bestemmingsplan Sint Gerardushof Bosschenhoofd ontwerp.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Sint Gerardushof Bosschenhoofd Halderberge
DATUM IMRO IDN
17 mei 2022 NL.IMRO.1655.BP4015-B001
PROJECT PROJECTLEIDER
H. Wenting
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
400390.20201367
AUTEUR STATUS
ontwerp
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
6 Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel bestemmingsplan
7
1.2
Ligging oude en nieuwe locatie
7
1.3
Het geldend bestemmingsplan
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
10
2.1
Bestaande situatie
10
2.2
Beoogde situatie
11
Toetsing aan ruimtelijk beleid en visies
14
3.1
Inleiding
14
3.2
Rijksbeleid
14
3.3
Provinciaal - en regionaal beleid
16
3.4
Gemeentelijk beleid
20
Toetsing aan omgevingsaspecten
27
4.1
Inleiding
27
4.2
Verkeersaspecten
27
4.3
Cultuurhistorie en archeologie
32
4.4
Bodemkwaliteit
35
4.5
Water
36
4.6
Luchtkwaliteit
40
4.7
Afstemming op omliggende (bedrijfs)functies
42
4.8
Externe veiligheid
44
4.9
Geluid
47
4.10
Ecologie
48
4.11
Planologisch relevante kabels en leidingen
50
4.12
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
50
Juridische planbeschrijving
52
5.1
Inleiding
52
5.2
Het bestemmingsplan is digitaal beschikbaar
52
5.3
Uitgangspunt: bestemmingsregeling raadplegen vanaf het beeldscherm
52
5.4
Toelichting op de verbeelding
52
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
3/301
5.5
Toelichting op de regels
53
Hoofdstuk 6
Financiële aspecten
55
6.1
Kostenverhaal en grondexploitatieplan
55
6.2
Financiële uitvoerbaarheid
55
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
56
7.1
Resultaten vooroverleg
56
7.2
Omgevingsdialoog
56
7.3
Zienswijze
56
7.4
Vaststelling
57
Hoofdstuk 7
Bijlagen toelichting
59
Bijlage 1
Ruimtelijk-economisch onderzoek
61
Bijlage 2
Bodemonderzoek fase 3 Centrumgebied Bosschenhoofd
79
Bijlage 3
Memo parkeeronderzoek
115
Bijlage 4
Standaardadvies externe veiligheid
121
Bijlage 5
Standaard Verantwoording Groepsrisico
141
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek inrichtingslawaai
151
Bijlage 7
Stikstofberekening
187
Bijlage 8
Aanmeldnotitie vorm-vrije mer
209
Bijlage 9
Mer-beoordelingsbelsuit
237
Bijlage 10
Verslag informatiebijeenkomst
239
Bijlage 11
reactie vooroverlegpartners
245
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
256
Artikel 1
Begrippen
256
Artikel 2
Wijze van meten
261
Bestemmingsregels
262
Artikel 3
Detailhandel
262
Artikel 4
Groen
264
Artikel 5
Verkeer
265
Hoofdstuk 2
4/301
255
Artikel 6
Wonen
267
Hoofdstuk 3
Algemene regels
271
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
271
Artikel 8
Algemene bouwregels
272
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
273
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
275
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
277
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
278
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
279
Artikel 13
Overgangsrecht
279
Artikel 14
Slotregel
280
Bijlagen regels
283
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
285
Bijlage 2
Parkeernormen
299
5/301
Toelichting
6/301
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel bestemmingsplan
De ontwikkeling van het nieuwe dorpshart van Bosschenhoofd aan het Sint Gerardushof is in volle gang, een deel van de ontwikkeling is inmiddels gerealiseerd. Aan de noordwest zijde van het Sint Gerardushof bestaat het voornemen om in fase 4 naast 9 koop- en huurwoningen ook een supermarkt te realiseren en hiermee het centrum te complementeren. Momenteel ligt de grond braak. Op het plangebied is volgens het bestemmingsplan 'Centrumgebied Bosschenhoofd' de bestemming 'Wonen' van toepassing. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de beoogde 9 woningen reeds toegestaan. De bouw en het gebruik van een supermarkt past echter niet binnen de geldende bestemmingsregeling. Ten behoeve van deze ontwikkeling is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan op te stellen. De 9 woningen worden door middel van een separate omgevingsvergunning voorafgaand aan dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Deze vergunning wordt in onderliggend bestemmingsplan bestendigd. De supermarkt zal met een zogenaamde gecoördineerde procedure mogelijk worden gemaakt. Hierbij wordt het bestemmingsplan gelijktijdig vastgesteld met het verlenen van een omgevingsvergunning. Op 24 november 2020 heeft het college van B&W de principe medewerking tot deze ontwikkeling verleend.
1.2
Ligging oude en nieuwe locatie
In figuur 1.2.1 is de ligging van de ontwikkeling aangeduid. De locatie bevindt zich in het centrum van Bosschenhoofd.
Figuur 1.2.1: Globale ligging plangebied (bron: luchtfoto 2019 Kadaster Nederland)
7/301
1.3
Het geldend bestemmingsplan
Op de planlocatie geldt het bestemmingsplan Centrumgebied Bosschenhoofd dat is vastgesteld op 4 februari 2016. De locatie heeft daarin de bestemming 'Wonen'. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, ontsluitingswegen. Er zijn twee bouwvlakken aanwezig. In beide bouwvlakken mogen 11 woningen gerealiseerd worden. De maximale bouwhoogte binnen het bouwvlak bedraagt 10,5 meter en de maximale goothoogte 6 meter. Daarnaast is door middel van de aanduiding 'aaneengebouwd' geregeld dat hier uitsluitend aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd. Daarnaast geldt voor een deel van het plangebied de bestemming 'Verkeer'. Hier zijn toegestaan: wegen, voeten fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, verblijfsvoorzieningen, beeldende kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, nutsvoorzieningen; terrassen, evenementen, water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen, met bijbehorende voorzieningen, zoals vlaggenmasten, ondergrondse retentievoorzieningen en ondergrondse vuilcontainer. Binnen het plangebied geldt de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 5'. Aan deze gebiedsaanduiding zijn regels verbonden ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten.
De bouwhoogte van een bouwwerk op gronden met deze gebiedsaanduiding mag niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van 46,56 m en 55,7 m boven NAP in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegtunnel van vliegtuigen. Ook geldt de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'. De voor ‘milieuzone grondwaterbeschermingsgebied’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de grondwaterkwaliteit ten behoeve van de openbare drinkvoorziening.
