CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bodemonderzoeken.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 9: Vaststelling bestemmingsplan Ruimte voor ruimte Bornhemweg ong. naast nr 129a, Oudenbosch. ZIE TOELICHTING38.145 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch

projectnummer 0462838.100 definitief revisie 00 15 juni 2020

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch

projectnummer 0462838.100 definitief revisie 00 15 juni 2020

Auteur M.A.L. Rutting

Opdrachtgever Gemeente Halderberge Parklaan 15 4731 GJ OUDENBOSCH

datum vrijgave 15 juni 2020

definitief revisie 00 definitief

goedkeuring M.A.L. Rutting

vrijgave A.W.J. Hendrikx

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

2

Vooronderzoek

3

2.1 2.2 2.3 2.4

Algemeen Voormalig gebruik Eerder uitgevoerd onderzoek Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet

3 3 3 4

3

Verrichte werkzaamheden

5

3.1 3.2

Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

5 5

4

Onderzoeksresultaten

6

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond (Wbb) Grond (Besluit bodemkwaliteit)

6 6 6 7 8

5

Conclusies

9

Bijlagen 1. Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek 2. Vooronderzoek 3. Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Analyseresultaten grondmonsters met overschrijding normwaarden 5. Normwaarden grond en grondwater 6. Toelichting op normwaarden grond en grondwater 7. Analysecertificaten 8. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000 9. Toetsing Besluit bodemkwaliteit 10. Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit

Tekeningen 0462838.100-O-1 0462838.100-S-1

Overzichtstekening met ligging locatie Situatietekening met boringen

Blad 1 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

1

Inleiding In opdracht van Gemeente Halderberge is door Antea Group in mei 2020 een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Bornhemweg te Oudenbosch.

Aanleiding De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de afwijkende resultaten van recentelijk uitgevoerde bodemonderzoeken door RSK en Antea Group op deze locatie.

Doel Het doel van het bodemonderzoek betreft het verifiëren van de door RSK vastgestelde interventiewaarde contour met OCB.

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen NTA 5755 (Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 2 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Bij toepassing van de NTA 5755 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Aangezien er recentelijk twee bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie zijn uitgevoerd door zowel RSK als Antea Group. Is ten behoeve van het vooronderzoek gebruik gemaakt van de resultaten uit deze voorgaande onderzoeken. Aanvullend vooronderzoek is derhalve niet uitgevoerd. De belangrijkste elementen uit deze onderzoeken zijn hieronder beknopt samengevat. Voor de volledigheid zijn beide onderzoeken opgenomen in bijlage 2.

2.2

Voormalig gebruik De locatie is vanaf de jaren ‘60 a ‘70 in gebruik geweest als boomgaard/boomkwekerij. In deze periode is veelvuldig gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen op basis van gechloreerde koolwaterstoffen (ook wel OCB’s genoemd). Deze OCB’s zijn erg persistent en breken zeer langzaam af in het milieu.

2.3

Eerder uitgevoerd onderzoek - Verkennend en aanvullend bodemonderzoek en waterbodemonderzoek doorgaande route Standaardbuiten te Oudenbosch, kenmerk: 516469.001(00), d.d. 15-01-2020 door RSK. Ter plaatse van de noordelijke waterbergingsvoorziening (onderzoekslocatie) is sprake van een sterk verhoogd gehalte OCB (DDT), gerelateerd aan een voormalige boomgaard, waarschijnlijk (op basis van historische informatie) in de periode van eind jaren ’60 tot circa 1980. De sterke verontreiniging bevindt zich in de bovengrond tot een diepte van circa 0,5 m-mv en plaatselijk tot 1,0 m-mv. De verontreiniging is (globaal) horizontaal en verticaal afgeperkt en bevindt zich in de bovengrond tot een diepte van circa 0,5 m-mv en plaatselijk tot minimaal 1,0 m-mv. Met een oppervlakte van circa 8.750 m2 en een gemiddelde laagdikte van 0,5 meter bedraagt de omvang van de sterke verontreiniging circa 4.375 m3. Op basis van het volumecriterium is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 bodemvolume verontreinigd boven de interventiewaarde). - Verkennend en nader bodemonderzoek Bornhemweg (percelen E 80 en 589) te Oudenbosch, kenmerk, 0456271.100, d.d. 18-02-2020 door Antea Group. Uit het eerder uitgevoerde bodemonderzoek van Antea Group blijkt dat de bovengrond ter plaatse van boringen 021 en 033 tot een diepte van 0,5 m-mv. sterk verontreinigd is met DDT.

In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan DDE, DDD en DDT gemeten. In de aanvullend geplaatste boringen voor de horizontale inkadering zijn maximaal matig tot licht verhoogde gehalten gemeten. Elders op het perceel zijn eveneens maximaal matig verhoogde gehalten aan DDT en DDE aangetoond. De oppervlakte waarover de sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond bedraagt bij zowel boring 021 als bij boring 033 circa 40 m2. Uitgaande van een

Blad 3 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

sterk verontreinigd traject van 0,5 m resulteert dit in (2x 20 m3 =) circa 40 m3 sterk verontreinigde grond. Aangezien sprake is van een organisatorische samenhang dient de omvang van de beide spots bij elkaar te worden opgeteld en als één geheel te worden beschouwd. Op basis hiervan is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervan is sprake indien meer dan 25 m3 grond is verontreinigd in gehalten die de interventiewaarden overschrijden. Uit een uitgevoerde risicobeoordeling blijkt dat er bij het toekomstige gebruik van de locatie als ‘plaatsen waar kinderen spelen’, ‘wonen met tuin’ en ‘moestuinen/volkstuinen’ geen sprake is van humane-, ecologische of verspreidingsrisico’s. Sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed te worden gesaneerd.

2.4

Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet Op basis van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In beide onderzoeken wijkt de omvang van de verontreiniging echter sterk af. De beide rapportages zijn door de OMWB gecontroleerd. Door de OMWB is aangegeven dat de beide rapportages volledig zijn en geen hiaten bevatten. In het onderzoek van Antea Group zijn 35 monsters separaat geanalyseerd op OCB’s. Hiervan is in 21 monsters een matig verhoogd gehalte aan DDT gemeten, met een index waarde die de 1 benaderd en in 2 monsters een sterk verhoogd gehalte. In het onderzoek van RSK zijn 21 monsters separaat geanalyseerd op OCB’s. Hiervan is in 4 monsters een matig verhoogd gehalte aan DDT gemeten en in 11 monsters een sterk verhoogd gehalte. De monsternamelocaties van Antea Group en RSK komen in hoofdlijnen met elkaar overeen. Het verschil tussen de beide onderzoeken is mogelijk te verklaren in de meetonzekerheid in het laboratorium en/of weersomstandigheden tijdens de monstername (droog, nat). Voor de opzet van het bodemonderzoek volgen wij een maatwerkstrategie gebaseerd op NTA 5755. Hierbij wordt geverifieerd of de interventiewaardecontour (bepaald door RSK) klopt.

Blad 4 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in mei 2020. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 9 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn 15 boringen geplaatst tot 1,0 m-mv. Tijdens de terreininspectie en bij het uitvoeren van de boringen is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal. De situering van de boringen zijn weergegeven op situatietekening 0462838.100-S-1.

