Bijlage 2 - Jaarstukken 2021 BWB.pdf
Tekst van het document
3. Inzetbaarheid inhuurkrachten (207.000 V) In de 2e bestuursrapportage heeft een wijziging plaats gevonden ten voordele van het inhuurbudget. Dit inhuurbudget valt € 207.000 lager uit dan vooraf ingeschat. Doordat de behoefte aan inhuurmedewerkers met een specifieke kennis, door de huidige markt zeer moeilijk te vinden zijn.
45
4.
Overige verschillen (415.000 N)
Binnen de personele lasten zijn de overige verschillen als volgt: Verschillen in formatie en bezetting binnen de teams
€ 72.000 V
Extra inzet personeel wegwerken achterstanden waardebezwaren
€ 440.000 N
Kosten omtrent afwikkelling kinderopvangtoeslagaffaire in 2022
€ 47.000 N
De extra personele inzet ten behoeve van wegwerken achterstanden waardebezwaren zijn in een voorziening opgenomen. Zie voor verdere toelichting van deze voorziening de Voorzienig materiële kosten op pagina 65.
Overige personele lasten (34.800 N) Binnen de post overige personele lasten is het resultaat € 34.800 nadelig. Binnen deze post zitten enkele grotere afwijkingen: Externe deskundige en advisering personeel
€ 11.000 V
Kosten vorming en opleiding
€ 12.000 N
Uitstroomkosten
€ 33.800 N
Het voordeel op de post externe deskundige en advisering personeel komt door het uitstellen van de geplande MTO. Als gevolg van corona en de verdere implementatie van de nieuwe softwareapplicaties zijn er in 2021 minder reguliere opleidingen gevolgd dan verwacht. Hiertoe is de begroting gedurende 2021 naar beneden bijgesteld, maar achteraf blijkt deze bijstelling € 12.000 te hoog geraamd.
Binnen de overige personele kosten vallen de uitstroomkosten personeel. Voor 2021 is er meer uitstroom tot stand gekomen dan vooraf was ingeschat. Door middel van een vaststellingsovereenkomst zijn salariskosten van medewerkers die in 2022 zijn vrijgesteld van werk dan wel een ontslagvergoeding hebben ontvangen, meegenomen in de salariskosten van 2021.
Bedrijfsvoering (46.500 V) De lagere kosten bedrijfsvoering worden met name veroorzaakt door een verminderde inzet van externe en deskundige ondersteuning. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de focus van de organisatie lag op de implementatie van het belastingsysteem. De deskundigheid die daarvoor ingehuurd is, is ten laste van het investeringskrediet gekomen. Daarnaast zijn de accountantskosten en de uitbesteding van de salarisadministratie lager uitgevallen.
46
Kantoorkosten (8.100 V) De lagere kantoorkosten wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere drukwerkkosten. Daarnaast is minder kantoormateriaal aangeschaft door de minimale kantoorbezetting. Deze voordelen worden deels opgeheven doordat naast het voordeel ook een nadeel op de print- en portokosten is. Dit komt doordat er eenmalige kosten voor MijnOverheid gegevens in rekening zijn gebracht. Deze eenmalige kosten worden, net zoals de overige kosten met betrekking Mijn Overheid en DigiD gedeclareerd bij het Waterschap en het Ministerie.
Informatisering/automatisering (79.800 V) Binnen de post informatisering/automatisering is het resultaat € 79.800 voordelig. Binnen deze post zitten enkele grotere afwijkingen: Aanschaf apparatuur en programmatuur
€ 16.000 V
Onderhoud, beheer en beveiliging apparatuur
€ 20.000 V
Licenties apparatuur en programmatuur
€ 48.000 V
Overige automatiseringskosten
€ 3.800 N
Er heeft dit jaar weinig aanschaf van apparatuur en programmatuur plaatsgevonden door de implementatie van de nieuwe systemen. Ook vielen de onderhouds- en licentiekosten lager uit dan vooraf ingeschat. Dit komt vooral door het toepassen van een malusregeling op de belastingapplicatie. In 2021 is een managementtool aangeschaft. De implementatie van deze tool loopt nog, wat betekent dat de kosten hiervan doorlopen in 2022.
Huisvesting (32.400 V) De huisvestingskosten hebben een voordeel van € 32.400. Dit ontstaat onder andere doordat er geen noodzakelijke onderhoudskosten nodig waren en de energielasten lager zijn uitgevallen, omdat de bezetting op kantoor in verband met corona minimaal was.
Door te schuiven BTW (2.800 N) De door de BWB te betalen, c.q. te ontvangen BTW, welke niet kan worden verhaald op de Belastingdienst, wordt afzonderlijk in de administratie in beeld gebracht. Deze niet te verhalen BTW wordt doorgeschoven naar de deelnemers, met uitzondering van het Waterschap. De gemeentelijke deelnemers kunnen deze component indienen bij het BTW Compensatiefonds. De meerkosten van € 2.800 kunnen hierdoor ook worden teruggevraagd bij dit fonds.
