CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Meirstraat 51 Oud Gastel.pdf

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 6: Vaststellen bestemmingsplan Meirstraat 51 Oud Gastel21.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

70/132

Hoofdstuk 6 6.1

Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Er is sprake van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening), zodat sprake is van verplicht kostenverhaal. Met de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal voor de onderzoeks­ en onderbouwingkosten is vastgelegd. In de overeenkomst is ook een bepaling voor de verrekening van planschade opgenomen. De overige kosten worden via de reguliere legesverordening op de opdrachtgever verhaald en zijn dus anderszins verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het ruimtelijk plan maatschappelijk draagvlak heeft. Conform de wettelijke eisen zal het ontwerpbestemmingsplan voor een ieder ter inzage worden gelegd waarbij zienswijzen kunnen worden ingediend. Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het concept­ontwerpbestemmingsplan verstuurd naar de betrokken vooroverlegpartners: y Provincie Noord­Brabant; y Waterschap Brabantse Delta. De ingekomen reacties hebben niet geleid (op een tekstuele wijziging vanuit Waterschap Brabantse Delta na) tot aanpassingen van het bestemmingsplan. De volledige vooroverlegreacties zijn aan dit bestemmingsplan toegevoegd als bijlage 14 en 15. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van 6 weken, van 5 oktober tot en met woensdag 15 november. Een ieder had de mogelijkheid om gedurende de periode van terinzagelegging van het ontwerpplan zienswijzen kenbaar te maken.

Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met omwonenden. Hierbij zijn de plannen voorgelegd en toegelicht. De omgevingsdialoog is toegevoegd aan bijlage 16.

71/132

72/132

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Verkennend bodem­ en asbestonderzoek

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Meirstraat 51 te Oud Gastel

Opdrachtgever :

Dhr. T. Verdaas Nassaulaan 70 5121BC Rijen

Kenmerk :

1443.02.211.r1

Datum :

16 juni 2021

Auteur :

B.M. Prinse

Gecontr. :

S.A.C. Schrauwen

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING......................................................................................................... 1 2. VOORONDERZOEK ............................................................................................. 2 2.1

Algemeen en bronvermelding ....................................................................... 2

2.2

Historische en actuele gegevens onderzoekslocatie ........................................ 2

2.3

Bodemonderzoeken/-saneringen ................................................................... 4

2.4

Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................. 5

2.5

Hypothese ................................................................................................... 6

3. VELDWERK ........................................................................................................ 7 3.1

Uitvoering van het veldwerk ......................................................................... 7

3.2

Resultaten van het veldwerk ......................................................................... 7

3.3

Afwijkende bodemkenmerken ....................................................................... 7

4. CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK................................................................. 9 4.1

Uitvoering van het chemisch-analytisch onderzoek ......................................... 9

4.2

Toetsingscriteria .......................................................................................... 9

4.3

Interpretatie analyseresultaten ................................................................... 11

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................... 13 6. VERANTWOORDING ......................................................................................... 15 7. LITERATUURLIJST ........................................................................................... 16 BIJLAGEN 1a. Situatieschets met geplaatste boringen 1b. Kadastrale tekening 1c. Foto’s onderzoekslocatie 2. Boorprofielen 3. Analyseresultaten en toetsingstabellen grond en grondwater 4. Algemene gegevens proefgaten

1. INLEIDING In opdracht van de heer T. Verdaas heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Meirstraat 51 te Oud Gastel. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen aankoop en ontwikkeling van de locatie. Het doel van dit verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit (in relatie tot mogelijke verontreinigingen in de bodem). Hiertoe is de kwaliteit van zowel de grond als het grondwater beoordeeld op basis van een steekproef, waarbij een beperkt aantal boringen is verricht en een aantal grond(meng)monsters en grondwatermonsters chemisch-analytisch zijn onderzocht. Als uitgangspunt voor de onderzoeksstrategie is de werkwijze conform de NEN 5725 (vooronderzoek), de NEN 5740 (uitvoering verkennend onderzoek) en de NEN 5707 (uitvoering verkennend asbestonderzoek) gehanteerd. In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de locatiegegevens, de verrichte veldwerkzaamheden, het chemisch-analytisch onderzoek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Tot slot worden de verzamelde gegevens over de grond- en grondwaterkwaliteit getoetst aan de huidige richtlijnen en worden aanbevelingen geformuleerd. Moerdijk Bodemsanering B.V. is in het bezit van het Procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de BRL 2000.

