Bijlage 1 Bestemmingsplan Dorpsstraat 34-40 Oud Gastel.pdf
Tekst van het document
17(0-50) lu/os 18 (0-50) 19 (0-50) Uitsplitsing MM04 en verticale inkadering sterke verontreiniging diverse metalen 06 (10-40) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) 06 (40-90) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) 06 (100-150) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) 06-(50-200) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) Horizontale inkadering sterke verontreiniging diverse metalen 100 (40-70) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 100 (70-120) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 101 (60-110) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 101 (130-150) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 102 |(60-1110) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 102 (110-150) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 103 (80-130) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 103 (140-190) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 103 (190-240) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 104 (60-110) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 104 (150-200) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 105 (60-110) Vaststellen van ernst en
omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 105 (150-200) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 106 (60-110) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 106 (130-180) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 106-(60-110) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 107 (150-190) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 108 (60-110) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 108 (150-200) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 15 (50-100) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 110 (15-65) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 111 (0-50) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os 112 (5-55) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Metalen (9) + lu/os
Datum: Pagina:
12 april 2021 15 / 31
Kenmerk : Projectnummer :
MengDeelmonsters Motivatie monster 15 (0-50) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging 16 (0-50) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging 109 130-150) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging 109 (150-200) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging 110 (70-120) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging 113 (10-60) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging 114 (10-60) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging 115 (20-70) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging 116 (20-50) Vaststellen van ernst en omvang verontreiniging Vaststellen gehalte PFAS in de sterk verontreinigde bodem MM PFAS 103A (10-60 Het vaststellen van het gehalte PFAS ter plaatse van de 103A (60-90) vlek met sterk verontreinigde grond, dit i.v.m. 104A (10-60) mogelijke afzet naar verwerker 104A (60-100) 108A (10-60) 108A (60-100) 109A (10-50) 109A (50-100) 110A (15-60) 110A (60-100
EJ50200638.R001-0 VBB-50200638
Analysepakket Metalen (9) + lu/os Metalen (9) + lu/os Metalen (9) + lu/os Metalen (9) + lu/os Metalen (9) + lu/os Metalen (9) + lu/os Metalen (9) + lu/os Metalen (9) + lu/os Metalen (9) + lu/os PFAS(30)+lu/os
- grondwater Het laboratorium is verzocht het aangeboden grondwatermonster te analyseren volgens tabel 3.3. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. Tabel 3.3. Grondwatermonster Peilbuis Filterdiepte (cm-mv) 08 200-300
Motivatie Algemene kwaliteit grondwater
Analysepakket Standaardpakket+As+Cr
Datum: Pagina:
12 april 2021 16 / 31
Kenmerk : Projectnummer :
4.
EJ50200638.R001-0 VBB-50200638
RESULTATEN
4.1. Bodemopbouw Aan de hand van de uitgevoerde grondboringen kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 4.1. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) Grondsoort 0-150 Niet tot matig humeus zwak siltig matig fijn zand 150-300 Matig tot sterk siltig matig fijn zand plaatselijk wat kleiig
De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
4.2. Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen en het bemonsteren van het grondwater zijn op basis van zintuiglijke beoordeling onderstaande relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Tabel 4.2. Overzicht bijzonderheden/afwijkingen Boring-/peilbuisnummer Traject (cm-mv) 01 5-55 02 5-15 15-50 50-100 03 10-50 04 10-60 05 10-60 06 40-100 100-150 07 20-70 08 20-70 70-100 10 40-130 11 30-70 13 20-70 14 65-75 15 0-50 16 0-50 17 0-50 18 0-50 19 0-50 40-70 100 70-170 101 130-150 102 60-110 103 10-80 80-140 140-190 103A 10-90 90-100 105 60-150 107 60-150 150-190 190 108 60-150 108A 10-60
Bijzonderheden/afwijkingen Zwak grindhoudend Sporen baksteen Volledig baksteen Sporen baksteen Laagjes baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen, sporen beton, sporen puin Sporen baksteen, sporen beton Sporen baksteen Sporen grind Sporen baksteen Sporen baksteen, sporen grind, sporen beton Sporen baksteen Sporen beton, sporen baksteen Sporen baksteen Zwak baksteenhoudend, sporen beton Sporen baksteen Sporen baksteen Zwak baksteenhoudend Sporen baksteen Laagjes baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen beton, zwak baksteenhoudend Sporen beton, sporen baksteen Sporen beton, sporen baksteen Zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend Sporen beton, sporen baksteen Sporen beton, sporen baksteen Zwak baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend, resten plastic Matig baksteenhoudend, matig grindhoudend Gestaakt op puin Sporen baksteen, resten aardewerk Sporen grind
Datum: Pagina:
12 april 2021 17 / 31
Kenmerk : Projectnummer :
Boring-/peilbuisnummer 109 109A 110 113 110A 116
Traject (cm-mv) 60-100 30-80 80-150 10-50 50-100 15-70 10-150 15-60 50
EJ50200638.R001-0 VBB-50200638
Bijzonderheden/afwijkingen Sporen baksteen Sterk baksteenhoudend Zwak kolengruishoudend, sporen metaal Sporen grind Sporen baksteen Brokken baksteen, sporen beton Sporen baksteen Brokken baksteen, sporen beton Gestaakt op verharding (betonboor)
4.3. Veldmetingen In de onderstaande tabel zijn de veldmetingen van het grondwater opgenomen. Tabel 4.3. Veldmetingen grondwater Peilbuis Filterdiepte Grondwaterstand (cm-mv) (cm-mv) 08 200 - 300 128
Zuurgraad (pH) 6,8
EC (µS/cm) 1300
Troebelheid (FNU) 16,5
4.4. Toetsing 4.4.1. Wet bodembescherming De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De betekenis van de normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden: geven het niveau aan voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden:
geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. De streefwaarden (S) geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van het grondwater aan.
