CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6b Werkplein Jaarstukken 2024.pdf

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7.6: Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant30.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In lijn met Rijksbeleid wordt deze toeslag steeds bekender en zien we de kosten ook toenemen. We zien we dat die stijging minder is dan begroot in de eerste begrotingswijziging. Baten debiteuren Buig (€ - 162.982) We zien dat de baten debiteuren Buig veel lager uitvalt dan verwacht in de gewijzigde begroting. Alle baten debiteuren hangen samen met de uitkeringslasten. Hoe meer uitkeringen er verstrekt worden, hoe hoger de baten debiteuren zijn. Het is op voorhand moeilijk in te schatten hoe hoog dit exact zal zijn. Wel zijn de baten in lijn met de oorspronkelijke begroting en gestegen ten opzichte van 2023. Vangnetregeling Het Buig-budget wordt landelijk vastgesteld. Hieronder zijn de werkelijke uitgaven op het Buig-budget ten opzichte van het rijksbudget 2024 weergegeven. Zoals te zien, is door de Rijksoverheid een Buig-budget beschikbaar gesteld van ca. € 79,7 miljoen (inclusief loonkostensubsidie). De werkelijke uitgaven Buig en loonkostensubsidies bedragen 77,8 mln. De werkelijke uitgaven Buig liggen voor de zes gemeenten gezamenlijk € 1.891.556 lager. De uitgaven voor vier gemeenten komen boven het Buig-budget uit. Gemeente Halderberge en Roosendaal hebben een overschot op de uitgaven BUIG. Om voor de vangnetregeling in aanmerking te komen moet het tekort over 2024 meer bedragen dan 7,5%. Daarnaast moet het tekort over de afgelopen drie jaar 7,5% bedragen.

24

Gemeente

Definitieve rijksvergoeding Buig 2024

Jaarrekening 2024 BvdU

Verschil

Verschil in %

Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

13.855.696 9.041.377 9.778.306 36.953.459 5.957.018 4.084.879 79.670.735

13.920.099 8.829.399 10.055.918 34.439.342 6.366.645 4.167.775 77.779.179

-64.403 211.978 -277.612 2.514.117 -409.627 -82.896 1.891.556

-0,5% 2,3% -2,8% 6,8% -6,9% -2,0% 2,4%

Tabel: Uitgaven Buig per gemeente versus Rijksbudget 2024

Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) De Tozo-regeling is gestopt per oktober 2021. De regeling bestond uit twee delen, te weten de uitkering voor levensonderhoud die om niet verstrekt is. Er zijn mensen geweest die de uitkering ten onrechte hebben ontvangen en deze nog moeten terugbetalen. Het tweede deel van de Tozo-regeling bestond uit een bedrijfskapitaal van maximaal €10.157,00 die moest worden afgelost. Veruit het grootste deel van die ondernemers doet dit inmiddels ook. Totdat dit volledig is terugbetaald blijft het terugkomen in de jaarrekening. Overigens vloeit dit allemaal terug naar het Rijk.

TOZO Lasten Tozo om niet Tozo bedrijfskapitaal Totaal lasten Tozo Opbrengst wegens terugvordering Tozo Opbrengst bedrijfskapitaal Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2024 na

Jaarrekening 2024

Verschil

0 0 0 15.440 23.507 38.946 -38.946

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 -9.216 13.456 4.240 -4.240

0 0 0 -9.216 13.456 4.240 -4.240

2.379 -4.337 -802 -15.512 -6.281 -14.393 -38.946

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0

-4.122 -1.639 -2.467 10.351 -4.103 -2.260 -4.240

-4.122 -1.639 -2.467 10.351 -4.103 -2.260 -4.240

Leefgeld Oekraïners Met drie van de deelnemende gemeenten heeft het Werkplein afgesproken om de betalingen te verrichten voor de leefgeldregeling voor Oekraïners. Het Werkplein doet alleen de betalingen, de deelnemende gemeenten nemen zelf de besluiten op de aanvraag. Op basis van die besluiten wordt het geld overgemaakt. Hieronder staat de hoogte van de betalingen per gemeente. Door de gemeenten worden de bedragen voor het leefgeld en uitvoering aan het Werkplein vergoed. De uitvoeringskosten zijn in de kosten bedrijfsvoering, paragraaf 6.1 verantwoord.

25

Leefgeld Oekrainers

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

0 2.851 282.972 245.969 68.482

0 0 0 0 0 0 0

600.273

Begroting 2024 na wijziging 0 0 309.970 497.780 71.626 0 879.375

Jaarrekening 2024

Verschil

0 0 290.334 460.770 62.273 0 813.376

0 0 -19.636 -37.010 -9.353 0 -65.999

Programma inkomensondersteuning Onze inzet binnen het programma inkomensondersteuning wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (personele inzet) en gemeentelijke budgetten (programma). Deze laatste kosten worden 1-op-1 verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten worden gemaakt. Het door de gemeenten aan het Werkplein ter beschikking gestelde budget voor 2024, alsmede de ten laste van dat budget gebrachte uitgaven 2024 zijn weergegeven in onderstaande tabel. Programma inkomensondersteuning Lasten Bijzondere bijstand Minimabeleid (webshop) * Collectieve zvw premie Externe adviezen Totaal lasten Baten Baten debiteuren bijz. bijstand Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

Jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2024 2023 na wijziging

Jaarrekening 2024

Verschil

6.132.582 617.163 3.007.546 13.742 9.771.033

5.500.679 650.000 3.086.180 13.496 9.250.354

6.884.684 650.000 3.017.676 18.798 10.571.158

6.628.061 610.447 3.018.041 18.648 10.275.197

-256.623 -39.553 365 -150 -295.961

787.781 787.781 8.983.252

618.705 618.705 8.631.649

655.670 655.670 9.915.488

753.544 753.544 9.521.653

97.875 97.875 -393.836

2.079.495 1.095.546 1.043.287 3.622.146 696.659 446.119 8.983.252

2.034.112 1.117.667 1.012.507 3.451.623 590.039 425.701 8.631.649

2.142.542 1.227.481 1.194.927 4.076.897 746.912 526.730 9.915.488

2.112.894 1.197.424 1.143.149 3.784.629 778.808 504.749 9.521.653

-29.648 -30.058 -51.778 -292.268 31.896 -21.981 -393.836

Tabel: Programma Inkomensondersteuning 2024

Verschillenanalyse in hoofdlijnen Het verschil tussen de gewijzigde begroting 2024 en de jaarrekening 2024 bedraagt € 393.836 voordelig. Bijzondere bijstand (- € 256.623) Ten opzichte van het jaar 2023 zijn de uitgaven bijzondere bijstand met € 495.479 gestegen. De kostensoorten waarvan de uitgaven ten opzichte van 2023 fors zijn gestegen zijn: • • •

Kosten voor inrichting/huisraad: stijging met € 109.468 → betreft veelal kosten voor woninginrichting van statushouders Bewindvoering: stijging met € 139.929 Individuele inkomenstoeslag: stijging met € 138.329

26

Van alle uitgaven bijzondere bijstand 2024 waren de kosten voor: bewindvoering € 2.538.521, individuele inkomenstoeslag € 1.447.794, inrichtingskosten/huisraad € 1.396.418 en overbruggingsuitkering € 219.741 het grootst. In de begroting hebben we rekening gehouden met een stijging ten opzichte van 2023. Ondanks dat deze stijging inderdaad aan de orde is, is deze niet zo groot geweest als dat wij hadden verwacht, wat leidt tot een overschot op de begroting. Collectieve zorgverzekering (€ 365) De jaaruitgaven voor de gemeentelijke premiebijdrage zijn vrijwel gelijk aan het begrootte bedrag. Overig gemeentelijke minimabeleid (- € 39.553) Na de coronapandemie (=voorjaar 2022) zien we dat onze inwoners weer meer maatschappelijk zijn gaan participeren. De hiermee samenhangende uitgaven voor minimabeleid zijn sinds 2022 dan ook behoorlijk opgelopen. De uitgaven 2022 waren € 71.200 hoger dan in 2021. In 2023 stegen de uitgaven nogmaals met € 64.000. In 2024 zijn de uitgaven ongeveer gelijk gebleven. Energietoeslag Door de inval van Rusland in Oekraïne eind febr. 2022 stegen de energieprijzen in korte tijd heel sterk. Om huishoudens met een laag inkomen te compenseren heeft het Rijk de regeling energietoeslag in het leven geroepen. In de periode maart 2022 tot 1 april 2024 konden huishoudens met een laag inkomen deze regeling bij het Werkplein aanvragen.

