1. Jaarverslag en Jaarrekening 2020 DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
75
Taakveld
Verschil
V/N Toelichting
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
81
V
De raming van € 81.000 betreft de Vpb over 2019. De te betalen Vpb over 2019 bedraagt € 79.699. Zie voor meer informatie het aparte hoofdstuk over de toelichting op de vennootschapsbelasting. Omdat de te betalen vennootschapsbelasting ten laste komt van de algemene reserve grondexploitaties is de onttrekking aan deze reserve geraamd op het programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Als gevolg hiervan ontstaat op de Algemene dekkingsmiddelen een voordeel van € 81.000 en op het programma Ruimtelijke en economische ontwikkelingen een nadeel van hetzelfde bedrag. Per saldo is dit budgettair neutraal.
Verschillen in baten en lasten die betrekking hebben op corona
252
V
Als gevolg van de coronacrisis zijn gedurende het jaar extra kosten gemaakt. Gemeenten zijn voor deze kosten gecompenseerd door het Rijk. Bij de Slotwijziging 2020 is de reserve compensatie coronacrisis gevormd. De gemaakte kosten en ontvangen compensatie zijn met deze reserve verrekend. Per saldo is dit budgettair neutraal. Tegenover het nadeel op de Algemene dekkingsmiddelen staan voordelen op andere programma's. Voor een nadere toelichting op de lasten en ontvangen compensatie wordt verwezen naar de paragraaf Gevolgen coronacrisis.
Overige afwijkingen
19
V
Totaal
178
V
76
Overhead
1.8.1 Inleiding Eén van de wijzigingen in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) heeft betrekking op overhead. Vanaf 1 januari 2017 geldt er een algemene definitie van overhead. De definitie luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Uitgangspunt van deze definitie is dat kosten zoveel mogelijk moeten worden toegerekend aan het primaire proces. Kosten die niet kunnen worden toegerekend, moeten worden verantwoord op een apart taakveld en worden niet meer verdeeld op basis van allerlei verdelingsprincipes (fte, m2, aantal werkplekken, etc.). In de notitie worden de diverse onderdelen van de overhead toegelicht, waardoor duidelijkheid is ontstaan over de kosten die wel en die niet tot de overhead gerekend moeten worden. Wij sluiten aan bij de notitie en de definitie die de commissie BBV hiervoor heeft opgesteld. Het gevolg van deze wijziging is dat u bij de programma’s geen kosten van overhead meer aantreft. In dit hoofdstuk treft u een toelichting aan op de kosten van de overhead. 1.8.2 Overzicht overhead In onderstaand overzicht zijn de totale lasten van de overhead weergegeven voor het jaar 2020 (x € 1.000). Overhead
Realisatie 2020
Directie en management
1.033
Ondersteunende teams
3.902
Overige personeelskosten (geen salarislasten)
400
Huisvesting
815
Administratiekosten
265
Archief
437
Automatiseringskosten
1.593
Juridisch en inkoop advies
157
Voorlichting en publicaties
94
Dienstverlening
0
Totaal overhead
8.696
Toegerekende overhead aan grondexploitaties
-278
Netto overhead
8.418
77
Hieronder word bovenstaand overzicht kort toegelicht. Directie en management De salarislasten van de directie en het management mogen niet langer worden toegerekend aan de producten (nu taakvelden), maar behoren tot de overhead. Ondersteunende teams De salarislasten van de ondersteunende teams (team advies en team ondersteuning) mogen niet langer worden toegerekend aan de producten (nu taakvelden), maar behoren tot de overhead. Overige personeelslasten Naast de salarislasten van het gemeentepersoneel zijn er ook nog andere personele lasten. Hierbij moet gedacht worden aan de kosten voor vergaderingen, koffie- en thee voorziening, studiekosten, werving en selectie van personeel, medische kosten, kosten voor arbo maatregelen en overige voorzieningen voor het personeel. Huisvesting Dit betreffen de lasten verbonden aan het gemeentehuis, zoals energieverbruik, onderhoud, schoonmaak en de kapitaallasten van investeringsuitgaven. Administratiekosten Onder de administratiekosten vallen de kosten voor kopiëren, meubilair, boeken en abonnementen, drukwerk en papier, postverzorging en telefoonkosten. Archief De kosten voor het archief betreffen het herstellen van archiefstukken en de bijdrage aan het West-Brabants Archief (WBA). Automatiseringskosten Dit zijn de kosten die betrekking hebben op de benodigde hard- en software (automatisering) binnen de gemeentelijke organisatie.
Het gaat hierbij onder andere om vervangingskosten van hardware, aanschaf en onderhoud van software en datacommunicatie. Ook de kapitaallasten van de investeringen zijn hierin opgenomen. Juridisch en inkoop advies Dit betreft de kosten voor het inwinnen van extern juridisch advies en de advisering door de Stichting Inkoopbureau West-Brabant. Voorlichting en publicaties Dit betreft onder andere de kosten voor de publicaties in de Bode, burgerparticipatie (digipanel) en het bekend maken van regelgeving via de Gemeenschappelijke Voorziening Officiële Publicaties (GVOP). Toegerekende overhead aan grondexploitaties Een deel van de overhead mag conform de regelgeving worden toegerekend aan de grondexploitaties en in mindering worden gebracht op de kosten van het taakveld overhead. Dat is in bovenstaande tabel als negatieve regel weergegeven. Wat overblijft zijn de netto overheadkosten. N.B. Zowel bij de toerekening van de overhead aan de grondexploitaties als bij de toerekening aan de kostendekkende tarieven wordt dezelfde methodiek gebruikt. Voor alle berekeningen inzake de toerekening van overhead wordt derhalve het bedrag gebruikt wat als totale overhead staat aangegeven.
78
1.8.3 Beleidsindicatoren Voor het programma Overhead zijn in het BBV de onderstaande verplichte beleidsindicatoren opgenomen. Indicator
Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Jaarrekening 2020
Formatie1
6,1
6,22
6,22
Bezetting1
5,9
5,86
5,86
Apparaatskosten2
€ 270,97
€ 290,24
€ 281,65
Externe inhuur3
9,45%
1,85%
8,02%
Overhead4
9,72%
11,50%
10,21%
1 Fte per 1.000 inwoners 2 Kosten per inwoner in euro's 3 Kosten als % van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen 4 Percentage van de totale lasten
1.8.4 Verbonden partijen GR West-Brabants Archief (WBA) Doel of belang dat wordt behartigd:
Artikel 3 van de Archiefwet 1995 verplicht overheidsorganen om hun archieven in goede, geordende en toegankelijke staat te bewaren. Artikel 14 regelt de openbaarheid en artikel 32 lid 2 het toezicht. Deze wettelijke taken zijn uitbesteed aan de gemeenschappelijke regeling WBA.
