Bijlage 1 - doelen bia 2020-2030 en bijstelling masterplan.pdf
Tekst van het document
1 2
Uitgaande van een gemiddelde vormfactor van 85% gaat het om circa 5.000 m 2 vvo kantoorruimte Ook de REWIN West-Brabant typeert Breda International Airport als een ‘special’ voor bedrijven.
blad 2 van 4
betreft: Verruiming bestemmingsplan Breda Airparc
4.
Analyse van ‘leads’ voor Breda Airparc bevestigt marktvraag voor verruiming van kantoorruimte
Uit analyse van ArcusPlus volgt dat er veel belangstelling is voor de locatie BIA. Het gaat hierbij om (kleinere) bedrijven – inclusief enkele aansprekende ‘namen’ – die direct, indirect of niet luchtvaart gebonden zijn. Een deel van deze vraag kan nu niet zonder meer gefaciliteerd worden (> 60%). Door verruiming van de bestemming kunnen in de komende periode deze kansen worden verzilverd. Uitstel, in combinatie met een mogelijk economische dip, leidt mogelijk tot het missen van deze kansen, langere leegstand, vertrek van (innovatieve) bedrijven uit de gemeente of zelfs de regio en een gemis aan werkgelegenheid in de directe omgeving van BIA. Wanneer we inkomende verhuisbewegingen (bron: Vastgoeddata, 2020) analyseren, concluderen we dat Breda Airparc een ruim verzorgingsgebied heeft dat de ‘eigen’ regio overstijgt. Eindgebruikers komen niet alleen uit WestBrabant of een straal van 10 kilometer rondom de locatie. Van de bestaande partijen die de afgelopen jaren zijn verhuisd naar Breda Airparc komt het merendeel van buiten de regio. Het gaat om eindgebruikers die naast Bosschenhoofd en Roosendaal, eerder gevestigd waren in Eindhoven, Sliedrecht en Oude Meer (Haarlemmermeer). Overigens, ook uit publicatie van Stec Groep (2018) over kantoren van de toekomst volgt dat er landelijk een tekort is aan kleinschalige kantoorruimte met exposure op een dynamische plek.
Daarbij geeft het adviesbureau terecht aan dat er wel een overmaat is aan kleinschalige units in grotere multi-tenant gebouwen (op monofunctionele locaties). Dit beeld is herkenbaar met West-Brabant en de provincie als geheel. Juist sterke concepten aan de snelweg met voldoende eigen identiteit en moderne gebouwen hebben toekomst, zo wordt geconcludeerd. Met de verruiming van het bestemmingsplan voor Breda Airparc wordt op deze landelijke trend ingespeeld. 5.
Slechts beperkt concurrentie op kantorenmarkt in regio West-Brabant
In de regio West-Brabant, maar ook binnen een straal van 10 km rondom Breda Airparc is beperkt directe concurrentie op de kantorenmarkt. De combinatie van kantoor met hangar is uniek. Daarbij heeft Breda Airparc als ‘special’ een ander profiel dan een reguliere ‘formele’ kantoorlocatie. Het aanbod is dan ook beperkt vergelijkbaar met kantoorruimte op een regulier bedrijventerrein of een monofunctionele snelweglocatie. Daarbij is het aanbod van (kleinschalige) kantoorruimte met een zichtlocatie vanaf de snelweg A-58 beperkt. Een bedrijvenlocatie op of nabij een luchtvaart heeft altijd een natuurlijke aantrekkingskracht op niet-luchtvaart gebonden bedrijven. Vestiging op of nabij een luchtvaart voegt iets extra’s toe aan het imago en de uitstraling van bedrijven (‘gave plek’). De praktijk toont bijvoorbeeld dat zich nabij regionale luchthavens zoals Eindhoven en Maastricht een groot aantal reguliere zakelijke dienstverleners (kantoorgebruikers) vestigt. Dit fenomeen is ook zichtbaar op campussen overigens (bron: ArcusPlus, 2020). Kortom, het profiel van Breda Airparc als ‘special’ met ontwikkelruimte voor kleinschalige kantoorruimte tot 500 m 2 vvo (600 m2 bvo) is niet of nauwelijks vergelijkbaar met formele kantoorlocaties in de regio en omliggende gemeenten.
Daarmee is Breda Airparc geen concurrent van andere locaties (want andere schaal, andere markt), maar eerder een goede aanvulling (zo concludeert ook ArcusPlus, 2020). Daarbij zijn op Breda Airparc geen zelfstandige kantoren toegestaan, dit beperkt de concurrentie met overige kantoorlocaties nog eens extra. 6.
Verruiming van bestemmingsplan voor Breda Airparc zorgt niet voor onaanvaarbare ruimtelijke effecten elders
De verruiming naar maximaal 6.000 m2 bvo niet-luchthavengerelateerde kantoorruimte (wijziging doelgroep, geen nieuwe toevoeging van m2) zorgt niet voor onaanvaardbare effecten elders in de regio, zo concluderen we. Uit de marktverkenning volgt dat er voldoende marktvraag is naar dit type kantoorruimte. Bovendien leidt het verruimen van 6.000 m2 bvo kantoorruimte niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten (leegstand) elders in de regio. Op een totale voorraad van circa 1,3 miljoen m 2 kantoorruimte in West-Brabant heeft toevoeging van dit metrage slechts een zeer beperkt effect. Dit geldt ook voor de totale kantorenvoorraad in een straal van 10 km rondom Breda Airparc met een totale voorraad van circa 210.000 m 2 vvo. Daarbij speelt ook dat de bestaande leegstaande kantoormeters op Breda Airparc momenteel al onderdeel zijn van het totale aanbod/leegstand van kantoorruimte in de regio.
blad 3 van 4
betreft: Verruiming bestemmingsplan Breda Airparc
CONCLUSIES MARKTVERKENNING VERRUIMING BESTEMMINGSPLAN BREDA AIRPARC 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Er is zowel in de regio West-Brabant als binnen een straal van 10 kilometer rondom Breda Airparc voldoende kwantitatieve marktvraag voor verruiming van het bestemmingsplan. Uit confrontatie van vraag en aanbod (leegstand) volgt een kwantitatieve vraag naar toevoeging van kantoorruimte tot en met 2030. De verruiming van het bestemmingsplan voor Breda Airparc speelt in op deze ontwikkeling. Er is marktruimte voor toevoeging van kantoorruimte tot 500 m 2 vvo (circa 600 m2 bvo) binnen een straal van 10 kilometer rondom Breda Airparc. In totaal is er, na confrontatie van vraag en aanbod, aanvullende ruimte voor toevoeging van 8.300 tot 10.000 m2 vvo kantoorruimte tot 500 m2 vvo. De beoogde verruiming van het profiel voor kantoorruimte voor Breda Airparc past binnen deze ontwikkeling. Er is marktruimte voor toevoeging van kantoorruimte op ‘specials’ zoals Breda Airparc binnen de regio WestBrabant, zo volgt uit actualisatie van de kwalitatieve vraag-aanbod confrontatie uit de provinciale behoefteraming (2018). Hieruit concluderen we dat ook kwalitatief de verruiming van Breda International Airport (6.000 m2 bvo kantoorruimte) past in het marktbeeld op korte en middellange termijn (t/m 2030.