3.2

Laboratoriumonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject Monstersamenstelling Laboratoriumanalyse (m -mv) (meetpunt + traject in m -mv) Bovengrond 101-1 0,00 - 0,50 101 (0,00 - 0,50) OCB en organische stof 102-1 0,10 - 0,60 102 (0,10 - 0,60) OCB en organische stof 103-1 0,00 - 0,50 103 (0,00 - 0,50) OCB en organische stof 104-1 0,00 - 0,40 104 (0,00 - 0,40) OCB en organische stof 105-1 0,00 - 0,40 105 (0,00 - 0,40) OCB en organische stof 106-1 0,00 - 0,40 106 (0,00 - 0,40) OCB en organische stof 107-1 0,10 - 0,60 107 (0,10 - 0,60) OCB en organische stof 108-1 0,00 - 0,50 108 (0,00 - 0,50) OCB en organische stof 109-1 0,00 - 0,50 109 (0,00 - 0,50) OCB en organische stof 110-1 0,00 - 0,40 110 (0,00 - 0,40) OCB en organische stof 111-1 0,00 - 0,50 111 (0,00 - 0,50) OCB en organische stof 112-1 0,00 - 0,50 112 (0,00 - 0,50) OCB en organische stof 113-1 0,05 - 0,50 113 (0,05 - 0,50) OCB en organische stof 114-1 0,00 - 0,50 114 (0,00 - 0,50) OCB en organische stof 115-1 0,00 - 0,40 115 (0,00 - 0,40) OCB en organische stof Ondergrond 105-2 0,40 - 0,70 105 (0,40 - 0,70) OCB en organische stof 107-3 0,60 - 1,00 107 (0,60 - 1,00) OCB en organische stof 111-2 0,50 - 0,80 111 (0,50 - 0,80) OCB en organische stof 112-2 0,50 - 1,00 112 (0,50 - 1,00) OCB en organische stof 115-2 0,40 - 0,90 115 (0,40

- 0,90) OCB en organische stof Toelichting OCB: Organochloorbestrijdingsmiddellen, chemische bestrijdingsmiddelen op basis van gechloreerde koolwaterstoffen.

Blad 5 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot 1,0 m –mv. uit zand bestaat. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn in het opgeboorde materiaal van boringen 102 en 105 is sporadisch baksteen aangetroffen. Verder zijn geen bijzonderheden waargenomen.

4.2

Analyseresultaten

4.2.1

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 7. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 5. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I).

Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek.

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de monsters uit het voorliggende aanvullend bodemonderzoek, zijn eveneens getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit voor ontvangende bodem. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 9. In bijlage 10 is een toelichting op het toetsingskader opgenomen. Aan de hand van deze toetsing kan worden bepaald of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoet aan het beoogde gebruik.

Blad 6 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

4.2.2

Grond (Wbb) In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster Bijzonderheden (m -mv)

101-1 (0,00 - 0,50)

-

102-1 (0,10 - 0,60) 103-1 (0,00 - 0,50)

Sporen baksteen Noordelijke perceelsgrens Oostelijke grens Icontour In de I-contour Verticale inkadering In de I-contour

104-1 (0,00 - 0,40) 105-1 (0,00 - 0,40) 105-2 (0,40 - 0,70) 106-1 (0,00 - 0,40) 107-1 (0,10 - 0,60) 107-3 (0,60 - 1,00) 108-1 (0,00 - 0,50) 109-1 (0,00 - 0,50) 110-1 (0,00 - 0,40) 111-1 (0,00 - 0,50) 111-2 (0,50 - 0,80) 112-1 (0,00 - 0,50)

112-2 (0,50 - 1,00) 113-1 (0,05 - 0,50) 114-1 (0,00 - 0,50) 115-1 (0,00 - 0,40)

115-2 (0,40 - 0,90) Toelichting : AW, I, i : * : som OCB : DDE : DDD : DDT : som drins :

Westelijke grens Icontour Verticale inkadering Oostelijke grens Icontour Oostelijke grens Icontour Oostelijke grens Icontour Westelijke grens Icontour Verticale inkadering In de I-contour / nabij de westelijke grens Icontour Verticale inkadering Oostelijke grens Icontour Oostelijke grens Icontour In de I-contour / nabij de zuidwestelijke grens I-contour, sporen baksteen Verticale inkadering

Overschrijdingen > AW (i <= 0,5) licht som OCB *, som DDE, som DDD, som DDT, som drins som OCB *, som DDE, som DDD som OCB *, som DDE, som DDD

> AW & <= I (0,5 < i <= 1) matig -

>I (i > 1) sterk -

som DDT som DDT

-

som OCB *, som DDE, som DDD, som drins

som DDT

-

som OCB *, som DDE, som DDD, som drins som OCB *, som DDE, som DDD, som DDT, som drins som OCB *, som DDE, som DDD, som DDT, som drins som OCB *, som DDE, som DDD

som DDT -

-

-

-

som DDT

-

som OCB *, som DDE, som DDD, som DDT

-

-

som OCB *, som DDE, som DDD

som DDT

-

som OCB *, som DDE, som DDD

som DDT

-

som DDD som OCB *, som DDE, som DDD, som DDT

-

-

som OCB *, som DDE, som DDD, som DDT

-

-

som OCB *, som DDE, som DDD, som DDT

-

-

som OCB *, som DDE, som DDD, som DDT

-

-

-

-

-

geen bijzonderheden/geen overschrijding AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index geen index te bepalen door ontbreken van achtergrond- of interventiewaarde een sommatie van alle organochloorbestrijdingsmiddellen dichlorodifenyldichloroethaan, een afbraakproduct van DDT dichloordifenyldichloorethaan, een afbraakproduct van DDT dichloordifenyltrichloorethaan een sommatie van de stoffen aldrin, dieldrin en endrin

Blad 7 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

4.2.3

Grond (Besluit bodemkwaliteit) In de volgende tabel zijn de resultaten van de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit als ontvangende bodem weergegeven. Tabel 4.4: Toetsing Besluit bodemkwaliteit – ontvangende bodem Monster Conclusie (m -mv) 101-1 (0,00 - 0,50) Industrie 102-1 (0,10 - 0,60) Niet toepasbaar > Industrie 103-1 (0,00 - 0,50) Niet toepasbaar > Industrie 104-1 (0,00 - 0,40) Niet toepasbaar > Industrie 105-1 (0,00 - 0,40) Niet toepasbaar > Industrie 105-2 (0,40 - 0,70) Niet toepasbaar > Industrie 106-1 (0,00 - 0,40) Industrie 107-1 (0,10 - 0,60) Industrie 107-3 (0,60 - 1,00) Altijd toepasbaar 108-1 (0,00 - 0,50) Niet toepasbaar > Industrie 109-1 (0,00 - 0,50) Industrie 110-1 (0,00 - 0,40) Niet toepasbaar > Industrie 111-1 (0,00 - 0,50) Niet toepasbaar > Industrie 111-2 (0,50 - 0,80) Altijd toepasbaar 112-1 (0,00 - 0,50) Niet toepasbaar > Industrie 112-2 (0,50 - 1,00) Altijd toepasbaar 113-1 (0,05 - 0,50) Industrie 114-1 (0,00 - 0,50) Industrie 115-1 (0,00 - 0,40) Industrie 115-2 (0,40 - 0,90) Altijd toepasbaar

Blad 8 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

5

Conclusies Het voorliggende bodemonderzoek is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen uit de NTA 5755 (Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek). Uit de resultaten van het voorliggende onderzoek blijkt dat in de bovengrond maximaal matig verhoogde gehalten aan DDT en licht verhoogde gehalten aan DDE, DDT en drins (aldrin, dieldrin en endrin) zijn aangetoond. Ook bleek de totale som aan OCB licht verhoogd. In de ondergrond is enkel in monster 111-2 (0,50 - 0,80 m-mv.) een licht verhoogd gehalte aan DDD aangetoond. In de overige monsters van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van OCB stoffen aangetoond. Geen van de geanalyseerde parameters overschrijdt de interventiewaarde. De door RSK opgestelde interventiewaardecontour is niet bevestigd. Wel kan op basis van de resultaten van de recentelijk door RSK en Antea Group uitgevoerde voorgaande onderzoeken en het voorliggende onderzoek worden geconcludeerd dat sprake is van een heterogene verontreiniging met OCB’s in de toplaag, waarbij de gemeten gehalten kunnen variëren tussen licht en sterk verhoogd. Deze conclusie komt overeen met de resultaten van het recentelijke door Antea Group uitgevoerde onderzoek waarbij in de bovengrond van 2 boringen tot een diepte van 0,5 m-mv. sterk verhoogde gehalten aan DDT zijn aangetoond.

