Bijlage 1 Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4 Bosschenhoofd.pdf
Tekst van het document
de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Lid 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. b.
over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan;
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|28
c. d.
dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.
Lid 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrijetijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Artikel 3.76 afwijkende regels omvang vrije-tijds voorziening Lid 1. ln afwijking van artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied een andere omvang toelaten voor een vrije-tijds voorziening als: a. dat past in de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in het eerste lid van voornoemd artikel; b. ter uitvoering van artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap elders leegstaand vastgoed binnen Landelijk gebied is gesloopt van een omvang die ten minste gelijk is aan de oppervlakte van de bebouwing die boven de 1 hectare wordt toegestaan; c. de ontwikkeling in samenhang met andere doelen voor het gebied en de directe omgeving wordt uitgevoerd, waarbij ook kwaliteitswinst voor andere functies, waaronder natuur, wordt bereikt. Lid 2.
Als de afwijkende omvang leidt tot bovenlokale effecten, waaronder een grote publieksaantrekkende werking, geldt in aanvulling op het eerste lid dat: a. de ontwikkeling draagvlak heeft in de regio; b. is voorzien in een goede ontsluiting van de voorziening; c. het initiatief buiten de Nieuwe Hollandse waterlinie ligt. Toetsing Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van een dagrecreatiepark en kan gezien worden als een vrijetijdsvoorziening die vanuit een bestaand bouwperceel wordt ontwikkeld en voldoet aan artikel 3.76. In de bestaande situatie is er al een dagrecreatieve voorziening toegestaan. Het betreft uitsluitend een vrije-tijdsvoorziening waarbij de toe te voegen bebouwing aanzienlijk minder dan 1 hectare is. Gezien de ligging direct nabij de afrit van de rijksweg A58 is de bereikbaarheid goed en zal er geen toename in verkeershinder naar de omgeving ontstaan. In het plan wordt met herbeplanting en de aanleg van een voedselbos extra landschap en natuur gerealiseerd en waardoor de kwaliteit verbeterd. Hierdoor ontstaat er een kwaliteitswinst voor het landschap en natuur. In de plannen blijft de huidige bedrijfswoning behouden. Er worden geen woningen toegevoegd. Evenmin is sprake van detailhandel of bedrijvigheid.
Overige gebieden De overige gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/ of voornemen en vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2).
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|29
Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2, artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: • Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6); • De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7); • Meerwaardecreatie (art. 3.8). Zorgvuldig ruimtegebruik (3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Toetsing Het plangebied heeft in de bestaande situatie de bestemming ‘Recreatie’. De ontwikkeling van het dagrecreatiepark vindt plaats binnen en aansluitend op het bestaande bestemmingsvlak ‘Recreatie’. Gesteld kan worden dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik van het ruimtebeslag. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Toepassing van de lagenbenadering (art.
3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagere in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: • De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; • De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Toetsing Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in deze toelichting. Meerwaardecreatie (art.
3.7) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: • De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waaronder er meerwaarde ontstaat; • De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Toetsing Het planvoornemen draagt bij aan het onderhoud en kwaliteitsverbetering van een natuurgebied. Daarnaast draagt het plan bij aan een regionaal aanbod in vrijetijdsvoorzieningen. Kwaliteitsverbetering landschap Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant in haar beleidstukken het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. Dit is opgenomen in artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening. Dit is voor de gemeente Halderberge nader uitgewerkt in het “Landschapsplan Halderberge 2016-2025”.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|30
De gewenste ontwikkeling van het dagrecreatiepark Roosendaalsebaan 4 Bosschenhoofd wordt volgens het regionale kwaliteitskader gezien als een categorie 3 ontwikkeling. Dit betekent dat er een investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap gedaan moet worden die gelijk is aan 20% van de waardestijging van de gronden. Berekening benodigde investering kwaliteitsverbetering Voor het planvoornemen is onderstaande berekening van de waardevermeerdering en de benodigde investering in de kwaliteitsverbetering gemaakt:
De waardevermeerdering als gevolg van het planvoornemen is € 58.192,00. De benodigde investering kwaliteitsverbetering bedraagt 20 % van de waardevermeerdering, dit betekent dat er de investering in kwaliteitsverbetering van het landschap van € 11.638,00 gedaan moet worden. Investering in kwaliteitsverbetering Nu is bepaald welk bedrag in de kwaliteitsverbetering van landschap moet worden geïnventariseerd, is de vraag waarin moet worden geïnvesteerd. De gemeenten en provincie hebben de voorkeur dat investeringen plaatsvinden aansluitend op of in de nabijheid van het initiatief. Dit is juridisch ook beter vast te leggen. Er kan op meerdere wijze geïnventariseerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap: a. Landschappelijke inpassing van bebouwing en bestemmingsvlakken; b. Aanleg c.q. herstel van natuur- en landschapselementen ter versterking van de landschapsstructuur; c. Aanleg recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik (bankjes, wandelpaden, bebording, etc.); d. Fysieke inrichtingsmaatregelen gericht op behoud en herstel van cultuurhistorie en archeologie; e. Sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen/stallen/kassen en verwijderen verharding; f. Verkleinen/opheffen van bestemmingsvlakken/bouwvlakken; g. Fysieke bijdrage aan realisering Ecologische hoofdstructuur (EHS) en ecologische verbindingszones (EVZ’s).
