3. Havendijk Kom Noord, Oudenbosch vastgesteld 1 Toelichting.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN HAVENDIJK KOM NOORD, OUDENBOSCH GEMEENTE HALDERBERGE
Opdrachtgever Gemeente Halderberge Auteur Bureau Dhondt Projectnummer 22017 IMRO-identificatie NL.IMRO.1655.BP1025-C001 Status vastgesteld Datum januari 2024
Toelichting
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 17 21
Hoofdstuk 4 Planologisch relevante aspecten 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Watertoets 4.4 Flora- en fauna 4.5 Stikstofdepositie 4.6 Cultureel erfgoed 4.7 Verkeer en parkeren 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Geur 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Externe veiligheid 4.12 M.e.r.-beoordeling
29 29 31 33 37 41 42 45 47 50 53 55 59
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Opzet regels 5.3 Verbeelding
61 61 61 64
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële-economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
65 65 65
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Algemeen
De gemeente Halderberge is voornemens om de noordrand van de kern Oudenbosch, ook wel 'Havendijk Kom Noord' genoemd, integraal te transformeren en af te ronden. De noordelijke rand van het dorp wordt getransformeerd naar een duurzaam samenhangend gebied met een balans tussen nieuwe woningbouw, groen en de herstructurering van de begraafplaats. Het gebied kent leegstand, is rommelig en vormt geen representatieve entree/rand voor het dorp. Ten behoeve van deze ontwikkelingen heeft de gemeente Halderberge op 16 december 2021 de gebiedsvisie 'Havendijk Kom Noord' vastgesteld. Deze gebiedsvisie beschrijft de uitgangspunten en een programma van eisen waaraan de transformatie van dit gebied moet voldoen om te komen tot een kwaliteitsimpuls met een integrale aanpak. In de gebiedsvisie staan de kaders en ambities beschreven waaraan de nieuwe ontwikkelingen moet voldoen, verdeeld over 6 deelgebieden. Het kaartbeeld van de gebiedsvisie is als Bijlage 1 toegevoegd aan het bestemmingsplan. Onderhavig plangebied bestaat uit de deelgebieden 3, 4 en 5 uit de gebiedsvisie. Voor de overige gebieden worden separate procedures doorlopen. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het plangebied, bestaande uit de deelgebieden 3, 4 en 5 getransformeerd ten behoeve van woningbouw met in totaal ruimte voor 28 koopwoningen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Havendijk Kom Noord Het gebied Havendijk Kom Noord is gelegen aan de noordrand van de kern Oudenbosch. Aan de westzijde wordt het gebied begrensd door de Havendijk, deze weg loopt langs de rivier de Mark richting het noorden naar het buitengebied van de gemeente Halderberge. Aan de overzijde van de Mark bevindt zich de Jachthaven van Oudenbosch. In het oosten en zuiden sluit het gebied aan op de bestaande woningbouw, gelegen binnen de kern Oudenbosch.
5
Figuur 1.1 Ligging en begrenzing Havendijk Kom Noord
Plangebied (deelgebieden 3, 4 en 5) Onderhavig plangebied bestaat grofweg uit de noordelijke helft van het gebied Havendijk Kom Noord. Het plangebied omvat de percelen kadastraal bekend als gemeente Oudenbosch, Sectie A, nummers 2088, 2136 en een gedeelte van het perceel nummer 1536. De totale omvang van het plangebied bedraagt circa. 27.540 m2. Het plangebied is gelegen op de grens van de bebouwde kom en het buitengebied van Oudenbosch. In het westen wordt het plangebied begrenst door de Havendijk en in het oosten door de Drimmelaarstraat en de Strijmondlaan. In het zuiden sluit het plangebied enerzijds aan op de bestaande woonpercelen aan de Havendijk 10c en de Strijmondlaan 70 t/m 78 en anderzijds op de resterende delen van het nog te ontwikkelen gebied Havendijk Kom Noord.
Figuur 1.2 Ligging en begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Kom Oudenbosch' van toepassing. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 20 juni 2013. De gronden ter plaatse van de begraafplaats en het gebouw van Oki Doki zijn voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. De begraafplaats is daarnaast ook met een functieaanduiding aangeduid en gedeeltelijk voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2'. De weide langs de Havendijk en het grasveld langs de Strijmondlaan ten zuiden van Oki Doki zijn bestemd als 'Groen'. De wegen zijn bestemd met de bestemming 'Verkeer'. Vanaf het rioolgemaal aan de Havendijk 10b loopt een rioolwatertransportleiding richting het noorden. Deze leiding wordt in het bestemmingsplan weergegeven met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'. De westelijke rand van het plangebied aan de Havendijk is daarnaast ook voorzien van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering', ten behoeve van de instandhouding van de waterkering. Als gevolg van de luchtvaartverkeerszone van Breda International Airport is het plangebied ook grotendeels
6
voorzien van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 11'.
Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Kom Oudenbosch' (plangebied is rood omlijnd)
Toets bestemmingsplan Het planvoornemen bestaat uit de transformatie van het plangebied naar een woongebied met ruimte voor in totaal 28 grondgebonden koopwoningen. Het plangebied heeft grotendeels bestemmingen 'Groen' en 'Maatschappelijk'. Binnen deze bestemmingen mag de grond niet gebruikt worden ten behoeve van de functie wonen. Het oprichten van gebouwen is uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. Binnen het bestemmingsplan is één bouwvlak aanwezig, derhalve zijn de bouwmogelijkheden van het vigerend bestemmingsplan ontoereikend voor de voorziene ontwikkeling. Om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken dienen de gronden, ter plaatse van de beoogde woningen, te worden gewijzigd naar de bestemming 'Woongebied' met bouwvlak. De begraafplaats is deels voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. In de nieuwe situatie blijft de begraafplaats behouden op de locatie, er zal enkel een herstructurering plaatsvinden. Ter plaatse van de archeologische dubbelbestemming zijn er geen grondroerende werkzaamheden voorzien groter dan 500 m2 en dieper dan 0,4 m-mv. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' zal mee overgenomen worden in het nieuwe bestemmingsplan.
