210520 Adviesraad Sociaal Domein Halderberge Inspraakverslag beleidsplan inburgering. (1).pdf
Tekst van het document
Gemeente Halderberge
Adviesraad Sociaal Domein Halderberge Dorpsstraat 74 4751 AM OUD GASTEL
Zaaknummer
223251
Behandeld door Monique Otten
Onderwerp
Inspraakverslag beleidsplan Inburgering
Telefoonnummer 140165
Uw kenmerk
Bijlage(n)
1
VERZONDEN 2 0 mEl Oudenbosch, Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein Halderberge, Bij het opstellen van het beleidsplan Inburgering bent u betrokken door de hiervoor regionaal opgezette werkgroep. U heeft, samen met de andere adviesraden binnen De6-gemeenten, advies uitgebracht op de definitieve versie. Bijgaand vindt u het inspraakverslag. Hierin zijn alle vragen en adviezen van u en uw collegaadviesraden opgenomen. Ook leest u onze antwoorden op de vragen en hoe wij omgaan met uw advies. Wij hopen dat dit antwoord geeft op uw vragen en u een volledig beeld geeft van de reacties binnen de brede De6-regio. Wij danken u hartelijk voor uw hulp en input gedurende het traject en uw advies op het eindresultaat. Wij blijven graag ook gedurende de uitvoering van dit beleid op een prettige manier met u samenwerken. Mocht u nog vragen heeft over dit inspraakverslag dan kunt u contact opnemen met Frank Theys van de gemeente Etten-Leur (076-502 4341, frank.theys@etten-leur.nl) of met de bovengenoemde contactpersoon. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge, ris, de bu de secr m ester,
"X‘A:WITA:flari
mevrouw
Jacobs
Bijlage
J.C.M. erslag beleidsplan Inburgerinceer YLoco-burgemeester
Wicrikx
Paiklaan 15 - Postbus 5 -- 4730 AA Oudenbosch Tel: 140165 E-mail: gerneente@halderberge.nl- www.halderbergeml Bankrekeningnummer: NL42 BNGH 028.50.74.547 - Kyk-nc 20164480
#
Naam gemeente
Inhoud reactie
1.
Etten-Leur
2.
Halderberge
Om een zo breed mogelijk gedragen advies uit te kunnen brengen hebben wij onder andere de organisaties die vertegenwoordigd zijn in onze Cliëntenraad geraadpleegd. Daar zijn geen op- of aanmerkingen uit naar voren gekomen. Wij gaan dan ook akkoord met dit Beleidsplan. Wij zijn van mening dat dit Beleidsplan recht doet aan de belangen van de toekomstige inburgeraars, zeker gezien de wijze waarop de inburgering tot op heden plaatsvond. Dat u de uitvoering heeft belegd bij het Werkplein Hart van West-Brabant vinden wij een juiste beslissing. De Adviesraad Sociaal Domein van de gemeente Halderberge gaat in grote lijnen akkoord met het conceptplan Inburgering zoals u dat aan ons ter inzage hebt gelegd.
Antwoord op de reactie
Echter, er zijn een aantal vragen gerezen: 3.
Waaruit bestaan de sancties ( 1.1, derde alinea)
4.
Bestaat er een vangnet voor inburgeraars indien zij door ziekte of een ongeval ( tijdelijk) niet kunnen
Eerst willen wij zeggen dat het doel is sancties zoveel mogelijk te voorkomen. Wanneer de afspraken en verplichtingen die samen zijn aangegaan, niet worden nagekomen, dan zullen de inburgeraar en procesregisseur eerst met elkaar in gesprek gaan om te achterhalen waarom dit zo is en of hier verandering in gebracht kan worden. Wanneer er echt sprake blijkt van 'wel kunnen, maar niet willen', dan kan een boete opgelegd worden. Wanneer er afspraken in het kader van de re-integratie niet nagekomen worden, dan kan er daarnaast, vanuit de Participatiewet gekort worden op de uitkering. Ook hier geldt dat er dan echt sprake moet zijn van 'wel kunnen, maar niet willen'. Voor vrijwel alle inburgeraars zal gelden dat zij bij aankomst in onze gemeente afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Ook bij ziekte of een ongeval blijft dit vangnet in stand. Wanneer een inburgeraar
#
Naam gemeente
Inhoud reactie
Antwoord op de reactie
participeren?
niet afhankelijk is van een bijstandsuitkering, omdat hij werk heeft, dan gelden dezelfde vangnetten als voor een andere inwoner. Er blijft maatschappelijke begeleiding geboden worden, zoals dat nu ook het geval is. Op het moment van schrijven zijn wij met een partij in gesprek om deze maatschappelijke begeleiding te bieden. Omdat deze gesprekken nog niet afgerond zijn, kunnen wij nu nog niet zeggen welke partij dit is. Uiteraard kan de inburgeraar deze klacht bespreken met degenen die hem begeleiden; de maatschappelijk begeleider, taaldocent, klantmanager of procesregisseur. Wanneer hij zijn klacht hier echter niet kwijt kan, of zich daar niet prettig bij voelt, dan heeft het Werkplein een specifieke klachtenprocedure en een commissie ombudsman die openstaat voor alle klanten van het Werkplein. Er wordt zeker gekeken naar opleidingsniveau en werkervaring. Indien nodig en mogelijk worden diploma's omgezet naar in Nederland geldende diploma's. Wanneer de diploma's en werkervaring uit het thuisland in Nederland realistisch gezien niet meteen tot dezelfde baan leiden, dan wordt gekeken hoe dit op termijn toch bereikt kan worden en of de inburgeraar eerst begeleid kan worden naar een baan in hetzelfde werkveld, die kan leiden tot de uiteindelijk gewenste baan.
Ja, gedurende de Brede Intake wordt echt het gesprek aangegaan met de inburgeraar waarbij samen besproken wordt hoe het reintegratietraject eruit gaat zien. Het einddoel moet hierbij uiteraard, ook in de ogen van de werkcoach, wel realistisch zijn.
5.
Is of blijft Vluchtelingenwerk betrokken ? Zij hebben immers een eerste opvang gedaan en kennen de mensen goed.
6.
Is er een meldpunt waar een inburgeraar zijn/ haar klachten kan deponeren als er ergens iets hapert?
7.
Wordt er duidelijk gekeken naar het opleidingsniveau van de inburgeraar in zijn/haar thuisland? M.a.w. kan iemand die in het thuisland (bijvoorbeeld) als tandarts heeft gewerkt, in ons land, met aanvullende scholing en een cursus Nederlands, hetzelfde werk gaan doen?
8.
Heeft de inburgeraar zelf een duidelijke stem in het werk dat hij/zij wil en kan doen? Hiermee verlaag je de kans op uitval omdat men iets gaat doen wat men leuk/interessant vindt,
9.
Hoe wordt het niveau van de regisseurs van Werkplein gewaarborgd?
10.
Hoe wordt het beleid geëvalueerd?
In de werving en selectie zal hier aandacht voor zijn. De belangrijkste eigenschappen van een procesregisseur zijn daarbij uitgangspunt van de vacaturetekst en de gesprekken. Vervolgens wordt hierop gemonitord in het functioneren. Dit is echter een nieuwe functie, waarbij door het Werkplein ook ervaring in de praktijk zal moeten worden opgedaan. Of het beleid en de uitvoering door het Werkplein bereikt wat we willen bereiken, wordt in ieder geval gemonitord door de drie ambities op pagina 13 en 14 van het beleidsplan. Daarnaast zullen
#
Naam gemeente
Inhoud reactie
Antwoord op de reactie
we ambtelijk, maar ook met het college en de raad continu in gesprek blijven met het Werkplein over de ervaringen die we opdoen met de nieuwe Wet inburgering. Aan de hand daarvan passen we het beleid aan indien nodig. 11.
12.
Moerdijk
Wij kunnen instemmen met de nota en kunnen daarop positief adviseren. Wel vragen wij nog uw aandacht voor het volgende: Ondanks de argumenten die worden aangedragen vinden wij het jammer dat op geen enkele manier duidelijk is welke indicatoren/toetsingscriteria worden toegepast om te kunnen bepalen wanneer de inburgering is geslaagd of niet. Hoe toetst de gemeente het proces en het resultaat? Wanneer is de gemeente tevreden?
