Bijlage 6b Werkplein Jaarstukken 2024.pdf
Tekst van het document
Inleiding .................................................................................................................................................. 3 Jaarverslag ............................................................................................................................................. 6 2. Terugblik 2024 ................................................................................................................................ 7 2.1 Terugblik 2024 .............................................................................................................................. 7 2.1.1 Missie en visie ......................................................................................................................... 7 2.1.2 Het nieuwe Werkplein! ............................................................................................................ 7 2.1.3 Bestandsbeheersing 2024 ...................................................................................................... 7 2.1.4 Ketensamenwerking ................................................................................................................ 8 2.1.5 Financieel ................................................................................................................................ 9 3.
Programmaverantwoording ........................................................................................................ 11 3.1 Strategische doelstellingen ...................................................................................................... 11 3.1.1 Inleiding ................................................................................................................................. 11 3.1.2 Bestandsontwikkeling ............................................................................................................ 11 3.1.3 Strategische doelstellingen ................................................................................................... 13 3.1.4 Wat mag het kosten? ............................................................................................................ 21 3.2 Programma inburgering ............................................................................................................ 28 3.2.1 Inleiding ................................................................................................................................. 28 3.2.2 Aantallen nieuwe inburgeraars .............................................................................................. 28 3.2.3 Stappen die in 2024 zijn gezet om de inburgering nog beter te maken ................................
29 3.2.4 Hoeveel is uitgegeven aan inburgering? ............................................................................... 30 3.3 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................... 32 4. Paragrafen .................................................................................................................................... 34 4.1 Paragrafen ................................................................................................................................ 34 4.2 Paragraaf Financiering ............................................................................................................. 34 4.3 Paragraaf Bedrijfsvoering ......................................................................................................... 35 4.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ........................................................... 42 4.5 Paragraaf verbonden partijen ................................................................................................... 44 4.6 Openbaarheidsparagraaf Wet Open Overheid (WOO) ............................................................ 46 Jaarrekening ........................................................................................................................................
47 5 Balans met toelichting .................................................................................................................. 48 5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................................. 48 5.2 Balans per 31 december 2024 .................................................................................................. 51 6 Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening met toelichting .......................................... 58 6.1 Toelichting kosten bedrijfsvoering .......................................................................................... 59 6.2 Incidentele baten en lasten ....................................................................................................... 64 6.3 Informatie wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ..................................................................................................................................... 66 7. Overzicht van gerealiseerde baten en lasten per taakveld ...................................................... 69 8. Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................... 70 9.
SISA-bijlage bij de jaarrekening ................................................................................................. 72 Overige gegevens ................................................................................................................................ 76 10. Controleverklaring ..................................................................................................................... 77 Bijlagen ................................................................................................................................................. 78 Staat van personele sterkte ........................................................................................................... 79 Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven ....................................................................................... 80 Specificatie gemeentelijke bijdragen jaarrekening 2024 ................................................................ 80
2
Voor u liggen de jaarstukken 2024 van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West- Brabant (hierna Werkplein). Met het jaarverslag en jaarrekening leggen wij verantwoording af aan het Algemeen Bestuur van het Werkplein over de verschillen tussen begroting en daadwerkelijke resultaten in prestaties en financiën. De cijfers van 2024 worden in de verschillende programma’s in het jaarverslag verder toegelicht.
Uitdagingen in 2024 Voor veel inwoners was 2024 een moeilijk jaar. Hoewel de energieprijzen enigszins genormaliseerd zijn bleef sprake van een hoge inflatie en daarmee stijgende prijzen. Dit had en heeft een grote impact op de gemiddelde Nederlander. En nog meer op de mensen die rond moeten komen van een minimum inkomen. Deze directe lastenverzwaring heeft ervoor gezorgd dat het thema bestaanszekerheid een prominente plek heeft gekregen op de politieke agenda. Het Werkplein ziet de directe gevolgen hiervan in de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Via onze mensgerichte aanpak bieden we onze inwoners zoveel als mogelijk een adequate helpende hand. Dit doen we door onze inwoners te ondersteunen in hun ontwikkeling naar werk, participatie of richting zorg -en hulpverlening. Maar bijvoorbeeld ook via inkomensondersteunende voorzieningen. Afgelopen jaar zijn we hiervoor gestart met de inzet van de voorzieningenwijzer. Hiermee kunnen we inwoners snel inzicht geven in de financiële regelingen en toeslagen waarvoor zij in aanmerking komen. Als Werkplein kijken we terug op een jaar waarin we weer stappen hebben gezet in de nieuwe inwonergerichte manier van werken. Dat ging niet zomaar vanzelf. De krapte op de arbeidsmarkt was ook bij het Werkplein voelbaar in alle teams. De werkdruk was op sommige momenten (te) hoog.
Hierdoor hebben we kritisch gekeken naar de prioriteringen gedurende het jaar. En we keken voortdurend naar de vereenvoudiging van de uitvoering van regelingen. In september 2024 hebben we afscheid genomen van de directeur van het Werkplein. Onder zijn leiding zijn we gestart met de nieuwe koers en visie van het Werkplein. Hierbij staat een inwonergerichte aanpak centraal. We staan naast de inwoner en de dienstverlening is in de nabijheid. Per 1 mei start een nieuwe directeur bij het Werkplein die verder gaat met de ingezette koers.
Brede blik op bijstand1 We constateren al een aantal jaren dat de doelgroep die bij het Werkplein aanklopt verandert. Er zijn een aantal factoren die daaraan bijdragen. Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt zijn inwoners die kunnen werken aan het werk. De groep inwoners die niet aan het werk is heeft vaak complexe
1
SCP, ‘Een brede blik op bijstand’, Den Haag, juni 2023.
3
problemen op meerdere vlakken. Denk hierbij aan gezondheidsproblemen, schulden, arbeidsbeperking of verslaving etc. Voor deze inwoners is veel tijd, inzet en geld nodig om stappen te zetten in hun ontwikkeling. Door de wijziging van de Participatiewet in 2015 vallen ook inwoners met een arbeidsbeperking onder de doelgroep van het Werkplein. Deze groep blijft in omvang toenemen bij het Werkplein. Daarnaast hebben we een grote groep statushouders. De afgelopen jaren is de instroom van inburgeraars en daarmee statushouders toegenomen. We zien dat deze groep inwoners veelal langdurig uitkeringsafhankelijk is. Ondanks inburgeringstrajecten blijft de taal vaak een barrière om te participeren. Voor al deze groepen inwoners is uitstroom naar betaald werk niet reëel. Dit is niet alleen een constatering van het Werkplein maar dit wordt landelijk onderschreven door diverse rapporten.2 Het Werkplein heeft de afgelopen jaren met de koerswijziging en het nieuwe Werkplein geanticipeerd op deze ontwikkelingen. Met gemeenten en werkgevers werken we met gerichte projecten aan de ontwikkeling (richting arbeidsmarkt of participatie) van deze doelgroep. Ook in de ketensamenwerking met de ISD Brabantse Wal en de WVS leren we van elkaars aanpak en kijken naar bewezen aanpakken elders in het land.
Resultaten 2024 In de originele begroting van 2024 zijn we uitgegaan van een toename van het bestand met 1,4%. De eerste maanden van 2024 werd al zichtbaar dat deze stijgende trend iets lager zou uitvallen. Bij de 2e bestuursrapportage hebben we de gemeenteraden gemeld dat we voor 2024 uitgingen van een toename van 1%. We sluiten 2024 af met een stijging van 1,3% van het uitkeringenbestand. Dit is in lijn met de eerste raming. Ten opzichte van de eindstand per 31 december 2023 is sprake van een stijging van 55 dossiers voor de zes gemeenten gezamenlijk. De uitgaven voor wat betreft de uitkeringen (Buig) zijn voor gemeenten Halderberge en Roosendaal binnen het rijksbudget gebleven. Voor de andere vier gemeenten is sprake van een matige tot stevige overschrijding.
