CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Treasurystatuut.pdf

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 13: Actualisatie financiële regelgeving en vaststelling voorlopig normenkader 20239.876 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De raad van de gemeente Halderberge; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 februari 2023; gelet op de Wet financiering decentrale overheden, de Verordening financieel beleid, financieel beheer en inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Halderberge, titel 2 van de Algemene Wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Halderberge; BESLUIT: vast te stellen: het Treasurystatuut van de gemeente Halderberge

Artikel 1 Begrippen Awb

Algemene wet bestuursrecht

Begrotingstotaal

De totale lasten exclusief mutaties in de reserves in de begroting

Borgstelling

Borgtocht is een overeenkomst waarbij de ene partij (de borg) zich jegens een andere partij (de schuldeiser) verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde (de hoofdschuldenaar) jegens de schuldeiser heeft of zal verkrijgen.

College

Het college van burgemeester en wethouders

Derivaten

Financiële instrumenten, belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices.

Kasgeldlimiet

Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Het percentage wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

Kortlopend

Termijn kleiner dan 1 jaar

Kredietrisico

Het risico dat uitgezette (belegde) middelen niet worden terugontvangen

Langlopend

Termijn gelijk aan of groter dan 1 jaar

Liquiditeitsplanning

Een prognose van de inkomende en uitgaande geldstromen 1 / 21

Nettingovereenkomst Een overeenkomst op grond waarvan de wederzijdse verplichtingen tussen partijen verrekend worden waardoor wordt bepaald wat de ene partij per saldo aan de andere partij verschuldigd is. Rating

Kredietwaardigheidbeoordeling van debiteuren door instituten zoals Moody’s, Standard & Poors (S&P) en Fitch. Een rating is de inschatting van de kans op wanbetaling bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen. Een hogere rating houdt een betere kredietwaardigheid in.

Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Renterisico

Het effect op de financiële resultaten van de gemeente voortvloeiende uit renteontwikkelingen.

Renterisconorm

Een bedrag ter grootte van een percentage van de totale vaste schuld bij aanvang van het jaar. Het percentage wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

Treasury

Alle activiteiten die zich richten op het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Vaste schuld

Alle aangegane geldleningen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer bij aangaan van de lening plus de ontvangen waarborgsommen.

Vastrentende waarden Effecten waarbij gedurende de looptijd een vast bedrag aan rente wordt uitgekeerd en waarbij aan het eind van de looptijd de hoofdsom wordt terugbetaald. Voorbeelden hiervan zijn obligaties en spaarbewijzen Vlottende schuld

Alle aangegane geldleningen met een looptijd korter dan één jaar, de schulden die in rekening-courant worden aangehouden en de voor een periode korter dan één jaar ontvangen waarborgsommen.

Artikel 2 Doelstellingen treasuryfunctie De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1. het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en interne liquiditeitsrisico’s; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut; 5. het inrichten en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem; 6. het realiseren van de informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasurybeleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarvan.

Artikel 3 Algemene uitgangspunten treasuryfunctie en risicobeheer Met betrekking tot de treasuryfunctie en het risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente gaat leningen aan en verstrekt leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van de publieke taak. 2. De gemeente Halderberge verstrekt geen leningen of garanties als sprake is van staatssteun. Slechts in het geval van bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken, echter binnen de toegestane mogelijkheden en met inachtneming van de voorwaarden die daar door de Europese Commissie aan worden gesteld. Indien nodig kan het college in dat geval aanvullende voorwaarden stellen. 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar uitsluitend ter beperking van financiële risico’s. Dit houdt in dat geen open posities worden ingenomen. Alvorens een derivatentransactie wordt afgesloten, wint de ambtelijke organisatie het advies in van een externe adviseur. 4. Het gebruik van derivaten alsmede het uitzetten van de in het volgende artikel bedoelde uitgezonderde middelen is toegestaan indien deze derivaten of uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. 5. De gemeente Halderberge verstrekt geen hypothecaire leningen of garanties daarop aan het eigen personeel of politieke ambtsdragers van de eigen gemeente.

Artikel 4 Uitzetten overtollige middelen 1. Overtollige middelen mogen, met inachtneming van het tweede en derde lid van dit artikel en artikel 2 derde en vierde lid van de Wet financiering decentrale overheden uitsluitend worden aangehouden in ’s Rijks schatkist. 2. Uitgezonderd van de verplichting om in ’s Rijks schatkist te worden aangehouden, zijn: a. middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan, zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden; b. middelen op een G-rekening als bedoeld in artikel 1, onder k, van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004.. 3. In afwijking van het eerste lid mogen overtollige liquide middelen in de vorm van leningen uitgezet worden bij andere decentrale overheden, met dien verstande dat de gemeente geen leningen mag verstrekken aan de toezichthoudende provincie, in casu de provincie Noord Brabant. Artikel 5 Verstrekken van geldleningen 1. Geldleningen worden uitsluitend verstrekt ten behoeve van de publieke taak van de gemeente. 2. Het college is bevoegd tot het verstrekken van geldleningen. 3. Een aanvraag voor het verstrekken van een geldlening wordt schriftelijk ingediend bij het college. 4.

Het college beslist niet op een aanvraag tot het verstrekken van een geldlening dan nadat het de raad in de gelegenheid heeft gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 5. Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens overlegd: a. het doel van de geldlening en een onderbouwing in welke mate de geldlening bijdraagt aan de publieke taak van de gemeente Halderberge; b. een begroting en een dekkingsplan van de activiteiten waarvoor de lening wordt aangevraagd; c. een bewijs dat het doel niet is te realiseren zonder geldlening van de gemeente; d. een bewijs dat een bank of andere financiële instelling de lening niet wil verstrekken;

e. aanvullende stukken waaruit onder meer blijkt dat de aanvrager voldoende kredietwaardig is om aan de verplichtingen van de lening te voldoen (zoals bijvoorbeeld de statuten en een actuele liquiditeitsplanning); f. en als de aanvrager een onderneming is: i. de jaarstukken van de voorgaande twee jaren; ii. een opgave van ontvangen subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten van de onderneming. 6. Indien een geldlening wordt verstrekt onder niet-marktconforme voorwaarden is sprake van het verstrekken van een subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid van de Awb waarop naast de overige bepalingen uit dit artikel de volgende bepalingen van kracht zijn: a. dit treasurystatuut is een zelfstandig wettelijk voorschrift voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, eerste lid van de Awb; b. deze regeling is een uitzondering zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Halderberge. De bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Halderberge zijn niet van toepassing; c. het college beslist op de aanvraag binnen 12 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend; d. het college kan de termijn zoals vermeld in het zesde lid onder c eenmalig verlengen met ten hoogste zes weken; e.