8/301
Figuur 1.3.1 Uitsnede bestemmingsplan ' Centrumgebied Bosschenhoofd' (bron ruimtelijkeplannen.nl)
9/301
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
De locatie ligt in de noordwestelijke hoek van het gebied dat is ingesloten door het Sint Gerardushof en maakt onderdeel uit van de totaal ontwikkeling van het centrum van Bosschenhoofd. Op de gronden van het plangebied waren voorheen seniorenwoningen met één bouwlaag aanwezig. Deze woningen zijn inmiddels gesloopt. De gronden liggen braak en worden regelmatig gemaaid (zie ook figuur 2.2). Aan de randen van het plangebied zijn enkele bomen aanwezig. In de omgeving van het plangebied bevinden zich woningen een basisschool, de kinderopvang, een sportzaal en een medisch cluster met huisarts, fysiotherapie en apotheek.
Figuur 2.1 Plangebied, rood omrand (bron: Luchtfoto 2019 Kadaster Nederland)
10/301
Figuur 2.2 Foto's van het plangebied (bron: Rho september 2020)
2.2
Beoogde situatie
2.2.1 Beoogde planontwikkeling De kern Bosschenhoofd maakt momenteel een groei door, als gevolg van de versnellingsopgave woningbouw. Op verschillende locaties zijn woningen gebouwd of in aanbouw en de leefbaarheid van Bosschenhoofd heeft de aandacht van het gemeentebestuur. Het centrumplan Bosschenhoofd is een belangrijke ontwikkeling voor de leefbaarheid en levendigheid in de kern. In de huidige situatie is er in de kern geen supermarkt aanwezig. Om de leefbaarheid in Bosschenhoofd op peil te houden is een supermarkt dan ook een belangrijke voorziening. De ontwikkeling bestaat uit 9 woningen aan de oostzijde van het plangebied en een supermarkt aan de westzijde van het plangebied. De bestaande bomen binnen het plangebied worden grotendeels behouden, waardoor de groene ruimte binnen het plan direct een volwassen invulling heeft. Woningen De 9 rijwoningen bevinden zich evenwijdig aan de reeds gerealiseerde rijwoningen. De woningen hebben ieder een eigen tuin aan de westzijde en worden aan de oostzijde ontsloten. Tussen de voorzijde van de woningen en de tegen over liggende woningen is een openbaar groengebied, de bestaande speeltoestellen worden hier behouden en daarnaast komt hier een wadi (Water Afvoer Drainage en Infiltratie). De wadi is een deel van de groene inrichting die wat lager ligt dan de rest van het gebied.
Hierdoor kan deze met hevige regenval als waterbuffer fungeren, van waaruit het water langzaam in de bodem infiltreren. De woningen zijn twee bouwlagen met een kap en hebben een bouw- en goothoogte van respectievelijk 6 en 10,5 m. Ten noorden van
11/301
de woningen zijn 6 parkeerplaatsen beoogd.
Figuur 2.3 gevelaanzicht woningen (bron: Marquart Architecten 18-12-2020)
Supermarkt De supermarkt aan de westzijde van het plangebied is een middelgrote supermarkt met een oppervlakte van maximaal 700 m². De bebouwing is één bouwlaag (maximaal 6 meter) hoog. De entree van de winkel bevindt zich aan de zuidzijde van de bebouwing, waar ook de stalling van de winkelwagentjes zal zijn. Aan de zuid- en westzijde van de bebouwing is een parkeerterrein, hier is ruimte voor 65 parkeerplaatsen. De bevoorrading van de supermarkt wordt gedaan aan de noordzijde. Hier is een bevoorradingsstraat uitgewerkt die uit het zicht wordt genomen door een groene invulling met bestaande bomen op de hoek. Bevoorradingsverkeer komt via de Sint Gerardushof aan noordwestzijde het plangebied binnen en rijdt vervolgens via de bevoorradingsstrook terug naar de Sint Gerardushof en de doorgaande Pastoor van Breugelstraat (zie ook figuur 2.4). Bij de inrichting en bevoorradingsroute is rekening gehouden met de omliggende functies (zie ook paragraaf 4.2). Bij de bevoorrading wordt gezocht naar een systeem waarbij er maximaal één vrachtwagen gelijktijdig bij de winkel komt laden en/of lossen.
12/301
Figuur 2.4 Inrichtingstekening supermarkt en parkeerplaats (bron: Hoefnagels Civiel Techniek bv) Bij de inrichting van het terrein en de uitwerking van de bebouwing is rekening gehouden met het karakter van Bosschenhoofd. Zo wordt de bebouwing ingetogen en wordt baksteen gebruikt in de gevels, aansluitend bij de omliggende bebouwing. Maar ook wordt zoveel mogelijk groen behouden en toegevoegd. Dit heeft een functie in de uitstraling, maar ook voor de klimaatadaptatie. Wateroverlast en hittestress worden doormiddel van groen beperkt. Het parkeerterrein wordt deels ingericht met doorgroeistenen zodat water mogelijkheden heeft om te infiltreren in de bodem, deze manier van verharding draagt ook minder bij aan hittestress dan reguliere verharding. Aan de zuidzijde wordt de bestaande hemelboom behouden en wordt daarnaast een aantal groene perken ingericht ter afscheiding met de basisschool. Ook aan de westzijde van de bebouwing is ruimte gereserveerd voor groene perken. De exacte invulling van deze groene perken wordt nog nader uitgewerkt.
13/301
Hoofdstuk 3 3.1
Toetsing aan ruimtelijk beleid en visies
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid. Een volledig overzicht van de beleidsplannen en regelgeving dat voor het plangebied mogelijk van toepassing is, is te vinden op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Een aantal daarvan is relevant voor de beoordeling van de beoogde ontwikkeling: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het Rijk; het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening; Omgevingsvisie Noord-Brabant en Interim Omgevingsverordening de Detailhandelsvisie West-Brabant 2014-2020; Structuurvisie Halderberge 2025 en de welstandsnota. Daarnaast zijn er diverse sectorale beleidsstukken. Deze worden - voor zover deze relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling - in hoofdstuk 4 vermeld.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;
14/301
dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven.
De drie afwegingsprincipes zijn: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Bij de ontwikkeling van de gronden is rekening gehouden met de identiteit van Bosschenhoofd en zijn door gemeente het belang van een supermarkt in de kern Bosschenhoofd voor de leefbaarheid onderstreept. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze 14 nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2.
Project Mainportontwikkeling Rotterdam;
15/301
3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Doorwerking plangebied De ontwikkelingen binnen het plangebied raken geen van bovenstaande rijksbelangen. Het Rijksbeleid geeft hierdoor geen uitgangspunten voor dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De ladder is per 1 juli 2017 aangepast waarmee de ladderbenadering is losgelaten. Wel dient nog te worden aangetoond dat er behoefte is aan de betreffende ontwikkeling en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten bestaande stedelijke gebied, waarom de betreffende locatie het meest geschikt is. Aangezien onderhavig planvoornemen is voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied dient uitsluitend aangetoond te worden of er behoefte bestaat.
