
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0029
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0029
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0029
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0029
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0029
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0029
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0029
mg/kg ds
0.005
< 0.020
-
0.02
0.04
0.5
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 5499072:
Pagina 1 van 4
Altijd toepasbaar
Pagina 2 van 4 Monsterreferentie
5499073
Monsteromschrijving
MM1
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
3.2
10
Lutum
% (m/m ds)
2.8
25
%
93.4
93.4
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
24
85
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.23
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 6.8
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
9.9
19
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.06
0.08
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
29
44
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 31
-
140
200
720
mg/kg ds
38
120
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.18
0.18
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.15
0.15
chryseen
mg/kg ds
0.22
0.22
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.12
0.12
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.11
0.11
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.1
0.1
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.11
0.11
mg/kg ds
1.1
1.1
-
1.5
6.8
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0022
mg/kg ds
0.005
< 0.015
-
0.02
0.04
0.5
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 5499073:
Pagina 2 van 4
Altijd toepasbaar
Pagina 3 van 4 Monsterreferentie
5499074
Monsteromschrijving
MM2
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
3.4
10
Lutum
% (m/m ds)
1.2
25
%
92.8
92.8
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.23
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
8.7
17
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.05
0.07
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
27
41
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 32
-
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 72
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.08
0.08
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.41
0.41
-
1.5
6.8
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0021
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0021
PCB - 101
mg/kg ds
0.002
0.0059
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0021
PCB - 138
mg/kg ds
0.004
0.012
PCB - 153
mg/kg ds
0.004
0.012
PCB - 180
mg/kg ds
0.002
0.0059
mg/kg ds
0.014
0.041
IND
0.02
0.04
0.5
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 5499074:
Pagina 3 van 4
Klasse industrie
Pagina 4 van 4 Monsterreferentie
5499075
Monsteromschrijving
MM3
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
1.1
10
Lutum
% (m/m ds)
1.0
25
%
92
92.0
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 7.2
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
26
41
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 33
-
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
-
1.5
6.8
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
mg/kg ds
0.005
< 0.024
-
0.02
0.04
0.5
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 5499075: Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
IND
Industrie
Pagina 4 van 4
Altijd toepasbaar
Project
20170151-Bovenstraat 43 te Hoeven
Certificaten
705237
Toetsing
T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 2.0.0
Toetsdatum: 9 oktober 2017 11:24
Monsterreferentie
5511761
Monsteromschrijving
01-1-1
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Toetsoordeel
S
T
I
625
Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba)
µg/l
41
-
50
337.5
cadmium (Cd)
µg/l
0.25
-
0.4
3.2
6
kobalt (Co)
µg/l
16
-
20
60
100
koper (Cu)
µg/l
4.7
-
15
45
75
Kwik (Hg) (niet vluchtig)
µg/l
< 0.05
-
0.05
0.175
0.3
lood (Pb)
µg/l
<2
-
15
45
75
molybdeen (Mo)
µg/l
<2
-
5
152.5
300
nikkel (Ni)
µg/l
37
2.5 S
15
45
75
zink (Zn)
µg/l
40
-
65
432.5
800
µg/l
< 50
-
50
325
600
benzeen
µg/l
< 0.2
-
0.2
15.1
30
ethylbenzeen
µg/l
< 0.2
-
4
77
150
naftaleen
µg/l
< 0.02
-
0.01
35.005
70
o-xyleen
µg/l
< 0.1
styreen
µg/l
< 0.2
-
6
153
300
tolueen
µg/l
< 0.2
-
7
503.5
1000
xyleen (som m+p)
µg/l
< 0.2
µg/l
0.2
-
0.2
35.1
70
1,1,1-trichloorethaan
µg/l
< 0.1
-
0.01
150.005
300
1,1,2-trichloorethaan
µg/l
< 0.1
-
0.01
65.005
130
1,1-dichloorethaan
µg/l
< 0.2
-
7
453.5
900
1,1-dichlooretheen
µg/l
< 0.1
-
0.01
5.005
10
1,1-dichloorpropaan
µg/l
< 0.2
1,2-dichloorethaan
µg/l
< 0.2
-
7
203.5
400
1,2-dichloorpropaan
µg/l
< 0.2
1,3-dichloorpropaan
µg/l
< 0.2
cis-1,2-dichlooretheen
µg/l
< 0.1
dichloormethaan
µg/l
< 0.2
-
0.01
500.005
1000
monochlooretheen (vinylchloride) tetrachlooretheen
µg/l
< 0.2
-
0.01
2.505
5
µg/l
< 0.1
-
0.01
20.005
40
tetrachloormethaan
µg/l
< 0.1
-
0.01
5.005
10
trans-1,2-dichlooretheen
µg/l
< 0.1
trichlooretheen
µg/l
< 0.2
-
24
262
500
trichloormethaan
µg/l
< 0.2
-
6
203
400
som C+T dichlooretheen
µg/l
0.1
-
0.01
10.005
20
som dichloorpropanen
µg/l
0.4
-
0.8
40.4
80
< 0.2
@
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Vluchtige aromaten
Sommaties aromaten som xylenen
Vluchtige chlooralifaten
Sommaties
Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform)
µg/l
Toetsoordeel monster 5511761: Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Streefwaarde
xS
x maal Streefwaarde
Pagina 1 van 1
Overschrijding Streefwaarde
630
BIJLAGE 7 TOELICHTING EN ACHTERGROND TOETSINGSKADER
AGEL adviseurs BIJLAGE 7
In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op het toetsingskader dat gehanteerd wordt bij de beoordeling van de resultaten van uitgevoerd bodemonderzoek. Circulaire bodemsanering 2013 Op 27 juni is in de Staatscourant een nieuwe versie van de Circulaire bodemsanering gepubliceerd. Deze circulaire is per 1 juli 2013 in werking getreden Staatscourant 2013 nr. 16675 27 juni 2013 en in de plaats gekomen van de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd per 3 april 2012. De circulaire treedt in de plaats van de circulaire Saneringsregeling Wet bodembescherming: Beoordeling en afstemming (Staatscourant 1998, nr. 242), de circulaire Bepaling saneringstijdstip (Staatscourant 1997, nr. 47), de Circulaire bodemsanering 2006, de Circulaire bodemsanering 2006, zoals gewijzigd op 1 oktober 2008 en treedt tevens in de plaats van de Circulaire bodemsanering 2009 en de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd per 1 april 2012 (Stcrt 2012, 6563).Sinds oktober 2002 golden het Besluit en de Regeling locatiespecifieke omstandigheden bodemsanering (LSO), bedoeld als invulling van de mogelijkheid om af te wijken van de doelstelling in artikel 38. Door de wijziging van artikel 38 zijn het Besluit en de Regeling vervallen sinds 1 januari 2006.
