CConstaterende datHaarlemmermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitspraak RvS 2 april 2014

Raadsplein: Agenda en raadsstukken 30 mei 2024, gemeente HaarlemmermeerBij agendapunt: - Sessieverzoek Forza! (dhr. Vermeulen) Woningbouw in Badhoevedorp17.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ECLI

ECLI:NL:RVS:2014:1163

Datum uitspraak

2 april 2014

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Badhoevedorp LijndenOost" vastgesteld en besloten geen exploitatieplan vast te stellen.

Volledige tekst Bij deze uitspraak is een persbericht uitgebracht. 201308233/1/R6. Datum uitspraak: 2 april 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kennemerland Beheer B.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lake Property B.V., beiden gevestigd te Haarlem, 2. de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V., gevestigd te Amstelveen (hierna: KLM N.V.), 3. de naamloze vennootschap Luchthaven Schiphol N.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Schiphol Nederland B.V., beiden gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V., gevestigd te Haarlemmermeer, 5. [appellant sub 5], wonend te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, en anderen, 6. Tyndale Theological Seminary, gevestigd te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, 7. [appellante sub 7], gevestigd te Amsterdam, 8. [appellant sub 8], wonend te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, en anderen, 9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Lloyd Vastgoed Kantoren B.V., gevestigd te Amsterdam, 10. [appellant sub 10], wonend te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, 11. [appellant sub 11], wonend te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, en anderen, 12.

[appellant sub 12A] en [appellant sub 12B], beiden wonend te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, 13. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Chipshol Holding B.V., gevestigd te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer, en anderen, en de raad van de gemeente Haarlemmermeer,

1

verweerder. Procesverloop Bij besluit van 4 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Badhoevedorp Lijnden-Oost" vastgesteld en besloten geen exploitatieplan vast te stellen. Tegen dit besluit hebben Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V., KLM N.V., Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V., Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V., [appellant sub 5] en anderen, Tyndale, [appellante sub 7], [appellant sub 8] en anderen, Delta Lloyd Vastgoed B.V., [appellant sub 10], [appellant sub 11] en anderen, [appellanten sub 12] en Chipshol Holding B.V. en anderen beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid De Lelie Advies B.V. en Precision Investment II B.V. hebben, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijke uiteenzettingen gegeven. Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V., Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V., [appellant sub 5] en anderen, Delta Lloyd Vastgoed B.V., Chipshol Holding B.V. en anderen en de raad hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 januari 2014, waar een aantal appellanten in persoon zijn verschenen en/of zich hebben doen vertegenwoordigen. Een aantal appellanten is niet verschenen en heeft zich evenmin doen vertegenwoordigen. De raad heeft zich doen vertegenwoordigen.

Voorts is een aantal belanghebbenden als partij gehoord. Overwegingen 1. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader waarbij onder meer verschillende ontwikkelingen (onder andere voorzieningen, woningen, bedrijven met kantoren, sport en recreatie) uit het Masterplan Badhoevedorp mogelijk worden gemaakt. Daarnaast worden met dit plan de voorheen geldende bestemmingsplannen geactualiseerd. Het plangebied wordt globaal begrensd door een kavelsloot ongeveer 300 m ten zuiden van de Schipholweg (N322) aan de zuidzijde, aan de noordzijde door de Ringvaart, aan de oostzijde door het knooppunt Badhoevedorp en aan de westzijde door de woningen aan de Hoofdvaart en het tracé van de omgelegde A9. De huidige A9 loopt midden door het plangebied. 2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. 3. Met betrekking tot het standpunt van de raad dat Lake Property B.V. niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het bestemmingsplan omdat niet is gebleken dat zij eigenaar is van gronden in het plangebied, overweegt de Afdeling als volgt.

2

3.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 3.2. Ter zitting hebben Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. onweersproken gesteld dat Lake Property B.V. juridisch eigenaar is van gronden gelegen in het deelgebied De Veldpost waaraan de bestemming "Sport - 2" is toegekend. Gelet hierop kan Lake Property B.V. worden aangemerkt als belanghebbende bij het plan. Het standpunt van de raad kan derhalve niet worden gevolgd. 4. Het beroep van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. is gericht tegen het plandeel met de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 4" voor het deelgebied De Schuilhoeve in het zuidoosten van het plangebied en tegen het plandeel met de bestemming "Sport - 2", voor zover deze bestemming is toegekend aan hun gronden in het deelgebied De Veldpost in het zuiden van het plangebied. Ter zitting hebben zij te kennen gegeven dat zij de behoefte aan de bouw van ongeveer 700 woningen in het deelgebied De Schuilhoeve als zodanig niet betwisten, maar dat hun gronden in het deelgebied De Veldpost beter geschikt zijn voor woningbouw, nu deze gronden geen milieubelasting ondervinden van de A4, de A9, de spoorweg en de luchthaven Schiphol. 4.1.

Blijkens de verbeelding is aan het deelgebied De Schuilhoeve in het zuidoosten van het plangebied de bestemming "Sport -1" en de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 4" toegekend. Blijkens de verbeelding is aan de gronden van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. in het deelgebied De Veldpost de bestemming "Sport - 2" toegekend. Ingevolge artikel 46, lid 46.1, onder d, van de planregels kan het college van burgemeester en wethouders ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 4" (Schuilhoeve) de bestemming van die gronden wijzigen in de bestemming "Wonen - Uit te werken" met inachtneming van de volgende regels: 1. in de uit te werken bestemming worden woningen met bijbehorende erven, ontsluitingswegen, parkeerplaatsen, groen, water, speelplaatsen en nutsvoorzieningen toegestaan; 2. in de uit te werken bestemming zijn maximaal 680 woningen toegestaan; (..). Ingevolge artikel 26, lid 26.1, zijn gronden met de bestemming "Sport - 2" onder meer bestemd voor sport en sportvoorzieningen in de zin van een veldsportcomplex, sport en sportvoorzieningen ten behoeve van atletiek, sport en sportvoorzieningen ten behoeve van binnensport en clubhuizen. 4.2.

Ingevolge artikel 1, eerste lid, onder 13, van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (hierna: PRVS) moet onder landelijk gebied worden verstaan het gebied, niet zijnde Bestaand Bebouwd Gebied. Ingevolge artikel 9, eerste lid, onder a en b, wordt als Bestaand Bebouwd Gebied aangewezen: a het gebied, als zodanig aangegeven op kaart 2 en op de digitale verbeelding ervan en b de bestaande of de bij een - op het moment van inwerkingtreden van de verordening geldend bestemmingsplan toegelaten woon- of bedrijfsbebouwing en kassen, waaronder

3

mede begrepen de daarbij behorende bebouwing ten behoeve van openbare voorzieningen, verkeersinfrastructuur alsmede stedelijk water en stedelijk groen van een stad, dorp of kern. Ingevolge artikel 13, eerste lid, voorziet een bestemmingsplan niet in de ontwikkeling van nieuwe woningbouw in het landelijk gebied. 4.3. In de plantoelichting staat dat het op 12 juni 2008 door de raad vastgestelde plan "Masterplan Badhoevedorp-centrum" geldt als ontwikkelingskader voor Badhoevedorp. Dit Masterplan geeft in grote lijnen weer wat in de toekomst gaat gebeuren in Badhoevedorp en stelt de ruimtelijke, functionele en financiële kaders vast. Het huidige sportpark De Schuilhoeve en de Groene Zoom veranderen in een eigentijds tuindorp met slingerende bomenlanen en een langgerekt buurtplantsoen. Aan de zuidzijde van het dorp komt een nieuw sport- en recreatiegebied De Veldpost. Het betreft onder meer de verplaatsing van het bestaande sportcomplex De Schuilhoeve dat wijkt voor woningbouw. In het Masterplan staat dat het deelgebied De Veldpost tussen de Schipholweg en de omgelegde A9 wordt ingericht als een groots opgezet landschap met een rechthoekige structuur van boomwallen, singels en waterpartijen. Het is een groene bufferzone met verschillende functies waaronder natuurontwikkeling, ecologische verbinding, recreatief uitloopgebied, begeleiding van fietsroutes, sport en recreatie.

