Bijlage 3 Begroting 2022 Werkplein Hart van West-Brabant.pdf
Tekst van het document
Programmabegroting 2022 Meerjarenbegroting 2023-2025
Ik ga weer aan de slag dankzij het Werkplein.
1
Inhoudsopgave
1 INLEIDING ............................................................................................................................................. 4
2 HET WERKPLEIN IN 2022 ...................................................................................................................... 6 2.1 Visie en strategische doelstellingen .............................................................................................. 6 2.2 Organisatieontwikkeling ................................................................................................................ 6 2.3 Effecten Corona ............................................................................................................................. 7 2.4 Veranderende doelgroep .............................................................................................................. 8
3 PROGRAMMA WERK EN PARTICIPATIE ................................................................................................ 9 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 9 3.2 Wat gaan we doen in 2022? ........................................................................................................ 10 3.2.1 Bemiddeling naar de arbeidsmarkt ...................................................................................... 10 3.2.2 Met ondersteuning op weg naar de arbeidsmarkt .............................................................. 10 3.2.3 Meedoen aan de maatschappij (integrale ondersteuning) .................................................. 12 3.2.4 Wat doen we nog meer? ...................................................................................................... 12 3.3 Wat mag het kosten? .................................................................................................................. 12 Analyse begroting 2022 t.o.v. begroting 2021 .................................................................................. 13 4 PROGRAMMA INKOMEN ....................................................................................................................
15 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 15 4.2 Wat gaan we doen in 2022? ........................................................................................................ 15 4.3 Wat mag het kosten? .................................................................................................................. 16 Analyse begroting 2022 t.o.v. begroting 2021 .................................................................................. 17 5 Programma Inkomensondersteuning................................................................................................. 19 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 19 5.2 Wat gaan we doen in 2022? ........................................................................................................ 20 5.3 Wat mag het kosten? .................................................................................................................. 22 Analyse begroting 2022 t.o.v. begroting 2021 .................................................................................. 23
2
6 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN ....................................................................................................... 24
7 PARAGRAFEN ...................................................................................................................................... 25 7.1 Paragraaf financiering ................................................................................................................. 25 7.2 Paragraaf bedrijfsvoering ............................................................................................................ 26 7.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer ....................................................................... 30 8 FINANCIELE BEGROTING..................................................................................................................... 33 8.1 Staat van baten en lasten per programma.................................................................................. 33 8.2 Meerjarenraming per programma .............................................................................................. 35 8.3 Incidentele baten en lasten ......................................................................................................... 36 8.4 Verantwoording taakvelden begroting 2022 .............................................................................. 36 9 BIJLAGEN ............................................................................................................................................
40 Staat van personele sterkte............................................................................................................... 42 Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven .......................................................................................... 43 Gemeentelijke bijdrage programma- en bedrijfsvoeringskosten 2022-2025 ................................... 44 Beleidsindicatoren ............................................................................................................................. 47 (Meerjaren) balans 2021-2024 .......................................................................................................... 48
3
Inleiding In deze bijzonder tijd leggen wij u de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025 van de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant voor; kortweg de Programmabegroting Werkplein Hart van West-Brabant 2022-2025.
Transitiejaar 2022 Het jaar 2022 typeren wij als een transitiejaar. Niet alleen zullen de effecten van Corona op de werkgelegenheid in 2022 goed tot uiting komen, ook het Werkplein zelf is volop in ontwikkeling om de dienstverlening te verbeteren. De onzekerheden in de bestandsontwikkeling, en de zekerheid dat het Werkplein er in 2022 anders uit ziet, maakt dat deze begroting naar alle waarschijnlijkheid op een later moment nog gewijzigd kan gaan worden. Dat laat onverlet dat de begroting wel richting geeft. In de voorliggende begroting streven we er dan ook naar u inzicht te geven zowel de financiële uitgangspunten, als de worsteling om te komen tot een accurate voorspelling voor 2022. Programma’s Werkplein In deze begroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-2025 geven wij aan wat het Werkplein in de komende jaren wil realiseren. De begroting is opgesteld langs de drie programma’s van dienstverlening aan onze inwoners: In het programma Werk en Participatie staat de ontwikkeling en participatie van onze inwoners centraal. Waar kunnen we onze inwoners ondersteunen in hun ontwikkeling. Zowel in hun ontwikkeling naar werk en/of participatie (verticale groei) als in ondersteuning en/of doorverwijzing in hun zorgvraag op welk terrein dan ook (horizontale groei). Het programma Inkomen focust zich op het verstrekken van uitkeringen, terugvordering en verhaal, handhaving e.d.
Een inkomen is van essentieel belang voor onze inwoners om uiteindelijk te kunnen groeien richting werk en/of participatie. Programma Inkomensondersteuning kan met de inkomensondersteunende regelingen bijdragen aan de ontwikkeling van onze inwoners. Naast deze inhoudelijke programma’s maken we een doorkijk van de bedrijfsvoeringskosten. Onze insteek is om deze kosten zo beperkt mogelijk te houden door efficiënt om te gaan met de beschikbare middelen. In deze begroting leest u als rode draad terug dat het Werkplein werkt aan de omslag van ‘Waar heb je recht op?’ naar ‘Wat heb je nodig bij je ontwikkeling?’. We werken met een steeds complexer wordende doelgroep. De huidige doelgroep heeft een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Een groep met steeds complexere problematieken op allerlei leefgebieden, waarbij betaald werk niet altijd realistisch is. Daarnaast komen inwoners met een (gedeeltelijke) arbeidsbeperking bij het Werkplein terecht. We maken de ontwikkeling door van een op regels en wetten gerichte ‘blauwe’ organisatie naar een ‘groene’ organisatie die de mens centraal stelt. 4
Opbouw begroting 2022 De opbouw is als volgt: Na de inleiding in hoofdstuk 1 lichten we in hoofdstuk 2 toe hoe we het Werkplein in 2022 zien. In de daaropvolgende hoofdstukken gaan we zowel inhoudelijk als financieel in op de drie programma’s (Werk en Participatie, Inkomen en Inkomensondersteuning). De afsluitende hoofstukken 6 tot en met 9 zijn voor het grootste deel financieel ingestoken met verplichte onderdelen voor een begroting. Begrotingsrichtlijnen De gemeenteraden hebben voor het jaar 2022 een aantal begrotingsrichtlijnen meegegeven. Hoe wij daar vorm aan hebben gegeven, is terug te lezen in de tabellen in de bijlagen 1 (financiële richtlijnen) en 2 (beleidsmatige richtlijnen). Inburgering Vanaf 1 januari 2022 gaat het Werkplein voor de zes gemeenten de Wet inburgering uitvoeren. Momenteel wordt samen met gemeenten nog hard gewerkt om het beleid, de inkoop, de organisatie en een daarbij behorende begroting op te zetten en ter besluitvorming aan de gemeenten voor te leggen. In deze begroting zijn dus geen ramingen voor inburgering opgenomen.
