CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

260603 technische vragen voor SMV

Commissie Samenleving, Middelen en Veiligheid 1 oktober 2026, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 4: Verordening Jeugdhulp2.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “bindend”: 2 3

Ag. 5 Verordening Jeugdhulp 1. Wat is een familiegroepsplan? Wie stelt deze op? Waar wordt deze voor gebruikt? WOS H Een familiegroepsplan is een plan dat door de jeugdige en/of ouders zelf (eventueel samen met hun netwerk) wordt opgesteld en ingebracht bij de gemeente om de hulpvraag op te lossen. Dit recht is opgenomen in de jeugdwet. 2. Gemeente Halderberge werkt binnen de regio WBW samen met andere gemeentes voor de jeugdhulp a. Zijn de rollen van deze gemeentes gelijk binnen deze samenwerking. Of hebben bepaalde (grotere) gemeentes een andere of extra rol? b. De jeugdhulp wordt gezamenlijk ingekocht. Is per gemeente ook capaciteit gereserveerd binnen de totaal ingekochte capaciteit? Dit om te voorkomen dat gemeentes die aan de voorkant een 'slechte' schatting hebben gemaakt van de benodigde zorg en meer behoefte hebben dan gepland, deze niet opsnoepen van de gemeentes die deze wel goed hebben ingeschat. c. Afgeleide vraag van b: wordt er op basis van verzoek toegewezen aan de totale capaciteit binnen de regio (is er 1 wachtlijst) of is er een wachtlijst per gemeente en wordt toegewezen op basis van vooraf 'gereserveerde' capaciteit. WOS H A. De gemeenten binnen de jeugdhulpregio WBW hebben een gelijkwaardige rol. • Alle 9 gemeenten hebben een gelijke stem in de samenwerking.

• De gemeente Roosendaal vervult de rol van gastgemeente en kassier, maar dit heeft geen invloed op de bestuurlijke gelijkwaardigheid. • Specialistische jeugdhulp wordt regionaal georganiseerd, terwijl gemeenten zelf verantwoordelijk blijven voor de toegang en het lokale beleid. B. Binnen WBW wordt specialistische jeugdhulp regionaal ingekocht. • Er worden geen vaste aantallen of capaciteit per gemeente gereserveerd. • Zorgaanbieders krijgen een raamwerkovereenkomst als zij voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. • Op basis van deze overeenkomst mogen zij zorg leveren in onze regio. Of zij cliënten krijgen hangt af van de toewijzingen in de toegang en de keuze voor ouders en jeugdige voor de aanbieder. Er wordt vooraf geen volume of capaciteit gegarandeerd. C. • Zie antwoord B. 3. De hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 stelt versterking van preventie, de sociale basis en vrij toegankelijke voorzieningen als voorwaarde voor het terugdringen van geïndiceerde jeugdhulp. De voorliggende verordening regelt uitsluitend de toegang tot en toekenning van geïndiceerde jeugdhulp. Welk gemeentelijk instrument borgt de overige voorwaarden uit de hervormingsagenda en is dat instrument juridisch bindend? D66 De verordening jeugdhulp regelt de toegang tot en toekenning van geïndiceerde jeugdhulp en is daarmee het enige juridisch bindende instrument voor individuele voorzieningen.

Voor de overige voorwaarden uit de Hervormingsagenda Jeugd – zoals versterking van preventie, de sociale basis en vrij toegankelijke voorzieningen – beschikt de gemeente niet over één afzonderlijk juridisch bindend instrument. Deze voorwaarden worden o.a. ingevuld via een combinatie van: • beleids- en uitvoeringskaders, zoals De Kracht van Samen, uitvoeringsprogramma’s en de regionale regiovisie; • concrete uitvoeringsontwikkelingen, de invoering van drie professionalsprofielen (preventief ambulant, toegangsprofessional jeugd en gezinsprofessional) en de doorontwikkeling van stevige lokale teams; • en monitoring en verantwoording, zoals de VNG-voortgangsmeting Hervormingsagenda Jeugd. Deze instrumenten zijn richtinggevend en sturend voor de uitvoering, maar geven geen individueel afdwingbare rechten. 4. Op welke wijze en in welke specifieke artikelen van de voorliggende verordening is de landelijke richtlijn van de Hervormingsagenda Jeugd omtrent een positieve toegangsformulering juridisch vertaald? D66 De term “positieve toegangsformulering” komt niet letterlijk voor in de Hervormingsagenda Jeugd. De Hervormingsagenda bevat wel de onderliggende uitgangspunten, zoals een duidelijke afbakening van de jeugdhulp, inzet op eigen kracht en voorliggende voorzieningen en het richten van jeugdhulp op de meest kwetsbare jeugdigen.

