CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9b BWB jaarstukken 2024.pdf

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7.9: Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB)20.655 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarstukken 2024 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant

Flynth Audit B.V. geheel document digitaal gewaarmerkt voor identificatiedoeleinden J.S.

31 maart 2025

Inhoudsopgave BESTUURLIJKE SAMENVATTING ....................................................................................................... 4 Financiële beschouwingen ................................................................................................................... 5 I

JAARVERSLAG 2024 ..................................................................................................................... 9 Algemeen ........................................................................................................................................... 10 Programmaverantwoording ................................................................................................................ 12 Paragrafen ......................................................................................................................................... 30

II

JAARREKENING 2024.................................................................................................................. 44 1. Overzicht van baten en lasten ....................................................................................................... 45 2. Toelichting overzicht baten en lasten ............................................................................................ 46 3. Wet Normering Topinkomens (WNT) ............................................................................................ 57 4. Balans per 31 december 2024 voor bestemming .......................................................................... 59 5. Waarderingsgrondslagen jaarrekening .......................................................................................... 61 6. Toelichting op de balans per 31 december 2024 .......................................................................... 64 7. Niet in de balans opgenomen verplichtingen ................................................................................. 72 8. Baten en lasten per taakveld ......................................................................................................... 73 9. Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten kinderopvangtoeslag ........................ 74 10.

Rechtmatigheidsverantwoording ................................................................................................. 76 Bijlagen .............................................................................................................................................. 78

Jaarstukken 2024

2

Algemeen Hierbij bieden we u de jaarstukken 2024 aan. Deze jaarstukken zijn opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de jaarstukken wordt verantwoording afgezet tegen de uitvoering van het in de begroting 2024 opgenomen beleid.

De jaarstukken bestaan uit twee delen, het jaarverslag en de jaarrekening. In het jaarverslag wordt op programmaniveau teruggekeken naar de doelstellingen en hoe hier uitvoering aan is gegeven. In de jaarrekening worden de baten en lasten gepresenteerd en wordt een toelichting gegeven op verschillen ten opzichte van de tweede bestuursrapportage.

Leeswijzer De bestuurlijke samenvatting bestaat uit de algemene- en financiële beschouwingen en de uiteindelijke bestemming van het resultaat.

In onderdeel 1, het jaarverslag, wordt teruggekeken op de in de begroting genoemde doelstellingen en beleidsvoornemens en of deze al dan niet zijn gerealiseerd. Ook de verplichte paragrafen conform de BBV komen in dit hoofdstuk terug, voor zover van toepassing voor de BWB.

In onderdeel 2, de jaarrekening, wordt de financiële jaarrekening weergegeven. Hierin worden de baten en lasten over 2024 en de balans gepresenteerd en toegelicht. Daarnaast wordt de Wet Normering Topinkomens (WNT), baten en lasten per taakveld, de verantwoording omtrent de kinderopvangtoeslag en de rechtmatigheidsverantwoording in dit hoofdstuk behandeld.

Jaarstukken 2024

3

BESTUURLIJKE SAMENVATTING

Jaarstukken 2024

4

FINANCIËLE BESCHOUWINGEN In de tweede bestuursrapportage werd rekening gehouden met een positief jaarrekeningresultaat van € 725.000 exclusief het effect van de proceskosten en mutaties in voorzieningen. Het jaar 2024 wordt uiteindelijk afgesloten met een positief resultaat van afgerond € 1.121.000.

Er is sprake van een onzekerheidsmarge in de raming, die voortkomt uit het vroegtijdige moment waarop de begroting wordt opgesteld. De begroting 2024 is primair gebaseerd op de kadernota, die wordt opgesteld op een moment dat er nog beperkte realisatiegegevens beschikbaar zijn en de ontwikkeling van kosten nog onzeker is. Daarnaast zit er tussen het opstellen van de kadernota en de vaststelling van de begroting een periode van circa zes maanden waarin besluitvorming plaatsvindt en geen bijstelling mogelijk is. Bij de eerste bestuursrapportage 2024 is de begroting verlaagd met € 330.000. Omdat deze bijstelling vroeg in het jaar plaatsvindt, wordt in deze fase bewust behoedzaam omgegaan met begrotingswijzigingen, om ruimte te houden voor het kunnen inspelen op onvoorziene omstandigheden later in het jaar.

Deze combinatie van factoren verklaart deels waarom er ruimer is begroot dan uiteindelijk nodig bleek. Dit effect werkt nog door in het begrotingsjaar 2025. Bij de opstelling van de begroting 2026 is hiermee nadrukkelijk rekening gehouden en zijn de ramingen scherper en realistischer vastgesteld.

Resultaat jaarrekening

Omschrijving (× € 1.000)

Resultaat tweede bestuursrapportage

Personele kosten

197 V

200 V

Inhuurkosten

90 V

70 V

Overige personeelskosten

131 V

125 V

Materiële kosten

245 V

150 V

Griffie en proceskosten waarderen

78 V

-

BTW-compensatie

169 V

-

Onvoorzien

80 V

80 V

Bijdrage

131 V

100 V

1.121 V

725 V

Totaal resultaat

Afgezet tegen de tweede bestuursrapportage wordt het hogere resultaat met name veroorzaakt door aanvullende voordelen op de BTW en materiële kosten, deze worden verderop in deze tekst toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de bijsturingen die plaatsvinden om ongewenste overschotten in de toekomst te voorkomen.

Jaarstukken 2024

5

Compensabele BTW (€ 169.000 voordeel) De compensabele BTW wordt geraamd op basis van de verwachte inkoop. Door een afname van met name externe inhuur is ook de BTW op deze kosten gedaald. Het gerealiseerde voordeel betekent dat er minder btw-druk is binnen de regeling. Gemeenten kunnen de doorgeschoven BTW betrekken in de aangifte voor het btw-compensatiefonds (BCF), voor het Waterschap is deze mogelijkheid er niet, aangezien het Waterschap geen toegang heeft tot het BCF.

Materiële kosten (€ 95.000 voordeel) Binnen de materiële kosten treden een aantal voordelen op van per saldo € 245.000 Deze zijn allen lager dan € 100.000. De grootste afwijkingen betreffen de post ‘Bedrijfsvoering’ (€ 74.000 voordeel) voornamelijk veroorzaakt doordat budgetten voor innovatie en R&D in 2024 niet volledig zijn besteed (zier toelichting onder ‘Bijsturing voor toekomstige begrotingen’) en Informatisering/automatisering (€ 69.000 voordeel). Dit laatste voordeel is mede ontstaan door vertraging in een project voor berichtenverkeer. Dit jaar zijn er bovendien minder technische problemen opgetreden waardoor minder consultancy benodigd was. Griffie en proceskosten waarderen (€ 78.000 voordeel) De voorzieningen voor proceskostenvergoedingen zijn geactualiseerd voor de resterende verplichtingen voor openstaande bezwaren en beroepen bij de jaarrekening 2022 en 2023. Voor 2024 is een voorziening gevormd. Het totale effect hiervan is € 78.000 voordelig. Dit wordt vooral veroorzaakt door een schattingsafwijking. In de uitgangspunten voor dit budget wordt gerekend met een gemiddelde vergoeding welke achteraf bezien te hoog bleek. Ten opzichte van de totaal uitgekeerde proceskostenvergoedingen in boekjaar 2024 (€ 1.069.000) is de afwijking beperkt.

Specificatie Voor een meer uitgebreide toelichting op de verschillen van de reguliere exploitatie verwijzen we u kortheidshalve naar de toelichting op het overzicht van baten en lasten in onderdeel II van deze jaarrekening.

