CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan RvR Bornhemweg - toelichting.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 9: Vaststelling bestemmingsplan Ruimte voor ruimte Bornhemweg ong. naast nr 129a, Oudenbosch. ZIE TOELICHTING28.508 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

76

Gemeente Halderberge

Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure o.g.v. het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Interim omgevingsverordening. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

77

78

Gemeente Halderberge

5

JURIDISCHE PLANTOELICHTING

5.1

Inleiding Dit hoofdstuk bespreekt de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt centraal gestaan dat er een regeling geboden wordt die de ontwikkeling van het plangebied mogelijk maakt.

5.2

Opbouw van de regels Het bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding omvat de gronden die voor de ontwikkeling van het plan van belang zijn. De keuze van de bestemmingen en de situering van de bestemmingsvlakken is gebaseerd op de huidige ruimtelijke situatie en de gewenste functies. Voorts sluit de opzet van de verbeelding aan op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: • inleidende regels; • bestemmingsregels; • algemene regels; • overgangs- en slotregels. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, fungeert de toelichting wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan.

5.3

Regels

5.3.1 Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Artikel 1 Begrippen In het eerste artikel, ‘begrippen’, worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

79

vatbaar zijn. Voor sommige begrippen worden in de SVBP en Bor omschrijvingen gegeven. Deze zijn overgenomen. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de ‘wijze van meten’ uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeeldingen geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de ‘wijze van meten’ worden in de SVBP richtlijnen gegeven die zijn overgenomen in dit plan.

5.3.2 Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Artikel 3 Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het openbaar groen binnen het plangebied alsook de realisatie van de groenblauwe ontwikkeling. Binnen deze bestemming is waterberging en water mogelijk. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' zijn deze gronden ook bestemd voor het aanleggen en in stand houden van gebiedseigen beplanting overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, ter inpassing van gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen in het landschap. De landschappelijke inpassing van de ruimtevoorruimtewoningen is binnen deze bestemming voorzien. Er is een omgevingsvergunningstelsel van toepassing ter bescherming van de landschappelijke elementen. Ten behoeve van ontsluiting van twee woningen die midden in het plangebied liggen en niet rechtstreeks grenzen aan een verkeersbestemming is een aanduiding ‘ontsluiting’ opgenomen. Artikel 4 Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor de openbare verkeersruimte binnen de woonwijk. De woonstraten, aanliggende trottoirs, parkeerplaatsen, bermen en beplantingen zijn in deze bestemming opgenomen. Artikel 5 Wonen Op de gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn de ruimte-voor-ruimtewoningen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is wonen de hoofdfunctie. De planregels maken de bouw mogelijk van maximaal 18 woningen.

Op de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan, is de aanduiding ‘bouwvlak’ opgenomen waarbinnen hoofdgebouwen mogen worden gerealiseerd. In de regels worden eisen gesteld aan onder meer de goot- en bouwhoogte en andere maximale afmetingen van hoofd- en bijgebouwen. Voor erfafscheidingen en bouwwerken, geen gebouw zijnde (bijvoorbeeld speeltoestellen) gelden afwijkende regels en hoogtematen. In de regels is de realisatie van de landschappelijke inpassing gewaarborgd door deze middels een voorwaardelijke verplichting te koppelen aan het gebruik van de woningen. Artikel 6 Leiding - Riool In het plangebied is een ondergrondse rioolwatertransportleiding van het waterschap aanwezig, welke is beschermd door middel van de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’. Binnen de beschermingszone zijn uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de leiding toegestaan. Het bevoegd gezag kan echter een omgevingsvergunning verlenen

80

Gemeente Halderberge

teneinde ook bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemmingen toe te staan. Ook het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden welke de leiding kunnen schaden is aan beperkingen gebonden, namelijk door een omgevingsvergunningstelsel. De landschappelijke inpassing is deels voorzien ter hoogte van de leiding. De voorziene bomen staan echter ruim uit elkaar waarmee een gat tussen de bomen kan worden gelaten om het riool doorheen te laten gaan.

5.3.3 Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald welke regels er gelden voor ondergronds bouwen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel is opgenomen welke activiteiten onder het strijdig gebruik worden verstaan. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels In dit artikel is ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een maximum bouwhoogte opgenomen binnen de aanduiding ‘Luchtvaartverkeerzone - 11’. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is bepaald dat het bevoegd gezag kan afwijken van de regels in hoofdstuk 2 en overschrijdingen in een bouw-, aanduidings- en/of bestemmingsplan kunnen toestaan, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft. Artikel 12 Overige regels Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK in werking getreden. Deze wet regelt dat de grondslag voor stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening komt te vervallen. Dit betekent dat voor onder andere parkeernormen en normen voor het laden en lossen niet meer kan worden getoetst aan de bepalingen uit de Bouwverordening.

Uit oogpunt van ‘een goede ruimtelijke ordening’ is het vaak wel aangewezen om het parkeren en laden en lossen te reguleren. Om die reden worden parkeernormen en normen voor het laden en lossen opgenomen in een bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat in het bestemmingsplan alleen de regeling uit de Bouwverordening wordt overgenomen. Dit houdt dus bijvoorbeeld in dat alleen aan parkeernormen wordt getoetst bij aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen. In uitzondering hierop stellen we een toetsing aan parkeernormen óók verplicht bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik. Ook uit een functiewijziging kan namelijk een parkeerbehoefte voortvloeien. Dit regelen we nu op één plek in de bestemmingsregeling. Op grond van artikel 3.1.2, lid 2, onder a van het Besluit ruimtelijke ordening kan in deze