De bestaande ‘leads’ van geïnteresseerde partijen in Breda Airparc bevestigen het marktbeeld dat er, zowel vanuit luchthavengerelateerde bedrijvigheid als vanuit meer reguliere kantoorgebruikers vraag is naar vestiging op Breda Airparc. Daarbij komen eindgebruikers niet alleen uit de regio, maar vanuit heel Nederland, zo volgt uit analyse van verhuisbewegingen. In de regio West-Brabant, maar ook binnen een straal van 10 km rondom Breda Airparc, is maar zeer beperkt concurrentie van kantoorlocaties. Het profiel van Breda Airparc als ‘special’ met ontwikkelruimte voor kleinschalige kantoorruimte tot 500 m2 vvo (600 m2 bvo) is niet of nauwelijks vergelijkbaar met formele kantoorlocaties in de regio en omliggende gemeenten. Daarmee zorgt verruiming van het bestemmingsplan voor Breda Airparc eerder voor een aanvulling en versterking van het regionaal (kantoren)profiel dan voor concurrentie. Sowieso is het aanbod van kleinschalige kantoorruimte met zichtlocaties langs de A-58 zeer gering. Verruiming van het bestemmingsplan van Breda Airparc zorgt niet voor onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders (en daarmee bovengemiddelde, ongewenste leegstand).
blad 4 van 4
Masterplan
Airparc Seppe 838_MP Seppe_0210.indd 1
16-2-2010 15:04:17
2 838_MP Seppe_0210.indd 2
16-2-2010 15:04:41
Inhoud Voorwoord
5
1 Inleiding Richtlijn en kader Leeswijzer
7 7 7
2 Uitgangspunten Locatie Bestaande situatie Programma
9 9 9 11
3 Het masterplan Hoofdstructuur Infrastructuur Parkeren Groen en water Bebouwing
15 15 15 17 17 17
4 Beeldkwaliteit Openbare ruimte Architectuur
19 19 21
5 Voorbeelduitwerking
23
6 Realisatie
29
Bijlage
31
Colofon
35
3 838_MP Seppe_0210.indd 3
16-2-2010 15:04:42
4 838_MP Seppe_0210.indd 4
16-2-2010 15:04:43
Voorwoord Toen we in 2008 Seppe Airport hebben overgenomen, was het eerste doel het rendabel maken van het vliegveld. Daarnaast was het, conform de wensen van de verkopende gemeenten, verder professionaliseren en uitbouwen van de zakelijke dienstverlening van het vliegveld aan de orde. Nu, twee jaar later, is sprake van een financieel stabiele situatie. De kosten en opbrengsten zijn in evenwicht gebracht. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in de verkeerstoren, een tankinstallatie voor jet-fuel (essentieel voor zakenvliegtuigen) en wordt ook door hulpdiensten gebruikt en diverse andere aanpassingen. De eerste doelen zijn bereikt, het is daarom nu tijd om verder vooruit te kijken. Het recreatief gebruik van het vliegveld floreert. We blijven daarin investeren. In de afgelopen periode hebben we echter ook gezien dat het met de huidige inrichting van het vliegveld moeilijk is om de zakelijke markt goed te bedienen. Om dit te bereiken moet de zakelijke en recreatieve luchtvaart van elkaar gescheiden worden. Daarnaast benaderen steeds meer luchtvaartgerelateerde bedrijven ons, die zich graag op of bij het vliegveld zouden willen vestigen. Wij kunnen deze groeiende groep bedrijven op dit moment niet van dienst zijn.
Voor het op lange termijn continueren van de exploitatie van het vliegveld is een stabiele basis noodzakelijk. Meer vliegbewegingen is niet aan de orde. We richten ons op meer kwaliteit en een duidelijker plaats voor zakelijke luchtvaart en luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid. Uiteraard samen met een continuering van de recreatieve luchtvaart. De in dit voorliggend ‘Masterplan Seppe Airparc’ beschreven ontwikkeling legt hiervoor de basis. Namens Seppe Airport NV, Frank Snijders Charles Jacobs Stef Have
In dit masterplan presenteren we daarom de volgende stap in de ontwikkeling van het vliegveld. We gaan uit van een splitsing van de activiteiten. Recreatieve luchtvaart zal in de toekomst overwegend aan de noordzijde van de landingsbaan zijn gesitueerd. Voor de zakelijke luchtvaart en bedrijven creëren we een nieuwe plaats aan de zuidkant van het vliegveld. Hier willen we een terminal realiseren voor de zakelijke luchtvaart en daarnaast ook luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid een plaats bieden.
5 838_MP Seppe_0210.indd 5
16-2-2010 15:04:45
6 838_MP Seppe_0210.indd 6
Vanaf Seppe is een groot deel van Europa te bereiken
16-2-2010 15:04:46
1 Inleiding Seppe Airport speelt in de regio West Brabant/Zeeland een belangrijke rol in het voorzien in de behoefte aan luchttransport. Vanaf Seppe is een groot deel van Europa binnen enkele uren vliegen te bereiken. In de afgelopen jaren is op het vliegveld op verschillende plaatsen geïnvesteerd met als doel levensvatbaarheid van het vliegveld te vergroten. Dit masterplan vormt de volgende stap. De focus ligt daarbij op het aantrekken van de zakelijke markt met ondersteunende functies zoals onder andere vergaderruimten, een businesslounge en horecagelegenheid. Daarnaast wordt ruimte geboden voor luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid. Als één van de aantrekkelijkste toppers voor de gemeente Halderberge kan de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein een kans bieden om de bestaande werkgelegenheid te behouden, nieuwe werkgelegenheid te creëren en Seppe Airport te versterken voor de toekomst. Hiermee kan deze ontwikkeling behalve voor de gemeente Halderberge ook voor West Brabant een versterking betekenen. Een verdere groei van het aantal vliegbewegingen is niet aan de orde. Het gaat om het creëren van ruimte voor dragende functies van het vliegveld. Door scheiding van de recreatieve functie van de zakelijk gerichte activiteiten ontstaat voor beide een duidelijker situatie.
Door de mogelijkheden voor zakelijke luchtvaart en luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid te vergroten ontstaat een stabielere basis voor de exploitatie van het vliegveld. Daarnaast wordt de functie van Seppe voor de regio vergroot, met als gevolg meer werkgelegenheid.
In deze rapportage wordt zowel de ruimtelijke opzet als de gewenste beeldkwaliteit beschreven.