Bijsturing voor toekomstige begrotingen Zoals aangekondigd in de tweede bestuursrapportage 2024 worden in de begroting 2026 budgetten (inclusief de personele budgetten) effectief verlaagd om de stijging van de deelnemersbijdrage zoveel mogelijk te beperken. Niet alleen door deze aan te passen naar een reëel niveau, maar ook door te bezuinigen. Inhoudelijk wordt hiervoor verwezen naar de ontwerpbegroting 2026 welke in april 2026 voor zienswijzen naar de deelnemers worden verzonden.

Jaarstukken 2024

6

De verschillen tussen het verwachtte resultaat kunnen in de toekomst verder worden beperkt door de volgende maatregelen te treffen: •

Overheveling van de budgetten voor Griffie- en proceskosten waarderen naar de belastingadministratie Dit budget heeft de afgelopen jaren voor afwijkingen gezorgd door veranderingen in wet- en regelgeving, hoogte van de vergoeding en sterk fluctuerende aantallen waardebezwaren. Door deze over te hevelen naar de belastingadministratie wordt bewerkstelligd dat de begroting op dit onderdeel minder afwijkingen oplevert waarmee deelnemersbijdrage beter voorspelbaar zal zijn. Bovendien worden de proceskostenvergoeding rechtstreeks verrekend met de deelnemer waarvoor deze worden gemaakt wat de kostentoerekening betrouwbaarder maakt. Dit maakt onderdeel uit van de begroting 2026.

•

Herstructurering BTW-compensatie De BTW vormt voor de BWB een last aangezien zij geen deelnemer is aan het btwcompensatiefonds. Wel wordt de BTW apart inzichtelijk gemaakt om deze door te kunnen schuiven naar de gemeentelijke deelnemers, zodat zij deze kunnen betrekken in hun aangiftes (btw-compensatie). Onderzocht gaat worden op welke wijze deze kosten in de begroting 2027 kunnen worden verwerkt en hetzelfde effect kan worden bereikt zonder dat dit een afwijking geeft ten opzichte van de begroting.

•

Innovatie Sinds 2023 is jaarlijks € 110.000 structureel beschikbaar als innovatie- en R&D-budget. Aanvankelijk lag de focus op de verdere ontwikkeling van Robotic Process Automation (RPA) bij WOZ-bezwaren, wat heeft geleid tot snellere en efficiëntere afhandeling met minder administratieve druk. Inmiddels is RPA een vast onderdeel van de werkprocessen, terwijl verdere procesoptimalisatie en uitbreiding met andere robots doorgaat. In 2024 is het budget niet volledig benut vanwege de focus op procesverbetering en de implementatie van Lean, inclusief de opleiding van medewerkers in continu verbeteren. Tegelijkertijd is gewerkt aan de voorbereiding van nieuwe innovaties, gericht op technologische ontwikkelingen met de grootste impact. Door deze aanpak is voortgang geboekt zonder dat het volledige budget werd benut. De innovatiebudgetten zijn essentieel om deze ontwikkelingen vanaf 2025 effectief te implementeren en zullen leiden tot betere dienstverlening, tijdsbesparing en efficiëntere inzet van medewerkers, wat op termijn tot structurele besparingen zal bijdragen. Er wordt gestuurd op een verantwoorde en doelmatige inzet van middelen

Jaarstukken 2024

7

Te bestemmen resultaat Het positieve jaarrekeningresultaat bedraagt € 1.121.000.

De verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage op grond van artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant, is in de tabel hieronder per deelnemer te zien op basis van nacalculatie.

Bijdrage inclusief compensabele BTW (× € 1.000) Begroot na wijziging 2024

Bijdrage nacalculatie 2024

Bijdrage

Bijdrage

Te bestemmen resultaat*

Omschrijving Comp. BTW

Comp. BTW

Bergen op Zoom

1.700

111

1.603

96

-62

Breda

4.203

274

3.903

235

-81

Dongen

571

37

537

32

-16

Etten-Leur

1.001

65

943

57

-

Halderberge

697

45

668

40

-24

Loon op Zand

764

50

700

42

-20

Moerdijk

1.171

76

1.060

64

-85

Oosterhout

1.430

93

1.356

82

-42

Roosendaal

1.936

126

1.865

112

-50

Rucphen

498

32

475

29

-16

Woensdrecht

559

36

528

32

-23

Zundert

764

50

684

41

-48

Brabantse Delta

4.556

-

4.407

-

-654

Totaal deelnemers

19.850

995

18.729

862

-1.121

*Het te bestemmen bedrag komt niet overeen met het verschil tussen de bijdrage inclusief btw. De wijziging vanuit de tweede bestuursrapportage is niet in rekening gebracht. De totstandkoming van het te verrekenen bedrag is te vinden in hoofdstuk 2 van de jaarrekening.

Resultaatbesteding Als onderdeel van de resultaatbesteding wordt het Algemeen Bestuur voorgesteld het jaarrekeningresultaat na bestemming zijnde € 1.121.000 als volgt te besteden: € 1.121.000 te verrekenen met de deelnemers op basis van de vastgestelde kostenverdeelsystematiek.

Jaarstukken 2024

8

I

Jaarstukken 2024

JAARVERSLAG 2024

9

ALGEMEEN Deelnemers In 2024 zijn belastingtaken uitgevoerd voor het Waterschap Brabantse Delta en twaalf deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert.

Jaarstukken 2024

10

Omzet per belastingsoort Belastingopbrengsten biljetbedrag (× € 1.000)

Rekening 2023

Afvalstoffenheffing

Rekening 2024

81.746

88.094

BIZ (Bedrijven Investering Zone)

920

906

Forensenbelasting

80

87

Hondenbelasting

716

649

4.391

2.691

Lijkbezorgingsrechten

334

269

Marktgelden

129

122

153.066

161.545

Precariobelasting

1.507

1.190

Reclamebelasting

1.388

1.471

Reinigingsrecht

161

173

Rioolheffing

76.386

79.757

(Water)toeristenbelasting

7.707

9.090

Zuiveringsheffing

83.461

92.767

340

564

Watersysteemheffing

81.877

91.121

Totale belastingopbrengsten biljetbedrag

494.209

530.496

Leges

Onroerendezaakbelastingen

Verontreinigingsheffing oppervlaktewater

Overige opbrengsten (× € 1.000)

Rekening 2023

Rekening 2024

Vervolgingskosten

2.111

2.155

Invorderingsrente

226

297

2.337

2.452

Totale overige opbrengsten

De gepresenteerde cijfers zijn overgenomen uit de eindverantwoordingen zoals deze zijn verstrekt aan de afzonderlijke deelnemers.

Jaarstukken 2024

11

PROGRAMMAVERANTWOORDING Programma 1 – Waarderen 1.

Algemeen

De BWB voert voor haar gemeentelijke deelnemers onder meer de Wet Waardering Onroerende Zaken (de Wet WOZ) uit. Binnen het programma Waarderen vindt onder andere de permanente marktanalyse plaats, worden objecten gewaardeerd en worden bezwaren en beroepszaken met betrekking tot de WOZ behandeld. De uitvoering van de activiteiten moet voldoen aan de Wet WOZ en aan het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer, de landelijke toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ.

2.

Cijfers in beeld

WOZ-objecten

Aantal WOZ-objecten 360.000 330.000 300.000 270.000 240.000 210.000 180.000

334.965

337.800

337.500

337.678

Realisatie 2023

Begroot 2024

Begroot na wijziging 2024

Realisatie 2024

150.000 120.000 90.000 60.000 30.000 -

Het aantal WOZ-objecten vertoont een lichte afwijking ten opzichte van de raming na wijziging; de raming is nauwkeurig geweest. De lichte afwijking kan worden toegerekend aan afwijkingen in de autonome groei (oplevering en ingebruikname nieuwbouw).

