CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Plantoelichting d.d. 25-11-2021.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 6: Vaststelling bestemmingsplan Groene Woud 1, Oudenbosch25.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

/22,-0$16

TOELICHTING

%ESTEMMINGSPLAN opdrachtgever:

B.M. SANDERS ZOUAVENLAAN 14 4731 ER OUDENBOSCH

gemeente:

HALDERBERGE

plan omschrijving:

BESTEMMINGSPLAN GROENE WOUD 1, OUDENBOSCH

plan status:

VASTGESTELD

plan identificatie:

NL.IMRO.1655.BP1019-C001

datum:

25 NOVEMBER 2021

/RRLMPDQV%RXZDGYLHV%9 6HSSHGUHHI$ %9%RVVFKHQKRRIG 7HOHIRRQ  

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Inleiding ........................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding ................................................................................................ 3

1.2

Plangebied ............................................................................................... 3

1.3

Vigerende bestemmingsplan ................................................................. 6

1.4

Leeswijzer .................................................................................................. 7

Planbeschrijving .............................................................................................. 8 2.1

Bestaande situatie ................................................................................... 8

2.2

Toekomstige situatie .............................................................................. 10

Beleidskaders................................................................................................. 13 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................... 13

3.2

Provinciaal beleid .................................................................................. 14

3.3

Regionaal beleid ................................................................................... 22

3.4

Gemeentelijk beleid .............................................................................. 23

Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................... 33 4.1

Milieueffectrapportage ......................................................................... 33

4.2

Bedrijven en milieuzonering .................................................................. 34

4.3

Geluid ..................................................................................................... 36

4.4

Luchtkwaliteit ......................................................................................... 38

4.5

Bodem .................................................................................................... 41

4.6

Water ...................................................................................................... 43

4.7

Cultuurhistorie en archeologie ............................................................. 49

4.8

Ecologie .................................................................................................. 53

4.9

Externe veiligheid ................................................................................... 58

4.10

Kabels en leidingen ............................................................................... 62

Juridische plantoelichting ............................................................................ 64 5.1

Opbouw bestemmingsplan .................................................................. 64

5.2

Toelichting regels ................................................................................... 65

Uitvoerbaarheid ............................................................................................ 67 6.1

Financieel-economische uitvoerbaarheid .......................................... 67

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................... 67

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 2 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Bijlagen:

1. Standaard advies en verantwoording groepsrisico 2. Bodemonderzoek - Wematech Milieu Adviseurs B.V. 3. Resultaten omgevingsdialoog 4. Reacties ingediend in het kader van vooroverleg

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 3 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Voorliggende plantoelichting heeft betrekking op het slopen van resterende bedrijfsbebouwing, het laten vervallen van de bedrijfsbestemming en het realiseren van een nieuwe woning op het perceel aan het Groene Woud 1 te Oudenbosch, kadastraal bekend als Gemeente Oudenbosch, sectie B, perceelnummers 03578 (gedeeltelijk) en 03579 (gedeeltelijk). Binnen het vigerende bestemmingsplan is het realiseren van een woning op het betreffende perceel niet direct, of zonder planologische procedure, mogelijk. Het initiatief is in de vorm van een principeverzoek voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge. Op 25 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge besloten medewerking te verlenen aan het initiatief. Voor de planontwikkeling dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. In deze plantoelichting wordt de onderbouwing gegeven voor de bestemmingsplanherziening.

1.2

Plangebied

Het plangebied, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, is gelegen binnen de kern Oudenbosch van de gemeente Halderberge. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door het Groene Woud. De grens aan de oost-, west- en noordzijde wordt gevormd door de tuinen van de omliggende bestaande woningen. Het perceel zelf heeft een bedrijfsbestemming en op het perceel is een kleinschalige drukkerij gevestigd in een één laags gebouw met een kap. Het gebouw is het restant van het bedrijfsgebouw, waarin de drukkerij was gevestigd toen dat gebouw eind 2016 door brand werd getroffen. Voor het gebouw bevinden zich nog een 3-tal parkeerplaatsen op eigen terrein.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 4 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 1 Uitsnede wegenkaart plangebied (bron: www.bing.com/maps)

Op bovenstaande uitsnede van de wegenkaart is het plangebied globaal zichtbaar.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 5 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 2 Uitsnede luchtfoto plangebied (bron: www.bing.com/maps)

Op bovenstaande uitsnede van de luchtfoto is het plangebied globaal zichtbaar.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 6 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 3 Detailuitsnede luchtfoto plangebied (bron: www.bing.com/maps)

Op bovenstaande uitsnede van de luchtfoto is het plangebied in detail en in rood omcirkeld zichtbaar.

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Voor het plangebied, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, vigeert het bestemmingsplan 'Kom Oudenbosch', dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 20 juni 2013. Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan deels bestemd als ‘bedrijf’ en deels als ‘wonen’ met de gebiedsaanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone – 11’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied detailhandel’. Het realiseren van een woning is op grond van het vigerende bestemmingsplan niet direct, of zonder planologische procedure, mogelijk.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 7 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Op onderstaande uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan ‘Kom Oudenbosch’ is het plangebied in rood omcirkeld zichtbaar.

