CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bestemmingsplan De Potterestraat met bijlagen.pdf

Gemeenteraad 26 oktober 2023, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan De Potterestraat, Oud Gastel25.852 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan De Potterestraat Oud Gastel

Gemeente Halderberge

datum projectnummer

26 oktober 2023 214425

Bestemmingsplan De Potterestraat Oud Gastel

Aveco de Bondt BV Boschstraat 35, 4811 GB Breda T +31 76 522 52 62 www.avecodebondt.nl

Gemeente Halderberge

project projectnummer projectleider

opdrachtgever

status versie fase auteur

De Potterestraat Oud Gastel 214425 Toby van Baast

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

JAWEL Bouw bv

Definitief 4.0 vastgesteld Toby van Baast MSc

paraaf gecontroleerd

datum referentie

Marcel Volbeda

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 1/61

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

5 5 5 6 6

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2

Planbeschrijving Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied Beeldkwaliteit Verkeer & parkeren Parkeren Verkeersgeneratie

7 7 7 8 9 10 10 11

3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) 3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3.2.1 Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling

12 12 12 12 12 13 14 14 15 16

3.3.2.2 Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit

17

3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3

19 19 20 21

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Halderberge Woonvisie Halderberge 2021-2025 Welstandsnota Halderberge

4 Planologisch relevante (milieu)aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Bodem 4.3 Waterhuishouding 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Archeologie 4.6 Ecologie 4.6.1 Natuurgebieden 4.6.2 Flora en fauna 4.7 Wegverkeerslawaai 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Driftblootstelling spuitzones 4.10 Externe veiligheid 4.10.1 Inrichtingen en externe veiligheid

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

23 23 23 24 25 27 29 29 29 31 33 34 34 34

P 2/61

4.10.2 Transport en externe veiligheid 4.10.3 Buisleidingen en externe veiligheid 4.11 Luchtkwaliteit 4.11.1 Geurhinder en veehouderij 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Niet gesprongen explosieven 4.14 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

36 36 37 38 41 41 43

5 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’

45 45 45 45 45 46 46 46

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

48 48 48 48

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Vooroverleg Zienswijzen

49 49 51 51

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

datum referentie

Bodemonderzoek en wateronderzoek Watertoets AERIUS-berekening Quickscan Wet natuurbescherming Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Brief omgevingsdialoog Standaard advies Brandweer Standaard verantwoording groepsrisico Nota van zienswijzen

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 3/61

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 4/61

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel In de gemeente Halderberge, aan de oostzijde van de kern Oud Gastel, is globaal tussen de Provincialeweg Noord en het Kerkhof een perceel gelegen met een omvang van circa 9.600 m2. Op dit moment wordt het perceel gebruikt voor agrarische doeleinden. JAWEL Bouw B.V. is voornemens om dit perceel te verwerven ten behoeve van de ontwikkeling van woningbouw. Aveco de Bondt heeft een stedenbouwkundige verkaveling opgesteld voor circa 30 woningen. Per brief d.d. 17 juni 2021 is door de gemeente aangegeven dat in principe de bereidheid bestaat om mee te werken aan de realisatie van dit plan. Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan “Kom Oud Gastel”, zoals vastgesteld op 20 april 2017. De gronden hebben overwegend de bestemming ‘Maatschappelijk’ met een klein bouwvlak (noordelijk deel) en de bestemming groen (zuidelijk deel). Binnen deze bestemmingen is het niet mogelijk om de voorgenomen ontwikkeling te realiseren. Om het initiatief mogelijk te maken dient een nieuw juridisch-planologisch kader te worden opgesteld. Hiervoor dient onderhavig bestemmingsplan.

Figuur 1: Uitsnede luchtfoto omgeving Oud Gastel met rood omkaderd het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen,2021

1.2 Ligging en begrenzing plangebied De planlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom, ten oosten van het centrum van Oud Gastel. Het plangebied is momenteel in gebruik als akkerland (maisakker). Direct ten oosten van het plangebied ligt de doorgaande weg (provinciale weg Noord – N268) en is van het plangebied gescheiden door een brede diepliggende watergang en

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 5/61

brede berm met jonge laanbomen. De locatie heeft een oppervlakte van 9.600 m 2 en staat kadastraal bekend als gemeente Gastel, sectie D, perceelnummer 5011. De ligging en begrenzing is nader aanduid in figuur 1. 1.3

Vigerend bestemmingsplan

Toetsingskader Op basis van het bestemmingsplan ‘Kom Oud Gastel’, zijn de voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden bestemd voor maatschappelijke voorzieningen met de bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groen, parkeervoorzieningen, paden. Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ is een beperkt bouwvlak aanwezig. De met ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen met bijbehorende voorzieningen. De huidige bestemmingen zijn weergeven in figuur 2.

