CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen bij toelichting bestemmingsplan Groene woud 58, Oudenbosch.pdf

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 13: Vaststellen bestemmingsplan Groene Woud 58 Oudenbosch17.576 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Groene Woud 58 Halderberge

DATUM IMRO IDN

22-02-2024 NL.IMRO.1655.BP1027-C001

PROJECT PROJECTLEIDER

Groene Woud 58 ing. R.B.P. Verkooijen

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

De Bunte Vastgoed Zuid BV 20230474

AUTEUR STATUS

ing. H.A.Q. Maas vastgesteld

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

7

Bijlage 2

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

33

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek weg- en spoorwegverkeerslawaai

113

Bijlage 4

QRA externe veiligheid

179

Bijlage 5

Standaardadvies Veiligheidsregio

203

Bijlage 6 bodem

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in puin en

Bijlage 7

Nader asbestonderzoek in puin

313

Bijlage 8

Verkennend onderzoek asbest in bodem "druppellijnen"

365

Bijlage 9

Quickscan soortenbescherming

421

Bijlage 10

Nader onderzoek marterachtigen

453

Bijlage 11

Onderzoeksmemo stikstofdepositie

467

Bijlage 12

AERIUS-rekenbladen

473

Bijlage 13

Trillingsonderzoek

483

Bijlage 14

Participatieverslag

583

3/607

209

4/607

Bijlagen toelichting

5/607

6/607

Bijlage 1

7/607

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

GROENE WOUD 58 OUDENBOSCH Vormvrije m.e.r.-beoordeling 22 november 2023

DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR

22 november 2023 Groene Woud 58, Oudenbosch ing. R.B.P. Verkooijen De Bunte Vastgoed Zuid B.V. 20230474 ing.Franse, H.A.Q.H.Maas T. Maas

Rho adviseurs voor leefruimte

20201748

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 5 5

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en omvang van het project

6

2.1 2.2

Plaats van het project Kenmerken van het project

6 9

Kenmerken van de milieueffecten

10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

10 12 13 15 16 17 19 20 23 23

Verkeer en parkeren Geluid Bodem en water Bedrijven en milieuhinder Natuur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusie

Rho adviseurs voor leefruimte

24

20201748

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding Initiatiefnemer De Bunte Vastgoed Zuid B.V. is voornemens zes levensloopbestendige woningen, een (vervangende) vrijstaande woning en dertien rijwoningen mogelijk te maken op het perceel Groene Woud 58 te Oudenbosch. De betreffende gronden zijn momenteel hoofdzakelijk agrarisch in gebruik, waarbij tevens een oude en in slechte staat verkerende woonboerderij aanwezig is. De sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van woningbouw biedt, zowel voor het plangebied als voor de directe omgeving, kansen voor een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst. Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kom Oudenbosch' (vastgesteld op 20 juni 2013), waarbij de gronden bestemd zijn als 'Wonen' en 'Agrarisch'. De beoogde herontwikkeling is in strijd met dit geldende bestemmingsplan. De Bunte Vastgoed Zuid B.V. in januari 2023 een principeverzoek ingediend. De gemeente Halderberge is in principe en onder voorwaarde bereid medewerking te verlenen. In het kader hiervan is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Toetsingskader Het wettelijk kader bestaat uit de Wet natuurbescherming, Interim-omgevingsverordening Noord-Brabant, Wet milieubeheer en Besluit milieueffectrapportage.

In het Besluit milieueffectrapportage wordt er getoetst of het plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. 1. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er de volgende mogelijkheden die zouden kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: a. Het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig. b. Het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.-beoordelingsplichtig. Voor een plan als bedoeld in kolom 3 ‘plannen' geldt geen m.e.r.-beoordelingsplicht, maar direct een (plan)m.e.r.-plicht. c. Het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D: er moet in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd. d.

De activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit wordt niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. 2. In het geval van een plan: toetsing of het uitvoeren van een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming voor dit plan verplicht is vanwege de hierin opgenomen activiteit(en). In dat geval is het plan mogelijk m.e.r.-plichtig.

4/24

3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Door Provinciale Staten kunnen hierin aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. In het Besluit milieueffectrapportage wordt de beoogde ontwikkeling niet genoemd in onderdeel C activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is. Ook is voor de ontwikkeling geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en wordt de activiteit niet genoemd in provinciale milieuverordening als aanvulling op het Besluit m.e.r. Er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. In onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit maximaal 69 woningen. Hiermee valt de ontwikkeling onder de categorie stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van het Besluit milieueffectrapportage.

Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2 Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten:  de plaats van het project;  de omvang van het project;  de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:  beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;  licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;  geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.

5/24

2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT

2.1 Plaats van het project Het plangebied betreft de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Agrarisch’ conform het geldend bestemmingsplan en bevindt zich aan de Groene Woud te Oudenbosch. Kadastraal omvat het plangebied het perceel ODB02-B-3381. De oppervlakte van het gebied bedraagt 6.805 m². In de directe omgeving van het plangebied komen naast de woon- en agrarische functie ook diverse bedrijfs-, maatschappelijke en sport functies voor. De ligging en begrenzing van het plangebied zijn weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 Begrenzing plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen) Bestaand en goedgekeurd landgebruik Het plangebied heeft momenteel voornamelijk een agrarische functie. De woonfunctie wordt momenteel niet benut.

