1 Jaarverslag en Jaarrekening 2021 DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
Het gaat hierbij onder andere om vervangingskosten van hardware, aanschaf en onderhoud van software en datacommunicatie. Ook de kapitaallasten van de investeringen zijn hierin opgenomen. Juridisch en inkoop advies Dit betreft de kosten voor het inwinnen van extern juridisch advies en de advisering door de Stichting Inkoopbureau West-Brabant. Voorlichting en publicaties Dit betreft onder andere de kosten voor de publicaties in de Bode, burgerparticipatie (digipanel) en het bekend maken van regelgeving via de Gemeenschappelijke Voorziening Officiële Publicaties (GVOP). Toegerekende overhead aan grondexploitaties Een deel van de overhead mag conform de regelgeving worden toegerekend aan de grondexploitaties en in mindering worden gebracht op de kosten van het taakveld overhead. Dat is in bovenstaande tabel als negatieve regel weergegeven. Wat overblijft zijn de netto overheadkosten. N.B. Zowel bij de toerekening van de overhead aan de grondexploitaties als bij de toerekening aan de kostendekkende tarieven wordt dezelfde methodiek gebruikt. Voor alle berekeningen inzake de toerekening van overhead wordt derhalve het bedrag gebruikt wat als totale overhead staat aangegeven.
76
1.8.3 Beleidsindicatoren Voor het programma Overhead zijn in het BBV de onderstaande verplichte beleidsindicatoren opgenomen. Indicator
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Jaarrekening 2021
Formatie1
6,22
6,22
6,22
Bezetting1
5,86
6,03
6,03
Apparaatskosten2
€ 281,65
€ 295,28
€ 275,17
Externe inhuur3
8,02%
2,58%
9,20%
Overhead4
10,21%
10,96%
9,42%
1 Fte per 1.000 inwoners 2 Kosten per inwoner in euro's 3 Kosten als % van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen 4 Percentage van de totale lasten
1.8.4 Verbonden partijen GR West-Brabants Archief (WBA) Doel of belang dat wordt behartigd: Beleidsrealisatie:
Artikel 3 van de Archiefwet 1995 verplicht overheidsorganen om hun archieven in goede, geordende en toegankelijke staat te bewaren. Artikel 14 regelt de openbaarheid en artikel 32 lid 2 het toezicht. Deze wettelijke taken zijn uitbesteed aan de gemeenschappelijke regeling WBA.
• • • •
Conform de afspraken heeft het WBA een bijdrage geleverd aan een efficiënte en effectieve borging van de digitale informatie voor de bedrijfsvoering, verantwoording en controleerbaarheid nu en voor erfgoed in de toekomst. De uitvoering van de kerntaken die voortvloeien uit de Archiefwet 1995 en lokale regelingen is in orde. De beleidsontwikkeling laat wat langer op zich wachten en staat gepland voor 2022. De KPI-tussenrapportage van 2021 was in orde en de Provincie heeft deze beoordeeld als “Voldoet”. Het leveren innovatieve en eigentijdse dienstverlening naar de externe klanten gaat goed. Helaas gaat de innovatieve dienstverlening richting de gemeente nog wat moeizaam wegens wat opstartproblemen. De verwachting is dat dit in 2022 beter gaat lopen.
Stichting Inkoopbureau West-Brabant (SIW) Doel of belang dat wordt behartigd:
Het bieden (tegen lage kosten) van de beste toegevoegde waarde in inkoopoplossingen voor de deelnemende gemeenten, door het ontwikkelen en implementeren van ‘Best in Class’ inkoopbeleid, processen, methodieken, systemen en training. De SIW draagt dus bij aan een continue verbetering van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, van de implementatie van dit beleid in de praktijk binnen de aan de SIW deelnemende gemeenten en aan borging van inkoop binnen het werkproces.
Beleidsrealisatie: De Stichting Inkoopbureau West-Brabant heeft in 2021 haar dienstverlening naar haar deelnemers gecontinueerd en iets uitgebreid. Naast het brede scala aan diensten op het gebied van het inkoopproces, van aanbestedingen tot en met contract- en leveranciersmanagement, is er klachtenregeling opgesteld waarbij, per 1 januari 2022, een groot aantal deelnemers zal aansluiten. Om toonaangevend te zijn en blijven en daarnaast te kwaliteit te blijven waarborgen is er in 2021 een tevredenheidsonderzoek uitgevoerd en onderzoek gedaan naar de toekomst van het Inkoopbureau West-Brabant. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor het verder ontwikkelen van het Inkoopbureau West-Brabant.
77
1.8.5 Wat heeft het gekost? Overzicht van baten en lasten Overhead (x € 1.000). Overhead
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
0.4 Overhead
9.254
9.394
8.986
408
V
Totaal lasten
9.254
9.394
8.986
408
V
0.4 Overhead
309
470
527
57
V
Totaal baten
309
470
527
57
V
-8.945
-8.924
-8.459
465
V
0.10 Toevoegingen aan reserves
363
315
315
0
0.10 Onttrekkingen aan reserves
301
352
342
-10
N
Totaal mutaties reserves
-62
37
27
-10
N
-9.007
-8.886
-8.432
455
V
Lasten per taakveld
Baten per taakveld
Saldo van baten en lasten
Mutaties reserves
Resultaat
78
1.8.6 Verschillenanalyse Toelichting belangrijkste verschillen begroting (incl. wijziging) en realisatie Overhead (x € 1.000). Taakveld 0.4 Overhead
Verschillen in baten en lasten die betrekking hebben op corona
Verschil
V/N Toelichting
37
V
Er is in 2021 een voordeel op de kapitaallasten (rente en afschrijving) op de overhead ontstaan doordat er minder is uitgegeven op verschillende projecten dan waarmee rekening was gehouden en doordat diverse investeringen later worden uitgevoerd dan gepland. In de Najaarsnota 2021 is hierover uitgebreid gerapporteerd.
44
V
De kosten voor opleidingen, curussen e.d. zijn in 2021 ca. € 44.000 lager dan geraamd. Dit komtmet name omdat een aantal zaken niet, of slechts in beperkte mate door konden gaan als gevolg van de coronacrisis.
