CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag 2024-02-01 Raadssessie Sessieverzoek D66 'De omgang met statushouders in de gemeente'

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 1 februari 2024, gemeente Haarlemmermeer13.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE RAADSSESSIE VAN DE RAAD DER GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 1 FEBRUARI 2024 Onderwerp:

Sessieverzoek D66 'De omgang met statushouders in de gemeente'

Voorzitter:

mw. M. Woolthuis

De leden: dhr. M. Achterbergh-Copier, mw. B.M. Antolini, mw. H.J. van den Berg, dhr. S. Blankestein, dhr. T.M. Blom, mw. N.M. Elfers, mw. A.E. Gumbert, mw. J.M. Hup, mw. G. Knikker, dhr. J.G. Rip, dhr. F. Sidali, dhr. E. Vermeulen Griffier: mw. M. Damen Portefeuillehouder: dhr. C. El Idrissi Insprekers: Geen

De VOORZITTER: Dames en heren goedenavond. Ik heb het idee dat we zo goed als compleet zijn. Het is al gezellig hier, maar we gaan toch beginnen aan het sessieverzoek dat D66 heeft ingediend, dus voor ons ligt geen raadsvoorstel, maar wel een motivatie voor het sessieverzoek met de bespreekpunten voor vandaag. Voor dit sessieverzoek hebben zich geen insprekers gemeld, dus we gaan zo beginnen aan de eerste termijn. U hebt allen spreektijd en D66 mag beginnen en heeft een beetje extra spreektijd in dit geval. Ik vraag om via de voorzitter te spreken en technische vragen laten wij schriftelijk beantwoorden. We gaan beginnen en ik geef als eerste het woord aan mevrouw Knikker van D66. Mevrouw KNIKKER: Ja, dank u wel voorzitter. Allereerst dank aan het college voor de goede informatieve bijeenkomst van vorige week, daardoor hebben we volgens mij nu als raad ook beter inzicht gekregen in wie al die betrokken partijen en vrijwilligers in Haarlemmermeer zijn die zich bezighouden met het onderwerp van vanavond, de maatschappelijke begeleiding en ondersteuning van zo'n 400 mensen die aan het inburgeren zijn. We zijn ook blij te horen dat de algemene indruk is dat de meeste mensen die komen inburgeren, de meeste inburgeraars, echt intrinsiek gemotiveerd zijn om zo'n inburgeringscursus succesvol te doorlopen.

We zijn dan ook blij, en dat willen we graag meegeven, met hoe wij als gemeente dit aanpakken en hoe wij de zorg en ondersteuning organiseren. D66 vindt het belangrijk dat statushouders volwaardig aan de maatschappij moeten kunnen deelnemen en dat mensen die hier in onze gemeente komen wonen zich zo snel mogelijk thuis en welkom voelen. Hier komen volgens mij belangrijke waarden samen, zelfredzaamheid, de vrijheid om je eigen leven vorm te geven en kansengelijkheid. Betaald werk gecombineerd met taallessen speelt hierbij een cruciale rol want werk draagt bij aan taalverwerving en het vermogen van mensen om voor zichzelf te zorgen en in combinatie met die taallessen vergroot werk de kans om vertrouwd te raken met onze samenleving en om de afstand te verkleinen tussen degene die inburgert en de arbeidsmarkt. Wij geloven dan ook dat de gemeente daarin een belangrijke rol moeten spelen om het succesvol integreren van statushouders conform de Wet inburgering en de Participatiewet vorm te geven. We willen eigenlijk twee punten aanstippen en dat zijn wat ons betreft de focus op betaald werk en de prioriteiten want wij denken dat het echt essentieel is dat we onze maatschappelijke rol hier pakken door mensen vooral te begeleiden naar betaald werk, dus duale trajecten waarbij mensen snel de taal leren en tegelijkertijd actief deelnemen aan de arbeidsmarkt.

Hoe mooi dat de gemeente deze week een prachtig initiatief heeft gelanceerd waarbij tien leerwerkplekken voor succesvolle inburgeraars in de energietransitie worden gecreëerd, een win-winsituatie. Dat is volgens mij precies waar we naartoe willen, we hebben aan de Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

1

ene kant een tekort aan praktisch geschoolde monteurs en mensen die warmtepompen kunnen installeren en tegelijkertijd helpen we mensen aan een baan die bijdraagt aan het verduurzamen van onze woon- en leefomgeving. Dat is wat D66 betreft precies hoe we dit zouden moeten invullen. Ja, de maatschappelijke taak van de gemeente kost veel geld en we weten ook dat het Gemeentefonds ontoereikend is. We roepen het kabinet dan ook op om zekerheid te bieden voor de langere termijn, net als de VNG natuurlijk doet want wij zien wel degelijk die toegevoegde waarde van deze inspanningen aan de voorkant, maar wat staat er dan tegenover deze kosten? Wat ons betreft de baten. Wij zijn er namelijk van overtuigd dat die focus op duale trajecten er uiteindelijk in resulteert dat mensen niet of in een veel lagere bijstandsuitkering terechtkomen en het als aanvullend inkomen hebben. We weten uit onderzoek ook dat mensen gemakkelijker naar een reguliere baan doorstromen als ze eenmaal aan het werk zijn, duale trajecten kunnen dus uiteindelijk tot volledige uitstroom uit de bijstand leiden en dat scheelt onze maatschappij natuurlijk heel veel geld.

We weten allemaal dat we heel veel arbeidskrachten tekortkomen, de laatste data van het CBS laten zien dat er alleen al in de provincie Noord-Holland 70.000 onvervulde vacatures zijn, dus statushouders kunnen een bijdrage leveren door die vacatures op te vullen en daarmee zorgen ze er ook voor dat onze arbeidsmarktkrapte afneemt. De zorgpunten en de prioriteiten die wij hebben. We zijn twee jaar bezig, we hebben nog geen cijfers en hoe meet de gemeente het succes van onze aanpak, doen we voldoende om te zorgen dat de sociale inburgering slaagt en kan er misschien wat meer regie worden gevoerd? Er zijn natuurlijk veel partijen en organisaties bij het inburgeren van deze mensen betrokken, zit daar misschien nog een efficiencyslag in, hoe zorgen we ervoor dat lokale buurtinitiatieven en vrijwilligers goed worden betrokken bij de verschillende ontwikkelingen die al die organisaties organiseren, ziet het college daar ruimte voor verbetering? We zijn ook wel benieuwd hoe mijn collega's aankijken tegen het idee van een soort Cliëntenraad of -panel waarbij een groep inburgeraars meepraat en meedenkt over hoe de inburgering voor de nieuwkomers steeds beter kan worden, zodat we ook echt kunnen leren van de mensen die de ervaring in onze gemeente hebben opgedaan.

Om het kort af te ronden, wij horen heel graag wanneer het college denkt met een rapportage naar de raad te kunnen komen waarin we de voortgang kunnen zien en meten van wat we de afgelopen jaren hebben opgezet. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Knikker. Dan is nu het woord aan de heer Blom van het CDA. De heer BLOM: Ja dank u wel voorzitter. Een positief verhaal van mevrouw Knikker en ik kan daar zeker in meegaan. Onze gemeente heeft de zorgplicht en is verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van de nieuwe inwoners gedurende hun inburgering. In Haarlemmermeer is een team ambtenaren en de stichting VluchtelingenWerk hiermee bezig. Het betreft hier volgens de informatieve bijeenkomst 200 tot 400 personen per jaar, waarvan 70% moet inburgeren en de andere 30% te jong of te oud is, de jongeren krijgen de kennis via school en de ouderen zijn vrijgesteld. Tijdens de bijeenkomst kwam naar voren dat het bij een grote groei van het aantal aanmeldingen van asielstatushouders lastig is om de personele bezetting van zowel de ambtenarij als de stichting VluchtelingenWerk op het gewenste niveau te krijgen, deskundigen op dit vakgebied zijn moeilijk te krijgen. Er wordt bij de uitvoering samengewerkt met MeerWaarde, TopTaal en Danner & Danner.