Richtlijn en kader Het voorliggende masterplan vormt een globaal ruimtelijk kader voor de ontwikkeling van Airparc Seppe. Het maakt niet alleen duidelijk binnen welke ruimtelijke en programmatische kaders ontwikkeld kan worden, maar dient ook ter inspiratie van de vervolgstappen: de nadere uitwerking. De in het masterplan opgenomen voorbeelduitwerking moet worden gezien als eerste aanzet hiertoe. Met het oog op de ontwikkelingsduur van de realisatie van Airparc Seppe is het masterplan zodanig opgesteld dat sprake is van een flexibel plan en verschuivingen binnen de kaders mogelijk zijn. Hierdoor ontstaat de garantie van een sterk ruimtelijk kader in combinatie met een gezonde financiële haalbaarheid.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de uitgangspunten in beeld gebracht die als basis dienen voor het masterplan. Hoofdstuk 3 beschrijft het daadwerkelijke masterplan bestaande uit de kaart en de ondersteunende beschrijving. Dit gaat samen met de beeldregie uit hoofdstuk 4 de basis vormen voor de ontwikkeling in de komende jaren. Hoofdstuk 5 laat een mogelijke uitwerking zien. Deze uitwerking dient ter illustratie van de ambitie en de realiteitswaarde van het masterplan. Nadere uitwerking en toekomstige vragen uit de markt kunnen reden zijn om van dit beeld af te wijken. Hoofdstuk 4 laat de gewenste beeldkwaliteit op hoofdlijnen zien van zowel de openbare ruimte als de architectuur. Hoofdstuk 6 is de realisatiestrategie en in de bijlage is het vigerend beleid op verschillend niveau te vinden.
7 838_MP Seppe_0210.indd 7
16-2-2010 15:04:47
De Oude Bredasepostbaan
8 838_MP Seppe_0210.indd 8
De Bredasebaan
Seppe Airport vanaf de oostzijde
De locatie
16-2-2010 15:04:47
2 Uitgangspunten Een aantal belangrijke uitgangspunten zijn randvoorwaardelijk voor het masterplan. De basis wordt gevormd door de bestaande locatie zelf. Daarnaast vormen het programma, de ruimtelijke uitgangspunten en het vigerend beleid het kader voor de ontwikkeling. Hoewel in dit stadium het exacte programma, door de afhankelijkheid van de markt, nog niet bekend is, zijn toch bepaalde aspecten op hoofdlijnen te definiëren. Daarnaast zijn er een aantal ruimtelijke uitgangspunten die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling.
spottersplek van Seppe Airport. Bepalend voor deze rand van Bosschenhoofd is het groene karakter. Dit wordt gevormd door de bomenrij aan weerszijde van de Bredasebaan. Halverwege de locatie richting het westen deze groenzone versterkt met een extra bomenrij en onderbeplanting. De punt met spottersplek is ook in het gebied zelf vrij dicht begroeid net als de tuin van de woning in het midden van het gebied. De rest van de locatie bestaat uit akkers zonder opgaand groen.
De locatie
Opvallend is ook het hoogteverschil in de locatie. Het westelijk deel sluit min of meer aan op de hoogte van het vliegveld, maar het oostelijk deel ligt ruim 2,5 meter lager dan de start-/landingsbaan.
De locatie bevindt zich aan de zuidzijde van het dorp Bosschenhoofd tussen de Oude Bredasepostbaan en de Rijksweg A58, Breda - Roosendaal. De locatie, met zijn functionele invulling, zal integraal onderdeel gaan uitmaken van het bestaande vliegveld. De locatie ligt aan de andere zijde (zuidzijde) van de start- en landingsbaan dan de huidige bebouwing van Seppe Airport. Deze locatie is om verschillende redenen gekozen: • Een vermenging van bedrijvigheid en de recreatie ten noorden van het vliegveld is niet wenselijk; • De locatie houdt meer afstand tot natuur (bossen aan de noordzijde); • De locatie heeft een goede ontsluiting; • De fysieke ruimte aan de noordzijde is beperkt; • De locatie aan de zuidzijde is goed zichtbaar wat de slagingskans van de ontwikkeling ten goede komt; • De locatie aan de zuidzijde is goed bereikbaar, direct vanaf de A58, zonder overlast voor grote hoeveelheden woningen; • De relatie met het bestaande vliegveld is op deze plaats optimaal.
Bestaand groen
Bestaande situatie De locatie is circa 6 hectare groot en is nu voornamelijk in gebruik als agrarische grond. Centraal in het plangebied ligt een woonkavel. De westpunt heeft een gedifferentieerde invulling met bossages gecombineerd met de
Bestaande infrastructuur
9 838_MP Seppe_0210.indd 9
16-2-2010 15:04:59
Programma
10 838_MP Seppe_0210.indd 10
16-2-2010 15:05:16
Programma Om de mogelijkheden van de ontwikkeling te onderzoeken is, in februari 2009, door ZKA Consultants & Planners een quickscan gedaan naar de haalbaarheid van luchtvaartgebonden bedrijven bij Seppe. Conclusie was dat voor Seppe afzetmogelijkheden bestaan in de mark van zakencharters. Dit is een snel groeiend luchtvaartsegment dat -anders dan zakelijke lijnvluchten regiogebonden is. Op onderhoudsgebied kan het de kleinschalige component van Maintenance Valley invullen. Seppe kan in West-Brabant en Zeeland een eigen thuismarkt scheppen. De mogelijkheden voor vastgoedontwikkeling voor luchtvaartgebonden bedrijven bij Seppe Airport zijn volgens deze quickscan gunstig: 1. Luchtvaartgebonden bedrijven zijn geïnteresseerd in een bedrijfslocatie op een luchthaven; 2. De vastgoedmarkt en economie in West Brabant ontwikkelt zich positief, maar kent nog geen bedrijventerrein op een luchthaven; 3. Seppe ligt centraal in de regio en strategisch aan de A58 en: goed bereikbaar, alom bekend en zichtbaar.
Met dit als achtergrond zijn de volgende programmapunten gedefinieerd: • Er is een functionele indeling in de locatie van oost naar west in vijf delen; 1 parkeren+spotters, 2 busnessunits gecombineerd met hangars, 3 terminal (horeca, recreatie, cultuur, shoppette), 4 parkeren + spotters • Het totaal bedrijfsoppervlak zal circa 25.000m² - 35.000m² bvo bedragen; • Het totaal oppervlakte aan hangars zal 15.000m² - 20.000m² bvo bedragen; • Het parkeren wordt binnen het plangebied opgelost open op maaiveld of in de vorm van gebouwd parkeren; • De parkeernorm voor bedrijfsruimten is minimaal 2,0 PP/100 m² bvo (inclusief bezoekersparkeren);
•
•
De hangars zijn gekoppeld aan de bedrijven en vormen de ‘garages’ van de bedrijfsruimten. Om die reden is geen extra parkeernorm opgenomen voor deze functies. De functies van de bedrijven zijn op enige wijze luchtvaartgerelateerd.