5
Het Werkplein in 2022
2.1 Visie en strategische doelstellingen In 2020 is een nieuwe bestuurlijke opdracht geformuleerd voor het Werkplein. In deze opdracht wordt de visie op de rol van het Werkplein in de Participatiewet als volgt omschreven: “We streven naar een inclusieve arbeidsmarkt, waarop iedereen met arbeidsvermogen in staat is om mee te doen. We vertrouwen erop dat de meeste inwoners voldoende zelfredzaam zijn om een plek op de arbeidsmarkt te verwerven en te behouden. Inwoners met arbeidsvermogen die het (tijdelijk) niet lukt om te participeren op de arbeidsmarkt ondersteunen we. We ondersteunen in de vorm van een financieel vangnet en bij hun groei en ontwikkeling naar een betaalde baan. Wij realiseren ons daarbij dat er inwoners met arbeidsvermogen zijn waarvoor een betaalde baan (even) niet haalbaar is. Voor deze inwoners zorgen we met onze partners in het sociaal domein voor ondersteuning bij hun groei en ontwikkeling zodat ze naar vermogen meedoen in de samenleving.” Deze visie is vertaald naar zeven strategische doelstellingen voor de periode 2021-2024: 1. Zo min mogelijk inwoners zijn afhankelijk van een uitkering 2. Inwoners hebben laagdrempelig toegang tot bemiddeling naar werk en inkomensondersteuning 3. Inwoners in het doelgroepenregister hebben een (betaalde) baan 4. Inwoners ontvangen laagdrempelig integrale ondersteuning bij hun ontwikkeling naar werk 5.
Inwoners waarvoor werk (voorlopig) niet haalbaar is, worden voor hun ondersteuning naar zelfredzaamheid overgedragen 6. Minder inwoners leven in armoede 7. Inwoners ontvangen tijdig en rechtmatig uitkeringen en/of inkomensondersteunende maatregelen De bestuurlijke opdracht is ambitieus, en laat veel ruimte aan het Werkplein om kansen te benutten. Het waarmaken van deze visie en behalen van strategische doelstellingen is van een aantal factoren afhankelijk, die niet altijd goed beïnvloedbaar zijn. In dit hoofdstuk staan we hierbij stil. 2.2 Organisatieontwikkeling Een belangrijke ontwikkeling om de visie en strategische doelstellingen te kunnen behalen is de ‘vergroening van het Werkplein’. In 2019 is het Werkplein een proces van organisatieontwikkeling 6
gestart, met als doel te ontwikkelen van een proces- en taakgerichte organisatie naar een inwoneren resultaatgerichte organisatie. Kortom van ‘blauw’ naar ‘groen’. Hierin hanteren we een bottomup aanpak en geven medewerkers zelf toekomst aan de organisatie. Dat doen we niet zonder reden. De opgave in de Participatiewet is dat we inwoners aanspreken op hun zelfredzaamheid. Echter, wij zien in praktijk dat onze doelgroep verandert. Inwoners die gebruikmaken van onze diensten hebben steeds vaker problematiek op meerdere leefgebieden. Dit komt omdat inwoners die voorheen werden opgevangen binnen de sociale werkvoorziening nu vaker terechtkomen bij de sociale dienst. De doelgroep wordt dus complexer en de afstand tot de arbeidsmarkt groter. Inhoudelijk is dit uiteraard een positieve verschuiving, maar dit maakt wel dat de samenwerking in het sociaal domein voor het Werkplein steeds belangrijker wordt. Ook zien we de maatschappelijke wens om de inwoner centraal te stellen, en niet de dienst. Deze omslag in denken en handelen is niet eenvoudig, maar vereist een verandering in structuur en cultuur. Deze uitdaging pakken we met beide handen aan, beseffende dat dit niet van vandaag op morgen is gerealiseerd.
De zoektocht naar hoe we inwoners centraal kunnen stellen zien we ook bij onze partners in het sociaal domein – onder meer de Wet maatschappelijke ondersteuning, schuldhulpverlening en Jeugdzorg. Om beter aan te sluiten op wat de maatschappij van ons vraagt heeft het Werkplein de ambitie om uit te gaan van de talenten en kwaliteiten van inwoners en medewerkers. Proces en inhoud van de ondersteuning worden maatwerk. Onze medewerkers krijgen veel regelruimte om met de inwoner best passende keuzes te maken. Samenwerking met collega’s in het sociaal domein wordt de norm. Door het effect van wat we doen nog beter te meten en een continue dialoog hierover te voeren, verwachten we dat de kwaliteit van onze dienstverlening toeneemt en meer inwoners naar vermogen mee kunnen doen in de samenleving. Om deze werkwijze uit te kunnen voeren zijn aanpassingen nodig in zowel de structuur, als de cultuur van het Werkplein. Daar zijn wij in 2020 al mee gestart, en hebben dit in 2021 uitgebouwd tot een veranderprogramma waar alle medewerkers in het Werkplein bij betrokken zijn. Ook het jaar 2022 zal in het teken staan van de verandering van de organisatie. Naar verwachting zal (een deel van) de structuurverandering in dit jaar plaats vinden.
Maar daarnaast verwachten we dat onze nieuwe werkwijze zal leiden tot het zoeken naar een nieuw evenwicht intern bij het Werkplein, en binnen het sociaal domein. Ongetwijfeld gaat dit met vallen en opstaan. 2.3. Effecten Corona Een tweede belangrijke ontwikkeling waar het Werkplein in 2022 de effecten van merkt, is de Corona crisis. Bij het opstellen van deze begroting is de verwachting dat door de strenge RIVM maatregelen en het vaccinatieprogramma Nederland in 2021 uit de lockdown komt. Daarmee kan worden gewerkt aan economisch herstel. Onzeker is wat gebeurt wanneer de steunpakketten die van Rijkswege worden verstrekt afnemen, en uiteindelijk stop worden gezet. Een ander risico is dat mutaties van het COVID-19 virus nog voor lange tijd de economie zullen gijzelen.
7
2.4 Veranderende doelgroep De doelgroep van het Werkplein groeit, en zal de komende jaren blijven groeien. Met de invoering van de Participatiewet is de doelgroep de afgelopen jaren veranderd. Mensen met een (gedeeltelijke) arbeidsbeperking die eerst onder de Wsw (Wet sociale werkvoorziening) of Wajong (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jong gehandicapten) vielen komen nu bij het Werkplein terecht. Ook zijn er meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die te maken hebben met brede problematiek. Een andere zichtbare verandering voor het Werkplein is de complexer wordende doelgroep. De afgelopen jaren lag de focus op het ondersteunen van onze inwoners richting werk. En daarbij op een doelgerichte aanpak om alleen inwoners met recht op een uitkering binnen te krijgen en te hebben. We zien dat de huidige doelgroep van het Werkplein een steeds grotere afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Deze groep heeft steeds complexere problematieken op allerlei leefgebieden, waarbij betaalde arbeid niet altijd realistisch is. Prognose bijstandsvolume Het CPB verwacht een stijging van het bijstandsvolume vanaf 2021. De prognose is dat het uitkeringenbestand in 2021 met circa 6% en 2022 met 4% toeneemt. Deze prognose is van maart 2021. Prognose ontwikkeling bestand bijstandsontvangers Aantal bijstandontvangers eind van het jaar Prognose in % Verloop in aantallen
2020 4.048
2021 4.291 6,0% 243
2022 4.463 4,0% 172
2023 4.574 2,5% 112
2024 4.574 0,0% 0
2025 4.574 0,0% 0
Conform zoals aangegeven in de Kaderbrief 2022 hebben we de nieuwe inzichten van het CPB van eind maart 2021 nog voor deze begroting meegenomen. In afwijking met de Kaderbrief gaan we niet meer uit van een stijging met 8% voor 2021 en 6% voor 2022 maar van 6% voor 2021 en 4% voor 2022. Voor 2023 is een stijging van 2,5% voorzien. Daarna wordt het aantal bijstandsgerechtigden in de lijn van de prognose van het CPB bevroren. De ambitie in de begroting is de ontwikkeling die het Werkplein door wil maken door de inwoner meer centraal te zetten en meer te verbinden met netwerkpartners. Hoewel voor het jaar 2022 nog niet alle ontwikkelingen in deze begroting kunnen worden opgenomen, geven wij de richting aan voor een blijvende inzet op de ontwikkeling van onze kandidaten. Zodra meer duidelijkheid ontstaat over de gevolgen van de meer mensgerichte benadering en het meer de verbinding leggen met het brede sociaal voor het Werkplein zullen wij dit, indien nodig, in een herzien begroting aan u voorleggen.
