9. Rapportage internetconsultatie RES West Brabant DEF Het PON 271020-4.pdf
Tekst van het document
RES West-Brabant Contourennotitie, Onze nieuwe energie in 2030, p. 27.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
24
lager opgeleiden een wat minder sterke mening te hebben over het meedenken, meeinvesteren of mede-eigenaar worden in wind- en zonneprojecten. Zij geven relatief vaak aan de stelling niet belangrijk / niet onbelangrijk te vinden, het niet te weten of geen mening te hebben. Hoger opgeleiden vinden alle stellingen vaker (heel) belangrijk. Figuur 5. Vraag 25: Wil je door jouw gemeente betrokken worden bij of geïnformeerd worden over plannen rondom duurzame energie? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.102 / %).
90%
81%
78%
80%
83%
83%
76%
80%
78%
70% 60% 50%
40% 30% 20%
22%
24%
31-40
41-50
19%
17%
17%
51-60
61-70
22%
20%
10%
0% 16-30
Ja
71+
Gemiddeld RES-West
Nee
Figuur 6. Vraag 25: Wil je door jouw gemeente betrokken worden bij of geïnformeerd worden over plannen rondom duurzame energie? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 2.102 / %).
100% 90%
90%
83%
80%
80% 70%
66%
60% 50% 40%
34%
30%
20%
17%
20%
10%
10% 0% Laag
Midden
Hoog Ja
Gemiddeld RES-West
Nee
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
25
Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen
Vier op de vijf respondenten geven aan door de gemeente geïnformeerd of betrokken te willen worden over plannen rondom duurzame energie. Er zijn geen significante verschillen tussen leeftijdsgroepen. Wel zijn er verschillen naar opleidingsniveau. Laag opgeleide respondenten geven vaker dan gemiddeld aan niet betrokken of geïnformeerd te willen worden door de gemeente bij plannen rondom duurzame energie. Van de respondenten met een hoge opleiding geeft 90% aan wel geïnformeerd of betrokken te willen worden tegenover 66% van de respondenten met een lage opleiding.
Niet betrokken blijven
De respondenten die bij deze vraag hebben aangegeven dat ze niet verder betrokken of geïnformeerd willen worden door hun gemeente over dit onderwerp hebben we gevraagd waarom zij dit niet willen. Zij geven aan dat ze dit niet willen omdat ze er niet mee bezig zijn of het hen niet interesseert. Sommigen vinden zichzelf hiervoor te oud. Daarbij geeft ook een deel van hen aan dat ze geen vertrouwen hebben in de gemeente/de overheid en dat burgers toch niet echt inspraak hebben. Enkele reacties: • • •
“De gemeente heeft al beslist. Meedenken is een wassen neus.” “Geen interesse in linkse hobby's.” “Ik ben niet deskundig genoeg.”
Tabel 18. Vraag 27: Waar wil je zeker bij betrokken worden?* Meerdere antwoorden mogelijk. (N = 1.770) % Over waar zonneparken komen te staan
66
Over waar windturbines komen te staan
63
Over het besluitvormingsproces rondom duurzame energie van mijn gemeente
57
Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in mijn gemeente
44
Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan de omwonenden
42
Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan collectieve projecten (zoals cultuur, sport en leefbaarheid in de omgeving)
34
Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie in mijn gemeente
33
Over andere zaken *Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 25 ‘ja’ hebben ingevuld.
4
Betrokkenheid bij plannen rondom duurzame energie
Twee derde van de respondenten die hebben aangegeven door de gemeente geïnformeerd of betrokken te willen worden, willen zeker betrokken worden bij de plaatsing (locatie) van zonneparken (66%) of windturbines (63%). Ook geeft ruim de helft aan zeker betrokken te willen worden bij het besluitvormingsproces rondom duurzame energie binnen de eigen gemeente in zijn algemeenheid (57%).
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
26
44% van de respondenten wil zeker betrokken worden bij ‘hoe men zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in de eigen gemeente’ of bij’ hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan omwonenden’ (42%). De respondenten konden hier aangeven dat ze over ‘andere zaken’ geïnformeerd willen worden. Zaken die genoemd zijn: ontwikkelingen met betrekking tot waterstof en kernenergie, subsidies en financiën, het tegenhouden van zonnepanelen/windturbines en over hoe de inspraak van burgers hierover geregeld is.
Tabel 19. Vraag 28 – Op welke manier wil je graag betrokken / geïnformeerd worden? Meerdere antwoorden mogelijk.** Uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.766 / %)21 16-30
31-40
41-50
51-60
61-70
71+
Gemiddeld RES-West
Via een nieuwsbrief
50*
59
Via websites
57*
51
59
66
68*
69*
62
49
37*
40*
40*
Via digitale vormen (bijv. via apps, social media of online platforms)
46
59*
46*
51*
39
25*
13*
39
Via de (lokale) krant
26*
33
41
37
40
50*
38
Via bijeenkomsten (bijv. van dorps- of wijkraden)
36
37
35
43*
31*
36
37
Via enquêtes / vragenlijsten
36*
25
30
34
34
18*
30
Via persoonlijk contact
18
27*
20
17
17
12*
18
Anders 0 4 2 **Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 25 ‘ja’ hebben ingevuld.
2
2
4*
2
Tabel 20. Vraag 28 – Op welke manier wil je graag betrokken / geïnformeerd worden? Meerdere antwoorden mogelijk.** Uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.766/ %) Laag
Midden
Hoog
Gemiddeld RES-West
Via een nieuwsbrief
62
Via websites
40*
63
60
62
44
52*
Via digitale vormen (bijv. via apps, social media of online platforms)
46
30*
38
47*
39
Via de (lokale) krant
38
34*
40
38
Via bijeenkomsten (bijv. van dorps- of wijkraden)
21*
38
46*
37
Via enquêtes / vragenlijsten
26*
28
36*
30
Via persoonlijk contact
8*
20
23*
18
5*
2
Anders 0* 1 **Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 25 ‘ja’ hebben ingevuld.
