CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan Toelichting.pdf

Gemeenteraad 24 november 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 3: Vaststelling bestemmingsplan Heul 25-27 Hoeven13.718 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Heul 25 - 27, Hoeven

Heul 25 - 27, Hoeven, vastgesteld

2

Inhoudsopgave Toelichting

5

Heul 25 - 27, Hoeven, vastgesteld

3

Heul 25 - 27, Hoeven, vastgesteld

4

Toelichting

Heul 25 - 27, Hoeven, vastgesteld

5

Bestemmingsplan ‘Heul 25 - 27, Hoeven’ Gemeente Halderberge

samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Projectdossier Titel

:

Bestemmingsplan

:

Heul 25 - 27, Hoeven NL.IMRO.1655.BP2015-C001.

Projectnummer

:

20210253

Versie / status

:

D01

Datum

:

27 september 2022

Opgesteld door

:

T-E van Dalen

Gecontroleerd door

:

ing. M.M. Kooijman-Bons

Akkoord projectcoördinator

:

T-E van Dalen

AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding .................................................................................................................. 1

1.2

Plangebied ................................................................................................................. 1

1.3

Planologisch kader ...................................................................................................... 2

1.4

Leeswijzer .................................................................................................................. 3

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................... 4 2.1

Beschrijving bestaande situatie .................................................................................... 4

2.2

Beschrijving beoogde situatie ...................................................................................... 5

BELEID ......................................................................................................................... 7 3.1

Rijksbeleid .................................................................................................................. 7

3.2

Provinciaal beleid ........................................................................................................ 8

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................................... 11

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 11

OMGEVINGSASPECTEN .............................................................................................. 14 4.1

Bodem ..................................................................................................................... 14

4.2

Geluid ...................................................................................................................... 15

4.3

Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................... 17

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 19

4.5

Externe veiligheid ..................................................................................................... 22

4.6

Water ...................................................................................................................... 24

4.7

Mobiliteit .................................................................................................................. 26

4.8

Natuur ..................................................................................................................... 27

4.9

Stikstof .................................................................................................................... 29

4.10

Agrarische geurhinder ............................................................................................ 30

4.11

Archeologie ........................................................................................................... 30

4.12

Cultuurhistorie ....................................................................................................... 31

4.13

Gezondheidsaspecten i.r.t. veehouderijen ............................................................... 34

4.14

Spuitzones ............................................................................................................ 35

4.15

Technische infrastructuur ....................................................................................... 35

4.16

Milieueffectrapportage ........................................................................................... 36

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ............................................................................ 37 5.1

Inleiding ................................................................................................................... 37

5.2

Algemene toelichting verbeelding .............................................................................. 37

5.3

Algemene toelichting planregels ................................................................................ 37

5.4

Toelichting bestemmingen ......................................................................................... 37

UITVOERBAARHEID ................................................................................................... 39 6.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................................... 39

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 39

Bijlagen BIJLAGE 1

BODEMRAPPORT AGEL HEUL 25

BIJLAGE 2

RAPPORTAGE AKOESTISCH ONDERZOEK AGEL

BIJLAGE 3

BEREKENINGSJOURNAAL AERIUS CALCULATOR

BIJLAGE 4

STANDAARD ADVIES EXTERNE VEILIGHEID

BIJLAGE 5

RESULTATEN OMGEVINGSDIALOOG

BIJLAGE 6

BODEMRAPPORT HEUL 27 EN 27A

BIJLAGE 7

VOOROVERLEGREACTIES

BIJLAGE 8

NOTA VAN ZIENSWIJZEN

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De familie Vergouwen (hierna: initiatiefnemers) is eigenaar van het perceel aan de Heul in Hoeven met huisnummers 27 en 27a. Huisnummer 27 betreft de bedrijfswoning en huisnummer 27a is het bijbehorende bedrijfspand. Initiatiefnemers hebben het voornemen de huidige bedrijfsbestemming van de locatie te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’ zodat de bedrijfswoning als burgerwoning in gebruik kan worden genomen en de bedrijfsruimte als bijgebouw bij de woonbestemming benut kan worden. Verder hebben initiatiefnemers het voornemen om een deel van het perceel met een oppervlakte van circa 1.000 m2 af te splitsen en hier een nieuwe extra woning op te richten die bewoond gaat worden door één van de familieleden. In deze woning wordt een ruimte ingericht voor een aanhuis-verbonden-beroep, te weten een muziekstudio. Deze studio is niet door derden te gebruiken, maar wordt door de bewoner gebruikt voor de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten. Het geldende bestemmingsplan maakt deze beide initiatieven niet mogelijk, waardoor hiervoor een planologische procedure dient te worden doorlopen. Initiatiefnemers hebben voor deze plannen een principeverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.

De gemeente heeft in haar brieven van 21 december 2020 en 15 april 2021 kenbaar gemaakt bereid te zijn onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan het initiatief en dat voor beide initiatieven één ruimtelijke procedure dient te worden opgestart om het bestemmingsplan ter plaatse te herzien. Met betrekking tot de wijziging van de bedrijfsbestemming heeft de gemeente overwogen dat de wijziging naar een woonbestemming beter past bij het karakter van de kern, dan de huidige planologische situatie waarbij bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 2 mogelijk zijn. Het nieuwe ruimtelijk en functioneel kader dient te worden vastgelegd in de vorm een nieuw bestemmingsplan. Voor het huidige bedrijfsgebouw wordt maatwerk mogelijk gemaakt om af te wijken van de gebruikelijke maatvoering van maximaal 60 m 2 voor bijgebouwen, aangezien dit bedrijfsgebouw een oppervlakte van circa 300 m 2 heeft. De juridische en planologische verankering van de wijzigingen wordt middels dit bestemmingsplan gewaarborgd.

