Bijlage 9b BWB jaarstukken 2024.pdf
Tekst van het document
-
De niet acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht.
216
Voorwaardencriterium
-
Geen bevindingen
-
M&O criterium
-
Geen bevindingen
-
Totaal onrechtmatig (waarvan acceptabel)
-
Totaal onrechtmatig (waarvan niet-acceptabel)
Jaarstukken 2024
216
39
Toelichting Begrotingsrechtmatigheid Het Algemeen Bestuur van de BWB heeft op 1 november 2024 de financiële verordening aangepast om duidelijke kaders te scheppen ten aanzien van begrotingsrechtmatigheid.
In artikel 12 is vastgelegd dat dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding van de lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding van de lasten op een open-einde regeling. c.
De overschrijding van de lasten is gedurende het boekjaar gemeld aan het Algemeen Bestuur door middel van een tussentijdse rapportage maar kon niet meer tijdig worden opgenomen in een begrotingswijziging, deze wordt als gevolg hiervan in de jaarrekening gemeld.
d. Er is sprake van een onderschrijding op de lasten die niet in een tussentijdse rapportage kon worden gemeld aan het Algemeen Bestuur, deze wordt als gevolg hiervan in de jaarrekening gemeld. e. Er is sprake van een onderschrijding of overschrijding op de baten die niet in een tussentijdse rapportage kon worden gemeld aan het Algemeen Bestuur, deze wordt als gevolg hiervan in de jaarrekening gemeld.
De BWB heeft de afwijkingen zoveel als mogelijk gemeld in de tweede bestuursrapportage, de afwijkingen die hierin niet mee konden worden genomen zijn als toegelicht in onderdeel 2 van deze jaarstukken.
Er is sprake van één overschrijding op lastenniveau binnen het programma Waarderen. Binnen het kader van het BBV is een overschrijding op lasten altijd onrechtmatig. Deze begrotingsonrechtmatigheid is hieronder toegelicht.
Binnen het programma Waarderen is sprake van een overschrijding op de lasten, voornamelijk veroorzaakt door hogere salarislasten en inhuur. Het Algemeen Bestuur (AB) is hierover geïnformeerd via de tweede bestuursrapportage. In de tweede bestuursrapportage werd het voordeel op de totale personeelslasten over de programma’s heen ingeschat op € 235.000. Bij de jaarrekening is dit voordeel verder opgelopen tot € 262.000. Hierin is het nadeel binnen het programma Waarderen verdisconteerd. De informatievoorziening past binnen de gebruikelijke handelswijze van de afgelopen jaren, waarbij gestuurd wordt op het totaal van de personeelslasten. Echter, er is verzuimd een begrotingswijziging door te voeren om de lasten binnen het programma Waarderen formeel binnen de begroting te houden.
Jaarstukken 2024
40
Het Algemeen Bestuur heeft het Dagelijks Bestuur gemandateerd (conform artikel 6, lid 5 van de financiële verordening) om budget neutrale begrotingswijzigingen door te voeren, waarbij alleen een lastenverschuiving plaatsvindt tussen salarisbudgetten en inhuurbudgetten binnen hetzelfde programma of tussen programma’s. Door scherper toe te zien op de tijdige doorvoering van dergelijke wijzigingen, kan een vergelijkbare onrechtmatigheid in de toekomst worden voorkomen.
Inkoop/aanbesteding (incl. inhuur) Om tot een oordeel te komen over de rechtmatigheid van de aanbestedingen is een volledige spendanalyse uitgevoerd over de inkoop 2021-2024. Alle inkoopdossiers boven de Europese aanbestedingsgrens zijn gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen aanbestedingsfouten geconstateerd.
Salarissen en declaraties Voor de controle op de rechtmatigheid van de salarislasten zijn de mutaties in het personeelsbestand gecontroleerd. Hierbij is een ruime steekproef op de in- en uitdiensttreding (incl. doorstroming binnen de organisatie) van personeel gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Ook in de controle op declaraties (reiskosten, werkplek-vergoeding, studiekosten, etc.) zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd.
Memoriaalboekingen en investeringen Door middel van memoriaalboekingen kunnen beheersmaatregelen worden doorbroken. De memoriaalboekingen zijn steekproefsgewijs gecontroleerd. Hierbij zijn geen rechtmatigheidsfouten gecontroleerd. Investeringen worden geactiveerd op de balans. Ook deze zijn gecontroleerd waarbij eveneens geen rechtmatigheidsfouten zijn geconstateerd.
Proceskostenvergoedingen waardebezwaren Voor de controle op de rechtmatigheid proceskostenvergoedingen is een ruime steekproef op uitgekeerde proceskostenvergoedingen gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd.
Misbruik en oneigenlijk gebruik Van misbruik en oneigenlijk gebruik kan sprake zijn als mensen of organisaties bewust of onbewust gebruik maken van de voorzieningen van de BWB, terwijl ze er geen recht op hadden of het proces van belastingheffing of -inning beïnvloeden om voordeel te verkrijgen.
De BWB heeft een risicoanalyse opgesteld voor de belastingprocessen en ondersteunende processen waarin de frauderisico’s zijn opgenomen. Jaarlijks worden deze geactualiseerd. Voor de BWB zijn de voornaamste risicogebieden: inkoop en aanbesteding, betalingen, salarissen en declaraties. Op deze processen heeft de BWB beheersingsmaatregelen getroffen, met name op het gebied van functiescheiding en het vier-ogenprincipe. Deze beheersingsmaatregelen zijn aangescherpt in 2024 naar aanleiding van de aanbevelingen van de accountant.
Jaarstukken 2024
41
Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen heeft de BWB de volgende preventieve componenten opgenomen in het integriteitsbeleid: -
De gedragscode integriteit Het hoofddoel van deze gedragscode is om medewerkers een richtlijn te bieden bij het hanteren van de normen en waarden van de BWB. De code verduidelijkt welke normen en waarden de BWB belangrijk vindt en wat wel en niet acceptabel is voor medewerkers.
-
Screening Bij de beoordeling van nieuwe medewerkers besteden de leidinggevende en de HR-adviseur standaard aandacht aan integriteit door het verifiëren van het curriculum vitae, referenties, diploma’s en cijferlijsten van de sollicitant. Bij gevoelige functies (gebaseerd op een risicoanalyse van de functie) kan een diepere screening plaatsvinden.
-
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Voor alle indiensttredingen is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vereist. Ook externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden een VOG te leveren voordat ze kunnen beginnen. Hierbij wordt de inhoud van de verklaring afgestemd op de functie.
-
Artikel 4 Eed en Belofte Bij aanvang van het dienstverband moet een ambtenaar een eed of belofte afleggen. In deze Eed of Belofte verklaart men ook dat men kennis heeft genomen van de Gedragscode Integriteit. Externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden de integriteitsen geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. Hierin wordt verklaard dat zij zich aan de integriteitsregels zullen houden.
