CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4b VRMWB Jaarstukken 2024.pdf

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 7.4: Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB)27.167 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Doelstelling is dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. De Universiteit van Maastricht is in opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) in 2021 een vierjarig onderzoek gestart naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting zijn in 2027 de onderzoeksresultaten van de Universiteit van Maastricht bekend. In afwachting van de uitkomsten van het onderzoek naar bezwarendheid zijn

VRMWB | Jaarstukken 2024

52

in het najaar van 2022 afspraken gemaakt waardoor 20-jarigen die maximaal 5 jaar voor de einddatum staan, onder voorwaarden, uitstel kunnen aanvragen totdat er landelijk een definitieve oplossing komt voor duurzame inzetbaarheid van brandweermensen. Nu de einddatum in 2026/2027 dichterbij komt, gaat men meer gebruik maken van het verzoek tot uitstel. Resultaten van het onderzoek worden verwacht midden 2026. Vooruitlopend op de resultaten van dit onderzoek wordt landelijk nagedacht over nieuwe afspraken over duurzame inzetbaarheid.

Omgevingswet De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig en een andere wijze van advisering van risicobeheersing aan gemeenten. Hiervoor is meer capaciteit nodig, vooralsnog is dit berekend op drie fte extra en € 240k. We verwachten dat gemeenten voor de extra structurele kosten worden gecompenseerd door het Rijk. Daar is echter nog steeds geen duidelijkheid over. Met het onderzoek naar de Risicobeheersingstaken in 2025 als onderdeel van de financiële uitdagingen brengen we de inhoudelijke, personele en financiële effecten in kaart.

Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (Wnra) De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), in werking per 1 januari 2020, regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de private sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van veiligheidsregio’s geldt uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. Met ingang van 1 januari 2022 treedt de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) namens de 25 Veiligheidsregio’s op als werkgeversorganisatie; ook voor wat betreft arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderwerp van gesprek. Onderzocht wordt of de wet volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt ingevoerd. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en op de arbeidsvoorwaarden. De keuze wordt niet verwacht in 2025. Indien er medio 2025 een besluit wordt genomen vindt de uitwerking hiervan plaats in 2026 en verder.

Er is op dit moment geen goede inschatting te maken van de exacte financiële risico's.

Stijgende loon- en prijsontwikkeling Wereldwijd is een duidelijke trend zichtbaar in de prijsontwikkeling van inkopen, gas, elektra en (bouw)materialen. Onderhoudscontracten voor materieel worden aanzienlijk verhoogd. Het risico ontstaat dat kosten voor onderhoud en de investeringsprojecten hoger uitkomen. Veel van onze contracten voor onderhoud, diensten en leveringen zijn per 1 januari 2024 tussen de 5-10% verhoogd. Hier is niet geheel rekening mee gehouden in de exploitatiebegroting. Vooraf was al duidelijk dat onze reguliere indexatiemethode niet passend is voor de extreme prijs- en loonstijgingen en er financiële tekorten ontstaan. Ondanks energiebesparende maatregelen hebben we te maken met een structurele jaarlijkse toename van de energiekosten, een deel van deze kosten VRMWB | Jaarstukken 2024

53

hebben wij opgevangen binnen onze begroting. Voor het resterende deel (circa € 326k) zien wij geen mogelijkheden tot structurele dekking van deze kosten binnen de bestaande begroting.

Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten Tot op heden gaan veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSS-symptomen. Voor veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen veiligheidsregio moeten worden gedragen.

Safety Village Door hoger verloop van personeel verwachten we dat de komende jaren meer geïnvesteerd moet worden in werving en selectie en het opleiden van vrijwilligers en beroepsmedewerkers. Dit legt een grotere druk op de ondersteunende diensten maar ook op ons opleidings- en trainingscentrum Safety Village en leidt naar verwachting tot capaciteitsproblemen. Hiervoor wordt nu al (samen met partners) naar oplossingen gezocht. Duidelijk is in ieder geval dat om de paraatheid op peil te houden jaarlijks twee extra manschapklassen opgeleid moeten worden wat € 150k per jaar kost. Ook moeten er keuzes gemaakt worden ten aanzien van de toekomst van Safety Village. Enerzijds om de capaciteit te vergroten maar ook om beter tegemoet te komen aan de flexibiliteit die nodig is om onze brandweermensen op te leiden en vakbekwaam te houden. Anderzijds is het noodzakelijk omdat de vergunning die in 2020 is verleend voor de tijdelijke kantoorhuisvesting begin 2029 verloopt, de huidige watervoorziening ontoereikend is om de nieuwe landelijke blustechnieken goed te kunnen beoefenen en de stalling van de voertuigen aanpassingen behoeft. Daarnaast worden douche- en omkleedfaciliteiten aangepast vanwege Arbo-eisen voor schoon en veilig werken.

Om deze keuzes te maken wordt in 2025 een business case opgesteld waarin de mogelijkheden, vergunbaarheid, kosten en de wijze van financieren in beeld worden gebracht.

Aansprakelijkheid bij niet verzekerbare risico's Bij de risicoaansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims en aansprakelijkstellingen. Dit risico kan zich voordoen waarbij we kosten krijgt die we niet kunnen verhalen bij de verzekering of anderszins.

Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

VRMWB | Jaarstukken 2024

54

De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hoe lager het kengetal, hoe sterker de positie. Door de hogere vordering op de debiteuren en een hogere uitzetting in Rijksschatkist, is de netto schuldquote verbeterd. Er is geen verschil tussen de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Dit wordt veroorzaakt doordat er geen kapitaalvestrekkingen zijn gedaan aan bijvoorbeeld deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen of overige verbonden partijen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft aan in welke mate we in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. De VNG geeft als richtlijn mee dat dit percentage bij voorkeur hoger is dan 25% voor gemeenten. We hebben echter maar een beperkt saldo aan eigen vermogen (reserves) omdat in de regel een positief jaarrekeningresultaat wordt teruggestort naar de gemeenten. Deze gemeenten vormen dan ook onze achtervang. De solvabiliteitsratio is iets gestegen ten opzichte van vorig jaar en ten opzichte van de begroting. Bij de begroting is uitgegaan van een lager eigen vermogen.

De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten. Een gezond kengetal zit net boven 0%. Dit geeft aan dat er geen structureel dekkingstekort zit in de begroting zonder anderzijds een overvloed aan structurele dekkingsmiddelen te hebben. Onze structurele exploitatieruimte is in 2024 zowel in de begroting als de realisatie positief uitgekomen en laat een gezonde financiële structuur zien.