47
Baten overhead (138.400 V) De baten uit loonkosten vallen € 21.100 voordeliger uit, doordat er meer geld van het UWV wordt ontvangen dan verwacht. Ook de print en portokosten vallen lager uit dan ingeschat, € 21.300 door onder andere de eerder beschreven eenmalige kosten voor MijnOverheid gegevens. Deze kosten worden vergoed vanuit het Waterschap en het Ministerie. Daarnaast is er bijdrage uit overige goederen en diensten. Sinds 2020 verloopt de inhuur via een Dynamisch Aankoop Systeem. Het batig saldo wordt verdeeld over de aangesloten organisaties. Het bijbehorende bedrag is € 12.200. De hoogte van dit bedrag was van tevoren niet bekend. Ook wordt er een bijdrage gevraagd van € 94.800 omtrent de afwikkeling kinderopvangtoeslagaffaire. Het enige nadeel van € 11.000 dat is ontstaan komt voort uit de bijdrage van garantiesalarissen. Dit stemt overeen met het eerder geschetste voordeel op de garantiesalariskosten. Door de nieuwe functiewaardering en het uit dienst gaan van medewerkers nemen de kosten (welke in rekening gebracht worden bij de deelnemers) geleidelijk af, waardoor deze ten laste komen van de BWB.
48
€ 100 V
Treasury De post treasury is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2020
Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Jaarrekening 2021
Rentelasten
14.000
10.000
11.000
10.900
100
Subtotaal lasten
14.000
10.000
11.000
10.900
100
Renteopbrengsten
112.000
-
-
-
-
Subtotaal baten
112.000
-
-
-
-
Resultaat Treasury
-98.000
10.000
11.000
10.900
100
Omschrijving
Verschil
Op deze post zijn onder andere de betaalde rentelasten verantwoord over de afgesloten langlopende geldleningen.
De opbrengst rente ontstond vanuit de invordering van de belastingen wanneer een te late betaling wordt uitgevoerd door de belastingplichtigen. Zoals eerder geschetst komen deze opbrengsten met ingang van 2021 ten voordele van de betreffende deelnemers.
€ 75.000 V
Onvoorzien
De post onvoorzien is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2020
Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Jaarrekening 2021
Onvoorzien
-
75.000
75.000
-
75.000
Resultaat Onvoorzien
-
75.000
75.000
-
75.000
Omschrijving
Verschil
Toelichting In de 2e bestuursrapportage is aangegeven dat deze post wordt bekeken in de jaarrekening. Gezien het resultaat is er dit jaar geen sprake van een onvoorziene kostenpost. Enkele kosten die vooraf niet waren ingeschat worden opgevangen binnen de huidige rekeningen.
49
Corona-effecten op de cijfers van de jaarstukken 2021 De BWB heeft ook in 2021 last gehad van de corona. Net als in 2020 heeft het een positief, maar ook een negatief effect gehad op de begroting en de uitgaven van 2021. De effecten kwamen tot uiting in een lagere vergoeding woon-werkverkeer, extra kosten thuiswerkvoorzieningen en zorgkosten. Diverse van deze kosten zijn al bijgesteld in de eerder bestuursrapportage zoals opleidings-, reis- en verblijfkosten en inzet van het externe deurwaarderskantoor in het buitengebied. In de jaarrekening zijn enkele gevolgen terug te zien.
Deze verschillen zijn als volgt weer te geven: Omschrijving
Nadeel
Woon-werkverkeer
Saldo
116.000
Thuiswerkvergoeding
-37.000
Zorgkosten
-5.000
Energiekosten Totaal voordeel
Voordeel
10.000 -42.000
126.000
84.000
Daarnaast zijn er nog enkele posten benoemd die door corona een effect op de begroting van de BWB hebben gehad. Hierbij is echter sprake van het stopzetten of verminderen van productie of diensten. Dit onderscheid is van belang, omdat dit een positief effect heeft op de jaarrekening, maar hiertegenover staat dat de productie ook niet geleverd is. Ten opzichte van 2020 gaat het om een aanmerkelijk lager bedrag (€ 63.000). Omdat ook de implementatie van de belastingsoftware een grote impact heeft gehad op een aantal van de te noemen posten, is het exacte effect van corona op deze posten niet goed te meten. Deze zijn grotendeels al verwerkt in de 2e bestuursrapportage.
Daarom is een grove inschatting gemaakt: Omschrijving
Saldo
Lagere inzet externe deurwaarder
5.000
Lagere inzet scanbus
2.500
‘Voordelig' effect
7.500
Een verdere toelichting op corona en de werkzaamheden van de BWB is terug te vinden in het jaarverslag op pagina 15.
50
€0
Bijdrage deelnemers Jaarrekening 2020
Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Jaarrekening 2021
Bijdrage deelnemers
14.950.000
16.390.300
17.006.300
17.006.300
-
Resultaat Deelnemers bijdrage
14.950.000
16.390.300
17.006.300
17.006.300
-
Omschrijving
Verschil
Toelichting Het rekeningresultaat over 2021 valt € 155.400 lager uit dan geraamd na de 2e begrotingswijzigingen. Waarvan € 87.000 ten behoeve van het project en € 68.400 van het reguliere proces. Op pagina 5 is op hoofdlijnen een toelichting gegeven van dit positieve resultaat. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Conform de Gemeenschappelijke Regeling BWB wordt het rekeningresultaat verrekend met de deelnemers op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Deze berekeningswijze is per 2021 in overeenstemming met de deelnemers herzien. Na vaststelling van de jaarstukken 2021 door het algemeen bestuur zal conform artikel 33, lid 1 van de GR verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage plaatsvinden op basis van nacalculatie.
In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2020. In kolom 2 is de begrote bijdrage van 2021 weergegeven. De bijdrage van 2021 op nacalculatorische basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. In deze bedragen is er nog geen rekening gehouden met de overgangsregeling.
Jaarrekening 2020 nacalc.