In 2024 heeft het Werkplein aan 237 huishoudens de energietoeslag verstrekt. Uitgekeerd bedrag bedroeg € 286.400. Project ondersteuning slachtoffers kinderopvangtoeslag Roosendaal In dit project werken meerdere organisaties in het sociaal domein (o.a. gemeente Roosendaal – MEE – Traverse – Alwel) samen. Doel: proberen om het beschaamde vertrouwen van de KOT-gedupeerden in de overheid te herstellen en hen te adviseren/ondersteunen welke (financiële) hulp er beschikbaar is. In het 1e halfjaar 2024 heeft één medewerker van het Werkplein in de werkgroep deelgenomen. De kosten ad € 39.996 worden vergoed door de gemeente Roosendaal.

27

3.2 Programma inburgering 3.2.1 Inleiding Op 1 januari 2022 ging de nieuwe Wet Inburgering 2021 in. Onder deze wet konden gemeenten inwoners weer helpen bij de inburgering. Werkplein heeft dit opgepakt voor de gemeenten in hun werkgebied.

3.2.2 Aantallen nieuwe inburgeraars In 2024 begonnen 390 mensen met de inburgering via het Werkplein. 252 van hen waren statushouders. Zij krijgen intensievere begeleiding dan gezinsmigranten. Voor statushouders betaalt de gemeente de inburgering. Gezinsmigranten betalen de meeste onderdelen van de inburgering zelf. Ze kiezen en betalen bijvoorbeeld zelf hun taalschool. Voor statushouders regelt en betaalt Werkplein hun taalschool.

Totale instroom in 2024 Waarvan statushouder

Waarvan gezins- en overige migrant

Etten-Leur

77

48

29

Halderberge

57

41

16

Moerdijk

67

50

17

Roosendaal

140

79

61

Rucphen

24

20

4

Zundert Totaal

25 390

14 252

11 138

Aantal nieuwe inburgeraars in 2024

De meeste inburgeraars volgen de B1-route. In 2024 startten 178 inburgeraars in de B1-route bij Werkplein. Aan het eind van de inburgering maakt de inburgeraar toetsen, vooral taaltoetsen. In de B1route doen ze dit op B1-niveau. Met dat taalniveau kan iemand zich redelijk goed redden in de samenleving en bijvoorbeeld op de werkvloer. Wanneer B1 te moeilijk is, kunnen ze ook examen doen op A2-niveau. Daarmee kunnen ze nog steeds vrij goed aan het werk. Inburgeraars die veel moeite hebben om de Nederlandse taal te leren volgen de Z-route. Hierin ligt de nadruk op proberen toch de taal te leren, en veel te oefenen en mee te doen in de samenleving. 75 inburgeraars startten met de Z-route in 2024. Tot slot begonnen 32 inburgeraars in de onderwijsroute. In deze inburgeringsroute leren inburgeraars veel in korte tijd. Daarna kunnen ze onderwijs volgen op het MBO 2, 3 of 4, het HBO of het WO.

B1-route

Onderwijsroute

Z-route

Totaal

Etten-Leur

35

3

14

52

Halderberge

16

1

16

33

Moerdijk

36

10

16

62

Roosendaal

70

15

23

108

Rucphen

8

2

5

15

Zundert Totaal

13 178

1 32

1 75

15 285

Tabel: verdeling van nieuwe inburgeraars in 2024 over de inburgeringsroutes

Ter vergelijking: de verdeling over leerroutes is landelijk ongeveer 69% in de B1-route, 10% in de onderwijsroute en 21% in de Z-route. Landelijk is 2 op de 3 inburgeraars statushouder en 1 op de drie gezinsmigrant. 9 op de 10 gezinsmigranten volgt de B1-route; 8% de onderwijsroute, en 1% de Z-route. 28

3.2.3 Stappen die in 2024 zijn gezet om de inburgering nog beter te maken De nieuwe Wet Inburgering geldt sinds 1 januari 2022. Sinds die tijd zijn gemeenten in heel Nederland aan het uitvinden wat nodig is voor goede inburgering. Ook Werkplein maakt de inburgering elk jaar nog beter. De Nederlandse taal leren is heel belangrijk voor inburgeraars. In 2024 is de aanbesteding van de taallessen voor statushouders die inburgeren afgerond. Alle taallessen voor zowel inburgeraars in de B1route als in de Z-route, worden vanaf 2025 gegeven door één taalschool. Dit maakt het bijvoorbeeld makkelijker als een inburgeraar wisselt van inburgeringsroute. De taallessen zijn vanaf 2025 5 dagdelen per week, en niet 3 dagdelen per week. Daardoor zal de inburgering sneller gaan. Inburgeraars die bijvoorbeeld werken of kinderen hebben kunnen avondlessen volgen. Omdat de nieuwe taalschool in 2025 is gestart, zijn eind 2024 nieuwe inburgeraars niet direct gestart met taallessen. Zij starten begin 2025 bij de nieuwe taalschool. In de rest van 2024 zijn veel mensen gestart met taallessen voor de inburgering. Zoveel zelfs, dat er af en toe wachtlijsten waren bij de taalscholen. Hierdoor konden inburgeraars niet altijd zo snel starten als we hadden gewild. In 2024 is veel aandacht besteed aan inburgeraars mee laten doen in de samenleving, en zoveel mogelijk voor te bereiden op betaald werk.

Veel inburgeraars hebben tijd en hulp nodig om te oefenen met de Nederlandse taal op het werk. Ook moeten veel van hen wennen aan hoe Nederlanders willen dat mensen zich gedragen op het werk. Op tijd komen, je ziekmelden en hoe je met je baas omgaat is in Nederland anders dan in de landen waar inburgeraars eerst woonden. Om die reden zijn in 2024 veel ontwikkeltrajecten ingezet, bij WVS, OnsLabel, De Kringloper en het Opleidingscentrum Rijsbergen. Daar kunnen mensen oefenen met werken in Nederland. Ook hebben inburgeraars hulp gekregen om vrijwilligerswerk te vinden. Dit noemen we in de inburgering duale trajecten: mensen leren de taal én doen tegelijkertijd steeds meer mee in de samenleving. De taal leren en meedoen versterkt elkaar. Wie de taal oefent in de praktijk, leert beter en sneller Nederlands, en hoe beter iemand Nederlands spreekt, hoe gemakkelijker die persoon mee kan doen in de samenleving, en bijvoorbeeld werk kan vinden. We streven daarom naar zoveel mogelijk duale trajecten. Doordat we veel duale trajecten hebben ingezet, ontstonden er ook wachtlijsten voor ontwikkeltrajecten. Er zijn minder plekken in de regio dan we nodig hebben. We blijven dus samen met de gemeenten werken aan meer plekken waar inburgeraars kunnen werken, vrijwilligerswerk kunnen doen of kunnen oefenen met werk.