Voor de landschappelijke inpassing aan de westzijde en de zuidzijde van het plangebied is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt (externe bijlage d.d. 23-08-2023). Vanwege de start- en landingsbaan van het vliegveld gelden er hoogtebeperkingen, hier wordt met de aanleg van beplanting rekening mee gehouden.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|31
Het voedselbos aan de westzijde wordt beplant met een groot aantal verschillende beplantingssoorten, waaronder hoogstamfruitbomen. Tussen het voedselbos en de watergang wordt een beukenhaag aangeplant. Aan de zuidzijde wordt een gemengde haag van boswilg, beuk en sleedoorn in struweel opzet geplant. De groene parkeerplaats wordt omzoomd door een haag van Hulst. Dit leidt tot de onderstaande investering:
De investering die gedaan wordt bedraagt € 16.257,75 en is hoger dan de vereiste bijdrage van € 11.638,00 (20% van de waardevermeerdering). De aanleg en de instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd middels een voorwaardelijke verplichting. De voorgenomen ontwikkeling voldoet daarmee aan het gestelde in artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|32
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Halderberge De Omgevingsvisie Halderberge is vastgesteld op 10 februari 2022. In de Omgevingsvisie Halderberge is op hoofdlijnen vastgelegd wat de gemeente Halderberge op het gebied van wonen, werken en recreëren belangrijk vindt. De Omgevingsvisie is bedoeld om samen met inwoners, ondernemers en organisaties in Halderberge te blijven werken aan een aantrekkelijke gemeente en vooruit te kijken naar ontwikkelingen. De gemeente wil de kwaliteit van de leefomgeving versterken. Dat kan door de waarden te versterken én door bij te dragen aan de opgaven. Wat de gemeente ‘goed’ en ‘aantrekkelijk’ vindt, is in waarden en opgaven beschreven. Waarden Bij de waarden gaat om de vraag wat kenmerkend is voor Halderberge en Halderberge uniek maakt. Het DNA van Halderberge! Dit is per kern of gedeelte van het buitengebied beschreven. Elk initiatief moet ervoor zorgen dat de waarden en het karakter van dat deelgebied of kern wordt versterkt. Het behoud van de kwaliteiten van de ondergrond zijn een essentiële voorwaarde voor alle thema’s die in de Omgevingsvisie aan de orde komen. Een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem is nodig om de waarden in alle deelgebieden te kunnen behouden.
Waardenkaart Halderberge (plangebied zwart omlijnd)
Onderhavig planvoornemen bevindt zich in het buitengebied aan de rand van de kern Bosschenhoofd. Over de kern Bosschenhoofd en het buitengebied besloten gebied wordt het volgende gezegd: Waarden Bosschenhoofd: • Rijk verenigingsleven en diverse evenementen • Verbonden met Breda International Airport • Omgeven door bossen en recreatie • Diversiteit aan woningbouw en voorzieningen • Behoud grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebied NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|33
Een bijdrage aan waarden kan geleverd worden door in te spelen op: • Het dorpse en bosrijke karakter • De mooie landschappen/bossen in de omgeving • Het belang van verenigingen, activiteiten en saamhorigheid Waarden buitengebied- besloten gebieden • Besloten bosgebieden met een diversiteit in functie • Aanwezigheid van dijken en wielen (oude dijkdoorbraken) • Verschillende recreatieve mogelijkheden • Waterwingebied • Concentratie van verblijfsrecreatie • Behoud grondwaterkwaliteit in het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied en boringsvrije zone daar omheen Een bijdrage aan waarden kan geleverd worden door in te spelen op: • Verbetering van de toegankelijk van deze gebieden voor inwoners en recreanten • Duurzaam behoud of herstel van cultuurhistorisch, waardevolle elementen Opgaven De opgaven zijn het beleid waar de gemeente aan wil werken. In de Omgevingsvisie van de gemeente Halderberge staan negen algemene speerpunten en specifieke opgaven per kern of deelgebied. De algemene speerpunten zijn: 1. Werken aan een duurzame en klimaatbestendige omgeving 2. Werken aan een gezonde en veilige leefomgeving 3. Versterken van natuur en de biodiversiteit 4. Behoud en (her)ontwikkeling van bijzonder cultureel erfgoed 5. Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied 6. Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen 7.