21
De sterretjes in de tabellen (*) verwijzen naar significante afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde van RES-West.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
27
Manieren van communiceren
Op de vraag op welke manier mensen graag betrokken willen worden komt een duidelijke voorkeur voor een nieuwsbrief naar voren: 62% van de respondenten geeft de voorkeur aan een nieuwsbrief. Ook scoren websites (46%), digitale vormen (39%), de (lokale) krant (38%) en bijeenkomsten (37%) relatief hoog. De voorkeur gaat het minste uit naar communicatie via persoonlijk contact (18%). Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen
Jongere respondenten (tussen de 16 en 30 jaar) geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan digitale communicatievormen, zoals apps en social media (59%), websites (57%) en enquêtes of vragenlijsten (36%). Minder vaak dan gemiddeld geven zij de voorkeur aan communicatie via een nieuwsbrief (50%) of via de (lokale) krant (26%). Ook respondenten tussen de 31 en 40 jaar (46%) en tussen de 41 en 50 jaar (51%) geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan digitale vormen, zoals via apps, social media of online platforms. Respondenten tussen de 31 en 40 jaar geven daarnaast ook vaker dan gemiddeld aan graag via persoonlijk contact geïnformeerd te worden (27%), terwijl respondenten van 71 jaar en ouder hier juist niet de voorkeur voor hebben (12%). Respondenten tussen de 51 en 60 jaar geven vaker dan gemiddeld aan de voorkeur te hebben van communicatie via bijeenkomsten (43%), bijvoorbeeld van dorps- en wijkraden, terwijl respondenten tussen de 61 en 70 jaar hier wat minder de voorkeur voor hebben (31%). Oudere respondenten tussen de 61 en 70 jaar (68%) en van 71 jaar en ouder (69%) geven duidelijk de voorkeur aan communicatie via een nieuwsbrief. Beide groepen zien de communicatie minder graag verlopen via websites (40%), evenals 51 t/m 60 jarigen (37%), of via digitale vormen als apps en social media (25% bij 61-70 jarigen en 13% bij 71+).
Over het algemeen geven laag opgeleiden op bijna alle voorgenoemde manieren van communicatie minder vaak dan gemiddeld aan hier de voorkeur voor te hebben. Met name bij ‘bijeenkomsten’ (21% t.o.v. 37% gemiddeld), ‘persoonlijk contact’ (8% t.o.v. 18% gemiddeld) en ‘digitale vormen’ (30% t.o.v. 39% gemiddeld) zijn de verschillen aanzienlijk. Hoog opgeleide respondenten benoemen bijna alle vormen van communicatie juist vaker dan gemiddeld.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
28
Tabel 21 Kruistabel tussen waarbij men betrokken wil worden (vraag 27) vs. de manier van betrokken worden (vraag 28) (N = 1.766 / %). Waarbij betrokken worden?
7.2
Manier van betrokken worden Nieuwsbrief
Websites
Digitale vormen
(Lokale) krant
Bijeen- Enquêtes Persoonlijk komsten contact
Over waar zonneparken komen te staan
66
48
41
37
39
34
19
3
Over waar windturbines komen te staan
67
49
41
39
41
33
20
3
Over het besluitvormingsproces rondom duurzame energie van mijn gemeente
64
49
44
41
46
37
25
3
Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in mijn gemeente
67
51
50
38
42
34
23
1
Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan de omwonenden
70
49
46
46
42
38
26
2
Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan collectieve projecten (zoals cultuur, sport en leefbaarheid in de omgeving)
66
51
50
38
45
41
27
2
Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie in mijn gemeente
65
54
52
35
44
35
24
2
Over andere zaken
55
46
32
40
62
45
43
17
Financiële participatie Tabel 22. Vraag 22: Hoe vind je dat de opbrengsten van een zonnepark (park met zonnepanelen in het landschap) of windpark in jouw gemeente verdeeld zouden moeten worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (N = 2.112) % Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de gemeente, bijvoorbeeld door te investeren in collectieve acties voor isolatie en energiebesparing (denk aan een voetbalclub).
43
Een deel van de opbrengsten is voor direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis.
38
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de regio door middel van een fonds dat wordt opgericht van waaruit investeringen in de regio worden gedaan.
37
Alle investeerders ontvangen de opbrengsten, ook als deze niet direct in de regio wonen.
19
De grondeigenaren ontvangen de opbrengsten.
15
Dat weet ik niet
10
Anders
8
Verdeling opbrengsten zonnepark
43% van de respondenten vindt dat een deel van de opbrengsten van een zonnepark ten goede moeten komen aan alle respondenten van een gemeente, bijvoorbeeld middels collectieve acties. 38% vindt dat een deel ten goede aan direct omwonenden en 37% aan alle respondenten van een regio moet komen. In de concept-RES lezen we dat er gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom van nieuwe zonne- en windparken. Dat heeft drie redenen. Allereerst levert dit geld op voor de regio, kan het leiden tot een grotere betrokkenheid van mensen bij lokale projecten
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
29
Anders
en is de verwachting dat het zorgt voor een grotere acceptatie van energieprojecten. Eveneens lezen we in de concept-RES dat de opbrengsten primair benut worden voor de versnelling en bekostiging van de lokale energietransitie.22 Tabel 23. Vraag 23: Stel, er komt in jouw omgeving een zonnepark of een windturbine. Zou je daaraan willen meedoen? Eén antwoord mogelijk (N = 2.111) % Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie
13
Ja, via aandelen, certificaten of obligaties
13
Nee, ik heb hier geen interesse in
24
Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten
42
Ik neem al deel in een zonnepark of windmolen
2
Anders
6
Meedoen aan een zonnepark of windturbine in de omgeving
42% van de respondenten geeft aan nog niet te kunnen inschatten of zij meedoen aan een zonnepark of windturbine, mocht deze in hun omgeving geplaatst worden. 13% van de respondenten geeft aan via een lokaal samenwerkingsverband of lokale energiecoöperatie, of via aandelen, certificaten of obligaties mee te willen doen aan een zonnepark of windturbine in de omgeving. Een kwart van de respondenten heeft geen interesse om hierin te participeren (24%). In bijlage B zijn de verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. Jongeren (tussen de 16 en 30 jaar) van de energieregio West-Brabant geven vaker dan gemiddeld aan dat zij mee willen doen aan een zonnepark of windturbine in de regio via aandelen, certificaten of obligaties (23%). Respondenten tussen de 31 en 40 jaar geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie (17%). We zien dat respondenten met een laag opleidingsniveau relatief vaak aangeven geen interesse in deelname te hebben (33% van de respondenten met een lage opleiding tegenover 18% van de respondenten met een hoge opleiding). Ook geven zij relatief vaak aan dit nu nog niet te kunnen inschatten (45% van de respondenten met een lage opleiding tegenover 37% van de respondenten met een hoge opleiding).
Tegelijkertijd zien we dat respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker aangeven via een lokaal samenwerkingsverband / lokale energiecoöperatie te willen deelnemen (17% van de respondenten met een hoge opleiding tegenover 6% van de respondenten met een lage opleiding) of via aandelen, certificaten of obligaties (17% van de respondenten met een hoge opleiding tegenover 11% van de respondenten met een lage opleiding).
