Bijlage 2 Werkplein begroting.pdf
Tekst van het document
27
6.3 Wat mag het kosten? Onze inzet binnen het Programma Inburgering wordt gefinancierd vanuit een bijdrage vanuit de zes deelnemende gemeenten. Deze bijdrage behelsd het doorsluizen van de vergoedingen die van het Rijk voor de uitvoering van de Wet inburgering wordt verstrekt. Het benodigde budget waarover het Werkplein moet beschikken, is weergegeven in onderstaande tabel. Programma Inburgering Lasten Inburgeringsvoorzieningen Leerroutes Arbeid en begeleiding Arbeid en begeleiding gezinsmigranten Stelpost inburgeringsvoorzieningen Totaal inburgeringsvoorzieningen
Jaarrekening 2021
Uitvoeringskosten Loonkosten Overige loonkosten Welkomsprogramma Overige personeelskosten Huisvestingskosten ICT systeem en voorzieningen Facilitaire kosten Communicatie Meetinstrument kwaliteit Overige kosten en onvoorzien Totaal uitvoeringskosten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten
Begroting 2022
Begroting 2023
Mutaties
€ 1.052.317 € 365.145 € 28.838 -€ 1.634 € 1.444.666
€ 1.572.183 € 554.533 € 28.838 € 23.452 € 2.179.007
519.867 189.388 0 25.086 734.341
€ 768.790 € 28.629 € 111.600
€ 793.774 € 28.658 € 111.300
24.984 29 -300
€ 37.082 € 44.038 € 10.120 € 13.000 € 15.000 -€ 291.995 € 736.264
€ 18.560 € 44.068 € 23.697 € 7.500 € 15.000 -€ 232.578 € 809.979
-18.522 30 13.577 -5.500 0 59.417 73.715
€ 2.180.930
€ 2.988.986
€ 808.056
€ 416.536 € 277.670 € 341.255 € 741.261 € 206.947 € 197.260 € 2.180.930
€ 569.331 € 380.889 € 470.412 € 1.008.751 € 286.805 € 272.797 € 2.988.986
152.795 103.218 129.157 267.491 79.858 75.536 808.056
Tabel: Geraamde kosten voor inburgering 2023
Toelichting begroting 2023 t.o.v. begroting 2022 De financiële begroting Inburgering bestaat uit twee onderdelen: Inburgeringsvoorzieningen Voor deze voorzieningen krijgen de gemeenten een specifieke uitkering van het Rijk (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen. Het gaat om de volgende inburgeringsvoorzieningen: de leerroutes, PVT, maatschappelijke begeleiding, MAP en de inzet van tolken. Voor de begroting 2023 hebben wij gerekend met de door het Rijk ingeschatte aantal statushouders voor de 2e helft van 2022. Dit aantal hebben we door vertaald voor het gehele jaar. Voor 2023 is de taakstelling huisvesting statushouders voor gemeenten nog niet bekend.
28
Gemeente
Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal gemeenten
Taakstelling Inburgerings Gezins2022 plichtigen en overige migranten 48 33 41 84 25 24 255
34 23 29 59 18 17 180
14 5 8 16 2 3 48
Leerroutes Er is sprake van 255 asielstatushouders en gezins- en overige migranten. In de rekentool is het uitgangspunt dat 30% gezins- en overige migranten betreft waarop slechts een beperkt aantal inburgeringsvoorzieningen van toepassing is. Voor de leerroutes wordt rekening gehouden met 180 asielstatushouders (70%). Daarbij wordt uitgegaan dat voor de B1-route: 60% in aanmerking komt, Onderwijsroute: 25% en de Z-route: 15%. Dit is een inschatting van het Rijk. Voor de B1- en de Zroute is gerekend met een bedrag van maximaal € 9.000 per traject. Dit traject moet in een periode van maximaal 3 jaar afgerond worden. Voor de Onderwijsroute zijn op dit moment onvoldoende financiële middelen beschikbaar gesteld door het Rijk. Hierover loop op landelijk niveau een discussie. De rijksvergoeding wordt in drie jaar vergoedt (jaar 1; 61%, jaar 2; 31% en jaar 3; 8%). Voor de kosten van de leerroutes is ook deze verdeling in drie jaar tijd toegepast. Arbeid en begeleiding Belangrijkste onderdelen hier zijn de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject dat door Vluchtelingenwerk wordt uitgevoerd. Hier is ook gerekend met 180 trajecten die in drie jaar tijd zijn afgerond (jaar 1; 61%, jaar 2; 31% en jaar 3; 8%). Bij Vluchtelingenwerk worden 154 trajecten per jaar voor maatschappelijke begeleiding en participatieverklaring ingekocht.
Hiermee is een bedrag gemoeid van € 331.800. Dit bedrag kan op dit moment niet geheel bekostigd worden uit de beschikbare middelen. In de uitvoering moet blijken hoe realistisch de gehanteerde aantallen zijn. Daarnaast is ook nog sprake van participatietrajecten die bij de WVS en Kringloper worden ingekocht. Deze trajecten worden in principe bekostigd uit de Werkpleinbegroting. Daarnaast wordt de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) ingezet. We beraden ons hoe we dit op een goede manier kunnen aanbieden aan inburgeraars. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten lopen via een integratie-uitkering van het Gemeentefonds zoals gemeld in de decembercirculaire van 2020. Deze middelen worden onder gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners (78% van het totaalbedrag) en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond (22% van het totaalbedrag).
29
De formatie is bepaald op basis van de gehele taakstelling voor 2022. Functie
Procesregisseur ingevuld Procesregisseur Adm ondersteuning Ontzorgen Overige taken Totaal fte
Fte per 180 inburgeraars
2,9 3,2 2,5 1,0 0,8 10,4
Qua raming is uitgegaan van de volledige loonkosten. Dat leidt tot een negatieve post overige kosten en onvoorzien van € 232.578. De verwachting is dat de rijksvergoeding nog zal worden aangepast. Met hoeveel is nog niet bekend. We zullen de inzet van personeel en de kosten kritisch volgen. Daarmee sturen we erop om binnen de rijksvergoeding te blijven.
30
Algemene dekkingsmiddelen
Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn. Binnen de gemeenschappelijke regeling van het Werkplein kennen we de volgende algemene dekkingsmiddelen: De bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. Algemene dekkings middelen
Jaarrekening 2021 Lasten Saldo
Baten Programma's : Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Tozo Tonk Vergoeding personeelskosten (P-budget) Vergoeding personeelskosten (Inburgering) Vrijval resultaat Vergoeding uitvoeringskosten Tozo en Tonk Opbrengst subsidies Totaal algem ene dekk ingmidde le n
Bate n
13.857.555 4.373.985 61.585.691 7.757.047
13.857.555 4.373.985 61.585.691 7.757.047
5.067.304 347.135 1.355.295 0 720.022 802.048 35.236 95.901.317
5.067.304 347.135 1.355.295 0 720.022 802.048 35.236 95.901.317
0
Begroting 2022 Las ten
Saldo 14.807.169 5.436.172 63.350.023 7.909.110 2.180.930
14.807.169 5.436.172 63.350.023 7.909.110 2.180.930
93.683.404
0
93.683.404
Bate n
Begroting 2023 Las ten Saldo
15.728.881 5.663.087 64.041.363 8.053.715 2.988.986
15.728.881 5.663.087 64.041.363 8.053.715 2.988.986
2.236.483 793.774
2.236.483 793.774
99.506.288
0
99.506.288
Tabel: Algemene dekkingsmiddelen
De productkosten worden toegelicht in hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 programma Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering. De bedrijfsvoeringkosten worden toegelicht in hoofdstuk 9 Financiële begroting.
31
Paragrafen
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a. financiering b. bedrijfsvoering. c. weerstandsvermogen en risico’s.