In de groene bufferzone worden diverse sportvoorzieningen opgenomen. De sportvoorzieningen worden ingepast in een natuurlijke, groene omgeving. Hierbij zal zo min mogelijk verharding en infrastructuur worden aangelegd en bij voorkeur gebruik worden gemaakt van natuurlijke erfscheiding. Een belangrijk onderdeel van de groenstructuur vormt ook de ecologische zone ten zuiden van de Schipholweg. 4.4. De Afdeling overweegt dat het aan de raad is om op basis van planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen bestemmingen voor gronden vast te stellen. Vaststaat dat het deelgebied De Veldpost op grond van de PRVS niet is aangewezen als bestaand bebouwd gebied. Nu het toekennen van een woonbestemming aan het deelgebied De Veldpost in strijd zou zijn met het bepaalde in artikel 13, eerste lid, van de PRVS waarin staat dat een bestemmingsplan niet voorziet in woningbouw in landelijk gebied, heeft de raad er naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid voor kunnen kiezen om aan dit deelgebied geen woonbestemming toe te kennen. Het betoog van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V.

dat indien in het deelgebied De Veldpost sportvoorzieningen gerealiseerd worden er sprake zal zijn van een bestaand bebouwd gebied is onjuist, nu voor het wijzigingen van de begrenzing van het bestaand bebouwd gebied ingevolge artikel 10 van de PRVS een besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland is vereist. De raad heeft voorts toegelicht dat in het traject over de omlegging van de A9 door de gemeente en inwoners van Badhoevedorp juist is gepleit voor een afstand van meer dan 600 m van de omgelegde A9 tot aan de woningen in Badhoevedorp en dat deze afstand niet meer kan worden aangehouden indien er woningen in het deelgebied De Veldpost gebouwd zullen worden. Ter zitting heeft de raad verder te kennen gegeven dat inbreiding, zoals in het deelgebied De Schuilhoeve, de voorkeur heeft boven uitbreiding. Gelet op het voorgaande faalt het betoog van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. 5. Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. stellen verder dat de keuze voor woningbouw in het deelgebied De Schuilhoeve niet op ruimtelijke motieven is gebaseerd, maar alleen is voorzien om de kosten van de verplaatsing van het tracé van de A9 te dekken. Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V.

voeren hierbij aan dat woningbouw in het deelgebied De Schuilhoeve financieel niet uitvoerbaar is, nu vanwege deze kostendekking voor de verplaatsing van de A9 per woning een bedrag van gemiddeld € 35.000,- extra

4

gegenereerd moet worden en dit in de huidige en toekomstige marktomstandigheden niet haalbaar is. Volgens hen is de door de commanditaire vennootschap Ontwikkelcombinatie Badhoevebuurt C.V. (hierna: de Ontwikkelcombinatie Badhoevebuurt C.V.) afgegeven garantie met betrekking tot de grondopbrengsten onzeker. 5.1. In de plantoelichting staat dat op 30 oktober 2005 een bestuursovereenkomst is gesloten voor het omleggen van de A9 bij Badhoevedorp tussen de minister van Verkeer en Waterstaat (thans: minister van Infrastructuur en Milieu), namens de Staat der Nederlanden, de provincie Noord-Holland, het Regionaal Orgaan Amsterdam (thans: de stadsregio Amsterdam), de gemeente Haarlemmermeer, Schiphol Nederland B.V. en de gemeente Amsterdam. Het taakstellende budget voor de omlegging A9 is in 2005 vastgesteld op € 300 miljoen (prijspeil 2005). De gemeente Haarlemmermeer draagt aan Rijkswaterstaat € 107,4 miljoen af ten behoeve van de omlegging A9, zo is in de overeenkomst uit 2005 vastgelegd. Minimaal € 55,4 miljoen moet worden gedekt uit de ontwikkeling van het oude tracé binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. Deze ontwikkeling behelst onder meer de voorziene woningbouwlocatie in het deelgebied De Schuilhoeve. 5.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 3 april 2013 in zaak nr.

201204468/1/R2) behoeft het ontbreken van een nauwkeurig inzicht in de financiële uitvoerbaarheid van mogelijke wijzigingen in het bestemmingsplan ten tijde van de vaststelling van het plan, niet aan het opnemen van wijzigingsbevoegdheden in de weg te staan. Niettemin kan een wijzigingsbevoegdheid niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening worden geacht, indien niet te verwachten is dat deze financieel uitvoerbaar zal zijn. 5.3. De raad heeft ter zitting verklaard dat door de Ontwikkelcombinatie Badhoevebuurt C.V. een garantie van € 55,4 miljoen is afgegeven om alle gemeentelijke plankosten voor het deelgebied De Schuilhoeve te dekken. Gelet hierop hebben Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. niet aannemelijk gemaakt dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan voldoende is gewaarborgd. In de enkele niet nader onderbouwde stelling van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. dat deze garantie onzeker is, wordt geen grond gevonden voor een ander oordeel. Voor zover Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. hebben betoogd dat woningbouw op de locatie De Schuilhoeve financieel niet uitvoerbaar is vanwege de benodigde kostendekking voor de verplaatsing van de A9, overweegt de Afdeling dat de omlegging van de A9 niet in het onderhavige plan wordt mogelijk gemaakt.