Figuur 2: Uitsnede vigerende bestemmingsplannen. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Beoordeling De vigerende bestemmingsregeling staat de realisatie van woningbouw niet toe. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen om het plangebied te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw op basis van het vigerende ruimtelijke regime niet mogelijk is. Het onderhavige bestemmingsplan ‘De Potterestraat Oud Gastel’ voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om het beoogde initiatief te realiseren. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 6/61

2

Planbeschrijving

2.1 Inleiding Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven en wordt ingegaan op de aspecten parkeren en verkeer. 2.2 Beschrijving huidige situatie De gronden binnen het plangebied zijn momenteel voor agrarische doeleinden in gebruik. Ook de als ‘Maatschappelijk’ bestemde gronden worden op dit moment gebruikt als akkerland, wel gezegd maisakker. Het is gelegen aan het einde van de Korte Dreef. Rondom het plangebied liggen verschillende watergangen. De bestaande situatie is weergeven op de luchtfoto van figuur 3.

Figuur 3: Uitsnede luchtfoto locatie plangebied

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 7/61

2.3 Beoogde situatie plangebied In de beoogde situatie wordt aan de gronden behorende bij het plangebied de bestemming ‘Wonen’ toegekend. Beoogd wordt 30 woningen te realiseren binnen het plangebied. Het betreffen 30 koopwoningen. De woningen zullen levensloopbestendig gebouwd worden, waardoor deze geschikt zijn voor verschillende doelgroepen waaronder starters en senioren. In de gemeente Oud Gastel is er behoefte aan starterswoningen en nultredenwoningen. De woningen worden uitgevoerd in 6 rijen van 5 woningen, met per rij 3 woningen van een bouwlaag (60 m2) en 2 woningen met een tweede bouwlaag (90 m2). Het plan biedt per rij van 5 de mogelijkheden tot minimaal 3 woningen die worden voorzien van een tweede bouwlaag, zolang dit ook akoestisch aanvaardbaar is.

Figuur 4: Verkavelingsopzet

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 8/61

Verder wordt er ten oosten van het plangebied een dijk gerealiseerd die als geluidsscherm dient tegen de Rijksweg N268. Het plangebied wordt ontsloten via de Korte Dreef en de Potterestraat. gerealiseerd en wordt ten verschillende paden gerealiseerd voor fietsers en voetgangers. Het verkavelingsplan is weergeven in figuur 4. Met de toevoeging van dit plan wordt een nieuw stukje dorps woonmilieu aan Oud Gastel toegevoegd. Bij de nadere uitwerking zal zorgvuldig gekeken worden naar de mogelijke inpassing van de bestaande bomen en de overige natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten. Deze bieden volop aanknopingspunten om het plan op een bio-diverse en natuur-inclusieve manier in te richten. 2.4 Beeldkwaliteit De grondgebonden woningen, bestaande uit één of twee bouwlagen, hebben een relatief grote schaal en door een wijkgerichte benadering van de gevels en een vergelijkbare massaopbouw van de woningen. Er wordt ruimte geboden aan maximaal twee bouwlagen (maximaal 3 per bouwvlak, de resterende woningen mogen in maximaal één bouwlaag worden uitgevoerd. De woningen zijn georiënteerd op het openbaar groen. Het parkeren vindt plaats aan de nieuwe weg voor bestemmingsverkeer.

Figuur 5: Impressie bouwplan: voor- en zijaanzichten. Bron: Aveco de Bondt, 2020.

Qua architectuur zullen er weinig verschillen tussen de woningen zijn. De woningen worden met een plat dak uitgevoerd. De woningen bestaan overwegend uit metselwerk en hebben een alzijdige uitstraling. Aan de kopgevels worden ook openingen in de gevel gemaakt met raampartijen.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 9/61

2.5

Verkeer & parkeren

2.5.1 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Door de gemeente Halderberge zijn in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ d.d. 9 februari 2017 parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicatie van het CROW. De kadernota onderscheidt parkeernomen voor het gebied ‘Gebied A Centrum Oudenbosch’, ‘Gebied B Oudenbosch’ en ‘Gebied C overig’. Het plangebied is blijkens de bijbehorende kaart gelegen in het gebied ‘Gebied C overig’. In de bijlage bij de kadernota zijn de parkeernomen per functie benoemd. Voor de functie woningen gelden de navolgende parkeercijfers.