Figuur 4 Uitsnede plankaart ‘Kom Oudenbosch’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

In de voorliggende plantoelichting komen achtereenvolgens de volgende aspecten aan de orde:  Planbeschrijving (hoofdstuk 2) - De bestaande situatie en de toekomstige situatie;  Beleidskader (hoofdstuk 3) - Het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau uitgangspunten ten aanzien van de ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied;  Milieu- en omgevingsaspecten (hoofdstuk 4) - De milieu- en omgevingsaspecten van het plangebied;  Financieel-economische uitvoerbaarheid (hoofdstuk 5) - Aantonen financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan;  Maatschappelijke uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6) - Aantonen maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 8 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

Oudenbosch heeft zijn ontstaan te danken aan de ontginning van woeste gronden. De monniken lieten het gebied ontginnen en omstreeks 1300 werd een kanaal gegraven, de huidige Oudenbossche Haven. Het was in de tijd tussen de beide wereldoorlogen, dat Oudenbosch met de ernstige gevolgen van de algemene economische crisis werd geconfronteerd. Ook in andere opzichten was van groei nauwelijks sprake. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de gemeente voor grote rampen gespaard. Evenals in andere gemeenten eiste ook in Oudenbosch de oplossing van de woningnood grote aandacht. De eerste uitbreiding na de oorlog had plaats ten noorden van de oude kern in het Oudland. Daarna volgden de wijken Pagnevaart en Velletri in het oosten, een tweede uitbreiding in noordelijke richting en de wijk Het Spui in het westen. Ten zuiden van de spoorlijn is de wijk Albano gerealiseerd. Het Streekplan West-Brabant, dat in 1970 door het provinciaal bestuur werd vastgesteld, kende aan Oudenbosch een belangrijke woonfunctie toe. De kern Oudenbosch is de grootste kern van de gemeente Halderberge met van oudsher een groot aanbod aan voorzieningen. Door de doorkruising van de kern door de spoorlijn Roosendaal-Dordrecht en de voormalige doorgaande weg ‘Bosschendijk’ wordt de kern als het ware opgesplitst in 4 delen.

Het plangebied ligt in het noordwestelijk deel van de kern, ten noorden van de spoorlijn en de ‘Bosschendijk’. Het plangebied ligt aan het Groene Woud in Oudenbosch. Het Groene Woud is één van de verbindingswegen van het buitengebied van Oudenbosch. Het Groene Woud heeft een snelheidsregime van 30 km/h. In de directe omgeving van het plangebied komt hoofdzakelijk de functie wonen voor. De naastgelegen woningen zijn vrijstaand gesitueerd. Op het perceel zelf is een kleinschalige drukkerij gevestigd in een één laags gebouw met een kap. Het gebouw is het restant van het bedrijfsgebouw, waarin de drukkerij was gevestigd toen dat gebouw eind 2016 door brand werd getroffen. Voor het gebouw bevinden zich nog een 3-tal parkeerplaatsen op eigen terrein.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 9 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 5 Foto bestaande situatie (bron: eigen foto’s)

Figuur 6 Foto’s directe omgeving bestaande situatie (bron: eigen foto’s)

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 10 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

2.2

Toekomstige situatie

De beoogde ontwikkeling in het plangebied betreft het slopen van resterende bedrijfsbebouwing, het laten vervallen van de bedrijfsbestemming en het realiseren van een nieuwe woning met een bijgebouw en een tuin. De oppervlakte van het te creëren bouwperceel bedraagt ca. 370 m2 en bestaat uit de percelen kadastraal bekend als Gemeente Oudenbosch, sectie B, perceelnummers 03578 (gedeeltelijk) en 03579 (gedeeltelijk). Om de woning aan te laten sluiten bij het huidige bebouwingsbeeld, zal het hoofdvolume bestaan uit één bouwlaag met een kap. De woning wordt met de voorgevel naar het Groene Woud georiënteerd, waardoor het bestaande bebouwingslint wordt gecontinueerd. De kapvorm zal bestaan uit een eenvoudig zadeldak, met de kaprichting evenwijdig aan het Groene Woud. Het bijgebouw zal ondergeschikt zijn en terugspringen ten opzichte van de voorgevel van de woning. De woning zal direct aan het Groene Woud worden ontsloten. Parkeren ten behoeve van de woning vindt volledig plaats op het eigen terrein. De Kadernota Parkeren 2017-2021 is op 15 december 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Halderberge vastgesteld en bevat in hoofdlijnen het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeren. Parkeren is een essentieel onderdeel van de verplaatsingsketen, en ook essentieel voor de kwaliteit van de leefomgeving, het woongenot en het succes van nieuwe ontwikkelingen.

In de parkeernorm in bijlage 1 van de kadernota is voor een woning groter dan 90 m² in gebied A in Oudenbosch een parkeernorm opgenomen van 1,7 parkeerplaats per woning. Op de locatie is rechts van de woning een dubbele oprit voorzien met een berekeningscapaciteit conform tabel 3.2 van de kadernota van 1,7 parkeerplaats, waardoor is gewaarborgd dat er in voldoende mate in parkeren zal worden voorzien.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 11 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 7 Impressie situatietekening te bouwen woning (bron: Looijmans Bouwadvies B.V.)