Gelet hierop heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat de gemeentelijke bijdrage aan deze omlegging in het onderhavige plan geen rol kan spelen. De Afdeling volgt Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. voorts niet in hun betoog dat uitsluitend economische motieven aan het mogelijk maken van woningbouw op de locatie De Schuilhoeve ten grondslag liggen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt immers dat de raad in zijn afweging ook ruimtelijke aspecten, zoals de behoefte aan woningbouw, heeft betrokken. Gelet op het voorgaande faalt het betoog van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. 6. Het beroep van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. is verder gericht tegen het besluit van de raad om geen exploitatieplan vast te stellen. Zij voeren hierbij aan dat een exploitatieplan vastgesteld had moeten worden, omdat tussen hen en de gemeente geen anterieure overeenkomst is gesloten terwijl in het deelgebied De Veldpost, welke gronden in hun eigendom zijn, een sportcomplex wordt voorzien. Het realiseren van een sportcomplex is noodzakelijk om in De Schuilhoeve, waar thans het sportcomplex ligt, in de toekomst in

5

woningbouw te kunnen voorzien. 6.1. De raad stelt zich op het standpunt dat geen noodzaak bestaat om voor het deelgebied De Veldpost een exploitatieplan op te stellen, omdat op deze gronden niet wordt voorzien in een aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). De raad stelt verder dat de gemeente de gronden in de toekomst minnelijk zal trachten te verwerven en zo nodig zal onteigenen, zodat de noodzaak tot het vaststellen van een exploitatieplan ontbreekt. 6.2. Ingevolge artikel 6.12, eerste lid, van de Wro stelt de raad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. Ingevolge artikel 6.12, tweede lid, aanhef en onder a, kan de raad in afwijking van het eerste lid bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen of indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Ingevolge artikel 6.2.1 van het Bro wordt, voor zover hier van belang, als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c.

de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² of met een of meer woningen. Ingevolge artikel 6.2.1a, onder a, wordt als geval als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, van de Wro onder meer aangewezen het geval waarin het totaal der exploitatiebijdragen dat met toepassing van artikel 6.19 van de Wro kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,-. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van bijlage 2 bij het Besluit omgevingsrecht, is een hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 6.3. Blijkens de verbeelding is aan de gronden van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. in het deelgebied De Veldpost de bestemming "Sport - 2" toegekend. Ingevolge artikel 26, lid 26.1, van de planregels zijn gronden met de bestemming "Sport - 2" onder meer bestemd voor sport en sportvoorzieningen in de zin van een veldsportcomplex, sport en sportvoorzieningen ten behoeve van atletiek, sport en sportvoorzieningen ten behoeve van binnensport en clubhuizen.

Ingevolge lid 26.2.1 mag de bouwhoogte van gebouwen niet meer zijn dan 10 m en mag het gezamenlijke grondoppervlak van gebouwen niet meer zijn dan 2.500 m², met dien verstande dat de maximale omvang per gebouw niet meer mag zijn dan 900 m². 6.4. In de plantoelichting staat dat de sportlocatie De Veldpost ruimte biedt aan diverse sportvoorzieningen. Hierbij gaat het grotendeels om sportvoorzieningen die nu gevestigd zijn in de Schuilhoeve. Deze sportvoorzieningen worden verplaatst vanwege de woningbouwontwikkeling in het deelgebied Schuilhoeve. Ook is De Veldpost te gebruiken voor de uitplaatsing van de sportverenigingen uit het Wandelbos. In het deelgebied De Veldpost zijn ontwikkelingen voorzien op locaties die in eigendom zijn

6

van derden. Het betrekken van deze kavels is noodzakelijk voor de uitplaatsing van de sport en het realiseren van ruimte voor water en een ecologische verbinding van Amstelland naar Spaarnwoude. De ontwikkeling van deze sportvelden leidt tot een negatief exploitatieresultaat. De gemeente zal de ontwikkeling van dit terrein tot sportvelden zelf ter hand nemen. De gemeente zal de gronden daarvoor minnelijk trachten te verwerven en zo nodig onteigenen, aldus de plantoelichting. De nieuwe bestemming ‘sportvelden’ in het bestemmingsplan vormt hiervoor de basis. Een exploitatieplan teneinde kosten te verhalen wordt voor het gebied De Veldpost dan ook niet noodzakelijk geacht, aldus de plantoelichting. 6.5. Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 10 juli 2013, zaak nr. 201209433/1/R1 heeft overwogen is overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, eerste lid, van bijlage 2 bij het Besluit omgevingsrecht slechts sprake van een hoofdgebouw als het betreft een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming. Nu in de plantoelichting staat dat het sportprogramma voor het deelgebied De Veldpost onder meer bestaat uit een clubhuis met een bruto vloeroppervlak (hierna: b.v.o.) van ongeveer 700 m², een clubhuis met b.v.o. van ongeveer 900 m², een clubruimte en een sportzaal met b.v.o.

van ongeveer 600 m² en ingevolge artikel 26, lid 26.1, van de planregels op gronden met de bestemming "Sport - 2" binnenhallen en clubhuizen zijn toegestaan, is de Afdeling van oordeel dat deze gebouwen noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de bestemming "Sport - 2". Gelet hierop is naar het oordeel van de Afdeling sprake van een bouwplan voor de bouw van een hoofdgebouw als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro in samenhang bezien met artikel 6.2.1, onder b, van het Bro. Dit betekent dat op grond van artikel 6.12, eerste lid, van de Wro de raad verplicht was een exploitatieplan vast te stellen. Op deze plicht kan slechts een uitzondering worden gemaakt in de in artikel 6.12, tweede lid, van de Wro bedoelde gevallen. Het standpunt van de raad in dit kader dat de noodzaak tot het vaststellen van een exploitatieplan ontbreekt, omdat de gemeente de gronden in de toekomst minnelijk zal trachten te verwerven en zo nodig zal onteigenen, wat daar van zij, leidt niet tot het oordeel dat het verhaal van deze kosten ten tijde van het bestreden besluit anderszins is verzekerd als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, onder a, van de Wro, nu deze verwerving ten tijde van de vaststelling van het plan niet tot stand was gekomen.

De stelling van de raad ter zitting dat sprake is van de uitzondering als bedoeld in artikel 6.12, tweede lid, van de Wro in samenhang bezien met artikel 6.2.1a, onder a, van het Bro, omdat het totaal van de exploitatiebijdragen minder zou bedragen dan € 10.000,-, is voorts niet met enige berekeningen onderbouwd noch is deze omstandigheid aan het besluit geen exploitatieplan vast te stellen ten grondslag gelegd. Gelet op het voorgaande slaagt het betoog van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. dat het besluit om geen exploitatieplan vast te stellen is genomen in strijd met artikel 6.12, eerste lid, van de Wro, voor zover het betreft de gronden met de bestemming "Sport 2" in het deelgebied De Veldpost. 6.6. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad ter zitting voldoende gemotiveerd dat, indien voor het deelgebied De Veldpost een exploitatieplan wordt opgesteld, het desbetreffende exploitatiegebied beperkt zal blijven tot de gronden in het deelgebied De Veldpost waaraan de bestemming "Sport -2" is toegekend, omdat tussen dit deelgebied en de overige delen van het bestemmingsplan niet een zodanige samenhang bestaat dat voor de toepassing van afdeling 6.4 van de Wro dit gebied niet kan worden onderscheiden van de rest van het plangebied.

Hierbij betrekt de Afdeling dat de raad heeft toegelicht dat het voorziene sportterrein buiten de bestaande bebouwing van Badhoevedorp komt te liggen en hiermee in planologisch opzicht geen directe binding heeft. Gelet hierop ziet de Afdeling

7

aanleiding om vanwege de vernietiging van het bestreden besluit, voor zover is besloten geen exploitatieplan vast te stellen, de vernietiging van het bestemmingsplan te beperken tot het plandeel met de bestemming "Sport -2" in het deelgebied De Veldpost. 6.7. In hetgeen Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het besluit om geen exploitatieplan vast te stellen in strijd is met artikel 6.12, eerste lid, van de Wro. Het beroep van Kennemerland Beheer B.V. en Lake Property B.V. is gegrond, zodat het bestreden besluit, voor zover is besloten geen exploitatieplan vast te stellen en voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Sport -2" in het deelgebied De Veldpost, dient te worden vernietigd. De beroepen van KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V. 7. De beroepen van KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V. zijn gericht tegen de plandelen met de gebiedsaanduidingen "wro-zone - wijzigingsgebied 4" en "wro-zone - wijzigingsgebied 5" voor het deelgebied De Schuilhoeve in het zuidoosten van het plangebied en tegen artikel 46, lid 46.1, onder d, sub 14 en 15, van de planregels.

