Bijlage 2 - Jaarstukken 2021 BWB.pdf
Tekst van het document
+
INHOUDSOPGAVE BESTUURLIJKE SAMENVATTING .............................................................................................................. - 4 1. Algemene beschouwingen ............................................................................................................................ - 5 2. Financiële beschouwingen ............................................................................................................................ - 5 3. Cijfers in beeld............................................................................................................................................... - 8 I
JAARVERSLAG 2021 ....................................................................................................................... - 14 Algemeen ........................................................................................................................................................ - 15 Programmaverantwoording ........................................................................................................................... - 18 Paragrafen ...................................................................................................................................................... - 29 -
II
JAARREKENING 2021 ..................................................................................................................... - 37 1. Overzicht van baten en lasten ........................................................................................................................ 38 2. Toelichting overzicht baten en lasten ............................................................................................................. 39 3. Wet Normering Topinkomens (WNT) ............................................................................................................. 55 4. Balans per 31 december 2021 ........................................................................................................................ 58 5. Waardering grondslagen jaarrekening .......................................................................................................... 60 6. Toelichting op de balans per 31 december 2021 ............................................................................................ 63 7. Niet in de balans opgenomen verplichtingen ................................................................................................. 70 8. Gerealiseerde baten en lasten per taakveld ................................................................................................... 71 9.
Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten kinderopvangtoeslag ....................................... 72 Bijlagen ............................................................................................................................................................... 74
-2-
Algemeen Hierbij bieden wij u de jaarstukken 2021 aan. Deze jaarstukken zijn opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de jaarstukken wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van het in de begroting 2021 opgenomen beleid.
De jaarstukken bestaan uit twee delen, het jaarverslag en de jaarrekening. In het jaarverslag wordt op programmaniveau teruggekeken naar de doelstellingen en hoe hier uitvoering aan is gegeven. In de jaarrekening worden de baten en lasten gepresenteerd en wordt een toelichting gegeven op verschillen ten opzichte van de begroting 2021, na wijzigingen.
Leeswijzer De bestuurlijke samenvatting bestaat uit de algemene en financiële beschouwingen en cijfers in beeld. In onderdeel 1, het jaarverslag, wordt teruggekeken op de in de begroting genoemde doelstellingen en beleidsvoornemens en of deze al dan niet zijn gerealiseerd. Ook de verplichte paragrafen conform de BBV komen in dit hoofdstuk terug, voor zover van toepassing voor de BWB. In onderdeel 2, de jaarrekening, wordt de financiële jaarrekening weergegeven. Hierin worden de baten en lasten over 2021 en de balans gepresenteerd en toegelicht. Daarnaast wordt de Wet Normering Topinkomens (WNT) in dit hoofdstuk toegelicht.
-3-
BESTUURLIJKE SAMENVATTING
-4-
1. ALGEMENE BESCHOUWINGEN In veel opzichten gaf het jaar 2021 voor de BWB hetzelfde beeld als 2020. De bedrijfsvoering werd beheerst door de implementatie van het nieuwe belastingsysteem, voor het eerst volledig waarderen op gebruiksoppervlakte, werken in tijden van corona en de winkel openhouden tijdens de verbouwingen. De groei van het aantal waardebezwaren heeft zoals verwacht doorgezet. De kosten die daarmee samenhangen, zowel voor de bedrijfsvoering, als voor de griffie- en proceskostenvergoedingen, stijgen sterk door. De werkdruk, en daarmee ook het ziekteverzuim, is door dat alles binnen de BWB zorgwekkend hoog. Door de overspannen arbeidsmarkt lukt het vaak niet om de vereiste versterkingen in te huren. Het jaar wordt daardoor afgesloten met enerzijds een positief financieel resultaat, maar anderzijds met productie achterstanden.
2. FINANCIËLE BESCHOUWINGEN Het jaar 2021 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 155.400. Dit resultaat bestaat voor het grote deel uit een positieve vrijval (€ 87.000) van het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte (WoG) wat in 2021 is afgerond. Het resultaat voor de BWB is € 68.400. De belangrijkste afwijking van het resultaat worden hierna verder toegelicht. Het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte wordt apart in de jaarrekening vermeld en toegelicht.
Resultaat 2021 Het resultaat is op hoofdlijnen te specificeren: Omschrijving Afwijking programma's onderling Proceskosten/ingebrekestellingen Personele lasten Informatisering en automatisering Overige verschillen overhead en bedrijfsvoering Overige verschillen primair proces Baten Overhead/overige bijdrage Onvoorzien
Resultaat 0 288 N 27 V 80 V 50 V 7 N 132 V 75 V
Afwijkingen programma’s onderling In 2021 is er een herverdeling geweest van de teams, waardoor interne budgetverschuivingen op de programma’s zijn ontstaan. Deze verschillen hebben geen gevolgen voor de deelnemersbijdrage.
Proceskosten/ingebrekestellingen Door de grote toename van het aantal waardebezwaren en het moeilijk vinden van specialistisch personeel, is er een grote achterstand ontstaan ten behoeve van de waardebezwaren. Deze achterstanden worden in 2022 weggewerkt. Voor het wegwerken van de achterstanden is een voorziening waardebezwaren gevormd die onder andere bestaat uit extra proceskosten en ingebrekestellingen. De overschrijding van het budget proceskosten is € 288.000.
-5-
Personele lasten Het voordeel in de reguliere exploitatie op de totale personele lasten is € 27.000. De onderschrijding zit met name op de post woon-werkverkeer/ thuiswerkvergoeding van € 79.000 samen met een bedrag aan overige posten van € 10.000. Deze kosten vallen onder andere lager uit door de aanhoudende coronamaatregelen. Daar tegenover staat een nadeel van de salarissen en inhuur van € 62.000.
Informatisering en automatisering Dit jaar is er weinig apparatuur en programmatuur aangeschaft mede door de implementatie van de nieuwe systemen. Ook vielen de onderhouds- en licentiekosten lager uit dan vooraf ingeschat. Dit komt vooral door het toepassen van een malusregeling op de belastingapplicatie. Dat resulteert in een voordelig resultaat van € 80.000. In 2021 is een managementinformatietool aangeschaft. De implementatie van deze tool loopt nog, wat betekent dat de kosten hiervan doorlopen in 2022.
Lagere kosten overhead en bedrijfsvoering De lagere kosten bedrijfsvoering worden met name veroorzaakt door een verminderde inzet van externe en deskundige ondersteuning. Dit komt doordat de focus van de organisatie lag op de implementatie van het belastingsysteem. De deskundigheid die daarvoor ingehuurd is, is ten laste van het investeringskrediet gekomen. Daarnaast zijn de accountantskosten en de uitbesteding van de salarisadministratie lager uitgevallen.
Overige verschillen primair proces In het primaire proces zijn er een aantal posten die tezamen een nadelig verschil vormen van € 7.000. Dit gaat onder andere om beeldmateriaal, inzet van deurwaarders, kosten van heffen.
Baten overhead/overige bijdrage Het voordeel van baten overhead bestaat uit de meer ontvangen UWV gelden. Ook worden er overige baten ten behoeve van de kinderopvangtoeslagaffaire ontvangen. De baten inhuur via een dynamisch inkoopsysteem (die sinds 2020 van kracht is en niet in de begroting is meegenomen) en de vergoeding van de eenmalige kosten gegevens vanuit Mijn Overheid.
Voor een meer uitgebreide toelichting op de verschillen van de reguliere exploitatie en van het project waarderen op gebruiksoppervlakte, verwijzen wij u kortheidshalve naar de toelichting op de baten en lasten in onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 38.