22
RES West-Brabant Contourennotitie, Onze nieuwe energie in 2030, p. 27.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
30
Tabel 24. Vraag 24: Stel, je overweegt om deel te nemen aan een project op het gebied van duurzame energie bij jou in de gemeente. Wat heeft dan je voorkeur en waarom?* Eén antwoord mogelijk (N = 1.551) % Ik wil deelnemen aan een project met zon op grote daken
34
Ik wil deelnemen aan een zonnepark
16
Ik wil deelnemen aan een windturbine
4
Ik heb hier geen voorkeur voor
33
Ik wil niet deelnemen *Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 23 ‘ja’ of ‘misschien’ hebben ingevuld.
13
Participatie duurzame energie
Ongeveer een derde van de respondenten die (misschien) willen participeren in een zonnepark of windturbine, zou mee willen doen aan een project met zon op grote daken (34%). 16% geeft aan te willen deelnemen aan een zonnepark en 4% aan een windturbine. Een derde van de respondenten heeft geen voorkeur en 13% wil (toch) niet deelnemen. Ook bij deze vraag konden respondenten hun antwoord toelichten. Van de respondenten die willen deelnemen aan een project met zon op grote daken geeft een deel als reden dat dit het minste impact op de omgeving heeft. Deelnemers aan een zonnepark noemen bijvoorbeeld dat dit voor hen het meeste effect heeft en ze hier een goed gevoel bij hebben. Liefhebbers van een windproject (die zijn fors in de minderheid) geven als reden dat een windturbine de meeste stroom oplevert.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
31
8
Achtergrond onderzoek
8.1
Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s23 De internetconsultatie voor de vier Brabantse RES’en kent een getrapte werkwijze: per RESregio wordt eerst een representatieve internetpeiling onder de inwoners van de regio georganiseerd. Om de resultaten van deze online peilingen te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien, nodigen we per regio respondenten uit voor deelname aan een gesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’ (zie paragraaf 9.1.4). Regionaal maatwerk is nodig bij het opstellen van een RES. Dit geldt in het bijzonder voor de ruimtelijke inpassing van hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit. Voor elke Brabantse energieregio (West-Brabant, Hart van Brabant (HvB), Metropoolregio Eindhoven (MRE) en Noordoost Brabant (NOB)) is een vragenlijst opgesteld waarin juist die elementen naar voren komen die voor die energieregio van belang zijn. Om daarnaast een provinciale vergelijking te kunnen maken worden de vragen over het thema betrokkenheid en participatie in elke regio op dezelfde wijze gesteld. Hierdoor kunnen de vier Brabantse energieregio’s op dit onderwerp met elkaar vergeleken worden.
8.1.1
Werving, respons en representativiteit Vanuit de wens om de vragenlijsten laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om in iedere regio te werken met een open link. Deze link wordt verstuurd via de gemeenten die vallen binnen de betreffende energieregio. Zij verspreiden de link via verschillende (social media) kanalen (gemeentewebsite, Facebook et cetera). De representativiteit van de responsgroep is afhankelijk van het aantal respondenten en van de achtergrondkenmerken van deze respondenten. De respons bij open source onderzoek is meestal geen juiste afspiegeling van de verdeling naar de gehele populatie. Om de representativiteit te borgen, wordt gedurende de campagne tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie (Bron: CBS)24. Wanneer de respons onder bepaalde leeftijds-en/of opleidingsgroepen achterblijft wordt de vragenlijst additioneel uitgezet onder Brabantse panelleden van PanelClix met specifiek deze leeftijds-of opleidingskenmerken in de betreffende regio. Dit om de representativiteit van de responsgroep te vergroten. Alle percentages die in de rapportages zijn opgenomen, betreffen de gewogen en dus naar leeftijd, geslacht en
23
Op het moment van schrijven van deze rapportage (september / oktober 2020) is het vragenlijstonderzoek nog niet in alle Brabantse energie-regio’s uitgevoerd. 24 Voor de weging naar leeftijd zijn de volgende categorieën gehanteerd: 18 tot en met 29 jaar; 30 tot en met 39 jaar; 40 tot en met 54 jaar; 55 tot en met 64 jaar; 65 tot en met 74 jaar en 75 tot en met 85 jaar. De opleidingsniveaus24 zijn onderverdeeld in de categorieën ‘laag’, ‘midden’ en ‘hoog’.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
32
opleiding gecorrigeerde gegevens. De (gewogen) resultaten zijn voor wat betreft deze achtergrondkenmerken representatief en betrouwbaar voor de betreffende regio.25 In Bijlage A zijn de verdelingen van de respondenten naar achtergrondkenmerken te vinden. 8.1.2
Significante verschillen naar leeftijds-en opleidingsgroepen Om te onderzoeken of mensen uit verschillende leeftijds- en opleidingsgroepen en uit verschillende gemeenten anders antwoorden op de verschillende vragen en stellingen, maken we gebruik van de chi-kwadraattoets. Het gemiddelde van de ene groep wordt vergeleken met het gemiddelde van andere groepen. Deze toets beoordeelt of het verschil tussen groepen daadwerkelijk (met 95% betrouwbaarheid) in de populatie bestaat, of dat het verschil berust op de toevallige samenstelling van de responsgroep. Daar waar zich significante en relevante verschillen tussen groepen voordoen, wordt een beschrijving hiervan opgenomen in de rapportages. De tabellen met uitsplitsing van de resultaten naar leeftijds- en opleidingsgroepen zijn te vinden in bijlage B. Daar zien we bijvoorbeeld (tabel 37) dat respondenten met een laag opleidingsniveau in vergelijking met respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker aangeven nog niet van de RES op de hoogte te zijn (81% t.o.v. 48%).
8.1.3
Research Community Om de resultaten van de online peilingen te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien, worden de respondenten uitgenodigd voor deelname aan een gesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’. Een Research Community is een besloten platform (afgeschermde website) waarop alleen de (uitgenodigde) leden van de Research Community toegang toe hebben. In de Research Community is het mogelijk met een groep mensen gedurende een bepaalde periode in gesprek te gaan over verschillende onderwerpen. Een community bestaat uit een groep van 50 tot 70 inwoners uit de betreffende regio. Zij delen gedurende een periode van 8 dagen online ideeën en gedachten over de resultaten van de peiling, over knelpunten en oplossingsrichtingen. Hiervoor worden verschillende technieken gebruikt. In de community worden vragen gesteld, stellingen voorgelegd of deelnemers worden gevraagd te reageren op een casus. De onderwerpen die aan bod komen in de Research Community zijn mede gebaseerd op de resultaten van de internetpeiling.
