Bijlage 1 - Aangepast bestemmingsplan Dorpshuis de Steiger Stampersgat (241023).pdf
Tekst van het document
Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid samen met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties het Nationaal Water Programma 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Onderdelen van het NWP zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Waterschap Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit.
Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Het programma brengt op strategisch niveau samenhang tussen de verschillende kerntaken en draagt zo bij aan integraal waterbeheer en duurzame ontwikkeling in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheerprogramma en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het
30
waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater’. Dorpshuis De Steiger ligt in buitendijks gebied. Conform het recente ‘Beleid buitendijkse ontwikkelingen Roode Vaart & MarkDintelVlietboezem’ (2023) is het waterschap zeer terughoudend ten aanzien van buitendijkse ontwikkelingen. De buitendijkse gebieden langs de Roode Vaart en de MarkDintelVlietboezem zijn gereserveerd voor water en klimaatadaptatie en worden vrijgehouden van ontwikkelingen die niet-watergebonden zijn. Hiermee sluit het beleid van het waterschap aan bij het Rijksstandpunt over buitendijks bouwen in de brief van 25 november 2022 over Water en Bodem sturend.
Het waterschap ziet de realisatie van een robuust watersysteem als een belangrijke taak en verantwoordelijkheid. Die taak bestaat vooral uit het beschikbaar hebben en houden van voldoende bergingscapaciteit. Vanwege de onzekerheid over de mate en snelheid van klimaatverandering is het noodzakelijk om de bestaande bergingscapaciteit te behouden en te voorkomen dat ontwikkelingen de realisatie van aanvullende bergingscapaciteit (en/of het daadwerkelijk inzetten ervan) duurder of zelfs onmogelijk maakt. Alleen binnen door het waterschap aangewezen bebouwde contouren rond bestaand bebouwd gebied is nog ontwikkeling mogelijk, zolang dit niet negatief is voor de verantwoordelijkheid van het waterschap. Dat houdt in dat als werkzaamheden boven NAP+1,5 m worden uitgevoerd, het waterbergend vermogen onaangetast blijft. Die ontwikkelingen krijgen een zogenaamd signaleringsadvies. Voor ontwikkelingen die hier niet aan voldoen volgt er een negatief watertoetsadvies. GRP Halderberge 2020 – 2023 De gemeente Halderberge heeft haar waterbeleid opgenomen in het ‘GRP Halderberge 2020-2023' zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 18 juli 2019. In het plan wordt beschreven hoe het stedelijk watersysteem in de huidige situatie functioneert en met welke uitdagingen en ontwikkelingen de gemeente in de nabije toekomst te maken krijgen.
Dit dient als vertrekpunt voor de visie op lange termijn en onze strategie op korte termijn en een transparante, toekomstbestendige financiering. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste zijn onderstaand beschreven en vormen de basis voor de speerpunten voor de planperiode 2020-2023: • klimaatverandering; • uitputting energie en grondstoffen; • veranderende wetgeving; • energietransitie; • participatie en bewustzijn; • vitaliteit; • veiligheid. De gemeente Halderberge wenst ontwikkelingen te benutten om het grondwater aan te vullen en ervoor zorg te dragen dat het stedelijk watersysteem niet zwaarder wordt belast. Hiervoor heeft de gemeente een bergingseis voorgeschreven aan de hand van het oppervlak van de voorgenomen ontwikkeling en/of de toename van het verhard oppervlak. Voor iedere ontwikkeling die leidt tot toekomstig verhard oppervlak, ongeacht de omvang van deze ontwikkeling, geldt een bergingseis van 7 mm voor de eerste 1.000 m2. Voor verharding boven de 1.000 m² geldt een bergingseis van 31
60 mm, conform de keur. Voor ontwikkelingen op bestaande verharde locaties (inbreidingen, verbouwingen, herstructureringen) met een oppervlak groter dan 1.000 m² geldt een bergingseis van 60 mm voor het totale oppervlak. Groenbeleid 2021- 2025: ‘Het groene doorgroeimodel’ De nota 'Het groene doorgroeimodel' biedt een praktische leidraad en toetsingskader voor de inrichting en het beheer van openbaar groen binnen de bebouwde kom in de periode 2021-2025. Het doel is gericht op het waarmaken van de ambities voor realisatie van de visie 'Gaan voor een aantrekkelijke klimaatbestendige groene openbare ruimte'. 4.10.3
Beoordeling en conclusie Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen heeft het waterschap Brabantse Delta de keur genaamd “Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabants waterschappen”. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Voorliggende ontwikkeling betreft een klein plan. In de huidige situatie is bijna het hele plangebied verhard: circa 2.400 m². Het gezondheidscentrum wordt gesloopt en gebouwd in het verlengde van de gymzaal. Het dorpshuis wordt uitgebreid. De bouwmogelijkheden nemen toe met 60 m², maar met het beoogde plan vindt geen wijziging plaats in de oppervlakteverharding. Volgens de GRP Halderberge 2020-2023 geldt een bergingseis van 60 mm. Voor dit plan geldt dan ook dat binnen het plangebied 2.400 m² * 60 mm = 144 m³ berging gecreëerd dient te worden op basis van het voorlopig ontwerp. De exacte waterbergingsopgave dient bepaald te worden op basis van het definitief ontwerp. In die uitwerking kan bijvoorbeeld door het toepassen van vergroening/halfverharding een vermindering van het verhard oppervlak worden behaald dat leidt tot een lagere bergingsopgave. In het plangebied zijn geen beschermde watergangen, oppervlaktewater of kunstwerken gelegen. Ten noorden van het plangebied ligt de Dintel.