In onderhavig planvoornemen vinden er geen bouw- en/of sloopwerkzaamheden plaats ter plaatse van de gronden aangeduid met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'. Binnen dit deel van het plangebied vindt enkel een bestemmingswijziging plaats van 'Bedrijf' naar 'Wonen'. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' mogen uitsluitend bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 2,5 m worden gebouwd ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de waterkering. Er zal advies worden ingewonnen bij de waterbeheerder ter afwijking van de gestelde bouwregels. De gebiedsaanduiding 'luchtvaartsverkeerszone - 11' heeft betrekking tot de maximale bouwhoogte ten behoeve van het obstakelvrije start- en landingsvlak. Ter plaatse van de
7
gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerszone - 11' mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan 101,4 m en 110,54 m boven NAP. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt die deze maat overschrijdt. De beoogde ontwikkeling van het plangebied is in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Derhalve is besloten om voor deze ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een planbeschrijving gegeven van enerzijds de bestaande situatie en anderzijds de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 worden de beleidskaders van rijk, provincie en gemeente beschreven. De aspecten met betrekking tot het milieu en landschap komen in hoofdstuk 4 aan bod. De juridische planbeschrijving volgt in hoofdstuk 5 en in hoofdstuk 6 komen respectievelijk de uitvoerbaarheid van het plan en de communicatie aan bod.
8
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat uit de deelgebieden 3, 4 en 5 van de 'Gebiedsvisie Havendijk Kom Noord Oudenbosch' (zie paragraaf 3.3.3). Hieronder wordt per deelgebied een korte beschrijving gegeven van de bestaande situatie.
Deelgebied 3 Het maatschappelijke gebouw binnen deelgebied 3 staat leeg, voorheen was hierin het kinderdagverblijf Oki Doki gevestigd. Deelgebied 3 grenst aan de oostzijde aan de Strijmondlaan, een samenhangende woonbuurt die zich kenmerkt door rijwoningen in een stempelstructuur. De bouwmassa's hebben een eenvoudige en heldere hoofdvorm bestaande uit twee bouwlagen met zadeldak. Aan de westzijde van deelgebied 3 liggen twee vrijstaande kavels (Strijmondlaan 70 en 76). De noordzijde van het deelgebied wordt begrensd door een waardevolle landschappelijke groenstructuur die de overgang met de begraafplaats vormt. Ten zuiden van het deelgebied is een grote open groene ruimte aanwezig met gazon, enkele bomen en speelmogelijkheden. Een groenstrook met bomen en bosplantsoen aan de oost- en westzijde verbindt de groenstructuren aan de zuid- en noordzijde met elkaar.
Deelgebied 4 Ten noorden van deelgebied 3 ligt deelgebied 4 welke momenteel functioneert als entree naar de begraafplaats. Dit relatief kleine deelgebied sluit aan de oostzijde aan op de Strijmondlaan. Tussen de woningen aan de Strijmondlaan en het plangebied staan waardevolle bomen die onderdeel vormen van een groenstructuur rondom de begraafplaats. Deze groenstructuur loopt door aan de zuidzijde van het deelgebied. Ten zuiden van deze structuur sluit het gebied aan op deelgebied 3.
Deelgebied 5 Deelgebied 5 is onder te verdelen in een westelijk en oostelijk deel die van elkaar gescheiden worden door een waardevolle bomenstructuur. Beide delen worden omsloten door een regelmatig en langgerekt watersysteem dat onderdeel is van de natte polder Buitenloos. Het westelijk deel, wat nu functioneert als weide, sluit direct aan op de Havendijk. Vanaf het oude groene lint heeft men duidelijk zicht op het deelgebied. De weide verbindt momenteel de groenstructuur van de Havendijk met de groenstructuur bij de begraafplaats en achter gelegen buitengebied. Aan de zuid- en noordzijde wordt het plangebied omsloten door vrijstaande woningen op ruime percelen. Onderdeel van deelgebied 5 is de begraafplaats die aan de oostkant van het gebied is gelegen. De begraafplaats is onder te verdelen in een zuidelijk- en noordelijk deel. In het zuidelijke deel is de begraafplaats bereikbaar via een entree aan de Strijmondlaan. In het noordelijke deel is een islamitische begraafplaats gelegen. De begraafplaats wordt naast de waterlopen ook omsloten door een dichte groenstructuur met waardevolle bomen en heesters.
9
Figuur 2.1 Foto's bestaande situatie plangebied (linksboven: grasveld ten zuiden van deelgebied 3; rechtsboven: deelgebied 3 (Oki Doki); linksonder: deelgebied 5; rechtsonder: ingang begraafplaats, deelgebied 4)
2.2
Nieuwe situatie
In de gebiedsvisie 'Havendijk Kom Noord' is het gebied, gelegen aan de noordelijke rand van Oudenbosch, verdeeld in 6 deelgebieden. Het doel van de gebiedsvisie is om van de verschillende deelgebieden een samenhangend woongebied te maken met circa 58 nieuwe koopwoningen van verschillende woningtypes, die Havendijk Kom Noord kwalitatief verbeteren. Een buurt waarin rekening wordt gehouden met het bestaande en nieuwe groen, dat inspeelt op klimaatadaptie en een aangename overgang naar het buitengebied maakt. De gebiedsvisie wordt nader toegelicht in paragraaf 3.3.3. De gemeente Halderberge heeft daarnaast ook een beeldkwaliteitsplan voor het plangebied laten opstellen. Hierin zijn de spelregels opgenomen voor de architectonische uitwerking van de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan is als Bijlage 1 bij de regels opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Het voornemen is om het plangebied te transformeren naar een woongebied met woningen van verschillende typologieën waaronder rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen, (half)vrijstaande woningen en ook tiny houses. Daarnaast zal de islamitische begraafplaats opnieuw worden ingericht met een nieuwe toegangsweg en ontmoetingsruimte.
10
Figuur 2.2 Verkavelingsplan Havendijk Kom Noord, Oudenbosch (bron: Aveco de Bondt bv, 23-02-2023)
De verkaveling van het plangebied zoals weergegeven in figuur 2.3 staat niet vast, maar dient ter indicatie van de mogelijke verkaveling van het plangebied. Afhankelijk van het nog te doorlopen CPO-proces kan de verkaveling nog worden gewijzigd. In voorliggend bestemmingsplan zijn derhalve woonvlakken opgenomen waarbinnen meerdere verkavelingsopties mogelijk zijn.
