Bijlage 8c BWB Begroting 2025.pdf
Tekst van het document
Programma Waarderen
€ 408.000 V
Omschrijving (× € 1.000) Lasten Loonkosten huidig personeel Inhuur personeel Beheer WOZ-administratie Taxeren en herwaarderen Griffie- en proceskosten waarderen
Realisatie 2023
Begroting 2024
Saldo Waarderen
Begroting 2025
Verschil
5.805
5.820
6.157
337 N
3.185
4.230
4.557
327 N
1.159
-
-
-
336
360
340
20 V
184
170
200
30 N
941
1.060
315
745 V
-
-
-
-
5.820
5.412
nc
Baten
ep t
Het programma Waarderen is te specificeren in de volgende onderdelen:
5.805
408 V
Verschillen (> € 100.000)
De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 327.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten. Griffie- en proceskosten waarderen
Co
De griffie- en proceskosten waarderen zijn verlaagd met een bedrag van € 745.000. Het budget voor proceskostenvergoedingen moet toereikend zijn om de vergoedingen gedurende het boekjaar te kunnen verstrekken en ultimo 2025 een voorziening te kunnen vormen voor de verplichtingen die voortvloeien uit de openstaande bezwaren en beroepen welke ontvangen zijn in 2025. Er is een verwachting opgesteld van het benodigde budget op basis van: -
het verwachtte aantal waardebezwaren en (als afgeleide hiervan) beroepen;
-
een verwachting van het aandeel bezwaren en beroepen waarbij de belanghebbende zich laat vertegenwoordigen;
-
een verwachting van het toekenningspercentage;
-
een verwachting van de gemiddelde kosten per bezwaar en beroep.
Begroting 2025
44
In de basis is het budget opgesteld op basis van ‘P × Q’: -
Het prijselement (P) is redelijk betrouwbaar te schatten. Het voornaamste deel van de proceskostenvergoedingen is als gevolg van de wettelijke wijziging verlaagd met 75%.
-
De aantallen (Q) bevat uitgangspunten die onderbouwd zijn op basis van ervaringscijfers maar waarvan geconcludeerd moet worden dat deze de nodige onzekerheid bevatten (zie voor een toelichting hierop het programma Waarderen).
Onderdeel
Prijs
Bezwaren
€ 224
Beroepen
€ 321
Totaal
ep t
De raming is als volgt: Aantal
Budget
906
€
203.000
155
€
50.000
€
253.000
Om rekening te houden met de onzekerheden wordt vanuit het voorzichtigheidsprincipe deze raming met 25% (€ 62.000) verhoogd. Afgerond is daarom een bedrag van € 315.000 opgenomen in de begroting. Overige kleine verschillen
nc
De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 10.000 nadelig. De voordelige bijstelling binnen de WOZ-administratie heeft met name te maken met de aanbesteding van oblieke en rechte luchtfotografie. Dit terwijl het budget taxeren en herwaarderen is verhoogd om het meer in lijn te brengen
Co
met de gerealiseerde lasten inclusief indexaties.
Begroting 2025
45
Programma Heffen
€ 96.000 N
Het programma Heffen is te specificeren in de volgende onderdelen: Realisatie 2023
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
2.360
2.551
2.647
96 N
Loonkosten huidig personeel
1.924
2.342
2.426
84 N
Inhuur personeel
173
-
-
-
Kosten BAG
34
45
45
-
(Controle)kosten gegevensbeheer
213
147
159
12 N
16
17
17
-
-
-
-
-
2.360
2.551
2.647
Griffie- en proceskosten heffen
Baten
Saldo
Verschillen (> € 100.000)
ep t
Lasten
96 N
Het programma Heffen bevat geen verschillen groter dan € 100.000.
nc
Overige kleine verschillen
De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 96.000 nadelig en bestaan voornamelijk uit loonkosten. De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 84.000. Een uitgebreidere
Co
toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.