Het veldwerk is derhalve verricht onder dit certificaat op basis van de richtlijnen in de protocollen 2001, 2002 en 2018. Moerdijk Bodemsanering B.V. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de daarbij behorende protocollen.

1443.02.211.r1

1

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Algemeen en bronvermelding Alvorens het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd is een vooronderzoek verricht conform de NEN 5725-norm; strategie A-Bodemonderzoek. Op basis van het vooronderzoek is bepaald of in het verleden mogelijk (meer) bodembedreigende activiteiten zijn ontplooid. Bij het verzamelen van de historische gegevens zijn verschillende bronnen geraadpleegd. In onderstaande tabel is vermeld welke bronnen hiervoor gebruikt zijn en welke informatie daar globaal te vinden is. In de hierna volgende paragrafen zijn de resultaten van het vooronderzoek toegelicht. Tabel 1. Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Internet www.bodemloket.nl

www.dinoloket.nl

Indicatie aanwezigheid (ernstige) bodemverontreiniging of bodembedreigende activiteiten. De Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) zijn onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties. Op de kaart kunnen adresgegevens eenvoudig verkregen worden, alsmede het bouwjaar van de aanwezige gebouwen en het gebruiksdoel van het gebouw. Indicatie bodemopbouw en geohydrologie.

www.topotijdreis.nl

Indicatie historisch gebruik van de onderzoekslocatie (o.a. bebouwing).

www.archeologieinnederland.nl

Verwachtingskans archeologische monumentenkaart (AMK).

www.bagviewerkadaster.nl

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en gemeente Halderberge Milieuvergunning

Tankenbestand

Veel inrichtingen (bedrijven en instellingen) hebben een omgevingsvergunning nodig. Aan de verlening van een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Op de locatie of in de directe omgeving kunnen reeds bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Deze kunnen een indicatie geven van de kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Indicatie aanwezigheid (ondergrondse) brandstoftank(s).

Asbestkansenkaart

Verwachtingskans aantreffen asbest in de bodem.

Bodemonderzoeken

2.2 Historische en actuele gegevens onderzoekslocatie De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Oud en Nieuw Gastel, sectie G, nummer 558, en heeft een oppervlakte van 845 m2. De locatie betreft een caravanstalling met tuin. Een situatieschets van de locatie is opgenomen in bijlage 1a; een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage 1b. In bijlage 1c zijn enkele foto’s van de locatie opgenomen.

1443.02.211.r1

2

In tabel 2 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. Tabel 2. Historisch, huidig en toekomstig bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie

Voormalige bodembedreigende activiteiten Boven- en ondergrondse tanks

Het zuidelijke deel van de bebouwing op de locatie is omstreeks 1965 gerealiseerd. Vervolgens is rond 1974 het noordelijke deel aangebouwd. Het pand is voornamelijk in gebruik geweest als opslag/ stalling van landbouwwerktuigen. Werkplaats. Ondergrondse olietank, welke reeds verwijderd is (vermoedelijk voor 1993).

Ophoging en demping

Niet bekend.

Voormalige bodembedreigende activiteiten in de nabijheid van de locatie Explosieven en archeologie

Niet bekend.

Calamiteiten

Niet bekend.

Niet bekend.

Huidig Locatie-inspectie

Bebouwing

De terreinverkenning is, voorafgaand aan het veldwerk, op 28 mei 2021 uitgevoerd door de heer R. Snijder. Hierbij zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Ter plaatse is een voormalige bedrijfsruimte aanwezig, welke in gebruik is als caravanstalling. Caravanstalling.

Terreinverharding

Beton, klinkers en onverhard.

Bodembedreigende activiteiten Asbesthoudende bouw-, bodem- en/of verhardingsmaterialen Geval van ernstige bodemverontreiniging Gebruik directe omgeving

Niet aanwezig.