Hoogachtend,
Hoogachtend,
Marko Does Secretaris/Directeur
René van Ginderen Voorzitter
8
Programma Werk en Participatie
3.1 Inleiding De doelgroep van het Werkplein groeit. Er is een toename van nieuwe doelgroepen door de invoering van de Participatiewet. Ook zijn er meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die te maken hebben met brede problematiek. Het ontwikkelen van deze groep inwoners vraagt om een andere, bredere kijk op dienstverlening. We maken de stap van een op regels en wetten gerichte ‘blauwe’ organisatie naar een ‘groene’ organisatie die de mens centraal stelt. De komende jaren wordt de Werkplein organisatie zo vorm gegevens dat onze inwoners daadwerkelijk centraal staan en die dienstverlening krijgen die nodig is. Binnen deze ‘vergroening’ streven we naar een inclusieve arbeidsmarkt, waarop iedereen met arbeidsvermogen in staat is om mee te doen. We vertrouwen erop dat de meeste inwoners voldoende zelfredzaam zijn om een plek op de arbeidsmarkt te verwerven en te behouden. Inwoners met arbeidsvermogen die het (tijdelijk) niet lukt om te participeren op de arbeidsmarkt ondersteunen we. We ondersteunen in de vorm van een financieel vangnet en bij hun groei en ontwikkeling naar een betaalde baan. Wij realiseren ons daarbij dat er inwoners met arbeidsvermogen zijn waarvoor een betaalde baan (even) niet haalbaar is.
Voor deze inwoners zorgen we met onze partners in het sociaal domein voor ondersteuning bij hun groei en ontwikkeling zodat ze naar vermogen meedoen in de samenleving. Volgens onze traditionele werkwijze wordt iedere werkzoekende die zich bij Werkplein meldt in een doelgroep ingedeeld. Aan de hand van deze doelgroepindeling wordt de dienstverlening ingezet die deze persoon kan helpen in zijn groei en ontwikkeling: A. Direct bemiddelbaar: focus op directe bemiddeling naar de arbeidsmarkt B. Bemiddelbaar met ondersteuning met arbeidsmarktperspectief: focus op het verkleinen van de afstand naar de arbeidsmarkt en begeleiding naar betaald werk C. Niet bemiddelbaar en geen arbeidsmarktperspectief: ligt niet op bemiddeling naar de arbeidsmarkt, maar op de waarde van meedoen en het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten. Daarnaast zijn er nog een aantal specifieke aanpakken: Garantiebanen en beschut werk Statushouders Jongeren 9
Voor het Werkplein van de toekomst is het de vraag of deze indeling aangehouden blijft. Volgens onze visie willen we niet langer het aanbod van het Werkplein, maar de talenten en kwaliteiten van inwoners en medewerkers centraal stellen. Dit is de kern van de vergroening die we in de komende jaren richting 2024 willen realiseren. Opgave voor het Werkplein wordt om cultuur en structuur van de organisatie hierop in te richten. Proces en inhoud van de ondersteuning worden meer maatwerk. Onze medewerkers krijgen veel regelruimte om met de inwoner best passende keuzes te maken. Samenwerking met collega’s in het sociaal domein wordt de norm. Door beter het effect te meten van wat we doen en een continue dialoog hierover verwachten we dat de kwaliteit van onze dienstverlening zal toenemen, en meer inwoners naar vermogen mee kunnen doen in de samenleving. 3.2 Wat gaan we doen in 2022? In deze begroting gaan we uit van de resultaatafspraken die het Werkplein en gemeenten gemaakt hebben in het werkprogramma 2021. De resultaatafspraken voor 2022 zullen eind 2021 vastgesteld worden. De hieronder genoemde instrumenten en aanpakken zijn niet uitputtend voor de werkwijze van het Werkplein. Voor de niet opgenomen aanpakken zijn geen expliciete doelstellingen opgenomen in het werkprogramma 2021.
3.2.1 Bemiddeling naar de arbeidsmarkt Werkgeversservicepunt Om de doelgroep van het Werkplein naar betaald werk te bemiddelen is het essentieel om onze inwoners te kennen. Dat wil zeggen de mogelijkheden zien en kansen creëren om deze inwoner op een duurzame werkplek te plaatsen. Vanaf februari 2021 zijn de werkgeversadviseurs van het WSP in dienst bij het Werkplein. Het WSP ondersteunt inwoners bij het vinden van een baan door: - Kwalitatief werkgeversnetwerk te onderhouden ten behoeve van het ontsluiten van werkzoekende inwoners met een uitkering; - Sectorale matching; - Verkleining gat tussen werkgevers en werknemers door werkgerichte scholing; - Aansluiten bij lokale werkgeversnetwerken; - Versterken van samenwerking binnen de regionale arbeidsmarkt ten behoeve van uitstroom werkzoekende en uitbreiding werkgeversnetwerk; - Inzet op SROI. De doelstelling voor het Werkgeversservicepunt (WSP) in 2021 en 2022 is het duurzaam plaatsen van 600 inwoners op betaald werk. Het WSP stimuleert ondernemers en overheden binnen haar netwerk om arbeidsplaatsen aan te bieden voor inwoners uit het doelgroepenregister. De inwoners met een indicatie beschut werk die jobready zijn, worden geplaatst bij een werkgever of bij WVS.
3.2.2 Met ondersteuning op weg naar de arbeidsmarkt De hieronder beschreven aanpakken zijn er op gericht om de inwoners van onze gemeenten te ontwikkelen naar de arbeidsmarkt. Op deze manier kunnen zij stappen zetten in hun ontwikkeling op de participatieladder met uiteindelijk als doel economische zelfredzaamheid. 10
Doelgroep garantiebanen Begin 2021 zijn bestuurlijke keuzes gemaakt in de inzet op de (nieuwe) doelgroep ‘indicatie banenafspraak’. Een inwoner die een indicatie banenafspraak krijgt kan bij het Werkplein terecht voor ondersteuning richting werk bij een reguliere werkgever. Als dit (nog) niet mogelijk is dan wordt ingezet op het jobready maken van een kandidaat. Daarnaast wordt maximaal ingezet op nazorg om uitval en verdere terugval te voorkomen, de werkgever te ontzorgen en uiteindelijk zoveel mogelijk duurzame plaatsingen te realiseren. Via de praktijkroute wil het Werkplein inwoners met een verminderde loonwaarde, waarvoor werken in een reguliere baan niet mogelijk is, via een garantiebaan toch een kans op de arbeidsmarkt geven. Door een indicatie banenafspraak kunnen zij wellicht met een structurele loonkostensubsidie en ondersteuning toch aan het werk. Hierdoor wordt de doelgroep die aan het werk kan in een betaalde baan vergroot. Inwoners die geplaatst zijn in een betaalde baan worden gevolgd door het Werkplein. Deze praktijkroute richt zich op alle inwoners die al via proefplaatsingen of andere trajecten aan het werk zijn. In 2021 onderzoekt het Werkplein hoe hier in de praktijk invulling aan gegeven kan worden zodat deze werkwijze in 2022 onderdeel is van de reguliere aanpak.