Om inburgeraars voor te bereiden op werk moeten zij verplicht de Module Arbeidsparticipatie (MAP) volgen. Dit is een training. Eind 2023 heeft Werkplein deze training gemaakt. Medewerkers van Werkplein geven de training aan mensen die (een beetje) Nederlands spreken. In 2024 zijn 8 groepen van 10 personen getraind door het Werkplein. Ook gezinsmigranten moeten deze training gratis aangeboden krijgen van de gemeente. In 2024 is de MAP voor gezinsmigranten gemaakt door Werkplein. Vanaf 2025 kunnen gezinsmigranten deze volgen. Omdat gezinsmigranten een partner of familielid hebben die al in Nederland woont en werkt, is dit een kortere training dan voor statushouders. Voor inburgeraars die veel moeite hebben om Nederlands te begrijpen is het lastig om de MAP te volgen. Voor hen is als proef een training ingekocht in het Arabisch. Hierdoor begrepen ze goed wat ze moeten doen om mee te gaan doen en werk te vinden in Nederland. Ze werden er enthousiast van en begonnen zelf plannen te maken hiervoor. Werkplein helpt ze hierbij. Ook het team dat bij Werkplein aan inburgering werkt wordt steeds groter en beter. In 2024 hebben ze veel gedaan om zoveel mogelijk samen te werken, en op dezelfde manier te werken. Alle medewerkers van Werkplein die met statushouders werken, hebben een training cultuursensitief werken gevolgd.

Hierdoor begrijpen ze nog beter hoe inburgeraars denken, hoe ze zich voelen. Daardoor kunnen medewerkers inwoners beter en sneller de hulp geven die ze nodig hebben.

29

3.2.4 Hoeveel is uitgegeven aan inburgering? Elke gemeente ontvangt geld van de landelijke overheid om de inburgering te betalen. Dit heet SPUK Inburgering. Dit geven zij door aan Werkplein, zodat die de inburgeraars ermee kan helpen. Gemeenten ontvangen voor gezinsmigranten eenmalig een bedrag. Voor statushouders ontvangen ze het geld verdeeld over drie jaar. Het eerste jaar ontvangt de gemeente het grootste deel van het totaalbedrag, en de jaren daarna steeds een lager bedrag. Twee jaar na ontvangst van SPUK-geld moet door de gemeente aan het ministerie worden aangegeven hoe dit geld is uitgegeven. Programma Inburgering

Jaarrekening 2023

Begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging

Jaarrekening 2024

Verschil

Lasten Inburgeringsvoorzieningen Leerroutes

394.880

2.309.892

2.667.678

1.501.996

-1.165.682

Maatschappelijke begeleiding

602.869

1.000.786

777.987

757.250

-20.737

103.744

99.430

66.045

-33.385

MAP

58.693

46.096

-12.597

Tolkdiensten

156.085

5.391

-150.694

PVT

Reservering inburgeringsvoorzieningen

-118.455

1.850.610

6.781

-1.843.829

997.749

3.295.967

5.610.483

2.383.559

-3.226.924

997.749

3.295.967

5.610.483

2.383.559

-3.226.924

Etten-Leur

460.997

617.266

1.159.051

1.159.051

0

Halderberge

321.646

430.922

813.364

802.777

-10.587

Moerdijk

375.422

524.094

854.012

854.012

0

Roosendaal

804.587

1.083.127

1.831.761

1.831.761

0

Rucphen

236.706

326.103

518.798

518.798

0

Zundert Totaal bijdragen gemeenten

235.640 2.434.998

314.456 3.295.968

433.498 5.610.483

433.498 5.599.896

0 -10.587

Resultaat te bestemmen

1.437.249

3.216.338

-3.216.337

Totaal lasten inburgeringsvoorzieningen Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten

In 2024 is bijna € 2,4 miljoen uitgegeven aan inburgeringsactiviteiten door Werkplein. Dat is minder dan was ingeschat aan het begin van het jaar. Dit komt omdat minder statushouders een woning kregen dan gedacht. Daardoor waren er dus minder mensen die startten met de inburgering. Leerroutes Onder leerroutes vallen de taallessen aan statushouders, en activiteiten die inburgeraars helpen aan werk, of om mee te doen in de samenleving. Omdat er dus minder inburgeraars waren dan vooraf gedacht, is hier minder geld aan uitgegeven dan verwacht. Omdat op 1 januari 2025 een nieuwe taalschool de taallessen gaat geven, zijn eind 2024 geen inburgeraars meer gestart bij de taalscholen. Ook hierdoor is minder geld uitgegeven. Tot slot waren er soms wachtlijsten voor taallessen of andere activiteiten. Hierdoor duurde het soms langer voordat inburgeraars hiermee startten, en ook daardoor is er minder geld uitgegeven. Maatschappelijke begeleiding Statushouders die een woning krijgen in een gemeente, worden in de eerste tijd dat ze in de gemeente wonen geholpen door vrijwilligers en werknemers van Vluchtelingenwerk. Ze helpen statushouders met alles wat in die eerste tijd geregeld moet worden, zoals hun huis inrichten en geldzaken. Ook helpen ze statushouders als die brieven krijgen die ze niet begrijpen.

Participatieverklaringstraject (PVT) Aan het begin van de inburgering volgt iedere inburgeraar een participatieverklaringstraject. De gemeente betaalt dit, ook voor gezinsmigranten. In vier bijeenkomst leren inburgeraars over Nederlandse normen en waarden. Aan het eind ondertekenen ze een participatieverklaring. Daarmee beloven ze mee te doen in de Nederlandse samenleving, en zich te gedragen zoals het hoort. Vluchtelingenwerk organiseert het participatieverklaringstraject. 30

Module Arbeidsparticipatie (MAP) Alle inburgeraars volgen verplicht de Module Arbeidsparticipatie. De gemeente moet dit gratis aanbieden aan inburgeraars, ook aan gezinsmigranten. In de MAP denken inburgeraars na over wat voor werk bij hen past, en leren ze wat ze moeten doen om een baan te krijgen. De meeste inburgeraars volgen de MAP bij mensen die bij het Werkplein werken. In 2024 werd dit voor 15 mensen op proef ingekocht bij Sozy. Tolkdiensten Inburgeraars spreken aan het begin van de inburgering vaak nog geen, of niet goed, Nederlands. Daarom worden soms tolken gebruikt, die via de telefoon vertalen. In 2024 is steeds meer gebruik gemaakt van vertaalapps. Hierdoor verloopt het gesprek tussen inburgeraar en medewerker van het Werkplein natuurlijker. Ook leren inburgeraars hierdoor zelf vertaalapps te gebruiken. De kosten voor tolkdiensten zijn daarom in 2024 minder dan was verwacht. Reservering inburgeringsbudget In 2023 hebben meer inburgeraars de onderwijsroute gevolgd dan verwacht. Dat is goed nieuws. Via de onderwijsroute kunnen inburgeraars instromen in Nederlands onderwijs. Hiermee behalen ze een startkwalificatie, dus een diploma waarmee ze goed aan het werk kunnen. In 2023 is daarom € 6.187 meer uitgegeven aan de onderwijsroute dan we hiervoor kregen van het ministerie.

Dit bedrag is daarom betaald uit de SPUK Inburgering Onderwijsroute De onderwijsroute kost meer geld dan de B1- en Z-route. Dat werd pas duidelijk nadat de nieuwe Wet Inburgering al was gestart. Daarom heeft het ministerie hier een apart, tijdelijk budget voor: de SPUK Onderwijsroute. In 2024 is € 259,786 uitgegeven aan de onderwijsroute. Dit is € 92.697 meer dan we hiervoor hebben ontvangen via de SPUK Onderwijsroute in 2024.