Uitgangspunten • Het groene karakter van de zone langs de Bredasebaan wordt gehandhaafd; • De noodzakelijke watercompensatie wordt in de groenzone opgelost; • De route van Oude Bredasepostbaan wordt ter plaatse van de bebouwing omgelegd en ingericht als langzaamverkeersroute; • De loop van de Oude Bredasepostbaan wordt gevisualiseerd; • Parkeren wordt zoveel mogelijk aan het oog onttrokken vanaf de Bredasebaan; • Er is een flexibele fasering mogelijk; • Bedrijfsruimten zijn fysiek gekoppeld aan de hangars • Er is sprake van een accent op de oost- en de westkop van de bebouwing. Vigerend beleid Op diverse schaalniveaus bestaat er beleid voor luchtvaart, luchthavens en de effecten hiervan op de ruimtelijke omgeving. Niet al dit beleid heeft direct relevante gevolgen voor de ontwikkeling van de planlocatie, toch zijn enkele conclusies van belang: • Het bevoegd gezag betreffende beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en organisatie betreffende de luchtvaart ligt bij de decentrale overheden. De provincies hebben op basis van de Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML) van 1 november 2009 nieuwe luchtvaarttaken gekregen. Dit, in combinatie met het vermogen van de exploitant, om tot een goed gebruik van de luchthaven te komen. De bestaande geluidsgrenzen, zoals vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan, dienen te worden gehandhaafd.
De ontwikkeling betreft geen geluidgevoelige bestemming (terminal, bedrijfsruimten en hangars) en dit
11 838_MP Seppe_0210.indd 11
16-2-2010 15:05:26
Huidige bestemmingsplankaart
12 838_MP Seppe_0210.indd 12
16-2-2010 15:05:36
•
•
vormt dan ook geen belemmering; Het Rijk stelt nog wel eisen op het gebied van milieuveiligheid (waaronder ook geluid), vliegveiligheid en externe veiligheid. Voor de berekening van deze waarden zijn formules opgesteld. Zowel bij de exploitatie van het vliegveld als bij ontwikkelingen in de directe omgeving dient hier rekening mee gehouden te worden. Bij verdere planvorming is onderzoek naar de externe veiligheid en milieuveiligheid nodig; Het huidige bestemmingsplan staat geen ontwikkeling van bedrijvigheid op de planlocatie toe. Om de ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan gemaakt te worden.
• •
•
Het plangebied is op zeer grote afstand van de Europese Natura-2000 gebieden gelegen. De Oude Bredasepostbaan is een gewaardeerde historisch geografische lijn in het landschap. Behoud van deze weg/ lijn in het landschap is gewenst. In het Masterplan is deze ruimtelijk historische lijn opgenomen en middels zichtlijnen en informatieborden beleefbaar gemaakt; Het zuidwestelijke deel van het plangebied heeft een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Dit deel wordt echter niet bebouwd. Het overige deel van het plangebied heeft een lage archeologische verwachtingswaarde. De noodzaak van verder archeologisch onderzoek wordt in een later stadium bekeken.
Quickscan In december 2008 heeft RBOI in opdracht van Seppe Real Estate B.V. reeds een quickscan uitgevoerd naar de mogelijkheden en beperkingen van de planlocatie. Hierbij is het plangebied gescreend op milieu- en omgevingsfactoren. De conclusies uit deze quickscan zijn in het Masterplan opgenomen als uitgangspunten. Ontwikkelingen van beleid en omgeving zijn in deze uitgangspunten meegenomen. • Binnen het gebied ligt een water- en gastransportleiding. Deze leiding heeft aan beide zijden een zonering waarbij minimaal 4 meter afstand tot de leiding bewaard wordt. In het Masterplan is de leiding opgenomen in een voldoende brede open zone (zonder bebouwing) tussen twee bebouwingsblokken; • In verband met de ligging van het plangebied in de nabijheid van een beschermd waterwingebied is zware bedrijvigheid op de locatie niet toegestaan. In het Masterplan is geen zware bedrijvigheid gepland. • Nader veldonderzoek naar flora- en faunaonderzoek moet uitwijzen of er beschermde soorten op de planlocatie voorkomen. Wel is bekend op basis van gegevens van het Natuurloket dat diverse beschermde soorten in de omgeving van het plangebied zijn aangetroffen. Veldonderzoek zal dit moeten uitwijzen;
13 838_MP Seppe_0210.indd 13
16-2-2010 15:05:37
P P
Masterplankaart
14 838_MP Seppe_0210.indd 14
16-2-2010 15:05:39
3 Het masterplan Basisuitgangspunt voor de totale ontwikkeling is het fysiek en functioneel koppelen van de nieuwe bedrijfsbebouwing aan het bestaande vliegveld. Daarbij is een goede aansluiting op zijn omgeving met voldoende groen en water van belang. Onderstaand wordt per ruimtelijk aspect beschreven wat de ambitie en randvoorwaarden zijn die leidend zijn voor de toekomstige uitwerking:
Hoofdstructuur Basis is een flexibele bouwvlak die aan de start- c.q. landingsbaan ligt. Tussen dit bouwvlak en de Bredasebaan is een groenzone opgenomen. Aan de oost en westzijde zijn twee parkeervelden gelegen die worden gecombineerd met de spottersplaatsen. Het bouwvlak wordt op drie plaatsen doorbroken met een groene doorsteek. De exacte plaats en breedte van deze doorsteken wordt in de uitwerking bepaald. De eerste 30 meter van het bouwvlak, gemeten vanaf de zijde van de startc.q. landingsbaan wordt benut voor de hangars. De ruimte hierachter wordt ingevuld met bedrijfsbebouwing, eventueel gecombineerd met hangars. Op de oost- en westkop van de ontwikkeling komt een accentgebouw. De uitvoering moet leiden tot een duurzame structuur en inrichting die zorg draagt voor een aantrekkelijke toevoeging op deze plek.
Infrastructuur De infrastructuur bestaat uit die voor vliegtuigen en auto’s. Een voorziening voor het langzaamverkeer wordt beschreven bij de Oude Bredasepostbaan. Vanaf het hart van de landingsbaan wordt een afstand van 90 meter aangehouden tot de nieuwe bebouwing. Ten behoeve van het vliegverkeer wordt er in de bebouwingsvrije zone een taxibaan aangelegd, gelijkend met die aan de overzijde, maar dan in gras. De ruimte tussen de taxibaan en de bebouwingsgrens kan gebruikt worden voor het opstellen van vliegtuigen. De bedrijfsruimten en hangars worden voor het autoverkeer ontsloten vanaf
de Bredasebaan. Deze weg loopt in de oost-westrichting en sluit aan beide zijden direct aan op op- en afritten van de A58. Op dit moment zijn er 7 aansluitingen op de Bredasebaan, voor onder andere de ontsluiting van de spottersplek en de woning. In de nieuwe situatie wordt elk parkeerveld los ontsloten en per cluster wordt in ieder geval 1 aansluiting op de Bredase baan gemaakt. Het aantal aansluitingen op de Bredasebaan blijft gelijk.