Effecten op de langere termijn Alle veranderingen binnen het Werkplein zijn erop gericht om maatwerk aan onze inwoners te bieden. Voor een deel van onze inwoners is uiteindelijk participatie het hoogst haalbare. Als daardoor iemand in een stabiele situatie zijn leven kan leiden, bijvoorbeeld zonder schulden en andere (zorg) ondersteuning, hebben gemeenten daar ook baat bij. De ontwikkelingen binnen het Werkplein moeten in een breder perspectief gezien worden. Met name de financiële impact voor gemeenten is breder dan alleen de Buig-uitgaven (uitkeringslasten).
Exploitatie 2024 De exploitatie van het Werkplein bestaat uit twee onderdelen: de programmakosten en de kosten van bedrijfsvoering. De programmakosten Werk en Participatie, Inkomen en Inkomensondersteuning en Inburgering worden volledig gedekt door gemeentelijke bijdragen. Dit geldt ook voor de uitkeringen en uitvoeringskosten met betrekking tot de plustaken, o.a. Leefgeld Oekraïners. De gepresenteerde saldi worden derhalve volledig verrekend met de gemeenten. Het voordelige resultaat op de bedrijfsvoeringskosten wordt aan de gemeenten uitgekeerd. Het totaal dat wordt terugbetaald aan de gemeenten betreft een saldo van € 199.717 voor alle programma’s en plustaken en het resultaat op de bedrijfsvoering ad € 1.004.500.
2
SCP, ‘Een brede blik op bijstand’, Den Haag, juni 2023.
4
Voor wat betreft programma Inburgering en Onderwijsroute wordt een voorstel gedaan om een deel van het resultaat, namelijk een saldo van € 3.123.640, te reserveren ten behoeve van de inburgeringsvoorziening. Het jaar 2024 is uiteindelijk afgesloten met een bestandsstijging van 1,3%. In de bijgestelde begroting werd nog rekening gehouden met een stijging van 1%. Dit heeft geleid tot een overschrijding van € 734.604. Bij het programma inkomensondersteuning is sprake van een overschot op de begroting van € 393.836. We hebben in de gewijzigde begroting rekening gehouden met een flinke stijging van de bijzondere bijstand. Programma Werk en Participatie sluit met een positief resultaat van € 216.785. Op een totaalbedrag van ruim € 7 miljoen is dit een beperkte afwijking. In hoofdstuk 3.1.4 wordt een toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting gegeven. Bij programma Inburgering is sprake van een afrekening van € 10.587. Omdat de uitgaven voor een inburgeraar plaatsvinden gedurende maximaal drie jaren, wordt het resterende bedrag ten opzichte van wat door het Rijk beschikbaar wordt gesteld, gereserveerd zodat het in komende jaren ingezet kan worden ten behoeve van de inburgeraar. Van deze middelen wordt voorgesteld om € 3.216.337 voor de inburgering te reserveren.
Voor SPUK Onderwijsroute stellen we een onttrekking voor van € 92.697 vanwege de inzet van deze middelen in 2024. Bij de afzonderlijke programma’s wordt een nadere toelichting op het saldo gegeven. De exploitatie van de kosten van bedrijfsvoering sluit dit jaar af met een positief saldo van € 1.004.500. Dit positieve resultaat wordt toegelicht In hoofdstuk 6.
Opzet en reikwijdte jaarstukken 2024 In deze jaarstukken worden de gerealiseerde cijfers van 2024 vergeleken met de begroting na wijziging. Dat betreft de cijfers zoals vermeld in de 1e begrotingswijziging 2024 die tegelijkertijd met de tweede bestuursrapportage 2024 is opgesteld. In het jaarverslag en de programma’s zijn de toelichtingen zoveel mogelijk integraal opgenomen om een beeld van het totaal te kunnen geven. De jaarstukken worden aan het Dagelijks en Algemeen Bestuur ter besluitvorming voorgelegd. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarstukken in haar vergadering van 7 april 2025 vast.
Opbouw jaarstukken 2024 De jaarstukken zijn opgebouwd uit de Inleiding met een algemeen beeld. In hoofdstuk 2 gaan we in het jaarverslag inhoudelijk in op de verschillende onderdelen van het Werkplein, de strategische doelstellingen en de programma verantwoording. In hoofdstuk 3 treft u de jaarrekening 2024 en de daarbij behorende bijlagen aan.
5
Jaarverslag
6
2. Terugblik 2024
2.1 Terugblik 2024
2.1.1 Missie en visie In 2024 hebben we aan de hand van de door het Werkplein en gemeenten gezamenlijk opgestelde programmaplaat gewerkt. De strategische doelstellingen daarin dienden als leidraad voor de inspanningen van gemeenten en het Werkplein in 2024. In de bestuursrapportages afgelopen jaar hebben we ieder kwartaal stil gestaan bij deze doelstellingen en de behaalde resultaten. De visie zoals die in de programmaplaat is opgenomen is als volgt omschreven: “Wij vertrouwen in de talenten en kwaliteiten van onze inwoners. Daarom stimuleren wij iedereen om deze te ontwikkelen, met als doel werk, en als dat (nog) niet lukt, meedoen in de samenleving. Dat doen we samen met de inwoner, collega’s en partners op basis van maatwerk.”
2.1.2 Het nieuwe Werkplein! We werken inmiddels in de geest van onze visie. Dit betekent een inwonergerichte aanpak waarbij we als het nodig is maatwerk toepassen. Daarnaast werken we dicht bij onze inwoners in de lokale gemeentehuizen. Daarbij zoeken we de verbinding met onze partners in het sociaal domein. Dit gaat uiteraard niet vanzelf. Het is een proces van leren, soms bijstellen en blijvende aandacht voor onze leidende principes. Dat zijn: samenwerken is de basis, we houden het helder en simpel, we zeggen wat we doen en doen wat we zeggen, talenten en kwaliteiten optimaal ontwikkelen en iedereen is verantwoordelijk voor (een deel van) de route.
2.1.3 Bestandsbeheersing 2024 Het afgelopen jaar hebben we veel tijd en energie in de projecten gericht op bestandsbeheersing gestoken. In 2023 constateerden we dat de bestandsontwikkeling bij het Werkplein een afwijkende lijn liet zien ten opzichte van de landelijke trend. In een uitgebreide analyse hebben we toen stil gestaan bij de mogelijke oorzaken van deze ontwikkeling. Om de stijgende lijn van het aantal uitkeringen om te buigen zijn we in 2024 een aantal projecten gestart die een positieve bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van onze inwoners en de ontwikkeling van het bestand. Afgelopen jaar zijn door deze maatregelen 71 inwoners uitgestroomd (of gedeeltelijk uitgestroomd) naar werk.
7
Per kwartaal hebben we de stand van zaken aan uw gemeente gerapporteerd. Hieronder geven we een korte terugkoppeling per project per 1 januari 2025: •
•
•
•
•
Project inhaalslag gecombineerde aanpak Werkpunt en Ontwikkeling. Dit project heeft als doel om tot en met 2024 750 inwoners extra te laten ontwikkelen met een uitstroom van 10%. Uiteindelijk hebben meer dan 800 inwoners deelgenomen aan de projectaanpak. Hiervan zijn 102 inwoners uitgestroomd waarvan 47 naar (parttime) werk. Dit kan gedurende 2025 nog oplopen aangezien voor deze inwoners een ontwikkeling is ingezet en uitstroom niet van het ene op het andere moment is gerealiseerd. Binnen dit project is ook duidelijk geworden dat een deel van de inwoners niet naar werk zal uitstromen. Zoals verwacht en ook landelijke cijfers laten zien is ongeveer 1/3 van de inwoners aangewezen op zorg/hulpverlening en is er dus geen ontwikkeling richting werk mogelijk. Binnen de projectaanpak gericht op oud-inburgeraars zijn twee werkwijzen uitgerold. Enerzijds voor de gemeente Roosendaal de ‘Aan de slag training’ voor statushouders. 33 inwoners hebben deze training gevolgd. Hiervan zijn er inmiddels 11 uitgestroomd naar werk. De doelstelling van 10% is dus ruimschoots gehaald. Voor de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Rucphen en Zundert is een professional aangetrokken die de Frequent Intensieve Aanpak inzet voor deze groep. Dit betekent dat deze ontwikkelaar een kleine caseload heeft zodat de inwoners intensief opgepakt worden. 57 inwoners zijn onderdeel van de caseload.