De ambities zijn opgenomen in het beleidsplan op pagina 13 en 14. De indicatoren die nagaan of deze ambities behaald worden, zullen onderdeel uitmaken van stukken van de begroting, bestuursrapportages en jaarstukken. Deze indicatoren zullen via het college en uiteindelijk de raad worden vastgesteld. Wij denken hiermee tegemoet te komen aan uw advies.
Wij begrijpen dat het praktischer is deze elementen buiten de nota vast te leggen (waardoor ze minder rigide zijn en het besluitvormingsproces om ze aan te passen desgewenst simpeler is). Dat argument zou kunnen worden ondervangen door de indicatoren onderdeel van de beleidsnota te laten zijn, maar de vaststelling en wijziging daarvan weg te leggen bij het college. 13.
Het is bekend dat een deel van de doelgroep bij vestiging in Nederland te maken krijgt met behoorlijke financiële kosten die niet of nauwelijks te betalen zijn uit de uitkering die ze ontvangen. We denken dan aan de kosten voor het inschakelen van een tolk, de vertaling van documenten, het niet ontvangen van partnertoeslag omdat de partner nog in het land van herkomst (of elders) verblijft,
Over de mate waarin de problematiek die u beschrijft op dit moment voorkomt, durven wij nu geen uitspraak te doen. We zijn het echter met u eens dat een start met grote financiële problemen de inburgering en participatie in de weg zit. Als deze, of andere problematiek gesignaleerd wordt, zullen wij dan ook ons best doen om hiervoor een oplossing te vinden bij degene waar het probleem veroorzaakt wordt, en anders zelf een oplossing creëren.
#
Naam gemeente
Inhoud reactie
Antwoord op de reactie
advocaatkosten, kosten voor het over laten komen van familieleden, etc. Het is ons bekend of voor deze ( (eenmalige) kosten een beroep kan worden gedaan op bijzondere bijstand of een andere financiële tegemoetkoming. Als dat niet het geval is pleiten wij ervoor daarvoor een oplossing te creëren om te voorkomen dat betrokkenen vanaf het allereerste begin al met grote financiële problemen te maken hebben. Dit omdat financiële problematiek niet bepaald bevorderlijk is voor het inburgerings - en participatieproces. Tenslotte nog een opmerking over de handhaving. Bij onwil en het daardoor niet behalen van de afspraken in het PIP wordt er gesproken over handhaving middels een boete of sancties op de uitkering. Op zich een instrument wat nodig kan zijn maar het kan bij de doelgroep, die toch ook al het nodige achter de rug heeft, voelen als het zwaard van Damocles en eerder belemmerend dan stimulerend werken. Wij zijn er daarom voorstander van om, als tegenhanger van het sanctioneren, ook te kijken naar een positieve stimulans en daarom het nakomen van de afspraken in het PIP op enigerlei wijze te belonen.
14.
15.
Roosendaal
Zoals ook bij punt 3 aangegeven, willen we eerst benadrukken dat eerst in gesprek met elkaar gekeken zal worden waarom de afspraken niet nagekomen worden en hoe ervoor gezorgd kan worden dat dit wel het geval is. Op dit moment willen wij starten met de voorgenomen werkwijze, waarbij we een goede, persoonlijke relatie met de inburgeraar willen opbouwen gestoeld op wederzijds vertrouwen. Een beloning bij het behalen van de afspraken uit het PIP maakt daar nog geen onderdeel vanuit. We nemen uw suggestie echter wel mee om deze af te wegen bij de beoordeling van de eerste ervaringen in de praktijk.
De adviesraad van de gemeente Roosendaal heeft aangegeven niet binnen de gevraagde termijn advies te kunnen uitbrengen. Wanneer hun advies op een later tijdstip binnenkomt, zal dit, indien mogelijk, als nagekomen stuk bij de stukken voor de gemeenteraad worden toegevoegd. In de uitvoering zal geprobeerd worden
#
16.
17.
18.
19.
Naam gemeente
Inhoud reactie
Rucphen
Om een succesvolle, doorlopende leerlijn te organiseren geeft u aan dat in een zo vroeg mogelijk stadium de kennismaking georganiseerd moet worden. Ook het COA biedt begeleidingsprogramma's aan, kunt u nagaan of trajecten complementair aangeboden worden zodat deze overgang soepel verloopt? De adviesraad benoemt, met klem, dat in de uitvoering van het beleid de procesregisseur een belangrijke rol gaat vervullen. Passende ondersteuning bieden is noodzakelijke competentie, waarbij de kwaliteiten en sterktes van de inburgeraar wordt gestimuleerd, en ondersteuning geboden wordt waar het knelt. De procesregisseur moet laagdrempelig zichtbaar en bereikbaar zijn voor de inburgeraar en er moet een integrale afstemming zijn met professionele en vrijwillige organisaties. Wij ontvangen de eerste signalen dat het Werkplein zich bewust wordt dat naast de formele uitvoering van taken de integrale, proactieve werkhouding een belangrijke, succesvolle competentie is om de juiste ondersteuning- op- maat te bieden. Uiteraard worden wij graag op de hoogte gehouden hoe deze nieuwe functie zich zal ontwikkelen. Voor de adviesraad is de uitvoerbaarheid van PIP met bijhorende einddoel, tussendoelen en verwachtingen pas zinvol als het past bij de ontwikkeling van inburgeraar.
Een meerjarenplan waarbij doelstellingen regelmatig worden geëvalueerd en bijgesteld is noodzakelijk om teleurstelling te voorkomen. Het begint bij de juiste begeleiding, kijkend wat men kan bijdrage en waar men zich in kan ontwikkelen.
Antwoord op de reactie
eventuele adviezen mee te nemen. Mede op uitnodiging van het COA gaan wij op korte termijn met elkaar in gesprek om te bekijken hoe we informatie het beste kunnen uitwisselen en onze programma's complementair kunnen maken.
Wij onderschrijven dit volledig en denken dat de voorgenomen werkwijze hierin gaat voorzien.
Fijn dat deze signalen u ook bereiken. De wijze waarop u meegenomen wordt in deze brede ontwikkeling binnen het Werkplein, verschilt per gemeente en adviesraad. Doet u hier in uw contact met uw eigen gemeente ook gerust navraag naar, maar wij stippen dit via deze weg ook bij uw gemeentelijke organisatie aan. Een sjabloon voor de exacte inhoud en opzet van het PIP. Wij onderschrijven de opmerkingen die u daarbij maakt. Wij nemen uw advies dus over.
#
Naam gemeente
20.
21.
22.
Inhoud reactie
Antwoord op de reactie
Met de overheveling wijzigt mogelijk ook de inzet en ondersteuning van Vluchtelingenwerk. Het is voor de adviesraad niet duidelijk of er wijzigingen ontstaan binnen de gemeente Rucphen. Vluchtelingenwerk Rucphen is een goed, georganiseerde organisatie met ervaren vrijwilligers en wij vragen u dit vraagstuk zorgvuldig te bekijken. Als de huidige ondersteuning niet zal worden voortgezet gaat er veel kennis, ervaring en liefdewerk verloren. Tevens hopen we dat er een synergie gaat ontstaan tussen de procesregisseur en vluchtelingenwerk. Samen bereik je meer dan alleen! De overheveling van de Wet Inburgering naar de gemeente is een complexe transitie en zal de nodige inspanning kosten voor onze gemeente en samenwerkingspartners. Toch aanschouwt de adviesraad het ook als een uitgelezen kans om meer grip te krijgen op een succesvolle integratie binnen de samenleving in de gemeente Rucphen. Wij stemmen positief in met dit beleid en vinden het een goed initiatief dat de De6 adviesraden betrokken worden bij de beleidsvorming. Wij begrijpen dat er op dit moment haast is om het beleidsstuk af te ronden, desalniettemin vragen wij u tijdig de beleidstukken aan te dragen zodat de adviesraad u kan voorzien van een gedegen en breed gedragen advies.
Op het moment van schrijven zijn wij met een partij in gesprek om de maatschappelijke begeleiding te bieden. Omdat deze gesprekken nog niet afgerond zijn, kunnen wij hier nog niet veel meer over zeggen. Wij denken echter dat we met de uitkomst van de gesprekken invulling kunnen geven aan uw opmerking.
— 23.
24.
Zundert
In onze gemeente is een intentieverklaring, Inclusieve gemeente ondertekend. Graag willen wij hiernaar verwijzen in het beleid voor dit beleidsplan. Er kunnen sancties worden opgelegd bij niet nakomen van afspraken als duidelijk blijkt dat er onwil aanwezig is. Waaraan wordt dan gedacht?
Wij zien dit op dezelfde wijze.
Een goede opmerking. Wij denken dat dit beleid bijdraagt aan de inclusieve gemeente die wij willen zijn. Zie hiervoor de antwoorden op de vragen 3 en, in mindere mate, 14.
#
25. 26.
Naam gemeente
Inhoud reactie
Antwoord op de reactie
De proces-regisseur onder wiens verantwoordelijkheid komt hij of zij te vallen? Hoe wordt de kwaliteit van de taallessen geborgd en gecontroleerd? Dit is in het verleden fout gegaan en mensen moesten zelfs naar Breda. Ook is er nu fraude geconstateerd.
De procesregisseur komt in dienst bij het Werkplein, het Werkplein is daarmee verantwoordelijk voor zijn/haar functioneren. Het keurmerk Blik op Werk blijft gehandhaafd waarbij er op dit moment (landelijk) gekeken wordt hoe dit aangescherpt kan worden. De grootste borging gaat in de nieuwe wet wat ons betreft echter uit van de afspraken en overeenkomsten die wij in het kader van de aanbesteding sluiten met taalaanbieders. Daarnaast zal er gedurende de looptijd van de overeenkomsten regulier contact zijn met de scholingsaanbieder, zowel over de kwaliteit en de gemaakte afspraken, maar ook over inhoudelijke voortgang in de praktijk. Dit moet in de praktijk nog verder vorm krijgen. Voor de hand ligt echter dat zowel het Werkgeverservicepunt als de procesregisseur een rol zullen hebben in het betrekken van lokale werkgevers bij de inburgering en re-integratie van statushouders. We nemen uw advies ter harte en zullen hierop bij het Werkplein aandringen.
27.
Hoe gaat men de binding regelen tussen de lokale arbeidsmarkt en het werkplein?
28.
Er wordt een PIP gemaakt. [Alweer een afkorting]. We moeten verzoeken dat deze PIP in Jip en Janneke taal wordt geschreven en zonder afkortingen. Wie stelt deze PIP op en wie stelt deze bij? Is dat de proces regisseur?
29.
30.
Wie regelt in de gemeente Zundert de kennismaking? Ligt dat ook bij het werkplein of wordt er ook nog een contactambtenaar in de gemeente voor dit proces aangewezen.
31.
Opvallend is, dat de leerroute wettelijk maar één keer aangepast kan worden. Wat te doen, als dit dan nog niet het gewenste effect heeft?
Dat klopt. Hij doet dit in gesprek met de statushouder en, indien nodig, met input van specialistische medewerkers op vlak van bijvoorbeeld re-integratie, WMO of Jeugd. Het Werkplein neemt de uitvoering van de Wet inburgering op zich, daaronder valt ook de het zogenaamde welkomstprogramma. Daarbij wordt echter samengewerkt met de partij die de maatschappelijke begeleiding biedt en met lokale verenigingen en instanties. Dit wordt op dit moment verder vorm gegeven. Wij zijn hier ook benieuwd naar, afwijken van deze wettelijke bepaling is vooralsnog niet mogelijk. Of de behoefte hiertoe in de praktijk zal voorkomen, is echter de vraag: Er zijn drie leerroutes, waarbij het niet voor de hand ligt dat iemand uit de onderwijsroute bij nader inzien toch beter zou passen in de Z-route, of andersom. Wanneer de leerroute aangepast moet worden, zal dat dus hoogst waarschijnlijk gaan om: Van Z-route naar B1 of andersom. Van Onderwijsroute naar B1 of andersom.
#
32.
33.
34.
35.
Naam gemeente
Inhoud reactie
De vaste lasten zullen 6 maanden automatisch worden afgeschreven. Na 6 maanden moet de inburgeraar financieel zelfredzaam zijn. [Zie bladzijde 3] Er gaan gemiddeld zes maanden verloren tussen huisvesting in een gemeente en de start van een inburgeringstraject. [Zie bladzijde 61 Onze vraag, hoe verhoudt dit en wanneer geldt hetgeen op bladzijde 3 is vermeld? Er is gekozen om deze (onderwijs) route in beginsel beschikbaar te stellen voor inburgeraars tot 28 jaar. Inwoners boven deze leeftijd komen namelijk niet in aanmerking voor een studiefinanciering via DUO, en zouden na hun inburgering via deze route dus knel komen te zitten bij het volgen van een opleiding. Hoelang duurt leerroute 2? Er staat immers dat je maximaal 30 jaar mag zijn om bij DUO recht te hebben. Een termijn wordt namelijk nergens genoemd. De ene keer wordt benoemd, dat er gestreefd wordt naar betaald werk en anders vrijwilligers werk. Wat zijn de redenen dat betaald werk niet mogelijk is? Wordt dit ergens beschreven? Dit kan wel betekenen, dat in de ene gemeente iemand wel betaald werk kan/moet doen en in een andere gemeente niet, De Adviesraad Sociaal Domein Zundert kan zich in grote lijnen vinden in dit beleidsplan. Wel zal er meer duidelijkheid moeten zijn over de bovenstaande onzekerheden. Daarbij willen wij
Antwoord op de reactie
Daarmee is het dus vooral zaak om bij een aanpassing, daar heel erg zeker van te zijn, zodat we voorkomen dat we deze op een later moment eigen liever zouden terugdraaien. De tekst op bladzijde 6 waar u naar verwijst heeft betrekking op de huidige situatie: op dit moment start de inburgeraar gemiddeld zes maanden na zijn huisvesting met het volgen van inburgeringslessen bij een taalaanbieder. Onder de nieuwe wet en onze werkwijze willen wij dat dit eerder het geval is. Het doorbetalen van de vaste lasten (ontzorging) staat daar in principe echter los van en is een nieuwe bepaling in de wet. Hiermee starten wij direct na huisvesting in de gemeente, op het moment dat de inburgeraar een bijstandsuitkering ontvangt. De onderwijsroute bereidt de inburgeraar in 1,5 jaar voor op een start in het reguliere MBO, HBO of WO onderwijs. Een inburgeraar ouder dan 28,5 jaar komt bij afronding van de onderwijsroute dus niet meer in aanmerking voor een studiefinanciering omdat hij dan ouder dan 30 is. Doel van deze bepaling is inburgeraars niet vast te laten lopen door het niet aansluiten van systemen. De reden dat we hierbij de woorden 'in beginsel hebben opgenomen is dat we ook de flexibiliteit willen hebben om hiervan af te wijken wanneer we zien dat deze route met een hogere leeftijd toch geschikt blijkt.
Het niet kunnen leren van de taal door een beperkte leerbaarheid en een beperkte arbeidscapaciteit zullen de belangrijkste redenen zijn voor het niet mogelijk zijn van betaald werk. Voor deze mensen is de Z-route bedoeld (zelfstandigheidroute). Indeling in de Z-route gebeurt aan de hand van een landelijke (nog te ontwikkelingen) leerbaarheidstoets en de resultaten van de brede intake die wordt afgenomen aan het begin van het traject. De uitkomst hiervan wordt niet beïnvloed door de gemeente waar men woont. Wij denken dat wij met de antwoorden hierboven de gewenste duidelijkheid hebben gegeven. Uw advies over het taalgebruik en vermijden van afkortingen nemen wij ter harte.
#
Naam gemeente
Inhoud reactie
alsnog stellen, dat er GEEN ambtelijke taal, maar gewoon begrijpelijke taal wordt gehanteerd en zeker in de PIP. Ook dienen afkortingen te worden beperkt of zelfs in het geheel niet worden gebruikt, zeker niet in de documenten voor de cliënten.
Antwoord op de reactie
Beleidsplan Inburgering
Iedereen doet mee!