In het Ruimtelijke Economisch Onderzoek (REO) zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting is aangetoond dat er behoefte bestaat aan de betreffende vestiging van de supermarkt. Doorwerking plangebied Voor de realisatie van de nieuwe supermarkt is een Ruimtelijk-Economische Onderzoek opgesteld waaruit duidelijk blijkt dat er behoefte is aan de winkel. De betreffende onderbouwing is opgenomen in 1 bij deze toelichting.
3.3
Provinciaal - en regionaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven te onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie
16/301
Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. De ontwikkeling van de supermarkt past binnen de omgevingsvisie van de provincie. De uitbreiding vindt plaats binnen het bestaande stedelijke netwerk en zorgt voor versterking van de voorzieningen in de kern Bosschenhoofd. Met de nieuwbouw wordt tevens aangesloten bij de laatste eisen ten aanzien van duurzaamheid en energie-neutraal bouwen, waarmee de ontwikkeling past binnen de visie van energietransitie. 3.3.2 Interim Omgevingsverordening Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Iov N-B is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de huidige Verordening ruimte. De Iov N-B is beleidsneutraal van karakter.
Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Iov N-B zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die nu nog zijn opgenomen in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. Water Uit de verbeelding bij Iov N-B is af te leiden dat de bossen ten oosten van Bosschenhoofd binnen het waterwingebied voor menselijke consumptie vallen. De kom van Bosschenhoofd, inclusief het plangebied, valt binnen het grondwaterbeschermingsgebied en de boringsvrije zone.
Voor grondwaterbeschermingsgebieden zijn regels opgenomen met als doel te voorkomen dat de bodem en het zich daarin bevindende grondwater verontreinigd raakt door het gebruik, het lozen en de uitspoeling van schadelijke stoffen en werkzaamheden in de bodem verstorend werken voor de kwaliteit van het grondwater. Binnen grondwaterbeschermingsgebied geldt dat activiteiten die schadelijk (kunnen) zijn voor de bodem en het zich daarin bevindende grondwater verboden zijn. Een belangrijk aandachtspunt bij de bescherming van het grondwater is afstromend hemelwater van gebouwen en wegen. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling hoofdzakelijk vervangende nieuwbouw betreft en de functies zoals wonen en voorzieningen omvat, zijn er geen negatieve gevolgen te verwachten voor de grondwaterkwaliteit. Bij de afvoer van het regenwater van zowel de
17/301
gebouwen als het parkeerterrein van de supermarkt zal rekening gehouden worden met de eisen die hieraan verbonden zijn vanuit de Iov N-B. Het grondwaterbeschermingsgebied is als een aanduiding op de verbeelding opgenomen. Het doel van de regels in boringsvrije zone is het beschermen van de diepere watervoerende pakketten door te voorkomen dat de beschermende kleilaag wordt doorboord. Hiertoe zijn regels opgenomen voor de verrichting van werkzaamheden in de bodem van tien meter of meer onder het maaiveld. Binnen het plangebied is de maximale boordiepte 90 meter. Deze zal door de ontwikkeling niet worden overschreden.
Figuur 3.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, uitsnede stedelijke ontwikkeling en erfgoed (links) en milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen (rechts). De locatie van het plangebied is weergegeven met de rode pin (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Detailhandel Ten aanzien van detailhandel is opgenomen dat met het oog op de aantrekkelijkheid van Brabant een vitale en toekomstbestendige detailhandelsstructuur van groot belang is. De voornaamste taak van de provincie is om (ruimtelijke) ontwikkelingen van detailhandelslocaties regionaal en bovenregionaal af te stemmen. In het regionaal overleg wil de provincie met gemeenten afspraken maken over welke detailhandelslocaties regionaal en bovenregionaal worden afgestemd. In het kader van de detailhandelsstructuur en de behoefte is onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is nader beschreven in paragraaf 3.2.2. 3.3.3 Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. Voor het plangebied van onderliggend bestemmingsplan zijn geen grote veranderingen opgenomen ten opzichte van de Interim Omgevingsverordening (paragraaf 3.3.2).
18/301
3.3.4 Detailhandelsvisie West-Brabant 2014-2020 In de Detailhandelsvisie West-Brabant is de visie op detailhandelsontwikkelingen in de regio uiteengezet. De regio West-Brabant is een dynamische regio met ruim 700.000 inwoners. Het doel van de regionale detailhandelsvisie is om bij te dragen aan het tot stand brengen van een evenwichtig en duurzaam detailhandelsapparaat in West-Brabant, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige marktverhoudingen en ontwikkelingen. Er wordt gestreefd naar een maatschappelijk verantwoorde, samenhangende en op elk niveau van de voorzieningenhiërarchie gezonde winkelstructuur. Enerzijds wil de Regio West-Brabant bijdragen aan het in stand houden van een goede consumentenverzorging, zowel kwantitatief als kwalitatief, en anderzijds wil de regio randvoorwaarden scheppen voor goed functionerende ondernemingen. De hoofdlijnen van beleid zijn: dynamiek detailhandel in goede banen leiden; schaalvergroting op de juiste plek faciliteren; complementariteit en onderscheidend vermogen nastreven; ruimtelijke concentratie bevorderen; inzetten op behoud consumentenverzorging kleine kernen; leegstandsontwikkeling in goede banen leiden. Voor winkels in kleine kernen is maatwerk gewenst. In sommige kernen kan de consumentverzoring in het geding komen.
De Detailhandelsvisie West-Brabant zegt hierover het volgende: 'Winkels dragen in z’n algemeenheid in positieve zin bij aan de leefbaarheid van kernen en woonbuurten. Ze voorzien in de verzorging van de bewoners, hebben een functie als ontmoetingspunt en creëren door hun trekkracht vaak ook een draagvlak voor andere publieksgerichte voorzieningen. Met name supermarkten spelen hierbij een centrale rol. Als het consumentendraagvlak in het marktgebied echter te klein is of wordt voor een rendabele exploitatie van een supermarkt, dan verdwijnen uiteindelijk ook vaak de andere (winkel)voorzieningen.' Toetsing op regionaal niveau vindt plaats wanneer het initiatief de volgende omvang te boven gaat en het vigerende bestemmingsplan het initiatief niet toelaat: winkelprojecten in reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een bovenregionale verzorgingsfunctie: uitbreiding 10.000 m2 bvo; winkelprojecten in reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een regionale verzorgingsfunctie: uitbreiding 5.000 m2 bvo; winkelprojecten in reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een kernverzorgingsfunctie: uitbreiding 2.500 m2 bvo.
Toetsing In Bosschenhoofd is momenteel geen supermarkt aanwezig, in het Ruimtelijk economisch onderzoek zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting is beoordeeld of er sprake is van voldoende behoefte aan een supermarkt in Bosschenhoofd. Daaruit blijkt dat er ruimte is in de kern van Bosschenhoofd voor de vestiging van een supermarkt. De toevoeging van een hedendaagse, op de eigen kern gerichte supermarkt is wel een kwalitatieve toevoeging aan het huidige voorzieningenaanbod in Bosschenhoofd. Aangezien er nu nog geen supermarkt aanwezig is, wordt de toevoeging van de supermarkt gezien als een toevoeging voor de leefbaarheid binnen de kern Bosschenhoofd.