Met het in werking treden per 1 juli 2008 van het tweede deel van Besluit bodemkwaliteit dat betrekking heeft op het toepassen van grond en baggerspecie op landbodems zijn de Bodemgebruikswaarden (BGW’s) komen te vervallen. In het Besluit bodemkwaliteit zijn de Achtergrondwaarden en de Maximale Waarden opgenomen die in plaats komen van de BGW’s als terugsaneerwaarde. Een toelichting op de Maximale Waarden is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2002 (Staatscourant 2007, nr. 2477). De Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering is per 1 oktober 2008 vervallen. De streefwaarden grondwater blijven een rol houden in het bodemsaneringsbeleid en zijn daarom opgenomen in bijlage 1 van de circulaire. De interventiewaarden voor grond zijn in 2008 herzien op basis van recente wetenschappelijke inzichten. Als bijlage 1 van de Circulaire is ook de in de Beleidsbrief asbest aangekondigde interventiewaarde voor asbest opgenomen. Tevens zijn de indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV’s) opgenomen. De Circulaire gaat in op de saneringsdoelstelling en de wijze waarop de ernst en spoedeisendheid van een geval van bodemverontreiniging wordt vastgesteld. De streefwaarden voor grond zijn vervangen door de achtergrondwaarden van het Besluit bodemkwaliteit.
De gewijzigde streef- en interventiewaarden voor grondwater en gewijzigde interventiewaarden voor grond zijn opgenomen als bijlage in de Circulaire. Daarnaast wordt in de circulaire ingegaan op de uitwerking van de saneringsdoelstelling zoals die is opgenomen in de gewijzigde tekst van artikel 38 van de Wbb. Bij de uitwerking van de saneringsdoelstelling is aansluiting gezocht bij het Besluit bodemkwaliteit en wordt ruimte geboden voor een gebiedsgerichte aanpak. In de circulaire worden de volgende toetsingswaarden genoemd:
Streefwaarden grondwater en interventiewaarden bodemsanering Streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn overeenkomstig de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000). Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen diep en ondiep grondwater. Als grens tussen diep en ondiep grondwater wordt een arbitraire grens van 10 m gebruikt.
Interventiewaarden bodemsanering De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. De interventiewaarden grond gelden voor droge bodem. Voor waterbodem zijn aparte interventiewaarden opgesteld die zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nr. 247) en in de Circulaire sanering waterbodems 2008 (Staatscourant 2007, nr. 245). De interventiewaarden grondwater zijn niet herzien en overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000).
Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal, niet bij regulier bodemonderzoek gangbare stoffen, zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Een interventiewaarde ontbreekt. De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de status van de interventiewaarde en derhalve hier buiten beschouwing gelaten.
Tussenwaarde Naast de toetsingswaarden uit de circulaire is bij de interpretatie van bodemonderzoek de tussenwaarden van belang. De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden.
Geval van ernstige verontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en er toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Als de bodem op een locatie is verontreinigd, maar het betreft geen geval van ernstige verontreiniging, hoeft niet te worden bepaald of er met spoed dient te worden gesaneerd. Verbeteren van de bodemkwaliteit kan niet worden voorgeschreven op grond van de regels voor bodemsanering. Als een gemeente een gebiedskwaliteit heeft vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit, dan kan de gemeente wel bevorderen dat bij bijvoorbeeld bouwactiviteiten de gebiedskwaliteit als uitgangspunt geldt. Als er grond moet worden toegepast kan dat ook verplicht worden gesteld. Het is echter niet zo dat bij niet ernstig verontreinigde grond een verplichting kan worden opgelegd op grond van de bodemregelgeving om de bodem schoner te maken.
AGEL adviseurs BIJLAGE 7
Saneringscriterium Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Het saneringscriterium dient om vast te stellen of sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed dient te worden uitgevoerd. Wanneer sprake is van spoed, is het nemen van maatregelen verplicht. De werkwijze van het saneringscriterium geldt voor: Een geval van ernstige verontreiniging; Een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing; Huidige en voorgenomen gebruik; Grond en grondwater. Voor waterbodem is een separate systematiek ontwikkeld; Alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld hetgeen ook van toepassing is voor waterbodems. Wanneer sanering niet met spoed hoeft plaats te vinden kan voor de aanpak van de verontreiniging worden aangesloten bij maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Deze saneringen vinden plaats op initiatief van de eigenaar of andere belanghebbende met het oog op gewenst gebruik van de bodem.