Hiervan hebben inmiddels 4 inwoners betaald werk (full -en parttime). Deze aanpak loopt nog een jaar door. Binnen het ‘op weg naar werk project’ zijn Etten-Leurse inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt intensief opgepakt. Op 1 januari 2025 zijn 14 inwoners in traject. 6 inwoners zijn definitief gestopt met het traject in verband met te complexe problematieken. We zien dat inwoners alsnog uitvallen. Het is een complexe groep inwoners die soms bemiddelbaar lijken maar in de praktijk toch niet de stap kunnen maken. 3 inwoners zijn uitgestroomd naar werk. Afgelopen jaar is op 3 locaties (Etten-Leur, Roosendaal en Halderberge) voor de inwoners van alle zes gemeenten een meedoenfestival georganiseerd. Met deze drie festivals hebben we zo’n 1400 inwoners ontmoet en gesproken. Dit geldt voor zowel Werkplein als partners vanuit het sociaal domein. Bij de meedoenfestivals waren organisaties vanuit de gemeenten aanwezig In het project statushouders met de ervaringsdeskundige zijn de 15 inwoners die afgelopen jaar ingestroomd zijn inmiddels allemaal, op 1 na, doorgestroomd. 6 inwoners zijn uitgestroomd naar een regulier dienstverband. Dit traject wordt ook ingezet voor statushouders onder de nieuwe Wet Inburgering. Voor hen ligt er in het traject naast de inzet op ontwikkeling ook de focus op het onderzoeken van de belastbaarheid.
Om zo te kunnen bepalen welke mogelijkheden er zijn om te participeren en te werken.
2.1.4 Ketensamenwerking De ketensamenwerking is een samenwerking tussen WVS, ISD Brabantse Wal en het Werkplein. De ketensamenwerking heeft als doel om samen met inwoners die een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt hebben een passende vorm van participatie te vinden. Dit kan arbeidsmatige dagbesteding, beschut werk, een baan via de banenafspraak of een andere vorm van participatie zijn, bijvoorbeeld een ontwikkeltraject. Afgelopen jaar hebben de besturen van de drie organisaties gekeken hoe de Participatiewet in WestBrabant West (WBW) zo optimaal mogelijk uitgevoerd kan worden en ingericht. Daarom is gestart met een brede verkenning naar de toekomst van de Participatiewet in de regio WBW. In deelonderzoek A is onderzocht wat de nut en noodzaak voor verandering is. Hiervoor is binnen de drie organisaties input opgehaald, zijn publicaties van onderzoeksbureaus ter hand genomen en is er gesproken met strategen. 8
Daarnaast zijn de uitkomsten van het symposium ‘Iedereen doet mee! Verbinden voor verandering in West-Brabant West’ meegenomen. In deelonderzoek B maakt onderzoeks- en adviesbureau Berenschot een maatschappelijke kosten/baten analyse (MKBA). In 2025 wordt verder gewerkt aan deelonderzoek C. Hierin wordt onderzocht wat de best passende organisatievorm is om inwoners met (onder meer) vragen op het gebied van bestaanszekerheid, werk en inkomen te ondersteunen.
2.1.5 Financieel De jaarrekening laat ten opzichte van de gewijzigde begroting 2024 een positief beeld zien. In totaliteit blijft een bedrag van € 4.327.857 over. Hiervan is € 199.717 het positieve resultaat op de programma’s. Positief resultaat op de bedrijfsvoering betreft € 1.004.500. In deze stukken wordt het voorstel gedaan aan het AB om een bedrag van € 3.123.640 te storten in de bestemmingsreserve Inburgering en Onderwijsroute. Afrekening gemeentelijke bijdrage programma's 2024 en plustaken
Programma Werk en Participatie -39.037
Programma Inkomen
Halderberge
-25.585
Moerdijk
Programma Inburgering*
183.180
Programma Inkomens onderteuning -29.648
231.202
-30.058
-28.502
-25.613
Roosendaal
-93.814
Rucphen
-17.538
Zundert
Etten-Leur
Bedrijfs voering
Totaal
1.028
Overige plustaken incl uitvoeringskosten -16.591
-180.883
-81.951
-10.277
-37.852
-118.552
8.879
-51.778
-94
-53.639
-132.069
-291.696
361.714
-292.268
-25.223
-136.889
-434.699
-621.178
59.750
31.896
-286
-25.554
-81.264
-32.995
-12.309
-75.629
-21.981
-554 -3.123.640
-17.770
-57.034
-185.276 -3.123.640
-216.785
734.604
-393.836
-3.159.046
-288.294
-1.004.500
-4.327.857
Te bestemmen reserve Totaal bijdragen gemeenten
*Programma Inburgering, SPUK onderwijsroute én extra taken vluchtelingenwerk
Bij het programma Inkomen is sprake van een nadelig resultaat. De andere programma’s sluiten af met positieve resultaten. De resultaten worden evenals voorgaande jaren afgerekend met de gemeenten. Voor programma Inburgering storten we een bedrag in de reserve. Voor een uitgebreide analyse van het resultaat verwijzen wij u naar de drie programma’s in hoofdstuk 3.1.4 en voor de bedrijfsvoeringskosten naar hoofdstuk 6 paragraaf 1. Bestemming resultaat De inburgeringsvoorzieningen worden bekostigd uit de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Deze middelen worden voor een inburgeraar over drie jaar beschikbaar gesteld. De uitgaven verlopen dus ook over drie jaar. Dat betekent dat de niet bestede middelen gereserveerd dienen te worden. Dit jaar wordt een voorstel gedaan om een bedrag van € 3.216.338 te reserveren voor inburgeringsvoorzieningen. Die middelen zullen voornamelijk besteed worden aan leerroutes. Voor de Onderwijsroute stellen we voor om een bedrag van € 92.697 te onttrekken aan de reserve vanwege de inzet van deze middelen in 2024. Besluit 1. Wij stellen het Algemeen Bestuur voor om het jaarverslag 2024 en de jaarrekening 2024 vast te stellen. 2. Wij stellen het Algemeen Bestuur voor om het niet bestede budget programmakosten te verrekenen met gemeenten. 3. Wij stellen voor om een deel van het resultaat te bestemmen ad € 49.170: I.
Wij hebben in 2024 rekening gehouden met de trainingen Omgaan met norm overschrijdend gedrag in het opleidingsbudget voor een bedrag van € 39.756. Door omstandigheden hebben we er geen invulling aan kunnen geven in 2024, inmiddels zijn de trainingen in gang gezet in 2025.
9
II.
4. 5.
6. 7.
Om de inwoner de mogelijkheid te bieden de individuele inkomenstoeslag digitaal aan te vragen, hebben we hiervoor kosten gemaakt in 2024 voor een bedrag van € 9.415. De factuur is echter in 2025 pas ontvangen. Wij stellen voor het resterend voordelig resultaat bedrijfsvoering kosten ad € 955.330 ( € 1.004.500 minus € 49.170) uit te keren aan de gemeenten. Wij stellen voor dat het Algemeen Bestuur instemt met de begrotingsoverschrijding van programma inkomen ad € 734.604, de onderwijsroute ad € 67.612, extra taken vluchtelingenwerk ad € 266 en de energietoeslag ad € 800. Wij stellen voor om van het resultaat van de inburgeringsvoorziening € 3.216.338 te storten in de bestemmingsreserve. Wij stellen voor om € 92.697 te onttrekken uit de bestemmingsreserve SPUK Onderwijsroute.