-
Melden van nevenwerkzaamheden Een medewerker is verplicht om alle nevenwerkzaamheden te melden die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden en die in verband staan met zijn of haar functie.
-
Melding van financiële belangen Medewerkers zijn verplicht om financiële belangen aan te geven. Het betreft financiële belangen die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden, voor zover deze relevant zijn voor de uitvoering van de functie van de betrokken medewerkers. Het hoofddoel hiervan is om het risico van financiële belangenverstrengeling te minimaliseren.
Naast preventieve elementen in de voorkoming van fraude heeft de BWB repressieve elementen zoals controle achteraf en sanctionering. De BWB heeft de voor fraude risicovolle processen in de verbijzonderde interne controle betrokken. Bij de uitvoering van deze controles zijn geen onregelmatigheden geconstateerd.
Fraude Uit de interne beheersing en controles zijn er geen bevindingen ten aanzien van fraude. Voor 2024 heeft het Dagelijks Bestuur geen bevindingen ontvangen die duiden op fraude.
Jaarstukken 2024
42
Paragraaf 4: Niet van toepassing zijnde paragrafen Binnen de BWB zijn de onderstaande, in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde paragrafen, niet van toepassing: -
Paragraaf lokale heffingen
-
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
-
Paragraaf verbonden partijen
-
Paragraaf grondbeleid
De BWB voert belastingtaken uit voor haar deelnemers (waterschap en gemeenten), maar het heffingenbeleid en de lastendruk vallen onder de verantwoordelijkheid van de deelnemers en niet onder deze paragraaf.
De BWB heeft zeer beperkt kapitaalgoederen in eigendom. Het kantoorpand wordt gehuurd op basis van een meerjarig contract, zoals toegelicht onder "Niet in de balans opgenomen verplichtingen". Daarnaast heeft de BWB geen verbonden partijen en is grondontwikkeling geen onderdeel van haar taken.
Jaarstukken 2024
43
II JAARREKENING 2024
Jaarstukken 2024
44
1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Programma (× € 1.000)
Begroting 2024 primair Baten
Lasten
Begroting 2024 na wijziging Saldo
Baten
Lasten
Realisatie 2024
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Waarderen
-
5.820
-5.820
-
5.531
-5.531
-
5.747
-5.747
Heffen
-
2.551
-2.551
-
2.505
-2.505
-
2.494
-2.494
Invordering
-
2.388
-2.388
-
2.270
-2.270
-
2.256
-2.256
Subtotaal programma's
-
10.759
-10.759
-
10.306
-10.306
-
10.497
-10.497
225
9.970
-9.745
165
10.093
-9.928
295
8.992
-8.697
-
-
-
-
-
-
-
-
-
225
9.970
-9.745
165
10.093
-9.928
295
8.992
-8.697
20.400
-
20.400
19.850
-
19.850
19.850
-
19.850
190
6
184
470
6
464
471
6
465
-
80
-80
-
80
-80
-
-
-
Subtotaal dekkingsmiddelen
20.590
86
20.504
20.320
86
20.234
20.321
6
20.315
Saldo baten en lasten voor bestemming
20.815
20.815
-
20.485
20.485
-
20.616
19.495
1.121
-
-
-
-
-
-
-
-
-
20.815
20.815
-
20.485
20.485
-
20.616
19.495
1.121
-
-
-
-
-
-
66
-
66
20.815
20.815
-
20.485
20.485
-
20.550
19.495
1.055
Overhead Vennootschapsbelasting Subtotaal overhead en overig
Bijdrage deelnemers Treasury Post onvoorzien
Mutaties reserves Saldo baten en lasten na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten Structureel jaarrekeningsaldo
45
2. TOELICHTING OVERZICHT BATEN EN LASTEN Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de baten en lasten die betrekking hebben op begrotingsjaar verdeeld per programma en is er een afzonderlijke post ‘overhead’ inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk worden de gepresenteerde baten en lasten per programma en de afzonderlijke post overhead inzichtelijk gemaakt en verder uitgediept. Per programma wordt ingegaan op de afwijkingen ten opzichte van de begroting. Afwijkingen van € 100.000 worden individueel toegelicht. Kleinere wijzigingen worden samengevat onder ‘overige kleine verschillen’.
€ 216.000 N
Programma Waarderen Het programma Waarderen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2023
Begroting 2024 primair
Begroting 2024 na wijziging
Jaarrekening 2024
Loonkosten personeel
3.185
4.230
4.226
3.486
740
Inhuur personeel
1.159
-
-
1.074
-1.074
Beheer WOZ-administratie
336
360
340
318
22
Taxeren en herwaarderen
184
170
205
187
18
Griffie- en proceskosten Waarderen
941
1.060
760
682
78
5.805
5.820
5.531
5.747
-216
Bijdrage waarderen
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
5.805
5.820
5.531
5.747
-216
Omschrijving (× € 1.000)
Subtotaal lasten
Resultaat Waarderen
Verschil
Verschillen (> € 100.000) Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen het programma Waarderen een nadeel zien van € 334.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 118.000 voordelig waarbij de proceskosten met € 78.000 het grootste voordeel is. Deze bestaat uit de uitbetaalde proceskosten en de actualisatie van de voorzieningen voor proceskostenvergoedingen.
Jaarstukken 2024
46
Proceskostenvergoedingen (inclusief griffierechten) Het onderdeel griffie- en proceskosten resulteert in een voordeel van € 78.000. Dit wordt bijna één op één veroorzaakt door lagere lasten voor proceskostenvergoedingen volgend uit ingediende bezwaren en beroepen 2024.
Lagere lasten proceskostenvergoedingen 2024 (€ 84.000 V) Uit de daadwerkelijke cijfers blijkt dat de gemiddelde vergoeding per bezwaar te hoog is geraamd. Dit heeft geresulteerd in een voordeel van ongeveer € 110.000.
Bij de beroepen was het aantal werkelijk ingediende beroepen lager dan geraamd, terwijl de gemiddelde vergoeding juist hoger uitviel. Deze twee effecten hebben elkaar grotendeels opgeheven, wat resulteerde in een netto nadeel van € 26.000. Overige afwijkingen (€ 6.000 N) De mutaties aan de voorziening proceskosten 2022 en 2023 is per saldo € 1.000 nadelig. Daarnaast is er nog een nadelige post van € 5.000 aan systeemtechnische uitvoeringskosten.
Jaarstukken 2024
47
€ 11.000 V
Programma Heffen Het programma Heffen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2023
Begroting 2024 primair
Begroting 2024 na wijziging
Jaarrekening 2024
1.924
2.342
2.282
2.209
73
Inhuur personeel
173
-
-
76
-76
Kosten BAG
34
45
45
41
4
(Controle)kosten gegevensbeheer
213
147
161
158
3
Griffie- en proceskosten Heffen
16
17
17
10
7
2.360
2.551
2.505
2.494
11
Bijdrage heffen
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
Resultaat Heffen
2.360
2.551
2.505
2.494
11
Omschrijving (× € 1.000) Loonkosten huidig personeel
Subtotaal lasten
Verschil
Verschillen (> € 100.000) Het programma Heffen bevat geen verschillen groter dan € 100.000.
Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 11.000 voordelig.
Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Heffen een nadeel zien van € 3.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
Jaarstukken 2024
48
€ 14.000 V
Programma Invordering Het programma Invordering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2023
Begroting 2024 primair
Begroting 2024 na wijziging
Jaarrekening 2024
1.905
2.165
2.080
2.080
-
-
-
-
-
-
Financiële invordering
110
164
126
114
12
Dwanginvordering
54
59
64
62
2
Subtotaal lasten
2.069
2.388
2.270
2.256
14
Bijdrage invordering
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
2.069
2.388
2.270
2.256
14
Omschrijving (× € 1.000) Loonkosten huidig personeel Inhuur personeel
Resultaat Invordering
Verschil
Verschillen (> € 100.000) Het programma Invordering bevat geen verschillen groter dan € 100.000.
Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 14.000 voordelig.
Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Invordering geen voor- of nadeel zien. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
Jaarstukken 2024
49
€ 1.231.000 V
Overhead
Het programma Overhead en financiering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2023
Begroting 2024 primair
Begroting 2024 na wijziging
Jaarrekening 2024
3.046
3.707
3.717
3.530
187
Inhuur derden
449
675
640
228
412
Overige personele kosten
611
415
600
444
156
Bedrijfsvoering
326
359
399
325
74
Kantoorkosten
549
759
646
618
28
1.923
2.055
1.993
1.924
69
948
800
803
797
6
Door te schuiven BTW
1.243
1.200
1.295
1.126
169
Subtotaal lasten
9.095
9.970
10.093
8.992
1.101
Bijdrage loonkosten
140
-
-
63
63
Bijdrage garantiesalarissen
124
85
110
112
2
Bijdrage print en portokosten
-5
115
-
8
8
Bijdrage overige goederen en diensten
138
25
55
112
57
Subtotaal baten
397
225
165
295
130
8.698
9.745
9.928
8.697
1.231
Omschrijving (× € 1.000) Personeel
Informatisering/automatisering Huisvesting
Resultaat Overhead
Verschil
Verschillen (> € 100.000) Personeelslasten De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een totaalbeeld gegeven, waarbij onderscheid is gemaakt tussen personeelslasten binnen de programma’s en als gevolg van overhead. Salariskosten van het personeel en inhuurkosten worden als geheel beoordeeld. In onderstaande tabel en in de toelichting worden ze daarom ook in samenhang gezien.
Jaarstukken 2024
50
Personeelslasten (× € 1.000)
Loonkosten
Woonwerkverkeer
Garantiesalarissen
Gratificaties & uitkeringen
Waarderen
3.486
58
80
25
1.074
4.723
Heffen
2.209
43
-
13
76
2.341
Invordering
2.080
31
7
14
-
2.132
Overhead
3.155
49
24
31
228
3.487
Totale lasten
10.930
181
111
83
1.378
12.683
Begroot na wijziging 2024
11.955
155
110
85
640
12.945
Resultaat personeelslasten
1.025
-26
-1
2
-738
262
Inhuur
Totaal
In de reguliere exploitatie resteert een voordeel van € 262.000 op de totale personeelslasten. Dit wordt deels veroorzaakt door een overschrijding van € 25.000 op woon-werkverkeer, thuiswerkvergoedingen, garantiesalarissen en gratificaties. Daartegenover staat een voordeel van € 287.000 op salarissen en inhuur. Deze onderschrijding heeft meerdere oorzaken, welke hieronder worden toegelicht.
1. Diverse personele effecten (€ 236.000 V) Er zijn diverse effecten binnen het personele budget die resulteren in een voordeel van € 236.000. Zo zijn sommige medewerkers uitgestroomd, zonder dat hun formatieplekken zijn ingevuld. Dit werk is intern opgevangen door procesverbeteringen en is ook meegenomen in de formatie voor 2025. Ook valt de daadwerkelijke personeelslast iets lager uit dan de geraamde persoonslast door verschil in treden en niet opgevulde restformatie.
2. Niet benutte inhuurruimte (€ 90.000 V) Het ziekteverzuim lag in 2024 lager dan de norm van 5%, waarop het inhuurbudget is gebaseerd. Daarnaast zorgde de lagere productie van waardebezwaren voor een lagere werkdruk en een kleinere flexibele schil. Daardoor is niet het volledige inhuurbudget benut, wat resulteerde in een voordeel van € 90.000.
3. Mutaties voorzieningen (€ 39.000 N) In 2024 hebben mutaties in de voorzieningen voor spaar- en bovenwettelijk verlof plaatsgevonden, wat per saldo resulteerde in een voordeel van € 39.000. Voor de toelichting wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 6. Toelichting op de balans.
Jaarstukken 2024
51
Overige personele kosten (€ 156.000 V) De overige personeelskosten leveren een voordeel op van € 156.000. Dit voordeel heeft voornamelijk te maken met de niet gerealiseerde uitstroomlasten van € 69.000. Dit budget is gebaseerd op het jaarlijkse uitstroomrisico. Er zijn maar beperkte uitstroomkosten opgetreden waardoor dit budget een voordeel laat zien. Ook op het opleidingsbudget is een voordeel van € 36.000 gerealiseerd, en voor externe deskundigen en advisering bedroeg het voordeel € 25.000. Het opleidingsbudget is geraamd op basis van een inventarisatie van opleidingen vermeerderd met onvoorzien. Uiteindelijk is geen aanspraak gemaakt op onvoorzien. Op externe deskundigen en advisering is een voordeel van € 25.000 ontstaan. Dit komt doordat team P&O minder externe ondersteuning heeft ingeschakeld; de focus lag voornamelijk op de voorbereidingen van de aanbesteding van het personeelssysteem. De overige € 26.000 bevat diverse kleine afwijkingen. Door te schuiven BTW (€ 169.000 V) De ‘Door te schuiven BTW’ wordt geraamd op basis van de verwachtte inkoop. Door de afname van externe inhuur is ook de compensabele btw op inhuurlasten gedaald. In 2023 bestond ruim 15% van de bezetting uit ingehuurde krachten, terwijl dit in 2024 is afgenomen tot ruim 11%.
Dit voordeel heeft echter geen effect voor de gemeentelijke deelnemers, aangezien deze kosten niet in aanmerking komen voor vergoeding via het Btw-compensatiefonds (BCF).
Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen in lasten zijn gezamenlijk € 177.000 voordelig en zijn uit te splitsen in: Bedrijfsvoering
€
74.000 V
Kantoorkosten
€
28.000 V
Informatisering/automatisering
€
69.000 V
Huisvesting
€
6.000 V
De overige kleine afwijkingen in baten zijn gezamenlijk € 130.000 voordelig en zijn uit te splitsen in: Bijdrage loonkosten
€
63.000 V
Bijdrage garantiesalarissen
€
2.000 V
Bijdrage print- en portokosten
€
8.000 V
Bijdrage overige goederen en diensten
€
57.000 V
Jaarstukken 2024
52
€ 1.000 V
Treasury
De post treasury is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2023
Begroting 2024 primair
Begroting 2024 na wijziging
Jaarrekening 2024
Rentelasten
7
6
6
6
-
Subtotaal lasten
7
6
6
6
-
Renteopbrengsten
357
190
470
471
1
Subtotaal baten
357
190
470
471
1
Resultaat Treasury
-350
-184
-464
-465
1
Omschrijving (× € 1.000)
Verschil
De rentelasten bestaat voornamelijk uit de rente die betaald wordt volgend uit de afgesloten langlopende geldlening. De renteopbrengsten komen voort uit het bankrekeningsaldo van de rekeningcourantverhouding van het Rijk.
€ 80.000 V
Onvoorzien
De post onvoorzien is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2023
Begroting 2024 primair
Begroting 2024 na wijziging
Jaarrekening 2024
Onvoorzien
-
80
80
-
80
Resultaat Onvoorzien
-
80
80
-
80
Omschrijving (× € 1.000)
De post onvoorzien is in 2024 niet ingezet als dekkingsmiddel.
Jaarstukken 2024
53
Verschil
€0
Bijdrage deelnemers
De post bijdrage deelnemers is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2023
Begroting 2024 primair
Begroting 2024 na wijziging
Jaarrekening 2024
Bijdrage deelnemers
19.933
20.400
19.850
19.850
-
Resultaat Deelnemersbijdrage
19.933
20.400
19.850
19.850
-
Omschrijving (× € 1.000)
Verschil
Conform de Gemeenschappelijke Regeling (GR) BWB artikel 33, lid 1 wordt het rekeningresultaat per deelnemer opgenomen in de jaarrekening op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Deze berekeningswijze is per 2021 in overeenstemming met de deelnemers herzien. Na vaststelling van de jaarstukken 2024 door het Algemeen Bestuur zal conform artikel 33, lid 2 van de GR een verrekening plaats vinden op basis van de vastgestelde bestemming van het resultaat. Hierbij kan worden gedacht aan een verrekening met de deelnemers of aan een reserve volgens de vastgestelde nota reserves en voorzieningen.
In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2023. In kolom 2 is de begrote bijdrage volgens de tweede bestuursrapportage van 2024 weergegeven. De bijdrage van 2024 op nacalculatorische basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. In kolom 4 wordt vervolgens de werkelijk ontvangen bijdrage weergegeven. In de laatste kolom wordt weergegeven welke bedrag moet worden bestemd.
Bijdrage inclusief compensabele BTW (× € 1.000) Jaarrekening nacalc. 2023
Begroot na wijziging 2024
Bergen op Zoom
1.680
1.700
1.603
1.665
-62
Breda
3.794
4.203
3.903
3.984
-81
Dongen
566
571
537
553
-16
Etten-Leur
934
1.001
943
943
-
Halderberge
665
697
668
692
-24
Loon op Zand
634
764
700
720
-20
Moerdijk
1.104
1.171
1.060
1.145
-85
Oosterhout
1.396
1.430
1.356
1.398
-42
Roosendaal
1.877
1.936
1.865
1.915
-50
Rucphen
479
498
475
491
-16
Woensdrecht
540
559
528
551
-23
Omschrijving
Zundert
Bijdrage nacalc. 2024
Ontvangen 2024*
Te bestemmen 2024
664
764
684
732
-48
Brabantse Delta
4.249
4.556
4.407
5.061
-654
Totaal deelnemers
18.582
19.850
18.729
19.850
-1.121
*Dit bedrag komt overeen met de bijdrage zoals gesteld in de eerste bestuursrapportage 2024.
Jaarstukken 2024
54
In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage, de compensabele btw-component afzonderlijk in beeld gebracht.
Bijdrage compensabele BTW (× € 1.000) Begroot na wijziging 2024
Bijdrage nacalculatie 2024
Omschrijving Bijdrage
Comp. BTW
Bijdrage
Comp. BTW
Bergen op Zoom
1.700
111
1.603
96
Breda
4.203
274
3.903
235
Dongen
571
37
537
32
Etten-Leur
1.001
65
943
57
Halderberge
697
45
668
40
Loon op Zand
764
50
700
42
Moerdijk
1.171
76
1.060
64
Oosterhout
1.430
93
1.356
82
Roosendaal
1.936
126
1.865
112
Rucphen
498
32
475
29
Woensdrecht
559
36
528
32
Zundert
764
50
684
41
Brabantse Delta
4.556
-
4.407
-
Totaal deelnemers
19.850
995
18.729
862
Toelichting afwijking Hieronder is weergegeven wat de wijziging is ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2024 in percentages. Het gemiddelde over alle deelnemers bedraagt 5,6%.
Bergen op Zoom
5,7%
Oosterhout
5,2%
Breda
7,1%
Roosendaal
3,7%
Dongen
6,0%
Rucphen
4,6%
Etten-Leur
5,8%
Woensdrecht
5,5%
Halderberge
4,2%
Zundert
10,5%
Loon op Zand
8,4%
Brabantse Delta
3,3%
Moerdijk
9,5%
Hiermee is het Waterschap de deelnemer met het laagste percentage van 3,3% en Roosendaal de gemeente met het laagste percentage van 3,7%. De Gemeente Zundert is de deelnemer met het hoogste percentage van maar liefst 10,5%. Samen met de Gemeente Moerdijk wijken zij meer dan 3%punt af van het gemiddelde.
Jaarstukken 2024
55
De verschillen tussen de deelnemers onderling hebben ook geen eenduidige oorzaak. Voor een beeld wordt verwezen naar de specificatie in de totale kostenverdeelstaat. In de toelichting wordt alleen ingegaan op het lage percentage van het Waterschap en de twee gemeenten die fors afwijken van het gemiddelde: -
Het voordeel van het Waterschap wordt gedempt door de procestarief stijging van zuiveringsheffing. Dit tarief is hoger uitgevallen als gevolg van de gestegen ureninzet;
-
Voor de Gemeente Moerdijk kan gesteld worden dat de afwijking onder andere het gevolg is van een lager producttarief BAG;
-
Voor de Gemeente Zundert geldt dat zij binnen diverse processen een voordeel hebben door de daling van de procestarieven van onder andere waardebezwaren, heffingsbezwaren en financiële invordering.
Resultaatbestemming Het BBV gaat uit van een resultaat vóór en een resultaat ná bestemming. Het resultaat vóór bestemming geeft het saldo aan van de baten en lasten wat uitkomt op € 1.121.000. Vervolgens wordt het resultaat bestemd in de zin van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Daarna volgt het resultaat ná bestemming.