Omschrijving
Bijdrage begroot 2021 na wijziging
Bijdrage nacalc. 2021
Bergen op Zoom
1.286.000
1.403.200
1.544.800
Breda
2.866.000
4.134.700
3.996.400
Dongen
446.000
445.700
479.900
Etten-Leur
792.000
827.700
855.100
Halderberge
545.000
538.900
612.300
Moerdijk
762.000
885.900
912.500
Oosterhout
1.115.000
1.057.600
1.208.600
Roosendaal
1.397.000
1.586.800
1.646.900
Rucphen
424.000
373.300
409.900
Woensdrecht
448.000
446.600
511.600
Zundert
440.000
474.500
506.300
Brabantse Delta
3.869.000
4.831.400
4.253.600
Totaal
14.390.000
17.006.300
16.937.900
In de volgende tabel wordt weergegeven wat de ontvangen bijdrage is inclusief voorcalculatorische overgangsregeling
en
wat
de
nacalculatorische
bijdrage
is
inclusief
nacalculatorische
overgangsregeling. Hieruit volgt een te verrekenen bedrag wat overeenkomt met het resultaat. Deze wordt terugbetaald en/of geïnd bij de betreffende deelnemer.
51
Ontvangen bijdrage 2021
Bijdrage nacalc. 2021
Overgangsregeling
Bijdrage met overgangsreg.
Te verrekenen
Bergen op Zoom
1.397.800
1.544.800
-53.600
1.491.200
93.400
Breda
3.916.900
3.996.400
-257.800
3.738.600
-178.300
Dongen
488.600
479.900
16.700
496.600
8.000
Etten-Leur
855.200
855.100
34.200
889.300
34.100
Halderberge
576.400
612.300
14.700
627.000
50.600
Moerdijk
922.100
912.500
8.700
921.200
-900
Oosterhout
1.109.200
1.208.600
26.100
1.234.700
125.500
Roosendaal
1.633.000
1.646.900
20.100
1.667.000
34.000
Rucphen
409.500
409.900
44.200
454.100
44.600
Woensdrecht
471.400
511.600
-2.700
508.900
37.500
Zundert
491.900
506.300
-4.000
502.300
10.400
Brabantse Delta
4.734.300
4.253.600
153.400
4.407.000
-327.300
Totaal
17.006.300
16.937.900
-
16.937.900
-68.400
Omschrijving
De deelnemersbijdrage op nacalculatorische basis komt € 68.400 lager uit als gevolg van het rekeningresultaat over 2021. In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage ook de btw-component afzonderlijk in beeld gebracht. Ook in deze tabel is rekening gehouden met de overgangsregeling.
Bijdrage begroot na wijziging 2021 Omschrijving
Bijdrage incl. BTW
Bijdrage nacalculatie 2021 Bijdrage incl.
Comp. BTW
BTW
Comp. BTW
Bergen op Zoom
1.397.800
82.700
1.491.200
91.600
Breda
3.916.900
243.600
3.738.600
237.100
Dongen
488.600
26.300
496.600
28.500
Etten-Leur
855.200
48.800
889.300
50.700
Halderberge
576.400
31.800
627.000
36.300
Moerdijk
922.100
52.200
921.200
54.100
Oosterhout
1.109.200
62.300
1.234.700
71.700
Roosendaal
1.633.000
93.500
1.667.000
97.700
Rucphen
409.500
22.000
454.100
24.300
Woensdrecht
471.400
26.300
508.900
30.300
Zundert
491.900
28.000
502.300
30.000
Brabantse Delta
4.734.300
-
4.407.000
-
Totaal
17.006.300
717.500
16.937.900
752.300
52
Ondanks het positieve jaarrekeningresultaat stijgen de bijdragen over het algemeen voor alle deelnemers, met uitzondering van de gemeente Breda en het Waterschap. Wat daarbij opvalt is de forse daling van de bijdrage voor het Waterschap De Brabantse Delta van ruim € 327.300. Onderstaand een toelichting op de bijdragen.
De te verrekenen bedragen voor de deelnemers nemen zoals aangegeven grotendeels toe. Hieronder is weergegeven wat de wijziging is ten opzichte van de begrote bijdrage.
Bergen op Zoom
-10,1%
Oosterhout
-14,3%
Breda
3,3%
Roosendaal
-3,8%
Dongen
-7,7%
Rucphen
-9,8%
Etten-Leur
-3,3%
Woensdrecht
-14,6%
Halderberge
-13,6%
Zundert
-6,7%
Moerdijk
-3,0%
Brabantse Delta
12,0%
De lagere deelnemersbijdrage van het waterschap Brabantse Delta van € 327.300 wordt verklaard doordat de productie heffingsbezwaren voor het Waterschap niet goed is geprognotiseerd. Het tijdsbeslag, en daarmee de totale kosten ten behoeve van dit product zijn wel correct, waardoor het productietarief stijgt. De stijging van het producttarief komt hiermee grotendeels ten laste van de gemeentelijke deelnemers. De werkelijke productie van de gemeentes Breda en Oosterhout vielen in werkelijkheid juist hoger uit waardoor de totale kosten van het betreffende product zijn toegenomen. De bijdrage van gemeente Breda valt € 178.300 lager uit dan verwacht. Dit komt door het lager uitvallen van de productie waardebezwaren. De werkelijke productie van Breda viel uit eindelijk 27% lager uit dan begroot. De werkelijke productie van de gemeentes Bergen op Zoom, Dongen, Halderberge, Oosterhout en Woensdrecht vielen echter hoger uit met stijgingen tussen de 25% tot 62%.