Gemeente Halderberge
GEMEENTE
ETTEN-LEUR
Moerdijk EENTE
_..... (
—
Gemeente
NDERT
Roosendaal
Werkplein S iummiod lib Hart van West-Brabant
Gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Zundert, Werkplein Hart van West-Brabant
BELEIDSPLAN INBURGERING
Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatti ng
3
1. 1.1 1.2
Inleiding Inleiding en aanleiding Opbouw van het stuk
4 4 4
2. 2.1 2.2 2.3
Nieuwe wetgeving in hoofdlijnen en samenhang De huidige situatie De nieuwe wetgeving in hoofdlijnen Samenhang
6 6 6 8
3. Samenwerking De6-gemeenten 3.1 Samenwerkingsstructuur 3.1.1 Gemeenschappelijke regeling 3.1.2 Opdracht Werkplein 3.2 Bestuurlijk besluitvormingsproces 3.2.1 Genomen besluiten 3.2.2 Te nemen besluiten
9 9 9 10 10 10 10
4. Uitgangspunten en Doelstellingen 4.1 Visie 4.2 Ambities 4.3 Wat gaan we daarvoor doen? 4.3.1 Brede intake en doorlopende leerlijn - geen tijd te verliezen 4.3.2 Persoonlijk plan inburgering en participatie resultaatverplichfing en handhaving 4.3.3 Verhoging van de taal-eis naar B1 en leerroutes 4.3.4 Hervorming van de markt voor inburgeringscursussen 4.3.5 Het examenstelsel - modernisering 4.3.6 Ontzorgen van asielstatushouders 4.4 Randvoorwaarden
12 12 12 13 13 13 14 14 14 15 15
5.
16
Conclusie
Bijlage 1: Ontwerpbegroting
2
BELEIDSPLAN INBURGERING
Bestuurlijke samenvatti ng Vanaf 1 januari 2022 wordt de regie op inburgering ondergebracht bij de gemeenten. Dan gaat de nieuwe Wet inburgering in. Het doel is om inburgeraars sneller en beter te laten inburgeren. Inburgeren en meedoen komen samen centraal te staan in het nieuwe inburgeringsstelsel. De6-gemeenten werken samen, waarbij de uitvoering bij het Werkplein Hart van West-Brabant wordt ondergebracht. De verantwoordelijkheid voor de inburgering ligt zowel bij gemeenten als bij de inburgeraar zelf. Het gaat hierbij om asielzoekers van wie het IND heeft vastgesteld dat zij met recht en rede hun thuisland ontvlucht zijn (statushouders). Na toekenning van hun verblijfsvergunning is het aan de gemeenten om hen huisvesting aan te bieden, zodat zij het AZC kunnen verlaten en kunnen starten met inburgeren in hun nieuwe woonplaats. Bij de uitvoering van de Wet inburgering gaat het om de uitvoering van vastgestelde taken. Gemeenten hebben hierbinnen echter beleidsvrijheid. In dit beleidsplan staat beschreven hoe De6-gemeenten hun beleidsvrije ruimte besteden. De regie op het inburgeringsproces ligt bij de gemeenten. Een procesregisseur in dienst van het Werkplein zal hierin een coördinerende rol spelen. De inburgering begint met een kennismaking met de gemeente en een brede intake die zo vroeg mogelijk plaatsvindt.
Na de intake wordt in samenspraak een persoonlijk plan opgesteld om de inburgering vorm te geven. Hierbij gelden algemene uitgangspunten, maar het grootste deel is maatwerk. Op verschillende leefgebieden wordt bekeken welke mogelijkheden een inburgeraar heeft en welke ondersteuning de inburgeraar daarbij nodig heeft. Er wordt een keuze gemaakt tussen drie leerroutes, waarbij het accent bij de eerste leerroute ligt op werk, bij de tweede op onderwijs en bij de derde route op zelfredzaamheid. Het doel is altijd om de taal op een zo hoog mogelijk niveau te leren (minimaal B1-niveau) en om mee te doen in de samenleving. Om deze reden zal de markt voor inburgeringscursussen hervormd en het examenstelsel gemoderniseerd worden. De6-gemeenten kiezen voor een beperkt aantal inburgeringsscholen om grip te houden op de kwaliteit die deze scholen leveren. Het uitgangspunt is dat inburgeren leidt tot betaald werk. Daarbij wordt gekeken naar de wensen van de inburgeraar, maar wordt aangestuurd op een duurzame arbeidspositie. Voor inburgeraars die minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en nog niet leerbaar genoeg zijn, is meedoen in de samenleving het doel. Dat kan via vrijwilligerswerk of andere wijzen van participatie. Wanneer werk (nog) niet mogelijk is, is het behalen van een Nederlands schooldiploma belangrijk. Daarop zal worden geïnvesteerd via de onderwijsroute.
Alle inburgeraars worden financieel ontzorgd door de gemeente om daarmee te voorkomen dat zij in de schulden raken. De vaste lasten zullen zes maanden automatisch worden afgeschreven. Na zes maanden moet de inburgeraar financieel zelfredzaam zijn. Bij wijze van uitzondering kan de periode van financiële ontzorging worden verlengd. Randvoorwaarden om de inburgering te laten slagen zijn bereikbaarheid van de inburgeringslessen en kinderopvang tijdens lestijden indien noodzakelijk. In beide gevallen geldt het uitgangspunt dat de inburgeraar zo snel mogelijk zelfredzaam is op het gebied van mobiliteit en gebruik kan maken van reguliere mogelijkheden voor kinderopvang. In die gevallen waarin dat niet mogelijk is, worden maatwerkafspraken gemaakt tussen de gemeente en de inburgeraar.
3
BELEIDSPLAN INBURGERING
1. Inleiding Naar verwachting wordt vanaf 1 januari 2022 de regie op inburgering ondergebracht bij gemeenten. Inburgeraars zijn personen die op grond van de Wet inburgering (Wi) inburgeringsplichtig zijn. Dat zijn asielstatushouders en hun (nareizende, meerderjarige) gezinsleden, gezinsmigranten (regulier) en "overigen" (bijvoorbeeld geestelijk bedienaren). De Wet inburgering buitenland (Wib) blijft ongewijzigd. Voor u ligt het beleidsplan van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert. Samenwerkend als de De6-gemeenten en in de Gemeenschappelijke Regeling Werkplein Hart van West-Brabant. 1.1 Inleiding en aanleiding Vanuit de landelijke overheid is er onvrede over het huidige inburgeringsstelsel zoals dat is ingevoerd in 20131. Er is sprake van een centraal vastgesteld examenstelsel, maar de verschillende onderdelen staan te veel op zichzelf. Daardoor biedt het stelsel te weinig samenhang tussen inburgering en meedoen. Met meedoen gaat het niet alleen om werken maar ook om meedoen in de samenleving. Al in het regeerakkoord van 2017 is aangekondigd dat de effectiviteit en doelmatigheid van het inburgeringsstelsel moeten worden vergroot. Het uiteindelijke doel is dat inburgeraars zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse maatschappij en het liefst door betaald werk.
Doordat er nu te weinig samenhang en geen regie op de totale inburgeringsketen is, duurt het te lang voor inburgeraars beginnen met hun inburgeringstraject. Hierdoor zijn ze langer dan nodig afhankelijk van een uitkering. En dat niet alleen: mensen beheersen de taal onvoldoende, hebben geen netwerk en nemen niet of onvoldoende deel aan de samenleving. Om dit te verbeteren worden er per 1 januari 2022 belangrijke wijzigingen doorgevoerd, waarbij de gemeenten meer regie over het inburgeringstraject krijgen. Gemeenten krijgen een rol in de begeleiding van inburgeraars. Deze begeleiding houdt beter taalonderwijs in en het wegnemen van (financiële) belemmeringen. Het doel hiervan is om inburgeraars beter te laten participeren in de samenleving, het liefst via betaald werk. Daarnaast wordt de inburgeraar intensiever begeleid en is de sturing op het behalen van de inburgering binnen de gestelde termijn veel sterker aanwezig. De inburgeraar blijft eigenaar van zijn eigen inburgering. Meer dan voorheen worden inburgeraars gewezen op die verantwoordelijkheid en de verplichtingen die daarmee samenhangen. Indien de inburgeraar zich niet aan deze verplichtingen houdt, kunnen er vanuit de gemeente sancties worden opgelegd. In dit beleidsplan wordt uitgewerkt hoe de De6-gemeenten vanuit hun regierol vorm gaan geven aan de nieuwe wet inburgering.
1.2 Opbouw van het stuk Om te beginnen wordt er in hoofdstuk twee ingegaan op de veranderingen die de nieuwe wet inburgering met zich meebrengt ten opzichte van de huidige situatie. Ook wordt er ingegaan op de samenhang met andere wetgeving in een integraal karakter. Hoofdstuk drie bespreekt het proces van de samenwerking tussen de De6-gemeenten, het Werkplein en de keuzes die daarin gemaakt zijn. Vervolgens worden in hoofdstuk vier de visie, uitgangspunten en doelstellingen besproken. Tot slot ronden we in hoofdstuk vijf af met een conclusie. In de bijlage vindt u de begroting waarmee de financiële gevolgen worden weergegeven.
1 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kannerstukken/2018/07/02/kannerbriefhoofdlijnen-veranderopgave-inburgering/kamerbrief-hoofdlijnen-veranderopgave-inburgering.pdf 4
BELEIDSPLAN INBURGERING
Voordat u verder leest, willen wij graag meegeven dat in een eerder stadium besloten is de uitvoering van de Wet inburgering te beleggen bij het Werkplein Hart van West-Brabant. Dit betekent dat waar in het stuk gesproken wordt van 'de gemeente', het in geval van de uitvoering ook gelezen kan worden als 'het Werkplein'. Tot slot duiden we in het stuk de statushouder of bijvoorbeeld de procesregisseur aan met 'hij'. Hier kan uiteraard ook 'zij'gelezen worden.
5
BELEIDSPLAN INBURGERING
2. Nieuwe wetgeving in hoofdlijnen en samenhang Om goed te begrijpen waar we naartoe willen, is het ook belangrijk om te kijken waar we vandaan komen. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de wet inburgering op dit moment is vormgegeven en wat de rol van gemeenten daarin is. Vervolgens wordt ingegaan op de veranderingen die de nieuwe wet inburgering met zich meebrengt en hoe gemeenten en het Werkplein hun rol daarin moeten vinden en nemen. Daarin is er een onderscheid tussen asielstatushouders en gezins- en overige migranten. Tot slot wordt er kort ingegaan op wetgeving die nauw aansluit of overlapt met inburgering. 2.1 De huidige situatie De huidige wet inburgering is ingevoerd in 20132 en de bedoeling was om meer verantwoordelijkheid neer te leggen bij inburgeraars zelf en om de kwaliteit van inburgeringscursussen te verbeteren. Hiervoor kunnen inburgeraars geld lenen van DUO tot een maximum van 10.000 euro. Deze lening wordt vervolgens kwijtgescholden als zij aan de inburgeringsplicht voldoen. Deze wet heeft de regierol verplaatst van de gemeente naar de inburgeraar zelf. Ondanks dat de regierol is verplaatst, hebben gemeenten in de praktijk nog steeds hun rol. Zo hebben zij een taakstelling bij het huisvesten van inburgeraars, zijn zij via de Participatiewet betrokken bij zowel werk als inkomen en zijn zij verantwoordelijk voor het traject rond de Participatieverklaring.
Deze verklaring is bedoeld om inburgeraars te wijzen op de rechten, plichten en fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving. Deze verklaring is onderdeel van het examenstelsel inburgering. Vanuit die rol werken gemeenten samen met maatschappelijke organisaties ten behoeve van de begeleiding en de diverse organisaties voor maatschappelijk werk. Inburgeraars komen daar terecht voor ondersteuning op praktisch niveau en worden begeleid om deel te nemen in de maatschappij. Zo kunnen praktische zaken als het betalen van rekeningen en het aanvragen van diverse regelingen een uitdaging zijn als mensen onbekend zijn in Nederland. Ook bij het Werkplein lopen diverse trajecten die zich specifiek richten op maatschappelijke participatie van inburgeraars. 2.2 De nieuwe wetgeving in hoofdlijnen Een belangrijk kritiekpunt op het huidige stelsel is dat er samenhang tussen inburgering en meedoen - in de samenleving en op de arbeidsmarkt - ontbreekt'. De aanpassingen van het inburgeringsstelsel dragen bij aan het vergroten van de synergie door inburgering stevig te positioneren als onderdeel van het sociaal domein, in het bijzonder de Participatiewet. De wet is opgebouwd uit zes hoofdlijnen, die hieronder kort worden toegelicht.
Aan het einde van deze paragraaf wordt in figuur 1 een overzicht weergegeven waarin de taken per soort inburgeraar worden weergegeven (asielstatushouders en gezins- en overige migranten).
https://www.cpb.nl/sites/default/files/onnnidownload/CPB-Notitie-feb2020-Een-nieuwe-kijk-op-de-WetInburgering-2013.pdf
2
3
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/imnnigrafie-naar-nederland/documenten/kamerstukken/ 2018/07/02/kannerbrief-hoofdlijnen-veranderopgave-inburgering 6
BELEIDSPLAN INBURGERING
I. Brede intake en doorlopende leerlijn - geen tijd te verliezen Er gaan gemiddeld zes maanden verloren tussen huisvesting in een gemeente en de start van een inburgeringstraject. Inburgeraars moeten zo vroeg mogelijk beginnen met het inburgeringstraject. Dit betekent dat er een brede intake moet plaatsvinden op het moment dat inburgeraars aan een gemeente worden gekoppeld. Hierdoor hebben gemeenten ook een beter inzicht in de behoeften van nieuwkomers. II. Persoonlijk plan inburgering en participatie - resultaatverplichting en handhaving Op basis van de intake wordt er een individueel Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgesteld, dat moet leiden tot een programma voor het leren van de taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. De verplichtingen in het PIP zijn niet vrijblijvend en zijn gekoppeld aan de verplichtingen in de Participatiewet. Deze verplichtingen zijn onder andere de verplichting om werk te zoeken, te behouden en te aanvaarden en om mee te werken aan de re-integratie richting werk en participatie. III. Verhoging van de taal-eis naar Bi en leerroutes Het standaard taalniveau wordt verhoogd van A2 naar Bl.. In de praktijk betekent dit dat men niet enkel een gesprek kan voeren over alledaagse zaken, maar ook de eigen mening, ervaring en verwachtingen kan beschrijven.
De wet gaat ervan uit dat inburgeraars streven naar een zo hoog mogelijk taalniveau. Het verhogen van het taalniveau heeft te maken met de ambitie in de nieuwe wet. Er wordt uitgegaan van het hoogst haalbare in plaats van het meest passende of best realiseerbare. Dit is bedoeld als prikkel om een zo goed mogelijke startpositie op de arbeidsmarkt te krijgen en goed in te burgeren. Hierbij wordt een koppeling gemaakt aan drie leerroutes. De eerste leerroute is de B1-route en leidt inburgeraars toe naar het Bi-examen. De tweede route is de onderwijsroute waarbij er zo snel mogelijk toegewerkt wordt naar een taalniveau dat toegang geeft tot het Nederlandse onderwijsstelsel. Deze route is erop gericht om een Nederlands diploma te behalen, waarmee inburgeraars de arbeidsmarkt op kunnen. Wij hebben ervoor gekozen om deze route in beginsel beschikbaar te stellen voor inburgeraars tot 28 jaar. Inwoners boven deze leeftijd komen namelijk niet in aanmerking voor een studiefinanciering via DUO, en zouden na hun inburgering via deze route dus knel komen te zitten bij het volgen van een opleiding. Het derde traject, de Z-route is bedoeld voor mensen die onvoldoende leervermogen hebben om een Bi-diploma te halen. Dit gaat om inburgeraars die onvoldoende leerbaar zijn om hier verandering in aan te brengen. Hervorming van de markt voor inburgeringscursussen IV.
Over de afgelopen jaren is gebleken dat er veel goede instellingen zijn die inburgeringslessen aanbieden. Maar in sommige gevallen is er ook gebleken dat aanbieders zich focussen op de maximale DUO-lening tegen kwalitatief onvoldoende onderwijs. In het nieuwe stelsel krijgen gemeenten budget om taalcursussen in te kopen en hier kwaliteitseisen aan te verbinden. V. Het examenstelsel - modernisering Het huidige inburgeringsexamen bestaat uit zeven onderdelen. Vier onderdelen zijn gericht op taalvaardigheid. Daarnaast is er Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en de Module Arbeidsmarkt Participatie (MAP). De Participatieverklaring is al belegd bij gemeenten. In de nieuwe wet wordt het onderdeel KNM herzien en deze wordt centraal getoetst samen met de taalonderdelen. Het onderdeel MAP wordt samen met de Participatieverklaring de verantwoordelijkheid van gemeenten.
7
BELEIDSPLAN INBURGERING
VI. Ontzorgen van asielstatushouders Gemeenten worden wettelijk verplicht om asielstatushouders die een bijstandsuitkering ontvangen de eerste zes maanden in Nederland te ontzorgen. Dit betekent dat alle vaste lasten (huur, energiekosten, verzekeringspremies) van de inburgeraars worden doorbetaald. Dit wordt ook opgenomen in het individueel plan inburgering en participatie. Na zes maanden kan de periode van ontzorgen worden verlengd als dat noodzakelijk is. Het doel is om de financiële ontzorging zo kort mogelijk te houden. Inburgeraars worden daarom getraind om zo snel mogelijk financieel zelfredzaam te worden. Lid
Asielstatushouders
Maatschappelijke begeleiding
X
OntzorgIng
X
Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken)
X
Alfabetisering (voor zover opgenomen in het PIP)
X
Een van de 3 leerroutes, incl. K NM
X
Gezins- en overige migranten
MAP PVT In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatie-Componenten
.3
Figuur 1: Taken uit de Wet inburgering per doelgroep 2.3 Samenhang met andere wetgeving De nieuwe Wet inburgering heeft een directe samenhang met de Participatiewet en een indirecte samenhang met het bredere sociale domein. Deze relatie tot de Participatiewet zit voor een groot deel verankerd in de arbeids- en re-integratieverplichting. Zo is er voor de gemeente een wettelijke grondslag om begeleiding naar werk of participatie aan te bieden en te controleren op naleving. Inburgeraars hebben gezien hun positie een groter risico op (multi-)problematiek. Dit betekent dat zij ook in beeld kunnen zijn bij andere hulpverleningsinstanties. Hierdoor kan er samenhang ontstaan tussen Wmo 2015, de Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Om deze reden zal in de brede intake ook worden stilgestaan bij meerdere leefgebieden om zo breed mogelijk gebruik te kunnen maken van het ondersteuningsaanbod. Bij de beleidsvoorbereiding moet er ook rekening worden gehouden met de integrale samenhang tussen deze domeinen. Hierbij kan aansluiting gezocht worden bij de Wet aanpak meervoudige problematiek die nog behandeld moet worden door de Tweede Kamer. Des te meer omdat meervoudige problematiek een remmende werking heeft op het gebied van werk en participatie.
8
BELEIDSPLAN INBURGERING
3. Samenwerking De6-gemeenten De Wet inburgering is een uitgebreide wet die gemeenten veel nieuwe taken geeft. Kleine en middelgrote gemeenten doen er daarom verstandig aan om samen te werken. Voor gemeente Halderberge gaat het momenteel per jaar relatief gezien om een gering aantal statushouders dat gehuisvest wordt. Het is daarom niet efficiënt om de taken van de Wet inburgering als gemeente zelfstandig in de vullen. Bovendien kan de instroom van statushouders fluctueren, waardoor de inzet per gemeente moeilijk is in te schatten. Deze fluctuatie is beter regionaal op te vangen dan als gemeente individueel. Om schaalvoordelen te behalen in capaciteit en om kennis te kunnen delen, hebben De6-gemeenten besloten de Wet inburgering gezamenlijk uit te voeren. 3.1 Samenwerkingsstructuur De6-gemeenten werken met elkaar samen op verschillende domeinen, waaronder de uitvoering van de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Er is stevig contact tussen deze gemeenten in de vorm van een netwerkstructuur. De uitvoering van de taken uit de Participatiewet is juridisch geborgd met een Gemeenschappelijke Regeling (GR). De aankondiging van de nieuwe Wet inburgering is daarom in 2019 voor De6-gemeenten aanleiding geweest om de samenwerking op te pakken.
De huidige werkwijze rondom de aanpak statushouders is geëvalueerd en vergeleken in het licht van de taken uit de nieuwe Wet inburgering. In mei 2019 is vervolgens een gezamenlijke visie vastgesteld door de verantwoordelijk wethouders van De6-gemeenten. Daarin is een aantal uitgangspunten geschetst. In 2020 zijn de gemeenten en het Werkplein begonnen met de projectstructuur onder leiding van een externe projectleider. Daarbij is een brede projectstructuur opgezet met een projectgroep en een drietal werkgroepen waarin verschillende disciplines zijn vertegenwoordigd. De werkgroepen houden zich bezig met de voorbereiding van de gemeentelijke keuzes in de uitvoering van de nieuwe wet. Het gaat hierbij om het opstellen van beleidsstukken, de inkoop van diensten (leerroutes, participatietrajecten en ondersteuningstrajecten) en het inrichten van de uitvoering (werkprocessen, waaronder organisatie, begroting, ICT en privacy). 3.1.1 Gemeenschappelijke Regeling De6-gemeenten beschikken over een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, het Werkplein Hart van West-Brabant. In december 2020 hebben de gemeenteraden van De6-gemeenten de opdracht aan het Werkplein gegeven om de uitvoering van de Wet inburgering op zich te nemen. Hier hebben de gemeenteraden de GR Werkplein voor aangepast.
Er is voor het Werkplein gekozen omdat deze organisatie beschikt over kennis en expertise rondom het begeleiden van mensen naar werk. Het Werkplein werkt momenteel ook al met statushouders. Sinds de vluchtelingencrisis voert het Werkplein de zogenaamde aanpak statushouders uit. Deze is erop gericht statushouders door een begeleiding aan het werk te krijgen of te laten participeren in de samenleving. De nieuwe Wet inburgering is weliswaar aanzienlijk breder, maar hierdoor heeft het Werkplein wel waardevolle ervaring opgedaan met de doelgroep en de meeste partners waarmee ook in de nieuwe Wet inburgering samengewerkt moet worden. Daarnaast onderschrijft het Werkplein de doelen van de wet om statushouders in hun eigen omgeving te laten inburgeren door middel van scholing, werk en maatschappelijke begeleiding. Het Werkplein ziet dit als kans om de lokale aansluiting bij gemeenten verder te verbeteren.
9
BELEIDSPLAN INBURGERING
3.1.2 Opdracht Werkplein Het Werkplein heeft de taak om mensen naar vermogen te laten participeren in de samenleving. Dat doet het Werkplein door mensen bestaanszekerheid te geven en hen te adviseren en te begeleiden naar werk. Daarbij is het belangrijk dat mensen uit de schulden, armoede of sociaal isolement komen en blijven. Momenteel vallen statushouders al onder de doelgroep van het Werkplein, omdat veel statushouders (tijdelijk) afhankelijk zijn van een uitkering. Het Werkplein krijgt een centrale rol in de uitvoering van de wettelijke taken. Vanaf de inwerkingtreding van de Wet inburgering behoudt het Werkplein een aantal bestaande taken en krijgt het er een aantal nieuwe taken bij. Inkomensverstrekking is een bestaande taak van het Werkplein die niet gaat veranderen. Een nieuwe taak voor het Werkplein is het werkgeverschap voor de procesregisseurs. Procesregisseurs zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van alle inburgeringsroutes, waar de brede intake, het persoonlijk plan, het leertraject en de maatschappelijke begeleiding belangrijke onderdelen van zijn. Ook de financiële ontzorging is een nieuwe taak. 3.2 Bestuurlijk besluitvormingsproces Dit Beleidsplan wordt vastgesteld door De6-gemeenteraden. Onderstaand overzicht geeft aan hoe het Beleidsplan in het besluitvormingsproces is gesitueerd. \\\/
GR
Beleidskaders
Beleidsuitvoering
Organisatorische borging Regievoering Werkplein Bevoegd: Gemeenteraden
Inhoudelijke kaders Beleidsplan (incl. begroting) Bevoegd: Gemeenteraden
Uitvoeringsproces Beleidsregels Inkoop diensten (in het geval van De6 is dit belegd bij het Werkplein) Inrichten werkprocessen (in het geval van De6 is dit belegd bij het Werkplein) Bevoegd: Colleges B&W
3.2.1 Genomen besluiten Het eerste besluit in het traject had betrekking op de organisatorische borging. Vervolgens hebben de gemeenteraden van De6 in december 2020 het besluit tot aanpassing van de GR genomen en gaven zij daarmee het Werkplein de opdracht om de regievoering van de inburgering op zich te nemen en daarmee verantwoordelijk te worden voor de wettelijke taken rondom de inburgering. 3.2.2 Te nemen besluiten Het vervolgtraject bestaat nu uit het vaststellen van de inhoudelijke beleidskaders en het uitvoeringsproces. Het vaststellen van dit Beleidsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraden. Het uitvoeringsproces wordt vastgelegd in de vorm van de beleidsregels of werkinstructies. Dit is de basis voor de uitvoering van de taken. De colleges van burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het vaststellen van beleidsregels.
10
BELEIDSPLAN INBURGERING
In de totstandkoming van dit Beleidsplan zijn de adviesraden sociaal domein en relevante organisaties betrokken om mee te denken. Nog vast te stellen beleidsregels komen tot stand in samenspraak met de cliëntenraad Werkplein. Tot slot worden ook de inkoop van diensten en het inrichten van werkprocessen genoemd. Dit zijn tevens bevoegdheden voor de colleges. Deze zijn in het geval van De6 belegd bij het Werkplein.
11
BELEIDSPLAN INBURGERING
4. Uitgangspunten en doelstellingen In dit hoofdstuk zullen we eerst onze visie op de inburgering van onze nieuwe inwoners weergeven; waartoe leidt de nieuwe Wet inburgering in onze ideale toekomst? Vervolgens leggen we een drietal ambities vast die een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van deze visie. Om u een scherper beeld te geven wat dit betekent voor de uitvoering van de wet en hoe we dit oppakken, kijken we nogmaals naar de belangrijkste zes hoofdlijnen van de nieuwe Wet inburgering, die we ook in hoofdstuk 2 behandelde. Voor elk van deze zes hoofdlijnen kijken we hoe we deze vormgeven om onze visie en ambities te realiseren. Dit doen we onder de noemer 'wat gaan we daarvoor doen'. 4.1 Visie Met ons inburgeringstraject willen we onze nieuwe inwoner de mogelijkheid bieden om zich tot het hoogst mogelijke niveau te ontwikkelen en maximaal deel te nemen aan onze gemeenschap. Uitgangspunt hierbij is: Iedereen doet mee, het liefst via betaald werk. We houden hierbij rekening met de wensen en mogelijkheden van onze nieuwe inwoner, waarbij we sturen op realistische en duurzame keuzes. Wanneer betaald werk niet ~11P`Ig,ndan zetten we in op participatie door het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten, diéli:Stiggèn aan maximale zelfstandigheid en onafhankelijkheid.
We verwachten van onze nieuvizeittwoxinier dat hij minimaal de Nederlandse normen en waarden kent en respecteert. g waarin Het vaststellen van zijn hoogst mogelijke niveam2ede maximaal haalbare mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid doen we samen; in gesprek isnet elkaar. In het bereiken daarvan, staat onze nieuwe inwoner centraal. Wij vertrouwen in helrrr; i gM rnaninnen, bij het behalen van de afgesproken doelen, maar laten hem niet aan zijn lot over. OP3,0:gn begeleiding en ondersteuning en sturen bij mogelijk waar nodig. Het begin van onze begeleiding naar het hoogsteilfgeillie niveau start zo vroeg mogelijk en is gericht op ontzorgen en het bieden van een solideerfflor iedereen gelijke, start. Het vervolg is echter maatwerk en kan per persoon verschillen. Dit vgtmlitAkliviin de volgende visie: 1 jr. k touf
lvt
leiden en waarbij zij de mogelijkhei d krijgen 4.2 Ambities
om op een
zo hoog Om de bovenstaande visie tot realiteit te makeprozágy drie belangrijke onderdelen in het leven van een statushouder die beter zullen moeten ve rJopen acn la onder de inburgeringswet de afgelopen niveau eei jaren. te nemen Ambitie 1 Meer inburgeraars nemen deel WirA (219%aatschappij We richten ons op duurzame participatie. HierbrOMfttát1494Pirk voorop en sluiten we aan bij de vaardigheden, belangstelling en vermogens varijclecataflushouder en houden daarbij rekening met kansrijke beroepen en sectoren. Blijkt werk niett~ar, dan wordt gezocht naar wel haalbare maatschappelijke activiteiten, werk als sociaal. Ambitie 2 Meer Inburgeraars behalen een BI-taalniveau Een taalniveau B1 is het streven voor alle inburgeraars. Dit is het niveau dat nodig is om zo goed mogelijk te participeren. Pas wanneer blijkt dat dit taalniveau niet mogelijk is, wordt een ander passend taalniveau nagestreefd. 12
BELEIDSPLAN INBURGERING
Ambitie 3 Meer inburgeraars zelfstandig We streven naar een zo hoog mogelijke zelfstandigheid van inburgeraars. We ondersteunen de inburgeraar in het begin intensief, met als doel om de ondersteuning steeds verder af te bouwen naarmate de inburgeraar zelfstandiger wordt. Niet enkel op het wettelijk financieel vlak in de eerste zes maanden na huisvesting, maar de ondersteuning is daarnaast ook gericht op dagelijkse activiteiten die de inburgeraar tegenkomt in de Nederlandse samenleving. 4.3 Wat gaan we daarvoor doen? De zes hoofdlijnen van de nieuwe Wet geven tevens goed aan wat er gaat veranderen ten opzichte van de situatie onder de oude wetgeving. We hebben deze hoofdlijnen eerder besproken in hoofdstuk 2 en geven nu per hoofdlijn aan hoe onze visie en ambities zich vertalen naar onze aanpak en organisatie. 4.3.1 Brede intake en doorlopende leerlijn - geen tijd te verliezen Volgend uit onze visie vinden we het met betrekking tot de brede intake belangrijk dat de statushouder en de gemeente Halderberge zo vroeg mogelijk nadat zij aan elkaar gekoppeld zijn, 'kennis met elkaar maken. Die eerste kennismaking is gericht op het uitwisselen en verstrekken van meer algemene informatie die ieder een basis geeft vanwaar we elkaar beter kunnen leren kennen. Deze basis zal vanuit de gemeenten voor iedereen gelijk zijn.
Zodra de mogelijkheid er is, zal echter een intensiever gesprek gevoerd worden. Over het hoogst mogelijke niveau waartoe de statushouder zich kan ontwikkelen en zijn deelname aan de maatschappij. Maar ook over alle aspecten in zijn leven die hierop van invloed zijn en waarmee in de begeleiding dus rekening gehouden moet worden. Om het gesprek richting te geven gebeurt dit aan de hand van een vaste leidraad. Deze leidraad bevat tevens handvatten om de haalbaarheid van het nagestreefde niveau te kunnen vaststellen. Wat gaan we daarvoor doen? • In een zo vroeg mogelijk stadium wordt voor alle inburgeraars op een integrale wijze en met behulp van specialistische kennis de ondersteuningsbehoefte binnen het volledig sociaal domein helder. • Gedurende de brede intake wordt het de statushouder duidelijk wat van hem verwacht wordt onder de wet Inburgering én wat hij mag verwachten van de gemeente. 4.3.2 Persoonlijk plan inburgering en participatie - resultaatverplichting en handhaving Volgend uit onze visie vinden we het met betrekking tot het PIP belangrijk dat dit plan het einddoel van de inburgering bevat, de weg daarnaartoe en de daarbij benodigde begeleiding en ondersteuning op alle aspecten van het sociaal domein.
Uiteraard wordt hier Onderwijs, Werk St Inkomen en Maatschappelijke begeleiding onder verstaan, maar bij behoefte kan dit ook WMO, Jeugd, Schuldhulpverlening en Maatschappelijk werk zijn. Zowel de gemeente als de statushouder committeert zich aan de uitspraken in dit plan. Het is daarom belangrijk dat het plan in overeenstemming tussen beiden is opgesteld. Wanneer er bij de beschrijving van een doel geen overeenstemming bereikt is, dan wordt in ieder geval uitgelegd waarom dit niet het geval is. Het einddoel, tussentijdse doelen en de verwachtingen van zowel statushouder als gemeente, moeten concreet beschreven zijn in het plan. Wanneer de doelen en verwachtingen niet behaald worden, dan kan het PIP aangepast worden, wanneer hiertoe in een gesprek geconcludeerd wordt. Het aanpassen van de leerroute kan wettelijk echter slechts één keer. Wanneer onwil de reden van het niet behalen van de afspraken in het PIP is, dan wordt hierop gehandhaafd middels een boete onder de Wet inburgering, of middels sancties op de uitkering onder de Participatiewet.
13
BELEIDSPLAN INBURGERING
Wat gaan we daarvoor doen? • Het PIP komt op grond van kennis en inzicht van de inburgeraar en zijn situatie tot stand. Overeenstemming tussen de gemeente en de inburgeraar over de inhoud van het PIP is het uitgangspunt. Wanneer dit niet haalbaar blijkt, dan is afstemming in ieder geval de minimumvereiste. • Het PIP geeft een duidelijk beeld van het einddoel en de weg daarnaartoe. Het fungeert als leidraad voor de inburgeringsperiode voor zowel de gemeente als de statushouder. 4.3.3 Verhoging van de taal-eis naar B1 en leerroutes Het leren van de taal en de daarbij behorende leerroutes moeten als doel hebben om inburgeraars zo snel mogelijk naar werk of naar school te begeleiden. Het in de wet nagestreefd taalniveau wordt verhoogd naar Bl. Uiteindelijk is het doel dat inburgeraars duurzaam uitstromen. Er zal op individueel niveau gekeken moeten worden wat de juiste route is. Dit kan afhangen van de leerbaarheid maar ook van de positie van de inburgeraar. We gaan daarbij uit van de intrinsieke motivatie van de statushouder, maar het einddoel moet wel reëel zijn. Wanneer de leerroute of het einddoel niet passend of reëel is, leggen we uit waarom dit zo is en waarom er een andere route wordt gevolgd of doel wordt nagestreefd. We bekijken wel met de statushouder of en hoe hij op een later moment alsnog bij zijn (op dit moment niet realistische) einddoel kan uitkomen.
Wat gaan we daarvoor doen? • Alle inburgeraars worden zo spoedig mogelijk in een passende leerroute geplaatst. Daarbij is taalniveau B1 het uitgangspunt maar dit hangt ook af van de leerbaarheid. De passende leerroute hangt af van individuele omstandigheden. • Alle inburgeraars moeten op een zo hoog mogelijk niveau participeren in de samenleving. Daarbij is werk het uiteindelijke doel. Wanneer werk geen optie is, wordt er op alternatieve wijze geparticipeerd. 4.3.4 Hervorming van de markt voor inburgeringscursussen De gemeenten kiezen voor een beperkt aantal inburgeringsscholen om grip te houden op deze contractpartners en sturing op het contract eenvoudiger te houden. Om een contract aan te gaan met de gemeenten, moet door een inburgeringsschool worden voldaan aan de kwaliteitseisen die gemeenten aan inburgeringscursussen stellen. Kwaliteit van de cursussen zoals de koppeling met de praktijk en bereikbaarheid van de locaties zijn belangrijke uitgangspunten. Wat gaan we daarvoor doen? • De gemeenten waarborgen de kwaliteit van de inburgeringscursussen door contracten af te sluiten met een beperkt aantal aanbieders. Aan die scholen worden kwaliteitseisen gesteld, ook de bereikbaarheid van de school speelt een rol. • Taal is de basis van de inburgeringscursus waarbij kwalitatief hoogstaand onderwijs geleverd wordt en waarbij aandacht is voor de koppeling met de werkvloer.
Er zit weinig tijd tussen plaatsing en de start met taalonderwijs. 4.3.5 Het examenstelsel - modernisering Het examenstelstel bestaat uit zeven onderdelen die wettelijk bepaald zijn. Gemeenten hebben op dit examenstelsel geen beleidsvrijheid. Onze visie en ambitie om statushouders zo snel mogelijk zelfstandig en onafhankelijk hun leven te laten leiden waarbij zij op een zo hoog mogelijk niveau participeren, heeft dan ook geen invloed op de invulling van het examenstelsel. De wijze waarop de het examenstelsel wettelijk is vormgegeven, draagt echter wel bij aan het realiseren van onze visie en ambitie.
14
BELEIDSPLAN INBURGERING
4.3.6 Ontzorgen van asielstatushouders Voor iedere statushouder worden aan het begin de basisverplichtingen uit handen genomen. Niet alleen het inhouden van financiële lasten per maand, maar ook het regelen van veel administratieve zaken. De financiële ontzorging is wettelijk bepaald en voorziet in doorbetaling van vaste lasten gedurende zes maanden uit uitkering. In de zes maanden van ontzorgen worden diverse zaken voor de statushouder geregeld (verzekering, onderwijs, inkomen, lasten worden doorbetaald). In zes maanden wordt de statushouder klaargestoomd om financieel zelfredzaam te zijn. Met de start van de ontzorging, begint tegelijkertijd het traject tot een zelfstandige financiële zelfredzaamheid van de inburgeraar. Hier is een regionale hoofdpartner voor verantwoordelijk. Bij uitzondering kan de ontzorging verlengd worden. Wat gaan we daarvoor doen? • We zorgen ervoor dat alle inburgeraars financieel zelfstandig en verantwoordelijk worden en een heldere en sluitende financiële administratie kunnen voeren. 4.4 Randvoorwaarden Uit eerdere ervaring hebben we twee randvoorwaarden opgemerkt, die geregeld moeten zijn, om de statushouder goed in te kunnen laten burgeren. Dit zijn vervoer naar de inburgeringscursus en kinderopvang gedurende de inburgeringscursus.
Daarbij is het uitgangspunt dat een inburgeraar zo snel mogelijk zelfstandig kan reizen en gebruik kan maken van de reguliere regelingen rondom kinderopvang zoals die voor iedere inwoner gelden. Wanneer hier echter, redelijkerwijs, geen gebruik van gemaakt kan worden, dan dienen we te voorzien in een vangnet. Vervoer Inburgeraars worden gefaciliteerd om de inburgeringsschool te bereiken. In de meeste gevallen zal de inburgeraar met het openbaar vervoer kunnen reizen. In gevallen waar dit niet mogelijk is, of de reistijd van de woning naar de inburgeringsaanbieder realistisch gezien niet van de inburgeraar verwacht mag worden, wordt maatwerk geboden om een andere oplossing te bieden. Kinderopvang Ouders moeten kunnen deelnemen aan hun inburgeringstraject. Om dit mogelijk te maken vergoeden we de eigen bijdrage van de kinderopvang, zoals dat nu ook het geval is in het kader van de re-integratie van de Participatiewet.
15
BELEIDSPLAN INBURGERING
5. Conclusie Nadat de verantwoordelijkheid voor de inburgering in 2013 bij de statushouder zelf is komen te liggen, komt deze verantwoordelijkheid nu weer terug naar de gemeenten. Wij zijn hier blij mee. Wij hebben er, met het in dit document beschreven beleid indachtig, vertrouwen in dat wij onze nieuwe inwoners goed kunnen begeleiden naar zelfstandigheid en waardevol deelnemen aan onze maatschappij. We doen dit door de regie op de inburgering terug te nemen, zoals de wet ook voorschrijft, en de statushouder te begeleiden op de onderdelen van het sociaal domein waarop hij ondersteuning nodig heeft. Om de benodigde begeleiding te indiceren en gedurende de hele inburgering te coördineren, stellen we de procesregisseur aan. Hij is tevens de regisseur die er met de statushouder voor zorgt dat hij zo snel mogelijk, op een zo hoog mogelijk niveau deelneemt aan de maatschappij. De uitvoering van de wet, en daarmee ook de aanstelling van de procesregisseur, beleggen we bij ons Werkplein. Om de wet goed uit te voeren is samenwerking nodig met verschillende partijen; scholingsaan bieders, maatschappelijke begeleiding, werkgevers, lokale verenigingen en uiteraard ook gemeentelijk medewerkers binnen het sociaal domein. Wij kijken uit naar deze samenwerking. In de voorbereidingen op deze nieuwe wet verloopt dit prettig.
In deze samenwerking zal ook aandacht zijn voor de band met het bestuur. In het geheel geloven wij dat de werkwijze en samenwerking op het vlak van Inburgering een opmaat kan zijn voor de werkwijze en samenwerking voor het gehele werkveld van het Werkplein.