1.2

Plangebied Het plangebied ligt in het zuid-oosten van de kern Hoeven, op de grens met het buitengebied. Het wordt gevormd door de percelen kadastraal bekend als gemeente Hoeven, sectie L, met nummers 437 en 438. De percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 4.763 m2.De begrenzing van het plangebied wordt aan de westzijde gevormd door de straat Heul. Aan de overige zijden wordt het plangebied begrensd door omliggende kadastrale percelen.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 1 van 39

Luchtfoto met plangebied in rood aangegeven

1.3

Planologisch kader Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kom Hoeven’, dat op 14 maart 2013 door de gemeenteraad van Halderberge gewijzigd is vastgesteld. In dit bestemmingsplan is in de zuidwestelijke hoek van het kadastrale perceel, aan een oppervlakte van circa 780 m2 , de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend met aanduiding van een bouwvlak. Binnen dit bouwvlak is ook een bedrijfswoning toegestaan. Voor de bebouwing geldt een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 6,5 meter. Het restant van het kadastrale perceel heeft de bestemming ‘Groen’. Het plangebied kent daarnaast de volgende dubbelbestemmingen- en aanduidingen: ▪ Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2: een smalle strook met een breedte van circa 6 meter aan de uiterste oostzijde van het plangebied; ▪ Gebiedsaanduidingen luchtvaartverkeerzone – 8 en 9. Initiatiefnemers beogen de bestaande bedrijfsbestemming te wijzigen naar een woonbestemming. Initiatiefnemers zijn verder voornemens ten noorden van huisnummer 27a een nieuwe woning mogelijk te maken. Gelet op de aanwezige groenbestemming, is dit op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 2 van 39

Uitsnede bestemmingsplan ‘Kom Hoeven’ (plangebied aangegeven in rood)

1.4

Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving waarin de bestaande en toekomstige situatie worden beschreven. Vervolgens zijn de beleidskaders van de diverse overheden uiteengezet in hoofdstuk 3. De omgevingsaspecten met betrekking tot de ontwikkeling worden in hoofdstuk 4 besproken. In hoofdstuk 5 zijn de planregels nader toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt tot slot aandacht besteed aan de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 3 van 39

2

Planbeschrijving

2.1

Beschrijving bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Heul in Hoeven. Deze straat is een oud (agrarisch) bebouwingslint. Tot ver in de tweede helft van de vorige eeuw lag dit lint los van de kern Hoeven. Door de groei van de kern Hoeven is gaandeweg de tijd het noordelijke deel van dit lint onderdeel geworden van de kern. Meer specifiek: dit noordelijke deel van het lint is de zuidoostelijke dorpsrand geworden. In dat ontwikkelingsproces is het lint verder verdicht met bebouwing. Daarbij is gaandeweg het ruimtelijke beeld meer gemoderniseerd en verdicht, maar nog steeds is de Heul als oude lintbebouwde structuur herkenbaar. Lange tijd is het perceel dat het plangebied vormt ondanks dat verdichtingsproces onbebouwd gebleven. Uit topografische kaarten blijkt dat tot medio jaren ’80 van de vorige eeuw er sprake bleef van een perceel met een open ruimtelijk karakter. Kaarten van na die tijd tonen verdichting doordat de bedrijfsbebouwing en de woning zijn opgericht en de tuin is aangeplant met opgaande beplanting. De bedrijfswoning en het bedrijfsgebouw die op het perceel aanwezig zijn, bestaan beiden uit één bouwlaag voorzien van een kap. De kaprichting van de woning en het bedrijfspand is evenwijdig aan de weg. Aan de voorzijde van de gebouwen is een siertuin aanwezig met erfverharding.

Aan de achterzijde is het perceel in gebruik als een ‘bostuin’ waarin een forse vijver gelegen is. Deze ‘bostuin’ heeft een eigen ontsluiting naar de Heul, die is afgesloten met een hek. De voorzijde van de ‘bostuin’ is van de weg gescheiden door een haag. De afbeeldingen tonen de bestaande situatie.

Straataanzicht woning Heul 27 en bedrijfspand 27a (bron: Google Maps)

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 4 van 39

Straataanzicht haagafscheiding ‘bostuin’(bron: Google Maps)

2.2

Beschrijving beoogde situatie Het initiatief omvat twee planologisch relevante wijzigingen. Ten eerste wordt de huidige bedrijfsbestemming van de locatie Heul 27 / 27a gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’, zodat de bedrijfswoning als burgerwoning in gebruik kan worden genomen en de bedrijfsruimte als bijgebouw bij de woonbestemming voor privédoeleinden benut kan worden. Dit betreft uitsluitend een planologische wijziging, die geen gevolgen heeft voor de fysieke situatie. Ten tweede wordt een deel van het perceel met een oppervlakte van circa 1.000 m 2 (diepte circa 52 meter, breedte aan de voorzijde circa 21,5 meter, aan de achterzijde circa 16,5 meter) afgesplitst en de bestemming wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. Dit met als doel om hier een woning toe te voegen In de nieuwe woning krijgt een ruimte op de begane grond de functie van werkruimte voor een aanhuis-verbonden-beroep. Deze ruimte wordt ingericht als een niet door derden te gebruiken muziekstudio, waar de bewoner zijn beroepsmatige activiteiten met muziek kan uitvoeren. Deze nieuwe woning krijgt een moderne uitstraling, die gebaseerd wordt op een zogeheten ‘schuurwoning’. Met name aan de zijkant en aan de achterzijde is het ontwerp open en transparant om zoveel mogelijk van het groen op het perceel te kunnen beleven. Het ontwerp voorziet in één bouwlaag met een kap.