Oude Bredasepostbaan In de nieuwe situatie is de route van de Oude Bredasepostbaan vanuit beheersbaarheid en veiligheid niet te handhaven. Voor het langzaam verkeer wordt de route daarom omgelegd naar de zuidzijde van de toekomstige bebouwing. De langzaam verkeersroute zal daarbij door de groenstrook lopen en mogelijk deels door de clusters waarbij de route dan zal samenvallen met die voor bestemmingsverkeer. Voor de bereikbaarheid van de westelijke spottersplek kan een deel van de Oude Bredasepostbaan toegankelijk blijven voor autoverkeer. Een andere optie is de spottersplek te ontsluiten via de Bredasebaan. Voor het doorgaande autoverkeer over de Oude Bredasepostaan zal er aan de oostzijde van het plangebied een koppeling gemaakt worden met de Bredasebaan. De auto’s worden dan ter hoogte van het vliegveld via de Bredasebaan geleid. Onderzocht zal worden hoe het verleden van de Oude Bredasepostbaan in leven te gehouden kan worden. Gedacht wordt aan een markering aan het begin en het einde met informatiebord, eventueel met foto’s. Doordat de volledige lijn vrijgehouden is van bebouwing zijn beide markeringspunten zichtbaar.
15 838_MP Seppe_0210.indd 15
16-2-2010 15:06:03
P P
P P
P P
Principeprofielen
16 838_MP Seppe_0210.indd 16
16-2-2010 15:06:14
Parkeren Aan de westzijde wordt een nieuw parkeerterrein gerealiseerd aansluitend op de huidige spottersplek. Hier komen parkeerplaatsen die gebruikt worden voor de spotters en de terminal. Een directe voetgangsverbinding tussen het parkeerterrein en de terminal is noodzakelijk. Ook aan de oostzijde wordt een parkeerterrein gerealiseerd. Deze dienen als overloop voor de bedrijvigheid en voor de nieuw te realiseren spottersplek. Het parkeren behorend bij de hangars en bedrijfsruimten wordt binnen de locatie opgelost waarbij in de uitwerking gekeken zal worden of dit op maaiveld, ondergronds of als overbouwd parkeren wordt uitgevoerd. De ambitie is om het parkeren op zorgvuldige wijze in te passen, ‘aangekleed’ met voldoende groen om te voorkomen dat de auto een te prominente plaats inneemt in de ontwikkeling. Er zit in het oostelijk deel van de locatie een hoogteverschil van ruim 2,5 meter wat het mogelijk maakt om overbouwd parkeren toe te passen zonder grote ingrepen. Met name is het oostelijk deel van het terrein zal een fors programma kunnen krijgen en daarmee een hoge parkeerdruk. De te hanteren norm in de uitwerking is 2 parkeerplaatsen/100m² bvo.
Tussen de bebouwing worden drie groene doorsteken gerealiseerd met een maat van 15-25 meter. Deze groene insteken zorgen voor een schaalverkleining van de locatie en brengen het groen het gebied in tot aan de landingsbaan. Gestreefd wordt naar handhaven van behoudenswaardige bomen in de groengebieden.
Bebouwing De bebouwing vormt een sterk beeld langs de snelweg. De gehele ontwikkeling wordt als één stedenbouwkundig ensemble beschouwd waarbij fasering mogelijk is. Het geheel is attractief voor zowel de kijker vanaf de snelweg als het passerend verkeer op de Bredasebaan en de voetganger en fietser binnen het gebied. Verschillende belevingen spelen hier dus een rol. Van belang voor de hoogte van de bebouwing is de vrije ruimte die aangehouden dient te worden voor het vliegverkeer. Vanuit het hart van de landingsbaan wordt buiten een hoek van 1:10 niet gebouwd. Dit resulteert in een hangarstrook van maximaal 7 meter hoog met daarachter bedrijfsbebouwing van 3 bouwlagen hoog. Slechts op de oostelijke punt is een extra hoogte mogelijk van 4 tot 5 bouwlagen.
Groen en water Tussen de ontwikkeling en de Bredasebaan wordt een groene zoom aangebracht waarbinnen de wateropgave wordt opgelost. Deze zone wordt als een parkachtig landschap vormgegeven waardoor een fraaie buffer ontstaat langs de snelweg en een mooi voorterrein bij de bebouwing. Het gebied is openbaar toegankelijk en functioneert als uitloop voor de werknemers en passanten in het gebied.
17 838_MP Seppe_0210.indd 17
16-2-2010 15:06:24
Referentiebeelden openbare ruimte
18 838_MP Seppe_0210.indd 18
16-2-2010 15:06:26
4 Beeldkwaliteit Om te komen tot een hoogwaardig werk- en leefmilieu is een consequent doordenken van structuur naar detail vereist. Een essentieel onderdeel van ruimtelijke kwaliteit is de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en de architectuur van de gebouwen. De zorg voor deze kwaliteit dient dan ook een integraal onderdeel te zijn van de planvorming. In dit rapport wordt volstaan met een beeldkwaliteit op hoofdlijnen. Hiermee wordt de gewenste identiteit en uitstraling vastgelegd. De sturing hiervan krijgt handen en voeten door middel van een set spelregels waarmee de volgende aspecten moeten worden geregeld: • karakter van het gebied; • inrichtingseisen openbaar gebied; • bebouwingstypologie; • kapvorm; • rooilijn; • bouwhoogte; • positionering en oriëntatie van de bebouwing; • kleurstelling en materiaalgebruik.
De groenzone zal een open karakter krijgen ingericht met gras en eventueel een solitaire boom of enkele kleine clusters van bomen van groot formaat. Van belang hierbij is de hoogte in relatie tot de veiligheid van het vliegveld. Op kleiner schaalniveau is sprake van groot aantal hoven tussen de bebouwing en het directe voorgebied bij de bebouwing aan de zijde van de groenzone. Deze gebieden zullen veel minder een groen karakter krijgen. De functie van deze gebieden betreft voornamelijk het parkeren en de ontsluiting van de bedrijven. Er zal dus meer sprake zijn van een ‘hard’ karakter, aansluitend op de bebouwing, ingericht met bestrating, straatmeubilair en een enkele boom in de verharding. Slechts op een enkele plek zal mogelijk nog een groene doorsteek worden gerealiseerd. Deze gebieden vormen voor een groot deel van de bedrijven het blikveld en daarmee is een hoogwaardige invulling zeker van belang. Belangrijk aspect hierbij is ook de verlichting. De beelden geven een eerste impressie van het karakter van de openbare ruimte. Een nadere uitwerking in de vorm van een inrichtingsplan zal de exacte inrichting helder moeten maken.
Openbare ruimte De openbare ruimte begeeft zich op verschillend schaalniveau. Op de grote schaal is er sprake van een groen landschap dat tussen de rijksweg en de ontwikkeling ligt. De gesitueerde parkeerplaatsen ten oosten en westen doen daarin mee en zullen landschappelijk worden ingericht. De spottersplaatsen worden hierin op natuurlijke wijze geïntegreerd. De groenzone wordt afgescheiden van de Bredasebaan door een watergang en een rij bestaande bomen. Het water zal op plaatsen verbreed worden om de noodzakelijke waterberging te realiseren. De bestaande bomenrijen direct aan de Bredasebaan wordt gehandhaafd en zo mogelijk wordt ook de extra bomenrij in het westelijk deel gehandhaafd. De onderbeplanting zal grotendeels worden verwijderd.