-6-
Verrekening resultaat Het positieve jaarrekeningresultaat wordt teruggegeven aan de deelnemers op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Na vaststelling van de jaarstukken 2021 door uw Algemeen Bestuur zal de verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage plaatsvinden op grond van artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant. In de tabel hieronder is een verdeling van de werkelijke bijdrage per deelnemer te zien op basis van nacalculatie, op pagina 52 wordt deze verder toegelicht. Bijdrage begroot na wijziging Omschrijving
Bijdrage nacalculatie 2021
2021 Bijdrage incl. BTW
Bijdrage incl.
Comp. BTW
BTW
Te verrekenen Comp. BTW
Bergen op Zoom
1.397.800
82.700
1.491.200
91.600
93.400
Breda
3.916.900
243.600
3.738.600
237.100
-178.300
Dongen
488.600
26.300
496.600
28.500
8.000
Etten-Leur
855.200
48.800
889.300
50.700
34.100
Halderberge
576.400
31.800
627.000
36.300
50.600
Moerdijk
922.100
52.200
921.200
54.100
-900
Oosterhout
1.109.200
62.300
1.234.700
71.700
125.500
Roosendaal
1.633.000
93.500
1.667.000
97.700
34.000
Rucphen
409.500
22.000
454.100
24.300
44.600
Woensdrecht
471.400
26.300
508.900
30.300
37.500
Zundert
491.900
28.000
502.300
30.000
10.400
Brabantse Delta
4.734.300
-
4.407.000
-
-327.300
Totaal
17.006.300
717.500
16.937.900
752.300
-68.400
-7-
3. CIJFERS IN BEELD Aantal aanslagregels 3,500,000
3,000,000
2,500,000
2,857,325
2,873,103
418,945
426,151
2,438,380
2,446,952
2020
2021
2,000,000
1,500,000
1,000,000
500,000
-
Aanslagregels (excl. huurdersbeschikkingen)
Huurdersbeschikkingen
WOZ-Beschikkingen eigenaren 350,000 312,488
313,917
2020
2021
Aantal WOZ-beschikkingen
300,000 250,000 200,000
150,000 100,000 50,000 0
-8-
VERZENDING
Digitaal 41%
Analoog 59%
Waterschapsbelasting 2021 Niet gecombineerd
140,739
Gecombineerd
306,822
0
50,000
100,000
150,000
-9-
200,000
250,000
300,000
350,000
Aanmaningen 45,000
aantal verstuurde aanmaningen
40,000
39,617
39,402
2020
2021
35,000 30,000 25,000
20,000 15,000 10,000 5,000 0
Dwangbevelen 14,000 12,067
Aantal verstuurde dwangbevelen
12,000 10,603 10,000 8,000 6,000 4,000 2,000 2020
2021
- 10 -
Hernieuwde bevelen 6,000 5,188
Aantal hernieuwde bevelen
5,000 4,163 4,000
3,000
2,000
1,000
0 2020
2021
Volgens de planning van de BWB worden de aanmaningen en dwangbevelen wekelijks gedraaid. Hierop zijn enkele uitzonderingen zoals rond het opleggen van de aanslagen of vakantieperioden.
Afgelopen jaar is anders verlopen dan voorgaande jaren, zowel corona als de overgang naar het nieuwe softwarepakket hebben invloed gehad op de aantallen. Op het moment dat Nederland in lockdown ging heeft BWB de invorderingsacties hierop aangepast. Daarnaast is er veel tijd geïnvesteerd in de inrichting van
de
nieuwe
software,
waarbij
we
tegen
verschillende
problemen
zijn
aangelopen.
Zowel door corona als de implementatie van het nieuwe softwarepakket zijn de aantallen aanzienlijk lager dan in 2020.
- 11 -
Beslagen 250
202
Aantal beslagleggingen
200
150
100
50
0 0 2020
2021
Afgelopen jaar is veel tijd geïnvesteerd in het inrichten van de basis in het nieuwe softwarepakket. De basis staat en in 2022 gaat er ook weer beslag gelegd worden. Door de veranderende wetgeving zullen de aantallen niet meer zo hoog zijn als in het verleden. Dit sluit ook aan bij de landelijke richtlijnen rondom het sociaal invorderen.
Kwijtschelding 30,000
27,815 26,470
Aantal keer kwijtschelding verleend
25,000
20,000
15,000
10,000
5,000
0 2020
2021
- 12 -
Bezwaren gecategoriseerd 19,675
20,000 18,000
15,976 16,000
Aantal bezwaren
14,000 12,000
10,934 9,422
10,000
8,369
8,000 6,251 6,000 4,000 2,000 165
163
160
112
0 Hefbezwaren
WOZ bezwaren
Legesbezwaren 2020
Parkeerbezwaren
Kostenbezwaren
2021
Heffingsbezwaren Door de overgang eind oktober 2020 naar het nieuwe belastingpakket is het aantal voor 2020 geregistreerde bezwaren bij benadering vastgesteld. Een vergelijking van het aantal heffingsbezwaren tussen beide jaren kan daardoor niet op juiste gronden worden gemaakt. Daarnaast heeft een overgang naar een nieuw belastingpakket altijd meer reacties tot gevolg door o.a. de veranderingen in de wijze van het registreren en verwerken (van mutaties) van object- en subjectgegevens.
WOZ Bezwaren Het werkelijke aantal bezwaren tegen de vastgestelde WOZ-waarde is bijna 11.000, exclusief de bezwaren gelinkt aan het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte (WOG). De eerder gestelde verwachte groei van het aantal objecten onder bezwaar komt hiermee uit, waarbij er een zwaartepunt ligt op de NCNP-bureaus.
Parkeerbezwaren In 2021 heeft de BWB uiteindelijk bijna 16.000 parkeerbezwaren afgehandeld. Deze afhandeling heeft plaatsgevonden tot eind september 2021 en daarna is de afhandeling overgedragen aan de nieuwe afhandelende partij, in eerste instantie de gemeente Breda. De overgang Parkeerbezwaren is in goede samenwerking met de gemeente Breda verlopen en daarmee is de taak Afhandeling Parkeerbezwaren door de BWB afgerond. Kosten-bezwaren
- 13 -
Het aantal kostenbezwaren is 30% lager dan vorig jaar. Dit komt doordat het invorderingsproces dit jaar pas later op gang is gekomen. De kostenbezwaren zijn gerelateerd aan het invorderingsproces.
I
JAARVERSLAG 2021
- 14 -
ALGEMEEN Deelnemers In 2021 zijn belastingtaken uitgevoerd voor het Waterschap Brabantse Delta en 11 deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert.
- 15 -
Omzet per belastingsoort Belastingopbrengsten (× € 1.000)
Rekening 2020
Afvalstoffenheffing
Rekening 2021
79.751
87.921
BIZ (Bedrijven Investering Zone)
879
730
Forensenbelasting
75
73
Hondenbelasting
857
600
2.858
3.690
Lijkbezorgingsrechten
250
273
Marktgelden
103
120
129.124
134.046
Precariobelasting
902
1.432
Reclamebelasting
1.064
1.319
Reinigingsrecht
1630
178
Rioolheffing
71.437
73.005
(Water)toeristenbelasting
1.203
3.734
Zuiveringsheffing
70.784
73.027
458
423
Watersysteemheffing
70.057
73.019
Totaal
429.965
453.590
Leges
Onroerendezaakbelastingen
Verontreinigingsheffing oppervlaktewater
De gepresenteerde cijfers komen overeen met de cijfers zoals opgenomen in de eindejaarsverantwoordingen van de belastingopbrengsten. Deze zijn destijds besproken en afgestemd met onze deelnemers.