8.1 Paragraaf financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd. Rentevisie Voor het voeren van een verantwoorde financieringsbehoefte is een actueel beeld van de renteontwikkeling noodzakelijk. Om dit te garanderen wordt minimaal één keer per jaar - indien daartoe aanleiding is vaker - een rentevisie opgesteld op basis van de gegevens van de huisbankiers dan wel andere vooraanstaande bancaire instellingen. Deze dienen minimaal een AA- rating te hebben. De rentevisie baseren wij op die van de Bank Nederlandse Gemeenten (februari 2022). Afgaande op recente uitspraken van centrale bankiers lijkt het waarschijnlijk dat de ECB de effectenaankopen medio dit jaar zal beëindigen. Hiermee wordt de weg vrijgemaakt voor een eerste verhoging van de officiële tarieven voor het einde van 2022. Ook andere centrale banken zullen het monetaire beleid verkrappen. We verwachten dat de lange rentetarieven geleidelijk zullen oplopen.
Renterisico De renterisico's bij het aantrekken en uitzetten van gelden beperken wij zoveel mogelijk door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie. Op dit moment zijn wij nog geen langlopende geldlening aangegaan. De financiering van onze in de hoofdzaak ICT-investeringen zullen wij binnen de rekening-courant overeenkomst
32
opvangen. In de begroting houden wij vooralsnog wel rekening met te maken rentekosten tegen een rentepercentage van 1%. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden. Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Voor de begroting 2023 geldt een norm van € 19,6 mln. Het Werkplein heeft geen vaste geldleningen. Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de UFDO.
Voor de begroting 2023 bedraagt de kasgeldlimiet € 8,0 mln. Rentekosten Wij streven ernaar om onze renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat wij geen middelen onbenut laten, maar streven naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en het treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. Schatkistbankieren Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de Bank voor Nederlandse gemeenten (BNG) afgesloten. Dit betekent dat het Werkplein in voorkomend gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan. Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd.
8.2 Paragraaf bedrijfsvoering Zoals reeds is aangegeven, is de omgeving van de Gemeenschappelijke Regeling volop in beweging. Dit betekent dat de interne organisatie hierop zo ingericht moet zijn dat op veranderingen flexibel ingespeeld kan worden. De flexibiliteit wordt onder andere gerealiseerd door de onderstaande punten. Personeel Door het algemeen bestuur is de visie Werkplein 2024 vastgesteld en is besloten de nieuwe organisatiestructuur door te voeren. Per saldo nam de formatie toe tot 192,4 fte. Daarvan is 11,8 fte ondersteunende diensten die door de gemeente Etten-Leur en Roosendaal worden geleverd. 33
Startformatie 2015 Taakstelling 2017 Taakstelling 2018 Taakstelling 2019 Taakstelling 2020 Nieuwe taken participatiewet (besluit AB 19-012017) Uitbreiding ondersteunende diensten inclusief directiesecretaris (besluit AB 19-01-2017) Integratie DIV (besluit AB 29-11-2018)
122,2 -1,5 -2,6 -2,0 -2,0 6,0
Toelichting
(was 7,2 besloten)
1,0
(was 0,5 besloten)
6,4
(7,5 fte wordt richting 2021 afgebouwd naar 5,75)
Taakstelling 2020 vervallen ivm uitvoering Jaarplan 2020 (besluit AB 27-01-2020) Incorporeren PPS/Randstad WSP (besluit AB 29-092020) Positionering van Werkplein Actief bij het Werkplein (AB 23-9-2021) Uitvoeren taken Wet inburgering
2,0
10,4
Formatie 2022
151,2
Nieuw organisatiestructuur Ondersteunende diensten EL+RSD
11,8
Omzetting inhuur participatiebudget naar regulier Inhuur plustaken Inhuur regulier Werkplein Nieuwe functies Formatie 2023
18,4 2,9 4,0 4,0 192,4
5,9 5,3
Deze formatie zit bij de gemeenten
De insteek van het Werkplein is om te streven om vacatures en inhuur op projecten zoveel mogelijk via reguliere dienstverbanden in te gaan vullen. Dit om stabiliteit en behoud van kennis in de organisatie te bewerkstelligen om zo optimaal mogelijk de inwoners van dienst te kunnen zijn. In de nieuwe formatie is sprake van 4 fte aan nieuwe functies die het realiseren van de visie en de nieuwe groene werkwijze optimaal moet gaan faciliteren. De meerkosten van de nieuwe organisatiestructuur bedragen circa 4,5 ton. Daardoor vallen bij de gemeenten wel de bijdrage voor plustaken van 1,7 ton weg. Ziekteverzuim Ons doel is het ziekteverzuim zo laag mogelijk te houden, door actief te sturen op ons verzuimbeleid. Belangrijk hierbij is dat we zorgdragen voor een goede balans aan inzet van het personeel. Gestuurd wordt op kort verzuim en op de verzuim frequentie. Bij langdurig zieken zal indien nodig worden ingehuurd, zodat de direct betrokken collega’s niet nog eens extra werkzaamheden krijgen waardoor de druk bij hen ook te veel wordt verhoogd. Afgelopen jaar lag het verzuimpercentage op 4,2% en 34
was het langdurig verzuim 3,1%. In de begroting voor 2023 is met 2% van de loonsom rekening gehouden voor vervanging. Informatievoorziening/veiligheid Het doel van de informatievoorziening en informatiebeveiliging in 2023 is het creëren van een passende dienstverlening voor de inwoners en medewerkers de middelen aanreiken zodat ze (op afstand) op een efficiënte wijze samen kunnen werken met elkaar en met partners in het sociaal domein. Om dit doel te bereiken ligt in 2023 de focus op het creëren van een persoonlijk (digitaal) dossier voor inwoners en objectieve informatie voor medewerkers. Het persoonlijk dossier zorgt ervoor dat de inwoner en de contactpersoon van het Werkplein dezelfde informatie hebben als ze in contact komen met elkaar. Dat helpt hen bij het voeren van een gesprek op basis van gelijkwaardigheid. Met objectieve informatie wordt een medewerker ondersteund in het nemen van verantwoorde beslissingen die invloed hebben op het traject van een inwoner. Financieel beheer Naast de zorg om uitkeringen op tijd uit te betalen aan klanten, is het ook onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording vindt plaats via de bestuursrapportages en in de diversie gremia. Naast de begroting en jaarrekening worden er drie bestuursrapportages na elk kwartaal aan het bestuur voorgelegd.
Huisvesting Het Werkplein heeft twee locaties, Etten-Leur en Roosendaal. Het aantal werkplekken bedraagt oorspronkelijk 134. In mei 2022 zal de verhuizing van de Dunantstraat Roosendaal plaatsvinden naar het vernieuwde stadskantoor. Vanaf september 2022 willen wij meer gebiedsgericht gaan werken, daar werken waar het voor de inwoner het beste is en de aansluiting zoeken met het sociaal domein. Dat betekent dat onze medewerkers vaker in of een gemeentehuis of in buurthuizen of daar waar onze partners zitten zullen gaan werken. Wij gaan ervan uit dat dit met gesloten beurzen kan plaatsvinden. Dit wordt afgestemd met de desbetreffende gemeenten. 8.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. Bepaling weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen het weerstandsvermogen. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven van € 50.000. Het Werkplein is een gemeenschappelijke regeling waarvoor de gemeenten garant staan.
Het aanhouden van een eigen vermogen om risico’s te kunnen opvangen is derhalve niet strikt noodzakelijk.