Het toekomstig watersysteem bestaat uit een gescheiden systeem waar hemelwater en vuilwater gescheiden wordt opgevangen en verwerkt. Voor deze ontwikkeling wordt niet gewerkt met uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het watersysteem, waardoor de waterkwaliteit kan verslechteren. Het bestemmingsplan is in het kader van overleg aan het Waterschap Brabantse Delta gestuurd. Het waterschap heeft in hun reactie aangegeven dat het dorpshuis zich bevindt binnen een contour rondom bestaand bebouwd gebied dat door het waterschap is aangewezen als gebied waar ontwikkelingen mogelijk zijn, zolang dit niet negatief is voor de verantwoordelijkheid van het waterschap. Dat houdt in dat bouwactiviteiten boven 1,50 m+NAP moeten worden uitgevoerd, zodat het waterbergend vermogen onaangetast blijft. Het plangebied ligt niet in een zone als onderdeel van de waterkering of waterloop. Voor deze ontwikkeling vinden de bouwactiviteiten plaats boven een maaiveldniveau van 1,50 m+NAP. De ontwikkeling is daarom niet negatief voor de verantwoordelijkheid van het waterschap. Op basis van het buitendijks gebied en activiteiten boven 1,50 m+NAP geeft het waterschap een signaleringsadvies af waarin wordt gewezen op de risico’s. In het signaleringsadvies zijn de volgende punten opgenomen: 1.
een verwijzing naar de Rijksbrief Water en Bodem sturend en de Signaleringskaart die behoort bij het (ontwerp) “Beleidskader Wonen en Werken” van de provincie; 2. buitendijks gebied kent geen bescherming uit oogpunt van Waterveiligheid en het waterschap heeft het gebied juist nodig en kan en zal het gebied daadwerkelijk inzetten om binnendijkse wateroverlast te voorkomen/beperken; 3. er kan sprake zijn van hoge waterstanden en inundaties en het waterschap is niet verantwoordelijk voor schade die hier eventueel uit voortkomt; 32
4. 5. 6.
binnen de ontwikkelingen mag geen sprake zijn van ophogingen van terreinen/maaiveld (ook niet boven het niveau van NAP+1,5 m); de ontwikkeling mag geen nadelige effecten hebben op andere taken van het waterschap zoals genoemd in het beleid; van de gemeente wordt gevraagd om bij planontwikkelaars en bewoners pro-actief de risico’s van buitendijkse ontwikkelingen aan te geven.
Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.11
Verkeer en parkeren
4.11.1
Algemeen De leefbaarheid in de kernen staat zowel in het raads- als collegeprogramma voorop. Mobiliteit is voor mensen een essentieel onderdeel van de beleving van leefbaarheid. Parkeren is daar een onderdeel van, de gemeente Halderberge moet goed bereikbaar zijn voor haar inwoners en bezoekers. Dit wil zeggen dat gestreefd wordt naar een hoogwaardige kwaliteit van parkeer- en fietsvoorzieningen. Hiervoor heeft de gemeente Halderberge de “Kadernota Parkeernormen 20232027” vastgesteld. Deze nota is uitgangspunt voor het parkeerbeleid binnen de gemeente en is gehanteerd bij het samenstellen van de parkeerbalans.
4.11.2
Beoordeling en conclusie Door Antea Group is een onderzoek naar verkeer en parkeren uitgevoerd. De memo is als bijlage 5 opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de conclusies uit het rapport. Verkeersgeneratie De uitbreiding van het dorpshuis zal niet leiden tot een substantiële toename van het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het plangebied. De bestaande ontsluitingswegen in de omgeving van het besluitgebied hebben voldoende capaciteit om het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Negatieve gevolgen voor de verkeersafwikkeling in en in de omgeving van het plangebied zijn op basis van het voorgaande niet te verwachten. Parkeerbehoefte In en in de omgeving van het plangebied zijn een dorpshuis (met ondersteunende horeca), gymzaal, gezondheidscentrum, kerk en begraafplaats aanwezig. Het plangebied heeft in de huidige situatie al een parkeerbehoefte. Er is sprake van dubbelgebruik van de parkeerplaatsen. Het oppervlak van het gezondheidscentrum neemt met 20 m² af. De parkeernormen worden in de Kadernota Parkeren 2023-2027 van de gemeente Halderberge aangeduid per behandelkamer. Ervan uitgaande dat het aantal behandelkamers gelijk zal blijven, zal hier niets veranderen en zal dit dus niet leiden tot een toe- of afname van het aantal parkeerplaatsen.