- 16 -
Corona en de werkzaamheden bij de BWB Het jaar 2021 was het tweede jaar waarin de bedrijfsvoering voor een aanzienlijk deel mede werd bepaald door corona. Maar ondanks de pandemie is de reguliere dienstverlening doorgegaan terwijl ook de grote projecten voortgang vonden. De werkdruk is onverminderd zeer hoog geweest, met een hoog ziekteverzuimpercentage tot gevolg.
De lange duur van de pandemie heeft haar uitwerking op de mentale veerkracht van de medewerkers niet gemist. Nieuwe collega’s die in deze periode gestart zijn bij de BWB hebben het moeilijk gehad om aansluiting te vinden in de organisatie. Bovendien is de teamindeling in 2021 aangepast. Daarbij stond het efficiënter inrichten van de teamprocessen voorop. De volgende stap in dit proces is de transformatie naar de nieuwe werkprocessen. Dat is door de beschreven omstandigheden nog niet uit de verf gekomen, maar wordt in de komende periode alsnog gerealiseerd.
Ook in het afgelopen jaar zijn in het kader van corona door deelnemers besluiten genomen die impact hebben gehad op de uitvoering van de belastingheffing. De planning van de kohieren en controles is aangepast aan de maatregelen. Vanuit de Waarderingskamer zijn de richtlijnen, m.b.t. de coronaeffecten op de berekening van de WOZ-waarden van niet-woningen, te laat aan de BWB doorgegeven. Hierdoor waren de ‘corona-correcties’ op de WOZ-waarden nog niet verwerkt op het moment van het het grote kohier. Voor panden waarbij uiteindelijk rekening is gehouden met een een corona-correctie op de WOZ-waarde is de herwaardering en aanslagoplegging opgeschoven naar later in het jaar. Ondertussen heeft ook het team Invordering zoveel mogelijk meebewogen met de verschillende maatregelen die in het kader van corona zijn getroffen.
In 2021 hebben grote projecten extra druk op de bedrijfsvoering gelegd. Tevens was er sprake van coronamaatregelen in praktische zin, een afgenomen veerkracht van de medewerkers en een hoog ziekteverzuim. Al deze factoren hebben sterk met elkaar geïnterfereerd. De effecten van elk van die verschillende factoren zijn niet te verbijzonderen. Passende en tijdige inhuur werd vaak niet gevonden op de overspannen arbeidsmarkt, waardoor aanzienlijke achterstanden in de werkzaamheden zijn meegenomen naar 2022.
Oninbaar als gevolg van corona Ook in 2021 is het onduidelijk wat corona voor een effect heeft op de oninbaarheid van de belasting. We blijven dit natuurlijk in de gaten houden. Mocht in de loop van het jaar blijken dat er wijzigingen in situaties optreden, bijvoorbeeld wanneer de overheid de steunmaatregelen gaan versoberen of helemaal intrekt, dan zullen de financiële gevolgen voor deze sector duidelijk worden. Hierover stellen we onze deelnemers tijdig op de hoogte.
- 17 -
PROGRAMMAVERANTWOORDING Programma 1 – Waarderen 1.
Algemeen in 2021
De BWB voert voor haar gemeentelijke deelnemers onder meer de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Binnen het programma Waarderen vindt onder andere de marktanalyse plaats, worden objecten gewaardeerd en worden bezwaren en beroepszaken met betrekking tot de WOZ behandeld. De uitvoering van de activiteiten moet voldoen aan het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer, de landelijke toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ.
2.
Wat hebben we bereikt?
De Waarderingskamer heeft in 2021 de vragenlijsten voor het hele WOZ-proces op diverse momenten in het jaar beoordeeld. Daarnaast hebben er een tweetal ‘Inspecties op Afstand’ plaatsgevonden om dieper in te gaan op het databestand en de kwaliteit hiervan. Op basis van deze beoordelingen heeft de BWB de kwalificatie GOED weten te behouden. In de begroting 2021 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator
Doelstelling
Eenheid
Resultaat
Oordeel Waarderingskamer
Oordeel van “goed” van Waarderingskamer (WaKa) over het betreffende jaar.
Oordeel Waka
GOED
Afgehandelde bezwaarschriften
Op 1 oktober van ieder jaar is 80% van de waarde bezwaren afgehandeld – die betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend – afgehandeld.
% afgehandelde bezwaarschriften
42%
Waardebezwaren woningen door NCNP
Het percentage waardebezwaren woningen door No Cure No Pay (NCNP) bureaus is maximaal 30%
% waardebezwaren woningen door NCNP
54%
Het percentage afgehandelde bezwaarschriften ligt ver onder de gestelde 80%. Dit heeft een aantal oorzaken. De belangrijkste oorzaak is dat er net als in 2020, in 2021 20% meer bezwaren binnengekomen zijn. Door de aanhoudende groei van zogeheten ‘no cure, no pay’ bezwaren wordt de werkdruk hoger (dit soort bezwaren zijn arbeidsintensiever) en wordt de beschikbare capaciteit op de arbeidsmarkt om daarop bij te kunnen schakelen steeds beperkter. Daarnaast zijn er door de implementatie van de nieuwe software een aantal obstakels geweest die eerst overwonnen moesten worden, alvorens daadwerkelijk aan de slag te kunnen gaan. Tenslotte heeft het nieuwgevormde team (door de herindeling) door corona minder efficiënt kunnen werken dan normaal.
- 18 -
3.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
De Waarderingskamer heeft een Waarderingsinstructie opgesteld, waarin het accent op de interne beheersing en kwaliteitszorg van alle WOZ-werkzaamheden ligt. Deze kwaliteitszorg betekent dat op basis van sturingsinformatie aantoonbaar conclusies getrokken moeten worden over: de kwaliteit van de WOZ-waarden, de kwaliteit van de onderliggende gegevens, de gebruikte systemen en de contacten met belanghebbenden etc. In voorkomende gevallen moeten deze conclusies leiden tot maatregelen om de kwaliteit te verbeteren. De ondersteuning
van deze
kwaliteitszorg gebeurt met
beoordelingsprotocollen, zelfevaluaties en controles.
Naast de behandeling van WOZ-bezwaren en beroepen is er veel aandacht geweest voor procesverbeteringen. Om in te spelen op het groeiend aantal bezwaren, is een eerste aanzet gemaakt met het aanpassen van het behandelproces door nieuwe technologieën te implementeren.
4.
Wat heeft het gekost? Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
3.773.100
4.444.100
5.344.400
3.059.100
3.409.100
2.727.600
-
-
1.282.600
Beheer WOZ-administratie
305.000
305.000
307.900
Taxeren en herwaarderen
109.000
130.000
138.100
Griffie en proceskosten waarderen
300.000
600.000
888.200
Baten
-
-
-
Saldo
3.773.100
4.444.100
5.344.400
Lasten Loonkosten huidig personeel Inhuur personeel
Verschil 900.300 N
-
900.300 N
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 38. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 44.
- 19 -
Programma 2 – Heffen 1.
Algemeen
Doelstelling van het programma Heffen is om ervoor te zorgen dat er een optimale koppeling wordt onderhouden met alle noodzakelijke basisregistraties (o.a. BRP/NHR/Kadaster) en andere gegevensbronnen, van gemeente en Waterschap (grondslagen belastingsoorten zoals reclamebelasting, zuiveringsheffing bedrijven etc.). Met het adequaat eenmalig registeren van deze gegevens wordt er vervolgens een efficiënte en effectieve aanslagoplegging voor onze deelnemers bereikt.
2.
Wat hebben we bereikt?