Tabel 1: Parkeernormen n.a.v 'Kadernota Parkeren 2017-2021' gemeente Halderberge

De 30 goedkope koopwoningen zijn aangemerkt als <90m2, wat maakt dat daarvoor een norm van 2,1 pp/woning geldt. Hieronder is de parkeerbalans voor onderhavige ontwikkeling opgenomen. Uit de parkeerbalans blijkt een parkeerbehoefte van 63 parkeerplaatsen. Tabel 2: parkeerbalans op basis van ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge. Parkeerbalans Functie

Aantal

Norm

Woning kleiner dan 90 m2

30

2,1

Totaal: 30 woningen

Aantal parkeerplaatsen 63,0 63,0

Deze parkeerplaatsen dienen te worden voorzien binnen het plangebied. Het stedenbouwkundig plan toont aan dat voldoende parkeergelegenheid kan worden gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de westkant van het plangebied, in de openbare ruimte.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 10/61

Conclusie Binnen het plangebied wordt voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd om te kunnen voldoen aan de parkeernorm zoals gesteld in de ‘Kadernota Parkeren 2017-2021’ van de gemeente Halderberge. 2.5.2

Verkeersgeneratie

Toetsingskader Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW te worden geraadpleegd. Het plangebied is, op basis van de ‘Kadernota Parkeren 20172021’ van de gemeente Halderberge, gelegen in de bebouwde kom van Oud Gastel en te typeren als weinig stedelijk. In het plan komen 30 nieuwe goedkope koopwoningen. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is uitgegaan van een gemiddelde norm. Uit de volgende tabel blijkt een toename van 222 verkeersbewegingen ten gevolge van de nieuwbouw. Beoordeling Vanaf de nieuwe ontsluitingsweg, primair bestemd voor aanwonenden, wordt direct aangesloten op de Korte Dreef en De Potterestraat. Aangenomen kan worden dat een erfontsluitingsweg het aantal vervoersbewegingen kan verwerken. Een dergelijk toename van 222,0 verkeersbewegingen per etmaal belemmert de afwikkeling van het verkeer niet. Tabel 3: verkeersgeneratie op basis van CROW Verkeersgeneratie Functie

Aantal

Norm

Aantal parkeerplaatsen

Aaneengebouwde woning, koop

30

7,4

222,0

Totaal: 30 nieuwe woningen

222,0

Conclusie De beoogde ontwikkeling zorgt voor een toename van het aantal vervoersbewegingen. Echter, de toename is dermate gering dat de huidige wegen het verkeer kunnen afwikkelen. Hiermee vormt het aspect verkeer geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 11/61

3

Beleidskader

3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat en wordt het initiatief hieraan getoetst. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020

Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Nationale Omgevingsvisie. 3.2.2

Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012

Toetsingskader Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 12/61

besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied niet gelegen binnen een aanduiding zone. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van het Barro en het Rarro Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro)

Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. A. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? B. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? C. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? D. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? E.

Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Onderhavige ontwikkeling bestaat uit de realisatie van in totaal 30 wooneenheden. Daarmee is dat dan ook een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 13/61

Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling gaat het met name om het ruimtebeslag en effecten op de omgeving. In de bestaande situatie zijn reeds stedelijke functies aanwezig (maatschappelijk en groen). Met de nieuwbouw zal per saldo het ruimtebeslag toenemen. De locatie is volledig gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Tevens blijkt uit de woonvisie (zie paragraaf 3.4.2) dat er voldoende behoefte is aan deze hoeveelheid woningen en woningtypen. De ontwikkeling past met de realisatie van 30 eenheden in het regionale en gemeentelijke woningbouwprogramma. Er is dus sprake van behoefte aan voorliggende ontwikkeling. Daarmee vormt de ladder geen verdere belemmering voor het initiatief. Conclusie De ontwikkeling voorziet in een behoefte en is realiseerbaar binnen ‘bestaand stedelijk gebied’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018

Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.

De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van 30 koopwoningen, waardoor ingespeeld wordt op de regionale en lokale woningbehoefte. De woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd en zijn gesitueerd nabij diverse centrumvoorzieningen. Binnen de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking is aangetoond dat de ontwikkeling gerealiseerd wordt binnen ‘bestaand stedelijk gebied’. Het planvoornemen past daarmee binnen de omgevingsvisie.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 14/61

Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant 3.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 15 april 2022 is een geactualiseerde Interim omgevingsverordening NoordBrabant (Iov) in werking getreden. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

Figuur 7: Uitsnede kaartbeeld ‘stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plangebied is aangeduid met rode aanwijzer. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 15/61

Beoordeling Voorliggend besluitgebied is binnen de Interim omgevingsverordening gelegen binnen het ‘Stedelijk gebied’. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het ‘Stedelijk gebied’. Daarnaast moet invulling worden gegeven aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit uit artikel 3.5 t/m 3.8 Iov. De toetsing wordt hierna uitgevoerd. 3.3.2.1

Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling

Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het toevoegen van 30 koopwoningen in bestaand stedelijk gebied van Oud Gastel. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw.