Jaarstukken 2024

12

Waardebezwaren

Waardebezwaren 20.000 17.500 15.000 12.500 10.000

19.909

7.500

14.010

5.000

10.180

9.998

Begroot na wijziging 2024

Realisatie 2024

2.500 Realisatie 2023

Begroot 2024

Het werkelijke aantal bezwaren tegen de vastgestelde WOZ-waarde over het belastingjaar 2024 is uitgekomen op 9.998 waardebezwaren. Dit is lager dan de begrote aantallen en eveneens aanzienlijk lager dan het resultaat van het jaar 2023. Dit is in lijn met het landelijke beeld; waar er in 2023 (landelijk) 627.000 bezwaren zijn ingediend, is dat aantal in 2024 circa 350.000. Deze sterke daling (-44%) van het aantal WOZ-bezwaren in 2024 kent twee belangrijke oorzaken.

In de eerste plaats de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt in de periode 2023 - 2024 waardoor de WOZ-waardes minder sterk zijn gestegen (in het beheersgebied van de BWB voor woningen gemiddeld met circa 5,6% ten opzichte van 14% de vorige waardeperiode).

Als tweede oorzaak is de rol van de no-cure-no-pay-bureaus (NCNP’s) aan te wijzen die door veranderde wetgeving hun verdienmodel aanzienlijk hebben zien versoberen waardoor het minder lucratief is geweest om bezwaarprocedures te starten. Ook dit sluit aan op het landelijke beeld; uit onderzoek van de Waarderingskamer blijkt dat de NCNP's landelijk circa 50% minder bezwaarschriften hebben ingediend in 2024 ten opzichte van 2023.

Eind december was het overgrote deel van de bezwaren afgewikkeld. Op grond van de regelgeving is het mogelijk de uitspraak op bezwaarschriften die nog niet zijn afgedaan voor het einde van het desbetreffende belastingjaar, eenmalig met zes weken te verdagen. Van die mogelijkheid is voor enkele honderden dossiers gebruik gemaakt, daar waar dat voor de waardebezwaren 2023 nog voor circa 4.000 dossiers nodig was. Het restant bezwaren is voor half februari 2025 afgewikkeld.

Jaarstukken 2024

13

Realisatie 2024

Realisatie 2023

Realisatie 2022

Realisatie 2021

337.678

334.965

321.033

315.773

Objecten onder bezwaar

9.998

19.909

8.246

*10.934

% aandeel bezwaren t.o.v. WOZ-objecten

3,0%

5,9%

2,6%

3,5%

% mutatie bezwaren t.o.v. voorgaand jaar

-/- 50%

141%

-/- 25%

16%

I - % gegrond verklaard

28%

25%

28%

38%

II - % gegrond waarbij Vermindering WOZ-waarde met >10%

10%

8%

16%

13%

II / I

35%

31%

59%

34%

Objecten onder bezwaar ingediend door NCNP

6.287

10.728

4.646

4.756

% NCNP t.o.v. alle objecten onder bezwaar

63%

54%

56%

44%

€ 677.000

€ 937.000

€ 1.011.200

€ 601.500

150

660

173

103

Specificatie waarderen WOZ-objecten

Proceskostenvergoeding boekjaar Beroepszaken over hetzelfde heffingsjaar

*Exclusief bezwaren die voortvloeien uit het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte.

In het ‘verdienmodel’ voor de NCNP's is in 2024 een kentering gekomen, zij het dat dat met de nodige horten en stoten is gegaan. Per 1 januari 2024 is wetgeving in werking getreden waarbij de proceskostenvergoeding voor de NCNP's met 75% neerwaarts is bijgesteld. Tevens is bepaald dat de uit te keren proceskostenvergoeding wordt uitbetaald aan de belastingplichtige zelf en niet aan de NCNP, zoals voorheen het geval was. Niet alleen is dus het uit te keren bedrag aangepast, ook is het voor de NCNP's lastiger om de uitgekeerde proceskostenvergoeding op de eigen rekening te krijgen.

Op 12 juli 2024 heeft de Hoge Raad evenwel een arrest gewezen waardoor de uit te betalen proceskostenvergoeding in belastingzaken weer opwaarts diende te worden aangepast; in een zaak die was aangespannen waarin werd betoogd dat een lagere vergoeding in belastingprocedures in strijd zou kunnen zijn met het non-discriminatiebeginsel. Dit arrest heeft ertoe geleid dat vanaf 12 juli tot einde 2024 weer een hogere uitkering in bezwaar aan proceskosten diende te worden vergoed.

Inmiddels is per 1 januari 2025 door wetgeving dit gebrek hersteld een is de door de wetgever per 1 januari 2024 beoogde regeling weer hersteld. Het is inmiddels duidelijk dat ook daar weer procedures tegen zijn aangespannen; zodat niet te voorzien is hoe lang de per 1 januari 2025 in werking getreden regeling stand zal houden.

De BWB volgt de ontwikkelingen op de voet en voert en zet zich via de VNG en andere platformen in om te bewerkstellingen dat de vergoeding van proceskosten voor de NCNP's zo laag mogelijk blijft.

Jaarstukken 2024

14

Met het afdoen van de bezwaarschriften komt ook meer inzicht in het aantal beroepsprocedures; ultimo 2024 waren voor circa 150 objecten beroepsprocedures voor het belastingjaar 2024 ingediend bij de rechtbank, hoofdzakelijk door NCNP's.

Van voorgaande jaren staan momenteel voor nog 367 objecten dossiers open waarin nog proceshandelingen moeten worden verricht of waarin nog een uitspraak wordt verwacht. De rechtbank is sinds geruime tijd bezig met een inhaalslag voor deze oude zaken, maar nog steeds staan er zaken van 2022 open die nog op zitting moeten komen.

Helaas vragen beroepsprocedures per dossier wel een forse tijdsbesteding, op grond van meting ongeveer 20 uur per beroepsprocedure (inclusief de mondelinge behandeling bij de rechtbank).

3.

Wat hebben we bereikt?

De Waarderingskamer heeft in 2024 de vragenlijsten voor het hele WOZ-proces op diverse momenten in het jaar beoordeeld, met een positieve uitkomst. Daarnaast heeft een zogenaamd ‘(Breed) Onderzoek naar de uitvoering en interne beheersing van het WOZ-proces' plaatsgevonden voor de gehele BWB; dit heeft geresulteerd in een verhoging van de beoordeling van de BWB van het predicaat ‘goed’ (4 sterren) naar de hoogst mogelijke score ‘zeer goed’ (5 sterren). Daarmee is vastgesteld dat de BWB meerjarig en op hoog kwaliteitsniveau het WOZ-proces uitvoert. Iets om trots op te zijn en om alle inspanning erop te richten deze 5 sterren vast te houden. We zullen over de maatregelen om dat te bewerkstellingen meer informatie verschaffen in de bestuursrapportages 2025.

Daarnaast is in december 2024 een onderzoek naar de kwaliteit van de WOZ-taxaties met waardepeildatum 1 januari 2024, ten behoeve van de verzending van de WOZ-beschikkingen in 2025, uitgevoerd. De uitkomst van dit onderzoek is eveneens positief. In december 2024 heeft de BWB voor alle gemeenten de toestemming ontvangen om de beschikkingen 2025 te verzenden. In de begroting 2024 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator

Doelstelling

Resultaat

Oordeel waarderingskamer

Algemeen oordeel ‘GOED’ van de Waarderingskamer

Voldaan

Tijdige waardebepaling woningen en niet woningen ten behoeve van jaarlijkse herwaardering conform norm WAKA

WOZ-waardebepaling - per 1 december 90% gereed - uiterlijk 1 februari 98% gecontroleerd en gereed

Ja Ja

Jaarstukken 2024

15

Juiste WOZ-waardebepaling

1. het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde met >10% wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. Wordt door Waka als fout aangemerkt. Woningen Niet woningen >10% >10% 2. het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde wordt verlaagd t.o.v. het totale aantal WOZ-objecten Woningen Niet woningen 1% 2%

Afhandeling WOZ-bezwaren

Op 1 december van ieder jaar is 95% van de waarde bezwaren afgehandeld, voor zover deze bezwaren betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend.