Deelgebieden 3 en 4 In de nieuwe situatie sluiten deelgebieden 3 en 4 aan op de bestaande woonbuurt aan de Strijmondlaan, bestaande uit rijwoningen in een samenhangende stempelstructuur. Echter, gezien de stedenbouwkundige en landschappelijke setting, kunnen beide deelgebieden een eigen doch samenhangende sfeer en karakteristiek krijgen. Binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur vormt het gebied een eigen samenhangende eenheid die omkaderd wordt door bestaande landschappelijke elementen. Deelgebied 3 biedt ruimte voor circa 12 woningen en binnen deelgebied 4 is ruimte voor 2 vrijstaande- of twee-onder-één-kapwoningen óf 4 tiny houses. Voor deelgebied 4 zijn rijwoningen uitgesloten. Een grote diversiteit qua kapvorm, massaopbouw en kleurgebruik van de woningen is hier voorstelbaar. De groene ruimte aan de zuidzijde biedt ruimte voor spelen, waterberging en een vrijliggende langzaamverkeersverbinding als onderdeel van een recreatieve route die de Bornhemweg verbindt met de Havendijk.
Deelgebied 5 Deelgebied 5 maakt onderdeel uit van de gehele visie tot afronding van de noordelijke rand van Oudenbosch, met aan de oostelijke zijde de ontwikkeling van de 18 ruimte-voor-ruimte kavels aan de Bornhemweg en aan de westelijke kant onderhavige ontwikkeling. Deelgebied 5 vormt in de ruimtelijke context een redelijk autonoom gebied dat in tegenstelling tot de overige deelgebieden niet aansluit op een bestaande woonbuurt. Het gebied kan dan ook worden vormgegeven met een eigen samenhangende sfeer en karakteristiek. Binnen het westelijke deel van het gebied is ruimte voor maximaal 12
11
grondgebonden woningen, bestaande uit twee-onder-één-kapwoningen, vrijstaande en aaneengesloten woningen. Om recht te doen aan de situering van dit deelgebied, gelegen op de overgang met het buitengebied en als onderdeel van een bebouwingslint, krijgt het de uitstraling van een eigentijds boerenerf met eigentijdse schuurwoningen. Daarnaast wordt de nieuwe toegangsweg naar de begraafplaats binnen dit deelgebied aangelegd evenals de bijbehorende benodigde parkeerplaatsen en een nieuw ontmoetingsgebouw.
Groen Alle hierboven genoemde elementen liggen in een groene setting en zijn afgestemd op de bestaande groen- en waterstructuur, die behouden blijft. In het groene gebied is ruimte gereserveerd voor een islamitische begraafplaats en ruimte voor waterberging en het ontmoetingsgebouw. Een langzaamverkeersverbinding verzorgt de verbinding tussen de Havendijk en deelgebied 3. Het ontmoetingsgebouw krijgt een vrije vorm als solitair element in de groene ruimte en heeft net als de woningen een natuurlijke en duurzame uitstraling.
12
Hoofdstuk 3
Beleid
Bij het maken van een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met het beleid van hogere overheden (het rijk en de provincie) en de vastgestelde gemeentelijke beleidskaders. Hieronder wordt het relevante ruimtelijke beleid voor het plangebied weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking zal treden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020 en biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die er zijn. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden om te bouwen aan een mooier en sterker Nederland. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
13
Beoordeling en conclusie Gezien de aard en omvang van voorliggend initiatief heeft bovengenoemd rijksbeleid niet direct invloed op de ontwikkeling. De inhoudelijke keuzes en afweging ligt bij de gemeente. Zij zullen daarbij uiteraard de richtlijnen en vier prioriteiten van het Rijk als leidraad gebruiken.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen etc.. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Figuur 3.1 Weergave radarverstoringsgebieden, Rarro 1 december 2020
Beoordeling en conclusie Zoals te zien is in figuur 3.1 is het plangebied gelegen binnen een radarverstoringsgebied. In dit gebied dient rekening te worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom radarstations mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. Binnen het radarverstoringsgebied geldt een maximale bouwhoogte van 90 meter ten opzichte van het NAP. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt die deze maat overschrijdt. Voor het plangebied geldt verder dat er regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van
14
het vliegverkeer vanaf luchthaven Breda International Airport. Er dient sprake te zijn van een obstakelvrij (start- en landings)vlak. De aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 11' komt hieruit voort. Ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings) vlak mag de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van 101,4 m en 110,54 m boven NAP. De beoogde nieuwe bebouwing overschrijdt deze maat niet.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 oktober 2012 is artikel 3.1.6 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. Bij toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' dient antwoord gegeven te worden op een aantal vragen. Indien een vraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een vraag niet positief kan worden beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. 1. 2. 3. 4. 5.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
Beoordeling 1. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie kan geconcludeerd worden dat een woningbouwontwikkeling van meer dan 12 woningen gezien wordt als stedelijke ontwikkeling. Onderhavig planvoornemen voorziet in de mogelijkheid om binnen het plangebied 28 woningen te realiseren. Een dergelijke ontwikkeling kan dan ook gezien worden als een stedelijke ontwikkeling.
2. Voorziet het onderhavige besluit in een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling? De Laddertoets geldt alleen voor 'nieuwe' stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Als enkel sprake is van een planologische functiewijziging dan is in beginsel geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij het een functiewijziging van zodanige aard en omvang betreft. Op basis van vigerend bestemmingsplan 'Kom Oudenbosch' zijn de gronden ter plaatse van het plangebied grotendeels bestemd als 'Groen' en 'Maatschappelijk'. Het realiseren van woningen is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Middels voorliggend bestemmingsplan worden de bestemmingen gewijzigd, waarmee de realisatie van het woongebied mogelijk wordt gemaakt. De planologische functiewijziging is van zodanige aard en omvang dat er sprake is van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling.
15
3. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? In het woningbouwprogramma 2018-2028 van de gemeente Halderberge zijn voor Oudenbosch in totaal 235 woningen opgenomen. Onderhavig plangebied maakt deel uit van het ontwikkelingsgebied Havendijk Kom Noord, wat voorziet in de ontwikkeling van circa 58 koopwoningen, waarvan 28 in onderhavig plangebied. Dit aantal is opgenomen in het woningbouwprogramma en is regionaal afgestemd.
4. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied? Het plangebied is in de provinciale omgevingsverordening deels aangeduid als stedelijk gebied 'Landelijke kern' en deels als landelijk gebied 'Verstedelijking afweegbaar'. De kaart van de provinciale omgevingsverordening is weergegeven in figuur 3.2 onder paragraaf 3.2.2. De provincie Noord-Brabant heeft een besluit genomen tot wijziging van de begrenzing van het werkingsgebied 'Verstedelijking afweegbaar', in de Interim omgevingsverordening. Middels dit besluit zal het werkingsgebied gedeeltelijk komen te vervallen ter plaatse van de begraafplaats. Voor onderhavige ontwikkeling heeft dit geen gevolgen, aangezien er geen ruimtelijke ontwikkelingen zullen plaatsvinden ter plaatse van de begraafplaats, enkel een herstructurering van de bestaande situatie. De overige gronden liggen binnen het stedelijk gebied 'landelijke kern'. Hier is voldoende ruimte om in de verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken en voorzieningen) te voorzien. Hier is ruimte voor een grote verscheidenheid aan woon- en werkmilieus, of een menging daarvan, in uiteenlopende dichtheden.
5. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Het gebied Havendijk Kom Noord kent in de bestaande situatie leegstand, heeft een eenzijdige samenstelling en oogt door de aanwezigheid van een aantal bedrijfspercelen rommelig. Het gebied vormt geen representatieve entree voor het dorp Oudenbosch. Het voornemen is om Havendijk Kom Noord integraal te transformeren en kwalitatief te verbeteren. Hierbij is ruimte voorzien van onder andere woningbouw, waterberging en een herstructurering van de begraafplaats. De ontwikkeling van Havendijk Kom Noord maakt onderdeel uit van de duurzame afronding van de noordelijke rand van Oudenbosch, waarmee er sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Conclusie De ontwikkeling betreft gezien de aard en omvang een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling. In bovenstaande beoordeling is de behoefte aan de voorziene woningbouwontwikkeling van het plangebied toegelicht. Er kan derhalve worden voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
16
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
De nieuwe Omgevingswet (welke naar verwachting op 1 januari 2024 in werking zal treden) bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de Provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt welke op 14 december 2018 is vastgesteld. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De basisopgave voor de provincie is: 'werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit'. Hierbij heeft de provincie als doel gesteld voor de middellange termijn, 2030: Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Voor de lange termijn, 2050, wil men een goede leefomgevingskwaliteit hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Om de basisopgave te behalen heeft men vier hoofdopgaven verwoord: 1. Werken aan de Brabantse energietransitie; a. Doel 2050: 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. b. Doel 2030: ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% duurzame energie. 2. Werken aan een klimaatproof Brabant; a.
Doel 2050: Brabant is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. b. Doel 2030: Brabant handelt al sinds 2020 klimaatbestendig en waterrobuust; in 2030 zijn de eerste grote gebiedsopgaven daartoe al gerealiseerd. 3. Werken aan de slimme netwerkstad; a. Doel 2050: Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur. b. Doel 2030: Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en met elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving. 4. Werken aan een concurrerende, duurzame economie; a. Doel 2050: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa.
Producten, materialen en grondstoffen worden op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate hergebruikt. Niet hernieuwbare hulpbronnen worden behouden. Het streven naar waardecreatie voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. De Brabantse economie is verregaand circulair. b. Doel 2030: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. We werken aan een circulaire economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen. We verminderen daartoe samen met maatschappelijke partners het gebruik van niet vernieuwbare grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) volgens de landelijke afspraken met 50%. c. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, Structuurvisie
17
RO, BRUG, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks (soms verplicht) thuis in een programma zoals het natuurbeheerplan en het waterprogramma. De komende tijd wordt dit sectorale beleid afgestemd op de Omgevingsvisie en al dan niet uitgewerkt in de programma's en/of omgevingsverordening. Beoordeling en conclusie Het 'up to date' houden van het bestaand stedelijk gebied is essentieel voor een duurzame, sociale en economische ontwikkeling van de steden en dorpen van Brabant. Er ligt een forse woningbouwopgave voor de komende 10 jaar. Door het voorliggend bestemmingsplan wordt er woningbouw mogelijk gemaakt binnen het bestaand stedelijk gebied. De nieuwe woningen zullen gasloos gebouwd worden conform het nieuwe Bouwbesluit. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het klimaatproof Brabant, alsmede de Brabantse energietransitie.
3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie voorjaar 2022) Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving, staan voortaan bij elkaar in de Interim Omgevingsverordening (IOV). Deze Omgevingsverordening is vastgesteld op 25 oktober 2019. De Interim Omgevingsverordening vervangt diverse provinciale verordening, waaronder de verordening Ruimte. De Interim Omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter en vooral is bedoeld om bestaande regelingen samen te voegen, heeft er ook (nog) geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald thema gecontinueerd moet worden. Uitgangspunt van deze Interim Omgevingsverordening is dat de huidige regels met het huidige beschermingsniveau zijn gehandhaafd.
Figuur 3.2 Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Beoordeling Het plangebied is deels gelegen binnen het stedelijk gebied 'Landelijke kern' en deels in het landelijk gebied 'Verstedelijking afweegbaar'. De provincie Noord-Brabant heeft een besluit genomen tot wijziging van de begrenzing van het werkingsgebied 'Verstedelijking afweegbaar'. Middels dit besluit zal het werkingsgebied gedeeltelijk komen te vervallen ter
18
plaatse van de begraafplaats. Voor onderhavige ontwikkeling heeft dit geen gevolgen, aangezien er geen ruimtelijke ontwikkelingen zullen plaatsvinden ter plaatse van de begraafplaats, enkel een herstructurering van de bestaande situatie. Voor deelgebieden 4 en 5 blijft het werkingsgebied 'verstedelijking afweegbaar' nog wel van toepassing. Voor stedelijke ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied 'Landelijke kern' is artikel 3.42 uit de Interim Omgevingsverordening van toepassing, ten behoeve van een 'duurzame stedelijke ontwikkeling'. In het bestemmingsplan dient te worden onderbouwd dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Om een stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken in landelijk gebied aangeduid als 'Verstedelijking afweegbaar' is artikel 3.43 uit de Interim Omgevingsverordening van toepassing.