35
Reserve en Voorzieningen Het Werkplein beschikt niet over reserves. Er is één voorzieningen voor toekomstige arbeidsverplichtingen. Risicoparagraaf Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. Onderstaand zijn de volgende risico’s te benoemen en te kwantificeren: indien het risico zich voordoet, komt dit ten laste van de deelnemende gemeente omdat het Werkplein geen algemene reserve kent. Risico
Oorzaak
Hoger ziekteverzuim dan geraamd
Ziekteverzuim w ordt hoger Hoog door blijvend hoge w erkdruk, niet optimale arbeidsomstandigheden en persoonlijke omstandigheden (langdurig zieken)
Kans
Informatielek
Onvoldoende kennis en capaciteit in de organisatie
Hoog
Hogere kosten BUIG en BB/Minimabeleid
Sneller oplopende klantenaantallen dan geraamd
Beperkt
Hogere uitvoeringskosten
Sneller oplopende klantenaantallen dan geraamd
Hoog
Participatiemiddelen niet toereikend om cliënten naar w erk te begeleiden
Niet alle participatiemiddelen Laag zijn door gemeenten aan het Werkplein HvWB overgedragen
ESF-subsidie
Door onvolledige of onvoldoende verantw oording
Beperkt
Gevolg
Financieel gevolg
Moeten/gaan meer € 500.000. Uitgaand van inhuren dan geraamd, meer dan 5% ziekteverzuim. omdat niet inhuren i.r.t. continuïteit en kw aliteit dienstverlening niet meer verantw oord is. De uitvoeringskosten zullen stijgen Maximale boete € 820.000 Gevolgen bij misbruik en/of verlies van privacygevoelige informatie kan geldboete zijn van autoriteit persoonsgegevens of naam schade. Meer uitkeringen en inkomensoverdrachten
Beheersmaatregel Vanuit HR en leidinggevenden w ordt extra aandacht gegeven w orden aan het ziekteverzuimbeleid, w aardoor vroegtijdig preventieve maatregelen genomen kunnen w orden. Informatieveriligheid en privacy heeft sterke aandacht in onze organisatie. Per kw artaal w ordt hierover gerapporteerd, ook naar het dagelijlks bestuur.
Hogere kosten Buig, deze w orden doorbelast aan de gemeenten
In de begroting voor 2023 is realistisch begroot en rekening gehouden met de prognoses van het CPB qua daling of stijging van het bestand. Meer personeel nodig Extra inhuurkosten De huidge rekenregel vervalt respectievelijk extra per 1-1-2023. De formatie loonkosten. voor de nieuw e organisatie is gebaseerd op het huidge bestand. Mocht het bestand sterk gaan toenemen dan zullen w ij dit bespreken met de gemeenten. Uitkeringslasten zijn Extra kosten w orden Instrumenten w orden hoger dan nodig; deel doorbelast naar de periodiek getoetst op hun klanten participeert gemeenten, Inw oners blijven effectiviteit. Hierdoor kunnen beschikbare middelen zo minder (naar vermogen) in de bijstand. dan mogelijk efficiënt mogelijk w orden ingezet en w ordt jaarlijks bij de DVO de inzet bepaald. Minder subsidie P.M. Vooraf subsidie afstemmen w aardoor kosten niet met regio en meer gedekt zijn. verantw oordingsafspraken intern vantevoren vastleggen.
Financiële kengetallen Financiële kengetallen 2020 2021 Netto Schuldquote -4,38% -1,92% Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle -4,38% leningen -1,92% Solvabiliteitsratio 10,68% 5,34% Structurele exploitatieruimte 0,70% 0,19%
2022 -13,00% 0,00% 0,00% 0,00%
2023 -10,96% 0,00% 0,00% 0,00% 36
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen geldleningen afgesloten. Voor het werkplein is het risico dat niet voldaan kan worden aan de terugbetaling van de lening dus niet aanwezig. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft een indicatie in de mate waarin een gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Aangezien het Werkplein geen eigen vermogen heeft bedraagt de solvabiliteitsratio 0%. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Dit kengetal geeft een indicatie welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen. De uitkomst van 0% geeft aan dat de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Dit is een gevolg van de financieringsconstructie die het Werkplein hanteert. De deelnemende gemeenten staan garant om alle kosten (dus ook eventuele tekorten) van het Werkplein af te dekken en indien er sprake is van een overschot wordt dit ook verrekend met de deelnemers.
Beoordeling kengetallen De waarde van de kengetallen van het Werkplein is enigszins beperkt vanwege de afspraken die in de gemeenschappelijke regeling zijn gemaakt over de financiering van het Werkplein. Zo worden eventuele overschotten of tekorten direct verrekend met de bijdragen van de deelnemende gemeenten en mogen geen reserves worden opgebouwd.
37
Financiële begroting
9.1 Staat van baten en lasten per programma Overzicht van baten en lasten
Jaarrekening 2021 Lasten Saldo
Baten Programma's : Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Tozo Tonk Subtotaal program m a’s Bedrijfsvoering: Loonkosten Rekenregel Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Juridische kosten Communicatie ICT kosten Onvoorzien Subtotaal bedrijfsvoering Totaal lasten en baten Algemene dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Gemeentelijke bijdrage programma Werk en Participatie Gemeentelijke bijdrage programma Inkomen Gemeentelijke bijdrage programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Tozo Tonk Vergoeding personeelskosten (P-budget) Vergoeding personeelskosten (Inburgering) Vrijval resultaat Vergoeding uitvoeringskosten Tozo en Tonk Opbrengst subsidies Subtotaal algem ene dekkingsm iddelen Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Saldo
Baten
Begroting 2022 Lasten
Saldo
Begroting 2023 Lasten Saldo
Baten
619.174 888.580 458.361
4.535.409 62.474.271 8.215.408
3.916.235 61.585.691 7.757.047
0 1.190.255 445.407
5.436.172 64.540.278 8.354.517 2.180.930
5.436.172 63.350.023 7.909.110 2.180.930
1.145.349 468.280
5.663.087 65.186.712 8.521.995 2.988.986
5.663.087 64.041.363 8.053.715 2.988.986
1.667.928 1.095 3.635.138
6.735.231 348.231 82.308.550
5.067.304 347.135 78.673.412
1.635.662
80.511.897
78.876.235
1.613.629
82.360.780
80.747.151
0
11.881.119 0 166.556 373.960 264.598 984.571 609.920 302.429 92.913 114.989 6.380 987.585 0 15.785.020
11.881.119 0 166.556 373.960 264.598 984.571 609.920 302.429 92.913 114.989 6.380 987.585 0 15.785.020
0
10.531.232 331.900 265.015 240.570 128.511 1.079.058 573.416 279.732 71.207 10.934 18.040 1.227.557 50.000 14.807.169
10.531.232 331.900 265.015 240.570 128.511 1.079.058 573.416 279.732 71.207 10.934 18.040 1.227.557 50.000 14.807.169
0
14.924.589 0 336.661 311.157 130.672 649.011 649.784 285.212 68.805 12.500 18.383 1.322.365 50.000 18.759.137
14.924.589 0 336.661 311.157 130.672 649.011 649.784 285.212 68.805 12.500 18.383 1.322.365 50.000 18.759.137
3.635.138
98.093.570
94.458.432
1.635.662
95.319.066
93.683.404
1.613.629
101.119.917
99.506.288
13.857.555 4.373.984
13.857.555 4.373.984
14.807.169 5.436.172
14.807.169 5.436.172
15.728.881 5.663.087
15.728.881 5.663.087
61.585.691 7.757.047
61.585.691 7.757.047
63.350.023 7.909.110
63.350.023 7.909.110
64.041.363 8.053.715
64.041.363 8.053.715
2.180.930
2.180.930
2.988.986
5.067.304 347.135 1.355.295
5.067.304 347.135 1.355.295
720.022 802.048 35.236 95.901.317
0
720.022 802.048 35.236 95.901.317
93.683.404
99.536.455
-98.093.570
1.442.884
95.319.066
1.442.884
0 95.319.066
99.536.455
-98.093.570
0
0 0 93.683.404
99.506.288
0
2.988.986 0 0 2.236.483 793.774 0 0 0 99.506.288
95.319.066
0
101.119.917
101.119.917
0
95.319.066
0 0
0 101.119.917
101.119.917
0 0
2.236.483 793.774
Verschillenanalyse begroting 2023 t.o.v. begroting 2022 In vergelijking met de begroting 2022 zijn de programmakosten € 1.870.916 hoger. Bij de programma’s is dit verschil nader toegelicht. De kosten bedrijfsvoering in de voorliggende begroting 2023 zijn € 921.712 hoger dan in de begroting van 2022 is opgenomen. Dit kan als volgt worden verklaard: 38
a. Hogere loonkosten € 743.387. Verklaring loonkosten 2023 Loonkosten 4.393.357 Rekenregel -331.900 Overige loonkosten 71.646 Overige personeelskosten 70.587 Ondersteunende diensten-430.047 Vergoeding personeelskosten -2.236.483 (P-budget) Vergoeding personeelskosten -793.774 (Inburgering) Totaal 743.387
In de begroting voor 2023 is de nieuwe organisatiestructuur en de daarbij behorende formatie opgenomen. Dat betekent dat de inhuur van medewerkers sterk is beperkt en daardoor meer medewerkers in dienst worden genomen. De formele formatie neemt daardoor toe van 151,19 tot 192,5. Daar zitten de ondersteunende diensten inbegrepen. Een groot deel van de inhuur werd bekostigd uit het participatiebudget. Dat verandert niet maar wordt nu weergegeven door een bijdrage uit het participatiebudget (€ 2.236.483). Ook de formatie voor inburgering (10,4 fte) is hierin verwerkt. De hogere kosten van € 743.387 komt met name door: • de gevolgen van de nieuwe cao € 340.000. Gerekend was met 1,5% in 2022 en 1,5% in 2023 indexatie van de loonkosten (circa € 300.000). De nieuwe cao behelsd een stijging van 3,9% voor 2022. Voor 2023 wordt conform het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2021 gerekend met 2,3%. Bij elkaar 3,2% meer dan waarmee rekening is gehouden. Totale gevolgen nieuwe cao zijn ongeveer € 640.000. Rekening is gehouden met € 300.000. • de gevolgen van het uitvoeren van de nieuwe visie van meer mensgericht werken en verbinding met het sociaal domein leidt tot € 314.536 aan meerkosten. Bij de gemeenten vervallen wel de bijdragen die betaald werden voor plustaken zoals SROI, casuïstiekbespreking en aanvragen gemeentelijke kredietbank (€ 173.108).