6/24

Wetland, kustgebieden, berg- en bosgebieden Doordat in de directe omgeving van het plangebied geen wetlands, kustgebieden of bergen- en bosgebieden zijn, is geen sprake van invloed op het opnamevermogen. Natuurreservaten en – parken, vogel- en habitatrichtlijnen Vanwege de grote afstand vanaf de inrichtingsgrens tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied kan worden gesteld dat de activiteiten geen (negatief) effect zullen hebben op de natuurlijke kenmerken, instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende soorten en habitattypen in het bijzonder. Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied kent in het bestemmingsplan ‘Kom Oudenbosch’ en de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie historische bebouwing’. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk wanneer de werkzaamheden een oppervlakte beslaan van groter dan 30 m2 en dieper reiken dan 0,60 meter. Het plangebied ligt niet in het beschermde stads- of dorpsgezicht. Tevens ligt het niet binnen de landgoedbiotoop en molenbiotoop en zijn er op dit moment geen monumentale panden aanwezig. Relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen Het plangebied ligt niet in het Natuurwerk Nederland (NNN) of de provinciale groene buffer.

Voor zover natuurlijke hulpbronnen aanwezig zijn, worden deze niet aangesproken of beïnvloed door de voorgenomen activiteiten. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Krammer-Volkerak en bevindt zich op circa 13,3 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich ten noordoosten op circa 1,3 kilometer afstand (figuur 2.2). Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied (figuur 2.3). Ook is het plangebied niet in een stiltegebied gelegen (figuur 2.4).

Figuur 2.2 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Brabant (Bron: Atlas Leefomgeving)

7/24

Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)

Figuur 2.4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van stiltegebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)

8/24

2.2 Kenmerken van het project Voor de beoogde ontwikkeling wordt uitgegaan van de realisatie van zes levensloopbestendige woningen, één vrijstaande woning en dertien diverse rij-/eengezinswoningen. Zeven woningen vallen onder categorie ‘koop, huis, vrijstaand’ en dertien woningen vallen onder categorie ‘koop, huis, tussen/hoek’. De situatietekening voor de beoogde ontwikkeling is weergegeven in figuur 2.1. Vanuit Groene Woud wordt een ontsluiting gemaakt naar het nieuwe woonerf. Dit is de enige toegangsweg van het gebied.

Figuur 2.1 Situatietekening beoogde situatie (Bron: geWOON architecten) Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er redelijkerwijs geen te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.

9/24

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. In dit hoofdstuk worden de aspecten verkeer en parkeren, geluid, bodem, water, natuur, luchtkwaliteit, risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid, cultuurhistorie en archeologie besproken. Deze aspecten worden behandeld omdat beoordeeld moet worden of de beoogde ontwikkeling tot significante negatieve effecten op de omgeving zal leiden.

3.1 Verkeer en parkeren Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie wordt berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De ontwikkeling ligt in het gebied 'schil centrum' en heeft de gemeente een weinig stedelijk karakter op basis van de adressendichtheid. De verkeersgeneratie is berekend met kencijfers van het CROW (publicatie 381). In de huidige situatie heeft het plangebied een agrarische en een woonfunctie. Hiermee heeft het plangebied planologisch gezien al een verkeersaantrekkende werking van circa 7,7 mvt/etmaal (minimale generatie voor een woning in de categorie 'koop, huis, vrijstaand'). Aangezien de functies al lange tijd niet meer als zodanig in gebruik zijn, is het niet realistisch om rekening te houden met dat gebruik. Er zal dan ook geen rekening worden gehouden met saldering van het aantal verkeersbewegingen in de bestaande (planologische) situatie. Tabel 3.1 laat de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie zien. Tabel 3.1 Verkeersgeneratie beoogde situatie

Aantal

Kencijfers Weekdag CROW (gem.)

Werkdag

Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, tussen/hoek

7 13

8,1 7,3

56,7 94,9

62,9 105,3

Totaal

20

151,6

168,3

Voor het woonprogramma van totaal twintig woningen betekent dit een verkeersgeneratie van 151,6 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling 168,3 mvt/etmaal.

10/24

Verkeersafwikkeling Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 16,8 mvt. Deze verkeersgeneratie is dusdanig beperkt dat het zal opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer. Parkeren De parkeerbehoefte is berekend door middel van de Kadernota Parkeren 2017-2021. In de beoogde situatie zullen zes patiowoningen, een vrijstaande woning en dertien rijwoningen gerealiseerd worden. In relatie tot de Kadernota worden drie woningen binnen het plangebied kleiner dan 90 m2 uitgevoerd. De overige zeventien woningen worden uitgevoerd groter dan 90 m2. De parkeerbehoefte (inclusief aandeel bezoekersparken van 0,3 per woning) is weergegeven in tabel 3.2.