Gebruik locatie

Op het pand zijn (deels) asbesthoudende golfplaten aanwezig. Niet bekend. Voornamelijk woon- en agrarische doeleinden.

Toekomstig Gebruik locatie Bodembedreigende activiteiten

1443.02.211.r1

De huidige bebouwing zal gesloopt worden, waarna een woning gerealiseerd zal worden. n.v.t.

3

Luchtfoto onderzoekslocatie

(bron: Google Earth)

2.3 Bodemonderzoeken/-saneringen In de volgende tabel zijn de bodemonderzoeken en saneringen op de locatie en/of in de directe nabijheid ervan weergegeven; evenals het beknopte resultaat ervan (een eventuele toelichting op het resultaat is weergegeven onder deze tabel).

1443.02.211.r1

4

Tabel 3. Bodemonderzoeken en/of -saneringen op de onderzoekslocatie en in de directe nabijheid ervan Type onderzoek Onderzoeksbureau Kenmerk Datum Resultaat Op de onderzoekslocatie Nulsituatie bodemonderzoek

Wematech Bodem Adviseurs B.V.

VBN-50020366

17 mei 2004

Ter plaatse van de werkplaats en voormalige ondergrondse olietank zijn in de grond en het grondwater lichte verhogingen aan zware metalen, PAK en minerale olie aangetroffen.

Ter plaatse van de ondergrondse dieseltank is een bodemverontreiniging met olieproducten aangetroffen. Ter plaatse van de overige deellocaties zijn maximaal licht tot matig verhoogde gehalten aangetroffen. De grondverontreiniging i.c.m. de tank gesaneerd. Tegen de perceelsgrens is een lichte restverontreiniging achtergebleven.

In de omgeving van de onderzoekslocatie Meirstraat 40 (en 51, zie bovenstaande) Nulsituatie bodemonderzoek

Wematech Bodem Adviseurs B.V.

VBN-50020366

17 mei 2004

Evaluatierapport

Wematech Bodem Adviseurs B.V.

SAN-50050385

16 augustus 2005

De resultaten van de hierboven omschreven onderzoeken hebben geen invloed op de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Voor het overige zijn op de locatie en in de directe nabijheid ervan geen (relevante) bodemonderzoeken en/of saneringen bekend. Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Halderberge (nota Bodembeheer) valt de boven- en ondergrond op de locatie in de kwaliteitsklasse ‘AW2000’. 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Voor het verkrijgen van inzicht in de regionale bodemopbouw en de geohydrologische gegevens van de omgeving is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland. Ter plaatse kunnen de volgende geohydrologische eenheden worden onderscheiden: Tabel 4. Geohydrologische gegevens Globale diepte (m -mv) Geohydrologische eenheid

Samenstelling

0-4

Eerste watervoerende pakket

Matig fijn tot matig grof zand

4 - 44

Scheidende laag

Fijn leemhoudend zand en leem

1443.02.211.r1

5

De horizontale stromingsrichting van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht. De stromingsrichting zal mogelijk worden beïnvloed door lokale ontwateringsmiddelen (zoals sloten, drainage, kabels en leidingen). De locatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 2.5 Hypothese Als uitgangspunt voor de onderzoeksstrategie zullen de NEN 5740 en de NEN 5707 gehanteerd worden. Het bodemonderzoek heeft een zogenaamd retrospectief karakter, dit wil zeggen dat het onderzoek primair gericht is op reeds opgetreden (bodem)verontreiniging. De onderzoekslocatie betreft het in bijlage 1a aangegeven terrein met een totaaloppervlak van circa 845 m2. Op basis van de hierboven weergegeven informatie wordt de volgende hypothese met bijbehorende onderzoeksstrategie toegepast : Tabel 5. Onderzoeksstrategie Deellocatie(s)

Strategie

Gehele locatie, ca. 845 m2

VED-HE-NL

Mogelijke parameter(s) in grond

Mogelijke parameter(s) in grondwater -

Zware metalen, PAK, minerale olie en asbest Opmerking: als extra aandachtspunt wordt de voormalige tanklocatie aangemerkt (middels plaatsing peilbuis).