binnen zes weken nadat de te financieren zaken zijn gerealiseerd, legt de aanvrager schriftelijk verantwoording af over het gebruik van de verstrekte geldlening; f. de wijze van vaststelling van de subsidie (de lening) wordt opgenomen in de overeenkomst als bedoeld in het negende lid van dit artikel. 7. Het college kan aanvullende voorwaarden stellen aan het verstrekken van de lening en de verantwoording. 8. De afspraken en voorwaarden voor de geldlening worden nader uitgewerkt in een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Awb. 9. De aanvraag voor het verstrekken van een geldlening wordt in ieder geval geweigerd als: a. er sprake is van ongeloorloofde staatssteun; b. bij de aanvraag niet wordt voldaan aan alle voorwaarden uit dit artikel; c. de aanvrager niet voldoet aan de door het college gestelde aanvullende voorwaarden; d. als het verstrekken van de lening in strijd is met een wettelijk voorschrift. 10. Indien uit de verantwoording blijkt dat is niet is voldaan aan; a. de voorwaarden uit dit artikel; b. de door het college gestelde voorwaarden, of c. de afspraken en voorwaarden uit de overeenkomst; en aanvrager ook daarna binnen een redelijke termijn niet alsnog hieraan kan of wil voldoen, is aanvrager verplicht de lening binnen vier weken terug te betalen. Bij een lening onder niet-marktconforme voorwaarden wordt de subsidie niet vastgesteld. 11.

Ongeacht het voorgaande informeert de aanvrager het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor de geldlening is verstrekt; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische situatie van aanvrager; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de aanvrager de aan de lening verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. een wijziging van de statuten. 12. Als een bij of krachtens deze regeling gestelde termijn of voorwaarde voor een aanvrager gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college daarvan afwijken. 13. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt verslag gedaan aan de raad. 14. Indien sprake is van een fonds waaruit leningen worden verstrekt, beslist de gemeenteraad over deelname aan en stortingen in dit fonds.

Artikel 6 Uitgangspunten voor het aangaan en verstrekken van geldleningen Bij het aangaan en verstrekken van geldleningen: 1. moet de hoofdsom worden uitgedrukt in euro’s; 2. en mag de hoofdsom niet onderhevig zijn aan indexatie. Artikel 7 Renterisicobeheer 1. Het renterisico op de korte schuld (netto vlottende schuld) bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet financiering decentrale overheden. 2. Het renterisico op de lange schuld (vaste schuld) bedraagt maximaal de renterisiconorm, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet financiering decentrale overheden. Artikel 8 Risicobeheer uitzettingen 1. Het risico op uitzettingen conform artikel 2a tweede lid van de Wet financiering decentrale overheden (uitgezonderde middelen) wordt beperkt door slechts middelen uit te zetten bij financiële instellingen die: a. gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; en b. voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. 2. Lid 1 is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt. 3.

Het is niet toegestaan om leningen aan te gaan met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten. 4. Tijdelijk overtollige gelden van aangetrokken leningen voor projectfinanciering mogen uitsluitend worden uitgezet bij de financiële instelling waar de leningen zijn aangegaan. Hiervoor kan een nettingovereenkomst worden gesloten, zodat bij het niet nakomen van verplichtingen, vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen worden weggestreept. 5. Voor alle uitzettingen geldt dat uitsluitend vastrentende waarden mogen worden gebruikt en producten waarbij de hoofdsom is gegarandeerd. Artikel 9 Liquiditeitsrisicobeheer 1. De gemeente beperkt haar interne liquiditeitenrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsplanning. 2. De liquiditeitsplanning wordt opgenomen in de begroting van de gemeente. Artikel 10 Kasbeheer (korte termijn) 1. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk ondergebracht bij één bank (de huisbankier). 2. Met deze bank worden de afspraken en condities voor het betalingsverkeer vastgelegd in een overeenkomst. De gemeente streeft hierbij naar concentratie van geldstromen binnen één rentecompensatiecircuit. 3. Alle banktransacties worden door twee personen geautoriseerd. 4. Indien er een tijdelijke liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende geldleningen aantrekken. 5.

Kortlopende geldleningen mogen worden aangegaan onder de volgende voorwaarden:

a. bij minimaal twee financiële instellingen, waaronder de huisbankier, of overheden waarvoor artikel 4 derde lid van toepassing is, wordt een offerte aangevraagd; b. bij gelijke aanbiedingen heeft de huisbankier een voorkeurspositie. 6. Bij het aantrekken van korte geldleningen wordt de kasgeldlimiet niet overschreden. Artikel 11 Financiering (lange termijn) 1. Indien de liquiditeitsbehoefte daartoe aanleiding geeft, kan de gemeente langlopende geldleningen aantrekken. 2. Langlopende geldleningen mogen worden aangegaan onder de volgende voorwaarden: a. bij minimaal twee financiële instellingen, waaronder de huisbankier, of overheden waarvoor artikel 4 derde lid van toepassing is, wordt een offerte aangevraagd; b. bij gelijke aanbiedingen heeft de huisbankier een voorkeurspositie. 3. Het aantrekken van lange geldleningen zorgt niet voor overschrijding van de renterisiconorm. Artikel 12 Relatiebeheer De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financiële instellingen dienen wat betreft hun kredietwaardigheid te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 8 eerste lid. 2. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in Nederland en dienen daarvan een vergunning als makelaar te hebben verkregen.

Artikel 13 Borgstellingen en garanties 1. Borgstellingen en garanties worden uitsluitend verstrekt ten behoeve van de publieke taak van de gemeente. 2. Het college is bevoegd tot het verstrekken van borg- en garantstellingen. 3. Een aanvraag voor het verstrekken van een borgstelling wordt schriftelijk ingediend bij het college. 4. Het college beslist niet op een aanvraag tot het verstrekken van een borgstelling dan nadat het de raad in de gelegenheid heeft gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 5. Bij het verzoek worden ten minste de volgende gegevens overlegd: a. het doel van de geldlening waarvoor de borgstelling wordt aangevraagd en een onderbouwing in welke mate de geldlening bijdraagt aan de publieke taak van de gemeente Halderberge; b. het voorstel van de financiële instelling die de lening gaat verstrekken; c. een begroting en een dekkingsplan van de activiteiten waarvoor de lening wordt aangegaan; d. een bewijs dat het doel niet te realiseren is zonder lening waarvoor de borgstelling wordt aangevraagd; e. een bewijs dat de lening niet wordt verstrekt zonder borgstelling door de gemeente; f. aanvullende stukken waaruit onder meer blijkt dat de aanvrager voldoende kredietwaardig is om aan de verplichtingen van de lening te voldoen (zoals bijvoorbeeld de statuten en een actuele liquiditeitsplanning); g. en als de aanvrager een onderneming is: i.

de jaarrekening van de voorgaande twee jaar; ii. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten van de onderneming. 6. Indien er een beroep gedaan kan worden op een waarborgfonds en dat waarborgfonds de voorwaarde heeft dat de gemeente eveneens borg staat voor (een deel van) de lening, dan

dient het verzoek voorzien te zijn van het besluit en de financiële toets van het waarborgfonds. Bij de beoordeling van het verzoek zal de gemeente Halderberge gebruik maken van de expertise van het betreffende waarborgfonds. Alleen indien dit noodzakelijk wordt geacht, zal aanvullend onderzoek door de gemeente plaatsvinden. 7. Bij het verstrekken van een borgstelling is sprake van het verstrekken van een subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid van de Awb waarop naast de overige bepalingen uit dit artikel de volgende bepalingen van kracht zijn: a. dit treasurystatuut is een zelfstandig wettelijk voorschrift voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, eerste lid van de Awb; b. deze regeling is een uitzondering zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Halderberge. De bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Halderberge zijn niet van toepassing; c. het college beslist op de aanvraag binnen 12 weken nadat het volledige verzoek is ingediend; d. het college kan de termijn zoals genoemd in het zesde lid onder c eenmalig verlengen met ten hoogste zes weken; e. binnen zes weken nadat de te financieren zaken zijn gerealiseerd, legt de aanvrager schriftelijk verantwoording af over het gebruik van de lening waarvoor de borgstelling is verstrekt; f.

de wijze van vaststelling van de subsidie (de borgstelling) wordt opgenomen in de overeenkomst als bedoeld in het negende lid van dit artikel. 8. Het college kan aanvullende voorwaarden stellen aan het verstrekken van de borgstelling en de verantwoording. 9. De afspraken en voorwaarden voor de borgstelling worden nader uitgewerkt in een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Awb. 10. Aanvragen voor borgstellingen worden in ieder geval afgewezen als: a. de borgstelling zonder tussenkomst van de gemeente geheel via een waarborgfonds kan lopen; b. louter sprake is van rentabiliteitsafwegingen (goedkoper lenen en risico afschuiven op gemeente); c. de aanvrager over voldoende alternatieven beschikt om in de financiering te kunnen voorzien, bijvoorbeeld het eigen vermogen; d. de omvang van de lening dusdanig hoog is dat de hieraan verbonden risico’s in alle redelijkheid voor de gemeente niet meer verantwoord zijn; e. er sprake is van ongeloorloofde staatssteun; f. bij de aanvraag niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit dit artikel; g. de aanvrager niet voldoet aan de door het college gestelde aanvullende voorwaarden. 11. Ongeacht het voorgaande informeert aanvrager het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor de geldlening is aangegaan; b.

relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische situatie van aanvrager; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de aanvrager de aan de lening verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. wijziging van de statuten. 12. Indien de gemeente als borg wordt aangesproken voor de betaling van rente en aflossing van de geborgde lening, blijft deze betaling als schuld op de geldnemer rusten, vermeerderd met de op het moment van aanspraak geldende rente. 13. Als een bij of krachtens deze regeling gestelde termijn of voorwaarde voor een aanvrager gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college daarvan afwijken. 14. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt verslag gedaan aan de raad.

Artikel 14 Achtervangovereenkomsten 1. Het college is bevoegd tot het aangaan van achtervangovereenkomsten. 2. De gemeenteraad wordt vooraf geïnformeerd bij ieder verzoek voor het aangaan van een achtervangovereenkomst zodat wensen en bedenkingen kenbaar kunnen worden gemaakt. Pas daarna beslist het college van burgemeester en wethouders over het verzoek. 3. Het college kan nadere voorwaarden stellen bij een verzoek om een achtervangpositie in te nemen. Artikel 15 Administratieve organisatie en interne controle In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle. 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; 2. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vierogen-principe); b. de uitvoering en de controle geschieden door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 3. Op grond van een intern controleplan zorgt het college voor controle op de uitvoering van de treasuryactiviteiten.

Artikel 16 Verantwoordelijkheden treasuryfunctie De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Het overzicht is beperkt tot het niveau van de raad en het college en de specifieke taken van de treasurer. Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

  

Auditcommissie

Burgemeester

College van B&W

 

vaststellen van het treasurybeleid houden van toezicht op het treasurybeleid evalueren en eventueel bijstellen van het treasurybeleid via de paragraaf Financiering in de programmabegroting en het jaarverslag kenbaar maken van wensen en bedenkingen indien het college daarom verzoekt adviseert de gemeenteraad over het vast te stellen treasurybeleid als wettelijke vertegenwoordiger van de gemeente ondertekenen van formele stukken uitvoeren van het treasurybeleid inrichten van de treasury-organisatie, waaronder het aanstellen van de treasurer van de gemeente rapporteren aan de gemeenteraad over de planning (programmabegroting) en de

  

Portefeuillehouder financiën

  

Treasurer

 

   

  

uitvoering (jaarverslag) van het treasurybeleid verstrekken van geldleningen het verstrekken van garanties en borgstellingen aangaan van achtervangovereenkomsten politieke verantwoordelijkheid van het treasurybeleid accorderen van aangegane geldleningen accorderen van uitzettingen van uitgezonderde overtollige geldmiddelen opstellen van het treasurybeleid van de gemeente ervoor zorgen dat voldaan wordt aan de vigerende wet- en regelgeving op het gebied van treasury opstellen liquiditeitsplanning opstellen voorstellen voor het aantrekken en uitzetten van liquide middelen toezicht houden op de liquide middelen van de gemeente adviseren bij de inrichting van een efficiënte en betrouwbare betalingsorganisatie onderhouden van relaties met financiële instellingen adviseren bij het verstrekken van geldleningen en garanties verzorgen van de rapportages over het treasurybeleid en de uitvoering ervan

Artikel 17 Bevoegdheden treasuryfunctie 1. Het college machtigt de portefeuillehouder financiën tot het aangaan van kortlopende en langlopende geldleningen alsmede het uitzetten van tijdelijke overtollige liquide middelen. 2. Het college stelt in een apart besluit de treasurer van de gemeente Halderberge aan. 3. De bevoegdheden met betrekking tot de treasuryfunctie zijn opgenomen in de volgende tabel. Onderwerpen

Uitvoering

Vaststellen treasurystatuut

Treasurer

Het aantrekken van langlopende geldleningen

Treasurer

Het aantrekken van kortlopende geldleningen

Treasurer

Het uitzetten van uitgezonderde overtollige geldmiddelen Het aan-/verkopen van aandelen uit hoofde van de

Treasurer Beleidsmedewerkers

Advies

Treasurer

Autorisatie College stelt voorstel op Portefeuillehouder financiën Portefeuillehouder financiën Portefeuillehouder financiën College stelt voorstel op

Rol gemeenteraad Stelt voorstel B&W vast n.v.t. n.v.t. n.v.t. Stelt voorstel B&W vast

publieke taak Ondertekenen van alle formele stukken Verstrekken van geldleningen Verstrekken van garanties en borgstellingen

Treasurer

Burgemeester n.v.t.