Vastgesteld door het dagelijks en Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant in zijn vergadering van 7 april 2025,
Hoogachtend,
Hoogachtend,
Arjan Dekker
René van Ginderen
Wnd. Secretaris/Directeur
Voorzitter
10
3. Programmaverantwoording 3.1 Strategische doelstellingen
3.1.1 Inleiding De D6 gemeenten en het Werkplein hebben eind 2021 afgesproken om in de periode 2022 tot en met 2024 op de volgende strategische doelstellingen in te zetten: 1. 2. 3. 4. 5.
Meer inwoners zijn zelfredzaam; Meer inwoners krijgen passende ondersteuning; Minder inwoners leven in armoede; We werken meer samen in het sociaal domein; Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners.
In de volgende paragrafen laten we zien welke ontwikkelingen het Werkplein (in samenwerking met gemeenten en partners) op deze strategische doelstellingen hebben gerealiseerd.
3.1.2 Bestandsontwikkeling In 2024 zien we dat het aantal uitkeringen met 1,3% gestegen is ten opzichte van december 2023.
Gemeente
December
Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
Etten-Leur
743
741
744
752
752
746
743
745
742
738
737
735
751
Verschil Verschil (%) 8
1,1%
Halderberge
469
467
470
463
463
462
461
455
457
461
457
462
465
-4
-0,9%
Moerdijk
530
532
539
542
542
544
545
549
555
555
552
554
557
27
5,1%
Roosendaal
1831
1833
1843
1843
1843
1866
1870
1850
1830
1808
1798
1806
1836
5
0,3%
Rucphen
337
334
336
336
336
340
339
337
335
336
337
339
347
10
3,0%
Zundert
193
195
197
204
204
200
199
205
208
204
205
203
202
9
4,7%
Totaal
4103
4102
4129
4140
4140
4158
4157
4141
4127
4102
4086
4099
4158
55
1,30%
We zien dat de ontwikkeling van het Werkplein bestand positief afwijkt ten opzichte van de landelijke lijn. In het laatste kwartaal van 2024 is er wel een relatief sterke stijging in vergelijking met de maanden daarvoor. Was er in oktober nog sprake van een lichte daling ten opzichte van december 2023, zien we dat er in de laatste twee maanden toch weer een piek is. Hoewel andere gemeenten van vergelijkbare grootte eenzelfde beweging laten zien, is deze bij het Werkplein sterker. Bij de gemeente Moerdijk zien we dat de stijging het hele jaar constant doorloopt. Waar bij andere gemeenten in het tweede kwartaal een daling inzet, is dat in Moerdijk niet zo. Een vergelijkbaar maar grilliger verloop is zichtbaar in de gemeente Zundert. In die gemeente zijn meerdere pieken zichtbaar over de loop van het jaar. Los van de stijging zijn die pieken te verklaren door het kleinere aantal inwoners met een uitkering. Bij alle andere gemeenten zien 11
we een stijging in de laatste maand. Dat komt doordat alle uitkering die worden toegekend in 2025 maar betrekking hebben op 2024, worden toegerekend aan de maand december. Deze kunnen ook betrekking hebben op de maanden oktober of november. Het is relevanter om te kijken hoe die ontwikkeling zich begin 2025 voortzet. Want hoewel zo’n stijging groot lijkt, heeft het relatief weinig invloed op de BUIGuitgaven van 2024. Het gaat immers nog maar om één of twee maanden die betaald hoeven te worden.
Onderstaande Visual geeft inzicht hoe het Werkpleinbestand van uw gemeente op 1 februari 2025 is opgebouwd. Deze visual geeft tevens een beter inzicht in het ontwikkelpotentieel van uw inwoners.
In de piramide is te zien hoeveel inwoners per categorie zijn ingedeeld. Doelgroep A zijn de inwoners die binnen een half jaar met enige ondersteuning naar werk bemiddelbaar zijn. Inwoners die in categorie B zijn gecategoriseerd hebben nog een heel traject te doorlopen om zich verder te ontwikkelen richting werk of participatie. Inwoners in categorie C zijn veelal niet bemiddelbaar naar betaald werk. Doel is om een stabiele leefsituatie te creëren. We zien dat inwoners veelal op verschillende vlakken hulpvragen hebben. Indien de leefsituatie stabiel is kunnen inwoners kleine stapjes zetten naar participatie en wellicht dat er op termijn meer mogelijk. Daarnaast zijn er nog inwoners die niet in een categorie ingedeeld zijn. Dit zijn veelal inwoners die kort uitkeringsgerechtigd zijn of statushouders. Statushouders worden op een later moment ingedeeld. Deze groep is de afgelopen maanden gegroeid aangezien nieuwe inwoners tijdelijk niet in een categorie werden ingedeeld vanwege de overstap naar een andere diagnosetool. In de middelste cirkeldiagrammen is te zien hoe de verschillende categorieën opgebouwd zijn. Inwoners met een ander inkomen, ontheffing of statushouder-achtergrond impliceren dat het ontwikkelpotentieel van deze groepen beperkt is.
Enerzijds omdat zij al gedeeltelijk een ander inkomen hebben, dit kan zijn deeltijdwerk (max werk in verband met medische situatie) of bijvoorbeeld gedeeltelijk een andere uitkering (bijvoorbeeld WIA). Of een ontheffing, bijvoorbeeld omdat iemand op het moment niet kan werken of zorg voor kleine kinderen heeft. Anderzijds is er een behoorlijk grote groep statushouders waarvan het gros eerst een aanzienlijk deel van de inburgering gevolgd moet hebben voordat uitstroom naar betaald werk aan de orde is. Dan blijft de ‘restgroep’ over. Dit is de inwonergroep waar het grootste ontwikkelpotentieel in zit. De meest rechtse cirkeldiagrammen geven uitgesplitst per categorie weer hoe de restgroep is opgedeeld naar inwoners met en zonder actief traject. Het grootste deel van deze inwoners heeft een lopend traject. 12
3.1.3 Strategische doelstellingen 3.1.3.1 Meer inwoners zijn zelfredzaam We streven naar zelfredzaamheid voor onze inwoners. We dragen hier op verschillende manieren aan bij. Dit kan bijvoorbeeld door uitstroom naar werk maar ook door het ontwikkelen van onze inwoners naar participatie of juist een stabiele leefsituatie. In 2024 zien we het aantal aanvragen dalen. Dat beeld zien we echter niet bij iedere gemeente terug. In Moerdijk en Zundert zien we juist meer aanvragen. In deze gemeenten is ook sprake van de grootste bestandsstijging. Rucphen is ongeveer gelijk aan vorig jaar. De daling is ongeveer gelijk verdeeld over de resterende gemeenten. Aantal aanvragen
2023
2024
Etten-Leur
194
183
Halderberge
110
101
Moerdijk
133
143
Roosendaal
473
438
Rucphen
87
86
Zundert
46
60
Totaal
1043
1011
Aantal aanvragen: 2023 vs 2024
3.1.3.2 Meer inwoners krijgen passende ondersteuning Beschut werk Wij bieden onze inwoners zoveel mogelijk passende ondersteuning in hun route naar een glimlach. Eén van de doelgroepen waar het Werkplein voor werkt zijn de inwoners met een indicatie beschut werken. Iedere gemeente krijgt jaarlijks een taakstelling met daaraan gekoppeld een budget voor de plaatsing van inwoners met een beschut werken indicatie. Alle inwoners met een beschut werken indicatie die kunnen werken zijn aan het werk bij WVS of een andere werkgever. Onze regio kent geen wachtlijst. We geven iedere inwoner een kans tot betaald werk, zonder dat het budget daar een leidende rol in speelt. In 2024 waren 10 inwoners met een beschut werk indicatie werkzaam bij een reguliere werkgever. In heel 2024 zijn 34 inwoners met een beschut werken indicatie bij WVS aan de slag gegaan. Daarnaast waren nog 4 inwoners bij een reguliere werkgever aan het werk. Plaatsingen tm 2024 Plaatsingen in bij WVS en andere kwartaal 4 2024 werkgevers (aantallen inwoners) (aantallen inwoners)
(Rijks)taakstelling t/m 2024
Totaal plaatsingen op basis van 31 uur tm 2024
Etten-Leur
23
31,27
0
37
Halderberge
20
14,84
1
16
Moerdijk
17
17,16
1
17
Roosendaal
67
76
3
85
Rucphen
24
15,58
1
17
Zundert
7
9,23
1
10
158
164,08
7
182
Beschut werk
D6
Tabel beschut werk; De Rijks Taakstelling rekent met 31 uur per plek. Als alle plaatsingen beschut werk in uren worden bekeken dan zijn er 164,08 plaatsingen gedaan (kolom 2). De kolommen 3 en 4 geven weer hoeveel inwoners er geplaatst zijn. Inwoners werken niet precies 31 uur in een beschutte werkplek waardoor het aantal plaatsingen op basis van uren niet overeenkomt met het aantal inwoners dat geplaatst is. 13
In paragraaf 3.1.3 is te zien dat het WSP ook voor andere doelgroepen passende ondersteuning biedt. Bijvoorbeeld de doelgroep garantiebanen.