Figuur 8 Impressie te bouwen woning (bron: Looijmans Bouwadvies B.V.)

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 12 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 9 Impressie plattegrond te bouwen woning (bron: Looijmans Bouwadvies B.V.)

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 13 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

3.

Beleidskaders

3.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd:  de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken;  de bereikbaarheid verbeteren;  zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De structuurvisie benoemt met name Rijksdoelen en nationale belangen. Het voorliggend plan treft geen van de onderwerpen die van nationaal belang zijn. Het voorliggend plan wordt niet belemmerd door de structuurvisie. In de structuurvisie is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringsplicht in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) opgenomen.

De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft een handreiking beschikbaar gesteld als hulpmiddel bij de toepassing van de ladder. Op 1 juli 2017 is een wijziging van artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 van het Bro bepaald: ‘De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 14 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e.

Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het plan, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, betreft het bouwen van een enkele vrijstaande woning. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is in dit geval geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet verder van toepassing. Conclusie: Gelet op het kleinschalige karakter van het plan kunnen de rijkstoetsingskaders als niet relevant worden beschouwd.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Brabant De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is op 14 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieuen waterplan en de natuurvisie.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 15 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven:  de Brabantse energietransitie;  een klimaatproof Brabant;  Brabant als slimme netwerkstad; en  een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op de lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief is passend binnen de omgeving en zorgt voor een kwalitatieve verdichting van het bestaand stedelijk gebied.

Conclusie: Het plan is kleinschalig van aard en betreft een inbreidingslocatie in het bestaand stedelijk gebied van Oudenbosch. Het plan past binnen het provinciaal beleid zoals beschreven in de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (SVRO) De Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 is op 7 februari 2014 door Provinciale Staten vastgesteld en bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Brabant tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 is de opvolger van de versie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie is de basis voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en de wijze waarop de provincie Noord-Brabant de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De structuurvisie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie Noord-Brabant in evenwicht. De provincie Noord-Brabant kiest in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 16 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

landschap is in de structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend: 1. De groenblauwe structuur (functieontwikkeling gecombineerd met de ontwikkeling van een robuust raamwerk met landschappelijke kwaliteit); 2. Het landelijk gebied (perspectief van een multifunctionele gebruiksruimte); 3. De stedelijke structuur (twee perspectieven: 1. stedelijk concentratiegebied waar groei van verstedelijking wordt opgevangen. 2. kernen in het landelijk gebied zo veel mogelijk alleen voor opvang van eigen verstedelijkingsbehoefte); 4. De infrastructuur (goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant). De structuren geven een hoofdkoers aan: enerzijds een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies en anderzijds waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Per ruimtelijke structuur is aangegeven welke instrumenten de provincie Noord-Brabant hiervoor inzet. Binnen deze structuren is ruimte voor regionaal maatwerk.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 17 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 10 Uitsnede Structurenkaart ‘SVRO 2014’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, is op de ‘structurenkaart’ van de structuurvisie aangeduid als ‘kernen in het landelijk gebied’. De kernen in het landelijk gebied voorzien in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken, voorzieningen). Conclusie: Het plan past binnen het provinciaal beleid zoals beschreven in de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2022 ingaat. Deze Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. De beleid neutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. De belangrijkste uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt.

De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 18 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De Interim omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de Interim omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk.

Figuur 11 Uitsnede kaart stedelijke ontwikkeling en erfgoed ‘Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, is op de ‘kaart stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Landelijke kern’ binnen ‘Stedelijk gebied’. In hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 19 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

De volgende artikelen zijn relevant voor onderhavig bestemmingsplan:  Artikel 3.5: Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit;  Artikel 3.6: Zorgvuldig ruimtegebruik;  Artikel 3.7: Toepassing van de lagenbenadering;  Artikel 3.8: Meerwaardecreatie;  Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2 Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b.

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 20 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Lid 2 is in onderhavig geval niet van toepassing. Voor wat betreft de verantwoording dat het plan bijdraagt aan de zorg voor een goede omgevingskwaliteit, waaronder begrepen de meerwaardecreatie wordt met name verwezen naar hoofdstuk 2 (bestaande en toekomstige situatie) van deze toelichting. Ook

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 21 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

voor de verantwoording van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking wordt verwezen naar hoofdstuk 2. Tenslotte gaat hoofdstuk 4 (milieu- en omgevingsaspecten) van deze toelichting in op de planeffecten van de ontwikkelingen en daarmee de lagenbenadering. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: f. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; g. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a.

een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven conceptversterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze conceptversterkend werken en geclusterd worden. Lid 3 is in onderhavig geval niet van toepassing.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 22 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

De beoogde ontwikkeling in het plangebied betreft een herstructureringsopgave, waarbij bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt, de bedrijfsbestemming vervalt en een nieuwe levensloopbestendige woning met een tuin zal worden gerealiseerd. De locatie wordt omgeven door reguliere woningen. De ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik. De vestiging van een bedrijf is op deze locatie, gelegen in een woonwijk, niet langer gewenst. Aan het uitgangspunt van een duurzame stedelijke ontwikkeling, waarbij eerst de mogelijkheden in stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente, voldoet de voorgenomen ontwikkeling vanwege de ligging binnen het stedelijk gebied. Voor de overige aspecten met betrekking tot een duurzame stedelijke ontwikkeling wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (milieu- en omgevingsaspecten) van deze toelichting. Conclusie: Het plan past binnen het provinciaal beleid zoals beschreven in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3