Beleidsmedewerkers

Treasurer

College van B&W

Beleidsmedewerkers

Treasurer

College van B&W

Aangaan en beëindigen van Treasurer achtervangovereenkomsten

College stelt voorstel op

Wordt vooraf geïnformeerd, college neemt besluit Wordt vooraf geïnformeerd, college neemt besluit Wordt vooraf geïnformeerd, college neemt besluit

N.B. Dit overzicht is beperkt tot het niveau van de raad en het college van B&W. Gezien de bijzondere taak van de treasurer op het gebied van treasury is ook deze functie in het overzicht opgenomen. De uitvoerende bevoegdheden zijn reeds opgenomen in het mandaatbesluit van de gemeente Halderberge. Artikel 18 Informatievoorziening 1. Het college van burgemeester en wethouders doet in de paragraaf Financiering van de begroting voorstellen voor het treasurybeleid voor het komende begrotingsjaar. 2. Het college van burgemeester en wethouders legt in de paragraaf Financiering van de jaarrekening verantwoording af over het uitgevoerde treasurybeleid. Artikel 19 Intrekken vorige versie treasurystatuut Het Treasurystatuut gemeente Halderberge, zoals vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 2 juli 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20 genoemde datum, met dien verstande dat dit van toepassing blijft op de beslissingen en handelingen die hebben plaatsgevonden voor die datum. Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. Dit treasurystatuut wordt aangehaald als: Treasurystatuut gemeente Halderberge. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge op 23 maart 2023, de griffier,

de voorzitter,

drs. A. Koenen

drs. B.J.A. Roks

Bijlage 1 Memorie van toelichting In het voorgaande hoofdstuk treft u artikelsgewijs het treasurystatuut aan. In deze memorie van toelichting worden de artikelen verder toegelicht. Artikel 1 Begrippen In artikel 1 zijn de meest voorkomende begrippen gedefinieerd. Artikel 2 Doelstellingen treasuryfunctie Hoewel de algemene doelstellingen van de treasuryfunctie niet expliciet worden genoemd in de wet, vloeien ze wel uit de wet voort. Meer concreet zijn de doelstellingen als volgt benoemd:  Lid 1: In de eerste plaats dient de treasuryfunctie ervoor te zorgen dat de gemeente duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities. De treasuryfunctie dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (ten minste marktconform) te zijn.  lid 2: De gemeente loopt de volgende financiële risico’s: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van de treasuryfunctie dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. In hierna volgende artikelen wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.

 lid 3: De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de treasuryfunctie het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.  lid 4: De gemeente streeft er naar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat, maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten), zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s; de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte functie. Binnen het acceptabele risicoprofiel, zoals vastgesteld in de Wet fido en dit treasurystatuut, wordt gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.  Lid 5: Bij de uitvoering van de treasuryfunctie gaat het onder meer over ‘gevoelige’ taken zoals het fiatteren van betalingen. Om dit goed in te richten en te voorkomen dat misbruik gemaakt kan worden van het systeem, is het inrichten van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem essentieel. De voorwaarden worden in dit statuut nader ingevuld.

 Lid 6: Alle betrokken gremia en personen dienen op het juiste moment over de benodigde informatie te kunnen beschikken om hun rol goed op te kunnen pakken. Hiervoor worden in dit statuut de kaders geregeld. Artikel 3 Algemene uitgangspunten treasuryfunctie en risicobeheer Openbare lichamen kunnen uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen. De publieke taak zelf wordt in de Wet fido niet nader omschreven. De afbakening daarvan is een eigen verantwoordelijkheid van het openbaar lichaam. In de memorie van toelichting van de Wet fido staat vermeld dat de wetgever het aantrekken en uitzetten van middelen met uitsluitend als doel inkomsten te genereren (het zogeheten bankieren of ‘near banking’) in ieder geval niet tot de publieke taak van een openbaar lichaam rekent. Een bijzondere situatie kan optreden als er bij een te verstrekken lening of garantie / borgstelling mogelijk sprake is van staatssteun. Hoewel dit bij maatschappelijke organisaties niet snel het geval zal zijn, zal ieder verzoek daar in ieder geval op worden getoetst. Staatssteun is het geval als er sprake is van elk van de volgende voorwaarden:

1. het gaat om een voordeel dat met staatsmiddelen is bekostigd; 2. er is sprake van een voordeel aan een onderneming dat deze onderneming niet langs normale commerciële weg zou hebben verkregen; 3. er is sprake van een selectief voordeel; 4. het voordeel dreigt de mededinging te vervalsen; 5. het voordeel heeft een ongunstig effect op het handelsverkeer tussen de EU-lidstaten. Het begrip ‘onderneming’ wordt hierbij gedefinieerd als een eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Een winstoogmerk is hierbij niet vereist. Het feit dat er sprake is van concurrentie op de markt waar de onderneming actief is, volstaat. In de definitie van een onderneming is de term ‘economische activiteit’ van belang. Dit wordt uitgelegd als het aanbieden van goederen of diensten op een bepaalde markt. Dit betekent dat stichtingen, profsportclubs, woningbouwcorporaties en gezondheidsinstellingen aangemerkt kunnen worden als onderneming. De gemeente Halderberge hanteert het uitgangspunt dat staatssteun in principe wordt vermeden. Slechts in het geval van bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken, echter binnen de toegestane mogelijkheden en met inachtneming van de voorwaarden die daar door de Europese Commissie aan worden gesteld.

Bij ieder verzoek voor een geldlening of garantie / borgstelling waarvan na onderzoek blijkt dat toekenning ervan leidt tot staatssteun, zal het college beoordelen of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Indien nodig kan het college in dat geval aanvullende voorwaarden stellen. In artikel 2a tweede lid van de Wet fido staat vermeld dat openbare lichamen derivaten kunnen hanteren of de ingevolge artikel 2, vierde lid, uitgezonderde middelen kunnen uitzetten indien deze derivaten of uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Derivaten zijn financiële instrumenten, belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Het prudente gebruik komt er op neer dat bij uitzettingen en het gebruik van derivaten tactvol en bedachtzaam gehandeld moet worden en dat iedere vorm van overmatig risico moet worden vermeden. Gezien de beperkte kennis van derivaten in de ambtelijke organisatie dient met het gebruik ervan zeer terughoudend omgegaan te worden en in principe te worden vermeden. Indien het toch gewenst is, dient ieder gebruik van derivaten daarom onderbouwd te zijn door een advies van een financieel deskundige.