Tabel 3.2 Parkeerbehoefte toekomstige situatie Aantal Woning < 90 m 3

Norm (maximum) Parkeerbehoefte 1,9 5,7

Woning > 90 m2 17

2,1

2

Totaal

20

35,7 41,4

Voor de beoogde ontwikkeling zijn op basis hiervan 41,4 parkeerplaatsen benodigd. Daarnaast dienen twaalf langsparkeerplaatsen, welke nu gesitueerd zijn aan de zuidzijde van de Groene Woud en welke met de beoogde ontwikkeling worden verwijderd, gecompenseerd te worden. Daarmee komt de totale parkeerbehoefte uit op (41,4 + 12 = 53,4) afgerond 54 parkeerplaatsen. Voor het bepalen van het parkeeraanbod wat in de beoogde ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, zijn de rekenfactoren voor parkeervoorzieningen bij woningen uit paragraaf 3.4 van de Kadernota van belang. In tabel 3.3 is aangegeven wat het parkeeraanbod van de beoogde ontwikkeling is, rekening houdend met de berekeningsaantallen uit de Kadernota. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de berekeningsaantallen alleen toegepast kunnen worden als de juiste maatvoeringen ten aanzien van opritten en garages aangehouden worden. De correcte maatvoeringen worden vermeld in paragraaf 3.4 van de Kadernota. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning zal hier aan getoetst worden.

Tabel 3.3 Parkeeraanbod toekomstige situatie Berekeningsaantal

Aantal

Parkeeraanbod

Openbaar

1,0

43

43,0

Lange oprit zonder garage

1,0

1

1,0

Dubbele oprit zonder garage Garage met enkele oprit

1,7 1,0

5 1

8,5 1,0

Totaal

53,5

Met een parkeerbehoefte van (afgerond) 54 en een parkeeraanbod van 53,5, afgerond 54 parkeerplaatsen, wordt voldaan aan de eisen uit de Kadernota. De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling kan volledig binnen het plangebied worden opgevangen.

11/24

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

3.2 Geluid Weg- en spoorwegverkeerslawaai In het kader van de beoogde ontwikkeling is een onderzoek weg- en spoorwegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierin zijn de geluidbelastingen ten gevolge van het spoor en-wegverkeer inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Het onderzoeksrapport is weergegeven als bijlage bij het bestemmingsplan. Wegverkeerslawaai De Oudlandweg (60 km/uur) is de dichtstbijzijnde gezoneerde weg en ligt op 70 meter. De weg bestaat uit één rijstrook en heeft een geluizone van 200 meter. De ontwikkellocatie ligt binnen de zone van een weg. Uit de berekeningen blijkt dat de optredende geluidbelasting (na aftrek ingevolge art. 110g Wgh) vanwege de Oudlandweg maximaal 36 dB bedraagt op de vrijstaande woning in het noordoosten van het plan. Hiermee is géén sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB). De hoogst optredende geluidbelasting van de ongezoneerde weg Groene Woud bedraagt (voor aftrek ingevolge art. 110g Wgh) maximaal 55 dB. Spoorweglawaai Uit de berekeningen blijkt dat de optredende geluidbelasting (na aftrek ingevolge art. 110g Wgh) vanwege het spoor maximaal 71 dB bedraagt. Hiermee is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde. Maatregelen spoorweglawaai

Na plaatsing van een 3,5 meter hoog scherm tussen bron en ontvanger is het geluidniveau verlaagd naar maximaal 68 dB Lden. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde (55 dB) overschreden maar niet de maximale te verlenen ontheffingswaarde (68 dB). Bijkomend effect van toepassing van het geluidscherm is dat alle woningen beschikken over een geluidluwe gevel. Het scherm kan op het perceel van de planlocatie staan zodat geen medewerking van Prorail nodig is. Voor toepassing van het scherm wordt aan de Gemeente Halderberge gevraagd om voor de bouwhoogte in relatie tot nieuwbouwprojecten af te wijken van de maximale hoogte. Door de natuurlijke begroeiing en de bestaande begroeiing aan de overzijde van het spoor blijft de landschappelijke impact beperkt. Daarnaast hebben bestaande woningen geen direct zicht op het scherm door de bestaande groenstrook. De realisatie en instandhouding van het geluidscherm is geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Hogere waarden De voorkeursgrenswaarde wordt met 13 dB overschreden. Zwaardere maatregelen dan in dit onderzoek gemotiveerd, zijn niet (financieel) doelmatig. Het is daarom realistisch om voor het plan een hogere waarde van maximaal 68 dB aan te vragen. Het is uiteindelijk aan het bevoegd gezag om de hogere waarde te verlenen. Cumulatieve geluidbelasting Slechts één bron (spoorweg) leidt tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde.

Formeel is cumulatie van geluid is niet van toepassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn alle beschouwde wegen samen met de spoorweg

12/24

opgenomen in de cumulatie. De gecumuleerde geluidbelasting van alle beschouwde bronnen bedraagt 68 dB na maatregelen. Industrielawaai Het plangebied ligt buiten de richtafstanden van bedrijven in de omgeving en er ligt geen gezoneerd industrieterrein of windturbine in de buurt. De geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit zullen niet worden overschreden. Industrielawaai vormt geen belemmering voor het plan. Conclusie Maatregelen en hogere waarden zijn noodzakelijk. In het kader hiervan is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Met in acht name van de voorwaarden uit het onderzoek, welke getoetst zullen worden in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen, vormt het aspect geluid geen belemmering voor de beoogde bestemmingsplanprocedure.