Zorgen dat het in Halderberge goed wonen is voor iedereen 8. Behoud van vitale kernen en een actieve samenleving 9. Bieden van een aantrekkelijk economisch klimaat Voor het planvoornemen zijn de volgende speerpunten van belang: • ‘Versterken van natuur en de biodiversiteit’; • ‘Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied’; • ‘Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen’; • ‘Bieden van een aantrekkelijk economisch klimaat ‘. Versterken van natuur en de biodiversiteit Het groene karakter en de natuurgebieden vormen een belangrijk onderdeel van de identiteit van Halderberge. Bomen en groen zijn positief voor de beleving, dragen bij aan een goede luchtkwaliteit, zorgen voor verkoeling en zetten aan tot bewegen. Een groene en gezonde leefomgeving draagt bij aan een positieve gezondheid. We zetten ons in voor: • Het koesteren en versterken van onze groene, natuurlijke leefomgeving door alles wat we doen te doen met méérwaarde voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Dat wil zeggen met ruimte voor waardevol groen en oppervlakkige waterberging. Voorbeelden zijn bloemrijke akkerranden, bijenhotels, nestkasten, etc. Ook kan gedacht worden aan voedselbossen of agroforestry of het aanbieden van ecosysteemdiensten. • Groen, water, biodiversiteit en bodem/ondergrond. Deze elementen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen in boven- en ondergrond.
Versterken van de biodiversiteit en maatregelen die inspelen op de klimaatverandering kunnen zo samen gaan. • Het geven van het goede voorbeeld. We gaan uit van natuurinclusief bij (her)ontwikkelingslocaties, herinrichtingen, ecologisch bermbeheer, gemeentelijke NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|34
• •
eigendommen, etc. Natuurinclusief houdt in dat kan worden gemotiveerd welke bijdrage er wordt geleverd aan het behoud of de versterking van de biodiversiteit. Natuuronderzoeken bij ontwikkelingen, die ook ingaan op de ecologische potenties en de kansen voor ecologische meerwaarde. Behouden en versterken van de kenmerkende natuurwaarden, (natuur)elementen of karakteristieke cultuurhistorische waarden in de verschillende gebieden in het buitengebied. Speciale aandacht vragen de natuurgebieden in de zogenaamde Naad van Brabant *), zoals Gastels Laag. In de overgang van zand naar kleigrond is kwelwater te vinden dat grote potenties biedt voor natuurontwikkeling.
Toetsing Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van een dagrecreatiepark ter plaatse van het bestaande landgoed Maple Farm en natuurgebied Hoezaar. De ontwikkeling richt zich op een natuurinclusieve (her)inrichting van de locatie waarbij behoud en verbetering van de natuur voorop staan. Daarnaast draagt de aanleg van een voedselbos bij aan een méérwaarde voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Het planvoornemen draagt bij aan een kwaliteitsverbetering van een natuurgebied. Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied Halderberge is het groene hart van West-Brabant. Er is diversiteit in landbouw en natuur. In het Halderbergse landschap kan je goed recreëren. Onder deze waarde komen de verschillende functies in het buitengebied samen: landschap, natuur, agrarisch ondernemen, recreatie(parken). We onderscheiden drie hoofdlijnen in ons beleid: I. Ruimte voor (duurzaam) agrarisch ondernemen II. Mogelijkheden voor hergebruik agrarisch vastgoed III. Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen De toerist en recreant weet onze gemeente goed te vinden, vanwege de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden in het buitengebied. Uniek is de overgang van klei naar zand, waardoor we zowel polders als bossen hebben.