19 838_MP Seppe_0210.indd 19
16-2-2010 15:06:30
Referentiebeelden bedrijfsbebouwing
Referentiebeelden hangars
20 838_MP Seppe_0210.indd 20
16-2-2010 15:06:30
Architectuur
•
De architectuur krijgt een zorgvuldig, industrieel karakter. Het geheel heeft een zakelijk-functionele uitstraling aansluitend op de doelgroep. Verwijzingen, qua karakter en materialisering, naar de luchtvaart zijn hier zeker op zijn plaats.
• • •
Bij de uitwerking van de architectuur worden de volgende beeldregels gehanteerd: • De bebouwing begint op een afstand van 90 meter uit het hart van de start-/landingsbaan; • Hangars zijn maximaal 7 meter hoog; • De hangars staan op een strakke rooilijn en zijn primair georiënteerd op het vliegveld; • De gezamenlijke hangars vormen één gevelcompositie dat gefaseerd kan worden opgebouwd; • Bedrijfsruimten zijn fysiek en functioneel gekoppeld aan de hangars; • De bedrijfsruimten hebben een basishoogte van 3 lagen met een mogelijkheid voor 4 lagen daar waar dat kan in het kader van de bebouwingsvrije ruimte; • Bedrijfsruimten zijn alzijdig; • De vormgeving van de bedrijven is op elkaar afgestemd en gezamenlijk vormen de bedrijfsruimten één ensemble; • Materialisering van de hangars bestaat uit geprofileerde staalplaat liggend of staand uitgevoerd; • Accentvlakken in de hangars kunnen uitgevoerd worden in een vlakke beplating of hout; • Alle hangars worden uitgevoerd in een lichte kleurstelling; • Gevelmateriaal van de bedrijven bestaat uit een combinatie van glas, metselwerk, beton, hout en staal; • Er dient extra aandacht aan de compositie en vormgeving van de daken te worden gegeven omdat deze vanuit de vliegtuigen goed zichtbaar zijn;
• •
Alle materialen worden zoveel mogelijk met een natuurlijke uitstraling gerealiseerd; Metselwerk wordt in donkergrijze en zwarte tinten toegepast; Duurzame materialisering en het zorgvuldig omgaan met energie is basis in de ontwikkeling; Gekeken zal worden of op het gebied van duurzaamheid een extra inspanning kan worden gerealiseerd; Als het parkeren in gebouwde vorm wordt opgelost vormt dit integraal onderdeel van het ontwerp; Gebouwd parkeren dient zoveel mogelijk uit het zicht en geïntegreerd in het landschap te worden opgelost.
21 838_MP Seppe_0210.indd 21
16-2-2010 15:06:32
22 838_MP Seppe_0210.indd 22
16-2-2010 15:06:35
5 Voorbeelduitwerking De masterplankaart en de uitwerkingsvoorwaarden bieden een stevig kader met de nodige flexibiliteit waardoor het een goed ontwikkelingsinstrument is voor de komende jaren. Aan deze kaart en regels ligt een hoge ambitie ten grondslag die met de volgende voorbeelduitwerking wordt gevisualiseerd. Dit is een schetsmatige vertaling van de mogelijkheden die het masterplan biedt. Het laat zien hoe de verschillende aspecten een plek kunnen krijgen en daarmee in een bijzondere ontwikkeling kan resulteren met respect voor zijn omgeving. De uiteindelijke uitwerking zal in de vorm van een stedenbouwkundig plan gebeuren, eventueel ondersteund door een beeldkwaliteitsplan. Dit vormt de volgende stap in het proces en zal in zorgvuldig overleg met de gemeente en provincie tot stand komen.
23 838_MP Seppe_0210.indd 23
16-2-2010 15:06:36
Voorbeelduitwerking
24 838_MP Seppe_0210.indd 24
16-2-2010 15:06:36
ng
Deeluitwerki
25 838_MP Seppe_0210.indd 25
16-2-2010 15:06:43
Deeluitwerking
Deeluitwerking
26 838_MP Seppe_0210.indd 26
16-2-2010 15:06:50
27 838_MP Seppe_0210.indd 27
16-2-2010 15:06:52
HVN00G 03316G0000
HVN00G 03317G0000
HVN00G 03314G0000
HVN00G 02836G0000
HVN00G 02663G0000
HVN00H 01104G0000
HVN00H 01187G0000
99 HVN00G 03323G0000
108
HVN00G 02837G0000
d Ou
e
Br
ed
e as
po
stb
aa
n
HVN00H 01101G0000
HVN00G 03399G0000
259G0000
HVN00H 01109G0000
fase 4
HVN00G 03062G0000
G 03219G0000
HVN00G 03400G0000
fase 3
HVN00H 01111G0000
HVN00H 01408G0000
HVN00H 01110G0000 HVN00G 03767G0000
27 HVN00G 03456G0000
fase 2
HVN00G 03455G0000
HVN00G 03458G0000
HVN00G 03452G0000
fase 1 HVN00G 03454G0000 HVN00G 03453G0000
Par
alle
lwe
g
HVN00G 03451G0000
HVN00G 03450G0000 HVN00G 03459G0000
28 838_MP Seppe_0210.indd 28
16-2-2010 15:07:02
6 Realisatie Realisatiestrategie Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan “Vliegveld Seppe” uit 1997. De bestemming is aangeduid als “Agrarisch gebied met landschappelijke waarde” en ‘‘wonen’’. Hier is het ontwikkelen van bedrijfsgebouwen niet mogelijk. Een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied ten zuiden van het vliegveld is noodzakelijk. Het huidig beleid voor vliegvelden geeft aan dat er een specifieke vraag is naar bedrijventerreinen gerelateerd aan een luchthaven. Er lijken in dit opzicht geen belemmeringen te zijn voor het Masterplan. Ook overige belemmeringen met betrekking tot planologie zijn niet te verwachten. Het plangebied is geheel in eigendom van Seppe Airport. De eigenaren van het vliegveld zijn voornemens om het Masterplan op eigen risico in fasen te realiseren. De 1e fase zal bestaan uit het faciliteren van de luchthaven met onder andere een terminal en luchtvaart gerelateerde bedrijven. De overige fasen bestaan uit luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid. Het plan bestaat uit maximaal 4 fasen, welke als afgeronde gebieden los van elkaar gebouwd kunnen worden. Fasen
Fase 1
Fase 2
Fase 3
Fase 4
Bebouwd oppervlak
6842 m2
4954 m2
8690 m2
7738 m2
In principe zullen alle gebouwen in eigen beheer gerealiseerd worden. Binnen Seppe Airport zullen bedrijfsruimten met hangars geëxploiteerd worden middels verhuur aan derden of de gronden worden uitgegeven in erfpacht zoals nu reeds aan de noordzijde gebeurt. Deze constructie zorgt voor behoud van de uitstraling van Seppe Airparc en versterkt de financiële positie van het vliegveld. Het plangebied blijft op deze manier altijd betrokken bij het vliegveld. Ervan uitgaande dat alle partijen positief zijn over dit Masterplan, verwachten wij medio 2011 bestemming te hebben en te kunnen starten met de bouw van de eerste fase.