Bij de resultaatbestemming wordt onderscheid gemaakt tussen resultaatbestemming in de zin van de reeds geplande mutaties in reserves en de “echte” resultaatbestemming die ter besluitvorming wordt voorgelegd. Dit laatste wordt het voorstel tot resultaatbesteding genoemd. De BWB heeft tijdens het opstellen van de jaarrekening een algemene reserve van € 200.000. Voorgesteld wordt om het gehele resultaat van € 1.121.000 te bestemmen als verrekening aan de deelnemer en geen dotatie te doen aan de algemene reserve.
Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten (× € 1.000)
Begroot 2024
Realisatie 2024
Verschil
KinderOpvangToeslagAffaire (KOTA)
-
66
66
Bijdrage afwikkeling
-
66
66
Kosten afwikkeling
-
-
-
Totalen incidentele baten en lasten
-
66
66
Zie voor de verdere specificatie: Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten KinderOpvangToeslagAffaire.
Jaarstukken 2024
56
3. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector. Het bezoldigingsmaximum voor 2024 is bepaald op een bedrag van € 233.000 op jaarbasis. In 2024 hebben geen bezoldigingen boven deze norm plaatsgevonden. In onderstaand overzicht zijn de topfunctionarissen op naam van persoon opgenomen.
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Boekjaar
2024
2023*
Dhr. P. Stoffelen
Dhr. P. Stoffelen
Directeur
Directeur
Aanvang en einde functievervulling boekjaar
01 jan – 31 dec
01 jan – 31 dec
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
Dienstbetrekking
Ja
Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
121.649
117.203
Beloningen betaalbaar op termijn
20.462
19.539
Subtotaal beloning
142.111
136.742
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
233.000
223.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
N.v.t.
Bezoldiging
142.111
136.742
N.v.t. / N.v.t.
N.v.t. / N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Leidinggevende topfunctionaris Functiegegevens
Bezoldiging
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
*) Gewijzigd ten opzichte van de in de jaarrekening 2023 gepresenteerde WNT. De aanpassing betreft een rekenkundige aanpassing van beperkte omvang.
Jaarstukken 2024
57
1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Gegevens 2024 Naam topfunctionaris
Functie
Deelnemer
Mutatie
Dhr. C.J.A. van Dorst
Vz. DB - AB
Moerdijk
geëindigd per 08-04-2024
Mevr. K. van den Berg
Vz. DB - AB
Waterschap
nieuw per 01-11-2024
Mevr. K. van den Berg
DB - AB
Waterschap
geëindigd per 01-11-2024
Mevr. C.E.A.H. Kranenborg – van Eerd
DB – AB
Breda
Dhr. I.C.H. Jansen
DB – AB
Dongen
Mevr. E.G.A. van der Star – Deijkers
DB - AB
Roosendaal
Dhr. J.A.A. Pals
AB
Bergen op Zoom
Dhr. G.J.A.M. de Weert
AB
Etten-Leur
Dhr. P.C.H.A. Schouw
AB
Halderberge
Dhr. A.J.L. Meulensteen
AB
Loon op Zand
nieuw per 05-07-2024
Dhr. J.C.G.M. Brekelmans
AB
Loon op Zand
geëindigd per 05-07-2024
Dhr. E. Schoneveld
AB
Moerdijk
nieuw per 01-11-2024
Dhr. D.F.J. Melsen
AB
Oosterhout
Mevr. E.G.A. van der Star – Deijkers
AB
Roosendaal
Dhr. M.J.A.J. Lazeroms
AB
Rucphen
Dhr. J.M.A. van Agtmaal
AB
Woensdrecht
Dhr. R.C.A.L. Bogers
AB
Zundert
nieuw per 05-07-2024
geëindigd per 05-07-2024
2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2024 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.
Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat, indien een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult, de instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het betreft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNTinstellingen een leidinggevende topfunctie vervult.
Jaarstukken 2024
58
4. BALANS PER 31 DECEMBER 2024 VOOR BESTEMMING ACTIVA (× € 1.000)
Balans per 31-12-2024
Balans per 31-12-2023
VASTE ACTIVA 6.1 Materiële vaste activa
971
Investeringen met een economisch nut
971
Totaal vaste activa
1.190 1.190
971
1.190
7.124
5.735
VLOTTENDE ACTIVA 6.2 Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met het Rijk
71
89
7.053
5.646
6.3 Liquide middelen
3.476
Kassaldi Banksaldi*
3.001
1
1
3.475
3.000
6.4 Overlopende activa*
256
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen*
256
230
230
Totaal vlottende activa*
10.856
8.966
TOTAAL ACTIVA*
11.827
10.156
-
-
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
*Gewijzigd ten opzichte van de, in de jaarrekening 2023, gepresenteerde balans per 31-12-2023. De aanpassing heeft betrekking op posten die onterecht als crediteur en vooruitbetaalde bedragen zijn vermeld. Deze post is met terugwerkende kracht gecorrigeerd.
Jaarstukken 2024
59
PASSIVA (× € 1.000)
Balans per 31-12-2024
Balans per 31-12-2023
VASTE PASSIVA 6.5 Eigen vermogen
1.321
Gerealiseerde resultaat Algemene reserve
1.351
1.121
1.351
200
-
6.6 Voorzieningen
295
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
295
6.7 Vaste schulden looptijd langer dan één jaar
659 659
600
Onderhandse leningen van binnenlandse banken
600
Totaal vaste passiva
750 750
2.216
2.760
5.985
4.116
VLOTTENDE PASSIVA 6.8 Netto-vlottende schulden korter dan één jaar* Overige schulden*
2.509
1.114
Banksaldi
3.476
3.002
6.9 Overlopende passiva
3.626
Overige nog te betalen en de vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen*
3.626
3.280
3.280
Totaal vlottende passiva*
9.611
7.396
TOTAAL PASSIVA*
11.827
10.156
*Gewijzigd ten opzichte van de, in de jaarrekening 2023, gepresenteerde balans per 31-12-2023. De aanpassing heeft betrekking op posten die onterecht als crediteur en vooruitbetaalde bedragen zijn vermeld. Deze post is met terugwerkende kracht gecorrigeerd.
Jaarstukken 2024
60
5. WAARDERINGSGRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de Gemeenschappelijke Regeling.
Programmarekening De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Balans De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf de eerste maand van het boekjaar, na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiële vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel. Voor deze activa wordt deze regeling pas toegepast als 50% van de activering heeft plaats gevonden. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van 21 oktober 2022.
De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden. Wanneer hiervan wordt afgeweken, is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld. Er is geen voorziening opgenomen voor oninbaarheid van vorderingen.