25
V
Doordat er het afgelopen jaar veel is thuisgewerkt, was de behoefte aan kantoorartikelen minder. Daarnaast zijn er minder in 2021 mailingen de deur uitgegaan.
23
V
De planning was om de digitalisering van de archiefstukken in 2021 af te ronden. Dit is helaas niet gelukt. De laatste werkzaamheden worden in 2022 afgerond. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld hiervoor een budget van € 16.535 als jaaroverschrijdende uitgave mee te nemen naar 2022. Het resterende verschil van ca. € 6.500 wordt verklaard doordat de werkelijke bijdrage aan het WBA over 2021 lager is uitgevallen dan geraamd.
231
V
Niet alle geplande projecten uit het informatiebeleidsplan zijn afgerond in 2021. Denk hierbij aan de uitrol plaats- en tijdsonafhankelijk werken inclusief de implementatie van het mobiele device management en het verder doorontwikkelen van gegevensmanagement. De wet Electronisch Bestuurlijk Verkeer is net als de Omgevingswet wederom uitgesteld en implementatie van de Wet Open Overheid en Besluit digitale toegankelijkheid lopen over meerdere jaren door. Bij de bestemming van het jaarrekeningsaldo wordt voorgesteld hiervoor een budget van € 119.780 als jaaroverschrijdende uitgave mee te nemen naar 2022. Het resterende verschil wordt met name veroorzaakt doordat een aantal softwareoplossingen goedkoper is uitgevallen en doordat TopDesk samen met de gemeente Rucphen is aangeschaft. Hierdoor betaalt de gemeente Rucphen haar deel van de kosten terug aan Halderberge.
24
V
Als gevolg van de coronacrisis is er in 2021 minder uitgegeven aan diverse communicatiemiddelen.
61
V
Als gevolg van de coronacrisis zijn gedurende het jaar extra kosten gemaakt. Gemeenten zijn voor deze kosten gecompenseerd door het Rijk. De gemaakte kosten en ontvangen compensatie zijn verrekend met de reserve compensatie coronacrisis. Per saldo is dit budgettair neutraal. Tegenover het voordeel op Overhead staan nadelen op andere programma's. Voor een nadere toelichting op de lasten en ontvangen compensatie wordt verwezen naar de paragraaf Gevolgen coronacrisis.
79
Taakveld
Verschil
V/N Toelichting
Personele lasten Overhead
-6
N
Overige afwijkingen
16
V
Totaal
455
V
Het totale verschil op de personele lasten 2021 bedraagt € 255.000 positief. Als gevolg van de toerekening van de directe personeelslasten aan de verschillende programma's en taakvelden ontstaan op programmaniveau verschillen ten opzichte van de begroting. Tegenover het nadeel van € 6.000 op Overhead staan voordelen op andere programma's. Voor het totaaloverzicht van de personele lasten wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering.
80
Vennootschapsbelasting
Vanaf 2016 is de Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb) van toepassing voor gemeenten. Dit geldt alleen voor activiteiten waarbij volgens de Wet Vpb sprake is van een onderneming. Bij de inventarisatie in 2015 is in eerste instantie geconcludeerd dat dit bij de gemeente Halderberge alleen geldt voor de grondexploitaties. Later heeft de Belastingdienst landelijk het standpunt ingenomen dat ook bij de verkoop van restafval sprake is van een onderneming. Als gevolg hiervan wordt over de opbrengst van de reststromen afval Vpb betaald. Uit praktisch oogpunt en na afstemming met de Belastingdienst wordt de aangifte en betaling daarvan gedaan door SAVER. De aanslagen van de gemeente Halderberge betreffen derhalve alleen de grondexploitaties. Zolang een aangifte nog niet heeft geleid tot een definitieve aanslag kunnen er wijzigingen optreden. Ook na het vaststellen van de aanslag heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om er op terug te komen. Dat kan tot 5 jaar na afloop van het belastingjaar. Alle bedragen zijn dan ook onder voorbehoud van mogelijke wijzigingen. In 2021 is de aanslag over 2019 ontvangen met een te betalen bedrag van € 47.998. Dit bedrag is verrekend met de hogere voorlopige aanslag die al in 2020 was ontvangen. Het restant ad € 2.275 is terug ontvangen. Begin 2022 is de aanslag over 2020 ontvangen.
Deze aanslag bevatte een negatief belastbaar bedrag wat verrekend mag worden met eerdere opgelegde aanslagen. Als gevolg daarvan is het gehele betaalde bedrag over 2019 in 2022 terug ontvangen. Dankzij de negatieve aanslag over 2020 resteert er nog een te verrekenen verlies van € 396.728. Voor het belastingjaar 2021 is een voorlopige aanslag ontvangen van € 55.257. Alle bedragen zijn of worden verrekend met de algemene reserve grondexploitaties.
