Bijlage 3C Interviewverslagen gebundeld.pdf
Tekst van het document
Belangrijk bij ‘grip’ is om te waken voor schijnconstructies en overregulering. Het gaat meer over vertrouwen. Wat wil een gemeente bereiken? Er is een spanningsveld tussen eigenaarschap / opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap. Ook hier komt de vraag om wederkerigheid terug. Spelregel 1 Afspraken tussen gemeenten en verbonden partijen (bij het aangaan van een verbonden partij) Bij het aangaan van een verbonden partij leggen de deelnemers nadrukkelijk vast hoe de informatievoorziening (frequentie, vorm en inhoud) dient te verlopen en welke evaluatiemomenten er zijn. VRAGEN: •
Welke onderwerpen zouden minimaal moeten worden vastgelegd bij het aangaan van respectievelijk het uittreden uit een verbonden partij?
78
Het aangaan van een GR wordt reeds in de Wgr goed geregeld. Daarom zijn de voorwaarden om een GR aan te gaan vaak een goed geformuleerd, technisch verhaal. Taken worden vanuit de gemeente aan de GR gemandateerd. Het uittreden is echter minder goed georganiseerd. Als het voorkomt is het maatwerk, in combinatie met kennis en ervaringen die elders in het land zijn opgedaan. Het is echter goed om al van te voren na te denken over hoe je omgaat met aangegane verplichtingen, de voorwaarden en de termijn voor de afbouw en hoe men om moet gaan met de kostenverdeling over de resterende partijen. Spelregel 2
Informatievoorziening
Er dient een tijdige, juiste en volledige (actieve) informatiestroom op gang te worden gebracht, die het mogelijk maakt verantwoording af te leggen en die de raad in positie brengt om (gevraagde) nieuwe kaders te stellen. Zowel het college, de verbonden partij als de gemeenteraad zelf dienen hierin hun verantwoordelijkheid te nemen. VRAGEN: • • • •
Mening over de informatievoorziening zoals die nu in de regeling staat? Ontvang je weleens vragen van raden? Zijn raden actief in het stellen van vragen over VP? Op wat voor manieren vind je dat de raad geïnformeerd moet worden over VP? Indeling in risicoprofielen? Vindt dit plaats en werkt dit?
De opkomst van raadsleden bij informatiebijeenkomsten is summier. Als de dialoog meer vanuit de inhoud zou worden aangegaan, en niet alleen financieel -juridisch, zou de betrokkenheid wellicht steviger zijn. Raadsleden zijn zich soms te weinig bewust van het feit dat ze ook zelf actief kunnen zijn. Informele contacten kunnen steviger en meer op inhoud. Soms zijn dossiers te abstract en complex voor raden. Idee is om te informeren via 4 thema-café’s per jaar, met informele gastsprekers. Vragen van raden komen summier en altijd via adjudanten en portefeuillehouders. Dit is ook hoe de informatievoorziening primair hoort te verlopen. Wethouders komen hierbij soms wel in een spanningsveld tussen eigenaarschap en gesprekspartner voor de raad. Qua informatie vanuit de GR’en ligt er ook nog wel een taak. Indeling in risicoprofielen zou vanuit een dialoog moeten plaatsvinden. Nu is de vraag hoe je aan een profiel komt? Hierbij hoort wederhoor en wederkerigheid, wederom. Bij sommige raden vindt maar 1 of 2 keer per jaar een informatiemoment plaats. Raden worden uitgenodigd om ook zelf eens een GR uit te nodigen voor een gesprek.
79
Spelregel 3
Afstemming en aansturing
Gemeenten bundelen de krachten en dragen samen zorg voor integrale aansturing. Zowel ambtelijke als bestuurlijke voorbereiding gebeurt (deels) gezamenlijk met ruimte voor lokale aanvullingen, waarbij één gemeente per verbonden partij de leiding neemt. VRAGEN: • • • •
Ik heb regelmatig contact met de voor mijn verbonden partij verantwoordelijke portefeuillehouder en ambtelijk contactambtenaar Ik ben wel / geen voorstander van raadsleden / gemeenten die een GR adopteren. Waarom wel / niet? Is afstemming gericht op de wenselijke onderdelen?