Daarnaast wordt er vanuit de regio West-Brabant extra ingezet op het realiseren van plaatsingen garantiebanen. Daarbij geldt wel: hoe meer plaatsingen van mensen in een garantiebaan (zowel met als zonder uitkering), hoe hoger de kosten op het Buig budget (structurele loonkostensubsidie is onderdeel van het Buig-budget) zullen zijn. Daarnaast heeft de plaatsing van mensen zonder een uitkering geen invloed op het aantal uitkeringsgerechtigden bij het Werkplein. Beschut werk Iedereen met een indicatie beschut werk die jobready is en binnen de taakstelling beschut werken valt, plaatsen we op een betaalde baan bij een werkgever of bij WVS. Beschut werk is voor de groep mensen met een blijvende arbeidsbeperking die dusdanige begeleiding nodig heeft dat dit niet van een reguliere werkgever verwacht kan worden. Door het Rijk is deze ‘taakstelling’ vertaald in aantallen. Tot en met 2022 zijn 141 plekken gereserveerd. Statushouders en Wet Inburgering Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking. Het Werkplein en de 6 gemeenten zijn volop aan de slag met de voorbereidingen op deze nieuwe taak voor het Werkplein. Vanaf 2022 voert het Werkplein de Wet Inburgering uit voor de zes gemeenten. Er wordt in 2021 bijvoorbeeld gewerkt aan de organisatie en de klantreis, de inkoop van de leerroutes en participatietrajecten, het beleidsplan en alles wat er mee samenhangt.
Daarbij staat het behalen van een zo hoog mogelijk taalniveau en zo snel mogelijk participeren, het liefst via betaald werk, voorop. We zetten daarbij in op samenwerking met partners in het netwerk van de statushouder. Leerwerktrajecten Het doel van een leerwerktraject is dat kandidaten zich dusdanig ontwikkelen dat ze na het leerwerktraject klaar zijn om aan het werk te gaan in een betaalde baan. De kwaliteit van de leerwerktrajecten en de ontwikkeling van onze inwoners is hierbij leidend. Ondanks dit uitgangspunt hebben het Werkplein, ISD Brabantse Wal en WVS in het kader van de ketenafspraken afgesproken om voor de begroting een aantal van 233 leerwerktrajecten jaarlijks te hanteren. Voor het Werkplein 11
zijn dat er voor 2022 155. Daarnaast is er de mogelijkheid om bij andere organisaties leerwerktrajecten in te kopen. Maatwerk/individuele trajecten Het Werkplein zoekt continu naar de best passende ondersteuning voor inwoners. Hiertoe worden verschillende instrumenten, werkwijzen en samenwerkingen ingezet. 3.2.3 Meedoen aan de maatschappij (integrale ondersteuning) Proeftuinen Vanwege de coronabeperkingen in 2020 en 2021 is de uitvoering van verschillende proefaanpakken vertraagd. In 2021 wordt er extra ingezet op de proeftuinen binnen de ketensamenwerking met WVS en ISD Brabantse Wal. Het gaat hierbij om de proeftuin, doelgroep C, intensieve start en beschut werk/arbeidsmatige dagbesteding. De uitkomsten nemen we mee in de verdere doorontwikkeling van het Werkplein. Deze proeftuinen sluiten ook mooi aan bij de ‘vergroening’ van het Werkplein. De dingen die werken voor onze doelgroep kunnen we verder bestendigen in de ketensamenwerking voor 2021 en 2022. Integrale ondersteuning Het Werkplein werkt aan de implementatie van een inwonergerichte organisatievisie. Hierbij willen we een gelijkwaardige samenwerking met partners in het sociaal domein voor alle inwoners die daar behoefte aan hebben. In de komende jaren richting 2024 zal deze visie steeds verder praktisch uitgerold worden.
Zodat we uiteindelijk samen met onze partners tot een goede integrale ondersteuning aan onze inwoners komen. Hiervoor kijken we bijvoorbeeld naar de wijze waarop de inwoner het Werkplein kan bereiken en welke behoefte de inwoner hierin heeft. Om tot een volledig integrale ondersteuning te komen kent het Werkplein de inwoner en wordt (pro)actief de samenwerking met andere partners gezocht (indien nodig). 3.2.4 Wat doen we nog meer? Klanttevredenheidsonderzoeken Om de inwoner centraal te kunnen stellen is het belangrijk om te weten hoe de inwoner over bepaalde zaken denkt. Door een startmeting middels een klantonderzoek in 2021 willen we dit de komende jaren steeds structureler in de werkwijze van het Werkplein verankeren. 3.3 Wat mag het kosten? De inzet binnen het programma Werk en Participatie wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (qua personele inzet) als vanuit het Participatiebudget. De bijdrage van de gemeente betreft het Participatiebudget (re-integratiebudget) dat door het Rijk beschikbaar word gesteld. Inmiddels is dat onderdeel geworden van de algemene uitkering van gemeenten. De integratie uitkering voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding wordt volledig aan het Werkplein doorgesluisd.
12
Progra mma Werk & Pa rti ci pati e Werkgeversbena deri ng Ma a tregel en bes tands beperki ng Tra i ners Inhuur kl a ntma na gers Di a gnos ti s che tool /Matchca re Szeebra Sta tus houders Inburgeri ng Ma a tscha ppel i jk Pa rti ci peren Indi vi duel e trajecten/Ma a twerk Leerwerktrajecten Proeftui nen ketens a menwerki ng Pra kti jkerva ri ngs pl ekpol i s Extra fra udei nze t Bes chut werken Bes chut werken vervoerskos ten Jobcoachi ng Loonwa a rdemetingen Na zorg i ntens i veri ng Ga ra nti ebanen Na der i n te vul l en Soci al retutn op i nves tment (SROI) Tota a l l a s ten Baten Frequent Intens i eve Aanpak (FIA) FIA EL Sta tus houders Inburgeri ng Soci al retutn op i nves tment (SROI) Tota a l baten Sa l do va n l a sten en ba ten Bi jdra gen gemeenten Etten-Leur Ha l derberge Moerdi jk Roos enda al Rucphen Zundert Tota a l bi jdra gen gemeenten
Ja a rrekeni ng 2020 1.031.566
Begroti ng 2021
Begroti ng 2022
Muta ti es
1.100.000
184.028 578.464 98.083 250.989 88.385 389.917 349.029 240.408
200.000 450.000 100.000 370.000
555.000 340.000 200.000 534.166 100.000 381.093 600.000 510.910 110.000 7.500 150.000 1.016.400 35.000 439.250 62.750 94.830 280.014 38.830 5.455.743
-545.000 340.000 84.166 -370.000 -18.907 -40.000 -88.188 90.000 500 165.150 35.000 217.850 62.750 94.830 14 -89.462 -61.297
7.030 149.381 864.375
400.000 640.000 599.098 20.000 7.000 150.000 851.250
102.538
221.400
223.148 20.346 4.577.688
280.000 128.292 5.517.040
250.628 88.385 20.346 359.359 4.218.329
370.000 5.147.040
5.455.743
370.000 308.703
632.788 459.878 349.566 2.240.453 436.751 98.893 4.218.329
799.762 565.733 470.880 2.646.636 514.339 149.691 5.147.040
846.154 602.945 505.418 2.782.197 555.915 163.112 5.455.743
46.392 37.212 34.538 135.561 41.576 13.421 308.702
370.000
370.000
Analyse begroting 2022 t.o.v. begroting 2021 De begroting is gebaseerd op staand beleid en met de huidige inzichten en kaders opgesteld. Omdat er sprake is van een begroting die gebaseerd is op het werkprogramma 2021 kunnen er nog de nodige zaken veranderen. Na de zomer wordt begonnen met de voorbereiding van het werkprogramma voor 2022. Aan de hand daarvan wordt bepaald waar de middelen uit het participatiebudget voor ingezet worden. De verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 308.702 betreft de hogere rijksbijdrage Participatiebudget (inclusief Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding). Deze bijdrage van het rijk wordt jaarlijks hoger vanwege toename van deze doelgroep. Werkgeversservicepunt De kosten van het Werkgeversservicepunt zijn met € 545.000 afgenomen. Dit heeft te maken met het beëindigen van de PPS (publiek private samenwerking) met Randstad. Bijna alle medewerkers (5,89 fte) zijn nu in eigen dienst gekomen. Binnen het Werkgeversservicepunt zijn ook de activiteiten voor garantiebanen, beschut werk en SROI georganiseerd.