Daarnaast zijn onze kernen aantrekkelijk voor toeristen, onder andere door de aanwezigheid van cultureel erfgoed. We zetten ons in voor: • Het behouden of zelfs versterken van deze kwaliteiten met nieuwe kleinschalige initiatieven, zoals bij vrijkomende agrarische gebouwen. Toetsing Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van een dagrecreatiepark ter plaatse van het bestaande landgoed Maple Farm en natuurgebied Hoezaar. Met de ontwikkeling van een dagrecreatiepark wordt een aantrekkelijk gebied voor de toerist en dagrecreant behouden en versterkt door het aanbieden van nieuwe activiteiten. Economische visie 2021-2025 gemeente Halderberge Voor het functioneren van de economie en het optimaal faciliteren van de ondernemers is het belangrijk om samen met de Halderbergse stakeholders het toekomstbeeld en de weg daar naartoe te bepalen. In 2016 is de huidige economische visie met bijbehorend acties opgesteld en vastgesteld. De ambitie is in grote lijnen nog actueel. Wel leeft de behoefte om samen met de ondernemers opnieuw focus te bepalen en acties te benoemen. Daarom is in 2021 de Economische Visie 2021 – 2025 opgesteld in nauwe samenwerking met vele stakeholders; ondernemers uit alle sectoren, ondernemers- en brancheverenigingen, vertegenwoordigers uit cultuur en onderwijs, gemeenteraad en collega-ambtenaren.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|35
Halderberge in the spotlight Toerisme en recreatie blijft een speerpunt in de gemeente en is de ‘smeerolie’ voor de leefbaarheid en (economische) ontwikkeling in de gemeente. Vanuit een sterk georganiseerde sector werken we verder aan het versterken van het dag- en verblijfsaanbod en het vergroten van de bekendheid van alles wat Halderberge biedt. De sector toerisme en recreatie staat niet op zichzelf, maar is een aanjager voor diverse Halderberge bedrijvigheid. Omzet in deze sector zorgt voor economische spin-off voor vele andere sectoren in de gemeente. Daarnaast dragen investeringen in toerisme ook bij aan het woonklimaat: van de opwaardering van het bos en goede parkeervoorzieningen profiteert ook de inwoner van Halderberge. De toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht is daarmee de ‘smeerolie’ voor leefbaarheid en (economische) ontwikkeling in de gemeente. Toetsing Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van een dagrecreatiepark ter plaatse van het bestaande landgoed Maple Farm en natuurgebied Hoezaar. De ontwikkeling van het dagrecreatiepark draagt bij aan het versterken van recreatie aanbod binnen de gemeente Halderberge. Landschapsplan Halderberge 2016-2025 Het Landschapsbeleidsplan is gericht op het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een groen samenhangend landschap.
Enerzijds is het een beleidsstuk en anderzijds een doorvertaling naar uitvoeringsprojecten. Ook dient het document, bij ruimtelijke ontwikkelingen in het kader ‘toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap’, ter ondersteuning bij de behandeling van fysieke landschappelijke inrichtingsvoorstellen.
Plangebied (rode cirkel) op kaart landschapsplan
Het plangebied ligt volgens het landschapsplan in landschappelijke eenheid Hoezaar-Pagnevaart: besloten, droog, zand (noord) en open landschap (zuid). Kenmerken Hoezaar-Pagnevaart: • Besloten landschapstype op hoger gelegen gronden. • Verspreid liggende woningen in bosgebied. • Concentratie van verblijfsrecreatiemogelijkheden: hoge recreatiedruk.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|36
•
Deel van bosgebied heeft functie ten behoeve van drinkwaterwinning, inclusief aanwezigheid pompstation.
Visie: • Duurzaam behoud besloten karakter. • Verbetering toegankelijkheid bosgebied voor zowel lokale bevolking als voor de recreant. De watergang aan de westzijde van het plangebied is aangeduid als een turfvaart. In het landschapsplan zijn de volgende kansen voor Recreatie opgenomen: • Versterken gebiedskarakteristieken en meer samenhang door verbindende structuren te realiseren. • Biedt niet alleen toerist maar ook eigen inwoners voorzieningen en verschillende decors voor hun vrije tijdsbesteding. • Verbetering van de relatie dorp-buitengebied. Zowel op het informatieve vlak als op het fysieke door middel van aantrekkelijke verbindingen. • Instandhouding recreatieve routes (wandel-, fiets-, vaar- en ruiterroute). • Uitwerking van cultuurhistorische thema’s tot producten die als toeristische trekker kunnen fungeren. • Ontwikkel natuur/ landschapsbeleving Toetsing Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van een dagrecreatiepark ter plaatse van het bestaande landgoed Maple Farm en natuurgebied Hoezaar. Het planvoornemen draagt bij aan duurzaam behoud, ontwikkeling en de versterking van een groen samenhangend landschap. In het landschappelijk inpassingsplan (externe bijlage) wordt verder ingegaan op de ‘toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap’. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|37
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Archeologie
Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: ‘Verdrag van Malta’) regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijke beleid De gemeente Halderberge heeft haar archeologiebeleid nader uitgewerkt in de beleidsnota ‘Ons ongeschreven verleden’ (vastgesteld 22 september 2011). Het archeologiebeleid van de gemeente Halderberge heeft tot doel haar archeologische erfgoed te beschermen en ontsluiten als bron van het ‘gemeenschappelijke geheugen’ en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk. Om inzicht te krijgen in welke archeologische vondsten in de gemeente Halderberge verwacht kunnen worden, hanteert de gemeente een archeologische verwachtingskaart.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|38
Archeologisch advieskaart buitengebied: alle perioden (plangebied = rood omcirkeld)
Het plangebied is gelegen in een gebied aangeduid als ‘Middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van late landbouwers (Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd). Middelhoge tot lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van vroege landbouwers (Neolithicum-Vroege Middeleeuwen). Lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van jagers-verzamelaars (LaatPaleolithicum-Neolithicum)’. En daarnaast ‘verstoord (ontgronding, leidingstraat etc.)’. Archeologisch onderzoek Voor de locatie is een archeologisch verkennend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd (externe bijlage, Aeres Milieu, projectnummer AM2214-5656, d.d. 27 juli 2023). Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat in het plangebied de veldpodzolgronden, zoals beschreven in het bureauonderzoek (externe bijlage: Aeres Milieu, rapportnr: AM21244, d.d. 26 mei 2023), niet aanwezig is. Daarnaast kan op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het oostelijk deel van het plangebied bestaat uit (deels) intacte humuspodzolgrond. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen) blijft dan ook gehandhaafd.