Onderwijsroute SPUK

Begroting 2024

Begroting 2024 na wijziging 185.393

Jaarrekening 2024 259.786

Mutaties

Lasten onderwijsroutes 2024

Jaarrekening 2023 175.111

Totaal lasten onderwijsroute

175.111

0

185.393

259.786

74.393

6.781 6.781

6.781 6.781

370.786

253.005

67.612

Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten

74.393

Bijdragen gemeenten Etten-Leur

74.391

61.956

61.956

0

Halderberge

27.785

37.140

37.140

0

Moerdijk

33.693

37.181

37.181

0

Roosendaal

121.533

18.086

-6.999

-25.085

Rucphen

38.324

24.843

24.843

0

Zundert Totaal bijdragen gemeenten

20.101 315.827

6.187 185.393

6.187 160.308

0 -25.085

Resultaat te bestemmen

140.716 -92.697

92.697

Resultaat (onttrekking bestemmingsreserve onderwijsroute)

Tabel: SPUK Onderwijsroute

Extra taken Vluchtelingenwerk Naast de begeleiding van statushouders bij de eerste zaken die ze moeten regelen als ze een huis in een gemeente gaan bewonen, voert Vluchtelingenwerk ook extra werk uit om statushouders te helpen. Zo helpen ze bij juridische vragen en verzorgen ze taalcoaching. Wanneer veel statushouders een huis krijgen in één van de zes gemeenten, krijgen ze betaald voor dit extra werk.

31

Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk Lasten

Jaarrekening 2023

Begroting 2024 Begroting 2024 na wijziging

Jaarrekening 2024

Verschil

3

Extra taken Vluchtelingenwerk Maatschappelijk spreekuur

108.207

108.207

120.439

120.442

Juridisch spreekuur

54.172

54.171

67.596

67.596

0

Taakstelling huisvesting

36.015

22.085

41.340

41.605

265

Taalcoaching

37.500

37.500

46.875

46.873

-2

Cursus omgaan met geld

6.796 242.690

221.963

276.250

276.516

266

242.690

221.963

276.250

276.516

266

Etten-Leur

48.240

40.969

51.034

52.062

1.028

Halderberge

32.365

34.244

42.479

42.789

310

Moerdijk

42.438

38.165

46.659

46.565

-94

Roosendaal

74.400

67.056

83.998

83.860

-138

Rucphen

25.083

20.484

26.235

25.949

-286

Zundert

20.164 242.690

21.045 221.963

25.845 276.250

25.291 276.516

-554 266

Totaal extra taken Vluchtelingenwerk Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten

Totaal bijdragen gemeenten

Tabel: Extra taken 2024

3.3 Algemene dekkingsmiddelen Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn. De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. Algemene dekkingsmiddelen:

Begroting 2024 na wijziging Baten

Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering

Lasten

Jaarrekening 2024 Saldo

Baten

Lasten

Saldo

18.375.797

-

18.375.797

18.375.797

-

18.375.797

Leefgeld Oekrainers uitvoering

20.898

-

20.898

12.513

-

12.513

Energietoeslag uitvoering

30.240

-

30.240

30.240

-

30.240

KOT Roosendaal uitvoering

26.500

-

26.500

39.996

-

39.996

Voorzieningenwijzer uitvoering

234.273

-

234.273

234.273

-

234.273

Alleenverdienersproblematiek uitv.

173.205

-

173.205

57.075

-

57.075

Rentebaten

600.000

-

600.000

570.196

-

570.196

137.372

-

137.372

-

-

Baten overig

75.000

-

75.000

Doorberekende loonkosten

2.236.483

-

2.236.483

Totaal algemene dekkingsmiddelen

21.772.396

-

21.772.396

19.457.462

-

19.457.462

Tabel: Algemene dekkingsmiddelen

In vergelijking met de gewijzigde begroting 2024 vallen de algemene dekkingsmiddelen in de voorliggende jaarrekening 2023 € 2.314.934 lager uit. De oorzaken hiervan zijn: a. De doorbelasting vanuit bedrijfsvoering naar programma Werk en Participatie hebben we wel gedaan maar in plaats van deze als zowel baten als lasten op te nemen in de bedrijfsvoering hebben we voor € 2.236.483 de lasten verlaagd. b. Voor de uitvoering van de Alleenverdienersproblematiek is een bedrag van € 116.130 minder bij gemeenten in rekening gebracht. In de laatste 2 maanden is deze dienstverlening op gang gekomen. c. Overige baten zijn hoger uitgevallen. De overige baten bestaan uit (€ 137.372): • € 51.972 --> Restitutie RWB fee 2023 • € 23.986 --> Correctie premie ABP 2021 • € 10.847 --> Detachering medewerker aan RWB 32

•

In 2024 is een project geweest met betrekking tot samenwerking op gebied van informatie. Werkplein heeft dit voorgefinancierd. Van de overige deelnemers is € 42.045,- ontvangen.

We hebben in de begroting een bedrag van 50.000 euro als onvoorziene kosten begroot. Hier is geen gebruik van gemaakt.

33

4. Paragrafen

4.1 Paragrafen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a.

Financiering

b.

Bedrijfsvoering

c.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

d.

Informatie t.b.v. paragraaf verbonden partijen gemeenten

e.

R echtmatigheid

4.2 Paragraaf Financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid is vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Renterisico In 2024 zijn er geen langlopende geldleningen aangegaan omdat er slechts beperkte investeringen in ICT zijn gedaan. In de begroting van 2024 hebben wij wel rekening gehouden met beperkte rentekosten maar niet met het aantrekken van een lening. Tot op heden zijn de gedane investeringen (zie bijlage staat van investeringen) binnen onze rekening-courant faciliteit gefinancierd. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rente typische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm was in 2024 niet van toepassing omdat het Werkplein geen geldleningen heeft afgesloten.

34

Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. In 2024 is geen kortlopend geld aangetrokken. Wel heeft het Werkplein een rekeningcourant faciliteit met de Bank voor Nederlandse Gemeenten afgesloten waardoor we tijdelijk een roodstand kunnen hebben. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de totale lasten (exclusief dotaties reserves) van de primitieve begroting van het boekjaar. Voor de begroting 2024 bedroeg de kasgeldlimiet € 9,3 mln. Kasgeldlimiet in euro's Toegestane kasgeldlimiet Vlottende schuld Overschrijding (-) / Onderschrijding (+) van kasgeldlimiet

1e kwartaal 9.346.420 466.667 8.879.754

2e kwartaal 9.346.420 939.667 8.406.754

3e kwartaal 9.346.420 1.669.667 7.676.754

4e kwartaal 9.346.420 1.166.667 8.179.754

Rente In 2024 hebben we zowel rentekosten als rentebaten gehad. Wel zijn we een gedeelte van het jaar over liquide geweest en hebben we een rentevergoeding ontvangen. De rentebaten zijn in 2024 € 570.196. Kredietfaciliteit Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de bank voor Nederlandse gemeenten afgesloten. Dit betekent dat het Werkplein in voorkomende gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan. Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd.