Uiteindelijk moet het resultaat van de sanering zijn dat de locatie geschikt is voor het (toekomstig) gebruik. Het saneringscriterium is een instrument voor het bevoegd gezag waarmee zij een (schuldig) eigenaar kan verplichten tot saneren binnen een gestelde termijn. Risico’s hebben een directe relatie met het gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als er aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie onaanvaardbare risico’s zijn verbonden staat voorop dat maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen. De risico’s die aanleiding kunnen zijn om met spoed te saneren worden verdeeld in: a) risico’s voor de mens, b) risico’s voor het ecosysteem en c) risico’s van verspreiding van verontreiniging. ad a) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie een situatie bestaat waarbij: Chronische negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden; Acute negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. Indien de aanwezigheid van bodemverontreiniging bij het huidig gebruik leidt tot aantoonbare hinder voor de mens (door o.a. huidirritatie en stank) dient eveneens met spoed te worden gesaneerd.
ad b) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie: De biodiversiteit kan worden aangetast (bescherming van soorten); Kringloopfuncties kunnen worden verstoord (bescherming van processen); Bio-accumulatie en doorvergiftiging kan plaatsvinden. ad c) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s van verspreiding van verontreiniging indien: Het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd door de verspreiding van verontreiniging in het grondwater waardoor kwetsbare objecten hinder ondervinden; Er sprake is van een onbeheersbare situatie, dat wil zeggen indien: 1. Er een drijflaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 2. Er een zaklaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 3. De verspreiding heeft geleid tot een grote grondwaterverontreiniging en de verspreiding nog steeds plaatsvindt.
Geval van verontreiniging met asbest In het ‘Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest’, dat is opgenomen als bijlage 3 van de circulaire, is geregeld wanneer er voor een bodemverontreiniging met asbest sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor een bodemverontreiniging met asbest is het volumecriterium voor het vaststellen van de ernst van het geval niet van toepassing.
Zorgplicht artikel 13 Wet bodembescherming Voor bodemverontreiniging veroorzaakt vanaf 1 januari 1987 geldt de zorgplicht (artikel 13 Wbb). Voor deze gevallen geldt dat degene die de in artikel 13 beschreven handelingen heeft verricht alle maatregelen moet nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd. Dat wil zeggen: zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk de gevolgen beperken of ongedaan maken, ongeacht de aangetroffen gehalten en de risico’s van de verontreinigde stoffen. De bepaling ernst van de verontreiniging en spoed van de sanering spelen hier geen rol.
Toetsing rapportagegrenzen De normen waaraan getoetst wordt kunnen lager zijn dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze waarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Bij een resultaat ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een waarde ‘< een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (dit is hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000 dan dient de desbetreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normen.
AGEL adviseurs BIJLAGE 7
Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de van toepassing zijnde norm worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Indien een of meer individuele componenten het resultaat hebben ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’, of er een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Besluit bodemkwaliteit Op 1 januari 2008 is de eerste fase van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk)1 in werking getreden die het toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater regelt.
Op 1 juli 2008 is de tweede fase van het Bbk van kracht geworden die het toepassen van grond en baggerspecie op landbodems en het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem en in het oppervlaktewater regelt. De verschillende onderdelen, Kwalibo, Bouwstoffen en Grond en Baggerspecie zijn gefaseerd in werking getreden: Voor het toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater en het verspreiden van baggerspecie in oppervlaktewater: per 1-1-2008; Voor het toepassen van bouwstoffen en grond en baggerspecie op landbodems: per 1-7- 2008.
Kwalibo-regelgeving De Kwalibo-regelgeving is vanaf 1 oktober 2006 van kracht. Kwalibo staat voor ‘kwaliteitsborging in het bodembeheer’ en is een maatregel om het bodembeheer te verbeteren. Kwalibo stelt eisen aan de kwaliteit en integriteit van personen, bedrijven en overheden die werken aan bodembeheer. Dit betekent dat bepaalde werkzaamheden alleen nog maar door erkende personen en bedrijven (bodemintermediairs) uitgevoerd mogen worden. De Kwalibo-regelgeving heeft betrekking op bodemsanering, bodembeheer en bodembescherming. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit is de Kwalibo-regelgeving ook voor waterbodems, landbodems en bouwstoffen van toepassing.
Definitie grond en bagger Het Besluit hanteert voor grond en baggerspecie de volgende definities: Grond is vast materiaal en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, met uitzondering van baggerspecie; Baggerspecie is materiaal, dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter.
Bodemvreemd materiaal Het Besluit stelt aanvullend dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal mag bevatten. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om bijmengingen van bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie nadat het materiaal is afgegraven.
Toetsingskaders De normstelling voor het toepassen van grond en baggerspecie en het verspreiden van baggerspecie is met het Besluit vernieuwd. De nieuwe normstelling sluit beter aan op de relatie tussen het gebruik en de kwaliteit van de (water)bodem en op de risico’s die een toepassing met zich mee kan brengen. Ook kunnen lokale normen worden vastgesteld, zodat beter rekening kan worden gehouden met de lokale situatie. Het Besluit maakt onderscheid tussen verschillende toepassingsmogelijkheden met bijbehorende toetsingskaders. Deze zijn onderstaand weergegeven. Het generieke kader is van toepassing op elk gebied waarvoor geen gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. Uitgangspunt van het generieke kader voor landbodems is dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet aansluiten bij de functie die de bodem heeft. Ook mag de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. Naast de toetsingskaders voor gebiedsspecifiek en generiek beleid, kent het Besluit nog een andere categorie van toepassingen: grootschalige toepassingen. Bij deze categorieën hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Wél moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen en randvoorwaarden die het Besluit stelt aan deze toepassingen.
Tabel: Toetsingskaders grond en bagger Toepassingsmogelijkheden grond en baggerspecie Generiek of gebied specifiek beleid Alleen generiek beleid
Toepassen grond en baggerspecie
Verspreiden baggerspecie
Op de landbodem In oppervlaktewater In grootschalige toepassing
In oppervlaktewater Over aangrenzend perceel
Partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden op grond van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels.
1
Stb. 2007, 469
AGEL adviseurs BIJLAGE 7
Uitgangspunt bij het toepassen van grond en baggerspecie is dat de toegepaste grond en baggerspecie onderdeel gaat uitmaken van de ontvangende bodem, zonder dat extra maatregelen zoals afscheidingslagen of maatregelen in het kader van isoleren, beheersen en controleren (IBC) worden toegepast.