81
82
Post onvoorziene uitgaven
1.10.1 Overzicht onvoorziene uitgaven In de begroting wordt elk jaar een bedrag opgenomen voor onvoorziene uitgaven, de zogeheten post onvoorziene uitgaven. In de primaire begroting van 2021 is hiervoor € 100.000 opgenomen. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2021 heeft de gemeenteraad besloten het resterende begrotingssaldo ad € 6.733 toe te voegen aan de post onvoorziene uitgaven. In 2021 heeft het college besloten de post onvoorziene uitgaven aan te wenden voor een aantal incidentele zaken en de realisatie van de beleidsvoornemens in uit het collegeprogramma. Deze zijn in onderstaande tabel samengevat (x € 1.000). Per mutatie is vermeld via welk P&C-document de raad hierover is geïnformeerd. Post onvoorziene uitgaven Primaire begroting
Bedrag
P&C-document
100
Toevoegingen Begrotingssaldo 2021
7
Totaal toevoegingen
7
Begroting 2021
Onttrekkingen Amendement "uitritten"
12
Zomernota 2021
Klantbegeleidingssysteem
8
Zomernota 2021
Welzijnssubsidies
1
Zomernota 2021
Extra inzet taalcoaches
4
Zomernota 2021
Eenmalige bijdrage samenstichtingen
2
Zomernota 2021
Parkeeronderzoeken
15
Zomernota 2021
Toezicht Wet Kinderopvang
1
Zomernota 2021
Zorgcoördinator slachtoffers mensenhandel
4
Najaarsnota 2021
Transformatievergoeding en huisvestingskosten Jeugdbescherming Brabant
31
Najaarsnota 2021/ Jaarrekening 2021
Verbeteren waterafvoer sportpark Blankerhove
26
Jaarrekening 2021
Totaal onttrekkingen
103
Restant (eindsaldo onvoorzien)
4
83
1.10.2 Toelichting onvoorziene uitgaven Begrotingssaldo Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2021 heeft de gemeenteraad besloten het resterende begrotingssaldo ad € 6.733 toe te voegen aan de post onvoorziene uitgaven. Amendement "Aanpassing breedte in-/uitritten aan de Zandeweg en Bosschendijk Oudenbosch" De gemeenteraad heeft bij de begrotingsbehandeling 2021 het amendement "Aanpassing breedte in-/uitritten aan de Zandeweg en Bosschendijk Oudenbosch" aangenomen en een bedrag van € 12.000 beschikbaar gesteld voor uitvoering van het amendement. De kosten worden gedekt uit de post onvoorziene uitgaven. De bewoners hebben per brief een aanbieding gekregen voor het aanpassen/verbreden van de inrit. In totaal zijn 8 bewoners akkoord gegaan met de gestelde voorwaarden (gedeeltelijk dragen van de kosten en maximaal 7 meter breed). De uitvoering zal in de maand juni plaatsvinden. Klantbegeleidingssysteem Gedurende het aanbestedingsproces voor de vervanging van het klantbegeleidingssysteem en internetafspraken is gekozen voor het huren van de hardware en software in plaats van hier zelf in te investeren. Hardware en ICT apparaten verouderen en sluiten na verloop van tijd niet meer aan bij de doorontwikkelde software. Door over te gaan op een huurconstructie worden deze problemen voorkomen.
De verhuurder is ervoor verantwoordelijk dat alles op de juiste manier blijft functioneren. De vrijvallende kapitaallasten dekken de jaarlijkse huurkosten. De eenmalige implementatiekosten van € 7.730 worden gedekt uit de post onvoorziene uitgaven. Welzijnssubsidies Het overzicht te verlenen subsidies heeft ter inzage gelegen van 8 oktober tot en met 19 november 2020. De ingediende zienswijzen hebben geleid tot twee aanpassingen van het overzicht te verlenen subsidies 2021. Op grond van de ingekomen zienswijzen heeft het college besloten de subsidie aan te passen voor Oudenbosch Mannenkoor en Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland. De kosten van € 500 worden gedekt uit de post onvoorziene uitgaven. Extra inzet taalcoaches corona Het college heeft besloten om Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland een incidentele subsidie te verstrekken voor de inzet van extra taalcoaches als gevolg van de coronacrisis. De kosten voor de taalcoaches worden gedekt uit de post onvoorziene uitgaven en bedragen € 4.250. Eenmalige bijdrage samenstichtingen Bij de ambassadeurs zijn verschillende verzoeken vanuit de Samenstichtingen binnen gekomen om een bijdrage te leveren aan initiatieven die zij willen uitvoeren. Denk aan het publiceren van een advertentie ter vervanging van het Dorpsberaad, het opstellen van een dorpsvisie, etc.
Het college heeft besloten in te gaan op deze verzoeken en de samenstichtingen een eenmalige bijdrage ter waarde van € 500 per Samenstichting te geven. Het college heeft ook besloten om filmmateriaal te maken ter promotie van de ambassadeurs. De totale kosten van € 2.000 worden gedekt uit de post onvoorziene uitgaven. Parkeeronderzoeken Mede door de versnelde woningbouw en de vele ontwikkelingen in onze gemeente is er bij de vakgroep verkeer van team Realisatie een tekort van 300 uur. Om dit tekort op te vangen is besloten om parkeeronderzoeken en het opstellen van verkeersbesluiten uit te besteden aan een extern bureau. Het college heeft besloten hiervoor een budget van € 15.000 beschikbaar te stellen. Deze kosten worden gedekt uit de post onvoorziene uitgaven. Toezicht Wet Kinderopvang Het college heeft besloten om voor het jaar 2021 een bedrag van € 1.028 beschikbaar te stellen voor de inspecties Wet Kinderopvang voor de gemeente Halderberge. Het toezicht en de handhavingsopdrachten worden uitgevoerd door de GGD West-Brabant waarbij het minimale wettelijke pakket wordt afgenomen. Hierdoor voldoet gemeente Halderberge aan de wettelijke gestelde eisen. De extra kosten voor 2021 bedragen € 1.028 en worden gedekt uit de post onvoorziene uitgaven. De structurele verhoging wordt verwerkt in de meerjarenbegroting.
Zorgcoördinator slachtoffers mensenhandel Het college heeft besloten om verder aan de slag te gaan met het opzetten van de aanpak mensenhandel. Samen met de andere zeven gemeenten in ons politiedistrict is besloten om voor de periode van een jaar een coördinator aan te stellen voor slachtoffers van mensenhandel. Dit betreft een samenwerking met de regio Breda. De coördinator gaat werken vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis. Daarnaast krijgt elke gemeente een aandachtsfunctionaris voor (slachtoffers van) mensenhandel en gaan we gezamenlijk aan de slag met het opstellen van beleid voor dit onderwerp. De kosten van € 3.534 worden gedekt vanuit de post onvoorziene uitgaven. 84
Transformatievergoeding en huisvestingslasten Jeugdbescherming Brabant (JBB) Op 22 juni 2021 is het college van burgemeester en wethouders akkoord gegaan met het ter beschikking stellen van een transformatievergoeding voor Jeugdbescherming Brabant (JBB). Hiermee wordt er lucht en ruimte in de bedrijfsvoering van JBB gerealiseerd en zij in staat worden gesteld om te komen tot een transformatieplan gericht op de toekomst van JBB. Daarnaast heeft JBB te maken met onevenredige hoge huisvestingslasten doordat zij bij de decentralisatie van de Jeugdwet verantwoordelijk werden voor huurovereenkomsten met bovenmatige huurlasten. Om JBB tegemoet te komen zijn er afspraken gemaakt dat, wanneer zij de huisvestingskosten niet konden betalen, de jeugdhulpregio’s zouden bijdragen in de huisvestingskosten. Het college van burgemeester en wethouders is akkoord met een tegemoetkoming in de huisvestingskosten. De totale kosten van de transitievergoeding en de tegemoetkoming van de huisvestingslasten bedragen € 30.526 en zijn onttrokken aan de post onvoorziene uitgaven. Verbeteren waterafvoer sportpark Blankerhove In 2016 is het onderwijs- en sportcomplex Oud Gastel opgeleverd. Bij hevige regen stroomt het regenwater van het hoger gelegen kunstgrasveld en talud (tribune) naar de straatverharding.