Voor horeca zijn per 100 m² acht parkeerplaatsen benodigd, uitgaande van de parkeernormen uit de Kadernota Parkeren 2023-2027 van de gemeente Halderberge. Er wordt 80 m² toegevoegd, dus zijn er zeven parkeerplaatsen benodigd. Na saldering betekent het toevoegen van een volwaardige horecafunctie aan het dorpshuis een extra normatieve behoefte van vijf parkeerplaatsen. In het noordoostelijke deel van het plangebied worden ten minste vijf parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast wordt in (de omgeving van) het plangebied rekening gehouden met extra parkeerplaatsen ten behoeve van een mogelijke toekomstige herontwikkeling van de nabijgelegen kerk naar woningbouw. Er is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de parkeerbehoefte. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
33
4.12
Kabels en leidingen
4.12.1
Algemeen Planologische relevante leidingen zijn leidingen die bescherming in het wijzigingsplan behoeven. Dit zijn bijvoorbeeld rioolwaterpersleidingen met een grote diameter en waterleidingen met een regionale functie. Op deze leidingen zijn geen veiligheidsafstanden van toepassing, maar wordt wel rekening gehouden met een zakelijk rechtstrook van de leidingen. Door binnen deze strook een bouwverbod op te nemen, wordt beschadiging van de leiding voorkomen.
4.12.2
Beoordeling en conclusie In of nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig.
4.13
M.e.r.-beoordeling
4.13.1
Algemeen Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder wijzigingsplannen en bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: • Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten; • Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ uit te voeren. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a.
de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen.
4.13.2
Beoordeling en conclusie In D.11.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. is de activiteit ‘stedelijke ontwikkeling’ opgenomen. Dit betreft ‘de aanleg, de wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De drempelwaarden voor een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit van D.11.2 in Bijlage II van het Besluit bedragen: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer; • Een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen. Met voorgenomen ontwikkeling worden de drempelwaarden niet overschreven. Er is geen noodzaak tot het opstellen van een MER. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat een functiewijziging in bestaand stedelijk gebied niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt beschouwd (uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Voor het bestemmingsplan is dan ook geen m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk.
34
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Wat betreft systematiek van de integrale herziening is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Er is sprake van een specifiek bestemmingsplan voor meerdere aaneengesloten kadastrale percelen, een postzegelplan. Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan ‘Kom Stampersgat’, vastgesteld door de raad op 13 september 2012. Deze planherziening sluit qua systematiek en bestemming zo veel mogelijk aan op dit bestemmingsplan.
5.2
Systematiek bestemmingen De regels van het bestemmingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen; • Hoofdstuk 2 bevat de regels in verband met de bestemmingsbepalingen. Per bestemming bevat dit hoofdstuk regels, welke specifiek voor die bestemming gelden; • Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Hierbij gaat het om regels die op nagenoeg alle bestemmingen betrekking hebben en die vooral om praktische redenen zijn ondergebracht in dit hoofdstuk, alsmede een aantal specifieke regels, waaronder een anti-dubbeltelbepaling en een procedureregel; • Tenslotte bevat hoofdstuk 4 de overgangs- en slotregels. Deze regels bevatten onder meer het overgangsrecht en de titel van het bestemmingsplan.
5.3
Planopzet In de regels is het hiervoor vermelde beleid op juridische wijze vertaald. Tezamen met de verbeelding vormen de regels het instrument waaraan de ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied worden getoetst. Op de verbeelding zijn met behulp van kleuren aan de gronden bepaalde bestemmingen toegekend. In de regels is aangegeven welke doeleinden op de betreffende gronden zijn toegestaan. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In artikel 1 is een aantal begrippen nader gedefinieerd teneinde onduidelijkheid te voorkomen. Deze begrippen zijn noodzakelijk voor een goed begrip van de regels. Bij de meeste begrippen is aansluiting gezocht bij de in de gemeente gebruikelijke definities. Wijze van meten In artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Zo wordt in de wijze van meten uitgelegd hoe men de bouwhoogte, het oppervlak en de inhoud van een bouwwerk moet meten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels De regels zijn, zoals volgt uit de verbeelding, van toepassing op een inbreidingslocatie in de kern Stampersgat. De regels bij de bestemmingen hebben voor elke bestemming dezelfde opbouw.