• de overige loonkosten en personeelskosten stijgen met € 142.233. Dit komt door het meer in dienst nemen van medewerkers. De kosten voor opleidingen, woon-werk vergoedingen, meer op locaties werken en overige zaken zoals teambuilding nemen daardoor toe. b. Kosten ondersteunende diensten zijn € 430.047 lager dan in 2022. Dit heeft te maken met de beoogde stopzetting van de ondersteunende diensten vanuit de gemeente Roosendaal. Met de gemeente wordt het traject ingezet om de twee vaste medewerkers over te hevelen naar het Werkplein. Dit voordeel is al in het totaal van de hogere loonkosten begrepen. c. De huisvestingskosten zijn € 76.358 hoger dan in 2022. Voorheen werd een deel van de huisvestingskosten bekostigd uit het participatiebudget vanwege de vele inhuurkrachten. Omdat de intentie is om dit om te zetten naar reguliere dienstverbanden vervalt deze dekking. d. Hogere ICT kosten ad € 94.808. Dit komt door de volgende zaken: -door de vernieuwing van de gemeenschappelijk infrastructuur is de bijdrage aan de ICT WBW toegenomen vanaf 2022. Ook de uittreding van Bergen op Zoom heeft een financieel nadelig effect. 39
Verdeelsleutel De organisatie- en uitvoeringskosten worden door de deelnemende gemeenten gedragen op basis van een reeds overeengekomen verdeelsleutel, gewogen gemiddelde van aandeel van Pwet-klanten in totaal klantenbestand van de zes gemeenten (85%) en aandeel inwoners (15%). De verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners en klanten per 1-1-2022 wordt voor de begroting van 2023 gehanteerd. Begroting 2023 Verdeelsleutel
Klanten
Inw oners
2020
697
44.150
17,63%
Etten-Leur Halderberge
456
30.765
11,65%
Moerdijk
500
37.314
13,01%
Roosendaal
1.814
77.245
43,48%
Rucphen
318
23.351
8,25%
Zundert
215
22.256
5,99%
Totaal
4.000
235.081
100%
Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor de programmakosten zijn bij de programma’s opgenomen. De gemeentelijke bijdrage in de uitvoeringskosten/ bedrijfsvoeringskosten voor 2023 zijn in onderstaande tabel opgenomen. De geraamde bijdrage voor 2023-2026 is in de bijlage opgenomen. Ook de bijdrage in de programmakosten is in de bijlagen opgenomen. Gemeentelijke bijdrage uitvoeringskosten 2023 Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal
Overige Uitvoeringskosten bedrijfsvoering Participatiewet 2.713.880 77.252 1.734.775 52.186 1.969.284 53.187 6.699.968 174.439 1.298.698 40.334 889.821 25.057 15.306.426 422.455
Totaal 2.791.132 1.786.962 2.022.471 6.874.407 1.339.032 914.877 15.728.881
9.2 Meerjarenraming per programma De tabel meerjarenraming per programma presenteert de baten en lasten voor het meerjarig perspectief. Hierbij vallen enkele zaken op die enige toelichting behoeven. 1. Het meerjarig perspectief programma Inkomen (Buig uitgaven) is gebaseerd op de ramingen van 2023. Voor 2024 is uitgegaan van een stijging van het bestand met 2,6% en daarna met 0% (conform prognose CPB) en een prijscorrectie van 1,8% per jaar. 2. Bij Inkomensondersteuning is rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie van respectievelijk 1,8%. Dit vanwege aanpassingen aan normbedragen als gevolg van stijging minimumloon. 3. In het meerjarig perspectief zijn de participatiemiddelen op basis van de in de septembercirculaire 2021 opgenomen. 4. Bij Inburgering zijn de lasten gebaseerd op de door het Rijk verstrekte vergoeding voor de inburgeringsvoorzieningen en de uitvoeringskosten. 5. De loonkosten zijn gebaseerd op de begrotingscijfers van 2023. Voor de jaren daarna is rekening gehouden met indexatie van de loonkosten voor 2024, 2025 en 2026 met respectievelijk 2,1%, 2,4% 40
en 2,4% (septembercirculaire 2021-gemiddelde loonvoetontwikkeling sector overheid) en de jaarlijkse periodieken. Meerjarenraming Programma's : Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Subtotaal programma’s Bedrijfsvoering: Loonkosten Rekenregel Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Juridische kosten Communicatie ICT kosten Onvoorzien Subtotaal bedrijfsvoering Totaal meerjarenbegroting Algemene dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Vergoeding personeelskosten P-budget Vergoeding personeelskosten Inburgering Gemeentelijke bijdrage programma Werk en Participatie Gemeentelijke bijdrage programma Inkomen Gemeentelijke bijdrage programma Inkomensondersteuning Gemeentelijke bijdrage programma Inburgering Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Saldo
Baten
Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 5.867.072 5.867.072 6.096.845 6.096.845 6.324.070 6.324.070 1.161.555 67.930.409 66.768.853 1.178.053 71.075.239 69.897.186 1.194.848 73.156.938 71.962.090 476.709 8.675.391 8.198.682 485.290 8.831.548 8.346.258 494.025 8.990.516 8.496.491 3.172.572 3.172.572 3.172.570 3.172.570 3.172.570 3.172.570 1.638.264 85.645.444 84.007.180 1.663.343 89.176.202 87.512.859 1.688.873 91.644.094 89.955.221
-
15.263.505 340.083 316.553 132.763 659.395 661.262 289.775 69.906 12.700 18.677 1.336.749 50.000 19.151.368
15.263.505 340.083 316.553 132.763 659.395 661.262 289.775 69.906 12.700 18.677 1.336.749 50.000 19.151.368
1.638.264
104.796.812
-
15.655.329 340.083 322.625 132.763 669.945 672.947 289.775 69.906 12.700 18.677 1.330.734 50.000 19.565.484
15.655.329 340.083 322.625 132.763 669.945 672.947 289.775 69.906 12.700 18.677 1.330.734 50.000 19.565.484
108.741.686
107.078.343
16.056.557 340.201 329.850 134.887 680.664 684.842 294.411 71.025 12.903 18.975 1.340.439 50.000 20.014.755
16.056.557 340.201 329.850 134.887 680.664 684.842 294.411 71.025 12.903 18.975 1.340.439 50.000 20.014.755
1.688.873 111.658.849
109.969.976
-
103.158.548
1.663.343
16.057.476 2.283.449 810.443 5.867.072
16.057.476 2.283.449 810.443 5.867.072
16.397.339 2.338.252 829.893 6.096.845
16.397.339 2.338.252 829.893 6.096.845
16.770.575 2.394.370 849.811 6.324.070
16.770.575 2.394.370 849.811 6.324.070
66.768.853
66.768.853
69.897.186
69.897.186
71.962.090
71.962.090
8.198.682
8.198.682
8.346.258
8.346.258
8.496.491
8.496.491
3.172.572
3.172.570
3.172.570
3.172.570
103.158.548
3.172.572 -
103.158.548
107.078.343
-
107.078.343
109.969.976
-
109.969.976
3.172.570
104.796.812
104.796.812
-
108.741.686
108.741.686
-
111.658.849
111.658.849
-
104.796.812
104.796.812
-
108.741.686
108.741.686
-
111.658.849
111.658.849
-