De betrokkenen worden in contact gebracht met sportverenigingen, buurthuizen, kerken en andere instanties waar het sociale contact kan worden uitgebreid en bevorderd. Al met al een omvangrijk programma om de inburgering tot een succesvol einde te brengen. Is er dan niets op dit onderwerp aan te merken? Natuurlijk zullen dingen niet goed gaan, we horen dat te veel nieuwe inwoners in een beperkt aantal straten of buurten is gehuisvest, zodat het opnamevermogen van de buurt zwaar belast wordt. Ook krijgen enkele scholen wel erg veel nieuwe inwoners te verwerken, wat een grote belasting voor het personeelsbestand in kwestie is. Dit behoort weliswaar bij huisvesting, maar het heeft toch ook zijn weerslag op de inburgering. Hier is dus wel enige aanpassing in de uitvoering vereist. Samengevat, dit onderwerp krijgt de aandacht van het college en van de betrokken deskundigen, maar is dusdanig belangrijk dat onze aandacht en betrokkenheid gewenst blijft. Een soepele en probleemloze integratie Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

2

van onze nieuwe Nederlanders blijft het streven van het CDA. Voorzitter, tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Blom. Het woord is aan de heer Achterbergh van de VVD. De heer ACHTERBERGH-: We hebben afgesproken dat we af zouden zijn als we het woord 'huis' in de mond zouden nemen want daar gaan we het vandaag juist niet over hebben. Ik wil allereerst echt wel mijn complimenten geven aan de collega's en de ambtenaren, maar ook de organisaties die in de informatieve bijeenkomst echt de moeite hebben genomen om ons echt mee te nemen in het proces. Het is allemaal nieuw, de Wet inburgering is er natuurlijk gekomen omdat de asielstatushouders eigenlijk aan hun lot werden overgelaten en dat we ook tot de conclusie kwamen dat dit de inburgering niet ten goede komt. De VVD is blij dat daar wat meer regie op wordt gevoerd, misschien wel een klein beetje te veel. Zoals we weten zijn er in 2024 natuurlijk de eerste afgestudeerden, om ze maar even zo te noemen, mensen die het verplichte traject hebben afgerond en zich voldoende in onze maatschappij zouden moeten kunnen redden. We zien in bepaalde wijken, ik zal het woord 'huis' niet noemen, dat dit echt wel verbetering behoeft, dat mensen zich toch echt nog wel afgezonderd voelen. Wat mevrouw Knikker van D66 al zei, begeleiding naar een duurzame werkrelatie is echt heel belangrijk.

De banen hebben we maar nu moeten we nog die aansluiting vinden, zodat de mensen die hier komen ook aan het werk kunnen. Ik heb MeerWaarde toen horen zeggen dat ook vrijwilligersinstanties en verenigingen daar een rol in kunnen spelen om in ieder geval de statushouders die misschien de taal nog niet voldoende machtig zijn daar al te laten beginnen, zodat ze met hun taal kunnen oefenen en ook direct sociale contacten kunnen opdoen in de wijk waar ze gaan wonen. Als ik naar mezelf kijk, is het binnen een vereniging heel belangrijk dat je mensen leert kennen, zo bevorder je ook de integratie in zo'n wijk en daar kan echt nog wel wat meer gas op komen. Ik heb daar niet de oplossing voor, ik hoorde MeerWaarde zeggen 'dan hebben we iemand nodig die dat coördineert', maar daar ben ik persoonlijk niet zo'n voorstander van en ik denk dat we misschien vanuit de gemeente zelf daar wat meer op moeten sturen omdat wij als gemeente volgens mij het beste overzicht over zo'n traject hebben. Dat idee kreeg ik in ieder geval tijdens de informatieve bijeenkomst wel, via vrijwilligerswerk door naar een duurzame werkrelatie is heel belangrijk.

Wat me wel zorgen baart, is dat we in de informatieve bijeenkomst hebben gehoord dat de verwachting was dat de Z-leerroute, de mensen die analfabeet of laaggeletterd zijn, 15% van het geheel van die 200 tot 400 mensen zou zijn, maar we hoorden, dat is in ieder geval het advies, dat dit 30% is en dat is best wel een aanzienlijk deel dat echt extra hulp en ondersteuning nodig heeft. Ik vraag me dan ook af, misschien kan het college daar een antwoord op geven want daarop heb ik in de informatieve bijeenkomst geen antwoord gekregen, of we met deze groep problemen in de uitvoering verwachten, wordt deze groep dusdanig groot dat de huidige bezetting van ons team Inburgering dat niet gaat trekken? Ik heb gehoord dat we van 200 naar 400 zijn gegaan en dat er door de inzet van de ambtenaren geen wachtlijsten zijn ontstaan. Dat is een topteam denk ik dan, maar hoe gaat dat zich dan verhouden tot de workload van onze ambtenaren als dat nog meer zou groeien en zit daar niet ook een financieel plaatje aan? We merken toch dat er een behoorlijk gat zit tussen wat we krijgen en wat we uitgeven en wij vragen ons af of we niet naar de niet-wettelijke taken moeten kijken. Het gaat om € 400.000,00, dat is veel geld en we gaan natuurlijk naar de ombuigingen.

De VVD Haarlemmermeer is in principe tegen het betalen van de rekening voor het extra begeleiden van statushouders, we moeten ons echt beperken tot de taken die we van het rijk hebben gehad. De rest is mooi als het kan, maar we vragen ons sterk af of we dat moeten blijven doen met de komende bezuinigingen. Ik ben ook wel benieuwd hoe onze collega's daarover denken. Tot slot voorzitter. De gemeenteraad heeft ook vragen over de handhaving gesteld en ik was blij om te horen dat dit op dit moment nog niet nodig is, als iemand niet wil integreren kan iemand uiteindelijk een boete krijgen en kan het traject zelfs stopgezet worden. Ik denk wel dat we daar als gemeente scherp op moeten blijven, zeker met de groepen die nu binnenkomen, we moeten daar wel echt strak de regie op houden. Wat ons betreft, zijn statushouders welkom, maar dan moeten ze wel willen en meedoen, anders heb je hier wat ons betreft niet zo veel te zoeken. Tot zover. Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

3

De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh, u krijgt op de valreep een interruptie van mevrouw Gumbert. Mevrouw GUMBERT: Voorzitter, ik wil aan de heer Achterbergh vragen wat hij precies bedoelt met de groepen die nu binnenkomen, of die anders zijn dan de groepen die hier nu al zijn, dat we speciaal moeten opletten bij de groepen die nu binnenkomen. De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh, kunt u dat verduidelijken? De heer ACHTERBERGH: De verwachte groepen in de zin van dat we nu voorgeschoteld kregen dat een derde en misschien wel meer van de statushouders die we nu binnenkrijgen laaggeletterd of nietgeletterd zijn en dat zij misschien een andere insteek hebben dan bijvoorbeeld de Oekraïners die hier nu werken, dat zij een andere ethiek hebben. De VOORZITTER: Ik zie nog een interruptie van de heer Rip. De heer RIP: Mijnheer Achterbergh triggert me natuurlijk wel een beetje. Het leek wel of hij positief verrast was dat er geen problemen zijn. Ik hoop dat u die positieve verrassing doortrekt en het niet in de 'als dan'-situatie trekt voor de groepen die nog moeten komen. Ik vind dat een beetje voorbarig, maar aan de andere kant zegt u ook dat u zich zorgen over de laaggeletterdheid maakt en vervolgens zegt u in een bijzin 'ja maar als we gaan ombuigen dan gaat er geen cent extra naartoe'.

Dat is een beetje tegenstrijdig, ik denk dat we wat extra inspanningen moeten leveren als die groep laaggeletterden zo groot is en ik denk ook dat het een beetje in de lijn is met ons algemene beeld van het onderwijs want ik heb ook stukken voorbij zien komen waarin staat dat in het reguliere onderwijs de taal onder de gewone Nederlanders noem ik hen dan maar even toch behoorlijk onder druk staat, ik denk dat dit een tendens is. Bent u het met mij eens dat er ook een beetje geld naartoe moet als je een extra inspanning moet leveren? De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh. De heer ACHTERBERGH: Ja, met dat ik het fijn vind dat handhaving nog niet nodig is, wil ik alleen maar zeggen dat onze begeleiders er kennelijk goed bovenop zitten en de begeleiding goed doen en dat ik juist blij ben dat we nu niet heel veel mensen hebben die er met de pet naar gooien. Die hebben we niet en daar ben ik blij mee, daar moet u niet te veel achter zoeken. Wat betreft het extra begeleiden. Ja, dat klopt, als mensen laaggeletterd of analfabeet zijn, komen ze in de Z-route en dan hebben ze al extra begeleiding, maar dat is wettelijk verplicht anders krijg je namelijk je integratietraject niet rond. Het gaat niet zozeer echt over de taal, maar bijvoorbeeld over het advies helemaal aan het einde met gezinshereniging, wat is er nog meer genoemd, binding en ontmoeting.