Interventiewaarden:
geven het niveau aan wanneer de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig bedreigd/aangetast zijn, of dreigen te worden verminderd.
Bij gevallen van bodemverontreiniging, waarbij de interventiewaarden niet worden overschreden, wordt door het bepalen van de index van de gemeten concentratie van de betreffende parameter(s) ten opzichte van de achtergrond- en interventiewaarde van deze component(en) nagegaan of nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging nodig kan zijn (bij index > 0,5). De berekening van de index vindt als volgt plaats: Index = (GW - AW) / (I - AW) Waarin: GW AW I
= gestandaardiseerde waarde = achtergrondwaarde = interventiewaarde
Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De wijze van omrekening is beschreven in bijlage G onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit.
Datum: Pagina:
12 april 2021 18 / 31
Kenmerk : Projectnummer :
EJ50200638.R001-0 VBB-50200638
De achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de grond en het grondwater zijn opgenomen in de toetsingstabellen bijgevoegd als bijlage 6. Opgemerkt dient te worden dat de interventiewaarde voor barium alleen geldt voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging.
4.4.2. Besluit bodemkwaliteit Bij hergebruik van grond dient, naast de kwaliteit van de toe te passen grond, rekening gehouden te worden met zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De analyseresultaten van een onderzoek worden, voor de beoordeling van de ontvangende bodem alsook voor de toepassing, beoordeeld aan de hand van de maximale waarden (aangeduid met M) uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit. Grond die als achtergrondwaarden grond (AW) is geclassificeerd, is vrij toepasbaar. Volgens het Besluit bodemkwaliteit mag er een keuze gemaakt worden, afhankelijk per gemeente, betreffende het toetsingskader voor gebiedsgeneriek en/of gebiedsspecifiek beleid zoals beschreven in onderstaande tabel. Tabel 4.4. Overzicht generiek- en gebiedsspecifiek beleid Bodemfunctieklassen (Generiek beleid) Wonen Industrie Achtergrondwaarden
Bodemfuncties (Gebiedsspecifiek beleid) Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Groen en natuurwaarden Ander groen, bebouwing, industrie en infra Moestuinen en volkstuinen Natuur Landbouw
Voor de indeling van de bodemklasse van de grond (ontvangende bodem en toe te passen grond) wordt de volgende terminologie gebruikt: - Achtergrondwaarden (AW): Grond met concentraties tot de achtergrondwaarden. - Wonen (W): Grond met een samenstelling tot de maximale waarden van de klasse wonen en groter dan de achtergrondwaarden. - Industrie (In): Grond met een samenstelling tot de maximale waarden van de klasse industrie en groter dan de maximale waarden voor de klasse wonen. - Grond waarvan nuttige toepassing niet is toegestaan: Grond met een samenstelling boven de maximale waarden van de klasse industrie. Afhankelijk van de stof is de maximale waarde van klasse industrie over het algemeen gelijk aan de interventiewaarde voor die stof. Bij de beoordeling van de gemeten gehaltes worden de rekenregels zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Regeling bodemkwaliteit gebruikt. De toetsing van de grond is opgenomen in bijlage 8.
Datum: Pagina:
12 april 2021 19 / 31
Kenmerk : Projectnummer :
EJ50200638.R001-0 VBB-50200638
Tijdelijk handelingskader PFOA, PFOS, PFAS en GenX Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Van sommige PFAS is al aangetoond dat ze toxisch zijn. De stoffen PFOS en PFOA behoren tot de zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Een aantal andere stoffen uit de PFAS groep, zoals GenX, staan op de lijst van potentiële ZZS (PZZS). Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden PFAS inmiddels in Nederland, en breder in Europa, niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Het overheidsbeleid is er op gericht om deze stoffen zoveel mogelijk uit de leefomgeving te weren.
