CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitspraak RvS 2 april 2014

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 30 mei 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: - Sessieverzoek Forza! (dhr. Vermeulen) Woningbouw in Badhoevedorp17.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan berust niet bij een procesmanager in dienst van de gemeente, maar bij de raad. De raad heeft het plan op dit punt derhalve niet in strijd met het vertrouwensbeginsel vastgesteld. 13.2. Het beroep van [appellante sub 7] is ongegrond. Het beroep van [appellant sub 8] en anderen 14. Het beroep van [appellant sub 8] en anderen is gericht tegen het plandeel met de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 5" waarmee wordt voorzien in de bouw van maximaal 20 woningen in het gebied De Groene Zoom, welk gebied deel uitmaakt van het deelgebied De Schuilhoeve. Zij voeren aan dat onduidelijk is waarom wordt voorzien in de mogelijkheid van het wijzigen van de bestemming "Groen" in een woonbestemming, terwijl deze wijziging niet nodig is voor de omlegging van de A9. Verder betogen [appellant sub 8] en anderen dat de aanduiding "wro-zone wijzigingsgebied 5" aan een te groot deel van de gronden is toegekend, omdat door het college van burgemeester en wethouders te kennen is gegeven dat wellicht niet het gehele gebied wordt betrokken in een wijzigingsplan. 14.1. Blijkens de verbeelding is aan de gronden gelegen ten noorden van de straat Groene Zoom de aanduiding "wro-zone - wijzigingsbevoegdheid 5" toegekend.

Ingevolge artikel 46, lid 46.1, onder e, van de planregels kan het college van burgemeester en wethouders ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 5" de bestemming van die gronden wijzigen in de bestemming "Wonen" met inachtneming van de volgende regels: 1. in de bestemming "Wonen" zijn enkel grondgebonden woningen toegestaan; 2. in de bestemming "Wonen" zijn vrijstaande woningen en twee onder één kap woningen toegestaan; 3. het maximale aantal woningen bedraagt niet meer dan 20 woningen; 4. de maximale goothoogte bedraagt niet meer dan 8 m; 5. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan 11 m;

18

6. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt, in beginsel, niet meer dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 7. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, volgens de dan geldende normen. 14.2. De Afdeling overweegt dat het aan de raad is om op basis van planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen bestemmingen voor gronden vast te stellen. Ter zitting is door de raad te kennen gegeven dat de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 5" is opgenomen, omdat de Groene Zoom in de bestaande situatie met de rug naar de A9 toe ligt. De voorziene woningen aan de zuidkant van de Groene Zoom die met de deze wijzigingsbevoegdheid worden mogelijk gemaakt zullen zich naar het nieuwe parkgebied oriënteren. Volgens de raad is het uit stedenbouwkundig oogpunt wenselijk om aan de noordkant van dit nieuwe park een stedenbouwkundige afronding te realiseren. De bestaande woningen grenzen nu met de achterkant van de tuinen aan de Groene Zoom, maar het heeft de voorkeur om hier voorkanten te realiseren waardoor dit deel van het dorp zich weer oriënteert naar het zuidelijke gelegen nieuwe deel dat op het oude tracé van de A9 wordt ontwikkeld.

In hetgeen [appellant sub 8] en anderen hebben aangevoerd wordt geen grond gevonden voor het oordeel dat de raad er niet in redelijkheid voor heeft kunnen kiezen om op de desbetreffende gronden met een wijzigingsbevoegdheid woningbouw toe te staan. Voor zover [appellant sub 8] en anderen hebben betoogd dat bomen en beplanting de achterkanten van de bestaande woningen aan het zicht kunnen onttrekken, heeft de raad toegelicht dat een dichte afzetting van groenvoorzieningen afbreuk doet aan de kwaliteit van de omgeving. Dat de omlegging van de A9 niet noodzakelijk is voor het realiseren van de 20 voorziene woningen doet aan het voorgaande verder niet af. De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het opnemen van deze wijzigingsbevoegdheid geen verband hoeft te houden met de omlegging van de A9. 14.3. Ter zitting is voorts door de raad te kennen gegeven dat in het Definitief Stedenbouwkundig Ontwerp (hierna: DSO) inmiddels proefverkavelingen zijn gemaakt waaruit volgt dat het gehele gebied waaraan de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 5" is toegekend zal worden gebruikt voor woningbouw, bijbehorende infrastructuur, groen en water.

Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad er op voorhand van had moeten uitgaan dat binnen de planperiode geen gebruik zal worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 46, lid 46.1, onder e, van de planregels. Voorts acht de Afdeling het niet onredelijk dat in het wijzigingsplan, waartegen belanghebbenden rechtsmiddelen kunnen aanwenden, de precieze begrenzing zal worden bepaald van het gebied waar woningbouw wordt voorzien. 15. [appellant sub 8] en anderen betogen verder dat de toepassing van de desbetreffende wijzigingsbevoegdheid een ernstige inbreuk op hun privacy tot gevolg heeft en hun woongenot aantast doordat onder meer hun vrije uitzicht teniet zal gaan en het percentage aan groen in de buurt omlaag gaat. Voorts betogen zij dat een bouwhoogte van 11 m niet passend is in de omgeving en vrezen zij voor waardevermindering van hun woningen. 15.1. De woningen van [appellant sub 8] en anderen bevinden zich op de percelen [locatie 1] en [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6]. De afstand tussen gronden met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 5" en de dichtstbijzijnde woning van [appellant sub 8] en anderen bedraagt blijkens de verbeelding ongeveer 7 m. 15.2. De Afdeling overweegt dat enige aantasting van de privacy en het woongenot van