De kaprichting is haaks op de weg geplaatst, in de diepterichting van het perceel. Hierdoor is het mogelijk om aan de voorzijde zoveel mogelijk bomen te behouden en een voorerf aan de straat te maken, waar de parkeerbehoefte voorzien kan worden. Deze ontwerpbenadering is door de gemeentelijke stedenbouwkundige als passend beoordeeld bij de landelijk-dorpse sfeer van dit deel van de Heul. De footprint van de woning is circa 150 m2, met een lengte van 16,5 meter en een breedte van 9 meter. Het ontwerp gaat uit van een goothoogte van 4,5 meter en een nokhoogte van 8 meter. Achter de woning is nog een kleine berging voorzien.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 5 van 39

Impressie nieuwe woning en situering

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 6 van 39

3

Beleid Dit hoofdstuk gaat in op het beleid dat de verschillende overheden voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben opgesteld. Ten eerste het rijksbeleid, vervolgens het provinciale- en regionale beleid en tot slot het gemeentelijke beleid. De relevante beleidsstukken zijn beschreven, waarna is toegelicht welke onderdelen hiervan betrekking hebben op voorliggende ontwikkeling.

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met deze visie geeft het Rijk de hoofdlijnen van de gewenste kwaliteit van de leefomgeving, de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren beleid. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling, die gebiedsgericht worden ingezet. De NOVI is op 11 september 2020 naar de tweede kamer gestuurd en nog niet in werking getreden. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Toetsingskader

Het Rijk heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet aan de volgende voorwaarden voldoen: a. De toelichting bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; b. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet het plan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Art 1.1.1 van de Bro beschrijft een stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Beoordeling en conclusie

De ladder hoeft alleen te worden doorlopen als sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Op grond van jurisprudentie wordt een woningbouwontwikkeling vanaf circa 12 woningen gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit plan betreft behalve de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en de toevoeging van 1 woning. Dit aantal ligt lager dan de drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een nadere verantwoording in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking is voor dit plan niet benodigd.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 7 van 39

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving

Toetsingskader

De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. Deze wet gaat zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving regelen. De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Beoordeling

Dit plan levert geen belemmeringen op voor de beoogde doelen zoals die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 – partiële herziening 2014

Toetsingskader

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) vastgesteld. De SVRO is opgebouwd uit twee onderdelen. In onderdeel A wordt de kern van de visie verwoord op ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Brabant. Het landschap en de wijze waarop dit moet worden versterkt, staan in dit onderdeel voorop. Deel B van de structuurvisie beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uitwerkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.

Beoordeling en conclusie

Het plangebied is gelegen in de stedelijke structuur, meer in het bijzonder in het accentgebied ‘kernen in het landelijk gebied’. Voor deze gebieden geldt dat hierin de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen wordt (wonen, werken en voorzieningen). Gemeente worden gevraagd om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen, werken en voorzieningen. De ontwikkeling past derhalve binnen het beleid van Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. In de Verordening ruimte is dit beleid verder uitgewerkt in bindende regels, die in acht genomen moeten worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hierop wordt in de volgende paragraaf nader ingegaan. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Toetsingskader

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Dit is een eerste stap om te komen tot een definitieve omgevingsverordening. In deze Interim omgevingsverordening worden bestaande regels uit een aantal verschillende verordeningen samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening staan zowel regels voor burgers en bedrijven –de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten – als voor bestuursorganen van de overheid – de instructieregels.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 8 van 39

Beoordeling

Hierna wordt ingegaan op deze regels en in hoeverre die van toepassing zijn op het bestemmingsplangebied. Vervolgens wordt beoordeeld in hoeverre voorliggend plan hierop aansluit. Stedelijk gebied, landelijke kern Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit om zorgvuldig ruimtegebruik zoveel mogelijk te stimuleren. Binnen het als zodanig aangewezen stedelijk gebied is de gemeente vrij –binnen de grenzen van andere wetgeving– om te voorzien in een stedelijke ontwikkeling. Het plangebied ligt grotendeels binnen het gebied waar deze regels van toepassing zijn. De nieuwe woonbestemming waarbinnen het bouwvlak voor de nieuwe woning wordt gepositioneerd, is geheel gelegen binnen dit gebied.

Uitsnede themakaart regels stedelijke ontwikkeling, plangebied rood omkaderd

Gemengd landelijk gebied Een deel van het perceel is gelegen binnen het gebied waar de regels voor gemengd landelijk gebied op van toepassing zijn. Binnen dit deel van het plangebied vinden geen ontwikkelingen plaats. De huidige bestemming ‘Groen’ blijft ongewijzigd alsmede het huidige gebruik.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 9 van 39

