1 Vastgoed- en accommodatiebeleid gemeente Halderberge.pdf
Tekst van het document
Basis zolang er nog geen zicht is op sloop / herontwikkeling Basis
Niet van toepassing
Basis
Tabel 3: Onderhoudsniveau per deelportefeuille
Uitvoeren onderhoud Het streven voor de komende jaren is erop gericht om het onderhoud, daar waar mogelijk, als meerjarige contracten in de markt te zetten op basis van de uitgangspunten van Resultaat Gericht Samenwerken. Samenwerken op basis van een doel en niet op basis van een bestek. De uitvoerende partij dient een partner van de gemeente te zijn en samen met de vastgoedregisseur en de gebouwbeheerder de kosten en kwaliteit van het onderhoud te optimaliseren en bij te dragen aan het verduurzamen van het vastgoed. Het zwaartepunt van de werkzaamheden voor de gemeente verschuift van voorbereiding naar regie en controle.
25
Duurzaamheid Vanuit het Rijk zijn onderstaande wettelijke maatregelen verplicht voor bestaande bouw:
Activiteitenbesluit/ Energiebesparende maatregelen Energieregistratie- en bewaking (EBS) Energielabel; klantoren energielabel C in 2023 en energielabel A in 2030 Wettelijke keuringsplicht van installaties
Op basis van het Klimaatakkoord zijn de volgende afspraken opgenomen die ook van toepassing zijn op het gemeentelijk vastgoed:
Het Klimaatakkoord bevat een nationaal reductiedoel van het verminderen van de CO2-uitstoot met 95% in 2025 (streefdoel 2030; 49%). In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen aardgasvrij zijn. Voor de gebouwde omgeving stellen gemeenten uiterlijk eind 2021 de Transitievisies Warmte vast. In deze visie wordt ook aangegeven welke wijk wanneer van het aardgas af gaat. Ook het maatschappelijk vastgoed dat in de wijken staat moet in de komende 30 jaar aardgasvrij worden gemaakt en maakt integraal onderdeel uit van de wijkuitvoeringsplannen.
Bij het uitwerken van het portefeuilleplan wordt per gebouw onderzocht of voldaan wordt aan de verplichte maatregelen voor de bestaand vastgoedportefeuille. Daarnaast wordt, in combinatie met het actualiseren van de meerjarenonderhoudsplanningen, de komende jaren geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om het vastgoed te verduurzamen.
26
BIJLAGE 1 Begrippenlijst Beheerplan Het beheerplan beschrijft de aanpak en de maatregelen die nodig zijn om het vastgoed, functioneel te houden en het vastgesteld onderhoudsniveau in standhouden en/of laten bereiken. Dit omvat onder meer het scheppen van condities, het vastleggen van gemaakte afspraken en het realiseren van alle door het bestuur aan de technisch beheerder opgedragen taken. Investeringen Investeringen in duurzaamheid, aanpassingen in het kader van de energietransitie, klimaatadaptatie en investeringen in functionele aanpassingen, verbouwingen, etc. worden op basis van vastgesteld beleid opgenomen in het beheerplan. Hiervoor wordt een investeringsplan en –raming opgesteld. Conform de Notitie Materiele Vaste Activa van de commissie BBV is er bij een bestaand kapitaalgoed sprake van een investering indien de uitgaven:
Leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of Leiden tot een levensduurverlenging; en/of Aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving.
Keuringen en inspecties Periodiek uit te voeren keuringen en inspecties van onderdelen van een object, al dan niet op basis van een wettelijke verplichting. De kosten worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Onderhoud kapitaalgoederen We maken voor het onderhoud onderscheid in: Groot onderhoud: Werkzaamheden die worden uitgevoerd wanneer de technische staat van onderdelen van een object een bepaald minimum heeft bereikt en de risico’s van die technische staat niet wenselijk zijn. Het onderhoud is planbaar en wordt uitgevoerd op basis van een MJOP. Deze MJOP is het uitgangspunt voor de jaarlijkse dotatie van de benodigde middelen in de onderhoudsvoorziening. Groot onderhoud is naar zijn aard niet levensduurverlengend. Conform het BBV worden de kosten voor groot onderhoud niet geactiveerd en afgeschreven, maar komen deze ten laste van de exploitatie van het gebouw. Om deze kosten gelijkmatig te verdelen over de jaren is een onderhoudsvoorziening ingericht. De jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening ten laste van de exploitatie wordt gebaseerd op het gemiddelde van de onderhoudskosten uit de MJOP voor de komende 10 jaar.