We hebben door het meervoudig gebruik van onze gegevens zoveel mogelijk aanslagregels gecombineerd voor zover dit op grond van de diverse verordeningen van onze deelnemers mogelijk was. Daarnaast is er bij de totstandkoming van de aanslagoplegging gekeken om belastingprocessen te vereenvoudigen zodat er mogelijk een efficiencyslag gemaakt kon worden. Het afgelopen jaar is dit o.a. vanwege corona niet volledig gelukt. Er zijn ten aanzien van de uitvoering van de verscheidene belastingverordeningen diverse besluiten genomen door onze deelnemers. Sommige van deze besluiten hebben direct invloed op de planning (kohieren/controles). Daarnaast waren er problemen met de verwerking van gegevens in onze nieuwe softwareapplicatie en de hierdoor ontstane achterstand in de herwaardering van woningen. Ook is besloten om de WOZ-beschikking en OZB-aanslag uit te stellen voor het vastgoed bij niet-woningen welke geraakt zijn door specifieke maatregelen als gevolg van corona. In de begroting 2021 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator Tijdige aanslagoplegging Zo volledig mogelijke afhandeling
3.
Doelstelling Uiterlijk in februari de 1e combi kohier voor minimaal 95% opgelegd. 97% van de opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na oplegging afgehandeld. (100% %totaal openstaand/ totaal opgelegd)
Eenheid
Resultaat
% combi-kohieren tijdig opgelegd
<95%
% aanslagen afgehandeld
99,8%
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Het afgelopen jaar hebben we getracht om alle gegevens te verwerken en actueel te houden. Het nog niet volledig functioneren van de belastingapplicatie heeft ons hierbij extra inzet en moeite gekost. Gelukkig zijn ondanks diverse noodzakelijke verschuivingen in de kohierplanning nog zoveel mogelijk aanslagen opgelegd.
- 20 -
4. Wat heeft het gekost? Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Lasten
2.628.700
2.665.700
2.110.400
Loonkosten huidig personeel
2.393.700
2.493.700
1.646.200
Inhuur personeel
Verschil
-
-
285.400
Kosten BAG
30.000
30.000
25.500
(Controle)kosten gegevensbeheer
155.000
127.000
116.800
Griffie- en proceskosten heffen
50.000
15.000
36.500
Baten
-
-
-
Saldo
2.628.700
2.665.700
2.110.400
555.300 V
-
555.300 V
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 38. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 44.
- 21 -
Programma 3 – Invordering 1.
Algemeen
De BWB is op het gebied van de Invordering verantwoordelijk voor het gehele proces, vanaf het verwerken van de betaling tot aan het leggen van beslagen en eventuele executieverkoop. Onder het programma invordering valt ook de behandeling van de kwijtschelding en wordt er meegewerkt aan schuldhulpverleningstrajecten en faillissementsaanvragen.
2.
Wat hebben we bereikt?
Door de implementatie van de nieuwe software is de invorderingsplanning het afgelopen jaar meerdere keren bijgesteld. Het gaat dan vooral om de producten rondom de aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen. De achterstand in het aanmaken van deze stukken is in de tweede helft van het jaar voor het grootste gedeelte ingelopen. Alle ontvangen betalingen zijn tijdig verwerkt en maandelijks is er automatisch geïncasseerd. Het proces rondom de verdere dwangopvolging is door zowel corona als de implementatie en inrichting van het nieuwe softwarepakket anders verlopen dan voorgaande jaren. Hierdoor zijn de aantallen veelal niet representatief om af te zetten tegen voorgaande jaren.
3.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Het team Invordering heeft zich afgelopen jaar ingezet om de basis van de nieuwe software goed in te richten. Dit heeft ertoe geleid dat alle betalingen tijdig zijn verwerkt, de automatische incasso’s tijdig zijn uitgevoerd, terugbetalingen tijdig hebben plaatsgevonden en er aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen zijn aangemaakt.
Door de implementatie van het nieuwe softwarepakket is er een vertraging ontstaan in het invorderingsproces. Deurwaarders konden pas in de tweede helft van het jaar starten met het betekenen van hernieuwde bevelen. De collega’s van invordering zijn ingezet op het verder testen en inrichten van de processen in de nieuwe software. Verschillende werkzaamheden blijken op dit moment arbeidsintensiever dan verwacht omdat deze nog niet volledig zijn ingericht/opgeleverd.
Rondom de kwijtschelding is er sprake van een achterstand in de afhandeling van de verzoeken. Dit is ontstaan door de overgang naar de nieuwe software en langdurige uitval van personeel op dit onderdeel. Inmiddels is dit proces in basis goed ingericht en is de benodigde bezetting op orde.
- 22 -
4.
Wat heeft het gekost? Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Lasten
2.011.600
1.968.600
1.946.200
Loonkosten huidig personeel
1.807.600
1.807.600
1.721.300
-
-
74.600
Financiële invordering
130.000
130.000
131.800
Dwanginvordering
74.000
31.000
18.500
Baten
6.000
6.000
-
Bijdrage scanvoertuig
6.000
6.000
-
-
-
-
2.005.600
1.962.600
1.946.200
Inhuur personeel
Niet te restitueren bedragen Saldo
Verschil 22.400 V
6.000 N
16.400 V
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 38. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 44.
- 23 -
Overhead en overige: 1.
Directie en bedrijfsvoering
Algemeen
Binnen dit onderdeel zijn de directie, de staf en alle overige ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces ondergebracht. Hieronder vallen onder meer de taken met betrekking tot ICT, Facilitair, de interne control werkzaamheden, de financiële administratie, communicatie en de HRM werkzaamheden. In 2021 zijn deze clusters samengevoegd tot één afdeling Ondersteuning binnen de BWB.
2.
Wat hebben we bereikt?
In 2021 is het volgende bereikt: -
De nieuwe belastingapplicatie is verder geïmplementeerd en ingepast in de IT-infrastructuur. Onderdelen van deze implementatie hebben in 2020 vertraging opgelopen door corona en het daaropvolgende thuiswerkadvies.
-
De organisatie is verder gemoderniseerd om hybride samen te kunnen werken, ongeacht of een collega nu op kantoor werkt of thuis.
3. Wat hebben we daarvoor gedaan? Implementatie nieuwe belastingpakket Eind 2020 is de nieuwe belastingapplicatie ‘live’ gegaan, maar nog niet alle punten vanuit de aanbesteding waren opgeleverd. Een groot deel van deze punten is in 2021 alsnog opgeleverd, alsmede de verschillende koppelingen die de belastingapplicatie met andere applicaties verbinden.
Informatieveiligheid -
Ook dit jaar hebben alle medewerkers thuis informatie ontvangen over “veilig thuis werken”, ondersteund door een e-learning module met als doel de bewustwording over het belang van informatieveiligheid zo groot mogelijk te houden.
-
Om alle maatregelen en audits die voortkomen uit wet- en regelgeving rond archivering, privacy en informatiebeveiliging blijvend in beeld te kunnen houden is een controletool geïmplementeerd.
HRM Onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering is de in-, door- en uitstroom van medewerkers. De implementatie van de nieuwe applicaties, evenals de enorme stijging van het aandeel waardebezwaren heeft geleid tot veel werving van nieuw personeel. Vaak ging het om tijdelijke contracten, maar ook om externe inhuur. In toenemende mate leidt de krapte op de arbeidsmarkt tot moeilijk vervulbare vacatures en moet noodgedwongen uitgeweken worden naar inhuur.
- 24 -
In 2021 zijn 17 nieuwe collega’s bij de BWB in dienst getreden, 25 collega’s zijn vertrokken, veelal na afronding van tijdelijke werkzaamheden, vakantiewerk of stage. Het verzuimpercentage bedroeg het afgelopen jaar 8,2 %, een forse stijging vanuit 2020 (5,3%). Via Flex West-Brabant zijn 21 mensen ingehuurd, naast de 12 mensen die al voor 2021 werkzaam waren via Flex.