Regionaal beleid

Perspectief op wonen en woningbouw Het “Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2020” is op 22 november 2019 vastgesteld door Stuurgroep wonen West-Brabant West en geeft een actuele visie van de subregio West-Brabant West op de toekomstige ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Ook geeft dit document het actuele bestuurlijke afsprakenkader weer, die een resultaat is van regionale samenwerking, afstemming en afweging. In het kader van een duurzaam verstedelijkingsbeleid legt de regio prioriteit bij zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik. Daarbij is het van belang om de gemeentelijke woningbouwprogramma’s in te zetten op binnenstedelijke (transformatie)locaties en voor het herbestemmen van leegstaand vastgoed. Daarmee vormt het perspectief ook een zorgvuldige afweging en verantwoording in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Naast specifieke aandacht voor herstructurerings- en transformatieopgaven wil de subregio West- Brabant West meer nadruk blijven leggen op de bestaande woningvoorraad, met verduurzaming van de voorraad en het geschikt maken van woningen en de woonomgeving voor mensen met een zorgvraag. Conclusie: Het “Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2020” is verder uitgewerkt in het gemeentelijk Woningbouwprogramma 2018 - 2028.

Het plan past binnen het gemeentelijk beleid zoals beschreven in het Woningbouwprogramma 2018 – 2028 en past daarmee ook in het “Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2020”.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 23 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

3.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Halderberge 2025 De Structuurvisie Halderberge 2025 is op 20 juni 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Halderberge vastgesteld en bevat in hoofdlijnen het gemeentelijke beleid op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied tot 2025. De Structuurvisie Halderberge 2025 is de basis voor het ruimtelijk handelen van de gemeente Halderberge en geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied, waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie tevens een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van (bestuurs-)overeenkomsten. In de structuurvisie wordt op basis van een analyse van historie en grondgebruik het profiel van de gemeente, het duurzaam ruimtelijk en het duurzaam maatschappelijk structuurbeeld beschreven. Deze langetermijnbeelden vormen het fundament van Halderberge en staan zoveel mogelijk los van programma’s of (toekomstige) initiatieven. Vervolgens zijn in de structuurvisie de verschillende ontwikkelingen in de vorm van beleidsmatige opgaven in beeld gebracht, waarvoor de gemeente zich de komende jaren geplaatst ziet.

Uit de confrontatie tussen het duurzaam ruimtelijk structuurbeeld en de beleidsopgaven komt vervolgens de visie op het gehele grondgebied van de gemeente naar voren. De visie wordt getoond in een toekomstbeeld en biedt inzicht in de beoogde c.q. verwachte situatie in 2025. Uiteindelijk zijn de strategieën die ervoor (kunnen) zorgdragen dat dit toekomstbeeld bewerkstelligd wordt, vastgelegd conform de Praktijkrichtlijn Gemeentelijke Structuurvisie.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 24 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 12 Duurzaam ruimtelijke structuurbeeld Oudenbosch ‘Structuurvisie Halderberge 2025’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Voor wat betreft het toekomstbeeld van Oudenbosch geldt dat door de aanleg van de zuidelijke omlegging de bestaande weg Bosschendijk-Sint Bernaertsstraat-Markt-Zandeweg is afgewaardeerd en heringericht en (weer) deel uit maakt van de structuur in de kern. De spoorlijn zal een scheidend element blijven, te meer omdat er sprake is van een beperkt aantal gelijkvloerse kruisingen. Oudenbosch kent daardoor twee deelgebieden met een eigen voorzieningenniveau. Het deelgebied ten zuidoosten van de spoorlijn heeft en houdt een basisvoorzieningenniveau bestaande uit (levensloopbestendige) woningen, primair onderwijs, speel- en ontmoetingsruimte en een bescheiden winkelcentrum voor dagelijkse boodschappen. Een veelsoortige opgave ligt in het deelgebied ten noordwesten van de spoorlijn. Daar ligt het centrum van Oudenbosch met op het vlak

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 25 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

