CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Albanoweg -Toelichting NL.IMRO.1655.BP6025-C001.pdf

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 16: Bestemmingsplan Albanoweg 7 te Oudenbosch25.916 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting

Bestemmingsplan “Albanoweg 7 te Oudenbosch” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

vastgesteld 2022-06-23 NL.IMRO.1655.BP6025-C001

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Bestemmingsplan “Albanoweg 7 te Oudenbosch”

Ontwerp:

Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl

Projectnummer:

190100

Rapportnummer

190100.01

Datum:

23 juni 2022

Status:

vastgesteld

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 2 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 3 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ............................................................................................................................... 5 Aanleiding ................................................................................................................................ 5 Ligging en begrenzing plangebied ............................................................................................ 5 Vigerende bestemmingsplan ................................................................................................... 6 Leeswijzer ................................................................................................................................. 7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Bestaande situatie ................................................................................................................ 8 Ruimtelijke structuur ............................................................................................................... 8 Verkeer en parkeren ................................................................................................................ 8 Groen- en waterstructuur ........................................................................................................ 8 Functionele structuur ............................................................................................................... 8 Bestaande situatie planlocatie ................................................................................................. 9

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Toekomstige situatie .......................................................................................................... 11 Algemeen ............................................................................................................................... 11 Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 12 Groenstructuur....................................................................................................................... 12

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Beleidskader ....................................................................................................................... 13 Europees- en rijksbeleid ......................................................................................................... 13 Provinciaal beleid ................................................................................................................... 14 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 22

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13

Relevante (Milieu)aspecten ................................................................................................ 25 Algemeen ............................................................................................................................... 25 Bodem .................................................................................................................................... 25 Water ..................................................................................................................................... 25 Cultuurhistorie en archeologie............................................................................................... 29 Ecologie .................................................................................................................................. 31 Wegverkeerslawaai ................................................................................................................ 33 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 33 Geur........................................................................................................................................ 34 Externe veiligheid ...................................................................................................................

34 Kabels en leidingen ................................................................................................................ 36 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 36 Toetsing besluit milieueffectrapportage ................................................................................ 38 Stikstofdepositie..................................................................................................................... 38

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Planbeschrijving ................................................................................................................. 38 Juridische planbeschrijving .................................................................................................... 39 Algemene toelichting verbeelding ......................................................................................... 39 Algemene toelichting regels ................................................................................................... 39

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Uitvoerbaarheid ................................................................................................................. 41 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 41 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 41

Bijlagen 1. Verantwoording groepsrisico & advies veiligheidsregio 2. Landschapsplan 3. Ecologische quickscan d.d. 12-11-2020 4. Stikstofberekening d.d. 8-11-2021 5. Omgevingsdialoog 6. Vooroverlegreacties Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 4 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de locatie Albanoweg 7 te Oudenbosch is het bedrijf Wagemakers Grond- en Transportbedrijf gevestigd. Binnen het vigerend bestemmingsplan heeft het zuidelijke deel van het perceel op de locatie Albanoweg 7 de bestemming ‘Agrarisch met waarden - landschapswaarden’. Het zuidelijke deel van het perceel heeft een oppervlakte van circa 4.544 m². Het perceel voldoet qua omvang niet meer aan de huidige eisen voor agrarisch gebruik. De planlocatie is momenteel in gebruik ten behoeve van opslag van het grond- en transportbedrijf, waardoor het gebruik op de planlocatie in strijd is met het bestemmingsplan. Het initiatief is om op het zuidelijke van het perceel op de locatie Albanoweg 7 te Oudenbosch de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ te wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf’ met de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf - stalling’, ‘specifieke vorm van bedrijf - gronddepot’ en ‘specifieke bouwaanduiding – onbebouwd’. Het bestemmingsvlak wordt uitgebreid met 4.544 m². Ten behoeve van de optimalisering van de bedrijfsactiviteiten op de planlocatie is er een tekort aan opslagruimte voor bietentrailers en het gronddepot. De bietentrailers worden alleen in de periode van september tot en met januari gebruikt. De overige zeven maanden worden deze op het bedrijf gestald.

Er is daarom op het zuidelijke deel van het perceel opslagruimte voor bietentrailers en het gronddepot gerealiseerd. Om het bedrijf te optimaliseren en het bedrijf economisch op te waarderen dient onderhavige bestemmingsplanprocedure doorlopen te worden. De uitbreiding van het grondverzet- en transportbedrijf is noodzakelijk voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. De planlocatie is zichtbaar vanaf de rondweg. De landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd tussen de rondweg en de planlocatie. De landschappelijke afronding is afgestemd op de huidige omgeving. Hierdoor blijft het aanzicht vanaf de rondweg ‘groen’. Het voorgenomen initiatief past niet binnen het vigerend bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch/planologisch te legaliseren is gekozen voor het opstellen van onderhavig bestemmingsplan. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De planlocatie ligt aan de Albanoweg te Oudenbosch. De Albanoweg is gelegen aan de rand van het dorp Oudenbosch. Het perceel is bij de gemeente kadastraal bekend onder de kadastrale gemeente ODB, sectie F, onder nummers 146, 880 en 879. In figuur 1 en 2 is de planlocatie weergegeven.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 5 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 1: Ligging planlocatie