Zij betogen dat onduidelijk is op welke manier in een uitwerkingsplan de verplichting kan worden opgelegd om uiterlijk 1 juli 2021 een bepaalde voorziening gerealiseerd te hebben zonder dat daaraan het verbod is gekoppeld om de woningen, ten behoeve waarvan deze geluidsreducerende voorziening wordt gerealiseerd, in gebruik te hebben op het moment dat deze voorziening niet tijdig is gecreëerd. Dit heeft tot gevolg dat de tweedelijnsbebouwing reeds in gebruik kan worden genomen en gehouden zonder dat een geluidniveau van maximaal 55 dB(A) op de gevel van deze bebouwing kan worden gegarandeerd. Voorts voeren zij aan dat in sub 15 niet is geregeld dat andere voorzieningen en/of maatregelen uiterlijk op 4 juli 2023 gerealiseerd dienen te zijn, zodat onzeker is of de geluidswerende voorzieningen ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden en op deze datum kan worden voldaan aan een geluidniveau van maximaal 55 dB(A). Verder betogen KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V. dat in strijd met artikel 2.3, zevende lid, van de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) niet is bezien of een afwijkingsperiode van minder dan 10 jaar voldoende is. 7.1. Blijkens de verbeelding zijn aan een groot deel van het deelgebied De Schuilhoeve in het zuidoosten van het plangebied de gebiedsaanduidingen "wro-zone - wijzigingsgebied 4" en "Geluidzone - Industrie - 50 dB(A)" toegekend.

Blijkens de verbeelding zijn aan de gronden gelegen ten noorden van de straat Groene Zoom, welke gronden tevens zijn gelegen in het deelgebied De Schuilhoeve, de gebiedsaanduidingen "wro-zone - wijzigingsbevoegdheid 5" en "Geluidzone - Industrie - 50 dB(A)" toegekend. Ingevolge artikel 43, lid 43.1.2, onder a, van de planregels zijn nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in de Wgh, uitsluitend toegestaan op de gronden met de aanduiding "Geluidzone - Industrie - 50 dB(A)" als de geluidbelasting op de gevels van deze gebouwen en/of terreinen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde. Ingevolge lid 43.1.2, onder b, zijn geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder toegestaan, indien daarvoor een hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder is verleend. Ingevolge artikel 46, lid 46.1, onder d, kan het college van burgemeester en wethouders ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 4" (Schuilhoeve) de bestemming van die gronden wijzigen in de bestemming "Wonen - Uit te werken" met inachtneming van de volgende regels:

8

1. in de uit te werken bestemming worden woningen met bijbehorende erven, ontsluitingswegen, parkeerplaatsen, groen, water, speelplaatsen en nutsvoorzieningen toegestaan; 2. in de uit te werken bestemming zijn maximaal 680 woningen toegestaan; 3. in de uit te werken bestemming zijn zowel grondgebonden als gestapelde woningen toegestaan; 4. het percentage grondgebonden woningen bedraagt niet minder dan 75% van het totaal aantal woningen; 5. de maximale goot- en bouwhoogte van grondgebonden woningen bedraagt niet meer dan 10,5 m respectievelijk 12 m, met uitzondering van de eerstelijns bebouwing, waar een minimale en maximale goothoogte van 10,5 m en een maximale bouwhoogte van 14 m geldt; 6. de maximale bouwhoogte van gestapelde woningen bedraagt niet meer dan 20 m; (..) 14. indien niet voldaan kan worden aan het bepaalde in lid 43.1.2 dienen voor geluidsgevoelige gebouwen en/of terreinen één of meer van de maatregelen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 4 van de regels, getroffen te worden teneinde een geluidsbelasting van maximaal 55 dB(A) op de gevel(s) te bereiken; 15. indien vóór 1 juli 2021 geen eerstelijns bebouwing is gerealiseerd, bestaat de verplichting om een andere maatregel en/of voorziening, met eenzelfde geluidsreducerend effect, te treffen.

Ingevolge artikel 46, lid 46.1, onder e, van de planregels kan het college van burgemeester en wethouders ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 5" de bestemming van die gronden wijzigen in de bestemming "Wonen" met inachtneming van de volgende regels: 1. in de bestemming "Wonen" zijn enkel grondgebonden woningen toegestaan; 2. in de bestemming "Wonen" zijn vrijstaande woningen en twee onder één kap woningen toegestaan; 3. het maximale aantal woningen bedraagt niet meer dan 20 woningen; 4. de maximale goothoogte bedraagt niet meer dan 8 m; 5. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan 11 m; 6. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt, in beginsel, niet meer dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 7. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, volgens de dan geldende normen. 7.2. Uit het door Peutz opgestelde rapport "Industrielawaai vanwege Schiphol te Badhoevedorp in verband met ontwikkeling woningbouw in het kader van herziening bestemmingsplan" van 29 november 2012 (hierna: het rapport van Peutz) volgt dat met een inrichtingsvariant waarbij de eerstelijnsbebouwing van de ontwikkelingslocatie Schuilhoeve wordt uitgevoerd als een bebouwingslijn de geluidsbelasting als gevolg van het industrielawaai van Schiphol bij de meeste woningen maximaal 55 dB(A) bedraagt.

Hierbij zal, rekening houdend met het definitieve stedenbouwkundige plan voor afzonderlijke (clusters)

9

woningen, de geluidsbelasting per gevel worden vastgesteld ten behoeve van de vast te stellen hogere waarden. Bij de verdere uitwerking van het bestemmingsplan worden maatregelen en effecten op clusters van woningen nader in beeld gebracht. Op basis van het aanvullend rapport van Peutz "Industrielawaai vanwege Schiphol te Badhoevedorp Lokale afschermende voorzieningen Schuilhoeve Gevelstructuurcorrectie 1 dB(A)" van 30 januari 2013 (hierna: het aanvullend rapport van Peutz) is gebleken dat in de zuidelijke rand van het plangebied op enkele bouwblokken de 55 dB(A) etmaalwaarde met maximaal 1 tot 2 dB(A) wordt overschreden. In het aanvullend rapport staat verder dat aan de waarde van 55 dB(A) industrielawaai kan worden voldaan indien rekening wordt gehouden met specifieke aanpassingen van de gevel (gevelstructuurcorrectie). Het geluid wordt verminderd door de structuur van de gevel, dat wil zeggen door balkons, galerijen en dergelijke. Ter plaatse van woningen in de eerstelijnsbebouwing kan het geluidniveau op sommige locaties 57 dB(A) bedragen. Hiervoor is het gebruik van de gevelstructuurcorrectie niet toereikend. Er kan voor deze geluidsbelasting geen hogere waarden worden vastgesteld. Voor de desbetreffende gevels zullen dove gevels moeten worden toegepast. 7.3.