4.3 Paragraaf Bedrijfsvoering Qua bedrijfsvoering heeft het jaar 2024 voornamelijk in het teken gestaan van het verder implementeren van de organisatievisie 2024. De uitvoering van de Voorzieningenwijzer is vanaf april voortvarend opgepakt. Ook de problematiek rondom de alleenverdieners is snel opgepakt en tot uitvoering gekomen. De laatste afwikkeling van de energietoeslag 2023 heeft zijn beslag gekregen. Het leefgeld voor Oekraïners heeft wederom een de nodige inzet en inspanningen van de medewerkers gevraagd. Daarbij is de positieve inzet en het uithoudingsvermogen van medewerkers wederom van groot belang geweest. Personeel Inzet Het jaar 2024 was ook weer een zeer intensief jaar voor het Werkplein personeel. Sprake was van een oplopend bestand en ook het verder vormgeven van de uitvoering van de Wet inburgering heeft heel wat inspanningen en uithoudingsvermogen van de medewerkers gevraagd. Maar ook de werkzaamheden voor de jaarrekening 2023 en controle door de nieuwe accountant heeft om behoorlijk wat uithoudingsvermogen gevraagd. En dit alles in een tijd dat de krappe arbeidsmarkt ook voor het Werkplein voelbaar was. En dat de druk op zelfchecks (Digid, privacy, informatiebeveiliging e.d.) en verantwoording alleen maar toenam. Het decentrale werken bij de zes gemeenten ging ook niet vanzelf. Voor medewerkers voor de gemeenten een proces van gewenning en optimalisering.

Zo aan het eind van het jaar concluderen we dat we nog steeds niet zijn waar we willen zijn, maar dat er toch wederom een mooie vooruitgang is geboekt. Dit uiteraard dankzij de inzet van onze medewerkers! Maar ook doordat gemeenten investeren in hun huisvesting om de brede dienstverlening aan inwoners te optimaliseren.

35

Voorziening verlofsparen In 2022 is er voor het eerst een voorziening gevormd voor verlofsparen. Medewerkers kunnen verlofuren sparen om deze later voor hun pensioen of voor andere doeleinden op te kunnen nemen. In 2022 is een bedrag van € 87.756 in de voorziening gestort. In 2023 werd € 31.182 bijgestort. In 2024 wordt een bedrag van € 235.703 bijgestort. In totaal is voor 17 medewerkers een voorziening gepleegd. Formatie In 2024 bedroeg de formatie 194,58 fte. Werkelijk was in 2024 169,03 fte vast ingevuld. Ingehuurd is 27,67 fte reguliere formatie (inclusief 2,25 fte ziektevervanging) en 9,73 voor projecten (energietoeslag, KOT Roosendaal, voorzieningenwijzer, bestandsmaatregelen en ketensamenwerking). Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage in 2024 bedroeg 6,6% (in 2023 7,4%). Het ziekteverzuim is voor het grootste gedeelte langdurig van aard. Het verzuim is grotendeels medisch van aard. Organisatieontwikkeling Afgelopen jaar zijn de trainingen echt communiceren afgerond. Veel medewerkers delen hun ervaringen in intervisiegroepen. Met de ervaring van deze door interne trainers gegeven trainingen is een nieuwe leerlijn ontwikkeld. Vanaf het 2e kwartaal 2025 gaat die door elke medewerker gevolgd worden. Niet allen wordt ingestoken op echt communiceren. Ook op verdieping van de leidende principes. Daarnaast is het Leerplein verder ingericht.

Het aanbod wordt nu specifieker per functie ingericht. Dat zal bestaan uit verplichte trainingen/cursussen, uit cursussen/inhoudelijke verdiepingen nodig voor de functie en ontwikkelgerichte opleidingen. Gepland stond voor het najaar een agressietraining (nu norm overschrijdend gedrag) voor alle medewerkers met inwonercontacten. Vanwege de werkdruk is die verschoven naar begin 2025. Ondernemingsraad (OR) Sociale veiligheid en evaluatie organisatieontwikkeling De OR is goed betrokken geweest bij het onderzoek Sociale Veiligheid door CAOP en de evaluatie van de organisatieontwikkeling door Radaradvies. De OR heeft deelgenomen aan de werkgroep voor het actualiseren en versimpelen van de regelingen omtrent integriteit en heeft input geleverd voor de evaluatie van de organisatieontwikkeling. De OR heeft van beide partijen de aanbevelingen ontvangen. Ketensamenwerking Werkplein, ISD Brabantse Wal en de WVS Voor deze ketensamenwerking is een onderzoek gestart in welke vorm een samenwerking tot stand kan komen. Begin 2025 zal hierover meer duidelijkheid zijn. Op basis van een afvaardiging van de 3 OR-en is een OR-klankbordgroep in het leven geroepen. Deze klankbordgroep komt regelmatig bij elkaar en wordt tijdig geïnformeerd over de stand van zaken omtrent het lopende onderzoek.

OR Werkplein heeft aangegeven dat, ongeacht welke vorm van samenwerking uit het onderzoek naar voren komt, de OR onder andere stuurt op voorkomen boventalligheid, voorkomen versobering arbeidsvoorwaarden en voorkomen willekeur.

36

OR-uitgangspunten De OR is op 27 november 2024 op training geweest om op basis van de aanbevelingen van het CAOP en Radaradvies de OR-uitgangspunten te actualiseren en te concretiseren: 1. Basis op orde a) Duidelijkheid over taken, bevoegdheden en verantwoordlijkheden b) Duidelijkheid wat is zelforganisatie c) Uniformiteit in leidinggeven (coachen en faciliteren) d) Medewerker centraal stellen en faciliteren wat nodig is e) Respecteer eigen verantwoordelijkheid medewerker en behoefte 2. Werkplezier 3. Voorkomen willekeur (gelijke kansen voor iedereen) 4. Juiste man/vrouw op de juiste plek a) Breng kwaliteit, talenten en affiniteit in beeld van medewerkers b) Doorstroommogelijkheden 5. Voorkomen toename werkdruk De OR stuurt op de bovenstaande uitgangspunten. De WOR-bestuurder kan daarom verwachten op deze uitgangspunten aangesproken te worden. Werving nieuwe directeur/WOR-bestuurder Per 1 oktober 2024 heeft Marko Does het Werkplein verlaten voor een nieuwe uitdaging. De OR is een vroegtijdig stadium meegenomen bij het opstellen van een profiel voor een nieuwe directeur/ WOR-bestuurder. Daarnaast heeft de OR-voorzitter deelgenomen aan de adviescommissie voor de werving van de nieuwe directeur. Inmiddels is een nieuwe directeur geselecteerd. Zij start per 1 mei in deze functie. Tot die tijd blijft Arjan Dekker de WOR-bestuurder voor de OR.

OR-wijzigingen Naar aanleiding van de oproep voor 1 OR-lid en 2 stagiaires eind 2023, is Laura den Boer toegetreden als OR-lid. Eric Pals en Sietske Jongenelen hebben beide een stageperiode meegelopen. Peter Neeleman heeft zich in oktober als OR-lid teruggetrokken, waardoor een OR-zetel vrijkwam. Sietske heeft Peter als OR-lid opgevolgd. De OR heeft onderstaande onderwerpen in 2024 behandeld Naast bovengenoemde onderwerpen heeft de OR enkele instemmingsverzoek ontvangen: Bedrijfsartsenzorg Occure B.V. en het Opleidingsplan. Daarnaast is de OR betrokken geweest bij het aanstellen van de nieuwe externe vertrouwenspersoon. Bij al deze onderwerpen is de OR in een zeer vroegtijdig stadium meegenomen om ook daadwerkelijk invloed uit te kunnen oefenen op de voorgenomen besluiten. Informatievoorziening/veiligheid Het stof van de organisatieontwikkelingen is in 2024 neergedaald waardoor er wat ruimte was voor het aanpakken van andere ontwikkelingen. Zo is er een concreet plan opgesteld voor het resultaat gericht werken en voor het verhogen van de kennis op gebied van informatiebeveiliging en privacy. Verder is de samenwerking met (deelnemers van) ICT WBW geïntensiveerd. Werken met data Om resultaatgericht te gaan werken zijn dashboards gebouwd die inzicht geven in de dagelijkse taken van medewerkers.