1443.02.211.r1

6

3.

VELDWERK

3.1 Uitvoering van het veldwerk Ter plaatse zijn de volgende werkzaamheden verricht: Tabel 6. Veldwerkzaamheden Deellocatie Gehele locatie, ca. 845 m2

Veldwerk 5 x boring tot 1,0 meter beneden maaiveld (m -mv) 1 x boring tot het freatisch grondwater (minimaal 1,0 m -mv/ maximaal 2,0 m -mv) 1 x boring tot in het grondwater, welke tevens wordt afgewerkt middels een peilbuis 5 x proefgat (0,3x0,3 m/ ø 12 cm) tot minimaal 0,5 m -mv

3.2 Resultaten van het veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd conform de protocollen 2001, 2002 en 2018. De veldwerkzaamheden zijn verricht op 28 mei 2021 door de erkende veldwerker R. Snijder. De peilbuis is, na enkele malen te zijn afgepompt op 4 juni 2021 bemonsterd door de erkende veldwerker B. Prinse. In bijlage 1a zijn de boorposities weergegeven. De bodem ter plaatse is globaal als volgt opgebouwd: Vanaf maaiveld is tot circa 3,2 m -mv (einde boordiepte) een zandpakket aangetroffen. Het vrijgekomen boormateriaal is zintuiglijk beoordeeld op geur, kleur en samenstelling en beschreven in boorprofielen (zie bijlage 2). In de volgende tabel zijn de veldgegevens van het grondwater opgenomen. Tabel 7. Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filterstelling in m -mv) (m -mv) 01 (2,20 - 3,20) 1,73

Zuurgraad (pH)

Elektrisch geleidingsvermogen (Ec in µS/cm)

Troebelheid (NTU)

7,1

360

7,8

De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn normaal te noemen voor dit type bodem. Afwijkende waarden kunnen een indicatie zijn voor bodemverontreiniging. De gemeten waarden geven geen aanleiding aan te nemen dat sprake is van een dergelijke situatie. 3.3 Afwijkende bodemkenmerken Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk (geur, kleur en samenstelling) de volgende afwijkende bodemkenmerken waargenomen:

1443.02.211.r1

7

Tabel 8. Afwijkende bodemkenmerken Boring/proefgat Traject (m -mv) 02 0,23 - 1,00 06

Zintuiglijke afwijking matig puinhoudend

0,00 - 0,40

matig puinhoudend

0,40 - 0,41

gestaakt

0,00 - 0,40

matig puinhoudend

0,40 - 0,41

gestaakt

102

0,00 - 0,50

matig puinhoudend

104

0,23 - 0,70

matig puinhoudend

101

Voor het overige zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen afwijkingen waargenomen. Asbest Op de locatie is geen maaiveldinspectie verricht, aangezien de locatie nagenoeg volledig verhard is middels beton en klinkers. Ter plaatse van het onverharde deel is teveel vegetatie aanwezig, waardoor een deugdelijke maaiveldinspectie niet mogelijk is. Het tijdens het veldwerk vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. Het te analyseren materiaal is per laag op de locatie gezeefd (met een maaswijdte van 20 mm). Indien na het zeven visueel asbestverdachte materialen achterblijven, worden deze verzameld (en onderzocht). Er zijn visueel in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In bijlage 4 zijn de algemene gegevens van de proefgaten opgenomen.

1443.02.211.r1

8

4.

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

4.1 Uitvoering van het chemisch-analytisch onderzoek De volgende analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde milieulaboratorium Eurofins Analytico te Barneveld: Tabel 9. Analyses Code M01 M02

GW01 AM01

Monster(s)

Analyse grond

Analyse grondwater

02 (0,23 - 0,50) 06 (0,00 - 0,40) 01 (0,50 - 0,80) 03 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 0,80) 05 (0,50 - 0,80) 01 (2,20 - 3,20)

NEN-gr

-

NEN-gr

-

-

NEN-gw

101 (0,00 - 0,40) 102 (0,00 - 0,50)

Asbest grond

-

NEN-gr:

lutum en organische stof (in minimaal 2 representatieve mengmonsters), 9 zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 vrom), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie;

NEN-gw:

9 zware metalen, aromaten (BTEXN), vluchtige chloorhoudende oplosmiddelen (VOCL), styreen en minerale olie.