19/301
Omdat de winkel in de kern wordt gevestigd waar nog geen supermarkt aanwezig is, versterkt de ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief het pakket aan winkelvoorzieningen. Aangezien de winkel kleiner is dan 2.500 m² hoeft er geen toetsing plaats te vinden op regionaal niveau. Hiermee is de ontwikkeling van de supermarkt in Bosschenhoofd niet in strijd met detailhandelsvisie West-Brabant. Afsprakenkader regio De gemeenten in West-Brabant informeren elkaar in een zo vroeg mogelijk stadium over nieuwe plannen en over de voortgang van plannen die in uitvoering zijn. Dit vindt allereerst plaats in de Werkgroep Werken gevolgd door het zogenoemde Portefeuillehoudersoverleg (hierna: POHO). Indien een gemeente voornemens is een plan in procedure te brengen zal het POHO advies uitbrengen over het plan. De regio en buurgemeenten zijn per brief geïnformeerd over onderliggende plannen en krijgen het bestemmingsplan tijdens het vooroverleg ook toegezonden. 3.3.5 Conclusie provinciaal en regionaal beleid De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het huidige provinciale - en regionale beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Halderberge 2025 (d.d. 2013)
In de structuurvisie Halderberge is op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Halderberge op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied naar toe gaat in 2025. De structuurvisie is het resultaat van een weging van verwachte ontwikkelingen en ambities van gemeente, waarbij de ambities bescheiden zijn weggezet met het oog op de beperkte (financiële) middelen de komende jaren. Onder andere op het gebied van lokale economie, energie en mobiliteit en leefomgeving heeft de gemeente uitgangspunten opgesteld. Toekomstbeeld Bosschenhoofd Om de structuur van de kern Bosschenhoofd te herstellen wordt in de structuurvisie gesteld dat de aandacht zich zou moeten richten op de kern ten westen van de Pastoor van Breugelstraat. Ontwikkelingen aan de oostzijde bedreigen de bestaande structuur van de kern. Door de bouw van de multifunctionele accommodatie voor onder meer de basisschool is een start gemaakt met een nieuw hart voor Bosschenhoofd. Door alle energie op het hart te richten kan een centrale ontmoetingsruimte ontstaan.
20/301
Afbeelding 3.1 Toekomstbeeld Bosschenhoofd, centrumgebied waar plan onderdeel van uitmaakt bij rode ster (bron: Structuurvisie Halderberge 2025) Lokale economie Als gevolg van de economische onzekerheid is het van belang aan te geven op welke wijze de gemeente de ondernemers in Halderberge kan faciliteren. Doel daarvan is het creëren van een gunstig klimaat voor nieuwe en bestaande bedrijven, mede met het oog op werk voor mensen. In het economische beleid van de gemeente is aandacht voor de agrarische sector, productie en (groot)handel, detailhandel, recreatie en toerisme en dienstverlening. De gemeente Halderberge streeft met haar detailhandelsbeleid naar een ruimtelijke detailhandelsstructuur gericht op behoud en versterking van de lokaal verzorgende functie. Ontwikkeling van nieuwe detailhandelsvestigingen buiten de centra is in principe niet toegestaan. De voorzieningen zijn geconcentreerd in compacte centra met voldoende parkeergelegenheid waarbinnen het ruimtelijk beleid de ondernemers ruimte biedt om initiatieven te ontplooien. Energie en mobiliteit Energiebesparing is ook voor de gemeente Halderberge een belangrijk thema in het ruimtelijk beleid. In de Verklaring van Dussen heeft de gemeente samen met de andere gemeenten in West-Brabant afgesproken een
21/301
voorbeeldfunctie te energieopwekking.
vervullen op
het gebied van
energiebesparing, CO2-reductie
en
duurzame
Leefomgeving De gemeente Halderberge streeft naar een goede leefomgevingskwaliteit. Dit houdt in dat bewoners, ondernemers en gebruikers hun leefomgeving als herkenbaar, prettig, schoon en aantrekkelijk ervaren, zodat ze er graag wonen, werken en verblijven. Het streven is gericht op een optimale leefomgevingskwaliteit door de natuur-, landschaps-, water-, en milieukwaliteit als uitgangspunt mee te nemen in de planvorming. Bij de realisatie van de supermarkt wordt voldaan aan de milieukwaliteitseisen, waarbij aandacht is voor een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte, waardoor geen nadelige invloed op de omgeving zal plaatsvinden. Daarnaast wordt rekening gehouden met de omgeving bijvoorbeeld door het aanleggen van voldoende parkeerplaatsen en het introduceren van een groene gevel aan de kant van de bestaande woningen. De bevoorradingsroutes zijn ontworpen met oog op het gebruik van de omliggende wegen door kinderen die naar de basisschool gaan. Strategie In de Structuurvisie zijn verschillende strategieën uitgewerkt. De locatie in het centrumgebied van Bosschenhoofd is vastgelegd met de aanduiding ontwikkelen. De huidige functie van het gebied voldoet of rendeert niet; er wordt een transformatie verwacht gezien het functioneren van het gebied.
De tweede, en inmiddels gerealiseerde, fase van het plan voor het hart van Bosschenhoofd met een medisch cluster en zorgwoningen is één van de ontwikkel locaties binnen de contouren van de bestaande kernen.
22/301
Figuur 3.3: overzichtskaart strategieën gemeente Halderberge, planlocatie rood omrand (bron: Structuurvisie Halderberge 2025) Conclusie De ontwikkeling van de supermarkt op deze locatie draagt bij aan de ontwikkeling en versterking van het hart van Bosschenhoofd en daarmee het versterken van de structuur in Bosschenhoofd en voldoet aan de beleidsdoelen gesteld in de structuurvisie.
3.4.2 Omgevingsvisie Halderberge Met de omgevingsvisie wil de gemeente bereiken dat Halderberge aantrekkelijk blijft én nog aantrekkelijker wordt: “het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving”. Dat kan door de waarden te versterken én door bij te dragen aan de opgaven. De volgende waarden zijn in de omgevingsvisie voor Bosschenhoofd benoemd: Rijk verenigingsleven en diverse evenementen Verbonden met Breda International Airport Omgeven door bossen en recreatie Diversiteit aan woningbouw en voorzieningen Er gelden 9 speerpunten in de opgaven van Halderberge: 1. Werken aan een duurzame en klimaatbestendig omgeving 2. Werken aan een gezonde en veilige leefomgeving 3. Versterken van de biodiversiteit 4. Behoud en (her)ontwikkeling van bijzonder cultureel erfgoed 5. Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied 6. Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen 7. Zorgen dat het in Halderberge goed wonen is voor iedereen 8. Behoud van vitale dorpen en een actieve samenleving 9.