1. Woningen 1.081 Niet-woningen 464 2. Woningen 1% Niet-woningen 2%

Voldaan

Elke waardebepaling waarbij de waarde met meer dan 10% wordt aangepast is naar het oordeel van de Waarderingskamer fout. Ten opzichte van het totale aantal objecten is de relatieve afwijking beperkt (woningen 306.030 = 0,35% en voor niet woningen 464 = 1,6%).

4.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

De Waarderingskamer heeft een Waarderingsinstructie opgesteld, waarin het accent op de interne beheersing en kwaliteitszorg van alle WOZ-werkzaamheden ligt. Deze kwaliteitszorg betekent dat op basis van sturingsinformatie aantoonbaar conclusies getrokken moeten worden over: de kwaliteit van de WOZ-waarden, de kwaliteit van de onderliggende gegevens, de gebruikte systemen, de contacten met belanghebbenden, enzovoort. Indien nodig moeten deze conclusies leiden tot maatregelen om de kwaliteit te verbeteren.

De ondersteuning van deze kwaliteitszorg gebeurt met beoordelingsprotocollen, zelfevaluaties en controles. Uit de door de Waarderingskamer in 2024 uitgevoerde inspecties komen geen noemenswaardige aanbevelingen. Wel wordt duidelijk dat de controles van de Waarderingskamer zich meer en meer toespitsen op de relatie tussen diverse basisregistraties (die hoofdzakelijk bij de gemeenten in beheer zijn) en de L(andelijke) V(oorziening)-WOZ (waar de BWB verantwoordelijk voor is).

Dit zal de komende jaren meer en intenser contact vragen tussen de BWB en de deelnemers om te bereiken dat de vereiste kwaliteitsniveaus behaald worden of in stand blijven. De beoordeling van de kwaliteit van het WOZ-proces is dus niet alleen een interne BWB aangelegenheid, maar hangt mede af van de kwaliteit van de gemeentelijke basisregistraties.

Jaarstukken 2024

16

Naast de behandeling van WOZ-bezwaren en beroepen is er in 2024 weer veel aandacht geweest voor procesverbeteringen. De inzet van het vervaardigen van uitspraken via robotisering is uitgebreid zodat naast de woningbezwaren ook een deel van de uitspraken voor niet-woningen gerobotiseerd wordt vervaardigd. Het robotiseren is een puur administratief proces; er vindt van ieder bezwaar altijd een taxatietechnische beoordeling plaats. Het inboeken van bezwaren is in 2024 verder geautomatiseerd, zodat sneller kon worden begonnen met het afdoen van bezwaren.

5.

Wat heeft het gekost?

Omschrijving (× € 1.000)

Begroting 2024 Begroting 2024 primair na wijziging

Realisatie 2024

Lasten

5.820

5.531

5.747

Loonkosten huidig personeel

4.230

4.226

3.486

Inhuur personeel

-

-

1.074

Beheer WOZ-administratie

360

340

318

Taxeren en herwaarderen

170

205

187

1.060

760

682

-

-

-

5.820

5.531

5.747

Griffie en proceskosten waarderen Baten

Saldo Waarderen

Verschil 216 N

-

216 N

Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 46. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 51.

Jaarstukken 2024

17

Programma 2 – Heffen 1.

Algemeen

Doelstelling van het programma Heffen is om ervoor te zorgen dat er een optimale koppeling wordt onderhouden met alle noodzakelijke basisregistraties (onder andere BRP / NHR / Kadaster) en andere gegevensbronnen, van gemeenten en Waterschap (bijvoorbeeld de waterbank). Met het adequaat eenmalig registeren van deze gegevens wordt er vervolgens een efficiënte en effectieve aanslagoplegging voor onze deelnemers bereikt.

2.

Cijfers in beeld

Aanslag(regels)

Aantal aanslagregels 3.200.000 2.800.000

Totaal: 3.042.081

Totaal: 2.977.100

449.077

Totaal: 2.870.000

Totaal: 2.898.570

435.000

350.000

352.212

2.593.004

2.542.100

2.520.000

2.546.358

Realisatie 2023

Begroot 2024

Begroot na wijziging 2024

Realisatie 2024

2.400.000 2.000.000 1.600.000 1.200.000 800.000 400.000 -

Aanslagregels (excl. beschikkingen)

Beschikkingen

Aantal aanslagen 875.000

750.000 625.000 500.000 375.000

793.424

818.400

799.200

809.553

Realisatie 2023

Begroot 2024

Begroot na wijziging 2024

Realisatie 2024

250.000 125.000 -

Jaarstukken 2024

18

Aanslagen waterschapsbelasting 317.229 Waterschapbelasting 2023 129.498

323.505 Waterschapbelasting 2024 128.770

-

50.000

100.000

150.000

Gecombineerd

200.000

250.000

300.000

350.000

Niet gecombineerd

Door een structurele optimalisatie van het proces worden er eerder aanslagen verstuurd en is er ook meer gecombineerd dan het vorige jaar.

30.888

32.000

30.400

30.327

Exoten Gemeenten

30.200

Exoten

28.000

14.413

16.000

14.000

20.000

16.690

16.829

24.000

1.088

970

880

860

2.984

2.850

2.760

4.000

2.849

5.112

5.000

4.260

8.000

5.111

12.000

Regels precariobelasting

Regels reclamebelasting Realisatie 2023

Begroot 2024

Aanslagen (water)toeristen

Regels hondenbelasting

Begroot na wijziging 2024

Panden BAG

Realisatie 2024

Ten aanzien van de belastingsoorten vallend onder de exoten kan worden opgemerkt dat de realisatie niet of nauwelijks afwijkt van de begrote aantallen na wijziging 2024.

Jaarstukken 2024

19

Exoten Waterschap (zuiveringsheffing) 25.000 20.000 15.000 23.945 10.000

24.000

24.854

Begroot na wijziging 2024

Realisatie 2024

20.000

5.000 Realisatie 2023

Begroot 2024

Door procesoptimalisatie zijn het afgelopen jaar meer aanslagregels opgelegd.

Heffingsbezwaren

Bezwaren heffen gecategoriseerd 10.000 8.750

9.000 8.000

7.500

7.447

7.341

7.000 6.000 5.000 4.000

3.000 2.000 1.000

167

220

110

165

Heffingsbezwaren Realisatie 2023

Begroot 2024

Legesbezwaren Begroot na wijziging 2024

Realisatie 2024

Ten opzichte van het vorige jaar heeft er een hele kleine daling in het aantal heffingsbezwaren plaats gevonden. De heeft onder andere te maken met het sinds 2023 veranderd inboekproces waardoor potentiële bezwaren aan de voorkant gelijk worden getackeld en deze uiteindelijk niet als bezwaar worden ingeboekt maar snel administratief worden afgehandeld en aan de kwaliteit van onze data waardoor er minder bezwaar wordt gemaakt.

Jaarstukken 2024

20

3.

Wat hebben we bereikt?

We hebben door het meervoudig gebruik van onze gegevens zoveel mogelijk geprobeerd de aanslagregels te combineren voor zover dit op grond van de diverse verordeningen van onze deelnemers mogelijk was. Daarnaast zijn bij de totstandkoming van de aanslagoplegging de mogelijkheden bekeken om processen te vereenvoudigen, en waar mogelijk efficiency behaald kon worden. In de begroting 2024 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator

Doelstelling

Resultaat

Tijdige aanslagoplegging

95% van de aanslagen (inclusief waardebeschikking) is uiterlijk in februari door middel van een gecombineerde aanslag, opgelegd voor het huidige belastingjaar.