19

[appellant sub 8] en anderen, gelet op het feit dat de gronden in het plangebied thans bijna geheel onbebouwd zijn, niet uit te sluiten is. In dit verband wordt echter van belang geacht dat de woningen van [appellant sub 8] en anderen op een afstand van minimaal 7 m staan ten opzichte van de gronden waaraan de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 5" is toegekend en dat geen blijvend recht op een vrij uitzicht bestaat. Voorts wordt daarbij in aanmerking genomen dat een woonsituatie vrij van enige inkijk in binnenstedelijk gebied niet kan worden gegarandeerd. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat uit het DSO volgt dat de afstand tussen de percelen van de bestaande woningen en de percelen van de voorziene woningen minimaal 20 m zal bedragen, zodat de voorziene woningen op een veel ruimere afstand dan 7 m zullen worden gebouwd, en heeft hij te kennen gegeven dat het zicht op sommige percelen van [appellant sub 8] en anderen reeds belemmerd wordt door erfafscheidingen en groen. In de plantoelichting staat verder dat de bestaande hoeveelheid groen per inwoner in Badhoevedorp 38,6 m² is en dat het streven is om deze hoeveelheid ook in de toekomst voor Badhoevedorp aan te houden. Uit het groenstructuurplan volgt dat in de gemeente Haarlemmermeer minimaal 20,1 m² openbaar groen per inwoner aanwezig moet zijn.

Door de raad is onweersproken gesteld dat na toepassing van de desbetreffende wijzigingsbevoegdheid de streefwaarde van 38,6 m² groen per inwoner in de wijk niet wordt gehaald, maar dat nog steeds aan de norm van 20,1 m² wordt voldaan. Ter zitting heeft de raad verder verklaard dat hoewel op gronden waaraan de aanduiding "wro-zone wijzigingsgebied 5" is toegekend bestaand groen verloren zal gaan, dit verlies zal worden gecompenseerd op gronden waarop het tracé van de huidige A9 is gelegen. [appellant sub 8] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid een onaanvaardbare vermindering van openbaar groen tot gevolg heeft. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de wijzigingsbevoegdheid van artikel 46, lid 46.1, onder e, van de planregels niet leidt tot een ernstige aantasting van de privacy en het woongenot van [appellant sub 8] en anderen. 15.3. Voor zover [appellant sub 8] en andere betogen dat een bouwhoogte van 11 m niet passend is in de omgeving, is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de met de wijzigingsbevoegdheid mogelijk gemaakte bebouwing passend kan worden geacht in de omgeving.

Daartoe acht de Afdeling van belang dat blijkens de verbeelding voor de bebouwing in de omgeving van gronden waaraan de aanduiding "wro-zone - wijzigingsbevoegdheid 5" is toegekend een maximale bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 m geldt, hetgeen niet dusdanig van de met de wijzigingsbevoegdheid mogelijk gemaakte bebouwing afwijkt dat de bebouwing reeds daarom niet passend kan worden geacht. 15.4. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woningen van [appellant sub 8] en anderen betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn. 16. Het beroep van [appellant sub 8] en anderen is ongegrond. Het beroep van [appellant sub 5] en anderen 17. Het beroep van [appellant sub 5] en anderen is gericht tegen het plandeel met de

20

gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 11". Met het opnemen van deze wijzigingsbevoegdheid wenst de raad te voorzien in de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders om de onderliggende bestemmingen te wijzigen ten behoeve van het realiseren van een verkeersverbinding tussen de Kamerlingh Onneslaan en de Schipholweg. [appellant sub 5] en anderen betogen onder meer dat onvoldoende is gemotiveerd door de raad waarom deze wijzigingsbevoegdheid is opgenomen. Volgens [appellant sub 5] en anderen is niet aangetoond dat het doortrekken van de Kamerlingh Onneslaan naar de Schipholweg noodzakelijk is, te meer nu als gevolg van het verleggen van de A9 de hoeveelheid verkeer op de Schipholweg zal afnemen. Het doortrekken van de Kamerlingh Onneslaan naar de Schipholweg is verder onwenselijk, nu onder meer een bestaande woning verwijderd moet worden en de toename aan verkeer leidt tot geluidsoverlast. Voorts is volgens [appellant sub 5] en anderen de financiële uitvoerbaarheid van deze wijzigingsbevoegdheid niet aangetoond. 17.1. De Afdeling stelt voorop dat opname van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan inhoudt dat het eventuele gebruik daarvan in beginsel in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening moet worden geacht.

Derhalve dient reeds bij de vaststelling van de wijzigingsbevoegdheid te worden onderzocht of een invulling van de wijzigingsbevoegdheid mogelijk is, waarbij sprake is van een aanvaardbare verkeerssituatie en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden. Voorts kan, gelet op hetgeen in 5.2 is overwogen, een wijzigingsbevoegdheid niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening worden geacht, indien niet te verwachten is dat deze financieel uitvoerbaar zal zijn. 17.2. Vast staat dat de raad nog niet de benodigde onderzoeken heeft verricht naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het doortrekken van de Kamerlingh Onneslaan naar de Schipholweg. Voorts is nog niet inzichtelijk wat de effecten van het doortrekken van deze weg voor omwonenden zullen zijn met betrekking tot onder meer eventuele geluidhinder en de luchtkwaliteit. De verkeersaantrekkende werking van het doortrekken van de Kamerlingh Onneslaan naar de Schipholweg is evenmin inzichtelijk gemaakt. Gelet hierop heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling niet onderzocht of het eventuele gebruik van wijzigingsbevoegdheid 11 in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening moet worden geacht.