9.3 Incidentele baten en lasten Bij het opstellen van de begroting 2023 en het meerjarenperspectief, zijn geen posten opgenomen. 9.4 Verantwoording taakvelden begroting 2023 In de herziening van het BBV wordt voorgeschreven dat de colleges (bestuur gemeenschappelijke regeling) de ramingen en realisatiecijfers die zij moeten leveren voor de begrotingsuitvoering, indelen aan de hand van taakvelden, waaraan de bijbehorende baten en lasten moeten worden toegerekend. De gegevens dienen ook gebruikt te worden voor de financiële informatie die gemeenten/Werkplein aan het CBS moeten aanleveren om te voorzien in de informatiebehoefte van het Rijk, de EU en het CBS in verband met landelijke statistieken en ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. Onderstaand zijn de cijfers van 2023 verdeeld naar taakvelden. Uitgangspunten zijn de volgende: alle directe kosten worden aan een taakveld toegerekend, denk hierbij aan de kosten van uitkeringen, minimabeleid maar ook re-integratie activiteiten. De kosten van programma Werk en Participatie zijn geheel toegerekend aan Taakveld Arbeidsparticipatie (6.5). De kosten van programma Inkomen en Inkomensondersteuning zijn geheel toegerekend aan Taakveld Inkomensregelingen (6.3). van de bedrijfsvoeringskosten vallen alle kosten onder overhead tenzij een directe relatie met een taakveld hebben.
Voor het Werkplein zijn de loonkosten van medewerkers die direct met de
41
uitvoering van de taken arbeidsparticipatie en inkomensregelingen aan die taakvelden toegerekend. De overige loonkosten vallen onder overhead. Taakveld Overhead (0.4)
Programma's : Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Subtotaal programma’s Bedrijfsvoering: Loonkosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Juridische kosten Communicatie ICT kosten Onvoorzien Subtotaal bedrijfsvoering Totaal lasten en baten
Begroting 2023
Taakveld Overhead (0.4)
Taakveld Taakveld Inkomens Arbeids regelingen (6.3) participatie (6.5)
Taakveld Overige baten en lasten (0.8)
5.663.087
5.663.087 64.041.363
64.041.363
8.053.715 2.988.986 80.747.151
8.053.715 0
72.095.078
2.988.986 8.652.073
15.572.406 130.672 649.011 649.784 285.212 68.805 12.500 18.383 1.322.365 50.000 18.759.137
7.125.413 130.672 649.011 649.784 285.212 68.805 12.500 18.383 1.322.365 0 10.262.144
3.048.517
5.398.476
3.048.517
5.398.476
50.000 50.000
99.506.288
10.262.144
75.143.596
14.050.548
50.000
42
Bijlagen
Financiële richtlijnen begroting 2023 Nr.
Richtlijn begroting Financieel
1
We verwachten van het (Dagelijks) Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting 20232026 aanbiedt aan de deelnemers. De GR vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting 2023. In de begroting 2023 neemt de GR ook een overzicht op met de bijdrage (2023 t/m 2026) per deelnemer. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het (Algemeen) Bestuur is besloten. De begroting bevat een overzicht met het verloop van de (bestemmings)reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de GR deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. De bijdrage van de gemeente/deelnemers in de begroting 2023 stijgt maximaal met de loon indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2021 (of een actuelere circulaire).
2
3
4
Opnemen in begroting
Motivatie
Voor Inkomen en Inkomensondersteuning betreft het openeindregelingen. Overigens ontvangen gemeenten hiervoor ook meer inkomsten van het Rijk (Buig). Daarnaast zijn al onze inspanningen er op gericht om inwoners zodanig te ontwikkelen dat zijn uitkeringsonafhankelijk worden. 43
5
De GR beschrijft in de begroting 2023 in hoeverre de bijdrage van de gemeente/deelnemers gelijk kan blijven aan de bijdrage voor 2022. Dit kan door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven.
6
Een positief resultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De GR kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur.
7
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de GR de risico’s, de kwantificering hiervan en de beheersingsmaatregelen daarbij.
1
2
3
4
5
6
Voor het programma Inkomen en Inkomensondersteuning (bijzonder bijstand) is dit uitgangspunt moeilijk uitvoerbaar. De Participatiewet is op het gebied van het bieden van een vangnet en inkomensondersteuning een openeindregeling (zie verder toelichting in Hoofdstuk 2). Voor de andere taken zullen we de mogelijkheden in beeld brengen.
Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2023 De gevolgen van de besluitvorming over de ketensamenwerking worden verwerkt in de begroting. Voor de gezamenlijke activiteiten met de WVS en de ISD Brabantse Wal, zorgt het Werkplein Hart van West-Brabant (hierna te noemen Werkplein) ervoor dat wat daarover in haar begroting is opgenomen aansluit bij de begrotingen van de WVS en de ISD Brabantse Wal. De drie begrotingen zijn de basis voor de ketenbegroting. Het Werkplein maakt een onderbouwde meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers per gemeente. Het Werkplein neemt in de bijlagen van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover. Het Werkplein verschaft in de diverse P&Cdocumenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren. Het Werkplein biedt inzicht in de mogelijkheden om de kosten voor de bedrijfsvoering terug te brengen tot het noodzakelijke minimum. Hierin zijn ook de synergievoordelen als gevolg van het samenvoegen van bedrijfsvoeringstaken binnen de ketensamenwerking opgenomen.
Mogelijkheden kunnen in beeld worden gebracht binnen de eigen bedrijfsvoering. Voor synergievoordelen ketensamenwerking zullen eerst de resultaten van de proeftuinen en overige samenwerking in 2022 moeten worden afgewacht.
44
Beleidsmatige richtlijnen begroting 2023 Nr.
Inhoudelijke richtlijnen begroting 2023
1
Het Werkplein Hart van West-Brabant (hierna te noemen Werkplein) stelt een begroting voor 2023 op waarin de ambities van de deelnemende gemeenten tot het duurzaam beperken van het aantal uitkeringsgerechtigden en -lasten tot uitdrukking komt. Het Werkplein gaat voorafgaand aan het opstellen van de begroting 2023 met de deelnemende gemeenten in gesprek over de concrete ambities van de gemeenten voor 2023 op het terrein van werk, inkomensondersteuning en inburgering.
2
3
Het Werkplein maakt concreet welke acties ondernomen worden en resultaten behaald zijn in 2023 in het kader van de organisatieontwikkeling.