96%

Tijdige afhandeling

97% van de gecombineerde opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na datum aanslag afgehandeld. Afgehandeld = saldo € 0,00. (Opgelegd -/- Betaald -/Verminderd -/- Vernietigd -/- Kwijtschelding -/- Oninbaar)

97,2%,

Afhandeling heffingsbezwaren

% tijdige afhandeling bezwaren. 1. 95,0% bezwaren ingediend in belastingjaar voor half november zijn afgewerkt op 31 december. 2. 75,0% bezwaren ingediend in de periode 15 november – 31 december zijn binnen 6 weken afgewerkt.

4.

1. 95,6% 2. 87,0%

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Het afgelopen jaar hebben we getracht om alle gegevens te verwerken en actueel te houden. Op sommige onderdelen hebben we kunnen optimaliseren waardoor we eerder hebben kunnen aanslaan en actueler zijn qua data.

5. Wat heeft het gekost? Omschrijving (× € 1.000)

Begroting 2024 Begroting 2024 primair na wijziging

Realisatie 2024

Lasten

2.551

2.505

2.494

Loonkosten huidig personeel

2.342

2.282

2.209

Inhuur personeel

-

-

76

Kosten BAG

45

45

41

(Controle)kosten gegevensbeheer

147

161

158

Griffie- en proceskosten heffen

17

17

10

-

-

-

2.551

2.505

2.494

Baten

Saldo Heffen

Verschil 11 V

-

11 V

Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 46. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 51.

Jaarstukken 2024

21

Programma 3 – Invordering 1.

Algemeen

De BWB draagt zorg voor het volledige proces van Invordering. Dit omvat taken zoals het verwerken van betalingen, het leggen van beslagen en, indien nodig, het uitvoeren van executieverkoop. Daarnaast omvat het programma Invordering ook de behandeling van kwijtscheldingsverzoeken, bezwaar- en beroepsprocedures, schuldhulpverleningstrajecten en faillissementsaanvragen.

2.

Cijfers in beeld

Invorderingsproces

42.696

41.500

40.000

45.000

41.376

Invorderingsproces

40.000 35.000

5.830

500

770

5.000

6.000

8.527

10.000

8.000

8.000

13.119

15.000

17.797

20.000

15.500

18.095

25.000

13.500

30.000

Aanmaningen Realisatie 2023

Dwangbevelen Begroot 2024

Hernieuwde bevelen

Begroot na wijziging 2024

Beslag*

Realisatie 2024

*In de jaarrekening van 2023 werd aangegeven dat de zogenaamde vereenvoudigde derdenbeslagen (loonvorderingen en betalingsvorderingen) niet waren opgenomen in de tellingen bij beslag. In 2024 zijn deze aantallen wél volledig meegenomen in het overzicht, zowel bij de realisatie als bij de begroting na wijziging. Hierdoor wijken de cijfers af van de jaarrekening van 2023. Dit sluit aan bij de inspanningen om de verslaglegging verder te verfijnen en een completer beeld van de invorderingsprocessen te geven.

Conform de planning worden wekelijks aanmaningen en tweewekelijks postdwangbevelen aangemaakt en verstuurd, met enkele uitzonderingen, zoals rond de belastingaanslagoplegging in februari en mei. Het overzicht bevat de aantallen die in 2024 zijn gegenereerd en verstuurd, en hebben betrekking op meerdere belastingjaren.

Jaarstukken 2024

22

Het jaar 2024 was het eerste volledige "normale" jaar na de coronapandemie en de implementatie van het nieuwe belastingpakket. Hierdoor waren de gerealiseerde aantallen op sommige onderdelen afwijkend van de begroting. De cijfers in 2024 bieden een beter inzicht en basis voor een meer voorspelbare en nauwkeurige begroting in de komende jaren.

3.

Wat hebben we bereikt?

In 2024 is verdere vooruitgang geboekt in het invorderingsproces. Eerder ontstane achterstanden, met name op het gebied van beslagen, zijn volledig ingelopen. De aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen zijn volgens planning verzonden, en de verwerking van kwijtscheldingsverzoeken en schuldhulpverleningsaanvragen is tijdig uitgevoerd. Hiermee hebben we onze dienstverlening voortgezet zoals gepland.

Na het inlopen van achterstanden in voorgaande jaren op het gebied van aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen, is in 2024 de achterstand op het gebied van beslagen volledig ingelopen. Dit heeft niet alleen geleid tot een efficiënter invorderingsproces, maar heeft ook bijgedragen aan een aanzienlijke afname van het aantal openstaande vorderingen.

Daarnaast hebben we opnieuw stappen gezet in het versterken van sociaal incasseren. Dit omvatte verbeteringen in onze correspondentie en communicatie binnen het invorderingsproces en een gerichte inzet van deurwaarders. Het doel blijft om belastingplichtigen die niet reageren te bewegen contact met ons op te nemen.

De focus in 2024 lag op het verder verfijnen van onze processen en het gebruik van de inzichten uit voorgaande jaren om een toekomstbestendige, mensgerichte invorderingsstrategie te realiseren. Ook de komende jaren blijft onze focus hierop gericht.

In de begroting 2024 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator

Doelstelling

Resultaat

Oninbaar

5 jaar na datum aanslag bedraagt het % oninbaar, t.o.v. het bedrag aan opgelegde aanslagen, maximaal 0,80%

0,25% (2020)

% openstaand 2 jaar na datum aanslag ≤ 0,50% Tijdige betaling aanslag

Berekening % = openstaand bedrag x-jaar t.o.v. bruto opgelegd x-jaar. O.b.v. datum aanslag en niet belastingjaar.

Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken

80,0% van de kwijtscheldingsverzoeken is < 16 weken afgehandeld.

Jaarstukken 2024

23

0,47% (2022)

71,5%

De doelstelling van 80% binnen 16 weken is niet volledig behaald doordat de meeste kwijtscheldingsverzoeken binnenkomen rond twee piekmomenten: na de aanslagoplegging eind februari (combiaanslagen) en eind mei (waterschapsaanslagen). Dit zorgt tijdelijk voor een hoge werkvoorraad. We zijn afhankelijk van de tijdige aanlevering van aanvullende informatie door belastingplichtigen, extra capaciteit inzetten zal de doorlooptijd niet verkorten.

4.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

In 2024 hebben we verdere stappen gezet in het verbeteren van het invorderingsproces. Waar in voorgaande jaren de focus lag op het herstellen van systeemtechnische mogelijkheden en het inzetten van alle wettelijk toegestane invorderingsmiddelen, zijn deze processen inmiddels volledig geïntegreerd en operationeel.

Sinds de hervatting van het informatiegestuurd werken in juli 2023, wordt op basis van beschikbare gegevens zoals van het UWV, RDW, Kadaster en de Belastingdienst, effectief beoordeeld welke (vervolg)stappen noodzakelijk zijn in het invorderingsproces. Dit proces, dat voorheen gebruikmaakte van een afzonderlijk softwarepakket, is nu volledig geïntegreerd in de nieuwe belastingsoftware inclusief de benodigde koppelingen met de bronhouders.

In 2024 is de achterstand in openstaande belastingaanslagen verder ingelopen. Dit betreft achterstanden die zijn ontstaan tijdens de coronaperiode en de overgang naar het nieuwe belastingsysteem. Door de inzet van extra invorderingsmiddelen, waaronder het leggen van beslagen, is deze achterstand in 2024 volledig weggewerkt.

Met de afronding van dit inhaalslagjaar kunnen we ons vanaf 2025 richten op een stabiel en beter voorspelbaar invorderingsproces, met blijvende aandacht voor het sociaal incasseren.

5.

Wat heeft het gekost?