3.3 Bodem en water Bodem In het kader van de ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest in puin en bodem uitgevoerd. Aan de hand van de resultaten van deze onderzoeken kan het volgende geconcludeerd worden: Op basis van de verrichte onderzoeken kan gesteld worden dat de puinlaag ter plaatse van proefsleuven 102 en 103 sterk verontreinigd is met asbest (>100 mg/kg d.s.). Derhalve is sprake van een saneringsverplichting. Gezien de voorgenomen ontwikkeling van de locatie dient de asbestverontreiniging te worden gesaneerd. Daarnaast dient een melding gedaan te worden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Het (doen) gebruiken van gronden en bouwwerken, het bouwen en/of slopen en het uitvoeren van een werk binnen het plangebied is enkel toegestaan nadat saneringswerkzaamheden zijn verricht zoals volgt uit de verrichte onderzoeken en nadat eventuele overige maatregelen en/of vergunningen zijn verkregen. Bij de omgevingsvergunning voor bouwen dient dit te zijn aangetoond. Hiermee is ten aanzien van de bestemmingsplanprocedure de haalbaarheid voor planontwikkeling in voldoende mate aangetoond. Water Huidige situatie Algemeen Het plangebied ligt ten noordoosten van het NS-station en het centrum van Oudenbosch en wordt kadastraal aangeduid als ODB02-B-3381.

Het plangebied kent een oppervlak van 6.805 m2 en is in de huidige situatie voor circa 10% verhard ten dienste van de gedeeltelijk geldende woonbestemming. Dit komt neer op een bestaand verhard oppervlak van circa 680 m2. Bodem en grondwater De regionale geohydrologische bodemopbouw is afgeleid van de gegevens van de Geologische Dienst Nederland, DINOloket en het Actueel Hoogtebestand Nederland. De hoogte ligging van het maaiveld ter plaatse van het plangebied betreft circa 2,6 m+NAP. Op basis van de voorhanden zijnde gegevens is een grondwaterstand van circa 1,5 m-mv te verwachten. De globale horizontale stroming van het freatisch grondwater is noord tot noordwestelijk gericht. Op basis van de PMV Noord-Brabant kan worden gesteld dat de locatie niet binnen een beschermingszone van een waterwingebied ligt. Verder vinden er geen geregistreerde grondwateronttrekkingen plaatse in de directe omgeving.

13/24

Waterkwantiteit Op alle watergangen en sloten die zijn opgenomen in de legger, is de keur van het waterschap van toepassing. Dit betekent voor de verschillende watergangen het volgende: a. waterlopen categorie A: voor deze watergangen geldt dat het waterschap tot 5 m vanaf beide insteken van de watergang randvoorwaarden stelt aan de inrichting om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden; b. waterlopen categorie B: de eigenaren van gronden langs deze watergangen moeten de sloten eenmaal per jaar – in het najaar – schoonmaken. Het waterschap controleert of de sloten goed schoon zijn (= schouwen); c.

voor ingrepen die binnen 5 m vanaf de insteek van waterlopen categorie A plaatsvinden, dient een ontheffing van de keur te worden aangevraagd.

Dit geldt ook voor ingrepen in de waterlopen categorie B en overige watergangen en sloten, zoals het verleggen en dempen van watergangen en het aanbrengen van duikers in watergangen. Op basis van bovenstaande afstanden kan gesteld worden dat in of nabij geen watergangen gelegen zijn. Veiligheid en waterkeringen Binnen en in de directe omgeving van de gemeente Halderberge zijn geen waterkeringen gelegen. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is in de huidige situatie aangesloten op een gemengd rioolstelsel. Toekomstige situatie Algemeen Het initiatief betreft een planologische toevoeging van negentien woningen, waarbij er binnen het plangebied in de toekomstige situatie twintig woningen toegestaan zijn. Waterkwantiteit en waterbergingscapaciteit Het toekomstig verhard oppervlak komt uit op circa 2.366 m2. Bij de levensloopbestendige woningen zijn de woningen zelf en bijbehorende inritten als zijnde volledig verhard gerekend en is voor de bijbehorende tuinen met 40% verharding gerekend. Dit geldt ook voor de vrijstaande woning. Bij de rijwoningen zijn de woningen zelf als zijnde volledig verhard meegerekend en is 40% verharding aangehouden voor de rest van het perceel (voor- en achtertuin). De parkeervakken zijn als halfverhard (50%) meegerekend.

De trottoirs zijn als zijnde volledig verhard mee gerekend. De totale toename van het verhard oppervlak bedraagt met het planvoornemen (2.366 - 680) circa 1.686 m2. Voor iedere ontwikkeling die leidt tot nieuwe verharding, ongeacht de omvang van deze ontwikkeling, geldt een bergingseis van 7 mm voor de eerste 1.000 m2. Voor verharding boven de 1.000 m2 geldt een bergingseis van 60 mm, conform de keur. Voor ontwikkelingen op bestaande verharde locaties (inbreidingen, verbouwingen, herstructureringen) met een oppervlak groter dan 1.000 m2 geldt een bergingseis van 60 mm voor het totale oppervlak. Conform het beleid van waterschap Brabantse Delta en de gemeente Halderberge bedraagt de totale waterbergingsopgave voor de planlocatie 142 m3 (2.366 m2 x 0,060 m). Binnen het plangebied kan aan deze opgave voldaan worden. Het hemelwater kan namelijk op meerdere plekken binnen het plangebied vertraagd worden afgevoerd en worden geïnfiltreerd. De beoogde uitwerking van deze opgave komt aan bod in de civieltechnische uitwerkingsfase van het plan. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling is niet van invloed op de waterveiligheid in het plangebied.