3.7

Verbonden partijen

Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Wij zijn een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten zorgdragen dat we beschikken over voldoende middelen om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen, waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor zijn we een formeel verbonden partij voor de 24 gemeenten. We kennen zelf geen verbonden partijen in overeenstemming met de definitie van het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Deze worden hieronder toegelicht.

VRMWB | Jaarstukken 2024

55

Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant. De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en VRMWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Wij participeren voor een aandeel van 93,65% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats met de cijfers van de GHOR. Onze bijdrage aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in onze begroting en jaarrekening. De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige leefomgeving.

Publiek-Private Samenwerking Moerdijk Sinds 1 februari 2013 is er op het haven- en industrieterrein van Moerdijk een beroepspost ingesteld die 24 uur per dag zowel (overheids)basisbrandweerzorg als bedrijfsbrandweerzorg biedt. Deze publiek-private samenwerking (PPS) is vastgelegd in een overeenkomst tussen de Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) en VRMWB. In de overeenkomst zijn nadere afspraken vastgelegd over de financiering, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van beide partijen. Eind 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om met ingang van 1 januari 2027 te stoppen met de bedrijfsbrandweeractiviteiten en de PPS constructie met de SBM te beëindigen. De brandweerpost zal daarna doorgaan als overheidsbrandweer.

Publiek-Private Samenwerking voor blusboot We hebben een waakvlamovereenkomst met de firma BST te Dinteloord voor de incidentbestrijding op de vaarwegen rondom Volkerak en Schelde-Rijnverbinding. Firma BST exploiteert en beheert de blusboot (Furie 4) en de nautische bemanning. We leveren een opstapbemanning die is opgeleid en geoefend naar de huidige eisen.

Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OCB VR/Brw) Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met veiligheidsregio Zeeland, over de samenwerking meldkamer Bergen op Zoom voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1-1-2020 in onze dienst en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie. De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCo functie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen met een vaste verdeelsleutel 74% VRMWB – 26% VR Zeeland.

VRMWB | Jaarstukken 2024

56

4. Jaarrekening 4.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De jaarrekening geeft volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. Daarnaast geeft de jaarrekening een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. De waardering van de activa en passiva, en de bepaling van het resultaat, vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Het BBV bepaalt dat de jaarrekening uit onderstaande onderdelen bestaat: a. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting. b. De balans en de toelichting. c. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. d. Een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: •

•

•

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet. De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 14 december 2024 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. Hierbij gelden de spelregels conform art. 24 van de Financiële verordening VRMWB. Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

VRMWB | Jaarstukken 2024

57

•

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 3% is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. o Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Overzicht van baten en lasten en de toelichting Het overzicht van baten en lasten bevat het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten. Per programma zijn de gerealiseerde baten en lasten, en het saldo daarvan, opgenomen in de jaarrekening. Daarnaast is het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de post onvoorzien, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting opgenomen. Indien een van deze eenheden structureel nul is, wordt deze weggelaten in het overzicht. Conform het BBV is de toelichting op het overzicht van baten en lasten opgenomen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

De balans en de toelichting Vaste activa In de financiële verordening ex 2012 Gemeentewet artikel 10 zijn de richtlijnen met betrekking tot waardering en afschrijving van vaste activa beschreven. Deze richtlijnen zijn uitgewerkt in de beleidsnota ‘investeren, waarderen en afschrijven vaste activa Veiligheidsregio MWB 2021’ (inwerkingtreding 1 juli 2021). Deze nota wordt iedere vier jaar geactualiseerd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De (materiële) vaste activa zijn opgenomen op basis van historische waarderingsgrondslagen, respectievelijk vervaardigings- of verkrijgingsprijs minus een lineaire afschrijving. Investeringen met een meerjarig economisch nut en een waarde van minimaal € 10.000 worden in het jaar van ingebruikname volledig geactiveerd en afgeschreven per 1 juli van het betreffende boekjaar. Voor het activeren van activa gelden de regels volgens Hoofdstuk 5 van het BBV, en de richtlijnen die zijn opgenomen in de beleidsnota ‘Investeren, waarderen en afschrijven’. Voor het afschrijven van de activa worden onderstaande vastgestelde termijnen gehanteerd. De afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de economische levensduur van de activa. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast.

De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Jaarlijks wordt het bestaansrecht van de activa gecontroleerd.

VRMWB | Jaarstukken 2024

58

Vlottende activa Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Buiten gebruik gestelde vaste activa Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde of nihil waarde indien al volledig afgeschreven.

Vaste passiva Passiva bestaande uit het eigen vermogen, voorzieningen en langlopende schulden, worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De beleidsnota ‘Reserves en voorzieningen Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2022’ (Inwerkingtreding 1 januari 2022) behandelt de uitgangspunten en voorwaarden voor de vorming, aanwending en verantwoording van reserves en voorzieningen. Het eigen vermogen bestaat uit reserves en nog te bestemmen resultaat. Toevoegingen en onttrekkingen met betrekking tot reserves worden gedaan op basis van resultaatbestemming en worden conform het BBV separaat verantwoord. Het BBV schrijft vier mogelijkheden voor om een voorziening te vormen. De omvang van de voorzieningen is mede gebaseerd op schattingselementen, verband houdende met uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. Omdat de voorzieningen gewaardeerd worden tegen nominale waarden, worden geen jaarlijkse

VRMWB | Jaarstukken 2024

59

rentebijschrijvingen gedaan. De langlopende schulden worden verminderd met de aflossingen die al voor de balansdatum zijn voldaan.

Vlottende passiva Kortlopende schulden en verplichtingen die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, worden gewaardeerd tegen nominale waarden. Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan we voor toekomstige jaren zijn verbonden, worden opgenomen in de toelichting op de balans.

Resultaatbestemming Het saldo van de jaarlijkse baten en lasten vormt het resultaat. Dit resultaat en de bestemming daarvan wordt door het AB vastgesteld.