13
Maatregelen bestandsbeheersing Vanwege de stijging van het bestand (vanwege Corona) wordt er in samenwerking met gemeenten in 2021 een aanpak bestandsbeheersing gemaakt. Dit om alles in het werk te stellen om de stijging van het bestand vanwege Corona te beperken. De insteek is om extra in te zetten in de ondersteuning van onze inwoners naar werk. Aanpak Statushouders Tot en met 2021 is er door gemeenten extra geld beschikbaar gesteld (€ 370.000) om een intensieve aanpak voor statushouders te financieren. Dit om statushouder zo snel als mogelijk te laten ontwikkelen naar werk of participatie. Voor 2022 wordt er vanwege de invoering van de Wet inburgering vanuit gegaan dat dit in de reguliere aanpak gaat plaatsvinden. Leerwerktrajecten WVS Met de ketenpartners is afgesproken de leerwerktrajecten met 20% naar beneden bij te stellen naar 155 per jaar. Dit puur rekenkundig voor de begroting. We leggen de focus op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Ook hierbij kiezen we dus voor een meer realistische ambitie. Proeftuinen ketensamenwerking Met ingang van 2021 is er een manager ketensamenwerking voor de WVS, Werkplein Hart van WestBrabant en ISD Brabantse Wal aan de slag gegaan om de proeftuinen van start te laten gaan en de uitkomsten daarvan te betrekken bij de verdere ontwikkeling van de ketensamenwerking.
Beschut werk Dit bedrag is naar verhoogd met € 165.150 en gebaseerd op de begeleidingsvergoeding die vanuit het Rijk beschikbaar wordt gesteld van € 7.700 per beschutte werkplek. De raming voor 2022 is gebaseerd op 141 plaatsen. Jaarlijks neemt dat aantal met circa 20 toe. Jobcoaching De kosten van jobcoaching zijn € 217.850 hoger geraamd dan in 2021. Afgelopen jaar is de notitie koersbepaling nieuwe doelgroepen vastgesteld die voorziet in een intensievere begeleiding en nazorg van de doelgroep garantiebanen. De insteek is nu om intensiever contact met de werkgever en de geplaatste inwoner te onderhouden. Dat om uitval uit werk te voorkomen. Ten opzichte van de jaarrekening 2020 is het verschil veel groter. Daar is geconstateerd dat werkgevers minder gebruik maken van jobcoaching dan werd ingeschat. Dat heeft waarschijnlijk voor een deel te maken met de onbekendheid van deze mogelijkheid. Middels een intensievere benadering willen we dit verbeteren. Daarnaast worden ook instrumenten als loonwaardemeting (+€ 62.750) en capaciteit voor de intensivering (€ 94.830) ingezet. Doel is geplaatste inwoners op reguliere en garantiebanen beter te begeleiden om ze zo uitval te voorkomen en ze aan het werk te houden.
14
Programma Inkomen
4.1 Inleiding Inwoners melden zich bij het Werkplein omdat ze onvoldoende inkomen hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. Voor die inwoners doen wij ons uiterste best om te zorgen dat zij hun uitkering op tijd ontvangen. Daarbij krijgt de inwoner ons vertrouwen, maar we controleren ook of uitkeringen rechtmatig worden verstrekt. Als de problemen verder gaan dan alleen de inkomensvraag, kijken we samen welke hulp er nog meer nodig is. Als er achterliggende problemen zijn op het gebied van bijvoorbeeld schulden of zorg dan kunnen we de inwoner aan de juiste hulpverlener koppelen. We zorgen dat die overdracht op een warme manier gebeurt en we controleren of de inwoner geholpen is en zich ook geholpen voelt. Daarbij zijn we in toenemende mate bezig met de beleving. We vinden het belangrijk dat de inwoner zich geholpen voelt met onze dienstverlening en de aandacht voor zijn of haar persoonlijke omstandigheden. Daarbij beseffen we dat nooit iedereen tevreden zal zijn. 4.2 Wat gaan we doen in 2022? In deze begroting gaan we uit van de resultaatafspraken die het Werkplein en gemeenten gemaakt hebben in het werkprogramma 2021. De resultaatafspraken voor 2022 zullen eind 2021 vastgesteld worden. Klanten zijn tevreden over ons Anders dan in de voorgaande jaren zijn er het in het Werkprogramma 2021 afspraken gemaakt over de mate van klanttevredenheid.
In de loop van 2021 willen dit klanttevredenheidsonderzoek gaan opzetten. Dit wordt niet eenmalig maar een doorlopend proces waarbij we de ontwikkeling willen meten. Voor 2022 willen we dat proces doortrekken en streven we naar een hogere klanttevredenheid dan in 2021. Niet iedereen zal tevreden zijn over onze dienstverlening, simpelweg omdat we niet iedereen kunnen helpen. Wij voeren de Participatiewet uit en niet iedereen komt voor een uitkering of regeling in aanmerking. Toch is het streven dat ook de mensen die we niet direct kunnen helpen, tevreden zijn met onze diensteverlening. Dat kan zijn omdat iemand een prettig gesprek heeft gehad, er geluisterd is naar de persoonlijke omstandigheden of omdat ze op de juiste manier zijn doorgestuurd.
15
Tijdige dienstverlening Het Werkplein heeft als doelstelling om inwoners tijdig te informeren over hun aanvraag. Het liefst zorgen we ervoor dat inwoners ruim binnen de wettelijke termijn van acht weken een besluit krijgen. Hiervoor zijn we natuurlijk afhankelijk van de aanvrager die de juiste bewijsstukken moet aanleveren. Indien dat niet gebeurt dan duurt het langer om een aanvraag te behandelen. In de praktijk blijkt ook dat sommige aanvragen complexer zijn en om meer tijd vragen. Daardoor komt het voor dat de behandeling van een aanvraag langer duurt. Als streven hebben we om 65% van de aanvragen binnen vier weken af te handelen, 85% van de aanvragen willen we binnen zes weken afhandelen en 100% van de aanvragen binnen acht weken. Een nieuwe doelgroep Al in de loop van 2020 is de verwachting uitgesproken dat het uitkeringsbestand zal stijgen als gevolg van de coronacrisis. We verwachten dat dit ook veel ondernemers en ZZP’ers zullen zijn. Hoewel landelijke steunmaatregelen de bestandstoename remmen, is het onvermijdelijk dat die maatregelen op termijn stoppen. Op dat moment zal de instroom van (voormalig) ondernemers en ZZP’ers waarschijnlijk toenemen. Ondernemers met een levensvatbaar bedrijf stromen waarschijnlijk via de TOZO door naar de BBZ. Een ander deel stroomt mogelijk door naar een uitkering op grond van de Participatiewet.