53
Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten
Begroot
Realisatie
Verschil
Kinderopvangtoeslagaffaire (KOTA)
-
47.400
47.400
Bijdrage afwikkeling
-
94.800
94.800
-47.400
-47.400
-
87.000
87.000
Bijdrage project
381.000
560.000
179.000
Projectkosten
-381.000
-473.000
-92.000
-
134.400
134.400
Kosten afwikkeling
Project Waarderen op Gebruiksoppervlakte
Totalen incidentele baten en lasten
De ontvangen uitvoeringskosten van de dossiers Kinderopvangtoeslagaffaire 2021 (KOTA) zijn volledig als opbrengst in de exploitatie opgenomen. Een deel van de uitvoering van deze dossiers zijn, door vertraging in de uitvoeringsregeling KOTA, afgewikkeld in 2022. Hiervan zijn de “nog te betalen personele kosten” als reservering op de balans opgenomen. Voor een verdere toelichting van de KOTA wordt verwezen naar pagina 72. Voor de toelichting op de incidentele baten en lasten, Project Waarderen op Gebruiksoppervlakte wordt verwezen naar pagina 28.
Mutaties reserves Er hebben geen mutaties in reserves plaatsgevonden.
54
3. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Het bezoldigingsmaximum voor 2021 is bepaald op een bedrag van € 209.000 op jaarbasis. In 2021 hebben geen bezoldigingen boven deze norm plaatsgevonden. In onderstaand overzicht zijn de topfunctionarissen op naam van persoon opgenomen.
55
1a.
Leidinggevende
topfunctionarissen
met
dienstbetrekking
en
leidinggevende
e
topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13 maand van de functievervulling Gegevens 2021 Bedragen x € 1
Dhr. P. Stoffelen
Functiegegevens
Directeur 01/01 – 31/12
Aanvang en einde functievervulling in 2021 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
103.995
Beloningen betaalbaar op termijn
27.941
Subtotaal
131.896
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Bezoldiging
131.896
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2020 Bedragen x € 1
Dhr. P. Stoffelen
Mevr. A. Dirken
Functiegegevens
Directeur
Manager bedrijfsvoering
01/01 – 31/12
01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
104.761
96.782
Beloningen betaalbaar op termijn
26.293
16.812
Bezoldiging
131.054
113.594
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
201.000
201.000
Bezoldiging
131.054
113.594
Aanvang en einde functievervulling in 2020
Bezoldiging
56
Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder
1b.
Gegevens 2021 NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
Dhr. Th.J.J.M. Schots
Voorzitter DB - AB
Mevr. G.C. Bos
DB - AB
Dhr. J. de Beer
DB - AB
Dhr. C.J.A. van Dorst
DB - AB
Mevr. P.T.C. Koenders
AB
Dhr. I.C.H. Jansen
AB
Dhr. G.J.A.M. de Weert
AB
Dhr. J.H.A. Mollen
AB
Dhr. M.P.C. Willemsen
AB
Dhr. T. Theunis
AB
Dhr. M.J.A.J. Lazeroms
AB
Dhr. H.S. Kielman
AB
2.
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2021 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.
Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat, indien een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult, de instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het betreft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNTinstellingen een leidinggevende topfunctie vervult.
57
4. BALANS PER 31 DECEMBER 2021 ACTIVA
Balans per 31-12-2021
Balans per 31-12-2020
VASTE ACTIVA 6.1 Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
1.494.400 1.494.400
Totaal vaste activa
1.398.000 1.398.000
1.494.400
1.398.000
4.499.300
2.887.500
VLOTTENDE ACTIVA 6.2 Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met het Rijk
100.600
403.900
4.398.700
2.483.600
6.3 Liquide middelen
3.400
3.300
Kassaldi
1.200
2.000
Banksaldi
2.200
1.300
6.4 Overlopende activa
227.300
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
227.300
258.900
258.900
Totaal vlottende activa
4.730.000
3.149.700
TOTAAL ACTIVA
6.224.400
4.547.700
-
-
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Toelichting op aangepaste balansgegevens van 31 december 2020 Om de balans passend te krijgen aan de regelgeving volgend uit de BBV is er een wijzing doorgevoerd ten opzichte van de balans uit de jaarstukken 2020. Deze wijziging betreft het rekeningcourantsaldo Schatkistbankieren van € 2.483.600 gepresenteerd in “6.2 uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar” en het banksaldi BNG gepresenteerd in “6.8 Netto-vlottende schulden korter dan één jaar” van € 1.057.900. De genoemde bedragen werden in 2020 opgenomen onder de liquide middelen, omdat deze in combinatie van elkaar gezien moeten worden. In de jaarrekening 2020 was een liquide middelen saldo aanwezig van € 1.427.700, wat hierdoor afneemt naar € 1.300.
58
PASSIVA
Balans per 31-12-2021
Balans per 31-12-2020
VASTE PASSIVA 6.5 Eigen vermogen
155.400
Gerealiseerde resultaat
155.400
6.6 Voorzieningen
560.200
900.500
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
900.500
6.7 Vaste schulden looptijd langer dan één jaar Onderhandse leningen van binnenlandse banken
560.200
239.700 239.700
1.050.000 1.050.000
Totaal vaste passiva
1.255.000 1.255.000
2.105.900
2.054.900
3.498.100
2.082.200
VLOTTENDE PASSIVA 6.8 Netto-vlottende schulden korter dan één jaar Overige schulden Banksaldi
686.100
1.024.300
2.812.000
1.057.900
6.9 Overlopende passiva
620.400
Overige nog te betalen en de vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
620.400
410.600
410.600
Totaal vlottende passiva
4.118.500
2.492.800
TOTAAL PASSIVA
6.224.400
4.547.700
59
5. WAARDERING GRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiele vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiele vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel. Voor deze activa wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van 7 december 2012.