In de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) is het begrip ‘Prudent’ verder uitgewerkt. De bepalingen van deze regeling zijn opgenomen in de artikelen van het treasurystatuut. In het verleden was het mogelijk om aan het eigen personeel hypothecaire geldleningen of garanties daarop te verstrekken. In artikel 2a derde lid van de Wet fido is dit expliciet verboden. In de gemeente Halderberge worden al jaren geen nieuwe hypothecaire geldleningen meer verstrekt aan het eigen personeel. Artikel 4 Uitzetten overtollige middelen Het verplicht gebruik van het schatkistbankieren is in artikel 2 van de Wet fido opgenomen, alsmede de mogelijkheid voor decentrale overheden om onderling leningen te verstrekken. In de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden worden enkele uitzonderingen genoemd voor het schatkistbankieren, waaronder middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal, gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan. Het drempelbedrag wordt jaarlijks bepaald en bedraagt momenteel 2% van het begrotingstotaal. Verder worden in deze regeling alle voorwaarden genoemd die gelden bij het verplichte schatkistbankieren. Een belangrijke mogelijkheid die is geïntroduceerd met het schatkistbankieren betreft de mogelijkheid voor decentrale overheden om overtollige middelen te gebruiken om elkaar

onderling leningen te kunnen verstrekken. Deze mogelijkheid is opgenomen om de gevolgen van rentederving te beperken. Door onderlinge afspraken kan een hoger rendement worden behaald dan bij het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist. Het is niet toegestaan om bij de toezichthoudende instantie leningen uit te zetten of aan te gaan. Voor de gemeente Halderberge is dat de provincie Noord Brabant. Hiermee wordt iedere vorm van belangenverstrengeling voorkomen. Artikel 5 Verstrekken van geldleningen In dit artikel worden de voorwaarden voor het verstrekken van geldleningen aangeven. Allereerst is het belangrijk op te merken dat de gemeente geen bank is. De gemeente is dan ook zeer terughoudend in het verstrekken van geldleningen (niet, tenzij…). Als toch wordt besloten tot het verstrekken van een geldlening zal die dan ook altijd bijdragen aan de publieke taak van de gemeente. Een aanvraag voor het verstrekken van een geldlening moet schriftelijk worden ingediend bij het college. Die heeft de bevoegdheid tot het verstrekken van geldleningen op grond van artikel 160, eerste lid van de Gemeentewet. Bij de aanvraag moeten een aantal gegevens worden verstrekt. Die staan genoemd in het vijfde lid. Indien één of meerdere gegevens ontbreken, wordt de aanvraag nog niet in behandeling genomen.

Aanvrager zal dan eerst in de gelegenheid worden gesteld de ontbrekende gegevens aan te leveren. Artikel 169 lid 4 geeft aan dat de raad vooraf ingelicht moet worden als de beslissing ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het vierde lid en in de financiële verordening is bepaald dat dit altijd geldt voor het verstrekken van geldleningen en borgstellingen. Het college neemt op een aanvraag voor een geldlening een voorgenomen besluit. De gemeenteraad wordt na het voorgenomen besluit in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen binnen een door het college gestelde termijn over het voorgenomen besluit in te dienen (conform artikel 8 van de financiële verordening). Het college neemt na het verstrijken van de gestelde termijn een definitief besluit, rekening houdend met de door de raad ingediende wensen en bedenkingen. Bij het verstrekken van een geldlening kan er sprake zijn van niet-marktconforme voorwaarden. Door het verkrijgen van een economisch voordeel wordt de lening dan aangemerkt als het verstrekken van een subsidie. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de voorzieningen waarvoor de lening wordt verstrekt van dermate groot belang zijn voor de gemeente Halderberge dat realisatie daarvan belangrijker is dan de marktconformiteit van de lening (bijvoorbeeld in de vorm van een lager rentetarief of betere aflossingsvoorwaarden).

Het verstrekken van subsidies is gebonden aan de bepalingen uit de Awb (met name titel 4.2). Dit houdt in dat er een wettelijk voorschrift moet zijn op grond waarvan de subsidie wordt verstrekt en dat het duidelijk moet zijn onder welke voorwaarden de subsidie kan worden verstrekt en welke termijnen daarbij gelden. In het zesde lid staan deze concreet benoemd. Het besluit van het college wordt in dit geval via een beschikking medegedeeld aan aanvrager. Er is expliciet bepaald dat de bepalingen van de algemene subsidieverordening van de gemeente Halderberge niet van kracht zijn. Het verstrekken van leningen is namelijk van andere aard dan de overige subsidies. Daarom is de toepassing van deze verordening uitgesloten en wordt deze voor leningen (en ook voor borgstellingen) vervangen door het treasurystatuut. Naast de voorwaarden die al in dit artikel worden genoemd, zijn er nog andere voorwaarden. Deze worden door het college bepaald en kunnen verschillen per lening.

Hierbij moet gedacht worden aan:  het verkrijgen van aanvullende zekerheden, zoals bij een onroerende zaak het recht van hypotheek of recht van opstal en bij een roerende zaak het recht van pand;  eisen ten aanzien van de administratie en de controle daarop;  beperkingen aan het aangaan of uitzetten van nieuwe geldleningen, aangaan van rekening courantovereenkomsten of aangaan van borgtochten;  nemen van maatregelen ter waarborging van de financiële belangen van de gemeente;  verzekeren van onroerende zaken die worden gefinancierd met de lening;

beperkingen om onroerende zaken te vervreemden, te bezwaren dan wel te veranderen van bestemming. Alle voorwaarden worden verder uitgewerkt in een overkomst. Er zijn enkele redenen die zonder meer aanleiding zijn om een verzoek te weigeren. Deze zijn genoemd in het negende lid. Als er sprake is van één van deze redenen, is verder onderzoek niet meer nodig, neemt het college een negatief besluit en wordt aanvrager daar over geïnformeerd. Bij het verstrekken van een subsidie hoort een verantwoording. Pas nadat deze is ontvangen en het college heeft geconcludeerd dan aan alle voorwaarden is voldaan, stelt het college de subsidie (de lening) definitief vast. De verantwoording moet zijn ingediend binnen zes weken na realisatie van de te financieren zaken waarvoor de lening is aangegaan, waarna het college binnen zes weken de verantwoording vaststelt. Indien niet is voldaan aan de voorwaarden, zal het college de lening niet vaststellen. In het uiterste geval zal de lening binnen vier weken moeten worden terugbetaald. Tijdens de looptijd van een lening kunnen er ontwikkelingen zijn die van belang zijn voor het risico dat de gemeente loopt door het verstrekken van de lening. Aanvrager is verplicht het college daarover te informeren. In het elfde lid staat in algemene bewoordingen aangegeven wanneer dat het geval is.