4.
Wat heeft het gekost? Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Lasten
8.262.900
8.177.900
7.994.400
Personeel
2.613.900
2.593.900
2.921.300
Inhuur derden
550.000
747.000
365.300
Overige personele kosten
298.000
308.000
342.800
Bedrijfsvoering
244.000
194.000
147.500
Verschil
Overhead
Kantoorkosten Informatisering/automatisering Huisvesting
686.000
666.000
657.900
1.920.000
1.718.000
1.638.200
183.500
V
138.400
V
V
949.000
949.000
916.600
1.002.000
1.002.000
1.004.800
Baten
365.000
330.000
468.400
Bijdragen loonkosten
75.000
60.000
81.100
Bijdrage garantiesalarissen
180.000
160.000
149.000
Bijdrage print en portokosten Bijdrage overige goederen en diensten
110.000
110.000
131.300
-
-
107.000
7.897.900
7.847.900
7.525.000
322.900
Lasten
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
Saldo vennootschapsbelasting
-
-
-
-
7.897.900
7.847.900
7.526.000
321.900
Door te schuiven BTW
Saldo overhead Vennootschapsbelasting
Saldo overhead en overig
- 25 -
V
5.
Beleidsindicatoren
Formatie*
Fte
Begroting 2021 primair 128 fte
Bezetting*
Fte
131 fte**
127 fte
Apparaatskosten*
Kosten
17.142.300
17.879.300
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + externe inhuur
5,4%
18,7%
Overhead
% van totale lasten
50,3%
45,1%
Indicator
Eenheid
Jaarrekening 2021 128 fte
*
De beleidsindicatoren formatie, bezetting en apparaatskosten zijn niet aangegeven per 1000 inwoners, zoals voorgeschreven door het BBV. Een berekening per 1000 inwoners zou betekenen dat dit aantal nog gedeeld zou moeten worden door de inwoners van alle deelnemende gemeenten, dit zou een vertekend beeld geven. In plaats daarvan zijn deze indicatoren daarom in absolute waarden (fte/kosten) weergegeven.
**
Conform BBV is de beleidsindicator bezetting voor het begrotingsjaar aangeduid als de werkelijke bezetting op 1 januari van het vorige jaar. Deze bezetting is inclusief de tijdelijke bezetting op het project waarderen op gebruiksoppervlakte.
- 26 -
Dekkingsmiddelen:
Directie en bedrijfsvoering
1. Algemeen De dekkingsmiddelen vormen de basis om de uitgaven in het kader van de verschillende programmaonderdelen te dekken. In voorgaande paragrafen wordt per programma toegelicht, wat we in 2021 hebben bereikt. De dekkingsmiddelen bestaan uit de volgende onderdelen, bijdrage deelnemers, treasury en onvoorzien. De bijdrage van de deelnemers wordt met een vastgestelde berekeningswijze aan de deelnemers toegerekend. Deze berekeningswijze is per 2021 herzien. Voor een verder toelichting van de dekkingsmiddelen wordt verwezen naar onderdeel II. Jaarrekening – Overzicht van Baten & Lasten, vanaf pagina 38.
2. Wat heeft het gekost? Begroting 2021 Begroting 2021 Realisatie 2021 primair na wijziging
Verschil
Treasury Lasten
10.000
11.000
10.900
Rentelasten
10.000
11.000
10.900
-
-
-
-
10.000
11.000
10.900
100
V
Lasten
75.000
75.000
-
75.000
V
Onvoorzien
75.000
75.000
-
-
-
-
-
75.000
75.000
-
75.000
Lasten
-
-
-
-
Baten
16.390.300
17.006.300
17.006.300
-
Bijdrage deelnemers
16.390.300
17.006.300
17.006.300
Saldo bijdrage deelnemers
-16.390.300
-17.006.300
-17.006.300
Saldo dekkingsmiddelen
-16.305.300
-16.920.300
-16.995.400
Baten Saldo treasury
100
V
Onvoorzien
Baten Saldo onvoorzien
V
Bijdragen deelnemers
- 27 -
75.100
V
Project Waarderen op Gebruiksoppervlak 1.
Algemeen
Doel van het project is voldoen aan de verplichting van de Waarderingskamer om vóór 2022 alle woningen te waarderen op gebruiksoppervlak. Secundair doel is een goede aansluiting op de BAG.
2.
Wat hebben we bereikt?
Het hoofddoel is gerealiseerd; de woningen zijn in 2020 gewaardeerd op gebruiksoppervlak en de WOZbeschikkingen 2021 zijn daarop gebaseerd. Bij 88% van de woningen komt het gebruiksoppervlak in de WOZ overeen met wat in de BAG staat. In de 12% zitten ook ‘terechte’ verschillen, doordat definities in BAG en WOZ niet gelijk zijn. De aangepaste werkwijzen binnen de primaire objectbeheerprocessen zorgen ervoor dat nieuwe mutaties met hetzelfde oppervlak doorgevoerd worden. Voor de realisatie van de samenhangende objectenregistratie hoeft nog maar een klein deel gebruiksoppervlakten opgewerkt te worden. Daarmee is het project afgerond.
3.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
De overgang naar waarderen op gebruiksoppervlak heeft zoals verwacht geleid tot extra bezwaren. Dat varieert van foutjes in het project tot een te lage inhoud in het verleden. Om deze extra bezwaren af te handelen zijn in 2021 taxateurs, bezwaar medewerkers en objectbeheerders ingehuurd. De bezwaren zijn nu grotendeels afgehandeld. Daarnaast is gewerkt aan de BAG-WOZ processen en aan een gezamenlijke tool om deze processen te ondersteunen.
4.
Wat heeft het gekost? Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Lasten
381.000
381.000
473.000
Projectkosten
309.000
309.000
410.600
Door te schuiven btw
72.000
72.000
62.400
Baten
381.000
381.000
560.000
Bijdrage deelnemers
381.000
381.000
560.000
-
-
-87.000
Saldo
Verschil 92.000 N
179.000 V
87.000 V
Het project sluit af met een batig saldo van € 87.000. Als we inzoomen op de verschillende fases, dan is er een forse overschrijding van fase 2 en pakken de fases 3 en 5 voordeliger uit dan begroot. Doordat gemeente Breda vanaf fase 3 aan het project deelneemt wordt het verschil tussen voorschot en realisatie (€ 122.300) terugbetaald. Het resterende tekort van € 35.300 komt ten laste van de 10 gemeenten, naar rato van het aantal WOZ-woningen. Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 38. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 44.
- 28 -
PARAGRAFEN Paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen In
de
paragraaf
weerstandsvermogen
en
risicobeheersing
wordt
inzicht
gegeven
in
de
weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene, financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen is inzicht nodig in de omvang en achtergrond van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn.
Inventarisatie weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Voorbeelden van deze middelen zijn het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Voor de BWB geldt dat zij geen reserves en onbenutte belastingcapaciteit heeft. De enige vorm van weerstandsvermogen is de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Deze bedroeg € 75.000.
Risicobeheersing Op grond van artikel 31, lid 4 van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking WestBrabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen. Voor het begrotingsjaar 2021 is een risicoanalyse gemaakt. Deze risico’s hebben zich in de praktijk in 2021 niet voorgedaan. Voor een overzicht van de in beeld gebrachte risico’s wordt verwezen naar bijlage 1.