De aanwezige kolken kunnen het regenwater niet verwerken waardoor de lager gelegen kelder van sport en schoolcomplex Futura onder water komt te staan. Het college heeft daarom besloten om € 26.000 ter beschikking te stellen om de waterhuishouding te verbeteren en waterschade in de toekomst te voorkomen.
85
86
2 Paragrafen Jaarverslag
87
88
Paragraaf Lokale heffingen
2.1.1 Inleiding De gemeente Halderberge kent diverse heffingen. Enerzijds zijn dat de belastingen, waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat. Anderzijds zijn er de retributies, waarbij dat wel het geval is. De belangrijkste heffingen zijn de onroerendezaakbelastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de toeristenbelasting, de marktgelden, de lijkbezorgingsrechten en de leges. In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de opbrengsten en daar waar nodig een korte toelichting op de verschillen met de ramingen in de begroting. 2.1.2 Beleid De Gemeentewet en andere bijzondere wetten, zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer geven de gemeente de juridische basis om heffingen aan belastingplichtigen op te leggen. De gemeentelijke heffingen zijn vastgelegd in belastingverordeningen die jaarlijks door de gemeenteraad worden vastgesteld. Voor het bepalen van de WOZ-waarde en de heffing en de inning van de belastingen werkt de gemeente Halderberge met andere gemeenten en het Waterschap Brabantse Delta samen in de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West Brabant (hierna: BWB). 2.1.3 Onroerendezaakbelasting (OZB) Alle eigenaren van woningen en alle eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen onroerendezaakbelasting. De grondslag van de belasting is de waarde van een woning of niet-woning.
Deze waarde wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. De aanslagen 2021 zijn naar de waardepeildatum 1 januari 2020 vastgesteld. Tarieven OZB 2021 Tarieven OZB 2021
Tarief Eigendom
Tarief Gebruik
Totaal
OZB eigenaren woningen
0,1042%
n.v.t.
0,1042%
OZB eigenaren niet-woningen
0,2407%
0,2151%
0,4558%
Opbrengst OZB 2021 In onderstaand overzicht vindt u een specificatie van de OZB-opbrengsten die in 2021 zijn verantwoord (x € 1.000). Opbrengst OZB
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
OZB eigenaren woningen
3.828
3.881
3.887
6
V
OZB eigenaren niet-woningen
2.076
2.092
2.087
-5
N
OZB gebruik niet-woningen
1.457
1.462
1.555
93
V
Totaal OZB
7.361
7.435
7.528
93
V
89
Het is gebruikelijk dat tussen begroting en werkelijkheid verschillen optreden. Bij het opstellen van de begroting wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met de factoren die van invloed zijn op de OZB opbrengst, zoals de waarde van de onroerende zaken, verwachte leegstand, verbouwingen en nieuwbouw. Deze zaken kunnen in werkelijkheid anders zijn. U kunt hierbij denken aan een waardeontwikkeling die hoger of lager is dan gemiddeld, verschillen in leegstand, ingediende bezwaren tegen de waarde en vertraging in de bouw of verbouw. Het verschil bij de belasting voor de eigenaren is klein en behoeft geen nadere toelichting. Het (positieve) verschil bij de gebruikersbelasting voor niet-woningen is met ca. 6,3% groter. Het verschil wordt veroorzaakt door twee zaken. Bij de eindejaarsverantwoording 2020 werd door de BWB aangegeven dat in 2021 nog (negatieve) correcties op de opgelegde belasting over de belastingjaren 2020 en daarvoor zouden gaan plaatsvinden voor ca. € 54.000. In werkelijkheid is sprake van een extra opbrengst van ca. € 9.500. Dit veroorzaakt een positief verschil in de belastingopbrengst van € 63.500. Daarnaast was de werkelijke opbrengst over 2021 ook ca. € 29.000 hoger dan geraamd. De eerder genoemde oorzaken spelen hier vanzelfsprekend een rol, maar bij de gebruikersbelasting is met name een lagere leegstand de oorzaak van de extra opbrengst.
2.1.4 Afvalstoffenheffing De gemeente zorgt voor het ophalen van het huisvuil. Via de afvalstoffenheffing worden de lasten die verbonden zijn aan het verzamelen en het verwerken van het huisvuil verhaald op de burgers van de gemeente Halderberge. Sinds 1 januari 2014 hanteert de gemeente Halderberge gedifferentieerde tarieven voor de afvalstoffenheffing. Dit betekent dat naast een vast bedrag per perceel een tarief per lediging van de afvalcontainer of inworp in een ondergrondse container in rekening wordt gebracht. Vanaf de 14e lediging en 46e inworp werd een opslag in rekening gebracht. Het aantal werkelijke ledigingen van de restafvalcontainer over 2020 is in 2021 afgerekend. Tarieven afvalstoffenheffing 2021 Tarieven Afvalstoffenheffing 2021
Tarief
Vast tarief per perceel
€ 170,16
Tarief voor een extra container
€ 100,00
Tarief per lediging 240-liter container
€ 10,00
Tarief per lediging 140-liter container
€ 5,83
Tarief per inworp in een ondergrondse container
€ 1,67
Opbrengst afvalstoffenheffing 2021 In de volgende tabel treft u de begrote en gerealiseerde opbrengst aan van de afvalstoffenheffing (x € 1.000). Opbrengst Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
3.960
3.903
3.896
-7
N
Er zijn verschillende oorzaken voor het verschil tussen de geraamde en werkelijke opbrengst. Een negatief effect op de werkelijke opbrengst kwam voort uit een lager aantal ledigingen dan geraamd van de 140 liter en 240 liter containers en percelen waar sprake was van leegstand. De afrekeningen over 2020 en een iets groter aantal aansluitingen dan waar bij de raming van was uitgegaan zorgden voor een positief effect op de werkelijke opbrengst. Kosten die verbonden zijn aan de afvalstoffenheffing In de tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn diverse kosten meegenomen. Allereerst vanzelfsprekend de directe kosten die verbonden zijn aan het ophalen van huishoudelijk afval. Dit betreft met name de kosten die door Saver in rekening zijn gebracht. Ook kosten die daar rechtstreeks mee verbonden zijn, zoals het stortrecht, de milieustraat en andere verwerkingskosten zijn volledig meegenomen. Verleende kwijtscheldingen zijn op begrotingsbasis voor 60% meegenomen in de heffing, aangezien het aandeel afvalstoffenheffing hierin ongeveer dit percentage bedraagt. Het vegen van de straten wordt voor 40% meegenomen in de heffing. Het aandeel zwerfafval en -vuil in het straatafval is iets minder groot dan het aandeel bladafval. Een percentage van 40% wordt redelijk geacht voor dit aandeel.
90
Kostendekkendheid In de primitieve begroting zijn de tarieven afgestemd op de verwachte lasten, zodat sprake was van 100% kostendekkendheid. Doordat enerzijds de werkelijke lasten wat lager waren en anderzijds de baten wat hoger, kwam de kostendekkendheid in werkelijkheid uit op ca. 104%. Het positieve verschil van € 201.610 is gestort in de voorziening afvalstoffenheffing. 2.1.5 Rioolheffing Via de rioolheffing worden de lasten in rekening gebracht die verbonden zijn aan de inzameling, berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Het tarief is verschillend voor éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven betalen het meerpersoonstarief. Deze tarieven gelden tot een afname van 500 m³. Personen of bedrijven die meer dan 500m³ water afnemen worden gezien als grootverbruikers. Tarieven rioolheffing 2021 Tarieven Rioolheffing 2021
Tarief
Eénpersoonshuishouden
€ 167,64
Meerpersoonshuishouden
€ 223,56
Bedrijf tot maximaal 500 m3
€ 223,56
Opbrengst rioolrecht 2021 In de volgende tabel treft u de begrote en gerealiseerde opbrengst aan van de rioolheffing (x € 1.000). Opbrengst Rioolheffing
Rioolheffing
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
2.942
2.958
3.000
42
V
Bij het opstellen van de begroting is op basis van de aantallen huishoudens en bedrijven berekend wat de opbrengst in 2021 naar verwachting zou worden. De werkelijke aantallen waren wat hoger. Daarnaast is er altijd sprake van gebruikelijke mutaties bij woningen en bedrijven. U kunt hierbij denken aan verhuizingen, leegstaande panden en wisselingen tussen eenpersoons- en meer persoonshuishoudens. Kosten die verbonden zijn aan de rioolheffing In de tarieven voor de rioolheffing worden diverse kosten meegenomen. Allereerst vanzelfsprekend de directe kosten die verbonden zijn aan het beheer van de riolering. U dient hierbij te denken aan het reinigen van de riolering, energielasten voor het gebruik van de gemalen en onderzoekskosten aan het rioolsysteem en de waterketen. Een ander onderdeel wat een flinke bijdrage levert aan de kosten betreffen de kapitaallasten die verbonden zijn aan de investeringen in de riolering. Verleende kwijtscheldingen worden voor 40% meegenomen in de heffing, aangezien het aandeel rioolheffing hierin ongeveer dit percentage bedraagt. Het vegen van de straten wordt voor 50% meegenomen in de heffing. Het voorkomen dat zwerfvuil en bladafval in het riool terecht komt zorgt ervoor dat er minder kosten uitgegeven hoeven te worden aan het beheer. Een percentage van 50% wordt momenteel redelijk geacht voor dit aandeel.
Kostendekkendheid De verwachte kosten zoals die zijn opgenomen in de begroting liggen vast in het Gemeentelijk RioleringsPlan Halderberge (GRP) 2020 – 2023 dat in september 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Uitgaande van 100% kostendekkendheid zijn de tarieven voor 2021 hier op afgestemd. In werkelijkheid was de kostendekkendheid ook 100%, onder meer dankzij een onttrekking aan de voorziening overschotten rioolheffing van € 103.136. Zonder die onttrekking zou de kostendekkendheid uitkomen op ca. 97%.
91
2.1.6 Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van personen die met overnachting verblijven in de gemeente Halderberge en niet zijn ingeschreven in de basisregistratie personen. Dit geldt zowel voor (water)toeristen als andere groepen, zoals bijvoorbeeld arbeidsmigranten. Tarief (water)toeristenbelasting 2021 Het tarief voor de (water)toeristenbelasting bedroeg in 2021 € 1,15 per overnachting (toeristenbelasting) of per etmaal (watertoeristenbelasting). Opbrengst (water)toeristenbelasting 2021 De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde opbrengst in 2021 zien (x € 1.000). Opbrengst Toeristenbelasting
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
534
799
661
-138
N
(Water)toeristenbelasting
De opbrengst van de (water)toeristenbelasting is net als in 2020 ook in 2021 flink beïnvloed door de maatregelen als gevolg van het coronavirus. Om de lasten voor de exploitanten te spreiden, heeft het bestuur van de BWB besloten om de voorlopige aanslagen over 2021 voor de toeristische sector pas in juli 2021 op te leggen en te baseren op 50% van de definitieve aanslagen over 2020. Voor huisvesters van arbeidsmigranten is de normale regeling aangehouden. Door het opleggen van voorlopige aanslagen voor 50% is de opbrengst vooralsnog lager dan geraamd. Het is momenteel nog niet bekend hoe de werkelijke bezetting in 2021 was. Die volgt uit de aangiftes over 2021. Uit hoofde van het voorzichtigheidsprincipe wordt er voor 2021 geen extra opbrengst opgenomen voor nog niet opgelegde aanslagen over 2021. Voor het negatieve verschil met de raming is een onttrekking van € 137.000 gedaan aan de reserve compensatie coronacrisis. Hierdoor wordt het resultaat van de exploitatie 2021 niet beïnvloed door de lagere opbrengst van de toeristenbelasting. Het onttrokken bedrag wordt in 2022 teruggestort in de reserve als de opbrengst van de toeristenbelasting over 2021, die in 2022 wordt opgelegd, dat toelaat. 2.1.7 Marktgelden Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van standplaatsen op de wekelijkse markt.
Opbrengst marktgelden 2021 De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde opbrengst in 2021 zien (x € 1.000). Opbrengst Marktgelden
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
13
13
11
-2
N
Marktgelden Gezien de geringe bedragen wordt volstaan met de tabel.
92
2.1.8 Lijkbezorgingsrechten Voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats heft de gemeente zogeheten lijkbezorgingsrechten. Opbrengst lijkbezorgingsrechten 2021 De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde opbrengst in 2021 zien (x € 1.000). Opbrengst Lijkbezorgingsrechten
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
Lijkbezorgingsrechten
29
29
28
0
Toevoeging voorziening
-9
-9
-22
-13
N
Aanwending voorziening
9
9
11
2
V
Totaal Lijkbezorgingsrechten
29
29
17
-11
N
Het deel van de opbrengst dat betrekking heeft op grafrechten voor de jaren na 2021 is gestort in een voorziening. Uit de voorziening is het bedrag aan betaalde grafrechten gehaald dat betrekking heeft op 2021. De netto opbrengst over 2021 komt daarmee uit op ca. € 17.000. 2.1.9 Leges Voor diensten die door of vanwege het gemeentebestuur worden verleend, kunnen rechten worden geheven. Hieronder vallen onder meer de rechten voor administratieve diensten, ook wel leges genoemd. Bekende leges zijn de leges voor paspoorten, de leges voor rijbewijzen en de aan bouwen gerelateerde leges. De tarieventabel is opgedeeld in drie titels, algemene dienstverlening (titel 1), dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving (titel 2) en dienstverlening vallend onder de dienstrichtlijn (titel 3). Voor titels 1 en een groot deel van titel 2 geldt dat de opbrengsten per titel op begrotingsbasis niet hoger mogen zijn dan de opbrengsten (maximaal 100% kostendekkend). Voor de leges van titel 3 geldt dat deze per hoofdstuk van die titel op begrotingsbasis niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Opbrengst leges 2021 De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde opbrengst in 2021 zien (x € 1.000). Opbrengst Leges
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
Leges algemene dienstverlening
367
384
415
31
V
Leges Omgevingsvergunningen
559
962
1.001
39
V
Leges Europese dienstenrichtlijn
20
20
2
-17
N
Totaal Leges
946
1.366
1.418
52
V
Bovenstaand overzicht laat verschillen zien tussen de begrote en werkelijke opbrengst. Vooraf is niet altijd goed in te schatten hoe de vraag zich zal ontwikkelen. Het verschil bij de algemene dienstverlening is een optelsom van de leges voor dienstverlening door burgerzaken, leges voor werkzaamheden in de openbare ruimte (bijv. door nutsbedrijven), leges voor verkeer en vervoer (bijv. gehandicaptenparkeerkaarten) en leges voor enkele andere diensten (bijv. stookontheffingen). De hogere opbrengst kwam met name door de leges voor de burgerlijke stand, de afgifte van reisdocumenten en werkzaamheden in de openbare ruimte. Bij de leges voor naturalisatie, uitgifte van gehandicaptenparkeerkaarten en de dienstverlening uit de basisregistratie personen was er sprake van een lagere opbrengst dan geraamd. Het positieve verschil bij de leges voor de fysieke leefomgeving wordt met name veroorzaakt door een hogere opbrengst bij de leges voor de omgevingsvergunningen.
93
De leges inzake de Europese dienstenrichtlijn betreffen met name de diensten die voortkomen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de bijzondere wetten. Doordat er nagenoeg geen evenementen waren als gevolg van de maatregelen voor het coronavirus, blijft deze opbrengst ver achter bij de raming. 2.1.10 Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. De gemeente Halderberge hanteerde in 2021, evenals in voorgaande jaren, een kwijtscheldingspercentage van 100%. Concreet betekent dit dat belastingplichtigen die een inkomen hebben van 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager, in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Belastingplichtigen kunnen alleen kwijtschelding aanvragen voor de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Voor de overige heffingen wordt geen kwijtschelding verleend. De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde kwijtschelding zien (x € 1.000). Lasten kwijtschelding
Primaire begroting 2021
Begroting 2021 incl. wijziging
Realisatie 2021
Verschil
V/N
220
270
308
-38
N
Kwijtschelding
Zoals uit de tabel blijkt is het werkelijke bedrag aan verleende kwijtscheldingen hoger dan geraamd. Dit kan gebeuren doordat het verlenen van kwijtschelding een open-einde regeling is. Het bedrag aan verleende kwijtscheldingen is als volgt verdeeld over de verschillende heffingen: Vergelijking jaarrekening 2020 met jaarrekening 2021 (bedragen x € 1.000) Kwijtschelding per heffing
2020
2021
Rioolheffing
119
122
Afvalstoffenheffing
131
150
Onroerendezaakbelasting
0
0
Overloop voorgaand en volgend jaar (in behandeling)
6
36
256
308
Totaal
De overloop betreft verzoeken die aan het einde van het jaar nog in behandeling waren. Hiervan was nog niet bekend welk deel betrekking had op de onroerendezaakbelasting, riool- en afvalstoffenheffing.
94
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
2.2.1 Inleiding Het doel van de paragraaf weerstandsvermogen is inzicht te geven in de ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële positie van de gemeente Halderberge. Het weerstandsvermogen is een indicator voor de financiële gezondheid van een gemeente en is te definiëren als de mate waarin de gemeente in staat is onverwachte tegenvallers c.q. risico’s op te vangen teneinde zijn taken voort te kunnen blijven zetten. Voor het weerstandsvermogen zijn de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s van belang. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. De relevante risico’s voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet anderszins zijn te ondervangen. Het gaat hier uitsluitend om risico’s die (nog) niet voldoende hard en kwantificeerbaar zijn en waarvoor dus nog geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen wordt ook wel weergegeven als de verhouding tussen de benodigde weerstandscapaciteit (risicobedrag) en de beschikbare weerstandscapaciteit. In het vervolg van deze paragraaf worden de weerstandscapaciteit en de risico’s binnen de gemeente Halderberge nader uitgewerkt en toegelicht.
Definitie Niet ieder risico is relevant of kan ten laste van de weerstandscapaciteit worden gebracht. Belangrijk is een goede afbakening. Onder een risico wordt verstaan de kans op het optreden van een gebeurtenis door interne en/of externe omstandigheden met een bepaald financieel gevolg. Voorkennis Om risico’s goed te kunnen relateren aan de weerstandscapaciteit worden de risico’s in kwantitatieve grootheden benoemd. Wanneer kwantificering van kans en effect (in bandbreedtes) niet mogelijk is, omdat de voorkennis ontbreekt, is er sprake van volstrekte onzekerheid en niet van een risico. Ondergrens Risico’s relevant voor de weerstandscapaciteit dienen van materiële betekenis te zijn voor het balanstotaal of de financiële positie. Er wordt gerekend met een ondergrens van € 50.000 als minimale tegenvaller. Risico’s waarvan het maximale risico lager dan € 50.000 wordt geschat, achten we object van reguliere bedrijfsvoering. Deze risico’s dienen in principe binnen de exploitatie te worden opgevangen. Overige uitsluitingen Uitgesloten is een aantal risico’s dat samenhangt met de reguliere exploitatie en die met een grote mate van zekerheid periodiek terugkeren. Deze reguliere risico’s, die overigens meestal vrij goed meetbaar zijn, dienen via de jaarcyclus te worden ingekaderd in bestaand beleid.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het risico van schade aan eigendommen, waarbij overigens ook achterstallig onderhoud een rol kan spelen. Gekozen wordt om waar mogelijk deze risico’s te verzekeren of via een voorziening af te dekken. Begrotingstechnische risico’s mogen evenmin leiden tot een beroep op de weerstandscapaciteit, omdat ze beheersbaar zijn door een goede planning & control. Dat geldt ook voor de niet in geld uit te drukken risico’s van bijvoorbeeld vertraging in processen of het niet realiseren van beleidsdoelstellingen.
95
Uitgangspunten berekening Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd. 1. Opgenomen zijn risico’s die, op relatief eenvoudige wijze, financieel zijn te vertalen. 2. Elke risico wordt berekend aan de hand van de volgende parameters: - kans van optreden (bandbreedte 10% - 90%). - minimaal financieel gevolg, verwacht financieel gevolg en maximaal financieel gevolg als het risico zich voordoet. 3. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is ermee rekening gehouden dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 95% van het totaal aan berekende risicobedragen. 4. De gemeente krijgt voor structurele risico’s vier jaar de tijd om de financiële gevolgen van deze risico’s, fasegewijs, in de begroting/meerjarenraming op te nemen. Dit uitgangpunt vertaalt zich in een vermenigvuldigingsfactor van 2,5 voor structurele risico’s (jaar 1: 100%, jaar 2: 75%, jaar 3: 50%, jaar 4: 25%; totaal 250%). 2.2.2 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte kosten (risico’s) op te kunnen vangen.
De weerstandscapaciteit op begrotingsbasis bestaat uit de volgende onderdelen: • de algemene reserves (inclusief algemene reserve grondexploitaties) • de vrije begrotingsruimte (post onvoorziene uitgaven en het begrotingssaldo) • vrij besteedbare bestemmingsreserves • de onbenutte belastingcapaciteit • eventuele stille reserves Ultimo 2021 is de omvang van de genoemde onderdelen als volgt (x € 1.000): Weerstandscapaciteit
Saldo 31-12-2021
Algemene reserve
8.392
Algemene reserve grondexploitaties
3.700
Reserve Borchwerf II
400
Egalisatiereserve rente
1.000
Saldo jaarrekening
2.147
Onbenutte belastingcapaciteit
1.695
Stille reserves Totaal weerstandscapaciteit
PM 17.334
Hieronder worden de onderdelen van de weerstandscapaciteit kort toegelicht. Algemene reserve en de algemene reserve grondexploitaties De algemene reserve van de gemeente Halderberge bedraagt per 31 december 2021 € 8.392.000. Dit is een toename ten opzichte van de jaarrekening 2020 (€ 6.910.000). De toelichtingen op de verschillende mutaties zijn opgenomen in de toelichting op de balans. De algemene reserve grondexploitaties dient als buffer om onverwachte verliezen als gevolg van algemene en gebruikelijke risico’s in de grondexploitaties op te vangen. Gedacht kan worden aan conjunctuurrisico’s, renterisico’s, milieu, verwerving, fiscale risico’s, onvoorziene zaken etc. die kunnen leiden tot lagere resultaten op exploitaties dan waarvan in de berekeningen is uitgegaan. Op 31 december 2021 bedraagt de algemene reserve grondexploitaties € 3.700.000. Dit is een lichte stijging ten opzichte van de jaarrekening 2020 (€ 3.679.000). De toelichtingen op de verschillende mutaties zijn opgenomen in de toelichting op de balans en de paragraaf Grondbeleid. Reserve Borchwerf II De risicoreserve Borchwerf II is ingesteld bij raadsbesluit van 30 oktober 2003. Gezien de onzekerheden die nog steeds aanwezig zijn bij de ontwikkeling van Borchwerf II is de risicoreserve gehandhaafd op het niveau van vorig jaar. De hoogte van de reserve per 31 december 2021 bedraagt € 400.000. 96
Vrij besteedbare bestemmingsreserves Indien het doel van de bestemmingsreserves is gerealiseerd, worden de resterende saldi van de bestemmingsreserves toegevoegd aan de algemene reserve. Om deze reden zijn er geen “slapende” reserves meer die zonder meer vrij besteedbaar zijn. Deze bestemmingen kunnen wel door de raad worden heroverwogen. Vooralsnog wordt er in het kader van het weerstandsvermogen vanuit gegaan dat deze bestemmingsreserves niet vrij besteedbaar zijn. Onbenutte belastingcapaciteit De ruimte die gemeenten nog hebben om hun tarieven opwaarts bij te stellen (verhoging OZB, doorberekening BTW in tarieven afvalstoffenheffing en rioolrecht), wordt aangeduid als de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bedroeg in 2021 € 1.695.000. Stille reserves Een stille reserve bestaat uit het verschil tussen de boekwaarde en de verwachte verkoopprijs van activa met een economisch nut die snel te verkopen zijn of waarvoor expliciet al een besluit tot verkoop is genomen. Stille reserves zijn over het algemeen lastig in te zetten (slecht verkoopbaar etc.). Stille reserves zullen vaak pas in het laatste stadium kunnen worden ingezet ter dekking van risico’s. In de Financiële verordening Halderberge is dan ook opgenomen dat bij de bepaling van de hoogte van de weerstandscapaciteit geen rekening wordt gehouden met stille reserves.