Omschrijving (× € 1.000)

Begroting 2024 Begroting 2024 primair na wijziging

Realisatie 2024

Lasten

2.388

2.270

2.256

Loonkosten huidig personeel

2.165

2.080

2.080

Inhuur personeel

-

-

-

Financiële invordering

164

126

114

Dwanginvordering

59

64

62

-

-

-

2.388

2.270

2.256

Baten

Saldo Invordering

Verschil 14 V

-

14 V

Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 46. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 51.

Jaarstukken 2024

24

Overhead en overige – Directie en bedrijfsvoering 1.

Algemeen

Binnen dit onderdeel zijn de directie en de afdeling ondersteuning, en daarmee alle overige ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces, ondergebracht. Hieronder vallen onder meer de taken met betrekking tot ICT, facilitair, interne controle, beleid, inkoop, financiën, communicatie en de HRM werkzaamheden. Het cluster HRM wordt rechtstreeks door de directeur aangestuurd.

2.

Cijfers in beeld

Verzending

2024 2023 43,7% 43,2%

2023 2024 56,8% 56,3%

Digitaal

Analoog

Het aandeel in de digitale verzending neemt toe ten opzichte van het analoge aandeel. Dat komt omdat naar verhouding steeds meer inwoners gebruik maken van MijnOverheid en dat heeft ook effect op de BWB. Voor de BWB is deze ontwikkeling prettig, want de kosten zijn dusdanig opgebouwd dat BWB wel de kosten draagt voor de analoge verzending, maar niet voor de digitale verzending. Dit heeft ook effect op de te betalen print- en portokosten binnen de kantoorkosten.

3.

Wat hebben we bereikt?

Herinrichting gebouw In 2024 zijn de voorbereidingen en eerste werkzaamheden uitgevoerd in de herinrichting van het gebouw van de BWB. In de herinrichting worden een aantal zaken verbeterd, maar ook een aantal zaken toegevoegd om de werknemers en bezoekers van de BWB een professionele werkomgeving te bieden.

Jaarstukken 2024

25

Een kleine opsomming: •

Licht- en geluidsoverlast worden verminderd;

•

De kantoortuinen worden aangepast aan ‘het nieuwe werken’ waarin meer mogelijkheden zijn om teams-vergaderingen bij te wonen of persoonlijke gesprekken te voeren;

•

De entree voor bezoekers is ingericht op de eisen van de huidige tijd;

•

Er is meer groen binnen het pand aangebracht;

•

Verschillende vergaderruimtes zijn geoptimaliseerd.

De werkzaamheden zullen in 2025 afgerond worden.

Werken volgens de Leanprincipes Binnen de organisatie zijn in navolging van het jaar 2023 ook in 2024 veel medewerkers opgeleid binnen de Leanprincipes. Het doel hiervan is om medewerkers bewust te maken van de mogelijkheid om processen te verbeteren en de methodes die je hiervoor kunt gebruiken. Daarnaast is er met de medewerkers, die al wat langer opgeleid zijn in de leanprincipes, een structuur ontwikkeld waarin er samen met het managementteam gebouwd wordt aan een cultuur van continue verbetering.

HRM Onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering is de in-, door- en uitstroom van medewerkers. In sommige gevallen leidt de krapte op de arbeidsmarkt tot moeilijk vervulbare vacatures en moet noodgedwongen uitgeweken worden naar inhuur. Over het algemeen lukt het om de vacatures tijdelijk dan wel structureel in te vullen. In 2024 zijn acht nieuwe collega’s bij de BWB in dienst getreden en vier collega’s vertrokken. Via Flex West-Brabant zijn er in 2024 16 mensen ingehuurd.

Het verzuimpercentage bedroeg het afgelopen jaar 4,5%. De BWB heeft het verzuimpercentage naar beneden kunnen brengen. In 2022 was het verzuimpercentage namelijk 6,9%.

Jaarstukken 2024

26

4.

Wat heeft het gekost?

Omschrijving (× € 1.000)

Begroting 2024 Begroting 2024 Realisatie 2024 primair na wijziging

Verschil

Overhead Lasten

9.970

10.093

8.992

Personeel

3.707

3.717

3.530

Inhuur derden

675

640

228

Overige personele kosten

415

600

444

Bedrijfsvoering

359

399

325

Kantoorkosten

759

646

618

2.055

1.993

1.924

800

803

797

1.200

1.295

1.126

225

165

295

-

-

63

Bijdrage garantiesalarissen

85

110

112

Bijdrage print en portokosten

115

-

8

Bijdrage overige goederen en diensten

25

55

112

9.745

9.928

8.697

Lasten

-

-

-

-

Baten

-

-

-

-

Saldo vennootschapsbelasting

-

-

-

-

9.745

9.928

8.697

Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW Baten Bijdragen loonkosten

Saldo overhead

1.101 V

130 V

1.231 V

Vennootschapsbelasting

Saldo Overhead en overig

1.231 V

Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 46. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 51.

Jaarstukken 2024

27

5.

Beleidsindicatoren Indicator

*

Eenheid

Begroting 2024 primair

Jaarrekening 2024

Formatie*

Fte

143,3 fte

143,3 fte

Bezetting*

Fte

**123,0 fte

132,1 fte

Apparaatskosten*

Totale kosten (× € 1.000)

20.815

19.495

Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + externe inhuur

5,3%

11,2%

Overhead

% van totale lasten

47,9%

46,1%

De beleidsindicatoren formatie, bezetting en apparaatskosten zijn niet aangegeven per 1.000 inwoners, zoals voorgeschreven door het BBV. Een berekening per 1.000 inwoners zou betekenen dat dit aantal nog gedeeld zou moeten worden door de inwoners van alle deelnemende gemeenten, dit zou een vertekend beeld geven. In plaats daarvan zijn deze indicatoren daarom in absolute waarden (fte/kosten) weergegeven.

** Conform BBV is de beleidsindicator bezetting voor het begrotingsjaar aangeduid als de werkelijke bezetting op 1 januari van het vorig jaar.

Jaarstukken 2024

28

Dekkingsmiddelen – Directie en bedrijfsvoering 1.

Algemeen

De dekkingsmiddelen vormen de basis om de uitgaven in het kader van de verschillende programmaonderdelen te dekken. In voorgaande paragrafen is per programma toegelicht, wat we in 2024 hebben bereikt. De dekkingsmiddelen bestaan uit de volgende onderdelen: bijdrage deelnemers, treasury en onvoorzien. De bijdrage van de deelnemers wordt met een vastgestelde berekeningswijze aan de deelnemers toegerekend.

2.

Wat heeft het gekost?

Omschrijving (× € 1.000)

Begroting 2024 Begroting 2024 primair na wijziging

Realisatie 2024

Verschil

Treasury Lasten

6

6

6

-

Rentelasten

6

6

6

Baten

190

470

471

Renteopbrengsten

190

470

471

Saldo treasury

-184

-464

-465

1 V

Lasten

80

80

-

80 V

Onvoorzien

80

80

-

-

-

-

-

80

80

-

80 V

Lasten

-

-

-

-

Baten

20.400

19.850

19.850

-

Bijdrage deelnemers

20.400

19.850

19.850

Saldo bijdrage deelnemers

-20.400

-19.850

-19.850

-

Saldo Dekkingsmiddelen

-20.504

-20.234

-20.315

81 V

1 V

Onvoorzien

Baten Saldo onvoorzien Bijdrage deelnemers

Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 46.

Jaarstukken 2024

29

PARAGRAFEN Paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen is inzicht nodig in de omvang en achtergrond van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn.

Inventarisatie weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan; de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Voorbeelden van deze middelen zijn het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de post onvoorzien voor € 80.000, daarnaast is bij de jaarrekening 2023 een reserve gevormd van € 200.000 ten behoeve van het opvangen van verschillen in de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling.

Risicobeheersing Om een juist beeld van de financiële positie van de BWB te krijgen, is het noodzakelijk dat helder is met welke risico’s de samenwerking kan worden geconfronteerd. Onder risico wordt in dit verband verstaan ‘een niet door de BWB te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar als deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn’. De BWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door zorgvuldigheid in de uitvoering van procedures, het treffen van beheersmaatregelen en de benodigde verzekeringen af te sluiten. Op grond van artikel 31, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen naar derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen.

Risicoanalyse Het is van belang periodiek een analyse van de risico’s te maken, welke de financiële zelfstandigheid van functioneren van de samenwerking in gevaar kunnen brengen c.q. wanneer zij zich manifesteren gevolgen hebben voor de deelnemers. De risico’s zoals bekend bij het opstellen van deze jaarrekening zijn toegelicht in bijlage 1.

Jaarstukken 2024

30

Het totale financiële risico afgezet tegen de kans dat een dergelijk risico zich voordoet, geeft een beeld over het risicoprofiel van de BWB (Risico = Kans x Gevolg). In bijlage 1 zijn de risico’s financieel vertaald. Concreet levert dit een risicoprofiel op van € 545.000.

Genoemd risicoprofiel kan/dient normaliter te worden afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit van de organisatie. De weerstandscapaciteit waarover de BWB beschikt, is de in de begroting opgenomen post onvoorzien en de algemene reserve van € 200.000. Indien zich in de praktijk een risico aandient wat het weerstandsvermogen te boven gaat zal dit door de deelnemers zelf moeten worden afgedekt. In dat kader is het belangrijk dat het bestuur zich bewust is van de mogelijke risico’s die horen bij de uitvoering van het beheer en het beleid van de BWB.

Financiële kengetallen Op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de op de BWB van toepassing zijnde genoemde financiële kengetallen in deze paragraaf te worden opgenomen. Realisatie 2023

Begroting primair 2024

Realisatie 2024

Netto schuldquote

-4,0%

6,5%

-3,1%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-4,0%

6,5%

-3,1%

Solvabiliteitsratio

*18,9%

0,0%

15,8%

6,4%

0,0%

5,1%

Kengetallen

Structurele exploitatieruimte

*Gewijzigd ten opzichte van de, in de jaarrekening 2023, gepresenteerde kengetal. De aanpassing heeft betrekking op posten die onterecht als crediteur en vooruitbetaalde bedragen zijn vermeld. Deze post is met terugwerkende kracht gecorrigeerd.

Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. Ten aanzien van de kengetallen wordt dan ook geen rekening gehouden met de betreffende bankrekening.

Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van schuldenlast van de BWB ten opzichte van de eigen middelen en geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossing op de exploitatie. Een percentage onder 90% wordt gezien als minst risicovol. De BWB zit hier ruim onder.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de BWB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen wordt hiervoor afgezet tegen het vreemd vermogen. Voor de BWB betekent dit dat dit kengetal enorm kan schommelen. Voor de BWB bestaat voor bestemming het eigen vermogen in 2024 enkel uit het positieve rekeningresultaat en de algemene reserve. Bij het opstellen van de primaire begroting werd hier geen rekening mee gehouden.

Jaarstukken 2024

31

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte de BWB heeft om de eigen lasten te kunnen dragen. Hiervoor worden de structurele baten en lasten afgezet tegen het totale saldo van de baten. Ook dit kengetal wordt sterk beïnvloed door het rekeningresultaat.

De kanttekening wordt gemaakt dat de kengetallen geen of nauwelijks strategische dan wel beleidsmatige informatiewaarde voor de BWB geven.

Jaarstukken 2024

32

Paragraaf 2: Financiering Algemeen Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening verplicht. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is vastgelegd dat de paragraaf financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Daarnaast dient de paragraaf inzicht te geven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

Treasurybeheer en -beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: 1. Toegang tot financiële markten – Zorgen voor duurzame en betaalbare liquiditeitsvoorziening. 2. Beheersing van financiële risico’s – Beperken van rente-, koers-, krediet- en liquiditeitsrisico’s. 3. Efficiënt beheer van geldstromen – Minimaliseren van interne en externe beheerkosten. 4. Optimalisatie van renteresultaten – Maximaliseren van rendement op uitgezette leningen. 5. Verbetering van informatievoorziening – Ondersteunen van treasurybeleid en verantwoording.

Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van de BWB een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst.

Risicoprofiel De financieringsfunctie van de BWB is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. Gezien de aard en activiteiten van de BWB is het risicoprofiel beperkt. Kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico en valutarisico wordt niet gelopen. Het risico van oninbaarheid van debiteuren (met betrekking tot de bedrijfsvoering) is slechts beperkt aanwezig. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BWB zijn inzichtelijk. Dagelijks wordt het banksaldo vanaf € 0 afgeroomd in het kader van schatkistbankieren.

Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De doelstelling is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen om zo het renterisico gelijkmatig over de jaren te verspreiden.

Jaarstukken 2024

33

Begroot 2024 primair

Omschrijving (× € 1.000) A Renterisico

Realisatie 2024

150

150

-

-

150

150

B Rente risiconorm

4.163

3.899

Begrotingstotaal

20.815

19.495

Percentage voor berekening norm

20%

20%

C Ruimte onder risiconorm (B-A)

4.013

3.749

Renteherziening Aflossing

De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de hiervoor opgestelde berekening blijkt dat de BWB in 2024 geen renterisico heeft gelopen.

Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2% te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de BWB bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld.

Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (× € 1.000)

Vlottende schuld

Vlottende middelen

Netto vlottende schuld of overschot

A. Gemiddeld vlottend overschot

-

4.384

4.384

Ultimo kwartaal 1

-

4.132

4.132

Ultimo kwartaal 2

-

4.506

4.506

Ultimo kwartaal 3

-

5.317

5.317

Ultimo kwartaal 4

-

3.582

3.582

B. Berekening kasgeldlimiet

1.707

Begrotingstotaal (primair)

20.815

Percentage regeling

8,2%

C. Ruimte onder kasgeldlimiet

6.091

Gemiddeld vlottend overschot (A)

4.384

Kasgeldlimiet (B)

1.707

Voor de BWB bedraagt de kasgeldlimiet over het jaar 2024 € 1.707.000. Gelet op het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen bedraagt de ruimte onder de kasgeldlimiet voor dit jaar ruim € 6.091.000.

Jaarstukken 2024

34

Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. In het kasgeldlimiet wordt dan ook geen rekening gehouden met de betreffende bankrekening.

Renteresultaat Treasury In deze paragraaf wordt ook inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen. Ter verkrijging van dit inzicht is onderstaand overzicht opgesteld.

Omschrijving (× € 1.000)

2024

A Externe rentelasten over korte en lange financiering

-6

B Externe rentebaten

471

Saldo externe rentebaten

465

C Interne eigen rente

-

D Toerekening rente via renteomslag

-

Renteresultaat op taakveld treasury

465

Het bedrag boven de drempel van 2,00% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1.000.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding. Als gevolg van de rentestijging die wordt vergoed over het schatkistbankieren (deze is gekoppeld aan de Euro Short Term Rate) ontvangen we nu meer rentebaten waar in de begroting geen rekening mee is gehouden.

Jaarstukken 2024

35

Paragraaf 3: Bedrijfsvoering Personeel Organisatie Op basis van de strategische personeelsplanning heeft de BWB inzichtelijk gemaakt wat de komende jaren de uitstroom van haar medewerkers gaat zijn. Elk jaar kijken we of er aanpassingen nodig zijn. De kritische functies zijn in beeld gebracht en waar nodig wordt tijdig actie ondernomen. Dit om te zorgen dat de kennis behouden wordt en de vacatures tijdig zijn ingevuld.