Bij beide groepen is er het risico dat er achterliggende (schulden)problematiek aanwezig is. Er zijn steeds meer signalen dat er een stuwmeer met schulden ontstaat die op termijn betaald moeten worden. Dat stuwmeer ontstaat doordat ondernemers uitstel krijgen van hun betalingsverplichtingen. Geld waar het hoort Ondanks dat we werken vanuit vertrouwen, blijven we onderzoek doen naar signalen van fraude en onjuist verstrekte uitkeringen. Mensen kunnen bewust frauderen maar dat is lang niet altijd zo, regels zijn complex en mensen maken fouten. Dat kan gaan over inkomen, maar ook over de woonen leefsituatie. Daarbij geven we vertrouwen tot het tegendeel is bewezen. Hiervoor zetten we interne medewerkers fraudepreventie in maar we hebben ook afspraken met de Sociale Recherche in Breda. Deze externe onderzoeken staan ook opgenomen in onze begroting voor 2022. Wanneer we uitkeringen ten onrechte hebben verstrekt, vorderen we deze terug. Vervolgens gaan we ook actief aan de slag om dit geld terug te halen. Naarmate het uitkeringsbestand toeneemt, zullen ook de vorderingen toenemen. 4.3 Wat mag het kosten? Onze inzet binnen het programma Inkomen wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (qua personele inzet) als vanuit de BUIG-middelen. Deze laatste kosten worden 1-op-1 op klantniveau verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten gemaakt worden c.q.
wiens inwoners het betreffen. Het Werkplein heeft al in de begroting van 2021 de verwachting uitgesproken dat de omvang van het uitkeringsbestand in de komende jaren zal toenemen. Die verwachte bestandstoename bestond toen met name uit de toename van de nieuwe doelgroep. De nieuwe doelgroep bestaat uit mensen met een arbeidsbeperking, die tot 2015 in de Wajong zouden zijn ingestroomd. Voor die groep is uitgegaan van een bestandstoename van 2,5% op jaarbasis over de periode 2021-2024. 16
Die toename verwachten we nog steeds. Gezien de verslechterde economische omstandigheden als gevolg van de coronacrisis verwachten wij daarnaast een extra toename. Onze verwachting is dat de gevolgen van die crisis de komende jaren nog zichtbaar zullen zijn in de toename van het uitkeringsbestand. Voor het jaar 2022 spraken wij al eerder de verwachting uit dat het bestand met 6% zal stijgen ten opzichte van 2021. Daarin is de 2,5% die betrekking heeft op de nieuwe doelgroep al verwerkt. Dit hebben we echter op basis van de CPB prognose van maart 2021 bijgesteld tot 4%. Programma inkomen
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Mutaties
€ 53.242.958 € 255.386 € 203.143 € 4.533.796 € 81.277 € 23.630 € 135.215 € 1.716.205 € 18.804.721 € 78.996.331
€ 53.346.081 € 255.650 € 224.972 € 4.778.618 € 175.575 € 51.130 € 240.311 € 2.688.035
€ 60.151.699 € 340.000 € 320.000 € 4.689.256 € 178.560 € 51.999 € 200.000 € 2.829.817
6.805.618 84.350 95.028 -89.362 2.985 869 -40.311 141.781
€ 61.760.372
€ 68.761.331
7.000.959
€ 827.318 € 74.397 € -6.669 € 51.702 € 1.677.016 € 2.623.763 € 76.372.568
€ 628.899 € 104.817 € 78.612 € 104.817
€ 943.308 € 76.947 € 70.000 € 100.000
314.409 -27.869 -8.612 -4.816
€ 917.144 € 60.843.228
€ 1.190.255 € 67.571.076
273.111 6.727.848
€ 13.075.701 € 8.563.664 € 9.883.483 € 33.078.296 € 6.806.592 € 4.732.415 € 76.140.151
€ 10.590.485 € 6.625.382 € 7.259.652 € 28.361.333 € 4.847.033 € 3.159.342 € 60.843.228
€ 11.579.084 € 7.375.755 € 8.177.284 € 31.185.038 € 5.700.257 € 3.553.658 € 67.571.076
988.599 750.372 917.632 2.823.705 853.224 394.316 6.727.848
Lasten Pwet BBZ BBZ (declarabel) IOA Onderzoekskosten Invorderings- en externe controlekosten Externe controlekosten Loonkostensubsidie Tozo 1, 2 en 3 Totaal lasten Baten Ontvangsten debiteuren Buig Ontvangsten debiteuren Ioaw/Ioaz Ontvangsten debiteuren BBZ Ontvangsten debiteuren BBZ (declarabel) Baten Tozo 1, 2 en 3 Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten
Analyse begroting 2022 t.o.v. begroting 2021 Voor de begroting voor 2021 wordt in de 1e bestuursrapportage van 2021 uitgegaan van de werkelijke Buig-uitgaven over 2020 gecorrigeerd met de verwachtingen qua ontwikkeling van het bestand in 2021. De verwachte bestandstoename in 2021 is 6% ten opzichte van de jaarrekening 2020. De Buig-lasten voor 2021 komen dan uit op € 63.310.357. Dit is het uitgangspunt voor de berekening van de Buig-uitgaven voor 2022. In deze begroting wordt echter de raming voor 2022 nog vergeleken met de raming uit de primaire begroting van 2021. De verwachte stijging in 2022 is, zoals al eerder gezegd, 4%. Daarnaast is er in de Buig-uitgaven rekening gehouden met een indexeringspercentage (vanwege stijging minimumloon) van 1,7% voor 2021 en voor 2022. Na 2022 wordt er door het Centraal Planbureau voorzien (visie maart 2021) dat de gevolgen van Corona weer gaan afnemen waardoor het bestand weer wat afvlakt. Prognose ontwikkeling bestand bijstandsontvangers Aantal bijstandontvangers eind van het jaar Prognose in % Verloop in aantallen
2020 4.048
2021 4.291 6,0% 243
2022 4.463 4,0% 172
2023 4.574 2,5% 112
2024 4.574 0,0% 0
2025 4.574 0,0% 0
17
Mocht het Centraal Planbureau in de loop van het jaar nog met een bijgestelde visie op de gevolgen van Corona voor 2021 en 2022 komen dan zullen eventuele aanpassingen tijdig in een gewijzigde begroting aan u voorleggen. BBZ / BBZ declarabel Bij de BBZ en BBZ declarabel is het bedrag verhoogd ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021. Met name het jaar 2020 en in mindere mate het jaar 2019 geven geen goed beeld van de werkelijke situatie. In 2020 hebben veel ondernemers en ZZP’ers aanspraak gemaakt op de TOZO-regeling. Die is qua voorwaarden veel aantrekkelijker dan de BBZ. Ook 2019 geeft geen goed beeld omdat er sprake was van economische voorspoed. Wanneer het economisch goed gaat, maken minder mensen gebruik van de BBZ. Voor 2022 hebben we gekeken naar de gemiddelde bestedingen in de periode 2016 tot en met 2018. In die periode was er namelijk sprake van hogere uitgaven als gevolg van minder gunstige economische omstandigheden en dat geeft een beter beeld. Loonkostensubsidie Bij loonkostensubsidies is rekening gehouden met het jaarlijks aantal te plaatsen garantiebanen en beschut werk. Werkplein Hart van West-Brabant Doelstelling plaatsingen beschut werk Beschut werk toename per jaar Doelstelling plaatsing garantiebanen per jaar
2021 123
2022 141 18
2023 161 20
2024 181 20
2025 201 20
80
80
80
80
80
18
Programma Inkomensondersteuning
5.1 Inleiding Om onze inwoners te kunnen laten groeien in hun ontwikkeling en mee te laten doen in de maatschappij kan inkomensondersteuning van essentieel belang zijn. Ontwikkelingen die op termijn zonder twijfel effect op dit programma hebben zijn de: nieuwe dienstverleningsvisie Werkplein waarbij de inwoner/gezin centraal komt te staan, steeds betere samenwerking en integrale klantbenadering in het sociaal domein, (financiële) gevolgen van de coronacrisis voor grote groepen ondernemers en werknemers, ambities Werkplan Participatie 2021 (onderdeel armoede & schuldhulpverlening t.w. inzet op het tegengaan van non-gebruik van regelingen en het vormgeven van een z.g. regelingencheck, verwachte stijging van het aantal huishoudens wat periodieke bijstand ontvangt. Het is heel lastig om in het 1e kwartaal 2021 al een reële inschatting te maken van de omvang van al die ontwikkelingen en dus ook van de financiële impact voor de uitgaven voor het programma inkomensondersteuning in het jaar 2022. Wat is nodig voor onze inwoners om zich staande te houden in de samenleving? Bijzondere bijstand kan ingezet worden voor de bijzonder noodzakelijke kosten van het bestaan. Inwoners met een laag inkomen krijgen de mogelijkheid om zich via het Werkplein goed en betaalbaar tegen zorgkosten te verzekeren.