35
Maatschappelijk De bestemming betreft het hele plangebied. De regeling sluit aan bij de regeling van Kom Stampersgat. Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen. De bouwhoogte is in de regels in combinatie met de verbeelding bepaald. Op een deel van het bouwvlak is de aanduiding ‘horeca’ opgenomen. Zelfstandige horeca in de categorieën I of II met bijbehorende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'horeca' is toegestaan. Terrassen zijn niet overal binnen de bestemming toegestaan, alleen ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ en ‘terras’ mogen terrassen gerealiseerd worden. Hoofdstuk 3: Algemene regels De algemene regels omvatten een aantal algemene en aanvullende regels die van toepassing zijn op de gronden behorende bij het onderhavige plangebied. Vanwege het algemene karakter van deze regels zijn deze opgenomen in dit algemene hoofdstuk. Anti-dubbeltelregel Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels voor parkeren en ondergronds bouwen opgenomen voor de bouw van de gronden en bouwwerken binnen het gehele plangebied.
Algemene gebruiksregels In dit artikel is de verbodsbepaling opgenomen voor het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen het gehele plangebied. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om afwijking te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Deze regeling is op grond van de Wro verplicht. Slotregel Als laatste wordt de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.
36
6
Financiële uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld, waarmee de gemeente de door haar te maken kosten kan verhalen op de initiatiefnemer. Een exploitatieplan hoeft niet vastgesteld te worden indien verhaal van kosten anderszins is verzekerd, en tevens locatie-eisen niet nodig zijn of anderszins zijn verzekerd. Onderhavig plan betreft een gemeentelijke ontwikkeling. De gemeente Halderberge zal derhalve de economische uitvoerbaarheid waarborgen, evenals de procedurele kosten. Voor de verbouwing van De Steiger naar een toekomstbestendig dorpshuis heeft de gemeenteraad een krediet beschikbaar gesteld. Derhalve is het financiële deel van de opgave verzekerd.
37
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bestemmingsplan aan de Provincie Noord-Brabant, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en Waterschap Brabantse Delta voorgelegd. Op deze wijze zijn de Provincie en het Waterschap in de gelegenheid gesteld een reactie op het plan te geven. Het plan voldoet aan de criteria en beleidsregels van de Veiligheidsregio. Provincie Noord-Brabant heeft geen opmerkingen gemaakt. De opmerkingen van het Waterschap over het voorkomen van gebruik van uitlogende bouwmaterialen zijn verwerkt in de toelichting.
7.2
Participatie Het programma van eisen en het ontwerp is in overleg met Stichting Dorpshuisbeheer De Steiger en Samenstichting Stampersgat opgesteld. Op 30 januari 2023 is een informatiebijeenkomst georganiseerd voor gebruikers van het dorpshuis om het schetsontwerp toe te lichten. Tijdens de periode waarin het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen is op 21 juni 2023 een inloopbijeenkomst georganiseerd.
7.3
Vervolg van de procedure In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in artikel 3.8 bepaald dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Daarin is bepaald dat het ontwerp bestemmingsplan voor een termijn van 6 weken ter inzage moet worden gelegd. Een ieder wordt hiermee in de gelegenheid gesteld, schriftelijk en/of mondeling zijn zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren te brengen. Het ontwerp bestemmingsplan Dorpshuis De Steiger Stampersgat heeft van 25 mei tot en met 5 juli 2023 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn was een ieder in de gelegenheid om zienswijzen op het plan in te dienen. Er zijn 5 zienswijzen ingediend. Voor de zienswijzen en de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar de nota van zienswijzen die als bijlage 8 aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. De volgende aanpassingen zijn gedaan in het bestemmingsplan: toevoeging van het begrip ‘sociaal-culturele doeleinden’ en toevoeging van de functieaanduiding ‘terras’ op de verbeelding en in de regels voor het vastleggen van de locatie waar terrassen zijn toegestaan.
38
De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. mike.fransen@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat
projectnummer 0478635.100 definitief revisie 01 13 januari 2023
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat
projectnummer 0478635.100 definitief revisie 01 13 januari 2023
Auteur J. Heijmans
Opdrachtgever Gemeente Halderberge Parklaan 15 4731 GJ OUDENBOSCH
Gecontroleerd: M.J.N. Verheijen
datum 13 januari 2023
beschrijving definitief rev00
vrijgave M. Fransen
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
3
2
Vooronderzoek
4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.6 2.7 2.8 2.9
Algemeen Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Asbest PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en hypothese
4 4 5 5 6 6 6 6 7 7
3
Verrichte werkzaamheden
8
3.1 3.2
Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek
8 8
4
Onderzoeksresultaten
10
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Grondwater
10 10 10 11 12
5
Conclusies
13
Blad 1 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Bijlagen 1. Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek 2. Vooronderzoek 3. Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Analyseresultaten grondmonsters met overschrijding normwaarden 5. Analyseresultaten grondwatermonsters met overschrijding normwaarden 6. Normwaarden grond en grondwater 7. Toelichting op normwaarden grond en grondwater 8. Analysecertificaten 9. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000 10. (Indicatieve) toetsing Besluit bodemkwaliteit 11. Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit 12. Foto’s onderzoekslocatie en veldwerk 13. Toelichting op de Omgevingswet
Tekeningen 0478635.100-O-1 0478635.100-S-1
Overzichtstekening met ligging locatie Situatietekening met boringen en peilbuizen
Blad 2 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
1
Inleiding In opdracht van de gemeente Halderberge is door Antea Group in de periode juni t/m augustus 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Havenstraat 4 te Stampersgat. Dit project staat bij de gemeente Halderberge bekend onder de naam ‘Dorpshuis De Steiger te Stampersgat’.