Volgens de meest recente provinciale woningbouwprognoses 'De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020' telde Noord-Brabant in september 2020 een woningvoorraad van 1.140.635 woningen. De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognose (2050) groeien, al is de groei in landelijke gebieden minder sterk. De demografische trends en de betekenis hiervan voor de woningbehoefte in gemeente Halderberge worden nader toegelicht in paragraaf 3.4.2. Uitgangspunt van de Brabantse Agenda Wonen (2017) is ruim baan te geven aan ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen. Na 2017 worden jaarlijks regionale afspraken gemaakt via een regionaal perspectief op wonen en woningbouw. De meeste recente verslaglegging van regionale afspraken is gedaan in de ‘Voortgangsrapportage 2020/2021” van de Brabantse Agenda Wonen (25 mei 2021). In deze verslaglegging wordt nogmaals benadrukt dat de provincie ontwikkeling van nieuwe woningen in binnenstedelijke locaties verkiest boven landelijke uitbreiding. Het planaanbod op inbreidingslocaties neemt toe in heel Brabant en hangt samen met de sterk toegenomen aandacht voor gebieds- en transformatieopgaven binnen bestaande steden en dorpen.

Deze praktijkontwikkeling is in lijn met het fundament van de Brabantse Agenda Wonen, waarin het ‘accent op duurzame verstedelijking’ is en als richtinggevend kernpunt is opgenomen “focus op inbreiding en transformatie, grootschalige uitbreidingen beperken tot een aantal specifiek aangewezen en regionaal afgestemde locaties en

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 16/61

ruimte voor gemeenten om de randen van het bestaand stedelijk gebied kwalitatief en duurzaam af te ronden”. (Voortgangsrapportage 2020/2021, p. 36). In de voortgangsrapportage staat dat enkel woningbouwplannen op uitbreidingslocaties om regionale afstemming vragen. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van akkerland binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden in artikel 3.42 Iov. 3.3.2.2

Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit

Toetsingskader De provincie Noord-Brabant wil niet slechts sectoraal of eendimensionaal kijken. Ze wil zowel zichtbare als minder zichtbare effecten van ons handelen meenemen. De provincie wil dat een ontwikkeling bijdraagt aan 'people, planet en profit'. Daarom wil de provincie bij realisatie van een goede omgevingskwaliteit diep, rond en breed kijken: • Diep (de gelaagdheid): kijk niet alleen naar zichtbare effecten, maar ook naar minder zichtbare lagen, zoals wat onder de grond zit en de wisselwerking tussen de lagen. Het is een samenhangend systeem waarin het maken van slimme combinaties de oplossing biedt. De sociale en technologische innovaties gaan zo snel dat de tijd een belangrijke factor is om een strategie te bepalen. Iets wat nu niet slim is om te doen, kan dat in de toekomst wel zijn. De gelaagdheid komt terug in artikel 3.7 van de Interim omgevingsverordening. • Rond: kijk niet sectoraal en stel de vraag hoe de ontwikkeling zó kan worden vormgegeven dat deze bijdraagt aan de balans tussen People, Planet en Profit. Rond kijken komt terug in artikel 3.8 van de Interim omgevingsverordening (meerwaardecreatie); • Breed: ga voor grote betrokkenheid en brede participatie van belanghebbende partijen zoals organisaties, Brabanders en bedrijven met visies, meningen, wensen, ideeën en belangen.

De verordening heeft geen toetsingsartikel opgenomen voor de brede manier van kijken. Participatie en samenwerking zijn in de Brabantse praktijk namelijk een vanzelfsprekendheid. Afwegingen worden met de juiste betrokkenen en omwonenden van een initiatief of in een gebied samen gemaakt; op een sociaal inclusieve manier dus. Hierdoor kunnen slimme combinaties gelegd worden en komt de gebiedskennis en betrokkenheid vanuit de omgeving goed tot haar recht. Deze omgeving omvat niet alleen de direct omwonenden, maar ook inbreng van kennisinstellingen en initiatiefnemers van elders die hun ervaringen delen. Deze manier van denken sluit aan bij de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2). In artikel 3.5 is opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik (3.6); b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (3.7); c. meerwaardecreatie (3.8); d. participatie van belanghebbende partijen (breed kijken). Artikel 3.6 - Zorgvuldig ruimtegebruik 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.

de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: ▪ nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk;

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 17/61

▪

b. c. 2.

er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.