VRMWB | Jaarstukken 2024

60

4.2

Balans

VRMWB | Jaarstukken 2024

61

4.3

Toelichting op de balans

ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa

Materiële vaste activa economisch nut Investeringen De investeringen hebben betrekking op verbouwingen (gebouwen), reguliere vervangingen van voertuigen, machines, apparaten en installaties en overige materiële vaste activa. In paragraaf 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen en investeringen wordt een gedetailleerde specificatie gegeven van de investeringen in 2024. Desinvesteringen Gedurende het jaar zijn diverse activa afgestoten en verkocht. De resultaten hiervan zijn opgenomen in de exploitatie. Het resultaat op gronden, terreinen en gebouwen betreft de boekwaarde bij verkoop van de kazernes Waspik en Bergen op Zoom. Alle activa zijn gecontroleerd op aanwezigheid en levensduur en indien van toepassing gedesinvesteerd. Afschrijvingen In 2024 zijn de afschrijvingen toegepast op basis van lineaire afschrijvingen, volgens de termijnen gesteld in paragraaf 4.1 grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. Afwaardering Over de activiteiten van de Risk Factory is BTW verschuldigd. In overleg met de belastingdienst is op de aanschafwaarde van de activa de BTW in aftrek gebracht in 2023. Over drie van deze activa is de BTW onderling verkeerd berekend, dit is hersteld per 1 januari 2024 en per saldo veroorzaakt dit geen resultaat in de afwaardering.

VRMWB | Jaarstukken 2024

62

Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of minder Vorderingen op publiekrechtelijke lichamen

De positie debiteuren openbare lichamen is in 2024 toegenomen. De toename wordt veroorzaakt door een nafacturering aan diverse gemeenten van de gemeentelijke bijdrage en intekentaken volgens begrotingswijzigingen die in december heeft plaats gevonden. Het verschil in nog te ontvangen btw/bcf is ontstaan, doordat er voor de periode december een af te dragen bedrag op de btw is. De afrekening GHOR is lager vanwege hun lagere financiële resultaat. Uitzettingen in Rijk’s schatkist met een rente-typische looptijd korter dan 1 jaar De ter beschikking staande liquide middelen waren in 2024 toereikend om te voldoen aan de financieringsbehoefte die voortvloeide uit de salarisbetalingen, exploitatie uitgaven en realisatie op het investeringsplan. In 2024 zijn er verschillende kasgeldleningen aangetrokken om aan alle kortlopende verplichtingen te kunnen voldoen. Uitzettingen in het kader van Schatkistbankieren Presentatie gelden buiten Schatkistbankieren voorgeschreven 2024:

VRMWB | Jaarstukken 2024

63

Overige vorderingen of uitzettingen

De toename in debiteuren wordt veroorzaakt door een correctie op de indexering van de bijdrage PPS Moerdijk. Er is geen sprake van een voorziening dubieuze debiteuren.

Liquide middelen Kas- en banksaldi

Dagelijks wordt het saldo van de bank afgeroomd tot € 50.000 naar Rijks Schatkist.

VRMWB | Jaarstukken 2024

64

Simpled Card De hoogte van de kaartsaldi is gelimiteerd naar een vast bedrag. Hierdoor is het saldo in omloop sterk gedaald. Voor grote uitgaven wordt gestimuleerd om gebruik te maken van inkooporders, dit bevordert het inzicht van de uitgaven voor de budgethouders.

Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Overige Nederlandse overheidslichamen

Het betreft de kosten voor de opvang van ontheemden uit de Oekraïne die zijn gedeclareerd door diverse gemeenten en VRMWB. De definitieve afrekening door het Rijk van de door individuele gemeenten verantwoorde bedragen over 2022 heeft eind 2024 plaatsgevonden. De kosten gemaakt door diverse gemeenten en VRMWB over de jaren 2023 zijn gedeclareerd en de afrekening vindt plaats op basis van de SiSa-aangifte en de jaarrekening 2024. Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

Betalingen die in 2024 zijn gedaan, maar betrekking hebben op 2025 zijn opgenomen op de balans als vooruitbetaalde bedragen. Overige nog te ontvangen bedragen zijn opbrengsten die betrekking hebben op 2024 maar nog niet in 2024 zijn ontvangen. Het verschil ten opzichte van 2023 ontstaat door de verkoop van de kazerne Bergen op Zoom (€ 5.884k), waarvan de akte gepasseerd is op 31-12-2024 en de betaling op 3-1-2025 ontvangen is. Voor het COA vond er in 2023 nog een afrekening (€ 832k) plaats die in 2024 heeft plaatsgevonden, de contracten met het COA liepen tot 1-3-2024. De vooruitbetaalde voorschotten t.b.v. opvang ontheemden Oekraïne betreffen de gemeente Breda en Oisterwijk, waarvan de definitieve afrekening plaatsvindt in 2025 n.a.v. de aangifte SiSa 2024.

VRMWB | Jaarstukken 2024

65

PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Na een daling van het eigen vermogen in 2023 door de vrijval van de reserve kapitaallasten, is het in 2024 weer toegenomen, voornamelijk door de toevoeging van het resultaat over 2023. Algemene reserve

Op 12 december 2024 heeft het Algemeen bestuur besloten om een algemene reserve te vormen en de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen vast te stellen. Ook is besloten om de crisis- en calamiteitenreserve vrij te laten vallen en dit bedrag te storten in de algemene reserve. Bestemmingsreserves

De bestemmingsreserves zijn opgenomen in een meerjarig bestedingspatroon, waarin de benutting van wordt aangegeven. Bovenstaande overzichten van de algemene reserve en de bestemmingsreserves geven de totale reservepositie weer. Per 31-12-2023 bedroeg de totale reservepositie € 5.922k. Alle toevoegingen en onttrekking hebben volgens de begroting plaatsgevonden, met uitzondering van de reserve SaaS die volgens werkelijkheid is gemuteerd. Per 31-12-2024 resulteert dit in een totale reservepositie van € 6.521k. Crisis en calamiteiten Deze bestemmingsreserve was bedoeld voor het opvangen van uitgaven in verband met crises en calamiteiten binnen de regio, waar in de lopende begroting niet of onvoldoende ruimte voor is. In 2024 is door het Algemeen Bestuur besloten om deze reserve om te vormen tot algemene reserve. BDuR strategische projecten Volgens begroting is € 282k onttrokken voor onder andere het project duurzaamheid en voor de inzet van een strategisch beleidsadviseur en strategisch financieel adviseur boven de formatie. Ook is er een incidenteel bedrag onttrokken voor de piketfuncties van de voltijdofficieren (VOO) die hun opleiding hebben afgerond. BDuR BTW Volgens begroting is een bijdrage van € 140k uit de reserve onttrokken.