Beleidsrealisatie: Met de komst van de nieuwe directeur zijn in 2020 verdere stappen gezet op het gebied van de digitalisering. De inrichting van een volwaardig e-Depot is daarbij een van de speerpunten. Verder zijn er in 2020 geen bijzondere ontwikkelingen geweest. Stichting Inkoopbureau West-Brabant (SIW) Doel of belang dat wordt behartigd:
Het bieden (tegen lage kosten) van de beste toegevoegde waarde in inkoopoplossingen voor de deelnemende gemeenten, door het ontwikkelen en implementeren van ‘Best in Class’ inkoopbeleid, processen, methodieken, systemen en training. De SIW draagt dus bij aan een continue verbetering van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, van de implementatie van dit beleid in de praktijk binnen de aan de SIW deelnemende gemeenten en aan borging van inkoop binnen het werkproces.
Beleidsrealisatie: De Stichting Inkoopbureau West-Brabant heeft in 2020 haar dienstverlening naar haar deelnemers gecontinueerd. Het brede scala aan diensten op het gebied van het inkoopproces, van aanbestedingen tot en met contract- en leveranciersmanagement, is in coronatijd zo goed als volledig digitaal vormgegeven. Daarbij onze deelnemers maximaal ondersteund ook met corona gerelateerde vraagstukken.
79
1.8.5 Wat heeft het gekost? Overzicht van baten en lasten Overhead (x € 1.000). Overhead
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
0.4 Overhead
9.053
9.115
8.938
177
V
Totaal lasten
9.053
9.115
8.938
177
V
0.4 Overhead
378
524
520
-4
N
Totaal baten
378
524
520
-4
N
-8.675
-8.591
-8.418
173
V
0.10 Toevoegingen aan reserves
341
341
341
0
0.10 Onttrekkingen aan reserves
424
681
587
-94
N
Totaal mutaties reserves
83
340
246
-94
N
-8.592
-8.251
-8.172
79
V
Lasten per taakveld
Baten per taakveld
Saldo van baten en lasten
Mutaties reserves
Resultaat
80
1.8.6 Verschillenanalyse Toelichting belangrijkste verschillen begroting (incl. wijziging) en realisatie Overhead (x € 1.000). Taakveld 0.4 Overhead
Verschil
V/N Toelichting
66
V
Tijdens het thuiswerken en de lockdown zijn minder kosten gemaakt voor personele aangelegenheden zoals opleidingen, juridisch advies voor personele kwesties en ondersteuning bij het invullen van vacatures. Dit komt omdat een aantal zaken niet, of slechts in beperkte mate door konden gaan.
30
V
Op basis van de facturen over het eerste kwartaal is het budget voor de energiekosten van het gemeentehuis in de Zomernota bijgesteld. Gedurende het jaar is gebleken dat de werkelijk energiekosten lager zijn uitgevallen. Om financiële tegenvallers aan het einde van het jaar te voorkomen is het budget niet eerder afgeraamd.
-66
N
In 2019 is gestart met de digitalisering van de bouwdossiers. In 2020 zijn de meeste bouwdossiers van de gemeente Halderberge gedigitaliseerd. Het budget leek in eerste instantie voldoende maar uiteindelijk is er sprake van een totale overschrijding van € 66.000. Het grootste bedrag van € 48.000 heeft betrekking op het op orde brengen van de BAG bestanden voor de herwaardering van de WOZ. Het is zeer belangrijk dat de bestanden van de WOZ en de BAG op elkaar aansluiten. Het resterende verschil van € 18.000 is vooral ontstaan omdat we veel meer bouwdossiers hebben aangetroffen bij het WBA dan vooraf was ingeschat. In 2021 wordt het project digitalisering bouwdossiers afgerond.
17
V
In 2020 lag de nadruk van communicatie op Corona. Veel middelen en uitingen zijn daarom van een ander budget betaald, bijvoorbeeld de specials in de Bode en de campagne ‘daar doe ik het voor’. Hierdoor is er meer overgebleven van het budget voorlichting.
Verschillen in baten en lasten die betrekking hebben op corona
-13
N
Als gevolg van de coronacrisis zijn gedurende het jaar extra kosten gemaakt. Gemeenten zijn voor deze kosten gecompenseerd door het Rijk. Bij de Slotwijziging 2020 is de reserve compensatie coronacrisis gevormd. De gemaakte kosten en ontvangen compensatie zijn met deze reserve verrekend. Per saldo is dit budgettair neutraal. Tegenover het nadeel op Overhead staan voordelen op andere programma's. Voor een nadere toelichting op de lasten en ontvangen compensatie wordt verwezen naar de paragraaf Gevolgen coronacrisis.
Personele lasten Overhead
36
V
Het totale verschil op de personele lasten 2020 bedraagt € 2.000 positief. Als gevolg van de toerekening van de directe personeelslasten aan de verschillende programma's en taakvelden ontstaan op programmaniveau verschillen ten opzichte van de begroting. Tegenover het voordeel van € 36.000 op Overhead staan nadelen op andere programma's. Voor het totaaloverzicht van de personele lasten wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering.
Overige afwijkingen
9
V
Totaal
79
V
81
82
Vennootschapsbelasting
Algemeen Vanaf 2016 is de Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb) van toepassing voor gemeenten. Dit geldt alleen voor activiteiten waarbij volgens de Wet Vpb sprake is van een onderneming. Bij de inventarisatie in 2015 is in eerste instantie geconcludeerd dat dit bij de gemeente Halderberge alleen geldt voor de grondexploitaties. Later heeft de Belastingdienst landelijk het standpunt ingenomen dat ook bij de verkoop van restafval sprake is van een onderneming. Als gevolg hiervan wordt over de opbrengst van de reststromen afval Vpb betaald. Uit praktisch oogpunt en na afstemming met de Belastingdienst wordt de aangifte en betaling daarvan gedaan door SAVER. Onderstaande toelichting per jaar gaat derhalve alleen over de grondexploitaties. Zolang een aangifte nog niet heeft geleid tot een definitieve aanslag kunnen er wijzigingen optreden. Ook na het vaststellen van de aanslag heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om er op terug te komen. Dat kan tot 5 jaar na afloop van het belastingjaar. Alle bedragen zijn dan ook onder voorbehoud van mogelijke wijzigingen. Boekjaar 2016 Over 2016 was er sprake van een negatief belastbaar bedrag van € 219.235 en hoeft er dus geen Vpb te worden betaald. De aanslag is op 14 december 2019 ontvangen en was conform de aangifte. Het fiscale verlies van € 219.235 mag worden verrekend met positieve aangiftes in volgende jaren.