Artikel 3.7 - Toepassing van de lagenbenadering (diep kijken) 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8 – Meerwaardecreatie (rond kijken) 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b.

de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Artikel 3.6 - Zorgvuldig ruimtegebruik a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan ten dele sprake. Nieuwvestiging ter plaatse van het agrarisch perceel wordt mogelijk geacht gezien het in een groot openbaar belang voorziet, namelijk de kwantitatieve en kwalitatieve toevoeging van woningen aan de woningvoorraad, en hierbij geen onevenredige aantasting van waarden geeft; b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst en voldaan; c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De omgevingsvergunning verbindt hier voorwaarden aan.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 18/61

Artikel 3.7 - Toepassing van de lagenbenadering (diep kijken) a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op deze effecten; b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft enkel nieuwe infrastructuur te worden aangelegd in de vorm van een toegangsweg tussen de Korte Dreef en de Potterestraat en dienen er enkele duikers te worden aangelegd voor de waterwegen rondom het plangebied. Voor het overige heeft het initiatief geen effect op een natuurnetwerk en het energienetwerk. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2 en de effecten op de waterhuishouding worden beschreven in paragraaf 4.3; c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Artikel 3.8 – Meerwaardecreatie (rond kijken) Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie.

Met onderhavig initiatief wordt invulling gegeven aan een evenwichtige kwaliteitsverbetering op meerdere manieren: • opwaardering van de woningenvoorraad in Oud Gastel door nieuwbouw van de goedkopere koopwoningen voor starters en senioren (people); • Bijdragen aan woningbouwtekorten (people); • In hoofdstuk 4 wordt aangetoond dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden (planet); • De grondwaarde neemt toe ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen (profit); • met een duurzaam en passend bouwontwerp wordt een positieve bijdrage geleverd op dit aspect (planet). Participatie van belanghebbende partijen (breed kijken) Het gemeentelijke - en provinciale belang om verstening in het buitengebied te voorkomen wordt behartigt met dit plan op een agrarisch perceel binnen ‘bestaand stedelijk gebied’. Gedurende het bestemmingsplan traject wordt vanzelfsprekend uitgebreid dialoog gevoerd met de provincie, gemeente, adviseurs in duurzame ontwikkeling en omwonenden en zijn de diverse visies, meningen, wensen, ideeën en belangen afgewogen. Het optimale resultaat van de dialoog zal neerdalen in het vastgestelde bestemmingsplan. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Halderberge

Toetsingskader Met de omgevingsvisie laat de gemeente Halderberge zien wat ze belangrijk vinden in de omgeving waarin ze wonen, werken en recreëren. De omgevingsvisie helpt om samen te blijven werken aan een aantrekkelijke gemeente en vooruit te kijken naar ontwikkelingen waar ze mee te maken (gaan) krijgen. De omgevingsvisie is vastgesteld op 10 februari 2022. Het karakter van Halderberge wordt gekenmerkt de grote verschillen in de gemeente. Elke kern heeft z’n eigen karakter. En ook het buitengebied is erg divers. Uniek voor Halderberge is de overgang van klei naar zand. Daardoor kan binnen de gemeente genoten worden van zowel polderlandschap en bosgebieden.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 19/61

De gemeente wil het bijzondere karakter van gebieden en kernen met hun eigen identiteit koesteren en versterken. Daarom willen ze met elk initiatief ervoor zorgen dat de waarden en het karakter van dat deelgebied of kern versterken. De waarden per deelgebied zijn de omgevingsvisie beschreven. Het behoud van de kwaliteiten van de ondergrond zijn een essentiële voorwaarde voor alle thema’s die in de Omgevingsvisie aan de orde komen. Een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem is nodig om de waarden in alle deelgebieden te kunnen behouden. Beoordeling Nieuwe initiatieven in Oud Gastel kunnen inspelen op de bestaande dorpse waarden door in te spelen op de gemoedelijke en saamhorige sfeer, het actieve verenigingsleven, het dorpse/kleinschalige karakter en de zichtbaarheid en waarde van karakteristieke gebouwen en elementen. Het bouwplan van 30 woningen maakt woningen van één of twee bouwlagen mogelijk en is daarmee dorps en kleinschalig. Het woningbouwprogramma past goed binnen de woningbouwbehoefte voor de gemeente en in het bijzonder voor starters. Conclusie De omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.4.2

Woonvisie Halderberge 2021-2025

Toetsingskader Halderberge is een woongemeente die ligt in een goed bereikbare, veelzijdige, groene en landelijke omgeving. De woonvisie geeft kaders met als doel om iedereen binnen deze landelijke woongemeente goed en prettig te laten wonen in de fysieke en sociale leefomgeving. Binnen deze nieuwe woonvisie heeft de gemeente 4 ambities uit opgesteld: • Goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu • De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten • Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen • Ruimte voor initiatief en samenwerken Deze ambities vormen de basis voor ontwikkelingen in de komende jaren. Om de visie en ambities te kunnen waarmaken zet de gemeente Halderberge de komende jaren de focus op een aantal uitvoeringsopgaven. Deze zijn opgenomen in de agenda, bestaande uit 5 opgaven: • Leefbaarheid in de kernen • Verduurzaming van de woningmarkt • Betaalbaarheid en beschikbaarheid • Levensloopbestendigheid en toekomstgerichtheid • Wonen en zorg. Woningbouwprogramma 2018-2028 Op 14 december 2017 heeft de gemeenteraad het woningbouwprogramma 2018-2028 vastgesteld. Hierin zijn de woningbouwplannen opgenomen die voor de komende jaren op het programma staan. Ze passen bij de geprognotiseerde behoefte aan woningen in die periode. Het gaat hierbij om ruim 1000 woningen.