VRMWB | Jaarstukken 2024

66

Doorontwikkeling organisatie Deze reserve is voor de frictiekosten en het leiderschapstraject als gevolg van de doorontwikkeling van de organisatie. Volgens begroting is € 78k onttrokken. In werkelijkheid zijn er geen kosten uitgegeven omdat dit is opgevangen binnen de formatieve loonkosten. Hoge snelheidslijn (HSL) In 2024 is de reserve Hoge Snelheidslijn ingezet voor oefenuren ten behoeve van aanpak incidenten op de HSL en kapitaallasten van de voor de HSL aangeschafte voertuigen. Daarnaast is de reserve ingezet voor de dekking van de kosten van het instellen van 3 adviseurs brandweerzorg die de hoofden brandweerzorg ondersteunen onder andere op dossiers t.a.v. spoor en infrastructuur. SaaS De ICT kosten voor Software as a Service (SaaS) worden gedekt uit een egalisatiereserve SaaS waardoor een evenwichtige spreiding van de lasten wordt bereikt. Op basis van een meerjarenbegroting SaaS-projecten wordt in de begroting de hoogte van de onttrekking bepaald. Voor 2024 is meer onttrokken uit de reserve vanwege de implementatie van het financieel pakket in 2023, dat een niet geplande doorloop kende in 2024. Gerealiseerde resultaat Het gerealiseerde resultaat over 2024 bedraagt € 176k. Dit resultaat is vastgesteld in overeenstemming met art. 42 van het BBV.

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s

Regeling Vervroegde Uittreding Deze voorziening omvat alle financiële verplichtingen aan werknemers die gebruik maken van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Het gaat om afspraken met medewerkers om tot beëindiging van het dienstverband te komen en daarvoor gebruik willen maken van RVU. Spaarverlof Deze voorziening omvat de arbeidskosten gerelateerde verplichting aan medewerkers met betrekking tot het opgebouwde spaarverlof en de overmatige bovenwettelijke verlofsaldi. Op basis van de verlofstanden op 31-12-2024 is een storting geboekt voor nieuw opgebouwd verlof en een vrijval in de voorziening geboekt voor de opgenomen uren. Voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren Onderhoud huisvesting

VRMWB | Jaarstukken 2024

67

In 2013 heeft het bestuur ingestemd met het vormen van een voorziening onderhoud huisvesting om de onderhoudskosten van de gebouwen in tijd gelijkmatig te spreiden. De voorziening wordt gevoed op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) dat voor iedere kazerne is opgesteld en waarop periodiek actualisering plaatsvindt. In 2022 heeft actualisering van de MJOP’s plaatsgevonden zodat toekomstige aanspraken (20 jaar) ten behoeve van de uitvoering van het onderhoud van de gebouwen als gebruiker is gewaarborgd en inzichtelijk is gemaakt. Aan de voorziening wordt jaarlijks € 842k toegevoegd. De werkelijke kosten die in 2024 zijn uitgegeven voor het planmatig onderhoud bedroegen € 540k. Dit bedrag is onttrokken aan de voorziening. Vaste schulden met een rente looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen binnenlandse banken

In 2024 is een langlopende lening aangetrokken van € 7.000k en is er € 4.932k afgelost op de lopende leningen, wat resulteert in een saldo van € 31.737k.

Vlottende passiva Netto schulden met een rente looptijd korter dan 1 jaar Overige kasgeldleningen

Op 18-12-2024 is een kasgeldlening aangetrokken die op 18-2-2025 afgelost wordt. Overige schulden

Het verschil in saldo crediteuren wordt in 2024 veroorzaakt door onder andere de afrekening energiekosten van voorgaande jaren, opleidingskosten, de aanschaf van 3 tankautospuiten en de huisvestingskosten kazerne Breda. Het verschil in nog te ontvangen btw/bcf is ontstaan, doordat er een voor de periode december een af te dragen bedrag op de BTW is ten opzichte van een te vorderen bedrag in 2023.

VRMWB | Jaarstukken 2024

68

Overlopende passiva Verplichtingen die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen

De salarissen 13e maand zijn lager, omdat eind 2023 de levensloopregeling is gestopt en terugbetaald, de afwijking bedraagt ongeveer € 88k. De kosten voor 2024 betreffen de nog uit te betalen piketvergoeding van € 36k en overwerk van € 6k voor de maand december. De loonbelasting is lager omdat in 2023 een groter bedrag is uitgegeven voor pseudo-RVU. Over de RVU is een eindheffing verplicht die de werkgever moet betalen voor elke verstrekte uitkering. De hoogte van de heffing is 52% over de uitkering. Ontvangen overheidsvoorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel – Rijk

Het vooruitontvangen voorschot vanuit het Rijk bedraagt € 617K waarbij de werkelijk gemaakte kosten van de VRMWB (€ 295K) verrekend zijn. Na aangifte SiSa 2024 door de gemeenten vindt in 2025 de definitieve afrekening plaats. Ontvangen overheidsvoorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel - overige Nederlandse overheidslichamen

Transitiekosten meldkamer In het uitwerkingskader van de meldkamer (2018) is afgesproken dat het beheer van de meldkamers wordt overgenomen door de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). Als compensatie van mogelijke frictiekosten op het gebied van beheer en ondersteuning is een vergoeding ontvangen van het Ministerie van J&V ad € 500k. In 2024 zijn (landelijke) vervolgstappen genomen in de transitie en is een deel van de vergoeding aangesproken. Risk Factory Voor de activiteiten die gerelateerd zijn aan het opzetten en exploiteren van een Risk Factory heeft de Provincie Noord-Brabant eind 2021 besloten om een subsidie van € 175k toe te kennen. Deze subsidie is in drie termijnen ontvangen over de periode 2022-2024. In 2024 is de 3e termijn van € 55k ontvangen, waarvan € 44k toegerekend is aan de subsidiabele kosten in 2024.

VRMWB | Jaarstukken 2024

69

4.4

Investeringen

Financiële consequenties investeringen In 2024 is er voor € 4,1 miljoen geïnvesteerd in materiële vaste activa. Alle investeringen betreffen investeringen met een economisch nut. We hebben geen investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut uitgevoerd.

Bedrijfsgebouwen Gebouwen Laadpalen zijn op meer locaties aangelegd dan in de begroting was voorzien. Hierdoor ontstaat een nadelig resultaat van € 52k.