Ongeacht alle voorwaarden en afspraken kan het gebeuren dat er omstandigheden zijn die niet konden worden voorzien en die aanleiding zijn om af te wijken van de bepalingen in dit statuut. Daarvoor is een hardheidsclausule opgenomen. Het college kan deze clausule in bijzondere omstandigheden gebruiken. Achteraf verantwoordt het college dit gemotiveerd aan de raad. 

Het laatste lid betreft de deelname van de gemeente aan fondsen waaruit leningen kunnen worden verstrekt. De achtergrond hiervoor ligt bij de startersleningen. De gemeenteraad besluit tot deelname aan het fonds en de omvang van de deelname. Binnen dit kader kan het college zelfstandig besluiten nemen over de benodigde stortingen. Artikel 6 Uitgangspunten voor het aangaan en verstrekken van geldleningen In artikel 2a eerste lid van de wet wordt gesteld dat openbare lichamen slechts geldleningen kunnen aangaan en verstrekken, dan wel de nakoming van uit geldleningen voortvloeiende verplichtingen ten aanzien van de betaling van rente en aflossing slechts garanderen, indien de geldleningen voldoen aan nader te stellen regels. Deze regels, die zijn opgenomen in het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, zijn als volgt:  de wederzijdse betalingsverplichtingen moeten uitgedrukt zijn in euro’s of in één van de nationale munteenheden van de lidstaten van de Europese Unie die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie;  de hoofdsom mag niet onderhevig zijn aan enige vorm van indexatie. Hoewel het besluit ruimere mogelijkheden biedt, zal de gemeente Halderberge geen leningen aangaan of verstrekken in andere valuta’s dan de euro.

Artikel 7 Renterisicobeheer Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet financiering decentrale overheden is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. In de wet worden een tweetal instrumenten genoemd die, naast het feit dat ze verplicht opgenomen dienen te worden in de paragraaf Financiering van de programmabegroting en het jaarverslag, daarbij kunnen helpen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet stelt een grens aan de financiering op korte termijn. Het doel van kasgeldlimiet is het renterisico op korte financiering te beperken. Fluctuaties in de korte rente hebben nl. een relatief grote invloed op de rentelasten. De kasgeldlimiet heeft betrekking op de financiering met een oorspronkelijke rentetypische looptijd korter dan 1 jaar (korte financiering). De limiet wordt berekend door de totale

begrotingslasten te vermenigvuldigen met een door het rijk in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden vastgesteld percentage (met momenteel een minimumbedrag van € 300.000,-). De gemiddelde omvang van de netto vlottende schuld per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. Indien in drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient de toezichthouder (in casu de provincie Noord Brabant) daarvan op de hoogte te worden gesteld. Deze melding dient vergezeld te gaan van de kwartaalrapportage en een plan om de overschrijding van de kasgeldlimiet teniet te doen. De provincie dient de rapportage én het plan goed te keuren. Zolang deze goedkeuring niet is verleend dan wel het plan niet ten uitvoer is gelegd, kan de provincie aanwijzingen geven om alsnog een aangepast plan in te zenden en om maatregelen te treffen om aan de kasgeldlimiet te voldoen. Andere maatregelen die de provincie kan overwegen zijn het eisen van voorafgaande toestemming voor het afsluiten van kortlopende geldleningen (leningen met een rentetypische looptijd < 1 jaar) of het beperken van de schuld in rekening courant. Het toezicht door de provincie vervalt, zodra het hierboven bedoelde plan naar het oordeel van de provincie voldoende ten uitvoer wordt gelegd.

Als er sprake is van een uitzonderlijke situatie kan de gemeente bij de toezichthouder ontheffing van de kasgeldlimiet aanvragen. Deze aanvragen moeten wel grondig onderbouwd zijn. De duur van ontheffingverlening bedraagt maximaal twee kwartalen. De renterisiconorm stelt een grens aan de financiering op lange termijn. Het doel van deze norm is het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen te beperken. Door te zorgen voor een gelijkmatige opbouw van de leningenportefeuille, dat wil zeggen een zodanige opbouw van de leningenportefeuille zodat in enig jaar niet een onevenredig deel van de leningenportefeuille geherfinancierd moet worden, spreidt (lees: beperkt) de gemeente het renterisico op de vaste schuld over de jaren. Een verandering van de rente werkt dan vertraagd door op de rentelasten en -baten in enig jaar. De renterisiconorm heeft betrekking op de financiering met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van 1 jaar of langer (lange financiering). De renterisiconorm wordt berekend door de totale begrotingslasten te vermenigvuldigen met een door het rijk in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden vastgesteld percentage. In de uitvoeringsregeling is tevens een absoluut minimum voor de renterisiconorm genoemd (momenteel € 2.500.000,- maar dat kan wijzigen).

Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. De rapportage naar de toezichthouder vindt achteraf plaats via de paragraaf Financiering in het jaarverslag. De inrichting van het toezicht op de renterisiconorm is qua systematiek identiek aan die voor de kasgeldlimiet, met dien verstande dat een eventuele voorafgaande toestemming door de provincie dan geldt voor langlopende geldleningen (leningen met een rentetypische looptijd > 1 jaar). Artikel 8 Risicobeheer uitzettingen Om de risico’s zo klein mogelijk te houden worden in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden nadere eisen gesteld inzake de kredietwaardigheid van de tegenpartij (de geldnemer) en het marktrisico van de uitzetting. De tegenpartij of geldontvanger moet voldoende kredietwaardig zijn. Onder kredietwaardigheid wordt verstaan de mate waarin een instelling of onderneming in staat is aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. De financiële ondernemingen moeten:  gevestigd zijn in een lidstaat (zie begrippenlijst) die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; en  voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus.

Een uitzondering op bovenstaande regels geldt voor uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt. Dit impliceert dat dergelijke waardepapieren in beginsel als risicovrij worden gezien. In dit geval geldt de bepaling over de rating dus niet.