14/24

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Daarom wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC niet toegestaan. Afvalwaterketen en riolering Conform het Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) Halderberge 2020 - 2023 en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b. verontreiniging van hemelwater wordt voorkomen of beperkt; c.

afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet-gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater;

d. huishoudelijk

afvalwater

en

daarmee

vergelijkbaar

afvalwater

wordt

ingezameld

en

naar

een

rioolwaterzuiveringsinstallatie getransporteerd; e. ander afvalwater dan bedoeld onder d. (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt hergebruikt (zo nodig na zuivering aan de bron); f. ander afvalwater dan bedoeld onder d. wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na zuivering aan de bron); g. ander afvalwater dan bedoeld onder d. wordt als stedelijk afvalwater ingezameld en naar een rwzi getransporteerd. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de nadere uitwerking van het plan.

3.4 Bedrijven en milieuhinder In de beoogde situatie worden woningen gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. Het plangebied grenst aan hoofdinfrastructuur, namelijk de spoorlijn Roosendaal - Lage Zwaluwe. Voor gebieden grenzend aan infrastructuur is het geaccepteerd dat er sprake is van gemengd gebied (Uitspraak 201710271/1/R1 - Raad van State). In de directe omgeving van het plangebied zijn tevens diverse andere functies aanwezig, zoals maatschappelijke bestemmingen, bedrijven en gemengde bestemmingen. Er is hierdoor sprake van een hoge functiemenging waardoor de omgeving getypeerd kan worden als 'gemengd gebied'. Ten westen bevindt zich een maatschappelijke bestemming op circa 37 meter. De functie valt volgens de VNG-brochure in milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Hier wordt aan voldaan. Tevens grenst ten westen van het plangebied een agrarische bestemming met bouwvlak uit milieucategorie 3.1 en een richtafstand van 30 meter in

15/24

gemengd gebied. Hier wordt niet aan voldaan. Momenteel lijkt de bedrijvigheid momenteel echter beperkt te zijn en is er vooral sprake van opslag en interne bedrijfswerkzaamheden. Maatgevend is daarom de ontsluiting van het bedrijf. Op korte afstand hiervan, aan de overzijde van de Groene Woud, zijn momenteel al woningen aanwezig waar het bedrijf rekening mee moet houden. Er is daardoor ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.5 Natuur Gebiedsbescherming Met behulp van het rekenprogramma AERIUS-calculator (versie 2023.0.1) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen onder andere het Biesbosch en de Langstraat. Dit zijn beide stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (20230.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Quickscan flora en fauna Uit de quickscan is gebleken dat nader onderzoek of een ontheffing soortenbescherming niet noodzakelijk is gebleken voor de vogels, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden en de flora. De in het plangebied te verwachten soorten genieten lichte bescherming onder de soortenbescherming; een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht is onverminderd van toepassing. In de nabijheid waargenomen beschermde soorten, zijn bij het terreinbezoek niet waargenomen binnen het plangebied.

Het plangebied is wel geschikt voor marterachtigen. Daarom moet onderzocht worden of ze er daadwerkelijk voorkomen. Nader onderzoek marterachtigen Op basis van de uitgevoerde quickscan is een nader onderzoek naar marterachtigen uitgevoerd. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er geen marterachtigen aanwezig zijn in het plangebied. Negatieve effecten zijn dan ook uit te sluiten en een ontheffing is niet noodzakelijk. De aangetroffen muizensoorten zijn slechts lichtbeschermd, hiervoor geldt enkel de zorgplicht waarbij voorkomen moet worden dat deze dieren opzettelijk gedood worden. Er wordt aanbevolen om de werkzaamheden met betrekking tot het kappen van bomen niet uit te voeren in het broedseizoen (maart - juli). Dit omdat alle in gebruik zijnde nesten tijdens het broedseizoen beschermd zijn. Verder dient ten alle tijden de zorgplicht van de Wnb in acht genomen te worden, wat inhoudt dat op het moment dat tijdens de uitvoer van de werkzaamheden dieren worden waargenomen gestopt wordt met de werkzaamheden en een ecologisch deskundige ingeschakeld dient te worden om te bepalen of de werkzaamheden door kunnen of dat maatregelen noodzakelijk zijn. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

Aanbevolen wordt om werkzaamheden met betrekking tot het kappen van bodem niet uit te voeren in het broedseizoen en ten alle tijden de zorgplicht van de Wnb in acht te nemen.

16/24

3.6 Luchtkwaliteit Door de beoogde ontwikkeling is sprake van een toenemende verkeersgeneratie van 151,6 mvt/etmaal. Voor het beoordelen van het aspect luchtkwaliteit zijn weekdagintensiteiten maatgevend. In het kader van het aspect luchtkwaliteit wordt uitgegaan van een (worst-case) aandeel vrachtverkeer van 10%. In de nibmtool (versie 2022) is 2024 als jaar van planrealisatie aangehouden. Uit de berekening blijkt dat de verkeerstoename van 151,6 mvt/etmaal zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,24 µg/m³ en van fijnstof van 0,03 µg/m³ (tabel 3.4). Geconcludeerd kan worden dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Nader onderzoek is hierdoor niet noodzakelijk.