Ingevolge artikel 2.2 van de Chw kan bij algemene maatregel van bestuur op de voordracht van de minister van Infrastructuur en Milieu (..) bij wijze van experiment een gebied, zijnde bestaand stedelijk gebied, bestaand bedrijventerrein of gebied ter uitbreiding van de haven van Rotterdam, voor de duur van ten hoogste tien jaar worden aangewezen als ontwikkelingsgebied, indien dat met het oog op het versterken van de duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied bijzonder aangewezen is. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder u, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet in samenhang bezien met bijlage 27 bij dit besluit wordt onder meer het deelgebied De Schuilhoeve voor de duur van 10 jaar als ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Chw aangewezen. Ingevolge artikel 2.3, eerste lid, van de Chw is een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn binnen een aangewezen ontwikkelingsgebied als bedoeld in artikel 2.2, gericht op de optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op het versterken van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het tot stand brengen van een goede milieukwaliteit. Ingevolge het tweede lid bevat een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald: a.

de voorgenomen maatregelen, projecten en werken ten behoeve van de optimalisering van de milieugebruiksruimte binnen het ontwikkelingsgebied; b. de noodzakelijke maatregelen, projecten en werken ter compensatie van het beslag op de milieugebruiksruimte door de in het bestemmingsplan voorziene ruimtelijke ontwikkelingen; (..). Ingevolge het zevende lid kan het bestemmingsplan met inachtneming van desbetreffende bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, bestemmingen aanwijzen, regels stellen of maatregelen en werken toestaan in afwijking van bij algemene maatregel van bestuur aangegeven bepalingen bij of krachtens: (..); g. de Wet geluidhinder, met dien verstande dat die afwijking niet leidt tot een

10

geluidsbelasting binnen een woning met gesloten ramen, die hoger is dan 33 dB; (..); met dien verstande dat uiterlijk 10 jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden alsnog wordt voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde milieukwaliteitsnormen. Indien er na deze periode niet wordt voldaan aan een milieukwaliteitsnorm geeft het college van burgemeester en wethouders aan op welke wijze alsnog aan die norm zal worden voldaan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de maximale afwijking van milieukwaliteitsnormen. Ingevolge het achtste lid is het zevende lid van overeenkomstige toepassing op besluiten die strekken ter uitvoering van het bestemmingsplan. Ingevolge het tiende lid draagt het college van burgemeester en wethouders zorg voor het uitvoeren van de maatregelen of werken, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, binnen een in het bestemmingsplan te noemen termijn. 7.4. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel van de Chw (Kamerstukken II 2009/2010, 32 127, nr. 2, blz. 53 en 54) staat dat milieuruimte voor nieuwe initiatieven onder meer kan worden vrijgemaakt door het nemen van (extra) maatregelen bij de ontvangers van de milieubelasting waardoor de totale milieugebruiksruimte wordt vergroot.

Voorbeelden van maatregelen zijn het plaatsen van een geluidsscherm, het plaatsen van een overkapping bij een laad-en losplaats, het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan een gebouw, het treffen van voorzieningen waardoor het externe veiligheidsrisico vermindert, of juridische maatregelen zoals het aanpassen van een vergunning. Voorkomen moet worden dat uitvoering van maatregelen achterwege blijft. Daarom moet zeker worden gesteld dat de maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden, zonder dat daarvoor langdurige procedures doorlopen hoeven te worden. In de nota van wijziging (Kamerstukken II 2009/10, 32 127, nr. 5, blz. 16) staat dat wordt beoogd ruimte te creëren aan het einde van de planperiode. Artikel 2.3, zevende lid, van de Chw geeft aan dat aan het einde van de planperiode van maximaal 10 jaar moet worden voldaan aan de geldende milieukwaliteitseisen. Indien er na die periode niet wordt voldaan aan een milieukwaliteitsnorm, dient het bevoegd gezag op grond van artikel 2.3, zevende lid, laatste volzin aan te geven op welke wijze alsnog aan die norm zal worden voldaan. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wijziging van de Chw en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Chw en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht (Kamerstukken II 2011/12, 33 135, nr. 3, blz.

23) staat dat voor het geval dat de opdracht om binnen 10 jaar alsnog aan de milieunormen te voldoen niet gelukt is ingevolge artikel 2.3, zevende lid, van de Chw een verplichting aan het college van burgemeester en wethouders wordt opgelegd om daar alsnog zorg voor te dragen 7.5. De Afdeling overweegt dat met artikel 2.3, tiende lid, in samenhang bezien met het tweede lid een verplichting geldt voor het college van burgemeester en wethouders om er zorg voor te dragen dat noodzakelijke maatregelen waar in het bestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken van wordt uitgegaan worden uitgevoerd binnen een in het bestemmingsplan bepaalde termijn. Het zevende lid geeft na de planperiode (10 jaar na onherroepelijk worden) een extra zorgplicht. Indien na het verstrijken van deze termijn niet wordt voldaan aan onder meer de maximaal toelaatbare geluidnormen uit de Wgh, dan moet het college van burgemeester en wethouders aangeven op welke manier alsnog aan de normen zal worden voldaan.

11

Naar het oordeel van de Afdeling is met artikel 46, lid 46.1, onder d, sub 14 en 15, van de planregels voldaan aan artikel 2.3, tweede en tiende lid, van de Chw. Hierbij wordt van belang geacht dat ingevolge sub 14 de maatregelen als genoemd in bijlage 4 behorende bij de planregels (eerstelijnsbebouwing, dove gevels en balkonconstructies) bij voorkeur vóór 1 juli 2021 gerealiseerd dienen te zijn. Indien op 1 juli 2021 geen eerstelijnsbebouwing gerealiseerd is, dan bestaat er ingevolge sub 15 de verplichting om andere maatregelen en/of voorzieningen met eenzelfde geluidsreducerend effect te treffen. Ter zitting is door de raad toegelicht dat hierbij kan worden gedacht aan het plaatsen van geluidschermen. Gelet op het voorgaande acht de Afdeling voldoende verzekerd, gezien ook de in artikel 2.3, zevende lid, van de Chw neergelegde zorgplicht voor het college van burgemeester en wethouders, dat uiteindelijk aan de maximaal toelaatbare geluidnormen uit de Wgh zal worden voldaan. 7.6.