Uitsnede themakaart basiskaart Landelijk gebied, plangebied rood omkaderd

Algemene regels voor bevordering ruimtelijke kwaliteit Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is een belangrijk onderdeel binnen de verordening. Doel hiervan is om het bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas wanneer dit niet mogelijk is, kan worden gezocht naar een geschikte plek om een nieuwe ontwikkeling in het buitengebied mogelijk te maken. De provincie wil tevens verouderde locaties in het stedelijk gebied opnieuw opvullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren. In de verordening is vastgelegd dat iedere ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gepaard moet gaan met een fysieke kwaliteitsverbetering. Hoe deze kwaliteitsverbetering er uit moet zien en welke waarde deze moet vertegenwoordigen, hangt af van de impact van het plan op het landschap en de te verwachten grondwaardevermeerdering. Toepassing planontwikkeling De begrenzing van de nieuwe woonbestemming overschrijdt de contour van het bestaand stedelijk gebied niet. Uitsluitend binnen deze woonbestemming en dus binnen het bestaand stedelijk gebied worden nieuwe bouwmogelijkheden toegestaan. Daardoor is deze ontwikkeling in overeenstemming met de verordening.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met de regels die in de Interim omgevingsverordening zijn gesteld. Ontwerp Omgevingsverordening De Omgevingswet verplicht de provincie een omgevingsverordening vast te stellen. Gedeputeerde Staten hebben deze Brabantse Omgevingsverordening, inclusief de Nota van inspraak, op 15 november vastgesteld en ter vaststelling aangeboden aan Provinciale Staten. Provinciale Staten behandelen de Omgevingsverordening naar verwachting in februari 2022, waarna die op 1 juli 2022, gelijk met de Omgevingswet, in werking treedt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt bij de nieuwe regeling. Er zijn enkele inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd, mede op basis van nieuwe inzichten.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 10 van 39

3.3

Regionaal beleid Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant 2020

Toetsingskader

De subregio West-Brabant West heeft een regionaal perspectief op wonen en woningbouw opgesteld. Stuurgroep Wonen-West is het resultaat van een regionaal samenwerkingsproces, waarbij de gemeenten samen met de provincie een visie opstellen op de (ruimtelijke) ontwikkelingen op de subregionale woningmarkt. De bredere betekenis die het wonen en het woningbouwprogramma heeft, onder andere gelet op tal van (toekomstige) ruimtelijk - kwalitatieve opgaven, vormt hierbij een centraal aspect. Vernieuwde regionale afspraken over de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering maken onderdeel uit van het perspectief, waarbij de geactualiseerde provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose (mei 2017) als richtinggevend uitgangspunt geldt.

Beoordeling

Volgens de actuele prognose groeit de regionale bevolking nog met ruim 17.000 personen, tot ruim 715.000 inwoners in 2050. Vergeleken met de prognose uit 2011 ligt de bevolkingsgroei iets hoger en ligt het omslagpunt van groei naar krimp wat later in de tijd. Verwacht wordt dat er in WestBrabant rond 2030 ruim 333.000 woningen staan, circa 33.000 meer dan aan het begin van 2015. Tot 2030, en met name in de eerste 10-jaarsperiode, ligt er daarmee nog een behoorlijke bouwopgave voor de regio. Daarbij komt een groot deel van deze opgave terecht in de steden, met een accent op Breda. In het Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant 2020 is de woningbouwprognose voor de gemeente Halderberge voor de periode 2018 t/m 2028 gesteld op 650 woningen (scenario ‘laag’). Voor de periode tot 2025 kan 70% hiervan worden voorzien in de zogenaamde harde plancapaciteit (vastgestelde bestemmingsplannen). Behalve afspraken over de kwantitatieve woningvoorraad zijn er ook afspraken gemaakt over de kwalitatieve woningvoorraad. In de afgelopen jaren was er een mismatch tussen de kwaliteit van het programma (teveel dure koopwoningen, teveel appartementen) en de woonwensen. Vastgelegd is dat gestreefd wordt aan te sluiten op de gedifferentieerde en bovendien veranderende vraag van de woonconsument. Het woningbouwprogramma wordt halfjaarlijks afgestemd in de subregionale stuurgroep Wonen.

Conclusie Dit initiatief betreft het planologisch mogelijk maken van één extra woning en het omzetten van een bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning. Er wordt dus in totaal één woning toegevoegd. Dit aantal past binnen de regionale woningbouwafspraken (zie ook paragraaf 3.4.2, de ‘Woonvisie Halderberge’). 3.4

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie gemeente Halderberge

Toetsingskader

De omgevingsvisie is één van de instrumenten onder de Omgevingswet. Met de Omgevingsvisie (hartelijk) Halderberge d.d.10 februari 2022 wordt voorgesorteerd op deze nieuwe wet. Met de omgevingsvisie laat de gemeente Halderberge zien wat zij belangrijk vinden in de omgeving waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De Omgevingsvisie heeft als doel dat Halderberge aantrekkelijk blijft en nog aantrekkelijk wordt onder het motto “het versterken van de leefomgeving”. Het karakter van Halderberge wordt gekenmerkt door grote verschillen in de gemeente, waarbij elke kern zijn eigen karakter heeft. Ook de buitengebieden zijn er divers en uniek is de overgang van klei 20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 11 van 39

naar zand, waardoor binnen de gemeente zowel sprake is van een polderland en een bosgebied. Het bijzondere karakter van de gebieden en kernen met hun eigen identiteit dient te worden gekoesterd en waar mogelijk versterkt. Om dit te kunnen toetsen heeft de gemeente een waardenkaart opgesteld. De volgende afbeelding toont een uitsnede van de kaart.

Uitsnede Omgevingsvisie Halderberge met plangebied rood omcirkeld

Beoordeling

Het plangebied is op de kaart aangeduid als ‘Hoeven’. Voor de wijken in deze kern geldt dat deze over het algemeen een groen karakter hebben en aansluiten bij de stedenbouwkundige tijdsgeest, waarin de wijk is ontwikkeld. Belangrijke waarden zijn een diversiteit aan bebouwing zonder hoogbouw, een bosrijke, gevarieerde en landelijke omgeving en een vloeiende overgang van de kern naar het buitengebied. De ontwikkeling draagt bij aan het versterken van de huidige hoofdfunctie van de Heul als woonstraat. De bestaande bedrijfsbestemming wordt herbestemd tot een woonbestemming. De Heul is een oud (agrarisch) bebouwingslint, waarbij het noordelijk gedeelte onderdeel is geworden van de kern van Hoeven. Hierdoor is landelijke karakter van het lint gewijzigd tot een meer verdichte woonstraat. De landelijke structuur is hierbij wel behouden gebleven. Met de ontwikkeling wordt aangesloten op deze landelijke structuur en bestaande stedenbouwkundige kwaliteit (zie ook hoofdstuk 2).