Bodemfuncties en bodemfunctieklassen In die gebieden waarvoor de bevoegde bestuursorganen geen lokale maximale waarden in een besluit hebben vastgelegd, wordt de toepassing van grond en baggerspecie generiek getoetst. Voor deze generieke toetsing zijn zowel maximale waarden voor bodemfunctieklassen (landbodem) als maximale waarden voor bodemkwaliteitsklassen vastgelegd.
Klassenindeling voor bodemfuncties en bodemkwaliteit Om te toetsen of de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie aansluit bij de functie en kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt in het generieke kader gewerkt met een klassenindeling voor de kwaliteit en functie. Uitgangspunt van het Besluit is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie. Om hier invulling aan te geven zijn voor 7 bodemfuncties referentiewaarden ontwikkeld. Deze functies worden gebruikt in het gebiedsspecifieke beleid. Voor toepassing in het generieke kader zijn de functies samengevoegd tot 2 bodemfunctieklassen: wonen en industrie. De functies landbouw en natuur zijn niet ingedeeld in een klasse. Hiervoor is gekozen omdat in gebieden met een van deze functies alleen schone grond of baggerspecie mag worden toegepast. Dat wil zeggen: grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Achtergrondwaarden.
Tabel: Bodemfuncties Gebiedspecifiek
Generiek beleid
wonen met tuin plaatsen waar kinderen spelen groen met natuurwaarden ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie moestuinen/volkstuinen Landbouw Natuur
wonen industrie Kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de Achtergrondwaarden
Naast de bodemfuncties, wordt de bodemkwaliteit ook ingedeeld in de klassen wonen en industrie. De bodemkwaliteit geeft hiermee een maat voor de kwaliteit van zowel de ontvangende als de toe te passen bodem en toe te passen baggerspecie. Aan de bodemkwaliteitsklassen zijn nieuwe normen gekoppeld: de Maximale waarden voor de klasse wonen en de Maximale waarden voor de klasse industrie. Wanneer de maximale waarde voor industrie wordt overschreden, mag deze grond of baggerspecie binnen het generieke kader niet worden toegepast. Om een partij grond of baggerspecie toe te mogen passen, moet de partij worden getoetst aan de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem. Bij deze dubbele toetsing geldt dat de toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de strengste norm. In onderstaand schema is de toepassingseis voor de toe te passen grond of baggerspecie gegeven.
Tabel: Bepaling toepassingseis voor een partij grond of baggerspecie Functie op kaart Wonen
Industrie
Niet ingedeeld (bijv. landbouw/natuur
Actuele bodemkwaliteit
Toepassingseis
Achtergrondwaarde Wonen industrie Achtergrondwaarde Wonen Industrie Achtergrondwaarde Wonen industrie
Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde wonen Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde Industrie Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde
Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse wonen en de Maximale Waarden voor de klasse industrie. Deze Generieken Maximale Waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem ook op de lange termijn geschikt te houden voor de betreffende functie. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen locale bodembeheerders zelf bodemkwaliteitsnormen vaststellen. Als randvoorwaarde voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid geldt dat sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. De ruimte voor de Lokale Maximale Waarden ligt tussen de achtergrondwaarden en het saneringscriterium. Wanneer de Lokale Maximale Waarden een verruiming van de normen ten opzicht van het generieke kader zijn, moet getoetst worden of dit niet leidt tot onaanvaardbare risico’s. Voor het bepalen van de gevolgen van de gekozen Lokale Maximale Waarden is een Risicotoolbox ontwikkeld. In onderstaande figuur is de normstelling schematisch weergegeven.
Figuur: Normstelling en toepassingskader bodem Achtergrond waarden
Generiek Gebieds specifiek
Maximale waarden klasse wonen
Klasse wonen
Maximale waarden klasse industrie
Klasse industrie
Niet toepasbaar
Altijd toepasbaar
Nooit toepasbaar
Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond waarden
Interventiewaarden droge bodem
Sanerings criterium
AGEL adviseurs BIJLAGE 7
Normenblad AS3000 onderzoek grond en waterbodem