Bieden van een aantrekkelijk economisch klimaat Aanvullend geldt specifiek voor Bosschenhoofd: Versterken van het groene karakter van de kern Realiseren van een dorpshuis Transformeren van de bedrijvigheid ten noordoosten van de kern naar een beter passende bestemming Faciliteren van een verdere invulling van het bestaande bedrijventerrein bij Breda International Airport (voormalig vliegveld Seppe) door de gemeente In de Transitievisie Warmte is aangegeven dat bodemenergie in Bosschenhoofd geen optie is vanwege het waterwingebied. Alternatieve mogelijkheden worden de komende tijd uitgezocht in verkenningsonderzoeken Inzetten voor de realisatie van een supermarkt en een aantal woningen in het centrum van Bosschenhoofd Stimuleren van en in gesprek gaan met partijen om het basisvoorzieningenniveau in de kern te verbeteren, passend wat haalbaar, realistisch en nodig is voor Bosschenhoofd
23/301
Toetsing en conclusie De ontwikkeling van de supermarkt sluit aan bij het speerpunt 8: het behoud van vitale dorpen en een actieve samenleving. De aanwezigheid van een supermarkt in de kern Bosschenhoofd bevorderd de leefbaarheid van het dorp. Daarnaast geeft de ontwikkeling concreet invulling aan de opgave voor de realisatie van een supermarkt en woningen in het centrum van Bosschenhoofd. De ontwikkeling geeft dan ook uitwerking aan de opgaven zoals die gesteld zijn in de Omgevignsvisie Halderberge.
3.4.3 Welstandsnota Gemeente Halderberge In de gemeente Halderberge wordt gestreefd naar een aantrekkelijke gebouwde omgeving. De gevels van de gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving van de inwoners. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar van een bouwwerk alleen. Het doel van het welstandstoezicht is, om in alle openheid, een bijdrage te leveren aan die aantrekkelijkheid van de dagelijkse leefomgeving. De welstandsnota (vastgesteld 28 maart 2017) vormt hiervoor een belangrijke basis. Het welstandsbeleid is hierin uitgewerkt en biedt de basis om de huidige en kenmerkende kwaliteiten van de bebouwde omgeving in Halderberge te behouden en verder te ontwikkelen.
Figuur 3.4: Uitsnede Kaart welstandsnota Gemeente Halderberge, plangebied rood omrand De planlocatie bevindt zich in het gebied dat is aangemerkt als woongebied in de welstandsnota van de gemeente. Het gaat hier echter naast de woningen die reeds binnen het geldende bestemmingsplan mogelijk zijn ook om de realisatie van een supermarkt. Het welstandsbeleid voor woongebieden biedt geen toetsingskader voor de supermarkt. Het komt regelmatig voor dat een bouwplan voor een nieuwe ontwikkeling door een afwijkende functie niet past binnen de welstandscriteria die voor het desbetreffende gebied gelden. Het gevolg is dat een bouwplan
24/301
niet adequaat kan worden beoordeeld op welstand. De raad heeft bij de vaststelling van de nota besloten om het college van B&W te mandateren tot het wijzigen van de nota om, na inspraak, criteria van een ander bebouwingstype te verklaren voor een ontwikkeling van ondergeschikte betekenis. Bij zo’n mandaat is het volgende van toepassing. Indien sprake is van een ontwikkeling kunnen burgemeester en wethouders (na raadpleging van de commissie) in hun besluit tot medewerking aan de functionele afwijking ook toestemming verlenen om bij de welstandstoetsing gebruik te maken van de welstandscriteria die vastgesteld zijn voor een welstandsgebied in de directe omgeving van de ontwikkeling, dat qua beschrijving overeenkomt met de beoogde ontwikkeling. Op naastgelegen perceel waar een multifunctioneel centrum is gevestigd, gelden de welstandscriteria voor 'op zichzelfstaande bebouwing'. Bij de uitwerking van de bebouwing van de supermarkt zal hier aansluiting bij gezocht worden. Er wordt advies van de welstandscommissie ingewonnen over het ontwerp. Het ontwerp van de rijwoningen past binnen de welstandscriteria voor woongebieden met onder andere de representatieve gevel naar het openbaar gebied gericht, individueel herkenbare gevels en de herkenbaarheid van het wonen in de gevel.
3.4.4 Economische visienota Halderberge 2020 Met de Economische visie Halderberge 2020 is de nota detailhandelsbeleid 2008 geactualiseerd. De meest recente versie is een gedragen economische visie en een zo smart mogelijk opgesteld actieprogramma, dat duidelijk aangeeft wie, wanneer, welke acties gaat oppakken en welke doelen worden nagestreefd. De Economische visie richt zich vanuit vijf thema's op het jaar 2020: a. Toerisme en Recreatie. b. Detailhandel en Leefbaarheid. c. Bedrijventerreinen en Logistiek. d. Luchtvaart. e. Dienstverlening en Samenwerking. Met name het thema "Detailhandel en Leefbaarheid" is relevant voor onderhavig planvoornemen. Binnen het thema Detailhandel en Leefbaarheid wordt aangegeven dat de detailhandelstructuur in 2020 gekenmerkt wordt voor drie bovenlokale winkelcentra. Onder andere Oudenbosch zal beschikken over een volwaardig aanbod aan dagelijkse voorzieningen. Voor alle kernen geldt dat gestuurd is op zo compact mogelijke winkelcentra -een concentratie van winkels en voorzieningen. Voor Bosschenhoofd geldt dat de woonkern voor de meeste dagelijkse voorzieningen de consument aangewezen is op de andere kernen. Voor Bosschenhoofd zijn de thema's 'Versterken centrum woonkern (realisatie projecten)', 'Aandacht voor leefbaarheid' en 'Kansen vanuit toeristisch verblijf' genoemd voor het versterken van de leefbaarheid en levendigheid.
Conclusie Het planvoornemen betreft de realisatie van een supermarkt als onderdeel van de centrumontwikkeling van Bosschenhoofd. Dit sluit aan bij de het versterken van het centrum van de woonkern met een voorziening voor dagelijkse boodschappen. De aanwezigheid van een supermarkt in de kern vergroot tevens de leefbaarheid van Bosschenhoofd en sluit daarmee ook aan bij het tweede genoemde thema leefbaarheid.