Aanleiding De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein.
Doel Het doel van het verkennend bodemonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen om in het kader van de voorgenomen herontwikkeling de gebruiksmogelijkheden van het terrein te bepalen.
Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: 2016 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toepassingen. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.
Blad 3 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek In dit hoofdstuk worden de bij de aanleiding behorende onderzoeksaspecten besproken. In bijlage 2 worden deze onderzoeksaspecten onderbouwd met de antwoorden op de verplichte onderzoeksvragen. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Gemeente Halderberge: milieuarchief Gemeente Halderberge: tankarchief BAG viewer Omgevingsrapportage Noord-Brabant Topotijdreis.nl Bodemkwaliteitskaart Midden- en West Brabant
2.2
Website, contactpersoon of archief Mevr. Broos Dhr. Bervoets Mevr. Broos www.bagviewer.nl www.noordbrabant.omgevingsrapportage.nl www.topotijdreis.nl Bodemkwaliteitskaart Midden- en West Brabant
Datum raadplegen Juni 2022 December 2022 Juni 2022 Juni 2022 Juni 2022 Juni 2022 Juni 2022
Locatiegegevens De onderzoekslocatie betreft het adres Havenstraat 4 te Stampersgat en is deels bebouwd en deels braakliggend. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van circa 3.100 m² en is weergegeven op onderstaande afbeelding.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie alsmede vigerend bestemmingsplan met plangebied
Blad 4 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Aan de noord-, west- en oostzijde van het onderzoeksgebied bevindt zich een openbare weg. Aan de zuidzijde bevindt zich de Rooms-Katholieke Basisschool (RKBS) de Steiger. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in de tekeningen 0478635.100-O-1 en 0478635.100-S-1.
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: - Freatische grondwaterstand: 1,5 m-mv. - Regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: noordelijk gericht. - Voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: ja, de Dintel aan de noordzijde van de onderzoekslocatie. - Voorkomen van brak/zout grondwater: nee. - Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee. - Ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend: tot zover bij Antea Group niet bekend. - Is het grondwatersysteem beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie): tot zover bij Antea Group niet bekend. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGVTNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.
2.4
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bodemonderzoeken/beschikkingen Op het terrein zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving zijn enkele bodemonderzoeken uitgevoerd maar deze zijn allen op >25 meter van de huidige onderzoekslocatie en/of de resultaten hiervan worden niet als relevant beschouwd voor de bodemkwaliteit van onderhavige locatie. Voor een overzicht van de onderzoeken wordt verwezen naar bijlage 2. Verdachte activiteiten Door de milieudeskundige van de gemeente Halderberge zijn van Havenstraat 4, 6 en 6a géén milieudossiers gevonden. Tevens zijn er geen Hinderwetvergunningen aangetroffen. Derhalve wordt aangenomen dat er géén verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden dan wel geregistreerd stonden ter plaatse van het onderzoeksgebied. Aan de noordzijde van de locatie bevindt zich een zorginstelling en aan de zuidzijde aan basisschool/dorpshuis. Deze zaken worden niet als bodembedreigend beschouwd. Tankarchief De onderzoekslocatie komt wel voor in het tankarchief. Op basis daarvan zouden een 2-tal ondergrondse tanks gelegen zijn ter plaatse van het plangebied. Uit navraag bij de opdrachtgever (gemeente Halderberge, mevr. Broos) is gebleken dat er slechts 1 tank aanwezig was en dat deze inmiddels is gesaneerd/verwijderd. Het evaluatieverslag van de reeds verwijderde tank is toegevoegd aan bijlage 2 van onderhavig rapport.
Uit de tankverwijdering is gebleken dat er geen noemenswaardige verontreinigingen in de grond zijn aangetoond.