Begroting 2025
46
Programma Invordering
€ 113.000 N
Het programma Invordering is te specificeren in de volgende onderdelen: Realisatie 2023
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Lasten
2.069
2.388
2.501
113 N
Loonkosten huidig personeel
1.905
2.165
2.311
146 N
-
-
-
-
Financiële invordering
110
164
131
33 V
Dwanginvordering
54
59
59
-
-
-
-
-
2.069
2.388
2.501
Baten
Saldo Invordering
Verschillen (> € 100.000)
ep t
Inhuur personeel
113 N
De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 146.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.
nc
Overige kleine verschillen
De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 33.000 voordelig. De afwijking bestaat
Co
voornamelijk uit een goedkoper aanbesteed bankcontract.
Begroting 2025
47
Overhead
€ 813.000 N
Het programma Overhead en financiering is te specificeren in de volgende onderdelen: Realisatie 2023
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
9.095
9.970
10.723
753 N
Personeel
3.046
3.707
4.059
352 N
Inhuur derden
449
675
710
35 N
Overige personele kosten
611
415
640
225 N
Bedrijfsvoering
326
359
387
28 N
549
759
706
53 V
1.923
2.055
2.053
2 V
948
800
818
18 N
1.243
1.200
1.350
150 N
397
225
165
60 N
140
-
-
-
124
85
110
25 V
-5
115
-
115 N
138
25
55
30 V
8.698
9.745
10.558
813 N
Kantoorkosten Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW
Baten Bijdragen loonkosten Bijdrage garantiesalarissen Bijdrage print en portokosten
nc
Bijdrage overige goederen en diensten
ep t
Lasten
Saldo Overhead
Verschillen (> € 100.000)
Personeelslasten (€ 944.000 N)
De salarislasten worden direct toegewezen aan de verschillende programma's waarop ze betrekking
Co
hebben. Vanaf de begroting 2021 worden de kosten voor ingehuurde medewerkers volledig toegewezen aan het overheadprogramma en niet meer aan andere programma's. Wanneer er sprake is van inhuur binnen de programma's waarderen, heffen of invordering, wordt beoordeeld of het totale inhuurbudget hiervoor toereikend is. Bij het opstellen van de jaarstukken worden de werkelijke kosten voor inhuur geboekt ten laste van de betreffende programma's.
Begroting 2025
48
Personeelslasten (× € 1.000)
Begroot 2024
Begroot 2025
Verschil
4.230
4.557
-327
Loonkosten programma Heffen
2.342
2.426
-84
Loonkosten programma Invordering
2.165
2.311
-146
Loonkosten Overhead
3.407
3.709
-302
Subtotaal salariskosten
12.144
13.003
-859
Garantiesalarissen Overhead
85
110
-25
Woon-werkverkeer Overhead
150
155
-5
65
85
-20
675
710
-35
975
1.060
-85
13.119
14.063
-944
Gratificaties Overhead Inhuur derden Subtotaal overige loonkosten Totaal personeelslasten
ep t
Loonkosten programma Waarderen
In de bovenstaande tabel wordt een totaalbeeld geschetst van de totale personeelslasten in 2025. De stijging van de salarislasten met € 859.000 ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door: 1. Salarisindexatie 2024 en 2025 (€ 937.000 N)
nc
In de primaire begroting 2024 is rekening gehouden met een indexatie van 4,2%. Op basis van de kadernota 2025 wordt dit percentage gecorrigeerd aan de hand van de meest actuele inzichten. Op basis van het cao-akkoord 2024 is rekening gehouden met een salarisstijging van 5,1%. Dit levert een extra last op van € 224.000 ten opzichte van 2024. Daarnaast is voor 2025 rekening gehouden met een indexatie van 5,8%, wat resulteert in een nadeel van € 713.000. 2. Formatiewijziging (€ 78.000 V)
Zoals in de beleidsindicatoren al vermeld wordt er per 2025 een formatie gehanteerd van 142,3 fte. De
Co
formatiedaling van 1,0 fte ten opzichte van 2024 resulteert in een daling van € 78.000. Deze daling vindt plaats binnen het programma Heffen. Overige personeelskosten (€ 225.000 N) De overige personeelskosten zijn verhoogd met € 225.000. Deze wijziging bestaat voornamelijk uit drie verschillende onderdelen: -
Allereerst is het vormings- en opleidingsbudget verhoogd met € 100.000 zodat er voldoende geïnvesteerd kan worden in kennis en kunde voor nieuw en huidig personeel.