Figuur 2: Planlocatie aangegeven op de topografische kaart

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Op de planlocatie vigeert het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 12 oktober 2017 met een aanvullend besluit van 14 december 2017. Het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’ is op 24 mei 2018 in werking getreden. Het bestemmingsplan ‘Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge’ is op 24 oktober 2019 onherroepelijk geworden. Het grond- en transportbedrijf heeft de bestemming ‘Bedrijf’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf- grondverzet- en transportbedrijf’. Het zuidelijke deel van de planlocatie heeft de bestemming ’Agrarisch met waarden -Landschapswaarden’. Over het zuidelijke deel van het perceel liggen de gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone – 7’ en ‘milieuzone - reservering waterberging’. Het

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 6 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ heeft een oppervlakte van circa 15.972 m², hier ligt ook de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzet- en transportbedrijf’ overheen.

Figuur 3: Uitsnede verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Eerste herziening Buitengebied Halderberge’

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie. De toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 van de onderbouwing wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor de ontwikkeling van de planlocatie relevant is. De relevante (milieu)aspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van geluid, bodemgesteldheid, milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid en ecologie beschreven. In hoofdstuk 6 komt de planbeschrijving aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid beschreven.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 7 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke structuur

De planlocatie ligt ten zuiden van de kern Oudenbosch aan de Albanoweg. Er is weinig bebouwing aanwezig aan de Albanoweg. Schuin tegenover de planlocatie bevinden zich voornamelijk burgerwoningen en tuinpercelen. Het perceel achter Albanoweg 7 grenst aan de rondweg om Oudenbosch. 2.2

Verkeer en parkeren

De planlocatie ligt aan de Albanoweg in Oudenbosch. De Albanoweg is een weg aan de rand van het dorp Oudenbosch. De Albanoweg heeft een snelheidsregime van 50 km/h. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. 2.3

Groen- en waterstructuur

De percelen rondom de planlocatie bestaan voornamelijk uit akkers en weilanden. Schuin tegenover de voorzijde van de planlocatie bevinden zich burgerwoningen en tuinpercelen. Het groen op de planlocatie bestaat voornamelijk uit tuin- en erfbeplanting en enkele bomen rondom de bedrijfswoning. 2.4

Functionele structuur

2.4.1

Wonen

Schuin tegenover de planlocatie komt de functie wonen voor. Het betreft een nieuwbouwwijk. Hoofdzakelijk worden de woningen vrijstaand gerealiseerd. 2.4.2

Maatschappelijke voorzieningen

In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen maatschappelijke voorzieningen gevestigd. De dichtstbijzijnde maatschappelijke voorzieningen zijn op een afstand van circa 250 m² gelegen, in de kern van Oudenbosch. 2.4.3

Bedrijven & detailhandel

De bedrijven, die zich rondom de planlocatie bevinden, zijn voornamelijk agrarische bedrijven of agrarisch verwante bedrijven. In de directe omgeving komt geen detailhandel voor. Het dichtstbijzijnde bedrijf is gevestigd op Albanoweg 9, tegen de planlocatie aan. Het betreft een natlasbedrijf. In figuur 4 zijn de functies in kaart gebracht.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 8 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 4: Functiekaart

2.5

Bestaande situatie planlocatie

Op de locatie Albanoweg 7 ligt de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzet- en transportbedrijf’. Op de planlocatie zijn een bedrijfswoning en twee bedrijfsgebouwen aanwezig. De bedrijfsgebouwen hebben een oppervlakte van circa 1.129 m² en circa 1.685 m². Binnen de regels van het bestemmingsplan is er maximaal 2.870 m² aan bedrijfsgebouwen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 8,5 meter en een maximale goothoogte van 5,5 meter. Het overige gedeelte van het perceel wordt gebruikt ten behoeve van opslag van materialen en machines. Het zuidelijke deel van het perceel met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ wordt gebruikt voor de opslag van o.a. (bieten)trailers en het gronddepot.