De aanwezigheid van ZZS dient zowel aan de “voorkant” (preventie) als aan de “achterkant” (beheer) aangepakt te worden. Als voor een verontreinigende, niet-genormeerde stof nog geen toepassingsnormen zijn vastgesteld, wordt vooralsnog van de bepalingsgrens uitgegaan. Dit is onder meer vastgelegd in voetnoot 4 van bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit, waarin een verwijzing is opgenomen naar bijlage 6 bij de Circulaire bodemsanering. De bepalingsgrens is niet gebaseerd op een risicobenadering maar wordt gehanteerd uit het oogpunt van voorzorg omdat er geen beter alternatief beschikbaar is. Voor niet-genormeerde stoffen ontbreekt namelijk in de regel een risicoanalyse. Als wel de nodige informatie voorhanden is over de risico’s die een stof bij het toepassen van grond en baggerspecie voor mens en milieu meebrengt, moet de bepalingsgrens niet als harde grens worden gehanteerd, maar moet naar bevinding van zaken worden gehandeld. De stoffen uit de PFAS-stofgroep behoren tot de niet-genormeerde stoffen. Voor PFAS is inmiddels uit onderzoek voldoende informatie naar voren gekomen om in het kader van het Besluit bodemkwaliteit bij de toepassing van voetnoot 4 van bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit en de invulling van de zorgplicht waaraan de toepasser moet voldoen, uit te gaan van onderstaande landelijke toepassingswaarden uit het geactualiseerde tijdelijk handelingskader .
Datum: Pagina:
12 april 2021 20 / 31
Kenmerk : Projectnummer :
Tabel 4.5. Geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS Categorie Toepassingssituatie 4.1
4.2 4.3
Toepassingswaarde (µg/kg ds(4) (5) (6))
Op de landbodem Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1) Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse Wonen of industrie Wonen of industrie Landbouw/natuur
Wonen of industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
EJ50200638.R001-0 VBB-50200638
Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau (1) als bedoeld in art. 35, onder f (verspreiden op aangrenzend perceel of weilanddepot) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau(1)
PFAS = 3 PFOA = 7 PFAS = 1,4 PFOA = 1,9 PFAS = 1,4 PFOA = 1,9 PFAS = 3 PFOA = 7 PFAS = 3 PFOA = 7
4.4
Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebied
gebiedskwaliteit
4.5
Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau(2), met inbegrip van grootschalige toepassing
PFAS = 1,4 PFOA = 1,9
4.6
Grond toepassen
Vervalt, zie categorie 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2
4.7
Baggerspecie toepassen, in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK (verspreiding van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewater) Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophoging in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK
Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters
Het in een ander oppervlaktewaterlichaam, uitgezonderd een diepe plas(3): Verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen), als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK en Het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK. Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater (3) (8)
Rijkswater:
Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.1 (7) (8)
PFAS = 0,8 PFOS = 1,1
In oppervlaktewater
4.8.1
4.8.2
4.9.1
4.9.2
Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters
Anders:
PFAS = 0,8 PFOS = 3,7 PFAS = 0,8 PFOS = 1,1
PFAS = 0,8 PFOS = 3,7
Datum: Pagina:
12 april 2021 21 / 31
Kenmerk : Projectnummer :
EJ50200638.R001-0 VBB-50200638
(1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. (2) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. (3) Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand) Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlicht beschouwd als oppervlaktewater van elders. Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in het beheer van het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet.
(4) Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt, zie bijlage G, onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit). (5) tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld. (6) met toepassingswaarden voor PFAS wordt bedoeld de waarde voor alle overige PFAS verbindingen, te toetsen per stof (dus niet gesommeerd). PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. (7) Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal het waterschap in overleg met de gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. (8) Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen.
Deze toepassingswaarden kunnen binnen de randvoorwaarden die daarvoor in het Besluit bodemkwaliteit zijn gegeven, op lokaal niveau in een aangewezen bodembeheergebied worden gespecificeerd als er lokaal aanleiding is om een andere waarde vast te stellen. Wat betreft de dubbele toets die bij het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem volgens het Besluit bodemkwaliteit moet worden uitgevoerd, wordt opgemerkt dat het bepalen voor PFAS van de kwaliteit van de bodem waarop PFAS-houdende grond of baggerspecie wordt toegepast (de ontvangende bodem), alleen noodzakelijk is voor landbodems die zijn ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur en/of de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. Bij het toetsen aan de toepassingswaarden voor PFOS en PFOA uit het tijdelijk handelingskader moet de totale som (vertakt plus lineair) worden getoetst aan de normwaarde. Bij die sommatie, die plaatsvindt volgens bijlage G-IV van de regeling bodemkwaliteit worden gehalten die zijn gerapporteerd als kleiner dan de bepalingsgrens meegenomen als getal door de bepalingsgrens met 0,7 te vermenigvuldigen.
Datum: Pagina:
12 april 2021 22 / 31