Tabel 3.4 Resultaten NIBM-tool 2022

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. De Bosschendijk is de maatgevende weg. Uit de tool (figuur 4.9 en bijbehorende tabellen 4.6 t/m 4.8) blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is ter plaatse van het projectgebied als gevolg van de ontwikkeling (met bijbehorende toename van het benoemde gehalte stikstof en fijnstof in de lucht) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

17/24

Figuur 3.1 Maatgevend toetspunt (Bron: Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit)

Tabel 3.5 Concentraties NO2

Tabel 3.6 Concentraties PM10

18/24

Tabel 3.7 Concentraties PM2,5

Concluderend kan hiermee gesteld worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied vormt. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.7 Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Externe veiligheid Conform de risicokaart (figuur 3.2) vindt in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen over het water, de weg of door buisleidingen met een externe werking plaats. De invloedsgebieden en PR 10-6 contouren liggen niet over het plangebied. Vanwege de ligging in het invloedsgebied van Shell NL Chemie in Moerdijk en het spoortraject Roosendaal - Lage Zwaluwe is een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage van het bestemmingsplan.

19/24

Figuur 3.2 Uitsnede risicokaart (Bron: Professionele risicokaart) De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

3.8 Cultuurhistorie en archeologie Archeologie In het geldende bestemmingsplan kent het plangebied een archeologische dubbelbestemming. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 500 m2 en meer dan 60 cm diep. Het archeologiebeleid van de gemeente Halderberge is vastgelegd in een beleidsnota en een beleidskaart met toelichting. Volgens de beleidskaart (figuur 4.2) ligt het grootste gedeelte van het plangebied in een bebouwde zone waar archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Echter ligt het noordoostelijke deel van het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit één of meer van de onderscheiden perioden Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen en staat in de noordoostelijke hoek van het plangebied historische bebouwing. Volgens de bijbehorende beleidsregels is archeologisch onderzoek nodig in de zone met een hoge archeologische verwachting bij bodemingrepen dieper dan de bouwvoor en voor de historische bebouwing is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

20/24

Figuur 3.3 Uitsnede beleidskaart archeologie met aanduiding plangebied (Bron: Gemeente Halderberge) De beleidsregels zijn overgenomen in het bestemmingsplan Kom Oudenbosch uit 2013. Op deze kaart is de hoge verwachting vertaald naar een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 60 cm -mv. Volgens de bijbehorende planregels van de historische bebouwing is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 30 m2 en dieper dan 60 cm -mv. Voor het archeologisch onderzoek geldt de dubbelbestemming met de kleinste verstoringen voor het gehele plangebied. In het kader van de beoogde ontwikkeling, waarbij bovenstaande grenswaarden overschreden zullen worden, is een bureauen verkennend booronderzoek uitgevoerd. Vanuit het onderzoek wordt geadviseerd om voorafgaand aan de geplande werkzaamheden in ditzelfde noordoostelijke deel van het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om de verwachting voor de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd te toetsen. In het kader van dit bestemmingsplan wordt voor dit gedeelte ter signalering en juridische borging volstaan met het opnemen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie historische bebouwing'.

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor vaststelling van dit bestemmingsplan. Er wordt volstaan met het gedeeltelijk opnemen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie historische bebouwing'.

Cultuurhistorie Binnen de Erfgoedkaart is een themakaart 'Monumenten en stedenbouwkundige functies' opgenomen. Deze kaart, weergegeven in figuur 3.7, laat zien dat er binnen het plangebied geen monumenten en/of historische stedenbouw voorkomt.

21/24

Figuur 3.4 Cultuurhistorische Waardenkaart met aanduiding plangebied (Bron: Provincie Noord-Brabant) De Cultuurhistorische Waardenkaart is vertaald naar de cultuurhistoriekaart van de gemeente Halderberge. Een uitsnede van de kaart met aanduiding van het plangebied is weergegeven in figuur 3.5. Op deze kaart is het bestaande object aan Groene Woud 58 aangewezen als 'overig historische bouwkunst'.

Figuur 3.5 Cultuurhistoriekaart gemeente Halderberge met aanduiding plangebied (Bron: Gemeente Halderberge)

22/24

De objecten die als 'overig historische bouwkunst' zijn aangewezen hebben geen officiële monumentenstatus. Er is dus geen sprake van een rijks- of gemeentelijk monument. Geconcludeerd kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het aspect cultuurhistorie en archeologie.

3.9 Aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.10 Mitigerende maatregelen Voor dit plan zijn voor zover bekend geen mitigerende maatregelen noodzakelijk.

23/24

4. CONCLUSIE

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

24/24

32/607

Bijlage 2

33/607

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

RAPPORT Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Groene Woud 58 Oudenbosch, gemeente Halderberge

Rapport archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Groene Woud 58 in Oudenbosch, gemeente Halderberge Opdrachtgever

Rho Adviseurs voor leefruimte Torenallee 20 5617 BC Eindhoven

Rapportnummer

22104.001

Versienummer1

1

Datum

28 juni 2023

Opstellers2

R.S. Verheij, MSc Drs. A.J. Wullink

Kwaliteitscontrole

Ir. F.F.J.M. Top

1 Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld

door de bevoegde overheid. 2 AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwartgelakt te worden.

Econsultancy Archeologisch Rapport

KWALITEITSZORG Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Ook is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.

Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en KNAprotocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder wettelijke eisen uit de Erfgoedwet, prevaleert boven de AVG. RECHTEN © Econsultancy bv, Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultancy Archeologisch Rapport

INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED SAMENVATTING 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................................. 3 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ..................................................................................................... 17 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................................. 3 Methoden ...................................................................................................................................... 3 Afbakening en huidige situatie van het plangebied ....................................................................... 4 Toekomstige situatie ...................................................................................................................... 5 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................................. 5 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................................ 8 Archeologische waarden .............................................................................................................. 12 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................... 14 Conclusie bureauonderzoek......................................................................................................... 16

Doelstelling en onderzoeksvragen ............................................................................................... 17 Methoden .................................................................................................................................... 17 Resultaten .................................................................................................................................... 18 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................................. 19

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 20

LITERATUUR BRONNEN KAARTEN BIJLAGEN

TABELLEN Tabel 1.

Gespecificeerde archeologische verwachting

FIGUREN Figuur 1.

Ligging van het plangebied

KAARTEN Kaart 1. Kaart 2. Kaart 3. Kaart 4. Kaart 5. Kaart 6. Kaart 7. Kaart 8. Kaart 9. Kaart 10. Kaart 11. Kaart 12. Kaart 13. Kaart 14. Kaart 15. Kaart 16.

Het plangebied op de topografische kaart Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto uit 2022 Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart Het plangebied op paleogeografische kaarten Het plangebied op de geologische kaart Het plangebied op de geomorfologische kaart Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3) Het plangebied op de bodemkaart Het plangebied op historische kaarten Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied Archeologische verwachtingskaart Laat-Paleolithicum - Neolithicum Archeologische verwachtingskaart Prehistorie - Vroege Middeleeuwen Archeologische verwachtingskaart Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd Boorpuntenkaart Archeologische verwachting naar aanleiding van het vooronderzoek

BIJLAGEN Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7.

AMZ-cyclus Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Planontwerp GeoTOP-model voor het plangebied Onderzoeksmeldingen Boorstaten

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS PLANGEBIED Projectcode

22104.001

Opdrachtgever

Rho Adviseurs voor leefruimte

Toponiem

Groene Woud 58

Plaats

Oudenbosch

Gemeente

Halderberge

Provincie

Noord-Brabant

Kadastrale gegevens

Kadastrale gemeente Halderberge, sectie B, perceel 3381

Omvang plangebied

6.825 m2

Centrumcoördinaten (X/Y)

96.265 / 400.695

Archeoregio NOaA

4: Brabants zandgebied

Bevoegde overheid

Gemeente Halderberge Parklaan 15 4731GJ Oudenbosch

T: 14 0165 E: gemeente@halderberge.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Regio West-Brabant Drs. L. Weterings-Korthorst Postbus 503 4870 AM Etten-Leur

T: 076-5027229 E: regioarcheologie@west-brabant.eu

Uitvoeringsperiode

mei en juni 2023

Uitvoerders

Econsultancy, R.S. Verheij, MSc & drs. A.J. Wullink (Senior KNA Prospector)

Onderzoeksmelding ARCHIS3

5433701100

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy en op termijn het provinciaal depot

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte in mei en juni 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan Groene Woud 58 in Oudenbosch in de gemeente Halderberge. In het plangebied zullen 20 woningen worden gerealiseerd. Voor de ontwikkeling is een omgevingsvergunning nodig. Bij de aanvraag van deze vergunning is gebleken dat voor het plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of er archeologische waarden aanwezig kunnen zijn binnen het plangebied en om te bepalen of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De onderzoeksplicht vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) en de Erfgoedwet (2016). Volgens het bureauonderzoek worden er in het plangebied resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen verwacht in de top van dekzand of terrasafzettingen en resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht in en direct onder de bouwvoor. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied in het verleden altijd vrij nat is geweest. Alleen in het hoogste deel van het plangebied is een aanwijzing voor podzolisatie aangetroffen (boring 2).

In de rest van het plangebied zijn beek- of gooreerdgronden gevormd. Dit betekent dat het gebied in het verleden in mindere mate geschikt is geweest voor bewoning. De verwachting voor resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen kan daarom naar laag worden bijgesteld. De verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd is, op grond van de historische ontwikkeling, laag, behalve voor het noordoostelijke deel van het plangebied. In dit deel is op de kadastrale minuut bebouwing aanwezig. Voor dit deel van het plangebied geldt daarom een hoge archeologische verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft voor het Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen en een hoge archeologische verwachting voor het noordoostelijke deel van het plangebied voor resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Het gebied is te nat geweest voor podzolisatie, waardoor het ongeschikt is geweest voor bewoning. Econsultancy adviseert om voorafgaand aan de geplande werkzaamheden in het noordoostelijke deel van het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om de verwachting voor de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd te toetsen.

Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Halderberge), die vervolgens het advies over neemt of niet.

22104.001 versie 1

Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Halderberge wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen, moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Halderberge op de hoogte te stellen.

22104.001 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd in een plangebied aan het Groene Woud 58 in Oudenbosch, gemeente Halderberge (figuur 1). De initiatiefnemer heeft het voornemen 20 woningen in het plangebied te realiseren. Voor de ontwikkeling is een omgevingsvergunning nodig. Bij de aanvraag van deze vergunning is gebleken dat voor het plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of er archeologische waarden aanwezig kunnen zijn binnen het plangebied en om te bepalen of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De onderzoeksplicht vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) en de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in mei en juni 2023 door R.S. Verheij, MSc en drs. A.J. Wullink (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door ir. F.F.J.M. Top.