De krapte op de arbeidsmarkt is een aanhoudend probleem, ook in 2024 hebben we hiervan de gevolgen ondervonden, maar desondanks slaagt onze organisatie erin een de opengestelde vacatures in te vullen. In sommige gevallen hebben de aangetrokken nieuwe medewerkers echter weinig tot geen ervaring in het vakgebied. We blijven dus nieuwe medewerkers zelf opleiden. In 2024 hebben wij gewerkt aan een nieuwe website om onze vacatures te plaatsen. Deze website is inmiddels ook online.

Wanneer er extra ondersteuning nodig is, kiest de BWB voor gerichte inhuur van medewerkers. Dit betekent dat inhuur in sommige nog steeds noodzakelijk gebleken.

In 2024 is het personeelshandboek verder geactualiseerd en dit wordt gecontinueerd in 2025.

Toelichting Wet DBA en risicobeheersing De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) vervangt sinds 2016 de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) en heeft als doel schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Onder de Wet DBA kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers niet langer volstaan met een VAR-verklaring om aan te tonen dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. In plaats daarvan geldt dat beide partijen de aard van hun samenwerking en de daarbij behorende contracten zorgvuldig moeten toetsen aan de geldende wet- en regelgeving.

Voor de Belastingsamenwerking betekent dit dat wij de arbeidsrelaties met ingehuurde zelfstandigen zorgvuldig in kaart brengen en continu monitoren. De belangrijkste risico’s betreffen mogelijke naheffingen van loonbelasting en premies sociale verzekeringen, als de Belastingdienst achteraf vaststelt dat er feitelijk sprake was van een (fictieve) dienstbetrekking. In 2024 heeft een inventarisatie van de mogelijke risico's plaatsgevonden en waar nodig zijn er acties ondernomen. In 2025 gaan we duidelijke kaders stellen voor het inzetten van ZZP’ers. Deze ontwikkeling is toegevoegd aan de risico’s zoals opgenomen in bijlage 1 van deze jaarrekening.

Jaarstukken 2024

36

Ziekteverzuim Het gemiddelde verzuimpercentage in 2024 bedraagt 4,5%. Dit betekent dat de daling van het afgelopen jaar is gecontinueerd. Er is sprake van een daling ten opzichte van 2023. Toen was het gemiddelde percentage namelijk 6,9%.

Verzuimpercentage 12,0% 11,0%

11,3%

11,1%

10,0%

9,7%

9,0% 8,2%

8,0%

7,0%

5,0%

6,9%

6,6%

6,0% 5,5%

5,6%

5,7%

5,5%

4,1%

4,0%

4,9% 4,7% 3,8%

4,6% 4,6%

3,0% jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

5,2%

5,0% 4,6%

3,9% 3,1% aug

sep

5,3% 4,7% 4,5%

5,3% 3,5%

okt

nov

Verzuimpercentage 2024

Gemideld verzuimpercentage 2024

Verzuimpercentage 2023

Gemideld verzuimpercentage 2023

dec

Verzuimduur in percentage 2024 3,5% Totaal: 3,0% 3,0% 2,5% 2,0% 1,5%

1,0% 0,5%

3,0% Totaal: 0,9% Totaal: 0,6% 0,9%

0,6%

0,0%

Kort (< 11 dagen)

Middellang (11 t/m 42 dagen)

Lang (> 42 dagen)

Verzuimduur niet-werkgerelateerd

Inhuur / Loondienst Er wordt gestreefd naar een optimale beheersing van het personeelsbestand door een goede verhouding tussen vaste formatie en flexibele schil, in dit geval de invulling. Ook in 2024 is gebruik gemaakt van de flexibele schil. Deels voor de invulling van de vaste formatie, deels voor extra capaciteit en vervanging voor ziekteverzuim. In totaal zijn 16 externe medewerkers ingehuurd.

Jaarstukken 2024

37

Informatisering In 2024 is er verder ingezet op optimalisatie van enkele primaire processen door robotiseringsoplossingen (RPA) in te zetten. In het bijzonder is robotisering ingezet om de processen waardebezwaren en kwijtschelding op sommige onderdelen efficiënter en sneller uit te voeren.

Informatiebeveiligingsincidenten en datalekken In 2024 hebben er zeventien datalekken plaatsgevonden. Er zijn geen datalekken gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens in 2024.

Daarnaast zijn er in 2024 in totaal 41 informatiebeveiligingsincidenten geregistreerd, welke onder meer betrekking hadden op phishing-mails, pogingen tot ceo-fraude en verdachte oproepen via WhatsApp. Deze zijn allen tijdig gemeld aan de CISO, zodat er geen nadelige gevolgen voor de BWB hebben plaatsgevonden. In een aantal gevallen is informatie over het incident gedeeld met ketenpartners en zijn aanvullende en/of mitigerende maatregelen genomen.

Woo-verzoeken (Wet Openbaarheid Bestuur) BWB heeft in 2024 drie Woo-verzoeken ontvangen en deze zijn binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. De onderwerpen die opgevraagd werden lagen op het gebied van bevoegdheden van de BWB en inzicht in processen rondom belastingen en WOZ.

Bewustwording Er is het afgelopen jaar wederom aandacht besteed aan de E-learning informatiebeveiliging en privacy. Iedere medewerker is verplicht om de opfriscursus af te ronden. Het doel hiervan is om de kennis te vergroten en het bewustzijn te verhogen. Hierdoor raken medewerkers bekend met veilig gedrag en kunnen ze risico’s rondom informatiebeveiliging en privacy beter herkennen.

DigiD-audit De Belastingsamenwerking West-Brabant heeft een DigiD-aansluiting voor de zelfservice balie op de website. Jaarlijks vindt een audit plaats of de beveiliging van deze aansluiting op orde is. De auditor heeft geen tekortkomingen geconstateerd.

Governance Om informatiebeveiliging en privacy in alle lagen van de organisatie te implementeren en borgen zijn er overlegstructuren opgezet. Tijdens deze gesprekken met onder andere de directeur wordt stilgestaan bij interne en landelijke ontwikkelingen en wat dit betekent voor de Belastingsamenwerking WestBrabant.

Jaarstukken 2024

38

Rechtmatigheid Met ingang van het boekjaar 2023 is het wettelijk verplicht dat het Dagelijks Bestuur verantwoording aflegt over de rechtmatigheid. Het begrip rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording heeft een relatie met het financiële beheer. Er moet worden verantwoord dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Het gaat om de financiële beheershandelingen.

Om onrechtmatigheden te beheersen en controleren maken we gebruik van het drie-lijnenmodel. Daarbij worden fouten zoveel mogelijk voorkomen in de eerste lijn, collega's of toetsers kijken mee voordat een besluit wordt genomen. De tweede lijn voert kwaliteitscontroles uit en de derde lijn controleert onafhankelijk en steekproefsgewijs op de uitkomsten. Hiermee onderzoekt en verbetert de organisatie continu de rechtmatigheid van het eigen handelen.

Met de bevindingen uit de organisatie stelt het Dagelijks Bestuur de verantwoording op. Hieronder volgen de bevindingen die boven de rapportagegrens (€ 50.000) komen. We gebruiken daarbij de drie criteria voor rechtmatigheid (voorwaarden, misbruik en oneigenlijk gebruik en begroting).

Bevindingen Het Dagelijks Bestuur komt tot het oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties onrechtmatig tot stand zijn gekomen aangezien de daarvoor gestelde grens van 1% (afgerond € 195.000) wordt overschreden. Deze norm is formeel door het Algemeen Bestuur bepaald. Hieronder schetsen we per criteria voor rechtmatigheid de bevindingen.

Rechtmatigheidsverantwoording (x € 1.000) Begrotingscriterium

216

1a. Overschrijding lasten programma’s

216

1b. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)

-

2. Ongeautoriseerde reservemutaties

-

3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld

-

4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/616/documents/72856