Ontwikkeltrajecten
WVS voert in samenwerking met de ISD en het Werkplein ontwikkeltrajecten uit. Het betreft hier uitkeringsgerechtigden van de 9 deelnemende gemeenten met een ondersteuningsvraag, die voor maximaal 12 maanden met behoud van uitkering deelnemen aan een ontwikkeltraject. Het doel van een ontwikkeltraject is een optimale arbeids- en mensontwikkeling voor de werkzoekende. Het ultieme doel is het laten uitstromen van kandidaten richting regulier werk. In 2024 zijn vanuit ISD en het Werkplein gezamenlijk 286 ontwikkeltrajecten gestart. Dit aantal is lager dan de 380 waar aan het begin van het jaar rekening mee werd gehouden. Vanuit de Werkpleingemeenten zijn in 2024 190 inwoners aangemeld voor een ontwikkeltraject bij WVS. Dit zijn er 65 minder dan dat binnen de ketensamenwerking werd verwacht. We zien dat behoorlijk wat inwoners aan de voorkant afhaken omdat het traject niet passend lijkt te zijn. Dit is een aandachtspunt voor de ketensamenwerking. Aan de uitstroomkant zien we dat steeds meer inwoners die instromen in een ontwikkeltraject naar een baan worden begeleid of een passende route vinden via de ketensamenwerking. In totaal (voor de 9 gemeenten) zijn in 2024 78 inwoners via de ketensamenwerking aan het werk gegaan. 41 inwoners zijn bij een reguliere werkgever aan de slag gegaan en 28 inwoners zijn in het beschut werk gaan werken.
3.1.3.3 Minder inwoners leven in armoede Het Werkplein Het Werkplein voert verschillende regelingen uit die bijdragen aan het verminderen van de armoede van inwoners. In deze paragraaf geven we per regeling een toelichting. Bijzondere bijstand (exclusief energietoeslag)
2024
2023
2022
2021
2020
Aantal ingediende aanvragen
3.742
5.873
5.089
5.121
5.100
Aantal toegekende aanvragen
2.778
4.761
4.104
4.277
3.918
14
Van de 2.778 toegekende aanvragen had 74,5% van de aanvragers een Werkplein-uitkering.
Het aantal ingediende -en toegekende aanvragen bijzondere bijstand is fors lager dan in voorgaande jaren. Dat betekent echter niet dat er minder gebruik van deze regeling is gemaakt. Zie hiervoor in paragraaf 3.1.4 de Tabel ‘Programma Inkomensondersteuning 2024’. Dit komt omdat in de aantallen aanvragen bijzondere bijstand ook de aanvragen individuele inkomenstoeslag zitten. In het kader van administratieve lastenverlichting is het Werkplein eind 2023 gestart met het ambtshalve toekennen van individuele inkomenstoeslag aan inwoners die periodieke bijstand ontvangen. Die inwoners behoeven dus sinds 2024 hiervoor geen aanvragen meer in te dienen. Collectieve zorgverzekering
Aantal deelnemers
1e kwartaal 2024
1e kwartaal 2023
7.265
7.226
1e kwartaal 2022 6.781
1e kwartaal 2021
1e kwartaal 2020
7.273
7.392
In 2024 daalde het aantal deelnemers met 459 naar 6.806 op 1 november 2024. Belangrijkste redenen voor deze daling zijn: premieachterstand, overlijden en de uitgevoerde inkomenscontrole.
Overig gemeentelijk minimabeleid Het gaat hierbij om tegemoetkomingen voor maatschappelijke participatie (o.a. bezoek pretpark, bioscoop, dierentuin, theater, sportbeoefening etc.), schoolkosten, vakantieactiviteit en tijdschriftenregeling. 2024
2023
2022
2021
2020
1.144
1.218
1.450
1.070
1.046
Aantal toegekende aanvragen
924
927
1.017
786
727
Aantal ambtshalve continueringen
862
831
692
724
691
Aantal aanvragen
Van de huishoudens die deze voorziening in 2024 hebben ontvangen had 81% een Werkplein-uitkering. Bij vier van de Werkpleingemeenten verloopt de uitvoering via een webwinkelsysteem. Inwoners krijgen dan elk kalenderjaar een winkeltegoed waarmee zij zelf producten en diensten kunnen kopen/afnemen bij de aangesloten leveranciers. In 2024 is van het totaal toegekende webwinkelbudget (= € 621.485) feitelijk € 477.785 (=77%) verbruikt. In de voorgaande jaren lag het feitelijke gebruik op respectievelijk: 75% (2023), 71% (2022), 66% (2021) en 64% (2020) van het toegekende budget. Lagere verbruik in 2021 en 2020 werd veroorzaakt door de coronabeperkende maatregelen. Uitvoering Voorzieningenwijzer (website: Datgeldtvoormij.nl) In het 1e kwartaal 2024 hebben vijf Werkplein-gemeenten besloten om met een regelingencheck te gaan werken. Hiermee willen we het gebruik van landelijke -en lokale armoede-en minimaregelingen vergroten. Het Werkplein heeft de uitvoering hiervan voor de gemeenten op zich genomen. Roosendaal heeft de uitvoering voor inwoners die geen Werkplein-uitkering ontvangen belegd bij het loket Inwonersondersteuning. De eerste helft van het jaar is het Werkplein vooral druk geweest met het optuigen van de uitvoeringsorganisatie waaronder opleiding en inwerken van de uitvoerend medewerkers. Na de zomer is de daadwerkelijke uitvoering op gang gekomen.
In de eerste periode zijn een aantal medewerkers afgehaakt waardoor vervanging gezocht moest worden. Dit heeft de nodige extra tijd in beslag genomen.
15
Resultaten over de periode september tot en met december 2024: Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Zundert
Aantal gesproken inwoners
15
4
11
56
3
Aantal inwoners met advies om regelingen aan te vragen
9
2
7
10
0
Nog te behandelen
44
34
32
51
15
Ondanks de korte ervaringsperiode stellen we nu al vast dat de in het verleden gekozen werkwijze erg tijdrovend is en de respons van inwoners laag. De inschatting is dat het wantrouwen in de overheid en de complexiteit en voorwaarden van allerlei regelingen hier zeker een rol bij spelen. Werkwijze bestond uit het inwoners vooraf bellen met uitleg over systeem Voorzieningenwijzer en hen proberen te overreden tot een persoonlijk gesprek. De gesproken inwoners ervaren de Werkpleinuitleg wel als positief. Uit de data van de leverancier Voorzieningenwijzer blijkt ook dat inwoners die gesproken worden een substantieel bedrag besparen. Echter een te groot aantal inwoners heeft na het telefoongesprek met de Werkpleinmedewerker toch een voorkeur voor het invullen van de onlineversie in plaats van een persoonlijk gesprek met een Werkplein-medewerker. Daarmee zien we dat het systeem functioneert maar dat het aantal gesproken inwoners nog achterblijft. Het Werkplein en gemeenten streven er uiteraard naar dat het systeem Voorzieningenwijzer haar meerwaarde nog beter bewijst. Om dat te bereiken heeft het Werkplein ingaande januari 2025 extra maatregelen getroffen: • “Extra geld en meedoen” is prominent op de FrontPage van de website van het Werkplein geplaatst. • Bij alle Poortgesprekken bij het Werkplein krijgen inwoners standaard de folder Voorzieningenwijzer (Datgeldtvoormij) mee.