25
De weegfactoren voor leeftijd, opleidingsniveau en gemeente zijn opgenomen in Bijlage A, Achtergrondkenmerken.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
33
. Achtergrondkenmerken Achtergrondkenmerken respondenten
Hieronder geven we in tabellen de achtergrondkenmerken van de 2.345 respondenten van de internetpeiling weer. De gegevens zijn ongewogen. Tabel 25. Respons naar gemeenten (vraag 0) Abs
%
Altena
158
7
Alphen-Chaam
26
1
Baarle-Nassau
18
1
Bergen op Zoom
390
17
Breda
242
10
Drimmelen
32
1
Etten-Leur
48
2
Geertruidenberg
93
4
Halderberge
82
3
Moerdijk
36
2
Oosterhout
189
8
Roosendaal
833
36
Rucphen
33
1
Steenbergen
68
3
Woensdrecht
61
3
Zundert
36
2
Totaal
2.345
100
Tabel 31a. Weegfactoren naar gemeente26 Weegfactor Altena
26
1,13119
Alphen-Chaam
1,30612
Baarle-Nassau
1,217494
Bergen op Zoom
0,572096
Breda
2,510771
Drimmelen
2,861643
Etten-Leur
2,971291
Geertruidenberg
0,762575
Halderberge
1,234016
Moerdijk
3,427788
Oosterhout
0,980592
Roosendaal
0,308493
Rucphen
2,367159
Steenbergen
1,208838
Woensdrecht
1,207538
Zundert
2,060934
We hebben de resultaten gewogen naar gemeente, leeftijd en
opleidingsniveau. Hierbij is de totale weegfactor per respondent een vermenigvuldiging van deze drie variabelen, waarbij we aftoppen op 5. Een respondent krijgt daarmee nooit een hogere weegfactor dan 5.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
34
Tabel 26. Respons naar leeftijd (vraag 3) Abs
%
16 tot en met 30 jaar
119
5
31 tot en met 40 jaar
283
12
41 tot en met 50 jaar
412
18
51 tot en met 60 jaar
544
23
61 tot en met 70 jaar
633
27
71 jaar en ouder
354
15
Tabel 32a. Weegfactoren naar leeftijd Weegfactor 16 tot en met 30 jaar
4,0831222857
31 tot en met 40 jaar
1,1413677511
41 tot en met 50 jaar
0,8897259720
51 tot en met 60 jaar
0,7780936836
61 tot en met 70 jaar
0,5579431603
71 jaar en ouder
1,0845598779
Tabel 27. Respons naar hoogst afgeronde opleiding (vraag 4) Abs
%
Lagere school / basisonderwijs / geen onderwijs
51
2
Vmbo / mavo
308
13
Havo / vwo
165
7
Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)
584
25
Hoger beroepsonderwijs (hbo)
865
37
Wetenschappelijk onderwijs (universiteit)
336
14
Wil ik niet zeggen / weet ik niet
36
2
Tabel 33a. Weegfactoren naar opleidingsniveau Weegfactor Laag
1,8776442
Middelbaar
1,282304
Hoog
0,5630539
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
35
Tabel 28. Respons naar woningtype (vraag 1) Abs
%
Koopwoning
1.966
84
Huurwoning van een woningcorporatie
298
13
Huurwoning via particulier
53
2
Anders
28
1
Tabel 29. Respons naar woonplek (vraag 2) Abs
%
Landelijk gebied / in het buitengebied (buiten de bebouwde kom)
226
10
Aan de rand van de bebouwde kom met vrij uitzicht (op weilanden, natuur, etc.)
343
15
Aan de rand van de bebouwde kom zonder vrij uitzicht
611
26
Midden in de bebouwde kom
1.124
48
Anders
41
2
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
36
. Significantie naar leeftijdsen opleidingsgroepen In deze bijlage zijn de significante verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen van de vragen 5, 10, 21, 23, 25 en 28 te vinden. Daar waar zich significante verschillen van een groep respondenten ten opzichte van het gemiddelde voordoen, is dit aangegeven met een *. Vraag 5 - Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie Strategie (RES)? Eén antwoord mogelijk. Tabel 30. Vraag 5 - uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.345 / %) 16-30
31-40
41-50
51-60
61-70
71+
Gemiddeld RES-West
Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud
12
20*
16
14
15
9
14
Ja, ik heb wel eens van een RES gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud
25
21
19
22
19
23
22
Nee, ik was hiervan niet op de hoogte
62
60
65
64
66
68
64
Tabel 31. Vraag 5 - uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 2.345 / %) Laag
Midden
Hoog
Gemiddeld RES-West
Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud
7
12
24*
14
Ja, ik heb wel eens van een RES gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud
12
24
29*
22
Nee, ik was hiervan niet op de hoogte
81*
65
48
64
Verschillen naar leeftijds- en opleidingsgroepen
Respondenten met de leeftijd tussen de 31 en 40 jaar geven vaker dan gemiddeld aan dat zij op de hoogte zijn van het proces en de inhoud van de RES (20% t.o.v. 14% gemiddeld). Respondenten met een laag opleidingsniveau geven relatief vaak aan nog niet van de RES op de hoogte te zijn (81% t.o.v. 64% gemiddeld). Dit terwijl respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker dan gemiddeld aangeven bekend te zijn met het proces en de inhoud van de RES (24% t.o.v. 14% gemiddeld) of wel eens van de RES te hebben gehoord, zonder zicht te hebben op het proces en/of de inhoud (29% t.o.v. 22% gemiddeld). Vraag 10 - Het is de bedoeling dat in 2030 op de helft van alle daken van huizen zonnepanelen liggen. Liggen er dan ook zonnepanelen op jouw dak? Eén antwoord mogelijk. Tabel 32. Vraag 10 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.345 / %) 16-30
31-40
41-50
51-60
61-70
71+
Gemiddeld RES-West
Ja, ik heb ze nu al
24
24
33
38*
38*
21
30
Ja
6
12*
7
8
4
4
7
Weet ik niet, ik woon in een huurhuis
19
22*
9
11
13
26*
17
Misschien
19
17
21*
18
12
18
17
Nee
32
25
29
24
33
30
29
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
37
Tabel 33. Vraag 10 – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 2.345 / %) Laag
Midden
Hoog
Gemiddeld RES-West
Ja, ik heb ze nu al
21
28
40*
30
Ja
4
6
12*
7
Weet ik niet, ik woon in een huurhuis
31*
15
5
17
Misschien
17
19
17
17
Nee
28
32*
26
29
Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen
Respondenten tussen de 51 en 70 jaar oud geven vaker dan gemiddeld aan al zonnepanelen op hun daken te hebben liggen (38%). Respondenten tussen de 31 en 40 jaar (22%) en van 71 jaar en ouder (26%) geven vaker dan gemiddeld aan dat zij niet weten of er in 2030 zonnepanelen op hun daken liggen, aangezien zij in een huurhuis wonen. Mensen met een laag opleidingsniveau geven relatief vaak aan dat zij niet weten of ze over tien jaar zonnepanelen op hun dak hebben liggen, aangezien ze in een huurhuis wonen (31%). Mensen met een hoger opleidingsniveau geven vaker dan gemiddeld aan dat zij al zonnepanelen hebben (40%) of dat ze er in 2030 zeker zullen liggen (12%). Vraag 21 - In hoeverre vind je de volgende aspecten belangrijk? Tabel 34. Vraag 21a – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) A. Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
36
44
9
7*
5*
31-40 jaar
40
43
11
5
1
41-50 jaar
45*
37
13
3
3
51-60 jaar
36
43
12
3
5*
61-70 jaar
40
46
8
2
4
71 jaar en ouder
36
48
11
3
1
Gemiddeld RES-West
39
44
11
4
3
16-30 jaar
Tabel 35. Vraag 21b – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) B. Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
16-30 jaar
33
43
13
5*
5*
31-40 jaar
40
42
14
4
0
41-50 jaar
42
42
10
3
3
51-60 jaar
37
45
11
2
5*
61-70 jaar
37
51*
7
2
3
71 jaar en ouder
33
50
12
2
2
Gemiddeld RES-West
37
45
11
3
3
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
38
Tabel 36. Vraag 21c – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) C. Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
16-30 jaar
20
48*
15
13
4
31-40 jaar
15
42
28
13
2
41-50 jaar
19
38
27
13
3
51-60 jaar
17
33
25
18
6
61-70 jaar
15
38
24
16
6
71 jaar en ouder
17
27
35*
16
4
Gemiddeld RES-West
17
38
25
15
4
Tabel 37. Vraag 21d – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) D. Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
16-30 jaar
21
46*
17
12
4
31-40 jaar
16
44
28
11
1
41-50 jaar
19
41
25
11
4
51-60 jaar
21
37
24
13
5
61-70 jaar
17
43
23
10
6*
71 jaar en ouder
19
28
39*
11
3
Gemiddeld RES-West
19
40
26
11
4
Tabel 38. Vraag 21e – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) E. Inwoners kunnen medeeigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie)
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
16-30 jaar
13
40*
29
13
5
31-40 jaar
13
35
34
16
2
41-50 jaar
15
33
33
14
4
51-60 jaar
17
32
27
17
8*
61-70 jaar
14
37
29
14
7
71 jaar en ouder
15
30
36*
15
4
Gemiddeld RES-West
15
35
31
15
5
Tabel 39. Vraag 21f – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) F. Inwoners kunnen medeeigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie)
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
16-30 jaar
13
42
27
12
5
31-40 jaar
14
38
35*
12
2
41-50 jaar
17
38
30
11
4
51-60 jaar
21*
34
29
10
6
61-70 jaar
15
46*
25
8
5
71 jaar en ouder
18
34
32
12
4
Gemiddeld RES-West
17
39
29
11
5
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
39
Tabel 40. Vraag 21a – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) A. Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
Laag opgeleid
24
49*
18*
3
6*
Middelbaar opgeleid
40
45
9
4
3
Hoog opgeleid
51*
37
6
4
2
Gemiddeld RES-West
39
44
11
4
3
Tabel 41. Vraag 21b – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) B. Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
Laag opgeleid
25
51*
17*
2
5*
Middelbaar opgeleid
39
45
10
4
2
Hoog opgeleid
46*
40
8
3
2
Gemiddeld RES-West
37
45
11
3
3
Tabel 42. Vraag 21c – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) C. Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
Laag opgeleid
13
36
30*
14
7*
Middelbaar opgeleid
18
40
24
15
3
Hoog opgeleid
21*
37
22
16
3
Gemiddeld RES-West
17
38
25
15
4
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
Tabel 43. Vraag 21d – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) D. Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen
Heel belangrijk
Laag opgeleid
13
37
33*
10
7*
Middelbaar opgeleid
20
43*
24
11
3
Hoog opgeleid
23*
39
21
13
3
Gemiddeld RES-West
19
40
26
11
4
Tabel 44. Vraag 21e – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) E. Inwoners kunnen medeeigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie) Laag opgeleid
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
10
32
41*
10
7*
Middelbaar opgeleid
14
34
31
16
4
Hoog opgeleid
20*
38*
22
17
3
Gemiddeld RES-West
15
35
31
15
5
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
40
Tabel 45. Vraag 21f – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.118 / %) F. Inwoners kunnen medeeigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie)
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrijk
Weet niet / geen mening
Laag opgeleid
10
36
Middelbaar opgeleid
17
40
39*
8
8*
29
12
3
Hoog opgeleid
23*
41
21
12
3
Gemiddeld RES-West
17
39
29
11
5
Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen
Jongeren (16 t/m 30 jaar) lijken relatief iets minder geïnteresseerd in het meedenken in wind- en zonneprojecten dan de andere leeftijdsgroepen. Zij zijn vooral meer geïnteresseerd in het investeren in wind- en zonneprojecten, of het mede-eigenaar worden van windprojecten in de regio. Respondenten tussen de 41 en 50 jaar geven vaker dan gemiddeld aan dat zij het heel belangrijk vinden om mee te kunnen denken in windprojecten (45%). 51-60 jarigen geven relatief vaak aan dat zij het heel belangrijk vinden dat ze mede-eigenaar kunnen worden van zonneprojecten in de regio (21%). Respondenten tussen de 61 en 70 jaar vinden het relatief gezien belangrijk om mee te denken bij (51%) of mede-eigenaar te worden van (46%) zonneprojecten in de regio. Respondenten van 71 jaar en ouder staan wat gematigder tegenover voorgenoemde stellingen, zij antwoorden relatief vaak ‘niet belangrijk / niet onbelangrijk’. Over het algemeen lijken lager opgeleiden een wat minder sterke mening te hebben over het meedenken, mee-investeren of mede-eigenaar worden in wind- en zonneprojecten. Zij antwoorden relatief vaak ‘niet belangrijk / niet onbelangrijk’ of ‘weet niet / geen mening’ op bovengenoemde stellingen. Hoger opgeleiden antwoorden op alle voorgenoemde stellingen significant vaker ‘(heel) belangrijk’. Vraag 23 - Stel, er komt in jouw omgeving een zonnepark of een windturbine.