De oppervlakte waarover de sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond bedraagt bij iedere boring circa 40 m2. Uitgaande van een sterk verontreinigd traject van 0,5 m resulteert dit in (2x 20 m3 =) circa 40 m3 sterk verontreinigde grond. Aangezien sprake is van een organisatorische samenhang dient de omvang van de beide spots bij elkaar te worden opgeteld en als één geheel te worden beschouwd. Uit een uitgevoerde risicobeoordeling blijkt dat er bij het toekomstige gebruik van de locatie als ‘plaatsen waar kinderen spelen’, ‘wonen met tuin’ en ‘moestuinen/volkstuinen’ geen sprake is van humane-, ecologische of verspreidingsrisico’s. Sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed te worden gesaneerd. De gemeente Halderberge is voornemens om op een deel van het terrein woningbouw en een waterberging te realiseren. De sterk verontreinigde grond dient voorafgaande aan de herinrichting van het gebied te worden gesaneerd. In het kader van de Wet bodembescherming is het noodzakelijk om een (deel)saneringsplan op te stellen voor de uit te voeren sanerende handelingen, daarnaast dienen de werkzaamheden in sterk verontreinigde grond met een omvang van >25 m3 door een gecertificeerd aannemer (BRL 7001 dan wel 7004) en onder milieukundige begeleiding (BRL 6001) te worden uitgevoerd.

Na afronding van de sanering dient een evaluatierapport te worden opgesteld. De sanering is afgerond wanneer door het bevoegd gezag een beschikking op het evaluatierapport is verleend. Uit de uitgevoerde toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit volgt dat de kwaliteit van de ontvangende bodem waar de interventiewaarde niet wordt overschreden (klasse Industrie tot Niet toepasbaar>industrie), niet in overeenstemming is met de functieklasse (Wonen). Op basis hiervan wordt geadviseerd de grond af te graven en te vervangen voor schone(re) grond. Voor grondverzet van niet sterk verontreinigde grond kan, in overleg met bevoegd gezag, gebruik worden gemaakt van een bodemkwaliteitskaart Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Oosterhout, juni 2020

Blad 9 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek

Blad 11 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

Bijlage 1: Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-proces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage “Verantwoording onderzoek BRL 2000” is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In het colofon staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. Asbestonderzoek conform de NEN 5897 (geen bodem) valt buiten de scope van de BRL SIKB 2000, protocol 2018. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium.

Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema(AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond en asbest Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Er is niet bekeken of er wordt voldaan aan de definitie van grond, zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit d.d. 30 november 2018. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group volgens de NEN 5740 is uitgevoerd.

Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.

Blad 12 van 9

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Bornhemweg te Oudenbosch projectnummer 0462838.100 15 juni 2020 revisie 00

Bijlage 2 Vooronderzoek

Blad 13 van 9

ASFALT-, VERKENNEND EN AANVULLEND BODEMONDERZOEK EN WATERBODEMONDERZOEK Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

uitgevoerd door: RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk e-mail: info@rskgroup.nl

rapportnummer: 516469.001(00)

rapportagedatum: 15 januari 2020 in opdracht van: Gemeente Halderberge Postbus 5 4730 AA Oudenbosch

status rapport: concept

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

1

Inleiding

1.1 Doel en aanleiding In opdracht van gemeente Halderberge heeft RSK Netherlands (hierna RSK) een asfaltonderzoek, verkennend en aanvullend bodemonderzoek en een waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie ‘Doorgaande Route Standdaarbuiten’ te Oudenbosch. De ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. De aanleiding voor de onderzoeken is de herinrichting van de locatie, waarbij de bestaande riolering wordt geoptimaliseerd en een gescheiden stelsel wordt aangelegd, de openbare ruimte opnieuw wordt ingericht en een waterbergingsvoorziening wordt gerealiseerd. Het onderzoek heeft tot doel het: • Het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit (teerhoudendheid) van het asfalt; • het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en indicatieve milieuhygiënische hergebruikskwaliteit van de grond, inclusief PFAS; • Het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem; • Het (indicatief) vaststellen van de civieltechnische hergebruikskwaliteit van de zandige grond. Met aanvullend bodemonderzoek is de (globale) omvang van de OCB-verontreiniging ter plaatse van de toekomstige waterberging en van de PAK-verontreiniging ter plaatse van het Mgr. Dr. Poelsplein bepaald.

Met het onderzoek zijn twee deellocaties onderscheiden: noordelijke (toekomstige) waterbergingsvoorziening en (zuidelijk hiervan gelegen) verhardingen en openbaar groen. Deze benamingen van de deellocaties worden in dit rapport gebruikt.

1.2 Kwaliteit Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond zoals beschreven in de vigerende NEN 5740 en de onderzoeksstrategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, zoals beschreven in de vigerende NEN 5720. Het veldwerk is onder certificaat op basis van de BRL SIKB 2000 uitgevoerd, waardoor is voldaan aan de eisen van Kwalibo. Zo is gebruik gemaakt van externe functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt (Kwaliteitsborging in het bodembeheer). Het asfaltonderzoek is uitgevoerd conform de CROW-publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt – selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, juni 2015). RSK Netherlands is verder in het bezit van een gecertificeerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan NEN-EN-ISO9001. De door RSK Netherlands genomen bodemmonsters worden geanalyseerd door een door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd onafhankelijk laboratorium (conform de vigerende ISO/IEC). Het laboratorium is tevens AS3000 geaccrediteerd.

Opgemerkt wordt dat dit onderzoek een steekproef betreft, waardoor niet kan worden uitgesloten dat lokale afwijkingen in de bodem (met mogelijk hierin aanwezige verontreiniging(en)) niet zijn herkend. Er is een beperkte geldigheid van het onderzoek in verband met mogelijke (bedrijfs-)activiteiten op de onderzoekslocatie en stofeigenschappen welke van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de bodem. 1.3 Onafhankelijkheid Het adviesbureau mag geen “eigen grond” keuren of onderzoeken. RSK Netherlands heeft geen grond in eigendom. RSK Netherlands is een zelfstandig onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer – opdrachtgever. RSK verklaart hierbij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd, waarbij gebruik is gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt. Het procescertificaat van RSK Netherlands en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten betreffende de monsterneming, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever.