Jaarstukken 2024
61
De volgende voorzieningen zijn opgenomen op de balans, waarbij de opbouw van de voorzieningen is toegelicht in paragraaf 6.6: -
Voorziening materiële kosten (griffie en proceskosten waarderen) Bij de jaarrekening 2022 is een voorziening getroffen voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen die openstaan per balansdatum (31 december) van het boekjaar. Op grond van het BBV moet een voorziening worden getroffen voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. Dit is een structurele voorziening die jaarlijks wordt geactualiseerd. De opbouw 2024 is toegelicht in paragraaf 6.6 waarbij onderscheid is gemaakt in de voorziening die is getroffen voor 2022, 2023 en 2024.
-
Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden opgenomen met betrekking tot bovenwettelijk- en spaarverlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof, berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde inclusief de gekochte verlofuren uit het individuele keuzenbudget (IKB). Daarnaast wordt de voorziening gevormd voor het saldo aan verlofsparen per balansdatum (31 december). Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een geïndexeerd gemiddeld uurloon inclusief werkgeverslasten.
-
Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) De Regeling Vervroegde Uittreding zoals opgenomen in de cao leidt ertoe dat ambtenaren het recht hebben maximaal twee jaar eerder te stoppen met werken. Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden gevormd voor de medewerkers gebruik gaan maken van de regeling. Hierbij wordt de bruto uitkering over de looptijd van deze regeling als uitgangspunt genomen.
Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals vastgesteld in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2024. Dat betekent dat: -
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties.
-
De financiële rechtmatigheid, waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium omvat: > voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals deze op 24 januari 2025 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld;
Jaarstukken 2024
62
> Het DB betrekt de overschrijdingen van de lasten en investeringen ten opzichte van de begroting na wijziging en (bekende of bekend behoorden te zijn) afwijkende baten en onderschrijdingen van lasten en investeringen die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld bij de fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording. voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal situaties in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijding van lasten en onderschrijding van investeringskredieten geldt dat ze onrechtmatig zijn waarbij voor een aantal situaties in de financiële verordening is beschreven wanneer deze over- en onderschrijdingen acceptabel zijn. -
Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Geconstateerd misbruik waarbij het M&O-beleid juist is uitgevoerd en op een getrouwe wijze is verwerkt in de jaarrekening, wordt niet betrokken bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Wel wordt via de paragraaf bedrijfsvoering inzicht te worden gegeven in de aard en de (financiële) impact van het bij de gemeente geconstateerde misbruik.
-
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat > een verantwoordingsgrens van 1% (zijnde € 195.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; > een rapporteringstolerantie van € 50.000 gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Jaarstukken 2024
63
6. TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2024 ACTIVA
€ 971.000
6.1 Materiële vaste activa
In onderstaande tabel wordt het verloop van de materiële vaste activa over 2024 weergegeven. Boekwaarde 01-01-2024
Investering
161
21
Overige materiële vaste activa
1.029
Totaal materiële vaste activa
1.190
Omschrijving (× € 1.000) Bedrijfsgebouwen
Desinvestering
Afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2024
-
30
152
87
-
297
819
108
-
327
971
Bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief zijn niet van toepassing en om deze reden niet opgenomen in het bovenstaande verloopoverzicht.
De post bedrijfsgebouwen heeft betrekking op aanpassingen in het bedrijfsgebouw. De investering bestaat hierbij uit de eerste kosten volgend uit het project herinrichting bedrijfsgebouw. In 2024 is 5% van de investering afgerond. De afschrijving bestaat uit een lineaire afschrijving van 10 jaar.
De post overige materiële vaste activa bestaat uit inventaris en automatisering. Alleen ten behoeve van de inventaris is een investering gedaan van zit-/bureaus en de aanschaf van koffieapparatuur. De afschrijving bestaat uit een lineaire afschrijving tussen de 5 en 10 jaar.
€ 7.124.000
6.2 Uitzettingen korter dan één jaar
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2024 heeft betrekking op: •
Vorderingen op openbare lichamen
•
Rekening-courantverhouding met het Rijk
71.000 7.053.000
De afwikkeling van de vorderingen op openbare lichamen naar de toestand per 1 maart 2025 geeft het volgende beeld: Vorderingen 01-01-2024
Vorderingen 31-12-2024
Ontvangsten in 2025
Vorderingen 01-03-2025
Vorderingen op openbare lichamen
89
71
71
-
Totaal uitzettingen korter dan één jaar
89
71
71
-
Omschrijving (× € 1.000)
Jaarstukken 2024
64
De in de balans opgenomen vorderingen op openbare lichamen is als volgt te specificeren: •
71.000
Renteopbrengsten Ministerie van Financiën
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 71.000 aan openstaande vordering per 31 december 2024.
Schatkistbankieren •
7.053.000
Saldo rekening-courantverhouding met het Rijk
Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld voor de uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van 2,00% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1.000.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de schatkist. In 2024 hebben geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaats gevonden.
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren, verslagjaar 2024 (x € 1.000) Berekening drempelbedrag a. Begrotingstotaal verslagjaar
20.815
b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
20.815
c. Drempel is 2,00% van begrotingstotaal onder sub b
-
1. Drempelbedrag (Minimaal: € 1.000.000)
1.000
Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil)
776
1.080
675
461
e. Dagen in het kwartaal
91
91
92
92
2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten schatkist
9
12
7
5
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1.000
1.000
1.000
1.000
9
12
7
5
991
988
993
995
-
-
-
-
1. Drempelbedrag voor BWB 2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist 3. Ruimte onder het drempelbedrag 4. Overschrijding van het drempelbedrag
Jaarstukken 2024
65
€ 3.476.000
6.3 Liquide middelen
De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
Kassaldo bedrijfsvoering
•
Saldo bankrekening BNG (belastingen)
•
Saldo bankrekening ING
1.000 3.471.000 4.000
Het kassaldo bedrijfsvoering en het banksaldo ING staan vrij ter beschikking. Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. Deze middelen staan daarmee niet vrij ter beschikking van de bedrijfsvoering van de BWB. Aan de passivazijde van de balans is dit saldo verwerkt als overlopend passief.
€ 256.000
6.4 Overlopende activa
De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
Nog te ontvangen bedragen
66.000
•
Vooruitbetaalde bedragen
190.000
Nog te ontvangen bedragen De post nog te ontvangen bedragen per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
66.000
Uitvoeringsbijdrage KOTA 2024
Vooruitbetaalde bedragen De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
Huisvesting
117.000
•
Programma Waarderen
31.000
•
Overige overheadkosten
23.000
•
Automatisering
16.000
•
Programma Invordering
2.000
•
Overige personeelskosten
1.000
Jaarstukken 2024
66
PASSIVA
€ 1.321.000
6.5 Eigen vermogen
De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
Gerealiseerd rekeningresultaat
•
Algemene reserve
1.121.000 200.000
Rekeningresultaat 2024 Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat. De jaarrekening 2024 sluit met een positief resultaat van € 1.121.000. In de toelichting baten en lasten 2024 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen.