Zou je daaraan willen meedoen? Eén antwoord mogelijk. Tabel 46. Vraag 23 - uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 2.111 / %) 16-30
31-40
41-50
51-60
61-70
71+
Gemiddeld RES-West
Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie
10
17*
11
14
14
11
13
Ja, via aandelen, certificaten of obligaties
23*
14
14
13
8
7
13
Nee, ik heb hier geen interesse in
15
25
27
23
26
28
24
Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten
45
36
40
40
43
46
42
Ik neem al deel in een zonnepark of windmolen
2
1
2
3*
2
1
2
Anders
5
7
6
6
6
8
6
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
41
Tabel 47. Vraag 23 - uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 2.111 / %) Laag
Midden
Hoog
Gemiddeld RES-West
6
14
17*
13
Ja, via aandelen, certificaten of obligaties
11
13
17*
13
Nee, ik heb hier geen interesse in
33*
21
18
24
Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten
45*
43
37
42
Ik neem al deel in een zonnepark of windmolen
1
2
2
2
Anders
4
6
9*
6
Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie
Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen
Respondenten tussen de 16 en 30 jaar van energieregio West-Brabant geven vaker dan gemiddeld aan via aandelen, certificaten of obligaties mee te willen doen aan een zonnepark of windturbine in de regio (23%). Respondenten tussen de 31 en 40 jaar geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie (17%). Respondenten met een laag opleidingsniveau geven relatief vaak aan geen interesse in deelname te hebben (33%) of dit nu nog niet te kunnen inschatten (45%). Dit terwijl respondenten met een hoog opleidingsniveau relatief vaak aangeven via een lokaal samenwerkingsverband / lokale energiecoöperatie of via aandelen, certificaten of obligaties te willen deelnemen aan een zonnepark of windturbine in de regio (17%).
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
42
. Vragenlijst internetconsultatie RES West-Brabant Vragen energietransitie in West-Brabant Fijn dat je wilt meedoen aan dit onderzoek over de opwek van duurzame energie in WestBrabant. Onze gemeenten, de provincie, de waterschappen en de netbeheerder hebben gezamenlijk een plan gemaakt voor de energietransitie in onze regio. Dit deden ze samen met inwoners, het bedrijfsleven, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties. In deze vragenlijst leggen we je graag enkele keuzes voor die we in dit plan hebben gemaakt. Het invullen van deze vragenlijst duurt ongeveer 15 minuten. 0. In welke gemeente woon je? Enkelkeuze: > routing naar goede sectie (regiospecifieke). Regio Hart van Brabant Regio Noordoost Brabant
Dongen Gilze en Rijen Goirle Haaren Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk
Bernheze
Regio West Brabant Altena
Boekel
Alphen-Chaam
Boxmeer
Baarle-Nassau
Boxtel
Bergen op Zoom
Cuijk
Breda
Grave
Drimmelen
Haaren
Etten-Leur
’s-Hertogenbosch
Geertruidenberg
Landerd
Halderberge
Meierijstad
Moerdijk
Mill en Sint Hubert
Oosterhout
Oss
Roosendaal
Sint Anthonis
Rucphen
Sint-Michielsgestel
Steenbergen
Uden
Woensdrecht
Vught
Zundert
Regio Zuidoost Brabant
Ik woon in een andere (Brabantse) gemeente > einde vragenlijst tekstblok: “Deze vragenlijst is alleen bedoeld voor inwoners van een gemeente in Brabant-West. Je valt helaas buiten deze doelgroep. Je kunt dit venster nu sluiten.”
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
43
Asten Bergeijk Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre
Vooraf Willen we je graag enkele achtergrondvragen stellen. We wijzen je er op dat alle gegevens die je invult anoniem verwerkt worden en vertrouwelijk worden behandeld. Deze achtergrondvragen gebruiken we om de antwoorden achteraf uit te kunnen splitsen naar specifieke kenmerken, zoals leeftijdsgroepen. 1.
Woon je in een huur- of koopwoning?
Koopwoning
2.
Waar woon je?
Landelijk gebied / in het buitengebied (buiten de bebouwde kom)
3.
Wat is je leeftijd?
4.
Wat is je hoogst afgeronde opleiding (met een diploma)?
Lagere school / basisonderwijs / geen onderwijs
Huurwoning van een woningcorporatie Huurwoning via particulier Anders, namelijk: …
Aan de rand van de bebouwde kom met vrij uitzicht (op weilanden, natuur, etc.) Aan de rand van de bebouwde kom zonder vrij uitzicht Midden in de bebouwde kom Anders, namelijk:
Vmbo / mavo Havo / vwo Middelbaar beroepsonderwijs (mbo) Hoger beroepsonderwijs (hbo) Wetenschappelijk onderwijs (universiteit) Wil ik niet zeggen / weet ik niet
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
44
Algemeen 5.
Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie Strategie (RES)?
Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud
Nee, ik was hiervan niet op de hoogte
Ja, ik heb wel eens van een RES gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud
(Invullen voor de ‘ja’s’ uit vraag 5) 6. Op welke manier ben je aan informatie gekomen over de RES?
7.
We vinden het belangrijk dat het verduurzamen van onze energie, dus het gebruik van schone energie, ook zorgt voor nieuwe kansen. De keuzes die we nu en in de toekomst maken, moeten voldoen aan een aantal criteria. Wat vind jij het belangrijkste? Maximaal 3 antwoorden mogelijk.
We kiezen altijd voor de optie die de meeste energie oplevert
We gebruiken zo veel mogelijk ruimte die ‘over’ is, dus ruimte die nu niet echt een functie heeft (denk aan oude stortplaatsen, reststroken langs, infrastructuur en leegstand op bedrijventerreinen)
Waar het kan maken we in combinatie met zonne- of windenergie ‘nieuw’ landschap, met natuur of recreatiemogelijkheden
We kiezen voor de mogelijkheden die het beste passen bij het elektriciteitsnetwerk dat we nu hebben
We kiezen voor de mogelijkheden die mensen in de regio het meest passend vinden
We kiezen voor de mogelijkheden die bijdragen aan een betaalbare energietransitie voor iedereen
De financiële opbrengsten worden voor een deel gebruikt om te investeren in een fijne omgeving om te wonen
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
45
Energie besparen 8.
De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Isoleren van huizen, nieuwe huizen die energieneutraal worden gebouwd en het opslaan van energie zijn daarbij belangrijk. In de RES hebben we de ambitie om het besparen van energie te versnellen. Wie vind je dat daarin het voortouw moet nemen?
De overheid (zij moet geld beschikbaar stellen om huizen te isoleren)
Deze ontwikkeling gaat vanzelf, extra tijd en geld van gemeenten is niet nodig
9.
Waar moet de overheid prioriteit aan geven als het gaat om energiebesparing? Maximaal 2 antwoorden mogelijk.
Advies geven over de mogelijkheden tot aanpassing in en rond de woning
Verplicht stellen van maatregelen
Alle huiseigenaren dragen hierin eigen verantwoordelijkheid (zij kunnen dit doen of niet, en eventueel gebruik maken van een duurzaamheidslening) Anders, namelijk…
Verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen Geven van een lening voor energiebesparende maatregelen Organiseren van collectieve acties (zoals het gezamenlijk inkopen van zonnepanelen) Anders, namelijk…
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
46
Zonne-energie In de toekomst willen we maximaal gebruik maken van de energie die we via de zon kunnen opwekken. Op daken van huizen, op grote daken van bedrijven en via zonneparken (parken met meerdere zonnepanelen bij elkaar). 10. Het is de bedoeling dat in 2030 op de helft van alle daken van huizen zonnepanelen liggen. Liggen er dan ook zonnepanelen op jouw dak?