Conclusie

Dit plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Het betreft een kleinschalige particulier initiatief dat aansluit bij de kwaliteiten en karakteristiek van het gebied. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan het versterken van het woonmilieu ter plaatse. 20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 12 van 39

Woonvisie Halderberge 2021 - 2025 De Woonvisie Halderberge 2021 – 2025 is op 7 oktober 2021 vastgesteld. Deze visie gaat in op de hedendaagse ontwikkelingen op het gebied van wonen. Als een rode draad lopen door deze Woonvisie de volgende vier gemeentelijke randvoorwaarden: ▪ Goed wonen voor iedereen in een groen, rustig en landelijk woonmilieu: ▪ De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten; ▪ Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; ▪ Ruimte voor initiatief en samenwerking. Halderberge wil een overheid zijn die mogelijk maakt om de doelen op het gebied van wonen te bereiken. Er wordt ingezet op een evenwichtige woonvoorraad waardoor er in alle dorpen sprake is van volop doorstroommogelijkheden. Samen met inwoners wordt de leefbaarheid verbeterd, onder andere door inwonersinitiatieven. Halderberge wil deze tegemoet treden en beoordelen conform het uitgangspunt ‘Ja, mits’. In de Omgevingsvisie worden de belangrijkste waarden voor Halderberge bepaald, die ook van toepassing zijn bij woningbouwinitiatieven. Nieuwe woningen worden levensloopbestendig gebouwd om toekomstgericht te zijn. Voorliggend particulier initiatief waarbij één vrijstaande woning wordt toegevoegd en een bestaande bedrijfswoning wordt bestemd tot burgerwoning past binnen de geformuleerde kansen en sluit aan bij het karakter van het woonmilieu ter plaatse.

Bij het ontwerpen van de nieuwe woning is levensloopbestendigheid als uitgangspunt genomen waarbij ruimte is om slapen op de begane grond in de toekomst te realiseren. Geconcludeerd wordt derhalve dat voldaan wordt aan de Woonvisie Halderberge. Woningbouwprogramma 2018 - 2028 De nieuwbouwopgave voor de gemeente Halderberge is vastgelegd in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Het huidige woningbouwprogramma 2018 – 2028 is gericht op de ambitie om ruim 1.000 woningen te realiseren. Het woningbouwprogramma is dynamisch en flexibel van opzet en is daarom niet integraal opgenomen in de woonvisie. De gemeenteraad heeft het college flexibiliteit gegeven in fasering, aantal en locaties binnen het totale woningbouwprogramma. In het vastgestelde woningbouwprogramma 2018-2028 is er beperkte ruimte beschikbaar om flexibel in te vullen met nieuwe woningbouwplannen. Onderhavig plan is door het college van Burgemeester en Wethouders integraal afgewogen op basis van vastgestelde criteria. Er is besloten de extra woning die met dit plan mogelijk wordt gemaakt op te nemen in het woningbouwprogramma. Gemeentelijke welstandsnota In het kader van de omgevingsvergunning voor bouw zal de omgevingsvergunning worden getoetst aan de eisen vanuit de welstandsnota. Het plangebied ligt binnen het welstandsgebied ‘Woongebieden’, waardoor de daarbij behorende welstandsregels van toepassing zijn.

De stedenbouwkundige heeft positief geadviseerd op maatvoering van de nieuwe woning. Tijdens de vergunningsaanvraag ten behoeve van de nieuwe te bouwen woning zal welstand nog om advies worden gevraagd met betrekking tot bouw en materiaalkeuze.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 13 van 39

4

Omgevingsaspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij planologische procedures verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. Door rekening te houden met deze aspecten kan een goed leefklimaat worden ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor het plangebied plan nader toegelicht.

4.1

Bodem

Toetsingskader

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen naar een meer gevoelige bodemfunctie dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Voor locaties waar nieuwe (woning)bouwmogelijkheden zijn opgenomen, dient middels een verkennend bodemonderzoek inzicht te worden verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van een verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

Beoordeling

AGEL adviseurs heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie waar de nieuwbouw is gepland, om inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Het volledige rapport van dit onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: ▪

De onderzoekslocatie is aangemerkt als een, voor bodemverontreiniging, onverdachte locatie.

▪

Bij het veldwerk zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bestanddelen aangetroffen die duiden op een (mogelijke) bodemverontreiniging. Ook voor asbest is de locatie onverdacht.

▪

Analytisch zijn in de boven- en ondergrond geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden gemeten.

▪

Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit is de boven- en ondergrond beoordeeld als altijd toepasbaar.

▪

In het grondwater is een (zeer) licht verhoogde concentraties aan koper aangetoond. Een bron voor de licht verhoogde concentratie aan koper is niet bekend. Mogelijk betreft het een licht verhoogde achtergrondwaarde.

▪

Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek.

▪

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor de voorgenomen bouwactiviteiten op de locatie.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 14 van 39

▪

Gezien de resultaten van het milieuhygiënische onderzoek is op basis van de CROW 400 op het werk geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor dit initiatief. AGEL adviseurs heeft ook een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Heul 27 en 27a om inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Het volledige rapport van dit onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: ▪

De locatie is aangemerkt als een, voor bodemverontreiniging, onverdachte locatie. Tijdens het veldwerk zijn geen bodemvreemde bestanddelen aangetroffen die duiden op een (mogelijke) bodemverontreiniging. Ook zijn er geen asbestverdachte materialen in de grond aangetroffen.