Uit de plantoelichting en het verhandelde ter zitting volgt voorts dat de raad zich ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling die met wijzigingsbevoegdheid 11 mogelijk kan worden gemaakt op het standpunt stelt dat dit niet bij de vaststelling van dit plan, maar eerst bij de vaststelling van het wijzigingsplan aan de orde zal komen. Hieruit volgt dat de raad bij de vaststelling in zoverre geen onderzoek heeft gedaan naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Weliswaar heeft de raad ter zitting de verwachting uitgesproken dat aannemelijk is dat voldoende financiële middelen beschikbaar zullen zijn, maar niet gebleken is dat ten tijde van de vaststelling van het plan enig aanknopingspunt daartoe bestond. Evenmin is gebleken dat de raad ten tijde van de vaststelling van het plan op een andere wijze aanknopingspunten had dat de ontwikkeling die met de wijzigingsbevoegdheid mogelijk kan worden gemaakt in financieel opzicht uitvoerbaar zal zijn. Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit in zoverre genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het betoog van [appellant sub 5] en anderen slaagt. Gelet hierop behoeven de overige beroepsgronden die [appellant sub 5] en anderen in dit verband hebben aangevoerd geen bespreking meer.

21

17.3. In hetgeen [appellant sub 5] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft het plandeel met de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 11", is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep van [appellant sub 5] en anderen is gegrond, zodat het betreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd. Het beroep van Delta Loyd Vastgoed B.V. 18. Precision Investment II B.V. betoogt dat Delta Loyd Vastgoed B.V. geen belanghebbende is bij het plandeel met de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10" voor het perceel Schipholweg 275, omdat zij niet rechtstreeks in haar belangen wordt geschaad. 18.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge artikel 8:1 kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. 18.2. Het perceel van Delta Loyd Vastgoed B.V. aan de Schipholweg 291 is gelegen direct naast het perceel Schipholweg 275. De ruimtelijke uitstraling van het voorziene hotel dat met de desbetreffende wijzigingsbevoegdheid wordt mogelijk gemaakt is, gelet op de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte, zodanig dat de Afdeling van oordeel is dat het belang van Delta Loyd Vastgoed B.V.

rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken. Gelet hierop kan zij als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. 19. Het beroep van Delta Loyd Vastgoed B.V. is gericht tegen het plandeel met de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10" voor het perceel Schipholweg 275 waarmee een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor het realiseren van een hotel met horeca. Zij voert allereerst aan dat deze wijzigingsbevoegdheid onvoldoende objectief begrensd is, nu onduidelijk is wat het totale aantal m² b.v.o. mag bedragen. 19.1. Blijkens de verbeelding is aan het perceel Schipholweg 275 de bestemming "Kantoor" met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10" toegekend. Ingevolge artikel 46, lid 46.3, onder d, van de planregels kan het college van burgemeester en wethouders ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10" de bestemmingen van die gronden wijzigen in de bestemming "Horeca - Hotel", met inachtneming van de volgende wijzigingsregels: 1. het aantal kamers bedraagt niet meer dan 397; 2. er wordt niet meer dan 1.050 m² aan horeca toegestaan (waarvan maximaal 50 % ten behoeve van het hotel); 3. er wordt niet meer dan 2.500 m² b.v.o. aan congresfunctie toegestaan; 4. parkeren vindt plaats op eigen terrein, volgens de dan geldende parkeernormen. 19.2.

Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels het college van burgemeester en wethouders binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kan wijzigen. Mede gelet op de rechtszekerheid van belanghebbenden dient in een wijzigingsbepaling in

22

voldoende mate te worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze hiervan gebruik mag worden gemaakt. Een op artikel 3.6 van de Wro berustende wijzigingsbevoegdheid dient derhalve in deze beide opzichten door voldoende objectieve normen te worden begrensd. De vraag of een wijzigingsbepaling door voldoende objectieve normen wordt begrensd hangt af van de omstandigheden van het geval. Hierbij kan onder meer belang worden gehecht aan de aard van de wijziging, de omvang van het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid ziet en de aanleiding voor het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid. Onder omstandigheden kan voldoende zijn dat duidelijk is welke bij het plan gelegde bestemming in welke andere bestemming kan worden gewijzigd. 19.3. In de wijzigingsvoorwaarden is niet opgenomen wat het totaal aantal m² aan b.v.o. van het hotel maximaal mag bedragen, maar is wel het maximaal aantal m² voor de horecafunctie en de congresfunctie opgenomen. Nu in artikel 46, lid 46.3, onder d, van de planregels het maximale aantal hotelkamers is vastgelegd, is de Afdeling van oordeel dat voldoende duidelijk is wat de omvang van het hotel mag zijn. Daarbij wordt tevens in aanmerking genomen dat de raad heeft toegelicht dat het hotel in de bestaande bebouwing zal worden gerealiseerd.

Het aangevoerde geeft dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de wijzigingsbevoegdheid in zoverre door onvoldoende objectieve normen is begrensd. 20. Delta Loyd Vastgoed B.V. vreest verder dat het realiseren van een hotel met horeca zal leiden tot verkeersoverlast en grote parkeeroverlast op haar naastgelegen gronden, te meer omdat niet is voorzien in een oplossing voor het tekort aan parkeerplaatsen op de desbetreffende gronden waar het naastgelegen hotel is voorzien. Verder voert zij aan dat de waarde van haar perceel Schipholweg 291 zal dalen. 20.1. De Afdeling stelt voorop dat opname van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan inhoudt dat het eventuele gebruik daarvan in beginsel in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening moet worden geacht. Derhalve dient reeds bij de vaststelling van de wijzigingsbevoegdheid te worden onderzocht of een invulling van de wijzigingsbevoegdheid mogelijk is, waarbij sprake is van een aanvaardbare planologische situatie. 20.2. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat op het perceel Schipholweg 275 een drie- of viersterrenhotel gerealiseerd zal worden en dat wat betreft parkeren aansluiting is gezocht bij de op 27 juli 2012 beschikbaar gestelde CROW-publicatie 317.