Verbouwingen De verbouwing van de entree Breda is overschreden met € 28k. Een deel van de verduurzaming kazernes en de verbouwing van de kazerne Ossendrecht, met een totale investering van € 86k, schuift door naar 2025. Per saldo is er op verbouwingen € 60k minder uitgegeven.

Vervoermiddelen Voertuigen In 2024 stond de aanschaf van 8 tankautospuiten (TS-en) op het investeringsplan. Eén tankautospuit is niet in 2024, maar aan het einde van 2023 aangeschaft. Hierdoor is in 2024 € 470k minder geïnvesteerd. Aan de zeven overige TS-en is € 245k minder uitgegeven dan begroot omdat besloten is om geen nieuwe blusschuimsystemen (One-seven) meer op de voertuigen te plaatsen. Overig gering voordelig resultaat bedraagt € 3k.

Machines, apparaten en installaties Installaties Omroepinstallaties worden niet meer aangeschaft. De in 2024 geplande investering van € 16k is gewijzigd in een toegang-/ intercomsysteem en schuift door naar 2025.

Inventaris voertuigen Het investeringsbedrag voor standaardinventaris tankautospuiten (TS-en) en hydraulisch redgereedschap is niet volledig uitgegeven (€ 99k). Daartegenover staat een extra investering op Obundels voor € 103k. Per saldo is er € 4k meer uitgegeven aan inventaris.

VRMWB | Jaarstukken 2024

70

Werkplaatsen De investering in dynamische testapparatuur is hoger uitgevallen (€ 32k). Overig gering voordelig resultaat bedraagt € 4k.

Overige materiële vaste activa Informatietechnologie Digitale oefenmiddelen en hardware - PC en werkplek onbemand schuiven door naar 2025 (€ 105k). Investeringen voor extra pagers en headsets (€ 54k) en het operationeel dagjournaal (€ 16k) waren niet begroot in 2024. Op diverse andere investeringen ontstaat een voordelig resultaat van € 15k.

Inventaris gebouwen Geplande nieuwbouw en verbouwingen van kazernes hebben vertraging opgelopen. Hierdoor schuift € 102k aan investeringen door naar 2025. Door alleen het strikt noodzakelijke slaapkamermeubilair te vervangen, minder uit te geven aan kazerne meubilair en af te zien van de investering in bureaus en bureaustoelen, is in totaal een besparing € 81k gerealiseerd.

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) Het vanuit 2023 naar 2024 doorgeschoven bedrag van € 93k voor het operationele tenue bleek onvoldoende. Door nieuwe vrijwilligers, de uitbreiding van een tenue voor de receptiemedewerkers en doordat medewerkers vanaf meerdere locaties zijn gaan uitrukken, is € 138k meer geïnvesteerd. Op reddingsvesten is € 17k minder geïnvesteerd. Overig gering voordelig resultaat bedraagt € 2k. In onderstaand overzicht is een specificatie opgenomen van de gerealiseerde investeringen 2024 per soort.

4.5

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

We hebben enkele (mogelijke) verplichtingen die van omvang zijn, maar niet in de balans zijn opgenomen. De belangrijkste verplichtingen (boven € 200k) staan in onderstaande tabel. Hier worden ook de overschrijdingen van de contracten meegenomen. Voor 2024 zijn er geen overschrijdingen op contracten geconstateerd.

VRMWB | Jaarstukken 2024

71

4.6

Baten en lasten

In onderstaand overzicht van de baten en lasten wordt de begroting voor wijziging en begroting na wijziging vergeleken met de realisatie.

Per pijler zijn de voornaamste verschillen tussen de begroting na wijziging en de realisatie weergegeven en toegelicht in paragraaf 4.7 Verschillenanalyse baten en lasten.

VRMWB | Jaarstukken 2024

72

4.7

Verschillenanalyse baten en lasten

Toelichting per programma en pijler Toelichting wordt gegeven op verschillen boven € 25.000.

VRMWB | Jaarstukken 2024

73

nr.

Verschillenverklaring

1

Door met name de inhuur van een medewerker voor de receptie en de uitbesteding van de visualisatie van het dienstenpalet bij Risicobeheersing is een nadeel van € 39k ontstaan.

2

Op lonen en salarissen hebben we een voordeel van totaal € 70k. Deze bestaat uit € 91k lagere kosten door vacatures en lagere lasten van de trainee industriële veiligheid (IV). De lagere baten komen door € 20k aan lagere opbrengsten op detacheringen.

3

Dit betreft de verplichte stortingen in de voorziening RVU-regeling (€ 99k) en de dotatie (€ 13k) voor het gespaarde verlof en de vrijval (€ 29k) voor het opgenomen spaarverlof aan de voorziening spaarverlof. Totaal is dit een nadeel van € 82k.

4

De lasten van opleidingen en oefeningen laten een voordeel zien van € 54k wat is ontstaan door het niet of later instromen van nieuwe medewerkers. Verder zijn er enkele opleidingen geannuleerd door externe opleidingsorganisaties.

5

Het saldo van € 10k hogere kosten is opgebouwd uit € 30k hogere werkkosten, voornamelijk reis- en verblijfkosten in combinatie met € 20k hogere baten door de lagere definitieve afrekening GHOR over 2023.

6

Het nadelige saldo van de lasten is opgebouwd uit verschillende posten. Het grootste nadeel van € 59k komt door hogere advieskosten voor het onderzoek span of control districten en personele casuïstiek. Verder is een nadeel ontstaan van € 12k voor hogere veilingkosten vanwege de verkoop van activa en een nadeel van € 25k door onderbesteding op de extra BDuR gelden versterking CB/IP. Dit komt deels door een verschuiving naar de loonkosten en deels door een verschuiving naar 2025. Hier staat een storting in de reserve CB/IP tegenover van € 15k. Tegenover deze nadelen staat een voordeel van € 40k door vrijval niet gedeclareerde piketten van voorgaande jaren.

7

Op de budgetten voor de facilitaire kosten is een nadeel ontstaan van € 316k. Dit nadeel is opgebouwd uit een nadeel van € 499k door hoge energiekosten. Verder zijn er voordelen bij de districten op het klein dagelijks onderhoud van alle gebouwen van € 141k en een voordeel van € 98k op mobiele telefoons vanwege het afsluiten van een nieuw contract.

8

De dekking van scholings- en advieskosten van totaal € 32k bij het OCB kwam uit de transitiepost Meldkamer. Er zijn werkelijk minder kosten gemaakt waarvoor minder is onttrokken en daarmee een nadeel op de baten. Het voordeel op de lasten komt uit de FLO van de 3 districten samen.