van detailhandel en horeca het meest veelzijdige aanbod. Dit is de plek om publieksfuncties te concentreren en detailhandel en horeca toe te voegen. Daarbij gebruik makend van de aantrekkingskracht op het vlak van cultuurhistorie (onder meer de Basiliek en de (voormalige) kloostercomplexen) en van waterrecreatie. In het centrum is – na de aanleg van de zuidelijke omlegging – de auto te gast, met name ter plaatse van de Markt, waar de verbinding ligt naar onder meer Tivoli en Arboretum. Klokgewijs rond het centrum zijn de volgende buurten met elk een eigen bijzonderheid gelegen:  Omgeving Spuilaan: een jaren zeventigwijk met hofstructuur, waar ten zuiden het bedrijventerrein Industrieweg wacht op herstructurering;  Omgeving Duiventoren, een jaren zeventigwijk met woonzorgcentrum De Zellebergen en Oostkwartier;  Omgeving Bornhemweg, een naoorlogse wijk met relatief kleine, deels verouderde woningen en een grote concentratie laag opgeleiden, waarvan een deel inmiddels is geherstructureerd;  Omgeving het Groene Woud met het Prinsentuincollege en diverse voorzieningen, zoals de scouting en het zwembad de Baarlebossche;  Omgeving Arboretum, een relatief stedelijke zone tussen centrum en station, waar naast diverse voorzieningen zoals het gemeentehuis nieuwbouw is en wordt gepleegd in de vorm van onder meer appartementen.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 26 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 13 Toekomstbeeld Oudenbosch ‘Structuurvisie Halderberge 2025’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Om de (toekomstige) ontwikkelingen en ambities te kunnen toetsen is een strategiekaart ontworpen. De strategiekaart laat zien dat een achttal strategieën gedifferentieerd ingezet worden 1. Ontwikkelen: ontevreden over de huidige functie, nieuwe kansrijke functie inbrengen, duidelijkheid over kwaliteit en procedure; actieve, eventueel risicodragende, benadering om procedure te doorlopen en nieuwe functie te faciliteren; 2. Transformeren: ontevreden over de huidige functie, ideeën over nieuwe kansrijke hoofdfunctie, onduidelijkheid over procedure, planvorming start waarschijnlijk binnen termijn structuurvisie; actieve, eventueel risicodragende, benadering om nieuwe functie te faciliteren;

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 27 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

3. Herstructureren: tevreden over de huidige hoofdfunctie, ontevreden over kwaliteit, actieve/fysieke, eventueel risicodragende benadering om kwaliteit van hoofdfunctie te verbeteren; 4. Reactiveren: tevreden over de huidige hoofdfunctie, ontevreden over kwaliteit, geen mogelijkheid om zelf risicodragend kwaliteit te verbeteren en geen verwachting dat de markt in de komende 1015 jaar kwaliteitsverbetering oppakt. Faciliterend optreden bij marktinitiatieven die leiden tot kwaliteitsverbetering; 5. Versterken: tevreden over de huidige multifunctionaliteit, zorgen over (toekomstige) kwaliteit, faciliteren van ontwikkelingen die multifunctionaliteit versterken, onduidelijk over procedure, planvorming start waarschijnlijk binnen termijn structuurvisie; 6. Verbreden: tevreden over huidige (hoofd)functie en kwaliteit, zorgen over de toekomstbestendigheid van de hoofdfunctie; faciliteren dat nieuwe functies worden toegevoegd gecombineerd met kwaliteitsverbetering; 7. Beschermen: tevreden over de huidige (hoofd)functie en kwaliteit, kwetsbare hoofdfunctie beschermen, faciliteren dat ontwikkelingen in de omgeving de hoofdfunctie niet bedreigen; 8. Behouden: tevreden over de huidige (hoofd)functie en kwaliteit; kleinschalige aanpassingen in het gebied zijn toegestaan, maar dient een versterking te zijn van de huidige situatie en de kwaliteit, geen actieve benadering.

De strategieën zijn bepaald op basis van de visiekaart en de inmiddels in beleid vastgelegde ontwikkelingen. De toekomst valt echter niet te voorspellen en flexibiliteit is daarom wenselijk. Een mix van strategieën die (de uitwerking van) toekomstige ontwikkelingen kunnen sturen, biedt uitkomst. Daarmee wordt niet het stipje op de horizon het belangrijkste, maar de weg er naar toe.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 28 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Figuur 14 Strategiekaart Oudenbosch ‘Structuurvisie Halderberge 2025’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied, waarop voorliggende toelichting betrekking heeft, is op de strategiekaart gelegen in de strategie ‘behouden’ en voorts aangeduid als ‘bebouwd gebied’. De strategie van behoud is gekozen voor de delen van de gemeente waar binnen de looptijd van de structuurvisie geen of zeer beperkte veranderingen zijn te verwachten. Het huidige ruimtelijk beeld en het functioneren van deze gebieden is goed. Daarom is er voor de gemeente geen aanleiding om hier actief plannen of projecten te initiëren. Dit laat onverlet dat door een gebrekkig beheer en onderhoud van de ruimte kwaliteitsverlies, veroudering en verrommeling op de loer liggen. Kleinschalige aanpassingen aan de ruimtelijke structuur of ontwikkelingen die passen binnen de functionele omgeving zijn mogelijk, waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van het leefklimaat. Binnen de kernen zijn alle bestaande wijken met wonen, winkels en voorzieningen, waar geen grootschalige herstructureringen op stapel staan, onder de strategie behouden geschaard. Conclusie: Het plan past binnen het gemeentelijk beleid zoals beschreven in de Structuurvisie Halderberge 2025.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 29 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Woonvisie Halderberge 2016 - 2020 De Woonvisie Halderberge 2016 - 2020 is op 15 december 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Halderberge vastgesteld en omvat het woonbeleid van de gemeente Halderberge. In deze woonvisie worden doelen en ambities voor de komende 5 jaar geschetst. Deze zijn gekoppeld aan de woonagenda voor 4 thema’s, te weten; goed wonen voor iedereen, toekomstbestendig wonen, sociaal wonen en wonen en zorg. Jaarlijks vindt er een monitoring plaats van de doelen, ambities en agenda uit deze woonvisie. Indien noodzakelijk kan de woonvisie worden bijgesteld. Als een rode draad door de woonvisie lopen de vier gemeentelijke woonwaarden:  Goed wonen voor iedereen in een groen, rustig en landelijk woonmilieu;  De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten;  Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen;  Ruimte voor initiatief en samenwerking. Halderberge vormt een aantrekkelijke woningmarkt die variatie kent en waarbinnen doorstroming mogelijk is. Goed wonen voor iedereen betekent onder andere dat inwoners invloed op hun woning en woonomgeving willen en moeten kunnen uitoefenen. Steeds vaker ontstaan er vanuit de samenleving mooie initiatieven die het wonen in wijken en buurten versterken.