Algemene reserve Boekwaarde 01-01-2024
Bestemming resultaat 2023
Onttrekking
Toevoeging
Boekwaarde 31-12-2024
Algemene reserve
-
200
-
-
200
Totaal algemene reserve
-
200
-
-
200
Omschrijving (× € 1.000)
De algemene reserve is ingesteld bij de besluitvorming rond de jaarrekening 2023. Als onderdeel van de resultaatbesteding is € 200.000 gestort in de algemene reserve. De algemene reserve heeft een bufferfunctie (om beperkte afwijkingen tussen de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling op te kunnen vangen). Er is geen minimale of maximale omvang vastgesteld. Stortingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van een besluit van het Algemeen Bestuur.
Jaarstukken 2024
67
€ 295.000
6.6 Voorzieningen
De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
Voorziening personeel
106.000
•
Voorziening materieel
189.000
Voorziening personeel Het verloop van de voorzieningen personeel in 2024 geeft het volgende beeld: Voorziening bovenwettelijk verlofsaldo
Voorziening spaarverlof
Voorziening RVU
Totale voorziening personeel
Boekwaarde 01-01-2024
50
17
11
78
Toevoegingen
23
16
-
39
Aanwending
-
-
11
11
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen
-
-
-
-
73
33
-
106
Voorziening personeel (× € 1.000)
Boekwaarde 31-12-2024
Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de Belastingsamenwerking wettelijk verplicht twee voorzieningen op te nemen met betrekking tot verlof.
De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof, berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde. Hieronder vallen ook de gekochte verlofuren uit het individuele keuzebudget (IKB). Op 31 december 2024 bedraagt dit bovengemiddelde aantal 1.487 uur. Dit deel wordt aangemerkt als verlof met geen gelijke omvang.
Daarnaast wordt de voorziening voor spaarverlof gevormd voor volledig opgenomen verlofuren. Op 31 december 2024 bedraagt het aantal spaarverlof 683 uur. Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een tarief van € 48,80, resulterend in bedragen van respectievelijk € 73.000 voor bovenwettelijk verlof en € 33.000 voor spaarverlof.
Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de Belastingsamenwerking wettelijk een voorziening te treffen voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Deze regeling stelt enkele medewerkers in staat eerder uit dienst te treden en daarbij alsnog een uitkering van de werkgever te ontvangen. In 2024 had slechts één medewerker binnen de BWB aangegeven gebruik te zullen maken van deze regeling. Deze is afgerond en er zijn geen nieuwe medewerkers bijgekomen.
Jaarstukken 2024
68
Voorziening materieel Het verloop van de voorzieningen materieel in 2024 geeft het volgende beeld: Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2022
Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2023
Voorziening griffie- en proceskosten waarderen 2024
79
502
-
581
Toevoegingen
-
5
155
160
Aanwending
65
483
-
548
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen
4
-
-
4
Boekwaarde 31-12-2024
10
24
155
189
Voorziening materieel (× € 1.000)
Boekwaarde 01-01-2024
Totale voorziening materieel
Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2022 Voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de ingediende bezwaren en beroepen tot en met 2022 is een voorziening gevormd van € 10.000. In 2022 werd gebruik gemaakt van een gemiddeld
bedrag
per
openstaand
bezwaar
en
beroep
zonder
gebruikmaking
van
het
toekenningspercentage.
De voorziening is als volgt opgebouwd: •
17 openstaande beroepen per 31-12-2024 (tarief: € 572)
10.000
Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2023 Voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de ingediende bezwaren en beroepen 2023 is een voorziening gevormd van € 24.000. In 2023 is voor het tarief gebruik gemaakt van het toekenningspercentage zoals dat is opgetreden. Alleen bij toekenning worden proceskostenvergoedingen toegekend.
De voorziening is als volgt opgebouwd: •
1 toe te kennen bezwaar per 31-12-2024 (tarief: € 702)
1.000
•
20 toe te kennen beroepen per 31-12-2024 (tarief: € 1.161)
23.000
Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2024 Voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de ingediende bezwaren en beroepen 2024 is een voorziening gevormd van € 155.000. In 2024 is dezelfde berekeningswijze als in 2023 toegepast. Het tarief voor de toe te kennen bezwaren valt echter wel lager uit als gevolg van de wetswijziging per 1 januari 2025 zoals bij Waarderen is toegelicht.
De voorziening is als volgt opgebouwd: •
60 toe te kennen bezwaren per 31-12-2024 (tarief: € 429)
26.000
•
102 toe te kennen beroepen per 31-12-2024 (tarief: € 1.269)
129.000
Jaarstukken 2024
69
€ 600.000
6.7 Vaste schulden langer dan één jaar Omschrijving (× € 1.000)
Boekwaarde 01-01-2024
Toevoegingen Onttrekkingen
Boekwaarde 31-12-2024
Geldlening 2018
750
-
150
600
Totaal onderhandse leningen
750
-
150
600
Met betrekking tot de geldleningen is in 2024 een bedrag van € 6.000 aan rente betaald, welke ten laste van de exploitatie 2024 is gebracht.
6.8 Netto vlottende schulden korter dan één jaar
€ 5.985.000
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2024 heeft betrekking op: •
Overige schulden
2.509.000
•
Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)
3.476.000
De afwikkeling van de overige schulden naar de toestand per 1 maart 2025 geeft het volgende beeld: Schulden 01-01-2024
Schulden 31-12-2024
Overige schulden
1.114
2.509
2.509
-
Totaal netto vlottende schulden
1.114
2.509
2.509
-
Omschrijving (× € 1.000)
Betaald in 2025
Schulden 01-03-2025
De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in: •
Proceskostenvergoeding (Waarderen & Heffen)
967.000
•
Schulden op openbare lichamen
888.000
•
Overige crediteuren
654.000
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 2.565.000 aan openstaande schulden per 31 december 2024.
Daarnaast is er nog een openstaand banksaldo aanwezig op de BNG-bank. Dit saldo moet gezien worden in combinatie met de rekening-courant van het Rijk en liquide middelen aan de activakant van de balans. •
3.476.000
Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)
Jaarstukken 2024
70
€ 3.626.000
6.9 Overlopende passiva
De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
Nog te betalen bedragen
•
Vooruitontvangen bedragen
3.623.000 3.000
Nog te betalen bedragen De post nog te betalen bedragen per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
Belastingrekening
•
Inhuur derden
72.000
•
Overige overheadkosten
24.000
•
Huisvesting
20.000
•
Salarissen
19.000
•
Programma Waarderen
11.000
•
Programma Heffen
5.000
•
Omzetbelasting aangifte
1.000
3.471.000
De post nog af te dragen ontvangsten bestaat uit het saldo op de belastingrekening. Conform artikel 34 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling West-Brabant De BWB houdt de administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van de BWB.
Vooruitontvangen bedragen De post vooruitontvangen bedragen per eind 2024 is als volgt te specificeren: •
3.000
Verhuur parkeerplaatsen
6.10 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.