Risico – corona In 2021 hebben we voor het tweede jaar met corona te maken gehad. Deze pandemie heeft grote gevolgen voor de economie en werkgelegenheid in zowel binnen- als buitenland. Ook in dit tweede jaar heeft corona impact op de BWB. Voor de kosten van bedrijfsvoering heeft dit zowel voor- als nadelen opgeleverd. Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening –2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 38 Toelichting overzicht corona-effecten staat op pagina 50.
- 29 -
Financiële kengetallen Op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de op de BWB van toepassing zijnde genoemde financiële kengetallen in deze paragraaf te worden opgenomen. Verloop kengetallen Rekening Begroting Rekening 2020 2021 2021
Kengetallen Netto schuldquote
3,4%
11,7%
2,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
3,4%
11,7%
2,4%
Solvabiliteitsratio
12,3%
0,0%
2,5%
Structurele exploitatieruimte
3,1%
0,0%
0,1%
Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van schuldenlast van de BWB ten opzichte van de eigen middelen.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de BWB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen wordt hiervoor afgezet tegen het vreemd vermogen. Voor de BWB betekent dit dat dit kengetal enorm kan schommelen. Voor de BWB bestaat het eigen vermogen in 2021 enkel uit het positieve rekeningresultaat. Hierdoor wijkt de uitkomst van dit kengetal af van de begroting.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte de BWB heeft om de eigen lasten te kunnen dragen. Hiervoor worden de structurele baten en lasten afgezet tegen het totale saldo van de baten. Ook dit kengetal wordt sterk beïnvloed door het rekeningresultaat.
De kengetallen geven geen of nauwelijks strategische dan wel beleidsmatige informatiewaarde voor de BWB.
- 30 -
Paragraaf 2: Financiering Algemeen Op grond van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening verplicht. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is neergelegd dat de paragraaf financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Daarnaast dient de paragraaf inzicht te geven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Treasurybeheer en -beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: -
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.
-
Het tegengaan van ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s.
-
Het minimaliseren van externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
-
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van de BWB een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst.
Risicoprofiel De financieringsfunctie van de BWB is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. Gezien de aard en activiteiten van de BWB is het risicoprofiel beperkt. Het kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico en valutarisico wordt niet gelopen. Het risico van oninbaarheid van debiteuren (met betrekking tot de bedrijfsvoering) is slechts beperkt aanwezig. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BWB zijn inzichtelijk. Dagelijks wordt het banksaldo vanaf € 250.000 afgeroomd in het kader van schatkistbankieren.
Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De doelstelling is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen om zo het renterisico gelijkmatig over de jaren te verspreiden.
- 31 -
Begroot 2021 primair
Realisatie 2021
205.000
205.000
-
-
205.000
205.000
B Rente risiconorm
3.428.500
3.575.900
Begrotingstotaal
17.142.300
17.879.300
Percentage voor berekening norm
20%
20%
C Ruimte onder risiconorm (B-A)
3.223.500
3.370.900
Omschrijving A Renterisico Renteherziening Aflossing
De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de hiervoor opgestelde berekening blijkt dat de BWB in 2021 geen renterisico heeft gelopen.
Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2% te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de BWB bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden
Vlottende schuld
Vlottende middelen
A. Gemiddeld vlottend overschot
Netto vlottende schuld of overschot 2.690.500
Ultimo kwartaal 1
-
3.075.000
3.075.000
Ultimo kwartaal 2
-
1.742.000
1.742.000
Ultimo kwartaal 3
-
4.355.000
4.355.000
Ultimo kwartaal 4
-
1.590.000
1.590.000
B. Berekening kasgeldlimiet
1.406.700
Begrotingstotaal
17.142.300
Percentage regeling
8,20%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
4.096.200
Gemiddeld vlottend overschot (A)
2.690.500
Kasgeldlimiet (B)
1.406.700
Voor de BWB bedraagt de kasgeldlimiet over het jaar 2021 € 1.406.700. Gelet op het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen bedraagt de ruimte onder de kasgeldlimiet voor dit jaar ruim € 4.096.200.
- 32 -
Renteresultaat Treasury In deze paragraaf wordt ook inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen. Ter verkrijging van dit inzicht is onderstaand overzicht opgesteld.
Omschrijving
Bedrag
A Externe rentelasten over korte en lange financiering
-10.900
B Externe rentebaten
-
Saldo externe rentebaten
-10.900
C Interne eigen rente
-
D Toerekening rente via renteomslag
-
Renteresultaat op taakveld treasury
-10.900
- 33 -
Paragraaf 3: Bedrijfsvoering Personeel Organisatie De organisatie van de BWB heeft in 2021 in het teken gestaan van het laten doorlopen van de reguliere productie naast de implementatie van de nieuwe applicaties. Dat was op zich al een flinke uitdaging, maar in combinatie met corona werd de organisatie zwaar belast. De werkwijze is door corona fundamenteel veranderd. Thuiswerken werd de norm. Naar verwachting zal hier een structurele wijziging in plaatsvinden, namelijk meer hybride werken.
Voor de voortgang van werkzaamheden, mede als gevolg van ziekte, is waar mogelijk specialisme ingehuurd. Interne mobiliteit heeft steeds voorrang gekregen op externe mobiliteit, maar bleek slechts beperkt een oplossing te bieden gelet op de druk in de rest van de organisatie.
Cao SGO In januari 2022 is de nieuwe cao (ingangsdatum 1-12-2021) formeel bekrachtigd. Vooralsnog blijven de cao-sgo en cao-gemeenten gelijk. De cao voorziet in een loonsverhoging van 1,5% en een eenmalige uitkering van € 1.200 bruto voor alle medewerkers die op 3-11-2021 in dienst waren. Vanaf 1-1-2022 geldt tevens een thuiswerkvergoeding van € 2 per dag. De premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen is in 2021 ongewijzigd gebleven. De premies voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn in 2021 met 1% gestegen van 24,9% naar 25,9%. De premie voor het voorwaardelijk pensioen is gestegen met 0,4% van 2,6% naar 3,0%
Ziekteverzuim Het verzuimpercentage in 2021 bedraagt 8,2%. Een forse stijging ten opzichte van 2020 (5,3 %). In 2021 is sprake geweest van vooral veel langdurend verzuim. De verzuimfrequentie in 2021 bedraagt 0,8.
Inhuur/ Loondienst Gestreefd wordt naar een optimale beheersing van het personeelsbestand door een goede verhouding tussen vaste formatie en flexibele schil, c.q. invulling. Ook in 2021 is veel gebruik gemaakt van de flexibele schil. Deels voor de invulling van de vaste formatie, deels voor extra capaciteit. Op sleutelposities willen we zo min mogelijk afhankelijk zijn van externe inhuur. Dat is ook in 2021 een uitdaging gebleven.
- 34 -
Informatisering In 2021 zijn alle functie op het gebied van ICT in één cluster geplaatst met als doel om nog meer synergie te creëren. De focus lag op het nog verder implementeren van de nieuwe belastingsapplicatie en het koppelen aan andere applicaties. Zo is het gebruik van het zogenoemde ‘berichtenverkeer’ tussen de belastingapplicatie en de waarderingsapplicatie nagenoeg afgerond. Daarnaast wordt momenteel een managementinformatiesysteem gekoppeld aan de belastingapplicatie, waarmee sneller gestuurd kan worden op de primaire processen van de BWB. In de komende jaren wordt verder onderzocht welke mogelijkheden er zijn om onze processen te versnellen door gebruik te maken van de nieuwste digitale technieken.