Naar het oordeel van de Afdeling volgt voorts noch uit de tekst van artikel 2.3, zevende lid, van de Chw noch uit de in 8.4 genoemde memories van toelichting en de nota van wijziging dat de raad bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient te motiveren waarom ervoor gekozen is om niet af te wijken van de in voornoemd artikel genoemde periode van 10 jaar waarin niet aan de bij of krachten de wet gestelde milieukwaliteitsnormen hoeft te worden voldaan. 8. Verder betogen KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V. dat ten onrechte alleen gekeken is naar het equivalente geluidniveau en niet naar de maximale geluidniveaus van het proefdraaien van vliegtuigen op de luchthaven Schiphol. Zij voeren verder aan dat ten onrechte niet is onderzocht wat de gevolgen zijn van het grondgeluid veroorzaakt door vliegtuigen. Dit wordt volgens hen bevestigd in de door Peutz in opdracht van hen opgestelde notitie van 23 september 2013 (hierna: de notitie van Peutz) waarin staat dat indien geen mitigerende maatregelen worden getroffen in het deelgebied De Schuilhoeve geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Verder voeren KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V.

aan dat uit de notitie van Peutz volgt dat onzeker is of de geluidsbelasting op de juiste wijze is berekend en of de voorgestelde maatregelen ter hoogte van de tweedelijns bebouwing wel voldoende effect zullen sorteren. Hierdoor is het onzeker of een binnenwaarde van maximaal 33 dB kan worden gegarandeerd. Ten slotte betogen zij dat artikel 46, lid 46.1, onder d, sub 14 en 15, van de planregels onvoldoende objectief zijn begrensd en niet voldoen aan de eisen van de rechtszekerheid. 8.1. Vaststaat dat voor de normstelling van de Wgh ten aanzien van een bestemmingsplan de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau bepalend is en dat in de Wgh geen verplichting tot het verrichten van onderzoek naar maximale geluidniveaus is opgenomen. Verder is niet in geschil dat voor grondgeluid geen wettelijke normen bestaan. Het voorgaande laat onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden met een negatieve invloed van maximale geluidniveaus en het grondgeluid op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen in het deelgebied De Schuilhoeve. 8.2. Bij besluit van 1 juni 2004 is door het college van gedeputeerde staten van NoordHolland aan Schiphol Nederland B.V. een milieuvergunning verleend (hierna: de milieuvergunning van 1 juni 2004).

Ingevolge voorschrift 5.4.3 van deze milieuvergunning mogen de door het proefdraaien van vliegtuigen op de afgeschermde proefdraaiplaats veroorzaakte maximale geluidniveaus op controlepunten A tot en met I die op de bij deze beschikking behorende figuur 2 zijn

12

aangegeven de volgende waarden niet overschrijden: - controlepunten A, B, en G 75 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode; - controlepunten C, D en E 73 dB(A) in de dagperiode, 63 dB(A) in de avondperiode en 58 dB(A) in de nachtperiode; (..). Ingevolge voorschrift 5.4.4 mogen gedurende ten hoogste twaalf perioden (avond- of nachtperiode) per jaar in de in voorschrift 5.4.3 genoemde maximale geluidniveaus maximaal 5 dB(A) hoger zijn. Ingevolge voorschrift 5.4.5 is het proefdraaien op holdings in totaal maximaal 40 keer per jaar toegestaan. Het proefdraaien op holdings in de nachtperiode is niet toegestaan en het proefdraaien op holdings is in de avondperiode maximaal twaalf keer per jaar toegestaan. Ingevolge voorschrift 5.4.10 mogen de door het proefdraaien van vliegtuigen op holdings veroorzaakte maximale geluidniveaus op controlepunten A tot en met I die op de bij deze beschikking behorende figuur 2 zijn aangegeven de volgende waarden niet overschrijden: - 75 dB(A) in de dag- en avondperiode. Blijkens figuur 2 behorende bij de milieuvergunning van 1 juni 2004 is onder meer controlepunt C gelegen in de nabijheid van het deelgebied De Schuilhoeve. 8.2.1. Niet in geschil is dat voor het proefdraaien van vliegtuigen door Schiphol Nederland B.V. proefdraaiplaats Kop 27 en holding 27 bepalend zijn voor het deelgebied De Schuilhoeve.

De Afdeling stelt vast dat een groot deel van de gronden met de aanduidingen "wro-zone wijzigingsgebied 4" en "wro-zone - wijzigingsgebied 5" in deelgebied De Schuilhoeve dichterbij deze proefdraaiplaats en holding liggen, dan controlepunt C als bedoeld in de milieuvergunning van 1 juni 2004. Dit heeft naar het oordeel van de Afdeling tot gevolg dat niet is gewaarborgd dat bij de dichterbij gelegen voorziene woningen in het deelgebied De Schuilhoeve aan de maximale geluidniveaus uit de milieuvergunning van 1 juni 2004 voor het proefdraaien van vliegtuigen kan worden voldaan. Om een goede afweging te maken in het kader van een goede ruimtelijke ordening had derhalve onderzoek dienen te worden verricht naar de maximale geluidniveaus van het proefdraaien van vliegtuigen op de gevels van de voorziene woningen. Niet is gebleken van een dergelijk onderzoek ten tijde van het nemen van het bestreden besluit. Uit de bij besluit van 9 december 1996 door het college van gedeputeerde staten van NoordHolland aan KLM N.V. verleende revisievergunning volgt dat voor het proefdraaien van vliegtuigen door KLM N.V. holdings 10 en 11/12 bepalend zijn voor het deelgebied De Schuilhoeve. Naar het oordeel van de Afdeling ontbreekt tevens onderzoek naar de maximale geluidniveaus op de gevels van de voorziene woningen als gevolg van het proefdraaien van vliegtuigen door KLM N.V. op deze holdings.

Dat de holdings 10 en 11/12 op ruime afstand liggen van de voorziene woningen maakt, anders dan de raad stelt, niet dat voornoemd onderzoek achterwege had kunnen blijven. Hierbij wordt van belang geacht dat uit de aanvraag van de revisievergunning volgt dat de maximale geluidniveaus op meetpunt 1, welk punt ongeveer gelijk is aan controlepunt C, voor het proefdraaien bij hangar 10 tussen de 69 en 72 dB(A) bedragen en bij hangar 11/12 tussen de 72 en 75 dB(A) en dat een deel van de voorziene woningen dichterbij deze proefdraaiplaatsen komen te liggen dan het voornoemde meetpunt.

13

Gelet op het voorgaande heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling ten onrechte geen inzicht geboden in de vraag of ter plaatse van de voorziene woningen een aanvaardbaar woonen leefklimaat kan worden gerealiseerd en of KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V. door deze woningen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Gelet hierop is het bestreden besluit in zoverre genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. 8.3. In het rapport "Plan-MER Badhoevedorp - Lijnden-Oost" van 8 april 2013 (hierna: planMER) staat dat grondgeluid het geluid is dat wordt veroorzaakt door een vliegtuig als het begint te rollen en de intentie heeft een start uit te voeren. In voornoemd rapport staat verder dat wat betreft de situatie in 2011 door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (hierna: NLR) onder meer metingen zijn verricht op twee locaties in Badhoevedorp, te weten een locatie aan de Sperwerstraat en een locatie aan de Roerdompstraat ter hoogte van de Kwartelstraat. Bij de keuze van de locaties is rekening gehouden met de dominante voortplantingsrichting van het grondgeluid. In de rapporten van het NLR "Grondgeluid Badhoevedorp, Amsterdam-West, Zuideramstel. Een inventarisatie op basis van metingen" uit april 2011 en "Grondgeluid Badhoevedorp en Amsterdam-West.