De positieve toegangsformulering kan worden gezien als de juridische vertaling van deze uitgangspunten in verordeningen en jurisprudentie. Dit houdt in dat expliciet wordt vastgelegd wanneer jeugdhulp wél wordt ingezet en welk doel daarmee wordt beoogd. In de voorliggende verordening is dit juridisch uitgewerkt door: • het integraal onderzoeken van wat nodig is voor de jeugdige (artikel 5), • het expliciet formuleren van de criteria wanneer een individuele voorziening wordt toegekend (artikel 9), waarin onder meer de noodzaak, passendheid en doeltreffendheid van jeugdhulp zijn opgenomen, • en het beoordelen van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen vóór inzet van jeugdhulp (artikel 10). Hiermee wordt in de verordening niet alleen begrensd wanneer jeugdhulp niet wordt ingezet, maar juist ook vastgelegd in welke situaties jeugdhulp wél passend en noodzakelijk is en welk resultaat daarmee wordt beoogd. 5. Op welke wijze en in welke specifieke bepalingen van artikel 3 is de afspraak uit de Hervormingsagenda Jeugd geborgd omtrent het aanwijzen van een vaste contactpersoon (jeugdconsulent) als vaste schakel tussen de huisartsenpraktijken en het lokale team? D66 Artikel 3 van de verordening regelt de toegang tot jeugdhulp via verwijzers zoals de huisarts, medisch specialist en jeugdarts.

In deze bepaling is niet expliciet opgenomen dat er een vaste contactpersoon of jeugdconsulent fungeert als schakel tussen huisartsen en het lokale team. De afspraak uit de Hervormingsagenda Jeugd om te werken met een vast aanspreekpunt betreft primair de inrichting van de toegang en de organisatorische samenwerking in de uitvoering. Dergelijke afspraken hebben betrekking op de werkwijze en organisatie van de toegang en worden daarom niet juridisch vastgelegd in de verordening. De invulling hiervan vindt plaats in de praktische werkwijze van de lokale teams en de samenwerking met huisartsen, bijvoorbeeld via onderlinge werkafspraken en de inrichting van het lokale toegangsteam. 6. In hoeverre is bij het opstellen van artikel 10 lid 5, waarin van ouders wordt verwacht dat zij betaalde arbeid verminderen, getoetst aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep uit 2021 waarin is bepaald dat financiële draagkracht en een inkomenstoets geen onderdeel mogen uitmaken van de beoordeling van de eigen kracht? D66 Uit de verordening en de toelichtende stukken blijkt niet expliciet op welke wijze artikel 10, lid 5 afzonderlijk is getoetst aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep uit 2021. In artikel 10, lid 5 is geen inkomenstoets of beoordeling van de financiële draagkracht opgenomen.

De bepaling ziet op de beoordeling van (dreigende) overbelasting van ouders en benoemt dat van ouders verwacht mag worden dat zij activiteiten of arbeid aanpassen om overbelasting te verminderen, waarbij tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de noodzaak om in een inkomen te voorzien. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat bij de beoordeling van de eigen kracht geen financiële draagkrachttoets of inkomenstoets mag worden toegepast. In de verordening wordt arbeid en inkomen niet betrokken als financiële toets, maar als onderdeel van de bredere beoordeling van de belastbaarheid en overbelasting van ouders. 7. In het raadsvoorstel wordt aangekondigd dat de nadere uitwerking van de criteria voor een vervoersvoorziening volgt in beleidsregels van het college. Binnen welke exacte termijn worden deze beleidsregels door het college vastgesteld, en zijn deze gereed vóór de inwerkingtreding van deze verordening? D66 De gemeenteraden van de 9 samenwerkende gemeenten binnen de jeugdhulpregio West- Brabant West worden voorgesteld de verordening jeugd vast te stellen voor de zomervakantie van 2026. De beleidsregels worden parallel uitgewerkt, met als inzet om deze eveneens voor de inwerkingtreding van de verordening door het college vast te laten stellen.