De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden. Wanneer hiervan wordt afgeweken, is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Voorziening Waardebezwaren In jaarrekening 2021 is een voorziening voor de achterstanden op waardebezwaren opgenomen. Deze voorziening heeft een incidenteel karakter met kosten die zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar. De voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren, (artikel 44 lid 1c.) dan wel dat de omvang van de verplichtingen en verliezen per balansdatum onzeker zijn doch redelijk zijn in te schatten. (artikel 44 lid 1a.)
Voorziening vakantiedagen In de jaarrekening 2020 is een voorziening vakantiedagen opgenomen voor de incidenteel extra gewerkte uren in verband met corona door de eigen medewerkers. Deze voorziening heeft een incidenteel en derhalve geen gelijkmatig karakter, waardoor het verbod dat voorzieningen niet worden gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume (artikel 44 lid 3 BBV) niet van toepassing is op deze voorziening. Voor de reguliere opgebouwde vakantiedagen met een vergelijkbaar volume is geen voorziening opgenomen.
60
Corona De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling van de jaarrekening 2021 zijn gebaseerd op de continuïteitsveronderstelling van de gemeenschappelijke regeling. Het virus was in 2021 nog steeds aanwezig. Het Kabinet heeft wederom maatregelen getroffen, waaronder in januari het invoeren van een avondklok en in februari de verlenging van de lockdown. Wanneer in juni de samenleving weer opengaat en ingezet wordt op een hoge vaccinatiegraad, is de hoop dat we in het najaar weer naar het oude “normaal” zouden kunnen gaan. Het tegendeel is de uitkomst. In juli stijgen de besmettingen weer en worden de maatregelen weer aangescherpt, die in september weer deels worden losgelaten. De vaccinatiegraad is hoog maar blijkt door ontwikkelingen van nieuwe coronavarianten niet voldoende. In november resulteert dit wederom in nieuwe scherpere maatregelen die wederom niet voldoende zijn. Op 19 december gaat Nederland net als in 2020 in een lockdown. Deze lockdown wordt per 25 januari 2022 deels opgeheven. (de verwachting is dat in de maand februari de maatregelen in stappen worden opgeheven en Nederland weer opengaat.) De (nadelige) gevolgen van corona lopen zodoende ook in het boekjaar 2022 door. De maatregelen om het coronavirus tegen te gaan, hebben wereldwijd aanzienlijke impact op de economie en werkgelegenheid.
De gevolgen voor het boekjaar 2022 en verder zijn nog niet te overzien.
Ook voor de gemeenschappelijke regeling heeft de uitbraak van corona, op het moment van het opmaken van de jaarrekening 2021, directe organisatorische gevolgen c.q. onzekerheden. Deze organisatorische gevolgen c.q. onzekerheden bestaan uit: a.
Alle medewerkers werken zoveel als mogelijk vanuit huis en zijn voor onderlinge afstemming aangewezen op telefonie of digitale oplossingen.
b.
Voor de invordering is de BWB aangesloten bij de landelijke coulance-regeling om zo de belastingplichtigen die in financiële moeilijkheden zijn gekomen tegemoet te komen.
c.
Op verzoek van onze deelnemers is er uitstel mogelijk voor het opleggen van een aantal specifieke belastingen en heffingen.
Het bovenstaande heeft zowel financiële als organisatorische impact op de BWB. Voor het boekjaar 2021 zijn deze gevolgen reeds in kaart gebracht. Vanaf het boekjaar 2022 kunnen (ook) de volgende financiële gevolgen van toepassing zijn, voor zover wij kunnen overzien op het moment van het opmaken van de jaarrekening: a. Het uitstellen van de dwanginvorderingen kan een negatief effect hebben op de opbrengst vervolgingskosten. b.
Op dit moment zijn de effecten op overige budgetten nog niet volledig te overzien. Dit nemen wij waarmee mogelijk mee in de bestuursrapportages van 2022.
61
De uitbraak van coronavirus heeft geen (significante) invloed op de cijfers over het boekjaar 2021. De directie heeft passende maatregelen genomen c.q. zorgt ervoor dat passende maatregelen worden genomen om de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten te waarborgen. De directie en het bestuur van de gemeenschappelijke regeling acht een duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten derhalve niet onmogelijk. De jaarrekening is dan ook opgemaakt uitgaande van de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.
62
6. TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2021 ACTIVA
€ 1.494.400
6.1 Materiële vaste activa
In onderstaande tabel wordt het verloop van de materiële vaste activa over 2021 weergegeven. Omschrijving
Boekwaarde 01-01-2021
Desinvestering
Investering
Afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2021
Bedrijfsgebouwen
235.700
-
-
55.800
179.900
Vervoermiddelen
5.000
-
-
5.000
-
Overige materiële vaste activa
1.157.300
431.600
-
274.400
1.314.500
Totaal materiële vaste activa
1.398.000
431.600
-
335.200
1.494.400
De post overige materiële vaste activa bestaat uit inventaris en automatisering. De investering in de overige materiële vaste activa bestaat hoofdzakelijk uit de kosten voor de implementatie softwarebelastingapplicatie ad € 445.500 Daarnaast heeft er een correctie plaats gevonden op de post inventaris en automatisering van 13.900 ten aanzien van de boekwaarde 01-01-2021. De afschrijving bestaat uit een lineaire afschrijving tussen de 5 en 10 jaar.