4
De begroting 2023 dient een duidelijke onderbouwing te bevatten van de manier waarop het Werkplein de aan de hand van richtlijn 1 t/m 3 vastgestelde ambities gaat realiseren inclusief de lasten die daarmee gepaard gaan. De begroting 2023 bevat concrete maatregelen die afdoende zijn om aanspraak te kunnen maken op een uitkering in het kader van de vangnetregeling mocht er over 2023 uiteindelijk onverhoopt toch sprake zijn van een overschrijding van de BUIGbudgetten. In de begroting 2023 worden, voor zover te voorzien en nog nodig, maatregelen opgenomen om de financiële gevolgen van de coronacrisis (gedeeltelijk) op te vangen.
5
6
7
Opnemen in begroting
Motivatie
Gemeenten hebben aangegeven een begroting op hoofdlijnen te willen zodat op basis van de actualiteit in 2022 de ambities voor 2023 middels het Werkprogramma 2023 binnen de gestelde kaders kunnen worden bijgesteld.
De begroting 2023 van het Werkplein is opgesteld met het gedachtegoed van de integrale ketensamenwerking met de WVS. Het Werkplein en de WVS dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien. Het resultaat van de organisaties samen moet optimaal zijn. Dit moet tot uitdrukking komen in een integrale ketenbegroting. Het Werkplein geeft aan welke concrete stappen er het komend jaar worden gezet.
45
Staat van personele sterkte BEGROTING 2023 Organisatie-eenheid
Aantal Aantal personeels- formatieleden plaatsen
Vacatureruimte
Huidig personeel Directeur Directiestaf Management en gebiedsverbinders Team Diagnose Team Ontwikkeling Team Werkpunt Team Kwaliteit Team Bedrijfsondersteuning Totaal huidig personeel
1 12 8 40 40 33 39 45
1,00 9,13 8,00 37,10 36,70 27,90 34,70 37,90
218
192,43
Personeelsleden betreft vast personeel inclusief ondersteunende diensten
STAAT VAN PERSONELE LASTEN Organisatie-eenheid
BEGROTING 2023 Netto salariskosten
Huidig personeel Directeur Werkplein Totaal huidig personeel
144.171 14.487.779 14.631.950
Voormalig personeel
Totaal voormalig personeel
TOTAAL GENERAAL
0
14.631.950
46
Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven Omschrijving
Aanschafwaarde begin jaar
Afgeschreven t/m vorig jaar
Boekwaarde begin jaar
Investeringen
Investerings- Afschrijvi bijdragen ng / aflossing jaar
Boekwaarde eind jaar
Bedrag
Inrichting werkplekken 2019
303.871
290.430
13.441
5
6.721
Intranet/sharepoint 2019
31.257
18.129
13.128
5
6.564
6.721 6.564
14.776
10.388
4.388
5
2.194
2.194
C anon DX10R scanner DIV+software Aanschaf 4 servers (1 verkocht)
73.785
45.216
28.568
5
14.284
14.284
Laptops 2020
57.230
35.769
21.461
3
21.461
0
Beeldschermen 2020
26.825
16.363
10.462
3
10.462
0
Laptops 2021
48.000
16.000
32.000
3
16.000
16.000
Beeldschermen 2021
7.000
2.333
4.667
3
2.333
2.333
160.000
3
53.333
106.667
Beeldschermen 2022
7.000
3
2.333
4.667
Smartphones 2022
45.000
3
15.000
30.000
Vervanging scanners (div)
30.000
5
6.000
24.000
Persoonlijke interpagina
25.000
5
5.000
20.000
C liëntvolgsysteem
30.000
5
6.000
24.000
167.686
257.430
Laptops 2022
Totaal Werkplein
562.744
434.629
128.115
297.000
0
Gemeentelijke bijdrage programma- en bedrijfsvoeringskosten 2023-2026 Gemeentelijke bijdrage 2023 Productkosten WERK & PARTICIPATIE: P-Budget: WWB klassiek P-Budget: Nieuw Wajong P-Budget: Nieuw begeleiding INKOMEN: Bijstandsverlening/P-wet Pwet vorderingen debiteuren IOAW bestedingen Verhaal normen IOAW IOAZ bestedingen BBZ uitkeringen BBZ baten BBZ uitkeringen Declarabel BBZ baten Declarabel Invorderingskosten Buig Externe controlekosten (sociaal rechercheur) Onderzoekskosten Loonkostensubsidie INKOMENSONDERSTEUNING: Bijzondere bijstand Vorderingen debiteuren bijzondere bijstand Collectieve ziektekosten Uitkering maatsch. Part. Webshop Externe adviezen INBURGERING: Inburgeringsvoorzieningen Uitvoeringskosten Totaal programmakosten Uitvoerings- en organisatiekosten Bedrijfsvoeringskosten Uitvoeringskosten Participatiewet Totaal bedrijfsvoeringskosten
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
504.568 103.673 268.751
320.586 78.284 228.185
216.647 110.020 197.760
1.862.874 234.851 783.434
233.616 67.705 281.428
50.651 33.852 86.203
3.188.942 628.384 1.845.761
9.803.082 162.786600.670 13.56050.451 61.473 12.65665.089 18.0809.040 43.393 31.641 681.548
6.380.034 100.832459.397 8.39960.576 38.077 7.83940.317 11.1995.600 26.878 19.599 384.269
6.437.136 114.705683.542 9.55532.656 43.316 8.91845.864 12.7406.370 30.576 22.295 445.327
26.147.952 398.3491.606.714 33.183141.145 150.429 30.971159.278 44.24422.122 106.185 77.427 1.548.024
4.357.293 72.153324.358 6.01062.700 27.247 5.61028.850 8.0144.007 19.233 14.024 374.416
2.877.931 51.523207.090 4.29252.179 19.457 4.00620.601 5.7232.861 13.734 10.015 303.221
56.003.429 900.3493.881.770 75.000399.707 340.000 70.000360.000 100.00050.000 240.000 175.000 3.736.805
942.703 84.667736.038 175.752 5.522
646.050 52.444342.706 83.763 3.420
590.034 59.659256.870 75.049 3.891
2.369.026 207.1851.249.365 48.763 13.512
356.779 37.528222.574 2.447
221.225 26.798154.100 20.657 1.748
5.125.817 468.2802.961.653 403.985 30.540
414.554 154.777 14.360.975
277.748 103.141 9.317.915
351.222 119.190 9.462.190
714.390 294.361 36.815.921
216.218 70.587 6.534.169
204.874 67.923 4.255.982
2.179.007 809.979 80.747.151
2.713.880 77.252 2.791.132
1.734.775 52.186 1.786.962
1.969.284 53.187 2.022.471
6.699.968 174.439 6.874.407
1.298.698 40.334 1.339.032
889.821 25.057 914.877
15.306.426 422.455 15.728.881
Totaal gemeentelijke bijdrage 2023 Voorschot btw Totaal gemeentelijke voorschot incl. btw 2023
17.152.107 125.302 17.277.409
11.104.877 80.096 11.184.973
11.484.660 90.923 11.575.584
43.690.328 309.343 43.999.671
7.873.200 59.962 7.933.162
5.170.859 41.084 5.211.943
96.476.032 706.710 97.182.742
Te betalen maandbijdrage productkosten Te betalen kwartaalbijdrage uitv.- en org.kst Te betalen kwartaalbijdrage voorschot btw
€ 1.196.748 € 697.783 € 31.326
€ 776.493 € 446.740 € 20.024
€ 788.516 € 505.618 € 22.731
€ 3.067.993 € 1.718.602 € 77.336
€ 544.514 € 334.758 € 14.990
€ 354.665 € 228.719 € 10.271
€ 6.728.929 € 3.932.220 € 176.678
Productkosten Uitvoeringskosten Totaal 2023
€ € €
14.360.975 € 9.317.915 € 9.462.190 € 2.791.132 € 1.786.962 € 2.022.471 € 17.152.107 € 11.104.877 € 11.484.660 €