In het westelijk deel van het plangebied (boringen 6 t/m 15) is sprake van een AC-profiel. Er zijn geen sporen aangetroffen van een oorspronkelijke podzolbodem. Dit is waarschijnlijk het gevolg van een ontgrondingswerkzaamheden in het (recente) verleden. De overgangen naar de natuurlijke ondergrond is scherp. Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting voor dit deel van het plangebied voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (laatpaleolithicum – vroege middeleeuwen) bijgesteld naar laag. De verwachting voor de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd was al laag. In het westelijk deel van het plangebied wordt geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, zie blauwe kleur op onderstaande figuur.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|39
De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen ter plaatse van boringen 1 t/m 5 een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau (Figuur 6:rode kleur). Op basis van de bodemkundige gesteldheid blijft de middelhoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen gehandhaafd. Archeologische resten kunnen onder de humus houdende bovengrond (0-45 centimeter beneden maaiveld) aanwezig zijn. Wanneer in dit deel van het plangebied graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Op basis hiervan wordt voor dit deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Halderberge). Selectiebesluit Het bevoegd gezag heeft op 20 april 2023 besloten in te stemmen met het uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek (externe bijlage: Aeres Milieu, projectnr AM21244, d.d. 26 mei 2023). Conclusie In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3 opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden.
5.2
Cultuurhistorie
Beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|40
Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.
De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Erfgoedwet De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd.
Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2024 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Provinciaal beleid In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|41
Uitsnede Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (plangebied = rood)
Gemeentelijk beleid De gemeente Halderberge heeft op 22 september 2011 de beleidsnota ‘inspirerend verleden’ vastgesteld. De centrale visie van deze nota luidt: cultuurhistorie is een belangrijke drager van de identiteit van Halderberge en maakt integraal onderdeel uit van de ruimtelijke ontwikkeling van Halderberge, waardoor ontmoetingen van heden en verleden gelden als uitdaging en inspiratiebron voor de toekomst. Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen moet cultuurhistorie dan ook een volwaardige plaats én inbreng krijgen. Aanvullend hierop is op 6 februari 2014 een gemeentelijke Cultuurhistoriekaart vastgesteld. De informatie op deze kaart is vergelijkbaar met de provinciale CHW.
Uitsnede gemeentelijke Cultuurhistoriekaart (plangebied = rood)
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|42
Onderzoek Op de cultuurhistorische waardenkaarten is af te lezen dat het plangebied binnen de regio ‘WestBrabantse Venen’ en ‘Dekzandrug Bosschenhoofd-Hoeven’ ligt. In onderstaande tekst zijn deze cultuurhistorische gebieden nader uitgewerkt. Dekzandrug Bosschenhoofd- Hoeven Een groot deel van het gebied kenmerkt zich door een licht golvend dekzandreliëf. De kern wordt gevormd door een zuidwest-noordoost georiënteerde dekzandrug met in het westen het beekdal de Oudenbosche laagte, en in het oosten het beekdal van de Kibbelvaart. Iets oostelijker ligt een derde beekdal, genaamd Lokkervaart/Laaksche vaart. In het noordwestelijke richting gaat de zandrug geleidelijk over in het marien- en veenlandschap. Aan het maaiveld komen over grote oppervlakten Oude dekzanden voor die tussen 27.000 en 11.000 jaar geleden zijn afgezet. Van de Jonge dekzanden (11.000-10.000 jaar geleden) zijn slechts enkele kleinere arealen bekend. Onder het dekzand bevinden zich terrassen van de Rijn en Maas die op sommige plaatsen (nagenoeg) aan het oppervlak liggen. Door de Holocene “vernatting” van West-Brabant is het dekzand van landschap met een omvangrijk veenpakket bedekt geraakt. De groei van het veen ging tot in de middeleeuwen door. Veel van het veen is intussen verdwenen door natuurlijke erosie en ontginning vanaf de tweede helft van de 13e eeuw na Chr.
In het noordoosten is waarschijnlijk nog een restant van het veen bewaard gebleven onder de zeeklei die door overstromingen in de late middeleeuwen is afgezet. Rond de gehuchten Hoeven en Bosschenhoofd komen aanzienlijke oppervlakten aan oude bouwlanden met een plaggendek (cultuurdek) voor. De indruk bestaat dat (een deel van) de cultuurdekken snel zijn aangelegd, waardoor het onderliggende dekzandprofiel nog goed intact is. West-Brabantse Venen Het plangebied ligt in de regio ‘West-Brabantse Venen’. Een van de doelstellingen voor dit gebied is “het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van het archeologisch landschap ‘Dekzandrug BosschenhoofdHoeven’.” Het planvoornemen ten aanzien van het landschap is kleinschalig van aard en het landschap wordt met ontwikkeling kwalitatief verbeterd waardoor de cultuurhistorische waarden behouden blijven. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Beleid De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebied en landelijke gebieden. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdstructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|43
van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/ rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties). Is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
t.o.v. rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter 1.500 meter
t.o.v. gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter
Onderzoek Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van dagrecreatiepark. Een dagrecreatiepark is met uitzondering van de bedrijfswoning geen geluidsgevoelig object. Voor de bestaande bedrijfswoning verandert de toekomstige functie niet en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. Wel kan de ontwikkeling van dagrecreatiepark van invloed zijn op omliggende (geluidsgevoelige) objecten in de omgeving. Er moet tevens worden voldaan aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Halderberge aan de rand van de kern Bosschenhoofd. Rondom het plangebied liggen enkele woonbestemmingen, een vliegbestemming Breda Airport, een bedrijfsbestemming en Horeca. Daarnaast ligt het plangebied op korte afstand van de A58 en de afslag Rucphen/Bosschenhoofd. De omgeving van het dagrecreatiepark Maple Farm aan de Roosendaalsebaan 4 is qua ligging te kwalificeren als ‘gemengd gebied’. Een dagrecreatie-park/ terrein is niet opgenomen in de VNG-brochure. In de VNG-brochure zijn wel de volgende richtafstanden voor met het gewenste dagrecreatiepark vergelijkbare functies opgenomen voor rustige woongebieden en voor gemengde gebieden: Functie
Milieucategorie
Veldsportcomplex Dierentuin Kinderboerderij Sporthal bowlingcentra amusementshallen
3.1 3.2 2 3.1 2 2
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Richtafstand rustige woonwijk 50 m 100 m 30 m 50 m 30 m 30 m
Richtafstand gemengd gebied 30 m 50 m 10 m 30 m 10 m 10 m
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|44
Voor het bepalen van de richtafstand wordt uitgegaan grootste afstand uit bovenstaande tabel met vergelijkbare functies. Dit betreft voor ‘gemengd gebied’ een richtafstand van 50 meter. Rondom het plangebied liggen enkele verspreide woningen (geluidsgevoelige objecten) welke hinder van het dagrecreatiepark kunnen ondervinden (zie onderstaande tabel). De richtafstand tot de dichtstbijzijnde woning moet minimaal 50 meter bedragen. Adres Roosendaalsebaan 16 Roosendaalsebaan 2 Pastoor van Beugelstraat 174
Afstand tot bestemming Recreatie-Dagrecreatie 50 m 155 m 140 m
De dichtstbijzijnde woning aan de oostzijde (Pastoor van Beugelstraat 174) ligt op circa 140 meter van de grens van het bestemmingsvlak Recreatie-Dagrecreatie. De dichtstbijzijnde woning aan de westzijde (Roosendaalsebaan 16) ligt aan de overzijde van de watergang op circa 50 meter van de grens van de bestemming Recreatie-Dagrecreatie. De parkeerplaats en de recreatiegebouwen liggen op meer dan 200 meter van de omliggende woningen. Daarnaast is er een voedselbos en een landschappelijke inpassing ter afscherming aan de zijde van de woning (Roosendaalsebaan 16) geprojecteerd. Er wordt aan de richtafstand van 50 meter voldaan. Geluid Vanuit een goed ruimtelijke ordening is voor de geluidsbelasting ten aanzien van omliggende woningen een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. In paragraaf 5.7 wordt nader in gegaan op dit onderzoek en wordt het effect op omliggende woningen met het akoestisch onderzoek nader belicht. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn. Geur Voor het aspect ‘geur’ is in de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ ten aanzien van de richtafstand tot omliggende woningen eveneens uitgegaan van de grootste afstand van vergelijkbare functies. Dit betreft voor ‘gemengd gebied’ een richtafstand van 50 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan.