-
Ook de representatiekosten zijn toegenomen met € 45.000 om personeel voldoende te belonen voor hun werkzaamheden en om beter aan te sluiten bij de realisatie 2023.
-
Als laatste is het budget reis- en verblijfkosten verhoogd met € 45.000. Op deze manier sluit het budget beter aan op de realisatie 2023, wordt de nieuwe regeling omtrent dienstreizen- en reiskostenvergoeding toegepast en is de fietsregeling verwerkt.
Begroting 2025
49
Door te schuiven BTW (€ 150.000 N) Op basis van de in de begroting 2025 geraamde materiële en inhuurlasten, waarover BTW verschuldigd is, is de raming van de post door te schuiven BTW verhoogd met € 150.000 ten opzichte van de begroting 2024 tot een totaalbedrag van € 1.350.000. Dit bedrag ligt in lijn met de werkelijk door te schuiven BTW over het jaar 2023 en kan door de deelnemers worden teruggevraagd via het Btwcompensatiefonds (BCF).
ep t
Bijdrage print- en portokosten (€ 115.000 N) De bijdrage print- en portokosten komt te vervallen in de begroting 2025. Per 2024 worden er namelijk geen kosten meer in rekening gebracht bij de BWB van MijnOverheid en DigiD. Deze werden in het verleden doorbelast aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Waterschap Brabantse Delta. Overige kleine verschillen
De overige kleine afwijkingen met betrekking tot de overheadlasten zijn uit te splitsen in: Overige loonkosten Bedrijfsvoering Kantoorkosten Huisvesting
nc
Informatisering/automatisering
€
85.000 N
€
28.000 N
€
53.000 V
€
2.000 V
€
18.000 N
De voornaamste wijzigingen in de lasten bestaan uit het indexeren van het inhuurbudget, het verlagen van de print- en portokosten (kantoorkosten) zoals ook in de bijdrage is toegepast en het verlagen van de energiekosten als gevolg van een goedkopere aanbesteding dan vooraf was voorzien. De overige kleine afwijkingen met betrekking tot de overheadbaten zijn uit te splitsen in: €
25.000 V
Bijdrage overige goederen en diensten
€
30.000 V
Co
Bijdrage garantiesalarissen
De voornaamste wijzigingen in de baten bestaan uit het corrigeren van de garantiesalarissen zoals ook verwerkt in de overige loonkosten. Daarnaast is het budget overige bijdrage geactualiseerd op basis van de realisatie 2023.
Begroting 2025
50
Treasury
€ 241.000 V
De post treasury is als volgt te specificeren: Realisatie 2023
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Lasten
7
6
5
1 V
Rentelasten
7
6
5
1 V
357
190
430
240 V
Rentebaten
Saldo Treasury
Verschillen (> € 100.000)
ep t
Baten
357
190
430
240 V
-350
-184
-425
241 V
De renteopbrengsten zijn de verwachte opbrengsten in 2025 van de bankrekening bij de rekeningcourantverhouding van het Rijk. Er is een inschatting gemaakt dat het rentepercentage gemiddeld 3,9% bedraagt. De renteopbrengsten nemen hierdoor met € 240.000 toe.
Onvoorzien
€0
nc
De post onvoorzien is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000) Lasten Onvoorzien
Realisatie 2023
Co
Saldo Onvoorzien
Begroting 2025
51
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
-
80
80
-
-
80
80
-
-
80
80
-
Bijdrage deelnemers
€ 373.000 V
De post bijdrage deelnemers ontwikkelt zich als volgt: Realisatie 2023
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
19.933
20.400
20.773
373 V
Bijdrage deelnemers
19.933
20.400
20.773
373 V
Saldo Bijdrage deelnemers
19.933
20.400
20.773
373 V
Toelichting
ep t
Baten
De kosten van de BWB worden volledig doorbelast aan de deelnemers. De stijging van de lasten leidt tot een verhoging van de deelnemersbijdrage met € 373.000. De stijging is verderop gedetailleerd toegelicht.
Specificatie deelnemersbijdrage 2025
Het verloop van de deelnemersbijdrage over de periode 2024 en 2025 geeft onderstaand structureel beeld voor alle deelnemers.
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
nc
Deelnemers (× € 1.000)
Verschil 2024 - 2025 Bedrag
%
Compensatie BTW 2025
Bergen op Zoom
1.680
1.838
1.805
33 V
1,8%
117
Breda
3.794
4.402
3.989
413 V
9,4%
259
566
574
615
41 N
-7,1%
40
934
1.094
1.041
53 V
4,8%
68
665
726
736
10 N
-1,4%
48
634
507
676
169 N
-33,3%
44
1.104
1.081
1.217
136 N
-12,6%
79
1.396
1.385
1.505
120 N
-8,7%
98
Roosendaal
1.877
1.993
2.038
45 N
-2,3%
132
Rucphen
479
502
528
26 N
-5,2%
34
Woensdrecht
540
560
592
32 N
-5,7%
38
Zundert
664
712
696
16 V
2,2%
45
Brabantse Delta
4.249
5.026
5.335
309 N
-6,1%
-
Totaal deelnemers
18.582
20.400
20.773
373 N
-1,8%
1.002
Dongen Etten-Leur Halderberge
Loon op Zand Moerdijk
Co
Oosterhout
NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte van 2023 zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer. Een hogere bijdrage betekent uiteraard voor de BWB een voordeel.
Begroting 2025
52
Deelnemers (× € 1.000)
Begroting 2024
Mutatie A
Mutatie B
Mutatie C
Begroting 2025
1.838
-44
-66
77
1.805
Breda
4.402
-407
-175
169
3.989
Dongen
574
39
-24
26
615
Etten-Leur
1.094
-72
-24
43
1.041
Halderberge
726
1
-22
31
736
Loon op Zand
507
174
-33
28
676
Moerdijk
1.081
125
-41
52
1.217
Oosterhout
1.385
109
-53
64
1.505
Roosendaal
1.993
17
-58
86
2.038
Rucphen
502
17
-14
23
528
Woensdrecht
560
27
-20
25
592
Zundert
712
-8
-38
30
696
Brabantse Delta
5.026
22
57
230
5.335
Totaal deelnemers
20.400
-
-511
884
20.773
ep t
Bergen op Zoom
De wijziging van de deelnemersbijdrage bestaat uit drie componenten. Deze componenten zijn
nc
hierboven één voor één in beeld gebracht. Dit resulteert in een totale deelnemersbijdrage van € 20.773.000. De componenten zijn als volgt:
A) De eerste mutatie bestaat uit de productiewijzigingen ten aanzien van de kostenverdeelstaat. Op basis van de totale bijdrage uit de primaire begroting 2024 is een nieuwe doorrekening gemaakt met de begrote productiekwantiteiten en personeelsinzet per 2025. Dit zorgt voor een interne verschuiving van bijdrage.
B) De tweede mutatie bestaat uit de indexatiecorrectie 2024 volgens de kadernota 2025. De bijdragedaling van € 511.000 bestaat uit het cao-akkoord 2024, 5,1% personeelsindexatie, 3,8% materiële
Co
indexatie en de verwerking van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM. C) De laatste mutatie bestaat uit de indexatie 2025 volgens de kadernota 2025. De bijdragewijziging van € 884.000 bestaat uit 5,8% personeelsindexatie en 2,5% materiële indexatie.
De onderlinge verschillen van 9,4% bij de gemeente Breda ten opzichte van -33,3% bij de gemeente Loon op Zand zoals op de vorige pagina getoond, zijn voornamelijk het gevolg van de productiewijzigingen in combinatie met de herziene personeelsinzet (mutatie A). De overige mutaties hebben ongeveer een evenredig effect. Op de volgende pagina wordt dan ook een verdergaande analyse gegeven van de verschillen in mutatie A.