In 2024 is het project Werken met data gestart met als doel om resultaatgericht werken onderdeel te laten zijn van het dagelijks handelen van medewerkers. 37

Informatiebeveiliging In 2024 zijn er geen incidenten voorgevallen waardoor informatie op grote schaal gelekt is of waardoor de dienstverlening in gevaar is gekomen. Dat is vooral te danken aan het zorgvuldig handelen van de medewerkers en aan de mitigerende maatregelen, zoals de toegangsbeveiliging van de digitale Werkpleinomgeving. Bewustzijn medewerkers Er is een plan uitgestippeld om het niveau van basiskennis en specifieke kennis te verhogen voor de onderwerpen informatiebeveiliging en het verwerken van persoonsgegevens. Dat bereiken we door voorlichting in team overleggen, het aanbieden van e-learning op het Leerplein en door workshops voor het verhogen van specifieke kennis. Suwinet audit & DigiD audit Het gebruik van Suwinet Inkijk en DKD inlezen is in 2024 door een externe auditor beoordeeld en akkoord bevonden. Met daarbij twee aanbevelingen die van belang zijn voor het Werkplein. Het aanbieden van voorlichting voor nieuwe medewerkers op een centrale plaats. En het tijdig afmelden van medewerkers die uit dienst zijn. De DigiD aansluitingen van webformulieren zijn beoordeeld en akkoord bevonden door een externe auditor. De belangrijkste aanbevelingen van de auditor zijn: het documenteren van procedures en het vastleggen van wijzigingen in de webformulieren.

Privacy Gemeten met de Privacy self assessment methode van het VNG IBD behaalt Werkplein over 2024 een privacy volwassenheidscore van 2,8 op een schaal van 1 tot 5. In 2023 was dit 2,7. Hierbij betekent niveau 3 dat er in de basis voldaan wordt aan de AVG. Niveau 4 betekent dat er een structurele periodieke evaluatie van alle AVG vereisten is ingericht en wordt uitgevoerd. In het overleg van het DB in oktober 2021 is over de wenselijkheid van het behalen van dit niveau gesproken. Noodzakelijk inspanningen moeten gezocht worden op de onderdelen bewustwording en het vergroten van specifiek kennis van verwerking van persoonsgegevens bij de uitvoering van de Participatiewet en als ketenpartner binnen het sociaaldomein. Er is gedurende het gehele jaar adequaat gehandeld in het geval van een beveiligingsincident of datalek en bij het behandelen van verzoeken in het kader van rechten van betrokkenen. Ook zijn concrete vragen uit de organisatie op het gebied van privacy tijdig beantwoord. Samenwerking met ICT West-Brabant West en overige deelnemers Door de pilot ‘Samenwerking op I’ werkt het Werkplein nu intensiever samen met de overige ICT-WBW deelnemers op het gebied van informatievoorziening en -beveiliging. Er zijn vier projecten benoemd (informatiebeleid, iBurgerzaken, M365 beheer en informatiebeveiliging) waarin concrete resultaten behaald worden waar het kan.

Leren door te doen staat voorop in deze projecten.

38

Financieel beheer Het is onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording heeft plaatsgevonden via maandelijkse managementinformatie en de bestuursrapportages per kwartaal alsmede in de diverse bestuurlijke en ambtelijke gremia. In 2024 hebben we de kaderbrief 2025 en begroting 2025 ter besluitvorming voorgelegd en zijn tevens de jaarstukken 2023 aan de gemeenten aangeboden. Er is één begrotingswijziging voor 2024 aan gemeenten aangeboden vanwege de verhoging van de uitkeringen en inburgering. Maar ook vanwege de extra kosten voor de uitvoering van de voorzieningenwijzer, de energietoeslag en het leefgeld voor Oekraïners.

Huisvesting Het Werkplein heeft één hoofdvestiging, Etten-Leur. Voor de locatie Etten-Leur was een huurcontract voor 10 jaar gesloten. Dit is eind 2024 afgelopen. Een nieuwe huurovereenkomst is momenteel onderhanden. De druk op de werkplekken is in 2024 nog relatief beperkt. Wel is door de diverse verbouwingen in gemeentehuizen tijdelijk sprake van minder beschikbare werkplekken. Ingevolge onze visie zoeken we de verbinding met onze collega’s in het sociaal domein en willen we daar zijn waar de inwoner ons nodig heeft. Gevolg daarvan is dat we in elk gemeentehuis onze dienstverlening (proberen) vorm te geven.

Bezwaar- en beroepschriften De ingediende bezwaar- en beroepschriften hebben betrekking op alle onderdelen binnen het Werkplein (Inkomen, Inkomensondersteuning en Werk & Participatie). Een bezwaarschrift kan ingediend worden als de inwoner het niet eens is met een besluit, met als volgende stap de gang naar de rechter (beroep, hoger beroep). Bezwaar Eerste kwartaal 2024 Tweede kwartaal 2024 Derde kwartaal 2024 Vierde kwartaal 2024 Totaal bezwaar- en beroepschriften

Ambtelijk 47 23 26 27 123

Commissie 1 3 6 0 10

Beroep 0 4 3 3 10

Hoger beroep 0 0 3 0 3

Totaal 48 30 38 30 146

Waarvan gegrond 0 1 0 0 1

Tabel: Aantal bezwaar- en beroepschriften 2024

In 2024 zijn 146 bezwaar- en beroepsschriften ingediend en daarvan is 1 gegrond verklaard. In 2023 zijn 150 bezwaar- en beroepschriften ingediend, waarvan 2 gegrond.

Klachten Er zijn 30 klachten ontvangen in 2024. Dit is 8 minder dan in 2023. De ingediende klachten hebben betrekking op alle onderdelen binnen het Werkplein. Van de 30 klachten zijn 6 klachten gegrond, 4 ongegrond, 3 deels ongegrond, 3 ingetrokken en 9 niet ontvankelijk. Geen van de (gegronde) klachten heeft financiële consequenties. In 2023 waren er 38 klachten, waarvan 11 gegrond en 4 deels gegrond.

Ingebrekestellingen De 11 ingebrekestellingen in 2024 hebben betrekking op team Bedrijfsondersteuning, Diagnose en Kwaliteit.

39

Van de bovenstaande ingebrekestellingen zijn er 3 gegrond zonder betaling. Acht zijn niet gegrond verklaard. Geen van de ingebrekestellingen hebben financiële consequenties gehad. In 2023 waren er 15 ingebrekestellingen waarvan 4 gegrond zonder betaling en 2 met betaling.