Een inventarisatie op basis van metingen onder zomerse Omstandigheden" van november 2011, waarin verslag wordt gedaan van de metingen, wordt geconcludeerd dat in Badhoevedorp sprake is van grondgeluid veroorzaakt door startende vliegtuigen vanaf de Kaagbaan en vanaf de Aalsmeerbaan. De effecten van het grondgeluid zijn vastgesteld door de gemeten resultaten te toetsen aan een hindercurve. Hieruit blijkt dat in winterse omstandigheden (grote) startende vliegtuigen de dagelijkse bezigheden (onder meer winkelbezoek en een gesprek voeren) kunnen verstoren en daarmee tot hinder kunnen leiden. In zomerse omstandigheden zijn de grondgeluidniveaus significant lager (meer dan 10 dB(C)). De verwachting is dat het grondgeluid in zomerse omstandigheden niet tot hinder leidt. 8.3.1. In de notitie van Peutz staat dat in het plan-MER ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar de mogelijkheid van mitigerende maatregelen als gevolg van het grondgeluid, zoals het aanleggen van een zogenoemd ribbellandschap, en dat het grondgeluid ten onrechte buiten beschouwing is gebleven bij de berekening van de cumulatieve geluidsbelasting. In het gebied Hoofddorp-Noord heeft het gemeentebestuur de situatie wat betreft het grondgeluid in het verleden zelfs beoordeeld als zijnde een slecht woonklimaat, terwijl de verwachte situatie voor De Schuilhoeve nog ongunstiger is. 8.3.2.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad onvoldoende gemotiveerd dat met name in de winterperiode ter plaatse van de voorziene woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat als gevolg van het grondgeluid. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat uit het plan-MER naar voren komt dat het deelgebied De Schuilhoeve in de dominante voortplantingsrichting van het grondgeluid ligt en dat het grondgeluid van de vertrekkende vliegtuigen van deze banen in dit deelgebied waarneembaar zal zijn en hinder kan veroorzaken. Voorts is ter zitting door de raad te kennen gegeven dat, anders dan in de situatie in Hoofddorp-Noord, tussen luchthaven Schiphol en de voorziene woningen geen ruimte aanwezig is voor het aanleggen van een ribbellandschap waardoor het grondgeluid zou kunnen worden verminderd. Het standpunt van de raad dat de gemeente tot op heden weinig klachten heeft ontvangen van inwoners van Badhoevedorp over het grondgeluid doet naar het oordeel van de Afdeling aan het voorgaande niets af, nu de voorziene woningen dichterbij luchthaven Schiphol komen te liggen dan de bestaande woningen in Badhoevedorp. 9. In hetgeen KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V. hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover

14

het betreft plandelen met de gebiedsaanduidingen "wro-zone - wijzigingsgebied 4" en "wrozone - wijzigingsgebied 5", is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. De beroepen van KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V. zijn gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd. Gelet op het voorgaande behoeft hetgeen KLM N.V. en Luchthaven Schiphol N.V. en Schiphol Nederland B.V. voor het overige hebben aangevoerd geen bespreking meer. Het beroep van Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V. 10. Het beroep van Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V. is gericht tegen artikel 22, lid 22.1, onder b, van de planregels, voor zover in dit artikel op gronden met de bestemming "Maatschappelijk" alleen wonen op de eerste verdieping of hoger is toegestaan. Zij betoogt dat op haar perceel ten onrechte geen woonfunctie op de begane grond wordt mogelijk gemaakt, terwijl dit gelet op de huidige economische situatie wel wenselijk is. Volgens haar is in het pand voldoende ruimte aanwezig voor in totaal vier appartementen en laten het karakter van het gebouw en de directe omgeving daarnaast ook grondgebonden woningen op de begane grond toe. Verder stelt Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V.

dat op het perceel voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn voor drie woningen en dat de openbare ruimte in de directe omgeving daarnaast 35 parkeerplaatsen biedt, zodat voor een vierde woning voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. 10.1. Blijkens de verbeelding is aan het perceel Kamerlingh Onneslaan 140-142 de bestemming "Maatschappelijk" met de functieaanduiding "wonen" toegekend. Ingevolge artikel 22, lid 22.1, onder a en b, van de planregels zijn gronden met de bestemming "Maatschappelijk" bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en ter plaatse van de aanduiding "wonen" tevens voor wonen, uitsluitend op de eerste verdieping en hoger. 10.2. Bij besluit van 20 juni 2012 heeft het college van burgemeester en wethouders aan Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V. een bouwvergunning met vrijstelling verleend voor het wijzigen van een woonhuis met praktijkruimte tot kinderdagverblijf en buitenschoolse opvangvoorziening met bijbehorend buitenterrein op het perceel Kamerling Onneslaan 140142, welke vergunning thans onherroepelijk is. Niet in geschil is dat deze bouwvergunning met vrijstelling in het onderhavige plan is opgenomen. Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V.

heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij voor de vaststelling van het plan bij het gemeentebestuur een concreet plan had ingediend met betrekking tot het realiseren van woningen op de benedenverdieping van het pand op het perceel Kamerling Onneslaan 140142. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de raad bij de vaststelling van het plan in redelijkheid heeft kunnen aansluiten bij de bestaande situatie op het perceel Kamerling Onneslaan 140-142. Voorts heeft de raad ter zitting te kennen gegeven dat indien sprake is van een concreet plan Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V. zich kan wenden tot het college van burgemeester en wethouders met het verzoek een omgevingsvergunning tot afwijking van het bestemmingsplan te verlenen. 10.3. Het beroep van Kinderdagverblijf Haarlemmermeer B.V. is ongegrond. Het beroep van Tyndale 11. Het beroep van Tyndale is allereerst gericht tegen het toekennen van de bestemming "Groen" aan de gronden aan de achterzijde van het perceel Egelantierstraat 1. Volgens haar is het bestemmingsvlak met de bestemming "Maatschappelijk" ten onrechte verkleind ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Zij is al enige tijd met de gemeente in gesprek over de aankoop van een stuk grond aan de zuidzijde van haar perceel om haar

15

uitbreidingsplannen te realiseren. Door ook het bouwvlak te verkleinen ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan worden haar bestaande rechten beperkt. 11.1. Blijkens de verbeelding is aan de gronden aan de achterzijde van het perceel Egelantierstraat 1 de bestemming "Groen" toegekend. 11.2. In de plantoelichting staat dat de basis voor de nieuwe groenstructuur in Badhoevedorp het op 4 juli 2013 door de raad vastgestelde plan "Groenstructuurplan Badhoevedorp en Lijnden-Oost" (hierna: het groenstructuurplan) is. Uit dit groenstructuurplan volgt dat de desbetreffende gronden aan de achterzijde van het perceel Egelantierstraat 1 zijn aangeduid als wijkpark in het deelgebied De Groene Zoom. In het groenstructuurplan staat dat de Groene Zoom een grote parkzone aan de oostzijde van het dorp is en samen met het Wandelbos het wijkpark van Badhoevedorp vormt. De Groene Zoom heeft een bosachtig karakter met open velden erin en heeft naast het rondgaande pad en de extra voorzieningen ook nieuwe beplantingsvormen nodig. Door het aanleggen van verblijfsplekken met sierbeplanting en het beschermen van het groenareaal zal de Groene Zoom voor de toekomst een volwaardig wijkpark voor Badhoevedorp vormen.