Ja, ik heb ze nu al → verder naar vraag 13 Ja, omdat … → verder naar vraag 11 en 12 Weet ik niet, ik woon in een huurhuis → verder naar vraag 13 Misschien, omdat … → verder naar vraag 11 en 12 Nee, omdat….→ verder naar vraag 13
11. Wat heb je nodig om in de toekomst zonnepanelen op je dak te leggen? (routing voor mensen die ja of misschien hebben ingevuld bij vraag 5) Meerdere antwoorden mogelijk
Informatie over zonnepanelen en leveranciers Advies op maat wat past bij mijn dak Een aanbod waarbij ik met mijn buren zonnepanelen kan kopen Een duurzaamheidslening om de panelen te kunnen betalen Anders, namelijk…
12. Op welke termijn verwacht je zonnepanelen op jouw dak te installeren?
< 1 jaar 1 – 5 jaar 5 – 7 jaar > 7 jaar Dat weet ik niet
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
47
13. Voor het aanleggen van zonneparken (park met meerdere zonnepanelen bij elkaar) er verschillende mogelijkheden. Niet alles kan op elke locatie, maar welke variant(en) spreekt / spreken jou het meest aan? Maximaal 2 antwoorden mogelijk.
Zonneparken in combinatie met windturbines.
Zonneparken alsbuffer langs beken en kreken. Zonneparken in combinatie met natte natuur.
Zonneparken in knooppunten. Zonneparken op restruimtes tussen het hoogspanningstracé, HSL en snelwegen. Zonneparken bij landingsbanen vliegvelden.
Zonneparken aan de randen van bedrijventerreinen en in combinatie met vergroenen. Zonneparken in woonkernen in combinatie het aanpassen van de omgeving, zodat je minder kwetsbaar bent voor de gevolgen van klimaatverandering (enorme regenval in korte tijd, langere tijd van grote droogte).
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
48
Zonneparken met nieuwe natuur.
Zonneparken in combinatie met geschikte landbouwgewassen.
Anders, namelijk:
14. En welke variant spreekt je het minst aan? Je kunt er één kiezen. (Zie tegels hierboven)
Variant 1 Variant 2 Variant 3 Variant 4 Variant 5 Variant 6 Anders namelijk,…
Windenergie Binnen een paar jaar staan er in West-Brabant ruim 100 windturbines, dit zijn deels turbines die er nu al staan en deels windturbines die al gepland zijn. Tot 2030 komen daar nog zo’n 10 windturbines bij en we willen 25 turbines vernieuwen die verouderd zijn. 15. Op de kaart zie je waar er windturbines staan en komen. Ook staan er donker gearceerde cirkels op de kaart. Dat zijn gebieden waar er gekeken gaat worden of er voor 2030 3 of 4 windturbines bij geplaatst kunnen worden. Deze gebieden noemen we zoekgebieden. We vragen eerst wat je van deze zoekgebieden in het algemeen vindt, daarna stellen we per zoekgebied een vraag.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
49
Geef aan in hoeverre je het eens of oneens bent met de volgende stellingen. Als je wilt kun je per stelling een toelichting geven. Klik op de schaal om het handvat te plaatsen. a. Dit zijn in het algemeen voor mij ook de meest logische zoekgebieden voor het plaatsen van windturbines Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….
Weet niet / geen mening
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
50
b. Ik vind het zoekgebied (gearceerde deel op de kaart) bij Woensdrecht een geschikt zoekgebied. Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….
Weet niet / geen mening
c. Ik vind het zoekgebied (gearceerde deel op de kaart) bij de Auvergnepolder bij Bergen op Zoom een geschikt zoekgebied . Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….
Weet niet / geen mening
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
51
d. Ik vind het zoekgebied (gearceerde deel op de kaart) bij de Oranjepolder tussen Oosterhout en Raamsdonkveer een geschikt zoekgebied. Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….
Weet niet / geen mening
Richting 2030 gaat er ook op de zandgronden tussen Rucphen en Baarle-Nassau gekeken worden naar de mogelijkheden voor windenergie. Op dit moment kan het elektriciteitsnetwerk dat nog niet aan.
e. Ik vind de zoekgebieden (gearceerde delen op de kaart( tussen Rucphen en BaarleNassau geschikte locaties. Helemaal oneens -------1-------2-------3-------4--------5 ------- helemaal eens Omdat,….
Weet niet / geen mening
16. Welke uitspraak of uitspraken spreken je het meeste aan als het gaat over windenergie?
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
52
Maximaal 2 antwoorden mogelijk.
Ik zou graag willen dat de regio volop inzet op windenergie en ook nieuwe gebieden hiervoor aanwijst in mijn regio
Ik vind het goed dat er alleen nieuwe windturbines geplaatst worden in al bestaande gebieden voor windenergie
Ik vind dat er in de bestaande gebieden al voldoende windturbines staan en dat voor meer windturbines nieuwe gebieden aangewezen moeten worden.
Ik sta sowieso negatief ten opzichte van windenergie, ongeacht waar windturbines geplaatst worden
Ik vind dat windturbines altijd in een cluster van windturbines neergezet moeten worden en niet als een soort hagelslag door het landschap
Dat weet ik niet / geen mening Anders, namelijk ….
17. Stel dat het niet lukt om in de mix van: • Zon op daken van woningen • Zon op grote daken • Zonneparken • Windenergie genoeg energie op te wekken, wat vind je dan geschikte alternatieven om naar te kijken? Zet in volgorde van voorkeur. Je kunt de antwoorden op volgorde boven de streep slepen.
Een windturbine (extra) in mijn gemeente Een zonnepark (extra) in mijn gemeente Kleine windturbines bij agrarische bedrijven in mijn gemeente Geen voorkeur / ik wil niet dat er wordt geïnvesteerd in wind- en zonne-energie.