- 35 -
Paragraaf 4: Niet van toepassing zijnde paragrafen Binnen de BWB zijn de onderstaande, in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde paragrafen, niet van toepassing: -
Paragraaf lokale heffingen
-
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
-
Paragraaf verbonden partijen
-
Paragraaf grondbeleid
De BWB verzorgt de uitvoering van de belastingtaken voor een aantal deelnemers (waterschap en gemeenten). De aspecten die in beeld gebracht moeten worden bij de paragraaf lokale heffingen vallen daar niet onder. Het heffingenbeleid, lastendruk en dergelijke behoren namelijk onder de verantwoording van de deelnemers.
De BWB heeft verder geen kapitaalgoederen in eigendom. Zij huurt het kantoorpand op basis van een meerjarig huurcontract van derden. Bij het onderdeel “niet in de balans opgenomen verplichtingen” is een en ander toegelicht.
- 36 -
II JAARREKENING 2021
- 37 -
1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Programma
Begroting 2021 primair Baten
Begroting 2021 na wijziging
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Realisatie 2021 Baten
Lasten
Saldo
Waarderen
-
3.773.100
-3.773.100
-
4.444.100
-4.444.100
-
5.344.400
-5.344.400
Heffen
-
2.628.700
-2.628.700
-
2.665.700
-2.665.700
-
2.110.400
-2.110.400
Invordering
6.000
2.011.600
-2.005.600
6.000
1.968.600
-1.962.600
-
1.946.200
-1.946.200
Subtotaal programma's
6.000
8.413.400
-8.407.400
6.000
9.078.400
-9.072.400
-
9.401.000
-9.401.000
Kosten overhead
365.000
8.262.900
-7.897.900
330.000
8.177.900
-7.847.900
468.400
7.994.400
-7.526.000
Projectplan waarderen op WoG
381.000
381.000
-
381.000
381.000
-
560.000
473.000
87.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
746.000
8.643.900
-7.897.900
711.000
8.558.900
-7.847.900
1.028.400
8.467.400
-7.439.000
16.390.300
-
16.390.300
17.006.300
-
17.006.300
17.006.300
-
17.006.300
-
10.000
-10.000
-
11.000
-11.000
-
10.900
-10.900
Vennootschapsbelasting Subtotaal overhead en overig Bijdrage deelnemers Treasury Post onvoorzien
-
75.000
-75.000
-
75.000
-75.000
-
-
-
Subtotaal dekkingsmiddelen
16.390.300
85.000
16.305.300
17.006.300
86.000
16.920.300
17.006.300
10.900
16.995.400
Saldo baten en lasten voor bestemming
17.142.300
17.142.300
-
17.723.300
17.723.300
-
18.034.700
17.879.300
155.400
-
-
-
-
-
-
-
-
-
17.142.300
17.142.300
-
17.723.300
17.723.300
-
18.034.700
17.879.300
155.400
381.000
381.000
-
381.000
381.000
-
654.800
520.400
134.400
16.761.300
16.761.300
-
17.342.300
17.342.300
-
17.379.900
17.358.900
21.000
Mutaties reserves Saldo baten en lasten na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten Structureel jaarrekeningsaldo
38
2. TOELICHTING OVERZICHT BATEN EN LASTEN Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn de baten en lasten verdeeld per programma en is er een afzonderlijke post ‘overhead’ inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk worden de gepresenteerde baten en lasten per programma en de afzonderlijke post overhead inzichtelijk gemaakt en verder uitgediept. Per programma worden substantiële over- of onderschrijdingen van zowel de baten als van de lasten toegelicht.
€ 900.300 N
Programma Waarderen Het programma Waarderen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2020
Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Jaarrekening 2021
2.349.000
3.059.100
3.409.100
2.727.600
681.500
Inhuur personeel
450.000
-
-
1.282.600
-1.282.600
Beheer WOZ-administratie
287.000
305.000
305.000
307.900
-2.900
Taxeren en herwaarderen
110.000
109.000
130.000
138.100
-8.100
Griffie- en proceskosten Waarderen
508.000
300.000
600.000
888.200
-288.200
3.704.000
3.773.100
4.444.100
5.344.400
-900.300
Bijdrage waarderen
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
3.704.000
3.773.100
4.444.100
5.344.400
-900.300
Omschrijving Loonkosten personeel
Subtotaal lasten
Resultaat Waarderen
Verschil
Toelichting Het onderdeel personele lasten inclusief inhuur laat binnen dit programma een nadeel zien van € 601.100. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. De jaarrekening 2020 is voor een juiste vergelijking aangepast. De kosten van BAG vielen tot en met 2020 onder het programma waarderen. Vanaf boekjaar 2021 komen deze ten laste van het programma heffen aangezien dit beter aansluit. De overige kosten WOZ-administratie en taxeren en herwaarderen geven een nadeel van € 11.000. Dit nadeel ontstaat voornamelijk door de nieuwe kostenstructuur van de waarderingsapplicatie, als gevolg van de aanbesteding in de vernieuwde belastingapplicatie. Door de belastingapplicatie is het nu beter mogelijk om de kosten rechtstreeks te boeken op de betreffende programma’s.
39
Ten behoeve van de proceskostenvergoeding heeft in 2021 een begrotingswijziging plaatsgevonden als gevolg van de explosieve stijging van het aantal ingediende waardebezwaren door de no cure no pay bureaus. Het begrote bedrag is aangepast naar € 600.000. Het gerealiseerde bedrag is € 888.200. Deze bestaat uit € 654.200 proceskosten, waarvan € 52.700 gerelateerd aan het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte en € 601.500 gerelateerd aan het primaire proces, en € 234.000 aan ingebrekestellingen. Dit wordt in de balans verder toegelicht onder de voorzieningen.
40
€ 555.300 V
Programma Heffen Het programma Heffen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2020
Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Jaarrekening 2021
2.503.000
2.393.700
2.493.700
1.646.200
847.500
Inhuur personeel
265.000
-
-
285.400
-285.400
Kosten BAG
44.000
30.000
30.000
25.500
4.500
124.000
155.000
127.000
116.800
10.200
12.000
50.000
15.000
36.500
-21.500
2.948.000
2.628.700
2.665.700
2.110.400
555.300
Bijdrage heffen
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
Resultaat Heffen
2.948.000
2.628.700
2.665.700
2.110.400
555.300
Omschrijving Loonkosten huidig personeel
(Controle)kosten gegevensbeheer Griffie- en proceskosten Heffen Subtotaal lasten
Verschil
Toelichting Het onderdeel personele lasten inclusief inhuur laat binnen dit programma een voordeel zien van € 562.100. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast aan de herverdeling van de teams. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten.
De jaarrekening 2020 is voor een juiste vergelijking aangepast. De kosten van BAG vielen tot en met 2020 onder het programma waarderen. Vanaf boekjaar 2021 komen deze ten laste van het programma heffen aangezien dit beter aansluit. De kosten BAG wijken niet veel af van de begroting, maar zijn wel beduidend lager dan 2020. Dit voordeel wordt veroorzaakt omdat in 2020 een nieuwe release is geplaatst en een technische koppeling is gerealiseerd. De controle kosten gegevensbeheer vallen lager uit dan de verwachting bij de begrotingswijziging, door de lagere controlekosten van de reclamebelasting. Zoals gesteld ontstaat er een nadeel ten behoeve van de griffie- en proceskosten. Deze stijging komt door de grote aantallen parkeerbezwaren die in 2021 zijn verwerkt.