Begroting 2025
53
Analyse procentuele verschillen per deelnemer Zoals reeds beschreven wijkt de deelnemersbijdrage procentueel af als gevolg van de productiewijzigingen en personeelsinzet ten opzichte van 2024, waarbij stijgende bijdragen in het rood zijn weergegeven. Per deelnemer is het effect als volgt: 2,4%
Oosterhout
-7,9%
Breda
9,2%
Roosendaal
-0,9%
Dongen
-6,8%
Rucphen
-3,4%
Etten-Leur
6,6%
Halderberge
-0,1%
Loon op Zand
-34,3%
Moerdijk
-11,6%
ep t
Bergen op Zoom
Woensdrecht
-4,8%
Zundert
1,1%
Brabantse Delta
-0,4%
De onderlinge wijziging van de gemeentelijke deelnemersbijdrage vindt voornamelijk zijn oorsprong binnen de verhouding verwachte ingediende waardebezwaren. De bijdragestijging van onder andere de deelnemers Loon op Zand en Moerdijk is hieronder verklaard aan de hand van de productie. Dit ten opzichte van een dalende productie van de Gemeente Etten-Leur en Breda. De overige productie-
Gemeente
nc
aantallen zorgen voor kleinere onderlinge effecten. Productie 2024*
Productie 2025*
Verschil
Verschil %
Bergen op Zoom
1.690
1.620
-70
-4%
Breda
5.500
4.380
-1.120
-26%
440
570
130
23%
910
670
-240
-36%
Halderberge
550
560
10
2%
Loon op Zand
330
760
430
57%
Moerdijk
710
1.100
390
35%
Oosterhout
950
1.300
350
27%
Roosendaal
1.380
1.520
140
9%
Rucphen
330
370
40
11%
Woensdrecht
380
480
100
21%
Zundert
840
870
30
3%
Totaal
14.010
14.200
190
1%
Dongen
Co
Etten-Leur
*Dit zijn de begrote aantallen waardebezwaren per deelnemer.
Begroting 2025
54
Meerjarenperspectief deelnemersbijdrage 2025 – 2028 Op basis van de algemene financiële uitgangspunten, zijn de deelnemersbijdragen in beeld gebracht voor de jaren 2025 tot en met 2028.
Deelnemer (× € 1.000)
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
1.805
1.888
1.967
2.049
Breda
3.989
4.173
4.347
4.528
Dongen
615
643
670
698
1.041
1.089
1.135
1.182
736
770
802
836
676
707
737
767
1.217
1.273
1.326
1.382
1.505
1.575
1.640
1.709
2.038
2.132
2.221
2.314
528
552
575
599
592
619
645
672
696
728
759
790
5.335
5.584
5.815
6.056
22.639
23.582
Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert
nc
Brabantse Delta
ep t
Bergen op Zoom
Totaal deelnemers
20.773
21.733
Incidentele baten en lasten
Binnen de begroting 2025 zijn er geen incidentele baten en lasten.
Mutaties reserves
Co
Er vinden in de begroting 2025 geen mutaties in reserves plaats.
Begroting 2025
55
3. UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Algemeen In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen een uiteenzetting gegeven van de financiële positie van de BWB. In de paragraaf financiering is de financieringsfunctie van de BWB beschreven. Daar is met name aandacht besteed aan treasury, renterisico’s en de kasgeldlimiet. De BWB beschikt bij het opstellen van
Geprognosticeerde balans
ep t
deze begroting niet over een algemene reserve.
In deze geprognosticeerde balans is uitgegaan van bestaand beleid. Er is rekening gehouden met verwachte investeringen zoals het investeringskrediet voor de vervanging van de belasting-, waarderings-, en financiële applicaties van de BWB.