€ 4.499.300
6.2 Uitzettingen korter dan één jaar
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2021 heeft betrekking op: •
100.600
Vorderingen op openbare lichamen
De afwikkeling van de vorderingen op openbare lichamen naar de toestand per 1 maart 2022 geeft het volgende beeld: Vorderingen 01-01-2021
Vorderingen 31-12-2021
Ontvangsten in 2022
Vorderingen 01-03-2022
Vorderingen op openbare lichamen
403.900
100.600
5.800
94.800
Totaal uitzettingen korter dan één jaar
403.900
100.600
5.800
94.800
Omschrijving
De in de balans opgenomen vorderingen op openbare lichamen zijn uit te splitsen in: •
Bijdrage van garantiesalarissen (eindafrekening)
5.800
•
Bijdrage van kinderopvangtoeslagaffaire
94.800
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 100.600 aan openstaande vorderingen per 31 december 2021.
63
Schatkistbankieren •
4.398.700
Saldo schatkistbankieren met het Rijk
Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld ter uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 250.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding. Vanaf 1 juli 2021 is deze drempel verhoogd naar € 1.000.000.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de schatkist. In 2021 hebben de eerste twee kwartalen een overschrijding van het drempelbedrag. Dit wordt veroorzaakt doordat er na het tijdstip van afromen nog aanzienlijke bedragen ontvangen worden. Vanaf 1 juli 2021 wordt er automatisch afgeroomd, waardoor de kwartaalcijfers lager uitvallen.
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren, verslagjaar 2021 (x € 1.000) 1e halfjaar
Berekening drempelbedrag
2e halfjaar
a. Begrotingstotaal verslagjaar
16.761
b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
16.761
c. Drempel is 7,5% van begrotingstotaal onder sub b
-
1. Drempelbedrag (Minimaal: € 250.000 1e halfjaar/ € 1.000.000 2e halfjaar) Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil)
250
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
39.321
36.049
10.368
5.490
e. Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten schatkist)
437
396
113
60
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
250
250
1.000
1.000
437
396
113
60
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren 1. Drempelbedrag voor BWB 2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist 3. Ruimte onder het drempelbedrag
-
-
887
940
4. Overschrijding van het drempelbedrag
187
146
-
-
6.3 Liquide middelen
€ 2.400
De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2021 is als volgt te specificeren. •
Kassaldo bedrijfsvoering
1.200
•
Saldo bankrekening ING
2.200
64
€ 227.300
6.4 Overlopende activa
De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2021 is als volgt te specificeren: •
Nog te ontvangen bedragen
34.700
•
Vooruitbetaalde bedragen
192.600
Nog te ontvangen bedragen De post nog te ontvangen bedragen per eind 2021 is als volgt te specificeren: •
Naverrekening transactiekosten BNG 2021
24.900
•
Diverse bijdrage
9.800
Vooruitbetaalde bedragen De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2021 is als volgt te specificeren: •
Huur kantoorgebouw 1e kwartaal 2022
171.800
•
Verzekeringen bedrijfsvoering en scanbus
10.900
•
Kantoorkosten
4.300
•
Licenties automatisering
3.800
•
Waarderingskosten bouwindex
•
Heffingskosten BAG
1.300
•
Borgsom scanbus
200
300
65
PASSIVA
€ 155.400
6.5 Eigen vermogen
De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2021 is als volgt te specificeren: •
155.400
Gerealiseerd rekeningresultaat
Rekeningresultaat 2021 Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat. De jaarrekening 2021 sluit met een positief resultaat van € 155.400. In de toelichting baten en lasten 2021 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen.
€ 900.500
6.6 Voorzieningen
De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2021 zijn als volgt te specificeren: •
Voorziening personele kosten
137.500
•
Voorziening materiële kosten
763.000
Voorziening personeel Het verloop van deze voorzieningen in 2021 geeft het volgende beeld: Voorziening voormalig personeel 2016
Voorziening voormalig personeel 2020
Voorziening vakantiedagen
Totaal voorziening
66.000
23.700
150.000
239.700
-
-
-
-
Aanwending
16.000
23.700
12.500
52.200
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen
50.000
-
-
50.000
-
-
137.500
137.500
Voorziening personele kosten
Boekwaarde 01-01-2021 Toevoegingen
Boekwaarde 31-12-2021
In de jaarrekening van 2020 is de voorziening van het voormalig personeel 2016 opgehoogd naar € 66.000 door een mogelijk juridisch geschil. Dit geschil bleef uit, waardoor de werkelijke kosten € 16.000 bedroegen en het overige deel van € 50.000 vrijviel ten behoeve van de salariskosten. De ontslagvergoeding ten behoeve van personeel 2020 is betaald en hierdoor afgerond.
66
In het boekjaar 2020 zijn, als gevolg van de werkdruk en corona, door de eigen medewerkers extra uren gemaakt. Totaal betreft het hier ongeveer 1.700 extra uren. Hierdoor is een hoog verlofsaldo meegenomen naar 2021. In dat kader is voor deze extra 1.700 verlofuren een voorziening vakantiedagen gevormd van € 150.000 ten laste van het personeelsbudget. Dit budget kan ingezet worden om de gestelde productie op peil te houden ondanks de grote opname van verlof. Echter, is door het aanhouden van corona geen afname in het verlofsaldo te bemerken. De onttrekking bestaat uit het inhuren van één inhuurkracht.
