CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

210128 VR16 - Toelichting bp Kom Bosschenhoofd t NL.IMRO.1655.BP4000-C001 index.pdf

Gemeenteraad 11 februari 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Esdoornlaan Bosschenhoofd21.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

015-023

11 oktober 2012

52

tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord worden. Plangebied In de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de provinciale risicokaart weergegeven. In het plangebied is geen risicovolle inrichting aanwezig, wel loopt door het plangebied een hogedruk aardgastransportleiding.

Uitsnede risicokaart

Hogedrukaardgastransportleiding Door het plangebied loopt evenwijdig aan de spoorlijn Roosendaal - Breda een hogedruk aardgastransportleiding (Z-520-01). Ten westen van het plan lopen eveneens enkele hogedruk aardgastransportleidingen (A-530-03, A-636, Z529-01), de inventarisatieafstanden hiervan kennen geen overlap met het plangebied. Daarnaast loopt er een K1-leiding (Rotterdam – Antwerpen). Ook hiervan kent de inventarisatieafstand geen overlap met het plangebied. In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de kenmerken van de leiding Z-520-01. Leidingtype Z-520-01

druk 40 bar

diameter 12”

Pr 10 -6/jr Nihil

Inventarisatieafstand 140 m

Relevante leidinggegevens ondergrondse aardgasleidingen in het plangebied. -6

De leiding Z-520-01 ligt in het plangebied, maar kent geen 10 /jr PR contour. De beoordeling van het groepsrisico gebeurt conform onderstaande figuur.

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

53

Voor het GR geldt, indien er kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht. Wanneer een plan consoliderend van aard is of de oriënterende waarde niet wordt overschreden kan bij de verantwoording worden volstaan met het vermelden van: - de personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleiding; - de mogelijkheden tot bestrijding en beperking van rampen; - de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van personen in het plangebied. Ten aanzien van de laatste twee aspecten dient het bevoegd gezag de regionale brandweer in staat te stellen om een advies uit te brengen. In verband met de bescherming en het beheer van de leiding, wordt tevens een zakelijk rechtstrook bestemd. Binnen deze afstand is in beginsel geen bebouwing toegestaan. Beperkte verantwoording van het groepsrisico  Personendichtheid Binnen het invloedsgebied van het noord- en zuidelijke deel van de leiding bevinden zich woningen en bedrijven. Het betreft hier een rustige woonwijk (kental 25 pers/ha). Aan de hand van de bovenstaande afbeelding blijkt dat er in de gedefinieerde strook de leiding ook voor een groot deel door onbebouwd gebied loopt. De personendichtheid hier is 0. Het groepsrisico zal de 0,1 maal de oriënterende waarde niet overschrijden. Doordat dit een consoliderend plan is zal de personendichtheid niet toenemen.

 Zelfredzaamheid Ten aanzien van de zelfredzaamheid valt op te merken dat er in het invloedsgebied geen groepen voorkomen die als verminderd zelfredzaam kunnen worden aangemerkt. In het kader van het vooroverleg zal de regionale brandweer in staat worden gesteld omtrent de externe veiligheidsaspecten in het plangebied advies uit te brengen. Naar aanleiding van het advies van de brandweer zullen de openstaande punten worden ingevuld.

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

54

4.9. Technische infrastructuur Leidingen Naast de aardgastransportleiding bevinden zich in het plangebied geen leidingen welke een planologische bescherming behoeven (hiertoe is een klic-melding gedaan).

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

55

5.

HET JURIDISCH PLAN

5.1. Inleiding De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in het Handboek van de gemeente Halderberge zijn opgenomen, en welke zijn toegepast in het bestemmingsplan voor Oud-Gastel, echter wel aangepast aan de RO-standaarden 2008 (o.m. IMRO en SVBP 2008) en de op 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voorliggende bestemmingsplan is een conserverend plan, wat betekent dat overwegend het huidige gebruik en de huidige verschijningsvorm als uitgangspunt dienen. Deze worden in dit plan vastgelegd met een vernieuwde regeling.