Rechtmatigheid Rechtmatig handelen is voor het Werkplein van groot belang. Dit wil zeggen dat financiële handelingen plaatsvinden binnen de wettelijke kaders, verordeningen en beleidsregels, vastgesteld in het normenkader. Om dit te kunnen toetsen is binnen de organisatie van het Werkplein één team belast met de controle op de handelingen en bestedingen (team Kwaliteit). Binnen dit team zijn de volgende activiteiten gericht op de rechtmatigheid: • • • • •

Interne Controle Bezwaar en Beroep Kwaliteit (de kwaliteitsmedewerkers en de security-officer) Applicatiebeheer/informatiebeveiliging Fraude

De verantwoordelijkheid voor het rechtmatig handelen ligt bij het Dagelijks Bestuur van het Werkplein. Met ingang van het verslagjaar 2023 moet het Dagelijks Bestuur van het Werkplein zelf een rechtmatigheidsverantwoording opstellen die wordt opgenomen in de jaarrekening. Deze nieuwe rechtmatigheidsverantwoording vraagt een kanteling van de bestaande vooral repressief georiënteerde controleaanpak naar een combinatie met een preventief georiënteerde aanpak. Dankzij een risico-analyse van de bevindingen uit de dossiercontroles in combinatie met een controle op de werking van bestaande beheersmaatregelen of voorstellen van nieuwe beheersmaatregelen gaan we steeds meer toe naar het voorkomen van tekortkomingen in de uitvoering. Dit zal leiden tot een goed georganiseerde doelgerichte bedrijfsvoering, die recht doet aan de nieuwe visie op dienstverlening. Ter ondersteuning van dit interne controleproces wordt gebruik gemaakt van het model “Beheersing Beheerst” binnen de applicatie Checkpoint. Hierin zijn voor de bedrijfs- en uitvoeringsprocessen de doelstellingen, risico’s en in opzet aanwezige beheersmaatregelen beschreven. De uitkomsten van deze risicoanalyse geven een leidraad voor de interne controlewerkzaamheden en dan met name voor de uitgevoerde thema- en overige controles. In 2022 is een start gemaakt met het controleren van een aantal beheersmaatregelen.

In 2024 zijn deze verder gekoppeld aan de uitgevoerde controles. Door onze (bedrijfs-)processen op deze wijze te onderzoeken en waar nodig te verbeteren kunnen we aannemen dat rechtmatigheid en doelmatigheid voldoende geborgd zijn; dit is tevens een belangrijke pijler voor de rechtmatigheidsverantwoording.

Doelstelling IC Een belangrijk doel is vaststellen of (financiële) handelingen in overeenstemming zijn met het door het Algemeen Bestuur vastgestelde normenkader en onderliggende relevante informatie nauwkeurig, tijdig en volledig is vastgelegd. Het tweede doel is onderzoeken of werkafspraken correct zijn, worden nageleefd en/of verbeterd kunnen worden. Dit is immers van belang voor zowel het rechtmatig handelen als voor de dienstverlening aan de inwoner, die gebaat is bij een juist en tijdig besluit dat recht doet aan persoonlijke omstandigheden. Door middel van dossiercontroles en signaalgerichte themacontroles onderzoekt IC of aan de doelstellingen wordt voldaan en doet waar nodig aanbevelingen op zowel managements- als uitvoeringsniveau. Samengevat is een goed opgezette interne beheersing met gerichte controles een belangrijke pijler waarop het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant moet kunnen steunen. De rapportages van Interne Controle worden voorgelegd aan het Managementteam van het Werkplein als 40

onderdeel van de jaarstukken zoals bedoeld in artikel 15 van de ‘Financiële verordening ISD Werkplein Hart van West-Brabant’. De uitkomsten van de interne controle ondersteunen mede de rechtmatigheidsverantwoording, zoals die door het Dagelijks Bestuur met ingang van de jaarrekening 2023 wordt afgegeven

Rechtmatigheidsverantwoording Deze paragraaf gaat in op de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening en de afwijkingen. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: • • •

Begrotingscriterium Voorwaardencriterium Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

Sinds vorig jaar stelt het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheidsverklaring en de verantwoording op. We beschouwen de verantwoording als een groeimodel, waarbij we ons voor 2023 hebben gefocust op de belangrijkste risico’s en kaders. In 2024 hebben we dit verder aangescherpt en de themacontroles hierop aangepast. Verder hebben wij een begin gemaakt met de impact analyse van de geconstateerde fouten en onduidelijkheden. Voor de rechtmatigheidsverantwoording zijn verantwoordingsgrenzen met het bestuur afgesproken op 23 november 2023 voor de duur van vier jaar. De verantwoordings- en rapporteringsgrens voor de rechtmatigheid is vastgesteld op 2% van de lasten inclusief dotaties aan reserves, zijnde € 2.381.756 voor 2024. Wanneer de geconstateerde afwijkingen op totaalniveau deze grens overschrijden, worden deze afwijkingen opgenomen in deze paragraaf en de maatregelen ter voorkoming van deze overschrijdingen toegelicht. In de kadernota rechtmatigheid geeft de commissie BBV aan dat het oordeel gebaseerd moet zijn op de bruto begrotingsonrechtmatigheden. Vanuit dat standpunt is sprake van onrechtmatigheden in de verantwoorde baten en lasten alsook de balansmutaties boven de grens. Het Dagelijks Bestuur is van mening dat in materiele zin binnen de kaders en de grens is gehandeld.

Dit is gebaseerd op de afspraken die gemaakt zijn met het Algemeen Bestuur en de deelnemende gemeenten ter uitvoeringen van de taken. Hiermee is de rapporteringsgrens niet overschreden. De totale begrotingsoverschrijding op de lasten over het boekjaar 2024 bedraagt € 636.100. Voor de vastgestelde afwijkingen en een toelichting per afwijking is dat gebeurd voor de programma’s in paragraaf Wat mag het kosten. De begrotingsoverschrijding op de lasten bestaat uit de volgende onderdelen: Programma Inkomen →

€ 560.641

Onderwijsroute →

€ 74.393

Extra taken vluchtelingenwerk →

€

266

Energietoeslag →

€

800

Totaal

€ 636.100

Wij beoordelen deze overschrijdingen als acceptabel, omdat er sprake is van open-einde regelingen en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur in de financiële verordening. In de toekomst proberen we de begrotingsafwijking zo laag mogelijk te houden door in het proces van de begrotingswijziging de meest actuele cijfers te hanteren. Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Met onze interne controles sluiten we aan bij de goedkeurings- en rapporteringstoleranties zoals door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld. Op basis van onze controles zijn er geen bijzonderheden aangetroffen.

41

Het M&O beleid is in 2024 opgesteld. Ook specifiek voor Inburgering hebben we een M&O beleid opgesteld. Ten aanzien van de criteria opgenomen in het beleid van onze organisatie zijn geen bijzonderheden aangetroffen.

4.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is normaliter een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen voor het Werkplein bestaat alleen uit de post onvoorziene uitgaven. Daarnaast zijn gemeenten achtervang bij eventuele tekorten van de gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant. Bepaling weerstandscapaciteit Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen de weerstandscapaciteit. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven. Deze bedroeg in 2024 € 50.000. De post onvoorzien is in 2024 niet aangewend. Reserve en Voorzieningen In de cao is de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen voor medewerkers. Onder verlofsparen vallen de opgespaarde uren die specifiek bedoeld zijn als verlofsparen, maar ook de overmatige bovenwettelijke verlofuren. Dat betekent dat verlof over meerdere jaren kan worden opgenomen.

Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. In 2022 zijn we hiermee gestart. In 2024 voegen we daar een bedrag van € 295.924 en laten we een bedrag van € 60.221 vrijvallen. Risico’s Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. In 2024 zijn de volgende risico’s benoemd: Ziekteverzuim In paragraaf 4.3 wordt toegelicht dat het verzuimpercentage over 2024 van 6,6% is gedaald ten opzichte van 2023. Een hoger ziekteverzuim, met name langdurig verzuim, kan tot hogere kosten leiden dan geraamd. In 2024 is vervanging binnen de raming voor vervanging wegens ziekteverzuim opgevangen. Informatielek Het Werkplein werkt met veel privacygevoelige gegevens. Daar willen wij zorgvuldig mee omgaan. In paragraaf bedrijfsvoering 4.3 onderdeel privacy is dit verder toegelicht.