Volgens deze CROWpublicatie zijn voor een viersterrenhotel in matig stedelijk gebied in het restgebied van de bebouwde kom per 10 hotelkamers maximaal 7,7 parkeerplaatsen nodig. Nu ingevolge artikel 46, lid 46.3, onder d, sub 1, van de planregels op gronden met de aanduiding "wro-zone wijzigingsgebied 10" het aantal hotelkamers maximaal 397 mag bedragen, moeten ten behoeve van het hotel 306 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Ter zitting heeft de raad verklaard dat op het perceel Schipholweg 275 378 parkeerplaatsen aanwezig zijn, zodat voor het hotel kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. De raad heeft naar het oordeel van de Afdeling echter ten onrechte geen rekening gehouden met de congresfunctie en de zelfstandige horecafunctie die eveneens ingevolge artikel 46, lid 46.3, onder d, sub 2 en 3, van de planregels mogelijk zijn op het perceel Schipholweg 275. Volgens de CROW-publicatie zijn voor een congresgebouw in matig stedelijk gebied in het restgebied van de bebouwde kom per 100 m² b.v.o. maximaal 11,0 parkeerplaatsen nodig. Nu ingevolge artikel 46, lid 46.3, onder d, sub 3, van de planregels op gronden met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10" maximaal 2500 m² aan congresfunctie is toegestaan, moeten ten behoeve van deze functie 275 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Volgens de CROW-publicatie zijn voor een restaurant in matig stedelijk gebied in het

23

restgebied van de bebouwde kom per 100 m² b.v.o. maximaal 14,0 parkeerplaatsen nodig. Nu ingevolge artikel 46, lid 46.3, onder d, sub 2, van de planregels op gronden met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10" maximaal 1.050 m² aan horeca is toegestaan, waarbij geen minimum aantal m² is opgenomen dat ten behoeve van het hotel moet worden gebruikt, moeten ten behoeve van de horecafunctie 147 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Gelet op het voorgaande stelt de Afdeling vast dat op gronden met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10" in totaal 728 parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat in artikel 46, lid 46.3, onder d, sub 2, van de planregels is bedoeld op te nemen dat minimaal 50% van de toegestane 1.050 m² aan horeca ten behoeve van het hotel dient te worden gebruikt, maar dat per abuis het woord ‘maximaal’ in plaats van ‘minimaal’ is gebruikt. Dit zou betekenen dat maximaal 525 m² aan zelfstandige horeca is toegestaan en dat ten behoeve van deze zelfstandige horeca 74 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. De Afdeling stelt vast dat indien van de bedoeling van de raad moet worden uitgegaan in totaal 654 parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn op gronden met de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10".

Nu op het perceel Schipholweg 275 378 parkeerplaatsen aanwezig zijn, heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende gemotiveerd dat de parkeersituatie die ontstaat na de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid ruimtelijk aanvaardbaar is. De omstandigheid dat in het rapport "Ruimtelijke onderbouwing Hotel Schipholweg 275" van 9 april 2013 staat dat na optimalisatie van het perceel Schipholweg 275 in totaal 505 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden maakt het voorgaande niet anders, nu dit aantal nog steeds onvoldoende is om te kunnen voorzien in bovengenoemde parkeerbehoefte. Voor zover Delta Loyd Vastgoed B.V. vreest dat op haar perceel Schipholweg 291 of op de openbare weg geparkeerd zal worden, overweegt de Afdeling dat de raad heeft verklaard dat hiertegen handhavend zal worden opgetreden nu ingevolge lid 46.3, onder d, sub 4, het parkeren ten behoeve van het hotel plaats moet vinden op eigen terrein. 20.3. Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van het perceel Schipholweg 291 betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn. Het betoog faalt in zoverre. 21.

Met betrekking tot het betoog van Delta Loyd Vastgoed B.V. dat de financiële uitvoerbaarheid van de wijzigingsbevoegdheid niet inzichtelijk is gemaakt en dat het derhalve onwaarschijnlijk is dat de wijzigingsbevoegdheid binnen de planperiode zal worden toegepast, overweegt de Afdeling dat Precision Investment II B.V. als eigenaar van het perceel Schipholweg 275 heeft aangegeven dat een anterieure overeenkomst met de gemeente zal worden gesloten. Gelet hierop ziet de Afdeling in het betoog van Delta Loyd Vastgoed B.V. geen aanleiding voor het oordeel dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan binnen de planperiode van tien jaar financieel niet uitvoerbaar is. 22. In hetgeen Delta Loyd Vastgoed B.V. heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover aan het perceel Schipholweg 275 de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10" is toegekend, is genomen in strijd met artikel 3:46 van de Awb. Het beroep van Delta Loyd Vastgoed B.V is gegrond, zodat het betreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd. De beroepen van [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] 23. De beroepen van [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub

24

12] zijn gericht tegen het plandeel met de bestemming "Horeca - Hotel" en de aanduiding "specifieke vorm van horeca - extended stay" voor het perceel Meidoornweg 2. [appellant sub 10] voert aan dat het mogelijk maken van extended stay zich niet verdraagt met een horecabestemming, omdat extended stay een woonkarakter heeft. Derhalve had volgens hem een woonbestemming moeten worden opgenomen. [appellanten sub 12] voeren aan dat het mogelijk maken van horeca in strijd is met het gemeentelijke hotelbeleid, omdat de desbetreffende locatie juist in een rustige woonwijk ligt. 23.1. Blijkens de verbeelding is aan het perceel Meidoornweg 2 de bestemming "Horeca Hotel" toegekend met de aanduiding "specifieke vorm van horeca - extended stay". Ingevolge artikel 20, lid 20.1, van de planregels zijn gronden met de bestemming "Horeca Hotel" bestemd voor onder meer hotels, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca - extended stay" uitsluitend voor extended stay en daarbij behorende horeca, met de daarbij horende parkeervoorzieningen. Ingevolge artikel 1 moet onder extended stay worden verstaan het bedrijfsmatig aanbieden van logies anders dan in een woning voor kortstondig verblijf van tenminste één week tot maximaal één jaar aan natuurlijke personen die buiten de gemeente hun woonverblijf dan wel vaste woon- of verblijfplaats hebben.