4

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

2

Vooronderzoek

2.1 Doelstelling en geraadpleegde informatie Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de vigerende norm voor vooronderzoek (NEN 5725 (Bodem – landbodem –strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënische vooronderzoek)). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 2.1. Doel van het vooronderzoek is bepaald op basis van de aanleiding van het verkennend (water)bodemonderzoek. In onderhavig geval betreft dat het volgende doel; • Het opstellen van een hypothese over de te verwachten milieuhygiënische bodemkwaliteit; • Het opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie; • Toetsing voor het gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond; • Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiёnische risico’s. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen t.b.v. het vooronderzoek Bron

Doel

Beschikbaarheid gegevens

Kadaster

Kadastrale gegevens en oppervlak

Zie paragraaf 2.2

Topotijdreis

Historisch kaartmateriaal

Zie paragraaf 2.3

DINOloket

Geohydrologische informatie

Zie paragraaf 2.5

Actueel Hoogtebestand Nederland

Maaiveldhoogte

Zie paragraaf 2.5

Bodemkwaliteitskaart

Indicatie verwachte bodemkwaliteit

Zie paragraaf 2.6

Bodemloket

Algemene bodemkwaliteit en potentiele historische locaties

Zie paragraaf 2.6

BIS gemeente/omgevingsdienst KLIC

Zie paragraaf 2.6 Kabels en leidingen

2.2 Locatiebeschrijving en huidig gebruik De onderzoekslocatie ‘Doorgaande route Standdaarbuiten’ bestaat uit de volgende locaties: Beatrixlaan/ Hemiksemstraat/Bornhemweg vanaf de Rooseveltstraat tot de Drimmelaarstraat, het Mgr. Dr. Poelsplein, de Strijmondlaan en de (mais)akker ten noorden van de Strijmondlaan. Onderstaande zijn de onderzoekslocaties weergegeven. In tabel 2.2 zijn gegevens over de onderzoekslocatie opgenomen.

Afbeelding 1: projectgebied Doorgaande Route Standdaarbuiten

5

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

Tabel 2.2: Gegevens onderzoekslocatie Omschrijving

Toelichting

Oppervlakte onderzoekslocatie

46.200 m2

Kadastrale gegevens

Gemeente Halderberge, sectie A, nummers 1725, 1728, 1729, 2085 en 2087 Gemeente Halderberge, sectie D, nummers 2366, 2851 en 3656 Gemeente Halderberge, sectie E, nummers 80, 83, 328, 546, 589 en 613

Kadastrale eigendom

Gemeente Halderberge

Huidige kadastrale functie

Wonen en landbouw

Huidig gebruik

Woonwijk en Akkerland

Verdachte locaties

-

De verharding van de rijbaan bestaat uit klinkers en een klein gedeelte uit asfalt (noordelijk deel Bornhemweg), de voetpaden zijn verhard met tegels. De groenstroken en de (mais)akker zijn onverhard. Op basis van het locatiebezoek (23-10-2019) zijn er geen afwijkingen geconstateerd ten opzichte van de situatie op de aangeleverde digitale ondergrond. 2.3 Historische informatie Op basis van Topotijdreis is de onderzoekslocatie ten zuiden van de Timberwolfstraat vanaf begin jaren ’60 ontwikkeld; toen is de Beatrixlaan aangelegd. Vanaf de jaren ’80 is de inrichting uitgebreid richting het noorden waarbij de Hemiksemstraat is aangelegd; de inrichting is sindsdien weinig meer veranderd. In het zuiden van de onderzoekslocatie ligt een gedempte sloot tussen de Rooseveltstraat en Thorbeckestraat met een oost-west strekking, die gedempt is in circa 1960. In het noorden van de onderzoekslocatie ter plaatse van de Strijmondlaan zijn enkele sloten gedempt tussen 1960 en 1980. Tevens zijn ten noorden van de Strijmondlaan ter plaatse van het huidige weiland een aantal sloten gedempt na 1998. In het noorden van de onderzoekslocatie, ten westen van de toekomstige waterbergingsvoorziening, is een begraafplaats aanwezig. Boomgaarden Op basis Topotijdreis blijkt dat op de onderzoekslocatie boomgaarden aanwezig zijn geweest.

Vanaf 1911 zijn ten noorden vanaf de Timberwolfstraat tot de Strijmondlaan boomgaarden aanwezig geweest (afbeelding 2a). In 1940 zijn de meeste boomgaarden verwijderd. Vanaf 1968 is ter plaatse van de huidige akker (noordelijke waterbergingsvoorziening) in het oostelijke deel van de onderzoekslocatie een nieuwe boomgaard gerealiseerd (afbeelding 2b). In circa 1980 is de boomgaard (binnen de onderzoekslocatie) uitgebreid richting het noordwesten (afbeelding 2c). Vanaf circa 1999 is de boomgaard (binnen de onderzoekslocatie) uitgebreid verder uitgebreid richting het (zuid)westelijke deel (afbeelding 2d)

2a) locaties boomgaarden 1938.

2b) locaties boomgaarden 1968

6

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

2c) locaties boomgaarden 1980

2d) locaties boomgaarden 1999

Uit bodemloket zijn geen gegevens met betrekking tot bodemonderzoeken en/of verdachte activiteiten geregistreerd. Bij de omgevingsdienst Midden-West Brabant zijn diverse bodemonderzoeken en verdachte locaties opgevoerd: Strijmondlaan 4 - In het verleden heeft hier een chemische afvalstoffenopslag/kca-depot en een textielblekerij gestaan. In 2000 is er een verkennend onderzoek uitgevoerd door Milec, het rapport is niet beschikbaar. Strijmondlaan ong. - In het verleden was hier een katoenbewerking en -spinnerij en een kunstwolfabriek gevestigd. Er is hier in 1991 een indicatief onderzoek uitgevoerd door Heijmans Milieutechniek b.v., het rapport is niet beschikbaar. Bornhemweg 80 - De locatie betreft een pand nabij het Mgr. Dr. Poelsplein. Hier was in het verleden een metaalgieterij en een smederij gevestigd. Er zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse. Mgr. Dr. Poelsplein 11 - Op deze locatie was in het verleden een afvalstoffengroothandel, brandstoffendetailhandel (vloeibaar), lompengroothandel, non-ferrometalengroothandel en een oud papiergroothandel gevestigd. Er zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse. Mgr. Dr. Poelsplein - In het verleden hebben hier pelsbereiderijen, bontfabrieken en bontbewerkingen, stortplaats op land (niet gespecificeerd), textielveredeling en een zakkenstempelinrichting plaatsgevonden.

Op de locatie zijn diverse bodemonderzoeken en saneringen uitgevoerd: - Verkennend bodemonderzoek “Bouwlokatie” centrum Oudenbosch, Wematech Bodem Adviseurs B.V., rapportnummer: VBB-50030458, d.d. 22 september 2003; - Nader bodemonderzoek “voormalige stortlokatie” centrum Oudenbosch, Wematech Bodem Adviseurs B.V., rapportnummer: NBO-50030500, d.d. 14 november 2003; - Avr. aanvullend onderzoek Centrumplan Oudenbosch, Architecten- en ingenieursbureau de rooij bv., d.d. 20 januari 2005; - Saneringsevaluatie fase 1 Centrumplan Oudenbosch, Architecten- en ingenieursbureau de rooij bv., rapportnummer: 04-358/SE, d.d. 12 juli 2005; De onderzoeken en saneringen zijn uitgevoerd ten noorden van de Rooseveltlaan en ten oosten van de Beatrixlaan. Plaatselijk zijn er zwakke tot matige bijmengingen puin aangetroffen. Tevens is er plaatselijk roestachtig materiaal aangetroffen. Uit het verkennend onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de boven- en ondergrond licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. De verontreiniging is mogelijk te relateren aan het aanwezige puin in de grond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie arseen aangetoond, welke te relateren valt aan verhoogde achtergrondconcentraties. Het nader onderzoek dat uitgevoerd is op de locatie is niet beschikbaar, echter zijn de bevindingen hiervan beschreven in de saneringsevaluatie.

7

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

Zwarte stortlaag De zwarte stortlaag wordt aangetroffen in de bodemlaag van 0,5 á 1,0 tot 1,5 á 2,0 m-mv en is sterk verontreinigd met koper, lood, zink en cyanide en licht verontreinigd met kwik, cadmium, nikkel, PAK, EOX en minerale olie. De stortlaag wordt geschat op circa 3.600 m 2. Gedempte sloot De gedempte sloten hebben een oost-west strekking. De grond waarmee de sloot is gedempt, is matig tot sterk verontreinigd met lood en licht verontreinigd met koper, nikkel, PAK, EOX en minerale olie. De sanering is uitgevoerd in 3 fases. De saneringslocaties van fase 2 en fase 3 begrenzen de huidige onderzoekslocatie. De licht verontreinigde bodemlaag 0,2 - 1,4 m-mv (2.400 m3) is ontgraven en afgevoerd. Vanaf circa 0,5 á 1,0 m-mv tot 1,5 á 2,0 m-mv is sterk verontreinigde grond (stort) (100 m3) ontgraven en afgevoerd. In putwandmonsters (richting het Mgr. Dr. Poelsplein) zijn lichte restverontreinigingen achtergebleven met lood. In overleg met het bevoegd gezag is ingestemd met het beëindigen van de sanering. Tijdens sanering van fase 2 is het bronneringswater geloosd op het gemeentelijke riool. Het bronneringswater blijkt niet verontreinigd te zijn. De saneringsevaluatie van fase 3 is niet beschikbaar. 2.4 Toekomstig gebruik Op basis van de beschikbare informatie blijkt dat er wijzigingen zullen optreden in het gebruik van de locatie.

In het noorden van het onderzoeksgebied zal een waterbergingsvoorziening aangelegd worden. In het zuiden van het onderzoeksgebied wordt de riolering geoptimaliseerd. 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie Voor de bodemopbouw en de geohydrologische situatie wordt verwezen naar tabel 2.3. Tabel 2.3: Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m-mv)

Geologische eenheid / Formatie

Lithologische beschrijving / Grondsoort

Geohydrologische indeling

0,0-2,0

Formatie van Stamproy

Eerste zandige en eerste kleiige eenheid

Deklaag

2,0-5,0

Formatie van Stamproy

Tweede en vierde zandige eenheid

1e watervoerende laag

5,0-20,0

Formatie van Waalre

Eerste kleiige eenheid

1e scheidende laag

20,0-32,0

Formatie van Peize en Formatie van Waalre

Tweede zandige eenheid

2e watervoerende laag

32,0-40,0

Formatie van Waalre

Tweede kleiige eenheid

2e scheidende laag

Het maaiveld op de onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse globaal op een hoogte van NAP 1,5 m. De gemiddelde grondwaterstand op de locatie bevindt zich op een diepte van circa 1,8 m-mv. In de directe nabijheid van de onderzoekslocatie is de stromingsrichting van het freatisch grondwater westelijk. In het eerste watervoerend pakket stroomt het grondwater regionaal beschouwd in noordwestelijke richting. De locatie ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied en/of binnen het invloedsgebied van een industriële of particuliere grondwateronttrekking. 2.6 Beschikbare gegevens bodemkwaliteit Uit de geraadpleegde bronnen zijn de volgende bodemkwaliteitsgevens naar voren gekomen; Op basis van de bodemkwaliteitskaart is de onderzoeklocatie gelegen in een gebied met als bodemkwaliteit voor de bovengrond Wonen (zuidelijk deel) en Achtergrondwaarde (noordelijk deel) en voor de ondergrond Achtergrondwaarde. De bodemfunctieklasse is Wonen (zuidelijk deel) en Landbouw/natuur (noordelijk deel). 2.7 Antropogene bijmengingen en ophooglagen Op basis van voorgaande informatie blijkt dat op de locatie slootdempingen aanwezig zijn/verwacht worden. De voormalige sloten hebben een noord-zuid en oost-west strekking.

8

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

Asbest De mogelijke bijmengingen met puin bestaan (naar verwachting/op basis van historische informatie/voorgaande bodemonderzoeken) uit (ongedefinieerd) puin (verdacht op het voorkomen van asbest). Op basis van de periode waarin de ophooglaag/verharding/slootdemping is aangebracht, is volgens tabel A.1 van bijlage 1 uit de NEN 5725, de kans op het aantreffen van asbest (hecht en/of niet-hechtgebonden) groot. Op basis van bovenstaande informatie is de locatie op voorhand verdacht op het voorkomen van asbest. 2.8 Conclusies vooronderzoek/verwachte bodemkwaliteit Op basis van de beschikbare (voor)informatie wordt de onderzoekslocatie als verdacht voor bodemverontreiniging (OCB en PFAS) beschouwd. De indeling in deellocaties, bijbehorende oppervlakten en verwachte bodemkwaliteit is samengevat in tabel 2.4. Tabel 2.4: Samenvatting historisch onderzoek Deellocatie

Oppervlakte

Verwachte bodemkwaliteit

Kritische parameter

Noordelijke waterbergingsvoorziening

31.200 m2

Verdacht

OCB en PFAS

Verharding en openbaar groen

15.000 m2

Verdacht

OCB en PFAS

Er bestaat vooralsnog aanleiding te veronderstellen dat de bodem op de locatie (plaatselijk) verdacht is voor het voorkomen van asbest in de bodem.

9

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

3

Onderzoeksopzet

Asfaltonderzoek Het asfaltonderzoek is gebaseerd op de CROW publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt – selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, juni 2015). Het asfaltonderzoek heeft betrekking op het noordelijke deel van de Bornhemweg (rijbaan en fietspaden). Verkennend bodemonderzoek De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5740, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek. Hierbij zal de onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige heterogeen verontreinigd verdachte locatie worden gehanteerd (VED-HE-NL). Het onderzoek naar PFAS is gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met homogeen verdeelde verontreinigende stoffen (VED-HO-NL). In tabel 3.1 is de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 3.1: Strategie en verwachte bodemkwaliteit Deellocatie

Verwachte bodemkwaliteit

Kritische parameter

Strategie

Noordelijke 31.200 m2 waterbergingsvoorziening

Verdacht

OCB en PFAS

NEN 5740/A1 VED-HE-NL VED-HO-NL

15.000 m2

Verdacht

OCB en PFAS

NEN 5740/A1 VED-HE-NL VED-HO-NL

Verharding en openbaar groen

Oppervlakte

Er bestaat op basis van het vooronderzoek geen aanleiding te veronderstelling dat de bodem op de locatie verdacht is voor het voorkomen van asbest in de bodem. Verkennend waterbodemonderzoek De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN5720, strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie met als strategie: lintvormig water - normale onderzoeksinspanning (LN). In tabel 3.2 is de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 3.2: Strategie en verwachte bodemkwaliteit waterbodemonderzoek Deellocatie

Lengte

Verwachte bodemkwaliteit op basis van vooronderzoek

Kritische parameter

Strategie NEN5720

Noordelijke waterbergingsvoorziening

550 m

Verdacht

OCB en PFAS

LN

De boringen worden doorgezet tot 0,5 meter in de vaste waterbodem.

10

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

4

Veldonderzoek

4.1 Uitvoering werkzaamheden en erkenningen In tabel 4.1 is aangegeven wanneer en door wie het veldonderzoek is uitgevoerd. Tabel 4.1: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden Werkzaamheden Datum uitvoering Locatiebezoek Grondboringen en peilbuizen

23-10-2019 In de periode van 28-10-2019 t/m 29-11-2019

Waterbodem onderzoek Asfaltboringen (kernen) Mechanische boringen (BoutenGeotron)

01-11-2019 29-11-2019 14-11-2019, 15-11-2019, 18-11-2019, 19-11-2019

Grondwatermonstername

29-11-2019 en 06-12-2019

Uitgevoerd door

Erkend voor protocol1

G.J. Loeffen, H. Gerretsen G. Euijen R. de Kroon M. Reimers H. de Bruin T. van der Ark B. Nahumury L. Brenan F. Vullings (BoutenGeotron) R. de Kroon M. Reimers F. Vullings

2001, 2002, 2018 1001, 2001, 2002, 2003, 2018 2001, 2002, 2018, 6001 2001, 2002 2001, 2002, 6001, 6002 2001, 2002 2001*, 2002 2001, 2002, 2003, 2101 (certificaat VB-074/9) 1001, 2001, 2002, 2003, 2018 2001, 2002, 2018, 6001 2001, 2002, 2003, 2101 (certificaat VB-074/9)

M. Keemink

2002

1

: Gekwalificeerd, gecertificeerd en voor de uitvoering van deze werkzaamheden erkend. *: In opleiding

4.2 Locatieinspectie Het projectgebied is ingedeeld in twee deelgebieden. Ter plaatse van de noordelijke (toekomstige) waterbergingsvoorziening is een (maïs)akker aanwezig. Het westen en zuiden van de akker wordt omsloten door een watergang. Tevens is in het noorden van de onderzoeksdeellocatie een droogliggende sloot aanwezig. In de zuidelijke deellocatie (verharding en openbaar groen) is een overwegend klinkerverharding aanwezig ter plaatse van de rijbanen. In het noordoosten van de deellocatie (Bornhemweg) is een asfaltverharding aanwezig voor zowel de rijbaan als de vrijliggende fietspaden. De voetpaden zijn voorzien van tegelverharding. 4.3 Grondboringen, peilbuizen en zintuiglijk onderzoek Op de onderzoekslocatie zijn 88 boringen uitgevoerd, waarvan 7 boringen zijn afgewerkt tot peilbuis. In verband met de bodemopbouw zijn de meeste diepe boringen op het noordelijke terreindeel machinaal (sonisch) geplaatst. De boorlocaties zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Het aanwezige bodemmateriaal is geclassificeerd en bemonsterd. De bodem bestaat tot de maximale boordiepte (5,0 m-mv) hoofdzakelijk uit zand met vanaf circa 3,5 á 4,0 m-mv leem en/of veen. Plaatselijk wordt een laagje leem aangetroffen tussen 1,0 en 2,0 m-mv. In het noorden van de waterbergingsvoorziening is deze leemlaag dikker (vanaf circa 1,0 tot 4,0 m-mv).

Sporadisch wordt een klei laagje waargenomen. Het bodemmateriaal is zintuiglijk onderzocht op verontreinigingskenmerken (kleur, aanwezigheid van bodemvreemd materiaal e.d.). De resultaten van het zintuiglijk onderzoek zijn weergegeven in tabel 4.2. Ter plaatse van de noordelijke waterbergingsvoorziening wordt rond 0,5-1,5 m-mv een roesthoudende laag waargenomen (mogelijk voormalige watergang). Daarnaast worden geen bijzondere bijmengingen aangetroffen. Ter plaatse van de verhardingen en het openbaar groen worden plaatselijk bijmengingen van baksteen, (asbestverdacht) puin, kolengruis en/of roest waargenomen. Tevens is in het noordwesten van de deellocatie ter plaatse van de Strijmondlaan en in het noordoosten ter plaatse van de Bornhemweg een funderingslaag met repac aangetroffen. Er zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen in de bodem waargenomen. De resultaten van het zintuiglijk onderzoek zijn (per deellocatie) weergegeven in tabel 4.2.

11

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

Tabel 4.2: Samenvatting uitgevoerde werkzaamheden en zintuiglijk onderzoek (per deellocatie) Deellocatie

Boring

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Noordelijke waterbergingsvoorziening 32.200 m2

004

1,0

0,5-1,0

zand

zwak roesthoudend

006

1,0

0,5-1,0

zand

matig roesthoudend

008

5,0

0,2-1,2

zand

matig roesthoudend

009

1,0

0,4-1,0

zand

zwak roesthoudend

012

5,0

0,3-1,2

zand

zwak roesthoudend

013

1,0

0,3-1,0

zand

matig roesthoudend

019

5,0

1,0-1,5

zand

sporen roest

021

5,0

0,5-1,0

zand

sporen roest

024

5,0

0,5-1,5

zand

zwak roesthoudend

030

5,0

1,0-1,5

zand

zwak roesthoudend

032

5,0

1,5-1,8

zand

zwak roesthoudend

037

5,0

0,5-1,0

zand

zwak roesthoudend

044

5,0

0,5-0,8

zand

zwak roesthoudend

050

5,0

0,5-1,5

zand

zwak roesthoudend

051

1,0

0,5-1,0

zand

laagjes roest

052

4,0

0-0,7

zand

matig puinhoudend

053

5,0

0,05-0,5

zand

sporen puin

054

4,0

0,15-0,65

fundering

volledig repac

057

0,9

0,07-0,4

fundering

volledig repac

058

1,1

0,15-0,25

fundering

volledig slakken

059

0,8

0,07-0,3

fundering

volledig repac

060

5,0

0-0,5

zand

sporen baksteen

069

5,0

0,5-1,0

zand

zwak kolengruishoudend, zwak roesthoudend, resten baksteen

070

4,0

1,0-1,5

zand

matig puinhoudend

070-2

2,0

1,0-1,3

zand

brokken baksteen

070-3

2,0

0,6-1,0 1,0-1,2

zand zand

sporen kolengruis sporen baksteen

070-4

2,0

1,0-1,3

zand

brokken baksteen

071

5,0

0,8-1,2

zand

matig baksteenhoudend

071_N

2,0

0,5-1,0

zand

sporen baksteen en kolengruis

072

5,0

0,07-0,5 0,5-1,3 1,3-2,0

fundering zand zand

volledig repac resten baksteen, zwak roesthoudend resten baksteen

088

5,0

0,07-0,7 1,5-3,0

zand zand

matig puinhoudend zwak puinhoudend

Verharding en openbaar groen 15.000 m2

Voor een gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw in de boorpunten wordt verwezen naar de boorprofielen die zijn opgenomen in bijlage 3. 4.4 Asfalt Het asfaltonderzoek is uitgevoerd conform de CROW publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt – selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, juni 2015). Met behulp van een kernboor Ø120 mm zijn 3 asfaltboringen verricht. De boringen zijn verdeeld over de deellocaties: boring 057 en 059 (fietspad Bornhemweg) en boring 058 (rijbaan Bornhemweg). De locatie van de boringen is weergegeven op de situatietekening (bijlage 2).

12

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

4.5 Bemonstering grondwater De gegevens met betrekking tot de grondwaterbemonstering zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Kenmerken grondwater peilbuis

filtertraject m-mv

stijghoogte m-mv

pH (-)

EC (µS/cm)

troebelheid (NTU)

toestroming (goed/matig/slecht)

Noordelijke waterbergingsvoorziening 015

2,0-3,0

1,09

6,21

522

92,2

goed

020

2,0-3,0

1,65

7,67

494

73,7

goed

041

2,0-3,0

1,32

7,47

635,1

31,9

goed

045

2,0-3,0

1,49

7,46

746,3

26,9

goed

Verhardingen en openbare groen 061

2,0-3,0

0,66

9,94

1,78

26

goed

073

2,0-3,0

0,94

7,04

739

20,9

goed

083

2,0-3,0

0,53

5,54

1,06

145

goed

verklaring tabel m-mv meter beneden het maaiveld pH maat voor zuurgraad EC Electrische geleidbaarheid NTU Nephelometric Turbidity Unit (maat voor de troebelheid van het grondwater)

De gemeten pH en EC kunnen als normaal worden beschouwd. De troebelheid is verhoogd (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentraties aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek overschrijden de concentraties van geen enkele organische parameter de betreffende streefwaarde. De eventuele overschatting van de concentraties als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is derhalve niet uitgevoerd. De bemonstering van het grondwater kan als representatief worden beschouwd. 4.6 Afwijkingen veldonderzoek Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden en tijdens de monstername zijn geen kritische afwijkingen opgetreden.

13

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

5

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten

5.1 Asfalt Het analytisch onderzoek is uitgevoerd door het milieulaboratorium Synlab te Rotterdam. Van de 3 asfaltkernen is in het laboratorium de laagopbouw en -dikte bepaald (RAW proef 152). Daarbij zijn de asfaltlagen onderzocht met PAK-marker. Het analyserapport van de RAW proef 152 en het PAK-marker onderzoek is bijgevoegd in bijlage 3. De asfaltverharding van het fietspad bestaat (vanaf bovenkant verharding) uit een laag dicht asfaltbeton (DAB) en een laag steenslagasfaltbeton (STAB). De asfaltverharding van de rijbaan bestaan (vanaf bovenkant verharding) uit een laag steenmastiekasfalt (SMA) en twee lagen grindasfaltbeton (GAB). De asfaltdikte van het fietspad is circa 8 cm en het asfalt van de rijbaan is circa 17 cm. In zowel het asfalt van de fietspad als de rijbaan is geen PAK-marker reactie waargenomen. Kwantitatieve analyse PAK-gehalte Op basis van de constructieopbouw en de resultaten van het PAK-marker onderzoek zijn homogene onderzoeksvakken bepaald waarop de kwantitatieve analyses PAK-gehalte (GCMS) zijn uitgevoerd. Asfalt met een gehalte PAK kleiner of gelijk aan 75 mg/kg (samenstellingswaarde uit het Besluit bodemkwaliteit) wordt als teervrij beschouwd. In tabel 5.1 zijn de mengmonsters (samenstelling) en analyseresultaten PAK-gehalte (GCMS) weergegeven. Tabel 5.1: samenstelling mengmonsters en resultaten GCMS-analyse Mengmonster

Samenstelling mengmonsters

Gehalte PAK (GCMS)

057 + 059 volledig

<10mg/kg

058 volledig

<10mg/kg

Fietspad Bornhemweg Asfalt 4 Rijbaan Bornhemweg Asfalt 5

Op basis van de GCMS-analyses (PAK < 75 mg/kg.ds) is het asfalt teervrij. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 4.1. 5.2 Grond De analyses zijn uitgevoerd volgens de bepalingsmethoden zoals vermeld op de analyserapporten (bijlage 4.1 en 4.2). De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden en (indicatief) aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Het resultaat van deze toetsing is integraal opgenomen in de overschrijdingstabellen in bijlage 5.1 en 5.2. Voor een definitie en een overzicht van de achtergrondwaarde, streefwaarde en interventiewaarden wordt verwezen naar bijlage 6. Grond Het analyseprogramma voor de grond(meng)monsters is samengevat in tabel 5.2 (noordelijke waterbergingsvoorziening) en tabel 5.3 (verhardingen en openbaar groen). In deze tabellen zijn tevens de aangetoonde verontreinigingen opgenomen. Tabel 5.2: Geanalyseerde grondmonsters noordelijke waterbergingsvoorziening Analyse(Deel)monsters Analyse- Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) Monster (traject in m-mv) pakket > AW > ½ AW+I >I Noordelijke waterbergingsvoorziening MM1 001(0-0,5)+005(0-0,5)+ 007(0-0,5)+014(0-0,5) MM2 005(0,5-1,0)+007(0,5-1,0)+ 014(0,5-1,0)+016(0,5-1,0) MM3 001(0,5-1,0)+003(0,7-1,2)+ 007(2,5-3,0)+014(1,5-2,0)

Toetsing BesluitBodemkwaliteit (indicatief)

STAP-g OCB STAP-g

koper, kwik

OCB (DDT)

-

-

-

-

Niet toepasbaar (> Industrie) Altijd toepasbaar

STAP-g

-

-

-

Altijd toepasbaar

14

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

Tabel 5.2 (vervolg): Geanalyseerde grondmonsters noordelijke waterbergingsvoorziening Analyse(Deel)monsters Analyse- Aangetoonde verontreinigingen Monster (traject in m-mv) pakket > AW > ½ AW+I MM3 OCB

017(0-0,5)+(019(0-0,5)+ OCB 030(0-0,5)+037(0-0,5) MM4 010(0,5-1,0)+017(0-0,5) STAP-g MM4 OCB 021(0-0,5)+024(0-0,5)+ OCB 032(0-0,5)+034(0-0,5) MM5 010(2,2-2,6)+012(0,8-1,3)+ STAP-g 017(3,5-4,0)+035(1,0-1,5) MM6 042(0-0,5)+044(0-0,5)+ STAP-g 046(0-0,5)+048(0-0,5) OCB MM7 046(2,0-2,5)+047(0,5-1,0)+ STAP-g 048(3,0-3,5)+050(1,0-1,5) MM8 012(4,8-5,0)+017(4,5-5,0)+ STAP-g 035(4,0-4,5)+042(3,7-4,2)+ 046(4,2-4,7)+047(4,0-4,5)+ 048(4,5-5,0)+050(4,5-5,0) MM9 002(0,5-1,0)+004(0,5-1,0)+ STAP-g 009(0,4-0,9)+013(0,8-1,0) MM10 019(0-0,5)+028(0-0,5)+ STAP-g 037(0-0,5) MM11 021(0-0,5)+030(0-0,5)+ STAP-g 039(0-0,5) MM12 024(0-0,5)+032(0-0,5)+ STAP-g 034(0-0,5) MM13 024(0,5-1,0)+030(1,0-1,5)+ STAP-g 032(1,5-1,8)+037(0,5-1,0) MM14 019(0,5-1,0)+028(2,0-2,5)+ STAP-g 030(3,5-4,0)+037(1,5-2,0) MM15 021(3,7-4,2)+024(3,5-4,0)+ STAP-g 032(0,5-1,0)+034(2,0-2,5) MM16 019(4,5-5,0)+021(4,6-5,0)+ STAP-g 024(4,3-4,8)+028(4,5-5,0)+ 032(4,6-5,0)+034(4,0-4,5)+ 037(4,0-4,5)+039(4,3-4,8) MM17 019(1,5-2,0)+021(1,2-1,7)+ STAP-g 024(1,5-2,0)+039(1,8-2,0) Noordelijke waterbergingsvoorziening - uitsplitsing OCB M101 OCB 001(0-0,5) OCB M102 OCB 005(0-0,5) OCB

OCB

M103 OCB

007(0-0,5)

M104 OCB

>I

Toetsing BesluitBodemkwaliteit (indicatief) Klasse Industrie1

OCB

-

-

Altijd toepasbaar Klasse Industrie1

kwik

-

-

Altijd toepasbaar

koper, kwik, lood, overige OCB -

OCB (DDT) -

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

kwik, lood

-

-

Altijd toepasbaar

koper, kwik, lood

-

-

Klasse Wonen

koper, kwik, lood

-

-

Klasse Wonen

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

overige OCB

-

OCB

overige OCB

-

014(0-0,5)

OCB

overige OCB

-

M201 OCB M202 OCB

042(0-0,5) 044(0-0,5)

OCB OCB

overige OCB

OCB (DDT)

OCB (DDT) OCB (DDT) OCB (DDT) -

M203 OCB

046(0-0,5)

OCB

overige OCB

-

-

-

OCB (DDT) -

Altijd toepasbaar1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Niet toepasbaar1 (> Interventiewaarde)1 Altijd toepasbaar1 Niet toepasbaar (> Industrie)1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Altijd toepasbaar1

-

-

-

Altijd toepasbaar1

overige OCB

OCB (DDE)

OCB (DDT)

Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1

M204 OCB 048(0-0,5) OCB Noordelijke waterbergingsvoorziening - afperking OCB MM105 OCB 005(0,5-1,0)+007(0,5-1,0)+ OCB 014(0,5-1,0) M106 OCB 004(0-0,5) OCB

Klasse Industrie

15

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

Tabel 5.2 (vervolg): Geanalyseerde grondmonsters noordelijke waterbergingsvoorziening Analyse(Deel)monsters Analyse- Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) Monster (traject in m-mv) pakket > AW > ½ AW+I >I M107 OCB M108 OCB

008(0-0,5) 013(0-0,3)

OCB OCB

OCB overige OCB

-

M109 OCB M110 OCB M111 OCB

015(0-0,4) 002(0-0,5) 012(0-03)

OCB OCB OCB

OCB OCB overige OCB

-

M112 OCB M113 OCB M114 OCB

012(0,3-0,8) 011(0-0,5) 020(0-0,5)

OCB OCB OCB

OCB overige OCB

OCB (DDE)

M205 OCB

040(0-0,5)

OCB

overige OCB

-

M206 OCB

045(0-0,5)

OCB

overige OCB

OCB (DDT)

M207 OCB M208 OCB

051(0-0,5) 046(0,5-1,0)

OCB OCB

OCB overige OCB

-

M209 OCB

031(0-0,5)

OCB

overige OCB

-

OCB (DDT) OCB (DDT) OCB (DDT) OCB (DDT) OCB (DDT) OCB (DDT) -

Toetsing BesluitBodemkwaliteit (indicatief) Klasse Industrie1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Klasse Industrie1 Klasse Industrie1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Altijd toepasbaar1 Klasse Industrie1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Niet toepasbaar (> Industrie)1 Klasse Industrie1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Niet toepasbaar (> Interventiewaarde)1 Klasse Industrie1 Altijd toepasbaar1

M210 OCB 038(0-0,5) OCB OCB M211 OCB 040(0,5-1,0) OCB verklaring tabel m-mv meter beneden het maaiveld STAP-g standaardpakket grond: droge stof, organische stof, lutum zware metalen (Barium, Cadmium, Kobalt, Koper, Kwik, Molybdeen, Lood, Nikkel, Zink), minerale olie (GC), polychloorbifenylen (PCB (som 7)) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK VROM (som 10)) OCB organochloorbestrijdingsmiddelen 1 op basis van OCB Toetsing Wet bodembescherming (Wbb): onderzochte parameter(s) niet aangetoond of in gehalte(n) beneden de achtergrondwaarde(n); >AW overschrijding achtergrondwaarde; >1/2 AW+I overschrijding helft achtergrondwaarde en interventiewaarde >I overschrijding interventiewaarde

In de bovengrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten zware metalen (koper, kwik en lood) gemeten. In de ondergrond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte kwik gemeten. OCB-verontreiniging Ter plaatse van de noordelijke waterbergingsvoorziening is in bovengrond een sterk verhoogd gehalte OCB (DDT) gemeten (boringen 004, 006, 007, 012, 013, 014, 020, 031, 040 en 046). De sterk verhoogde gehalten zijn gerelateerd aan voormalige activiteiten (boomgaard) op de locatie. In de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) is plaatselijk (boring 046) een sterk verhoogd gehalten OCB (DDT) gemeten. De sterke OCB-verontreiniging is (globaal) horizontaal en verticaal afgeperkt en bevindt zich over het algemeen in de bovengrond tot een diepte van 0,5 m-mv en plaatselijk (boring 046) tot minimaal 1,0 m-mv. Met een oppervlakte van circa 8.750 m2 en een gemiddelde laagdikte van 0,5 meter bedraagt de omvang van de sterke verontreiniging met OCB circa 4.375 m3. Op basis van het volumecriterium is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging (meer dan 25 m 3 bodemvolume verontreinigd boven de interventiewaarde).

16

Rapportnummer: 516469.001(00) Projectlocatie: Doorgaande Route Standdaarbuiten te Oudenbosch

Tabel 5.3: Geanalyseerde grondmonsters verhardingen en openbaar groen Analyse(Deel)monsters Analyse- Toetsing Wet bodembescherming (Wbb) Monster (traject in m-mv) pakket > AW > ½ AW+I >I Verhardingen en openbaar groen MM18 055(0,05-0,5)+056(0,08-0,58)+ 053(0,05-0,5)+062(0,08-0,5) MM19 063(0,05-0,3)+066(0-0,5)+ 067(0,07-0,5)+068(0,07-0,57) MM20 052(0-0,5)+053(0,05-0,5) M21 060(0-0,5) MM22 052(0,7-1,0)+054(1,15-1,5)+ 060(0,5-1,0)+062(1,0-1,5)+ 064(1,2-1,7)+065(0,57-1,0)+ 067(1,0-1,5)+068(2,5-3,0) MM23 052(3,0-3,5)+054(2,0-2,5)+ 055(1,5-2,0)+056(3,0-3,5)+ 061(1,0-1,5)+062(1,5-2,0)+ 063(1,8-2,0)+067(1,5-2,0) MM24 069(0,07-0,57)+070(0,07-0,57)+ 075(0-0,5)+076(0,05-0,3) MM25 078(0,07-0,5)+080(0,07-0,3)+ 087(0,07-0,57)+088(0,07-0,57) MM26 070(1,5-2,0)+073(0,5-1,0)+ 074(3,0-3,5)+076(2,3-2,8)+ 077(4,0-4,3)+080(0,8-1,3)+ 084(2,0-2,5)+087(0,57-1,0) MM27 070(3,5-4,0)+071(1,5-2,0)+ 073(1,0-1,5)+075(2,0-2,5)+ 087(1,5-2,0) M28 088(0,07-0,57)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/507/documents/15182