Dat zijn allemaal dingen die we volgens mij als maatschappij ook prima zelf kunnen organiseren en waarvoor niet honderdduizenden euro's van de gemeente nodig zijn. Nogmaals, ik zeg niet dat we dat helemaal moeten stoppen, maar ik vind wel dat we als gemeenteraad, in ieder geval de VVD zal dat in overweging nemen, met de komende ombuigingen… want laten we eerlijk zijn, mijnheer Rip, we korten onze eigen verenigingen aanzienlijk en dan vind ik het niet uit te leggen dat we € 400.000,00 uitgeven aan taalcursussen terwijl onze eigen jongeren niet eens meer fatsoenlijk kunnen spellen. De VOORZITTER: U krijgt nog een interruptie van mevrouw Knikker. Mevrouw KNIKKER: Ja, ik dacht 'zal ik wachten tot de tweede termijn', maar ik ga het toch even vragen. Ik zei in mijn bijdrage 'aan de voorkant hebben we kosten, maar aan de achterkant zijn er baten' en als ik u goed begrijp als het gaat over de kosten en ombuigingen…, bent u dan niet net als D66 bang dat Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

4

stoppen met deze intensieve begeleiding en integratie betekent dat straks meer mensen afhankelijk worden van de bijstand en dat we als gemeente straks meer maatschappelijke kosten voor deze groep mensen die niet goed inburgert hebben en dat de rekening daardoor uiteindelijk vele malen hoger is dan de € 400.000,00 die we er nu aan het begin in stoppen. De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh. De heer ACHTERBERGH: Dank u wel voorzitter. Dat is een beetje een hellend vlak ook omdat de intensieve begeleiding al gebeurt, namelijk in het wettelijke traject waarvoor we geld krijgen. Als de centrale overheid vindt dat we daar meer in moeten doen, ik hoorde vaak zeggen 'geen knaken, geen taken', laten we dan zorgen dat we daar van de overheid meer geld voor krijgen. Ik hoorde u inderdaad zeggen dat de kosten voor de baten uit gaan. Dat ben ik met u eens, maar dat geldt ook voor de verenigingen die we allemaal hebben gekort, daar waren we allemaal bij en daar hebben we allemaal een akkoord op gegeven, maar als ik dan een keuze moet maken dan kies ik toch echt voor onze verenigingen die vervolgens ook diezelfde statushouders kunnen helpen want ik weet dat we in onze gemeente heel veel vrijwilligers hebben die dat kunnen. Dan kom ik direct op de vraag van D66 over de Cliëntenraad, die had ik nog opgeschreven, daar wilde ik nog op reageren.

Volgens mij heeft MeerWaarde gezegd als een soort buddy te gaan helpen als mensen uitgestroomd zijn, dat begint nu een beetje te ontstaan. Ik denk dat dit een heel mooi middel is, maar ik weet niet of je daar hele cliëntenraden voor moet hebben want dat klinkt dan weer heel formeel. Wij zien zeker iets in zo'n gekoppelde buddy die dat traject al heeft doorlopen, ook als het helpt om mensen versneld naar bijvoorbeeld een vrijwilligersplek of een duurzame werkrelatie te brengen. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Achterbergh. U was al aan uw afronding begonnen, dus we gaan dan nu verder naar mevrouw Antolini van FVD. Mevrouw ANTOLINI: Dank u voorzitter. Deze sessie staat in het teken van de omgang met statushouders in de gemeente en D66 wil het graag hebben over de verantwoordelijkheid die de gemeente heeft als het gaat om de maatschappelijke zorgplicht want blijkbaar is die nog niet voldoende. Zo helpt de gemeente al met coaching huisvesting, financiële participatie, coaching integratie, juridische begeleiding en ga zo maar door. Daarnaast krijgen statushouders voorrang op de huizenmarkt, terwijl onze eigen inwoners geen woning kunnen krijgen. Het leven van de Nederlander wordt steeds moeilijker gemaakt, is het niet door steeds verdergaande wetgeving dan is het wel omdat alles onbetaalbaar wordt.

Het is onbegrijpelijk dat niet wordt gezien dat het laten volstromen met immigranten een enorme druk uitoefent op alle taken die wij als gemeente hebben ten opzichte van onze inwoners. Het meest logische is een asielstop en remigratie. Dat is wat we nodig hebben om orde op zaken te stellen in Haarlemmermeer, om de druk op de woningmarkt en de sociale voorzieningen terug te draaien. Voorzitter, nu de Spreidingswet is aangenomen zullen er nog meer asielzoekers worden gehuisvest, asielzoekers die binnen no time statushouder worden. De statushouders vragen vervolgens weer asiel aan voor hun familieleden en gemiddeld vragen zij per persoon gezinshereniging aan voor 3,3 personen. Vandaar ook dat we vandaag de motie hebben ingediend over de Spreidingswet, een wet die niet het werkelijke probleem oplost, namelijk dat ons land de totale instroom niet aankan. Dit wet zal eerder leiden tot een toename van het aantal asielaanvragen en een aanzienlijke druk op ons land. Hopelijk stemt de raad vanavond verstandig. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Antolini. Dan is nu het woord aan de heer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Ja voorzitter dank u wel. Voorzitter, D66 wil graag weten hoe het met de maatschappelijke begeleiding van asielstatushouders en het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde asielstatushouders gaat.

Dat blijkt erg goed te gaan, ruim de helft van de sinds Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

5

2014 naar Nederland gekomen statushouders zitten in de bijstand. D66 is ook benieuwd hoe het toezicht op het inburgeren verloopt en welke andere maatschappelijke organisaties en/of inwoners bij de begeleiding zijn betrokken. Daar hebben we tijdens een informatieve bijeenkomst kennis van kunnen nemen en hoewel de informatieverstrekkers van mening waren dat de inburgering nieuwe stijl erg goed verloopt, heeft de fractie van Forza! er toch een paar aanmerkingen op. Mevrouw Knikker zei het net ook al, het volwaardig deelnemen aan de maatschappij en het belang van werk. Dan vraagt onze fractie zich af waarom we statushouders drie jaar lang het werken onmogelijk maken door hen aan het arbeidsproces te onttrekken. Zo wordt het leven in de bijstand, zoals wij het zien althans, al snel een gewoonte. Forza! meent dat er geen betere inburgering is dan met collega's aan het werk te zijn. Geef die inburgeringscursus in het weekend en in de avonden, in ieder geval na een normale werktijd. Wij horen graag hoe andere raadsleden en het college dit zien. 15% van de nieuwkomers blijkt analfabeet en/of niet leerbaar te zijn, ik hoorde net dat dit al 30% is en dat is zorgwekkend want eigenlijk hebben we al te horen gekregen dat zij eigenlijk nooit iets aan de maatschappij gaan bijdragen en dat we hen dus met zijn allen tot aan hun dood blijven financieren.