Omschrijving (× € 1.000) ACTIVA Vaste activa
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
01-01-‘24
01-01-‘25
01-01-‘26
01-01-‘27
01-01-‘28
01-01-‘29
1.181
1.168
817
504
322
214
nc
Materiele vaste activa
Balans
Vlottende activa
Uitzettingen korte dan 1 jr.
4.665
4.532
4.733
4.896
4.928
4.886
Liquide middelen
3.001
-
-
-
-
-
Overlopende activa
251
251
251
251
251
251
10.177
5.951
5.801
5.651
5.501
5.351
Totaal activa
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
01-01-‘24
01-01-‘25
01-01-‘26
01-01-‘27
01-01-‘28
01-01-‘29
Co
Omschrijving (× € 1.000) PASSIVA
Vaste passiva
Bestemmingsreserves
1.351
-
-
-
-
-
Voorzieningen
659
931
931
931
931
931
Vaste schulden langer 1 jr.
750
600
450
300
150
-
Schulden korter dan 1 jr.
4.137
4.137
4.137
4.137
4.137
4.137
Overlopende passiva
3.280
283
283
283
283
283
Totaal passiva
10.177
5.951
5.801
5.651
5.501
5.351
Vlottende passiva
Begroting 2025
56
4. EMU-SALDO In het BBV wordt middels artikel 23, lid d, voorgeschreven dat de ontwikkeling van het EMU-saldo moet worden opgenomen in de begroting en de jaarstukken. Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis (moment van levering) in een bepaalde periode. Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het EMU-saldo op nationaal niveau. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden onderdeel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau is het
ep t
daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen. Hieronder is een berekening van het EMU-saldo weergegeven.
Jaartal (× € 1.000)
T-1
T
T+1
T+2
T+3
2024
2025
2026
2027
2028
Kapitaalverstrekkingen en leningen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
1.513
201
163
32
-42
Liquide middelen
-
-
-
-
-
Overlopende activa
-
-
-
-
-
-150
-150
-150
-150
-150
Vlottende schuld
-
-
-
-
-
Overlopende passiva
-
-
-
-
-
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (i)materiële vaste activa
-
-
-
-
-
1.663
351
313
182
108
Financiële vaste activa Activa
nc
Vlottende activa
Vaste Passiva Vlottende passiva
Co
Passiva
Vaste schuld
EMU-SALDO
Begroting 2025
57
5. OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Op grond van artikel 7, lid 3 van de BBV-provincies en gemeenten dient in de begroting een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld te worden opgenomen.
Nr.
Naam taakveld (× € 1.000)
Lasten 2025
Baten 2025
Saldo
Mutaties reserves
-
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
-
0.4
Ondersteuning organisatie (Overhead)
10.723
165
-10.558
0.5
Treasury
5
430
425
0.64
Belastingen overig
10.560
20.773
10.213
0.8
Overige baten en lasten
80
-
-80
21.368
21.368
-
Totaal
ep t
0.10
Voor de diverse belastingsoorten zijn in de BBV-voorschriften verschillende taakvelden toegekend. Voor de BWB is het in praktische zin niet mogelijk om de baten en lasten over deze diverse taakvelden toe te rekenen. In dat kader is ervoor gekozen om de baten en lasten die direct zijn toe te rekenen aan
Co
nc
belastingen integraal te verantwoorden onder het taakveld 0.64 Belastingen Overig.
Begroting 2025
58
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2025 en volgende jaren Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
Stijging beroepen WOZ
De BWB heeft significant minder bezwaren toegekend in 2023, onzeker is of de NCNP-bureaus als gevolg hiervan meer in beroep zullen gaan. Het (budgettaire) effect hiervan in 2024 en 2025 is niet betrouwbaar vast te stellen (ook omdat mogelijk het aantal bezwaren in 2024 en 2025 kan dalen).
I
Hoogte proceskostenvergoeding
De“Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM” is sinds 1/1/24 van kracht. Deze wet verlaagt de proceskostenvergoedingen, deze verlaging heeft de BWB verwerkt in de begroting 2025-208. Er is een kans dat de Hoge Raad de verlaging van de proceskostenvergoedingen weer terug gaat draaien waarmee het voordeel op dit budget zoals verwerkt in de begroting zou vervallen.