Periodiek onderhoud (ook wel preventief onderhoud): Alle onderhoudswerkzaamheden die op regelmatige basis worden uitgevoerd om onderdelen van een object gedurende de levensduur op een bepaald onderhoudsniveau te houden en de kans dat storingen kunnen optreden te verkleinen. Voorbeelden zijn schoonmaken cv-ketels, onderhoud brandmeldinstallatie, schoonmaken platte daken en dakgoten. De kosten worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Storingsonderhoud (ook wel correctief onderhoud): Alle reactieve en correctieve onderhoudswerkzaamheden die nodig zijn om ad-hoc schades, storingen aan onderdelen van een object te repareren. Hiermee wordt de functionaliteit van het onderdeel van het onderdeel hersteld. De werkzaamheden zijn niet planbaar en kunnen veelal niet worden uitgesteld. Jaarlijks wordt een bedrag in de begroting voor storingsonderhoud opgenomen. De kosten worden jaarlijks direct ten laste van de exploitatie gebracht.
27
BIJLAGE 2 Onderhoudsniveaus Beperkt onderhoudsniveau Het beperkte onderhoudsniveau wordt gehanteerd voor de objecten die gelabeld zijn als slopen, herontwikkelen of renoveren. Het beperkte onderhoudsniveau wordt pas toegepast als duidelijk is wanneer een object gesloopt, her ontwikkeld of gerenoveerd worden en dit binnen een termijn van 4 jaar plaatsvindt. Eventuele overschrijding van deze termijn heeft direct effect op het onderhoud in verband met het wegwerken van achterstallig onderhoud. De technische staat van de objecten is zodanig dat er geen gevaar voor gebruikers, huurders, medewerkers of passanten kan ontstaan. Het resultaat van het toepassen van dit onderhoudsniveau is dat de meeste gebreken niet meer planmatig (groot onderhoud) worden verholpen. Onderhoud wordt vooral uitgevoerd op basis van reparatieverzoeken of storingen (storingsonderhoud). Uitwerking in hoofdlijnen De inspecteur geeft als onderdeel van de conditiemeting een inschatting van de risico’s en consequenties binnen een tijdsbestek van 4 jaar van de aangetroffen gebreken. De inspecteur geeft per bouwdeel voor de aangetroffen gebreken aan of deze een gering (1), matig (2) of ernstig (3) effect hebben op de volgende aspecten:
Veiligheid en gezondheid; Gebruik en bedrijfsproces; Cultuurhistorische waarde; Esthetica/belevingswaarde; Technische vervolgschade; Toename reparatie onderhoud/storingen.
In tabelvorm conform bijlage D NEN 2767 Uitvoeren in eerst volgende planjaar Activiteiten laten vervallen (gebreken wel geregistreerd laten)
Conditiescore
6
5
Toegestane conditiescores Prioriteit
Laag
Aspect
9
4
3
2
1
X
X
X
X Hoog
8
7
6
5
4
Veiligheid en gezondheid
3
2
1
(1)
(2)
(3)
Gebruik en bedrijfsproces
(1)
(2)
(3)
Cultuurhistorische waarde
(1)
(2)
(3)
(1)
(2)
(3)
Esthetica/belevingswaarde Technische vervolgschade
(1)
(2)
(3)
Toename reparatie onderhoud/storingen
(1)
(2)
(3)
28
Basis onderhoudsniveau Het basis onderhoudsniveau garandeert een goede bruikbaarheid van de objecten en ruimten voor de gebruikers/huurders. Het streven is de overlast als gevolg van bijvoorbeeld lekkages, storingen en uitval van installaties zoveel mogelijk te voorkomen door het tijdig uitvoeren van groot (planmatig) onderhoud. De objecten verkeren in een goede technische staat, zijn veilig en voldoen aan de geldende regelgeving. De bedrijfszekerheid van de technische installatie is gewaarborgd. De uitstraling van de objecten is ‘normaal’ (geen nieuwbouwkwaliteit) en de objecten maken een verzorgde indruk. Uitwerking in hoofdlijnen De inspecteur geeft als onderdeel van de conditiemeting een inschatting van de risico’s en consequenties binnen een tijdsbestek van 4 jaar van de aangetroffen gebreken. De inspecteur geeft per bouwdeel voor de aangetroffen gebreken aan of deze een gering, matig of ernstig effect hebben op de volgende aspecten:
Veiligheid en gezondheid; Gebruik en bedrijfsproces; Cultuurhistorische waarde; Esthetica/belevingswaarde; Technische vervolgschade; Toename reparatie onderhoud/storingen.