Zij krijgen drie jaar begeleiding van MeerWaarde in de vorm van een participatiecursus. De ervaring van Forza! in andere gremia is dat MeerWaarde een organisatie is waar men heel erg druk bezig is met MeerWaarde en het participatie-urenwerkboekje dat we te zien hebben gekregen is daar echt een voorbeeld van. Daar zit heel veel creatief werk in, leuke plaatjes, mooi vormgegeven en daarin staat vervolgens voor de onleerbare analfabeten in niet al te gemakkelijk Nederlands in wat er allemaal van hen wordt verwacht, maar dat kunnen zij natuurlijk helemaal niet lezen. We zien graag dat er een aanpak komt die echt is toegesneden op mensen die niet kunnen lezen en dan moet je echt niet met een moeilijk boekje komen. Bij dezen wil ik mijn dankbaarheid uitspreken naar D66 voor het aanvragen van deze sessie want we hebben nu de kans om het volgende inburgeringsdrama, dat zit er echt aan te komen, de kop in te drukken want de Nederlandse samenleving kan niet nog een paar honderdduizend mensen aan die niet werken, niet integreren en iedere maand gratis geld ontvangen. Ook al zouden ze het zelf anders willen, we kweken die gewoonte door hen gewoon drie jaar lang aan het arbeidsproces te onttrekken en dat moeten we echt niet doen. Wat Forza! betreft, moeten we inzetten op werk, werk, werk en is het begeleid inburgeren iets wat moet plaatsvinden op de momenten dat de statushouder vrij is.

De inburgering zal sneller gaan omdat hij met collega's moet werken, zich verstaanbaar moet maken en daar het Nederlands moet oppikken, los van de cursussen die hij krijgt. Hij verdient gelijk geld en als we echt willen dat die mensen inburgeren, is een normaal inkomen dat ze kunnen verdienen het allerbelangrijkste dat er is, anders zijn we alleen maar bezig om een nieuwe onderklasse te kweken in onze maatschappij en dat moeten we echt niet willen. Dan nog één dingetje als het mag voorzitter, een laatste woord. De VOORZITTER: U bent op dit moment echt ruim door uw spreektijd heen. De heer VERMEULEN: Wil je me interrumperen over de € 400.000,00? Ik wil meegeven dat dit grotendeels juridische kosten zijn die wij maken voor gezinshereniging en gezinshereniging is prima, maar we moeten dat niet ook nog een keer aanjagen door daar kosten voor te maken. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is nu het woord aan mijnheer Sidali van de PvdA. De heer SIDALI: Ja dank u wel voorzitter. Het is eigenlijk al gezegd door D66, er is niets beters dan een zelfredzaam leven, een leven met gelijke kansen en een leven waarin je echt mag meedoen te hebben. Dat is winst voor iedereen, dat is winst voor de persoon, dat is winst voor de samenleving en dat is winst voor de gemeente. Voorzitter, werk, werk, werk, dat hoor ik als PvdA graag en zo is dat.

Door werk en onderwijs verheffen wij deze mensen, daarin zullen we moeten investeren en waarom investeren we daarin? Omdat het inderdaad onze mensen zijn, voorzitter. Ik hoorde vanavond weer over de een tegen de ander, 'ik wil liever investeren in onze verenigingen dan dat ik investeer in statushouders', maar voorzitter dit zijn onze mensen, zij zijn ons toebedeeld en daar zullen wij gewoon mee moeten omgaan Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

6

zoals we ook met anderen omgaan. Onze statushouders hebben er ook last van dat we op de verenigingen hebben bezuinigd omdat zij ook burgers van deze samenleving zijn en ja voorzitter, de PvdA is er groot voorstander van om naast de wettelijke taak die we hebben en waarvoor we geld van het rijk krijgen meer te investeren in deze mensen en die € 400.000,00 zeker te behouden. Ik vraag de portefeuillehouder of hij misschien nog meer geld nodig heeft zodat hij nog meer mensen aan het werk kan krijgen en ervoor kan zorgen dat ze de taal gaan spreken. Als dat zo is dan moeten we dat ook doen voorzitter want er is nog een hele taak te gaan, precies ook wat D66 aangaf en Forza! inmiddels ook, die zei ook 'de helft zit nog in de bijstand'. We moeten er dus aan werken dat ze daar uitkomen en dat doen we ook met allerlei andere groepen in onze samenleving, we werken aan mensen die in de bijstand zitten door hen aan het werk te krijgen. Ik ben blij dat D66 dit verzoek heeft ingediend en dat we het hier met elkaar over hebben. Wij zijn heel erg voor een Cliëntenraad omdat ervaringsdeskundigen ons verder kunnen helpen in wat wij allemaal doen als het gaat om inburgering et cetera, et cetera, et cetera. Laten we nou eens gewoon afgaan van dat inburgeren een verplichting is.

Ja, dat is een verplichting maar heb ook vertrouwen in mensen, die willen echt inburgeren, mensen willen gewoon kunnen meedoen in deze samenleving en we zullen dus ook in hen moeten investeren omdat we investeren in allerlei verborgen talenten die in onze samenleving zitten en die zijn er ook onder de statushouders. Dus ja, het is heel goed als er een raad of wat dan ook komt. Voorzitter, tot slot. Zoals u weet is de PvdA met een aantal initiatiefraadsvoorstellen bezig waarin we dit ook meenemen, de participatie van verschillende mensen, wij noemen dat spreidstandburgers die met het ene been in de ene wereld en met het andere been in de andere wereld staan, maar die toch vanuit eigen kracht en met hulp iets in deze samenleving hebben kunnen bereiken. We komen daar nog over te spreken voorzitter en daarbij wil ik het dan maar gewoon even laten. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Sidali, ook u bent door uw spreektijd heen. Dan ga ik nu naar mevrouw Hup van de ChristenUnie-SGP. Mevrouw HUP: Dank u wel voorzitter. Onze ambtenaren, VluchtelingenWerk Haarlemmermeer, TopTaal, MeerWaarde en Danner & Danner zetten zich bijna elke dag weer in om onze statushouders een toekomst te geven met zeer grote gastvrijheid. De informatieve bijeenkomst heeft ons laten inzien dat het binnen onze gemeente heel goed is geregeld en naar ons beeld is echt werkelijk overal aan gedacht.

Gastvrijheid is een Bijbelse opdracht en dit is ook echt terug te zien. Het is op gemeenschappelijk niveau in dit geval echt heel erg van toepassing omdat het noodzakelijk is om hen goed te begeleiden, maar we zijn wel van mening dat het gemeentebestuur ook duidelijke kaders moet meegeven waarbinnen dit beleid in de praktijk vorm krijgt en wanneer asielzoekers een verblijfsvergunning hebben gekregen en zich echt daadwerkelijk in onze gemeente mogen vestigen, vinden we dat inburgering maximaal moet worden ondersteund, dat kunnen ze niet alleen en ze moeten daar natuurlijk de nodige inspanningen voor doen, voor wat hoort wat. Het leren van de taal is een absolute prioriteit, daar begint het bij, in dit geval B1 voor zover ze dat kunnen. Dus ook daar denken ze aan, ze gaan toetsen, ze gaan kijken, ze testen de mensen: kunnen ze dat wel en waar hebben ze anders hulp bij nodig om hen alsnog in de maatschappij te krijgen? Ze moeten ook zelf in hun eigen levensonderhoud gaan voorzien. Het is erg belangrijk dat de gemeente initiatieven ondersteunt en dat de statushouders worden geholpen, zodat ze zich ook echt in onze gemeente thuis gaan voelen. Ze kunnen eventuele trauma's van de oorlog mogelijk ook verwerken bij de ambtenaren en alle mensen in de keten.

We vinden het heel belangrijk dat die menselijke maat terug te zien valt en we ook volgens die vier serviceprincipes werken, gemakkelijk, betrouwbaar, menselijk en verbonden, dat we echt die hulp verlenen richting het vinden van een plek binnen de nieuwe maatschappij, zoals wonen en werken in Nederland. We vinden het wel wat bijzonder dat er best heel veel fte wordt ingezet. Ja, het is goed geregeld, maar we zijn toch wel een beetje geschrokken van de hoeveelheid ambtenaren. Is dat nou werkelijk waar nodig, kan het proces misschien toch niet wat worden versimpeld? De maatschappelijke deelname is echt heel belangrijk, het moet niet ten koste gaan van onze ambtelijke capaciteit. Het Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

7

uiteindelijke doel is juist om de mensen succesvol binnen onze gemeente te laten integreren, zodat ze leuk werk kunnen gaan doen en zichzelf verder mogen gaan ontwikkelen, maar we vinden het toch ook belangrijk dat het niet zo'n gigantisch grote afdeling is en dat die nog meer gaat groeien. Daar ben ik nog even benieuwd naar voorzitter. Tot zover. O ja, de zorgplicht als ik nog tijd heb. De VOORZITTER: Nee, ook u bent door uw spreektijd heen en ik ben vrij coulant vandaag. Dank u wel voor de feedback. Ik ga even kijken wie er aan het kortste eind trekt. Mevrouw Gumbert. Mevrouw GUMBERT: Dank u wel voorzitter. GroenLinks is altijd bereid om dit onderwerp te bespreken, maar als eerste punt kunnen we direct al zeggen dat wij tevreden zijn over hoe de gemeente de inburgering van statushouders in samenwerking met VluchtelingenWerk en andere organisaties vormgeeft. De brief over de pilot waar statushouders en anderstaligen een leerwerktraject Energietransitie kunnen volgen past daar ook uitstekend bij. De zorgen van FVD zoals verwoord in hun schriftelijke vragen over deze pilot delen wij niet. GroenLinks ziet een brede maatschappelijke wens dat nieuwkomers in ons land en in onze gemeenten zo veel mogelijk en zo snel mogelijk gaan werken en op die manier beter kunnen integreren.