22104.001 versie 1

1 / 20

Figuur 1.

3

Ligging van het plangebied3

Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT)

22104.001 versie 1

2 / 20

2

BUREAUONDERZOEK

2.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld.

2.2 Methoden Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40024, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Ook zijn de richtlijnen voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente Halderberge gevolgd. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:  afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01);  beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02);  beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03);  beschrijving van bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke waarden (LS04);  opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05);  opstellen van een standaardrapport (LS06).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS);  de Archeologische Monumenten Kaart (AMK);  geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten;  de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket);  literatuur en historisch kaartmateriaal;  bouwhistorische gegevens;  recente topografische kaarten, kadastrale kaarten en luchtfoto’s;  het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN);  de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Halderberge;  plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

4

BRL SIKB 4000 Archeologie; versie 4.1, 2018

22104.001 versie 1

3 / 20

2.3 Afbakening en huidige situatie van het plangebied Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Het plangebied ligt aan het Groene Woud 58, aan de rand van de bebouwde kom van Oudenbosch, in de gemeente Halderberge (kaart 1). De noordzijde van het plangebied grenst aan het Groene Woud en de zuidzijde aan de spoorlijn tussen Roosendaal en Zevenbergen. Ten zuidwesten van het plangebied ligt de Prinsentuin, ten oosten ligt de wijk Velletri, ten noorden van het Groene Woud bevinden zich woonhuizen met daarachter boomgaarden. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 6.825 m2 en is kadastraal bekend als gemeente Halderberge, sectie B en beslaat perceel 3381 (kaart 2). De centrumcoördinaten van het plangebied zijn X: 96.265 en Y: 400.695. Huidige situatie Het plangebied beslaat een grasveld met in de noordoostelijke hoek van het plangebied een leegstaand woonhuis met ingestort dak. Achter het huis staan nog restanten van een schuren. De huidige situatie is weergegeven op kaart 3.

Vigerend beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Halderberge is vastgelegd in een beleidsnota en een beleidskaart met toelichting.5 Volgens de beleidskaart ligt het grootste gedeelte van het plangebied in een bebouwde zone waar archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Echter ligt het noordoostelijke deel van het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit één of meer van de onderscheiden perioden Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen en staat in de noordoostelijke hoek van het plangebied historische bebouwing. Volgens de bijbehorende beleidsregels is archeologisch onderzoek nodig in de zone met een hoge archeologische verwachting bij bodemingrepen dieper dan de bouwvoor en voor de historische bebouwing is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De beleidsregels zijn overgenomen in het bestemmingsplan Kom Oudenbosch uit 2013. Op deze kaart is de hoge verwachting vertaald naar een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 60 cm -mv.

Volgens de bijbehorende planregels van de historische bebouwing is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 30 m2 en dieper dan 60 cm -mv.6 Voor het archeologisch onderzoek geldt de dubbelbestemming met de kleinste verstoringen voor het gehele plangebied.

5

Molenaar e.a., 2005; Moonen, 2011

6

Kom Oudenbosch: Artikel 26 Waarde - Archeologie 2; Kom Oudenbosch: Artikel 27 Waarde - Archeologie historische bebouwing

22104.001 versie 1

4 / 20

Milieuhygiënische situatie Om te bepalen of de milieuhygiënische situatie in het plangebied een risico vormt voor de uitvoering van archeologisch veldonderzoek, is het omgevingsloket van Noord-Brabant geraadpleegd.7 Binnen het plangebied zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Er zijn dus geen gegevens bekend over de milieuhygienische staat van het plangebied.

2.4 Toekomstige situatie In het plangebied zijn 20 woonhuizen gepland. Drie woonhuizen hebben een oppervlakte onder 90 m2 en 17 huizen hebben een oppervlakte groter dan 90 m2. Het oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is nog onbekend (bijlage 3). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

2.5 Aardwetenschappelijke gegevens Landschappelijke ontwikkeling De landschappelijke ontwikkeling van het gebied zal worden beschreven aan de hand van enkele standaardwerken.8 Het plangebied ligt in het westen van Brabant, in het Brabants zandgebied. Aan of nabij het maaiveld liggen in dit gebied afzettingen van de Formatie van Stramproy.9 Deze afzettingen zijn voornamelijk door kleine rivieren, die vanuit België in noordelijke en oostelijke richting afwateren, afgezet in het Vroeg- en Midden-Pleistoceen. Een deel van deze afzettingen heeft een eolische oorsprong. In dit gebied zijn door de pleistocene zeespiegel bewegingen rivierterrassen ontstaan. In het Laat-Glaciaal, het laatste deel van de laatste ijstijd (13.000 – 10.000 jaar geleden), is op de rivierterrassen een dun pakket eolisch dekzand afgezet. Dit dekzand betreft het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. Ten westen en noorden van het plangebied ligt aan het begin van het Holoceen aan een beekdal (kaart 5). In het eerste deel van het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) vindt er bodemvorming plaats in de top van de pleistocene afzettingen. Vanaf het Atlanticum (8.000 – 5.000 jaar geleden) wordt veen gevormd dat het dekzand deels afdekt. De veenvorming begint in de beekdalen, maar breidt zich uiteindelijke uit (rond 600 v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/577/documents/16845