▪

Analytisch zijn in de boven- en ondergrond geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde gemeten.

▪

Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit is de boven- en ondergrond beoordeeld als altijd toepasbaar.

▪

In het grondwater is een licht verhoogde concentraties aan koper aangetoond.

▪

Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek.

▪

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie.

▪

Gezien de resultaten van het milieuhygiënische onderzoek is op basis van de CROW 400 op het werk geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor dit initiatief. 4.2

Geluid

Toetsingskader

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met geluidsgevoelige gebouwen (waaronder woningen), nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is alleen noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg en waarbij sprake is van geluidgevoelige bestemmingen.

Beoordeling

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 15 van 39

AGEL Adviseurs heeft een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies aangehaald. ▪

Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning en deze te toetsen aan het wettelijk kader. Tevens kunnen de onderzoeksresultaten dienen voor de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

▪

De verkeersgegevens zijn beschikbaar gesteld door de gemeente Halderberge.

▪

De geluidsbelastingen zijn berekend met de Standaardrekenmethode 2 van bijlage III en IV van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma Geomilieu V2020.2.

▪

Uit de rekenresultaten blijkt dat de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB als gevolg van de Sprangweg en De Heul niet wordt overschreden. Het vaststellen van een hogere waarde is niet aan de orde evenals een onderzoek naar karakteristieke geluidwering (Bouwbesluit 2012).

▪

Aangetoond is dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening mits een goed akoestisch binnenklimaat wordt geborgd. In dit kader wordt geadviseerd om gevelmaatregelen te treffen zodat de karakteristieke geluidwering van de voorgevel en eventueel de beide zijgevels 32 dB bedraagt.

Conclusie

Ter plaatse van het plangebied is het akoestisch klimaat inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Aangetoond is dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening mits een goed akoestisch binnenklimaat wordt geborgd. In dit kader wordt geadviseerd om gevelmaatregelen te treffen zodat de karakteristieke geluidwering van de voorgevel en eventueel de beide zijgevels 32 dB bedraagt. De geadviseerde gevelmaatregelen worden doorgevoerd in het ontwerp van de nieuwe woning. In de planregels is de verplichting opgenomen dat de nieuw te bouwen woning met geluidwerende gevels wordt gerealiseerd (dove gevels). Dit is mede van belang vanwege de aanwezigheid van de geluidsstudio, waarvoor geluidsisolerende maatregelen voorzien worden. Hierdoor worden de akoestische normen ruimschoots gehaald. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit initiatief. Voor wat betreft de akoestische gevolgen van de geluidsstudio in de nieuwe woning wordt verwezen naar de volgende paragraaf.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 16 van 39

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen milieuhinderlijke functies en gevoelige functies. Wonen is een milieugevoelige functie. Daarom dient te worden bekeken in hoeverre de ontwikkeling resulteert in belemmeringen voor de omliggende bedrijven en activiteiten. Anderzijds dient bekeken te worden in hoeverre de hindercirkels rond deze bedrijven en activiteiten het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bouwblokken in het plangebied beïnvloeden. Richtafstanden In de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn de richtafstanden opgenomen. In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een verschillende milieuaspecten (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen milieuhinderlijke functies en hindergevoelige objecten (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.

De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van wegverkeer. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. De richtafstanden genoemd in de VNG-handreiking zijn gebaseerd op het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één (afstands)stap worden verlaagd. Voor het aspect gevaar wordt hierbij wel de kanttekening geplaatst dat mogelijke specifieke regelgeving van toepassing kan zijn zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of het Vuurwerkbesluit.

Beoordeling

Het plangebied en de directe omgeving worden aangemerkt als een gemengd gebied. Ten noorden van het plangebied, aan de Sprangweg, zijn op korte afstand diverse bedrijfsbestemmingen gelegen. Het plangebied is ook gelegen in de directe nabijheid van bedrijventerrein aan de Korte Bunder en de Lange Meeten. De Heul fungeert als ontsluitingsroute voor veel van de bedrijven die hier gevestigd zijn, waardoor er ter plaatse van het plangebied geen sprake is van een minimale verstoring als gevolg van verkeer. Met dit plan wordt een extra woning mogelijk gemaakt. Wonen is een milieugevoelige functie. In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele milieubelastende functies in de vorm van rechtstreeks bestemde bedrijven gelegen. Er dient daardoor te worden bepaald of enerzijds als gevolg van dit plan het functioneren van de omliggende bedrijven beperkt wordt en anderzijds of het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is. Bedrijventerrein Korte Bunder en Lange Meeten Volgens het geldende bestemmingsplan zijn ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ uitsluitend bedrijven tot en met milieucategorie 2 uit de als bijlage bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. De bijbehorende richtafstand bedraagt 30 meter, die met 1 afstandstap verlaagd kan worden tot 10 meter.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 17 van 39

De afstand van de grens van het bestemmingsvlak van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ tot aan het plangebied bedraag 12 meter. Aan de richtafstand wordt voldaan Sprangweg 36 Op dit adres is G.F. de Rooy en Zn. Gevestigd. Dit betreft een handelsonderneming in tractoren en motoren. De bedrijfslocatie is in het geldende bestemmingsplan voorzien van de passende bestemming ‘Bedrijf’ met een aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handel in tractoren’. Dergelijke bedrijvigheid valt in milieucategorie 3.1 onder SBI-code-(2008) 466 ‘Groothandel in machines en apparaten – overige’ , zoals vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten die deel uitmaakt van de regels van het geldende bestemmingsplan. Hiervoor geldt een richtafstand van maximaal 50 meter. Door de ligging in gemengd gebied, kan deze afstand verlaagd worden tot 25 meter. De afstand van de grens van het bestemmingsvlak van de bedrijfsbestemming tot aan het plangebied bedraagt 20 meter. Aan de zijde van de Heul ‘verspringt’ het bestemmingsvlak echter, waardoor er naar de woningen gelegen aan de Heul sprake is van een grotere afstand. Zie hiervoor onderstaande uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan.