Ingevolge artikel 20, lid 20.4, gelden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca - extended stay" de volgende gebruiksregels: a. het aantal kamers mag niet meer zijn dan 100; b. maximaal horeca categorie 2 wordt toegestaan; c. het totale vloeroppervlak van de horeca mag niet meer zijn dan 200 m². Ingevolge artikel 1 moet onder "horeca categorie 2" worden verstaan zelfstandige horecainrichtingen, hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van alcoholhoudende dranken, maaltijden en het bieden van gelegenheid om te luisteren naar (mechanische) muziek. Daaronder worden begrepen een bar, restaurant en andere naar aard en invloed op de omgeving hiermee gelijk te stellen horecabedrijven. 23.2. Zoals de Afdeling in de uitspraak van 23 oktober 2013 in zaak nr. 201300024/1/A1 heeft overwogen kan een vorm van verblijf niet worden aangemerkt als gebruik als woning indien daaraan voldoende duurzaamheid ontbreekt. Naar het oordeel van de Afdeling bestaat er bij gebruik van de bebouwing ten behoeve van de hier aan de orde zijnde extended stay geen grond om een woonkarakter aanwezig te achten.

Daarbij is van belang dat ingevolge artikel 1 van de planregels onder extended stay wordt verstaan het bedrijfsmatig aanbieden van logies anders dan in een woning voor kortstondig verblijf van tenminste één week tot maximaal één jaar aan natuurlijke personen die buiten de gemeente hun woonverblijf dan wel vaste woonof verblijfplaats hebben. Nu reeds bij bewoning gedurende een week sprake is van extended stay, kan het gebruik als extended stay niet als voldoende duurzaam worden aangemerkt om een woonkarakter aanwezig te achten. Voorts heeft De Lelie Vastgoed B.V. toegelicht dat bewoners niet zelf voor de wisseling van handdoeken en beddengoed en het schoonmaken van hun kamer hoeven te zorgen en volgt uit de gegeven definitie van extended stay dat het in alle gevallen om tijdelijke bewoning zal gaan. De raad heeft ter zitting verklaard dat gehandhaafd zal worden indien ter plaatse langer dan één jaar zal worden verbleven. Het betoog van [appellant sub 10] faalt. 23.3. In de nota "Actualisatie hotelbeleid 2006" (hierna: het hotelbeleid 2006) die door het

25

college van burgemeester en wethouders op 2 mei 2006 is vastgesteld, staat dat de vraag naar hotelkamers in de gemeente Haarlemmermeer vooral afhankelijk is van de ontwikkelingen op en rond Schiphol. In het hotelbeleid 2006 is onder meer als beleidsuitgangspunt vastgesteld dat de gemeente met name hotelontwikkelingen faciliteert op of in de directe nabijheid van centrumgebieden (Hoofddorp en Nieuw-Vennep), openbaarvervoersknooppunten, kantoor- en bedrijventerreinen en luchthaven Schiphol (inclusief terminal). Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het hotelbeleid 2006 niet volgt dat hotelontwikkelingen uitsluitend in de in dit beleid genoemde gebieden gefaciliteerd dienen te worden. In hetgeen [appellanten sub 12] hebben aangevoerd, wordt geen grond gevonden voor het oordeel dat het plan in zoverre in strijd is met het hotelbeleid 2006. 24. Voorts stellen [appellant sub 11] en anderen dat de raad er ten onrechte vanuit gaat dat geen zelfstandige horeca mogelijk is, terwijl in artikel 20, lid 20.4, onder b, van de planregels maximaal horeca categorie 2 wordt toegestaan. 24.1.

Nu in artikel 20, lid 20.1, onder b, van de planregels staat dat op gronden met de aanduiding "specifieke vorm van horeca - extended stay" uitsluitend horeca behorend bij extended stay is toegestaan, heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling terecht op het standpunt gesteld dat op het perceel Meidoornweg 2 geen zelfstandige horeca mogelijk is. Voor zover [appellant sub 11] en anderen hebben gewezen op artikel 20, lid 20.4, onder b, van de planregels waarin staat dat ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca extended stay" maximaal horeca categorie 2 wordt toegestaan, overweegt de Afdeling als volgt. Ingevolge artikel 1 moet onder "horeca categorie 2" worden verstaan zelfstandige horeca-inrichtingen, hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van alcoholhoudende dranken, maaltijden en het bieden van gelegenheid om te luisteren naar (mechanische) muziek. Daaronder worden begrepen een bar, restaurant en andere naar aard en invloed op de omgeving hiermee gelijk te stellen horecabedrijven. Naar het oordeel van de Afdeling wordt met het toestaan van horeca categorie 2 op gronden met de aanduiding "specifieke vorm van horeca - extended stay" geen zelfstandige horeca mogelijk gemaakt, maar wordt hiermee aangegeven welke soorten van horeca zijn toegestaan. 25.

[appellanten sub 12] betogen dat ten onrechte is uitgegaan van een parkeernorm van 0,85 parkeerplaats per hotelkamer en dat in het door Spark opgestelde rapport "Amrâth Schiphol Garden Hotel Badhoevedorp, Verkeer&Parkeren" van april 2010 (hierna: het verkeersrapport) niet is onderbouwd waarom deze norm realistisch zou zijn. Hierbij voeren zij aan dat er geen openbaar vervoer in de omgeving aanwezig is en dat er geen zekerheid is dat gebruik zal worden gemaakt van de shuttle bussen. Verder gaat volgens hen het verkeersrapport ten onrechte uit van een bepaald type gebruikers van het hotel, terwijl het plan geen beperking stelt aan het type gebruikers. Voorts betogen [appellant sub 10] en [appellant sub 11] en anderen dat ten onrechte geen rekening gehouden met de parkeerbehoefte ten behoeve van de horecabestemming. [appellant sub 11] en anderen voeren hierbij aan dat op basis van de CROW-normen voor een restaurant in een zelfstandige parkeerbehoefte dient te worden voorzien. 25.1. Vaststaat dat op het perceel Meidoornweg 2 90 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. 25.2. De CROW-publicatie 182 "Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering" uit 2008 hanteert een bandbreedte van 0,5 tot 1,5 parkeerplaats per hotelkamer. Uit de plantoelichting volgt dat deze publicatie is toegepast en dat is uitgegaan van een parkeernorm van 0,85 parkeerplaats per hotelkamer.