Regeling Bodemkwaliteit, 20 december 2007, DJZ2007124397, Integrale versie geldend op 1-1-2015. Interventiewaarden grond: Circulaire Bodemsanering 2013. (Alle grenswaarden gelden voor een standaard bodem met 10% organisch stof en 25% lutum) GROND *)
WATERBODEM **)
AW2000
Wonen
Industrie
20
27
76
IW
AW
A
B
76
20
29
85
Rapportagegrens ***) IW
Grond/ waterbodem
GRONDWATER *) SW On diep
AW diep
SW diep
IW
Metalen Arseen [As] Barium [Ba]
5
Cadmium [Cd] Chroom [Cr]
1
920
85
4
10
7
7,2
60
625
20
50
200
200
625
0,6
1,2
4,3
13
0,6
4
14
14
0,2
0,4
0,06
0,06
6
55
62
180
180
55
120
380
380
10
1
2,4
2,5
30 100
Cobalt [Co]
15
35
190
190
15
25
240
240
3
20
0,6
0,7
Koper [Cu]
40
54
190
190
40
96
190
190
5
15
1,3
1,3
75
0,15
0,83
4,8
36
0,15
1,2
10
10
0,05
0,05
0,01
0,3
Lood [Pb]
50
210
530
530
50
138
580
580
10
15
1,6
1,7
75
Molybdeen [Mo]
1,5
88
190
190
1,5
5
200
200
1,5
5
0,7
3,6
300
50
210
210
4
15
2,1
2,1
75
Kwik [Hg]
2
Nikkel [Ni]
35
39
100
100
35
Tin [Sn]
4
6,5
180
900
900
6,5
1,5
Vanadium [V]
4
80
97
250
250
80
10
Zink [Zn]
4
140
200
720
720
140
Beryllium [Be]
4
Antimoon
563
2000
2000
30 4
15
22
22
4
15
15
20
2,2 1,2 65
24
1
0,05
1,5
0,09
1,5
0,07
Seleen [Se]
4
100
Tellurium [Te]
4
600
2
Thallium [Tl]
4
15
1
Zilver [Ag]
4
15
1
50 70
24
800 15
0,15
20 160 70
2
7 40
Overige anorganische stoffen Chloride
3
150
Cyanide (vrij)
3
3
20
20
3
20
20
2
5
1500
Cyanide (totaal)
5,5
5,5
50
50
5,5
50
50
3
10
1500
Thiocyanaten ( Σ)
6
6
20
20
6
20
20
Benzeen
0,2
0,2
1
1,1
0,2
1
1
0,05
0,2
30
Ethylbenzeen
0,2
0,2
1,25
110
0,2
50
50
0,05
4
150 1000
1500
Aromatische stoffen
Tolueen
0,2
0,2
1,25
32
0,2
130
130
0,05
7
Xylenen ( Σ, 0.7 factor)
0,45
0,45
1,25
17
0,45
25
25
0,105
0,2
70
Styreen (Vinylbenzeen)
0,25
0,25
2,5
86
0,25
100
100
0,05
6
300
Fenol
0,25
0,25
1,25
14
0,25
40
40
0,2
2000
Cresolen (0,7 Σ)
0,3
0,3
5
13
0,3
5
5
0,2
0,35
0,35
0,35
1000
0,35
1,2,3Trimethylbenzeen
0,45
0,45
0,45
0,45
0,1
1,2,4Trimethylbenzeen 1,3,5Trimethylbenzeen (Mesityleen)
0,45
0,45
0,45
0,45
0,1
0,45
0,45
0,45
0,45
0,1
2Ethyltolueen
0,45
0,45
0,45
0,45
0,1
3Ethyltolueen
0,45
0,45
0,45
0,45
0,1
4Ethyltolueen
0,45
0,45
0,45
0,45
0,1
isoPropylbenzeen (Cumeen)
0,45
0,45
0,45
0,45
0,1
Propylbenzeen
0,45
0,45
0,45
0,45
0,1
Aromatische oplosmiddelen ( Σ)
2,5
2,5
2,5
dodecylbenzeen
4
200
200 0,02
150
2,5
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen naftaleen
0,05
0,01
70
fenantreen
0,05
0,003
5
antraceen
0,05
0,0007
5
fluorantheen
0,05
0,003
1
chryseen
0,05
0,003
0,2
benzo(a)antraceen
0,05
0,0001
0,5
benzo(a)pyreen
0,05
0,0005
0,05
benzo(k)fluorantheen
0,05
0,0004
0,05
indeno(1,2,3cd)pyreen
0,05
0,0004
0,05
benzo(ghi)peryleen
0,05
0,0003
0,05
Pak-totaal (10 VROM) (0.7 factor)
1,5
6,8
40
40
1,5
9
40
40
0,35
AGEL adviseurs BIJLAGE 7
Vluchtige chloorkoolwaterstoffen Vinylchloride
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,05
0,01
5
Dichloormethaan
0,1
0,1
3,9
3,9
0,1
10
10
0,05
0,01
1000
1,1Dichloorethaan
0,2
0,2
0,2
15
0,2
15
15
0,1
7
900
1,2Dichloorethaan
0,2
0,2
4
6,4
0,2
4
4
0,1
7
400
1,1Dichlooretheen
0,3
0,3
0,3
0,3
0,3
0,3
0,3
0,1
0,01
10
1.2-Dichloorethenen ( Σ, 0.7) Dichloorpropanen (0,7 Σ; 1,1+1,2+1,3)
0,3
0,3
0,3
1
0,3
1
1
0,14
0,01
20
0,8
0,8
0,8
2
0,8
2
2
0,105
0,8
80
Trichloormethaan (Chloroform)
0,25
0,25
3
5,6
0,25
10
10
0,05
6
400
1,1,1Trichloorethaan
0,25
0,25
0,25
15
0,25
15
15
0,05
0,01
300
1,1,2Trichloorethaan
0,3
0,3
0,3
10
0,3
10
10
0,05
0,01
130
Trichlooretheen (Tri)
0,25
0,25
2,5
2,5
0,25
60
60
0,05
24
500
Tetrachloormethaan (Tetra)
0,3
0,3
0,7
0,7
0,3
1
1
0,05
0,01
10
Tetrachlooretheen (Per)
0,15
0,15
4
8,8
0,15
4
4
0,05
0,01
40
Monochloorbenzeen
0,2
0,2
5
15
0,2
0,04
7
180
Dichloorbenzenen (0.7 factor)
2
2
5
19
2
0,21
3
50
Trichloorbenzenen ( Σ, 0.7 fact)
0,015
0,015
5
11
0,015
0,0021
0,01
10
Tetrachloorbenzenen ( Σ, 0.7 fact)
0,009
0,009
2,2
2,2
0,009
0,0021
0,01
2,5
Pentachloorbenzeen (QCB)
0,0025
0,0025
5
6,7
0,0025
0,007
0,001
1
Hexachloorbenzeen (HCB)
0,0085
0,027
1,4
2
0,0085
0,044
0,003 0,0000 9
0,5
Chloorbenzenen
Chloorbenzenen ( Σ, 0.7 factor)
2
0,001 30
30
0,2436
Chloorfenolen Monochloorfenolen (0,7 Σ)
0,045
0,045
5,4
5,4
0,045
0,3
100
Dichloorfenolen (0,7 Σ)
0,2
0,2
6
22
0,2
0,2
30
Trichloorfenolen (0,7 Σ)
0,003
0,003
6
22
0,003
0,03
10
Tetrachloorfenolen (0,7 Σ)
0,015
1
6
21
0,015
0,01
10
Pentachloorfenol (PCP)
0,003
1,4
5
12
0,003
0,04
3
Chloorfenolen ( Σ, 0.7 factor)
0,2
0,01
0,01
0,016
0,2
5
5
10
10
0,003
PCB PCB 28
0,0015
0,014
0,001
PCB 52
0,002
0,015
0,001
PCB 101
0,0015
0,023
0,001
PCB 118
0,0045
0,016
0,001
PCB 138
0,004
0,027
0,001
PCB 153
0,0035
0,033
0,001
PCB 180
0,0025
0,018
1
0,02
0,139
0,32
PCB (7) ( Σ, 0.7 factor)