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

81

parkeerregeling worden verwezen naar het gemeentelijke parkeerbeleid waarin de normen (aantallen + afmetingen parkeerplaatsen) zijn opgenomen. In het voorliggende plan maken we hier gebruik van, omdat het niet praktisch is om de normen in de regels zelf op te nemen. Een wijziging van de norm zou dan leiden tot het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Dat is een te zware procedure voor een kleine aanpassing. Voor het laden en lossen geldt dat hier geen gemeentelijk beleid voor is, om die reden heeft hier géén verwijzing naar beleid plaats. Aanvragen voor laad- en losvoorzieningen worden beoordeeld met behulp van het ASVV. Omdat de parkeerregeling en laad- en losregeling zowel betrekking heeft op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen als om planologisch strijdig gebruik, is de regeling ondergebracht onder de ‘Overige regels’. In de begrippen is een definitie van ‘eigen terrein’ opgenomen.

5.3.4 Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: Artikel 13 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Artikel 14 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan ‘RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch’.

82

Gemeente Halderberge

6

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

6.1

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan.

6.2

Toepassing Grondexploitatiewet De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld.

6.3

Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van 18 woningen, derhalve is het plan exploitatieplanplichting. In het onderhavige geval wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd. Initiatiefnemer sluit met de gemeente Halderberge een anterieure overeenkomst af, waarin de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten, planschade en bovenwijkse voorzieningen wordt vastgelegd. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd.

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

83

84

Gemeente Halderberge

7

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

7.1

Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om een voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen voor een inspraakperiode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Vooroverleg heeft plaatsgevonden met het waterschap Brabantse Delta, Brandweer Midden- en West-Brabant, DNWG infra, de Nederlandse Gasunie, Rijkswaterstaat en de provincie Noord-Brabant. Waterschap Brabantse Delta Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan geeft het waterschap een positief wateradvies. Op verzoek van het waterschap is de waterparagraaf zoals opgenomen in paragraaf 4.4 van deze toelichting verder uitgewerkt.

Brandweer Midden- en West-Brabant De brandweer verzoekt om doodlopende wegen en de toegankelijkheid van de brandweervoertuigen in de besluitvorming te borgen. Wegen dienen voor hulpdienstvoertuigen niet doodlopend te zijn. Om die reden is in het bestemmingsplan een calamiteitenontsluiting opgenomen, gewaarborgd in de regels. Deze ontsluiting wordt geschikt gemaakt voor brandweervoertuigen. Daarnaast geeft de brandweer aan dat, afhankelijk van de aangelegde wegen, een brandkraan van 60 m3/h op maximaal 200 meter van een woning gelegen dient te zijn. Er dienen dus aanpassingen te worden gedaan aan het waterleidingnet en een of meer brandkranen opgenomen te worden in het leidingtracé. Aangezien het aanleggen van een nieuwe/extra bluswatervoorziening een breder belang dient, wordt dit op een later moment opgepakt waarmee verdere invulling wordt gegeven aan de beleidsregel 'Bereikbaarheid en Bluswatervoorzieningen'. DNWG infra DNWG meldt dat de ZEBRA-hogedruk gasleiding en de waterleiding van Evides op voldoende afstand van het plangebied liggen. Een verdere afweging is niet nodig. Nederlandse Gasunie Het plan is door de Nederlandse Gasunie getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor aardgastransportleidingen. Op grond van deze toetsing komt de Nederlandse Gasunie tot de conclusie dat het plangebied

Bestemmingsplan “RvR Bornhemweg ong. naast nr. 129a, Oudenbosch”

85

buiten de 1% letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat meldt dat het plangebied niet ligt in het beheersgebied van Rijkswaterstaat Zuid Nederland en dan ook geen van haar belangen raakt. Provincie Noord-Brabant De provincie geeft samengevat aan dat de landschappelijke inpassing in het bestemmingsplan voldoende is uitgewerkt; in de toelichting, op de planverbeelding, inclusief de borging van realisatie. De provincie verzoekt om dit ook te doen voor de groenblauwe structuur, die eveneens een wezenlijk deel is van de visie op de gehele dorpsrand. Deze groenblauwe structuur is wel op de planverbeelding opgenomen (bestemming groen), echter een meer concrete uitwerking ontbreekt in het plan. Om die reden is de waterparagraaf in de toelichting aangevuld en is in de regels binnen de bestemming ‘Groen’ en functieaanduiding voor water opgenomen. De provincie geeft verder aan dat uit de plantoelichting en de opgestelde gebiedsvisie genoegzaam is gebleken dat aan de criteria voor herbegrenzing als bedoeld in artikel 5.3 Iov wordt voldaan. Wel vraagt de provincie om het werkingsgebied wat volgens het verzoek komt te vervallen, en wat gehandhaafd blijft eveneens duidelijk in het plan op te nemen.

Hiertoe is de ontwerp verbeelding verduidelijkt door het tevens opnemen van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - in Interim omgevingsverordening te verwijderen Verstedelijking afweegbaar’.

7.2

Omgevingsdialoog Voorafgaand aan het opstarten van de formele procedure is er een omgevingsdialoog gevoerd met een aantal direct omwonenden rondom het plangebied. Van de gevoerde dialoog is verslag gedaan, bijgevoegd als bijlage 12 bij deze toelichting.

7.3

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf donderdag 18 maart gedurende zes weken ter inzage gelegen.. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. Op het plan zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zijn samengevat en beantwoord in een zienswijzenota, bijgevoegd als bijlage 13 bij deze toelichting. Hierin is tevens aangegeven of en op welke wijze de zienswijze tot aanpassing van het plan heeft geleid.

86

Gemeente Halderberge

Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/507/documents/15176