Voor het onderdeel “geur” is het niet de verwachting dat vanuit het dagrecreatiepark een relevante geuremissie naar de omgeving toe aanwezig is of ontstaat. Er vinden geen activiteiten plaats met een geuremissie, die expliciet genoemd worden in het Activiteitenbesluit (hoofdstuk 3 of 4). Vanuit het aspect geur is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.4
Bodemkwaliteit
Beleid Besluit bodemkwaliteit Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|45
Verkennend bodemonderzoek Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (externe bijlage, Aeres Milieu, AM21244, 16 februari 2023)). Uit het onderzoek komen de volgende conclusies en aanbevelingen: Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In boring 02 (dieptetraject 0,0 -0,5 m -mv.) zijn sporen beton en baksteen aangetroffen. Deze bijmengingen worden niet als asbestverdacht beschouwd. In het opgeboorde bodemmateriaal van de overige boringen zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,0 – 0,5 m-mv.) licht verhoogd is met kwik en polychloorbifenylen (PCB). Grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0,0 – 0,5 m-mv.) is licht verhoogd met kwik en lood en grondmengmonster MM4 (dieptetraject 0,0 – 0,5 m-mv.) is licht verhoogd met pychloorbifenylen ten opzichte van de achtergrondwaarde. In de overige grondmengmonsters van zowel de bovengrond als de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 01 (bestaand) en peilbuis 50 geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde.
Het grondwater afkomstig uit peilbuis 15 is licht verhoogd met barium en zink en het grondwater uit peilbuis 24 is licht verhoogd met barium. Het grondwater afkomstig uit peilbuis 31 is sterk verhoogd met kobalt en nikkel en licht verhoogd met cadmium en zink. Het grondwater van peilbuis 40 is matig verhoogd met nikkel en licht verhoogd met kobalt en zink. De aangetroffen zware metalen maken mogelijk deel uit van de diffuse verontreiniging van het grondwater met zware metalen in Noord Brabant. Bij de voormalige ondergrondse tank zijn zowel in de grond als in het grondwater geen verhoogde gehaltes aangetroffen van de onderzochte parameters. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing. Aanvullend grondwateronderzoek Naar aanleiding van de beoordeling door de omgevingsdienst is een aanvullend grondwateronderzoek uitgevoerd (externe bijlage, Aeres Milieu, AM23279, 1 augustus 2023). De opmerkingen van de omgevingsdienst op de rapportage van het verkennend bodemonderzoek zijn: 1.
In de rapportage is er sprake van een werkplaats op de locatie. Hierbij is onvoldoende onderbouwd dat dit een voor bodemverontreiniging onverdachte locatie is. Tevens is er in de werkplaats een vat te zien met onbekende inhoud (foto 21 vanuit het verkennend bodemonderzoek). Er dient te worden onderbouwd dat hier de juiste onderzoeksstrategie is gevolgd en indien van toepassing moet aanvullend bodemonderzoek plaats vinden.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|46
Ad 1. Aeres Milieu heeft informatie opgevraagd over het gebruik van de werkplaats en ter plaatse op 16 juni 2023 is een nieuwe terreininspectie uitgevoerd. Daarbij zijn geen risico’s op bodemverontreiniging geconstateerd. Aanvullend onderzoek ter plaatse van de werkplaats wordt niet noodzakelijk geacht. 2.
De onderbouwing dat de matig tot sterk verhoogde gehalten kobalt en nikkel in het grondwater onderdeel uitmaken van een diffuse verontreiniging met zware metalen in het grondwater in Noord-Brabant is onvoldoende onderbouwd. Aanvullend historisch onderzoek dient te worden uitgevoerd om deze conclusie te verifiëren. Indien de conclusie niet geverifieerd kan worden, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar de ernst en omvang van de grondwaterverontreiniging. Tevens wordt geadviseerd om een herbemonstering van de peilbuizen uit te voeren. Ad 2. Op 16 juni 2023 heeft een erkend monsternemer ter plaatse van de Roosendaalsebaan 4 in Bosschenhoofd een herbemonstering uitgevoerd voor analyse op zware metalen. Bij de herbemonstering en analyse van het grondwater in peilbuis 50 is de eerder gemeten sterke verhoging aan kobalt en nikkel bevestigd. De matige verhoging met nikkel in peilbuis 40 is niet meer aangetroffen bij de herbemonstering. Verder zijn er lichte verhogingen aan zware metalen aangetroffen in de diverse peilbuizen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de concentraties aan zware metalen in het grondwater sterk kunnen fluctueren in de loop van de tijd. Op basis van de analyseresultaten adviseert Aeres Milieu om rondom peilbuis 50 een aanvullend onderzoek uit te voeren naar de sterk verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel in het grondwater.