0,02
0,04
0,5
0,001 1
1
0,0049
Organochloorverbindingen 0,0008
0,0013
0,001
Dieldrin
Aldrin
0,008
0,008
0,001
Endrin
0,0035
0,0035
Isodrin
0,001
Telodrin Aldrin/dieldrin/endrin ( Σ, 0.7 fac)
0,001 0,001
0,0005 0,015
0,04
0,14
4
0,015
0,001 0,015
4
4
0,0021
DDT ( Σ, 0.7 factor)
0,2
0,2
1
1,7
0,0014
DDD ( Σ, 0.7 factor)
0,02
0,84
34
34
0,0014
DDE ( Σ, 0.7 factor)
0,1
0,13
1,3
2,3
DDT,DDE,DDD ( Σ, 0.7 factor)
0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l
0,0014 0,3
0,3
4
4
0,0042
0,004
0,01
4
4
0,001
0,2 ng/l
5
alfaEndosulfan
0,0009
0,0009
0,1
4
0,0009
0,0021
alfaHCH
0,001
0,001
0,5
17
0,001
0,0012
0,001
33 ng/l
betaHCH
0,002
0,002
0,5
1,6
0,002
0,0065
0,001
8 ng/l
gammaHCH
0,003
0,04
0,5
1,2
0,003
0,003
0,001
9 ng/l
0,01
0,01
2
2
0,0021
4
4
0,001
0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l 0,02 ng/l
HCH ( Σ, 0.7 factor) Heptachloor Heptachloorepoxide ( Σ, 0.7 factor)
0,0007
0,0007
0,1
4
0,0007
0,004
0,002
0,002
0,1
4
0,002
0,004
Chloordaan (som, 0.7 factor)
0,002
0,002
0,1
4
0,002
Hexachloorbutadieen
0,003
0,003
OCB (som, 0.7 factor)
0,4
0,4
Minerale olie (totaal)
190
190
500
5000
190
1250
5000
5000
Minerale olie C10 C40
190
190
500
5000
190
1250
5000
5000
4
4
0,0014
4
4
0,0014
0,0075
1 0,3 3 0,2
0,001
35
50
600
50
600
AGEL adviseurs BIJLAGE 7
Overige gechloreerde koolwaterstoffen Chlooraniline (som o+m+p)
4
Dichlooranilinen (som)
4
Trichlooranilinen
4
Pentachlooraniline
4
dioxine Chloornaftaleen
0,2
0,2
0,2
50
0,2
50
50
100
10
10
0,15
0,15
0,15
10
0,15
0,000055
0,000055
0,000055
0,00018
0,000055
0,001
1
0,07
0,07
10
23
0,07
10
0,0075
0,0075
0,0075
2
0,0075
0,065
0,065
0,065
0,15
0,5
0,001ng/l 10
Organofosforpesticiden Azinphosmethyl
30
50
0,085 4
Organotin bestrijdingsmiddelen Tributyltin (als Sn)
0,065
0,25
0,065
Trifenyltin (als Sn)
0,085
Organotin (som TBT+TFT, als Sn) Organotin Chloorfenoxy azijnzuur herbiciden 4Chloor2methylfenoxyazijnzuur (MCPA)
0,55
0,55
0,15 2,5
2,5
0,55
4
0,15 2,5
2,5
0,05-16
0,7 ng/l
0,55
4
4
0,02
50
150
Overige bestrijdingsmiddelen Atrazine
0,035
0,035
0,5
0,71
0,035
6
6
29 ng/l
Carbaryl
0,15
0,15
0,45
0,45
0,15
5
5
2 ng/l
60
Carbofuran
0,017
0,017
0,017
0,017
0,017
2
2
9 ng/l
100
0,6
0,6
0,6
15
0,6
0,09
0,09
0,5
15000
4-chloormethylfenolen (som) niet chl.pest ONB+OPB (som, 0.7 factor)
4
0,09
Overige stoffen 100
100
100
Cyclohexanon
Asbest in grond (gewogen) 2
2
150
150
100
100
2
Dimethylftalaat
0,045
9,2
60
82
Diethylftalaat
0,045
5,3
53
53
Diisobutylftalaat
0,045
1,3
17
17
Dibutylftalaat
0,07
5
36
36
Butylbenzylftalaat
0,07
2,6
48
48
Dihexylftalaat
0,07
18
60
220
Bis(2ethylhexyl)ftalaat (DEHP)
0,045
8,3
60
60
Ftalaten (totaal)
0,25
Pyridine
0,15
0,15
1
Tetrahydrofuraan
0,45
0,45
Tetrahydrothiofeen
1,5
1,5
Tribroommethaan (bromoform)
0,2
0,2
Acrylonitril
0,1
0,1
Butanol
2
Butylacetaat Ethylacetaat
100
45
45
0,5
60
60
0,5
5
11
0,15
0,5
0,5
0,5
30
2
7
0,45
2
2
0,5
300
8,8
8,8
1,5
90
90
0,5
5000
0,2
75
0,2
75
75
0,1
0,1
0,1
2
2
30
2
2
2
2
200
2
6300
2
2
2
75
2
15000
Diethyleenglycol
8
8
8
270
8
13000
Ethyleenglycol
5
5
5
100
5
5500
Formaldehyde
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
50
isoPropanol
0,75
0,75
0,75
220
0,75
31000
Methanol
3
3
3
30
3
24000
Methylethylketon (MEK)
2
2
2
35
2
630 0,08
5 5600
6000
ETBE Methyltertbutylether (MTBE)
0,1
0,3 0,2
0,2
0,2
100
0,2
44
0,1
9400
*) Betreft toepassen van grond of bagger op landbodem of de kwaliteit van de landbodem waarop de grond of waterbodem wordt toegepast. **) Betreft toepassen van grond of bagger onder oppervlaktewater of de kwaliteit van de waterbodem waarop de grond of waterbodem wordt toegepast.. ***) Ten minste te behalen rapportagegrenzen volgens tabel 1, staatscourant 2012 nr 22335, 2 november 2012. Ingangsdatum 1 juli 2013. De eis aan som-parameters is gebaseerd op de som van de AS300-eisen aan de individuele parameters (met verrekening van 0,7 factor). 1 Er wordt getoetst tegen de interventiewaardenorm voor chroom III. Alleen in specifieke verdachte situaties behoeft te worden getoetst tegen de Interventiewaarde van Cr VI (78 mg/kgds). 2 Er wordt getoetst tegen de interventiewaardenorm voor anorganisch kwik. Alleen in specifieke verdachte situaties behoeft te worden getoetst tegen de Interventiewaarde voor Hg organisch. 3 Er wordt getoetst voor toepassing als zeezand. 4 Geen interventiewaarde vastgesteld, getoetst tegen indicatief niveau voor ernstige verontreiniging (INEV). 5 Barium: de Interventiewaarde geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene oorsprong.