Wijkverenigingen, inwoners, adviesraden en vrijwilligers dragen dagelijks bij aan het leefbaar houden van hun buurt of wijk en zijn mede bepalend voor de sociale draagkracht en vitaliteit van de samenleving. Een evenwichtige bevolkingsopbouw is daarbij voor de nabije toekomst belangrijk evenals differentiatie in inkomens en huishoudenssamenstelling. De demografische ontwikkelingen zijn van grote invloed op de woningmarkt. Het inwoneraantal neemt op basis van bevolkingsprognoses af (bevolkingskrimp). Gezien de komende vergrijzing van de bevolking wordt naast de huisvesting van senioren nadrukkelijk belang gehecht aan de huisvesting van starters en jonge huishoudens en is er oog voor de inkomensontwikkeling in de gemeente. Oudenbosch is de grootste kern van de gemeente Halderberge. Oudenbosch heeft een ruim en gevarieerd winkelaanbod en diverse scholen, is goed bereikbaar hen heeft een breed zorgaanbod. Mede door de aanwezigheid van vele voorzieningen is Oudenbosch de meest ‘stedelijke’ kern van de gemeente. Deze stedelijkheid komt ook tot uitdrukking in een divers woningaanbod (woningtype, prijs en kwaliteit), een relatief groot aandeel appartementen versus grondgebonden woningen, het grootste aandeel sociale huurwoningen in de gemeente en een relatief grote goedkope woningvoorraad.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 30 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Typerend voor Oudenbosch zijn de vele gebouwen die getuigen van het ‘rijke Roomse leven’ zoals de basiliek en de vele (voormalige) kloosters en schoolgebouwen voor katholiek onderwijs. Hierdoor en door de aanwezigheid van een arboretum en enkele musea heeft Oudenbosch een duidelijke toeristische aantrekkingskracht. De naamsbekendheid die Oudenbosch heeft vanuit de toeristische en cultuurhistorische kwaliteit kan positieve effecten hebben op de beeldvorming van de Oudenbosche woningmarkt. De nieuw aangelegde rondweg kan positieve effecten hebben op het woningmarktgebied gelegen aan de doorgaande route door de kern. Vermindering van verkeer zorgt voor een verbetering van de leefomgeving. Kansen voor Oudenbosch:  Er zijn veel rijwoningen in de bestaande woningvoorraad en er staan veel rijwoningen te koop. Opgelet moet worden met het toevoegen van nieuwe rijwoningen in deze kern.  Woningbouwvariatie in de kern is van groot belang voor een evenwichtige bevolkingsopbouw en inkomensontwikkeling. Het realiseren van bijzondere woon (zorg)vormen wordt gestimuleerd. Opgelet moet worden met het toevoegen van nieuwbouwappartementen.  Er is een groot aandeel goedkope woningvoorraad en Oudenbosch heeft goede voorzieningen en een goede bereikbaarheid waardoor aandachtsgroepen vaak in Oudenbosch worden gehuisvest.

Opgelet moet worden op een goede spreiding van deze doelgroepen over de verschillende kernen.  Het positieve effect van de toeristische naamsbekendheid van Oudenbosch kan ook gebruikt worden voor een positieve beïnvloeding van de beeldvorming van de woningmarkt.  Extra aandacht voor de herbestemming van leegstaand vastgoed in lijn met de ladder duurzame verstedelijking. Conclusie: Het plan past binnen het gemeentelijk beleid zoals beschreven in de Woonvisie Halderberge. Woningbouwprogramma 2018 - 2028 Het Woningbouwprogramma 2018 - 2028 is op 14 december 2017 door de gemeenteraad van de gemeente Halderberge vastgesteld en bevat een overzicht van alle woningbouwprojecten en -plannen voor de komende periode binnen de gemeente Halderberge. Het plan, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, is bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge op 25 september 2018, opgenomen in het Woningbouwprogramma 2018 – 2028.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 31 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Conclusie: Het plan past binnen het gemeentelijk beleid zoals beschreven in het Woningbouwprogramma 2018 - 2028. Welstandsnota Halderberge De Welstandsnota Halderberge is op 28 maart 2017 door de gemeenteraad van de gemeente Halderberge vastgesteld. Deze welstandsnota vormt een belangrijke basis voor het streven naar een aantrekkelijke gebouwde omgeving. Het welstandsbeleid is hierin uitgewerkt en biedt de basis om de huidige en kenmerkende kwaliteiten van de bebouwde omgeving in Halderberge te behouden en verder te ontwikkelen. De welstandsnota maakt de architectonische waarden van de bebouwde gebieden in Halderberge duidelijk inzichtelijk; zowel de vormgeving, het materiaal- en kleurgebruik als de inpassing in de omgeving. Deze inzichten vormen de basis om alles wat in Halderberge wordt gebouwd, verbouwd of aangebouwd, bij te laten dragen aan een aantrekkelijke en goed verzorgde omgeving. Dit resulteert weer in een verhoging van de economische waarde en de belevingswaarde van de bebouwing, wat ook het vestigingsklimaat versterkt. Het plangebied, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, is op de gebiedsindelingkaart gelegen in ‘Woongebied’. In de loop van de 20ste eeuw is men begonnen om naast het bouwen van individuele woningen ook groepen van woningen te realiseren.