We bevorderen de maatschappelijke participatie door te ondersteunen in kosten om armoede en sociale uitsluiting te voorkomen en te beperken. Daarnaast is er een mogelijkheid om een persoonlijke lening af te sluiten voor onverwachte uitgaven of tegenvallers. De inzet van de inkomensondersteunende maatregelen kan wellicht een bredere zorgvraag voorkomen. De historische ontwikkeling van het aantal verstrekte minimaregelingen en de gemaakte uitkeringskosten in de afgelopen jaren (2016-2020) vormen de basis voor de begroting 2022 van het programma inkomensondersteuning.
19
Weergave bijzondere bijstand en overig minimabeleid is op gezinsniveau.
5.2 Wat gaan we doen in 2022? In deze begroting gaan we uit van de resultaatafspraken die het Werkplein en gemeenten gemaakt hebben in het werkprogramma 2021. De resultaatafspraken voor 2022 zullen eind 2021 vastgesteld worden. Door middel van: goede voorlichting over de beschikbare minimaregelingen, duidelijke aanvraagformulieren en interne processturing, gaan wij er van uit dat wij de resultaatafspraken met de gemeenten kunnen realiseren. Dienstverlening op maat Het Werkplein streeft naar een goede dienstverlening aan de inwoner zodat zij mee kunnen blijven doen in de maatschappij. We staan naast de inwoner en bieden zoveel mogelijk maatwerk aan. Het wat, hoe, wanneer en waar passen we aan de behoefte van de inwoner aan. We werken efficiënt en effectief vanuit een integrale aanpak, waarbij de dienstverlening wordt afgestemd op de bredere vraag en de persoonlijke situatie. We ontvangen onze inwoners als gasten. In onze dienstverlening gaan we uit van het goede en daarom werken we vanuit vertrouwen. Dit betekent niet dat we naïef zijn. Als inwoners willens en wetens afspraken of verplichtingen niet nakomen treden we handhavend, corrigerend of indien nodig sanctionerend op. 20
Binnen het programma Inkomensondersteuning is onze insteek om inwoners die een aanvraag hebben ingediend zo snel mogelijk te laten weten waar zij aan toe zijn, zodat zij duidelijkheid en zekerheid hebben over hun inkomen. Hierdoor zijn de inwoners ontzorgd en kunnen zij zich richten op hun verdere persoonlijke ontwikkeling. Het Werkplein geeft inwoners binnen zes weken een besluit over hun aanvraag (80%), maar we streven naar vier weken (70%). 100% van de aanvragen is correct afgehandeld binnen acht weken. In het belang van de inwoners en om hersteltermijnen te voorkomen zetten we in op: heldere communicatie, goede en duidelijke formulieren en snel antwoord aan de inwoners. Aandacht voor armoede en schulden Armoede en schulden is een belangrijk thema binnen het sociaal domein. Inwoners die moeten rondkomen van een laag inkomen hebben een grotere kans op problematische schulden. Verder ligt er vaak een relatie tussen het leven in armoede en het hebben van problematische schulden. Bij schuldhulpverlening gaat men er van uit dat bijna 1 op de 5 huishoudens in Nederland problematische schulden heeft of een groot risico daarop loopt. Zowel bij gemeenten als het Werkplein is er de behoefte om gezamenlijk op te trekken door middel van een armoede- en schuldenbeleid.
Mede gelet op de nieuwe dienstverleningsvisie van het Werkplein streven we naar een integrale aanpak binnen het sociaal domein op het gebied van armoede en schulden. Dit uit zich zoveel mogelijk in één integraal plan van aanpak bij multi problematiek. Samen met de gemeenten willen we in 2021 een regelingencheck ontwikkelen en implementeren. Het doel is dat als inwoners van de D-6 gemeenten contact hebben met het Werkplein onze contactambtenaren dan met behulp van dat instrument kunnen nagaan of de inwoner alle landelijke –en lokale inkomensondersteunende regelingen (voldoende) benut. Als blijkt dat regelingen niet benut worden, dat de inwoner dan geadviseerd en waar nodig zelfs geholpen wordt om die alsnog aan te vragen. Nog beter zou zijn om op termijn zo’n regelingencheck breder te implementeren bij alle loketten in het sociaal domein (=incl. schuldhulpverlening en het Amw). De financiële gevolgen in de vorm van (extra) uitvoerings- en uitkeringskosten, zijn op dit moment nog niet te becijferen. Standpunt gemeenten is dat als die kosten niet binnen de vastgestelde begroting kunnen worden opgevangen, zij daar via de Planning -en Control-cyclus een nader besluit over willen nemen. Goede zorg voor minima Sinds vele jaren kunnen mensen met een inkomen tot 120% gebruik maken van de collectieve zorgverzekering voor minima (CZM).
Ze zijn goed verzekerd tegen zorgkosten door een brede dekking voor een betaalbare premie (door collectiviteitskorting op de aanvullende verzekering, de gemeentelijke premiebijdrage en de zorgtoeslag). Ook wijzen we inwoners met een laag inkomen die nog niet deelnemen aan deze verzekering jaarlijks op de mogelijkheid om deel te gaan nemen. Dat resulteerde per 1 maart 2021 in 7.122 deelnemers wat een daling is ten opzichte van de voorgaande jaren (2020 7.415). Als meest voor de hand liggende verklaring geldt dat door de jaarlijkse premiestijgingen de zorgverzekeringen natuurlijk steeds duurder worden en dat ingaande 2021 een paar gemeenten hun gemeentelijke premiebijdrage hebben verlaagd. Dat laat onverlet dat
21
gemeenten en Werkplein het belangrijk blijven vinden dat de inwoners goede toegang hebben tot zorg tegen acceptabele kosten. Bewindvoering Grofweg zijn er twee redenen waarom een inwoner/gezin onder bewind wordt gesteld namelijk dat men: vanwege psychische gesteldheid en/of ouderdom niet meer in staat is om de eigen financiële belangen goed te behartigen, problematische schulden heeft, al dan niet in combinatie met dat men niet goed met geld om kan gaan. Om mensen met schulden beter te kunnen ondersteunen/helpen is de wetgeving per 1 januari 2021 aangepast. Betreft enerzijds wijzigingen van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en het beslagrecht en anderzijds de inwerkingtreding van de Wet adviesrecht gemeenten bij beschermingsbewind. In 2020 is het aantal huishoudens aan wie bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten is verstrekt verder opgelopen naar 1.518 (in 2019: 1.419). De uitkeringskosten 2020 bedragen € 2.088.300 (in 2019: € 1.944.372). Voor 2020 is dit 44% van het jaarbudget bijzondere bijstand. Zonder deze kosten uit het oog te verliezen, is het echter van groot belang om naar het beoogde maatschappelijke doel te kijken namelijk een kwalitatief betere (schuld)dienstverlening. Dit pleit er voor dat gemeenten en Werkplein in 2021 gezamenlijk gaan onderzoeken welke verbeteringen in de (schuld)dienstverlening mogelijk zijn met welke financiële consequenties.