BIJLAGE 8 RELEVANTE INFORMATIE VOORONDERZOEK
Omgevingsrapport Bovenstraat_43_Hoeven
Geselecteerd perceel
Rapportcontouren
Perceelgrenzen
Hbb locaties
Locatiecontouren
Ondergrondse tanks
Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt: X 99483 Y 398732 meter Datum rapportage: 23-08-2017
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 1 van 10 - 23-08-2017
Inhoud Inhoud
2
Toelichting op de informatie
3
Inleiding
3
Welke informatie bevat het bodeminformatiesysteem?
3
Geen informatie aanwezig
3
Locaties met historisch bodembedreigende activiteiten
3
Opbouw van de rapportage
3
Toelichting bij informatie over de bodemkwaliteit op de locatie
4
Informatie over de milieukwaliteit op de locatie
5
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie)
6
Uitleg begrippen bij deze rapportage
7
Analyseresultaten in conclusie
9
Wat u moet weten over tankgegevens
9
Disclaimer
10
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 2 van 10 - 23-08-2017
Toelichting op de informatie Inleiding Dit betreft een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de locatie op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminformatiesysteem (bis) van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant verleent deze dienst voor de gemeenten Aalburg, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een uittreksel hiervan.
Welke informatie bevat het bodeminformatiesysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransacties en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant.
Geen informatie aanwezig Indien er in het bis geen informatie over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecertificeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecertificeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.
Locaties met historisch bodembedreigende activiteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de locaties met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn afkomstig uit oude bestanden en tekeningen, zoals het hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informatie zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze locaties zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van locaties met de meest verdachte bodembedreigende activiteiten en waar nog niet eerder bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, heeft inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.
Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van software gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informatie aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informatie over de milieukwaliteit op de locatie • Overzicht locatiegegevens • Overzicht bodemonderzoeken • Overzicht historische bodembedreigende activiteiten • Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informatie aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informatie over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de locatie”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de locatiegegevens, de historische bodembedreigende activiteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 3 van 10 - 23-08-2017
Toelichting bij informatie over de bodemkwaliteit op de locatie Overzicht locatiegegevens Onder deze paragraaf worden de locatiegegevens getoond zoals deze in het bis van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant bekend zijn. Een bodemlocatie is bij ons bekend zowel onder de adresgegevens als een locatiecode die altijd met AA begint. De locatiecode is een unieke zoekingang in ons systeem en kan worden gebruikt bij eventuele vragen. Onder de locatiegegevens wordt ook de status van de bodemlocatie, eventuele verontreinigingen en de vervolgactie aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de locatie zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende activiteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende activiteiten getoond zoals deze in het bis van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant bekend zijn. Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant bekend zijn. Informatie over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de locatie Idem als informatie over de bodemkwaliteit op de locatie maar dan binnen een straal van 25 meter rond de locatie.
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 4 van 10 - 23-08-2017
Informatie over de milieukwaliteit op de locatie
Overzicht locatiegegevens Locatie "Korte Bunder ong." Locatie
Korte Bunder ong.
Locatiecode
NZ165500277
Adres
Korte Bunder ong
Postcode Plaatsnaam
Hoeven
Dominante Ubi
UBI: 1730, textielveredeling, NSX-score: 382.8
Status verontreiniging
Niet ernstig
Status beschikking Vervolgactie i.h.k.v. WBB
voldoende onderzocht
1
Onderzoek
Verkennend
Overzicht onderzoeken Naam
Verkennend Onderzoek 1
Bodemonderzoek
Verkennend onderzoek NVN 5740
Onderzoeksbureau
WEMATECH b.v.
Rapportnummer
VBB-990318
Rapportdatum
01-04-1999
Aanleiding voor het onderzoek
Bouwvergunning
Conclusie rapport Resultaat onderzoek t.o.v. Wet Bodembescherming
Locatie "Bovenstraat 43" Locatie
Bovenstraat 43
Locatiecode
NZ165500222
Adres
Bovenstraat 43
Postcode Plaatsnaam
Hoeven
Dominante Ubi
UBI: 171202, sajetfabriek, NSX-score: 114
Status verontreiniging
Niet ernstig
Status beschikking
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 5 van 10 - 23-08-2017
Vervolgactie i.h.k.v. WBB
voldoende onderzocht
1
Onderzoek
Verkennend
Overzicht onderzoeken Naam
Verkennend Onderzoek 1
Bodemonderzoek
Verkennend onderzoek NVN 5740
Onderzoeksbureau
Milec
Rapportnummer
B96098/VO
Rapportdatum
05-12-1996
Aanleiding voor het onderzoek
Bouwvergunning
Conclusie rapport Resultaat onderzoek t.o.v. Wet Bodembescherming
grond () grondwater (>S/AW)
Overzicht historische bodembedreigende activiteiten (zonder locatie) Binnen de OMWB zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar.