Blad 5 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Bouwarchief/ BAG viewer Uit de BAG viewer kan geconcludeerd worden dat de bebouwing aan de noordzijde van het plangebied (Havenstraat 6) dateert van 1987. Het pand aan de zuidzijde van het plangebied (Havenstraat 4) dateert van 1928. Bodemkwaliteitskaart (BKK) Uit de bodemkwaliteitskaart kan geconcludeerd worden dat de kwaliteit van de bovengrond gemiddeld voldoet aan de klasse Wonen en die van de ondergrond aan de klasse Achtergrondwaarde (landbouw/natuur). Bodemfunctieklassekaart Uit de bodemfunctieklassekaart kan geconcludeerd worden dat het gebied de functie “wonen” heeft. Overige historische gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbranding of stort van afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, verkaveling, (sloot)dempingen, ontgrondingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal, de verwachting ten aanzien van archeologische waarden, de verwachting van ontplofbare oorlogsresten en onbetrouwbaarheden of tegenstrijdigheden.
2.5
Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik
2.5.1
Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Archieven Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden. Toekomstig gebruik In de nabije toekomst zal ter plaatse nieuwbouw worden gerealiseerd.
2.6
Asbest Op basis van de beschikbare (voor)informatie wordt de locatie als onverdacht beschouwd ten aanzien van asbest. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de locatie als verdacht dient te worden beschouwd.
2.7
PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 13 december 2021 is het Handelingskader PFAS verschenen, welke een aantal vragen beantwoordt uit de vorige tijdelijke versies. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (<25 m) zijn geen gegevens aangetroffen over de aanwezigheid van een op PFAS verdachte puntbronlocatie. Voor de definiëring van PFASpuntbronlocaties is tabel 1 en bijgaande tekst in het Handelingskader voor PFAS van
Blad 6 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Expertisecentrum PFAS (Expertisecentrum PFAS (2018, 25 juni) “Een handelingskader voor PFAS”, beschikbaar via https://www.expertisecentrumpfas.nl/documenten.html) gehanteerd. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s met een verdenking tot het verspreiden van PFAS voorkomen. Deze is gebaseerd op de eerdergenoemde tabel 1 en de huidige beschikbare kennis. Van atmosferische depositie (droge en natte neerslag van (stof)deeltjes uit de atmosfeer) is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Aangenomen wordt dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie kan zijn. In nader overleg met de opdrachtgever is vastgesteld om geen PFAS-onderzoek uit te voeren aangezien de locatie onverdacht kan worden beschouwd.
2.8
Terreinverkenning Op 18 juli 2022 is door dhr. Cadieguo van Antea Group een terreinverkenning uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. Foto’s van de terreininspectie zijn opgenomen in bijlage 12.
2.9
Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Ook wordt niet verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Op basis van het vooronderzoek is voor de onderzoekslocatie de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) aangehouden. Op nadrukkelijke verzoek van de opdrachtgever (gemeente Halderberge) zijn er geen inpandige boringen verricht. Zoals door de gemeente Halderberge (mevr. Broos) op 16 juni 2022 geciteerd: “Ter plaatse van het dorpshuis betreft het een renovatie van het bestaande gebouw. Het gezondheids-/zorgcentrum is momenteel nog in gebruik en is na sloop niet bedoeld voor een toekomstige functie wonen. De boringen kunnen dan (zoals gebruikelijk) verdeeld worden over het restant van het plangebied met eventueel de focus op de plekken waar gebouwd wordt. Afhankelijk van de uitkomsten van dat verkennend bodemonderzoek, de locatie van de ondergrondse tanks en/of toekomstige invulling kunnen we aanvullend kwalitatief onderzoek doen onder het gezondheidscentrum en/of een voorwaardelijke verplichting opnemen in het bestemmingsplan voor bodemonderzoek.” Het gezondheids-/zorgcentrum is qua omvang dermate klein (ca.
350 m²) en tevens niet bodembedreigend (geweest) dat het, ons inziens, geen meerwaarde heeft om na sloop ter plaatse van een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. Deze keuze is uiteindelijk aan het bevoegd gezag. Ter plaatse van het dorpshuis vinden géén grondroerende werkzaamheden plaats ten behoeve van de ontwikkeling. Tevens staan daar geen verdachte activiteiten geregistreerd. Asbest Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie als onverdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen.
Blad 7 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
3
Verrichte werkzaamheden
3.1
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in juli en augustus 2022. Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 9 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn geplaatst: - 10 boringen tot 0,5 m -mv. - 2 boringen tot grondwaterniveau (max. 2 m -mv.) - 1 peilbuis (filterstelling 1,8-2,8 m-mv.) Tijdens de terreininspectie en bij het uitvoeren van de boringen is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal. Hierbij zijn geen bijzonderheden geconstateerd. De situering van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven op situatietekening 0478635.100-S-1.
3.2
Laboratoriumonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Gezien de toekomstige invulling van het terrein (Wonen/onderwijs/recreatie) en het feit dat in een mengmonster (MM3) de grond op basis van indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet aan de klasse “niet toepasbaar > industrie” is het betreffende mengmonster uitgesplitst. Deze werkwijze is toegepast om beter in beeld te krijgen waar de gronddie voldoet aan de klasse “niet toepasbaar > industrie” gesitueerd is binnen het onderzoeksgebied. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek Traject (m-mv.)