Onder het marktrisico van een uitzetting wordt verstaan de mate waarin de waarde van een financieel actief (uitgezet geld) gevoelig is voor bewegingen op de (financiële) markten. Het is toegestaan gelden uit te zetten in de vorm van producten waarbij de hoofdsom is gegarandeerd en in de vorm van vastrentende waarden. Uitzettingen waarbij de hoofdsom is gegarandeerd zijn onder meer daggeld, deposito’s, obligaties, onderhandse leningen en medium term notes (MTN’s). Uitzettingen in de vorm van aandelen zijn in beginsel niet toegestaan. Echter, het aankopen en dus ook aanhouden van aandelen uit hoofde van de publieke taak is wel toegestaan. Daarbij kan men denken aan aandelen BNG Bank en aandelen van nutsbedrijven. Ter beperking van het marktrisico gelden nog enkele aanvullende bepalingen:  het is niet toegestaan om leningen aan te gaan met als enige doel deze tegen een hoger rendement uit te zetten, waarmee wordt voorkomen dat de gemeente als bank gaat optreden;  tijdelijk overtollige gelden van aangetrokken geldleningen voor projectfinanciering worden uitsluitend uitgezet bij de financiële onderneming waar deze leningen zijn aangegaan, en  als een nettingovereenkomst (zie begrippenlijst) is afgesloten met betrekking tot het uitzetten van overtollige gelden van aangetrokken geldleningen voor projectfinanciering, geldt de voorwaarde voor de kredietwaardigheid (rating) niet.

Artikel 9 Liquiditeitsrisicobeheer Bij het voornemen om nieuwe leningen aan te gaan zijn twee informatiebronnen van belang, te weten de huidige financiële positie en de liquiditeitsplanning. Met behulp van deze informatiebronnen wordt beoogd om middelen slechts te lenen c.q. uit te zetten, gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar zijn. De liquiditeitsplanning voor de komende vier jaar wordt opgenomen in de paragraaf financiering van de begroting. Artikel 10 Kasbeheer (korte termijn) Het kasbeheer betreft het beheer van de geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar. Hierbij gelden de volgende doelstellingen:  het inrichten van een efficiënte betalingsorganisatie die tegen zo laag mogelijke kosten het betalingsverkeer van de gemeente Halderberge verzorgt;  het voorzien in de financieringsbehoefte op korte termijn tegen zo laag mogelijke kosten en rekening houdend met de kredietwaardigheid van de organisatie;  het aantrekken van vreemd vermogen voor een periode korter dan één jaar tegen aanvaardbare risico’s;  het uitzetten van tijdelijk overtollig beschikbare liquide middelen voor een periode korter dan 1 jaar rekening houdend met het verwachte liquiditeitsverloop;  het optimaliseren van het rendement van tijdelijk overtollige liquide middelen tegen aanvaardbare risico’s.

De gemeente Halderberge maakt bij het elektronisch bankieren hoofdzakelijk gebruik van de diensten van de BNG Bank. Met de bank is een overeenkomst gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over het kredietarrangement, het depotarrangement, betalingsverwerking en rente. Tevens is in deze overeenkomst de bepaling opgenomen dat de gemeente het betalingsverkeer in overwegende mate via de rekening bij de BNG Bank laat verlopen. Het kredietarrangement bestaat voornamelijk uit een begrenzing van het bedrag dat de rekening courant onder de afgesproken condities ‘rood’ mag staan, de kredietlimiet. Hoewel overschrijding van de kredietlimiet kan voorkomen, is dit niet gewenst. Op dat moment is namelijk een boeterente verschuldigd. In dergelijke gevallen kan beter gekozen worden voor een korte geldlening. Iedere betaling of incasso van de gemeente Halderberge dient door twee personen te worden geautoriseerd. Nadat de transactie is voorbereid door een eerste persoon, vindt autorisatie

plaats door een tweede persoon. Op deze wijze is de functiescheiding voldoende gewaarborgd en zijn de risico’s minimaal. Het aantrekken van kortlopende geldleningen, dat wil zeggen geldleningen voor een periode van minder dan één jaar, maakt onderdeel uit van het kasbeheer. Het komt regelmatig voor dat een korte geldlening goedkoper is dan het aanhouden van een negatief saldo in rekening courant (‘rood staan’ op de bank). Een intensief beheer van de rekening courant zorgt ervoor dat de rentekosten voor de gemeente zo laag mogelijk blijven. Indien er behoefte is aan een kortlopende lening, wordt bij minimaal twee financiële instellingen een offerte opgevraagd. Hierbij geldt dat bij gelijke offertes de huisbankier een voorkeurspositie geniet. Het is hierbij toegestaan om gebruik te maken van de diensten van een tussenpersoon of makelaar. Deze dient te voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 11 van dit treasurystatuut. Artikel 11 Financiering (lange termijn) Onder financiering worden alle activiteiten verstaan die gericht zijn op:  het beheren van de liquiditeitsposities voor een termijn vanaf één jaar;  het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor de realisatie van voorgenomen investeringen en activiteiten.

De gemeentefinanciering heeft de volgende doelstellingen:  het voorzien in de toekomstige financieringsbehoefte tegen zo laag mogelijke kosten en rekening houdend met de kredietwaardigheid van de organisatie;  het (gedeeltelijk) voorzien in de toekomstige financieringsbehoefte door geldmiddelen te reserveren (intern te beleggen);  het aantrekken van vreemd vermogen voor een periode van minimaal één jaar tegen aanvaardbare risico’s;  het veiligstellen van de financierbaarheid van de organisatie in die zin dat op elke gewenst moment geldmiddelen kunnen worden aangetrokken. Het aantrekken van langlopende geldleningen vindt plaats door een prijsopgave aan te vragen bij minimaal twee financiële instellingen, waaronder de huisbankier. Hierbij geldt dat bij gelijke offertes de huisbankier een voorkeurspositie geniet. Het is hierbij toegestaan om gebruik te maken van de diensten van een tussenpersoon of makelaar. Deze dient te voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 11 van dit treasurystatuut. Artikel 12 Relatiebeheer Het beheer van de relaties met financiële instellingen, waaronder de bankrelaties, valt onder de verantwoordelijkheid van de treasuryfunctie.

Onder het relatiebeheer wordt verstaan:  het beheer van de rekeningen bij de verschillende bancaire instellingen;  het zorgdragen van voldoende kredietfaciliteit bij de verschillende bancaire instellingen;  evaluatie van (de condities van) het huisbankierschap;  het onderhouden van contacten met banken, instellingen en (geld)makelaars ten behoeve van de toegang tot en de kennis over de ontwikkelingen op de financiële markten. De financiële instellingen moeten wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 8. Tussenpersonen of makelaars dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen. Artikel 13 Borgstellingen en garanties De gemeente Halderberge heeft in het verleden diverse malen een verzoek gehad om borg of garant te staan voor geldleningen van organisaties uit de gemeente Halderberge. Beide begrippen worden vaak door elkaar gebruikt. Een toelichting hierop is daarom wenselijk.