Mocht volledige vaststelling vóór de zomervakantie niet haalbaar blijken, dan worden deze zo spoedig mogelijk daarna vastgesteld, zodat zij bij inwerkingtreding gereed zijn. 8. In de verordening staat dat het college bij jeugdigen van 16 jaar en ouder onderzoekt welke vervolgondersteuning nodig is. Welke concrete criteria en stappen hanteert het college bij de uitvoering van dit onderzoek, en in hoeverre sluiten deze aan bij de richtlijnen van de Hervormingsagenda Jeugd? D66 De verordening stelt de kaders en bepaalt dat bij jeugdigen vanaf 16 jaar tijdig wordt onderzocht welke ondersteuning na het 18e jaar nodig is. De concrete criteria en stappen zijn niet apart uitgewerkt in de verordening, maar maken onderdeel uit van het reguliere onderzoek en de afstemming met andere voorzieningen. In de uitvoering wordt dit uitgewerkt via de jeugdhulpcatalogus wbw, waarin is vastgelegd dat vanaf circa 16,5 jaar een integraal plan wordt opgesteld gericht op zelfstandigheid en een warme overdracht naar vervolgvoorzieningen. Deze werkwijze sluit aan bij de Hervormingsagenda Jeugd, waarin wordt ingezet op tijdige voorbereiding op de overgang naar volwassenheid, integrale samenwerking tussen domeinen en het voorkomen van breuken in ondersteuning rond het 18e jaar. 9.

Voorziet het voorgestelde pgb-beoordelingsproces in een proportionaliteitstoets om de administratieve lasten voor de aanvrager af te wegen tegen het controlenadeel voor de gemeente? Zo ja, in welk artikel of uitvoeringsbesluit is dit verankerd? D66 In de verordening is het beoordelingsproces voor een persoonsgebonden budget (pgb) uitgewerkt, onder meer in artikel 16 en 17. Deze bepalingen bevatten voorwaarden ten aanzien van het pgb-plan, de motivatie voor een pgb, de kwaliteit van de in te kopen hulp en de pgb-vaardigheid van de aanvrager. In de verordening is geen expliciete proportionaliteitstoets opgenomen waarbij de administratieve lasten voor de aanvrager worden afgewogen tegen het controleniveau of het controlerisico voor de gemeente. In de beleidsregels pgb die later volgen, worden nadere regels opgenomen die professionals in de toegang ruimte bieden voor een zorgvuldige afweging op basis van individueel onderzoek, waarbij de omstandigheden van de aanvraag worden meegewogen. In de praktijk wordt daarbij ook gekeken naar de proportionaliteit tussen de benodigde controle en administratieve belasting voor de inwoner. Deze afweging wordt niet als afzonderlijke toets vastgelegd, maar maakt onderdeel uit van het professionele oordeel in de uitvoering.

Daarnaast is het college bij de besluitvorming gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Dit waarborgt dat besluiten proportioneel zijn, zonder dat sprake is van een expliciet vastgelegde proportionaliteitstoets. 10. Heeft het college bij het opstellen van de verordening de handreiking Verkenning afbakening Jeugdhulpplicht geraadpleegd? (Deze handreiking is op verzoek van het ministerie van VWS opgesteld en formuleert juridische kwetsbaarheden in verordeningen die aanleiding kunnen geven tot bezwaar en beroep.) D66 Nee, die is niet gebruikt. De handreiking is door het ministerie van VWS ontwikkeld maar door de commissie ZJO van de VNG namens de gemeenten afgewezen als niet goed werkbaar omdat hierbij de afbakening toch weer wordt verschoven van de Jeugdwet naar de interpretatie ervan door de (gemeentelijk) professionals. Op basis van gesprekken met VWS is er door de stuurgroep Hervormingsagenda een nieuwe opdracht over reikwijdte geformuleerd die zich meer richt op de eigen kracht van de jeugdige, het gezin en het sociaal netwerk en een sterke structuur in de sociale en pedagogische basis om problemen zoveel mogelijk op te lossen in die context. Vanuit deze context is de modelverordening opgesteld die de basis is voor de verordening WBW. Daarnaast is de wet Reikwijdte in ontwikkeling. 11.

Voorziet de verordening in een algemene hardheidsclausule voor individuele gevallen? Zo ja, in welk artikel? D66 Een algemene hardheidsclausule is niet verplicht op grond van de Jeugdwet en is in deze verordening niet opgenomen. Dit betekent echter niet dat er geen ruimte is om in individuele gevallen maatwerk toe te passen. Deze ruimte is op andere manieren geborgd. Zo vindt besluitvorming altijd plaats op basis van individueel onderzoek, waarbij wordt gekeken naar de noodzaak en passendheid van de jeugdhulp. Daarnaast bevat de verordening op onderdelen specifieke bepalingen die ruimte bieden om in bijzondere omstandigheden af te wijken. Verder is het college bij de uitvoering gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Dit brengt met zich mee dat bij besluiten altijd rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden van de jeugdige en het gezin. 12. Hoeveel kinderen maken momenteel gebruik van jeugdhulp in Halderberge en hoe heeft dit aantal zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld? FVD In mei 2026 maken er 621 jeugdige gebruik van jeugdhulp. In mei 2021 maakte er 563 jeugdigen gebruik van jeugdhulp. In 2023 en 2024 zien we eens stijgende lijn van het aantal jeugdige wat gebruik maakt van jeugdhulp. In 2025 is deze lijn stabiel en zitten er 685 jeugdige die gebruik maken van jeugdhulp.

Ten opzichte van 2025 met 2026 zien we een lichte daling met jeugdige die gebruik maken van jeugdhulp. 13. Hoeveel fraude- of misbruikzaken met jeugdhulp of pgb's zijn de afgelopen vijf jaar vastgesteld? FVD Afgelopen 5 jaar zijn er 2 casussen geweest waar pgb onterecht is betaald. Bij 1 casus is er geld teruggevorderd. Bij de andere casus kon dit juridisch niet. 14. In hoeverre heeft de gemeenteraad nog invloed op deze verordening als deze grotendeels regionaal is opgesteld? FVD De gemeenteraad houdt het formele beslisrecht: de verordening wordt door de raad vastgesteld en kan ook alleen door de raad worden gewijzigd. Omdat de verordening regionaal is voorbereid, is de invloed in de praktijk deels indirect. De inhoud komt grotendeels voort uit regionale afspraken, waardoor de ruimte om zelfstandig af te wijken beperkter is. Tegelijkertijd kan de gemeenteraad altijd besluiten tot aanpassing of afwijking, maar dit kan gevolgen hebben voor de regionale samenwerking en uniformiteit tussen gemeenten. Wat de administratieve last voor toegangen en zorgaanbieders verhoogt en ongelijkheid voor ouders en jeugdigen tussen gemeenten vergroot. 15.

Verwacht het college dat de nieuwe regels leiden tot meer of minder aanvragen voor jeugdhulp? FVD Het doel van de nieuwe verordening is om te komen tot een doelmatiger inzet van jeugdhulp, met meer nadruk op preventie, normalisering en het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en hun omgeving. Het college verwacht dat dit op termijn bijdraagt aan een afname of afvlakking van de instroom in specialistische jeugdhulp, en tot een verschuiving naar lichtere vormen van ondersteuning. Tegelijkertijd is de ontwikkeling van het aantal aanvragen afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en de aard en complexiteit van de hulpvragen. 16. Welke concrete voordelen merkt een inwoner van Halderberge van deze nieuwe verordening ten opzichte van de verordening uit 2019? FVD De nieuwe verordening leidt tot een aantal merkbare veranderingen voor inwoners. Het belangrijkste doel is een doelmatiger inzet van jeugdhulp, met meer nadruk op preventie, normalisering en het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en hun omgeving.

Concreet merken inwoners dat: • hulp vaker eerder en dichterbij wordt aangeboden, via lichte en vrij toegankelijke voorzieningen; • kritischer wordt beoordeeld of specialistische jeugdhulp nodig is, waardoor minder snel wordt doorverwezen naar zwaardere vormen van hulp; • er meer gekeken wordt naar eigen mogelijkheden en het netwerk, voordat professionele jeugdhulp wordt ingezet; • de beoordeling van hulpvragen duidelijker en zorgvuldiger plaatsvindt, met aandacht voor de persoonlijke situatie; • er betere afstemming is met andere domeinen, waardoor ondersteuning samenhangender wordt georganiseerd; • regels, bijvoorbeeld rond het pgb, duidelijker en transparanter zijn, wat bijdraagt aan rechtszekerheid. 17. Is binnen de verordening een hardheidsclausule opgenomen voor situaties waarin toepassing van de regels tot onredelijke uitkomsten zou kunnen leiden? CDA In de voorliggende verordening is geen expliciete hardheidsclausule opgenomen. Wel is maatwerk geborgd via individueel onderzoek, de beoordeling van noodzaak en passendheid en de toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Hierdoor kan in individuele gevallen rekening worden gehouden met bijzondere omstandigheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/5218/documents/76179