29 838_MP Seppe_0210.indd 29
16-2-2010 15:07:29
30 838_MP Seppe_0210.indd 30
16-2-2010 15:07:30
Bijlage Europees beleid De Europese wetgeving op het gebied van luchtvaart richt zich met name op het tot stand brengen van één gemeenschappelijk Europees luchtruim. Het gaat dan ook in op wetgeving op het gebied van exploitatie en richt zich daarmee op het beheer van vergunningen voor luchtvaartmaatschappijen, de voorwaarden voor de vervoersondernemers betreffende de toegang tot de intracommunautaire verbindingen, de tarieven voor passagiers en het bevorderen van vrachtdiensten. Ruimtelijk en organisatorisch is het luchtvaartbeleid gedecentraliseerd naar lagere overheden. De decentrale overheden met regionale luchthavens krijgen met name te maken met staatssteunregels waarvoor in het Europese beleid richtlijnen zijn opgenomen.
Nationaal beleid Van Rijk naar provincies Nederland kent naast Schiphol een groot aantal andere luchthavens. Voor deze luchthavens is nieuw beleid ontwikkeld, dit is uitgewerkt in de wet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML) die op 1 november 2009 in werking is getreden. Met deze regelgeving zijn de besluitvormingsprocedures voor deze luchthavens in Nederland vereenvoudigd. Daarnaast zijn de taken en bevoegdheden voor deze luchthavens (deels) van het Rijk overdragen aan de provincies. Uitzonderingen op deze regel zijn de luchthavens Eelde, Lelystad, Maastricht, Twente en Rotterdam. De besluitvorming over deze luchthavens van nationale betekenis blijft in handen van het Rijk. De bevoegdheden voor Seppe zijn aldus overgedragen aan de provincie Noord-Brabant. Met de decentralisatie krijgen de provincies ten aanzien van burgerluchthavens van regionale betekenis de bevoegdheid te besluiten over de milieuruimte van een luchthaven en de ruimtelijke implicaties daarvan. Het Rijk stelt wel randvoorwaarden op grond van milieu-, vliegveiligheids- en externe veiligheidsoverwegingen waar de provincies rekening mee moeten houden in hun besluiten. Deze randvoorwaarden zijn vastgelegd in het Besluit Burgerluchthavens (BBL) en de Regeling Burgerluchthavens (RBL).
Wet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML), 27 oktober 2009 Vanaf 1 november 2009 is de Wet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML) van kracht. In de RBML is overgangsrecht opgenomen voor bestaande burger luchthavens om de overdracht van bevoegdheden naar de provincies bij bestaande besluiten en ontheffingen te reguleren. Tevens geeft het RBML richtlijnen voor gebruik, afmetingen, veiligheidsafstanden en dergelijke van vliegvelden. Regeling Burgerluchthavens (RBL), 27 oktober 2009 De Regeling Burgerluchthavens vindt zijn grondslag in de Wet luchtvaart zoals deze luidt na inwerkingtreding van de (wijzigings)Wet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML) en het Besluit burger luchthavens (BBL) dat tegelijkertijd met de wet RBML in werking is getreden. De regeling bevat onder andere voorschriften voor het berekenen van de geluidbelasting van het luchtverkeer dat van een luchthaven gebruikmaakt en de ruimtelijke beperkingen op gebieden met betrekking tot de geluidbelasting en het externe veiligheidsrisico van de luchthaven. Met het oog hierop is de regeling mede ondertekend door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). De Regeling geeft concrete invulling aan het kader zoals dat is gesteld in de Wet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens.
Provinciaal beleid Streekplan Provincie Noord- Brabant (2002) De provincie Noord-Brabant is ten opzichte van andere provincies ruim bedeeld met luchtvaartactiviteiten met de daarbij behorende vliegvelden. De provincie Brabant telt vijf militaire luchthavens, waarvan één gecombineerde regionale luchthaven, twee vliegvelden voor kleine luchtvaart en circa 15 helikopterhavens. Met de invoering van de wet Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML) op 1 november 2009 heeft de provincie nieuwe luchtvaarttaken voor de burgerluchtvaart gekregen van het rijk.
31 838_MP Seppe_0210.indd 31
16-2-2010 15:07:32
fotografie: Roy Berghout
32 838_MP Seppe_0210.indd 32
16-2-2010 15:07:32
De provincie zet in op een concentratie van de burgerluchtvaart op Eindhoven Airport. Voor de vliegvelden voor de burgerluchtvaart bij Budel (WeertKempen) en Seppe wil de provincie het indirect ruimtebeslag vanwege de milieubelasting handhaven op ten hoogste het niveau dat is vastgelegd in de besluiten op grond van de Luchtvaartwet. De voorkeur is dat het ruimtebeslag vanwege de milieubelasting verminderd wordt. De aanleg van nieuwe luchtvaartterreinen is uitgesloten. Tevens wil de provincie, behalve op Eindhoven Airport, geen nieuwe civiele activiteiten op militaire vliegbases.
Interim structuurvisie Noord-Brabant Naar aanleiding van de invoering van de Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008 heeft de provincie Noord-Brabant de Interimstructuurvisie “Brabant in Ontwikkeling” opgesteld (juli 2008). De nieuwe wet verplicht overheden tot het opstellen van een structuurvisie waaruit blijkt wat hun belangen zijn en welke instrumenten ze inzetten om deze te realiseren. De Interimstructuurvisie bevat in hoofdzaak bestaand ruimtelijk beleid, zoals opgenomen in Brabant in Balans, Streekplan Noord-Brabant 2002. Verouderde teksten zijn daarbij geactualiseerd en er is rekening gehouden met besluitvorming die na de vaststelling van het Streekplan 2002 heeft plaatsgevonden. Nieuw aan deze visie is de Uitvoeringsagenda 2008-2009. De Uitvoeringsagenda 2008-2009 sluit aan op de prioriteiten zoals die genoemd zijn in het Bestuursakkoord 2007-2011 Vertrouwen in Brabant.
Notitie Luchtvaart Noord Brabant Gewerkt wordt aan een ‘Notitie Luchtvaart Noord-Brabant’. In deze notitie zal een overzicht gepresenteerd worden van de verantwoordelijkheden die op de provincie afkomen in het kader van de Wet RBML (Regeling Burgeren Militaire Luchthavens). Daarbij worden kaders gegeven op de grootte en ligging van de kleinere burgerluchtvaart, openings- en sluitingstijden, normen voor veiligheid en geluid, regels voor gebruik, eisen aan informatievoorziening en rapportage en het instellen van CRO’s (Commissies Regionaal Overleg).