2.2.3 Risico's In de Programmabegroting 2021 zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de 10 grootste risico’s opgenomen en toegelicht. In deze paragraaf wordt een terugblik gegeven op bestaande risico’s uit de Programmabegroting 2021. Terugblik risico’s In de Programmabegroting 2021 waren de volgende 10 grootste risico’s opgenomen. Risico
Bedrag
Tekort BUIG
€ 716.000
Tekort jeugdzorg
€ 664.000
CAO en andere loonontwikkelingen
€ 335.000
Tekort Wmo begeleiding
€ 335.000
Tekort Wmo hulp bij het huishouden
€ 277.000
Wateroverlast
€ 240.000
Schadeherstel atletiekbaan
€ 166.000
Tekort Wmo voorzieningen
€ 133.000
Vorst- en dooischade
€ 120.000
Schade aan wegen agv omleidingsroutes en sluipverkeer
€ 120.000
Tekort BUIG Van het rijk wordt een gebundelde uitkering (BUIG) ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ. Omdat de uitvoering hiervan een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is in de begroting ingeschat op maximaal 7,5% van de rijksbijdrage. Bij een (structureel) tekort van meer dan 7,5% kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. In 2021 zijn de Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ binnen het beschikbare budget uitgevoerd. Tekort jeugdzorg Omdat de uitvoering van de Jeugdwet een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is in de begroting ingeschat op maximaal 10% van het budget voor jeugdzorg. Het tekort op jeugdzorg bedroeg in 2021 € 292.000 ten opzichte van de raming. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de verschillenanalyse in het programma Zorg, jeugd en participatie. 97
CAO en andere loonontwikkelingen Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao. In de huidige meerjarenraming is vanaf 2021 een loonsverhoging opgenomen van 1,5% per jaar. In 2021 is een principeakkoord gesloten voor de nieuwe cao 2021-2022. Het akkoord bevat o.a. de volgende afspraken: per 1 december 2021 stijgen de salarissen met 1,5%, medewerkers die op 1 november 2021 in dienst zijn, ontvangen een eenmalige uitkering van € 1.200, per 1 april 2022 stijgen de salarissen met 2,4%, vanaf 2022 ontvangen medewerkers een thuiswerkvergoeding van € 2 per dag. Voor het jaar 2021 kan het nadelig effect van de nieuwe cao worden opgevangen binnen het totaal beschikbare budget voor personele lasten. Voor 2022 en volgende jaren wordt het extra benodigde budget als gevolg van de cao-ontwikkeling meegenomen in de Zomernota 2022. Tekort WMO: begeleiding Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening begeleiding een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Voor begeleiding is dit risico in de begroting ingeschat op maximaal 10% van het budget. Het tekort op Wmo begeleiding bedroeg in 2021 € 66.000 ten opzichte van de raming. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de verschillenanalyse in het programma Zorg, jeugd en participatie.
Tekort WMO hulp bij het huishouden Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is in de begroting ingeschat op maximaal 10% van het budget voor hulp bij het huishouden. Het tekort op Wmo hulp bij het huishouden bedroeg in 2021 € 55.000 ten opzichte van de raming. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de verschillenanalyse in het programma Zorg, jeugd en participatie. Wateroverlast Het klimaat is aan het veranderen. We krijgen meer en meer te maken met buien waarin binnen een korte tijd veel water valt. Het afwateringssysteem kan dergelijke intensieve regenbuien niet aan. De kans op wateroverlast in zowel stedelijk als landelijk gebied neemt daarom toe. De laatste jaren is daarom enorm veel geïnvesteerd in het treffen van maatregelen om wateroverlast tegen te gaan. In 2021 hebben zich geen gevallen van wateroverlast voorgedaan. Schadeherstel atletiekbaan Er is scheurvorming ontstaan in de toplaag van de kunststof atletiekbaan. De vereniging heeft opdracht gegeven aan kennisinstituut Kiwa ISA Sport met als doel beter inzicht te krijgen in de oorzaak van de scheurvorming in de atletiekbaan.
In antwoord op uw verzoek om in aanmerking te komen voor een gemeentelijke bijdrage heeft de gemeenteraad op 22 april 2021 besloten een krediet beschikbaar te stellen voor de renovatie van de atletiekbaan en het middenterrein van atletiekvereniging AVO'83 uit Oudenbosch. In de zomer van 2021 zijn de herstel en renovatiewerkzaamheden uitgevoerd. Tekort WMO: voorzieningen Omdat de uitvoering van de Wmo-voorzieningen (woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen) een openeinde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is in de begroting ingeschat op maximaal 10% van het budget voor de Wmo-voorzieningen. In 2021 is de verstrekking van Wmovoorzieningen binnen het beschikbare budget uitgevoerd. Vorst- en doorschade Bij winterse omstandigheden en dan met name de wisseling van vriezen en dooien komt het voor dat deze temperatuurswisselingen problemen veroorzaken in relatie tot de draagkracht van een rijbaan of een andere verhardingsconstructie. Er ontstaat dan veel extra schade aan beton- en asfaltwegen. Met deze mogelijke schades is geen rekening gehouden in de begroting maar vormt wel een risico. Er hebben zich in 2021 geen schades als gevolg van vorst en dooi voorgedaan.
Schade aan wegen als gevolg van omleidingsroutes en sluipverkeer Door reconstructies aan wegen kunnen schades ontstaan aan die wegen die worden aangewezen als omleidingsroute bij deze werkzaamheden. Daarnaast worden wegen ook gebruikt door sluipverkeer omdat het verkeer naast de omleidingsroutes haar eigen weg kiest. Met deze mogelijke schades is geen rekening gehouden in de begroting maar vormt wel een risico. Er hebben zich in 2021 geen dergelijke schades voorgedaan.
98