Bijlage 3 Begroting Werkplein 2024.pdf
Tekst van het document
27
Gemeente Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal gemeenten
Taakstelling 2024 106 74 90 186 56
Inburgeringsplichtigen 74 52 63 130 39
54
38
566
396
Leerroutes Er is sprake van 396 statushouders. In de rekentool is het uitgangspunt dat van de taakstelling 30% gezins- en overige migranten betreft waarop slechts een beperkt aantal inburgeringsvoorzieningen van toepassing is. Voor de leerroutes wordt rekening gehouden met 396 asielstatushouders (70%). Daarbij wordt uitgegaan dat voor de B1-route: 40% in aanmerking komt, Onderwijsroute: 15% en de Z-route: 45%. Dit is gebaseerd op ervaringscijfers van het Werkplein over. Voor de B1- en de Z-route is gerekend met een bedrag van maximaal € 9.000 per traject. Dit traject moet in een periode van maximaal 3 jaar afgerond worden. De rijksvergoeding wordt in drie jaar vergoedt (jaar 1; 61%, jaar 2; 31% en jaar 3; 8%). Voor de kosten van de leerroutes is ook deze verdeling in drie jaar tijd toegepast. Arbeid en begeleiding Belangrijkste onderdelen hier zijn de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject dat door Vluchtelingenwerk wordt uitgevoerd. Hier is ook gerekend met 396 trajecten. Hiermee is een bedrag gemoeid van ruim € 800.000. In de uitvoering voor 2024 moet blijken hoe realistisch de gehanteerde aantallen zijn. Voor gezins- en overige migranten wordt ook het Participatieverklaringstraject ingezet. Daarnaast is ook nog sprake van participatietrajecten die bij de WVS en Kringloper worden ingekocht.
Deze trajecten worden in principe bekostigd uit de Werkpleinbegroting. Extra taken Vluchtelingenwerk Gemeenten kochten bij Vluchtelingenwerk voor de nieuwe Wet inburgering al taken in. Formeel horen deze taken niet onder de nieuwe Wet inburgering maar zijn ze wel belangrijk om tot een goede deelname aan de maatschappij te komen. Het betreft de taken maatschappelijk spreekuur, juridisch spreekuur, taakstelling huisvesting en taalcoaching.
Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn. Binnen de gemeenschappelijke regeling van het Werkplein kennen we de volgende algemene dekkingsmiddelen: De bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. 28
De bijdrage van de gemeenten in de programmakosten. Voor programma Werk en Participatie is de verdeelsleutel op basis van de rijksvergoeding van 2023. Bij programma Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering worden de lasten per gemeente bijgehouden en in rekening gebracht.
Tabel: Algemene dekkingsmiddelen
De productkosten worden toegelicht in hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 programma Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering. De bedrijfsvoeringkosten worden toegelicht in hoofdstuk 9 Financiële begroting. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a. financiering b. bedrijfsvoering. c. weerstandsvermogen en risico’s. 7.1 Paragraaf financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Rentevisie Voor het voeren van een verantwoorde financieringsbehoefte is een actueel beeld van de renteontwikkeling noodzakelijk.
Om dit te garanderen wordt minimaal één keer per jaar - indien daartoe aanleiding is vaker - een rentevisie opgesteld op basis van de gegevens van de huisbankiers dan wel andere vooraanstaande bancaire instellingen. Deze dienen minimaal een AA- rating te hebben. De rentevisie baseren wij op die van de Bank Nederlandse Gemeenten (februari 2023). De inflatie blijft ook in 2023 nog duidelijk boven de doelstelling van de ECB. De centrale bank zal de officiële tarieven verder verhogen, ondanks de negatieve effecten op de economische groei op de kortere termijn. In 2023 verwachten we een herfinancieringsrente van 3,5 procent. De lange rentetarieven lopen in de komende twaalf maanden nog wat verder op.