Verspringing bestemmingsvlak Sprangweg 36

20 m 45 m Bouwvlak nieuwe woning

Uitsnede verbeelding vigeren bestemmingsplan Kom Hoeven

Het bouwvlak waarin de nieuwe woning dient te worden opgericht, wordt echter aan de voorzijde van het perceel, aan de zijde van de Heul gepositioneerd. De afstand van de woning tot de begrenzing met de bedrijfsbestemming is daardoor veel groter en bedraagt circa 45 meter. Als uitgegaan wordt van de begrenzing van het bouwvlak van de woning, wordt aan de richtafstand voldaan. Sprangweg 42 / 42a Op dit adres is van Loon Hoeven B.V. gevestigd, een import- en exportbedrijf van meststoffen voor de agrarische sector. Volgens het geldende bestemmingsplan is bedrijvigheid tot maximaal 20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 18 van 39

milieucategorie 2 toegestaan. Een groothandel in kunstmeststoffen valt in milieucategorie 2 onder SBI-code-(2008) 46752, zoals deze gehanteerd wordt in de Staat van Bedrijfsactiviteiten die deel uitmaakt van de regels van het geldende bestemmingsplan. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter voor het aspect gevaar. Deze afstand kan niet met 1 afstandstap verlaagd worden. De afstand van de grens van het bestemmingsvlak van de bedrijfsbestemming tot aan het plangebied bedraagt minder dan 30 meter. Het bouwvlak waarin de nieuwe woning dient te worden opgericht, wordt echter aan de voorzijde van het perceel, aan de zijde van de Heul gepositioneerd. De afstand van de woning tot de begrenzing met de bedrijfsbestemming is daardoor veel groter en bedraagt 60 meter. Als uitgegaan wordt van de begrenzing van het bouwvlak van de woning, wordt aan de richtafstand voldaan. Doordat met betrekking tot de woningen binnen het plangebied voldaan wordt aan de richtafstanden tot omliggende bedrijvigheid, is er sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Muziekstudio in de nieuwe woning In de nieuwe woning krijgt een ruimte op de begane grond de functie van werkruimte voor een aanhuis-verbonden-beroep. Deze ruimte wordt ingericht als een niet door derden te gebruiken muziekstudio, waar de bewoner zijn beroepsmatige activiteiten met muziek kan uitvoeren.

Bouwkundige voorzieningen brengen de geluidsoverdracht vanuit deze ruimte naar de rest van de woning terug tot een minimum. Zo wordt de vloer van de ruimte zwevend gemaakt ten opzichte van de overige vloeren en worden de wanden dubbel geluidswerend geïsoleerd. Ventilatieroosters worden voorzien van suskasten om geluidsoverdracht te beperken. De ruimte betreft geen opname- of oefenstudio waar muziek in gespeeld wordt door bands of soortgelijke muziekgezelschappen om opgenomen te worden. Het grootste deel van de activiteiten betreft het luisteren naar muziek voornamelijk door de bewoner van de woning. Gelet op de zeer beperkte aard van omvang deze aan-huis-verbonden beroepsmatige activiteiten, en de te treffen bouwkundige voorzieningen in combinatie met het feit dat de nieuwe woning een vrijstaande woning betreft, wordt geconcludeerd dat niet aannemelijk is dat deze ertoe leiden dat er in de naastgelegen woningen Heul 23 en 27 geen sprake meer zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Mogelijke aanvullende beperking in bedrijfsvoering Voor de beoordeling of de bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering als gevolg van deze ontwikkeling, is de bestaande situatie die wordt bepaald de bestaande omliggende woningen al maatgevend en daardoor bepalend voor de bedrijfsvoering.

Als gevolg van de ontwikkelingen die door dit plan mogelijk wordt gemaakt, worden de bedrijven niet aanvullend of nader beperkt in de bedrijfsvoering.

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Aan de richtafstanden wordt voldaan. 4.4

Luchtkwaliteit Wet milieubeheer

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkeling dienen de gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. Uitzondering hierop zijn opgenomen in de regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM).

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 19 van 39

Hierin is bepaald wanneer de mate van de bijdrage aan de luchtverontreiniging verwaarloosbaar klein is, dat hier geen nader onderzoek voor plaats hoeft te vinden. Een project kan als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is, dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde. De NIBMregeling van 3% is gekoppeld aan de vaststelling van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) omdat in dit programma hiervoor maatregelen tegenover staan die het tijdig behalen van de grenswaarden waarborgen.

Beoordeling

Om het beoordelen van plannen voor overheden eenvoudiger te maken is in de Regeling NIBM het percentage van 3% uitgewerkt in concrete getallen. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. Dit initiatief betreft het toevoegen van één nieuwe woning en het wijzigen van een bedrijfswoning naar een reguliere woning, zodat de ontwikkeling als NIBM kan worden beschouwd. Een toetsing aan de grenswaarden kan daardoor achterwege blijven.