Het onderzoeksresultaat en de besluitvorming daarover kan effect hebben op de Werkplein-begroting. 5.3 Wat mag het kosten? Onze inzet binnen het Programma Inkomensondersteuning wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (personele inzet en een beperkt materieel budget voor schuldhulpverlening) als vanuit de voorzieningen en overdrachten. Deze laatste kosten worden 1-op-1 verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten worden gemaakt. Het benodigde budget waarover het Werkplein moet beschikken, is weergegeven in onderstaande tabel. Programma inkomensondersteuning Lasten Bijzondere bijstand Minimabeleid (webshop) * Collectieve zvw premie Externe adviezen
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Mutaties
€ 4.784.894 € 363.417 € 3.288.102 € 21.595
Totaal lasten Baten Ontvangsten debiteuren bijz. bijstand Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten
€ 8.458.008
€ 4.754.475 € 492.658 € 3.372.884 € 33.053 €0 € 8.653.069
€ 4.948.963 € 501.033 € 2.871.468 € 33.053 €0 € 8.354.517
194.488 8.375 -501.416 0 0 -298.553
€ 428.100 € 428.100 € 8.029.908
€ 414.936 € 414.936 € 8.238.133
€ 445.407 € 445.407 € 7.909.110
-30.471 -30.471 -329.023
€ 1.666.280 € 930.106 € 852.337 € 3.665.107 € 526.174 € 389.905 € 8.029.908
€ 1.815.366 € 960.238 € 903.754 € 3.613.372 € 524.446 € 420.956 € 8.238.133
€ 1.663.150 € 997.742 € 897.532 € 3.405.451 € 539.321 € 405.914 € 7.909.110
-152.216 37.504 -6.223 -207.921 14.874 -15.043 -329.023
22
Analyse begroting 2022 t.o.v. begroting 2021 Bijzondere bijstand De raming voor 2022 is gebaseerd op de jaarrekening 2020 verhoogd met 2-maal een prijscorrectie van 1,7% conform CBS voor respectievelijk de jaren 2021 en 2022. Dit is op zowel de lasten als de baten toegepast. Op basis hiervan wordt voor 2022 een stijging ten opzichte van de jaarrekening 2020 voorzien van € 164.017. Van de totale jaarlijkse bijzondere bijstandskosten heeft 78% betrekking op slechts drie kostensoorten t.w.: bewindvoering (44%), individuele inkomenstoeslag (22%) en huisraad-woninginrichting (12%). Minimabeleid inclusief webwinkel Door de coronacrisis en daarop volgende lockdown periodes in 2020 waarbij het Rijk onze inwoners nadrukkelijk heeft gevraagd om het aantal reisbewegingen en contacten met andere mensen sterk te beperken, geeft het jaarrekeningresultaat 2020 voor het onderdeel maatschappelijke participatie een (sterk) vertekend beeld. De raming voor 2022 is daarom gebaseerd op het begrote bedrag voor 2021 verhoogd met een prijscorrectie van 1,7% conform CBS. Premiebijdrage collectieve zorgverzekering In de raming 2022 is er van uitgegaan dat de gemeentelijke premiebijdragen van de D-6 gemeenten € 17,00 bedraagt voor de polis gemeente extra en € 42,50 voor de polis gemeente extra uitgebreid.
Het budget voor de Collectieve ziektekostenverzekering voor 2022 is gebaseerd op het aantal premieplichtige deelnemers per maart 2021 (7.122), de verwachte gemeentelijke premiebijdrage 2022 en verhoogd met een prijscorrectie van 1,7% conform CBS. Er is sprake van een flinke verlaging van € 501.416. Dit komt door minder deelnemers en een verlaagde gemeentelijke premiebijdrage. Er is geen rekening gehouden met de effecten van de toename van het bestand. De ervaring leert ons echter dat slechts een beperkt gedeelte daarvan een beroep op deze verzekering zal doen. Tot slot In “5.1 Inleiding” is al aangegeven dat er zich in de jaren 2021-2022 nog verschillende ontwikkelingen zullen aandienen. Die ontwikkelingen zullen ongetwijfeld in meer of mindere mate financiële effecten krijgen op de begroting 2022. Hoe vervelend ook, de omvang daarvan valt nu helaas nog niet te becijferen.
23
Algemene dekkingsmiddelen
Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn. Binnen de gemeenschappelijke regeling van het Werkplein kennen we de volgende algemene dekkingsmiddelen: De bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. Algemene dekkings middelen
Jaarrekening 2020 Lasten Saldo
Baten Programma's : Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Opbrengst overig Vergoedingen in personeelskosten Totaal algem ene dekk ingm idde len
13.724.313 4.218.329 76.140.151 8.029.908 4.076.061 186.367 106.375.129
0
Bate n 13.724.313 4.218.329 76.140.151 8.029.908 4.076.061 186.367 88.388.388
Begroting 2021 Lasten
Saldo
14.191.188 5.147.040 60.843.228 8.238.133
88.419.589
0
Bate n
14.191.188 5.147.040 60.843.228 8.238.133
15.170.684 5.455.743 67.571.076 7.909.110
88.419.589
96.106.613
Begroting 2022 Las ten Saldo 15.170.684 5.455.743 67.571.076 7.909.110
0
96.106.613
Tabel: Algemene dekkingsmiddelen
De productkosten worden toegelicht in hoofdstukken 3, 4 en 5 programma Werk en Participatie, Inkomen en Inkomensondersteuning. De bedrijfsvoeringkosten worden toegelicht in hoofdstuk 8 Financiële begroting.
24
Paragrafen
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a. financiering b. bedrijfsvoering. c. weerstandsvermogen en risico’s. 7.1 Paragraaf financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Rentevisie Voor het voeren van een verantwoorde financieringsbehoefte is een actueel beeld van de renteontwikkeling noodzakelijk. Om dit te garanderen wordt minimaal één keer per jaar - indien daartoe aanleiding is vaker - een rentevisie opgesteld op basis van de gegevens van de huisbankiers dan wel andere vooraanstaande bancaire instellingen. Deze dienen minimaal een AA- rating te hebben. De rentevisie baseren wij op die van de Bank Nederlandse Gemeenten (maart 2021). De ECB blijft een ruim monetair beleid voeren, waardoor de geldmarkttarieven laag blijven.
De lange rentetarieven lopen in de komende twaalf maanden naar verwachting licht op. Het depositotarief zal naar verwachting worden verlaagd van -0,5% naar -0,4%. De lange rentetarieven blijven op een zeer laag niveau. (0,10%) Renterisico De renterisico's bij het aantrekken en uitzetten van gelden beperken wij zoveel mogelijk door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie. Op dit moment zijn wij nog geen langlopende geldlening aangegaan. De financiering van onze in de hoofdzaak ICT-investeringen zullen wij binnen de rekening-courant overeenkomst
25
opvangen. In de begroting houden wij vooralsnog wel rekening met te maken rentekosten tegen een rentepercentage van 2%. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Voor de begroting 2022 geldt een norm van € 19,5 mln. Het Werkplein heeft geen vaste geldleningen. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de UFDO.