25/301
3.4.5 Conclusie gemeentelijk beleid De beoogde ontwikkeling past binnen het huidige gemeentelijke beleid.
26/301
Hoofdstuk 4 4.1
Toetsing aan omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de relevante sectorale aspecten behandeld. Hiermee zal worden aangetoond dat er vanuit sectorale wetgeving geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4.2
Verkeersaspecten
4.2.1 Inleiding Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De verkeerskundige gevolgen van de komst van een nieuwe supermarkt en 9 rijwoningen aan het Sint Gerardushof in Bosschenhoofd worden in deze paragraaf beschreven. Toetsingskader Voor de beoogde ontwikkeling worden de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' (2018). Voor het juiste kencijfer wordt een ligging in de rest bebouwde kom gehanteerd, de gemeente Halderberge wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als weinig stedelijk gebied. Verder wordt er uitgegaan van het gemiddelde binnen de bandbreedte van het kencijfer. De parkeerbehoefte van het plan wordt berekend aan de hand van de parkeernormen zoals opgenomen in de Kadernota Parkeren 2017-2021 (gemeente Halderberge, 2016). Conform de gebiedsindeling in dit parkeerbeleid valt Bosschenhoofd in Gebied C (overig).
4.2.2 Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plangebied grenst aan de noord- en westzijde aan het Sint Gerardushof. Via deze erftoegangsweg (30 km/uur) kan in oostelijke richting de Pastoor van Breugelstraat worden bereikt. De Pastoor van Breugelstraat (50 km/uur) geldt als de belangrijkste gebiedsontsluitingsweg voor Bosschenhoofd en vormt een noord-zuidverbinding tussen de provinciale weg N640 enerzijds en de rijksweg A58 anderzijds. Het plangebied is gezien de ligging dicht bij de Pastoor van Breugelstraat goed bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer. Langzaam verkeer Het plangebied is tevens bereikbaar voor langzaam verkeer. Langs de Pastoor van Breugelstraat ligt aan weerszijden een vrij liggend fietspad. Op het Sint Gerardushof deelt fietsverkeer de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. Langs de omliggende wegen zijn voetpaden aanwezig. 4.2.3 Verkeersgeneratie en - afwikkeling Verkeersgeneratie
27/301
Het plangebied ligt in de huidige situatie braak. In de toekomstige situatie komen hier een supermarkt en 9 rijwoningen voor in de plaats. Dit zorgt voor een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Deze toename wordt berekend aan de hand van CROW kencijfers (publicatie 381). Zie tabel 4.2.1. Voor de toekomstige situatie wordt gerekend met een supermarkt met een oppervlakte van 700 m² BVO. Verder wordt de verkeersgeneratie van 9 grondgebonden rijwoningen berekend, hiervoor zijn de kengetallen voor koopwoningen gebruikt, in de praktijk zullen 7 van de 9 woningen verhuurd worden en de verkeersgeneratie in de praktijk wat lager uitkomen. Omrekening van weekdag- naar werkdaggemiddelden gebeurt aan de hand van de standaard omrekenfactoren 1,2 voor supermarkten en 1,11 voor woonfuncties. In de huidige planologisch toegestane situatie is sprake van 22 woningen. Tabel 4.2.1 Verkeersgeneratie plangebied (toekomstig) Functie Aantal CROW kencijfer Weekdag Huidige situatie Koop, huis, tussen/hoek Toekomstige situatie Supermarkt Koop, huis, tussen/hoek (worst-case) Totaal mvt/etmaal)
Verkeersgeneratie Werkdag
22 woningen 7,4 per woning
162,8
180,7
700 m² 9 woningen
904,1 66,6
1.084,9 73,9
971
1.159
129,15 per 100 m² bvo 7,4 per woning
Verkeersafwikkeling De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van circa 1.160 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag ten opzichte van de huidige situatie. Deze toename zal zich spreiden over de dag en wordt afgewikkeld over beide richtingen van het Sint Gerardushof. Vrachtverkeer wordt in (noord)oostelijke richting naar de doorgaande weg geleid. Vervolgens zal de meerderheid van het verkeer afwikkelen via de Pastoor van Breugelstraat, waar het opgaat in het heersende verkeersbeeld van die weg. De verkeersgroei ten gevolge van de komst van de supermarkt en 9 rijwoningen in het plangebied is ten opzichte van de dagelijkse verkeersintensiteit op de Pastoor van Breugelstraat beperkt. Bovendien kent de supermarkt haar bezoekerspiek over het algemeen op vrijdag- en zaterdagmiddag, terwijl de Pastoor van Breugelstraat in het spitsuur op werkdagen maatgevend is. Hierdoor kan de berekende verkeerstoename zonder problemen worden afgewikkeld over het bestaande wegennet. 4.2.4 Parkeren Normatieve parkeerbehoefte De parkeernormen van de gemeente Halderberge zijn opgenomen in de Kadernota Parkeren 2017-2021 (gemeente Halderberge, 2016). De toekomstige parkeerbehoefte van de beoogde functies binnen het plangebied wordt berekend in tabel 4.2.2. Daarbij is net als bij de berekening van de verkeersgeneratie uitgegaan van 700 m² bvo supermarktoppervlakte en 9 rijwoningen.
Voor woningen groter dan 90 m² gbo (gebruiksoppervlakte) geldt in overig gebied een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning, waarvan 2,0
28/301
parkeerplaatsen per woning voor bewoners en 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers. De totale parkeerbehoefte van de beoogde functies bedraagt afgerond 54 parkeerplaatsen. Tabel 4.2.2 Parkeerbehoefte plangebied (toekomstig) Functie Aantal Detailhandel 700 m² bvo Woningen >90m² gbo 9 woningen bezoekers Totaal
Parkeernorm 4,7 per 100 m² bvo 2 per woning 0,3
Parkeerbehoefte 32,9 18,0 2,7 53,6
Dubbelgebruik Om dubbelgebruik toe te kunnen passen wordt over de gehele week bekeken wat de parkeerdruk is, omdat niet alle functies op hetzelfde moment hun piekmoment kennen. Bij het vaststellen van de parkeereis wordt het piekmoment als maatgevend gezien. In het gemeentelijk parkeerbeleid zijn geen aanwezigheidspercentages opgenomen, daarom wordt aangesloten bij de aanwezigheidspercentages uit CROW-publicatie 381. Zie tabel 4.2.3. Tabel 4.2.3 Aanwezigheidspercentages (CROW 381) Functie Normatief Werkdag Werkdag Werkdag Werkdag Koop ochtend middag avond nacht avond Supermarkt 100% 30% 60% 70% 0% 80% Wonen 100% 50% 50% 90% 100% 80% bewoners Wonen 100% 10% 20% 80% 0% 70% bezoekers
Zaterdag Zaterdag middag avond 100% 40% 60% 80% 60%
80%
Zondag middag 0% 70% 70%
De aanwezigheidspercentages uit tabel 4.2.3 kunnen worden toegepast op de in tabel 4.2.1 berekende parkeerbehoefte voor de verschillende functies. Vervolgens kan per moment van de week worden bepaald wat de parkeerbehoefte van de beoogde functies is. Tabel 4.2.4 toont de parkeerbehoefte per moment van de week. Tabel 4.2.4 Parkeerbehoefte bij dubbelgebruik Functie Normatief Werkdag Werkdag Werkdag Werkdag Koop Zaterdag Zaterdag ochtend middag avond nacht avond middag avond Supermarkt 32,99 9,87 19,74 23,03 0 26,32 32,9 13,16 Wonen 18 9 9 16,2 18 14,4 10,8 14,4 bewoners Wonen 2,7 0,27 0,54 2,16 0 1,89 1,62 2,16 bezoekers Totaal 54 20 30 42 18 43 46 30
Zondag middag 0 12,6 1,89 15
Tabel 4.4 toont aan dat bij dubbelgebruik van de beoogde parkeercapaciteit, de zaterdagmiddag maatgevend is. De parkeerbehoefte bedraagt dan 46 parkeerplaatsen. Dit is 8 parkeerplaatsen minder dan de berekende normatieve parkeerbehoefte zonder dubbelgebruik (54 parkeerplaatsen).