4.2 Toetsingscriteria De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streefen interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden voor grond: - AW: Achtergrondwaarde, het gehalte in onbelaste natuurgebieden en landbouwgronden; - T: tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde, criterium voor nader onderzoek; - I: Interventiewaarde, het gehalte waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem.

1443.02.211.r1

9

Voor grondwater gelden de volgende toetsingswaarden: - S: Streefwaarde, ijkpunt voor een milieukwaliteit van het grondwater op lange termijn op basis van het verwaarloosbaar risiconiveau voor het ecosysteem; - T: Tussenwaarde, het gemiddelde van de Streefwaarde en Interventiewaarde, criterium voor nader onderzoek; - I: Interventiewaarde, het gehalte waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem. Asbest De interventiewaarde voor asbest in grond, bodem en puingranulaat is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De waarde van 100 mg/kg d.s. gewogen geldt tevens als eis voor de hergebruikswaarden voor asbest in grond, baggerspecie en bouwstoffen. De genoemde richtlijnen gelden voor zowel gebonden als niet gebonden asbest. In tegenstelling tot andere chemische stoffen is het volumecriterium (minimaal 25 m3 verontreinigd bodemvolume) voor asbest niet van toepassing. Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gehalten aan asbest boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s. (gewogen)), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor de berekening van de concentratie asbest in de bodem wordt in eerste instantie het gewicht van alle verzamelde asbesthoudende materialen per proefgat/-sleuf bepaald.

Op basis van dit gewicht per sleuf met daarbij het percentage asbest in de representatieve (plaat)materialen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen serpentijnasbest en amfiboolasbest, worden de concentraties serpentijn- en amfiboolasbest berekend voor de gehele sleuf. Vervolgens worden deze berekende concentraties asbest opgeteld bij de concentraties asbest in de representatieve mengmonsters, waarna de totale serpentijnasbestconcentratie wordt vermeerderd met 10 maal de totale amfiboolasbestconcentratie.

1443.02.211.r1

10

Besluit bodemkwaliteit (BBK) Voor de toepassing van grond en bagger op landbodem geldt vanaf 1 juli 2008 het toetsingskader op basis van het Besluit bodemkwaliteit. In de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit zijn normen opgenomen waaraan de kwaliteit van toe te passen grond of bagger of de kwaliteit van de ontvangende bodem kan worden getoetst. De analyseresultaten zijn met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (T1, beoordeling kwaliteit grond en bagger bij toepassing op of in de bodem) indicatief getoetst aan de toetsingswaarden van de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten hiervan zijn opgenomen in tabel 10. Wel dient opgemerkt te worden dat de grond niet onderzocht is op Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS). Indien in toekomst grondverzet plaatsvindt, dient de grond (waarschijnlijk) aanvullend onderzocht te worden. Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van de gemeente in acht genomen te worden. Binnen het generieke beleid van het besluit bodemkwaliteit worden bij grondverzet de volgende toetsingswaarden onderscheiden: -AW: Achtergrondwaarde, het gehalte in onbelaste natuurgebieden en landbouwgronden.

-MWw: Maximale Waarde wonen, het maximale gehalte waarbij de bodemkwaliteit duurzaam geschikt is voor de bodemfunctieklasse wonen; -MWi: Maximale Waarde industrie, het maximale gehalte waarbij de bodemkwaliteit duurzaam geschikt is voor de bodemfunctieklasse industrie. 4.3 Interpretatie analyseresultaten De volgende tabellen geven een overzicht van de analyseresultaten van de grondmonsters en het grondwatermonster. De analyseresultaten en toetsingswaarden zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 10. Interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters Code Monsters >AW (+index) >T >I (+index) (m -mv) M01 02 (0,23 - 0,50) Kobalt (0,03) 06 (0,00 - 0,40) Lood (0,08) M02 01 (0,50 - 0,80) 03 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 0,80) 05 (0,50 - 0,80)