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit levert dan ook geen beperkingen op voor deze ontwikkeling. Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Toetsingskader

Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient beoordeeld te worden of het aanvaardbaar is om het project op deze locatie te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan de ter plaatse bestaande luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project zelf ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur onder andere bij een woning, school of sportterrein. Om inzicht te geven in de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging wordt gebruik gemaakt van de, door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, beschikbaar gestelde digitale monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Met de jaarlijkse monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit gevolgd en wordt de uitvoering van de maatregelen en projecten (die zijn opgenomen in het NSL) bijgehouden. De Monitoringstool is het instrument waarmee de stand van zaken in de uitvoering van de projecten en maatregelen in het NSL wordt gevolgd, en de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden berekend voor het achterliggende kalenderjaar en de toekomstige jaren die relevant zijn voor het NSL. De kaart van de monitoring van het NSL biedt de mogelijkheid om de verschillende resultaten van de monitoring zichtbaar te maken.

Via de NSL-monitoringstool zijn voorts de concentraties voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen.

Beoordeling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt op basis van de gegevens in de NSL-monitoringstool. In deze tool zijn onder andere de Sprangweg en de Bovendonksestraat opgenomen. In de volgende afbeelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 nabij het plangebied weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSLmonitoringstool 2020.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 20 van 39

Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5 peil jaar 2020 (NSL-monitoringstool 2019)

Uit de voorgaande afbeelding blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 21 ìg/m³, 19 ìg/m³ en 12 ìg/m³ bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 ìg/m3) en PM2,5 (25 ìg/m³) worden niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 7, waardoor het maximum van 35 dagen eveneens niet wordt overschreden. De algemene trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen. Overschrijdingen van de grenswaarden zijn dan ook niet te verwachten.

Conclusie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ter plaatse van het plan de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Vanwege de algemene trend dat de emissies en achtergrondconcentraties zullen dalen, worden er in de toekomst geen overschrijdingen verwacht.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 21 van 39

4.5

Externe veiligheid

Toetsingskader

Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt.

Inventarisatie

Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied verschillende risicobronnen aanwezig zijn, waarbij de volgende relevant zijn: • De transportroute over de spoorlijn Roosendaal – Breda; • De transportroute over de snelweg A58.

Uitsnede risicokaart waarin het Basisnet Spoor in groen, het Basisnet Weg in geel en het plangebied in blauw zijn aangegeven.

Onderzoek

Dit initiatief voorziet in het planologisch mogelijk maken van een extra woning. Doordat een woning in de regelgeving met betrekking tot externe veiligheid als een kwetsbaar object wordt beschouwd, speelt dit aspect een rol bij de haalbaarheid van het initiatief. Transportroute spoorlijn Roosendaal – Breda (groen op de kaart) Deze spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ligt op circa 1 kilometer ten zuiden van het plangebied. Omdat het plangebied dus niet gelegen is binnen het verantwoordingsgebied van 200 meter van deze transportroute, is voor deze risicobron het bepalen van de hoogte en toename van het groepsrisico niet aan de orde. Het plangebied is echter wel gelegen in het invloedsgebied van verschillende stofgroepen, waardoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico benodigd is, die ingaat op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 22 van 39

Transportroute snelweg A58 (geel op de kaart) De A58 maakt deel uit van het Basisnet waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd en ligt op circa 1,6 kilometer ten zuiden van het plangebied. Omdat het plangebied dus niet gelegen is binnen het verantwoordingsgebied van 200 meter van deze transportroute, is voor deze risicobron het bepalen van de hoogte en toename van het groepsrisico niet aan de orde. Het plangebied is echter wel gelegen in het invloedsgebied van verschillende stofgroepen, waardoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico benodigd is, die ingaat op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Groepsrisico

Als gevolg van deze ontwikkeling - het toevoegen van één woning – is er sprake van een zeer beperkte toename van de personendichtheid. Hierdoor is er geen sprake van een toename van het groepsrisico. Het plan leidt evenmin tot de aanwezigheid van zeer of verminderd kwetsbare personen. Daarom kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Die verantwoording gaat in op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Beschrijving maatgevend scenario

Gelet op de afstand van het plangebied tot de risicobronnen en de vervoerde stofgroepen is een toxisch scenario het maatgevende scenario. Een toxisch incident met giftige gassen treedt op wanneer als gevolg van een brand toxische dampen vrijkomen. Deze dampen worden meegevoerd door de wind.

Bestrijdbaarheid

Incident toxische stoffen Bronbestrijding is bij een incident met een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen.

Zelfredzaamheid

Onder zelfredzaamheid wordt verstaan: de mogelijkheid van personen om zichzelf, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten, in veiligheid te brengen. De fysieke eigenschappen van personen, gebouwen en omgeving zijn van invloed op de zelfredzaamheid. Met het voornemen worden geen functies mogelijk gemaakt die gericht zijn op personen die niet of verminderd -zelfredzaam zijn. In het algemeen kunnen er wel personen aanwezig zijn met een verminderde zelfredzaamheid, maar daarbij zijn altijd wel zelfredzame personen aanwezig die verminderde zelfredzame personen in veiligheid te brengen. Voor het aspect zelfredzaamheid wordt eveneens geadviseerd wordt om de Veiligheidsregio Middenen West-Brabant in een vroegtijdig stadium van de bestemmingsplanprocedure te betrekken en om advies te vragen.

20210253 | Heul 25 - 27, Hoeven Bestemmingsplan

| 23 van 39

Incident toxische stoffen Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident met toxische stoffen is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-havenprincipe). Indien dit niet mogelijk is, kan ervoor gekozen worden om te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk, waarbij de meest voorkomende windrichting in Nederland vanuit het zuidwesten komt. Om de zelfredzaamheid te vergroten bij het vrijkomen van toxische stoffen (niet zichtbaar) is het van belang dat het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) wordt ingezet. Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt, wordt aangenomen dat de dekking van het WAS geheel over het plangebied is gelegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/540/documents/15790