Voorziening materiële kosten Het verloop van deze voorzieningen in 2021 geeft het volgende beeld: Voorziening materiële kosten
Voorziening waardebezwaren
Boekwaarde 01-01-2021
Totaal voorziening -
-
763.000
763.000
Aanwending
-
-
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen
-
-
763.000
763.000
Toevoegingen
Boekwaarde 31-12-2021
Door de grote toename van het aantal waardebezwaren en het moeilijk vinden van personeel met specifieke kennis, is er een grote achterstand ontstaan ten behoeve van de waardebezwaren. De extra kosten voor het wegwerken van deze waardebezwaren bedraagt in totaal € 763.000. Omdat deze kosten doorlopen in 2022 is er een voorziening waardebezwaren getroffen. De kosten van de voorziening kun je splitsen in: -
Inzet inhuur personeel wegwerken waardebezwaren ad € 440.000,
-
Nog komende proceskosten ad € 94.000
-
Risico op ingebrekestellingen ad € 229.000.
€ 1.050.000
6.7 Vaste schulden langer dan één jaar Omschrijving
Boekwaarde 01-01-2021
Toevoegingen Onttrekkingen
Boekwaarde 31-12-2021
Geldlening 2013
55.000
-
55.000
-
Geldlening 2018
1.200.000
-
150.000
1.050.000
Totaal onderhandse leningen
1.255.000
-
205.000
1.050.000
Met betrekking tot de geldleningen is in 2021 een bedrag van € 10.900 aan rente betaald, welke ten laste van de exploitatie 2021 is gebracht.
67
6.8 Netto vlottende schulden korter dan één jaar
€ 3.498.100
De afwikkeling van de netto vlottende schulden korter dan een jaar naar de toestand per 1 maart 2021 geeft het volgende beeld: Omschrijving
Schulden 01-01-2021
Schulden 3112-2021
Betaald in 2022
Schulden 01-03-2021
Overige schulden
1.024.300
686.100
686.100
-
Totaal netto vlottende schulden
1.024.300
686.100
686.100
-
De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in: •
Afdracht loonheffing 2021
•
Afdracht pensioenpremies 2021
1.200
•
Schulden op openbare lichamen
218.500
•
Proceskostenvergoeding
13.600
•
Overige crediteuren
442.300
•
Bijdrage garantiesalarissen (eindafrekening)
10.300
200
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 686.100 aan openstaande schulden per 31 december 2021.
Daarnaast is er nog een openstaand banksaldo aanwezig op de BNG-bank. Deze moet gezien worden in combinatie met de rekening courant van het Rijk. •
2.812.000
Banksaldo BNG
68
€ 620.400
6.9 Overlopende passiva
De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2021 is als volgt te specificeren: •
620.400
Nog te betalen bedragen
Nog te betalen bedragen De post nog ter betalen bedragen per eind 2021 is als volgt te specificeren: •
Salarissen
162.300
•
Inhuur derden
159.300
•
Overige personeelskosten
101.900
•
Afwikkeling kinderopvangtoeslagaffaire
47.400
•
Omzetbelasting aangifte
26.600
•
Bedrijfsvoering
10.500
•
Overige overheadkosten
3.800
•
Activering investeringskrediet
8.400
•
Programma Waarderen
96.500
•
Programma Heffen
3.600
•
Programma Invordering
100
6.10 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.
69
7. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Huisvesting Het huurcontract van het kantoorpand is in 2021 verlengd tot en met december 2030. De jaarlijkse huur bedraagt € 685.000. De verlenging van het huurcontract levert met ingang van september 2023 en voordeel op jaarbasis van € 267.500.
Automatisering De implementatie naar aanleiding van de aanbestedingsprocedure heeft in 2020 plaatsgevonden voor de softwarepakketten waarderen, de belastingapplicatie en financiën.
De ingangsdata, bijbehorende bedragen en einddata van deze contracten zijn als volgt: Betreft Waarderen Belastingapplicatie Financiën
Met ingang van 01-01-2021 01-01-2021 01-04-2020
Bedrag per jaar € 59.400 € 716.500 € 16.800
Einddatum 01-01-2027 01-01-2027 01-04-2024
De dienstverleningsovereenkomst automatisering loopt tot en met 2022. De jaarlijkse verplichting bedraagt € 642.000. Het contract met betrekking tot het zaaksysteem loopt tot en met 2023. Het bedrag is € 22.300 per jaar.
In 2021 is een contract afgesloten ten behoeve van een managementinformatiesysteem. De contractwaarde is € 60.000 en de looptijd is tot en met december 2023.
Bedrijfsvoering De dienstverleningsovereenkomst Personeel & Organisatie is verlengd en loopt tot en met 2023. Het jaarlijkse bedrag is € 40.000.
Objectbeheer Ten behoeve van beeldmateriaal lopen diverse contracten: - looptijd tot en met december 2022, jaarlijkse verplichting € 47.700 - looptijd tot en met december 2024, jaarlijkse verplichting € 144.000
70
8. GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.
Naam taakveld
Lasten 2021
0.10
Mutaties reserves
-
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-155.400
-155.400
0.4
Ondersteuning organisatie (Overhead)
8.056.800
468.400
-7.588.400
0.5
Treasury
10.900
-
-10.900
0.64
Belastingen overig
9.811.600
17.566.300
7.754.700
0.8
Overige baten en lasten
-
-
-
17.879.300
17.879.300
-
Totaal
71
Baten 2021
Saldo
9. VERANTWOORDING GEDERFDE INKOMSTEN EN UITVOERINGSKOSTEN KINDEROPVANGTOESLAG 1. Algemeen Het Rijk heeft toegezegd dat de gemeenten en waterschappen de verschuldigde belastingen van gedupeerde ouders en hun toeslagpartner die zij kwijtschelden volledig vergoed krijgen. Daarnaast wordt er ook compensatie verleend voor de uitvoeringskosten die in het kader van de operatie door gemeenten en waterschap worden gemaakt. In 2022 zal de BWB namens de deelnemers hiervan voor het eerst gebruik maken. De uitvoering van de regeling is voor gemeenten vastgelegd in het VNGrapport¹ en voor het Waterschap is een aparte regeling opgesteld door de Unie van Waterschappen². Het ministerie van BZK voorziet in de bekostiging met twee componenten: •
De kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke en waterschapsbelastingen (gederfde inkomsten);
•
Een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding (uitvoeringskosten).
Onderstaande worden de componenten toegelicht en een specificatie van de kosten weergegeven.
2. Kwijtgescholden bedragen (gederfde inkomsten) De hoogte van de kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke en waterschapsbelastingen betreft de hoogte van het kwijtgescholden bedrag, inclusief de ophogingskosten en de bedragen van restitutie³. Deze bedragen zijn onderdeel van de eindverantwoording belastingopbrengsten 2021.
In onderstaand overzicht worden de kwijtgescholden bedragen en de ophogingskosten voor 2021 per deelnemer weergegeven. Omschrijving Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta Totaal
Gemeentelijke belastingen / waterschapslasten 12.300 17.800 3.600 1.700 100 500 6.900 5.600 300 1.300 200 29.800 80.100
Ophogingskosten 1.900 2.100 400 300 100 700 800 100 300 200 3.600 10.500
Totaal 14.200 19.900 4.000 2.000 200 500 7.600 6.400 400 1.600 400 33.400 90.600
¹SPUK en financiële verantwoording kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen voor gedupeerden, ² Afspraken RijkHersteloperatie kinderopvangstoeslag voor Waterschappen, ³ Restitutie wordt toegepast wanneer een gedupeerde of toeslagpartner een betaling in 2021 heeft gedaan voor een openstaande vordering die betrekking heeft op een schuld van 2020.
72
3. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten is een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding. Voor gedupeerde per gemeente en voor de gedupeerde waarvoor een Belastingsamenwerking gecombineerde aanslagen oplegt kan een bedrag van € 150,00 in rekening worden gebracht. Voor een gedupeerde per waterschap kan € 100,00 per gedupeerde in rekening worden gebracht, indien aan gedupeerde zelfstandige aanslagen waterschapsbelasting worden opgelegd. Om de uitvoeringskosten te kunnen bepalen voorziet de Belastingdienst elke gemeente van een lijst met het aantal gedupeerden op jaarbasis.
In onderstaand overzicht worden het aantal dossiers en de uitvoeringskosten van 2021 per deelnemer als volgt weergegeven: Omschrijving
Aantal dossiers
Bedrag
Bergen op Zoom
71
10.650
Breda
179
26.850
Dongen
21
3.150
Etten-Leur
36
5.400
Halderberge
22
3.300
Moerdijk
23
3.450
Oosterhout
42
6.300
Roosendaal
102
15.300
Rucphen
4
600
Woensdrecht
10
1.500
Zundert
5
750
Brabantse Delta
175
17.500
Totaal
690
94.750
Deze uitvoeringskosten zijn in de jaarrekening verwerkt onder de incidentele baten en lasten op pagina 54.
73
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2021 en volgende jaren Risico
Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
Risico’s primaire proces Vanaf 1 januari 2022 moeten de woningen wettelijk gezien getaxeerd worden op basis van de gebruiksoppervlakte. Dit omvangrijk en arbeidsintensief project brengt als risico mee, dat het project niet tijdig en goed wordt afgerond. Voor het juist en volledig opleggen is het beschikken over tijdige en juiste informatie een basisvoorwaarde. Onjuiste data-aanlevering en Niet tijdige en/of koppelingen zorgen voor een risico voor het juist op kunnen leggen van onjuiste informatie aanslagen. 2021 is het eerste jaar waarin met de nieuwe belastingapplicatie gewerkt wordt, dit kan voor een verhoogd risico zorgen. Risico’s m.b.t. bedrijfsvoering Taxeren op gebruiksoppervlakte
I
€ 1.000.000
5%
€ 50.000
I/S
€ 150.000
30%
€ 45.000
Invullen vacatures
De economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen.
S
€ 200.000
50%
€ 100.000
Flexibiliteit personeelsbestand
Veranderende werkzaamheden binnen de BWB -door zowel interne als externe ontwikkelingen- zorgen voor andersoortige functies dan wel voor een flexibele invulling hiervan in de toekomst.
S
€ 50.000
30%
€ 15.000
Risico’s m.b.t. automatisering Implementatie belastingapplicatie
De belangrijkste applicatie van de relatief complexe informatiearchitectuur van de BWB dient vóór 2021 te zijn geïmplementeerd. Deze implementatie brengt risico’s met zich mee.
I
€ 1.000.000
10%
€ 100.000
Aansprakelijkheid i.v.m. AVG
De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.
S
€ 750.000
10%
€ 75.000