Ter plaatse van de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar' is een stedelijke ontwikkeling mogelijk als er gemotiveerd kan worden dat: binnen stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in landelijk gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In de toelichting van het bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg worden nagekomen. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten: a.
de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden; De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio West-Brabant in 2014 vastgelegd in het 'Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant'. Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant toepassing geeft aan artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening. Het afsprakenkader biedt duidelijkheid voor het grootste gedeelte van de buitenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen. In het afsprakenkader is opgenomen of en welke vorm van kwaliteitsverbetering van toepassing is bij ontwikkelingen, aan de hand van een drietal categorieën: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke
19
invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Deelgebieden 4 en 5 van onderhavig plangebied zijn gelegen in het landelijk gebied 'Verstedelijking afweegbaar'. Conform het afsprakenkader geldt voor stedelijke uitbreiding in zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling een minimale investering in kwaliteitsverbetering van 1% van de totale waardevermeerdering van de grond. In deelgebied 4 wordt 4.920 m2 uitgeefbare grond gerealiseerd en in deelgebied 5 wordt 851 m2 uitgeefbare grond gerealiseerd. De gemiddelde grondprijs bedraagt € 330,- per m2 (excl. BTW). Op basis van de berekening in Bijlage 2 bedraagt de minimale investering in kwaliteitsverbetering voor onderhavig planvoornemen € 19.044,30. Dit bedrag zal worden geïnvesteerd in de landschappelijke inpassing van het plangebied.
Middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels is het landschappelijk inpassingsplan geborgen in voorliggend bestemmingsplan. Derhalve wordt voldaan aan artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening.
Conclusie Zoals nader toegelicht in de Laddertoets (zie paragraaf 3.1.3) voldoet onderhavig planvoornemen aan zorgvuldig ruimtegebruik en past de ontwikkeling binnen de regionale afspraken. Daarnaast is in het bestemmingsplan rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, waaronder de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de ecologische waarden en andere relevante milieu- en omgevingsaspecten. De verantwoording hiervan bevindt zich in hoofdstuk 4 van voorliggend bestemmingsplan. Voorgenomen ontwikkeling past de binnen de kaders van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De verplichte landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting geborgen in de planregels van onderhavig bestemmingsplan.
3.2.3
Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2021
Het 'Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2021' geeft een actueel beeld en visie van de subregio West-Brabant West op de toekomstige ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Ook geeft het document het actuele bestuurlijke afsprakenkader weer, die een resultaat is van regionale samenwerking, afstemming en afweging. De subregio West-Brabant West ziet een aantal actuele regionale woonopgaven. Voor onderstaande 5 opgaven heeft zij de ambitie om dit gezamenlijk op te pakken en vorm te geven: 1. Woningbouwprogrammering. Zorg voor voldoende en geschikte woningen om te voldoen aan de woningbouwbehoefte op de korte en (middel)lange termijn. 2. Toekomstbestendige woningvoorraad. Zowel energetisch, veiligheid als levensloopbestendigheid in nieuwbouw en bestaande woningen. 3. Transformatie en leegstand. Herontwikkeling en transformatie van binnenstedelijke locaties werkt niet alleen leegstand tegen en levert daarmee bijdrage aan leefbaarheid en zorgvuldig ruimtegebruik, maar past ook bij de wens van de woonconsument om dichter bij voorzieningen te willen wonen. 4. Huisvesting arbeidsmigranten. Het realiseren van voldoende en kwalitatief goede huisvesting (short/midstay) voor arbeidsmigranten blijft een actuele opgave voor
20
gemeenten in de regio. 5. Nieuwe woonvormen en zelfbouw. De vraag naar verschillende woonvormen is toegenomen. Het gaat daarbij om o.a. om wonen met zorg voor ouderen (75+), geclusterd wonen, begeleid wonen, flexwonen en zelfbouw (PO en CPO). Beoordeling en conclusie Met de ontwikkeling van Havendijk Kom Noord worden er kleine nieuwe woonclusters gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied en deels in landelijk gebied aangeduid als 'verstedelijking afweegbaar'. De beoogde ontwikkeling voorziet in een hoogwaardig recreatief leefmilieu en een diversiteit aan dichtheden en woningtypes. Hierdoor kan het project worden beschouwd als flexibel en wordt er ingespeeld op de ontwikkelingen in de markt. In het te ontwikkelen gebied Havendijk Kom Noord worden in totaal 58 koopwoningen gerealiseerd, waarvan 28 in onderhavig plangebied. Dit aantal is opgenomen in het woningbouwprogramma en is regionaal afgestemd.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Halderberge
Op 10 februari 2022 heeft de gemeente Halderberge de 'Omgevingsvisie Halderberge' vastgesteld. Met de omgevingsvisie laat de gemeente Halderberge zien wat ze belangrijk vinden in de omgeving waarin ze wonen, werken en recreëren. De omgevingsvisie helpt om samen te blijven werken aan een aantrekkelijke gemeente en vooruit te kijken naar ontwikkelingen waar ze mee te maken (gaan) krijgen. Het karakter van Halderberge wordt gekenmerkt door de grote verschillen in de gemeente. Elke kern heeft z'n eigen karakter. En ook het buitengebied is erg divers. Uniek voor Halderberge is de overgang van klei naar zand. Daardoor kan binnen de gemeente genoten worden van zowel polderlandschap en bosgebieden. De gemeente wil het bijzondere karakter van gebieden en kernen met hun eigen identiteit koesteren en versterken. Daarom willen ze met elk initiatief ervoor zorgen dat de waarden en het karakter van dat deelgebied of kern versterken. De waarden per deelgebied zijn in de omgevingsvisie beschreven. Het behoud van de kwaliteiten van de ondergrond zijn een essentiële voorwaarde voor alle thema's die in de omgevingsvisie aan de orde komen. Een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem is nodig om de waarden in alle deelgebieden te kunnen behouden. In de omgevingsvisie worden negen algemene speerpunten voor de gemeente Halderberge uitgewerkt.
Met de speerpunten wordt aangegeven op welke thema's er opgaven liggen voor de gemeente om mee aan de slag te gaan. De algemene speerpunten zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Werken aan een duurzame en klimaatbestendige omgeving; Werken aan een gezonde en veilige leefomgeving; Versterken van biodiversiteit; Behoud en (her)ontwikkeling van bijzonder cultureel erfgoed; Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied; Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen; Zorgen dat het in Halderberge goed wonen is voor iedereen, Behoud van vitale kernen en een actieve samenleving; Bieden van een aantrekkelijk economisch klimaat.