9

Op de verkoop van activa is een hogere opbrengst gerealiseerd van € 237k. De kapitaallasten zijn op basis van het definitieve investeringsprogramma 2024 € 128k lager.

10

Op lonen en salarissen is een voordeel van totaal € 678k ontstaan doordat er € 137k aan uitkeringen ouderschap- en zwangerschapsverlof is ontvangen en er € 541k lagere loonkosten zijn, voornamelijk door vacatureruimte.

11

Dit betreft de verplichte stortingen in de voorziening RVU-regeling (€ 113k) en de dotatie (€ 653k) voor het gespaarde verlof en de vrijval (€ 21k) voor het opgenomen spaarverlof aan de voorziening spaarverlof. Totaal is dit een nadeel van € 745k.

VRMWB | Jaarstukken 2024

74

12

Het voordeel op de lasten van € 521k wordt met name veroorzaakt door onder realisatie van € 472k door vertraging in de aanbesteding van vakbekwaam blijven chauffeurs, afmeldingen voor het realistisch oefenen (kerntaak brand), gewijzigde data van opleidingen voor manschappen en chauffeurs, minder opleidingen van IBBmanschappen en scheepsbrandbestrijding. Overige kleine afwijkingen bedragen € 49k positief.

13

Het voordelige saldo van € 463k is opgebouwd uit een voordeel op de baten van € 100k en een voordeel op de lasten van € 363k. Het voordeel op de baten wordt met name veroorzaakt door de extra opbrengsten op de doorbelasting aan de SBM van € 42k, vakbekwaam worden voor derden € 37k en overige opbrengsten € 21k. Het voordeel op de lasten komt voor een groot deel door de begrote kosten voor Moerdijk-Haven. Met ingang van 2024 worden 50% van de begrote kosten MoerdijkHaven gefactureerd aan het havenbedrijf SBM. De extra opbrengst van € 531k was als 'nog te bestemmen' opgenomen. Eind 2024 heeft besluitvorming in het AB plaatsgevonden waardoor deze begrote kostenpost van € 531k wordt gestort in een reserve ter dekking van de extra kosten 2027-2028. Hierdoor ontstaat een voordeel. De storting is aangegeven bij de reserves als een nadeel. Door het niet inzetten van de organisatiebrede onderbesteding in 2024 van de extra BDuR CB/IV gelden zijn de kosten € 189k lager. Hier staat een storting in de reserve BDuR CB tegenover. Voor het leasen van e-noses, voorheen betaald vanuit samenwerking spoor MoerdijkHalderberge en Roosendaal, is sinds eind 2021 geen structureel budget. Dit leidt tot een nadeel van € 114k.

Verdere grotere nadelen zijn de hogere kosten voor de PPMO-keuringen (€ 70k), de hogere kosten op de aanschaf van meetapparatuur van € 114k en de hogere zakelijke reiskosten van € 46k.

14

Het voordeel van € 453k is ontstaan doordat er minder incidenten zijn geweest, waardoor er minder inzeturen nodig waren van de vrijwilligers. Vooraf zijn dit soort incidenten niet te voorspellen en daarom ook niet de hiervoor benodigde inzeturen.

15

Doordat de gerealiseerde kosten in het kader van de vluchtelingen € 30k lager uit zijn gevallen dan begroot, wordt er ook € 30k minder gedeclareerd bij het Rijk.

16

De lagere loonkosten als gevolg van ontstane en later ingevulde vacatureruimte zorgen voor een voordeel van € 47k.

17

Het nadeel van totaal € 13k is ontstaan door € 25k lagere baten Risk Factory, hiervan is € 18k entreeopbrengsten door minder leerlingen en de verschuiving van de realisatie van het scenario voor senioren en € 7k lagere inzet subsidie van de Provincie door lagere subsidiabele kosten. De € 11k lagere kosten zijn ontstaan door het doorschuiven van een campagne van (Brand)Veilig Leven.

18

Door het aantrekken van een langlopende lening en meerdere kasgeldleningen ontstaat een hogere te betalen rente van € 258k waarmee de lasten nadelig uitkomen. Daartegenover is de te ontvangen rente op de rekening courant schatkistbankieren € 258k hoger dan eerder ingeschat. Per saldo neutraal.

VRMWB | Jaarstukken 2024

75

4.8

19

Op advies en uitbesteding overhead ontstaat een positief saldo op de lasten van € 158k. Dit saldo is opgebouwd uit meerdere voor- en nadelen. De grootste nadelen komen door de inhuur buiten de formatie voor de implementatie van het nieuwe financiële systeem (€ 62K) en het onderzoek risicobeheersing (€ 61k). De grootste voordelen komen door minder kosten op uitbesteding bij verschillende ICT-projecten (€ 129) en € 86k lagere kosten inhuur door verschuiving naar loonkosten.

20

Het voordeel van € 165k is voornamelijk ontstaan door een voordeel op licenties van € 150k. Dit wordt veroorzaakt doordat een deel van de geraamde onderhoudskosten niet meer betaald hoeft te worden (€ 100k) en ook door verschillende voordelen als gevolg van nieuwe contracten (€ 50k). Verder is een voordeel van € 15k ontstaan op communicatiemiddelen. Dit omdat er voor de projecten Visitatie en Duurzaamheid in 2024 voldoende eigen budget was zodat minder van het algemene budget nodig was.

21

Op de lonen en salarissen binnen Overhead ontstaat een nadeel van € 845k die voornamelijk wordt veroorzaakt door de niet gecompenseerde loonindex van € 655k. Verder zijn de inhuurkosten en overwerkkosten € 241k hoger dan de vrijval door vacatureruimte. Daar tegenover staan ook hogere baten van € 66k door ontvangen uitkeringen voor ouderschap- en zwangerschapsverlof.

22

Dit betreft de verplichte stortingen in (€ 93k) en uitkeringen van (€ 62k) de lopende regelingen binnen de voorziening RVU en de dotatie (€ 127k) voor het gespaarde verlof en de vrijval (€ 136k) voor het opgenomen spaarverlof aan de voorziening spaarverlof. Totaal is dit een nadeel van € 21k.