Vanaf de tweede wereldoorlog is binnen de gemeente Halderberge een eerste start gemaakt met het oprichten van complete woonwijken. Verschillende delen van deze woonwijken kennen vaak een specifieke samenhang vanwege de kenmerkende architectuur van de bebouwing. Deze architectuur vindt vaak zijn oorsprong in de tijdsperiode van realisatie. Ondanks het onderscheid in maat, schaal of architectuur hebben de woongebieden een belangrijk samenhangend kenmerk: grote aanwezigheid van reguliere woningbouw. Hoofdaspecten: Bebouwing en omgeving  Binnen woonwijken zijn de woningen vaak in onderlinge samenhang met elkaar en met de openbare ruimte ontworpen. Waar deze samenhang, bestaande uit meer dan twee losse bouwvolumes, aanwezig is, dient deze behouden te blijven.  Gebouwen met bijzondere functies mogen afwijken van de ligging en de gebruikelijke massa, opbouw en vorm, mits geen afbreuk wordt gedaan aan het straatbeeld.  Bij individuele woningbouw (veelal vrijstaand, tweekappers of korte rijen): behoud van het individuele karakter van de afzonderlijke panden of series van panden, zonder dat dit afsteekt tegen de omgeving.  Bebouwing dient met de representatieve gevel gericht te zijn naar de openbare ruimte.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 32 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Bebouwing op korte afstand van een monument dient ingetogen en terughoudende architectuur te hebben, waarbij de waarde van het monument overeind dient te blijven.

Het ontwerp van de te realiseren woning zal te zijner tijd worden getoetst aan de criteria behorende bij dit welstandsgebied door de gemeente Halderberge. Conclusie: Het plan past binnen het gemeentelijk beleid zoals beschreven in de Welstandsnota Halderberge.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 33 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

4.

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapportage

Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.rplichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.

Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. In het besluit m.e.r. is geen ondergrens opgenomen, maar dient wel sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor wat betreft de definitie van een stedelijk ontwikkelingstraject verwijzen wij naar recente jurisprudentie van de Raad van State (RvS 15 januari 2020, nr. 201901439/1/R1) waaruit blijkt dat naar het oordeel van de Afdeling de ontwikkeling van twaalf vrijstaande woningen binnen de bebouwde kom die in het plan is voorzien, gelet op de omvang ervan, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is ook van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling (en aanmeldnotitie) behoeft daarom niet te worden uitgevoerd.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 34 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

Conclusie: Het plan, waarop voorliggende plantoelichting betrekking heeft, betreft het bouwen van een enkele vrijstaande woning en kan, gelet op bovengenoemde jurisprudentie in combinatie met de omvang van de ontwikkeling, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Nu de ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, behoeft er geen (vormvrije) m.e.r.beoordeling (en aanmeldnotitie) te worden uitgevoerd.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient er een goede ruimtelijke scheiding te zijn tussen milieugevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningbouw) en milieubelastende activiteiten. Het gaat daarbij om aspecten als geluidsoverlast, geurhinder, stofhinder, veiligheid, verkeershinder etc. Ter bescherming dient een ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het beoordelen van mogelijke hinder tussen (bedrijfs)activiteiten en woningen kan de systematiek van de VNGbrochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009) worden gehanteerd. In de VNG-brochure is een lijst met bedrijfsactiviteiten opgenomen, die zijn ingedeeld in milieucategorieën. Op basis van de te verwachten milieubelasting van bedrijven, gelden richtafstanden die kunnen variëren van 10 meter (milieucategorie 1) tot 1.500 meter (milieucategorie 6). De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van de inrichting en de gevel van een woning. In de VNG-publicatie is een gebied ingedeeld in twee typen: rustige woonwijk/rustig buitengebied of gemengd (buiten)gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied beschouwd worden. Indien sprake is van een gemengd gebied kan de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. Beschouwd is welke milieuhinderlijke activiteiten, zoals genoemd in de VNG-brochure, in de omgeving van het plangebied zijn gelegen. Ten noordwesten van het plangebied is aan de Rooseveltstraat 44-46 een benzineservicestation met LPG / auto reparatie- en servicebedrijf (SBI 451, 452, 454, 473 - milieucategorie 3.1) gelegen met richtafstanden van 30 meter voor geur, 30 meter voor geluid en 50 meter voor gevaar. Deze bedrijfsbestemming is op circa 300 meter afstand van het plangebied gelegen. Derhalve wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde richtafstanden. Ten noordoosten van het plangebied zijn gronden gelegen met een agrarische bestemming. Binnen deze agrarische bestemming is agrarisch

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 35 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

gebruik, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen en hobbymatige agrarische activiteiten, (vollegronds)teeltbedrijven en overige agrarische bedrijven, met uitzondering van productiegerichte paardenhouderijen, toegestaan. Hieronder vallen akkerbouw- fruitteelt- en tuinbouwbedrijven (SBI 011, 012, 013 en 016). Dit betreffen inrichtingen tot maximaal milieucategorie 2 met richtafstanden van 10 meter voor geur, stof en gevaar en 30 meter voor geluid. Deze agrarische bestemming is op circa 18 meter afstand van het plangebied gelegen. De dichtstbijzijnde gelegen gronden zijn in de praktijk echter in gebruik als tuinen bij de woningen aan het Groene Woud. Er is dan ook ten alle tijden een (maatgevende) woonbestemming op een kortere afstand dan de nieuwe woning gelegen. Ten oosten van het plangebied is aan het Groene Woud 37C een sportschool / fitnesscentrum (SBI 931, 9313, 9604 - milieucategorie 2) gelegen met richtafstanden van 10 meter voor geur en 30 meter voor geluid. Deze bedrijfsbestemming is op circa 420 meter afstand van het plangebied gelegen. Ten oosten van het plangebied is aan het Groene Woud 56A een koeriersbedrijf (SBI 531, 532 - milieucategorie 2) gelegen met een richtafstand van 30 meter voor geluid. Deze bedrijfsbestemming is op circa 430 meter afstand van het plangebied gelegen.

Tevens ten oosten van het plangebied is aan het Groene Woud 54A een school voor beroepsonderwijs (SBI 8532, 854, 855 - milieucategorie 2) gelegen met richtafstanden van 10 meter voor geur en gevaar en 30 meter voor geluid. Deze maatschappelijke bestemming is op circa 350 meter afstand van het plangebied gelegen. Ook aan deze richtafstanden wordt dus ruimschoots voldaan. Ten noordoosten van het plangebied is aan het Groene Woud 33C een boomkwekerij (SBI 011, 012, 013 - milieucategorie 2) gelegen met richtafstanden van 10 meter voor geur, 10 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar. Deze bedrijfsbestemming is op circa 63 meter afstand van het plangebied gelegen. Ten zuiden van het plangebied is aan de St. Annastraat 34 school voor basisonderwijs (SBI 852, 8531 - milieucategorie 2) gelegen met een richtafstand van 30 meter voor geluid. Deze maatschappelijke bestemming is op circa 78 meter afstand van het plangebied gelegen. Conclusie: In de directe omgeving van het plangebied zijn, gelet op bovengenoemde richtafstanden, geen bedrijfsactiviteiten mogelijk die uit het oogpunt van bedrijfshinder een belemmering vormen. Gesteld kan worden dat daarmee sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van de beoogde woning. Omgekeerd geldt dat de beoogde woning omliggende inrichtingen niet beperken in hun bedrijfsvoering.

Gelet op het bovenstaande vormt het aspect bedrijfshinder geen belemmering voor het plan.

LOOIJMANS BOUWADVIES B.V. 36 Toelichting ‘Groene Woud 1, Oudenbosch’

4.3

Geluid

Conform de Wet geluidhinder (Wgh) dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het oprichten van nieuwe geluidsgevoelige objecten zoals woningen binnen een geluidzone voor industrie-, weg-, spoorweg- en/of luchtvaartlawaai. Ook indien een locatie ligt binnen de geluidzone van een geluidgezoneerd industrieterrein conform de Wet geluidhinder dient een akoestisch onderzoek te worden verricht. Hier is in voorliggend geval echter geen sprake van. Het berekenen van de geluidbelasting heeft tot doel te bepalen of de voorkeursgrenswaarde van Lden – 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. Is dit het geval dan dient een hogere waarde verleend te worden om realisatie van het bouwplan mogelijk te maken en dienen bouwkundige voorzieningen te worden bepaald om aan de binnen niveaus van de Wet geluidhinder en de geluidweringseisen van het Bouwbesluit te voldoen. Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied is een 30 km-zone. Voor wegen die zijn gelegen binnen een 30 km-zone gelden geen zones en is de Wet geluidhinder niet van toepassing. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen industrieterreinen of sporen die geluidshinder kunnen veroorzaken voor de woning. De dichtstbijzijnde spoorweg is gelegen op meer dan 350 meter.

Een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege industrie-, weg-, spoorweg- en/of luchtvaartlawaai is derhalve niet noodzakelijk. Ruimtelijke ordening Een geluidsgevoelige bestemming (die wordt genoemd in Wet geluidhinder) die gerealiseerd wordt langs een 30 km-weg of in een woonerf wordt niet beoordeeld in het kader van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel te worden beoordeeld of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarom is een berekening opgesteld waarbij gebruik is gemaakt van de Standaard Rekenmethode RGM 2012. De resultaten zijn in onderstaande figuur weergegeven. Uitgangspunten voor de uitgevoerde berekeningen zijn de door de gemeente Halderberge aangeleverde verkeerstellingen over de periode van 23 januari 2019 t/m 4 februari 2019.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/507/documents/15194