Figuur 5: Overzicht huidige situatie

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 9 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 6: Foto’s planlocatie

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 10 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1

Toekomstige situatie

Algemeen

Het initiatief omvat het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ naar de bestemming ‘Bedrijf’ met de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf - stalling’, ‘specifieke vorm van bedrijf gronddepot’ en ‘specifieke bouwaanduiding – onbebouwd’. Er is 2.870 m² aan bedrijfsbebouwing toegestaan op het perceel, dit wijzigt niet. Het perceel van circa 4.544 m² voldoet qua omvang niet aan de huidige eisen voor agrarisch gebruik. Wagemakers Grond- en Transportbedrijf gebruikt het perceel voor de opslag van bietentrailers en ten behoeve van het gronddepot, hetgeen als gevolg van de optimalisering van de bedrijfsactiviteiten noodzakelijk is. De bietentrailers hebben een hoogte van ca. 4,5 meter en worden alleen in de periode van september tot en met januari gebruikt. De overige zeven maanden worden de ca. 8 bietentrailers op het bedrijf gestald. Het gronddepot op de planlocatie heeft een hoogte van ca. 7 meter. Het bestemmingsvlak wordt vergroot ten behoeve van de opslag van bietentrailers en het gronddepot. Er worden geen bebouwingsmogelijkheden gerealiseerd door het vergroten van het bestemmingsvlak. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – onbebouwd’ wordt opgenomen op het zuidelijke deel van de planlocatie. Daarnaast zijn er keerwanden en erfafscheiding aanwezig op de planlocatie. De keerwanden hebben een hoogte van maximaal 3 meter.

De erfafscheiding heeft een hoogte van maximaal 2 meter. Ter plaatse van het gronddepot geldt een maximale hoogte voor het gronddepot van 7 meter. Deze hoogte is benodigd om voldoende grond kwijt te kunnen ten behoeve van het gronddepot. Op de planlocatie zijn vlaggenmasten en lichtmasten aanwezig. De vlaggenmasten zijn aanwezig om het bedrijf zichtbaar te maken vanaf de rondweg. De lichtmasten zijn nodig ten behoeve van de veiligheid op het terrein van het bedrijf. Er worden bijvoorbeeld in de winter ook werkzaamheden in het donker uitgevoerd, de veiligheid van de werknemers moet hierbij gegarandeerd worden. Daarnaast zijn de lichtmasten bedoeld als inbraakpreventie. De omgeving zal niet gehinderd worden door de lichtsterkte van de lampen. De planlocatie is zichtbaar vanaf de rondweg. De landschappelijke inpassing zal gerealiseerd worden tussen de rondweg en de planlocatie. Door de aanleg van de rondweg zijn de landschappelijke waarden ter plaatse van de planlocatie te niet gedaan en op een andere locatie gecompenseerd. De landschappelijke afronding zal worden afgestemd op de huidige omgeving. Hierdoor blijft het aanzicht vanaf de rondweg ‘groen’. Dit wordt vastgelegd doormiddel van de bestemming ‘Groen’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 11 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 7: Nieuwe situatie

3.2

Verkeer en parkeren

Ten behoeve van de opslag van bietentrailers en het gronddepot zijn geen extra parkeerplaatsen benodigd. Voor de overige werkzaamheden zijn circa 27 parkeerplaatsen voorzien. Dit zijn parkeerplaatsen voor werknemers en bezoekers. De stalling van bietentrailers en het gronddepot zorgen op de planlocatie nauwelijks voor extra verkeersbewegingen. De bedrijfsactiviteiten worden geoptimaliseerd. Het aantal extra verkeersbewegingen op de planlocatie neemt dan ook beperkt toe. 3.3

Groenstructuur

Voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de locatie Albanoweg 7 is een landschappelijke inpassing vereist. Het landschapsplan is als bijlage toegevoegd aan de bijlage van onderhavig plan.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 12 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4 4.1

Europees- en rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie

Beleidskader

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is opgesteld ten behoeve van de fysieke leefomgeving. Met de NOVI biedt het Rijk een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op grote uitdagingen en complexe vraagstukken. De NOVI brengt een langere termijnvisie in beeld, gericht op een toekomstperspectief richting 2050. Het rijk wil sturing geven aan de nationale belangen. De vier integrale prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonden regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een deel van de opgaven is het vormen van een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen. Het maken van zorgvuldige keuzes is hierbij van belang. Er dient afgewogen te worden wat prioriteit heeft, beschermen of ontwikkelen. Want ruimte is schaars. Om de juiste keuzes te kunnen maken is de samenwerking tussen de verschillende overheidslagen, bedrijven, organisaties en burgers van belang. Hierbij worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: ▪ Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; ▪ Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; ▪ Afwentelen wordt voorkomen. Conclusie De nationale omgevingsvisie richt zich op een breder niveau.