29
Renterisico De renterisico's bij het aantrekken en uitzetten van gelden beperken wij zoveel mogelijk door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie. Op dit moment zijn wij nog geen langlopende geldlening aangegaan. De financiering van onze in de hoofdzaak ICT-investeringen zullen wij binnen de rekening-courant overeenkomst opvangen. In de begroting houden wij vooralsnog wel rekening met te maken rentekosten tegen een rentepercentage van 1%. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Voor de begroting 2024 geldt een norm van € 21,5 mln. Het Werkplein heeft geen vaste geldleningen. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen.
Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de UFDO. Voor de begroting 2024 bedraagt de kasgeldlimiet € 8,8 mln. Rentekosten Wij streven ernaar om onze renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat wij geen middelen onbenut laten, maar streven naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en het treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. Schatkistbankieren Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de Bank voor Nederlandse gemeenten (BNG) afgesloten. Dit betekent dat het Werkplein in voorkomend gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan.
Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd. 7.2 Paragraaf bedrijfsvoering Zoals reeds is aangegeven, is de omgeving van de Gemeenschappelijke Regeling volop in beweging. Dit betekent dat de interne organisatie hierop zo ingericht moet zijn dat op veranderingen flexibel ingespeeld kan worden. De flexibiliteit wordt onder andere gerealiseerd door de onderstaande punten. Personeel Door het algemeen bestuur is de visie Werkplein 2024 vastgesteld en is besloten de nieuwe organisatiestructuur door te voeren. Per saldo nam de formatie toe tot 192,4 fte. Daarvan is momenteel nog 7,81 fte ondersteunende diensten die door de gemeente Etten-Leur worden geleverd.
30
De insteek van het Werkplein is om zoveel mogelijk formatie via reguliere dienstverbanden in te vullen. Dit om stabiliteit en behoud van kennis in de organisatie te bewerkstelligen om zo optimaal mogelijk de inwoners van dienst te kunnen zijn. Er wordt wel een kleine flexibele formatie van circa 5% aangehouden. Ziekteverzuim Ons doel is het ziekteverzuim zo laag mogelijk te houden, door actief te sturen op ons verzuimbeleid. Belangrijk hierbij is dat we zorgdragen voor een goede balans aan inzet van het personeel. Gestuurd wordt op kort verzuim en op de verzuim frequentie. Bij langdurig zieken zal indien nodig worden ingehuurd, zodat de direct betrokken collega’s niet nog eens extra werkzaamheden krijgen waardoor de druk bij hen ook te veel wordt verhoogd. Afgelopen jaar (2022) lag het verzuimpercentage op 6,2% en was het langdurig verzuim 4,6%. In de begroting voor 2024 is met 2% van de loonsom rekening gehouden voor vervanging. Informatievoorziening/veiligheid Eind 2024 kunnen inwoners hebben inwoners de volledige regie over hun eigen dossier. Met het inwonerdossier hebben de inwoner en de contactpersoon van het Werkplein dezelfde informatie als ze in contact komen met elkaar. Dat helpt hen bij het voeren van een gesprek op basis van gelijkwaardigheid. Het inwonerdossier wordt automatisch geactualiseerd met informatie uit diverse applicaties.
De applicaties die het Werkplein gebruikt worden volledig geleverd als een onlinedienst. Het inwonerdossier voldoet aan alle AVG-vereisten. Voor de toegang heeft de inwoner een DigiD nodig en een medewerkers van het Werkplein hebben de juiste autorisatie. Financieel beheer Naast de zorg om uitkeringen op tijd uit te betalen aan klanten, is het ook onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording vindt plaats via de bestuursrapportages en in de diversie gremia. Naast de begroting en jaarrekening worden er drie bestuursrapportages na elk kwartaal aan het bestuur voorgelegd.