36.815.921 € 6.874.407 € 43.690.328 €
6.534.169 € 1.339.032 € 7.873.200 €
4.255.982 € 914.877 € 5.170.859 €
80.747.151 15.728.881 96.476.032
Totaal 2023 inclusief voorschot BTW
€
17.277.409 € 11.184.973 € 11.575.584 €
43.999.671 €
7.933.162 €
5.211.943 €
97.182.742
47
Begroting 2024 specificatie gemeentelijke bijdrage Productkosten WERK & PARTICIPATIE: P-Budget: WWB klassiek P-Budget: Nieuw Wajong P-Budget: Nieuw begeleiding INKOMEN: Bijstandsverlening/P-wet Pwet vorderingen debiteuren IOAW bestedingen Verhaal normen IOAW IOAZ bestedingen BBZ uitkeringen BBZ baten BBZ uitkeringen Declarabel BBZ baten Declarabel Invorderingskosten Buig Externe controlekosten (sociaal rechercheur) Onderzoekskosten Loonkostensubsidie INKOMENSONDERSTEUNING: Bijzondere bijstand Vorderingen debiteuren bijzondere bijstand Collectieve ziektekosten Uitkering maatsch. Part. Webshop Externe adviezen INBURGERING: Inburgeringsvoorzieningen Uitvoeringskosten Totaal programmakosten Uitvoerings- en organisatiekosten Bedrijfsvoeringskosten Uitvoeringskosten Participatiewet Totaal bedrijfsvoeringskosten Totaal gemeentelijke bijdrage 2024 Voorschot btw Totaal gemeentelijke voorschot incl. btw 2024
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
512.641 105.798 289.147
325.715 79.888 245.502
220.113 112.276 212.769
1.892.680 239.665 842.891
237.354 69.093 302.786
51.462 34.546 92.745
3.239.965 641.266 1.985.841
10.119.032 165.716611.482 13.56051.359 61.473 12.65665.089 18.0809.040 43.393 31.641 837.350
6.585.673 102.647467.666 8.39961.666 38.077 7.83940.317 11.1995.600 26.878 19.599 480.775
6.644.591 116.770695.846 9.55533.244 43.316 8.91845.864 12.7406.370 30.576 22.295 555.111
26.990.680 405.5191.635.634 33.183143.686 150.429 30.971159.278 44.24422.122 106.185 77.427 1.929.282
4.497.697 73.452330.196 6.01063.829 27.247 5.61028.850 8.0144.007 19.233 14.024 443.473
2.970.667 52.451210.818 4.29253.118 19.457 4.00620.601 5.7232.861 13.734 10.015 352.534
57.808.340 916.5553.951.642 75.000406.902 340.000 70.000360.000 100.00050.000 240.000 175.000 4.598.524
959.672 86.191749.287 178.916 5.621
657.679 53.388348.874 85.271 3.482
600.655 60.733261.493 76.400 3.961
2.411.668 210.9141.271.854 49.641 13.755
363.201 38.203226.580 2.492
225.207 27.280156.874 21.029 1.779
5.218.082 476.7093.014.963 411.256 31.090
449.231 154.777 14.938.746
301.206 103.141 9.693.537
380.800 119.190 9.856.154
774.566 294.361 38.280.973
234.577 70.587 6.803.938
222.213 67.923 4.433.831
2.362.592 809.979 84.007.179
2.772.141 77.252 2.849.393
1.772.017 52.186 1.824.204
2.011.560 53.187 2.064.747
6.843.802 174.439 7.018.241
1.326.578 40.334 1.366.912
908.923 25.057 933.980
15.635.021 422.455 16.057.476
17.788.139 125.302 17.913.441
11.517.741 80.096 11.597.837
11.920.901 90.923 12.011.824
45.299.214 309.343 45.608.557
8.170.850 59.962 8.230.812
5.367.811 41.084 5.408.895
100.064.655 706.710 100.771.366
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
520.843 107.731 313.349
330.927 81.348 266.051
223.635 114.327 230.578
1.922.963 244.044 913.442
241.152 70.355 328.130
52.285 35.177 100.508
3.291.805 652.982 2.152.058
10.595.957 168.699622.488 13.56052.284 61.473 12.65665.089 18.0809.040 43.393 31.641 998.542
6.728.231 104.495476.084 8.39962.776 38.077 7.83940.317 11.1995.600 26.878 19.599 580.619
7.031.142 118.872708.371 9.55533.843 43.316 8.91845.864 12.7406.370 30.576 22.295 668.692
27.726.329 412.8181.665.076 33.183146.272 150.429 30.971159.278 44.24422.122 106.185 77.427 2.323.729
4.707.724 74.774336.140 6.01064.978 27.247 5.61028.850 8.0144.007 19.233 14.024 514.920
3.193.804 53.395214.613 4.29254.074 19.457 4.00620.601 5.7232.861 13.734 10.015 403.553
59.983.187 933.0534.022.772 75.000414.226 340.000 70.000360.000 100.00050.000 240.000 175.000 5.490.054
976.946 87.742762.774 182.136 5.722
669.517 54.349355.154 86.806 3.544
611.467 61.826266.200 77.776 4.032
2.455.078 214.7111.294.747 50.534 14.003
369.739 38.891230.659 2.536
229.261 27.771159.697 21.407 1.811
5.312.007 485.2903.069.232 418.659 31.649
449.231 154.777 15.652.679
301.206 103.141 9.989.594
380.800 119.190 10.406.562
774.566 294.361 39.604.657
234.577 70.587 7.131.559
222.213 67.923 4.727.809
2.362.592 809.979 87.512.860
2.832.400 77.252 2.909.652
1.810.536 52.186 1.862.722
2.055.286 53.187 2.108.473
6.992.567 174.439 7.167.007
1.355.414 40.334 1.395.748
928.681 25.057 953.737
15.974.884 422.455 16.397.339
18.562.331 125.302 18.687.633
11.852.316 80.096 11.932.412
12.515.035 90.923 12.605.959
46.771.664 309.343 47.081.007
8.527.307 59.962 8.587.269
5.681.546 41.084 5.722.630
103.910.199 706.710 104.616.909
Begroting 2025 specificatie gemeentelijke bijdrage Productkosten WERK & PARTICIPATIE: P-Budget: WWB klassiek P-Budget: Nieuw Wajong P-Budget: Nieuw begeleiding INKOMEN: Bijstandsverlening/P-wet Pwet vorderingen debiteuren IOAW bestedingen Verhaal normen IOAW IOAZ bestedingen BBZ uitkeringen BBZ baten BBZ uitkeringen Declarabel BBZ baten Declarabel Invorderingskosten Buig Externe controlekosten (sociaal rechercheur) Onderzoekskosten Loonkostensubsidie INKOMENSONDERSTEUNING: Bijzondere bijstand Vorderingen debiteuren bijzondere bijstand Collectieve ziektekosten Uitkering maatsch. Part. Webshop Externe adviezen INBURGERING: Inburgeringsvoorzieningen Uitvoeringskosten Totaal programmakosten Uitvoerings- en organisatiekosten Bedrijfsvoeringskosten Uitvoeringskosten Participatiewet Totaal bedrijfsvoeringskosten Totaal gemeentelijke bijdrage 2025 Voorschot btw Totaal gemeentelijke voorschot incl. btw 2025
Etten-Leur
48
Begroting 2026 specificatie gemeentelijke bijdrage Productkosten WERK & PARTICIPATIE: P-Budget: WWB klassiek P-Budget: Nieuw Wajong P-Budget: Nieuw begeleiding INKOMEN: Bijstandsverlening/P-wet Pwet vorderingen debiteuren IOAW bestedingen Verhaal normen IOAW IOAZ bestedingen BBZ uitkeringen BBZ baten BBZ uitkeringen Declarabel BBZ baten Declarabel Invorderingskosten Buig Externe controlekosten (sociaal rechercheur) Onderzoekskosten Loonkostensubsidie INKOMENSONDERSTEUNING: Bijzondere bijstand Vorderingen debiteuren bijzondere bijstand Collectieve ziektekosten Uitkering maatsch. Part. Webshop Externe adviezen INBURGERING: Inburgeringsvoorzieningen Uitvoeringskosten Totaal programmakosten Uitvoerings- en organisatiekosten Bedrijfsvoeringskosten Uitvoeringskosten Participatiewet Totaal bedrijfsvoeringskosten Totaal gemeentelijke bijdrage 2026 Voorschot btw Totaal gemeentelijke voorschot incl. btw 2026
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
529.177 110.531 336.294
336.222 83.462 285.533
227.213 117.298 247.462
1.953.731 250.387 980.329
245.010 72.184 352.157
53.122 36.092 107.868
3.344.474 669.954 2.309.642
10.786.684 171.736633.693 13.56053.225 61.473 12.65665.089 18.0809.040 43.393 31.641 1.165.267
6.849.339 106.376484.653 8.39963.906 38.077 7.83940.317 11.1995.600 26.878 19.599 683.891
7.157.703 121.011721.122 9.55534.452 43.316 8.91845.864 12.7406.370 30.576 22.295 786.173
28.225.403 420.2491.695.047 33.183148.905 150.429 30.971159.278 44.24422.122 106.185 77.427 2.731.717
4.792.463 76.120342.190 6.01066.147 27.247 5.61028.850 8.0144.007 19.233 14.024 588.819
3.251.293 54.356218.476 4.29255.048 19.457 4.00620.601 5.7232.861 13.734 10.015 456.323
61.062.884 949.8484.095.182 75.000421.682 340.000 70.000360.000 100.00050.000 240.000 175.000 6.412.190
994.531 89.321776.504 185.415 5.825
681.568 55.327361.547 88.368 3.608
622.473 62.939270.992 79.175 4.105
2.499.270 218.5761.318.053 51.444 14.255
376.394 39.591234.811 2.582
233.388 28.271162.572 21.793 1.844
5.407.624 494.0253.124.478 426.195 32.219
449.231 154.777 16.086.436
301.206 103.141 10.267.775
380.800 119.190 10.701.415
774.566 294.361 40.705.684
234.577 70.587 7.335.939
222.213 67.923 4.857.972
2.362.592 809.979 89.955.222
2.898.576 77.252 2.975.828
1.852.837 52.186 1.905.024
2.103.305 53.187 2.156.492
7.155.941 174.439 7.330.380
1.387.082 40.334 1.427.416
950.378 25.057 975.435
16.348.120 422.455 16.770.575
19.062.264 125.302 19.187.566
12.172.799 80.096 12.252.895
12.857.908 90.923 12.948.831
48.036.064 309.343 48.345.407
8.763.355 59.962 8.823.317
5.833.407 41.084 5.874.491
106.725.796 706.710 107.432.507
49
Beleidsindicatoren Verplichte indicatoren in het kader van het BBV. Het gaat om de indicatoren opgenomen in de regeling van de Minister Van Binnenlandse Zaken van 24 maart 2016. De indicatoren per gemeente en voor heel Nederland zijn te vinden op waarstaatjegemeente.nl: Beleidsindicatoren
Nederland
Werkplein
679,3
609,2
658,6
68,4%
67,9%
2,00%
2,00%
Banen (per 1.000 inw oners) Netto arbeidsparticipatie (% w erkzame beroepsbevolking t.o.v potentiële beroepsbevolking) Werkloze jongeren (% aantal inw oners 1622 jaar) Personen met een bijstandsuitkering (per 1.000 inw oners) Huishoudens met een bijstandsuitkering (% van totaal aantal huishoudens) Lopende re-integratievoorzieningen (personen per 1.000 inw oner 15-64 jaar)
34,9
Etten-Leur Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Data gegevens
507
765,2
652,4
371,1
492,3
2020
69,3%
68,3%
70,0%
65,8%
66,8%
69,9%
2020
2,00%
2,00%
1,00%
2,00%
1,00%
2,00%
2020
24,7
22,2
20
34,3
21,4
15,5
2021
5,2%
3,9%
3,8%
3,4%
2,9%
5,2%
2,9%
2,0%
2021
13,3
8,5
8,5
7,9
7,1
11,6
4
6
2019-Q4
Gegevens zijn afkomstig uit Waarstaatjegemeente.nl. Bestuur en Organisatie Omvang formatie (fte) * Omvang formatie per 1.000 inw oners **** Formatie vast * Formatie flexibel ** Ondersteunende diensten Formatie projecten Bezetting (fte) *** Apparaatskosten (per 1.000 inw oners) Externe inhuur Externe inhuur als % van de loonsom Overhead % van de totale lasten
2020
2021
2022
2023
127,56 0,55 117,99 11,57 11,84 29,98 171,38 € 58.482 € 3.050.584 30% 4,9%
129,56 0,56 117,99 11,57 11,84 29,98 171,38 € 59.120 € 3.236.364 32% 5,8%
151,20 0,65 138,79 12,41 11,84 25,13 188,17 € 63.482 € 3.011.743 28% 6,1%
180,56 0,77 172,56 8,00 11,84 0,00 192,40 € 66.908 € 697.640 5% 10,3%
De omvang van de formatie is licht toegenomen van 0,65 per 1.000 inwoners naar 0,77. Dit komt doordat de inhuur voor re-integratie activiteiten omgezet is naar reguliere dienstverbanden. Daarmee daalt de externe inhuur van 28% naar 5%. Demografische gegevens: Leeftijdsopbouw (per 1-3-2022) aantal klanten <18
Totaal 0
18-26
406
27-39
1166
40-49
1027
50-64
1976
65+
198
Totaal
4773
50
(Meerjaren) balans 2022-2025 Activa
Ultimo 2023
Ultimo 2024
Ultimo 2025
Ultimo 2026
Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vas te activa Overige langlopende leningen Totaal vas te activa
Passiva
284.079
124.683
122.942
284.079
124.683
122.942
234.633 Totaal vas te passiva Vlottende Passiva
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi
Liquide middelen Kassaldi Banksaldi
Ultimo 2024
Ultimo 2025
Ultimo 2026
284.079
124.683
122.942
234.633
Vaste Pas siva Eigen vermogen 234.633 Gerealiseerd resultaat
Vlottende activa
Vorderingen op openbare lichamen Vorderngen cliëntdebiteuren
Ultimo 2023
10.500.000 10.500.000 10.500.000 10.500.000 Overlopende passiva Nog te betalen bedragen gemeenten ivm vorderingen cliëntdebiteuren Nog te betalen bedragen Werkplein Vooruit ontvangen bedragen Overige overlopende passiva
10.500.000 10.500.000 10.500.000 10.500.000
Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa
10.500.000 10.500.000 10.500.000 10.500.000 Totaal vlottende passiva
10.784.079 10.624.683 10.622.942 10.734.633
Totaal Activa
10.784.079 10.624.683 10.622.942 10.734.633 Totaal Passiva
10.784.079 10.624.683 10.622.942 10.734.633
Op basis van het besluit begroting en verantwoording (BBV) voor decentrale overheden wordt een balans in de begroting opgenomen. Omdat het Werkplein slechts op een beperkt gebied werkzaam is kunnen er in de balans slechts beperkt gegevens worden opgenomen. De gegevens die zijn opgenomen zijn de vaste activa (investeringen). De activa worden gefinancierd uit het rekeningcourant saldo op de bank. Een toe- of afname van de investeringen leidt derhalve tot een toe- of afname van het banksaldo. Bij de investeringen (activa) is geen sprake van nieuwe investeringen. De boekwaarde neemt af vanwege afschrijvingen. Daarnaast zijn de vorderingen op cliënten (terugvorderingen uitkeringen regulier en als gevolg van fraudeonderzoek) opgenomen als schuld aan de gemeenten. Daartegenover staat een vordering op de gemeenten voor een gelijk bedrag.
51