Risico
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
€ 265.000
50%
€ 132.500
I
€ 744.000
50%
€ 372.000
S
€ 160.000
25%
€ 40.000
S
€ 750.000
7,5%
€ 56.250
Risico’s primaire proces
Risico’s met betrekking tot bedrijfsvoering De economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen. Invullen vacatures
Door aanpassingen in de werving en selectie slaagt de BWB erin de meeste vacatures toch ingevuld te krijgen. Dit uit zich in een hogere bezettingsgraad. De functie van taxateur vormt hierop een uitzondering. Dit is aanleiding om het risico te verlagen.
Risico’s met betrekking tot automatisering Aansprakelijkheid in verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
€ 600.750
59
Bijlage 2: Richtlijnen deelnemers Door de deelnemers zijn de onderstaande (aanvullende) financiële richtlijnen vastgesteld. Per richtlijn is aangegeven op welke wijze hier bij de uitwerking in de begroting mee is omgegaan. 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. Een structureel sluitende meerjarenbegroting is het uitgangspunt uit de kadernota en verwerkt in de begroting 2025, een meerjarenperspectief van deelnemersbijdrage is opgenomen op pagina 55. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. De begroting komt tot stand tot stand op basis van de ramingen zoals deze zijn opgenomen in de laatst vastgestelde meerjarenbegroting (2024-2027) waarop een nacalculatie wordt uitgevoerd.
Tot bestaand beleid behoort de uitvoering van het takenpakket zoals opgenomen in de beleidsbegroting. De volgende wijzigingen (in wet- en regelgeving) zijn toegelicht in de kadernota 2025: De samenhangende objectenregistratie (SOR) (tijdspad onbekend)*, Omgevingswet (Ow), Wet kwaliteitsborging (Wkb) (Inwerkingtreding 01-01-24), Aanpassing belastingstelsel water-schappen (inwerkingtreding 2026) en Wet Stroomlijnen onderdeel rechtsbescherming bij belastingschulden (inwerkingtreding 2027 of later). Het AB heeft geen besluiten genomen over (financiële) effecten van bovenstaande ontwikkelingen. De uitgangspunten voor de begroting blijven ongewijzigd. De Wet Herwaardering Proceskostenvergoedingen WOZ en BPM heeft een ‘open einde karakter’ de effecten hiervan zijn zo betrouwbaar mogelijk verwerkt in de begroting 2025.
Begroting 2025
60
3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve twee jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de Gemeenschappelijke Regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de Gemeenschappelijke Regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. Bij het opstellen van deze begroting heeft het AB (nog) niet besloten tot de instelling van reserves. Zie tevens richtlijn 5. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende cao-indexering, overige cao-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Toegepast voor 2025 is de loonvoet sector overheid uit de Septembercirculaire gemeentefonds 2023. 5.
Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke cao-indexering, overige cao-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Dit maakt onderdeel uit van het voorstel omtrent resultaatbestemming bij de jaarrekening 2023. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. De benodigde productie is in de begroting verwerkt op basis van de meest recente inzichten.
Begroting 2025
61
7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. Dit is het uitgangspunt, het AB ontvangt bij de jaarrekening een voorstel tot resultaatbestemming.
8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de Gemeenschappelijke Regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de Gemeenschappelijke Regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Zie de uitwerking in de verplichte paragrafen, paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing. Aanvullende financiële richtlijnen 1. De reserve zoals aangegeven bij punt 5 van de financiële richtlijnen mag alleen worden gevormd uit een positief resultaat bij de jaarrekening (en dus niet uit een verhoging van de deelnemersbijdrage). 2. In afwijking van punt 7 van de financiële richtlijnen en in aanvulling op punt 1 van deze aanvullende richtlijnen mag de BWB een eventueel positief resultaat bij de jaarrekening aanwenden voor het vormen van een algemene reserve. Zie richtlijn 5
Begroting 2025
62