Gemeentelijk beleid Bestemmingsplan Vliegveld Seppe (1997) Het plangebied is geregeld in een ‘eigen’ bestemmingsplan ‘Vliegveld Seppe’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 25 september 1997 en op 15 januari 1998 is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van NoordBrabant op basis van de toen geldende Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). In dit bestemmingsplan hebben de gronden negen hoofdbestemmingen, conform de huidige situatie: • Vliegveldterrein bebouwd • Vliegveldterrein onbebouwd • Woondoeleinden • Dienstverlening • Agrarisch gebied met landschappelijke waarden • Houtopstanden • Groenvoorzieningen • Onverharde weg • Water Het bestemmingsplan staat geen ontwikkeling toe van bedrijven of extra faciliteiten ten behoeve van de zakelijke dienstverlening. Daarnaast geldt voor het gehele gebied een medebestemming Grondwaterbeschermingsgebied voor het waterwingebied Seppe. Verder worden beperkingen gesteld ten aanzien van de gas- en watertransportleiding en de hoogte van de bouwwerken. De op de kaart weergegeven geluidszone is gebaseerd op het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart (Bgkl). Onder kleine luchtvaart worden verstaan vaste vleugel- luchtvaartuigen met schroefaandrijving en een toegelaten totaalmassa tussen de 390 kg – 6000 kg. De geluidszone is bepaald uitgaande van 58.000 vliegtuigbewegingen per jaar en 900 helikopterbewegingen.
33 838_MP Seppe_0210.indd 33
16-2-2010 15:07:36
34 838_MP Seppe_0210.indd 34
16-2-2010 15:07:37
Colofon Seppe Airport
Forum Real Estate Investments
Arcus Projectontwikkeling
Wissing Stedebouw en ruimtelijke vormgeving BV februari 2010
35 838_MP Seppe_0210.indd 35
16-2-2010 15:07:39
36 838_MP Seppe_0210.indd 36
16-2-2010 15:07:40
Breda International Airport
1 van 7
Overname Vliegveld Seppe 2008 ACHTERGROND: • Vliegveld Seppe = verliesgevend voor aandeelhouders • Alle West-Brabantse gemeenten en provincie Noord-Brabant kiezen voor privatisering -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
• Opdracht aan koper: Behoud van een zelfstandig (recreatieve) vliegveld. • Randvoorwaarde: Niet meer vliegen dan in 2008 volgens de normen toegestaan. DOELEN EN MAATREGELEN VOOR EEN ECONOMISCH ZELFSTANDIG VLIEGVELD: • Zorgen voor een toegevoegde waarde voor de omgeving • Kwaliteitsimpuls • Geen verruiming maximum geluidsnormering -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
• Aantrekken zakelijke markt, niet alleen recreatief vliegen • Aantrekken bedrijven (Seppe Airparc zorgt voor banen) • Duurzaam ondernemen indien mogelijk
n a pl r e st a M Seppe
Airparc
16-2-2010
15:04:17
dd 1
pe_0210.in
838_MP Sep
2 van 7
10 jaar Breda International Airport • Vernieuwing / kwaliteitsverbetering komt op gang • State of the art General Aviation Vliegveld (kleine luchtvaart) • Leisure, training en zakelijke vluchten meer in evenwicht • Vliegbewegingen (ruim) binnen de kaders, geen verruiming (afspraak is afspraak) • Ruimte voor het organiseren van diverse evenementen (evenementenkalender) • Breda Airparc deels gerealiseerd, erg conjunctuurgevoelig -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Vlieg-geluidsbewegingen 1990 tot en met 2019
• Vliegveld economisch op eigen benen (kostenneutraal) • Innovatieve, cross-sectorale samenwerkingen • Breda Airparc biedt in fase 1 en 2 al meer dan 175 arbeidsplaatsen op HBO/WO niveau
3 van 7
Breda International Airport 2030 ECONOMISCH STABIELE EN DUURZAME BEDRIJFSVOERING: • Vernieuwing en/of vervanging alle gebouwen (kwaliteitsverbetering) • Kwaliteitsverbetering openbare ruimte vliegveld • 2025 gebouwen Breda Airparc 50% energieneutraal • Onderzoeken verduurzaming vliegen (elektrisch / waterstof) • Streven afname helikoptergeluidsruimte 25% i.c.m. verbrede bedrijvigheid • Actualisatie milieuvergunning • Afronden realisatie Breda Airparc < 2023
4 van 7
Realisatie Breda Airparc
5 van 7
Wens tot verruiming mogelijkheden Breda Airparc • Ontwikkeling gaat trager dan gewenst • Economisch zeer kwetsbaar (geen stabiele financiële basis) • Vestiging minder conjunctuurgevoelige bedrijven is gewenst • Leegstand invullen met andere bedrijven VOORSTEL VERRUIMING: • Hangars in gebruik bij luchtvaartgerelateerde bedrijven • Kantoren grotendeels in gebruik bij luchtvaart-gerelateerde bedrijven • Maximaal 50% kantoorruimte voor kleinere niet-luchtvaartgerelateerde bedrijven ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
• Stedenbouw / vormgeving / omvang blijft ongewijzigd, geen concessies aan kwaliteit
6 van 7
Onze vragen • Vindt u dat het vliegveld zich in de afgelopen 10 jaar positief heeft ontwikkeld? • Is het vliegveld van toegevoegde waarde voor de regio? • Ondersteunt u verdere verduurzaming van het vliegveld? • Vind u het goed als ook niet-luchtvaartgerelateerde bedrijven zich vestigen als ze niet zorgen voor extra vliegbewegingen?
Ruimtegebruik en mix van bedrijven
7 van 7
Inloopavond Breda International Airport visie 2030 8 juli 2020
Op woensdagavond 8 juli organiseerde Breda International Airport een inloopavond waar werd teruggeblikt op 10 jaar privatisering en vooruit werd gekeken naar de plannen voor de komende 10 jaar. De opkomst was 24 personen, waarvan 23 er een korte vragenlijst met ruimte voor opmerkingen hebben ingevuld. De vragen en resultaten waren als volgt:
1.
Vindt u dat het vliegveld zich in de afgelopen 10 jaar positief heeft ontwikkeld?
17%
83%
Ja
2.
Neutraal
Nee
Is het vliegveld van toegevoegde waarde voor de regio?
13% 26% 61%
Ja
Neutraal
Nee
Bijz: van de 3 respondenten die nee als antwoord op deze vraag gaven waren er twee tegen en één tegen verruiming van het vliegveld. Van de 6 respondenten welke als antwoord neutraal gaven waren er vier voor, één neutraal en één tegen verruiming van het vliegveld.
Inloopavond Breda International Airport visie 2030 8 juli 2020
3.
Ondersteunt u verdere verduurzaming van het vliegveld?
4%
96%
Ja
4.
Neutraal
Nee
Vindt u het goed als ook niet-luchtvaartgerelateerde bedrijven zich vestigen als deze niet zorgen voor extra vliegbewegingen? 17% 18% 65%
Ja
Neutraal
Nee
Bijz: van de 4 respondenten die nee als antwoord op deze vraag vond één wel het vliegveld een toegevoegde waarde voor de regio en twee niet. Één was daarbij neutraal. Van de respondenten welke neutraal als antwoord gaven op deze vragen vonden er drie wel het vliegveld van toegevoegde waarde en was er één neutraal.