• Werkplein heeft instrument Voorzieningenwijzer nogmaals bij externe organisaties (Voedselbank en maatschappelijk werk) onder de aandacht gebracht en bij hen ook folders achtergelaten. • Intern wordt bij alle Werkplein-medewerkers met klantcontact nogmaals het instrument Voorzieningenwijzer en de meerwaarde daarvan onder de aandacht gebracht. • Medewerkers Voorzieningenwijzer gaan hun capaciteit vooral inzetten op inwoners die zich via de website “Datgeldtvoormij” zelf melden. We stoppen dus met het veelvuldig vooraf bellen van inwoners die tot de doelgroep behoren omdat de effectiviteit daarvan te laag is gebleken. • Werkplein gaat acties tegen het onbenut laten van Werkplein-regelingen combineren. Voorbeeld: inwoners die aangeschreven worden om hun recht op individuele inkomenstoeslag te gelde te maken, gaan we ook actief informeren over het instrument Voorzieningenwijzer. • Het Werkplein en gemeenten kijken naar de mogelijkheid om via bijvoorbeeld woningcorporaties de voorzieningenwijzer onder de aandacht te brengen.
Afwikkeling kinderopvangtoeslagaffaire Sinds het 2e halfjaar 2021 verlenen gemeenten en Werkplein hulp aan gedupeerden van de kinderopvangtoeslag (KOT)-affaire. Ook in 2024 hebben gemeenten en Werkplein hiervoor weer een aantal werkzaamheden verricht. De werkzaamheden van het Werkplein bestonden uit: •
Controle of gedupeerden een uitkering in het kader van de Participatiewet (Pw) ontvingen. De door de Belastingdienst uitgekeerde compensatiebedragen moeten immers vrijgelaten worden als gedupeerden algemene periodieke bijstand ontvangen.
16
•
•
•
Pauzeren van de incasso van Werkpleinvorderingen als inwoners zich bij de BelastingdienstToeslagen melden als gedupeerde. De pauzering duurt tot het moment waarop de BelastingdienstToeslagen een besluit heeft genomen dat de inwoner daadwerkelijk als gedupeerde wordt aangemerkt. Kwijtschelden van Werkpleinvorderingen mits die ontstaan zijn vóór 2021. In het boekjaar 2024 heeft het Werkplein bij drie gedupeerden woonachtig in: Etten-Leur, Moerdijk en Roosendaal openstaande vorderingen kwijtgescholden tot een totaalbedrag van € 2.455,75. Onderzoek naar verstrekte bijzondere bijstand in de kosten van bewindvoering. Aan 23 gedupeerden van de KOT-affaire heeft het Werkplein in 2024 bijzondere bijstand in bewindvoeringskosten verstrekt voor totaal € 32.791,99. Die bijzondere bijstandskosten kunnen de gemeenten vergoedt krijgen van het Rijk. Het Werkplein heeft de gemeenten geïnformeerd over de hoogte van die kosten.
De gemeenten hebben recht op Rijksvergoeding van de hierboven vermelde werkzaamheden en kosten. De totale tijdsinzet van het Werkplein maakt onderdeel uit van de verantwoorde bedrijfsvoering kosten. Op grond van drie ministeriele regelingen z.g. specifieke uitkeringen (SPUK), compenseert het Rijk de Werkpleingemeenten voor de aan (mogelijk) gedupeerde ouders en hun gezinnen geleverde brede ondersteuning en voor de kwijtschelding van publieke vorderingen. De verantwoording en declaratie van die kosten bij het Rijk loopt via de jaarrekening met bijbehorende Single information Single auditsystematiek (SiSa) van de werkpleingemeenten. Uitvoering compensatieregeling alleenverdienersproblematiek Iedereen met een inkomen moet op grond van de Wet op de inkomstenbelasting daar inkomstenbelasting over betalen. Binnen het systeem van de inkomstenbelasting bestaan er een aantal z.g. heffingskortingen. Als men recht heeft op heffingskortingen dan betaalt men minder inkomstenbelasting. Eén van die heffingskortingen is de ‘algemene heffingskorting’. Als men werkt, of een uitkering ontvangt, dan houdt de werkgever, of uitkeringsinstantie, daar bij de inhouding van de loonbelasting al rekening mee. Hierdoor wordt het maandelijkse nettoloon, of de netto-uitkering, dus hoger.
De Wet op de Inkomstenbelasting bevatte in het verleden een aparte regeling voor gezinnen waarbij slechts één van beide partners een inkomen had. De niet verdienende partner kon zijn/haar recht op de algemene heffingskorting te gelde maken door die bij de Belastingdienst terug te vragen. Om de arbeidsparticipatie van beide partners te bevorderen heeft het Rijk die regeling in de periode 2009 tot 2023 afgebouwd. Als men periodieke bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) ontvangt, wordt de bijstand maandelijks voor de helft aan beide partners (dus gesplitst) uitbetaald. Op die manier komen beide partners dus (ook) in aanmerking voor de hierboven beschreven algemene heffingskorting. In navolging van de afbouw van de algemene heffingskorting minstverdienende partner in de Wet op de Inkomstenbelasting, is in 2012 de bijstandswet hierop aangepast. Naast het feit dat die aanpassing van de bijstandswet dus later is gestart, loopt die afbouw ook nog langer door, namelijk tot 2036. Doordat de afbouwregeling bij beide wetten niet exact gelijk opliep, is er de afgelopen jaren een verschil ontstaan in het (netto) besteedbaar inkomen. Huishoudens die maar één keer de algemene heffingskorting krijgen, hebben immers een hoger belastbaar jaarinkomen voor de Belastingdienst-Toeslagen dan huishoudens die tweemaal de heffingskorting krijgen.
Als het belastbaar jaarinkomen hoger wordt, dan wordt het recht op huur -en zorgtoeslag immers lager. Daardoor hebben huishoudens met een hoger belastbaar jaarinkomen een lager besteedbaar inkomen dan een bijstandsgezin. Omdat de Rijksbelastingdienst dit probleem pas ingaande 2028 structureel kan oplossen heeft het Rijk aan de gemeenten gevraagd om de gedupeerde huishoudens over de jaren 2022 tot en met 2027 te compenseren voor de “gemiste huur-en zorgtoeslag”. Die compensatieregeling valt in twee fasen uiteen: • •
Fase 1: compensatie via de individuele bijzondere bijstand over de jaren 2022 tot en met 2024, Fase 2: compensatie via een nieuwe forfaitaire regeling in de Participatiewet over de jaren 2025 t/m 2027.
17
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Aantal aanvragen
1
3
3
11
0
0
Aantal toegekende aanvragen
2
2
1
6
0
0
€ 3.656
€ 1.542
€5
€ 6.141
€0
€0
•
Verstrekte compensatie
Verder hebben zich 18 inwoners gemeld om een verzoek om meer informatie. Met die inwoners is intussen telefonisch contact geweest maar dat heeft tot nu toe nog geen nieuwe aanvragen opgeleverd. Tot 1 april 2025 kunnen er nog aanvragen voor de regeling: 2022 tot en met 2024 worden ingediend.