Er zijn geen concrete beleidskaders gevormd welke betrekking hebben op onderhavige ruimtelijke ontwikkeling. De planlocatie is gelegen aan de rand van de kern Oudenbosch. Er is sprake van gemengd gebied in de omgeving van de planlocatie. Er zijn verschillende (agrarische) bedrijven aanwezig in de omgeving. Door het bedrijf te optimaliseren en uit te breiden tot aan de rondweg wordt de ruimte zorgvuldig ingevuld en duurzaam benut. 4.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk laat de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De veranderde behoefte aan wonen en werken legt daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon- en werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en dat locaties voor transformaties en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. In het SVIR zijn 13 nationale belangen opgenomen, hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Het Rijk zal bestemmingsplannen niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 13 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Door de ontwikkeling op de planlocatie komen geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 4.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten, die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn zes projecten beschreven: ▪ Mainport ontwikkeling Rotterdam ▪ Kustfundament ▪ grote rivieren ▪ Waddenzee en Waddengebied ▪ Defensie ▪ Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Inmiddels is het aantal projecten uitgebreid met: ▪ Rijksvaarwegen ▪ Hoofdwegen en landelijke spoorwegen ▪ Elektriciteitsvoorziening; ▪ Ecologische hoofdstructuur ▪ Primaire waterkeringen buiten het kustfundament ▪ IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) ▪ Veiligheid rond Rijksvaarwegen ▪ Verstedelijking in het IJsselmeer ▪ Toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Door de ontwikkeling op de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De Omgevingsvisie Noord-Brabant is 14 december 2018 vastgesteld. De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vier rollen: 1. Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. 2. Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen. Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. 3.

Regionaal samenwerken Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 14 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda. 4. Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant. In figuur 8 is een uitsnede van de structurenkaart van de SVRO weergegeven. De planlocatie ligt gedeeltelijk in het landelijk gebied ‘gemengd landelijk gebied’. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie wil het volgende bereiken in het landelijke gebied: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie. 2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling. 3. Een duurzame land- en tuinbouw. 4. Versterking van het landschap. Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven: 1. Gemengd landelijk gebied. 2. Accent agrarisch ontwikkeling.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 15 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 8: Uitsnede Structurenkaart, Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een mening van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd landelijk gebied is multifunctioneel gebruik uitgangspunt. Uitzondering hierop zijn de primair agrarische gebieden, die door de gemeente zijn vastgelegd. Binnen die gebieden, worden (stedelijke) functies die de ruimte voor agrarische ontwikkeling beperken of functies die strijdig zijn met de landbouwfunctie geweerd. Buiten de primair agrarische gebieden ontwikkelen functies zich in evenwicht met elkaar en de omgeving. In de kernrandzones is een toenemende menging van wonen, voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid mogelijk. Rondom natuurgebieden vinden ontwikkelingen plaats op vrijkomende locaties die passen in een groene omgeving. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden van in het gebied voorkomende functies worden gerespecteerd. Ontwikkelingen houden rekening met hun omgeving en dragen bij aan een versterking van de gebiedskwaliteiten. Het grondverzet- en transportbedrijf en de uitbreiding daarvan is passend in het ‘gemengd landelijk gebied’ van de Structuurvisie ruimtelijke ordening. 4.2.2

Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018

Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2022 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 16 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪

werken aan een concurrerende, duurzame economie.

De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De kwaliteit van de omgeving voor mens en natuur staat onder druk in verschillende delen van het landelijk gebied door meerdere factoren. Er is er sprake van een toenemende leegstand en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische, sociaal-culturele en ecologische schade. Er is extra aandacht voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang in het landelijk gebied. Op de locatie Albanoweg 7 wordt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ omgezet naar de bestemming ‘Bedrijf’ met de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf - stalling’, ‘specifieke vorm van bedrijf - gronddepot’ en ‘specifieke bouwaanduiding – onbebouwd’. Het bestemmingsvlak het grondverzet- en transportbedrijf op de locatie van Albanoweg 7 wordt hierbij uitgebreid. Dit sluit aan bij het tegengaan van leegstand in het landelijk gebied. 4.2.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: - Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; - Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; - Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; - Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; - Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; - Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.

Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: - een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; - aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; - aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Het ontwerp van de Interim omgevingsverordening is in april vastgesteld. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is op 5 november 2019 in werking getreden. In figuur 9 is de uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie Albanoweg 7. Uit figuur 9 blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied’ met daarbij de aanduiding ‘Gemengd landelijk gebied’.

Daarnaast ligt over de planlocatie de aanduiding ‘Reservering waterberging’.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 17 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 9: Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied Binnen de afdeling ‘Vitaal platteland’ zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de subzones ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over ‘Landelijk gebied’. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de subzones. Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoelt in Interim omgevingsverordening. Op de planlocatie is het voornemen om de bestemming ‘Agrarisch met waarden - landschapswaarden’ te wijzigen naar de bestemming ‘Bedrijf’ met de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf - stalling’, ‘specifieke vorm van bedrijf - gronddepot’ en ‘specifieke bouwaanduiding – onbebouwd’.

Het bestemmingsvlak van het grondverzet- en transportbedrijf op de locatie Albanoweg 7 wordt hierbij uitgebreid. In artikel 3.71 zijn specifieke regels opgenomen voor bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied. Hieronder is artikel 3.71 weergegeven.