Een garantie is een vorm van zekerheidstelling waarbij de ene partij (de garant) zich jegens een andere partij (de schuldeiser) verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde (de gegarandeerde) jegens de schuldeiser heeft. Dit is overigens geen vastomlijnd juridisch begrip. Dat geldt wel voor een andere vorm van zekerheidstelling: de borgtocht. Borgtocht is volgens het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:850) een overeenkomst waarbij de ene partij (de borg) zich jegens een andere partij (de schuldeiser) verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde (de hoofdschuldenaar) jegens de schuldeiser heeft of zal verkrijgen. In het kader van het verlenen van gemeentegaranties worden de gemeentegaranties bedoeld voor door derden aangetrokken gelden, die zij zonder gemeentegarantie niet zouden kunnen verkrijgen. Feitelijk wordt hiermee het juridische begrip borgstelling bedoeld. In dit document worden de begrippen borgstelling en garantstelling dan ook als synoniemen gebruikt. Zoals in artikel 2 van de Wet financiering decentrale overheden is aangegeven worden garanties uitsluitend verleend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Aan het begrip ‘publieke taak’ wordt in de wet geen nadere invulling gegeven.

Zonder een vastomlijnde definitie te willen geven kan in het algemeen worden gesteld dat de overheid iets tot haar publieke taak kan/mag rekenen, wanneer het particuliere bedrijfsleven niet of tegen bijzonder hoge kosten in de voorziening voorziet, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar is. De gemeenteraad bepaalt echter uiteindelijk wat onder publieke taak in de gemeente Halderberge wordt verstaan. Het verstrekken van garanties op zich is geen onderdeel van de publieke taak van de gemeente. Het kan wel zo zijn dat het verstrekken van een garantie de publieke taak dient. Anders gezegd, het doel waarvoor een garantstelling wordt verleend moet passen binnen de regelgeving en het gemeentelijke beleid uit hoofde van de publieke taak. Het doel van een garantie is om financiële waarborgen te verstrekken aan kredietverschaffers zodat instellingen en organisaties tegen zo aantrekkelijk mogelijke condities geldleningen kunnen afsluiten bij die kredietverschaffers. Het aangaan van een lening onder gemeentegarantie is veelal bestemd voor het doen van investeringen bij het bouwen van nieuwe accommodaties of het aan- cq verbouwen van bestaande accommodaties. In enkele gevallen is een lening bedoeld voor de aanschaf van roerende goederen. De bevoegdheid tot het verstrekken van borgstellingen ligt bij het college van burgermeester en wethouders.

Een borgstelling is namelijk een privaatrechtelijke handeling waartoe het college op grond van artikel 160 lid 1 Gemeentewet bevoegd is. Artikel 169 lid 4 geeft echter wel aan dat de raad vooraf ingelicht moet worden als de beslissing ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. Voor borgstellingen is ervoor gekozen om altijd de raad in de gelegenheid te stellen om wensen en bedenkingen in te brengen. De gemeente Halderberge is een relatief kleine gemeente en moet bedacht zijn op het lopen van financiële risico’s. Daarom wordt zeer terughoudend omgegaan met verzoeken om gemeentegaranties of borgstellingen te verstrekken. Dat wil niet zeggen dat er geen garant- of borgstellingen worden verleend, maar wel dat een organisatie eerst moet onderzoeken welke andere mogelijkheden er zijn om toegang te krijgen tot de financiële markten. Voor diverse sectoren bestaan waarborgfondsen waar een beroep op gedaan kan worden. Deze waarborgfondsen zijn speciaal opgericht met het doel om organisaties of instellingen financiële garanties te verlenen zodat ze hun doelstellingen kunnen realiseren. Vanzelfsprekend stellen de waarborgfondsen voorwaarden waaraan organisaties moeten voldoen om deel te kunnen nemen of om een lening geborgd te krijgen. Binnen de waarborgfondsen is veel expertise aanwezig om een aanvraag te kunnen beoordelen.

Bij het beoordelen van een verzoek tot borgstelling kan dan ook gebruik worden gemaakt van de conclusies van het waarborgfonds. De rol van de gemeente bij de diverse waarborgfondsen is verschillend. Bij enkele waarborgfondsen is de rol van de gemeente nihil (bijv. Waarborgfonds Kinderopvang en

Waarborgfonds voor de Zorgsector), bij andere waarborgfondsen is de rol beperkt tot een passieve achtervangpositie, terwijl met name bij het Waarborgfonds Sport een actieve rol wordt gevraagd. Het borgen van leningen brengt risico’s voor de gemeente met zich mee. Het is daarom erg belangrijk dat gebruik wordt gemaakt van de juiste expertise om te kunnen beoordelen of een verzoek tot borging van een lening acceptabel is. Bij de gemeente is die expertise slechts in beperkte mate aanwezig. De waarborgfondsen hebben deze expertise wel. Indien een borgstelling door een waarborgfonds alleen wordt verleend in samenhang met een borgstelling door de gemeente (met name bij het Waarborgfonds Sport) kan gebruik gemaakt worden van de conclusies van het waarborgfonds. Het beleid van de gemeente Halderberge gaat ervan uit dat organisaties en instellingen zich richten tot een waarborgfonds voor het borgen van leningen. Als het waarborgfonds als eis stelt dat de gemeente mede borg staat (onder meer bij het Waarborgfonds Sport) of een achtervangpositie inneemt, dient dit in een apart voorstel aan het college te worden voorgelegd. Hierbij dienen vanzelfsprekend de bepalingen uit de financiële verordening en dit treasurystatuut in acht te worden genomen. Zoals reeds eerder is aangegeven stelt de gemeente Halderberge zich terughoudend op ten aanzien van borgstellingen.

Deze opstelling komt voort uit de volgende belangrijke overwegingen:  borgstelling op zich is geen publieke taak;  borgstellingen brengen risico’s voor de gemeente met zich mee;  er zijn andere partijen waartoe een organisatie of instelling zich kan richten; en  bij de gemeente is geen specifieke expertise aanwezig om een verzoek tot borgstelling goed te kunnen beoordelen. Ondanks het terughoudende beleid van de gemeente kan een organisatie toch een verzoek indienen bij de gemeente voor een garant- of borgstelling. Indien dit het geval is, zijn er een aantal voorwaarden waaraan de organisatie en het verzoek moeten voldoen. Deze zijn opgenomen in dit artikel. Net als bij een lening onder niet-marktconforme voorwaarden is bij een borgstelling sprake van het verstrekken van een subsidie. Bij een lening is dit nog afhankelijk van de voorwaarden, maar bij een borgstelling is dat niet het geval. Hierbij is altijd sprake van een subsidie. Door het verstrekken van een borgstelling door de gemeente verkrijgt de aanvrager namelijk een economisch voordeel in de vorm van een lager rentetarief. In de toelichting op artikel 5 over het verstrekken van geldleningen is verder toegelicht welke voorwaarden dan gelden. Wij verwijzen u dan ook naar die toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/548/documents/16017