3.1.3.4 We werken meer samen in het sociaal domein De lokale samenwerking binnen het sociaal domein vraagt continue aandacht. Dit geldt zowel voor gemeenten als het Werkplein. In 2024 is op uitvoerend niveau veel energie gestoken in het leren kennen van elkaar en elkaars werkwijze. In diverse gemeenten zijn collega’s van Werkplein aangesloten bij netwerkbijeenkomsten en reguliere overlegvormen van o.a. Wmo en Jeugd. Collega’s van gemeentes zijn ook bij overleggen van Werkplein aangesloten om kennis te maken met collega’s van verschillende teams en uitleg te geven over hun dienstverlening richting inwoners. Ook met organisaties als WVS, Surplus, Schuldhulpverlening, MEE West-Brabant en diverse lokale initiatieven is op deze wijze nader kennis gemaakt. Zo vindt ook een verbreding plaats van het netwerk van partners. Door de brede intake (welke we nu ruim een jaar structureel toepassen) - en de samenwerking met sociale partners van de D6 gemeenten (WMO, Jeugd en SHV) en daarbuiten - worden inwoners ondersteund op alle leefgebieden die aandacht vragen. Ook andersom worden de collega’s van het Werkplein steeds vaker benaderd omdat bij o.a. SHV, WMO en Jeugdprofessionals zaken aan het licht komen die om aandacht vragen. Zaken waarin het Werkplein weer iets kan bieden (inkomen, re-integratie, participatie, etc.). Afgelopen jaar is in alle werkgebieden een Meedoenfestival geweest.
Deze dagen hebben voor allerlei nieuwe kennismakingen en verbindingen gezorgd. Zowel voor onze inwoners als voor onze netwerkpartners en collega’s. In september hebben we een meedoen-netwerkevenement georganiseerd en input opgehaald voor een vervolg op deze festivals. 3.1.3.5 Werkgevers benutten beter de talenten en kwaliteiten van inwoners •
2023
2024
Banenafspraak
139
118
Beschut werk
34
35
Regulier betaald
191
279
Vrijwilligerswerk
Nvt
149
Statushouders
8
Nvt
Totaal
372
581
Het aantal gerealiseerde plaatsingen per jaar
18
Het totaal aantal plaatsingen is in 2024 flink hoger dan in 2023. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de plaatsingen vrijwilligerswerk in de cijfers van 2023 nog niet zijn meegenomen. In 2024 waren er 149 plaatsingen op vrijwilligerswerk. Ook als deze aantallen niet meegenomen worden dan is er sprake van een aanzienlijk groter aantal plaatsingen dan in 2023. In 2024 was de formatie van bemiddelaars voor reguliere plaatsingen goed op orde. Dit is dus zichtbaar in de resultaten over 2024. Hierdoor was het team in staat om een groter werkgeversnetwerk aan te spreken. De contacten met de ondernemersverenigingen zoals het IKE in Etten-Leur en de ondernemersverenigingen in Halderberge en Zundert werden intensiever en hier kwamen meer beschikbare banen uit. Daarnaast hebben wij geïnvesteerd in ontwikkelplaatsen. Dit zijn op arbeid georiënteerde opleidingen in zorg, horeca, bouw. Het Werkplein heeft dat dit jaar zelf georganiseerd waardoor veel inwoners hieraan deel konden nemen. We zien dat de continue aandacht voor de samenwerking tussen de ontwikkelaars en bemiddelaars zijn vruchten afwerpt. Bemiddelaars worden in een vroeg stadium betrokken zodat inwoners ook tijdens hun ontwikkeling bezig zijn met de volgende stap naar (vrijwilligers)werk. Daardoor hebben we in samenwerking met de ontwikkelaars meer aan voorlichting kunnen doen.
Dit was terug te zien in de resultaten van de NAC-banenbeurs. Regionaal hebben wij hier de meeste plaatsingen gegenereerd meer dan 15 op 1 dag met goede voorbereiding van de kandidaten.
WSP De bemiddelaars vanuit het werkgeversservicepunt (WSP) zijn de schakel tussen ontwikkelaar, inwoner en werkgever. De inwoners die bij het Werkplein terecht komen zijn in de meeste gevallen niet meteen klaar om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. Daarmee verandert ook de inzet van de bemiddelaar. Door inwoners zoveel mogelijk kennis te laten maken met de arbeidsmarkt is de kans op succes uiteindelijk ook groter. Dit geldt andersom ook voor de werkgevers. Door deze vroegtijdig kennis te laten maken met de doelgroep en inzicht te geven in problematieken wordt de kans op een succesvolle duurzame match ook groter. De samenwerking met werkgevers door middel van het stagecaroussel loopt door. Inmiddels zijn een aantal inwoners via deze weg uitgestroomd naar werk. Het afgelopen jaar zijn er vanuit het WSP heel wat verschillende events voor en met werkgevers en inwoners georganiseerd. Daarnaast is aangesloten bij bestaande ondernemersnetwerken al dan niet in samenwerking met de betreffende gemeentecollega’s. Hierbij is het netwerk uitgebreid en hebben inwoners en werkgevers elkaar ontmoet.
19
Vrijwilligerswerk Door de inzet van vrijwilligerswerk komen inwoners in beweging. In de huidige tijd zien we dat ook inwoners die nu het dichtst bij de arbeidsmarkt staan een veel langere periode nodig hebben om uit te stromen naar betaald werk. Ook voor deze groep biedt vrijwilligerswerk soms een opstap naar werk. Het zet inwoners in beweging. In 2024 zijn 149 inwoners gestart met vrijwilligerswerk om zich verder te ontwikkelen. Dit is een mooie stijging ten opzichte van 2023 (121 plaatsingen vrijwilligerswerk).
Banenafspraak en beschut werk Ongeveer een kwart van de plaatsingen in 2024 zijn inwoners met een indicatie banenafspraak of beschut werk. Team banenafspraak heeft nauwe contacten met scholen (VSO en pro-onderwijs). Hierdoor vindt een soepele overgang van school naar werk plaats. Het valt op dat het aantal plaatsingen banenafspraak gedurende heel 2024 wat lager is dan in 2023. We merken dat de doelgroep zwaardere problematieken heeft. Er zijn afgelopen jaar wel meer inwoners naar de WVS gegaan voor een voorontwikkeltraject richting plaatsing banenafspraak. Dit komt omdat inwoners moeilijker plaatsbaar zijn in de markt. Wel zien we dat de diversiteit van functies en bedrijven waar inwoners met een doelgroep indicatie geplaatst zijn hoog is. Daarnaast valt op dat een groter aantal dan normaal per 1 januari 2025 een baan gevonden hebben ten opzichte van december 2024.
20
3.1.4 Wat mag het kosten? Programma Werk en Participatie De inzet binnen het programma Werk en Participatie is gefinancierd vanuit de gemeenten. Voorheen betrof dat het participatiebudget dat gemeenten vanuit het Rijk via een specifieke uitkering kregen. Inmiddels is dat grotendeels opgenomen in de algemene uitkering. De re-integratiemiddelen zijn in de kern middelen die het Werkplein heeft ingezet om de re-integratie van inwoners te versnellen, te bevorderen dan wel mogelijk te maken. In 2024 waren de totale kosten minus baten van re-integratie activiteiten € 7.020.084. Dat is € 216.785 minder dan de gewijzigde begroting. Programma Werk & Participatie
Bijdrage aan bedrijfsvoering: Werkpunt Ontwikkeling Inzet instrumenten: Diagnostische tool en matchcare Szeebra Individuele trajecten/Maatwerk Ontwikkeltrajecten WVS Ketensamenwerking Praktijkervaringsplekpolis Extra inzet fraudepreventie Beschut werken Beschut werken reiskosten Jobcoaching Loonwaardemetingen Intensivering nazorg Project bestandsbeheersing Totaal lasten Baten Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting Jaarrekening 2024 na 2024 wijziging
Verschil
1.274.867 961.616
1.274.867 961.616
1.274.867 961.616
1.274.867 961.616
128.182 982.347 524.356 54.568 7.626
132.136 500.000 841.500 68.000 7.688 190.000 1.255.500 62.000 439.250 82.500 94.830
133.012 1.150.000 841.500 68.000 7.974
132.492 1.158.061 629.128 177.962 7.974 1.872.524 66.927 261.112 116.076 16.408 458.085 7.133.231 113.147
46.186 5.553.534
5.909.887
1.954.900 62.000 240.000 90.000 45.000 408.000 7.236.869
0 5.553.534
0 5.909.887
0 7.236.869
113.147 7.020.084
-520 8.061 -212.372 109.962 -82.376 4.927 21.112 26.076 -28.592 50.085 -103.638 113.147 113.147 -216.785
857.679 614.288 510.179 2.833.529 573.714 164.146 5.553.534
915.441 654.815 549.028 3.002.813 608.718 179.070 5.909.887
1.120.991 801.845 672.305 3.677.053 745.398 219.277 7.236.869
1.081.954 776.260 643.803 3.583.239 727.860 206.968 7.020.084
-39.037 -25.585 -28.502 -93.814 -17.538 -12.309 -216.785
1.236.533 53.572 209.824 73.856
Tabel: Programma Werk en Participatie 2024
Verschillenanalyse In totaliteit is er een bedrag van € 7.020.084 in 2024 ingezet voor re-integratie activiteiten. Dat is € 216.785 minder dan begroot.