23

Onder "overig" vallen veel budgetten. Het belangrijkste voordeel is de lager uitgevallen ongevallenverzekering met € 114k. Deze verzekering is ondergebracht in de landelijke stichting Waarborgfonds VR's. Het voordeel op de baten komt door een bijdrage van € 33k van de gemeente Moerdijk in de kosten van de verlengde RVU-regeling.

24

De mutaties op de reserves en voorzieningen leiden tot een totaal van € 846k aan hogere lasten. Er zijn verschillende grote verschillen. Allereerst is er een verschuiving van de reserve crisis en calamiteiten, deze wordt gestort in de algemene reserve. Dit zorgt bij de lasten en de baten voor een verschil van € 1,77M en is dus neutraal. Verder is er € 574k gestort in de reserve Post Moerdijk voor de opvang van toekomstige kosten en een storting van € 291k in de reserve BDuR CB uit de onderbesteding 2024 van de extra BDuR-gelden versterking CB/IP. De onttrekkingen zijn bij de reserve SaaS € 100k hoger vanwege het financieel pakket en de onttrekking van de geraamde dekking voor de kosten met een BDuR CB dekking zijn € 77k lager.

Overzicht van de aanwending van het bedrag onvoorzien

Dit voorgeschreven overzicht ex artikel 28, lid b van het BBV is niet opgenomen omdat binnen de begroting 2024 van VRMWB geen bedrag voor onvoorzien bestond. Van eventuele aanwending is daarom ook geen sprake.

VRMWB | Jaarstukken 2024

76

4.9 Incidentele baten en lasten en structurele toevoegingen en onttrekkingen Overeenkomstig artikel 28, lid c en d van het BBV dient een specificatie te worden opgenomen van de incidentele baten en lasten en de structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves. De onderstaande tabel is een combinatie van beide wetsartikelen in één overzicht en geeft inzicht in het structurele evenwicht van de jaarrekening.

Toelichting op incidentele posten hoger dan € 50k Algemeen Wij duiden de volgende type posten als incidenteel: • • •

De (projectmatige) lasten die worden gedekt uit een reserve. Mutaties in de reserves. Eenmalige baten en lasten op niet terugkerende posten in de begroting.

Lasten en baten Stimuleren redzaamheid in de samenleving In deze pijler hebben zich geen incidentele baten of lasten voorgedaan.

VRMWB | Jaarstukken 2024

77

Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet (€ 407k) Het betreft lasten waar een dekking van verschillende reserves tegenover staat. Allereerst de reserve BDuR Crisisbeheersing, totaal € 112k incidentele lasten voor de tijdelijke inhuur buiten de formatie van een adviseur Crisiscommunicatie en de inhuur van een tweetal ontwikkelaars voor de verbetering van de informatiepositie. Daarnaast de lasten binnen de reserve HSL (€ 242k) voor tijdelijke dekking van de inzet van 3 adviseurs brandweerzorg ter ondersteuning van de hoofden brandweerzorg op onder andere infra en spoor dossiers. Als laatste de inzet van de reserve BDuR Strategische projecten voor een bedrag van € 40k voor de dekking van de kosten van de piketfuncties voor de voltijdofficieren. Dit is inmiddels structureel verwerkt. Overhead: Wendbare en duurzame organisatie (€ 592k) De meeste incidentele lasten worden afgedekt met een onttrekking aan een reserve. Voor de Overhead is dat een bedrag van € 133k uit de BDuR Strategische projecten voor dekking van de kosten voor een projectleider van het financieel systeem, een extra communicatieadviseur en een beleidsadviseur boven de formatie. Verder een totaalbedrag van € 305k voor verschillende projecten in de informatievoorziening, waaronder de aanschaf van een financieel pakket en de vervanging van software in het primaire proces en ICT.

Dit zijn lasten binnen de SaaS reserve. Ook zijn er incidentele lasten op de reserve BDuR CB van € 50k voor de inhuur van een ontwikkelaar van Power BI. Als laatste een bedrag van € 55k uit de reserve Doorontwikkeling voor de frictiekosten en het leiderschapstraject als gevolg van de doorontwikkeling van de organisatie die vanaf 2021 plaats vindt.

Mutaties reserves Onttrekkingen reserves (€ 3.196k) De onttrekkingen aan de verschillende reserves zijn in de voorgaande toelichting op de lasten en baten van de pijlers al toegelicht. Het gaat hier om de onttrekking aan de reserves HSL (€ 258k), SaaS (€ 354k), BDuR BTW (€ 140k), BDuR Strategische projecten (€ 282k) en BDuR CB (€ 183k). De grootste onttrekking is de vrijval van de reserve Crisis en calamiteiten (€ 1.770k). Deze reserve is met een besluit van het Algemeen Bestuur omgevormd tot de Algemene reserve. Toevoegingen reserves (€ 2.993k) In 2024 is een totaalbedrag van € 2.993k aan de reserves toegevoegd. De grootste toevoeging is de omvorming van de reserve Crisis en calamiteiten naar de Algemene reserve voor een bedrag van € 1.770k. Verder zijn toevoegingen gedaan aan de reserve Saas (€ 357k) volgens de begroting, en een toevoeging aan de reserve BDuR CB (€ 291k). Als laatste is er een bedrag van € 573k toegevoegd aan de nieuw gevormde reserve Post Moerdijk Haven. Per 1 januari 2027 komen de bedrijfsbrandweertaken te vervallen en daarmee ook de bijdrage vanuit het bedrijfsleven. De reserve wordt gevormd om die bijdrage tijdelijk op te vangen in 2027 en 2028.

VRMWB | Jaarstukken 2024

78

4.10 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector Als gevolg van de Wet normering topinkomens (WNT) worden bezoldigingen en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen bij instellingen waarop de wet van toepassing is genormeerd en openbaar gemaakt. Het bezoldigingsmaximum wordt jaarlijks geïndexeerd en is voor 2024 € 233k. De WNT geldt voor topfunctionarissen. Dit betekent in de praktijk de bestuurder(s) en, onder bepaalde voorwaarden, de hoogste leidinggevende(n) van een organisatie. Voor niettopfunctionarissen met een dienstbetrekking geldt alleen een publicatieplicht op functie. Gezien het criteria van de dagelijkse leiding over de gehele organisatie, vallen alleen de algemeen directeur/regionaal commandant en de plaatsvervangende directeur/regionaal commandant onder de meldingsplicht WNT.