Daarnaast is er een noodzaak om te verduurzamen, we moeten op andere manieren in onze energiebehoefte gaan voorzien, er is overal op de arbeidsmarkt een tekort aan personeel, er zijn nieuwe Nederlanders op zoek naar werk en wij zijn dan ook heel blij met deze pilot en we verwachten dat de hele samenleving ervan zal profiteren. Wij investeren hier graag in omdat zo'n investering rendeert want werk is bewezen de beste manier om te integreren en ook het leren van de taal gaat beter in direct en intensief contact met mensen voor wie Nederlands de moedertaal is dan in een klaslokaal. Ik ben taalcoach geweest, dus ik weet het. Het een sluit het ander niet uit, dus laten we vooral zorgen dat beide trajecten parallel kunnen lopen, zowel inburgeringslessen volgen als alvast aan het werk gaan. Vorige week was er weer de onderwijslunch, fijn dat dit weer kon, en we hoorden dat er veel moeite wordt gedaan voor een zogenoemde zachte landing van kinderen in het basisonderwijs. Als het goed gaat met kinderen, zal dat voor de gezinnen van statushouders zeker bijdragen aan een goede start in onze samenleving. We zijn daarom wel enigszins bezorgd over de aangekondigde bezuiniging op internationale taalklassen. Graag worden we op de hoogte gehouden van de mogelijke gevolgen voor deze speciale groep leerlingen en hun gezinnen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mevrouw Gumbert van GroenLinks.

Dan is nu het woord aan de heer Rip van HAP. De heer RIP: Ja, ik kan kort zijn. Ik dank D66 voor deze sessie want ik ben er heel erg blij mee. We gaan het nu gewoon eens hebben over de mensen en hoe het gaat in plaats van dat we eigenlijk altijd maar in de zuurgraadmodus zitten, dat het altijd maar vervelend is. Ik ben er heel blij mee en ik ben ook heel blij met de Spreidingswet want dat is een win-win. We moeten hen gastvrij ontvangen, de hand reiken en kijken of we het beste in elkaar naar boven kunnen halen. De vraag van D66 is volgens mij hoe we de raad beter bij onze inwoners gaan betrekken want het zijn geen statushouders, nee het zijn Haarlemmermeerders, simpel, punt. Zij hebben gewoon rechten en ook plichten en wij moeten hen een steuntje in de rug geven want het is natuurlijk een schande voor een beschaving als Nederland dat die zo'n Wet inburgering nodig heeft. De VOORZITTER: Mijnheer Rip, u krijgt een interruptie van mevrouw Antolini. Mevrouw ANTOLINI; Ik heb eigenlijk twee vragen met betrekking tot de Spreidingswet. Mijn eerste vraag is: houdt het ooit op met de instroom, ziet HAP ook in dat we het op een gegeven moment gewoon niet meer aankunnen? De heer RIP: Ik denk dat wij het zwaar overdrijven in Nederland, maar ik kan u wel een handreiking Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

8

geven. Als wij zorgen dat de 100 miljoen vluchtelingen in de wereld wat minder worden, dus dat we daar in een breder verband naar kijken dan ben ik ervan overtuigd dat ook de aanloop naar Nederland minder wordt. Dus nee, ik deel uw mening niet. De VOORZITTER: Gaat u verder met uw betoog. De heer RIP: Ik wil meegeven dat wij als fractie formeel en informeel veel contacten hebben binnen VluchtelingenWerk en dat ik daar gewoon ontzettend goede en mooie dingen zie. Ik wil het college eigenlijk ook een compliment geven, ga vooral zo door. Het aantal ambtenaren boeit mij niet zo erg, ik vind het alleen maar mooi dat we die hulp kunnen bieden en dat het uiteindelijk op langere termijn terugkomt. Wat heb je nu nodig en wat kunnen we er als raad beter bij betrekken in de zin van moeten we wat meer informatieve bijeenkomsten organiseren waarin we vooral luisteren naar degenen die erbij betrokken zijn, bijvoorbeeld VluchtelingenWerk of MeerWaarde, misschien moeten we dat wel doen of de rapportages wat frequenter. U had het over een raad, een soort denktank, een Cliëntenraad. Als deze vorm past en werkt, moeten we het vooral niet nalaten. Volgens mij hebben we ook de participatieraad en misschien is er een combinatie mogelijk, ik heb geen idee maar ik begrijp uw intentie en we zijn er heel erg blij mee. Laten we vooral zo doorgaan want het gaat hartstikke goed.

De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Rip. Voor de notulen, afwezig zijn SRH, BVNL, EEN Haarlemmermeer en GEZOND Haarlemmermeer. Daarmee gaan wij de eerste termijn afronden en gaan wij voor de vragen naar de wethouder. Wethouder EL IDRISSI: Ja dank voor het woord voorzitter en dank ook voor alle bijdrages van alle fracties. Laat ik starten met te zeggen dat ik de dank die u hebt uitgesproken voor de informatieve bijeenkomst meeneem naar onze externe partners, maar ook naar onze ambtenaren die het inderdaad goed hebben uitgelegd, daar ben ik het ook helemaal mee eens, zij hebben ons goed meegenomen in het traject dat onze nieuwkomers ervaren, dus dat als eerste punt meegegeven. Ik denk inderdaad dat een aantal partijen ook heeft aangegeven dat het statushouders zijn, maar ik wil ook nadrukkelijk meegeven dat dit ook gewoon onze Haarlemmermeerders zijn, het zijn gewoon onze eigen inwoners die gewoon Nederlanders zijn en ik denk dat het belangrijk is om dat wel in gedachte te houden en vanuit daar te denken. Dan ga ik even kort door de vragen heen en ik probeer de vragen van alle partijen mee te nemen. D66 sprak over de focus op betaald werk.

Dat is iets wat wij ook sterk in ogenschouw nemen, mensen doen naast hun driejarige inburgeringstraject ook mee in de samenleving en hoe kun je dat het beste doen? Door ook gewoonweg ondergedompeld te worden met collega's die de taal spreken, et cetera, maar we moeten ook in ogenschouw nemen dat zulke inburgeringstrajecten voor sommige mensen best pittig zijn. U kunt zich voorstellen dat een opleiding heel veel tijd kost en dat je ook nog kinderen hebt die je naar school moet brengen, moet ophalen en dat je tegelijkertijd ook je huiswerk moet maken. Dat zijn best intensieve trajecten, maar ik ben het er 100% mee eens, en dat doen we ook, dat je daar waar je maatwerk kunt leveren, iemand die het fijn vindt om aan de slag te gaan, zo'n duaal traject in het leven roept. De VOORZITTER: Mijnheer Vermeulen, u hebt een aanvullende vraag. De heer VERMEULEN: Ja, ik heb inderdaad een aanvullende vraag voorzitter. Ik hoor heel goed wat de wethouder zegt en ik hoop dat de wethouder het met Forza! eens is dat je extra inzet mag vragen om hier zo snel mogelijk onderdeel van de maatschappij te worden als iemand zoveel moeite heeft gedaan om in een land te komen.

Wat u zelf al aangeeft, deze mensen willen heel graag werken en bent u het dan met mij eens dat juist het feit dat je hen zo snel mogelijk in dat arbeidsproces krijgt en zo onderdeel maakt van de maatschappij bovengeschikt moet zijn aan het feit dat ze ook nog een opleiding volgen, dat het eigenlijk niet zo moet zijn dat zij een opleiding volgen in de tijd die degene die de Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

9

opleiding geeft uitkomt, maar dat degene die de opleiding geeft zich aanpast aan het feit dat we die mensen moeten laten integreren en bent u bereid om daarop in te zetten? Wethouder EL IDRISSI: Ik vind het vooral belangrijk dat mensen ook de normen en waarden van onze samenleving leren, dat ze onze gemeente leren kennen, dat ze de voorzieningen leren kennen, dat ze weten waar ze naartoe moeten, dat ze financieel zelfredzaam worden en dat ze vrienden maken middels die taalcafés, die taalcoaches en die buddy's. Dat is de manier om zo goed mogelijk te integreren en ik denk dat daar ook het hoofdpunt moet liggen. Je hebt er drie jaar voor en als je het niet binnen drie jaar haalt, krijg je gewoonweg geen status van de IND. Dat is wat mensen primair niet willen, mensen willen hier blijven en het is belangrijk om juist in te zetten op zaken zoals hoe we hier met elkaar omgaan om vervolgens te kijken naar werk. De VOORZITTER: U krijgt nog een aanvullende vraag van mevrouw Knikker. Mevrouw KNIKKER: Ja dank u wel voorzitter, het triggerde mij nog even. De Kamerbrief die de minister deze week stuurde ging ook over de pilot Startbanen waaraan vijf gemeenten gaan meedoen. Juist ook wat mijnheer Vermeulen heel terecht aangaf, de verplichting om bij taallessen aanwezig te zijn en de mogelijkheid om te werken schuurt soms.

Heeft onze gemeente ook meegedaan om die pilot in Haarlemmermeer te mogen draaien, dus dat wordt afgeweken van die standaardprocedure voor hoeveel taaluren er moeten zijn, maar dat men al sneller aan het werk kan en weet u iets van die pilot, hoe gaan we volgen wat er in de gemeente gaat gebeuren? De VOORZITTER: Mevrouw Antolini, hebt u een aanvullende vraag over hetzelfde onderwerp? Dan ga ik eerst even vragen of mijnheer El Idrissi de vraag van mevrouw Knikker kan beantwoorden. Wethouder EL IDRISSI: Ja over die startbasisbanen. Daar zijn we niet bij betrokken, dat kan ik u wel meegeven. Ik kan wel kijken of dat interessant voor ons is, maar laat ik wel even duidelijk zijn. Waar we maatwerk kunnen leveren, dus daar waar de duale trajecten kunnen plaatsvinden, doen we dat ook. Daar waar het kan, zetten we naast het inburgeringstraject ook in op werk. De VOORZITTER: Voldoende beantwoord? Dan ga ik naar mevrouw Antolini. Mevrouw ANTOLINI: Ja dank u voorzitter. Ik wil nog even ingaan op iets anders wat de wethouder aangaf en wat ook HAP en de PvdA benoemden, namelijk dat deze statushouders echte Haarlemmermeerders zijn, het zijn Nederlanders. Ik zou graag aan de wethouder willen vragen wat dan een Nederlander is.

Asielzoekers krijgen na enkele maanden al een verblijfsvergunning, ze krijgen een stempeltje dat ze Nederlanders zijn, betekent dat een Nederlander zijn, dat je hier een paar maanden hebt gewoond? De VOORZITTER: Dan ga ik naar het college. Wethouder EL IDRISSI: Nederlander zijn betekent dat je hier in de gemeente Haarlemmermeer woont, dat je onderdeel bent van de samenleving, dat je je inburgeringstraject goed hebt gedaan of dat je ermee bezig bent, dat je in ieder geval de intrinsieke motivatie hebt om het te behalen, dat je leert hoe het hier gaat in onze samenleving, dat je de normen en waarden leert kennen en dat je de mensen leert kennen. Dat maakt dat iemand een van de inwoners van Haarlemmermeer is. De VOORZITTER: Dank u wel, gaat u verder met de rest van de vragen. Wethouder EL IDRISSI: De tweede vraag van… Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

10

De VOORZITTER: Sorry, een momentje. Ik zie dat er nog een aanvullende vraag komt van mevrouw Gumbert aan mevrouw Antolini. Mevrouw GUMBERT: Het is niet zozeer een aanvullende vraag. Heel simpel gesteld, iemand die een geldig verblijfsdocument heeft, is een Nederlander. De VOORZITTER: Dan bent u het daarmee eens. Dit zijn vragen, u kunt straks vrij in het debat gaan en dan kunt u dit onderwerp doen. Ik ga weer naar het college om de vragen te laten beantwoorden. Wethouder EL IDRISSI: Ja dank. De VVD zei dat we de mensen graag via vrijwilligerswerk in de samenleving terugzien. Dat doen we ook, daar zetten we ook behoorlijk op in. Dan even over de bedragen die u aangaf, die € 400.000,00 die de gemeente Haarlemmermeer zelf bijlegt. Dat klopt, we geven ongeveer € 1,3 miljoen aan prestatiesubsidies aan VluchtelingenWerk voor alle thema's die toentertijd ook tijdens de informatieve bijeenkomst zijn benoemd, belangrijke thema's. We kunnen in principe wel iets doen met die € 900.000.00 kaal die we van het rijk krijgen, maar lang niet wat je echt wilt. Je wilt mensen namelijk succesvol in de samenleving laten integreren, je wilt op al die thema's scoren en dat doen we ook. We deden dat ook al voor de Wet inburgering 2021, toen betaalden we dat al uit eigen zak en ik adviseer de raad om daar niet aan te tornen, dat is gewoon het bedrag waarmee we het moeten doen.

Als je echt taalcoaches en taallessen schrapt dan doe je iets aan de succesvolle integratie van onze statushouders. Dan het punt over het team Inburgering dat we als ik het goed heb bij de behandeling van de voorjaarsrapportage hebben afgesproken, daar hadden mijnheer Achterbergh en mevrouw Hup het ook over. Als we 'ja' zeggen tegen de taakstelling Statushouders, de huisvesting laten we dat woord toch even gebruiken, dan zeg je dus ook 'ja' tegen de taakstelling om de mensen goed te laten integreren, je kunt niet zeggen tegen de hele taakstelling 'ja' zeggen en de helft van die groep heel goed in de samenleving laten integreren en zeggen 'voor de andere helft, daar hebben we de wens niet voor en ook niet de gelden, laat hen het zelf maar uitzoeken'. Dat is niet het verhaal, als je tegen het ene 'ja' zegt dan is er ook een causale relatie met het goed laten integreren van die mensen, die wettelijke taak ligt bij ons. Als het gaat om team Inburgering, die gelden hebben we vrijgemaakt vanuit de Oekraïnegelden, er is geld vrijgemaakt om het team Inburgering te versterken. Dat heeft te maken met het feit dat die taakstelling zo is verhoogd en dat je daardoor die mensen goed moet laten integreren, daar heb je de mensen weer voor nodig. De vraag die nu bij de VNG ligt, is hoe wij worden gecompenseerd voor die gelden.

We krijgen wel geld voor onze leerscholen, dat doen we gewoon, maar het rijk weet niet of die de gemeenten 100% gaat compenseren voor het team Inburgering dat helpt bij het goed integreren van die mensen in de samenleving, daarvoor heb je ook ambtenaren nodig. De VNG is daar nu mee bezig en we hopen daar wel de gelden voor binnen te krijgen. De VOORZITTER: Er is een aanvullende vraag van de heer Achterbergh, een verduidelijkende vraag volgens mij. De heer ACHTERBERGH: Ja, dat sowieso, maar ook even een opmerking. Ik heb het idee dat mijnheer El Idrissi schetste dat ik het aantal ambtenaren zou willen inkrimpen, maar dat zei ik niet. Volgens mij heb ik alleen een enorm compliment gegeven omdat ze ondanks de enorme toename hun stinkende best hebben gedaan, dat wil ik even rechtzetten. Ik begreep in de informatieve bijeenkomst dat die € 400.000,00 naar bovenwettelijke taken gaat en dat die kale € 900.000,00 voor de wettelijke taken is, begrijp ik de wethouder goed dat daar dus een overlap in zit of heb ik het wel goed begrepen? De VOORZITTER: Mijnheer El Idrissi. Wethouder EL IDRISSI: Ja, dat klopt. Die € 900.000,00 is inderdaad het bedrag dat je van het rijk krijgt, Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

11

dat is gewoon een kaal bedrag in de zin van dat je daar wel iets mee kunt, maar niet wat wij heel graag willen, namelijk die succesvolle integratie, daar moet je gewoon wel net even wat meer voor doen. Een aantal gemeenten doet het met dat bedrag en doet een aantal thema's gewoon niet, dat is een keuze van een bepaalde gemeente. Wij kiezen daar niet voor, wij kiezen daar al jarenlang niet voor en ik wil wel graag op dat bedrag focussen en het op die manier doen. De VOORZITTER: U krijgt ook nog een aanvullende vraag van mevrouw Hup. Mevrouw HUP: Ja ik zal even bijvang geven want ik zei 'kunnen we niet wat op het aantal fte korten?', maar dat is echt alleen als we die gelden van de VNG niet krijgen want we maken ons zorgen over hoe we het dan rechtbreien, helemaal gezien de financiële gezondheid van onze gemeente. Vandaar de vraag aan de wethouder of we het proces misschien toch kunnen versimpelen. Ik snap de zorg voor het huisvesten en de inburgering, maar kan daar misschien toch naar worden gekeken, zodat we wel een plan B op de plank hebben voor als we straks toch iets moeten korten en er geen geld van het rijk komt? De VOORZITTER: Dank u wel, ik denk dat die vraag nog op het lijstje stond om te beantwoorden. Gaat u verder. Wethouder El IDRISSI: Ik wilde hem eigenlijk direct meenemen bij de vraag van de heer Achterbergh.

Mevrouw Hup, ik denk dat het belangrijk is om die causale relatie nogmaals te benoemen. Op het moment dat je 'ja' zegt tegen de taakstelling om je statushouders te huisvesten, is het ook belangrijk om hen goed in de samenleving te laten integreren. Als je een grotere taakstelling krijgt, moet je je team uitbreiden om die mensen goed te laten integreren, daar zit een causaal verband tussen. Wij zitten de komende twee jaar goed, we hebben het overschot van de Oekraïnegelden daarvoor kunnen vrijmaken, maar de gesprekken zijn nog steeds gaande en we hopen daar wel een compensatie voor te krijgen, zodat de gelden die we uit het overschot Oekraïnegelden hebben vrijgemaakt naar de algemene middelen kunnen terugvloeien. De VOORZITTER: Dan komt er nog een vraag van mijnheer Vermeulen. De heer VERMEULEN: Dank u voorzitter. Ik was ook bij die informatieve bijeenkomst, ik heb het gevoel dat ik daar goed heb opgelet en u moet me corrigeren als ik het helemaal verkeerd heb begrepen, maar volgens mij was u degene die dat vertelde. U vertelde ons toen dat een heel groot deel van die € 400.000,00 wordt gereserveerd voor juridische hulp aan de statushouders, om hen bij te staan bij hun gezinshereniging. Heb ik dat verkeerd gehoord of is dat het geval? De VOORZITTER: Dan gaan we weer naar het college.

Wethouder El IDRISSI: VluchtelingenWerk heeft verschillende thema's uitgelicht en wist niet precies aan te geven waar die € 400.000,00 in zit. Bij al die thema's zit ook juridische begeleiding. Je kunt je voorstellen dat, als je een kind ergens in een oorlogsgebied hebt, je dat graag zo snel mogelijk deze kant op wilt hebben, maar je spreekt de taal niet, je weet niet waar je naartoe moet en daarbij moet je ook vanuit die maatschappelijke begeleiding hulp bieden. Je kunt zeggen dat we dat niet doen, maar dan houden die mensen angst over hun kinderen: waar zijn ze, waar blijven ze? Tegelijkertijd vragen we hen ook om goed in te burgeren en u kunt zich voorstellen dat dit hem dan niet gaat worden. Die mensen zijn ergens anders met hun gedachten en we vragen hen ook nog om goed in te burgeren, maar daar gaat geen huiswerk in. Ik denk dat we wel realistisch moeten zijn en ik herhaal het, doe net of u die persoon bent en als u op die manier gaat nadenken dan weet u precies waar die mensen tegenaan lopen, ik denk dat u dan uw retoriek anders zult plaatsen.

Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

12

De VOORZITTER: U hebt een aanvullende vraag, gaat uw gang. De heer VERMEULEN: Bent u het met me eens dat je je ook een keer kunt verplaatsen in inwoners van Nederland die ook niet altijd in een gemakkelijke situatie zitten en die ook juridische hulp nodig hebben, maar die gewoon uit eigen zak € 270,00 per uur aan een advocaat moeten betalen? Wat is dan het onderscheid tussen die zorgen en het leed van die mensen en het leed van de statushouders? De VOORZITTER: Mevrouw Antolini heeft een aanvullende vraag over hetzelfde onderwerp? Mevrouw ANTOLINI: Ja, ik wil de wethouder vragen om de situatie te schetsen zoals die is, het gaat niet alleen om oorlogsvluchtelingen. De VOORZITTER: Mijnheer El Idrissi. Wethouder EL IDRISSI: Het gaat om allerlei vluchtelingen. Mensen vluchten om een reden, de een vlucht voor een oorlog en de ander vanwege zijn etniciteit. Laten we die mensen benaderen vanuit een positieve gedacht en niet vanuit de negatieve gedachte dat het gelukszoekers of wat dan ook zijn. De VOORZITTER: Dank u wel. Misschien kunt u verdergaan met de beantwoording van de vragen. Als u het college de ruimte geeft om de vragen te beantwoorden, dan kunnen we daarna nog een rondje ophalen. Wethouder EL IDRISSI: FVD had het over de Spreidingswet. Die staat hier los van, maar ik wil u wel iets meegeven.

De Spreidingswet gaat specifiek over de mensen die hier al zijn en u hebt het vaak over de massale instroom. Dat zijn twee verschillende zaken. De Spreidingswet staat voor een eerlijke en rechtvaardige verdeling van asielzoekers. Ik heb al eerder aangegeven dat het college voor die Spreidingswet staat, het kan gewoonweg niet zo zijn dat een gemeente als West-Friesland tot op de dag van vandaag geen asielzoekers heeft opgevangen, dat is natuurlijk van de gekke. Ik heb al eerder dat zero sum game verhaal aangegeven, het voordeel voor een gemeente die geen asielzoekers hoeft op te vangen of dat gewoonweg niet wil, is een dubbel nadeel voor een gemeente die het dan maar oppakt, het is namelijk een landelijk probleem. De VOORZITTER: U krijgt nog een aanvullende vraag, maar ik ga ook vragen of u via de voorzitter wilt spreken want we horen niet direct naar elkaar te beantwoorden. Mevrouw Antolini, u hebt nog een aanvullende vraag. Mevrouw ANTOLINI: Dank u voorzitter. De wethouder gaf aan dat de Spreidingswet is voor de mensen die al in het land zijn, maar de instroom blijft gewoon doorgaan, dus die Spreidingswet is ook van toepassing op wie er nog komt, dat lijkt me logisch. Het kan toch niet zo zijn dat de lokale overheid en het rijk zo veel mensen laten binnenkomen, dat bepalen jullie.

De mensen die hebben gestemd, hebben hun geluid laten horen maar jullie doen gewoon precies wat jullie willen. De VOORZITTER: Mevrouw Antolini, of u het ook via de voorzitter wilt doen, we spreken niet direct naar het college. Ik snap dat dit een verhitte discussie is. Wethouder EL IDRISSI: Dat snap ik inderdaad. Het past niet helemaal in de sessie die we nu hebben want die gaat namelijk over integratie van onze statushouders. Het laatste wat ik daarover wil zeggen is dat, als u die discussie heel graag wilt voeren, u zich echt tot het rijk moet richten, die moet de migratie-instroom beperken, dat is de enige entiteit die daar iets tegen zou kunnen doen.

Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

13

De VOORZITTER: Dan ga ik kijken, hebt u nog vragen te beantwoorden? Wethouder EL IDRISSI: Het drie jaar lang onttrekken aan het arbeidsproces. Ik heb al eerder aangegeven dat we dat juist niet doen. Waar dat kan willen juist inzetten op die duale trajecten en daar proberen we zo veel mogelijk maatwerk op in te zetten. De onderdompeling van mensen is ontzettend belangrijk, dat ze de taal ook van collega's leren en hoe daarmee om te gaan. Ik heb de ChristenUnieSGP gehad, dat ging over het team Inburgering. HAP had het over de voortgangsrapportage, kunnen we nog een evaluatie verwachten? We hebben bij de implementatie van de nieuwe Wet inburgering 2021 aangegeven dat er een voortgangsrapportage komt en ik denk niet dat die er eind 2024 is omdat de eerste mensen in de loop van 2024 hun inburgeringstraject volbrengen, dat zal een beetje in de loop van het jaar gebeuren en aan het eind van 2024 zullen er nog wel wat mensen bijkomen. Ik denk dat we ook met het ambtelijke apparaat goed moeten kijken wat een goed moment is om dan te zeggen: dit zijn de mensen die hun inburgeringstraject goed hebben afgerond en vervolgens ook de stap naar het arbeidstraject hebben gezet. Volgens mij heb ik alle vragen gehad voorzitter. De VOORZITTER: Ik ga een rondje doen, ik zie al veel handen omhooggaan en ik was ook mijn eigen lijstje even aan het doornemen.

Ik ga even alle vragen ophalen en hopelijk kan het college de antwoorden intussen bij elkaar halen. Mevrouw Knikker Mevrouw KNIKKER: Dank u wel voorzitter, heel kort. Mijn laatste punt ging over de Cliëntenraad, ik vraag me af hoe het college daar tegenover staat en of u een motie van de raad nodig hebt om dat mogelijk te maken. De VOORZITTER: Mijnheer Achterbergh. De heer ACHTERBERGH: Ik heb een vraag gesteld over de Z-leerroute. We hebben tijdens de informatiebijeenkomst 30% gehoord en mijn vraag was: gaat dat problemen in de uitvoering opleveren of niet en of daar financiële plaatjes aan zitten. De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer Sidali. De heer SIDALI: Dank u wel voorzitter. Toch even ter verduidelijking want ik heb de portefeuillehouder niet willen interrumperen en hem gewoon zijn verhaal laten afmaken. Toch even over die € 400.000,00 die wij structureel uit onze eigen begroting betalen, die zit gewoon structureel in onze begroting en als het goed is doet VluchtelingenWerk ieder jaar of om de twee jaar, ik weet niet wat de cyclus is, een subsidieaanvraag. Ik hoorde de portefeuillehouder iets zeggen over een overschot van Oekraïnegelden, maar al is dat overschot er niet dan hebben wij toch gewoon die € 400.000,00 structureel in onze begroting zitten, die is toch niet in gevaar? Dat wil ik nog wel even toegezegd hebben, voorzitter. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel.

Zijn er nog meer aanvullende vragen? Nee, dan gaan wij terug naar het college, de Cliëntenraad. Wethouder EL IDRISSI: Laat ik beginnen bij de laatste vraag, dan werk ik het zo af voorzitter. Misschien is het wel even goed om die € 400.000,00 te benoemen. Het gaat om de prestatiesubsidie van ongeveer € 1,3 miljoen voor VluchtelingenWerk, waarvan ongeveer € 900.000,00 van het rijk en € 400.000,00 van ons komt, dat hebben we al voor de nieuwe wet zo afgesproken, daar zitten de verschillende thema's op. Het overschot aan Oekraïnegelden is specifiek bedoeld voor dat team Inburgering, dat moet je namelijk verbreden. De taakstelling is verhoogd, we hebben het allemaal gezien, het is allemaal verdubbeld. Dat betekent ook dat je meer ambtenaren nodig hebt om die mensen zo goed mogelijk te Verslag Raadssessie Sessieverzoek D66 ‘De omgang met statushouders in de gemeente’ 1 februari 2024

14

begeleiden. Het gaat niet naar vluchtelingen, maar het zijn onze eigen ambtenaren. Daarvoor hebben we een bedrag vanuit het overschot Oekraïnegelden vrijgemaakt. De VOORZITTER: Mijnheer Sidali wil een aanvullende vraag stellen. De heer SIDALI: Zo kennen we het rijk weer, je krijgt er een taak bij en dan moet je zelf maar uitzoeken hoe je het gaat bekostigen. We kennen het van de jeugdzorg, dat is ook weer een beetje gerepareerd. Nu begrijp ik waar de wethouder het over heeft. Ja helder, dank je. De VOORZITTER: Dat was geen vraag, maar een compliment denk ik. De volgende vraag. Wethouder EL IDRISSI: De leerschool die de Z-route oppakt, kan dat gewoon aan, dat is allemaal goed, dat gaat prima. De Cliëntenraad laat ik echt aan de raad zelf over. We willen graag grip en regie op wat er gebeurt met mensen die in onze samenleving gaan integreren. Er gebeurt al heel veel mevrouw Knikker, ook via MeerWaarde en je kunt zo als vrijwilliger naar VluchtelingenWerk gaan en aangeven 'ik zou heel graag een buddy willen zijn, 'ik zou heel graag iemand willen begeleiden' of 'ik zou heel graag iets bij het taalcafé willen doen', er zijn veel mogelijkheden om je aan te melden om mensen te helpen. Ik denk dat er al heel veel gebeurt, maar als de raad ook iets vanuit een panel of whatever wil doen dan is dat echt aan u. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer El Idrissi.

Zijn er nog aanvullende vragen? Nee. Dank u wel, dan sluit ik de eerste termijn. Ik heb drie onderwerpen genoteerd en ik zie al een vinger omhooggaan. Eén onderwerp was inderdaad van u mijnheer Vermeulen, gaat uw gang. De heer VERMEULEN: Ik hoop dat u doelt op het onderwerp werk, werk, werk en dan met name het gedeelte dat we de inburgeringscursus rondom het belang van de statushouders om te kunnen werken gaan organiseren. We hebben in de informatieve bijeenkomst heel goed gehoord dat er zelfs een statushouder is met hele gewenste specifieke kennis die toch geen vast contract kreeg omdat hij steeds voor die inburgeringscursus van zijn werk weg moest. Dat vind ik echt heel kwalijk en ik ben heel benieuwd hoe de rest van de raad erover denkt om, als we nu nog kunnen schakelen, die inburgering zodanig in te richten dat het integreren in het echte leven boven al die cursussen staat. Ik snap dat iemand na drie jaar die cursus moet hebben gehaald, dat moet ook gemakkelijk kunnen, en ik begrijp ook dat je een enorm offer van iemand vraagt als je iemand fulltime wilt laten werken en wilt laten inburgeren, maar aan de andere kant hebben die mensen al zo hun best gedaan om hier te komen dat ik vind dat we ook aan hen mogen vragen om dat offer te brengen en al hun tijd in deze maatschappij te investeren. Ik wil horen hoe andere mensen daarover denken.

De VOORZITTER: Dank u wel, er zijn al wat gedachtegangen. Mijnheer Achterbergh. De heer ACHTERBERGH: Ja dank u wel voorzitter. Werk, werk, werk is wel weer grappig, ik ben het met mijnheer Vermeulen eens dat dit erg belangrijk is en daarom noemde ik al vrijwilligerswerk als opstapje naar werk. Ik heb tijdens de informatieve bijeenkomst ook gehoord dat mensen in de verdrukking raken met vaste contracten omdat ze te veel op school moeten zijn. Ik heb zelf naast mijn werk intensief gestudeerd, ik moet wel zeggen dat dit een uitdaging is en ik vraag me af of het bevorderlijk is voor het proces om iemand in de avonden en de weekenden te laten studeren, ik vraag me af of dat werkt, letterlijk en figuurlijk. Een goede balans zou daarin wel noodzakelijk zijn. De VOORZITTER: Wilt u direct reageren op de woorden van mijnheer Achterbergh? Nee, dan is nu het woord aan mijnheer Blom.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=eed7513f-c4c6-45a7-a35a-44279371c53b