Waarden Oudenbosch
21
Oudenbosch kenmerkt en onderscheidt zicht van de andere kernen binnen de gemeente door de aanwezigheid van het religieus erfgoed. Er is een verscheidenheid aan historische gebouwen en monumenten in de kern, die verbonden zijn door het Parelpad. De aanwezigheid van de Basiliek met koepel, die boven de overige bebouwing uitsteekt, geeft de kern deels haar identiteit. De kern heeft een kernwinkelgebied met een goed bereikbare haven en voorzieningen voor de gehele gemeente met tevens een kleine regionale voorzieningenfunctie. mede door verschillende instellingen in het voortgezet en het beroepsonderwijs, zoals het Markland College en Curio Prinsentuin, heeft de kern ook een regionale aantrekkingskracht. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is goed, mede vanwege de aanwezigheid van het treinstation. Dit station vormt een opstappunt naar Roosendaal en Dordrecht. Afgelopen jaren is er veel geïnvesteerd in de herstructurering van gebiedsontsluitingsweg en de rondweg om de bereikbaarheid met de auto te verbeteren, waardoor de bereikbaarheid van Oudenbosch nu goed is. Oudenbosch heeft verschillende woonwijken met een eigen identiteit en eigen voorzieningen. De wijken ten zuiden van de spoorlijn zijn gewilde woongebieden met een groen karakter.
Ook op gebied van groen kent iedere wijk haar eigen identiteit; zo wordt de wijk Spui-Noord gekenmerkt door gazons en bomen en de wijk Albano door veel heesterbeplanting. De leefbaarheid in een aantal wijken komt steeds meer onder druk door tal van sociaaleconomische ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven. De kern heeft veel verschillende culturen die zich op verschillende manieren in het straatbeeld tonen. Waarden: Grootste kern met een centrale ligging; Voorzieningen voor de hele gemeente, kernwinkelgebied; Goed aanbod aan voortgezet- en beroepsonderwijs; Aanwezigheid basiliek, station en haven; Onderscheidend door religieus erfgoed; Veel verschillende culturen vertegenwoordigd. Beoordeling en conclusie Het gebied omgeving Havendijk kent leegstand, heeft een eenzijdige samenstelling en oogt door de aanwezigheid van een aantal bedrijfspercelen rommelig. Het gebied vormt in de bestaande situatie geen representatieve entree/rand voor het dorp Oudenbosch. Het voornemen is daarom de noordrand van de kern Oudenbosch, ook wel Kom Noord integraal te transformeren en kwalitatief te verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling van Havendijk Kom Noord draagt bij aan het algemene speerpunt 7 van de gebiedsvisie.
Middels de transformatie van Havendijk Kom Noord wordt er voorzien in de ontwikkeling van verschillende deelgebieden naar een samenhangend woongebied met maximaal 58 nieuwe koopwoningen van verschillende woningtypes die het gebied kwalitatief verbeteren. In de nieuwe gebiedsindeling wordt rekening gehouden met het bestaande en nieuwe groen, dat inspeelt op klimaatadaptie en een aangename overgang naar het buitengebied.
3.3.2
Gebiedsvisie Bornhemweg Oudenbosch
In de gebiedsvisie van 'Bornhemweg Oudenbosch' zijn de uitgangspunten voor de totaalvisie dorpsrand Oudenbosch-noord opgenomen, de aansluiting op de landschapsstructuren en het maken van een nieuwe groen dorpsrand zijn onderdeel van de gebiedsvisie. aansluiten op historische lintstructuur Bornhemweg; maken nieuwe groene dorpsrand; afronding kern; aansluiting zoeken op bestaande woonwijk/ mogelijk maken toekomstige ontwikkeling; behoud zichtlijnen vanaf Bornhemweg en Havendijk; Ruimte voor regionale waterberging; 18 Ruimte voor Ruimte kavels.
22
Figuur 3.3 Kaart gebiedsvisie Bornhemweg Oudenbosch
De visie voor de dorpsrand Oudenbosch-noord voorziet in stedelijke ontwikkeling aan de randen bij de historische linten. Hier wordt een verbinding gemaakt tussen de bestaande woonwijken en de nieuwe ontwikkelingen. In de tussenliggende gebieden wordt de verbinding tussen het landschap en het dorp versterkt. Hier is ruimte voor diverse groene ontwikkelingen, zoals een begraafplaats, waterberging, boomgaarden en diverse recreatieve functies. hierdoor ontstaat een attractieve groene dorpsrand die ruimte biedt aan publieke functies, recreatie, wonen en ruimtelijke vraagstukken zoals waterberging. Onderdeel van deze visie is de locatie aan de Bornhemweg, waar een ontwikkeling is voorzien voor een waterberging, 18 ruimte-voor-ruimte woonkavels in een groene landschappelijke setting en kwaliteitsverbetering van de dorpsrand. De woonkavels en kwaliteitsverbetering dorpsrand, zullen ontwikkeld worden vanuit de ruimte voor ruimte regeling, waarbij in het plangebied ruimte is voor maximaal 18 vrijstaande woningen op ruime kavels. Ten einde deze ontwikkeling mogelijk te maken is het herbegrenzen van het werkingsgebied 'verstedelijking afweegbaar' noodzakelijk. Inmiddels heeft de provincie Noord-Brabant een besluit genomen tot wijziging van de begrenzing van het werkingsgebied 'verstedelijking afweegbaar', in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Onderhavige ontwikkeling van Havendijk Kom Noord draagt bij aan de afronding van de noordelijke rand van Oudenbosch en maakt derhalve ook deel uit van deze gebiedsvisie.