Ontwikkeltrajecten WVS (voordelig € 212.372) Er zijn iets minder ontwikkeltrajecten ingezet dan we volgens de doelstelling hebben afgesproken. 21
Ketensamenwerking (nadelig € 109.962) Onder deze post vallen de kosten voor inhuur van de projectleider ketensamenwerking en overige kosten. Een deel van deze kosten, ad € 113.147, werd doorbelast naar de betrokken partijen. Hierdoor is het saldo gelijk aan de gewijzigde begroting. Beschut werk (voordelig € 82.376) Dit betreft de begeleidingskosten beschut werken. Er zijn uiteindelijk minder mensen boven de taakstelling geplaatst in 2025 in beschut werk dan van tevoren verwacht. De hoogte van de begeleidingskosten is mede afhankelijk van het moment van plaatsing. Dus bij plaatsingen later in het jaar zijn de kosten naar rato lager. Jobcoaching (nadelig € 21.112) Bij de gewijzigde begroting is deze post naar beneden bijgesteld. Uiteindelijk een lichte overschrijding door iets meer inzet van jobcoaching dan vooraf ingeschat. Loonwaardenmetingen (nadelig € 26.076) Er zijn meer loonwaardemetingen ingezet in 2024 dan verwacht. Intensivering nazorg (voordelig € 28.592) De kosten vallen lager uit dan begroot omdat er geen specifieke uren-inzet op nazorg is geweest. Project bestandsbeheersing (nadelig € 50.085) Afgelopen jaar hebben we extra ingezet op de bestandsbeheersing door middel van een aantal projecten. De kosten van de personele inzet en de kosten van het meedoenfestival zijn hoger uitgevallen dan bij de gewijzigde begroting ingeschat was.
Programma Inkomen Onze inzet binnen het programma Inkomen wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere begroting (qua personele inzet) als vanuit de BUIG-middelen. Deze laatste kosten worden 1- op-1 op klantniveau verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten gemaakt worden c.q. wiens inwoners het betreffen. De besteding van het budget over 2024 waarover het Werkplein kon beschikken is weergegeven in onderstaande tabel.
22
Programma inkomen Lasten Pwet BBZ BBZ (declarabel) IOAW IOAZ Onderzoekskosten Invorderings- en externe controlekosten Externe controlekosten Loonkostensubsidie Studietoeslag Totaal lasten Baten Baten debiteuren Buig Baten debiteuren Ioaw/Ioaz Baten debiteuren BBZ Baten debiteuren BBZ (declarabel) Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten
Jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2024 2023 na wijziging
Jaarrekening 2024
Verschil
70.365.377 188.974 0 3.022.049 316.593 63.403 14.250 157.841 4.849.161 201.883 79.179.531
649.450 -61.026 0 44.798 20.047 -36.597 -10.750 -42.159 23.441 -26.562 560.641
64.171.108 247.822
62.361.337 500.000
3.287.853 299.445 55.049 12.433 214.446 3.675.335 180.666 72.144.157
3.080.582 319.418 100.000 25.000 200.000 3.789.805 16.500 70.392.642
69.715.928 250.000 0 2.977.251 296.546 100.000 25.000 200.000 4.825.720 228.445 78.618.890
816.098 4.566 11.359 43.556 875.579 71.268.578
935.420 29.542 25.000 25.000 1.014.962 69.377.680
1.089.367 39.784 72.240 2.373 1.203.764 77.415.125
926.385 22.797 40.907 39.712 1.029.802 78.149.729
-162.982 -16.987 -31.333 37.339 -173.963 734.604
12.609.081 8.211.349 8.998.578 31.971.116 5.771.142 3.707.312 71.268.578
12.309.154 7.938.445 8.602.349 31.324.064 5.565.756 3.637.911 69.377.679
13.691.630 8.684.987 10.122.988 34.314.060 6.345.190 4.256.270 77.415.125
13.874.810 8.916.189 10.097.375 34.675.774 6.404.941 4.180.640 78.149.729
183.180 231.202 -25.613 361.714 59.750 -75.629 734.604
Tabel: Programma Inkomen 2024
Verschillenanalyse in hoofdlijnen Het programma inkomen valt in zijn geheel iets hoger uit dan de gewijzigde begroting 2024. Gerekend werd met een toename van 1%, dat is uiteindelijk 1,3% geworden. Los van de stijging of daling van het bestand worden de kosten ook beïnvloed door het moment waarop de stijging of daling intreedt. Daarnaast worden de uitkeringen ook tweemaal per jaar geïndexeerd.
Participatiewet Buig (€ 649.450) In de gewijzigde begroting is gerekend met een toename van het bestand met 1%. Uiteindelijk is het uitkeringsbestand over 2024 met 1,3% gestegen. We zien dat de stijging met name in de eerste helft en de laatste twee maanden van het jaar zit. Dat beïnvloedt de uiteindelijke besteding. Op het totale bedrag is dit een kleine afwijking.
BBZ (€ -61.026) We zien dat de kosten voor de Bbz al enkele jaren achterblijven bij de verwachting. Dit is al gecorrigeerd in de eerste begrotingswijziging. Dit is in lijn met een achterblijvend aantal ondernemers die zich meldt voor deze regeling.
IOAW / IOAZ (€ 44.798 / € 20.047) IOAW en IOAZ laten al jaren een dalende lijn zien in. Gezien de specifieke aard van de regeling weten we dat deze kosten jaarlijks zullen afnemen. Eén van de voorwaarden bij de IOAW is bijvoorbeeld dat iemand geboren moet zijn voor 1965 en tussen zijn 50e en 60e werkloos is geraakt. Die groep wordt steeds kleiner. Met deze daling houden we al rekening in de begroting. Het blijft moeilijk om een exacte inschatting te
23
maken hoe groot deze daling zal zijn. Daardoor zien we dat er weliswaar een daling is ten opzichte van 2023 maar minder dan in de eerste begrotingswijzing. Onderzoeks- en advieskosten BBZ (€ -36.597) We zien de kosten voor de BBZ dalen. Daarmee hangen de externe onderzoeks- en advieskosten direct samen. Bij een aanvraag BBZ wordt vaak een levensvatbaarheidsonderzoek opgevraagd. Als er minder aanvragen BBZ zijn dan zijn er ook minder onderzoeken. Loonkostensubsidie (€ 23.441) Het aandeel loonkostensubsidie valt hoog uit ten opzichte van de begroting. Het valt ook nog iets hoger uit dan de gewijzigde begroting. Enerzijds is dit vanwege de taakstellingen met betrekking tot beschut werk anderzijds vanwege het groeiende aantal garantiebanen. Dit is het gevolg van de uitvoering van de doelstelling en gemaakte afspraken met de gemeenten. Dit bedrag wordt ieder jaar hoger omdat er jaarlijks meer mensen geplaatst worden. Studietoeslag (€ -26.562) De studietoeslag valt pas sinds 2023 onder de Participatiewet. Daarvoor vielen deze kosten onder de bijzondere bijstand. De voorwaarden om in aanmerking te komen zijn ook gewijzigd. Daarom was het moeilijk om in te schatten hoe hoog deze post zou uitvallen. Studenten met een beperking komen voor deze toeslag in aanmerking als ze naast hun studie niet kunnen werken.