In tabelvorm conform bijlage D NEN 2767 Uitvoeren in eerst volgende planjaar Uitvoeren binnen vier jaar Doorschuiven naar het vijfde planningsjaar
Conditiescore
6
5
4
Toegestane conditiescore Prioriteit
Laag
Aspect
9
3
2
1
X
X
X Hoog
8
7
6
5
4
Veiligheid en gezondheid
3
2
1
(1)
(2)
(3)
Gebruik en bedrijfsproces
(1)
(2)
(3)
Cultuurhistorische waarde
(1)
(2)
(3)
(1)
(2)
(3)
Esthetica/belevingswaarde Technische vervolgschade
(1)
(2)
(3)
Toename reparatie onderhoud/storingen
(1)
(2)
(3)
29
BIJLAGE 3 Technische wet- en regelgeving Het technisch beheer van de gebouwen dient te voldoen aan een aantal, door het bevoegd gezag, gestelde wetten en voorschriften. Hieronder volgt een korte toelichting van de meest relevante wet- en regelgeving. De nieuwe omgevingswet Het doel van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, een goede omgevingskwaliteit en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Zo worden 26 wetten gebundeld in één wetgeving. Door deze nieuwe wet, welke op 1 januari 2023 in werking treedt, zal het voor de burger en de aannemer makkelijker worden om vergunningen aan te vragen. De Omgevingswet verplicht tevens het Rijk, de provincie en de gemeente een omgevingsvisie te maken waarin zij rekening houden met de verschillende belangen in een gebied. Woningwet De Woningwet vormt de basis voor de bouw- en gebruiksvoorschriften uit het huidige Bouwbesluit. Onderdelen van de Woningwet gaan op in de nieuw Omgevingswet. Bouwbesluit / Besluit bouwwerken leefomgeving Het Bouwbesluit bevat voorschriften over de bouw, verbouw van bouwwerken en de staat en het gebruik van bouwwerken en over sloop en veiligheid tijdens het (ver)bouwen en slopen. Het Bouwbesluit bevat voorschriften voor zowel nieuwbouw als bestaande bouwwerken.
Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal het huidige Bouwbesluit vervallen en worden de technische bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Wet Milieubeheer en Activiteitenbesluit Deze wet bepaalt hoe het milieu kan worden beschermd en regelt of de bedrijfsvoering van een onderneming een omgevingsvergunning nodig heeft of dat kan worden volstaan met het indienen van een melding in het kader van het Activiteitenbesluit. Onderdelen van de wet Milieubeheer gaan op in de nieuw Omgevingswet. Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Dit is de energiebesparingsplicht. Deze geldt voor bedrijven en instellingen (Wet milieubeheer-inrichtingen) die per jaar vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas of een equivalent daarvan verbruiken. Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden, soorten en bos regelt. De wet is vanaf 1 januari 2017 van kracht. De wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet Natuurbescherming gaat via een aanvullingswet op in de nieuwe Omgevingswet.
Drinkwaterwet en Drinkwaterbesluit De Drinkwaterwet en bijbehorende besluit en regelingen zijn met name relevant voor legionellapreventie en -beheer.
30
Asbestverwijderingsbesluit Dit besluit heeft als doel de emissie van asbestvezels te beperken bij onderhoud, vervanging en sloop. De Arbowet De Arbeidsomstandighedenwet (of kortweg Arbowet) is een Nederlandse wet die regels bevat voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandige ondernemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen. De Arbowet is een kaderwet. Dat betekent dat hierin geen concrete regels staan maar algemene bepalingen en richtlijnen over het arbeidsomstandighedenbeleid (arbobeleid) in bedrijven.
31