29/301
Parkeeroplossing Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een parkeerterrein gerealiseerd (zie figuur 4.2.1). Dit parkeerterrein is bereikbaar vanaf het Sint Gerardushof. Tevens worden er langs de rijbaan van het Sint Gerardushof enkele nieuwe haaksparkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal worden er 77 parkeerplaatsen aangelegd (65 bij de supermarkt, 6 bij de woningen en 6 op het Midzomerplein). Met de ontwikkeling gaan er 20 reeds aanwezige parkeerplaatsen verloren, namelijk 7 parkeerplaatsen die ter hoogte van de basisschool liggen en 7 langsparkeerplaatsen aan de noordzijde van het plangebied en de ruimte voor 6 langspaarkeerplaasten op de rijbaan aan de westzijde van de voormalige woningen. Per saldo neemt het aantal parkeerplaatsen met de ontwikkeling dus toe met 57 parkeerplaatsen (77 – 20). Dit lijkt ruim voldoende om te voorzien in de berekende maatgevende parkeerbehoefte van 46 parkeerplaatsen op zaterdagmiddag. Echter maakt dit plan onderdeel uit de overkoepelende herontwikkeling van het centrum van Bosschenhoofd. Eerder zijn er in de directe omgeving van het plangebied al diverse nieuwe functies toegevoegd. Het is daarom belangrijk dat er integraal naar het gebied wordt gekeken en wordt getoetst of er in zijn totaliteit voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn.
In het kader van het bestemmingsplan 'Centrumgebied Bosschenhoofd' is bepaald dat er 169 parkeerplaatsen nodig waren, deze zijn niet allemaal gerealiseerd. In verhouding met de plannen destijds en de plannen met onderliggende ontwikkeling zijn er normatief 27,3 plaatsen minder noodzakelijk door het realiseren van 13 minder woningen en zullen er 32,9 plaatsen extra nodig zijn voor de realisatie van de supermarkt. Nog niet alle benodigde parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. Om te onderzoeken of de realisatie van alle parkeerplaatsen noodzakelijk is in dat kader heeft er in het najaar van 2020 een parkeerdrukmeting plaatsgevonden in de directe omgeving van het plangebied. Op een aantal maatgevende momenten (zaterdagmiddag- en avond en maandagochtend- en avond) is de parkeerdruk in de straten rondom het projectgebied gemeten. De onderzoeksmethode en resultaten van dit parkeeronderzoek zijn opgenomen in bijlage 3. Hierna volgt een korte samenvatting en analyse van de resultaten. Parkeeronderzoek Het parkeeronderzoek heeft plaatsgevonden op alle openbare parkeerplaatsen langs het Sint Gerardushof. In totaal gaat het om een parkeercapaciteit van 99 parkeerplaatsen, waarvan 95 reguliere parkeerplaatsen, 3 parkeerplaatsen voor invaliden (kenteken) en 1 parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen.
Figuur 4.2.1 toont een kaart van het onderzoeksgebied en de parkeercapaciteit per sectie (A t/m F). De potentiële parkeerruimte op het Midzomerplein (sectie X) is niet meegerekend in de parkeercapaciteit maar het aantal parkeerders op dit plein is tijdens de telling wel genoteerd en meegenomen in de parkeerdruk. Daarnaast is er aan de westzijde ruimte voor het langsparkeren van 6 auto's op de rijbaan, deze ruimte is niet meegenomen in het parkeeronderzoek.
30/301
Figuur 4.2.1 Onderzoeksgebied en capaciteit parkeeronderzoek De gemeten parkeerdruk in het onderzoeksgebied is gemiddeld tot hoog. Op de getelde zaterdagmiddag is de totale bezetting laag (53%). Op de getelde avond- en nacht is de totale bezetting gemiddeld (61%). De parkeerdruk in op de werkdagochtend is maatgevend, de parkeerdruk in het onderzoeksgebied is dan circa 94%. De restcapaciteit binnen het onderzoeksgebied is dan nog maar 3 parkeerplaatsen (vrije invalidenplaatsen niet meegerekend), wat zeer weinig is. Met de ontwikkeling worden er per saldo 57 parkeerplaatsen aan het onderzoeksgebied toegevoegd. Op de maatgevende momenten van de week kan worden bepaald of er in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien om de behoefte van de reeds aanwezige en nieuwe functies op te vangen: 1. Op zaterdagmiddag is de bestaande parkeerdruk 53%. Wanneer hierin wordt meegerekend dat er per saldo 57 parkeerplaatsen worden toegevoegd en er t.b.v. de ontwikkeling een behoefte van 46 parkeerplaatsen extra zal zijn (zie tabel 4.2.4, zaterdagmiddag), dan zal de parkeerdruk toenemen tot 63%. Dit is nog ruim onder de maximaal acceptabele grens van 85 – 90%. 2. Op zaterdagnacht en de werkdagavond is de bestaande parkeerdruk 61%. Wanneer hierin wordt meegerekend dat er per saldo 57 parkeerplaatsen worden toegevoegd en er t.b.v.
de ontwikkeling een behoefte van 42 parkeerplaatsen extra zal zijn (zie tabel 4.2.4, werkdagavond), dan zal de parkeerdruk toenemen tot 65%. Dit is nog ruim onder de maximaal acceptabele grens van 85 – 90%. 3. Op de werkdagochtend is de bestaande parkeerdruk 94%. Wanneer hierin wordt meegerekend dat er per saldo 54 parkeerplaatsen worden toegevoegd en er t.b.v. de ontwikkeling een behoefte van 20 parkeerplaatsen extra zal zijn (zie tabel 4.2.4, werkdagochtend), dan zal de parkeerdruk afnemen tot 72%. Dit is eveneens ruim onder de maximaal acceptabele grens van 85 – 90%.