31
Huisvesting Het Werkplein heeft vanaf 2023 formeel nog één hoofd locaties, Etten-Leur. Vanaf september 2022 werken wij meer gebiedsgericht, daar werken waar het voor de inwoner het beste is en de aansluiting zoeken met het sociaal domein. Dat betekent dat onze medewerkers vaker in of een gemeentehuis of in buurthuizen of daar waar onze partners zitten zullen gaan werken. Momenteel werken wij in de zes gemeentehuizen. De vervolgstap is om ook in buurthuizen e.d. onze dienstverlening op een veilige manier te gaan verrichten. De huisvestingslasten voor 2024 zijn verlaagd met € 215.584. 7.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Bepaling weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen het weerstandsvermogen. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven van € 50.000. Het Werkplein is een gemeenschappelijke regeling waarvoor de gemeenten garant staan. Het aanhouden van een eigen vermogen om risico’s te kunnen opvangen is derhalve niet strikt noodzakelijk.
Reserve en Voorzieningen Het Werkplein beschikt in principe niet over reserves. Er is echter vanaf 2022 een reserve inburgering per gemeente gevormd. Dit omdat zowel de uitgaven als inkomsten (van het Rijk) voor een inburgeraar over een periode van maximaal drie jaar plaatsvinden. Daarnaast is één voorziening gevormd voor de regeling spaarverlof die in de cao voor medewerkers mogelijk is gemaakt. Risicoparagraaf Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. Onderstaand zijn de volgende risico’s te benoemen en te kwantificeren: indien het risico zich voordoet, komt dit ten laste van de deelnemende gemeente omdat het Werkplein geen algemene reserve kent.
32
Financiële kengetallen
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen geldleningen afgesloten. Voor het Werkplein is het risico dat niet voldaan kan worden aan de terugbetaling van de lening dus niet aanwezig. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft een indicatie in de mate waarin een gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Aangezien het Werkplein in principe geen eigen vermogen heeft bedraagt de solvabiliteitsratio 0%.
33
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Dit kengetal geeft een indicatie welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen. De uitkomst van 0% geeft aan dat de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Dit is een gevolg van de financieringsconstructie die het Werkplein hanteert. De deelnemende gemeenten staan garant om alle kosten (dus ook eventuele tekorten) van het Werkplein af te dekken en indien er sprake is van een overschot wordt dit ook verrekend met de deelnemers. Beoordeling kengetallen De waarde van de kengetallen van het Werkplein is enigszins beperkt vanwege de afspraken die in de gemeenschappelijke regeling zijn gemaakt over de financiering van het Werkplein. Zo worden eventuele overschotten of tekorten direct verrekend met de bijdragen van de deelnemende gemeenten en mogen geen reserves worden opgebouwd.
34
8.1 Staat van baten en lasten per programma
Verschillenanalyse begroting 2024 t.o.v. begroting 2023 In vergelijking met de begroting 2023 zijn de programmakosten € 6.689.994 hoger. Bij de programma’s is dit verschil nader toegelicht. De kosten bedrijfsvoering in de voorliggende begroting 2024 zijn € 2.009.477 hoger dan in de begroting van 2023 is opgenomen. Dat is een stijging van 10,7%. Dit bestaat uit een reguliere kostenstijging van 2,5% (toegepast prijsindexcijfer)en 13% op de loonkosten (cao) en 12% bij ICT kosten. Dit kan als volgt worden verklaard: a. Hogere loonkosten € 1.251.128. Ook de formatie voor inburgering is hierin verwerkt (loonkosten 2024 € 889.470). De hogere kosten komt met name door: de gevolgen van de nieuwe cao € 1.930.509. De nieuwe cao behelsd een stijging van € 240 per medewerker per maand en 2% verhoging per 1-1-2023. Dit betekent een stijging van 7,1% door de nieuwe cao. Daarnaast is een percentage van 4,2% aangehouden voor loonstijging in 2024. 35
Doordat de taakstelling van het rijk voor inburgeraars flink hoger is ingeschat nemen daardoor ook de loonkosten voor regiehouders en administratieve kracht toe. Bij elkaar 2,6 fte en daarmee gepaarde loonkosten van € 211.500. De formatie wordt overigens pas ingevuld indien de toename van inburgeraars daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Gemeenten worden via de algemene uitkering voor de uitvoeringskosten inburgering gecompenseerd.
b. Overige loonkosten zijn € 42.683 hoger dan in 2023. Dit heeft te maken met de in de nieuwe cao opgenomen verhoging van de thuiswerkvergoeding (€ 17.737) en de kosten woon-werk en dienstreizen (€ 30.000) vanwege verhoging netto kilometervergoeding. c.
De huisvestingskosten zijn € 215.584 lager dan in 2023. Dit komt omdat Werkplein gebiedsgericht is gaan werken met nog maar één hoofdlocatie. Voor gemeenten betekent dit het volgende voordeel: Huisvestingskosten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal
-38.827 -25.439 -28.349 -93.305 -17.441 -12.245 -215.606
d. De facilitaire kosten zijn € 51.646 hoger. Dit komt door de aanschaf van module Inburgering van Schulinck voor documenten, verordeningen, jurisprudentie en advies (€ 14.800), toename van de portokosten (€ 14.000) door meer inwoners die gebruik maken van onze dienstverlening (o.a. ook inburgeraars) en archiefbeheer (€ 15.000) dat eerst in de post ondersteuning vanuit Roosendaal was geraamd. e. Hogere ICT kosten ad € 162.025. Dit komt door de volgende zaken: -door de vernieuwing van de gemeenschappelijk infrastructuur, uittreden Bergen op Zoom en prijsstijgingen is de bijdrage aan de ICT WBW toegenomen (€ 77.000). Daarnaast is rekening gehouden met financiële effecten ( € 50.000) van meer samenwerking op I&A gebied (4 onderzoeksopdrachten). De licentiekosten van SROI van € 17.925 zijn nu in de ICT kosten opgenomen. Voorheen werden deze separaat aan gemeenten doorberekend. Daarnaast zijn de effecten van prijsstijgingen tot 2,5% verwerkt. Verdeelsleutel De organisatie- en uitvoeringskosten worden door de deelnemende gemeenten gedragen op basis van een reeds overeengekomen verdeelsleutel, gewogen gemiddelde van aandeel van Pwet-klanten in totaal klantenbestand van de zes gemeenten (85%) en aandeel inwoners (15%). De verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners en klanten per 1-1-2023 wordt voor de begroting van 2024 gehanteerd.
36
Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor de programmakosten zijn bij de programma’s opgenomen. De gemeentelijke bijdrage in de bedrijfsvoeringskosten voor 2024 zijn in onderstaande tabel opgenomen. De geraamde bijdrage voor 2024-2027 is in de bijlage opgenomen. Ook de bijdrage in de programmakosten is in de bijlagen opgenomen.
8.2 Meerjarenraming per programma De tabel meerjarenraming per programma presenteert de baten en lasten voor het meerjarig perspectief. Hierbij vallen enkele zaken op die enige toelichting behoeven. 1. Het meerjarig perspectief programma Inkomen (Buig uitgaven) is gebaseerd op de ramingen van 2024. Voor 2025-2027 is uitgegaan van een gelijkblijvend bestand (conform prognose CPB) en een prijscorrectie van 2,1% per jaar. 2. Bij Inkomensondersteuning is rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie van respectievelijk 2,1%. Dit vanwege aanpassingen aan normbedragen als gevolg van stijging minimumloon. Alleen het budget minimabeleid is gelijk gehouden. 3. In het meerjarig perspectief zijn de participatiemiddelen op basis van de gehanteerde prijsindex van 2,5% opgenomen. 4. Bij Inburgering zijn de lasten gebaseerd op de door het Rijk verstrekte vergoeding voor de inburgeringsvoorzieningen en de uitvoeringskosten. 5. De loonkosten zijn gebaseerd op de begrotingscijfers van 2024. Voor de jaren daarna is rekening gehouden met indexatie van de loonkosten voor 2025, 2026 en 2027 met respectievelijk 4,1%, 3,9% en 3,9% (septembercirculaire 2022-gemiddelde loonvoetontwikkeling sector overheid) en de jaarlijkse periodieken.
37
8.3 Incidentele baten en lasten Bij het opstellen van de begroting 2024 en het meerjarenperspectief, zijn geen posten opgenomen. 8.4 Verantwoording taakvelden begroting 2024 In de herziening van het BBV wordt voorgeschreven dat de colleges (bestuur gemeenschappelijke regeling) de ramingen en realisatiecijfers die zij moeten leveren voor de begrotingsuitvoering, indelen aan de hand van taakvelden, waaraan de bijbehorende baten en lasten moeten worden toegerekend. De gegevens dienen ook gebruikt te worden voor de financiële informatie die gemeenten/Werkplein aan het CBS moeten aanleveren om te voorzien in de informatiebehoefte van het Rijk, de EU en het CBS in verband met landelijke statistieken en ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. Onderstaand zijn de cijfers van 2024 verdeeld naar taakvelden. Uitgangspunten zijn de volgende: alle directe kosten worden aan een taakveld toegerekend, denk hierbij aan de kosten van uitkeringen, minimabeleid maar ook re-integratie activiteiten. De kosten van programma Werk en Participatie en programma Inburgering zijn geheel toegerekend aan Taakveld Arbeidsparticipatie (6.5). De kosten van programma Inkomen en Inkomensondersteuning zijn geheel toegerekend aan Taakveld Inkomensregelingen (6.3). van de bedrijfsvoeringskosten vallen alle kosten onder overhead tenzij een directe relatie met een taakveld hebben.
Voor het Werkplein zijn de loonkosten van medewerkers die direct met de uitvoering van de taken arbeidsparticipatie en inkomensregelingen aan die taakvelden toegerekend. De overige loonkosten vallen onder overhead.
38
8.5 Financiële richtlijnen begroting 2024
Nr.
Richtlijn begroting Financieel
1.
We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting 20242027 aanbiedt aan de deelnemers. De GR vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting 2024. In de begroting 2024 neemt de GR ook een overzicht op met de bijdragen 2024 t/m 2027 per deelnemer.
2.
De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het (Algemeen) Bestuur is besloten.
3.
De begroting bevat een overzicht met het verloop van de (bestemmings)reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de GR deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan.
Opnemen in begroting
Motivatie
39
4.
De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting 2024 stijgt maximaal met de geldende cao-indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 (of een actuelere circulaire). Ook wijzigt de bijdrage wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
Voor Inkomen en Inkomensondersteuning worden de uitgaven fors hoger vanwege aanpassing van het minimumloon in 2023. Daarvoor ontvangen gemeenten ook meer inkomsten van het Rijk (Buig). Daarnaast zijn al onze inspanningen erop gericht om inwoners zodanig te ontwikkelen dat zij geheel of gedeeltelijk uitkeringsonafhankelijk worden.
5.
In de ontwerpbegroting worden de mogelijkheden beschreven om de bijdrage van de deelnemende gemeenten te verminderen, bijvoorbeeld door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven.
Voor het programma Inkomen en Inkomensondersteuning (bijzonder bijstand) is dit uitgangspunt moeilijk uitvoerbaar. Dit omdat de Participatiewet op het gebied van het bieden van een vangnet en inkomensondersteuning een openeindregeling is. Wel kunnen voorstellen gedaan worden ter bevordering van de uitstroom en ontwikkeling van inwoners. Zie verder de toelichting in hoofdstuk 2, bladzijde 5 en 6.
6.
Een positief resultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De GR kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur.
7.
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de GR de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2024
1.
De op het Werkplein HvWB betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2024 opgenomen. Het Werkplein HvWB zorgt ervoor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van het WVS en de ISD Brabantse Wal.
2.