In het programma zijn zowel de projecten van de gemeente als van ontwikkelaars en de woningcorporatie opgenomen. Binnen het vastgestelde woningbouwprogramma is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Maatschappelijke ontwikkelingen als gewijzigde marktomstandigheden en veranderende demografische prognoses en behoeften vragen om monitoren en, waar nodig, het bijstellen van opgaven en daarmee flexibiliteit in programmering.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 20/61

Voor de toevoeging van woningbouw in de kernen Oudenbosch, Oud Gastel, Bosschenhoofd en Stampersgat moet ingezet worden op het voorkomen van langdurige leegstand en transformatie van bestaand vastgoed en de herontwikkeling van locaties in het bestaand stedelijk gebied waar een meerwaarde wordt geleverd. Beoordeling De nieuwbouwopgave voor Halderberge is vastgelegd in het gemeentelijk woningbouwprogramma, het huidige woningbouwprogramma 2018-2028 is gericht op de ambitie om ruim 1000 woningen te realiseren. Het woningbouwprogramma is dynamisch en flexibel. De gemeenteraad heeft het college flexibiliteit gegeven in fasering, aantal en locaties binnen het totale woningbouwprogramma. Er vind daarnaast wel regionaal afstemming plaats over het woningbouwprogramma. In Oud Gastel staan momenteel 232 woningen in het woningbouwprogramma. Oud Gastel Noord voorziet voor de komende jaren in grondgebonden nieuwbouwwoningen met diverse typologieën en in het centrumgebied zijn mogelijkheden voor andere woningtypologieën. Deze ontwikkellocatie ligt in het centrum en is daarmee wenselijk. Het plan is dan ook passend binnen de uitgangspunten uit het woonbeleid. Conclusie Het initiatief is passend binnen de ambities van de Woonvisie Halderberge 2021-2025 en het Woningbouwprogramma 2018-2028. 3.4.3

Welstandsnota Halderberge

Toetsingskader De Welstandsnota Halderberge is op 28 maart 2017 door de gemeenteraad van de gemeente Halderberge vastgesteld. Deze welstandsnota vormt een belangrijke basis voor het streven naar een aantrekkelijke gebouwde omgeving. Het welstandsbeleid is hierin uitgewerkt en biedt de basis om de huidige en kenmerkende kwaliteiten van de bebouwde omgeving in Halderberge te behouden en verder te ontwikkelen. De welstandsnota maakt de architectonische waarden van de bebouwde gebieden in Halderberge duidelijk inzichtelijk; zowel de vormgeving, het materiaal- en kleurgebruik als de inpassing in de omgeving. Deze inzichten vormen de basis om alles wat in Halderberge wordt gebouwd, verbouwd of aangebouwd, bij te laten dragen aan een aantrekkelijke en goed verzorgde omgeving. Dit resulteert weer in een verhoging van de economische waarde en de belevingswaarde van de bebouwing, wat ook het vestigingsklimaat versterkt. Beoordeling Het plangebied, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, is op de gebiedsindelingkaart aangeduid als ‘Op zichzelfstaande bebouwing’. Bebouwing in de 'Op zichzelfstaande locaties' vervullen door hun functie, schaal of door hun ligging bijzondere aandacht binnen een kern. Het gaat hierbij om een clustering van scholen, een begraafplaats, verzorgingshuizen, kloosters, hotels, woonzorgcomplexen of winkelcentra.

De bebouwing vormt vaak een solitaire eenheid binnen de omliggende bebouwingsstructuur. Voor dit gebied gelden de volgende hoofdaspecten: • De openbare ruimte in de directe omgeving van de gebouwen en de bebouwing dienen als een geheel te worden gezien en als zodanig te worden ingericht. De begane grond moet direct aansluiten op het maaiveld. • Het individuele karakter van de bebouwing met een duidelijke architectonische eenheid is uitgangspunt. • Bebouwing dient met de representatieve gevel gericht te zijn naar de openbare ruimte. • De functie van de bebouwing dient in de architectuur herkenbaar te zijn.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 21/61

Het ontwerp van de te realiseren woning zal te zijner tijd worden getoetst aan de criteria behorende bij dit welstandsgebied door de gemeente Halderberge. Conclusie Het plan past binnen het gemeentelijk beleid zoals beschreven in de Welstandsnota Halderberge.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 22/61

4

Planologisch relevante (milieu)aspecten

4.1 Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Navolgend wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: • bodem; • waterhuishouding; • cultuurhistorie; • archeologie; • ecologie; • wegverkeerslawaai; • bedrijven en milieuzonering; • externe veiligheid; • luchtkwaliteit; • kabels en leidingen; • milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling. 4.2

Bodem

Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. Beoordeling In december 2021 heeft Wematech bodem adviseurs B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar het perceel aan de Korte Dreef ong. te Oud Gastel. De rapportage hiervan is toegevoegd als bijlage 1. Onderstaand worden de onderzoeksresultaten behandeld.

Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond licht verontreinigd is met lood en ter plaatse van het centrale en zuidelijke deel van het perceel tevens licht verontreinigd is met kwik. Echter, de bovengrond van het noordelijke

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 23/61

deel van het perceel voldoet aan de klasse wonen. De bovengrond van het centrale en zuidelijke deel van het perceel voldoet aan de achtergrondwaarde. De ondergrond is niet verontreinigd en voldoet aan de achtergrondwaarde. Het grondwater is licht verontreinigd met (som) xylenen en ter plaatse van peilbuis 05 tevens licht verontreinigd met nikkel en zink. Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat bij ongewijzigd gebruik binnen de huidige functieklasse geen gebruiksbeperkingen hoeven te worden gesteld aan de onderzoekslocatie. De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De resultaten van het onderzoek vormen geen belemmering om tot eigendomsoverdracht over te gaan. De verkregen resultaten vormen tevens geen belemmering voor de realisatie van eventuele toekomstige bouwplannen ter plaatse. Conclusie Op basis van de bevindingen uit verkennend bodemonderzoek zijn ervan uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de beoogde ontwikkeling. De bodem is geschikt voor het beoogde gebruik. 4.3

Waterhuishouding

Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Voor een actueel overzicht van het waterbeleid van de provincie Noord-Brabant, waterschap Brabantse Delta en de gemeente Halderberge, wordt verwezen naar de watertoets van Milon (bijlage 2). Beoordeling Milon heeft een watertoets opgesteld voor de planontwikkeling. De volledige watertoets is opgenomen als bijlage 2. Onderstaand worden de belangrijkste bevindingen en adviezen uit deze rapportage beschreven. In de waterparagraaf is gebruik gemaakt van de resultaten van een infiltratieonderzoek van Wematech.

Het infiltratieonderzoek is opgenomen in bijlage 1. Hemelwater en waterberging De ontwikkeling op de onderzoekslocatie tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met 5.800 m2. De benodigde compensatie bedraagt 348m3. Uitsluitend het niveau boven de GHG wordt aangemerkt als geschikt voor berging (en infiltratie). Het verschil tussen de GHG (+0.50m NAP) en overstortpeil (+1.25m NAP) bedraagt 0.75m. Deze bergende schil, vermenigvuldigd met het oppervlak van de retentie resulteert in deze compensatieopgave. De retenties binnen het plan gebied hebben allen 115 m3 bergend vermogen. De overige 510 m3 wordt in de putten en leidingen geborgen. Met behulp van een kleine doorlaat ca. Ø50mm op een niveau van -0.40m NAP (boven bodem sloot niveau) in combinatie met het infiltrerende vermogen van de retenties ledigt de voorziening na afloop van de bui vertraagd.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 24/61

Het overstortpeil vanuit de retentie is te allen tijde hoger van het waterpeil van de ontvangende waterloop. Terugstroom vanuit de waterloop is hierdoor niet mogelijk. De vervallen sloot langs de begraafplaats wordt gecompenseerd door de bestaande watergangen rond het projectgebied te verbreden. Ten behoeve van ontwerp van benodigde leidingdiameters en toetsing van de werking van de retentie is een rekenmodel opgesteld in de rekensoftware SOBEK Deltares Hydraulics (zie de afbeelding hierna). Advies is het toepassen van leidingen PVC Ø315mm. Er is sprake van een robuust systeem met overcapaciteit.

Figuur 8: Overzicht hemelwaterstelsel. Bron: Functioneel hemelwaterrioolontwerp Geo Infra b.v., maart 2023. Conclusie In de regels wordt een minimale waterbergingseis van 357 m3 geborgd. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. 4.4

Cultuurhistorie

Toetsingskader In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (artikel 3.1.6, lid 5 Bro). De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 25/61

Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Gemeentelijke beleidsnota Halderberge ‘Inspirerend verleden’ De gemeente heeft op 22 september 2011 een beleid vastgesteld waarin is vastgelegd dat zorgvuldig omgegaan wordt met de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen de gemeente Halderberge. De beleidsnota stelt als visie dat cultuurhistorie een belangrijke drager van de identiteit van Halderberge is en integraal onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke ontwikkeling van Halderberge. Ontmoetingen van heden en verleden gelden als uitdaging en inspiratiebron voor de toekomst. Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen moet cultuurhistorie dan ook een volwaardige plaats én inbreng krijgen. Daarnaast dient kennis te bestaan over de aanwezige cultuurhistorische en monumentale waarden. Aanvullend is op het beleid per 6 februari 2014 een gemeentelijke Cultuurhistoriekaart beschikbaar. De informatie op deze kaart is vergelijkbaar met de provinciale CHW. Een uitsnede van de kaart is weergeven in figuur 8.

Beoordeling Uit de cultuurhistorische waardenkaart volgt dat het plangebied is gelegen binnen de regio van provinciaal cultuurhistorisch belang de ‘West-Brabantse Venen’. De regio bestaat uit van een zwak golvend dekzandlandschap op een oudpleistocene ondergrond met afsluitende kleilagen. De winning en het transport van turf heeft het landschap eeuwenlang beheerst. Hieraan herinneren de (relicten van) turfvaarten en de turfhoofden. De ontginning van het veen heeft de ontwikkeling van het gebied mogelijk gemaakt. Onderhavig initiatief is kleinschalig van aard en kent niet het schaalniveau waarop de cultuurhistorische waarden ontwikkeld, behouden of versterkt kunnen worden ter verwezenlijking van de regionale ambitie. Deze ligging heeft derhalve geen invloed op het initiatief.

Figuur 9: Uitsnede cultuurhistoriekaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is aangeduid met rode rechthoek. Bron: Cultuurhistoriekaart Halderberge, 2022.

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 26/61

Het plangebied is gelegen aan de Korte Dreef. Deze locatie is zowel op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart als de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart niet aangemerkt met een hoge waarde. Er dient enkel rekening te worden gehouden met de begraafplaats ten westen van het plangebied. De begraafplaats ‘Laurentius’ is gebouwd voor de Rooms Katholieke kerk in de periode 1875-1900. Op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is de naastgelegen begraafplaats aangewezen als ‘overige bouwkunst’ en is aangewezen als gemeentelijk monument. Uit het stedenbouwkundig plan blijkt dat er een buffer en infrastructuur wordt aangelegd tussen de begraafplaats en de woningen waardoor de ontwikkeling geen risico vormt voor de begraafplaats. Verder zal de aanleg van een ontsluiting op de Korte Dreef en de Potterestraat ook geen belemmering vormen. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt vormt dit geen belemmering.

Figuur 10: Uitsnede cultuurhistoriekaart van de gemeente Halderberge. Het plangebied is aangeduid met rode rechthoek. Bron: Cultuurhistoriekaart Halderberge, 2022.

Conclusie Het voornemen doet geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden binnen of in de omgeving van het plangebied. 4.5

Archeologie

Toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (art. 38a t/m 41

datum referentie

26 oktober 2023 214425_AdB_RAP_v4.0

P 27/61

Monw 1988). Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7). Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en beleidsnota ‘Ons geschreven verleden gemeente Halderberge’ Het archeologiebeleid van de gemeente Halderberge van 22 september 2011 heeft tot doel het archeologisch erfgoed van de gemeente te beschermen en ontsluiten. Bij alle ruimtelijke plannen en ontwikkelingen, op structuur-, bestemmings- en vergunningsniveau, dienen de archeologische waarden volwaardig te worden meegewogen. Als basiskennis dienen de vastgestelde archeologische advieskaarten. Vaak is meer gedetailleerde informatie noodzakelijk om een goede afweging te kunnen maken voor het beschermen van het archeologisch erfgoed. Om deze informatie te verkrijgen, dient onderzoek plaats te vinden.

Figuur 11: Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart buitengebied Halderberge. Het plangebied is aangeuid met de rode rechthoek. Bron: RAAP ‘Ons ongeschreven verleden, beleidsnota archeologigie Halderberge

Beoordeling Om inzicht te krijgen welke archeologische vondsten er in Oud Gastel verwacht kunnen worden, hanteert de gemeente Halderberge een archeologische verwachtingskaart. Hieruit volgt dat het plangebied ligt in een gebied aangeduid met ‘Bebouwd, wegen etc.’. Voor het stedelijk gebied Oud Gastel geldt de ‘Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart stedelijk gebied’. Hierop wordt het plangebied aangeduid als ‘overig stedelijk gebied’, dit is weergeven in figuur 9. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/565/documents/16419