1443.02.211.r1

Indicatief BBK Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

11

Tabel 11. Interpretatie van de analyseresultaten van het grondwatermonster Code Monster >S (+index) >T (m -mv) GW01 01 (2,20 - 3,20) Molybdeen (0,01) Tabel 12. Analyseresultaten fijne fractie grondmonsters Code Monsters (m -mv) AM01 101 (0,00 - 0,40) 102 (0,00 - 0,50)

>I (+index) -

Gehalte asbest <20 mm (mg/kg d.s.) -

Uit de analyseresultaten kan het volgende worden afgeleid: - In bovengrondmengmonster M01 zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt en lood aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet benaderd. - In ondergrondmengmonster M02 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In het grondwater (GW01) is een licht verhoogde concentratie aan molybdeen aangetroffen. Aangenomen wordt dat de licht verhoogde concentratie aan molybdeen een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde betreft. - In de bodem ter plaatse van AM01 is in de fijne fractie (< 20 mm) geen verhoogd gehalte aan asbest aangetroffen.

1443.02.211.r1

12

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van de heer T. Verdaas heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Meirstraat 51 te Oud Gastel. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen aankoop en ontwikkeling van de locatie. De locatie heeft een oppervlakte van 845 m2 en betreft een caravanstalling met tuin. Het pand is in het verleden voornamelijk in gebruik geweest als opslag/ stalling van landbouwwerktuigen, waarbij de voorzijde van het pand geregistreerd staat als werkplaats. Direct achter de werkplaats is een ondergrondse olietank aanwezig geweest, welke reeds verwijderd is (vermoedelijk voor 1993). Op de locatie is in 2004 een nulsituatie bodemonderzoek verricht door Wematech Bodem Adviseurs. Hierbij zijn ter plaatse van de voormalige werkplaats en voormalige ondergrondse olietank in de grond en het grondwater lichte verhogingen aan zware metalen, PAK en minerale olie aangetroffen. Uit de resultaten van het vooronderzoek (inclusief locatie-inspectie) blijkt dat de locatie als heterogeen ‘verdacht’ beschouwd dient te worden ten aanzien van zware metalen, PAK, minerale olie en asbest in de grond. Als extra aandachtspunt wordt de voormalige tanklocatie aangemerkt, middels het plaatsen van de peilbuis ter plaatse.

Uit de veld- en analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: - Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn plaatselijk bijmengingen met puin aangetroffen. - Er zijn visueel in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. - In bovengrondmengmonster M01 zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt en lood aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet benaderd. - In ondergrondmengmonster M02 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In het grondwater (GW01) is een licht verhoogde concentratie aan molybdeen aangetroffen. Aangenomen wordt dat de licht verhoogde concentratie aan molybdeen een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde betreft. - In de bodem ter plaatse van AM01 is in de fijne fractie (< 20 mm) geen verhoogd gehalte aan asbest aangetroffen.

1443.02.211.r1

13

De tevoren gestelde hypothese heterogeen ‘verdachte’ locatie dient formeel gezien te worden geaccepteerd. De verhogingen in de grond en het grondwater overschrijden de nader onderzoekswaarden echter niet. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen worden derhalve niet noodzakelijk geacht. De resultaten van het verrichte onderzoek dienen geen belemmering te vormen voor de voorgenomen aankoop en ontwikkeling van de locatie.

1443.02.211.r1

14

6. VERANTWOORDING Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Opgemerkt wordt echter, dat het onderhavige onderzoek gebaseerd is op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen en het onderzoeken van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van de grond en/of het grondwater aanwezig zijn, welke tijdens uitvoering van het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Moerdijk Bodemsanering B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.

1443.02.211.r1

15

7.

LITERATUURLIJST

1. NEN 5725, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. NEN 5740+A1, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. 3. NEN5707+C2, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. NEN 5897+C2– Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Circulaire bodemsanering 2013. 6. Regeling bodemkwaliteit, bijlage B.

1443.02.211.r1

16

BIJLAGEN

BIJLAGE 1A SITUATIESCHETS MET BOORPUNTEN

BIJLAGE 1B

KADASTRALE KAART

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/577/documents/16841