Publicatie topfunctionarissen zonder bezoldiging Naam

Functie

Gemeente

Th. L. N. Weterings P.F.G. Depla M. Mulder M. Witte A. J. Moerkerke J.F.M. Janssen M. Buijs F. Th.J.M. Backhuijs L. Schuitmaker E.B.A. Lichtenberg M.H.M.R. de Hoon-Veelenturf M.C. Bakermans J.C. Slagboom B.H.G. Scholtze M.C. Starmans-Gelijns D.A. Alssema M.W.A.M. van Stappershoef B.J.A. Roks E.M.L. Weys J. van Aart E. Ronnes J.M. van Midden M. Buijs M. van der Meer Mohr R.P. van den Belt S.C.A.M. Ausems J.J.C. Adriaansen J.G.P. Vermue

Voorzitter AB/DB Plv. Voorzitter AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB

Tilburg Breda Bergen op Zoom Geertruidenberg Moerdijk Oisterwijk Oosterhout Oosterhout Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Dongen Dongen Drimmelen Etten-Leur Gilze Rijen Goirle Halderberge Hilvarenbeek Loon op Zand Loon op Zand Roosendaal Roosendaal Rucphen Steenbergen Waalwijk Woensdrecht Zundert

VRMWB | Jaarstukken 2024

Aanvang en einde functievervulling 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 17-06-2024 18-06-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 04-06-2024 05-06-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-08-2024 02-09-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-05-2024 18-06-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024 01-01-2024 - 31-12-2024

79

Publicatie bezoldiging leidinggevende topfunctionaris met dienstbetrekking

VRMWB | Jaarstukken 2024

80

4.11 Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (SiSa) De extra gelden van de Rijksoverheid voor specifiek beleid worden verantwoord via de methodiek SiSa: single information, single audit. Onderstaand de verantwoording over de besteding zoals deze verstrekt wordt aan de overheid.

VRMWB | Jaarstukken 2024

81

4.12 Rechtmatigheidsverantwoording Dagelijks Bestuur Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur Veiligheidsregio Midden – en West-Brabant De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 12 december 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken.

Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 3.230.290. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024.

Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 1.969.797 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 3.230.290. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Algemeen Bestuur overigens een bedrag van € 826.450 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken.

VRMWB | Jaarstukken 2024

82

De geconstateerde afwijkingen betreffen:

* deze onrechtmatigheid wordt verder toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (pagina 34)

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2024 van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

VRMWB | Jaarstukken 2024

83

4.13 Financieel overzicht op taakvelden

De lasten voor het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen zijn tot stand gekomen op basis van een analyse van de bestede uren van de sector risicobeheersing. Het gehanteerde percentage voor de toerekening bedraagt 41%.

VRMWB | Jaarstukken 2024

84

5.

Overige gegevens

5.1

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen relevante gebeurtenissen na balansdatum geconstateerd.

VRMWB | Jaarstukken 2024

85

6.

Bijlagen

6.1

Intekentaken

Intekentaken FLO Het betreft de FLO-rechten van medewerkers in een bezwarende functie die voor rekening komen van de gemeenten waar de medewerkers voorheen werkzaam waren. In onderstaand overzicht is de begroting en realisatie opgenomen van de FLO-rechten in 2024. De huidige intekentaken hebben betrekking op de afspraken die met vier gemeenten zijn gemaakt bij de regionalisering van de brandweer.

Afwijkingen in de realisatie van het FLO-overgangsrecht ten opzichte van de begroting na wijziging worden verrekend met boven vermelde gemeenten. De afwijking ten opzichte van de begroting na wijziging heeft betrekking op de eindafrekening en de afkoop van FLO-kosten en verschillen in de begroting en werkelijke loonkosten van de inactieven (medewerkers die al met FLO zijn).

Intekentaak kazernes In 2013 is een besluit genomen over de overdracht van 9 kazernes vanuit zeven gemeenten aan VRMWB per 31 december 2013. In 2024 zijn de laatste 2 kazernes aan Bergen op Zoom en Waspik (Waalwijk) terug verkocht. Met de gemeente Moerdijk is een vergoeding afgesproken als bijdrage in de huisvestingskosten voor de kazerne Moerdijk-Haven.

VRMWB | Jaarstukken 2024

86

6.2

Gemeentelijke bijdrage en Rijksbijdrage BDuR

Ontvangen gemeentelijke bijdragen afgezet tegen de begroting (BGW24-2)

VRMWB | Jaarstukken 2024

87

De ontvangen opbrengsten Rijksbijdrage BDuR

6.3

Samenvatting totale bijdragen gemeenten en Rijk

VRMWB | Jaarstukken 2024

88

6.4

Rapportage van incidenten

Figuur 1 Aantal incidenten 2024 ten opzichte van het gemiddelde van de afgelopen vier jaar.

Bron: GMS

In 2024 waren er in totaal 6.859 incidenten in onze regio. Dat is 11,0% lager dan het gemiddelde aantal incidenten in de afgelopen vier jaar (7.704). De grafiek links toont per gemeente het procentuele verschil ten opzichte van het vierjaarlijkse gemiddelde. De grafiek rechts toont de toe- of afname in absolute aantallen per type incident over de hele regio. In 2024 is de tendens voortgezet dat onze opkomsttijden geleidelijk langer worden. Waar in 2018 80% van de eerste tankautospuit binnen de normtijd ter plaatse was, was dit in 2024 63%. In 2018 was 92% van de uitrukken van de eerste tankautospuit naar brand binnen de normtijd plus 2 minuten ter plaatse, in 2024 was dit 84%. Het toepassen van gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) in plaats van objectnormtijden zal leiden tot wijzigingen. We zien dat het resultaat van de opkomsttijden lager is dan de objectnorm. We maken per district een analyse van de opkomsttijden om de oorzaken beter te kunnen duiden en te bepalen welke factoren we kunnen beïnvloeden om de opkomsttijden te verkleinen.

Dezelfde verklaringen als in eerdere jaren zien we hiervoor: de komst van verkeersremmende maatregelen voor het vergroten van verkeersveiligheid, steeds meer 30 kilometerzones binnen de bebouwde kom, de verlaging van de maximumsnelheid op provinciale wegen van 80 naar 60 kilometer, (nieuwe) vrijwilligers die steeds verder van de kazernes vandaan wonen en deels ook vanwege nieuwbouw buiten het centrum. Het totaal aantal incidenten in 2024 was met 6.859 lager dan de 7.608 incidenten in 2023 en ook onder het niveau van het langjarige gemiddelde (7.743).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/616/documents/72827