Ter zitting heeft de raad verklaard dat de desbetreffende gronden aan de achterzijde van het perceel Egelantierstraat 1 in eigendom van de gemeente zijn en niet zullen worden verkocht aan Tyndale. De raad heeft ter zitting verder toegelicht dat deze gronden nodig zijn voor het inrichten van De Groene Zoom overeenkomstig het groenstructuurplan en dat het toekennen van de bestemming "Maatschappelijk" derhalve niet wenselijk is. Gelet op het voorgaande heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid aan de gronden aan de achterzijde van het perceel Egelantierstraat 1 de bestemming "Groen" kunnen toekennen. 11.3. Wat betreft het betoog van Tyndale dat haar bouwmogelijkheden zijn beperkt overweegt de Afdeling als volgt. Vaststaat dat het bouwvlak van het perceel Egelantierstraat 1 in het onderhavige bestemmingsplan is verkleind ten opzichte van de bouwmogelijkheden die in het voorheen geldende bestemmingsplan "Badhoevedorp" waren opgenomen op het perceel Egelantierstraat 1 en de achterliggende gronden. Deze bouwmogelijkheden waren echter deels gelegen op gronden in eigendom van de gemeente, zodat Tyndale hiervan geen gebruik kon maken.

Door de raad is verder verklaard dat het bebouwingspercentage op het perceel Egelantierstraat 1 samen met de achterliggende gronden is omgerekend van 50, welk percentage in het voorheen geldende bestemmingsplan was opgenomen, naar 65 op het perceel Egelantierstraat 1, zodat zelfs sprake is van een toename aan bouwmogelijkheden. 11.4. Het beroep van Tyndale is in zoverre ongegrond. 12. Voorts is het beroep van Tyndale gericht tegen de planregeling voor haar perceel Egelantierstraat 1, voor zover het betreft de ter plaatse toegestane maximale bouwhoogte van 5 m en het niet opnemen van de mogelijkheid om twee dienstwoningen te bouwen. Volgens Tyndale worden haar bestaande rechten beperkt door de mogelijkheid tot de bouw van twee bedrijfswoningen te schrappen. Verder stelt zij dat de maximale bouwhoogte van het gehele bouwvlak op 7 m had moeten worden gesteld en dat een gebouw met twee bouwlagen passend is in de omgeving. 12.1. Blijkens de verbeelding is aan het perceel Egelantierstraat 1 de bestemming "Maatschappelijk" toegekend. Aan het gehele bouwvlak is de aanduiding "maximum bebouwingspercentage 65%" toegekend. Aan het linker gedeelte van het bouwvlak is de aanduiding "maximale bouwhoogte 5 m" toegekend en aan het rechter gedeelte de aanduiding "maximale bouwhoogte 7 m".

16

Ingevolge artikel 22, lid 22.1, onder a, van de planregels zijn gronden met de bestemming "Maatschappelijk" bestemd voor maatschappelijke voorzieningen. Ingevolge lid 22.2.1, onder a, b en e, dienen gebouwen binnen een bouwvlak te worden gebouwd, is ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (%)" het aangegeven bebouwingspercentage toegestaan en is ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" de aangegeven maximale bouwhoogte toegestaan. Ingevolge artikel 1 moet onder een bedrijfswoning worden verstaan een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die daar noodzakelijk en in gebruik is in verband met het uitvoeren van de bestemming van het gebouw of het terrein. 12.2. In de plantoelichting staat dat de bestaande bedrijfs- en burgerwoningen in het plangebied positief worden bestemd, maar dat de realisering van nieuwe bedrijfswoningen niet wordt toegestaan. De Afdeling overweegt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

De raad heeft gesteld dat ingevolge artikel 1 van de planregels als voorwaarde wordt gesteld dat een bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met het uitvoeren van de bestemming van het gebouw of het terrein en dat bij het bedrijf van Tyndale van deze noodzaak niet is gebleken, zodat bedrijfswoningen ter plaatse niet zijn toegestaan. Het voorgaande komt de Afdeling niet onredelijk voor. Voorts heeft Tyndale geen blijk gegeven van concrete plannen om ter plaatse bedrijfswoningen te realiseren. Aan het bezwaar van Tyndale tegen het vervallen van de mogelijkheid bedrijfswoningen te bouwen behoefde derhalve geen zwaarwegende betekenis te worden toegekend. 12.3. Niet in geschil is dat op 12 december 2005 een vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is verleend voor het gebouw op het oostelijke gedeelte van het perceel Egelantierstraat 1 met een bouwhoogte van 6,10 m en dat dit gebouw als zodanig is bestemd. Op het westelijke gedeelte van het perceel staat een gebouw met een lagere bouwhoogte dan 5 m, welk gebouw eveneens als zodanig is bestemd.

De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat een maximale bouwhoogte van 7 m op het westelijke gedeelte van het perceel vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk is, omdat in het gebied kleinschalige bedrijvenpaviljoens in een groene omgeving aanwezig zijn en het bouwen in twee lagen hieraan afbreuk zou doen. Voorts heeft Tyndale ter zitting te kennen gegeven dat zij thans geen concrete plannen heeft voor het verhogen van het gebouw op het westelijke gedeelte van het perceel. Gelet hierop wordt in hetgeen Tyndale heeft aangevoerd geen grond gevonden voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen vasthouden aan een maximale bouwhoogte van 5 m voor het westelijke gedeelte van het perceel Egelantierstraat 1. 12.4. Het beroep van Tyndale is ook in zoverre ongegrond. Het beroep van [appellante sub 7] 13. Het beroep van [appellante sub 7] is gericht tegen het toekennen van de bestemming "Groen" aan de gronden waar zij bergingen en garageboxen wil bouwen ten behoeve van het appartementencomplex aan de Vlierstraat. Zij voert aan dat bewoners van het naastgelegen appartementencomplex behoefte hebben aan bergingen en garageboxen en dat de gemeentelijke procesmanager reeds akkoord is met de plannen.

17

13.1. In 1995 is het plan opgevat een ecologische verbindingszone te creëren tussen Amstelland en Spaarnwoude, de zogenoemde Groene As, welke verbinding een belangrijke schakel zal vormen in de ecologische hoofdstructuur van Noord-Holland. Het plan is uitgewerkt in het "Ontwikkelingsplan 'De Groene As', De verbindingszone AmstellandSpaarnwoude" (hierna: het ontwikkelingsplan) uit 1995. In het ontwikkelingsplan staat dat De Groene As binnen 20 jaar dient te zijn gerealiseerd. Ter zitting is door de raad onweersproken gesteld dat de desbetreffende gronden waarop [appellante sub 7] garageboxen en bergingen wenst te bouwen in eigendom zijn van de gemeente en als ecologische verbindingszone zijn opgenomen in het ontwikkelingsplan. Gelet hierop heeft [appellante sub 7] niet aannemelijk gemaakt dat de raad aan de desbetreffende gronden niet in redelijkheid de bestemming "Groen" heeft kunnen toekennen. De omstandigheid dat de gemeentelijke procesmanager reeds akkoord zou zijn gegaan met de bouwplannen maakt het voorgaande niet anders. Daargelaten of in het betrokken geval door deze manager concrete toezeggingen zijn gedaan, overweegt de Afdeling dat in het algemeen geen rechten kunnen worden ontleend aan toezeggingen die zijn gedaan door niet ter zake beslissingsbevoegden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Haarlemmermeer&id=966731a6-e1ba-4090-a605-3d7a8328cb3f