Het Werkplein maakt een onderbouwde meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers per gemeente. 40
3.
Het Werkplein neemt in de bijlagen van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover.
4.
Het Werkplein verschaft in de diverse P&Cdocumenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren.
8.6 Beleidsmatige richtlijnen begroting 2024 Nr.
Inhoudelijke richtlijnen begroting 2024
1.
Het Werkplein HvWB stelt een begroting voor het jaar 2024 op waarin de ambities van de deelnemende gemeenten tot duurzame uitstroom van uitkeringsgerechtigden en het beperken van uitkeringslasten tot uitdrukking komt.
2.
Het Werkplein HvWB gaat voorafgaand aan de opstelling van de begroting 2024 met de deelnemende gemeenten in gesprek over de concrete ambities van de gemeenten voor 2024 op het terrein van werk, inkomensondersteuning en inburgering.
3.
De begroting 2024 dient een duidelijke onderbouwing te bevatten van de manier waarop het Werkplein HvWB de hiervoor genoemde (beleidsmatige richtlijnen 1 en2) ambities gaat realiseren, alsmede de lasten die daarmee gepaard gaan.
4.
De onderbouwing begroting 2024 bevat concrete maatregelen die afdoende zijn om aanspraak te kunnen maken op een uitkering in het kader van de vangnetregeling mocht er voor 2024 uiteindelijk onverhoopt toch sprake zijn van een overschrijding van de BUIGbudgetten.
5.
De begroting 2024 van het Werkplein HvWB is opgesteld in lijn met de in 2023 te formuleren ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de
Opnemen in begroting
Motivatie
Gemeenten hebben aangegeven een begroting op hoofdlijnen te willen zodat op basis van de actualiteit in 2023 de ambities voor 2024 middels het Werkprogramma 2024 binnen de gestelde kaders kunnen worden bijgesteld.
41
organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Het Werkplein geeft aan welke concrete stappen er komend jaar worden gezet.
Staat van personele sterkte
42
Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven
43
8.7 Gemeentelijke bijdrage programma- en bedrijfsvoeringskosten 2024-2027 Gemeentelijke bijdrage 2024
44
45
46
8.8 Beleidsindicatoren Verplichte indicatoren in het kader van het BBV. Het gaat om de indicatoren opgenomen in de regeling van de Minister Van Binnenlandse Zaken van 24 maart 2016. De indicatoren per gemeente en voor heel Nederland zijn te vinden op waarstaatjegemeente.nl:
Gegevens zijn afkomstig uit Waarstaatjegemeente.nl.
47
De omvang van de formatie is licht toegenomen van 0,77 per 1.000 inwoners naar 0,78. Dit komt doordat de ondersteunende diensten vanuit Roosendaal naar het Werkplein zijn overgegaan. Verder wordt de inhuur nog verder beperkt tot 16 fte en inhuur voor projecten tot 3 fte. Daarmee daalt de externe inhuur van 16% naar 13%. Demografische gegevens:
48
8.9 (Meerjaren) balans 2024-2027
Op basis van het besluit begroting en verantwoording (BBV) voor decentrale overheden wordt een balans in de begroting opgenomen. Omdat het Werkplein slechts op een beperkt gebied werkzaam is kunnen er in de balans slechts beperkt gegevens worden opgenomen. De gegevens die zijn opgenomen zijn de vaste activa (investeringen). De activa worden gefinancierd uit het rekeningcourant saldo op de bank. Een toe- of afname van de investeringen leidt derhalve tot een toe- of afname van het banksaldo. Bij de investeringen (activa) is geen sprake van nieuwe investeringen. De boekwaarde neemt af vanwege afschrijvingen. Daarnaast zijn de vorderingen op cliënten (terugvorderingen uitkeringen regulier en als gevolg van fraudeonderzoek) opgenomen als schuld aan de gemeenten. Daartegenover staat een vordering op de gemeenten voor een gelijk bedrag.
49