Ter plaatse van deze peilbuis zal het toekomstig gebruik ‘bosgebied’ zijn. Het verdient aanbeveling om in overleg met het bevoegd gezag te bepalen waaruit dat aanvullend onderzoek dient te bestaan.
Plangebied en boorpunten herbemonstering
Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom sterk afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|47
Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Externe veiligheid
Beleid Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico’s van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water door buisleidingen. Besluit externe veiligheid Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het “risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”.
Het groepsrisico is gedefinieerd als de “cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”. Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m 2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbaar objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10 -6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs).
Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringsstroken met een aanlegvergunningenstelsel.
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|48
Onderzoek Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een aardgasleiding van Gasunie en binnen 200 m afstand tot de A58 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Daarnaast ligt het plangebied nabij Luchthaven Breda International Airport. Ten slotte bevindt het plan zich binnen het invloedsgebied (maar buiten 200 m) van de spoorroute Roosendaal - Breda. De voorheen aanwezige propaangastank is verwijderd en niet meer aanwezig.
Plangebied en risicobronnen
Voor de inventarisatie van de risicobronnen is door Adviesgroep Aviv BV onderzoek gedaan naar de risico’s betreffende externe veiligheid (externe bijlage, rapportnummer 225182, d.d. 24 mei 2023). Uit het rapport komen de volgende conclusies en aanbevelingen: Rijksweg A58 Voor het plaatsgebonden risico van wegen die behoren tot het basisnet gelden de afstanden die in de regeling basisnet zijn opgenomen. Het groepsrisico van de A58 is berekend. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico van de wegroute vormt geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico van de A58 neemt toe van 0.088 naar 0.097. In zowel de huidige als de toekomstige situatie is het groepsrisico lager dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de bijlage is een advies van de veiligheidsregio opgenomen met een toelichting op de
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|49
mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Er is sprake van een plasbrandaandachtsgebied rond de A58. Het plangebied ligt op meer dan 170 m van de A58. Het plasbrandaandachtsgebied vormt daarom geen belemmering voor het plan. Hogedruk aardgasleiding Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van aardgasleiding Z-520-36 zijn berekend. Plaatsgebonden risico Ter plaatse van het plangebied is geen sprake van een PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico van de aardgasleiding vormt daarmee geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico, in zowel de huidige als de toekomstige situatie, lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze is opgenomen in de bijlage. Propaantank Hoewel de tank verwijderd is, blijft de vergunning bestaan. Aangenomen wordt dat de tank minder dan vijf keer per jaar bevoorraad wordt. De tank valt onder het Activiteitenbesluit. Voor een propaantank tot en met 5 m3 die minder dan vijf keer bevoorraad wordt, geldt een veiligheidsafstand van 10 m tot (beperkt) kwetsbare objecten.
Indien sprake is van gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, dan geldt een afstand van 25 m. In de toekomstige situatie staat de tank op een terrein voor recreatieve doeleinden. Er is geen sprake van een verblijf van meer dan 50 mensen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. Het terrein kan daarom aangemerkt als beperkt kwetsbaar object. Een afstand van 10m rond de tank zal daarmee gelden. De bebouwing bevindt zich buiten 10 m van de opslagtank. De schuur ligt op circa 14 m van de tank. Indien de schuur wordt aangemerkt als gebouw waar doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, dan geldt hiervoor een afstand van 25 m. In dit geval ligt de schuur binnen de veiligheidsafstand van de tank. Luchthaven Breda international Airport Op 31 mei 2021 is voor de luchthaven Breda International Airport (luchthaven Seppe) een luchthavenbesluit geactualiseerd. Het beperkingengebied met betrekking tot het externeveiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer wordt uitgedrukt in plaatsgebonden risicocontouren. In de huidige en de toekomstige situatie van de recreatieve voorziening bevindt de bebouwing en nieuwbouw zich buiten de plaatsgebonden risicocontouren. Het beperkingengebied van de luchthaven is daarmee geen belemmering voor het plan.
Spoorroute De spoorroute Roosendaal-Breda ligt op ca. 280 m ten noorden van het plangebied en maakt deel uit van de Regeling Basisnet (route 12). Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze spoorroute. Deze risicobron ligt verder dan 200 m van het plangebied. Dit betekent dat, conform artikel 8 uit het Bevt, een verdere verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk is. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld te worden om een advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet (artikel 7, Bevt). Advies veiligheidsregio
NL.IMRO.1655.BP6034.C001
Bestemmingsplan Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd
|50
Naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling heeft de veiligheidsregio een advies uitgebracht. De toelichting van de veiligheidsregio is opgenomen in de bijlage. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Natuurwetgeving
Beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantsoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebied Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuw natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurgebied; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom.