2022-10-06 toelichting vastgesteld bestemmingsplan Bosschendijk 215a Hoeven.pdf
Tekst van het document
Flora en fauna
Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. Ten behoeve van de bescherming van ecologische waarden (flora en fauna) is de wet natuurbescherming het wettelijk kader. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In de verordening van de provincie Noord-Brabant is voor diverse soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
Beschouwing Het bestemmingsplan maakt uitsluitend de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning ter plaatse van de Bosschendijk 215A te Hoeven mogelijk. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. Het bestemmingsplan leidt niet tot (nadelige) effecten op (beschermde) flora en fauna en beschermde gebieden. Zo gaat het plan niet gepaard met bouwactiviteiten en verandert de gebruikersintensiteit niet.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 25
Plangebied
Natuurnetwerk Brabant aan de Oude Antwerpsepostbaan
Ook gezien het feit dat het plangebied geen deel uit van een beschermd gebied of in de nabijheid van een dergelijk gebied is gelegen onderschrijft de conclusie dat er geen negatieve effecten optreden. Zo is het meest nabijgelegen gebied dat valt onder het Natuurnetwerk Brabant aan de Oude Antwerpsebaan op circa 560 meter van het plangebied gelegen. De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden betreffen Het Hollands Diep (op circa 11,3 kilometer) en het Ulvenhoutse Bos (op circa 16,5 kilometer). Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en het Natuurnetwerk Brabant geldt dat externe werking geen toetsingskader is. De afstand tot Natura 2000-gebieden is te groot om tot een negatief effect te kunnen leiden. Ook voor wat betreft het aspect stikstof wordt gesteld dat het bestemmingsplan niet tot een verandering in de emissie zal leiden. De afstand tot Natura 2000-gebied is te groot om tot een effect op de depositie te kunnen leiden. Nader onderzoek is derhalve niet nodig. Er is geen ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Conclusie Het voorliggende initiatief is daarmee in relatie tot de aspecten flora en fauna uitvoerbaar. 4.4
Cultuurhistorie en archeologie
Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (MoMo) Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg. Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 26
Wro/Bro In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro. Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5). Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het ruimtelijk plan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein Provinciaal beleid Cultuurhistorische Waardenkaart De provincie Noord-Brabant heeft in 2010 een cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld. In 2016 is de Cultuurhistorische Waardenkaart herzien. Deze kaart biedt inzicht in karakteristieke en kenmerkende relicten en de historische ruimtelijke ontwikkeling van het landschap, cultuurhistorische elementen, patronen en structuren die het huidige beeld van stad en land mede bepalen. De provincie ziet cultuurhistorische waarden als een belangrijk element van de identiteit van Noord Brabant. Cultuurhistorische waarden verdienen het om behouden te worden, maar vooral ook om als inspiratiebron te worden gebruikt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
‘Behoud door ontwikkeling’ is hierbij een belangrijk uitgangspunt. De Cultuurhistorische Waardenkaart, waarop de cultuurhistorische waarden van bovenlokaal belang zijn aangegeven, kan daarbij een bruikbaar instrument zijn. Behalve inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen, is de Cultuurhistorische Waardenkaart voor de provincie tevens een beleidskader waaraan onder meer bestemmingsplannen worden getoetst.
Gemeentelijk beleid Op 22 september 2011 heeft de gemeenteraad de beleidsnota “Ons ongeschreven verleden” vastgesteld. Het archeologiebeleid heeft tot doel het archeologisch erfgoed van de gemeente te beschermen en te ontsluiten als bron van het ‘gemeenschappelijke geheugen’ en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk. Aan de nota is een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gekoppeld die een vlakdekkend inzicht biedt in de verschillende archeologische waarden en verwachtingen, in combinatie met de landschappelijke context hiervan. De archeologische verwachtingen zijn middels dubbelbestemmingen doorvertaald in de eerste herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied. De gemeente heeft op 22 september 2011 de Beleidsnota cultureel erfgoed Halderberge ‘Inspirerend verleden’ vastgesteld. Ingevolge deze beleidsnota is cultuurhistorie een belangrijke drager van de identiteit van Halderberge en maakt dit aspect integraal onderdeel uit van de ruimtelijke ontwikkeling van Halderberge. Hiertoe dient het aspect cultuurhistorie bij nieuwe ruimtelijke plannen een volwaardige plaats én inbreng te krijgen.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 27
Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning aan de Bosschendijk 215a mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. Archeologie Raadpleging van het archeologiebeleid van de gemeente leert dat het deel van het plangebied aan de Bosschendijk 215a als ‘bebouwd gebied’ is gekwalificeerd. Archeologisch onderzoek is daar niet noodzakelijk met uitzondering van archeologische monumenten en bekende vindplaatsen, hetgeen ter plaatse niet aan de orde is. Het deel aan de Bosschendijk 140 bevat voor wat betreft het noordelijke deel een lage verwachtingswaarde en voor de zuidelijker gelegen gronden een hoge verwachting. De beleidsinstructie voor gebieden met een lage waarde is gelijk aan die van bebouwd gebied. Voor gebieden met een hoge verwachting geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk voor bodemingrepen dieper dan de bouwvoor.
Plangebied
Afbeelding: uitsnede van de ‘Archeologische advieskaart buitengebied: alle perioden’ ter plaatse van het plangebied.
Voor een deel van het plangebied met een hoge verwachting geldt op basis van het vigerende bestemmingsplan een bijzondere bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. Deze bescherming is in dit bestemmingsplan integraal overgenomen middels een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2. De bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden is daarmee geborgd. Cultuurhistorie Raadpleging van het gemeentelijk cultuurhistorisch beleid leert dat het plangebied gelegen is binnen de zandgronden en binnen archeologisch landschap. Qua beschermingsniveau wordt vermeld dat aangesloten wordt bij het provinciale cultuurhistorisch beleid. Overige beschermende waarden in de directe omgeving hebben betrekking op het lijnelement de Bosschendijk (voormalige trambaan, oude hoofdroute van redelijk hoge waarde, historisch groen: laanbeplanting). Het bestemmingsplan heeft geen invloed op de Bosschendijk.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 28
Plangebied
Afbeelding: uitsnede van de Cultuurhistoriekaart Halderberge ter plaatse van het plangebied.
Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie is de gehele gemeente Halderberge onderdeel van de van de regio ‘West Brabantse-Venen’. De West-Brabantse venen maken deel uit van het zwak golvende dekzandlandschap. Anders dan in Oost-Brabant waren hier geen beeklopen, waardoor de dekzandkommen een slechte ontwatering hadden. Hierdoor ontstond op grote schaal veen. Stormvloeden hebben grote delen van het West-Brabantse veen weggeslagen. Grote delen van de resterende venen zijn door de mens afgegraven en ontgonnen. De natuurlijke basis van dit gebied bestaat daardoor weer uit dekzand. Kenmerkend voor de West-Brabantse venen is het proces van veenontginning. Initiatiefnemers van de veenontginning waren de abdijen, kloosters en gasthuizen. De turf is ontgonnen vanuit langgerekte veendorpen die de hogere ruggen in het landschap volgen. Hierdoor hebben de dorpen een vrij grillig verloop. De turfvaarten en turfhavens herinneren nog aan de periode van turfwinning. In de kleinste dorpen zijn imposante kerken gebouwd, zoals onder andere de basiliek van Oudenbosch. Ten behoeve van de ontwatering van de zandgronden zijn er verschillende noord-zuid lopende beken en waterlopen gegraven. Voorts ligt rondom de kernen Bosschenhoofd en Hoeven het ‘archeologisch landschap dekzandrug Bosschenhoofd – Hoeven’.
De Bosschendijk is op de cultuurhistorische waardenkaart aangegeven als historische geografische lijn, geclassificeerd als waarde ‘Redelijk hoog’ tevens is het groen gesitueerd langs de Bosschendijk aangeduid als ‘Historisch groen’.
Afbeelding: uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart. Het plangebied (globaal rood omkaderd) is onderdeel van de regio ‘WestBrabantse-Venen’
De Bosschendijk grenst aan het plangebied. De cultuurhistorische waarden van de Bosschendijk, aangegeven als historische geografische lijn en historisch groen, worden met het bestemmingsplan niet aangetast.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 29
Conclusie Voorliggend plan wordt in relatie tot de aspecten archeologie en cultuurhistorie uitvoerbaar geacht. 4.5
Geluid
In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. Er wordt geen nieuwe geluidgevoelige functie in de zin van de Wet geluidhinder mogelijk gemaakt. Ook wordt er geen (gezoneerde) geluidbron geïntroduceerd, dan wel gewijzigd. Vanuit het principe van een goede ruimtelijke ordening dient gemotiveerd te worden dat er ter plaatse vanuit het oogpunt van geluid sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gesteld wordt dat de bestaande woning aan de Bosschendijk 215a rond de millenniumwisseling gebouwd is. Ook toen gold het stelsel van de Wet geluidhinder en de eis vanuit het bouwbesluit dat er aan een binnenwaarde van 33dB voldaan dient te worden.
De woning vormt voorts een afscherming tussen de weg en de achtergelegen tuin. Aan de tuinzijde beschikt de woning over een geluidluwe zijde. Voorts is de provinciale weg N640 recent van stil asfalt voorzien, hetgeen een positief effect op de geluidniveaus heeft. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect geluid uitvoerbaar. 4.6
Lucht
Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De nieuwe wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald;
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 30
2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere overschrijding van de normen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant. Amvb Niet In Betekenende Mate en Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als “in betekenende mate” moet worden beschouwd. NIBM pro-jecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven.
Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel ‘niet in betekenende mate’) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorvloeroppervlak. Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. Het gebruik dat met het bestemmingsplan wordt toegestaan blijft ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee niet of slechts in geringe mate invloed op de luchtkwaliteit. Raadpleging van de NSL-monitoringstool leert dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het projectgebied de jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 μg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden worden.
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2020 ter plaatse minder dan 10 μg/m³, is de concentratie PM10 in 2020 minder dan 18 μg/m³ en de concentratie NO2 in 2020 gelegen tussen de 10 en 15 μg/m³. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruim voldoende.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 31
Afbeeldingen: weergegeven zijn uitsneden van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM). Zichtbaar is dat de waarden van fijnstof en stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied laag zijn.
Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Uit dezelfde monitoringstool blijkt ook dat er geen overschrijdingen zijn voor wat betreft de invloed van veehouderijen op de luchtkwaliteit. Ook in relatie tot de achtergrondwaarden treden geen overschrijdingen op als gevolg van het bestemmingsplan. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Voorliggend initiatief is daarmee in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 32
4.7
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.
Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes, dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan.
Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 33
vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10 -6 per jaar voor het plaatsgebonden risico. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. Met het bestemmingsplan wordt geen nieuw (beperkt) kwetsbaar object mogelijk gemaakt. Het gebruik van de bestaande woning verandert niet. Dit geldt eveneens voor het aantal aanwezige personen.
Afbeelding: weergegeven is een uitsnede van de risicokaart. Zichtbaar is dat het plangebied niet binnen de invloedssfeer van risicobronnen gelegen is. Links op de afbeelding zijn hogedruk aardgasleidingen weergegeven, deze zijn op ruim 390 meter van het plangebied gelegen.
Het plangebied ligt voorts niet binnen de invloedsfeer van risicovolle inrichtingen en leidingen. Wel is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van het spoortraject RoosendaalMoerdijk en de Rijksweg A58. Omdat de afstand van het spoor tot aan het plangebied circa 1.500 meter bedraagt en de afstand van het plangebied tot de A58 circa 3.300 meter, dient feitelijk wel een verantwoording van het groepsrisico opgesteld te worden. In de gemeente Halderberge wordt gebruikt van een standaard verantwoording van het groepsrisico in zones die door de Veiligheidsregio zijn aangewezen. Onderhavige locatie valt hieronder. Deze verantwoording is als bijlage toegevoegd bij de toelichting. Uit de standaardverantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Ook wordt er met het bestemmingsplan geen risicobron geïntroduceerd. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 34
4.8
Milieuzoneringen
Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld. In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies.
De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. Milieucategorie 1 2 3 4 5 6
Richtafstanden tot rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 tot 100 meter 200 tot 300 meter 500 tot 1000 meter 1500 meter
Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter
Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie. De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 35
Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. De bestaande bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A kent reeds een milieubescherming ten opzichte van andere bedrijven. Met de omzetting naar een burgerwoning verandert er in relatie tot andere bedrijven niks. Wel verandert de situatie ten opzichte van het voormalige bijbehorende bedrijf aan de Bosschendijk 140. In de bestaande situatie wordt de bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215a niet beschermd ten opzichte van het bijbehorende bedrijf aan de Bosschendijk 140. Op basis van dit bestemmingsplan wordt de voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215a echter omgezet naar een burgerwoning welke wel milieubescherming heeft ten opzichte van het bedrijf aan de Bosschendijk 140. Aangetoond dient derhalve te worden dat het bedrijf aan de Bosschendijk 140 niet belemmerd wordt in de bedrijfsmogelijkheden als gevolg van de planologische wijziging en dat er ter plaatse van de burgerwoning aan de Bosschendijk 140 een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan. Ter plaatse van de Bosschendijk 140 is een tuincentrum gevestigd.
Een tuincentrum wordt conform de systematiek van de VNG-brochure gekwalificeerd als een milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Gezien de kenmerken van de omgeving van het plangebied (verschillende functies aanwezig binnen het lint en gelegen langs een drukke weg) wordt gesteld dat het een gemengd gebied betreft, waarmee de richtafstanden met één stap verlaagd mogen worden. Voor het tuincentrum mag daartoe een richtafstand van 10 meter aangehouden worden. De woning aan de Bosschendijk 215a is op circa 27 meter van het bestemmingsvlak Bedrijf aan de Bosschendijk 140 gelegen. Er wordt daarmee voldaan aan de richtafstand. In relatie tot het tuincentrum kan daarmee gesteld worden dat er ter plaatse van de Bosschendijk 215a (ook gezien het feit dat het een moderne woning met een goede isolatiewaarde betreft en de tuin in de luwte gelegen is) een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan en dat het tuincentrum niet in de bedrijfsactiviteiten belemmerd zal worden. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 36
4.9
Besluit milieueffectrapportage
In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. . De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: • het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; • het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; • het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).
Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; • de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten.
Een dergelijke ontwikkeling wordt niet genoemd in bijlage D van het Besluit m.e.r. Het opstellen van een m.e.r.-beoordeling of plan M.E.R. is niet nodig.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 37
Conclusie Het bestemmingsplan is in het kader van het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar. 4.10
Verkeer en parkeren
Een ruimtelijk initiatief kan wijzigingen in verkeerstromen en een bepaalde parkeervraag genereren. Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. Met het bestemmingsplan wordt het feitelijke gebruik van de gronden (de woning en het tuincentrum) niet gewijzigd. Het bestemmingsplan leidt niet tot een wijziging in de verkeerstromen en de parkeervraag/parkeersituatie. Ter plaatse van de Bosschendijk 215a zijn meerdere parkeerplaatsen beschikbaar (meer dan 3), hetgeen toereikend is om in de parkeerbehoefte te voorzien. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in relatie tot de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar is. 4.11
Luchtvaart
Breda International Airport betreft een vliegveld van regionale betekenis. Het vliegverkeer bestaat uit lesvluchten, zakelijk verkeer en recreatief verkeer. Op 1 november 2009 is een wijziging van de Wet luchtvaart (Wlv) in werking getreden. Deze wijziging is bekend onder de naam Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML). Door deze wijziging van de Wet luchtvaart zijn er taken en bevoegdheden voor bepaalde luchtvaartactiviteiten overgedragen van het Rijk aan de provincies. De provincie moet onder andere “vergunningen” (besluiten, regelingen en ontheffingen) maken voor de kleine luchtvaart. De luchthavenbesluiten en – regelingen moeten, bij verordening, door Provinciale Staten worden vastgesteld. Op dit moment heeft de provincie Noord-Brabant een verordening voor vliegveld Breda International Airport in concept gereed. In deze conceptverordening zijn enkele ‘belemmeringen’ in beeld gebracht die een vertaling moeten krijgen in bestemmingsplannen. Het betreffen de geluidscontouren, de externe veiligheidscontouren (PR 10-5 en PR 10-6) en enkele hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid. Met betrekking tot het plangebied geldt als gevolg van het vliegveld een hoogtebeperking voor te realiseren bebouwing. Deze hoogtebeperking is binnen de regels van het bestemmingsplan opgenomen.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 38
Conclusie Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. De op basis van het bestemmingsplan toegestane bouwhoogten vormen geen belemmering in relatie tot de regels die ingevolge de nabijheid van Breda International Airport gelden. Het bestemmingsplan is met betrekking tot het aspect luchtvaart uitvoerbaar. 4.12
Geur
Op 1 januari 2007 is de ‘Wet geurhinder en veehouderij’ (Wgv) in werking getreden. De Wgv ziet toe op geurhinder vanuit veehouderijen. De Wgv bevat daartoe onder meer wettelijke geurnormen, waaraan in principe moet worden voldaan, maar de wet biedt aan gemeenten tevens de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen (artikel 6 Wgv) eigen gemeentelijke geurnormen toe te passen. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) beschermt geurgevoelige objecten tegen de geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag maken op een geurgevoelig object (zoals een woning). Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ligging binnen en buiten de bebouwde kom. De Wgv bevat afstandsnormen die in acht moeten worden genomen. In artikel 3 van de wet zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald.
Op basis van artikel 3.2 Wgv geldt dat de minimum afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom tenminste 100 meter dient te zijn. Wanneer het geurgevoelig object buitende bebouwde kom is gelegen dient deze afstand minimaal 50 meter te zijn. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. Wgv Een woning valt onder de definitie van een geurgevoelig object zoals opgenomen in artikel 1 Wgv. Binnen relevante afstand van de woning is geen veehouderij gelegen (de dichtstbijzijnde veehouderij is op meer dan 200 meter afstand gelegen), waardoor zich geen hindersituaties zullen voordoen.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 39
Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Om een afweging te kunnen maken over de toelaatbaarheid van een geurgevoelige bestemming op een specifieke locatie dient een beoordeling plaats te vinden van het woon- en leefklimaat als gevolg van de geuremissie van omliggende veehouderijen. Het woon- en leefklimaat wordt bepaald door de voorgrondbelasting én de achtergrondbelasting van veehouderijen. De voorgrondbelasting betreft de geurbelasting door individuele bedrijven. Een analyse van de omgeving van het projectgebied leert dat in een straal van 350 meter om de woning geen intensieve veehouderijen zijn gelegen. De voorgrondbelasting als gevolg van dieren waarvoor een vastgestelde geuremissiefactor geldt, zal dan ook niet negatief worden beïnvloed ter plaatse van het plangebied. Aannemelijk is dat bij de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Wel is op circa 220 meter afstand een grondgebonden veehouderij gelegen. Indien wordt voldaan aan de afstandsnorm uit de Wet geurhinder en veehouderij, is in beginsel aannemelijk is dat bij de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Aan deze afstandnormen wordt ruimschoots voldaan. Geurhinder is in grote mate subjectief bepaald en afhankelijk van individuele omstandigheden.
De gevoeligheid voor geur verschilt voor ieder mens en wordt onder andere bepaald door de beleving van de eigen gezondheid en van de privacy. Daarnaast spelen externe omstandigheden een rol, zoals de duur van de blootstelling en de aard van de omgeving. Ten aanzien van de hinderbeleving ten opzichte van de zogenaamde vaste afstand dieren wordt landelijk een geaccepteerde afstand van 100 en 50 meter gehanteerd in respectievelijk binnen en buiten de bebouwde kom. Hierbij is een gemiddelde hinderbeleving van de personen in stedelijke gebieden en landelijke gebieden gehanteerd. De te respecteren afstanden zijn hierbij niet afhankelijk van het aantal dieren die binnen de inrichting aanwezig zijn. De omgeving van het plangebied betreft een landelijke omgeving waarbij wonen en agrarische activiteiten sterk met elkaar verweven zijn. Een dergelijk karakter van de omgeving resulteert in een afwijkende hinderbeleving ten opzichte van de gemiddelde situatie in Nederland; geurhinder wordt minder snel ervaren omdat deze behoort tot de lokale achtergrondgeur. Ook met het oog op deze verlaagde hinderbeleving kan gesteld worden dat er bij de woning aan de Bosschendijk 215a sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Om te bepalen of ter plaatse van de Bosschendijk 215a sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt voor wat betreft de achtergrondwaarde gebruik gemaakt van de kaart ‘Achtergrondbelasting Geur’. Op deze kaart is de achtergrondbelasting in een concentratiegebied, veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderijen, opgenomen in odour units per kubieke meter. De achtergrondbelasting is berekend als de sommatie van alle individuele bijdragen van de afzonderlijke veehouderijen op een punt. Deze punten zijn regelmatig verdeelt over de regio met een onderlinge afstand van 100 meter geplaatst. Het plangebied is gelegen in een ‘Niet-concentratiegebied, buiten de bebouwde kom’. Ter plaatse geldt een maximum toegestane geurbelasting van 8,0 OUe/m3. Het plangebied ligt in een gebied met een zeer goede kwaliteit leefomgeving (0-3 OUe/m3). De kwaliteit leefomgeving is berekend aan de hand van de geurnormen voor een ‘concentratiegebied’. Omdat het plangebied in een niet-concentratiegebied ligt, komt de kaart niet helemaal overeen met de feitelijke situatie. Maar gezien de grote afstand tot de omliggende
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 40
veehouderijen met emissiefactor en het feit dat er reeds meerdere bestaande woningen op veel kortere afstand van de veehouderij(en) liggen, zal de feitelijke kwaliteit van de leefomgeving nog steeds goed zijn.
Afbeelding: uitsnede van de kaart ‘achtergrondbelasting geur’ ter plaatse van het plangebied.
Geconcludeerd kan worden ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat anderzijds het plan geen belemmering vormt voor nabijgelegen veehouderijen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in relatie tot het aspect geur uitvoerbaar is.
4.13
Volksgezondheid
Uit jurisprudentie volgt dat mogelijke gezondheidsrisico’s voor de omgeving in een bestemmingsplan moeten worden meegewogen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In dit bestemmingsplan wordt een nadere toelichting gegeven op de relevante aspecten spuitzones en de aanwezigheid van (intensieve) veehouderijen in de omgeving. 4.13.1 Veehouderij Het gezondheidsaspect heeft de laatste jaren steeds meer aandacht als het gaat om veehouderijen in de nabijheid van woningen en woonkernen. Met name komst of de aanwezigheid van intensieve veehouderijen kan onrust veroorzaken over de gezondheid bij omwonenden. Mogelijke risico’s voor de gezondheid kunnen worden veroorzaakt door fijnstof, stank, endotoxinen en zoönosen. Endotoxinen zijn deeltjes van bacteriën of schimmels die zitten in agrarisch stof. Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn de
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 41
vogelgriep, MRSA, BSE en Q-koorts. De huidige onderzoeken – bekend gemaakt vanuit Ministeries, RIVM, Gezondheidsraad of GGD - maken duidelijk dat er nog veel onbekend is en dat daarom nauwkeurige uitspraken over een eventuele directe relatie tussen nabijheid van veehouderij en effecten op de gezondheid van omwonenden nog niet mogelijk zijn. Voor zover echte verbanden tussen gezondheidseffecten en veehouderij worden gevonden, hebben deze betrekking op de afstand tussen veehouderij en bewoning en op het aantal bedrijven binnen een zekere straal rond bewoonde gebieden. Uit de resultaten van huidige onderzoeken kan echter niet simpelweg worden geconcludeerd om welke afstand het gaat en bij welke concentraties gezondheidseffecten optreden. Uit het VGO 2-rapport volgt verder dat er een verhoogde kans (29%) op longontsteking is binnen een straal van 1,5 tot 2 km van geitenhouderijen en 1 km van pluimveehouderijen. De precieze oorzaak van deze verhoogde risico`s kan echter niet worden aangegeven door de GGD. Op dit moment gaat men ervan uit dat pas binnen enkele jaren meer concreet aangegeven kan worden of er oorzakelijke verbanden bestaan en wat deze inhouden. In maart 2016 is de eerste versie van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid verschenen.
De handreiking bestaat uit een algemene onderbouwing op grond waarvan volksgezondheid meegenomen dient te worden in de ruimtelijke besluitvorming en besluitvorming in het kader van milieu. Vervolgens is een wijze van beoordeling uitgewerkt (‘het stappenplan’) om tot een zorgvuldige, praktische en uniforme beoordeling te komen of er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat advisering vanuit de GGD wenselijk is. Op deze manier wordt gestreefd om in Brabant, totdat er meer duidelijkheid is over een toe te passen (wettelijk) beoordelingskader, dan wel dat zich andere ontwikkelingen voordoen, gezamenlijk tot een breed gedragen werkwijze te komen die recht doet aan het belang van de volksgezondheid voor de burgers in de provincie. Inmiddels is de handreiking van maart 2016 geactualiseerd in de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. Beschouwing In het stappenplan zijn aspecten meegenomen in de afweging of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is in principe ook te gebruiken voor ruimtelijke plannen. In het stappenplan wordt onder andere getoetst aan de aspecten geur en fijnstof zoals deze eerder in dit hoofdstuk zijn behandeld.
Daarnaast wordt er aan de hierboven benoemde afstanden getoetst of er binnen deze afstanden bepaalde veehouderijen zijn gelegen. Het plangebied is niet gelegen binnen een cirkel van 2 km van een geitenhouderij. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen een cirkel van 1 km van een pluimveehouderij. Wel is ten noordwesten, op ruim 200 meter afstand een melkveehouderij gelegen. Gesteld wordt dat de windrichting een voorname rol bij de verspreiding van de uitstoot van een veehouderij. Windrichting en windsterkte spelen een rol bij de verspreiding van fijnstof (inclusief endotoxinen, ammoniak en micro-organismen) en geur. Omdat de overwegende windrichting in Nederland uit het zuidwesten komt zal de verspreiding van geur en fijnstof zich doorgaans verplaatsen uit de richting van de planlocatie.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 42
Ter plaatse van het plangebeied zijn de gezondheidsrisico’s naar verwachting niet groot. Er is geen sprake van een hoge concentratie van veehouderijen in de directe omgeving (nietconcentratiegebied). Daarnaast spelen de grootste gezondheidsrisico’s bij de intensieve veehouderijen. De bestaande intensieve veehouderijen hebben in het vigerende bestemmingsplan “Eerste Herziening bestemmingsplan Buitengebied Halderberge” slechts beperkt de ruimte om uit te breiden, namelijk alleen binnen hun geldende bouwvlak. Op basis van art. 2.71 en 3.47 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is voorts omschakeling naar of nieuwvestiging van een geitenhouderij uitgesloten. Gezondheid en duurzame ontwikkeling zijn daarbij belangrijke voorwaarden, die al in de BZV zijn verwerkt. Ook voor de melkveehouderijen geldt dat deze moeten voldoen aan de BZV. In geval van twijfel over eventuele gezondheidsrisico’s wordt de Handreiking veehouderij en volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht gehanteerd en de daarin opgenomen stappenplan. De gezondheidsaspecten vormen geen belemmering voor het planvoornemen. 4.13.2 Spuitzones Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassenbeschermingsmiddelen in de open lucht worden toegepast en nabij gelegen gevoelige objecten zoals woningen.
De Nederlandse wetgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen is met name gericht op de reductie van de risico's van het gebruik van deze middelen voor het watermilieu. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) bevat een toelatingsstelsel voor het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. In deze wet zijn ook bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van de gezondheid van de professionele gebruikers en werknemers. De richtafstanden die zijn opgenomen in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) hebben geen betrekking op open teelten en zijn dus evenmin bruikbaar (ABRvS 23 september 2009, zaaknummer 200900570/1/R2). Afhankelijk van het soort teelt en of er sprake is van een (water toevoerende) sloot, stelt het Activiteitenbesluit milieubeheer het hanteren van teeltvrije zones verplicht, maar ook hierin zijn geen afstandsnormen voor spuitzones opgenomen. Weliswaar ontbreekt wetgeving over spuitzones, maar er heeft zich op dit terrein wel jurisprudentie gevormd die aangeeft dat een afstand van 50 meter tussen agrarische gronden met open teelten en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelig object, zoals een woning en de bijbehorende tuin, in acht moet worden genomen.
Bij deze afstand wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van omwonenden. De in de praktijk gehanteerde vuistregel van 50 meter is indicatief. Het is een afstand die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zonder nadere onderbouwing wordt geaccepteerd (ABRvS 23 september 2009, 200900570/1/R2 & ABRvS 15 februari 2006, 200504921/1), maar dat betekent niet dat een kortere afstand in een bepaalde situatie niet redelijk zou kunnen zijn indien aan die
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 43
afstand een deugdelijke motivering ten grondslag is gelegd. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt de omzetting van een voormalige bedrijfswoning aan de Bosschendijk 215A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt. Ook wordt de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning op de voormalige bijbehorende bedrijfskavel aan de Bosschendijk 140 uitgesloten. In de nabijheid van het plangebied, op circa 47 meter afstand in westelijke richting, zijn agrarische gronden aanwezig waarop gewasbeschermingsmiddelen toegepast worden. Gesteld wordt dat er met de genoemde afstand nagenoeg aan de door de Raad van State erkende afstand van 50 meter voldaan wordt. Aanvullend wordt aangedragen dat de woning aan Bosschendijk 215a ook als bedrijfswoning reeds bescherming ten opzichte van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische gronden. Er verandert daarmee niks aan de milieusituatie. Tevens wordt gesteld dat tussen de Bosschendijk 215a en de agrarische gronden nog een woonperceel gelegen is welke maatgevend is. Ook zorgen de bebouwing en de aanwezige bosschages op dit perceel voor afscherming. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat er geen belemmering ontstaat voor het gebruik van de agrarische gronden.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in relatie tot het aspect volksgezondheid uitvoerbaar is.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 44
HOOFDSTUK 5: 5.1.
UITVOERBAARHEID
Financiële uitvoerbaarheid
In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieeleconomische uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond. Ten behoeve van de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals beschreven in paragraaf 3.3 en de daarmee samenhangende kosten is, in aanvulling op de anterieure overeenkomst, een separate overeenkomst tussen de gemeente Halderberge en initiatiefnemer gesloten. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan alsmede de bijbehoren leges zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan geen financiële consequenties verbonden. Het planschaderisico wordt beperkt geacht, eventuele aanvragen voor planschade worden afgewenteld op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Het opstellen van een exploitatieplan wordt op basis van het bovenstaande niet nodig geacht. 5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Het concept van het ontwerpbestemmingsplan is aan de volgende betrokken adviesinstanties en -organen toegezonden in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening: -
Provincie Noord-Brabant Waterschap Brabantse Delta Rijkswaterstaat Zuid Nederland Evides Waterbedrijf Kaan Consultancy (buisleidingen) N.V. Nederlandse Gasunie Veiligheidsregio Midden- en West-brabant / Brandweer Midden- en West-Brabant Ministerie van Defensie DNWG
Van bovengenoemde partijen is, op het Ministerie van Defensie en DNWG na, een reactie ontvangen. De strekking van alle reacties is positief, waarbij men met het bestemmingsplan instemt. De Brandweer Midden- en West-Brabant constateert dat de bluswatervoorziening ter plaatse van het plangebied niet op orde is. Gesteld wordt dat ten behoeve van de woning Bosschendijk 215a op iets meer dan 200 meter afstand (hoek Gors/Bosschendijk) een brandkraan van 60 m3/h aanwezig is. Voor de winkelfunctie aan de Bosschendijk 140 voldoet deze afstand niet. Ook het B en C water is problematisch op deze locatie, zo wordt gesteld. De brandweer vraagt bij de gemeente (bevoegd gezag) aandacht voor deze situatie. Dit aspect staat echter los van het juridisch-planologisch kader dat met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 45
De vooroverlegreacties leiden niet tot een aanpassing van het plan. In het kader van het bestemmingsplan is verder een omgevingsdialoog gevoerd. Het verslag van deze dialoog is bij de stukken gevoegd. Vaststellingsprocedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken, namelijk van 9 juni tot en met 20 juli 2022, ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Er is een zienswijze door de provincie Noord-Brabant ingediend. Deze zienswijze wordt behandeld in het raadsvoorstel en leidt niet tot een aanpassing van het plan. Beroep Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking door belanghebbenden beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er staat echter geen beroep open als geen zienswijze is ingediend, tenzij het beroep zich richt tegen een wijziging bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het plan treedt in werking na afloop van de beroepstermijn, tenzij een voorlopige voorziening wordt ingediend.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 46
HOOFDSTUK 6: 6.1.
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
Algemeen
Dit bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand, regels en een toelichting. Het GML-bestand bevat de verbeelding (plankaart), waaraan de regels zijn gekoppeld. Deze vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan alle bepalingen van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de daaruit volgende aanvullende regelingen.
6.2.
Hoofdopzet
Het bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De systematiek van de regels en de illustratie sluiten aan bij de systematiek zoals deze wordt gehanteerd in de regels van het bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Halderberge. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld volgens deze landelijke richtlijnen en standaarden (SVBP 2012). 6.3.
Algemene indeling planregels
De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. In artikel 3 wordt beschreven welke gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden er op basis van de bestemming Bedrijf mogelijk zijn. Deze bestemming geldt ter plaatse van het perceel Bosschendijk 140. In lid 1 wordt het toegestane functiegebruik genoemd, in lid 2 staan de bouwmogelijkheden vermeld. In lid 3 is vermeld hoe en onder welke voorwaarden er van de bouwregels afgeweken kan worden. Lid 4 bevat de expliciete bepaling dat er ter plaatse van Bosschendijk 140 geen bewoning meer mogelijk is, ook niet in een bedrijfswoning. In artikel 4 wordt beschreven welke gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden er op basis van de bestemming Wonen mogelijk zijn. Deze bestemming geldt ter plaatse van het perceel Bosschendijk 215a. In lid 1 wordt het toegestane functiegebruik genoemd, in lid 2 staan de bouwmogelijkheden vermeld. In lid 3 is vermeld hoe en onder welke voorwaarden er van de
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 47
bouwregels afgeweken kan worden. In lid 5 is beschreven onder welke voorwaarden een aan huis gebonden beroep/bedrijf is toegestaan. Lid 6 beschrijft op welke wijze en onder welke voorwaarden er van de gebruiksregels afgeweken kan worden. In lid 7 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Met toepassing van deze bevoegdheid kan er, onder gegeven voorwaarden, een kleinschalige camping gerealiseerd worden en/of het oppervlak van de bestemming gewijzigd/vergroot worden en/of het oppervlak voor bijbehorende bouwwerken vergroot worden. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plangebied. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels. De voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing is opgenomen als gebiedsaanduiding. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 48
HOOFDSTUK 7:
HANDHAVINGSPARAGRAAF
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op de langere termijn te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze aan het plan gehouden te worden. Door de gemeente Halderberge is met de initiatiefnemer en tevens eigenaar van de gronden aan de Bosschenhoofdsestraat een (privaatrechtelijke) overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst (inclusief aanvullende documenten) zijn afspraken gemaakt over de financiële afhandeling van de ontwikkeling. Ook zijn aspecten vastgelegd die betrekking hebben op de vereiste landschappelijke kwaliteitsverbetering die met het bestemmingsplan en daarmee de ontwikkeling van het plangebied samenhangt.
In dit bestemmingsplan is ten behoeve van de toegankelijkheid en leesbaarheid van het plan gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels, hetgeen de mogelijkheden tot naleving van de planologische regeling vergroot. Uitgangspunt is daarbij tevens dat de legitimiteit en naleving van de regels versterkt worden wanneer door betrokkenen de noodzaak en redelijkheid van deze regels wordt ingezien. In de bouwregels van het bestemmingsplan zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren bouwwerken moeten voldoen aan deze voorgeschreven maatvoering. Indien deze voorschriften niet worden nageleefd, dan kan het college van Burgemeester en Wethouders besluiten om geen omgevingsvergunning te verlenen. Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing van de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. De doelstellingen van het beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden als de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven.
Toelichting bestemmingsplan Bosschendijk 140 en 215a te Hoeven
Pagina 49