Boekjaar 2017 In 2017 was er een belastbare winst van € 164.906. Door het nog te verreken bedrag uit 2016 hoeft er ook over 2017 geen Vpb te worden betaald. Er resteert na 2017 nog een te verrekenen verlies van € 54.329 (€ 219.235 - € 164.906). De aanslag over 2017 is op 14 november 2020 ontvangen en was conform de aangifte. Boekjaar 2018 In 2018 was er een belastbare winst van € 528.832. Na aftrek van het restant van het te verrekenen verlies resteert er een belastbaar bedrag van € 474.504 (€ 528.832 - € 54.329). De belasting die daarover moet worden betaald bedraagt € 108.625. Inclusief belastingrente bedroeg de aanslag € 115.094. De aanslag is op 21 november 2021 ontvangen en was conform de aangifte en de voorlopige aanslag. Bij het opstellen van de jaarrekening 2019 was al rekening gehouden met deze aanslag. Aangezien de te betalen Vpb geheel voortkomt uit de grondexploitaties, is de volledige aanslag ten laste van de algemene reserve grondexploitaties gebracht. Boekjaar 2019 In 2019 was er een belastbare winst van € 249.098. Er is geen te verrekenen verlies uit voorgaande jaren meer. De belasting die over de belastbare winst moet worden betaald bedraagt € 50.273, waarvoor op 2 mei 2020 een voorlopige aanslag is ontvangen. Ook met deze voorlopige aanslag was al rekening gehouden in de jaarrekening 2019.
De te betalen Vpb komt geheel voort uit de grondexploitaties en is dan ook volledig ten laste gebracht van de algemene reserve grondexploitaties. Boekjaar 2020 In de begroting 2020 was een raming van € 22.000 opgenomen voor de te betalen vennootschapsbelasting (Vpb) over het boekjaar 2020. Die raming was echter nog gebaseerd op een verouderde berekening en is na ontvangst van de voorlopige aanslag over 2020 verhoogd tot € 80.500. Door toepassing van een betalingskorting is het bedrag aan werkelijke kosten € 79.699. De aangifte over 2020 is nog niet ingediend. Dat zal in de loop van 2021 gebeuren. De te betalen Vpb komt geheel voort uit de grondexploitaties en is dan ook volledig ten laste gebracht van de algemene reserve grondexploitaties.
83
84
Post onvoorziene uitgaven
1.10.1 Overzicht onvoorziene uitgaven In de begroting wordt elk jaar een bedrag opgenomen voor onvoorziene uitgaven, de zogeheten post onvoorziene uitgaven. In de primaire begroting van 2020 is hiervoor € 50.000 opgenomen. Bij de vaststelling van de Begroting 2020 heeft de gemeenteraad besloten het begrotingssaldo ad € 5.686 aan de post onvoorziene uitgaven 2020 toe te voegen. In 2020 heeft het college besloten de post onvoorziene uitgaven aan te wenden voor een aantal incidentele zaken en de realisatie van de beleidsvoornemens in uit het collegeprogramma. Deze zijn in onderstaande tabel samengevat (x € 1.000). Per mutatie is vermeld via welk P&C-document de raad hierover is geïnformeerd. Post onvoorziene uitgaven Primaire begroting
Bedrag
P&C-document
50
Toevoegingen Begrotingssaldo 2020
6
Totaal toevoegingen
6
Begroting 2020
Onttrekkingen Aanpassingen sport- en spelcomplex Futura
10
Zomernota 2020
Incidentele subsidie adviesraad sociaal domein
5
Zomernota 2020
Digipanel
6
Zomernota 2020
Aansluting dementienetwerk
5
Zomernota 2020
Niet Gesprongen Explosieven
22
Zomernota 2020
Maatwerk kinderopvang 2020
2
Najaarsnota 2020
Bijdrage streekomroep
5
Najaarsnota 2020
Advieskosten derden
2
Jaarrekening 2020
Totaal onttrekkingen
55
Restant (eindsaldo onvoorzien)
1
85
1.10.2 Toelichting onvoorziene uitgaven Begrotingssaldo Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2020 heeft de gemeenteraad besloten het resterende begrotingssaldo ad € 5.686 toe te voegen aan de post onvoorziene uitgaven. Aanpassingen sport- en spelcomplex Futura In 2016 is het onderwijs- en sportcomplex Futura in Oud Gastel opgeleverd. Op basis van de ervaringen van de gebruikers zijn ter verbetering van de veiligheid van het complex, zijn de tribune aangepast en zijn ballenvangers geplaatst zodat ballen niet meer de straat op kunnen vliegen. Incidentele subsidie adviesraad Sociaal Domein Voor het opstarten van de nieuwe adviesraad Sociaal Domein heeft het college besloten een incidentele subsidie van € 5.000 beschikbaar te stellen. Digipanel Het college heeft in 2019 het digipanel geëvalueerd. De evaluatie was positief. Er wordt doorgegaan met het digipanel. Inwoners worden via het digipanel 3-4x per jaar bevraagd over diverse thema’s. In 2021 volgt een nieuwe evaluatie. Aansluiting dementienetwerk De gemeente Halderberge sloot in 2019 bij wijze van proef aan bij het dementienetwerk. Het lokale Platform Dementiebehartiging Halderberge vindt de periode van aansluiting te kort om al een uitspraak te kunnen doen over de meerwaarde van aansluiting.
Daarom wordt de proefperiode verlengd tot en met 2020, waarna samen met het lokale platform wordt bekeken of er voldoende meerwaarde is om de aansluiting structureel te maken. De bijdrage voor 2020 bedraagt € 5.000. Niet Gesprongen Explosieven De gemeente Halderberge heeft een risicokaart opgesteld om verdachte en onverdachte locaties van niet gesprongen explosieven (NGE's) in beeld te brengen. In het verleden is dit al per project uitgevoerd en werden de kosten hiervoor gefinancierd uit het projectbudget. Om gemeenten tegemoet te komen in deze kosten kan een financiële bijdrage worden ontvangen. De gemeenteraad heeft op 19 maart 2020 ingestemd met het indienen van een suppletieverzoek bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De kosten en de inkomsten uit het suppletieverzoek worden nu geraamd. Maatwerk kinderopvang 2020 Het college heeft besloten om voor het jaar 2020 een bedrag van € 42.096 beschikbaar te stellen voor de inspecties Wet Kinderopvang voor de gemeente Halderberge. Het toezicht en de handhavingsopdrachten worden uitgevoerd door de GGD West – Brabant waarbij het minimale wettelijke pakket wordt afgenomen. Hierdoor voldoet gemeente Halderberge aan de wettelijke gestelde eisen. Ter dekking van de kosten is een bedrag van € 1.500 onttrokken aan de post onvoorziene uitgaven.
Bijdrage streekomroep In 2020 ontvangt Streekomroep Ons West-Brabant een bedrag € 76.000 aan zorgplichtgelden. De begroting laat aan het einde van het jaar een tekort zien van € 15.394. Om dit tekort op te vangen, vraagt de Streekomroep voor het jaar 2020 aan de vier gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk en Zundert een aanvullende bijdrage van in totaal € 20.000. De eenmalige bijdrage voor Halderberge bedraagt € 4.600. Het college heeft besloten de eenmalige bijdrage te verstrekken, onder de opschortende voorwaarde dat de gemeenteraden van Etten-Leur en Moerdijk ook instemmen met de toekenning van een aanvullende bijdrage. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief van 28 juli 2020. Advieskosten derden Voor een advies aan derden is gebruikt gemaakt van externe advisering. De kosten hiervan bedroegen € 1.500 en zijn onttrokken aan de post onvoorziene uitgaven 2020.
86
2 Paragrafen Jaarverslag
87
88
Paragraaf Lokale heffingen
2.1.1 Inleiding De gemeente Halderberge kent diverse heffingen. Enerzijds zijn dat de belastingen, waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat. Anderzijds zijn er de retributies, waarbij dat wel het geval is. De belangrijkste heffingen zijn de onroerendezaakbelastingen, de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de toeristenbelasting, de marktgelden, de lijkbezorgingsrechten en de leges. In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de opbrengsten en daar waar nodig een korte toelichting op de verschillen met de ramingen in de begroting. 2.1.2 Beleid De Gemeentewet en andere bijzondere wetten, zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer geven de gemeente de juridische basis om heffingen aan belastingplichtigen op te leggen. De gemeentelijke heffingen zijn vastgelegd in belastingverordeningen die jaarlijks door de gemeenteraad worden vastgesteld. Voor het bepalen van de WOZ-waarde en de heffing en de inning van de belastingen werkt de gemeente Halderberge met andere gemeenten en het Waterschap samen in de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (hierna: BWB). 2.1.3 Onroerendezaakbelasting (OZB) Alle eigenaren van woningen en alle eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen onroerendezaakbelasting. De grondslag van de belasting is de waarde van een woning of niet-woning.
Deze waarde wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. De aanslagen 2020 zijn naar de waardepeildatum 1 januari 2019 vastgesteld. Tarieven OZB 2020 Tarieven OZB 2020
Tarief Eigendom
Tarief Gebruik
Totaal
OZB eigenaren woningen
0,1044%
n.v.t.
0,1044%
OZB eigenaren niet-woningen
0,2275%
0,2033%
0,4308%
Opbrengst OZB 2020 In onderstaand overzicht vindt u een specificatie van de OZB-opbrengsten die in 2020 zijn verantwoord (x € 1.000). Opbrengst OZB
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
OZB eigenaren woningen
3.588
3.588
3.604
16
V
OZB eigenaren niet-woningen
1.846
1.907
1.871
-36
N
OZB gebruik niet-woningen
1.488
1.322
1.373
51
V
Totaal OZB
6.922
6.817
6.849
31
V
89
Het is gebruikelijk dat tussen begroting en werkelijkheid verschillen optreden, met name als gevolg van onder meer leegstand, bezwaren en vertraging in de bouw. Het (negatieve) verschil bij de belasting voor de eigenaren is relatief klein en behoeft geen nadere toelichting. Het (positieve) verschil bij de gebruikersbelasting voor niet-woningen is met ca. 3,8% groter. De belangrijkste oorzaak is een controle op leegstand onder niet-woningen die in het 3e kwartaal van 2020 heeft plaatsgevonden. Daardoor konden er alsnog aanslagen worden opgelegd voor een aantal panden. Leegstand en bezwaren tegen de waarde van andere panden zorgde voor wat negatieve effecten. Per saldo is er bij de belasting voor gebruikers sprake van een extra opbrengst van ca. € 50.000. 2.1.4 Afvalstoffenheffing De gemeente zorgt voor het ophalen van het huisvuil. Via de afvalstoffenheffing worden de lasten die verbonden zijn aan het verzamelen en het verwerken van het huisvuil verhaald op de burgers van de gemeente Halderberge. Sinds 1 januari 2014 hanteert de gemeente Halderberge gedifferentieerde tarieven voor de afvalstoffenheffing. Dit betekent dat naast een vast bedrag per perceel een tarief per lediging van de afvalcontainer of inworp in een ondergrondse container in rekening wordt gebracht. Vanaf de 14e lediging en 46e inworp werd een opslag in rekening gebracht.
Het aantal werkelijke ledigingen van de restafvalcontainer over 2019 is in 2020 afgerekend. Tarieven afvalstoffenheffing 2020 Tarieven Afvalstoffenheffing 2020
Tarief
Vast tarief per perceel
€ 167,28
Tarief voor een extra container
€ 100,00
Tarief per lediging 240-liter container
€ 9,82
Tarief per lediging 140-liter container
€ 5,73
Tarief per inworp in een ondergrondse container
€ 1,64
Opbrengst afvalstoffenheffing 2020 In de volgende tabel treft u de begrote en gerealiseerde opbrengst aan van de afvalstoffenheffing (x € 1.000). Opbrengst Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
3.730
3.833
3.690
-143
N
Er zijn verschillende oorzaken voor het verschil tussen de geraamde en werkelijke opbrengst. De afrekening over 2019 was lager dan bij de jaarrekening 2019 was ingeschat (- € 28.000) en ook het werkelijk aantal ledigingen van restafvalcontainers en inworpen in een ondergronds container was lager dan geraamd (- € 17.000). Hierdoor was ook de opbrengst van de opslagen bij meer dan 13 ledigingen en meer dan 45 inworpen lager dan geraamd (- € 67.000). De overige verschillen worden veroorzaakt door leegstand, verhuizingen en verschillen in aantallen aansluitingen en containers. Kosten die verbonden zijn aan de afvalstoffenheffing In de tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn diverse kosten meegenomen. Allereerst vanzelfsprekend de directe kosten die verbonden zijn aan het ophalen van huishoudelijk afval. Dit betreft met name de kosten die door Saver in rekening zijn gebracht. Ook kosten die daar rechtstreeks mee verbonden zijn, zoals het stortrecht, de milieustraat en andere verwerkingskosten zijn volledig meegenomen. Verleende kwijtscheldingen zijn op begrotingsbasis voor 60% meegenomen in de heffing, aangezien het aandeel afvalstoffenheffing hierin ongeveer dit percentage bedraagt. Het vegen van de straten wordt voor 40% meegenomen in de heffing. Het aandeel zwerfafval en -vuil in het straatafval is iets minder groot dan het aandeel bladafval.
Een percentage van 40% wordt redelijk geacht voor dit aandeel.
90
Kostendekkendheid In de primitieve begroting zijn de tarieven afgestemd op de verwachte lasten, zodat sprake was van 100% kostendekkendheid. In werkelijkheid kwam de kostendekkendheid uit op ca. 98%. Bij de lasten waren er bij diverse posten verschillen, onder meer door uitstel van een communicatietraject over afvalscheiding. Bij de baten was er negatief verschil bij de opbrengst van de afvalstoffenheffing (zie hierboven). Verschillen tussen begroting en realisatie worden gewoonlijk verrekend met de voorziening afvalstoffenheffing. Aangezien het saldo hiervan echter nihil is, kan dit in 2020 niet plaatsvinden. 2.1.5 Rioolheffing Via de rioolheffing worden de lasten in rekening gebracht die verbonden zijn aan de inzameling, berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Het tarief is verschillend voor éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven betalen het meerpersoonstarief. Deze tarieven gelden tot een afname van 500 m³. Personen of bedrijven die meer dan 500m³ water afnemen worden gezien als grootverbruikers. Tarieven rioolheffing 2020 Tarieven Rioolheffing 2020
Tarief
Eénpersoonshuishouden
€ 169,32
Meerpersoonshuishouden
€ 225,72
Bedrijf tot maximaal 500 m3
€ 225,72
Opbrengst rioolrecht 2020 In de volgende tabel treft u de begrote en gerealiseerde opbrengst aan van de rioolheffing (x € 1.000). Opbrengst Rioolheffing
Rioolheffing
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
2.959
2.979
2.988
9
V
De gerealiseerde opbrengst is wat hoger dan geraamd. Dat wordt over het algemeen veroorzaakt door gebruikelijke mutaties bij woningen en bedrijven. U kunt hierbij denken aan verhuizingen, leegstaande panden en wisselingen tussen eenpersoons- en meer persoonshuishoudens. Gezien het geringe verschil is een nadere toelichting niet nodig. Kosten die verbonden zijn aan de rioolheffing In de tarieven voor de rioolheffing worden diverse kosten meegenomen. Allereerst vanzelfsprekend de directe kosten die verbonden zijn aan het beheer van de riolering. U dient hierbij te denken aan het reinigen van de riolering, energielasten voor het gebruik van de gemalen en onderzoekskosten aan het rioolsysteem en de waterketen. Een ander onderdeel wat een flinke bijdrage levert aan de kosten betreffen de kapitaallasten die verbonden zijn aan de investeringen in de riolering. Verleende kwijtscheldingen worden voor 40% meegenomen in de heffing, aangezien het aandeel rioolheffing hierin ongeveer dit percentage bedraagt. Het vegen van de straten wordt voor 50% meegenomen in de heffing. Het voorkomen dat zwerfvuil en bladafval in het riool terecht komt zorgt ervoor dat er minder kosten uitgegeven hoeven te worden aan het beheer. Een percentage van 50% wordt momenteel redelijk geacht voor dit aandeel.
Kostendekkendheid De verwachte kosten zoals die zijn opgenomen in de begroting liggen vast in het Gemeentelijk RioleringsPlan Halderberge (GRP) 2020 – 2023 dat in september 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Uitgaande van 100% kostendekkendheid zijn de tarieven voor 2020 hier op afgestemd. In werkelijkheid was de kostendekkendheid ook 100%, onder meer dankzij enkele onttrekkingen aan de voorzieningen voor de rioolheffing.
91
2.1.6 Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van personen die met overnachting verblijven in de gemeente Halderberge en niet zijn ingeschreven in de basisregistratie personen. Dit geldt zowel voor (water)toeristen als andere groepen, zoals bijvoorbeeld arbeidsmigranten. Tarief (water)toeristenbelasting 2020 Het tarief voor de (water)toeristenbelasting bedroeg in 2020 € 1,15 per overnachting (toeristenbelasting) of per etmaal (watertoeristenbelasting). Opbrengst (water)toeristenbelasting 2020 De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde opbrengst in 2020 zien (x € 1.000). Opbrengst Toeristenbelasting
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
534
534
214
-320
N
(Water)toeristenbelasting
De opbrengst (water)toeristenbelasting is in 2020 flink beïnvloed door de maatregelen als gevolg van het coronavirus. De BWB besloot begin april 2020 om, met uitzondering van de exploitanten die uitsluitend arbeidsmigranten huisvesten, de voorlopige aanslagen over 2020 te verminderen met 9/11 (het nog niet betaalde deel). De afrekening over 2020 volgt in 2021 nadat de exploitanten de aangifte over 2020 hebben ingediend. De werkelijke gegevens over 2020 zullen dan ook pas in het voorjaar van 2021 bekend zijn. Voor deze jaarrekening is de enige zekerheid het betaalde deel van de voorlopige aanslagen over 2020 en aanslagen over voorgaande jaren die in 2020 zijn opgelegd. Voor de rest zijn er geen concrete gegevens bekend over de werkelijke bezetting van de accommodaties in 2020. Er zijn wel onderzoeken geweest, onder andere door een kenniscentrum in Zeeland en er zijn voorlopige cijfers gepubliceerd door het CBS en het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen, maar die zijn onvolledig en niet zomaar toe te passen op Halderberge. Vanuit de wetenschap dat heel veel mensen in eigen land op vakantie zijn geweest, valt het te verwachten dat de werkelijke opbrengst over 2020 uiteindelijk hoger zal blijken dan nu in de jaarrekening is opgenomen. Maar die verwachting kan op geen enkele manier onderbouwd worden en dus ook niet worden opgenomen in de jaarrekening.