26

Ter onderbouwing van deze parkeernorm wordt verwezen naar het verkeersrapport. Hierin staat dat het in dit geval gaat om een extended stay hotel gericht op gasten van het type expats en werknemers uit het binnenland, middenklasse toeristen en incidenteel luchtvaartpersoneel. Uitgaande van het type hotel op het perceel Meidoornweg 2 met een volledige bezetting van alle hotelkamers en de gelijktijdige aanwezigheid van het maximaal aantal medewerkers is 0,85 parkeerplaats per hotelkamer een realistische norm, aldus het verkeersrapport. Hierbij is het uitgangspunt dat maximaal 70% van de gasten een auto tot hun beschikking heeft en maximaal 70% van het personeel met de auto naar het werk komt. Gelet hierop is de aanwezigheid van 85 parkeerplaatsen voor 100 hotelkamers ruim voldoende. Nu op het perceel Meidoornweg 2 90 parkeerplaatsen beschikbaar zijn, is verder voldoende plek aanwezig voor shuttlebusjes, leveranciers en taxi’s. 25.3. Gelet op de uitkomsten van het verkeersrapport heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ten behoeve van het hotel met extended stay met 100 kamers op het perceel Meidoornweg 2 kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

Voor zover [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] hebben aangevoerd dat een parkeernorm van 0,85 parkeerplaats per hotelkamer te laag is vanwege onder meer het ontbreken van openbaar vervoer ter plaatse en er geen zekerheid is dat gebruik zal worden gemaakt van de shuttle bussen, overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft ter zitting te kennen gegeven dat indien van de meest actuele parkeernormen uit de CROW-publicatie 317 wordt uitgegaan, voor een driesterrenhotel - waarmee het hotel met extended stay vergelijkbaar is - zelfs een parkeernorm geldt van maximaal 0,57 parkeerplaats per hotelkamer. Uitgaande van deze norm moeten op het perceel Meidoornweg 2 57 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Hieraan kan ruimschoots worden voldaan, aldus de raad. Nu de meest actuele norm van 0,57 parkeerplaats per hotelkamer een stuk lager ligt dan de parkeernorm van 0,85 parkeerplaats per hotelkamer waarvan bij de vaststelling van het plan is uitgegaan, hebben [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] met hetgeen zij hebben aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat de parkeernorm van 0,85 parkeerplaats per hotelkamer onjuist is.

Voor zover [appellant sub 10] en [appellant sub 11] en anderen hebben betoogd dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de parkeerbehoefte ten behoeve van de voorziene horeca, is de Afdeling van oordeel dat gelet op hetgeen in 24.1 is overwogen op gronden met de aanduiding "specifieke vorm van horeca - extended stay" geen zelfstandige horeca mogelijk is en derhalve voor de toegestane horeca behorende bij de extended stay geen aparte parkeernomen gelden. 26. Verder stellen [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] dat de toename van verkeersbewegingen niet wenselijk is in de rustige woonwijk. [appellant sub 11] en anderen voeren hierbij aan dat de verkeersaantrekkende werking in het verkeersrapport wordt berekend op basis van niet onderbouwde aannames. Gezien de ligging en de specifieke doelgroep waarvoor het hotel bedoeld is, is volgens hen een aanname dat slechts 70% van de gasten gebruik zal maken van een auto onjuist. Ook wordt in het verkeersrapport ten onrechte uitgegaan van maximaal 100 gasten in het hotel, terwijl het hotel ook tweepersoonskamers bevat. [appellanten sub 12] betogen verder dat het verkeersrapport ten onrechte niet geactualiseerd is. 26.1. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat wat betreft de berekening van de verkeerstoename van het hotel met extended stay is aangesloten bij de normen uit de CROW-publicatie 312.

Volgens deze CROW-publicatie is de verkeersgeneratie van een driesterrenhotel, waarmee het desbetreffende hotel met extended stay vergelijkbaar is, in

27

weinig stedelijk gebied in het restgebied van de bebouwde kom per 10 hotelkamers maximaal 16,4 motorvoertuigen per etmaal (hierna: mvt/etmaal). Nu ingevolge artikel 20, lid 20.4, onder a, van de planregels op gronden met de aanduiding "specifieke vorm van horeca extended stay" het aantal hotelkamers maximaal 100 mag bedragen, bedraagt de verkeersgeneratie ten behoeve van het hotel 164 mtv/etmaal. Ter zitting is door de raad verklaard dat deze verkeersgeneratie opgaat in het bestaande verkeersbeeld. Voorts heeft de raad ter zitting toegelicht dat de verkeersaantrekkende werking van het bestaande kantoor zonder baliefunctie met een b.v.o. van 4560 m² vele malen hoger is dan van het hotel met extended stay. Gelet op de relatief geringe toename van het aantal verkeersbewegingen, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de extra verkeersbewegingen door het voorziene hotel met extended stay niet tot onaanvaardbare gevolgen zal leiden in de omgeving.

Voor zover de bezwaren van [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] zien op het verkeersrapport, overweegt de Afdeling dat - anders dan [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] veronderstellen - de raad zich bij de vaststelling van het plan wat betreft de verkeersaantrekkende werking van het hotel met extended stay niet heeft gebaseerd op dit rapport maar op de normen uit de CROW-publicatie 312. Gelet hierop behoeven deze bezwaren geen bespreking. 27. [appellant sub 10] voert verder aan dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar de geluidhinder van horeca op 8,5 m afstand van zijn woning op het perceel [locatie 7], terwijl in de omgeving reeds een spoorbaan en drukke wegen aanwezig zijn. Volgens hem kan niet worden voldaan aan de richtafstand uit de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure) zijn en zal derhalve zijn woonen leefklimaat worden aangetast. [appellant sub 11] en anderen betogen eveneens dat geen onderzoek is gedaan naar de gevolgen van het voorziene hotel voor de privacy van omwonenden, terwijl het plan voorziet in een aanzienlijke uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden ten opzichte van het gebruik van het gebouw als kantoor.

Ook is volgens hen ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de gevolgen van de horeca ter plaatse en had akoestisch onderzoek moeten worden gedaan naar de toename aan verkeersbewegingen. Ook gaat de raad er volgens [appellant sub 11] en anderen ten onrechte vanuit dat sprake is van een gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure. Volgens [appellanten sub 12] leidt het toestaan van een hotel tot aantasting van hun woongenot en privacy, nu het gebruik van het gebouw intensiveert in omvang en tijd, en ontbreekt er onderzoek naar de milieugevolgen van het hotel en de horeca. Ook kan volgens hen niet worden voldaan aan de richtafstand uit de VNG-brochure. 27.1. In de VNG-brochure wordt een richtafstand aanbevolen van 10 m van een hotel met een keuken tot een rustige woonwijk en van een restaurant en bar tot een rustige woonwijk. De VNG-brochure voorziet evenwel in de mogelijkheid de richtafstand met één afstandsstap te verlagen indien sprake is van het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstand van 10 m wordt in een dergelijk geval 0 m. Volgens de VNG-brochure wordt onder het omgevingstype rustige woonwijk verstaan een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen in zo'n wijk volgens de VNG-brochure vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor en langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. De VNG-brochure vermeldt over het omgevingstype gemengd gebied onder meer dat dit een gebied is met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Volgens de VNG-brochure behoren gebieden die direct langs de

28

hoofdinfrastructuur liggen eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. 27.2. Ter zitting heeft de raad zijn standpunt dat zich in de directe nabijheid van het plangebied naast woningen, verscheidene functies bevinden, zoals kantoren, autobedrijven en een tankstation en de A4, nader toegelicht. [appellant sub 11] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat deze toelichting onjuist is. Gelet hierop geeft het aangevoerde de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bij het plan mogelijk gemaakte hotel ligt in gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure, zodat de richtafstand tussen de woningen van [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] en het voorziene hotel met bijbehorende horeca met één afstandsstap kan worden verlaagd tot 0 m. 27.3. De Afdeling overweegt dat de in de VNG-brochure aanbevolen afstand in principe geldt tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. De kortste afstand tussen de woning van [appellant sub 10] op het perceel [locatie 7] en het perceel Meidoornweg 2 is ongeveer 8 m, zodat wordt voldaan aan de richtafstand 0 m uit de VNG-brochure.

De kortste afstand tussen de dichtsbijgelegen woningen van [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] en het perceel Meidoornweg 2 is ongeveer 27 m respectievelijk 22 m, zodat ook bij deze woningen wordt voldaan aan de richtafstand uit de VNG-brochure. [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] hebben geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat met inachtneming van voornoemde richtafstand in zoverre geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse kan worden gewaarborgd. Voor zover zij betogen dat de voorziene horeca die op het perceel Meidoornweg 2 wordt mogelijk gemaakt geluidsoverlast tot gevolg heeft, overweegt de Afdeling dat voor een restaurant en bar in gemengd gebied op grond van de VNG-brochure eveneens een richtafstand van 0 m geldt. De raad heeft ter zitting verder onweersproken gesteld dat kan worden voldaan aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] niet aannemelijk hebben gemaakt dat het realiseren van horeca behorende bij het hotel met extended stay op het perceel Meidoornweg 2 voor hen onaanvaardbare geluidsoverlast met zich brengt.

Met betrekking tot het betoog dat het toestaan van een hotel met extended stay leidt tot een aantasting van de privacy van omwonenden, overweegt de Afdeling dat niet valt uit te sluiten dat hiervan in enige mate sprake is, nu het hotel met extended stay, anders dan het bestaande kantoorgebouw, ook in de avond en in het weekend open is. De raad heeft zich echter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het gebruik van het hotel met extended stay niet leidt tot een dusdanige vermindering van privacy dat daaraan een doorslaggevend gewicht moet worden toegekend. Hierbij is van belang dat een woonsituatie vrij van inkijk in binnenstedelijk gebied niet kan worden gegarandeerd alsmede dat het hotel met extended stay zal worden gerealiseerd in bestaande bebouwing. 27.4. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in hetgeen [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] hebben aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat ten gevolge van het realiseren van het voorziene hotel met extended stay het woongenot van [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] hebben niet onaanvaardbaar zal worden aangetast. 28. De beroepen van [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellanten sub 12] zijn ongegrond.

29

Het beroep van Chipshol Holding B.V. en anderen 29. Het beroep van Chipshol Holding B.V. en anderen is gericht tegen het toekennen van de bestemming "Agrarisch" aan de gronden ten oosten van de Sloterweg en ten zuiden van de Schipholweg. 30. De raad stelt zich op het standpunt dat het beroep van Chipshol Holding B.V. en anderen niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu Chipshol Holding B.V. en anderen geen gronden in het plangebied in eigendom hebben. De desbetreffende gronden ten oosten van de Sloterweg en ten zuiden van de Schipholweg zijn volgens de raad in eigendom van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TeleVerde B.V. en de naamloze vennootschap Schiphol Area Development Company N.V. Nu Chipshol Holding B.V. en anderen slechts aandeelhouder zijn van TeleVerde B.V., stelt de raad dat Chipshol Holding B.V. en anderen een afgeleid belang hebben. 30.1. Door Chipshol Holding B.V. en anderen is beroep ingesteld namens Chipshol Holding B.V. en haar dochterondernemingen waaronder De Ster B.V., Chipshol 2000 B.V., Chipshol VII B.V., Chipshol IX B.V. en Landvision Property Holding B.V. Van de overige dochterondernemingen noch van TeleVerde B.V. zijn in het beroepschrift namen en nadere gegevens vermeld. Bij brief van 20 december 2013 heeft de gemachtigde van Chipshol Holding B.V. en anderen medegedeeld dat het beroep mede is ingediend namens TeleVerde B.V.

De in de artikelen 8:1 in samenhang met 6:7 en 6:11 van de Awb neergelegde regeling van de beroepstermijn brengt met zich dat de identiteit van degene voor wie beroep wordt ingesteld voor afloop van de beroepstermijn kenbaar moet zijn. Slechts in zeer bijzondere omstandigheden kan aan deze eis worden voldaan zonder dat de naam van de appellant in het beroepschrift is vermeld, mits kan worden vastgesteld dat deze binnen de beroepstermijn opdracht heeft gegeven beroep in te stellen. Naar het oordeel van de Afdeling is van deze zeer bijzondere omstandigheden niet gebleken, zodat het beroep van Chipshol Holding B.V. en anderen, voor zover ingesteld door TeleVerde B.V., niet-ontvankelijk is. 31. Chipshol Holding en anderen betogen verder dat zij in het plangebied geen gronden in eigendom hebben maar wel een rechtstreeks belang hebben bij de vaststelling van het plan, nu zij groot aandeelhouder zijn van TeleVerde B.V. die de gronden ten oosten van de Sloterweg en ten zuiden van de Schipholweg met de bestemming "Agrarisch" in eigendom heeft. 31.1. Chipshol Holding B.V. en anderen hebben slechts een belang bij de gronden ten oosten van de Sloterweg en ten zuiden van de Schipholweg met de bestemming "Agrarisch" als aandeelhouder van TeleVerde B.V. Niet is gebleken dat de belangen van Chipshol Holding B.V. en anderen en TeleVerde B.V.

zodanig met elkaar zijn verweven en parallel lopen dat deze vereenzelvigd moeten worden. Hierdoor hebben Chipshol Holding B.V. niet een rechtstreeks maar een afgeleid belang bij het plan. Nu ook overigens niet is gebleken dat zij een belang hebben dat rechtstreeks is betrokken bij het plan, kunnen Chipshol Holding B.V. en anderen niet als belanghebbenden worden aangemerkt als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het beroep van Chipshol Holding B.V. en anderen is derhalve nietontvankelijk. Proceskosten 32. De raad dient ten aanzien van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V., KLM N.V., Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V., [appellant sub 5] en anderen en

30

Delta Loyd Vastgoed B.V. op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V., Tyndale, [appellante sub 7], [appellant sub 8] en anderen, [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen, [appellanten sub 12] en Chipshol Holding B.V. en anderen bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Opdracht 33. Uit het oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Bro, ziet de Afdeling voorts aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Chipshol Holding B.V. en anderen niet-ontvankelijk; II. verklaart de beroepen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kennemerland Beheer B.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lake Property B.V., de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V., de naamloze vennootschap Luchthaven Schiphol N.V.

en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Schiphol Nederland B.V., [appellant sub 5] en anderen en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Loyd Vastgoed Kantoren B.V. gegrond; III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Haarlemmermeer van 4 juli 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Badhoevedorp Lijnden-Oost", voor zover: a. is besloten geen exploitatieplan vast te stellen; b. het betreft het plandeel met de bestemming "Sport - 2" voor het deelgebied De Veldpost; c. het betreft de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 4"; d. het betreft de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 5"; e. het betreft de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 10"; f. het betreft de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 11"; IV. draagt de raad van de gemeente Haarlemmermeer op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen III. b., c., d., e. en f. worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl; V.

verklaart de beroepen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V., Tyndale Theological Seminary, [appellante sub 7], [appellant sub 8] en anderen, [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen en [appellant sub 12A] en [appellant sub 12B] ongegrond; VI. veroordeelt de raad van de gemeente Haarlemmermeer tot vergoeding van in verband met de behandeling van de beroepen opgekomen proceskosten ten aanzien van:

31

a. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kennemerland Beheer B.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lake Property B.V. tot een bedrag van € 1001,54 (zegge: duizendéén euro en vierenvijftig cent), waarvan € 974,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander; b. de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; c. de naamloze vennootschap Luchthaven Schiphol N.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Schiphol Nederland B.V. tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander; d. [appellant sub 5] en anderen tot een bedrag van € 974,00 (zegge: negenhonderdvierenzeventig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen; e. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Loyd Vastgoed Kantoren B.V.

tot een bedrag van € 487,00 (zegge: vierhonderdzevenentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; VII. gelast dat de raad van de gemeente Haarlemmermeer aan de hierna te noemen appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van: a. € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kennemerland Beheer B.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lake Property B.V., met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander; b. € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.; c. € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor de naamloze vennootschap Luchthaven Schiphol N.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Schiphol Nederland B.V., met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander; d. € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) voor [appellant sub 5] en anderen, met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen; e. € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Loyd Vastgoed Kantoren B.V. Aldus vastgesteld door mr. Th.C.

van Sloten, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt-Schouten en drs. W.J. Deetman, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.G. Driessen, ambtenaar van staat. w.g. Van Sloten w.g. Driessen voorzitter ambtenaar van staat

32

Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2014 634.

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=966731a6-e1ba-4090-a605-3d7a8328cb3f