Na een datalek wordt gelijk actie naar de betrokken inwoner(s) ondernomen en met de medewerker(s) het voorval besproken. Dit om van te leren. Dit leerproces hebben we in 2024 doorgetrokken naar het Leerplein. In 2024 heeft dit onderwerp een plaats gekregen binnen het Leerplein maar ook tijdens de teambesprekingen. Hogere kosten Buig en bijzondere bijstand Bij de Werkplein gemeenten in totaliteit is sprake van een tekort op de Buigmiddelen die het Rijk heeft toegekend aan de gemeenten. Met name de kosten van Buig en de structurele loonkostensubsidie zijn in 2024 iets hoger uitgevallen dan in de laatste begrotingswijziging geraamd was. Alleen bij Moerdijk en Zundert is sprake van een klein overschot. Bij de bijzondere bijstand is onder andere sprake van hoge 42

kosten van inrichting. Dit komt net als vorig jaar door de hoge instroom van statushouders. En van hoge kosten voor bewindvoering. Uitvoeringskosten In 2024 zijn we binnen de raming van loonkosten gebleven. Niettemin is het bestand wel toegenomen met 1,3%. Dit is binnen de formatie opgevangen. Het blijft een groot aandachtspunt is om voldoende kennis en kwaliteit binnen te krijgen en te behouden. Dit is gezien de krappe arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend. We blijven ons inzetten om de open formatieplaatsen in te vullen en te zorgen dat medewerkers qua kennis bij blijven. Denk hierbij aan het inzetten van buddy’s, het leerplein, maar ook op het inzetten van diverse trainingen. Extra Participatiemiddelen Op de beschikbare middelen is in 2024 een klein bedrag onbenut gebleven. Dit heeft voornamelijk te maken met iets minder ontwikkeltrajecten dan geraamd. In 2024 is er extra ingezet op bestandsbeheersing met positieve resultaten. Niettemin neemt de druk op het participatiebudget door de instroom van inburgeraars, de ketensamenwerking en de genomen bestandsmaatregelen flink toe. ESF-subsidie In 2024 is er geen gebruik gemaakt van een ESF-subsidieregeling. Kengetallen Met ingang van 2015 moet in het jaarverslag o.g.v. het BBV een aantal kengetallen worden gepubliceerd. Hiertoe is een Ministeriële Regeling d.d. 9 juli 2015 van kracht geworden.

Voor het Werkplein zijn daarbij de volgende kengetallen relevant en berekend voor het jaarverslag 2024: 2024

2023

Netto schuldquote

-5,41%

-3,90%

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

-5,41%

-3,90%

Solvabiliteitsratio

25,93%

19,91%

Structurele exploitatieruimte

3,54%

3,52%

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen eigen vermogen. De hoge schuldquote is het gevolg van enerzijds geen eigen middelen en anderzijds van het verantwoorden van de debiteuren in de balans. In feite is de schuld aan gemeenten voor de opgenomen debiteuren participatiewet een fictieve schuld. Zouden de vorderingen daadwerkelijk overgenomen worden dan zou daarvoor een lening moeten worden opgenomen. Dit is niet het geval waardoor er ook geen sprake is van rentekosten en aflossingen. De solvabiliteit geeft aan of een organisatie in staat is om op korte en lange termijn aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen. De voornaamste reden om de solvabiliteit te berekenen is om in te kunnen schatten of een organisatie in staat is om bij opheffing (liquidatie) al haar schulden te betalen. Het percentage is voor reguliere organisaties gemiddeld 25%. Voordat wij de inburgeringswet gingen uitvoeren zaten we ver onder dat percentage. Tegenwoordig komen we daarbij in de buurt omdat we de middelen die de gemeenten krijgen van het Rijk in een bestemmingsreserve plaatsen voor een periode van drie jaar.

Dit is de periode dat de middelen beschikbaar worden gesteld door het Rijk. Omdat de uitgaven ook in een periode van drie jaar worden gemaakt moeten nog niet bestede middelen gereserveerd worden. Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Dit is bij het Werkplein vrij 43

beperkt. In principe worden al onze uitgaven gedekt door structurele gemeentelijke bijdragen.

4.5 Paragraaf verbonden partijen Het Werkplein is één van de verbonden partijen van de zes deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert. Het Werkplein participeert in één verbonden partij, de ICT Samenwerking West-Brabant. In het kader van deze deelname is een Overeenkomst tot beperking van de financiële aansprakelijkheid van ‘Werkplein Hart van West-Brabant’ door alle deelnemers ondertekend. Hiervoor geldt dat de aansprakelijkheid voor Werkplein nooit meer bedraagt dan een vastgesteld percentage van de betreffende (financiële) aanspraak, waarbij de aansprakelijkheid van Werkplein nooit meer kan omvatten dan de jaarbijdrage van Werkplein. Jaarlijks wordt bepaald welk percentage aan dienstverlening Werkplein in het afgelopen jaar heeft afgenomen van ICT WBW ten opzichte van het in dat jaar totaal aan geleverde diensten door ICT WBW. Tevens wordt de totale omvang van de bijdrage van Werkplein vastgelegd. De omvang dienstverlening in 2024 bedroeg € 654.334. In het verslagjaar heeft het Werkplein geen specifiek beleid ontwikkeld met betrekking tot verbonden partijen. Dit is te wijten aan het feit dat wij maar één verbonden partij hebben. Gelet op het afgebakend risicobedrag zien wij op dit moment geen noodzaak om op korte termijn een beleid te ontwikkelen.

44

Verbonden partij in de vorm van een gemeenschappelijke regeling: ICT-samenwerking West-Brabant West Vestigingsplaats

Zevenbergen

Website

https://www.ictwbw.nl

Visie / doelstelling

Het verzorgen van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de ICT-taken voor de deelnemers

Reden participatie c.q. openbaar belang

Het verlagen van de kwetsbaarheid; Het realiseren van kostenreductie door schaalvergroting; Het verhogen van de kwaliteit van de dienstverlening; Het verhogen van de professionaliteit van de medewerkers; Het verhogen van de arbeidsproductiviteit; Het delen van de kennis en het creeren van specialisatie.

Bestuurlijk belang WHvWB

Bestuurslid: plv directeur J.M. Dekker

Financieel belang WHvWB

De bijdrage van WHvWB voor 2024 bedraagt: € 654.334

Financiele gegevens Behaalde resultaten in 2023

Geen afwijkende resultaten anders dan het leveren van de ICT-dienstverlening

Risico's

ICT WBW beschikt niet over een algemene reserve. Eventuele tekorten komen voor rekening van de andere deelnemers.

45

4.6 Openbaarheidsparagraaf Wet Open Overheid (WOO) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo is een belangrijke stap naar een transparantere overheid en waarborgt het recht van burgers op toegang tot publieke informatie (artikel 1.1 Woo). Dit betekent dat overheidsinformatie beter vindbaar en uitwisselbaar moet zijn. Gemeenten ontvangen financiële middelen voor de implementatie van de Woo. De totale verwachte kosten zijn echter nog niet volledig in beeld. Wij voorzien uitgaven op de volgende terreinen: •

Software en koppelingen: o o

•

Organisatie en personeel: o o

•

Aanpassingen aan interne applicaties; Mogelijke aanvullende softwareoplossingen.

Trainingen voor medewerkers over de Woo en informatiebeheer; Aanpassing van interne werkprocessen;

Structureel beheer en onderhoud: o o

Doorlopende kosten voor informatiebeheer en documentbeheer; Kosten voor het verwerken en publiceren van Woo-verzoeken.

In 2024 hebben een aantal medewerkers een cursus over de Wet open overheid gevolgd ter voorbereiding op de uitvoering. Daarnaast hebben wij in 2024 een informatiebeheerplan opgesteld waarin de Woo is geïntegreerd. In 2025 staat de implementatie van dit plan centraal.

46

Jaarrekening

47

5 Balans met toelichting

5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op d.d. 27-1-2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: -

-

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/616/documents/72838