Jaarstukken 2024
71
7. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Artikel 53 van het Besluit Begroting en Verantwoording verplicht gemeenten om in de toelichting op de balans inzicht te geven in de financiële verplichtingen waaraan de BWB is verbonden, voor zover die verplichtingen financiële consequenties hebben voor toekomstige jaren en deze verplichtingen niet zijn opgenomen in een balanspost. Voorbeelden daarvan zijn langlopende huurcontracten en leasecontracten.
Het gaat alleen om verplichtingen die financieel gezien van belang zijn. De Commissie BBV doet de stellige uitspraak om meerjarige inkoopcontracten, die zouden moeten voldoen aan Europese regels, in de toelichting op de jaarrekening bij de ‘niet in de balans opgenomen verplichtingen’ op te nemen voor het volle bedrag waarover het contract is afgesloten.
In onderstaand overzicht zijn opgenomen de meerjarige contracten boven de EU-aanbestedingsgrens van € 55.250 per jaar voor de gehele looptijd exclusief niet afgeroepen verlengingsmogelijkheden. Er wordt hierbij rekening gehouden met de indexering voor toekomstige uitgaven op basis van de, in de kadernota 2026, opgenomen indexatie.
Meerjarige contracten boven de EU-aanbestedingsgrens (× € 1.000) Leverancier
Betreft
Einddata
Jetmail B.V.
Kantoorkosten
01-01-2027
1.160
Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.
Beeldmateriaal
31-12-2025
105
xxllnc Belastingen B.V. (4value)
Automatisering
01-01-2027
238
Flynth Audit B.V. (Astrium)
Accountancy
30-11-2026
255
Gemeente Breda
Automatisering
01-01-2024
659
Pagus Informatie Technologie B.V.
Automatisering
01-01-2027
1.624
TMC Vastgoedbeheer B.V.
Huur kantoorpand
31-08-2030
1.987
Bank
31-12-2026
513
VyZyr B.V.
Automatisering
31-12-2024
71
WVS
Kantoorkosten
31-12-2027
269
BNG Bank N.V.
Jaarstukken 2024
72
Bedrag
8. BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.
Begroting 2024 na wijziging
Naam taakveld (× € 1.000)
Realisatie 2024
Lasten 0.10
Mutaties reserves
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
0.4
Overhead
10.093
8.992
0.5
Treasury
6
6
0.64
Belastingen overig
10.386
10.497
0.8
Overige baten en lasten
-
-
20.485
19.495
Totale lasten
Baten 0.10
Mutaties reserves
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
1.121
0.4
Overhead
165
295
0.5
Treasury
470
471
0.64
Belastingen overig
19.850
19.850
0.8
Overige baten en lasten
-
-
20.485
19.495
Totale baten
Saldo 0.10
Mutaties reserves
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
1.121
0.4
Overhead
-9.928
-8.697
0.5
Treasury
464
465
0.64
Belastingen overig
9.464
9.353
0.8
Overige baten en lasten
-
-
-
-
Totaal saldo
Jaarstukken 2024
73
9. VERANTWOORDING GEDERFDE INKOMSTEN EN UITVOERINGSKOSTEN KINDEROPVANGTOESLAG 1. Algemeen Het Rijk heeft toegezegd dat de gemeenten en waterschappen de verschuldigde belastingen van gedupeerde ouders en hun toeslagpartner die zij kwijtschelden volledig vergoed krijgen. Daarnaast wordt er ook compensatie verleend voor de uitvoeringskosten die in het kader van de operatie door gemeenten en waterschap worden gemaakt. In 2024 zal de BWB namens de deelnemers hiervan gebruik maken. De uitvoering van de regeling is voor gemeenten vastgelegd in het VNG-rapport¹ en voor het Waterschap is een aparte regeling opgesteld door de Unie van Waterschappen². Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorziet in de bekostiging met twee componenten: •
De kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen (gederfde inkomsten);
•
Een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding (uitvoeringskosten).
Onderstaand worden de componenten toegelicht en een specificatie van de kosten weergegeven.
2. Kwijtgescholden bedragen (gederfde inkomsten) De hoogte van de kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen betreft de hoogte van het kwijtgescholden bedrag, inclusief de ophogingskosten en de bedragen van restitutie. Deze bedragen zijn onderdeel van de eindverantwoording belastingopbrengsten 2024.
In onderstaand overzicht worden de kwijtgescholden bedragen en de ophogingskosten voor 2024 per deelnemer weergegeven. Omschrijving
Gemeentelijke belastingen / waterschapslasten
Ophogingskosten
Totaal
Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
6.700 8.600 3.300 2.800 1.600 1.000 3.300 5.200 500 400 200 13.400
600 700 400 400 200 100 900 100 1.900
7.400 9.300 3.600 3.200 1.700 1.200 3.400 6.100 600 400 200 15.400
Totaal deelnemers
47.000
5.300
52.500
¹SPUK en financiële verantwoording kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen voor gedupeerden. ²Afspraken Rijk- Hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor Waterschappen.
Jaarstukken 2024
74
3. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten is een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding. Voor gedupeerde per gemeente en voor de gedupeerde waarvoor een Belastingsamenwerking gecombineerde aanslagen oplegt kan een bedrag van € 150 in rekening worden gebracht. Voor een gedupeerde per waterschap kan € 100 per gedupeerde in rekening worden gebracht, indien aan gedupeerde zelfstandige aanslagen waterschapsbelasting worden opgelegd. Om de uitvoeringskosten te kunnen bepalen voorziet de Belastingdienst elke gemeente van een lijst met het aantal gedupeerden op jaarbasis.
In onderstaand overzicht worden het voorlopige aantal dossiers en de uitvoeringskosten van 2024 per deelnemer als volgt weergegeven: Omschrijving
Aantal dossiers
Bedrag
Bergen op Zoom
54
8.100
Breda
119
17.850
Dongen
6
900
Etten-Leur
35
5.250
Halderberge
15
2.250
Loon op Zand
9
1.350
Moerdijk
23
3.450
Oosterhout
29
4.350
Roosendaal
73
10.950
Rucphen
6
900
Woensdrecht
5
750
Zundert
5
750
Brabantse Delta
90
9.000
Totaal deelnemers
469
65.850
Deze uitvoeringskosten zijn in de jaarrekening verwerkt onder de incidentele baten en lasten op pagina 56.
Jaarstukken 2024
75
10. RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 24 januari 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.
Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 195.000. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024.
Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 216.000 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 195.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur overigens een bedrag van € 216.000 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken.
Jaarstukken 2024
76
Rechtmatigheidsverantwoording (x € 1.000) Begrotingscriterium
216
1a. Overschrijding lasten programma’s
216
1b. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
-
2. Ongeautoriseerde reservemutaties
-
3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld
-
4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid.
-
De niet -acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht.
216
Voorwaardencriterium
-
Geen bevindingen
-
M&O criterium
-
Geen bevindingen
-
Totaal onrechtmatig (waarvan acceptabel)