Er is regelmatig contact met adjudanten en portefeuillehouders (minimaal 4x per jaar). Hoe dat gaat verschilt per gemeente. Is de ambtenaar goed aangehaakt? De dialoog kan beter georganiseerd. Ambtenaren zijn vaak meer gericht op de lokale opgave. De ambtelijke capaciteit wordt ook daarop gericht. MT’en zouden meer het gesprek aan moeten gaan over werkverdeling en wat er regionaal gedaan wordt. (-) is op zich een voorstander voor raadsadoptanten. Niet iedere gemeente doet dat. Dit zegt iets over de cultuur / vertrouwen binnen de raad. Terugkoppeling door adjudanten naar de eigen fractie en de rest van de raad is een taak van het raadslid zelf. Dus, als de doorvertaling en het draagvlak binnen de raad goed is, graag adoptanten. Afstemming zou meer op inhoud en minder financieel-technisch van aard moeten zijn. Spelregel 4
Kaderstelling
Jaarlijks in november sturen deelnemers van de verbonden partijen richtlijnen aan de verbonden partij waarop de beleidsmatige en financiële kaders gebaseerd dienen te worden. In deze kaders geeft de gemeenschappelijke regeling op hoofdlijnen de uitgangspunten voor de begroting aan. VRAGEN: • • • •
Ben je tevreden over het proces van het vaststellen van de richtlijnen? Ben je tevreden over de kwaliteit van de richtlijnen? Zijn deze goed te verwerken in de kaders? Hoe gaat jouw verbonden partij om met de richtlijnen? Tevreden over de termijn 1 februari voor de kaderbrieven (in afwijking van de Wgr)? Mogelijke verbeteringen?
Akkoord met het proces zoals dat nu is ingericht. De periode tussen de ontwerpbegroting en het indienen van de zienswijzen is lang. Soms knelt de termijn voor het aanleveren. Termijnen zijn sowieso lastig, omdat een GR altijd een jaar voor loopt. Daardoor moet vaak van de begroting worden afgeweken. Dit is soms onvermijdelijk omdat niet alles zo ver vooruit bekend is (inkomsten uit subsidies etc.). 80
Een generiek beleid voor alle GR’en werkt niet. Er zou meer maatwerk moeten zijn. Spelregel 5
Begroting en jaarrekening
De ontwerpbegroting wordt uiterlijk 15 april door de verbonden partij naar de deelnemers gestuurd. De zienswijzen van de deelnemers dienen uiterlijk 1 juli door de verbonden partij te zijn ontvangen. VRAGEN: • •
Oefenen de raden n.a.v. de jaarrekening en begroting hun kaderstellende / controlerende taak voldoende uit? Ben je tevreden over de termijnen 15 april (toezenden ontwerpbegroting) en 1 juli (indienen zienswijzen)?
Voorstel om een tijdschema te maken. Ook bij deze spelregel merkt (-) op dat de dialoog meer op inhoud dan alleen op financieel-juridisch niveau gevoerd zou moeten worden. De kritiek van raden op de begroting is soms moeilijk te plaatsen. Raad zegt dan dat er ’teveel uitgaven zijn’, maar onderbouwt dit niet. Spelregel 6
Meerjarenbeleidsplan en evaluatie
Vierjaarlijks is de verbonden partij verplicht om een meerjarenbeleidsplan op te stellen. Het meerjarenbeleidsplan, dat bij aanvang van een nieuwe raadsperiode wordt opgesteld, is samen met de jaarrekening de basis om de resultaten van de verbonden partij over een periode van vier jaar te evalueren. VRAGEN: • • • •
Maakt je verbonden partij een meerjarenbeleidsplan? Waarom wel /niet? Ervaringen? Geeft het meerjarenbeleidsplan een goed instrument om jouw verbonden partij te kunnen evalueren? Ben je tevreden over de wijze van evalueren en de momenten waarop dit plaatsvindt?
Deze GR maakt een meerjarenbeleidsplan, al heet het anders. Dit plan wordt 1 jaar voor het einde van de periode van 4 jaar geëvalueerd. Tussentijds vindt evaluatie plaats op taken. De evaluatie van de uitvoerende taken loopt. Hieromtrent is een oordeel gevraagd door de colleges.
81