5.2. Algemene toelichting Indeling bestemmingen De regels zijn opgebouwd als volgt: Hoofdstuk 1: “Inleidende regels” bevat een artikel met begripsbepalingen. Daarnaast zijn in een apart artikel enkele bepalingen opgenomen omtrent de “wijze van meten”. Die bepalingen zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bouwregels. Hoofdstuk 2: “Bestemmingsregels”. In dit hoofdstuk zijn artikelsgewijs de regels behorende bij de specifieke bestemming neergelegd. De artikelen zijn opgezet volgens een vast stramien (conform SVBP 2008), in zoverre deze relevant zijn voor het betreffende artikel:  Bestemmingsomschrijving hierin is bepaald voor welke doeleinden de gronden bestemd zijn (m.a.w. voor welk gebruik de gronden zijn gereserveerd). 

Bouwregels in deze bepaling is aangegeven aan welke maatvoeringseisen de bebouwing binnen de betreffende bestemming moet voldoen.

Afwijken van de bouwregels in deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag (doorgaans burgemeester en wethouders) ten aanzien van bepaalde bouwregels door middel van het verlenen van een (binnenplanse) omgevingsvergunning.

Specifieke gebruiksregels in de bestemmingsregelingen is in bepaalde situaties expliciet aangegeven

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

56

welk gebruik in ieder geval in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. 

Afwijken van de gebruiksregels deze bepaling bevat afwijkingsbevoegdheden van de gebruiksregels.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en van werkzaamheden in deze bepaling is opgenomen voor welke werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning vereist is.

Hoofdstuk 3: “Algemene regels” bevat bepalingen die van toepassing zijn op het gehele plangebied. De volgende artikelen zijn in dit hoofdstuk opgenomen: 

Anti-dubbeltelbepaling Met de anti-dubbeltelbepaling wordt geregeld dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. Deze regel is rechtstreeks overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening.

Algemene bouwregels: In dit artikel is een afwijkingenregeling, een regeling voor ondergeschikte bouwdelen en een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen.

Algemene gebruiksregels: In dit artikel is strijdig gebruik opgenomen dat geldt voor alle bestemmingen binnen het bestemmingsplan. Het gaat onder meer om - een seksinrichting; - een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, behoudens indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend of indien deze bestaand is.

Algemene aanduidingsregels: In dit artikel is een regeling opgenomen voor de obstakelvrije zone middels de aanduidingen ‘Luchtvaartverkeerzone 1 t’m 5’, alsmede voor de geluidzone van het vliegveld Seppe. Ten behoeve van het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied is opgenomen dat de gronden ter plaatse van de desbetreffende aanduidingen tevens zijn bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening en de waterwinning.

Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn enkele algemene afwijkingsregels opgenomen, zoals een afwijking van de maatvoering van 10 %.

Algemene wijzigingsregels In dit artikel is 1wijzigingsbevoegdheid opgenomen, zie ook paragraaf 3.3.

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

57

Hoofdstuk 4: “Overgangs- en slotregel” bevat bepalingen die min of meer losstaan van de bestemmingsplanbepalingen, en worden om die reden in een apart hoofdstuk opgenomen. Hierin staan opgenomen: 

Overgangsrecht in dit artikel is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige bestemmingsplan. In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan. De regels voor het overgangsrecht zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening, waarin standaard overgangsrecht voor bestemmingsplannen is opgenomen.

Slotregel in deze bepaling is de officiële benaming van het plan vastgelegd.

Bouwregels Er wordt in het bestemmingsplan onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor de situering en maatvoering van gebouwen is het belangrijk dat er bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot: 

Bouwwijze Uitgangspunt van het bestemmingsplan is dat de bestaande situatie op een goede manier dient te worden gereguleerd. Doelstelling is dat de woonwijken in hun karakter gehandhaafd blijven. Dit betekent dat de bouwwijze voor woningen is vastgelegd. Op de verbeelding is aangeduid of binnen het bouwvlak vrijstaande, halfvrijstaande (twee-aaneen), aaneengebouwde, patioof gestapelde woningen (appartementen) zijn toegestaan.

Goot- en bouwhoogte De maximale goot- en bouwhoogte zijn aangegeven op de verbeelding. In het kader van de harmonisering kunnen de maximale hoogten enigszins afwijken van de vigerende regeling. Daar waar vigerende regelingen onderling zeer verschillen waardoor niet te beargumenteren hoogteverschillen ontstaan, is gekozen voor hoogtematen die afgestemd zijn op de bestaande hoogten.

Dakhelling In het plan is voorgeschreven dat woningen dienen te zijn afgedekt met een kap. Een kap heeft een helling tussen de 30° en 65°. Uitgangspunt is dat het bepalen van de dakhelling geschiedt met behulp van de welstandstoets.

Situering gebouwen Teneinde de bestaande situatie eenduidig te kunnen reguleren, is de bebouwing “gezoneerd”. Voor woningen is op de verbeelding en in de regels onderscheid gemaakt in een bouwvlak en de aanduiding ‘bijgebouwen’. De gronden buiten deze aanduidingen zijn over het algemeen aan te merken als voor- of zijtuin. Deze zonering biedt de belangrijkste vorm van rechtszekerheid tussen de eigenaren van bouwpercelen onderling. Uitgangspunt hierbij is de

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

58

bestaande situering van de bebouwing. Dit is immers een aanvaarde situatie en een verkregen recht. Voor de regulering van de andere functies zijn bouwvlakken op de verbeelding aangeduid. Hierbinnen zijn gebouwen toegestaan. Omdat het onderscheid tussen hoofd en bijgebouwen bij bedrijven op het bedrijventerrein niet relevant is, is er slechts één bouwvlak opgenomen. 

Bebouwingspercentage Bij de regeling van andere dan woonfuncties, is zowel voor de situering van de gebouwen als voor het toegestane bebouwingspercentage, uitgegaan van de vigerende regeling. Dit betekent dat daar waar op de verbeelding bebouwingspercentages zijn aangegeven, deze percentages afhankelijk van de formulering in de regels gelden voor het bestemmingsvlak, het bouwvlak of het bouwperceel, en niet uitsluitend voor de gronden gelegen binnen het bouwvlak.

5.3. Toelichting bestemmingen In dit hoofdstuk wordt de beheersregeling van het voorliggende bestemmingsplan nader gemotiveerd. Agrarisch In het plangebied zijn enkele percelen aanwezig die een agrarische functie vervullen, deze gronden zijn bestemd als “agrarisch”. De grootte van het bouwvlak is afgestemd op de bestaande bedrijfsvoering. De ligging van deze bedrijven in de kernrand maakt een structurele uitbreiding niet wenselijk. Inhoudelijk is voor deze bestemming zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het onlangs vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Bedrijf Voor de leefbaarheid van dorpen is het belangrijk, dat er gewoond en gewerkt wordt. Deze functiemenging is kenmerkend voor de oudere, historische delen van Bosschenhoofd. In de afgelopen decennia is echter gebleken dat deze functiemenging niet wenselijk is. Er ontstaan diverse vormen van overlast. Dit gaf vaak aanleiding tot ingrijpende dorpsvernieuwing, waarbij de bedrijven uit de dorpen worden verplaatst. Dit proces heeft zich ook in Bosschenhoofd voltrokken, onder meer in het kader van de ontwikkeling van de gronden van de voormalige steenfabriek en de glastuinbouwbedrijven aan de Margrietstraat en Pastoor van Breugelstraat. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van een relatief groot aantal bedrijven, met name langs de Pastoor van Breugelstraat.

Door de ligging tussen woonbebouwing en de geringe grootte van de kavels hebben deze bedrijven een beperkt ontwikkelingsperspectief. Om deze reden en vanwege de economische ontwikkelingen wordt gestreefd naar clustering van bedrijvigheid op een bedrijventerrein. Individuele bedrijven moeten rekening houden met beperkingen vanuit de situering centraal in de bebouwde kom. Dit betekent het volgende:  bestaande bedrijfsruimten zijn positief bestemd; Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

59

 een sterke ruimtelijke uitbreiding ter plaatse is niet mogelijk. Hiermee wordt een verstoring van het bestaande, acceptabele evenwicht “wonen - bedrijven”, voorkomen. Uitgangspunt is dat bedrijven zijn toegestaan tot categorie 1 en 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten, waarbij bestaande bedrijven uit een hogere milieucategorie op de verbeelding zijn voorzien van een specifieke aanduiding. Voor garagebedrijven is bovendien aangegeven dat hier (volumineuze) detailhandel in auto’s is toegestaan. De volgende bedrijven zijn voorzien van een specifieke aanduiding op de verbeelding: -

-

een bouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf bouwbedrijf'; een garagebedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf garagebedrijf''; een machinehandel, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf machinehandel''; een metaalbewerkend bedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - metaalverwerkend bedrijf''; een loonwerk- en reparatiebedrijf dat uitsluitend dan wel nagenoeg uitsluitend werkzaamheden verricht ten dienste van de agrarische bedrijfsexploitatie, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonwerk- en reparatiebedrijf'.

Bij bedrijven is ook productiegebonden detailhandel toegestaan, evenals onzelfstandige kantoren. Bedrijf - Nutsvoorziening In het plangebied zijn enkele grotere nutsvoorzieningen aanwezig, welke zijn bestemd als “Bedrijf – Nutsvoorziening”. Voor de nutsgebouwen zelf is een bouwvlak op de verbeelding opgenomen, de bouwhoogte van de nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 m, tenzij ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte’ een afwijkend bouwhoogte is opgenomen. Bos De diverse bospercelen in het plangebied (waarvan sommige vallen binnen de Ecologische Hoofdstructuur) zijn bestemd als ‘Bos’. Ter bescherming van de landschaps- en natuurwaarden is in de regels een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor bepaalde werken en werkzaamheden. Gemengd De oorspronkelijke functie van bedrijvigheid is in de huidige situatie vaak overgenomen door (zakelijke) dienstverlening. Deze heeft veelal een lokaal en/of subregionale verzorgingsfunctie. Voor de werkgelegenheid zijn deze voorzieningen belangrijk. De aanwezige (zakelijke) dienstverlening is dan ook positief bestemd. Voor het bestemmingsplan is uitgegaan van:  positieve bestemming van het bestaande gebruik, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen horeca, winkels of kantoren; Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

60

 het bouwvlak omsluit het bestaande hoofdgebouw. Indien de ruimte beschikbaar is, is een beperkte uitbreiding van het hoofdgebouw mogelijk;  woondoeleinden zijn toegestaan, maar op de begane grond alleen in de vorm van een dienstwoning;  achter het hoofdgebouw is veelal een zone aangewezen, waarin bijgebouwen mogen worden gesitueerd. In overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan zijn de functies ‘horeca’ en ‘detailhandel’ aangeduid, hier zijn uitsluitend deze specifieke functies toegestaan. Groen De bestemming betreft gronden waarop uitsluitend groenvoorzieningen, paden, sport- en spelvoorzieningen, water e.d. is toegestaan. Het onderscheid met de bestemming ‘Verkeer’ is gelegen in het feit dat groenvoorzieningen een daadwerkelijk structureel groen karakter hebben en behouden. Maatschappelijk De leefbaarheid van Bosschenhoofd wordt in belangrijke mate bepaald door de aanwezigheid van maatschappelijke en medische dienstverlening, religie en culturele voorzieningen. In het plangebied bevinden zich diverse maatschappelijke functies, zoals scholen en kerkelijke centra. Met betrekking tot de functies van deze gebouwen worden geen veranderingen verwacht. Dit betekent, dat deze positief zijn bestemd. Hierbij is gekozen voor een algemene bestemming "Maatschappelijk".

Zoals gezegd, verschillen de aard en daarmee de uitstraling van deze functies op de omgeving niet wezenlijk van elkaar. Functieverandering is dan ook –binnen de doeleinden van deze bestemming – mogelijk. Dit biedt de nodige flexibiliteit ten aanzien van het gebruik. Tuin – Landschappelijke tuin Aan de westzijde van Bosschenhoofd is langs de voormalige turfvaart een landschappelijke zone aanwezig, welke is bestemd als ‘Tuin – Landschappelijke tuin’. Voor dit gebied is zoveel mogelijk aangesloten bij de vigerende mogelijkheden voor deze gronden, hetgeen inhoudt dat binnen deze bestemming tuinen zijn toegestaan, grondgebonden agrarische activiteiten, groenvoorzieningen, paden, water e.d. Verkeer Deze bestemming is opgesteld voor de openbare verkeersruimte binnen de woonwijk. De woonstraten, aanliggende trottoirs, parkeerplaatsen, bermen en beplantingen zijn in deze bestemming opgenomen. Een algemene bestemming voor zowel de verharding als het aanliggende groen maakt een eventuele herinrichting van het openbare gebied eenvoudiger te regelen. In samenhang met het wonen staan een aantal complexen met garageboxen. Deze zijn veelal op binnenterreinen of tegen kopse gevels van bouwblokken gesitueerd, en op de verbeelding aangeduid door middel van de aanduiding ‘garage’. Het gemeentebestuur staat geen uitbreiding van deze voorzieningen

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

61

voor. Wel is een regeling opgenomen, die het “in stand houden” van deze voorzieningen mogelijk maakt. Verkeer - Railverkeer Deze bestemming is opgenomen voor de spoorlijn en de daarbijbehorende gronden. Water De in het plangebied gelegen watergangen en vijvers zijn bestemd als “water”. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming zijn toegestaan, zoals bruggen. Wonen Het plangebied heeft overwegend een woonfunctie. Bij het beheer van de woningvoorraad wordt het gemeentebestuur regelmatig geconfronteerd met vragen ten aanzien van de uitbreiding van de woning en het bouwen van bijgebouwen e.d. Het bestemmingsplan geeft het noodzakelijk kader aan. Het gebruik van de woning richt zich natuurlijk op wonen. Er kan in de praktijk ook een behoefte worden waargenomen om aan huis een beroep of bedrijf uit te oefenen. Deze vormen van medegebruik kunnen leiden tot overlast op de omgeving; vooral wanneer activiteiten publieksaantrekkend zijn, is die kans aanwezig. Daarom is gekozen voor een regeling waarbij een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit bij recht is toegestaan, mits het gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie.

Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn enkel mogelijk via een omgevingsvergunning en onder een aantal stringente voorwaarden.’ In het kader van het beleid omtrent arbeidsmigranten is in de woonbestemming een regeling opgenomen teneinde kamerverhuur toe te kunnen staan middels een omgevingsvergunning. Bouwregeling In de bestemming "Wonen" wordt een regeling gegeven ten aanzien van de opbouw en het gebruik van de huiskavels. Daarbij is een zonering aangegeven op de verbeelding te weten: a. tuin ( = gedeelte van erf buiten het bouwvlak en de aanduiding ‘bijgebouwen’); b. bouwvlak (hoofdgebouwen); c.

aanduiding ‘bijgebouwen’;

a. Tuin In de zone, die als "tuin" is aangemerkt, mag slechts in beperkte mate worden gebouwd. Het betreft gebruikelijke bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen. De bouwmogelijkheden van gebouwen zijn beperkt tot bijvoorbeeld een portiek of erker via een afwijkingsbepaling. Middels het open karakter worden de volgende stedenbouwkundige kwaliteiten beschermd: 1. de zone “tuin" is geprojecteerd tussen de woning en het openbaar gebied. Hierdoor wordt het bestaande straatbeeld beschermd;

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

62

2. vanwege de beoogde bescherming van het straatbeeld en dan met name van de beleving van de omvang en situering van de hoofdgebouwen dienen bijgebouwen ten minste op 3 meter of meer achter het verlengde van de voorgevelrooilijn te worden gesitueerd. Hiermee wordt voorkomen dat door de bouw van bijgebouwen vrijstaande en/of halfvrijstaande woningen alsnog het karakter krijgen van geschakelde woonbebouwing. Deze grenzen zijn steeds per kavel op de verbeelding aangegeven; 3. de zone “tuin" is in een beperkt aantal situaties ook aan de zijkant van de huiskavels geprojecteerd. Door deze zonering behouden deze delen een onbebouwd, groen karakter. Hiermee ontstaat een soepele overgang naar de aanliggende ruimten. Ook de opbouw van het straatbeeld wordt hiermee gewaarborgd. Dit betreft met name de hoekpercelen van de verschillende bouwblokken. b. Bouwvlak (hoofdgebouwen) De situering van de woning(en), de voor- en zijgevelrooilijnen van de bouwblokken zijn vastgelegd door middel van het bouwvlak. In de meeste situaties is het bouwvlak zodanig gekozen, dat tussen de bestaande achtergevelrooilijn en de grens van het bouwvlak enige marge bestaat. Deze marge kan worden aangewend voor: 1. uitbreiding van het hoofdgebouw, waarbij de hoogte wordt bepaald door de maatvoeringseisen ten aanzien van het gehele bouwvlak; 2. de bouw van al of niet aangebouwde bijgebouwen.

In het plangebied komt een in vorm en omvang sterk wisselende bebouwing voor. Weliswaar zijn de woningen overwegend grondgebonden. Door de lange periode van ontwikkeling is een duidelijk verschil in woonmilieus ontstaan. Dit verschil uit zich onder meer in de bouwmassa, situering op de kavel en de vormgeving. Dit onderscheid is in de nieuwe gemeentelijke welstandsnota aangebracht, maar heeft ook in het voorliggende bestemmingsplan een duidelijke vertaling gekregen. Deze vertaling is als volgt tot uitdrukking gebracht: 1. de situering van de huidige voorgevelrooilijnen is nadrukkelijk tot uitgangspunt genomen; 2. de diepte van de bebouwing bedraagt in principe maximaal 10 meter en bij grotere kavels (diepte > 25/30 meter) 12 meter; 3. de goot- en bouwhoogten zijn in principe afgeleid van de bestaande bebouwing. Per bouwvlak is de toelaatbare goot- en bouwhoogte aangegeven; 4. voor de grondgebonden woningen is de aanwezigheid van een kapconstructie wenselijk. Dit sluit ook aan bij het karakter van het dorp. De minimale hellinghoek bedraagt 30 en de maximale hellinghoek 65. Hiermee wordt eveneens het huidige sfeerbeeld van de straten zoveel mogelijk beschermd. Teneinde een te starre bebouwingsregeling te voorkomen, kunnen de hoogtematen door middel van een omgevingsvergunning en onder een aantal voorwaarden worden verhoogd met maximaal 3 meter.

Hierbij moet onder meer het behoud van een stedenbouwkundige eenheid van de desbetreffende straat in acht worden genomen. In de gemeentelijke welstandsnota zijn de nadere

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

63

vormgevende criteria verwoord, waaraan een bouwplan door Burgemeester en Wethouders wordt getoetst. c. ‘Bijgebouwen’

5

In de zone “bijgebouwen" mogen bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De situering van deze zone (= achtertuin) beïnvloedt het straatbeeld niet of zo weinig mogelijk. Dit maakt een eenvoudige, ruime bebouwingsregeling mogelijk. Daarbij worden slechts de maximale contouren van de bebouwing geregeld. De bewoners hebben aldus een redelijke vrijheid om de zone “bijgebouwen” naar eigen wens in te richten. In de regels is op een aantal in dit kader relevante punten aansluiting gezocht met de bepalingen in bijlage 2 van het Besluit Omgevingsrecht betreffende omgevingsvergunningvrije bouwwerken. De belangrijkste aansluiting betreft de "50%-regel": allerlei bouwactiviteiten mogen er niet toe leiden dat meer dan 50% van het bij de woning aansluitend erf/terrein wordt bebouwd. 2 Het maximum oppervlak mag niet meer dan 60 m bedragen. Door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning kan een oppervlakte van 75 m² worden toegestaan. De regeling betreffende "overkappingen met een open constructie" is overgenomen, in die zin dat het plan geen grotere overkappingen dan carports toestaat. Voor de maatvoering van "erfafscheidingen voor de voorgevel" en "overige erfafscheidingen" geldt in principe hetzelfde.

(Publieksgerichte) beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis In dorpen treedt van oudsher een aanvullende behoefte op om aan huis activiteiten in de ambachtelijke sfeer uit te oefenen. Een stimulering van deze vormen van werkgelegenheid en een goede begeleiding is gewenst, immers:  startende ondernemers kunnen uitgroeien tot goedlopende bedrijven;  voor de bevolking wordt enige ontplooiingsruimte gecreëerd;  de woonomgeving wordt verlevendigd. Een dergelijke ontwikkeling is wel aan een aantal beperkende randvoorwaarden met betrekking tot de aard, omvang en aantal gebonden. In het verleden werd hiervoor vaak het onderscheid gemaakt tussen aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven. Dit bleek niet altijd op de juiste gronden het onderscheid in activiteiten weer te geven. In dit plan is gekozen om de mate van publieksaantrekkende werking van de activiteiten als relevant onderscheid te hanteren tussen activiteiten die wel gewenst zijn in een woonomgeving en activiteiten die onder omstandigheden gewenst kunnen zijn in een woonomgeving. De ‘aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit’ is rechtstreeks mogelijk, mits wordt voldaan aan een aantal

5

Deze beschrijving geeft de basisregeling voor de bouw van bijgebouwen binnen het vlak “bijgebouwen” weer. Binnen het plangebied komen enkele situaties voor, die afwijken van deze basisregeling. Deze afwijkingen zijn ontstaan door realisering van bijzondere woonvormen. Deze situaties blijken uit de verbeelding en worden in deze toelichting kortheidshalve niet specifiek beschreven. Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

64

voorwaarden. De (publieksaantrekkende) beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis’ is via een omgevingsvergunning mogelijk. Het onderscheid richt zich op het al dan niet publieksaantrekkend zijn van de activiteit. Hierbij is ervan uitgegaan dat een niet-publieksaantrekkende activiteit (geen verkeersaantrekkende werking / geen parkeerdruk) doorgaans zonder problemen in een woning zal kunnen plaatsvinden. Het betreft activiteiten met een introvert karakter, die inherent zijn aan de woonfunctie, zoals kantoorfuncties en ateliers. Uitgangspunt is overigens dat geen milieuvergunningplichtige of meldingsplichtige bedrijven worden toegestaan. Dit is van belang om te voorkomen dat activiteiten kunnen plaatsvinden, die weliswaar niet een publieksaantrekkend karakter hebben, maar die in verband met milieuaspecten niet bij de woonfunctie passen. Meldingsplichtige activiteiten kunnen wel als “publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis” worden toegestaan via een omgevingsvergunning, voorzover passend binnen de woonfunctie. Een tandartspraktijk is hier een voorbeeld van: het is meldingsplichtig, en is dus niet direct toegestaan. Daarnaast is het publieksaantrekkend. De publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis kunnen wel verkeersaantrekkend zijn. Zij dienen echter kleinschalig en in de woonomgeving ingepast te kunnen worden.

Voorbeelden zijn persoonlijke dienstverlening (kapper/ pedicure), medische/ therapeutische dienstverlening, ambachtelijke bedrijvigheid.

Leiding – Gas (dubbelbestemming) De gasleidingen met een beschermingszone zijn bestemd als ‘Leiding – Gas’. Binnen de beschermingszone zijn uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de gasleiding toegestaan, het bevoegd gezag kan echter een omgevingsvergunning verlenen teneinde ook bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemmingen toe te staan. Ook het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden welke de leiding kunnen schaden is aan beperkingen gebonden, namelijk door een omgevingsvergunningstelsel. Leiding – Riool (dubbelbestemming) In het plangebied is een ondergrondse rioolwatertransportleiding van het waterschap aanwezig, welke is beschermd door middel van de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’. Binnen de beschermingszone zijn uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de leiding toegestaan, het bevoegd gezag kan echter een omgevingsvergunning verlenen teneinde ook bouwwerken ten behoeve van de onderliggende bestemmingen toe te staan. Ook het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden welke de leiding kunnen schaden is aan beperkingen gebonden, namelijk door een omgevingsvergunningstelsel.

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

65

Waarde – Archeologie historische bebouwing en Waarde – Archeologie 2 (dubbelbestemmingen) In opdracht van de gemeente Halderberge heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau een zo gedetailleerd mogelijke archeologisch verwachtings- en beleidsadvieskaart opgesteld, voor zowel het stedelijke als het buitengebied. Deze te beschermen waarden zijn opgenomen op de verbeelding. Enkele percelen binnen Bosschenhoofd zijn aangemerkt als archeologisch waardevol, op overige gronden binnen het ‘stedelijk gebied’ worden echter geen archeologische waarden in de bodem verwacht. Zie ook paragraaf 4.3. Waterstaat – Waterlopen (dubbelbestemming) Het ondergrondse gedeelte van de A-watergang is voorzien van de dubbelbestemming ‘waterstaat – waterlopen’.

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

66

6.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Het voorliggende bestemmingsplan betreft een bestaand bebouwd gebied en heeft een conserverend karakter. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is derhalve geen exploitatieplan benodigd.

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

67

7.

OVERLEG EN INSPRAAK

7.1. Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de provincie Noord-Brabant, de Brandweer Midden- en West Brabant, het waterschap Brabantse delta en de Dienst vastgoed defensie is een vooroverlegreactie ontvangen. De gemeentelijke reactie op deze vooroverlegreacties is opgenomen in de bijlage ‘Nota vooroverleg’.

7.2. Zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan heeft op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het kader van de zienswijzeprocedure vanaf 14 juni 2012 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. De zienswijzen welke zijn ingediend tegen het bestemmingsplan zijn beantwoord in de als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen ‘Nota zienswijzen’.

Toelichting Kom Bosschenhoofd

015-023

11 oktober 2012

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/478/documents/14597