41
€ 16.400 V
Programma Invordering Het programma Invordering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2020
Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Jaarrekening 2021
1.381.000
1.807.600
1.807.600
1.721.300
86.300
-
-
-
74.600
-74.600
Financiële invordering
123.000
130.000
130.000
131.800
-1.800
Dwanginvordering
46.000
74.000
31.000
18.500
12.500
Subtotaal lasten
1.550.000
2.011.600
1.968.600
1.946.200
22.400
Bijdrage invordering
1.402.000
6.000
6.000
-
-6.000
Subtotaal baten
1.402.000
6.000
6.000
-
-6.000
148.000
2.005.600
1.962.600
1.946.200
16.400
Omschrijving Loonkosten huidig personeel Inhuur personeel
Resultaat Invordering
Verschil
Toelichting Het onderdeel personele lasten inclusief inhuur laat binnen dit programma een voordeel zien van € 11.700. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Het voordeel op de post dwanginvordering van € 12.500 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt, doordat de deurwaarderswerkzaamheden lager zijn uitgevallen dan bij het opstellen van de bestuursrapportage. De kosten voor de inzet van een extern deurwaardersbureau voor de invordering van het buitengebied is voor 2021 niet meer van toepassing. Bovendien is de scanauto minimaal ingezet. De post bijdrage invordering valt € 6.000 nadelig uit doordat de scanbus in 2021 niet is verhuurd. Vanaf 2021 is de opbrengst bijdrage invordering niet meer van toepassing, doordat de vervolgingskosten en boete direct worden afgedragen aan de deelnemers via de maandelijkse eindafdracht.
42
€ 87.000 V
Project Waarderen op Gebruiksoppervlakte
Het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is als volgt te specificeren: Omschrijving
Jaarrekening 2020
Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Jaarrekening 2021
Projectkosten
846.000
309.000
309.000
410.600
-101.600
Door te schuiven BTW
96.000
72.000
72.000
62.400
9.600
Subtotaal lasten
942.000
381.000
381.000
473.000
-92.000
Bijdrage deelnemers
942.000
381.000
381.000
560.000
179.000
Subtotaal baten
942.000
381.000
381.000
560.000
179.000
Resultaat WoG
-
-
-
-87.000
87.000
Verschil
Toelichting Het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte is afgerond. Het nadeel van € 101.600 dat ontstaat ten behoeve van het project komt door een verschuiving van de projectfases over de jaren. Het voordeel van € 179.000 vanuit de bijdrage komt door het resultaat uit voorgaande boekjaren. Hierdoor komt het totale project uit op een voordelig resultaat van € 87.000.
Hieronder wordt de totale bijdrage per deelnemer voor het gehele project getoond. Het project sluit af met een batig saldo van € 87.000. Als we inzoomen op de verschillende fases, dan is er een forse overschrijding van fase 2 en pakken de fases 3 en 5 voordeliger uit dan begroot. Doordat Breda vanaf fase 3 aan het project deelneemt wordt het verschil tussen voorschot en realisatie (€ 122.300) terugbetaald. Het resterende tekort van € 35.300 komt ten laste van de 10 gemeenten, naar rato van het aantal WOZ-woningen.
Omschrijving
Totale project bijdrage
Bijdrage nacalc. Project
Bergen op Zoom
331.000
337.200
6.200
Breda
479.000
356.700
-122.300
Dongen
115.000
117.200
2.200
Etten-Leur
195.000
198.700
3.700
Halderberge
137.000
139.600
2.600
Moerdijk
168.000
171.200
3.200
Oosterhout
260.000
264.900
4.900
Roosendaal
375.000
382.000
7.000
Rucphen
96.000
97.800
1.800
Woensdrecht
106.000
108.000
2.000
Zundert
92.000
93.700
1.700
Totaal
2.354.000
2.267.000
-87.000
43
Te verrekenen
€ 321.900 V
Overhead
Het programma Overhead en financiering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2020
Begroting 2021 primair
Begroting 2021 na wijziging
Jaarrekening 2021
2.595.000
2.613.900
2.593.900
2.921.300
-327.400
Inhuur derden
369.000
550.000
747.000
365.300
381.700
Overige personele kosten
386.000
298.000
308.000
342.800
-34.800
Bedrijfsvoering
225.000
244.000
194.000
147.500
46.500
Kantoorkosten
639.000
686.000
666.000
657.900
8.100
1.888.000
1.920.000
1.718.000
1.638.200
79.800
929.000
949.000
949.000
916.600
32.400
Door te schuiven BTW
1.060.000
1.002.000
1.002.000
1.004.800
-2.800
Subtotaal lasten
8.091.000
8.262.900
8.177.900
7.994.400
185.500
Bijdrage loonkosten
116.000
75.000
60.000
81.100
21.100
Bijdrage garantiesalarissen
168.000
180.000
160.000
149.000
-11.000
Bijdrage print en portokosten
93.000
110.000
110.000
131.300
21.300
Bijdrage overige goederen en diensten
26.000
-
-
107.000
107.000
Subtotaal baten
403.000
365.000
330.000
468.400
138.400
7.688.000
7.897.900
7.847.900
7.526.000
321.900
Omschrijving Personeel
Informatisering/automatisering Huisvesting
Resultaat Overhead
Verschil
Toelichting Personeelslasten De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een overall beeld gegeven met onderscheid tussen personeelslasten in de overhead, in de programma’s en in het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte. Salariskosten van het eigen personeel en inhuurkosten worden als geheel beoordeeld. In onderstaande tabel en toelichting worden ze daarom ook in samenhang gezien. Loonkosten
Woonwerkverkeer
Garantiesalarissen
Gratificaties en uitkeringen
Waarderen
2.727.600
23.000
96.000
Heffen
1.646.200
31.100
Invordering
1.721.300
Overhead
Personeelslasten
Inhuur
Totaal
11.000
1.282.600
4.140.200
6.000
3.000
285.400
1.971.700
19.000
18.000
6.000
74.600
1.838.900
2.630.300
18.000
29.000
30.900
365.300
3.073.500
Totale lasten
8.725.400
91.100
149.000
50.900
2.007.900
11.024.300
Geraamde lasten
9.924.300
170.000
160.000
50.000
747.000
11.051.300
Verschil
1.198.900
78.900
11.000
-900
-1.260.900
27.000
44
Personeelslasten
Loonkosten
Project Waarderen naar Oppervlakte
169.200
220.100
389.300
Totale lasten
169.200
220.100
389.300
-
252.000
252.000
-169.200
31.900
-137.300
Geraamde lasten Verschil
Inhuur
Totaal
In de reguliere exploitatie resteert een voordeel van € 27.000 op de totale personeelslasten. Dit bestaat voor een deel uit een onderschrijding van € 78.900 op de post woon-werkverkeer/ thuiswerkvergoeding en een overige onderschrijding van € 10.100. Deze kosten vallen lager uit door de aanhoudende coronamaatregelen. Het nadeel ten behoeve van de salarissen en inhuur komt neer op € 62.000. Deze overschrijding heeft meerdere oorzaken en afwijking in onderlinge programma’s. Deze worden hieronder verder toegelicht. 1. Afwijkingen binnen de programma’s (0) De begrotingen zijn vastgesteld op basis van de oude teams. Door de herverdeling over de nieuwe teams per 2021 vallen diverse salarislasten die vielen onder de primaire processen nu onder de overheadkosten zoals de ICT- en beleidsmedewerkers. De begroting van overhead is € 440.000 te laag, waarderen € 65.000, heffen € 340.000 en invordering € 35.000 vallen hoger uit. Dit verklaart de onderlinge verschillen.
2. Lager definitief cao t.o.v. begroting (146.000 V) In de begroting is uitgegaan van een cao-stijging van 2,7%. Door het uitlopen van de caoonderhandelingen is er tussentijds geen begrotingswijzing toegepast. Inmiddels is de cao-overeenkomst vastgesteld met een cao-stijging van 1,5% per december, € 900 salariscompensatie en € 300 thuiswerkvergoeding. De werkelijke salarissen vallen hiermee € 146.000 voordeliger uit dan begroot.