17a. Ik heb een ander idee om meer energie op te wekken, namelijk:
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
53
Warmte In de meeste huishoudens is aardgas nu nog een vanzelfsprekende keuze voor verwarmen en koken. Daar komt de komende 30 jaar verandering in. Niet in één keer, maar geleidelijk. De komende periode maakt iedere gemeente een plan hoe de eerste woningen voor 2030 van het aardgas af gaan. 18. Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Als je wilt kun je jouw antwoord toelichten. helema al eens
eens
niet eens/ niet oneens
oneen s
Het is haalbaar dat alle woningen in 2050 van het aardgas af zijn Ik maak mij zorgen over de monopoliepositie van grote energiebedrijven en wat dat betekent voor mijn energierekening Ik maak mij zorgen over de kosten om mijn huis aan te passen Ik maak mij geen zorgen als het gaat over duurzame warmte Ik vind het ingewikkeld dat jezelf niet veel te kiezen hebt
helema Weet al niet / oneens geen mening
19. In hoeverre hebben onderstaande warmtebronnen jouw voorkeur? Totaal niet mijn voorkeur -------1-------2-------3-------4--------5 ------- Volledig mijn voorkeur
Warmte uit buitenlandse biomassa (grondstof uit planten, bomen, plantaardig afval dat je als bron voor energie kan gebruiken)
Warmte uit Nederlandse biomassa (grondstof uit planten, bomen, plantaardig afval dat je als bron voor energie kan gebruiken)
Warmte uit water Warmte uit afval Restwarmte uit de industrie Warmte uit de aarde (geothermie) Geen mening / weet niet
20. Waarschijnlijk kunnen we in de toekomst gebruik maken van 100% groene energie. Maar tot die tijd hebben we ook andere bronnen nodig. Kun je je hierin vinden voor komende 10 – 15 jaar?
Ja, omdat …
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
54
N.v. t.
toelichti ng (indien gewenst)
Nee, omdat… Geen mening / weet niet
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
55
Betrokken worden Hoe wil je betrokken worden bij de overstap naar duurzame energie? Moet iedereen kunnen profiteren van de financiële opbrengsten, of profiteren diegenen die investeren? Wil je meepraten en op welke manier? Daarover stellen we je graag enkele vragen. 21. In hoeverre vind je de volgende aspecten belangrijk? Heel belangrij k
Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie) Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie)
Belangrij Niet k belangrijk / niet onbelangri jk
Onbelangr ijk
Weet niet / geen mening
22. Hoe vind je dat de opbrengsten van een zonnepark (park met zonnepanelen in het landschap) of windpark in jouw gemeente verdeeld zouden moeten worden? Meerdere antwoorden mogelijk.
De grondeigenaren ontvangen de opbrengsten.
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de gemeente, bijvoorbeeld door te investeren in collectieve acties voor isolatie en energiebesparing (denk aan een voetbalclub).
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de regio door middel van een fonds dat wordt opgericht van waaruit investeringen in de regio worden gedaan.
Alle investeerders ontvangen de opbrengsten, ook als deze niet direct in de regio wonen.
Anders, namelijk: ..
Een deel van de opbrengsten is voor direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis.
Dat weet ik niet
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
56
23. Stel, er komt in jouw omgeving een zonnepark of een windturbine. Zou je daaraan willen meedoen?
Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie Ja, via aandelen, certificaten of obligaties Nee, ik heb hier geen interesse in (routing ->naar vraag 25) Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten Ik neem al deel in een zonnepark of windmolen (routing ->naar vraag 25) Anders, namelijk…
24. Stel, je overweegt om deel te nemen aan een project op het gebied van duurzame energie bij jou in de gemeente. Wat heeft dan je voorkeur en waarom?
Ik wil deelnemen aan een project met zon op grote daken, omdat Ik wil deelnemen aan een zonnepark, omdat … Ik wil deelnemen aan een windturbine, omdat… Ik heb hier geen voorkeur voor, omdat… Ik wil niet deelnemen, omdat
25. Wil je door jouw gemeente betrokken worden bij of geïnformeerd worden over plannen rondom duurzame energie?
Ja → routing 27 Nee → routing 26
26. Indien nee: Wat is de reden dat je niet mee wilt praten in jouw gemeente over dit onderwerp? → verder met vraag 29
27. Waar wil je zeker bij betrokken worden? Meerdere antwoorden mogelijk.
Over waar windturbines komen te staan
Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan de omwonenden
Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan collectieve projecten (zoals cultuur, sport en leefbaarheid in de omgeving)
Over het besluitvormingsproces rondom duurzame energie van mijn gemeente
Over waar zonneparken komen te staan Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie in mijn gemeente Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in mijn gemeente
Over andere zaken, namelijk: …
28. Op welke manier wil je graag betrokken / geïnformeerd worden? Meerdere antwoorden mogelijk.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
57
Via bijeenkomsten (bijv. van dorps- of wijkraden) Via websites Via een nieuwsbrief Via digitale vormen (bijv. via apps, social media of online platforms) Via de (lokale) krant Via enquêtes / vragenlijsten Via persoonlijk contact Anders, namelijk
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
58
29. Online doorpraten Graag willen we vanuit de RES West met bewoners doorpraten over de onderwerpen uit deze vragenlijst. Dit doen we in september via een online besloten platform. Hierop kunnen we op een interactieve, leuke en creatieve manier dieper op thema’s ingaan en met elkaar van gedachten wisselen. Heb je interesse om hier aan deel te nemen? Vul dan hieronder je e-mailadres in zodat we je op een later moment meer informatie over aanmelding kunnen sturen. Op een later moment kan je dus nog beslissen of je mee wilt doen of niet. We gebruiken je e-mailadres alleen om je informatie over het online platform te sturen.
Ja, ik heb interesse. Mijn e-mailadres is: …. Nee, ik heb geen interesse
30. Heb je nog overige opmerkingen over deze vragenlijst? Dan kun je deze hieronder kwijt.
Wil je meer weten over wat er in het plan van de RES West staat? Klik dan hier voor een animatie. Hartelijk dank, je antwoorden zijn succesvol opgeslagen. Je kunt deze pagina nu sluiten.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
59
Over het PON/Telos Passie voor samen leven Het PON/Telos is een kennisonderneming in het hart van de samenleving. We halen meningen en voorkeuren uit de samenleving op over alles wat mensen bezig houdt. Bij de mensen zelf, in nauwe samenwerking met die mensen. Die voorkeuren en meningen onderzoeken we, analyseren we en duiden we. Met prikkelende aanpakken en innovatieve methodieken. Emoties verbinden we aan feiten, kennis koppelen we aan beleving. We leggen dwarsverbanden die op het eerste gezicht niet zo vanzelfsprekend zijn. En soms ontwrichten we. Met die uitkomsten en inzichten adviseren we beleidsmakers en bestuurders. Of ze nu bij een gemeente, provincie, woningcorporatie of zorginstelling werken. Zodat ze afgewogen keuzes kunnen maken. Zodat ze bestuurlijk kunnen vernieuwen. En zodat ze een positieve impuls kunnen geven aan de samenleving van morgen.
Stationsstraat 20c 5038 ED Tilburg +31 (0)13 535 15 35 info@hetpon.nl www.hetpon.nl