23
3.3.3
Gebiedsvisie Havendijk Kom Noord Oudenbosch
De gebiedsvisie 'Havendijk Kom Noord Oudenbosch' voorziet in een stedelijke ontwikkeling aan de noordwestelijke rand van het dorp bij de historische linten. Hier wordt een verbinding gemaakt tussen de bestaande woonwijken en de nieuwe ontwikkelingen. In de tussenliggende gebieden wordt de verbinding tussen het landschap en het dorp versterkt. Hier is ruimte voor diverse groene ontwikkelingen, zoals een begraafplaats, waterberging, boomgaarden en diverse recreatieve functies. Hierdoor ontstaat er een attractieve samenhangende groene dorpsrand die ruimte biedt aan publieke functies, recreatie, wonen en ruimtelijke vraagstukken zoals waterberging. Het totale plangebied is opgedeeld in zes verschillende deelgebieden, die als een mozaïek verspreid liggen. De deelgebieden hebben allen hun eigen sfeer en karakteristiek die aansluit op de omliggende omgeving. Vijf deelgebieden (1 t/m 4 en 6) zullen transformeren naar woongebieden waarbij de ontwikkelingen in het gebied passend zijn bij de bestaande woonwijk met ruimtelijk en programmatische kwaliteitsverbeteringen. Deelgebied 5 zal deels transformeren naar woningbouw die past bij de sfeer van het bebouwingslint Havendijk. Onderdeel van deelgebied 5 is de begraafplaats. De ontwikkelingen in dit gebied zijn passend in de sfeer van de huidige begraafplaats en te verdelen in een zuidelijk en noordelijk deel.
In het zuidelijke deel van de begraafplaats zullen de entree, de parkeerplaatsen en het ontmoetingsgebouw worden gerealiseerd. In het noordelijke deel blijft de islamitische begraafplaats intact. In het plangebied worden grondgebonden woningen in de vorm van rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen, (half)vrijstaande woningen en tiny houses voorzien. De verschillende woningtypologieën worden evenredig verspreid over de woongebieden waardoor er een verschillend en afwisselend karakter ontstaat.
Figuur 3.4 Kaart gebiedsvisie Havendijk Kom Noord Oudenbosch
3.3.4
Woonvisie Halderberge 2021-2025
De woonvisie omvat het woonbeleid van de gemeente Halderberge. Halderberge is een woongemeente met een unieke diversiteit aan kernen, bijzonder cultuurhistorisch erfgoed en een recreatieve en toeristische trekpleister. Op het gebied van wonen zijn er vier Halderbergse woonwaarden die als een rode draad door de woonvisie lopen: 1. goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu; 2. de vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten;
24
3. duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; 4. ruimte voor initiatief en samenwerking. In de woonvisie worden doelen en ambities voor de komende 5 jaar geschetst. Deze zijn gekoppeld aan de woonagenda voor 4 thema's, te weten; goed wonen voor iedereen, toekomstbestendig wonen, sociaal wonen en wonen en zorg. In 2021 is een concept opgesteld voor de woonvisie 2021-2025. Deze heeft medio 2021 ter inzage gelegen, maar is nog niet definitief gemaakt. De woonvisie van 2021-2025 zet de ambities van 2016-2020 voort. In de nieuwe woonvisie wordt wel meer aandacht gevraagd voor duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen. Halderberge is het "groene hart" van West-Brabant. Gezamenlijk met partners op het gebied van wonen realiseert de gemeente de doelen en ambities van de woonvisie. De ambitie is om de bevolkingsprognose waarin een afname van het aantal inwoners verwacht wordt te gaan beïnvloeden. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan een evenwichtige bevolkingsopbouw en een vitale en draagkrachtige samenleving door het bieden van gevarieerde woonmilieus en brede keuzemogelijkheden aan woningzoekenden en aan de verschillende doelgroepen in de woonvisie. De ambities luiden dan ook: Goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu; De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten; Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen; Ruimte voor initiatief en samenwerking.
Beoordeling en conclusie De afgelopen jaren zijn stappen gezet in de projecten die zijn opgenomen in het woningbouwprogramma 2018-2028 en zijn woningen gerealiseerd. In 2021-2031 wordt een nieuwe strategie vastgesteld. In de praktijk blijkt dat niet alle locaties ontwikkeld gaan worden die zijn opgenomen of nog opgenomen gaan worden in het woningbouwprogramma. Er wordt dan ook ingezet op een overprogrammering, zodat er uiteindelijk voldaan kan worden aan de woningbouwopgave die de gemeente Halderberge heeft. Rekening houdend met planuitval en -vertraging is de theoretisch benodigde plancapaciteit 130%. Per kern wordt gekeken welke strategie toegepast kan worden om kwalitatief en kwantitatief woningen toe te voegen aan de woningvoorraad.
3.3.5
Woningbouwprogramma 2018-2028
Op 14 december 2017 heeft de gemeenteraad het woningbouwprogramma 2018-2028 vastgesteld. Hierin zijn de woningbouwplannen opgenomen die voor de komende jaren op het programma staan. Ze passen bij de geprognotiseerde behoefte aan woningen in die periode. In het programma zijn zowel de projecten van de gemeente als van ontwikkelaars en de woningcorporatie opgenomen. Binnen het vastgestelde woningbouwprogramma is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Maatschappelijke ontwikkelingen als gewijzigde marktomstandigheden en veranderende demografische prognoses en behoeften vragen om monitoren en, waar nodig, het bijstellen van opgaven en daarmee flexibiliteit in programmering. De versnellingsopgave woningbouw is opgenomen in het raadsprogramma 2018-2022 Samen vooruit van Halderberge. Bestaande plannen (harde plannen) worden versneld uitgevoerd en nieuwe plannen (zachte plannen) worden hard gemaakt. Ook in het collegewerkprogramma 2018-2022 is aangegeven dat naar mogelijkheden wordt gezocht voor nieuwe bouwlocaties en versnelling van bestaande. Ook de gemeentelijke woonvisie is in dit kader relevant. De vraag naar woningen vanuit de markt is vele malen groter dan het aanbod binnen herstructureringslocaties. Halderberge wil zorgen voor voldoende
25
woningaanbod. De variatie in en de kwaliteit van de woningvoorraad staat voorop. De gemeente zorgt voor een ruime keuzevrijheid om te voorzien in de woonwens van (toekomstige) Halderbergenaren. In maart 2019 heeft het college een projectopdracht "Versnelling woningbouw, met behoud van kwaliteit" vastgesteld. Er is een actueel overzicht van de woningbouw opgesteld en een nieuwe nota Kostenverhaal met bovenwijkse voorzieningen. Daarnaast is de organisatie qua bemensing/uren afgestemd en is er voorstel gedaan voor een implementatiepakket voor de versnellingsmaatregelen/regie woningbouw. Uit het woningbouwprogramma blijkt dat er woningen zijn opgenomen die nog niet zijn gerealiseerd. Dit houdt in dat er kwantitatief ruimte in het woningbouwprogramma aanwezig is om nieuwe woningbouwinitiatieven op te nemen. De provinciale bevokingsprognose schetst de verwachting dat er nog een behoefte is aan extra woningen. Per kern zijn de toekomstige potentiële ontwikkellocaties in beeld gebracht. Dit zijn onder andere locaties in (toekomstig verwacht) leegstaand vastgoed, locaties waar investeringen vanuit leefbaarheid of ruimtelijke noodzaak aanwezig is en braakliggende locaties waar transformatie naar woningbouw voorstelbaar is. In de praktijk worden niet alle locaties ontwikkeld en kunnen er ook andere invullingen gerealiseerd worden.