Artikel 3.71 bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande niet-agrarische functie die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 18 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het bestemmingsvlak van het grondverzet- en transportbedrijf op de locatie Albanoweg 7 wordt gedeeltelijk uitgebreid ten behoeve van de stalling van bietentrailers. Bietentrailers kunnen worden beschouwd als onderdeel van een agrarisch-technisch hulpbedrijf. In artikel 3.60 en 3.61 zijn specifieke regels opgenomen voor agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in landelijk gebied. Hieronder zijn artikel 3.60 en 3.61 weergegeven.

Artikel 3.60 Bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf of een bestaand agrarisch-verwant bedrijf die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. bepalen dat de omvang ten hoogste 1,5 hectare bedraagt; c. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; d. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied.

Artikel 3.61 Vestiging agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Gemengd landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een agrarischtechnisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf als: a. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving; b. de ontwikkeling niet leidt tot splitsing van het bouwperceel; c. is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. mestbewerking is uitgesloten. Lid 2 Als een binnen de omgeving passende omvang van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf geldt een bouwperceel van ten hoogste 1,5 hectare.

Het initiatief is om op het zuidelijke deel van het perceel op de locatie Albanoweg 7 van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ om te zetten naar de bedrijfsbestemming en dit te betrekken bij het huidige bedrijf Wagemakers grond- en transportbedrijf. Het is niet realistisch dat het stuk agrarisch grond geschikt is ten behoeve van een agrarisch bedrijf. De omvang van het perceel is hiervoor te klein. Daarnaast is de bedrijfsfunctie passend aan de rand van de kern Oudenbosch. Het bestemmingsvlak wordt uitgebreid met 4.544 m² ten behoeve van het gronddepot en de stalling van bietentrailers. Het bestemmingsvlak ‘bedrijf’ krijgt daardoor een grootte van 20.516 m². De 1,5 hectare welke is genoemd in artikel 3.60 en 3.61 (agrarischtechnisch hulpbedrijf / agrarisch verwantbedrijf) wordt overschreden. Deze situatie is ontstaan door de gemengde situatie van een niet-agrarische functie en een agrarisch-technisch hulpbedrijf. Er is 2.870 m² aan bedrijfsbebouwing toegestaan op het perceel, deze bebouwing blijft behouden en wordt niet uitgebreid. Het zuidelijke deel van het perceel, ter plaatse waar het bestemmingsvlak uitgebreid wordt, wordt voorzien van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – onbebouwd’. Ter plaatse van de planlocatie wordt het bestaande grondverzet- en transportbedrijf uitgebreid.

Het bedrijf dient voor de niet-agrarische, particuliere en de agrarische sector. De ruimtelijke ontwikkeling binnen het landelijk gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met voornamelijk een agrarische economie met bijpassende bestemmingen. Naast de landbouw is er in een gemengde plattelandseconomie ruimte voor nietagrarische functies zoals recreatie en toerisme, bedrijvigheid, maatschappelijke functies enz. Deze nietagrarische functies zijn voornamelijk mogelijk op bestaande- of vrijkomende locaties. Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 19 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Op het bedrijf is sprake van opslag van materiaal, een ondergeschikte werkplaats en ter plaatse van de uitbreiding van de bedrijfsbestemming zullen bietentrailers worden gestald en is er een gronddepot aanwezig. Het gronddepot is erg volumineus waardoor het opslaan van grond een groot oppervlakte in beslag neemt. Gelet op de bestaande situatie en de omvang van het grondverzet- en loonbedrijf, is sprake van een bedrijf dat past binnen de omgeving. Het initiatief draagt bij aan de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie. Er is sprake van een redelijke uitbreiding. De parkeerdruk wordt niet verhoogd door de bestemmingswijziging en ook het aantal verkeersbewegingen zal beperkt toenemen. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen belemmering vormen voor de omgeving. In hoofdstuk 5 worden de gevolgen van de genoemde aspecten uitgebreid behandeld. Op dit moment is er circa 2.825 m² aan bedrijfsbebouwing aanwezig op het perceel, deze bedrijfsbebouwing wordt volledig benut ten behoeve van het bedrijf. De oppervlakte aan bedrijfsbebouwing gewijzigd niet. Enkel het bestemmingsvlak wordt met 4.544 m² vergroot. Op deze manier wordt de bedrijfsvoering geoptimaliseerd en het perceel zorgvuldig ingericht en benut. Dit is noodzakelijk voor een optimale logistieke terreinindeling.

Het bestaande grondverzet- en transportbedrijf is gelegen aan de rand van de kern Oudenbosch, in het buitengebied van de gemeente Halderberge. Er is sprake van een gemengd gebied in de omgeving van de planlocatie. In de omgeving van de planlocatie zijn bedrijven, agrarische bedrijven en woningen gelegen. Het grondverzet- en transportbedrijf en de uitbreiding daarvan is dan ook passend binnen het gebied. Er is een landschapsplan ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap, zie bijlage 2 van de bijlagen van onderhavig plan. De oppervlakte van de bestemming ‘Groen’ bedraagt circa 1.054 m². de omgevingskwaliteit verbeterd door het realiseren van het landschapsplan. Gelet op het bovenstaande is het plan niet in strijd met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De aankomende omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant, welke wordt vastgesteld in het eerste kwartaal van 2022, zal van gelijke strekking zijn. Aanduiding reservering waterberging De aanduiding reservering waterberging is gericht op het tegengaan van activiteiten die ten koste kunnen gaan van het waterbergend vermogen van het gebied. De aanduiding ‘Reservering waterberging’ strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Bij ontwikkelingen dient de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft te worden verantwoord.

Bepaalde activiteiten zijn in dergelijke gebieden niet toegestaan er is echter geen sprake van een absoluut verbod; in de volgende situaties zijn er toch mogelijkheden: ▪ indien uit de voor het bestemmingsplan uitgevoerde watertoets is gebleken dat de geschiktheid van het gebied voor waterberging niet verloren gaat, of ▪ dat bij de inrichting voldoende rekening is gehouden met hogere inundatiekansen. Artikel 3.36 reservering waterberging Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Reservering waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van functies.

In paragraaf 5.3 is het aspect water nader onderzocht en uiteengezet, daaruit blijkt dat het initiatief geen nadelig invloed heeft op het waterbergend vermogen. Dit bestemmingsplan wordt voorgelegd aan het waterschap Brabantse Delta.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 20 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het initiatief past binnen het beleid van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiele kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een verantwoording: a. van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; b. dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones.

De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio West-Brabant vastgelegd in het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ (afspraken van 18 december 2014 met gemeentelijk beleid van 30 oktober 2014). Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant naast de toepassing van artikel 3.8 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, ook toepassing geven aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De notitie biedt: ▪ een eenduidig beleidskader voor de West-Brabantse gemeenten met instemming van de provincie NoordBrabant; ▪ de mogelijkheid tot maatwerk voor gemeenten blijft mogelijk om de ‘couleur locale’ te behouden, niet alles wordt dicht getimmerd; ▪ een eenduidige regionale methodiek; ▪ duidelijkheid over hoe de rood-met-groen koppeling kan worden opgenomen in te ontwikkelen bestemmingsplannen in overeenstemming met de Verordening Ruimte. In de notitie is een drietal categorieën opgesteld: ▪ Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. ▪ Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden.

De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. ▪ Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Categorie en omvang landschappelijke inpassing De gemeente Halderberge heeft met de provincie afspraken in een regionale uitwerking gemaakt om hieraan invulling te geven. Een kwaliteitsverbetering is noodzakelijk in de vorm van landschappelijke inpassing, de ruimtelijke ontwikkeling valt in categorie 3. Het landschapsplan is opgenomen in de bijlagen van onderhavig plan. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de aanleg van het landschapsplan. Daarnaast wordt dit vastgelegd in de anterieure overeenkomst.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 21 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1

Structuurvisie Halderberge 2025

De structuurvisie Halderberge 2025 is op 20 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. In de structuurvisie Halderberge zijn de hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Halderberge op maatschappelijk, economische en ruimtelijk gebied naar toe gaat in de periode tot 2025. In de structuurvisie Halderberge worden onder meer het duurzaam ruimtelijk- en het duurzaam maatschappelijk structuurbeeld beschreven. De termijnbeelden worden het fundament van de gemeente Halderberge en zorgen na een confrontatie met de bestaande en toekomstige beleidsopgaven voor een visie op het gehele grondgebied. De structuurvisie Halderberge 2025 gaat niet nader in op incidentele (her)ontwikkelingen in het buitengebied van Oudenbosch, zoals hier aan de orde is. Het huidige perceel is gelegen binnen de lintbebouwing, het zuidelijke deel van de planlocatie ligt binnen de zone langs zuidelijk omlegging Oudenbosch. In de strategie verbreden worden functies toegevoegd aan gebieden waarvan de hoofdfunctie in principe prima functioneert. De variëteit aan functies in deze gebieden wordt als het ware verbreed. De structuurvisie biedt dan ook geen handvatten voor toetsing van de voorgenomen ontwikkeling.