31/301
Bovenstaande analyse laat zien dat de parkeerdruk in de directe omgeving met de komst van een supermarkt, 9 rijwoningen en extra parkeercapaciteit (+57 parkeerplaatsen) zal veranderen. Op middagen, avonden en nachten neemt de parkeerdruk toe, maar blijft deze nog ruim onder de maximaal acceptabele grens van 85 – 90%. Op haal- en brengmomenten van de aanwezige basisschool, zoals de werkdagochtend, is de huidige parkeerdruk in de straten rondom het plangebied zeer hoog. Met de beoogde ontwikkeling verbetert deze situatie en neemt de parkeerdruk af tot een acceptabele waarde (72%). Op basis van de toekomstige parkeerbalans en resultaten van het parkeeronderzoek kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet zal leiden tot parkeerknelpunten. Daarmee staat het aspect parkeren de ontwikkeling niet in de weg. 4.2.5 Bevoorrading Bevoorrading van de beoogde supermarkt zal plaatsvinden aan de noordzijde van het pand. Er wordt een bevoorradingsweg gecreëerd tussen met een aparte in- en uitrit op het Sint Gerardushof. Om de manoeuvres bij het bevoorraden van de supermarkt op een goede en veilige manier plaats te laten vinden, zijn er een aantal maatregelen noodzakelijk. Bevoorradingsroute: Idealiter vindt de aankomst plaats vanuit het zuiden en vindt het vertrek plaats in noordelijke richting (linksaf op kruispunt Pastoor Breugelstraat – St. Gerardushof).
Oplettendheid chauffeur: Op het kruispunt tussen de Pastoor Breugelstraat met de St. Gerardushof en rondom de bevoorradingsweg is oplettendheid van de chauffeur vereist, om zo geen conflicten te laten plaatsvinden met overige weggebruikers. Wegverbreding: Het St. Gerardushof en de inrit vanaf de Pastoor Breugelstraat is dermate smal dat het overige verkeer het vrachtverkeer moeilijk zal kunnen passeren. Vanuit dat oogpunt is de verbreding van de straat en inrit wenselijk. Ook dient de bevoorradingsweg en laad- en losplaats voldoende breedte te hebben. Verwijderen wegmeubilair: Op het kruispunt St. Gerardushof – Clemensstraat dienen de anti-parkeer-paaltjes verwijderd te worden, alsmede ten minste 2 lichtmasten. Ook dienen de aanwezige bomen te allen tijde goed gesnoeid te zijn. Overig belemmerend wegmeubilair dient verwijderd te worden.
4.2.6 Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor de verschillende vervoerswijzen. De toekomstige parkeercapaciteit op eigen terrein voorziet in de parkeerbehoefte van de beoogde woningen en supermarkt. Tevens is door middel van een parkeeronderzoek aangetoond dat de ontwikkeling niet zorgt voor een onacceptabele verslechtering van de parkeerdruk in de omliggende straten. De ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename op het Sint Gerardushof en de Pastoor van Breugelstraat. Deze straten bieden echter voldoende capaciteit om dit verkeer af te wikkelen. De parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en -afwikkeling staan de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1 Cultuurhistorie Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het
32/301
kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. De gemeente heeft op 22 september 2011 de beleidsnota cultureel erfgoed Halderberge 'Inspirerend verleden' vastgesteld waarin is vastgelegd dat zorgvuldig omgegaan wordt met de aanwezige cultuurhistorische waarden binnen de gemeente Halderberge. De beleidsnota beschrijft dat cultuurhistorie een belangrijke drager is van de identiteit van Halderberge. De nota maakt integraal onderdeel uit van de ruimtelijke ontwikkeling van Halderberge. Ontmoetingen van heden en verleden gelden als uitdaging en inspiratiebron voor de toekomst. Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen moet cultuurhistorie dan ook een volwaardige plaats én inbreng krijgen. Aanvullend is op dit beleid per 6 februari 2014 een gemeentelijke Cultuurhistoriekaart beschikbaar, die vergelijkbaar is met de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Onderzoek en conclusie Om de eventueel aanwezige cultuurhistorische elementen in en nabij het plangebied te inventariseren zijn de Cultuurhistorische Waardenkaart (hierna: CHW) van de provincie Noord-Brabant en de Cultuurhistoriekaart van de gemeente Halderberge geraadpleegd.
Op basis van deze kaarten wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied of direct daar aan grenzend geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn (figuur 4.3.1 en 4.3.2). De ontwikkeling heeft daarnaast ook gene invloed op de nabij gelegen oude hoofdroute van de Pastoor van Breugelstraat of andere in de omgeving gelegen cultuurhistorisch waardevolle objecten.
Figuur 4.3.1: uitsnede CHW provincie Noord-Brabant (met plangebied blauw omlijnd).
33/301
Figuur 4.3.2: Uitsnede Cultuurhistoriekaart Halderberge (plangebied rood omlijnd) 4.3.2 Archeologie Toetsingskader Gemeenten dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Dit is vastgelegd in het Europese Verdrag van Valletta, de Monumentenwet 1988, de provinciale Structuurvisie Noord-Brabant 2025 en de provinciale Verordening Ruimte. Op 22 september 2011 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid gemeente Halderberge “Ons ongeschreven verleden”) vastgesteld. Het archeologiebeleid heeft tot doel het archeologisch erfgoed te beschermen. In samenspraak met de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart kan worden beoordeeld of er sprake is van archeologische waarden of verwachtingen die in de bestemming van een perceel moeten worden meegewogen. Toetsing Uit kaartblad 5c van de hiervoor vermelde beleidsadvieskaart blijkt dat de nieuwe locatie een lage verwachtingswaarde heeft.
34/301
Figuur 4.3.3. Fragment kaartblad 5c Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart (plangebied, blauw omlijnd) Dat betekent dat voor de locatie geen onderzoeksverplichting geldt. Conclusie De locatie ligt in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde en is in het kader van het geldende bestemmingsplan in 2016 getoetst. Het aspect archeologie vormt geen belemmering om voor de nieuwe supermarkt omgevingsvergunningen voor het bouwen te kunnen verlenen.
4.4
Bodemkwaliteit
4.4.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Voor nieuwe activiteiten die passen binnen het bestemmingsplan geldt als randvoorwaarde dat deze geen (ernstige) bodemverontreinigingen mogen veroorzaken. Dit is het zorgplichtbeginsel uit de Wet bodembescherming).
4.4.2 Onderzoek In het kader van de ontwikkeling van het centrumplan 2016 is onder andere in het plangebied een bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage 2, 2014). De resultaten van dit verkennend bodemonderzoek vormen geen beletsel voor de gevoelige functie wonen die hier beoogd werd, daarnaast gaven de resultaten ook geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek. Tussentijds heeft de locatie braak gelegen en is niet gebruikt voor andere functies, er is dan ook geen reden om de locatie nogmaals te onderzoeken. Omdat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van de gevoelige functie woningen, geldt dat de kwaliteit ook voldoende is voor de realisatie van een supermarkt. 4.4.3 Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen beletsel voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen.