04 Eindrapport - Onderwijshuisvesting Halderberge.pdf
Tekst van het document
Procesmatige aanbevelingen Herzie de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Actualiseer het IHP vierjaarlijks. Stel om de twee jaar een leerlingenprognose op. Werk de factsheets die in het bijlagedocument36 bij het IHP zijn opgenomen, tweejaarlijks bij op de thema’s ruimtegebruik en beoordeling gebouwen, zodat de gemeenteraad daarmee op de hoogte kan worden gehouden van de voortgang en resultaten van het IHP. Blijf samenwerken aan de duurzaamheidsambities voor de KC’s. Aanbevelingen gericht op de realisatie van projecten ICSadviseurs adviseert een uitvoeringsprogramma op te stellen, waarin de rolverdeling, de te zetten stappen en de detailplanning staan opgenomen. Daarnaast wordt geadviseerd om een Plan van Aanpak op te stellen voor het hergebruik of de herontwikkeling van locaties die op termijn vrijvallen.
34 Gemeente Halderberge. (2021, 18 maart). Integraal Huisvestingsplan Halderberge. p. 15. Geraadpleegd via
https://gemeenteraad.halderberge.nl/Vergaderingen/Gemeenteraad/2021/18-maart/19:30/Integraal-Huisvestingsplan-opvangen-onderwijshuisvesting-IHP 35 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. (2021, december). Frisse Scholen Proceshandleiding 2021. p. 4. Geraadpleegd via https://www.rvo.nl/sites/default/files/2022-08/frisse-scholen-proceshandleiding.pdf 36 Gemeente Halderberge. (2021). Bijlagen Integraal Huisvestingsplan Halderberge. Geraadpleegd via https://gemeenteraad.halderberge.nl/Documenten/Bijlage-1-Rapportage-IHP-opvang-en-onderwijshuisvesting-Halderberge.pdf
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 28
In het IHP wordt daarnaast geadviseerd om gezamenlijk vanuit de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties over de plannen en de planning te communiceren richting inwoners, en specifiek leerlingen en ouders.
Opvolging aanbevelingen Na de vaststelling van het IHP is de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs herzien. De gemeente Halderberge heeft hiervoor, zoals in de aanbeveling ook wordt geadviseerd, gebruik gemaakt van de modelverordening van de VNG. Ook de tweede procesaanbeveling lijkt te worden gaan opgevolgd, want de gemeente heeft de ambitie om eind 2025/begin 2026 het IHP te kunnen actualiseren. Ook de derde aanbeveling is ter harte genomen door de gemeente. Waar voorheen eens in de vijf jaar een leerlingenprognose werd uitgevoerd, doet de gemeente dit nu elke twee jaar, conform de aanbeveling. Ook heeft de gemeente een actueel beeld van de capaciteit, waardoor de gemeente de verhouding tussen vraag (aantal leerlingen) en aanbod (capaciteit) in beeld heeft. De gemeente heeft geen uitvoering gegeven aan de vierde aanbeveling (het tweejaarlijks actualiseren van de factsheets). Dat is tot op heden niet gebeurd. Wel wordt elk kwartaal een rapportage van de lopende projecten gemaakt, waarin de stand van zaken per project wordt gemeld. In paragraaf 2.3. gaat de rekenkamer verder in op de monitoring en evaluatie van het onderwijshuisvestingsbeleid. De laatste proces-aanbeveling heeft betrekking op de duurzaamheidsambities.
Hierin laat de gemeente de scholen binnen de geldende regelgeving vrij om zelf keuzes te maken en deze zelf te financieren, al ziet de gemeente wel dat ook op dit onderdeel de kosten scherp zijn gestegen. De opvolging van de aanbevelingen over de realisatie van projecten, krijgen minder opvolging. De eerste aanbeveling (stel een uitvoeringsprogramma op) is niet op die manier opgevolgd. Er is geen overkoepelend uitvoeringsprogramma voor het IHP. Wel zijn er per lopend project businesscases opgesteld, waarin onder andere wordt ingegaan op de rolverdeling, detailplanning en de te doorlopen stappen (zie ook hoofdstuk 2). De gemeente heeft de tweede aanbeveling over het opstellen van een Plan van Aanpak voor vrijvallende locaties niet opgevolgd. Voor de derde aanbeveling loopt de gemeente tegen knelpunten aan. Uit de gesprekken blijkt dat de afstemming tussen schoolbesturen en de gemeente over lopende projecten soms beter kan. De afspraken wie wat naar wie communiceert zijn niet altijd helder, waardoor zowel bij omwonenden van de scholen als bij ouders met kinderen op de scholen onduidelijkheid kan ontstaan. De gemeente wil bij de actualisatie van het IHP eind 2025 de ingezette koers blijven volgen Het IHP wordt eind 2025/begin 2026 geactualiseerd. Dit is vier jaar nadat het IHP is opgesteld. Daarmee volgt de gemeente Halderberge de aanbeveling van ICSadviseurs in het IHP op.
In de gesprekken wordt aangegeven dat de herziening geen koerswijziging wordt: inhoudelijk blijft de strekking van het IHP hetzelfde. De actualisatie heeft met name betrekking op de kengetallen en de planning, die beide niet meer actueel zijn. Daarnaast wil de gemeente enkele nieuwe aandachtspunten verwerken in het IHP. Waar het huidige IHP alleen voorziet in reguliere bouw, wil de gemeente in het nieuwe IHP ook de mogelijkheden voor semipermanente huisvestingsoplossingen onderzoeken. Met deze concepten kan namelijk beter ingespeeld worden op groei en krimp. Ook wil de gemeente meer aandacht geven aan de aansluiting tussen de huisvesting en het onderwijstype.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 29
1.3. Reflectie op het Halderbergse beleidskader in relatie tot de wetswijziging Kernbevinding: Bij de Tweede Kamer ligt momenteel het Wetsvoorstel planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting voor. Met dit wetsvoorstel wordt het voor gemeenten verplicht om een IHP op te stellen. Gemeenten worden daarnaast verantwoordelijk voor renovatie. Schoolbesturen moeten volgens het wetsvoorstel een meerjarenonderhoudsplan gaan vaststellen en voorleggen aan de gemeente. Ook heft het wetsvoorstel het investeringsverbod in primair onderwijs op, waardoor schoolbesturen net als bij het voortgezet onderwijs ook zelf mogen investeren in exploitatie. De gemeente Halderberge voldoet op dit moment al grotendeels aan al deze vereisten. Met de Wet doelmatige aanpak onderwijshuisvesting wordt het verplicht voor gemeenten om een integraal huisvestingsplan (IHP) vast te stellen Op 29 januari 2025 is het Wetsvoorstel planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting naar de Tweede Kamer gestuurd. Het plenaire debat in de Tweede Kamer staat gepland voor maart 2026. Het is dus mogelijk dat aspecten van het wetsvoorstel nog zullen wijzigen. De belangrijkste wijzigingen in het huidige wetsvoorstel zijn:
Het wordt verplicht voor gemeenten om een integraal huisvestingsplan (IHP) vast te stellen, met daarin: o Een beschrijving van elk schoolgebouw op het grondgebied van de gemeente;37 o De geraamde investeringsbedragen per schoolgebouw voor een periode van vier jaar; o Het beleid voor de onderwijshuisvesting in relatie tot de leerlingenprognose.38 Het wordt verplicht voor schoolbesturen om een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vast te stellen en dit te delen met gemeenten ten behoeve van het IHP; Gemeenten worden verantwoordelijk voor renovatie en dit wordt gezien als volwaardig alternatief voor nieuwbouw; Het investeringsverbod in primair onderwijs wordt opgeheven: schoolbesturen mogen zelf ook investeren in exploitatie, net zoals dat bij het voortgezet onderwijs al mocht.
De belangrijkste wijziging, waar gemeenten direct mee aan de slag moeten, betreft het IHP. Dit IHP moet ten minste bestaan uit een beschrijving van alle in de gemeente aanwezige schoolgebouwen, geraamde investeringsbedragen voor die schoolgebouwen voor de komende vier jaar en het beleid voor onderwijshuisvesting in relatie tot het aantal verwachte leerlingen.39 Gemeenten krijgen een kleine
37 De omschrijving van het schoolgebouw moet bestaan uit in ieder geval: de kadastrale gegevens van het perceel, het bouwjaar,
het bruto vloeroppervlakte, de bouwtechnische staat, de functionaliteit van het gebouw in relatie tot de onderwijsvorm, het energieverbruik, de overige exploitatielasten, de verwachte technische levensduur, de duurzaamheid van het gebouw, de aanwezige sportvoorzieningen, de wijze waarop afstemming heeft plaatsgevonden met de meerjarenonderhoudsplannen, de voornemen voor het schoolgebouw in de periode van 12 jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor het plan geldt. 38 Wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting, Artikel 1B 39 Wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting, artikel 1B en artikel 3B
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 30
extra bijdrage via het gemeentefonds om het IHP op te stellen, maar de VNG gaf in februari 2025 aan dat de middelen niet toereikend zijn, mede omdat de tijdsinschatting niet geheel realistisch is.40 De gemeente Halderberge voldoet momenteel grotendeels aan de vereisten die de wetswijziging met zich meebrengt Door in 2021 een IHP vast te stellen, voldoet gemeente Halderberge al grotendeels aan de vereisten die de geplande wetswijziging voorschrijft. Bij de actualisatie van het IHP eind 2025 kan de gemeente de punten waar het IHP nu nog niet aan voldoet nog corrigeren. Dat betreft met name een beschrijving van de functionaliteit van het gebouw in relatie tot de onderwijsvorm, de wijze waarop afstemming heeft plaatsgevonden met de meerjarenonderhoudsplannen van de scholen, en een explicietere doorkijk naar de voornemens voor het gebouw in de twaalf jaar nadat het IHP afloopt. Wat betreft de belangrijke wijziging op het gebied van renovatie, voldoet de gemeente al aan het nieuwe wetsvoorstel.
40 Binnenlands Bestuur. (2025, 13 februari). Gemeenten kritisch over tijd en kosten voor huisvestingsplan onderwijs.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 31
Tabel 3: Wettelijke vereisten IHP volgens het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting.
Wettelijk vereiste
Wordt in huidige IHP voldaan aan deze vereiste?
De gemeenteraad stelt een integraal huisvestingsplan vast, dat in elk geval bevat:
Ja, het IHP is door de gemeenteraad vastgesteld op 18 maart 2021
Een beschrijving van elk schoolgebouw op het grondgebied van de gemeente
Ja, alle basisscholen en het Markland College hebben een plek in het IHP.
De geraamde investeringsbedragen per gebouw voor een periode van 4 jaar
Ja, het IHP bevat de totaal geraamde investering voor de periode 2020-2024 en 2025-2035, en in Bijlage 6 staat deze uitgesplitst per gebouw.
Het beleid voor de onderwijshuisvesting in relatie tot de prognose van het aantal leerlingen in de gemeente in de periode waarop het plan betrekking heeft.
Ja, de verhouding tussen beschikbare en benodigde capaciteit wordt per locatie in het IHP duidelijk weergegeven en de keuze voor groei of krimp wordt hier mede op gebaseerd.
Elk schoolgebouw wordt aangeduid met: De kadastrale gegevens van het perceel
Ja, in het bijlagendocument van het IHP.
Het bouwjaar, het bruto vloeroppervlakte, de bouwtechnische staat, de functionaliteit van het gebouw in relatie tot de onderwijsvorm, het energieverbruik, de overige exploitatielasten, de verwachte technische levensduur en de duurzaamheid van het gebouw.
Deels. Alleen de functionaliteit van het gebouw in relatie tot de onderwijsvorm komt niet bij elk schoolgebouw even expliciet aan bod. In het wetsvoorstel is deze vereiste opgenomen om beter te kunnen inspelen op verschillende behoeften in het kader van passend en inclusief onderwijs.41
De aanwezige sportvoorzieningen
Ja, in het bijlagendocument van het IHP.
De wijze waarop afstemming heeft plaatsgevonden met de meerjarenonderhoudsplannen.
Nee.
De voornemens voor het schoolgebouw in de periode van twaalf jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor het plan geldt.
Nee, de leerlingenprognoses lopen t0t 2035 (periode van elf jaar nadat het plan afloopt) en de doorkijk voor wat dat betekent per schoolgebouw wordt niet altijd expliciet beschreven.
41 Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2025). Memorie van toelichting op de Wet planmatige aanpak
onderwijshuisvesting, p. 19
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 32
2. De uitvoeringspraktijk In dit hoofdstuk behandelt de rekenkamer de uitvoeringspraktijk van het onderwijshuisvestingsbeleid in Halderberge. Daarbij gaat de rekenkamer in op de organisatie van onderwijshuisvestingsbeleid, de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden en de samenwerking met schoolbesturen en andere betrokken partners. Hiermee beantwoordt de rekenkamer de volgende deelvragen: 4. Op welke wijze wordt het onderwijshuisvestingsbeleid uitgevoerd? a. Hoe zijn de visie, doelen en ambities van de gemeente vertaald naar organisatie en uitvoeringsmaatregelen? b. Hoe zijn rollen en verantwoordelijkheden hierbij verdeeld tussen de gemeente, schoolbesturen en andere betrokken partners? c. Hoe wordt de voortgang van het onderwijshuisvestingsbeleid, specifiek het integraal huisvestingsplan 2021, gemonitord en geëvalueerd? 5. Hoe verloopt de samenwerking tussen de gemeente, de schoolbesturen en andere betrokken partners en welke ervaringen, wensen en verwachtingen hebben samenwerkingspartners hierbij?
2.1. Vertaling van het IHP naar het uitvoeringsprogramma Kernbevinding: Met het IHP als kader heeft de gemeente samen met de schoolbesturen diverse businesscases en projectopdrachten uitgewerkt voor de renovatie, verbouw en nieuwbouw van scholen. Voor projecten doen partijen een formele aanvraag bij de gemeente. Het college stelt de businesscase en bekostiging van projecten vast en verzoekt de gemeenteraad het benodigde krediet beschikbaar te stellen. De jaarlijkse financiële consequenties neemt het college op in de planning- en controlecyclus. De gemeente Halderberge kent tien scholen die onder drie verschillende schoolbesturen vallen In onderstaande tabel brengt de rekenkamer in beeld welke scholen in de gemeente Halderberge zijn gehuisvest en waarvoor de gemeente Halderberge de verantwoordelijkheid voor de huisvesting draagt.42 Ook geeft de rekenkamer kort weer welke opgave er ten tijde van het opstellen van het huidige IHP voor deze scholen lag.
42Prinsentuin Oudenbosch ligt binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Halderberge, maar valt onder het bevoegd gezag
van het Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) West Brabant. Gemeente Halderberge is niet verantwoordelijk voor de huisvesting van deze school.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 33
Tabel 44: Scholen in de gemeente Halderberge
School en plaats
Schoolbestuur
Opgave in IHP
KC De Regenboog, Oudenbosch
Stichting OBO West-
Gedateerd gebouw, en school is al sinds 2002
Brabant
gevestigd op twee locaties. Wens om één locatie te betrekken die voldoende ruimte biedt.
De Klinkert, Oudenbosch
Borgesiusstichting
Uitbreiding op de korte termijn ten behoeve van een permanente oplossing voor de tijdelijke huisvesting.
De Bukehof, Oudenbosch
Borgesiusstichting
Zwaar verouderd gebouw, normatieve overcapaciteit, gericht op nieuwbouw.
Sterrenschool De Schittering,
Borgesiusstichting
Geen ingrepen nodig, in stand houden.
Stichting Markland
Ruime overcapaciteit en verouderde delen,
College
aanleiding om in te grijpen.
TaLente, Oud Gastel
Borgesiusstichting
TaLente en De Linde zijn samen gehuisvest in
De Linde, Oud Gastel
Stichting OBO West-
Futura. Volgens de prognose tekort aan
Brabant
onderwijscapaciteit, dus uitbreiding op korte
Oudenbosch Markland College, Oudenbosch
termijn nodig. Kindcentrum De Steiger,
Borgesiusstichting
Geen ingrepen nodig, in stand houden.
Borgesiusstichting
Tekort aan onderwijscapaciteit, uitbreiding op
Stampersgat Uniek, Hoeven
korte termijn noodzakelijk. ’t Bossche Hart, Bosschenhoofd
Borgesiusstichting
Verwacht tekort aan onderwijscapaciteit, uitbreiding nodig.
De gemeente loopt bij elke aanvraag vijf stappen door en vertaalt daarbij de uitgangspunten uit het IHP tot een uitvoeringsprogramma Hieronder gaat de rekenkamer verder in op de stappen die de gemeente (in samenwerking met de scholen) zet om het IHP te vertalen naar een uitvoeringsprogramma. Dit proces bestaat uit een aantal vaste stappen die bij ieder project min of meer op dezelfde manier worden doorlopen. Per stap geeft de rekenkamer een korte toelichting.
Leerlingenprognose en opgave IHP
Huisvestingsaanvraag school
Uitwerking in businesscase en besluitvorming
Aanbesteding
Uitvoering project
Figuur 1: Stappen van IHP naar uitvoering projecten
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 34
Stap 1: Het IHP met de leerlingenprognose en inhoudelijke opgave per school vormt de basis Het IHP vormt het startpunt voor onderwijshuisvestingsprojecten. In het IHP is een toelichting opgenomen over de leerlingenprognoses, die tot stand zijn gekomen op basis van verwachte demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op het gebied van woningbouw. In hoofdstuk 1 heeft de rekenkamer al toegelicht hoe de inhoudelijke opgave per school tot stand komt. Ook staan er in het IHP uitgangspunten op het gebied van kosten per vierkante meter, de kostenverdeling tussen scholen en de gemeente, en duurzaamheidsrichtlijnen. Het IHP bevat dus de – door de raad vastgestelde – kaders, maar er zijn meer details nodig om tot uitvoering over te kunnen gaan. De gemeente Halderberge heeft geen overkoepelend uitvoeringsprogramma voor het IHP vastgesteld. De detailplanning wordt dus voor ieder project afzonderlijk verwerkt in een businesscase. Stap 2: De schoolbesturen dienen een aanvraag in bij de gemeente Voordat een businesscase kan worden opgesteld, moeten de schoolbesturen een huisvestingsaanvraag indienen bij de gemeente.
Conform de onderwijshuisvestingsverordening moet deze aanvraag voor 1 februari van het kalenderjaar worden ingediend, maar hier gaat de gemeente blijkens de gevoerde gesprekken in de praktijk soepel mee om..43 De gedane aanvraag wordt beoordeeld door de gemeente, mede aan de hand van de afspraken in het IHP. Ook voert de gemeente met het betrokken schoolbestuur verder overleg over de aanvraag en hoe deze aanvraag past binnen de kaders van het IHP. Stap 3: Scholen en gemeente werken een businesscase uit, college en raad besluiten over de investering Op basis van de wensen van de school, de wensen van de gemeente en de afspraken in het IHP wordt er vervolgens een businesscase ontwikkeld. Deze wordt altijd opgesteld in samenwerking tussen de gemeente en de betrokken onderwijsstichting, soms ook met externe hulp van een adviesbureau. In bepaalde gevallen, zoals bij multifunctionele accommodatie (MFA) Futura, wordt er vooraf aan de businesscase eerst een programma van eisen vastgesteld.44 Bij het opstellen van de businesscase wordt ook de eerste gedetailleerdere kostenraming opgesteld. De businesscase, inclusief bijbehorende kostenraming, wordt vastgesteld door het college. Vervolgens is het aan de raad om het bijbehorende krediet beschikbaar te stellen.
Het college neemt in de praktijk geen apart besluit over het bekostigingsplafond De onderwijshuisvestingsverordening gaat ervan uit dat het college jaarlijks een bekostigingsplafond vaststelt voor onderwijshuisvesting. In de praktijk stelt het college wel jaarlijks een investeringsprogramma vast als onderdeel van de gemeentebegroting, maar neemt het college geen afzonderlijk besluit over een bekostigingsplafond onderwijshuisvesting. Gesprekspartners
43 Gemeente Halderberge. (2022, 19 april). Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Artikel 6, 2e lid. 44 Gemeente Halderberge (2025). Overzicht van onderwijshuisvestingsprojecten periode 2020-heden, verstrekt aan de
onderzoekers t.b.v. dit onderzoek.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 35
geven aan dat huisvestingsaanvragen gedurende het gehele jaar binnen kunnen komen en dat dit niet altijd vóór 1 februari voorafgaand aan het jaar van vaststelling lukt. De gemeente wijst de onderwijsstichtingen wel op de werkwijze conform de verordening en streeft ernaar om aanvragen zo veel mogelijk te stroomlijnen conform de verordening, maar accepteert momenteel dat aanvragen ook later binnenkomen. Hierdoor is er een praktijksituatie ontstaan die wat afwijkt van de verordening, waarbij college en raad per project een besluit nemen over de investeringen in onderwijshuisvesting en er geen apart besluit wordt genomen over het bekostigingsplafond, anders dan de uitwerking van de financiële consequenties in de P&C-stukken. Stap 4 en 5: Na kredietverstrekking wordt het project aanbesteed en uitgevoerd Nadat de raad het krediet heeft verleend, kan de uitvoering van het project van start gaan. Hierbij is het uitgangspunt dat de betrokken onderwijsstichting het bouwheerschap op zich neemt. Dat betekent dat de scholen zelf de aanbesteding doorlopen en dat de gemeente hierbij slechts een ondersteunende en faciliterende rol inneemt. De scholen kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van het inkoopbureau van de gemeente.
Deze rolverdeling is bewust gekozen, omdat de scholen de uiteindelijke gebruikers van de gebouwen zijn: zij weten het beste hoe ze het onderwijs vorm (willen) geven en hoe zij de huisvesting het beste kunnen benutten. De scholen kiezen daarom binnen de gestelde kaders zelf wat bij hen past. Hier schuilt wel een risico in, zo blijkt uit de gevoerde gesprekken. Het is voorgekomen dat de gemaakte afspraken niet door alle partijen hetzelfde werden geïnterpreteerd, of niet goed waren vastgelegd. In paragraaf 2.4 gaat de rekenkamer hier nader op in. In enkele situaties wijkt de gemeente af van deze standaardafspraak en neemt de gemeente, indien daar goede redenen voor zijn, het bouwheerschap zelf op zich. Dit doet de gemeente – in overleg met de onderwijsstichting – met name als het gebouw een multifunctioneel doel krijgt, of als het project samenvalt met de herontwikkeling van een groter gebied. De gemeente neemt het bouwheerschap op zich bij complexere ontwikkelingen Uit de gevoerde gesprekken komen twee voorbeelden naar voren waarbij de gemeente (ten dele) het bouwheerschap op zich nam: de huisvesting van basisscholen in MFA ’t Bossche Hart in Bosschenhoofd en in MFA Futura in Oud Gastel. De verbouwing van ’t Bossche Hart bestond uit twee fasen, waarbij de eerste fase zich richtte op de onderwijshuisvesting en de tweede fase op huisvesting van kinderopvang.
Voor de onderwijshuisvesting nam de gemeente het bouwheerschap op zich omdat bij deze casus meerdere organisaties betrokken waren, waaronder naast de Borgesiusstichting ook de woningcorporatie Woonkwartier, de kinderopvangorganisatie en stichting Groenhuyzen (ouderenzorg). Voor de verbouwing van MFA Futura, waar de scholen TaLente en De Linde gevestigd zijn, was er ook sprake van een complex speelveld met meerdere partijen. Bij de beide scholen waren respectievelijk de Borgesiusstichting en Stichting OBO betrokken, maar ook voetbalvereniging SC Gastel maakte gebruik van ruimtes in Futura. De omvang is in deze gevallen dusdanig groot dat de opgave niet alleen bij de schoolbesturen kan worden gelegd. Ook kan de gemeente in deze gevallen beter regie voeren op de samenwerking
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 36
tussen meerdere partijen. Tegelijkertijd is het in deze situaties volgens gesprekspartners wel belangrijk dat de gemeente de scholen actief blijft betrekken conform de uitgangspunten in het IHP. Nadat het krediet is verleend, wordt het project belegd bij een projectleider van de afdeling Ruimtelijke Ordening, die toeziet op de uitvoering van het project. De projectleider is verantwoordelijk voor het samenbrengen van informatiestromen van verschillende afdelingen (juridisch, verkeer, groenbeleid, communicatie, etc.) en houdt regie op de met de scholen gemaakte afspraken. De (financiële) verantwoording over de voortgang en afronding van projecten vindt plaats via de reguliere P&C-cyclus (zie verder ook paragraaf 2.3 en hoofdstuk 3).
2.2. Verdeling van rollen en verantwoordelijkheden Kernbevinding: Binnen de gemeente is een beleidsmedewerker onderwijshuisvesting ambtelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het IHP en richt een beleidsmedewerker onderwijs zich op de ontwikkeling van de kindcentra’s en het onderwijsachterstandenbeleid. Voor de diverse projecten wordt per project een projectorganisatie ingericht met een projectleider. Voor de ontwikkeling van de kindcentra huurde de gemeente aanvankelijk een coördinator kindcentra in. Momenteel delen de scholen en de gemeente de coördinatie van deze ontwikkeling. De gemeente en de scholen overleggen periodiek over de voortgang van projecten op verschillende niveaus. Daarvoor is een uitgebreide overlegstructuur opgezet. De beleidsmedewerker onderwijshuisvesting is verantwoordelijk voor het IHP, specifieke projecten kennen een eigen projectorganisatie Op het moment van schrijven kent de gemeente Halderberge twee beleidsmedewerkers die zich bezighouden met onderwijs, waarvan één beleidsmedewerker zich richt op onderwijshuisvesting en één beleidsmedewerker op de ontwikkeling van de kindcentra’s en het onderwijsachterstandenbeleid. De beleidsmedewerker onderwijshuisvesting is verantwoordelijk voor het opstellen en de uitvoering van het beleidskader (IHP, huisvestingsverordening en visie kindcentra) en bereidt besluiten voor het college en de raad voor.
De beleidsmedewerker onderwijshuisvesting is daarnaast de primaire contactpersoon bij de gemeente voor de onderwijsstichtingen en kinderopvangorganisaties en voert periodiek overleg met deze partijen. In paragraaf 2.4 gaat de rekenkamer verder in op de samenwerking tussen de gemeente en de scholen. Voor de uitvoering van projecten wordt zoals hierboven beschreven een projectleider van de afdeling Regie en Verbinding aangewezen. De beleidsmedewerker onderwijshuisvesting blijft echter wel betrokken bij de uitvoering van projecten en staat daarvoor in nauw contact met de projectleiders. De coördinatie van de ontwikkeling van de kindcentra is in de loop der jaren verschillend ingevuld Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat de eigenlijke uitvoering van het visiedocument Kindcentra (vastgesteld in 2019) begin 2021 startte. Hiervoor gaf de gemeente opdracht aan een coördinator kindcentra op inhuurbasis. De coördinator hanteerde naast het visiedocument ook het Handboek Kindcentrum van stichting Sardes. Dit handboek omschrijft de diverse stappen in de
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 37
ontwikkeling van een kindcentrum.45 Op basis van beide stukken bepaalde de coördinator in samenspraak met de scholen welke stappen gezet moesten worden. Aanvankelijk bestonden er grote verschillen per locatie: op bepaalde locaties was er al voorschoolse educatie en kinderopvang aanwezig, bij andere scholen niet. Bovendien was niet voor iedere locatie duidelijk hoe de huisvesting er op langere termijn zou zien. Inmiddels is elke locatie een KC, maar is de wijze waarop wordt samengewerkt en hoe ver men staat in deze samenwerking verschillend per KC.. In 2023 besloten de gemeente en de schoolbesturen dat de coördinatie van de ontwikkeling van kindcentra door de scholen zelf kon worden opgepakt. Hierdoor hield de functie coördinator kindcentra op te bestaan. Wel blijkt uit de gevoerde gesprekken dat de gemeente actief betrokken bleef bij de ontwikkeling van de kindcentra en dat een beleidsmedewerker onderwijs momenteel een wat meer coördinerende rol speelt. Dit omdat de onderwijspartijen de coördinatie moeilijk zelfstandig op stabiele wijze konden invullen wegens hoog personeelsverloop. De gemeente voert regelmatig overleg met de kindcentra Blijkens de gesprekken overlegt de gemeente twee keer per jaar met ieder kindcentrum, waarbij het handboek van Sardes minstens eenmaal per jaar als toetsingskader voor de ontwikkeling wordt gebruikt.
Daarnaast voert de gemeente ook tweemaal per jaar bestuurlijk LEA (Lokale Educatieve Agenda)-overleg met de scholen, kinderopvangorganisaties en andere jeugdpartners. Eén van deze jaarlijkse overleggen richt zich op de rode draden op de verschillende locaties, het andere op het ontwikkelingsproces van de kindcentra. Daarnaast neemt de beleidsmedewerker onderwijs eens in de zes weken deel aan het REA-overleg (Regionale Educatieve Agenda), waarin regionale ontwikkelingen worden besproken en ervaringen uitgewisseld. Naast de gemeente Halderberge nemen ook de gemeenten Drimmelen, Moerdijk, Roosendaal en Rucphen aan dit overleg deel.46 Al deze overleggen vinden plaats in het kader van de wettelijke taken rond het passend onderwijs en de Jeugdwet. Sinds 2024 kunnen kindcentra aanspraak maken op een stimuleringsbijdrage van de gemeente. Het college heeft daarnaast in 2025 een integraal gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleidskader vastgesteld en een bijbehorende subsidieregeling vastgesteld. De subsidie voorziet in een jaarlijks bedrag per kindcentrum.
De betreffende school en kinderopvangorganisatie kunnen dit gezamenlijk aanvragen.47 De gemeente voert periodiek overleg met de scholen en kinderopvangpartners over de voortgang van het IHP en projecten Voor de afstemming tussen de scholen, kinderopvangpartners (wanneer van toepassing) en de gemeente hebben de samenwerkingspartners een vaste overlegstructuur opgezet, zo blijkt uit de gevoerde gesprekken. Twee keer per jaar vindt het Bestuurlijk Overleg Onderwijs Halderberge (BOOH) plaats tussen de bestuurlijk portefeuillehouder onderwijshuisvesting en een bestuurlijke afvaardiging
45 Stichting Sardes (2025). Handboek Kindcentra. Geraadpleegd via: https://sardes.nl/publicatie/handboek-kindcentra/. 46 Stichting Samenwerkingsverband (VO) Roosendaal e.o. en Stichting Samenwerkingsverband Roosendaal-Moerdijk (PO) (2025).
Regionaal Educatieve Agenda 2022-2025. 47 Gemeente Halderberge (2025). Subsidieregeling gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Geraadpleegd via: https://www.halderberge.nl/subsidieregeling-gemeentelijk-onderwijsachterstandenbeleid.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 38
van de schoolbesturen. Met de directeuren bedrijfsvoering van de Borgesiusstichting en Stichting OBO vindt respectievelijk eens in de acht en eens in de tien weken overleg plaats over de voortgang van de projecten waarbij de respectievelijke stichtingen betrokken zijn. Namens de gemeente zijn zowel de bestuurlijk portefeuillehouder als de beleidsmedewerker onderwijshuisvesting bij deze overleggen aanwezig. Verder is er een maandelijks overleg van zowel de stuurgroep als de projectgroep huisvestingsprojecten, ook gericht op de voortgang van diverse projecten. In beide gremia zijn de gemeente en de onderwijsstichtingen vertegenwoordigd. In aansluiting op deze uitgebreide overlegstructuur vindt ook wanneer nodig tussentijds (casuïstisch) overleg plaats. Blijkens de gevoerde gesprekken wordt de voortgang van (de ambities van) het IHP als geheel niet zo zeer in deze overleggen besproken, maar zijn de overleggen meer gericht op de voortgang van de projecten die hieruit voortkomen.
2.3. Monitoring en evaluatie van het onderwijshuisvestingsbeleid Kernbevinding: De gemeente monitort de voortgang van het IHP op projectniveau, maar er is geen monitoringssysteem onderwijshuisvesting. Per kwartaal monitort de gemeente de voortgang van het IHP op projectniveau in de P&C-cyclus (zomernota, begroting, winternota, jaarrekening). Bij de herijking van het IHP vindt geen separate evaluatie plaats. De gemeente monitort de voortgang van het IHP op projectniveau Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat de gemeente Halderberge de voortgang van het IHP op projectniveau monitort in de vaste overlegstructuur met de scholen. Zoals in hoofdstuk 1 benoemd zijn er bij het IHP per school factsheets opgesteld met informatie over de staat en capaciteit van de gebouwen, de (verwachte) aantallen leerlingen en de jaarlijkse exploitatielasten. Deze factsheets zijn sinds 2021 niet meer geactualiseerd. Er is daardoor op dit moment geen actueel overkoepelend overzicht van de staat van de gebouwen op schrift, hoewel de situatie per gebouw wel op projectbasis in beeld is bij zowel de gemeente als de scholen. Bij de herijking van het IHP eind 2025 zullen de gegevens worden geüpdatet, zo geven gesprekspartners aan.
In de jaarlijkse P&C-cyclus (zomernota, begroting, winternota, jaarrekening) monitort de gemeente de voortgang van de diverse programma’s, waaronder het programma onderwijs, sport en cultuur waar onderwijshuisvesting onder valt. In de P&C-cyclus monitort de gemeente de doelstellingen uit het collegewerkprogramma. Voor onderwijshuisvesting zijn dit de doelstellingen: ‘We voeren de plannen uit, zoals die zijn vastgelegd in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Opvang en onderwijshuisvesting’ en ‘Verdere ontwikkeling van de integrale kindcentra; hierin werken kinderopvang en (basis)onderwijs zoveel mogelijk samen.’ In de P&C-cyclus geeft de gemeente per doelstelling een korte inhoudelijke verantwoording. In hoofdstuk 3 gaat de rekenkamer nader in op de informatievoorziening aan de raad in de P&C-cyclus. Zoals in hoofdstuk 1 toegelicht heeft de gemeente er wel voor gekozen om de frequentie van de leerlingenprognoses op te hogen van eens in de vijf jaar naar eens in de twee jaar. Blijkens de gevoerde gesprekken stelt dit de gemeente en scholen in staat om beter te kunnen anticiperen op tussentijdse ontwikkelingen en zijn trends in leerlingenaantallen in de loop der tijd op deze manier beter te duiden. Bij de herijking van het IHP vindt geen separate evaluatie plaats
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 39
Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat de herijking van het IHP niet gepaard gaat met een separate evaluatie van de afgelopen vier jaar. In de gesprekken die de gemeente in het kader van de herijking met de scholen voert, wordt volgens partners wel gekeken naar de voortgang van het IHP en wil de gemeente lessen uit de voorgaande periode meenemen. In de volgende paragraaf gaat de rekenkamer hier verder op in.
2.4. Samenwerking en ervaringen uit de praktijk Kernbevinding: De gemeente en scholen hechten veel waarde aan de samenwerking op het gebied van onderwijshuisvesting. De samenwerkingspartners zijn tevreden over de nauwe contacten en weten elkaar te vinden wanneer dat nodig is. Tegelijkertijd lopen de samenwerkingspartners in de praktijk aan tegen diverse knelpunten, zoals de vraag wie wanneer precies verantwoordelijk is, het opvolgen van afspraken, maar ook de lange doorlooptijd en financiële knelpunten die gepaard gaan met veel projecten. Gemeente en scholen hechten veel waarde aan de samenwerking bij onderwijshuisvesting, maar er is ruimte voor verbetering In de gesprekken is naar voren gekomen dat er tussen de onderwijsbesturen en de gemeente korte lijnen bestaan en dat zij het belangrijk vinden om met elkaar in verbinding te blijven. Gemeente en schoolbesturen weten elkaar te vinden. Tegelijkertijd zien de schoolbesturen kansen waarmee de samenwerking met de gemeente kan worden versterkt. Aan de verwachtingen die in het IHP worden gesteld, kan niet altijd worden voldaan Uit de gesprekken blijkt dat de afspraken die in het IHP zijn gemaakt, de schoolbesturen in de praktijk minder zekerheden geven dan zij hadden gehoopt.
Beide schoolbesturen hebben in de gesprekken een voorbeeld gegeven van een casus waarin (nog) niet is of kon worden voldaan aan de verwachtingen die bij de vaststelling van het IHP zijn geschept. De schoolbesturen zien daarnaast dat de afspraken die bij het vormgeven van onderwijshuisvesting worden gemaakt, niet altijd duidelijk en strak genoeg worden gemaakt. Dit is bijvoorbeeld het geval als het gaat over groeibewegingen in leerlingenaantallen en over de samenwerking tussen de verschillende gebruikers van een KC. Nu wringt het soms in de uitvoering van de verschillende projecten. De gesprekspartners geven daarnaast aan dat de afspraken niet altijd goed genoeg worden vastgelegd. Tijdens het proces ontstaat dan onduidelijkheid over de kaders. Eén van de schoolbesturen licht toe dat de communicatie over lopende projecten soms moeizaam verloopt en dat het procesinhoudelijk lastig kan zijn om tot afspraken te komen en om elkaar aan die afspraken te houden. Uit de gesprekken blijkt dat het ook voor de gemeente moeilijk kan zijn om grip te houden op de gemaakte afspraken in het businessplan. Tijdens de uitvoering staat de gemeente namelijk op enige afstand, doordat de scholen – volgens het uitgangspunt – normaliter het bouwheerschap op zich nemen.
Het gebrek aan goede afspraken wordt deels ook veroorzaakt door het verloop van personeel (aan zowel de kant van de gemeente als aan de kant van de schoolbesturen) en de inzet van extern
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 40
ingehuurd personeel. De personen met wie de afspraken zijn gemaakt, zijn niet altijd de personen die betrokken zijn bij de uitvoering. Hierdoor is het extra belangrijk om de strakke afspraken goed vast te leggen voor alle partijen. Dat kan, zeker op locaties waar meerdere partners en gebruikers met elkaar samenwerken, tot onduidelijkheden leiden. Met de schoolbesturen is ook gesproken over de grootte van scholen. Beide schoolbesturen zien dat schoolgebouwen vaak te klein worden gebouwd. Als het gaat om onderwijshuisvesting, is er over het algemeen sprake van een lange aanlooptijd. Tussen planvorming en uitvoering zit een ruime periode, waardoor het uiteindelijke resultaat soms enigszins achterhaald kan zijn. Dat is niet alleen in de gemeente Halderberge het geval, maar is ook iets wat de schoolbesturen terugzien in andere gemeenten in Nederland. Als mogelijke oplossing wordt het intekenen en planmatig meenemen van overcapaciteit genoemd. Wanneer dan verderop in het proces blijkt dat extra capaciteit nodig is en er bijgebouwd moet worden, dan is daar op voorhand al rekening mee gehouden. Dat voorkomt niet alleen vertraging, maar kan ook leiden tot vermijding van extra kosten.
Bij onderwijshuisvesting hebben gemeente en scholen te maken met knelpunten die ook bij andere projecten spelen Ruimtelijke projecten kunnen in de praktijk gepaard gaan met tegenvallers, zowel financieel als planningstechnisch. Gesprekspartners wijzen op de flinke stijging van de bouwkosten in de doorlooptijd van het IHP, mede als gevolg van mondiale ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne. Dit werkt in alle ruimtelijke projecten door en dus ook bij onderwijshuisvestingsprojecten. Hetzelfde geldt ook voor advies- en installatiekosten. Voorbeelden van casussen waar dit een rol speelde zijn het Markland College en de huisvesting van basisscholen De Klinkert en Uniek.48 In een IHP, maar ook in een kredietaanvraag aan de gemeenteraad, kan hier maar in beperkte mate op worden ingespeeld. Een post onvoorzien biedt enig soelaas, maar alsnog is het in de afgelopen periode meerdere malen nodig geweest om extra krediet bij de raad aan te vragen of een begrotingswijziging door te voeren. Voor een belangrijk deel komt dit door ontwikkelingen waar de gemeente geen grip op heeft, zoals de genoemde bouwkostenstijgingen. In de praktijk probeert de gemeente bijkomende kosten in samenspraak met de scholen zo veel mogelijk te drukken. Tegelijkertijd hechten zowel de gemeente als de scholen aan kwalitatief goede huisvesting die meerdere jaren meegaat.
Daar gaat ook een bijbehorende investering mee gepaard. Wanneer zich kostenstijgingen voordoen, maken gemeente en scholen ook afspraken hoe de kosten te verdelen. Bij de vernieuwbouw voor het Markland College maakten gemeente en het schoolbestuur bijvoorbeeld de afspraak om de meerkosten volgens de verdeelsleutel 90 procent gemeente en 10 procent schoolbestuur te verdelen. Deze afspraak is vooraf door het college bij de raad getoetst.49 Een vergelijkbaar vraagstuk betreft vertragingen in de doorlooptijd van projecten ten opzichte van wat er in het IHP is afgesproken. Deze vertragingen kunnen ontstaan om meerdere redenen, bijvoorbeeld omdat een huisvestingsvraagstuk toch complexer lijkt dan aanvankelijk gedacht, doordat een vraagstuk gedurende het project verandert, of door tegenvallers tijdens de realisatiefase van een project. Ook op
48 Zie ook: Gemeente Halderberge (21 maart 2025). Raadsinformatiebrief tussenbericht vernieuwbouw Markland College;
Gemeente Halderberge (20 juni 2025). Raadsinformatiebrief basisscholen Klinkert, Oudenbosch en Uniek, Hoeven. 49 Gemeente Halderberge (5 juni 2025). Raadsinformatiebrief financiële afronding Markland College Oudenbosch.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 41
deze vertragingen moet flexibel worden ingespeeld. Gesprekspartners geven aan dat het IHP dan ook een richtpunt is, maar dat de praktijk soms vraagt om af te wijken van de oorspronkelijke planning. Dat neemt niet weg dat vertraging zowel voor de gemeente als voor de scholen ongewenst is. Wijzigingen in de visie op onderwijshuisvesting Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat de visie van de gemeente op onderwijshuisvesting in de loop der jaren is doorontwikkeld. Tot de vaststelling van het visiedocument Kindcentra focuste de gemeente op de totstandkoming van multifunctionele accommodaties, waarin zowel onderwijs, kinderopvang als andere maatschappelijke voorzieningen als bijvoorbeeld sport of een bibliotheek gevestigd waren. Na de vaststelling van het visiedocument Kindcentra is de focus meer komen te liggen op de ontwikkeling van KC’s waarin onderwijs en kinderopvang samen gehuisvest worden. Het huisvesten van andere maatschappelijke voorzieningen raakte daarbij meer op de achtergrond. Momenteel oriënteert de gemeente zich blijkens gesprekken meer op flexibele vormen van huisvesting dan ‘permanente’ huisvesting. De gemeente verkent momenteel, mede op basis van gesprekken met betrokkenen, in toenemende mate de mogelijkheden van modulaire en flexibele huisvestingsoplossingen als alternatief voor traditionele, permanente bouw.
Waar schoolgebouwen doorgaans worden ontworpen met een levensduur van veertig jaar, blijkt uit de praktijk dat veranderende onderwijsvormen en fluctuaties in leerlingenaantallen leiden tot een snellere veroudering van vaste huisvestingsstructuren. Het IHP richt zich momenteel vooral nog op permanente huisvesting, maar de gemeente wil stappen zetten om flexibele vormen van huisvesting en semipermanente huisvesting, bijvoorbeeld in de vorm van lokaalunits, meer gangbaar te maken. Op deze manier kan er beter worden ingespeeld op tussentijdse veranderingen in leerlingenaantallen en behoeften qua onderwijsvorm, zo is de gedachte. Bovendien kunnen bij flexibele vormen van huisvesting extra kosten die ‘vaste’ bouw wel vaak met zich meebrengt mogelijk worden vermeden.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 42
3. Betrokkenheid van de raad In dit hoofdstuk behandelt de rekenkamer de betrokkenheid van de gemeenteraad bij het onderwijshuisvestingsbeleid van Halderberge. Daarbij gaat de rekenkamer in op de informatievoorziening aan de gemeenteraad en de wijze waarop de raad zelf invulling geeft aan diens rollen. Hiermee beantwoordt de rekenkamer de volgende deelvragen: 6. Op welke wijze wordt aan de raad verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid? 7. Op welke wijze geeft de raad invulling aan de kaderstellende en controlerende rol?
3.1 Besluitvorming door en informatievoorziening aan de gemeenteraad Kernbevinding: De gemeenteraad heeft het Integraal Huisvestingsplan en de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs vastgesteld. Verder heeft de raad op diverse momenten specifieke besluiten genomen over investeringen in bepaalde scholen. Het college heeft de raad in de afgelopen periode op verschillende momenten geïnformeerd over de voortgang van specifieke verbouw- en nieuwbouwprojecten voor onderwijshuisvesting, zowel in de reguliere P&C-cyclus als aanvullend door middel van raadsinformatiebrieven. De informatievoorziening is er vooral op gericht om de raad in kennis te stellen van de (financiële) voortgang van projecten en minder op de voortgang van het IHP als geheel. De raad heeft het beleidskader voor onderwijshuisvesting vastgesteld en daarnaast diverse kredieten verstrekt voor specifieke projecten De gemeenteraad van Halderberge heeft de centrale beleidskaders voor onderwijshuisvesting in de gemeente, het visiedocument kindcentra (19 december 2019),50 het integraal huisvestingsplan (18 maart 2021)51 en de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (25 mei 2022),52 vastgesteld door middel van raadsbesluiten.
Bij het raadsbesluit over de visie kindcentra heeft de gemeenteraad eveneens budget beschikbaar gesteld voor actualisatie van het IHP.53 Bij de totstandkoming van het IHP heeft het college een digitale informatiebijeenkomst belegd over de uitkomsten van het onderzoek door ICS Adviseurs wat ten grondslag lag aan het IHP. Tijdens deze informatiebijeenkomst informeerde ICS de gemeenteraad over het doel en het totstandkomingsproces van het IHP, evenals de (financiële) uitwerking van de scenario’s voor de verschillende scholen.54
50 Gemeente Halderberge (19 december 2019). Raadsbesluit visiedocument kindcentra. 51 Gemeente Halderberge (18 maart 2021). Raadsbesluit vaststellen IHP onderwijs. 52 Gemeente Halderberge (25 mei 2022). Raadsbesluit vaststellen verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. 53 Gemeente Halderberge (19 december 2019). Raadsbesluit visiedocument kindcentra. 54 ICS Adviseurs (4 februari 2021). Presentatie IHP Halderberge – toelichting uitkomsten aan gemeenteraad.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 43
Naast besluitvorming over de beleidskaders heeft de raad in de afgelopen periode ook diverse besluiten genomen om krediet te verstrekken voor diverse nieuw- en verbouwprojecten voor de scholen (niet zijnde besluiten inzake de reguliere P&C-cyclus):55 Tabel 5: Overzicht raadsbesluiten over onderwijshuisvesting, periode 2019-heden
Datum
Samengevat besluit
19 december 2019
Vaststellen visie kindcentra, budget beschikbaar stellen voor actualisatie IHP
28 mei 2020
Kosten voor plaatsing en huur tijdelijke huisvesting Uniek dekken uit reserve onderwijshuisvesting
15 oktober 2020
Medewerking verlenen aan de herziene plannen van het Markland College voor huisvesting en hiertoe o.a. een investeringskrediet beschikbaar te stellen
18 maart 2021
Vaststellen IHP opvang- en onderwijshuisvesting, evenals budgetten beschikbaar te stellen voor de voorbereiding en planvorming van o.a. De Regenboog en De Bukehof
15 juli 2021
Kennisnemen van businesscases De Klinkert, Uniek en ’t Bossche Hart en budget beschikbaar te stellen voor de (tijdelijke) huisvesting van deze basisscholen
25 mei 2022
Vaststellen verordening voorzieningen huisvesting onderwijs en intrekken verordening uit 2015
16 februari 2023
Kennisnemen van haalbaarheidsonderzoek De Regenboog en De Bukehof, het college opdracht geven de herhuisvesting van deze scholen uit te werken in overleg met de schoolbesturen en de financiële gevolgen mee te nemen bij de begroting 2024
13 juli 2023
Voor de uitvoering van De Klinkert en Uniek aanvullende kredieten beschikbaar te stellen en een bedrag uit de reserve onderwijshuisvesting beschikbaar te stellen, waarbij de financiële gevolgen te verwerken bij de zomernota 2023
In de P&C-cyclus informeert het college de raad periodiek over onderwijshuisvesting De P&C-cyclus bevat de reguliere informatievoorziening van het college aan de raad over onderwijshuisvesting. In zowel de programmabegroting, de najaarsnota, de jaarrekening als de zomernota informeert het college de raad op hoofdlijnen of op projectniveau. Naast de financiële informatievoorziening rapporteert het college ook inhoudelijk over de beleidsdoelen op het gebied van onderwijshuisvesting. In de periode 2022 – heden zijn dit onder meer ‘het verder ontwikkelen van de brede scholen’, ‘het bieden van aantrekkelijk basis- en voortgezet onderwijs’, en ‘het verder ontwikkelen van de integrale kindcentra’. Onder die doelen vallen verschillende activiteiten, waaronder het ‘oplossen
55 Gemeenteraad Halderberge (2025). Raadsinformatiesysteem, geraadpleegd via:
https://gemeenteraad.halderberge.nl/documenten.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 44
van knelpunten in de huisvesting bij de basisscholen’ en de inzet van de coördinator kindcentra. Daarbij constateert de rekenkamer dat de informatievoorziening vanaf 2023 een stuk uitgebreider wordt dan daarvoor, ook omdat het aantal activiteiten dat onder de beleidsdoelen valt groter is dan voorheen. De P&C-stukken, met name de programmabegroting en jaarrekening, geven in bepaalde gevallen ook op project- of schoolniveau aan wat de stand van zaken is, terwijl dit voorheen meer op hoofdlijnen gebeurde. De informatievoorziening in de P&C-stukken refereert op sommige plekken wel aan (de beleidsdoelen en ambities van) het IHP, maar bevat niet altijd een toelichting op hoe dat is gedaan. Zo staat in de jaarrekening over 2023 dat ‘er invulling [is] gegeven aan de afspraken zoals die zijn vastgelegd in het IHP opvang- en onderwijshuisvesting’, maar niet in hoeverre de verschillende afspraken wel of niet behaald zijn.56 Het college informeert de raad tussentijds via raadsinformatiebrieven In aanvulling op de reguliere informatievoorziening via de P&C-cyclus heeft het college de raad op tussentijdse momenten met raadsinformatiebrieven geïnformeerd over onderwijshuisvesting. De meeste van deze informatiebrieven hadden betrekking op de voortgang van het project omtrent de huisvesting van het Markland College.
Hieronder geeft de rekenkamer een overzicht van de diverse raadsinformatiebrieven sinds 2019: Tabel 6: Overzicht raadsinformatiebrieven over onderwijshuisvesting, periode 2019-heden
Datum brief
Onderwerp
12 februari 2019
Tussenbericht ontwikkeling Markland College
Februari 2019
Besloten raadsinformatieavond Markland College
12 juni 2019
Stand van zaken Markland College
29 april 2020
Nieuw Markland College (vertrouwelijk)
17 juni 2021
Voorlopig ontwerp Markland College
12 juli 2022
Tijdelijke onderwijshuisvesting basisschool Uniek
31 oktober 2024
Methodische aanpak basisscholen Uniek en Futura
21 maart 2025
Tussenbericht vernieuwbouw Markland College
5 juni 2025
Financiële afronding Markland College
20 juni 2025
Basisscholen De Klinkert en Uniek
In aanvulling op bovengenoemde raadsinformatiebrieven heeft ICSadviseurs de gemeenteraad op 25 november 2022 ook mondeling geïnformeerd over de voortgang van specifieke projecten. Dit betrof het haalbaarheidsonderzoek naar huisvesting van De Regenboog en De Bukehof en de voortgang van projecten omtrent de scholen van de Borgesiusstichting: ’t Bossche Hart, de Klinkert en Uniek.57 ICSadviseurs informeerde de raad onder meer over de diverse locaties die zijn onderzocht, evenals de
56 Gemeente Halderberge (2025). Financieel portaal gemeente Halderberge, geraadpleegd via:
https://financieelportaal.halderberge.nl/. 57 ICS Adviseurs (22 november 2022). Presentatie inkijk uitkomst haalbaarheidsonderzoek en inkijk stand projecten.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 45
leerlingenprognoses, de afwegingen tussen mogelijke scenario’s (waaronder bijbehorende dilemma’s) en het advies van ICSadviseurs voor het vervolg. Na de presentatie van ICSadviseurs heeft het college de raad een mondelinge toelichting gegeven op het collegestandpunt en was er gelegenheid voor vragen uit de raad. De raadsinformatiebrieven over onderwijshuisvesting zijn met name gericht op (de voortgang van) specifieke projecten en vormen daarmee een aanvulling op de reguliere informatievoorziening op hoofdlijnen in de P&C-stukken. Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat het college er in de afgelopen twee jaar bewust voor heeft gekozen om de raad vaker en eerder per raadsinformatiebrief te informeren, zodat de raad in mindere mate pas bij de P&C-stukken op de hoogte is van de (financiële) voortgang. De informatievoorziening in de brieven is niet primair gericht op de voortgang van de beleidsdoelen en ambities van het IHP als geheel. Uit het gesprek dat de rekenkamer met een afvaardiging van de gemeenteraad over dit onderwerp voerde, blijkt echter dat sommige raads- en commissieleden behoefte hebben aan een meer integrale blik op de voortgang van het IHP. In de volgende paragraaf gaat de rekenkamer daar verder op in.
3.2 Inzet raadsinstrumentarium en verdere rolneming door de gemeenteraad Kernbevinding: De gemeenteraad heeft in de afgelopen periode op het onderwerp onderwijshuisvesting beperkt gebruik gemaakt van het raadsinstrumentarium. Uit het gesprek met de raad komt naar voren dat de raad het onderwerp onderwijshuisvesting heel belangrijk vindt, maar worstelt met de eigen rol bij dit onderwerp. Dat geldt zowel voor de kaderstellende rol (bij besluiten die raken aan onderwijshuisvesting), voor de controlerende rol (in relatie tot de informatievoorziening door het college) en de volksvertegenwoordigende rol (in relatie tot inwoners en de scholen). De raad heeft op het onderwerp onderwijshuisvesting beperkt gebruik gemaakt van het raadinstrumentarium De gemeenteraad van Halderberge heeft in de afgelopen raadsperiode driemaal een raadsinstrument ingezet op het thema onderwijshuisvesting. Dit betrof twee vragen en een motie (die na indiening weer is ingetrokken). De raad heeft geen initiatiefvoorstellen ingediend of het college geïnterpelleerd op het onderwerp onderwijshuisvesting. Hieronder vat de rekenkamer de inzet van de raadsinstrumenten kort samen: Tabel 7: Overzicht inzet raadsinstrumenten ten aanzien van onderwijshuisvesting, periode 2022-heden58
Datum
Instrument
Samenvatting
Opvolging
20 april 2022
Artikel 38vragen
De huisvesting van basisschool Uniek kampt volgens de D66-fractie met diverse problemen, waaronder de te kleine omvang van het
De vragen zijn door het college beantwoord op 19 mei 2022. Daarin geeft het college aan de situatie te kennen en dat het
58 Gemeente Halderberge (19 mei 2022). Beantwoording artikel 38-vragen basisschool Uniek; ibid. (28 juni 2023). Overzicht
technische vragen commissie B&O 28 juni 2023.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 46
gebouw, de klimaatinstallatie en verkeersproblematiek. De fractie vraagt of het college bekend is met deze problematiek, wat het college hiertegen wil doen en of de investering om het gebouw uit te breiden voldoende zal zijn.
college de genoemde problemen in samenwerking met de school wil oplossen. Het college geeft verder aan dat het doel is om de plannen binnen de opgestelde bouwkostenraming uit te voeren.
28 juni 2023
Technische vragen
In aanloop naar en tijdens de commissievergadering beheer en ontwikkeling van 28 juni 2023 stelde de fractie van Lokaal Halderberge vragen over het krediet voorzieningen opvang- en onderwijshuisvesting.
Het college heeft de vragen na de commissievergadering schriftelijk beantwoord. Daarbij gaf het college de raad inzicht in de leerlingenaantallen van de basisscholen Uniek en De Klinkert en gaf het college nadere informatie over de leerlingenprognoses, evenals het aantal vluchtelingenkinderen dat onderwijs in Halderberge volgt.
9 november 2023
Motie Met deze motie stelt D66 voor het (ingetrokken) college te vragen om in 2025 een plan uit te werken voor nieuwbouw van De Regenboog en De Bukehof, dit voor te leggen aan de raad inclusief financiële impact in de meerjarenbegroting en bij de begroting van 2023 vast een stelpost op te nemen op basis van de investeringskostenbandbreedte.
Tijdens de raadsvergadering is deze motie ingetrokken.
In aanloop naar de commissievergadering van 28 juni 2023 hebben diverse raadsfracties daarnaast vragen gesteld aan de directeur van basisschool De Klinkert. De vragen gingen onder andere over de historie van de tijdelijke huisvesting in noodunits en tijdelijke lokalen, de ontwikkeling van het leerlingenaantal in de loop der jaren, het aantal vluchtelingenkinderen, de uitbreidingsplannen en andere aandachtspunten. De directeur van de basisschool heeft vooraf aan de commissievergadering een brief met de raad gedeeld, waarin hij deze vragen uitgebreid beantwoordde.59 Ervaringen, behoeften en verwachtingen van de raad
59 Gemeente Halderberge (juni 2023). Brief directeur De Klinkert aan gemeenteraad Halderberge.
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 47
De rekenkamer heeft in het kader van dit onderzoek een gesprek gevoerd met een afvaardiging van de raads- en commissieleden, waarbij iedere raadsfractie vertegenwoordigd was. In het raadsgesprek stond de rekenkamer met de raad stil bij de ambities en doelen van de gemeente voor onderwijshuisvesting, de informatievoorziening aan de gemeenteraad en de eigen rolneming door de gemeenteraad. Samengevat komen hieruit de volgende bevindingen naar voren:
De raads- en commissieleden staan vier jaar na vaststelling van het IHP nog steeds achter de ambities en doelen van het IHP voor onderwijshuisvesting. Tegelijkertijd ervaren zij weinig grip op de uitvoering. Daar zijn met name de scholen en de gemeentelijke organisatie aan zet, maar dat voelt voor raads- en commissieleden soms als een ‘black box’. Het IHP is volgens raads- en commissieleden een belangrijk instrument, maar het is voor hen de vraag in hoeverre het IHP de gemeente en de raad daadwerkelijk in staat stelt om de opgave voor onderwijshuisvesting te realiseren. De twijfels daarover bij de raad komen voornamelijk doordat bij diverse scholen de opgave niet binnen de vierjarige termijn en/of de financiële kaders van het IHP is gerealiseerd. Raads- en commissieleden vinden het belangrijk dat voldaan wordt aan de kwaliteitsstandaarden voor onderwijshuisvesting, ook als daarmee de vastgestelde budgetten overschreden worden. Tegelijkertijd hebben zij bij voorstellen van het college voor (aanvullende) kredietverstrekking soms het gevoel geen keuze hebben dan met het voorstel akkoord te gaan. Immers, als de raad geen krediet verstrekt, kan een project niet doorgaan en voldoet de onderwijshuisvesting niet aan de kwaliteitsstandaarden die de raad ook zelf belangrijk vindt.
Raads- en commissieleden denken verschillend over de informatievoorziening van het college over onderwijshuisvesting. Sommige raadsleden zijn tevreden over de wijze en frequentie waarop het college de raad momenteel informeert, terwijl andere raads- en commissieleden meer en vaker informatie van het college zouden ontvangen, bijvoorbeeld wanneer tijdens een project knelpunten rijzen of financiële overschrijdingen dreigen. Raads- en commissieleden hebben behoefte aan meer overzicht in alle informatie die betrekking heeft op onderwijshuisvesting, bijvoorbeeld door in het raadsinformatiesysteem een apart dossier over dit onderwerp aan te leggen. Raads- en commissieleden denken dat zij vaker vragen kunnen stellen aan het college om informatie te ontvangen over onderwijshuisvesting. Ook denken zij dat moties en amendementen kunnen helpen om kaders te stellen of bij te sturen. Tegelijkertijd vinden raadsen commissieleden het lastig om te bepalen wanneer die instrumenten het beste ingezet kunnen worden, omdat de raad vooral kaders dient te stellen. Verder bestaan er bij raadsleden verschillende beelden over de noodzaak en de effectiviteit van een hogere inzet van het raadsinstrumentarium. Een rechtstreekse vraag aan een ambtenaar of aan de wethouder kan volgens sommigen ook helpen, zonder dat direct het formele instrument ingezet hoeft te worden.
Raads- en commissieleden zijn geworteld in de samenleving van Halderberge en zijn goed bekend met de situatie en aandachtspunten omtrent de scholen in de verschillende dorpen. Tegelijkertijd worstelen zij met hun volksvertegenwoordigende rol op dit onderwerp. Als raadsof commissielid word je snel aangesproken over dit onderwerp door inwoners, met name door ouders wier kinderen in Halderberge naar school gaan. Raads- en commissieleden krijgen dan soms vragen die zij niet kunnen beantwoorden, omdat zij zelf ook niet goed weten wat de stand van zaken is. Ook weten raads- en commissieleden niet altijd hoe zij zich moeten verhouden tot
Rekenkamer Halderberge | Onderzoek onderwijshuisvesting – eindrapport | 48
de scholen, omdat het college/de organisatie ook met de scholen in gesprek is. Tegelijkertijd weten de scholen de raad wel te vinden als dat nodig is, zoals tijdens de commissievergadering van 28 juni 2023 over basisschool De Klinkert.