Uit de aangiften in 2021 en de daarop volgende aanslagen over 2020 zal blijken of deze verwachting juist is. Het gevolg daarvan zal worden meegenomen in de opbrengst toeristenbelasting over 2021. 2.1.7 Marktgelden Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van standplaatsen op de wekelijkse markt. Opbrengst marktgelden 2020 De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde opbrengst in 2020 zien (x € 1.000). Opbrengst Marktgelden
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
13
13
10
-3
N
Marktgelden Gezien de geringe bedragen wordt volstaan met de tabel.
2.1.8 Lijkbezorgingsrechten Voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats heft de gemeente zogeheten lijkbezorgingsrechten. Opbrengst lijkbezorgingsrechten 2020 De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde opbrengst in 2020 zien (x € 1.000).
92
Opbrengst Lijkbezorgingsrechten
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
Lijkbezorgingsrechten
35
35
28
-6
N
Toevoeging voorziening
0
0
-15
-15
N
Aanwending voorziening
6
6
9
4
V
Totaal Lijkbezorgingsrechten
40
40
22
-18
N
Het deel van de opbrengst dat betrekking heeft op grafrechten voor de jaren na 2020 is gestort in een voorziening. Uit de voorziening is het bedrag aan betaalde grafrechten gehaald dat betrekking heeft op 2020. De netto opbrengst over 2020 komt daarmee uit op € 22.497. 2.1.9 Leges Voor diensten die door of vanwege het gemeentebestuur worden verleend, kunnen rechten worden geheven. Hieronder vallen onder meer de rechten voor administratieve diensten, ook wel leges genoemd. Bekende leges zijn de leges voor paspoorten, de leges voor rijbewijzen en de aan bouwen gerelateerde leges. De tarieventabel is opgedeeld in drie titels, algemene dienstverlening (titel 1), dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving (titel 2) en dienstverlening vallend onder de dienstrichtlijn (titel 3). Voor titels 1 en een groot deel van titel 2 geldt dat de opbrengsten per titel op begrotingsbasis niet hoger mogen zijn dan de opbrengsten (maximaal 100% kostendekkend). Voor de leges van titel 3 geldt dat deze per hoofdstuk van die titel op begrotingsbasis niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Opbrengst leges 2020 De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde opbrengst in 2020 zien (x € 1.000). Opbrengst Leges
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
Leges algemene dienstverlening
343
326
413
87
V
Leges Omgevingsvergunningen
739
801
877
76
V
Leges Europese dienstenrichtlijn
31
9
0
-9
N
1.113
1.136
1.290
155
V
Totaal Leges
Bovenstaand overzicht laat verschillen zien tussen de begrote en werkelijke opbrengst. Vooraf is niet altijd goed in te schatten hoe de vraag zich zal ontwikkelen. Het verschil bij de algemene dienstverlening is een optelsom van de leges voor dienstverlening door burgerzaken, leges voor werkzaamheden in de openbare ruimte (bijv. door nutsbedrijven), leges voor verkeer en vervoer (bijv. gehandicaptenparkeerkaarten) en leges voor enkele andere diensten (bijv. stookontheffingen). De hogere opbrengst kwam met name door de leges voor afgifte van reisdocumenten, naturalisatie en werkzaamheden in de openbare ruimte. De leges voor de fysieke leefomgeving waren wat hoger dan geraamd dankzij een hogere opbrengst bij de leges voor de omgevingsvergunningen. De leges inzake de Europese dienstenrichtlijn betreffen met name de diensten die voortkomen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de bijzondere wetten. Net als bij de toeristenbelasting is ook de opbrengst van deze leges flink beïnvloed door de maatregelen voor het Coronavirus. Er waren nagenoeg geen evenementen in 2020, dus ook nauwelijks aanvragen voor een vergunning. De werkelijke opbrengst is dan ook minimaal.
93
2.1.10 Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. De gemeente Halderberge hanteerde in 2020, evenals in voorgaande jaren, een kwijtscheldingspercentage van 100%. Concreet betekent dit dat belastingplichtigen die een inkomen hebben van 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager, in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Belastingplichtigen kunnen alleen kwijtschelding aanvragen voor de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Voor de overige heffingen wordt geen kwijtschelding verleend. De volgende tabel laat de begrote en gerealiseerde kwijtschelding zien (x € 1.000). Lasten kwijtschelding
Primaire begroting 2020
Begroting 2020 incl. wijziging
Realisatie 2020
Verschil
V/N
220
220
256
-36
N
Kwijtschelding
Zoals uit de tabel blijkt is het werkelijke bedrag aan verleende kwijtscheldingen hoger dan geraamd. Dit kan gebeuren doordat het verlenen van kwijtschelding een open-einde regeling is. Het bedrag aan verleende kwijtscheldingen is als volgt verdeeld over de verschillende heffingen: Vergelijking jaarrekening 2019 met jaarrekening 2020 (bedragen x € 1.000) Kwijtschelding per heffing
2019
2020
Rioolheffing
111
119
Afvalstoffenheffing
126
131
1
0
238
250
Onroerendezaakbelasting Totaal
Deze tabel bevat alleen de bedragen die daadwerkelijk zijn kwijtgescholden. Het verschil in 2020 met de voorgaande tabel betreft de verzoeken tot kwijtschelding die nog niet waren afgehandeld. Daarvan was nog geen uitsplitsing beschikbaar bij het opstellen van deze jaarrekening.
94
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
2.2.1 Inleiding Het doel van de paragraaf weerstandsvermogen is inzicht te geven in de ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële positie van de gemeente Halderberge. Het weerstandsvermogen is een indicator voor de financiële gezondheid van een gemeente en is te definiëren als de mate waarin de gemeente in staat is onverwachte tegenvallers c.q. risico’s op te vangen teneinde zijn taken voort te kunnen blijven zetten. Voor het weerstandsvermogen zijn de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s van belang. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. De relevante risico’s voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet anderszins zijn te ondervangen. Het gaat hier uitsluitend om risico’s die (nog) niet voldoende hard en kwantificeerbaar zijn en waarvoor dus nog geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen wordt ook wel weergegeven als de verhouding tussen de benodigde weerstandscapaciteit (risicobedrag) en de beschikbare weerstandscapaciteit. In het vervolg van deze paragraaf worden de weerstandscapaciteit en de risico’s binnen de gemeente Halderberge nader uitgewerkt en toegelicht.
Definitie Niet ieder risico is relevant of kan ten laste van de weerstandscapaciteit worden gebracht. Belangrijk is een goede afbakening. Onder een risico wordt verstaan de kans op het optreden van een gebeurtenis door interne en/of externe omstandigheden met een bepaald financieel gevolg. Voorkennis Om risico’s goed te kunnen relateren aan de weerstandscapaciteit worden de risico’s in kwantitatieve grootheden benoemd. Wanneer kwantificering van kans en effect (in bandbreedtes) niet mogelijk is, omdat de voorkennis ontbreekt, is er sprake van volstrekte onzekerheid en niet van een risico. Ondergrens Risico’s relevant voor de weerstandscapaciteit dienen van materiële betekenis te zijn voor het balanstotaal of de financiële positie. Er wordt gerekend met een ondergrens van € 50.000 als minimale tegenvaller. Risico’s waarvan het maximale risico lager dan € 50.000 wordt geschat, achten we object van reguliere bedrijfsvoering. Deze risico’s dienen in principe binnen de exploitatie te worden opgevangen. Overige uitsluitingen Uitgesloten is een aantal risico’s dat samenhangt met de reguliere exploitatie en die met een grote mate van zekerheid periodiek terugkeren. Deze reguliere risico’s, die overigens meestal vrij goed meetbaar zijn, dienen via de jaarcyclus te worden ingekaderd in bestaand beleid.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het risico van schade aan eigendommen, waarbij overigens ook achterstallig onderhoud een rol kan spelen. Gekozen wordt om waar mogelijk deze risico’s te verzekeren of via een voorziening af te dekken. Begrotingstechnische risico’s mogen evenmin leiden tot een beroep op de weerstandscapaciteit, omdat ze beheersbaar zijn door een goede planning & control. Dat geldt ook voor de niet in geld uit te drukken risico’s van bijvoorbeeld vertraging in processen of het niet realiseren van beleidsdoelstellingen.
95
Uitgangspunten berekening Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd. 1. Opgenomen zijn risico’s die, op relatief eenvoudige wijze, financieel zijn te vertalen. 2. Elke risico wordt berekend aan de hand van de volgende parameters: - kans van optreden (bandbreedte 10% - 90%). - minimaal financieel gevolg, verwacht financieel gevolg en maximaal financieel gevolg als het risico zich voordoet. 3. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is ermee rekening gehouden dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 95% van het totaal aan berekende risicobedragen. 4. De gemeente krijgt voor structurele risico’s vier jaar de tijd om de financiële gevolgen van deze risico’s, fasegewijs, in de begroting/meerjarenraming op te nemen. Dit uitgangpunt vertaalt zich in een vermenigvuldigingsfactor van 2,5 voor structurele risico’s (jaar 1: 100%, jaar 2: 75%, jaar 3: 50%, jaar 4: 25%; totaal 250%). 2.2.2 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte kosten (risico’s) op te kunnen vangen.
De weerstandscapaciteit op begrotingsbasis bestaat uit de volgende onderdelen: • de algemene reserves (inclusief algemene reserve grondexploitaties) • de vrije begrotingsruimte (post onvoorziene uitgaven en het begrotingssaldo) • vrij besteedbare bestemmingsreserves • de onbenutte belastingcapaciteit • eventuele stille reserves Ultimo 2020 is de omvang van de genoemde onderdelen als volgt (x € 1.000): Weerstandscapaciteit
Saldo 31-12-2020
Algemene reserve
6.910
Algemene reserve grondexploitaties
3.679
Reserve Borchwerf II
400
Egalisatiereserve rente
1.000
Saldo jaarrekening Onbenutte belastingcapaciteit Stille reserves Totaal weerstandscapaciteit
153 1.937 PM 14.080
Hieronder worden de onderdelen van de weerstandscapaciteit kort toegelicht. Algemene reserve en de algemene reserve grondexploitaties De algemene reserve van de gemeente Halderberge bedraagt per 31 december 2020 € 6.910.000. Dit is een afname ten opzichte van de jaarrekening 2019 (€ 7.632.000). De toelichtingen op de verschillende mutaties zijn opgenomen in de toelichting op de balans. De algemene reserve grondexploitaties dient als buffer om onverwachte verliezen als gevolg van algemene en gebruikelijke risico’s in de grondexploitaties op te vangen. Gedacht kan worden aan conjunctuurrisico’s, renterisico’s, milieu, verwerving, fiscale risico’s, onvoorziene zaken etc. die kunnen leiden tot lagere resultaten op exploitaties dan waarvan in de berekeningen is uitgegaan. Op 31 december 2020 bedraagt de algemene reserve grondexploitaties € 3.679.000. Dit is een lichte daling ten opzichte van de jaarrekening 2019 (€ 3.700.000). De toelichtingen op de verschillende mutaties zijn opgenomen in de toelichting op de balans en de paragraaf Grondbeleid. Reserve Borchwerf II De risicoreserve Borchwerf II is ingesteld bij raadsbesluit van 30 oktober 2003. Gezien de onzekerheden die nog steeds aanwezig zijn bij de ontwikkeling van Borchwerf II is de risicoreserve gehandhaafd op het niveau van vorig jaar. De hoogte van de reserve per 31 december 2020 bedraagt € 400.000. 96
Vrij besteedbare bestemmingsreserves Indien het doel van de bestemmingsreserves is gerealiseerd, worden de resterende saldi van de bestemmingsreserves toegevoegd aan de algemene reserve. Om deze reden zijn er geen “slapende” reserves meer die zonder meer vrij besteedbaar zijn. Deze bestemmingen kunnen wel door de raad worden heroverwogen. Vooralsnog wordt er in het kader van het weerstandsvermogen vanuit gegaan dat deze bestemmingsreserves niet vrij besteedbaar zijn. Onbenutte belastingcapaciteit De ruimte die gemeenten nog hebben om hun tarieven opwaarts bij te stellen (verhoging OZB, doorberekening BTW in tarieven afvalstoffenheffing en rioolrecht), wordt aangeduid als de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bedroeg in 2020 € 1.937.000. Stille reserves Een stille reserve bestaat uit het verschil tussen de boekwaarde en de verwachte verkoopprijs van activa met een economisch nut die snel te verkopen zijn of waarvoor expliciet al een besluit tot verkoop is genomen. Stille reserves zijn over het algemeen lastig in te zetten (slecht verkoopbaar etc.). Stille reserves zullen vaak pas in het laatste stadium kunnen worden ingezet ter dekking van risico’s. In de Financiële verordening Halderberge is dan ook opgenomen dat bij de bepaling van de hoogte van de weerstandscapaciteit geen rekening wordt gehouden met stille reserves.
2.2.3 Risico's In de Programmabegroting 2020 zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de 10 grootste risico’s opgenomen en toegelicht. In deze paragraaf wordt een terugblik gegeven op bestaande risico’s uit de Programmabegroting 2020. Terugblik risico’s In de Programmabegroting 2020 waren de volgende 10 grootste risico’s opgenomen. Risico
Bedrag
Herstructurering WVS
€ 810.000
Tekort jeugdzorg
€ 556.000
Tekort Wmo begeleiding
€ 299.000
CAO en andere loonontwikkelingen
€ 292.000
Niet doorgaan van grondexploitatieprojecten
€ 267.000
Tekort Wmo hulp bij het huishouden
€ 249.000
Wateroverlast
€ 224.000
Vorst- en dooischade
€ 113.000
Schade aan wegen agv omleidingsroutes en sluipverkeer
€ 113.000
Tekort Wmo voorzieningen
€ 101.000
Herstructurering WVS (S) Met de komst van de Participatiewet per 1 januari 2015 hebben de 9 deelnemende gemeenten besloten dat WVS hèt leerwerkbedrijf van de negen gemeenten wordt. WVS biedt, in opdracht van de ISD Brabantse Wal en het Werkplein Hart van West-Brabant, kortlopende leerwerktrajecten aan mensen met een (grotere) afstand tot de arbeidsmarkt aan met als doel deze mensen weer meer kansen te bieden op betaald werk op de reguliere arbeidsmarkt. De omvorming van een SW-bedrijf (dat vooral gericht is op het bieden van werk, het uitvoeren van productie en het genereren van financiële opbrengsten) naar een leerwerkbedrijf (dat vooral de focus heeft op (arbeids-)ontwikkeling en training van mensen) zal niet van het ene op het andere moment gerealiseerd zijn. Verwacht wordt dat deze omvorming (herstructurering) ongeveer 5 jaar in beslag zal nemen. In de afgelopen jaren heeft WVS al ervaring opgedaan met verschillende werkgelegenheidsprojecten waarvan sommigen in opdracht van gemeenten en bedrijfsleven werden verricht. In 2020 heeft de omvorming niet tot extra kosten voor de deelnemende gemeenten geleid.
97
Tekort jeugdzorg: open einde financiering (S) Omdat de uitvoering van de Jeugdwet een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is in de begroting ingeschat op maximaal 10% van het budget voor jeugdzorg. Het tekort op jeugdzorg bedroeg in 2020 € 227.000 ten opzichte van de raming. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de verschillenanalyse in het programma Zorg, jeugd en participatie. Tekort WMO: open einde financiering begeleiding (S) Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening begeleiding een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Voor begeleiding is dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget. In 2020 is de open-einde regeling begeleiding binnen het beschikbare budget uitgevoerd. CAO en andere loonontwikkelingen (S) Voor de ontwikkeling van de salarissen wordt, naast de periodieke verhogingen, rekening gehouden met de loonstijgingen als gevolg van de cao. De huidige cao voor gemeenteambtenaren loopt tot eind 2020. Voor de jaren 2021 en verder is in een loonstijging van 1,5% per jaar in de meerjarenraming opgenomen. Een extra loonstijging van 1% betekent voor Halderberge een structurele stijging van de loonkosten met ca. € 135.000 per jaar.
De vastgestelde cao 2019 - 2020 heeft voor het jaar 2020 niet geleid tot een stijging van de salariskosten. Voor 2021 en volgende jaren is nog geen cao afgesloten. Niet doorgaan van grondexploitatieprojecten (I) Het is mogelijk dat projecten door wet- en regelgeving niet langer uitgevoerd kunnen worden op de manier zoals die eerder gepland waren. Hierdoor kunnen financiële verliezen. Bij het opstellen van de begroting 2020 was er nog onzekerheid over de mogelijke invulling van de locatie Pagnevaartdreef in Bosschenhoofd. Inmiddels is duidelijk dat de eerder geplande woningbouwontwikkeling niet mogelijk is en is besloten om de woning in de huidige staat te gaan verkopen. Bij de slotwijziging 20219 is, op basis van de BBV, de boekwaarde verplicht afgewaardeerd tot een reële taxatiewaarde. Het financiële risico voor dit project is hiermee komen te vervallen. Terkort WMO: open einde financiering hulp bij het huishouden (S) Omdat de uitvoering van de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden een open-einde regeling betreft, bestaat het risico dat het beschikbare budget wordt overschreden. Dit risico is ingeschat op maximaal 10% van het budget voorhulp bij het huishouden. In 2020 is de open-einde regeling hulp bij het huishouden nagenoeg uitgevoerd met een klein tekort van € 11.000 ten opzichte van de raming. Wateroverlast (S) Het klimaat is aan het veranderen.
We krijgen meer en meer te maken met buien waarin binnen een korte tijd veel water valt. Het afwateringssysteem kan dergelijke intensieve regenbuien niet aan. De kans op wateroverlast in zowel stedelijk als landelijk gebied neemt daarom toe. De laatste jaren is daarom enorm veel geïnvesteerd in het treffen van maatregelen om wateroverlast tegen te gaan. Tijdens de zomerstorm van 2020 heeft er op enkele plaatsen kort water op straat gestaan en zijn er enkele putdeksels omhoog gekomen. Dit heeft echter niet geleid tot extra kosten voor de gemeente. De hele systeem van riolering, waterbergingen en overstorten heeft de weersomstandigheden goed opgevangen. Vorst- en doorschade (S) Bij winterse omstandigheden en dan met name de wisseling van vriezen en dooien komt het voor dat deze temperatuurswisselingen problemen veroorzaken in relatie tot de draagkracht van een rijbaan of een andere verhardingsconstructie. Er ontstaat dan veel extra schade aan beton- en asfaltwegen. Met deze mogelijke schades is geen rekening gehouden in de begroting maar vormt wel een risico. Er hebben zich in 2020 geen schades als gevolg van vorst en dooi voorgedaan. Schade aan wegen als gevolg van omleidingsroutes en sluipverkeer (S) Door reconstructies aan wegen kunnen schades ontstaan aan die wegen die worden aangewezen als omleidingsroute bij deze werkzaamheden.
Daarnaast worden wegen ook gebruikt door sluipverkeer omdat het verkeer naast de omleidingsroutes haar eigen weg kiest. Met deze mogelijke schades is geen rekening gehouden in de begroting maar vormt wel een risico. Er hebben zich in 2020 geen dergelijke schades voorgedaan.
98