Figuur 10: Structuurvisie Halderberge 2025

4.3.2

Eerste herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge

Ter plaatse van de planlocatie vigeert het bestemmingsplan ‘Eerste herziening buitengebied Halderberge’. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 12 oktober 2017 met aanvulling op 14 december 2017, het bestemmingsplan is op 24 mei 2018 in werking getreden. Voor een beschrijving van het bestemmingsplan ‘Eerste herziening buitengebied Halderberge’ wordt verwezen naar paragraaf 1.3. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de regels van het vigerend bestemmingsplan. 4.3.3

Landschapsplan Halderberge 2016-2025

Het landschapsplan Halderberge 2016-2025 met de titel ‘Het landschap in beweging’ is op 21 april 2016 door de raad vastgesteld. Het landschapsbeleidsplan uit 2003 vormt de leidraad voor het ‘Landschapsplan Halderberge 2016-2025’. Het biedt een handvat voor het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een samenhangend groen landschap binnen de gemeente Halderberge. De Structuurvisie Halderberge 2025 Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 22 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

vormt hierbij het vertrekpunt. Het achterliggende idee is dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied actief bijdragen aan versterking van het landschap. Het plan vormt ook toetsingskader bij het nakomen van afspraken over de kwaliteitsverbetering van het landschap. Er zijn drie typen visuele landschappelijke eenheden: • Open landschap: kijkafstand > 500 meter. Bestaat uit zeekleipolders, lager gelegen gebiedsdelen in zandgebied. • Halfopen landschap: kijkafstand 100 - 500 meter. Bestaat uit houtwallen, bomenrijen, geriefhoutbosjes en verspreide bebouwing het landschap een kleinschalig en half-open karakter hebben gegeven. • Besloten afstand: kijkafstand < 100 meter. Het besloten landschap onderscheid zich door de aanwezigheid van bos en andere opgaande begroeiing. De planlocatie is gelegen binnen het deelgebied ‘Galgestraat-Nattestraat’. Dit gebied wordt als volgt getypeerd: • Half-open tot open landschapstype op lager gelegen natte tot vochtige zandgrond. • Bebouwing is beperkt tot verspreid liggende bebouwing met voornamelijk agrarische functie. • Aanwezigheid boomkwekerijen en een glastuinbouwbedrijf. • Aanwezige cultuurhistorische waarden: turfvaart met turfhoofd. • Invloed kwelgebied. • De aanwezige retentievoorzieningen zijn landschappelijk ingepast .

De visie op dit gebied bestaat uit: • Verzachten harde overgangen door aanbrengen van afschermend groen (erfbeplanting). • Versterken half-open karakter door aanbrengen van houtsingels en bomenrijen op kavelgrenzen. • Natuurwaarden versterken en verbinden door realisatie natte-droge landschappelijke verbindingszones. • De herkenbaarheid van het cultuurhistorische verleden van het Turfhoofd terug brengen in het landschap. • Turfvaart visueel benadrukken door middel van laagblijvend en transparant groen (bijvoorbeeld wilgenstruweel en knotbomen). Er vindt een landschappelijke inpassing plaats op de planlocatie ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke inpassing bestaat uit de aanleg van een bossingel en een amfibieënpoel (zie bijlage 2). De bossingel past binnen het karakter van een half-open landschap. Het bedrijf wordt op deze manier groen ingepast. De ruimtelijke ontwikkeling en het bijbehorende landschapsplan passen binnen het Landschapsplan Halderberge 2016-2025. 4.3.4

Omgevingsvisie (Hartelijk) Halderberge

De ontwerp omgevingsvisie (Hartelijk) Halderberge ligt sinds 4 november 2021 ter inzage. Binnen de omgevingsvisie van de gemeente Halderberge is de planlocatie gelegen binnen het ‘kleinschalig landschap’. Op de zandgronden rond de kernen is sprake van een halfopen landschap dat voornamelijk is ontstaan in vroegere tijden. Houtwallen, bomenrijen, geriefhoutbosjes en verspreide bebouwing hebben het landschap een kleinschalig en halfopen karakter gegeven. Binnen dit kleinschalige / halfopen landschap liggen verschillende gebieden, zoals De Stoof, Kuivezand-Heinsberg en Gastels Laag. In sommige van deze gebieden is typerende lintbebouwing aanwezig, die omringd wordt door kleinschalige groen- en landschapselementen. Andere gebieden worden weer gekenmerkt door de aanwezigheid van boomkwekerijen en glastuinbouwbedrijven. Daarnaast is kenmerkend voor dit kleinschalige landschap dat water(lopen), kwelgebieden en retentievoorzieningen een plek innemen hierin. Waarden van het ‘kleinschalig landschap’: ▪ Landelijke omgeving waarin recreatie, natuur, landbouw, wonen en water samenkomt ▪ Gemengd agrarisch gebruik, met name boomkwekerijen en glastuinbouwbedrijven ▪ Rond de kernen: kleine bebouwingsclusters of verdichte lintbebouwing ▪ (Borgingsvrije zone van het) waterwingebied ▪ Oude groenelementen als houtwallen, laanbeplanting en geriefbosjes Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 23 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪

Onregelmatige verkaveling Beken/beekdalen

Ter plaatse van de planlocatie aan de Albanoweg 7 is er sprake van een bestaand bedrijf welke is gelegen in het ‘kleinschalig landschap’. Ten behoeve van de uitbreiding van de bedrijfsbestemming wordt het perceel landschappelijk ingepast. Door het aanplanten van een bossingel en het aanleggen van een amfibieënpoel welke tevens dient als waterretentie, wordt er bijgedragen aan de waarden van het ‘kleinschalig landschap’.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 24 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 5 5.1

Relevante (Milieu)aspecten

Algemeen

In de onderstaande paragrafen zijn de ruimtelijke-milieuhygiënische aspecten verder uiteengezet. 5.2

Bodem

In de huidige situatie is de planlocatie al in gebruik als bedrijf, er wordt geen bebouwing toegevoegd. Daarnaast verblijven er niet langdurig, meer dan 2 uur per dag, personen. Bodemonderzoek is daarom niet vereist. Volgens het Activiteitenbesluit artikel 2.11 moet bij elke activiteit binnen een inrichting die als bodembedreigend wordt beschouwd, de kwaliteit van de bodem worden onderzocht. Deze verplichting tot het uitvoeren van bodemonderzoek geldt onder andere na beëindiging van het opslaan van vloeibare brandstof. Daarnaast moet het bedrijf binnen zes maanden na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten een bodemonderzoek uitvoeren. Daarna moet binnen zes maanden na toezending van het bodemonderzoek aan het bevoegd gezag, de eventueel veroorzaakte verontreiniging verwijderd worden. 5.3

Water

Het Nationaal Waterplan (NWP) In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan (NWP) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Watertoets Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundig relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor structuurvisies, bestemmingsplannen, van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) regelt een verplichte waterparagraaf in de toelichting bij de genoemde ruimtelijke plannen en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro met het waterschap.

De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2010 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang.

Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 25 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

5.3.1

Waterschap Brabantse Delta

Figuur 11: Uitsnede keur- en leggerkaart Waterschap Brabantse Delta

De beleidsregels die de gemeente Halderberge hanteert ten aanzien van water zijn ook opgenomen in het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 - 2023. Voorgaande documenten gelden als uitgangspunt bij de verwerking van het regenwater. De gemeente Halderberge conformeert zich aan het beleid van het waterschap Brabantse Delta qua retentie eis en voorkeurrits behandeling regenwater. Bestemmingsplan toelichting 190100

Pagina 26 van 36

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied en/of waterwingebied. Er lopen enkele A en B waterlopen rondom de planlocatie. Er zijn geen waterlopen en/of waterpartijen in de directe nabijheid aanwezig die relevant zijn voor de ontwikkeling. Riolering en infiltratie Uitgangspunt voor de waterhuishouding in met name nieuwbouwprojecten, is een duurzaam gescheiden systeem. Dit betekent dat schoon hemelwater, wat valt op daken en terreinverharding, wordt opgevangen en geïnfiltreerd dient te worden en alleen het vervuilde afvalwater via het riool wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De hoeveelheid afvalwater, die getransporteerd wordt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie zal hiermee afnemen, wat uit het oogpunt van milieu een positieve ontwikkeling betekent. Ter plaatse van de planlocatie is een drukriolering aanwezig. De woning is in de huidige situatie aangesloten op de bestaande drukriolering. Het waterschap is geen voorstander van het toepassen van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Het Waterschap Brabantse Delta heeft in het beleid aangegeven dat voor het toevoegen van minder dan 500 m², geen infiltratie dan wel retentie toegepast hoeft te worden. Er is circa 2.310 m² aan verhard oppervlak toegevoegd.

Er dient daarom een infiltratie of rententie voorziening te worden gerealiseerd. De vereiste compensatie is berekend aan de hand van de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06. De factor 0,06 m vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm (600 m³/ha), die het verschil aangeeft tussen de hoeveelheid neerslag en enkele verliesposten op het maaiveld. De gevoeligheidsfactor is afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied, deze gevoeligheidsfactor is terug te vinden op de kaart behorende bij de Keur. De gevoeligheidsfactor op de planlocatie is 1. Op basis van een toename van het verhard oppervlak van 2.310 m² en een gevoeligheidsfactor van 1, zal er een retentievoorziening van 139 m³ nodig zijn. Er wordt een retentievoorziening in de vorm van een amfibieënpoel gerealiseerd. De amfibieënpoel heeft een oppervlakte van 139 m². De gemiddelde grondwaterstand ter plaatse van de planlocatie bedraagt 0,3 m onder maaiveld. In de amfibieënpoel kan dus 139 x 0,3 = 41,7 m³ worden opgevangen. Er zal nog een retentievoorziening worden gerealiseerd doormiddel van afschot richting de sloot met een diepte van 0,3 m. De sloot gelegen op het perceel waar ook de amfibieënpoel is gelegen, heeft een lengte van 180 meter. Het afschot heeft een breedte van 2 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/529/documents/15583