Deelmonsters (traject m-mv)
Analyses1)
MM1
0,04 - 0,58
001 (0,04 - 0,50); 005 (0,04 - 0,54) 006 (0,04 - 0,54); 007 (0,06 - 0,56) 008 (0,30 - 0,58); 009 (0,04 - 0,25) 010 (0,15 - 0,54)
Standaardpakket grond
MM2
0,00 - 0,54
002 (0,04 - 0,54); 003 (0,04 - 0,30) 004 (0,04 - 0,54); 011 (0,00 - 0,50) 012 (0,00 - 0,50); 013 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket grond
MM3
0,70 - 1,60
001 (0,70 - 1,20); 009 (0,80 - 1,25) 012 (1,40 - 1,60)
Standaardpakket grond
001-3
0,70 - 1,20
001 (0,70 - 1,20)
Minerale olie (C10-C40) incl. lutum en organische stof
009-3
0,80 - 1,25
009 (0,80 - 1,25)
Minerale olie (C10-C40) incl. lutum en organische stof
012-4
1,40 - 1,60
012 (1,40 - 1,60)
Minerale olie (C10-C40) incl. lutum en organische stof
1,80 - 2,80
-
Standaardpakket grondwater
(Meng)monster Grond
Uitsplitsing MM3
Grondwater 001-1-1
Blad 8 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
1) Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC), lutum en organische stof grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)
Blad 9 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
4
Onderzoeksresultaten
4.1
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot 1,3 à 2,0 m-mv. uit matig fijn zand bestaat. In de ondergrond komen kleilagen voor. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op bodemverontreiniging. Enkel in de bovengrond (0,30-0,58 m-mv.) van boring 008 zijn sporen puin waargenomen. In het opgeboorde materiaal is minder dan 1% bijmenging aangetroffen. Conform de NEN 5725 (bijlage A) blijft de aanname ‘onverdacht’ zoals gesteld in het vooronderzoek van kracht omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten en geen asbesthoudend materiaal aanwezig is. In onderstaande tabel zijn de gegevens van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 4.1: Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 001 (1,8-2,8) 1,5
Belucht? Nee
pH (-) 7,1
EC (µS/cm) 490
Troebelheid (NTU) 16,7
De zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het bemonsterde grondwater uit de peilbuis is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentraties aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet onderzocht. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
4.2
Analyseresultaten
4.2.1
Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 4 en bijlage 5. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 8. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde
Blad 10 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
meetwaarde boven de interventiewaarde (= I). Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 10. In bijlage 11 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen.
Omgevingswet (OW) Vanaf 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Dit betekent dat de Wet bodembescherming wordt ingetrokken en niet meer van kracht is. Op het moment van opstellen van dit document is geen zicht op een afwijkende normstelling/ toetsingskader bij het inwerking treden van de OW. Aangenomen wordt dat bij de start van het inwerking treden van de OW gebruik wordt gemaakt van de normering opgenomen in het invoeringsbesluit “bruidsschat”. In de bruidsschat is geborgd dat de Rijksregels van kracht zijn in omgevingsplannen en de waterschapsverordeningen, indien deze niet zijn opgenomen/ vastgesteld door de gemeente of het waterschap. Het Wbb-toetsingskader is in de bruidsschatregels overgenomen. Dit toetsingskader maakt hierdoor automatisch onderdeel uit van het Omgevingsplan of Waterschapsverordening. Deze normering blijft van kracht, totdat de gemeente of het Waterschap nieuwe normen vaststelt. Het Besluit bodemkwaliteit blijft onder de Omgevingswet bestaan. Er zal echter een deel van dit besluit worden opgenomen in de OW. Het deel wat betrekking heeft op het bepalen van de kwaliteit van een partij blijft vallen onder het Besluit bodemkwaliteit. Toepassingsregels voor grond, zoals opgenomen zijn in gebiedsspecifiek beleid en de meldingen vallen onder de OW. In bijlage 13 is een toelichting op de Omgevingswet opgenomen.
4.2.2
Grond In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden.
Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond Monster Deelmonster(s) Bijzonderheden (m -mv) (m -mv)
MM1 (0,04-0,58)
MM2 (0,00-0,54)
001 (0,04 - 0,50); 005 (0,04 - 0,54) 006 (0,04 - 0,54); 007 (0,06 - 0,56) 008 (0,30 - 0,58); 009 (0,04 - 0,25) 010 (0,15 - 0,54) 002 (0,04 - 0,54); 003 (0,04 - 0,30) 004 (0,04 - 0,54); 011 (0,00 - 0,50) 012 (0,00 - 0,50); 013 (0,00 - 0,50)
Overschrijdingen > AW (i <= 0,5) licht
> AW & <= I (0,5 < i <= 1) matig
>I (i > 1) sterk
Sporen puin
-
-
-
Achtergrondwaarde
-
PAK 10 VROM (-)
-
-
Achtergrondwaarde
Blad 11 van 14
Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond Monster Deelmonster(s) Bijzonderheden (m -mv) (m -mv)
MM3 (0,70-1,60)
001 (0,70 - 1,20); 009 (0,80 - 1,25) 012 (1,40 - 1,60)
-
Overschrijdingen > AW (i <= 0,5) licht Minerale olie C10 - C40 (0,08) Zink (0,09) Cadmium (0,01) Kwik (-) Lood (0,02) PAK 10 VROM (0,01)
> AW & <= I (0,5 < i <= 1) matig -
>I (i > 1) sterk -
Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit Niet toepasbaar > industrie *
Uitsplitsing MM3 001-3 001 (0,70 - 1,20) Minerale olie C10 - C40 (0,16) Niet toepasbaar > (0,70 - 1,20) industrie ** 009-3 009 (0,80 - 1,25) Achtergrondwaarde (0,80 - 1,25) 012-4 012 (1,40 - 1,60) Achtergrondwaarde (1,40 - 1,60) Toelichting : geen bijzonderheden/geen overschrijding AW, I, i : AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index * : Grond voldoet op basis van de parameter minerale olie aan de klasse “niet toepasbaar > industrie”. De overige parameters voldoen aan de klasse Wonen op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit. ** : Grond voldoet op basis van de parameter minerale olie aan de klasse “niet toepasbaar > industrie”.
4.2.3
Grondwater In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende streef- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grondwater Monster Peilbuis Overschrijdingen (filter, m -mv) > S > S & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig 001-1-1 001 (1,80-2,80) Toelichting : geen overschrijding S, I, i : S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index
Blad 12 van 14
>I (i > 1) sterk -
Conclusie Wet Bodembescherming
Voldoet aan streefwaarde
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
5
Conclusies In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld.
Grond Toetsing Wet bodembescherming In de boven- en ondergrond worden maximaal licht verhoogde gehalten gemeten. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de ondergrond (0,70-1,20 m-mv.) van boring 001 voldoet aan de klasse “niet toepasbaar > industrie”. De overige grond voldoet op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de klasse Wonen of beter. Deze indicatieve toetsing is mogelijk niet geschikt/voldoende ten behoeve van het hergebruiken van de grond. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht.
Asbest Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de locatie, ten aanzien van de bodem, als asbestverdacht dient te worden beschouwd.
Grondwater Het grondwater bevat geen verhoogde concentraties aan de onderzochte parameters.
Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ wordt verworpen, vanwege de licht verhoogde gehalten in de grond. De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen ons inziens geen milieuhygiënische belemmering voor het gebruik van de locatie. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.
Omgevingswet Indien het voorliggende document wordt ingediend bij het bevoegd gezag na 31 december 2022, is de Omgevingswet (OW) als toetsend kader van kracht. Alleen wanneer de locatie niet onder de overgangsregeling valt, dient de toetsing plaats te vinden aan de hand van de normering welke is opgenomen in het Omgevingsplan of de waterschapsverordening. In het geval de bruidsschatregels van toepassing zijn en daarmee het Wbb-toetsingskader wordt gehanteerd, blijven de bovengenoemde conclusies van toepassing. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan indiening na te gaan of in het vigerend omgevingsplan of waterschapsverordening afwijkende toetswaarden of onderzoekseisen zijn vastgesteld. Indien afwijkende waarden of regels zijn vastgesteld, kan dit van invloed zijn op de hierboven genoemde beoordeling en conclusies.
Blad 13 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Antea Group Oosterhout, augustus 2022
Blad 14 van 14
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Bijlage 1: Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).
Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-proces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage “Verantwoording onderzoek BRL 2000” is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In het colofon staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. Werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium.
Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema(AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond en asbest Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Er is niet bekeken of er wordt voldaan aan de definitie van grond, zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit d.d. 30 november 2018. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group volgens de NEN 5740 is uitgevoerd.
Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Bijlage 2 Vooronderzoek
Rapport Verkennend bodemonderzoek Dorpshuis De Steiger Stampersgat projectnummer 0478635.100 13 januari 2023 revisie 01
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek 1) Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 2.1. De afbakening van de onderzoekslocatie is voldoende. 2) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Nee. 3) Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Zie paragraaf 2.4 en 2.6. 4) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Zie paragraaf 2.3. 5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee. 6) Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee. 7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
De locatie is tot op heden nooit eerder onderzocht waardoor de bodemkwaliteit in het kader van de geplande herontwikkeling in beeld dient te worden gebracht. 8) Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? Zie paragraaf 2.9.