Echter is het wel van belang om flexibele ruimte in het woningbouwprogramma hiervoor beschikbaar te houden. Deze ruimte is enerzijds nodig om ruimte te houden voor kansrijke initiatieven en om in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de marktvraag.
Beoordeling en conclusie In het woningbouwprogramma 2018-2028 zijn voor de kern Oudenbosch in totaal 235 woningen opgenomen. Voor toevoeging van woningbouw in de kern Oudenbosch moet ingezet worden op het voorkomen van langdurige leegstand en transformatie van bestaand vastgoed en de herontwikkeling van locaties in het bestaand stedelijk gebied waar een meerwaarde wordt geleverd. Het plangebied Havendijk zijn kleine nieuwe woonclusters in een bestaand stedelijk gebied en 'verstedelijking afweegbaar', waar er aandacht is voor een hoogwaardig recreatief leefmilieu en er een diversiteit aan dichtheden en woningtypes worden gerealiseerd. Dit project kan hierdoor als flexibel worden beschouwd en speelt in op de ontwikkelingen in de markt. De beoogde gebiedsontwikkeling van Havendijk Kom Noord voorziet in de ontwikkeling van maximaal 58 woningen. Dit aantal is opgenomen in het woningbouwprogramma. Derhalve biedt de beoogde ontwikkeling een meerwaarde en sluit dit plan aan op het woningbouwprogramma van de gemeente Halderberge.
3.3.6
Landschapsplan Halderberge 2016-2025
Het geactualiseerde landschapsbeleidsplan vormt een document dat gericht is op het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een groen samenhangend landschap. Enerzijds dient het als beleidsstuk, anderzijds bestaat het uit een maatregelplan met praktische ideeën om bestaande natuur- en landschapswaarden verder te ontwikkelen en 'groene' kansen te benutten. In de gebiedsvisie van 'Bornhemweg Oudenbosch' zijn de uitgangspunten voor de totaalvisie dorpsrand Oudenbosch-noord opgenomen, de aansluiting op de landschapsstructuren en het maken van een nieuwe groen dorpsrand zijn onderdeel van de gebiedsvisie.
26
3.3.7
Welstandnota Halderberge, 2017
In de gemeente wordt gestreefd naar een aantrekkelijke gebouwde omgeving. De gevels van de gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving van onze inwoners. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar van een bouwwerk alleen. Het doel van het welstandstoezicht is, om in alle openheid, een bijdrage te leveren aan die aantrekkelijkheid van de dagelijkse leefomgeving. De welstandsnota, welke is vastgesteld op 28 maart 2017, vormt daarvoor de basis. In de nota zijn diverse welstandsgebieden met een eigen beschrijving en criteria opgenomen. De indeling is tot stand gekomen vanuit de stedenbouwkundige kenmerken van het gebied.
Figuur 3.5 Uitsnede kaart Welstand
Beoordeling en conclusie De locatie valt binnen het welstandsgebied 'Woongebieden'. Vanaf de tweede wereldoorlog is binnen de gemeente Halderberge een eerste start gemaakt met het oprichten van complete woonwijken. Verschillende delen van deze woonwijken kennen vaak een specifieke samenhang vanwege de kenmerkende architectuur van de bebouwing. Deze architectuur vindt vaak zijn oorsprong in de tijdsperiode van realisatie. Ondanks het onderscheid in maat, schaal of architectuur hebben de woongebieden een belangrijk samenhangend kenmerk: grote aanwezigheid van reguliere woningbouw. Bij de beoordeling van het bouwplan wordt in samenhang met de algemene criteria getoetst aan de hand van de volgende criteria:
Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving Binnen woonwijken zijn de woningen vaak in onderlinge samenhang met elkaar en met de openbare ruimte ontworpen. Waar deze samenhang, bestaande uit meer dan twee losse bouwvolumes, aanwezig is, dient deze behouden te blijven. Gebouwen met bijzondere functies mogen afwijken van de ligging en de gebruikelijke massa, opbouw en vorm, mits geen afbreuk wordt gedaan aan het straatbeeld. Bij individuele woningbouw (veelal vrijstaand, tweekappers of korte rijen): behoud van het individuele karakter van de afzonderlijke panden of series van panden, zonder dat dit afsteekt tegen de omgeving. Bebouwing dient met de representatieve gevel gericht te zijn naar de openbare ruimte.
27
Bebouwing op korte afstand van een monument dient ingetogen en terughoudende architectuur te hebben, waarbij de waarde van het monument overeind dient te blijven. Deelaspecten: Massa, opbouw, gevel en onderdelen Bij wijzigingen van bebouwing die onderdeel uitmaakt van een grotere bouwmassa (aaneengesloten bebouwing), dient afstemming plaats te vinden met de samenhang van de rij en/of het cluster. Op-, bij- en aanbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven in lijn met de architectuur van het geheel. De naar de openbare ruimte gerichte voor- en/of zijgevel van de bebouwing heeft geen dichte vlakke gevels. Er dient zorgvuldig te worden omgegaan met het toevoegen van kenmerkende dakoverstekken, brede goten, erkers, dakopbouwen , uitbreidingen van de 2e bouwlaag en/of entreeoverkappingen. Specifiek voor twee-onder-een-kapwoningen geldt dat aanpassingen aan de voorkant van de woningen dienen te worden afgestemd op de naastgelegen woning aan de zijde van de aanbouw. Detailaspecten: Detaillering, kleur en materiaal Detaillering, kleur- en materiaalgebruik moeten passen bij de architectuur van het pand en geen (extreem) contrast vormen met de naastgelegen panden. Het gebruik van felle en contrasterende kleuren is niet toegestaan. Reclame Reclame uitingen zijn een ondergeschikt deel van de gevel en zijn niet beeldbepalend voor het gevelbeeld.