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Binnen de OMWB zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar.
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 6 van 10 - 23-08-2017
Uitleg begrippen bij deze rapportage De analyseresultaten in relatie tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsituatie. Op basis van hiervan wordt een locatie beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: • Niet verontreinigd geen vervolg: Volgens de beschikbare informatie is de locatie niet verontreinigd, een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. • Pot. Ernstig: Potentieel ernstig. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstige verontreiniging. Een locatie wordt ook als Pot. Ernstig gekwalificeerd als er alleen bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden (historisch bodemonderzoek) de locatie is dan als het ware verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. • Pot. Urgent c.q. Spoedeisend: Potentieel urgent. Het vermoeden bestaat dat de ernstige verontreiniging risico's vormt voor de gezondheid, ecologie en verspreiding. • Pot. verontreinigd: Geen vervolg. Het vermoeden bestaat dat de locatie wel verontreinigd is maar er is geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek. • Niet Ernstig: Er is geen sprake van een ernstige bodemverontreiniging. • Ernstig, niet urgent c.q. Spoedeisend: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Er zijn geen gezondheids, Ecologische en/ of verspreidingsrisico's.
• Ernstig, urgentie c.q. spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgentie (risico's) niet zijn vastgesteld. • Ernstig en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding. Indien er op een locatie een geval van ernstige bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal afhankelijk van de situatie een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de locatie) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (activiteiten): • Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evaluatierapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. • Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respectievelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek en het opstellen van een Saneringsplan.
• Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. • Uitvoeren tijdelijke beveiliging: Het plaatsen van tijdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico's van de verontreiniging terug te dringen. • Uitvoeren (aanvullende) saneringsevaluatie: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport. • Uitvoeren actieve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplichtingen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. • Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze activiteiten zijn in een beschikking vastgelegd. • Registratie restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente. Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 7 van 10 - 23-08-2017
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: • PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende activiteiten. De locatie is bijvoorbeeld afkomstig uit de lijst van de Kamer van Koophandel. • Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de locatie te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende activiteit. • Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek geeft geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. • BOOT of indicatief onderzoek: Een beperkt onderzoek geeft geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. • Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de locatie is een analytisch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indicatief bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).
• Nulsituatie onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd heeft wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de vestiging van bedrijven op een locatie die potentieel bodembedreigende activiteiten uitvoeren. • B.O.O.T. (Besluit Opslag Ondergrondse Tanks): Onderzoek dat wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich bij een ondergrondse brandstoftank verontreinigingen bevindt. • Asbest in grond onderzoek (NEN 5707) • Nader onderzoek: Onderzoek naar de grootte van de verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de urgentie (NTA 5755). • Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. • Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planmatige beschrijving van de saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. • Saneringsevaluatie uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 8 van 10 - 23-08-2017
Analyseresultaten in conclusie De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van letters en symbolen. De combinatie hiervan geeft aan of de bodem verontreinigd is of niet. De letters hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). AW= Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Interventiewaarde In feite geven de letters een concentratieniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een matige bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interventiewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (interventies) noodzakelijk zijn. Als van één of meerdere stoffen de interventiewaarde wordt overschreden, is sprake van een sterke bodemverontreiniging.
De omvang van de verontreiniging, de risico's voor de volksgezondheid, ecologische risico's en verspreidingsrisico's bepalen de ernst en de urgentie c.q. spoedeisendheid van het geval.
Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Activiteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde t gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschriften zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsinstituut voor Waterleidingsartikelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 9 van 10 - 23-08-2017
Disclaimer De informatie die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inschatting van de situatie. Aangezien de informatie is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven wat de actuele kwaliteit is van grond en grondwater. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij attenderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekomstig eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht heeft als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandstoftanks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank. De informatie uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten of diensten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situatie opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Ook al heeft er op een locatie eerder bodemonderzoek plaatsgevonden is het niet uitgesloten dat de gemeente opnieuw bodemonderzoek eist.
De aanwezige informatie kan verouderd zijn, ook kan er een onjuiste onderzoeksstrategie zijn toegepast. Naast dit bericht adviseren wij voor het opzoeken van bodeminformatie Het Bodemloket (www.bodemloket.nl) te raadplegen. Het Bodemloket is een initiatief van de gezamenlijke overheden die bevoegd zijn in het kader van de Wet Bodembescherming, waaronder de provincie Noord-Brabant. Op Het Bodemloket is informatie te vinden van locaties waar de provincie in het kader van de Wet bodembescherming bevoegd gezag is. Dit zijn de locaties met een geval van ernstige bodemverontreiniging en saneringslocaties. Het betreft informatie over bodemonderzoek, vervolgstappen en saneringen. Wij gaan ervan uit u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele vragen en/of inlichtingen kunt u zich wenden tot de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant.
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant - Pagina 10 van 10 - 23-08-2017
BIJLAGE 9 FOTOREPORTAGE
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Bovenstraat 43 Hoeven
20170151 Oktober 2017 BIJLAGE 9
Foto 1. :
3980
Foto 2. :
3981
Foto 3. :
3982
Foto 4. :
3983
Foto 5. :
3984
Foto 6. :
3985
AGEL adviseurs D01 Verkennend Bodemonderzoek Bovenstraat 43 Hoeven
Foto 7. :
3986
20170151 Oktober 2017 BIJLAGE 9
BIJLAGE 10 ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING